08.03 - Beleidskader armoede en schulden 2021 2024
Tekst van het document
Beleidskader aanpak armoede en schulden CONCEPT Doen wat werkt versie 31 mei 2021
0
Voorwoord van wethouder Harriët Westerdijk Zonder geldzorgen Capellenaren zonder geldzorgen. Daar streven we naar met onze aanpak van armoede- en schuldenproblematiek. Een belangrijk onderwerp, omdat veel mensen -ook in Capelle- dagelijks zorgen hebben over hoe ze moeten rondkomen. Steeds meer is daarbij het besef dat armoede en schulden iedereen kan overkomen. Vaak door pech in het leven, zoals ziekte, werkloosheid of een scheiding. We weten ook steeds beter waarom het voor deze mensen meestal lastig is het probleem aan te pakken. De stress als gevolg van de geldzorgen houdt mensen gevangen in hun hoofd en beperkt het vermogen om te denken en actie te ondernemen. Het gevolg is nog meer onzekerheid, het gevoel niet mee te tellen en een gebrek in geloof in eigen kunnen. Natuurlijk, er zijn al eeuwenlang mensen met weinig financiële middelen en dat zal ook voorlopig nog wel blijven. Maar dit neemt niet weg dat we deze Capellenaren kansen en uitzicht moeten bieden op een toekomst zonder geldzorgen. Dit vraagt gezamenlijke inspanningen van de gemeente, onze maatschappelijke partners én van deze Capellenaren zelf. Ingewikkeld probleem met grote gevolgen De aanpak van armoede en schulden is een flinke opgave, omdat het een omvangrijk, ingewikkeld en lastig op te lossen vraagstuk is. ‘Armoede en schulden’ is meer dan een kwestie van geld.
Het hangt samen met zaken als gezondheid en leefstijl, opleiding, werk(loosheid), woonsituatie, sociale contacten en veiligheid. Oorzaken en gevolgen zijn divers en met elkaar verweven. Zo vergroten werkloosheid, beperkte educatie en gezondheidsachterstanden de kans op financiële problematiek. En het werkt ook andersom. Met als gevolg minder participatie, minder goede gezondheid, minder zelfredzaamheid, sociale uitsluiting en uiteindelijk gebrek aan een zicht op beter. Dit raakt niet alleen de mensen zelf, maar ook de samenleving als geheel. Armoede- en schuldenproblematiek doet daarmee een groot beroep op de maatschappelijke ondersteuning. De aanpak van armoede en schulden is dan ook nodig om zowel de Capellenaren die direct te maken hebben met financiële problematiek te ondersteunen, als de gevolgen voor de samenleving als geheel te beperken. Doen wat werkt Het is de kunst het juiste beginnetje te vinden en de cirkel te doorbreken. Dit vereist een samenhangende aanpak. Het vinden en bepalen wat echt werkt voor een structurelere, duurzamere oplossing, dat is -net als voor andere gemeenten- de grote uitdaging voor de komende tijd. Oftewel, doen wat werkt! Daarbij is het van belang het taboe op hulp zoeken te doorbreken en te zorgen voor uitnodigende ondersteuning.
Met daarbij als doel Capellenaren een springplank bieden die hen in staat stelt om zelf het leven vorm en inhoud te geven en aan de veerkracht te bouwen om in de toekomst tegenslagen op te kunnen vangen. Preventie centraal Met dit Beleidskader willen we weer een stapje verder in de goede richting zetten, gericht op de drie V’s van ‘liefst voorkomen, anders verhelpen en waar nodig de negatieve gevolgen van financiële problematiek verminderen’. We bouwen voort op de inzet en de resultaten van de afgelopen periode, met een verdere verschuiving richting preventie. Dit gebeurt door het verbeteren van de (financiële) basisvaardigheden van Capellenaren, eerder actie ondernemen bij beginnende schulden, aan te haken bij onderliggende oorzaken van armoede en schulden en zorgen dat medewerkers en vrijwilligers signalen van financiële problematiek bij Capellenaren herkennen en vervolgens passende informatie en ondersteuning kunnen bieden. Ook willen we meer Capellenaren blijvend uit de schulden helpen, het bereik van de inkomensondersteunende regelingen verhogen en de kansengelijkheid van kinderen in gezinnen met (langdurige) financiële problemen vergroten. Vernieuwen is daarbij geen doel op zich. We willen in de aanpak vooral meer doen met wat er allemaal al in Capelle voorhanden en in ontwikkeling is. En gebruik maken van bewezen werkzame aanpakken of nieuwe elementen waar nodig.
Graag nodig ik alle maatschappelijke partners en Capellenaren uit om samen met ons een bijdrage te leveren aan de aanpak van armoede en schulden in Capelle.
