CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.10 - Bijlage 5.0 - BKP+ Rivium DEF 2462578

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium20.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

•

•

1. De oversteek wordt zo strategisch mogelijk geplaatst om zowel de veiligheid te waarborgen als de doorstroming van de Rivium 1e straat te bevorderen. Het verkeer op de Rivium Boulevard Noord en op de Rivium 1e straat West worden door een haag visueel gescheiden van het Marktplein; De aansluiting van de Verlengde Oostlaan (weg door blok 2) op de Rivium Boulevard noord (hoofdontsluiting Rivium) respecteert zoveel mogelijk het water en de grondeigendommen en laat voldoende ruimte voor het kopgebouw van blok 2 en een brede pleinrandzone aldaar.

I

Boulevard Noord

I

Hoofdontsluiting Boulevard noord (I-I) Blok 1

J Blok 2 Rivium 1e straat west

Urban Grove

J Blok 3

Blok 4

Hoofdontsluiting Rivium 1e straat west (J-J)

Uitsnede Rivium 1e straat West en Entree noord, centrale ontsluiting en aankomst plek

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

87

Westlaan De Westlaan krijgt in eerste instantie een praktische inrichting, gericht op het faciliteren van de verkeersgebruikers in combinatie met het behoud van de bestaande bomen. De weg vormt een belangrijke route en entree voor het Rivium voor fietsers en de ParkShuttle, maar blijft ook een belangrijke ontsluiting voor de bestaande bedrijven. Belangrijkste ingreep hierbij is de knip voor het autoverkeer tussen de Rivium 2e en 3e Straat, waardoor enkel voor fietsers en voetgangers een doorgaande route is. De inrichting van de Westlaan is in 3 fases uitvoerbaar, flexibel en groeiend met de behoefte van het Rivium.

Er wordt ingezet op een simpel profiel met de inzet om de voetpaden op de private gronden aaneen te schakelen tot doorlopende paden in noordzuid richting, en voor voetgangers te zorgen voor goede verbindingen van de paden met de haltes van de ParkShuttle. De shuttlebaan blijft over de gehele lengte van de Westlaan aanwezig, met de huidige maat en inrichting en met het huidige gebruik (geen openbare ruimte, alleen voor de ParkShuttle); • Het openbare gebied van de Westlaan tussen 1e Straat en 2e Straat en 3e Straat en 4e Straat omvat een klinkerweg van 5,5 m breed

•

met fietsstroken; De Westlaan tussen de Rivium 2e en 3e Straat wordt niet meer toegankelijk voor auto’s (buiten calamiteiten) en wordt ingericht voor fietsers. Halfverharding is hier te overwegen mits er verantwoordelijke geschikte ruimte blijft voor hulpdiensten, die wel de mogelijkheid behouden om gebruik te maken van dit segment. Een passende vorm van regulering ter voorkoming van regulier autover­keer zal ter plaatse van de 3e en 4e

Fase 1 Blok 1

K K

Fase 3

Blok 5

Westlaan

Fase 2

Profiel voor de Westlaan in 3 mogelijk fases (K-K)

88

Blok 3

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

Uitsnede Westlaan - Fase 1: Simpel en doelmatig profiel met ruimte voor de voetganger

Blok 7

Blok 9

Straat moeten worden ingelast. Oostlaan De Oostlaan wordt een parklaan met een groene uitstraling en dient als groene verbindende ruimte tussen de binnengebieden van de aangrenzende blokken en het groen van het Polderpark richting Kralingseveer. Het profiel wordt compacter doordat de rooilijn van de bebouwing wordt verlegd, maar ook de parkeerplaatsen komen te vervallen. Hierdoor is er meer ruimte voor ontwikkeling en groen aan de Oostlaan. Er wordt ingezet op een fijnmaziger netwerk voor voetgangers en fietsers langs de Oostlaan die ook

bijdraagt aan het recreatief gebruik. Zo wordt er ingezet op een breed voetpad op kade parallel aan de Oostlaan en haar verlenging. Vanaf de Oostlaan komen verbindingen voor langzaam verkeer naar de kade, en het Kralingseveer. Vanaf de Verlengde Oostlaan is een pad met voetbrug geprojecteerd. De principes voor dit deelgebied zijn als volgt: • Er wordt een nieuwe bomenrij en meer groen toegevoegd aan de westzijde van de Oostlaan. Het voetpad wordt doorgetrokken van noordkant blok 2 tot aan de Rivium promenade / Schaardijk. • Langs de gevels van de bebouwing aan de westzijde van de straat ligt een trottoir van minimaal 5 meter breed met ruime groene

