CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.09 - Bijlage 3.4 - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium - bijlagen bij motivering - ter vaststelling (inclusief bijlage 4: MER)

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium24.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Duurzaamheid gebied

123

5.11

Ruimtelijke kwaliteit

134

5.12

Gezondheid

147

5.13

Effecten bouw- en sloopfase

152

5.14

Beschouwing fasering

155

6

Doelbereik alternatieven

157

6.1

Woningbouw

157

6.2

Bedrijvigheid

158

6.3

Voorzieningen

159

6.4

Aantrekkelijk, hoogstedelijk gebied

160

6.5

Aanvaardbaar leefklimaat

164

6.6

Verduurzaming gebouwde omgeving

166

6.7

Verduurzaming mobiliteit

167

7

Totstandkoming voorkeursalternatief

168

7.1

Proces om tot een voorkeursalternatief te komen

168

7.2

Bepalende effecten en doelbereik

168

7.3

Uitwerking van het voorkeursalternatief

177

8

Beoordeling voorkeursalternatief

200

8.1

Overzicht milieueffecten

200

8.2

Doelbereik

230

8.3

Robuustheidsanalyses

231

9

Conclusies en advies voor de besluitvorming en planuitwerking

233

9.1

Conclusies te nemen maatregelen

233

9.2

Aandachtspunten verdere planuitwerking

241

10

Leemten in kennis en aanzet voor monitoringsprogramma

243

10.1

Leemten in kennis

243

10.2

Aanzet voor monitoringsprogramma

243

10 december 2025

BI9857

iv

Projectgerelateerd

Referenties

245

DEEL III: BIJLAGEN EN THEMATISCHE DEELRAPPORTEN

247

Bijlage 1: Werkuitgangspunten referentie en alternatieven

248

Bijlage 2: Deelrapport verkeer Rivium (alternatieven en VKA)

277

Bijlage 3: Deelrapport geluid Rivium (alternatieven)

278

Bijlage 4: Deelrapport luchtkwaliteit Rivium (alternatieven)

279

Bijlage 5: Deelrapport geur Rivium (alternatieven)

280

Bijlage 6: Deelrapport externe veiligheid Rivium (alternatieven)

281

Bijlage 7: Deelrapport lichthinder Rivium (alternatieven)

282

Bijlage 8: Deelrapport water Rivium (alternatieven)

283

Bijlage 9: Deelrapport bodemkwaliteit Rivium (alternatieven)

284

Bijlage 10: Deelrapport ecologie Rivium (alternatieven)

285

Bijlage 11: Deelrapport Ruimtelijke kwaliteit Rivium (alternatieven)

286

Bijlage 12: Deelonderzoek stikstofdepositie Rivium (alternatieven)

287

Bijlage 13: Onderzoek bezonning en slagschaduw turbine

288

Bijlage 14: Windklimaatonderzoek met behulp van CFD

289

Bijlage 15: Notitie geluidseffecten afscherming wegverkeerslawaai

290

Bijlage 16: Onderzoek geluidreducerende maatregelen tgv wegverkeerslawaai 291 Bijlage 17: Deelrapport wegverkeerslawaai (VKA)

292

Bijlage 18: Deelrapport industrielawaai (VKA)

293

Bijlage 19: Deelrapport luchtkwaliteit (VKA)

294

Bijlage 20: Ecologische voortoets en onderzoeken stikstofdepositie (VKA)

295

Bijlage 21: Deelrapport externe veiligheid (VKA)

296

Bijlage 22: Quickscan ecologie (VKA)

297

Bijlage 23: Analyse horecageluid (VKA)

298

Bijlage 24: Quickscan energievoorziening Rivium

299

10 december 2025

BI9857

v

Projectgerelateerd

Bijlage 25: Onderzoek wind, zon en hittestress (VKA)

300

Bijlage 26: Advies DCMR

301

Bijlage 27: Beoordelingsschalen overige thema’s

302

10 december 2025

BI9857

vi

Projectgerelateerd

DEEL I: SAMENVATTING S.1

Inleiding en achtergrond van het voornemen

Aanleiding Het Rivium stond jarenlang hoog op de lijsten van grootste kantorenleegstand in Nederland. De vraag naar kwalitatief goede woningen in Capelle aan den IJssel liet juist de afgelopen jaren een forse groei zien. De gemeente Capelle aan den IJssel wil het kantorenpark Rivium daarom herontwikkelen naar een gemengd gebied waar gewerkt en gewoond wordt. Om zo te voldoen in de behoefte aan nieuwe woningen en tegelijkertijd de leegstand aan te pakken. De gemeente pakt gelijktijdig met het voornemen om het gebied te herontwikkelen andere urgente opgaven op. Gecombineerd leiden deze opgaven tot de integrale opgave: het herontwikkelen van Rivium om bij te dragen aan de woningbouwopgave én om de kwaliteit en functionaliteit van het gebied te verbeteren. Hierbij worden verduurzaming en duurzame bereikbaarheid gefaciliteerd en wordt werkgelegenheid behouden/ vernieuwd. Om de gebiedsontwikkeling verder te faciliteren, is een Gebiedspaspoort 2.0 vastgesteld op 29 september 2020, met daarin vijf ambities en uitgangspunten voor de herontwikkeling van het gebied. Om te komen tot een verdere uitwerking van deze ambities heeft de gemeente, met inbreng van diverse betrokken partijen, in het gebied de ruimtelijk essentiële zaken per thema verder verfijnd in een Beeldkwaliteitsplan + (2024). Dit zowel op het schaalniveau van het hele gebied als op blokniveau.

Milieueffectrapportage Het huidige omgevingsplan van de gemeente Capelle laat de gebiedstransformatie niet toe. Om de transformatie mogelijk te maken wordt voor het gebied een nieuw omgevingsplan (TAM IMRO) opgesteld. Dit Milieueffectrapport (MER) dient ter ondersteuning van de besluitvorming over het omgevingsplan.

S.2

Voornemen, alternatieven, scenario’s en fasen

Het voornemen volgens het Gebiedspaspoort 2.0 Het Gebiedspaspoort 2.0 is de basis voor het planvoornemen. Het voornemen is om binnen het Rivium circa 5.000 woningen te realiseren met een mix van verschillende type woningen. Ook moet er ruimte gecreëerd worden voor werken. De gebouwen buiten het beoogde werkwoongebied blijven beschikbaar als werklocatie. Daarnaast is het voornemen om nieuwe voorzieningen te realiseren in het Rivium, zoals zorg, onderwijs en sport. Als onderdeel van het voornemen zijn ook diverse mobiliteits- en infrastructurele maatregelen beoogd. Het betreft maatregelen op het gebied van langzaam verkeer (fietsers en voetgangers), openbaar vervoer, autobereikbaarheid en parkeren. Naast deze ontwikkelingen zijn ook maatregelen beoogd op het gebied van recreatie, natuur, klimaat en duurzaamheid. Twee alternatieven In het kader van de dit MER zijn twee alternatieven ontwikkeld. Doel hiervan is het in beeld brengen van de maximale bandbreedte aan milieueffecten om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over de invulling van het gebied. Er is onderscheid gemaakt in een basisalternatief zoals hiervoor beschreven als voornemen, en een plusalternatief. Het basisalternatief en het plusalternatief verschillen van elkaar in het aantal woningen dat voorzien is. In het basisalternatief zijn 5.000 woningen voorzien, in het plusalternatief zijn dat 6.000 woningen.