1
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Reikwijdte 1.3 Capelse situatie en opgave voor vervolg 1.4 Om welke Capellenaren gaat het? 1.5 Wettelijk kader en rol gemeente 1.6 Leeswijzer 1.7 Totstandkoming
pag. 3 pag. 3 pag. 3 pag. 5 pag. 8 pag. 9 pag. 9
2. Visie en aanpak 2.1 Visie sociaal domein 2.2 Visie aanpak armoede en schulden 2.3 Aanpak met beleidslijnen
pag. 10 pag. 11 pag. 11
3. Beleidslijnen 3.1 Versterken preventie pag. 12 3.2 Versterken integrale aanpak van financiële problematiek pag. 14 3.2.1 Inleiding pag. 14 3.2.2 Samenhang in beleid en uitvoering pag. 14 a. Verbinden aanpak laaggeletterdheid – aanpak armoede en schulden b. Verbinden aanpak eenzaamheid – aanpak armoede en schulden c. Verbinden aanpak gezondheid(sachterstanden) – aanpak armoede en schulden d. Integrale aanpak achterstanden kinderen e. Integrale uitvoering 3.3 Versterken schuldenaanpak pag. 27 3.4 Vergroten bereik inkomensondersteunende regelingen en voorzieningen die financiële zelfredzaamheid vergroten pag. 31 4. Financieel kader 4.1 Huidige budgetten 4.2 Nieuwe budgetten
pag. 34 pag. 34
5. Monitoring, uitvoering en verantwoording 5.1 Meer inzicht door meten en monitoren 5.2 Uitvoering en verantwoording
pag. 35 pag. 35
Bijlage 1: Wettelijk kader schuldenbeleid Bijlage 2: Inkomensondersteunende regelingen en voorzieningen 2021 Bijlage 3: Bereik inkomensondersteunende regelingen
pag. 36 pag. 37 pag. 39
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Voor u ligt het Beleidskader aanpak armoede en schulden ‘Doen wat werkt’, 2021-2024 (verder genoemd: Beleidskader) Dit Beleidskader is een vervolg op het Beleidskader aanpak armoede en schulden ‘Goed met geld’, 2017-20201. We gebruiken het Beleidskader ook om inhoud te geven aan een aantal nieuwe ontwikkelingen zowel landelijk als lokaal- en te zorgen voor meer samenhang tussen de aanpak van financiële problematiek en andere maatschappelijke vraagstukken.
1.2 Reikwijdte Het Beleidskader geeft de visie en hoofdlijnen weer voor de aanpak van armoede en schulden in de periode 2021-2024. De Visie sociaal domein2 vormt de algemene basis van waaruit het Beleidskader is opgesteld. Het beleid voor armoede en schulden vatten we in één beleidskader vanwege de grote samenhang van deze onderwerpen. Het Beleidskader gaat uit van de financiële kant van armoede en schulden, maar legt vanwege de raakvlakken met andere beleidsterreinen de nodige verbindingen daarmee. Gelijktijdig met het nieuwe kader voor het armoede- en schuldenbeleid zijn we aan de slag met nieuwe beleidskaders voor Werk en inkomen en Maatschappelijke ondersteuning en gezondheid, waarbij een aantal thema’s is benoemd waar we de samenhangende aanpak op gaan verstevigen (gezondheidsachterstanden, jongvolwassenen en ouderen). Ook zoeken we meer afstemming met beleidsterreinen als Jeugd, Onderwijs en Welzijn.
De begrippen armoede en schulden Armoede in een welvarend land als Nederland, waar hebben we het dan over? Armoede hangt samen met het welvaartsniveau van een samenleving in een bepaalde tijd. Armoede in Nederland in 2021 is heel iets anders dan armoede in een ontwikkelingsland of armoede in het Nederland van een eeuw geleden. In Nederland -ook in Capelle- worden ‘armoede’ en het armoedebeleid vooral bepaald op basis van de hoogte van het inkomen. Er zijn verschillende definities in gebruik met verschillende inkomensgrenzen. Als uitgangspunt kiezen we voor de door gemeenten meest gehanteerde inkomensgrens, namelijk 120% van het wettelijk sociaal minimum (wsm). Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede komt dan neer op het hebben van onvoldoende geld (inkomen) voor een in Nederland minimaal geacht consumptieniveau. Er is echter ook een verband met achterstanden op andere terreinen, zoals opleiding en gezondheid. Het armoedebegrip krijgt met de toevoeging van deze aspecten een bredere invulling en is sprake van sociale armoede. Voor schulden zijn ook verschillende definities. Wij maken bij schulden een onderscheid tussen ‘betalingsachterstanden’ en ‘problematische schulden’. Betalingsachterstanden zijn een schuld, maar de openstaande rekeningen kunnen nog binnen afzienbare tijd worden voldaan.