•

•

•

vlakken/perken eraan. De Oostlaan tussen de Rivium 2e en 3e Straat wordt niet meer toegankelijk voor auto’s (buiten calamiteiten) en wordt ingericht voor fietsers en wandelaars. Klinkers is te overwegen. Hulpdiensten houden de mogelijkheid gebruik te maken van dit segment. We onderzoeken met welke maatregel we het gewone autoverkeer uit de 3e en 4e Straat houden. Langs de (nieuwe) weg die door blok 2 gaat, is langs gebouwen een trottoir (regulier materiaal, betontegels) van minimaal 5 meter breed wenselijk waarvan groen onderdeel kan zijn. Ter hoogte van de school wordt extra aandacht besteed aan een verkeerveilige inrichting.

Langzaam verkeersbrug naar Kralingseveer

L

L Blok 2

Blok 4

Blok 6

Uitsnede Oostlaan groene parklaan

Oostlaan, groene inrichting langs de kade en blok ontwikkelingen (L-L) Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

89

Groen en duurzame energie hand in hand in een stadse omgeving, foto: Benzoix on freepik

90

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

7. Duurzaamheid en microklimaat

In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke en vormgevingsprincipes voor duurzaamheidsaspecten en microklimaat op gebiedsniveau beschreven.

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

91

7. 7.1

Duurzaamheid en microklimaat Duurzaamheid

Voor een goed woon- en leefklimaat is het belangrijk om na te denken over de duurzame toekomstwaarde voor het gebied. Dit hoofdstuk behandelt de gebiedseigen ambities en principes op de thema’s die ook in de Capelse duurzaamheidsleidraad worden besproken. Voor het Rivium is de afweging gemaakt waar de leidraad van toepassing is en waar maatwerk nodig is. In de basis geldt voor alle bouwplannen: • De bouwplannen voldoen aan een gemiddelde score van 8 binnen GPR Gebouw® voor de vijf thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde met een minimum GPR-score van 7,0 voor alle thema’s. Het gebruik van een vergelijkbaar duurzaamheidsinstrument is bespreekbaar, indien dit meerwaarde oplevert ten aanzien van de gebiedsambities. Bewijslast hiervoor ligt bij de ontwikkelaar; • Er is afstemming van de ontwikkelaar met de nutsbedrijven (vóór indiening van een plan) over benodigde capaciteit en voorzieningen voor water, riolering, verwarming, energie en telecom/intern; •

92

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

7.1.1 Energie- en warmtetransitie De ambitie is de kansen benutten die te vinden zijn in de energietransitie en het slim koppelen van de mobiliteits-, warmte-, koude- en elektriciteitsvraag. Door Smart Home concepten aan te bieden kunnen we ervoor zorgen dat de bewoners van het Rivium in een moderne en toekomstgerichte wijk wonen en zich betrokken voelen bij hun leefomgeving. Coöperatieve vormen van energieopwekking worden gestimuleerd en door gebruik te maken van innovatieve technologieën worden energievraag en opwekking op elkaar afgestemd zonder beperkingen voor de bewoners. Wat betreft energie- en warmtetransitie betekent dat het volgende: • Energieneutraal is het streven, energiepositief is daarbij een pré. • Voor de woningen wordt ingezet op goede isolatie en ventilatie waardoor het gebruik van energie ten behoeve van binnenklimaatbeheersing geminimaliseerd wordt. Daar mag binnenklimaat beheersing in de zomers niet leiden tot een significante opwarming van de omgeving. • Voor het ontwerpen van binnenklimaatbeheersing hebben passieve oplossingen de voorkeur op actieve oplossingen. Bij de inzet van actieve oplossingen wordt gestuurd op natuurlijke warmte en koude middelen. • De gemeente staat achter de ontwikkeling van

•

•

•

• •

een collectieve warmtevoorziening, waarbij innovatie en het gebruik van lokale warmte- en koudebronnen voorop staan. Koppelkansen voor het zo efficiënt mogelijk sturen van de energievraag voor de maximale benutting van duurzame energiebronnen wordt gestimuleerd. De koppeling van de electriciteitsvoorziening aan een smart grid is daar een voorbeeld van. Bij grootschalige aanpassingen en sloopnieuwbouw hebben kantoorpanden vanaf 2023 ten minste energielabel C en vanaf 2030 energielabel A. Streven is waar mogelijk te isoleren met biobased materialen, waar dit niet mogelijk is met materialen met een zo laag mogelijke milieu-impact. Waar mogelijk wordt isoleren los maakbaar toegepast.