De uitgangspunten voor de typering van woningen, bouwhoogte, bedrijvigheid, voorzieningen en overige functies zijn in de twee alternatieven gelijk. De alternatieven verschillen wel in bebouwingsdichtheid en in het plusalternatief wordt een kavel extra getransformeerd.

10 december 2025

BI9857

1

Projectgerelateerd

Beschouwing van bouwfasen Het Rivium wordt in twee fasen ontwikkeld, waarbij gestart wordt in 2027 met fase 1. Deze fase wordt direct mogelijk gemaakt in het omgevingsplan. Over fase 2 worden nog geen bindende uitspraken gedaan. Voor dit MER is een kwalitatieve beschouwing uitgevoerd van welke effecten optreden in die fasen. Ook is beschouwd in welke mate de doelen en ambities van de gemeente gerealiseerd worden met slechts delen van het plan, en in welke mate de doelen afhankelijk zijn van (onderdelen van) de laatste fase van de ontwikkeling. Scenario’s en robuustheidsanalyse In dit MER is ook een analyse gedaan van een scenario mobiliteitsstrategie en is een robuustheidsanalyse uitgevoerd. In het scenario mobiliteitstrategie is onderzocht wat er gebeurt als niet alle mobiliteitsmaatregelen worden doorgevoerd of slagen (bijvoorbeeld minder OV gebruik en meer autogebruik). Naast dit scenario is er een robuustheidsanalyse gemaakt naar een derde oeververbinding. In een MIRT studie is een derde oeververbinding over de Nieuwe Maas onderzocht, waarbij gekozen is voor een multimodale brug in het gebied tussen Nesserdijk en Olympiaweg. De impact van deze voorziene derde oeververbinding op het Rivium is beschouwd.

S.3

Aanpak van de mer

Om bij te dragen aan de herontwikkeling van Rivium geeft dit MER inzicht in: • Welke nadelige milieugevolgen op de bestaande omgeving maximaal verwacht kunnen worden (zie beoordeling plusalternatief in hoofdstuk S.4). • Of en hoe er voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woon- en leefmilieu binnen het Rivium gebied, gezien de aanwezige bestaande milieuhinder in de omgeving. Daarbij gaat het ook in op de mogelijkheid om met maatregelen eventuele onacceptabele effecten te mitigeren zodat een uitvoerbaar plan ontstaat. Zo helpt het mer een woon- en leefmilieu te realiseren waarmee aan een (wettelijk) minimum wordt voldaan. Op veel punten streeft de gemeente echter naar een woon- en leefmilieu dat beter scoort dan het wettelijk minimum of naar kwaliteiten waarvoor geen wettelijk minimum geldt. Het MER beschouwt daarom ook hoe en in welke mate een optimaal woon- en leefklimaat realiseerbaar is en hoe de gemeentelijk opgave en ambities verwezenlijkt kunnen worden. Beoordelingskader milieu en doelbereik De milieugevolgen worden daarom allereerst beoordeeld in relatie tot wat in beleid, wet- en regelgeving toelaatbaar of wenselijk is aangemerkt; het milieubeoordelingskader. De mate waarin de herontwikkeling van Rivium ook de opgave en ambities van de gemeente realiseert is als een tweede beoordelingskader in het MER gehanteerd; beoordelingskader doelbereik.

De milieueffecten en het doelbereik zijn beide uitgedrukt met een score uit een vijf puntschaal. Referentiesituatie Om de milieueffecten van de transformatie van Rivium op de bestaande omgeving te bepalen is een vergelijking gemaakt van de toekomstige situatie na transformatie met de toekomstige situatie die ontstaat zonder transformatie (de referentiesituatie). Daarbij is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen binnen en in de buurt van het Rivium. Studiegebied Het studiegebied als geheel bestrijkt een groter gebied dan het plangebied. De exacte omvang en afbakening van het studiegebied hangt echter grotendeels af van thema dat beschouwd wordt; zo is het studiegebied voor het thema bodem logischerwijs vrijwel gelijk met het plangebied, maar bestrijkt het thema verkeer een veel groter studiegebied.

10 december 2025

BI9857

2

Projectgerelateerd

S.4

Milieueffecten alternatieven

In het MER zijn de effecten van het basis- en plusalternatief ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht. Ook is een beoordeling toegekend. Deze is zichtbaar in onderstaande tabel (kolom ‘’basisalternatief’’ en kolom ‘’plusalternatief’’). De tabel wordt gevolgd door een nadere toelichting van de belangrijkste effecten. Onderzoeken in relatie tot de Omgevingswet De onderzoeken geluid, lucht, externe veiligheid en stikstof zoals opgenomen in respectievelijk bijlage 3, 4, 6 en 12 zijn uitgevoerd ten behoeve van de alternatievenafweging in het MER Rivium. Ze zijn opgesteld vóór de inwerktreding van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn regels echter veranderd. In overleg met DCMR is besloten om deze onderzoeken niet met terugwerkende kracht aan te passen, omdat het geen consequenties heeft voor de keuze van het voorkeursalternatief. Dit is nader onderbouwd in het MER. Wel zijn voor al deze thema’s nieuwe (Omgevingswet-proof) onderzoeken opgesteld ten behoeve van het VKA en het omgevingsplan. De onderzoeken zijn tevens toegevoegd aan het MER voor Rivium (zie bijlagen 17, 18, 19, 20 en 21). Ook zijn de resultaten opgenomen in het hoofdstuk VKA van het MER (zie paragraaf 8.1). Tabel 0.1: Overzicht effectscores basisalternatief en plusalternatief

Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Basisalternatief

Plusalternatief

Verkeersafwikkeling

Doorstroming op wegvakken/kruispunten

++

++

Bereikbaarheid

Ontsluitingsstructuur auto, fiets en OV

-

-

Veiligheid en structuur

Verkeersveiligheid en oversteekbaarheid

+

+

Parkeren

Parkeerbalans

-

-

Mobiliteit

Modal split: auto, OV, fiets

++

++

Wegverkeerslawaai

--

--

Industrielawaai: effecten AWZI en andere bedrijvigheid ter plaatse van gevoelige functies