Bij problematische schulden zijn de betalingsachterstanden zo groot dat de betrokkenen elke maand geld te kort komen en niet binnen drie jaar hun schulden kunnen voldoen. Zonder hulp komen zij er niet uit.
1.3 Capelse situatie en opgave voor vervolg Financiële problematiek omvangrijk Met de meeste Capellenaren gaat het goed. Ze hebben werk, wonen fijn, hebben het naar hun zin, helpen een ander en hebben geen of weinig ondersteuning nodig. Maar er is een groep mensen met geldzorgen en die het door financiële problemen niet of nauwelijks redt. Zij komen moeilijk rond vanwege een laag (besteedbaar) inkomen of hebben schulden. De zorgen die dit oplevert, heeft grote invloed heeft op hun gezondheid en welbevinden en op de mogelijkheden om mee te kunnen doen aan het leven van alledag, In Capelle gaat het
1 Beleidskader aanpak armoede en schulden ‘Goed met geld’, 2017-2020, raadsbesluit 27 maart 2017 (Verseon documentnummer 860858). 2 Capelle: Voor elkaar! Visie op de transformatie van het sociaal domein 2.0, 2020-2022, raadsbesluit 16 december 2019 (Djuma documentnummer 109715).
3
relatief gezien om een grotere groep dan in veel andere gemeenten 3. Voor deze inwoners voert de gemeente Capelle aan den IJssel samen met haar partners een actief armoede- en schuldenbeleid. Het Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Met het oog op morgen’ noemt armoedebestrijding en de aanpak van schulden ook als belangrijke onderwerpen. Positieve resultaten in de afgelopen periode Volgens de Verantwoording Beleidskader aanpak armoede en schulden 2017-2020 4 heeft de aanpak van armoede en schulden in de afgelopen jaren een aantal positieve resultaten opgeleverd, zoals een verschuiving richting preventie door versterking van de vroegsignalering, een integrale aanpak van financiële problematiek in beleid en uitvoering, een bredere schuldenaanpak en een hoger bereik van inkomensondersteunende regelingen. Winstpunt is ook het steeds breder breed gedeelde inzicht, zowel bij de gemeente als de maatschappelijke partners, dat financiële problematiek als een rode draad door beleid en uitvoering binnen het sociaal domein loopt: de financiële basis van de Capellenaren moet op orde moet zijn als voorwaarde voor succesvolle ondersteuning op andere gebieden. Dit biedt een aanknopingspunt voor beleid en uitvoering voor de komende jaren.
Meer Capellenaren met financiële problematiek verwacht Tegelijk zien we helaas ook dat het aantal Capellenaren met financiële problematiek nog steeds groot is en we een deel van deze groep onvoldoende bereiken. Bovendien heeft de economische neergang als gevolg van de coronacrisis voor een trendbreuk gezorgd: na een afname in de voorgaande jaren is het aantal Capellenaren met een laag inkomen vanaf 2020 weer aan het toenemen. In welke omvang dat zal zijn en voor hoe lang is lastig aan te geven, omdat dit vooral afhankelijk is van de ontwikkelingen rondom de coronapandemie, de ontwikkeling van de economie en het beleid van de rijksoverheid. Risicogroepen zijn zzp’ers, flexwerkers, jongeren en mensen met een arbeidsbeperking. Naar verwachting neemt ook het aantal mensen met schulden flink toe. Sommige schattingen gaan uit van een toename met 30%5. Zorgelijke ontwikkeling is ook de toename in de afgelopen jaren van de groep langdurige minima. Dat zijn mensen die drie jaar of langer moeten rondkomen van een laag inkomen. Andere factor van belang is de stijging van de lasten6 op het gebied van wonen en zorg, waardoor de bestedingsruimte minder wordt en de kans op niet kunnen rondkomen groter. Bovendien komen de kosten van de energietransitie verhoudingsgewijs meer voor rekening van de laaginkomenhuishoudens, aangeduid met de term energiearmoede7.