7.1.2 Circulair bouwen • In 2030 is het doel om een 50 procent circulaire economie te hebben. Circulaire economie betekent dat we bewust omgaan met grondstoffengebruik en materiaalgebruik. In de praktijk betekent dit: rekening houden met de milieu-impact (de totale milieu-impact, de CO2-uitstoot en de CO2opslag van materialen), het materiaalgebruik (de herkomst van materialen, het aandeel gezonde materialen en de omgang met restmaterialen tijdens de bouw) en waardebehoud (het adaptief vermogen, de losmaakbaarheid en de hergebruikpotentie). Specifiek voor het Rivium gelden de volgende principes: • In het verlengde van de GPR-score is voor circulariteit een extra inspanning verwacht ten opzichte van de wettelijke voorschriften. Voor de uitwerking wordt aansluiting bij de indicaties van Het Nieuwe Nor­maal sterk aangeraden. • Het basispalet, zoals beschreven in hoofdstuk 12 Beeldkwaliteit, bestaat uit materialen die overwegend duurzaam verouderen. Het hergebruik van materialen wordt hierbij gestimuleerd. • De materiaalpaletten van ‘randen’ en ‘specials’ bieden kansen voor circulair materiaalgebruik zoals houtbouw en biobased materialen. Het

•

•

•

•

•

gebruik hier heeft een sterke voorkeur. Voorkeursmaterialen zijn lokale materialen uit binnen de gemeente/het gebied gesloopte panden; In de bouwplannen wordt adaptief gebouwd met een aantoonbare flexibiliteit. Modulair- en fabrieksmatig hebben daarbij de voorkeur. Water gebruik binnen blokken en gebied is in beginsel circulair van aard en bij de bouwplannen aangetoond in een waterhuishoudingsplan. Voor het slopen van gebouwen wordt actief gekeken naar hergebruik van materialen in de plannen dan wel op duurzame wijze af te voeren. Het is de ambitie om ontwikkelaars te stimuleren afvalinnovaties mee te nemen in de ontwikkeling van gebouwen. Waar mogelijk, wordt bij sloop ingezet op circulair demonteren en hoogwaardig hergebruik van de vrijkomende gebouwdelen.

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

93

7.2

Microklimaat

In het Rivium is de ruimtelijke kwaliteit sterk verweven met de milieuaspecten die voort komen uit de stedelijke context. Denk hierbij aan de A16 en AVR waar veel geluid van komt, de AWZI naast het plangebied in verband met geur, maar ook de sterke windstromen langs de Nieuwe Maas vanuit het zuidwesten. Op dit moment is er ook veel verharding in het gebied, waardoor hittestress in overvloed aanwezig is. De in dit hoofdstuk opgenomen uitgangspunten zijn in overeenstemming met de conclusies van de MER-onderzoeken voor microklimaat en baseren zich op de stedenbouwkundige uitgangspunten (blokprincipes) zoals vastgelegd in de AO. 7.2.1 Bezonning Voor het Rivium gelden de volgende afwegingscriteria en principes: Zongebieden • In de periode van 21 juni tot 21 september moet per dag minimaal 4 uur zonlicht beschikbaar zijn in 50 procent van de aangewezen zongebieden. Dit geldt voor de locaties Marktplein, het Rivium Park en het Maasplein.