--

--

Cumulatie van geluid (incl. scheepvaartlawaai)

--

--

Gezondheid

Geluidshinder

--

--

Luchtkwaliteit

Maximale concentraties NO2, PM10 en PM2,5

0

0

Gezondheid

WHO-advieswaarden en maximale concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van woningen

0

0

Geur

Geur

Mate van geurbelasting

--

--

Externe veiligheid

Externe veiligheid

Gevolgen voor plaatsgebonden risico (PR)

0

0

Verkeer en parkeren

Geluid

Geluid

Luchtkwaliteit

10 december 2025

BI9857

3

Projectgerelateerd

Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Basisalternatief

Plusalternatief

0

0

Mate van windhinder

-

-

Mate van windgevaar

0

0

Slagschaduw

Mate van slagschaduw op de nieuwe en bestaande woningen

--

--

Bezonning

Mate van bezonning op de nieuwe en bestaande woningen

-

-

Bestaande omwonenden

0

0

Nieuwe bewoners

-

-

Bestaande omwonenden

0

0

Nieuwe bewoners

+

+

Bestaande omwonenden

-

-

Nieuwe bewoners

-

-

Bestaande omwonenden

+

+

Nieuwe bewoners

+

+

Effect op de bestaande bodemkwaliteit en geschiktheid bestaande bodemkwaliteit

0

0

Effect op waterkwaliteit

+

+

Watercompensatieopgave

++

+

Waterveiligheid

-

-

Afvalwater en riolering

0/-

-

Grondwater

+

+

Effect op Natura 2000 gebieden

0

0

Effect op beschermde soorten

-

-

Effect op NNN

0

0

Biodiversiteit

+

+

Mate van beperking energievraag van gebouwen

++

++

Opwek/ toepassing van duurzame energie in gebouwen

+

+

Gevolgen voor groepsrisico (GR) Windhinder- en gevaar

Openbare verlichting

Gebouwhinder

Terrein en gebouwverlichting Lichthinder Voertuigverlichting en verkeerslichten

Reclameverlichting

Bodem en ondergrond

Waterstaat

Ecologie

Duurzaamheid gebied

10 december 2025

Energieneutraal bouwen

BI9857

4

Projectgerelateerd

Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Basisalternatief

Plusalternatief

Mate van wateroverlast

++

+

Mate van voorkomen hitte en droogte

0

0

Overstromingsrisico en bodemdaling

0/-

0/-

Circulair bouwen

Verduurzaming/ hergebruik bestaand vastgoed, hergebruik grondstoffen, toepassing herbruikbare bouwmaterialen

+

+

Landschap

Invloed op landschappelijke waarden

++

++

Cultuurhistorie

Invloed op cultuurhistorische waarden

+

+

Archeologie

Invloed op archeologische waarden

-

-

Ruimtebeslag wonen en werken

++

++

Effect op recreatieve routes

++

++

Gezondheidsbescherming

Gezondheidsklassen voor geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheidsrisico’s

--

--

Gezondheidsbevordering

Kansen voor gezondheidsbevordering; mate waarin openbare ruimte uitnodigt tot en beschikbaar is voor rust, bewegen, recreëren en ontmoeten.

+

+

Geluid

-

-

Trillingen

-

-

Stofhinder

-

-

Bereikbaarheid

-

-

Klimaat bestendigheid

Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtegebruik

Gezondheid

Bouw- en sloopfase

Bouwhinder

Verkeer en parkeren De verkeersafwikkeling na de ontwikkeling van het Rivium is beter ten opzichte van de referentiesituatie. De intensiteiten zijn lager en er zijn minder conflictpunten auto/fiets (score ++). De bereikbaarheid van het zuidelijk deel van het Rivium zal met de auto iets minder goed zijn door de knip (score -). De verkeersveiligheid en oversteekbaarheid zal beter zijn door de knip (score +). Uitgaande van de mobiliteitsstrategie is er geen aanleiding om te veronderstellen dat er parkeerproblemen ontstaan. Wel zal de parkeerdruk waarschijnlijk hoger zijn (score -). De mobiliteit zal meer gericht zijn op het openbaar vervoer en de fiets met een lager gebruik van de auto (score ++). Geluid Door de herontwikkeling van het Rivium wordt voor wegverkeerlawaai niet voldaan aan de wettelijke grenswaarden en gemeentelijk geluidbeleid (score - -). Er zijn overschrijdingen van de voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde zoals deze golden vóór de inwerktreding van de Omgevingswet. De geluiduitstraling van de inrichting AWZI vormt geen knelpunt voor de geplande woningbouw. Ook de

10 december 2025

BI9857

5

Projectgerelateerd

geluidbelasting vanwege industrieterrein Stormpolder inclusief de aanwezige betoncentrale is inpasbaar. De windturbine vormt wel een knelpunt voor de woningbouwontwikkeling. Bij een deel van de nieuwbouw is door de windturbine sprake van overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde en/of de norm voor de windturbine (score - - voor industrielawaai). De geluidbelasting is ook in cumulatie bekeken. De maximaal berekende waarden per bouwvlak zijn 67 tot en met 71 dB (score - -). Naast wettelijke normen voor geluid zijn er ook WHO-advieswaarden voor hinder en slaapverstoring. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer is maximaal 70 dB ter hoogte van de nieuwbouw. Dit is een forse overschrijding van de WHO-advieswaarden voor hinder (53 Lden) en slaapverstoring (45 Lnight). De geluidimmissie ten gevolge van de windturbine (industrielawaai) is maximaal ca. 50 dB Lden ter hoogte van de nieuwbouw. Dit is een overschrijding van de WHO-advieswaarden voor hinder (45 Lden). Er is een score van - - toegekend voor gezondheid gerelateerd aan geluidshinder. Luchtkwaliteit De jaargemiddelde concentraties liggen in beide alternatieven en beide scenario’s onder de 2005-WHOadvieswaarde. Dit betekent dat het gebied voldoet aan het landelijke streven om de WHO-advieswaarden van 2005 in 2030 te behalen. Het plan voldoet daarmee ook aan de wettelijke grenswaarden (score 0).

Geur Als de geursituatie wordt beoordeeld volgens artikel 2.1 van de vergunning is woningbouw niet mogelijk in delen van het Rivium (score - -) als gevolg van de aanwezige Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). Om het gebied toch te kunnen ontwikkelen zijn aanvullende maatregelen nodig, welke zijn geborgd in het VKA (zie S.7). Externe veiligheid Het criterium plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen (score 0). Het groepsrisico blijft gelijk voor de verschillende risicobronnen (score 0). Voor de N210 ligt deze boven de oriëntatiewaarde. Gebouwhinder Rond de geplande nieuwbouw is op basis van de uitgangspunten die gehanteerd waren in het onderzoek van Peutz op de meeste plaatsen een gunstig windklimaat te verwachten. Dicht bij de rivier is door de aanwezigheid van open water een matig windklimaat voor doorlopen te verwachten (score – voor mate van windhinder). Er is in het hele gebied geen overschrijding van het criterium voor windgevaar te verwachten en er is alleen op kleine schaal een beperkt risico op windgevaar (score 0). In een groot deel van het gebied is er zonder stilstandregeling meer hinder door slagschaduw dan volgens de norm toegestaan (score - -). Met de stilstandregeling (zoals gebruikt) voldoet een groot deel van de gevels ten noorden van de Rivium 3e straat aan de gestelde norm.

Ten zuiden van de straat heeft de regeling weinig tot geen invloed. De hinder vindt hier plaats in de zomerperiode na werktijd. Ten aanzien van bezonning blijven ook na realisatie van de plannen alle bestaande woningen rond het plan aan de lichte TNO-norm voldoen. Aan de ambities en uitgangspunten uit het Gebiedspaspoort 2.0 wordt niet op alle plekken in het Rivium voldaan (score -). Voor de huidige omwonenden verandert er weinig ten aanzien van lichthinder door openbare verlichting en terrein- en gebouwverlichting (score 0). Bestaande omwonenden ondervinden mogelijk wel meer lichthinder door verkeerslichten (score -). Door het nieuwe voorziene gebruik neemt de lichthinder door openbare verlichting en voertuigverlichting en verkeerslichten op nieuwe bewoners toe (score -). De terrein en gebouwverlichting neemt af, door het verdwijnen van kantoorpanden (score +). Omdat de verhouding woongebieden ten opzichte van bedrijventerreinen en kantoren toeneemt is het de verwachting dat het aantal verlichte reclame-uitingen af zal nemen (score +).

10 december 2025

BI9857

6

Projectgerelateerd

Bodem en ondergrond De activiteiten die horen bij een (her)ontwikkeling van een gebied, zoals grondverzet en bouwactiviteiten, zijn niet bodembedreigend. Bij lokaal grondverzet blijft het grootste deel van alle grond in hetzelfde gebied waardoor er netto geen/beperkte verontreiniging in of uit het gebied gaat. Eventuele grond die wordt aangevoerd moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse ‘voldoet aan achtergrondwaarde’. Bij zowel lokaal grondverzet als bij de aanvoer van grond komt geen (nieuwe) verontreiniging in de bodem terecht (score 0). Waterstaat De transformatie van het Rivium heeft voor water grotendeels een positief effect door vergroening van het plangebied en afname van de hoeveelheid afstromend (vervuild) hemelwater (score +). Alleen voor de onderdelen waterveiligheid en afvalwater en riolering heeft de transformatie een negatief effect (score -). Dit wordt met name ingegeven doordat er werken plaatsvinden op of nabij een waterkering, waardoor goed moet worden onderbouwd of de waterveiligheid gewaarborgd kan worden. Daarnaast betekent een transformatie van werken naar wonen (en bedrijven) een toename van afvalwater naar de AWZI. Ecologie Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat er voor beide alternatieven geen sprake is van significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden.

Dit is ook geconcludeerd voor het VKA op basis van een voortoets (zie paragraaf 8.1.9 en bijlage 20), ook in cumulatie met andere projecten. De afstand van de Natura 2000-gebieden tot het plangebied is dusdanig groot (> 9 km) dat voor de overige storingsfactoren op voorhand kan worden uitgesloten dat deze zullen optreden (score 0). Het plangebied voorziet in leefgebied voor verschillende beschermde grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, broedvogels en amfibieën. Dit gaat deels door het voornemen verloren (score -). Op delen wordt er echter ook nieuwe natuur gerealiseerd waardoor er nieuwe kansen liggen voor beschermde soorten. Naar verwachting geldt dit vooral voor meer algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën en algemene broedvogels. Met name voor vleermuizen leidt het voornemen mogelijk tot negatieve effecten, daar zullen dan mitigerende maatregelen voor getroffen moeten worden. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zijn uitgesloten (score 0). Door het realiseren van nieuwe natuur liggen er ook kansen voor niet beschermde plant- en diersoorten (biodiversiteit) (score +). Negatieve effecten op het NNN als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zijn uitgesloten.

Duurzaamheid gebied Uitgaande van de wettelijke eisen en de eisen die gesteld zijn in het Gebiedspaspoort 2.0 rondom het beperken van de energievraag van gebouwen en het toepassen van duurzame energie is er sprake van een positief effect voor energieneutraal bouwen (score +). Door het groene raamwerk in het planvoornemen wordt voorzien in ruimte voor waterberging. De mogelijkheden voor het vasthouden en bergen van water nemen daarom toe. Het verkoelend effect van groen neemt naar verwachting toe doordat groen wordt toegevoegd. Het stedelijk hitte eiland effect zal als gevolg van het plan toenemen, omdat de bouwmassa toeneemt. Van overstromingsrisico of bodemdaling is geen tot amper sprake. Met de eis in het Gebiedspaspoort 2.0 om een minimale GPR-score van 8 te halen (en minimaal een 7 per onderdeel) wordt een invulling gegeven aan circulair bouwen. Ruimtelijke kwaliteit Het voornemen bevordert de landschappelijke waarden van het Rivium, door onder andere de realisatie van groene verbindingen (score ++). De aanwezige cultuurhistorische waardevolle lijn elementen blijven behouden in de herontwikkeling. De belevingswaarde van de ensembles wordt verhoogd door toevoeging van een recreatieve route in het noordelijk deel van het plangebied (score + cultuurhistorie). In het gehele plangebied kunnen bewoningssporen uit de prehistorie, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe

10 december 2025

BI9857

7

Projectgerelateerd

tijd voorkomen. Naar verwachting vinden er in beperkte mate ingrepen plaats in grond met archeologische verwachtingswaarden (score -). Ingrepen betreffen voornamelijk het plaatsen van funderingen en heiwerkzaamheden. In Rivium wordt ingezet op een programmatische mix van wonen en werken op verschillende schaalniveaus. Dit is positief voor de woon- en werkfunctie van het gebied (++). De recreatieve mogelijkheden worden door structuuringreep bevorderd (score ++). Gezondheid Ten aanzien van gezondheidsbescherming wordt (volgens de GES-scores) zeer matig gescoord (score - ). Al met al leidt het plan wel tot een leefomgeving die meer gezond gedrag kan stimuleren en buitenruimte heeft waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten (score + gezondheidsbevordering). Effecten bouw- en sloopfase Door bouwwerkzaamheden kan geluidhinder optreden (score -). Vanwege bouwlawaai is mogelijk een ontheffing Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) noodzakelijk. Bouwwerkzaamheden en af- en aanvoer van materieel en materiaal kan ook trillingen en stofhinder veroorzaken. Trillingen kunnen schade veroorzaken aan omliggende bebouwing. Stofhinder kan leiden tot hinder in de leef- en woonomgeving. Door werkzaamheden zijn regelmatig verbindingen tijdelijk geblokkeerd en/of worden tijdelijke routes aangelegd. Daarom neemt de bereikbaarheid mogelijk tijdelijk af (score -).