Legenda bezonning

Zongebied Ochtendzonplekken Zonplekken Zonplek school Collectieve buitenruimte Toegankelijke daken

Indicatie van zonnige gebieden en mogelijk specifieke sunspots op kritische plekken 94

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

Collectieve buitenruimtes • Collectieve buitenruimtes, toegankelijke maaivelden, verhoogde maaivelden en daken, moeten voldoen aan dezelfde norm. 50 procent van het totale oppervlak moet dagelijks minimaal 4 uur zonlicht ontvangen • In het binnengebied van Campus, blok 1, is minimaal 2 uur zonlicht per dag vereist tussen 12:00 en 17:00 uur. Zonplekken Specifieke zonplekken moeten dagelijks minimaal 4 uur zonlicht ontvangen tussen 12:00 en 19:00 uur, in de periode van 21 juni tot 21 september. Deze zonplekken bevinden zich op: • Gebouwhoeken aan de oostzijde van de Rivium Boulevard • De 2e, 3e en 4e Straat • Het Maasplein (bij het horecaterras) Ochtendzonplekken • In aanvulling hierop moeten bepaalde ochtendzonplekken tussen 8:00 en 11:00 uur minstens 1 uur zonlicht krijgen in dezelfde periode. Buitenspeelplaats school • De buitenspeelplaats van de school heeft een sunspot waar tussen 19 februari en 21 oktober dagelijks minimaal 4 uur zonlicht beschikbaar moet zijn, van 8:00 tot 16:00 uur.

Groengebieden in de omgeving • Voor het park bij Kralingseveer is een beperkte afname van zonlicht toegestaan tussen 19 februari en 21 oktober, waarbij rekening wordt gehouden met de bouwvolumes in de omgeving. 7.2.2 Hittestress Groenvoorzieningen helpen de temperatuur in stedelijke gebieden te verlagen door schaduw te bieden en verdamping te stimuleren. Dit zodat hittestress effectief wordt beperkt en een aangenamere leefomgeving ontstaat. Om dit effect te bereiken binnen het Rivium zijn de volgende principes van kracht: • Binnengebieden bij de Marktpleinblokken worden bij voorkeur 60 procent groen ingericht; • Binnengebied van Campus-blok 1 worden bij voorkeur 80 procent groen ingericht; • Tenminste 40 procent van de buitenruimte rond belangrijke routes in het gebied zijn schaduwrijk bij de hoogste zonnestand, gemeten 10 jaar na oplevering. • Bij voorkeur is 40 procent van de toegankelijke daken en binnengebieden schaduwrijk ingericht.

Legenda hittestress

Binnen gebieden Binnen gebied Campus Zoekgebied toegankelijk daken Buitenruimte langs belangrijke routes

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

95

7.2.3 Wind Hinder en gevaar door wind moeten worden voorkomen door de juiste plaatsing en vormgeving van bouwvolumes in de toegankelijke buitenruimte (maaiveld en 2e maaiveld, binnenhoven). •

•

•

Voor het gehele Rivium mag de kans op windgevaar (windstoten >15 meter per seconde) niet meer dan 0,05 procent per jaar bedragen; Op bepaalde locaties wordt windhinder (5 meter per seconde) geaccepteerd, zoals aangegeven op een bijbehorende kaart. Windgevoelige functies worden niet geplaatst in zones met een windhinderkans van 10-20 procent; Het stimuleren van luchtverversing en lichte luchtbeweging op binnenplaatsen wordt aangemoedigd. Dit wordt bereikt door de juiste vormgeving van bebouwing en de inrichting van het terrein. Legenda windklimaat

Windluwe plekken worden gecreëerd op specifieke locaties:

A - Zitten (<2,5% kans) B - Slenteren (2,5 - 5% kans)

• •

Maasoever: Terras met maximaal 5 procent kans op windhinder; Maasplein, Riviumpark en binnengebieden: Windluwe zones met minder dan 2,5 procent

C - Doorlopen (5 - 10% kans) D - doorlopen matig (10 - 20% kans) Indicatief locatie zitten (speelelementen, terras, halte en binnenterreinen) Indicatief locatie slenteren (bij entrees van woningen)

Windkwaliteitsklasses kans op windhinder (uren per jaar) 96

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

•

kans op windhinder per jaar; Rivium Boulevard: Een mix van zitten, slenteren en doorlopen is mogelijk. Verblijfsplekken, sport- en speelplekken, shuttlehaltes en wandelroutes hebben minder dan 2,5 procent kans op windhinder per jaar. Bij entrees in de Rivium dwarsstraten geldt een kans van 2,5-5 procent per jaar.