Beschouwing fasering Het Rivium wordt in twee fasen ontwikkeld. Er is een kwalitatieve beschouwing uitgevoerd van de effecten die optreden als slechts een deel van het plan (niet alle fasen) ontwikkeld worden. Door werkzaamheden zijn regelmatig verbindingen tijdelijk geblokkeerd en/of zijn er tijdelijke routes aangelegd. Hierdoor neemt de bereikbaarheid van de auto en de fiets en neemt de veiligheid af. Voor wegverkeerslawaai is het van belang dat rekening wordt gehouden met de eventuele afschermende werking van gebouwen die later gerealiseerd worden zodat de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, gerealiseerd in de eerdere fasen, niet lang aan hogere geluidbelastingen worden blootgesteld. Bij het gefaseerd uitvoeren van het gebied zullen er gedurende langere tijd bouwplaatsen zijn die mogelijk verlicht worden, waardoor de kans op lichthinder toeneemt. In langdurige bouw- en sloopfases kan door verwaaiing en door ingrepen aan het watersysteem of nabij het watersysteem een tijdelijke vermindering van de waterkwaliteit optreden. In fase 1 moet aandacht zijn voor de zogenoemde waterboekhouding. Dit houdt in dat er niet eerst tijdelijk een toename in het verhard oppervlak plaatsvindt en pas daarna een afname.

Beschouwing scenario’s In dit MER is een scenario ‘niet werkende mobiliteitsstrategie’ beoordeeld en is een robuustheidsanalyse in relatie tot de derde oeververbinding uitgevoerd. Scenario mobiliteitsstrategie: wat als de mobiliteitsmaatregelen niet (volledig) werkzaam zijn? Het scenario mobiliteitsstrategie: wat als de mobiliteitsmaatregelen niet (volledig) werkzaam zijn? Heeft hoofdzakelijk consequenties voor de thema’s verkeer en parkeren, lichtkwaliteit, lichthinder en gezondheidsbescherming. Wanneer de mobiliteitsmaatregelen niet (volledig) werkzaam zijn dan neemt het autoverkeer (en\of het fietsverkeer) in het Rivium toe. De verkeersafwikkeling blijft voldoende. Er is wel meer behoefte aan parkeerplaatsen en daardoor zoekverkeer naar parkeerplaatsen. Dit komt de verkeersveiligheid niet ten goede. In dit scenario is de kans groot dat werknemers en/of bewoners in omliggende buurten gaan parkeren, waardoor de parkeerdruk hier ook groter wordt. Extra autoverkeer zorgt voor een minimaal verschil in geluidbelasting (0-1 dB extra) ten opzichte van de alternatieven. Ook is er sprake van een 0,1 µg/m³ hogere NO2-

10 december 2025

BI9857

8

Projectgerelateerd

concentratie ten opzichte van de referentiesituatie. Deze concentratie blijft ruim onder de wettelijke grenswaarde. Daardoor zou volgens de NEN 13201 het vereiste lichtniveau (van openbare verlichting) hoger kunnen uitvallen. Dit kan meer lichthinder veroorzaken. En met een hogere verkeersintensiteit is er ook frequenter sprake van lichthinder door autokoplampen. Wanneer er meer mensen gebruik maken van de auto heeft dit een matigend effect op de algehele verblijfskwaliteit in het gebied waardoor de openbare ruimte minder uitnodigend wordt om buiten te verblijven of te voet of per fiets te gaan. De scenario-analyse waarin het mobiliteitspakket niet volledig werkt leidt niet tot dermate andere effecten dat bijstelling van het plan voor het voorkeursalternatief noodzakelijk is. Robuustheidsanalyse: Als er een derde oeververbinding in Rotterdam komt Het effect van de derde oeververbinding is voor de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling positief. Het aandeel openbaar vervoer en fiets zal toenemen. Met name de verbinding naar Rotterdam Zuid zal sterk verbeteren met het openbaar vervoer. Ook met de auto en de fiets is de route korter en sneller als dit gefaciliteerd wordt. Het besluit om in de Algeracorridor de Algerabrug/Ketensedijk af te koppelen heeft als gevolg dat er minder verkeer gebruik zal maken van de Rivium Promenade en Toepad 1.

Dat betekent dus minder verkeersdruk op zuidelijke uitgang van het Rivium. De Abram van Rijckevorselweg aan de noordkant van het Rivium wordt drukker door de maatregelen aan de Algeracorridor en dit kan negatieve invloed hebben op de verkeersafwikkeling.

S.5 Doelbereik Uit de beoordeling van de alternatieven op doelbereik komt naar voren dat het plan op de meeste punten voldoende tot goed bijdraagt aan de ambities die de gemeente zichzelf stelt. Op een enkel doel lijkt het behalen van de ambitie vooralsnog niet verzekerd. Verder valt op dat de verschillen tussen het basisalternatief en plusalternatief beperkt zijn. Onderstaand overzicht toont allereerst de doelscores van de alternatieven op alle doelstellingen. Tabel 0.2: Beoordeling doelbereik

Basisalternatief

Plusalternatief

Bouw- en sloopfase/ gedeeltelijke transformatie

Woningbouwopgave

Voldoende doelbijdrage

Goede doelbijdrage

Onvoldoende doelbijdrage

Bedrijvigheid

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Voorzieningen

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Aantrekkelijk hoogstedelijk gebied

Goede doelbijdrage

Goede doelbijdrage

Onvoldoende doelbijdrage

Aanvaardbaar leefklimaat

Onvoldoende doelbijdrage

Onvoldoende doelbijdrage

Onvoldoende doelbijdrage

Verduurzaming gebouwde omgeving

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Onvoldoende doelbijdrage

Doel

1

Inmiddels is definitief besloten om de Algerabrug/Ketensedijk af te koppelen. In het geluidsonderzoek en onderzoek stikstofdepositie die zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan (bijlage 16 en 17) is dit meegenomen in de verkeerscijfers. Het MER en het geluidsonderzoek ten behoeve van het MER is niet herijkt op basis van deze nieuwe informatie.

10 december 2025

BI9857

9

Projectgerelateerd

Verduurzaming mobiliteit

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Voldoende doelbijdrage

Woningbouwopgave Vanwege het omvangrijkere woningbouwprogramma voldoet het plusalternatief extra goed aan de doelstelling van de gemeente. Vanzelfsprekend wordt tijdens de bouw- en sloopfase nog niet voldaan aan de minimale doelen van de gemeente. Bedrijvigheid Vanwege het huidige overschot aan ruimte voor bedrijven en het behoud van bedrijfsruimte gericht op de marktvraag wordt in alle situaties voldaan de doelstelling van de gemeente voor bedrijvigheid. Voorzieningen De doelstelling voor het aanbod van voorzieningen is omgezet tot randvoorwaarden om kavels te mogen herontwikkelingen. In alle situaties wordt daardoor voldaan aan deze doelstelling. Aantrekkelijk hoogstedelijk gebied Als Rivium is geheel herontwikkeld wordt ruime voldaan aan de doelstelling om een aantrekkelijk hoogstedelijk gebied te realiseren. Dit is nog onvoldoende het geval in de bouw- en sloopfasen. Aanvaardbaar leefklimaat Vanwege de hoge geluidbelasting en geurhinder wordt (nog) onvoldoende een aanvaardbaar leefklimaat gerealiseerd. Dit geldt voor alle situaties. Verduurzaming gebouwde omgeving Het herontwikkelen van Rivium leidt tot een impuls voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Dit geldt in gelijke mate voor het plusalternatief als het basisalternatief. Vanzelfsprekend wordt deze impuls nog niet bereikt tijdens de bouw/ transformatiefase.

Verduurzaming mobiliteit Door het pakket van mobiliteitsmaatregelen vanaf de eerste fase uit te voeren kan direct een verduurzaming van de mobiliteit gerealiseerd worden. De alternatieven zijn daarin niet onderscheidend.

S.6 Het voorkeursalternatief Proces om te komen tot een voorkeursalternatief Om te komen tot een voorkeursalternatief dat verankerd kan worden in het omgevingsplan is als eerste stap een MER 1.0 opgesteld. In het MER 1.0 is vanuit de beoordeling van een basis en plusalternatief toegewerkt naar een aanzet voor het voorkeursalternatief. Het MER 1.0 betrof een tussenversie dat gebaseerd was op het Gebiedspaspoort 2.0. Voor de effectbeoordeling was uitgegaan van de uiterste bouwgrenzen. In het MER 1.0 waren voorstellen gedaan voor (noodzakelijke) mitigerende maatregelen en aanbevelingen gedaan voor het optimaliseren van de stedenbouwkundige uitwerkingen. Het MER 1.0 is door de gemeente Capelle aan den IJssel gebruikt om keuzes te maken over de invulling van het gebied en te nemen maatregelen. In het MER 2.0 is vervolgens een verder uitgewerkte versie van het plan onderzocht, maar dit was nog geen definitief vast te leggen voorkeursalternatief inclusief te nemen maatregelen. In de voorliggende, derde versie van het MER (MER 3.0) is het onderzoek aangepast en geactualiseerd op basis van de nieuw ingevoerde Omgevingswet (januari 2024) en is het VKA bepaald. Daarnaast zijn de aandachtspunten van de wijkraad en de KBG, alsmede de adviezen uit het vooroverleg verwerkt. 10 december 2025

BI9857

10

Projectgerelateerd

Om te komen tot het voorkeursalternatief is eerst een keuze gemaakt in programma op basis van de uitkomsten van de analyses van het basisalternatief en het plusalternatief. Vervolgens is bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn om tot een haalbaar plan te komen. Als laatste is bepaald welke maatregelen wenselijk zijn om het plan verder te optimaliseren. Milieueffecten per beoordelingscriteria Uit de beoordeling van de alternatieven op milieueffecten komt naar voren dat het plan op een aantal punten (zeer) positief scoort, maar ook (zeer) negatief (zie S.4). Ook komt naar voren dat de verschillen tussen de effecten van het basisalternatief en plusalternatief erg klein zijn. In tabel 0.1 zijn de effectscores van de alternatieven op alle beoordelingsaspecten weergegeven. Programmakeuze Uit de milieueffectbeoordelingen blijkt dat er nauwelijks verschillen te verwachten zijn in de effecten van het basisalternatief met 5.000 woningen en het plusalternatief met 6.000 woningen. Vanzelfsprekend kan met het grotere woningbouwprogramma een groter deel van de (regionale) woningbouwopgave worden gerealiseerd, zo blijkt ook uit de beoordeling op doelbereik. Gelet op de grote en urgente vraag naar woningen wordt gekozen voor 5.500 woningen. Naast de woningbouw worden bedrijven en bijbehorende (commerciële) voorzieningen mogelijk gemaakt.

Afweging noodzakelijke aanpassingen en wenselijke maatregelen Uit de effectbeoordelingen komt naar voren dat om tot een uitvoerbaar plan te komen op sommige punten mitigerende aanpassingen of maatregelen nodig zijn om te grote negatieve effecten te verzachten tot een acceptabel niveau. Dat kan zijn omdat wet- en regelgeving dat voorschrijft, maar ook omdat er anders geen goed functionerend gebied ontstaat. Naast de noodzakelijke maatregelen zijn er ook maatregelen waarover meer afwegingsruimte bestaat. Deze maatregelen kunnen vanuit veiligheid, een goede ruimtelijke ordening, milieuoogpunt of de ambities van het plan wenselijk zijn. Deze noodzakelijke en wenselijke maatregelen zijn opgenomen in tabel 0.4. Beoordeling voorkeursalternatief De beoordeling van het definitieve voorkeursalternatief, zoals dat ook planologisch verankerd wordt in het omgevingsplan, is weergegeven in tabel 0.3. Bij de beoordeling van het VKA is rekening gehouden met de maatregelen zoals deze als onderdeel zijn gemaakt van het VKA (zie tabel 0.4). In het MER is een onderbouwing van de beoordeling opgenomen. In de tabel is zichtbaar dat de optimalisaties voor veel aspecten leiden tot een positievere beoordeling ten opzichte van de beoordeling van de alternatieven. Voor geluid blijft wel sprake van een negatieve score, omdat het stedenbouwkundige plan op hoofdlijnen overeind is gehouden.

Dit is gedaan omdat anders het woningbouwprogramma niet gehaald wordt, waarmee ook de uitvoerbaarheid van het plan in het geding komt. Er is sprake van een grote behoefte aan woningen en het ontbreekt aan alternatieve locaties in Capelle aan den IJssel.