Windhinderonderzoek Voor het toetsen van de windhinder dienen onderzoeken uitgevoerd te worden met de volgende voorwaarden: • Mogelijke windhinder door nieuwe gebouwen wordt beoordeeld volgens de NEN 8100-norm; • Windonderzoeken moeten in elke fase van het bouwontwerp worden uitgevoerd, te beginnen bij het Schets Ontwerp. Bij een definitieve vergunningaanvraag voor hoogbouw kan een windtunnelonderzoek worden verlangd indien uit de aard, omvang of situering van het bouwplan aanleiding bestaat om de effecten op windhinder en windveiligheid nader te onderbouwen; • De windonderzoeken moeten de volgende situaties dekken: • Een nulmeting van de huidige situatie; • De huidige situatie met het bouwplan; • De toekomstige situatie volgens de gebiedsprincipes, inclusief het bouwplan; • Bomen en begroeiing worden niet meegenomen in de berekeningen voor

•

windhinder. Op basis van de uitkomsten van het windhinderonderzoek kunnen extra maatregelen worden ingezet om een goed windhinder klimaat te behalen.

7.2.4 Geluid De aanwezigheid van verschillende wegen en voorzieningen zorgen voor extra aandacht op het creëren van een fijne omgeving en woning in het kader van geluid. Daarbij is het hoofdprincipe dat iedere woning beschikt over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. • Bij woningen zonder geluidluwe gevel kan ook worden volstaan met een geluidluw geveldeel. • Bij het ontwerp wordt gekeken naar een slimme indeling waarbij zo min mogelijk woningen op de hoogst belaste locaties worden gepositioneerd, in ieder geval één slaapkamer – en bij voorkeur ook de woonkamer – grenst aan een geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel; • Geluidluwe gevels worden zo min mogelijk verstoord door andere geluidbronnen dan wegverkeer, zoals in- en uitritten van parkeergarages, plekken van afvalinzameling, airco’s, warmtepompen; • Bij woningen zonder geluidluwe buitenruimte kan ook worden volstaan met een collectieve geluidluwe buitenruimte met een oppervlakte van minimaal 1 vierkante meter per woning die van de buitenruimte gebruik maakt én minimaal 100 vierkante meter.

Buitenruimte i.c.m. geluidsluwe gevel; Pulse gebouw in Amsterdam door Benthem Crouwel Architects (foto: Merford)

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

97

Daktuin, Rotterdam, Nederland door De Bloei Meesters,

98

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

8. Natuurinclusieve buitenruimtes

In dit hoofdstuk wordt in gegaan op de gebouw gebonden natuurinclusiviteit van de ontwikkelingen. Er worden ambities en principes omschreven voor inrichting, programmering en gebruik.

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

99

8. 8.1

Natuurinclusieve buitenruimtes Algemeen

In de ambities van het Rivium is natuurwaarde tot aan de voordeur verankerd. Het accent ligt op waarden die passen bij het stedelijk gebied afgestemd op de doelsoorten en de in potentie te verwachten aanwezige soorten. Naast de openbare ruimte speelt de particuliere buitenruimte hierin een belangrijke rol. In de bouwplannen is dit een wisselwerking tussen de vormgeving van de binnentuinen, de daken en de gevels. Natuurinclusief bouwen is mede uitgangspunt voor de inrichting van de openbare ruimte en binnengebieden. Het versterkt de natuurkwaliteiten voor flora en fauna en de woonkwaliteit voor de mens. Buitenruimtes worden tevens klimaatbestendig gemaakt. In de volgende paragrafen zijn algemene principes opgenomen, principes over de natuurinclusieve inrichting en het programma en gebruik daarvan. Algemene principes Het uitgangspunt voor de inrichting is maximaal groen (levende begroeiing) door in te zetten op intensief groen met een maximale biodiversiteit en robuustheid. Bestaande waardevolle groenstructuren zoals beschreven in het natuurnetwerk (Gebiedspaspoort 2.0) vormen gezamenlijk een netwerk. De buitenruimtes vormen groene stapstenen waardoor de verbinding

Ecologische waardevolle buitenruimte in hoogstedelijke omgeving - De Groene Kaap, door Massa architecten en Lola landscape (foto: Lourens Kuipers).

100

Beeldkwaliteitsplan+ Rivium - Capelle aan den IJssel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080070/2