10 december 2025

BI9857

11

Projectgerelateerd

Tabel 0-3 Beoordeling voorkeursalternatief

Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Verkeersafwikkeling

Doorstroming op wegvakken/kruispunten

0

Bereikbaarheid

Ontsluitingsstructuur auto, fiets en OV

0

Veiligheid en structuur

Verkeersveiligheid en oversteekbaarheid

+

Parkeren

Parkeerbalans

-

Mobiliteit

Modal split: auto, OV, fiets

++

Wegverkeerslawaai

--

Industrielawaai: effecten RWZI en andere bedrijvigheid ter plaatse van gevoelige functies

--

Cumulatie van geluid (incl. scheepvaartlawaai)

--

Gezondheid

Hinder en slaapverstoring

--

Luchtkwaliteit

Maximale concentraties NO2, PM10 en PM2,5

0

Gezondheid

WHO-advieswaarden en maximale concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van woningen

-

Geur

Geur

Mate van geurbelasting

-

Externe veiligheid

Externe veiligheid

Gevolgen voor plaatsgebonden risico (PR)

0

Aandachtsgebieden*

-

Gevolgen voor groepsrisico (GR)

0

Mate van windhinder

-

Mate van windgevaar

0

Slagschaduw

Mate van slagschaduw op de nieuwe en bestaande woningen

0

Bezonning

Mate van bezonning op de nieuwe en bestaande woningen

-

Verkeer en parkeren

Geluid

Luchtkwaliteit

Geluid

Windhinder- en gevaar

Bestaande omwonenden

0

Nieuwe bewoners

-

Terrein en gebouwverlichting

Bestaande omwonenden

0

Nieuwe bewoners

+

Voertuig-verlichting en verkeerslichten

Bestaande omwonenden

-

Nieuwe bewoners

-

Bestaande omwonenden

+

Nieuwe bewoners

+

Openbare verlichting

Gebouwhinder

Lichthinder

Beoordeling VKA

Reclameverlichting Bodem en ondergrond

Effect op de bestaande bodemkwaliteit en geschiktheid bestaande bodemkwaliteit

0

Waterstaat

Effect op waterkwaliteit

+

10 december 2025

BI9857

12

Projectgerelateerd

Thema

Aspect

+

Waterveiligheid

-

Afvalwater en riolering

-

Grondwater

+

Effect op Natura 2000 gebieden

0

Effect op beschermde soorten

-

Effect op NNN

0

Biodiversiteit

+

Mate van beperking energievraag van gebouwen

++

Opwek/ toepassing van duurzame energie in gebouwen

+

Mate van wateroverlast

+

Mate van voorkomen hitte en droogte

0

Overstromingsrisico en bodemdaling

0/-

Circulair bouwen

Verduurzaming/ hergebruik bestaand vastgoed, hergebruik grondstoffen, toepassing herbruikbare bouwmaterialen

+

Landschap

Invloed op landschappelijke waarden

++

Cultuurhistorie

Invloed op cultuurhistorische waarden

+

Archeologie

Invloed op archeologische waarden

-

Ruimtebeslag wonen en werken

++

Effect op recreatieve routes

++

Rookvrije omgeving

0

Aantrekkelijke plekken

++

Gezond gewicht

+

Verkeer en industriële activiteiten

-

Fiets- en OV-verbindingen

+

Binnenklimaat

-

Prettig wonen

-

Geschikte woningen

0

Geluid

-

Trillingen

-

Stofhinder

-

Bereikbaarheid

-

Energie-neutraal bouwen

Ruimtelijke kwaliteit

Klimaatbestendigheid

Ruimtegebruik

Gezondheid

Bouw- en sloopfase

*

Beoordeling VKA

Watercompensatieopgave

Ecologie

Duurzaamh eid gebied

Beoordelingscriteria

Gezondheid

Bouwhinder

Onder de Omgevingswet dient voor externe veiligheid ook getoetst te worden aan aandachtsgebieden. Binnen aandachtgebieden moet er extra aandacht zijn voor de bescherming van personen binnenshuis. Er zijn drie soorten aandachtsgebieden (brand, explosie en giswolk).

10 december 2025

BI9857

13

Projectgerelateerd

S.7

Conclusies, advies besluitvorming en vervolg

Noodzakelijke en wenselijke maatregelen Naar aanleiding van de effectbeoordelingen voor de transformatie van het Rivium in dit MER worden diverse maatregelen getroffen. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. Er is onderscheid in maatregelen die noodzakelijk zijn om tot een uitvoerbaar plan te komen en wenselijke maatregelen. In de tabel is tevens aangegeven hoe deze maatregelen worden geborgd. Tabel 0.4 Overzicht adviezen en mitigerende maatregelen als onderdeel van het VKA

Thema

Advies MER 3.0

Maatregelen als onderdeel van het VKA

Borging

Ongelijkvloerse kruising van de ParkShuttle met de Rivium 1e Straat.

Omgevingsplan

50 km/u (i.p.v. 70 km/u) vanaf Kralingseplein tot Capelseplein.

Verkeersbesluit

30 km/u (i.p.v. 50 k/m u) in Rivium 1e straat

Verkeersbesluit

Geen woningen westelijke bouwlijn ter hoogte van geluidbelast gebied.

Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplanplus

Noodzakelijke maatregelen Verkeer

Geluid (wegverkeer slawaai)

Een ongelijkvloerse kruising van de ParkShuttle met de Rivium 1e Straat is wenselijk om te zorgen voor een betere verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en oversteekbaarheid.

Op veel plaatsen is sprake van overschrijdingen van de wettelijke standaardwaarde en wettelijke grenswaarden. Het is daarmee noodzakelijk om onderzoek te doen naar mitigerende maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren.

(Gebouw)maatregelen voortvloeiend uit het afwegingskader hogere grenswaarden procedure Wet geluidhinder van de gemeente Capelle aan den IJssel (2011), zoals het realiseren van geluidluwe gevels, geluidluwe buitenruimtes, akoestisch optimale indeling om zo een gezond woon- en leefklimaat te kunnen realiseren. Dit dient bij concretisering van het plan verder onderzocht te worden (ihkv omgevingsvergunningen). In het akoestisch onderzoek ten behoeve van het omgevingsplan is uitgegaan van een toetsing op de grenzen van het bouwvlak. De belangrijkste voorwaarden zijn opgenomen: • Iedere woning moet over een geluidluwe gevel/ zijde beschikken, waar het geluid voldoet aan de standaardwaarde van alle geluidbronsoorten. Om geluidhinder en slaapverstoring te voorkomen is het zeer wenselijk dat geluidgevoelige ruimten, zoals woon- en slaapkamers, aan de geluidluwe zijde worden gesitueerd. • Als een woning over een buitenruimte beschikt (tuin, terras, balkon) dan is deze bij voorkeur gesitueerd aan de geluidluwe zijde. Het geluid in de buitenruimte mag de standaardwaarde met hooguit 5 dB overschrijden.

Omgevingsplan, daarna via omgevingsvergunning

De volgende aandachtspunten zijn ook meegenomen in de planregels:

10 december 2025

BI9857

14

Projectgerelateerd

Thema

Advies MER 3.0

Maatregelen als onderdeel van het VKA •

•

•

•

Geur

10 december 2025

Om geluidhinder en slaapverstoring te voorkomen is het zeer wenselijk dat geluidgevoelige ruimten, zoals woon- en slaapkamers, aan de geluidluwe zijde worden gesitueerd. Let erop dat in- en uitritten van parkeergarages de geluidluwe gevel niet verstoren. Situeer de in- en uitritten daarom niet aan de geluidluwe zijde van de gebouwen. Beperk de factoren die het positieve effect van een geluidluwe zijde teniet kunnen doen, zoals geluid van andere bronnen dan verkeer (airco’s, warmtepompen, laden en lossen vrachtwagens, horeca.). Bij de verdere planuitwerking moet ook het gezamenlijke geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen worden bepaald. Gelet op de mate waarin de wettelijke standaardwaarde wordt overschreden, zullen extra geluidwerende maatregelen aan de gevel nodig zijn om te voldoen aan de vereiste binnenwaarde van 33 dB. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp voor kavel 1, 5, 7, 8 en 9 moet het gezamenlijke geluid nog worden bepaald op de gebouwgevels. Voor de gebouwen in kavel 2, 3, 4, 6 en 11 is een herberekening van het gezamenlijke geluid nodig als er nog aanpassingen aan de gebouwen worden doorgevoerd. Ook zijn herberekeningen nodig als de gebouwen in de overige kavels door afscherming of reflectie van geluid het gezamenlijke geluid beïnvloeden.

Maatregelen vanwege Industrieterrein Stormpolder voortvloeiend uit het afwegingskader hogere grenswaarden procedure Wet geluidhinder van de gemeente Capelle aan den IJssel (2011). Het jaargemiddelde beoordelingsniveau Lden en Lnight ten gevolge van de windturbine op de toetspunten bij de bouwvlaken voldoen op enkele toetspunten niet aan de standaardwaarde van respectievelijk 47 dB(A) en 41 dB(A). Hiervoor moeten maatregelen getroffen worden om aan het wettelijke binnenniveau qua geluidsbelasting te kunnen voldoen.

Geluid (Industrielawaai)

Om woningbouw in het voorkeursalternatief in de omgeving van de afvalwaterzuiveringsinstallatie mogelijk te maken moeten maatregelen genomen waarmee de geuremissie van de

Borging

Technische maatregelen AWZI om geurhinder terug te brengen: • Beluchtingscircuit voorzien van afdekking en afzuiging. • Aanpassen luchtbehandeling. • Realiseren slibverladingshal

Omgevingsplan, daarna via omgevingsvergunning. Afspraken met eigenaar windturbine (HVC) vastleggen. Vergunning windturbine.

Aangepaste vergunning AWZI (juridische uitwerking in de SOK)

BI9857

15

Projectgerelateerd

Thema

Advies MER 3.0 afvalwaterzuivering voldoende gereduceerd wordt.

Slagschaduw

De windturbine veroorzaakt meer slagschaduw op de nieuw te bouwen woningen dan toegestaan. Er zijn maatregelen noodzakelijk.

Maatregelen als onderdeel van het VKA

Borging

Geen geurgevoelige objecten westelijke bouwlijn (zie blauw gebied in figuur 7.11)

Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplanplus

Mechanische luchtinstallaties binnen 100 m (zie geel gebied in figuur 7.11)

Omgevingsplan en beeldkwaliteitsplanplus

Inspanningsverplichting gemeente Capelle aan de IJssel en HHSK rondom communicatie met betrekking tot geur naar bewoners. De gemeente spant zich o.a. maximaal in voor een kwalitatief leefmilieu, borgt de juiste communicatie richting bewoners, nodigt nieuwkomers uit om kennis te maken met de AWZI en monitort eventuele klachten en behandeld deze conform een maatwerkprotocol.

Overeenkomst HHSK en gemeente

Aangepaste stilstandvoorziening naar 0 uren hinder. Hiervoor is een overeenkomst gesloten in 2025 tussen de exploitant van de windturbine (HVC) en de gemeente Capelle aan den IJssel.

Vergunning windturbine

Wenselijke maatregelen

Verkeer

Windhinder

10 december 2025

De aanbeveling ten aanzien van ‘’veiligheid en structuur’’ is om de bouwblokken 3 en 4 zo min mogelijk te ontsluiten via de Rivium 2ste Straat. Met deze maatregel scoort de veiligheid en structuur voor het basisalternatief en het plusalternatief zeer positief.

De bouwblokken 3 en 4 worden zo min mogelijk ontsloten via de Rivium 2de Straat door middel van een gebiedsontsluitingsweg die daarop is ingericht.

Indien parkeeroverlast ontstaat in naburige wijken zijn hier maatregelen denkbaar als het invoeren van een parkeerregime (vergunninghouders of betaald parkeren).

wordt opgenomen in een monitoringsplan.

Er wordt niet voldaan aan de ambities die gesteld zijn aan windhinder zoals gesteld in Gebiedspaspoort 2.0. In het deel van Rivium ten noorden van de Rivium Promenade komt voor lopen de beoordeling matig voor, waarmee niet het gehele gebied aan de ambities voldoet.

Voor het voorkeursalternatief wordt vastgehouden aan de huidige planopzet, ondanks dat niet overal wordt voldaan aan de eigen ambities van de gemeente. Voor windhinder geldt geen harde regelgeving. Volledig vasthouden aan de ambities betekent dat het woningbouwprogramma niet wordt gehaald, waardoor de uitvoerbaarheid van het plan in het geding komt

Geadviseerde maatregelen: • bijstellen van eigen ambities voor windhinder voor specifieke locaties (ter plaatse van matig windklimaat voor lopen ten noorden van Rivium Promenade) • aanvullende verplichting om windgevoelige functies met

Verkeersbesluit

Het monitoren van verkeerskundige effecten

Wel is in het plan een ontwerp- en onderzoeksopgave verplicht gesteld om windhinder en -gevaar te voorkomen in de gehele toegankelijke buitenruimte (op maaiveld en 2e maaiveld); met deze verplichte opgave moet zoveel mogelijk worden gezorgd voor een voor het windklimaat gunstige plaatsing en

Omgevingsplan, beeldkwaliteitsplanplus en AO

BI9857

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080071/3