Vanuit Den Haag: meer inzet op armoede en schulden Of we erin slagen om meer Capellenaren te helpen om financieel zelfstandig te worden en te blijven, is voor een belangrijk deel afhankelijk van het beleid van de rijksoverheid 8 . Het gaat dan zowel om aanpassing van regelgeving, als om het bevorderen van verbindingen tussen beleidsterreinen en het beschikbaar stellen van extra budget om de problematiek in onze gemeente aan te kunnen pakken. We zien in ieder geval dat ‘armoede en schulden’ onverminderd hoog op de politieke agenda staat in Den Haag9. Dit blijkt onder andere uit de grotere rol van de (rijks)overheid bij de aanpak van schulden. In 2018 heeft het de rijksoverheid de Brede aanpak schulden ingezet, waarmee beginnende financiële problemen eerder gesignaleerd moeten worden en trajecten in de schuldhulpverlening versneld. Ander belangrijk speerpunt is het terugdringen van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede. Hiervoor is per 1 januari 2021 het kindgebonden budget verhoogd en wil het Rijk meer kinderen bereiken door de verbinding met scholen, de (jeugd)gezondheidszorg en het sociaal domein te versterken. Verder stelt het Rijk extra geld beschikbaar aan gemeenten voor de aanpak van armoede en schulden voor de periode 2020-202210.
3 Volgens cijfers van het CBS over 2019 (CBS StatLine)is het aantal huishoudens dat ten minste 1 jaar een inkomen tot 120% wsm heeft 15% tegenover een landelijk gemiddelde van 13,2%. Volgens de Armoedemonitor 2019 had op 1 januari 2019 12,5 % van de Capelse huishoudens een inkomen tot 120% wsm. 4 Verantwoording Beleidskader aanpak armoede en schulden 2017-2020, collegebesluit 14 juli 2020 (Djuma documentnummer 265137). 5 COVID-19 en schuldenproblematiek in Nederland, Onderzoek en oplossingsrichtingen voor een gezamenlijk actieplan, Deloitte, 16 juni 2020. Door de coronapandemie groeit het aantal Nederlandse huishoudens met een schuld volgens Deloitte naar tussen de 1,5 en 2,6 miljoen in 2021. Van deze schulden is 41 procent problematisch. 6 www.nibud.nl/beroepsmatig/nibud-meer-dan-helft-van-budget-op-aan-vaste-lasten/. 7 TNO, White paper Energiearmoede en de energietransitie, oktober 2020. 8 CPB/CBS, Kansrijk armoedebeleid, juni 2020. 9 Kamerbrief Intensivering armoede- en schuldenaanpak, 28 september 2020. 10 Decembercirculaire 2020.
4
Opgave voor de komende periode: doen wat werkt! Dit Beleidskader geeft het beleid voor de komende jaren weer om armoede en schulden zoveel als mogelijk te voorkomen, te verhelpen en de negatieve gevolgen ervan te verminderen. Hoofddoel is het bevorderen van de financiële zelfstandigheid en veerkracht van Capellenaren, en dat zij mee kunnen (blijven) doen in de Capelse samenleving. Dit houdt in dat Capellenaren zoveel mogelijk zelfstandig hun financiële zaken op orde kunnen houden en voldoende inkomen hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. De grote uitdaging voor de komende tijd is de juiste dingen te doen om de financiële positie van meer Capellenaren duurzaam en structureel te verbeteren. Oftewel: Doen wat werkt! Met gebruik van goede voorbeelden van andere gemeenten en resultaten van onderzoeken naar werkzame aanpakken. Kleine stappen kunnen al een verschil maken. Meer samenhang en transformatie sociaal domein Voor een effectievere aanpak zijn ook meer samenhang en verbinding nodig tussen de verschillende beleidsterreinen, zoals werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning, gezondheid en onderwijs. Daarbij wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de transformatie van het sociaal domein: meer maatwerk, minder escalatie naar zwaardere zorg en ondersteuning, minder zorgen en meer stimuleren, meer sturen op effectiviteit en efficiëntie en meer integraliteit.
Door de aanpak van armoede en schulden meer in samenhang met andere inzet op sociaal gebied vorm te geven en meer te richten op de persoonlijke situatie en eigen mogelijkheden van Capellenaren, moet het beleid aan effectiviteit winnen.
1.4 Om welke Capellenaren gaat het? Bij de aanpak van armoede en schulden gaat het om Capellenaren die onvoldoende kunnen meedoen in de samenleving vanwege een laag (besteedbaar) inkomen en/of problematische schulden (primaire doelgroep) of met een grote kans op een dergelijke situatie (secundaire doelgroep). 1.4.1 Capellenaren met laag inkomen Volgens de meest recente Armoedemonitor (uit 2019) had op 1 januari 2019 12,5 % van de Capelse huishoudens een inkomen tot 120% wsm (3.885 huishoudens) 11 . Circa 1 op de 5 kinderen behoorde tot een dergelijk laaginkomenhuishouden. Aandachtsgroepen naast ‘kinderen’ zijn onder meer de groeiende groep langdurige minima (inmiddels twee derde van de minimadoelgroep) 12 , de toenemende groep werkende minima en huishoudens die door een levensmijlpaal (bijvoorbeeld scheiding, werkloosheid, ziekte) in financiële problemen zijn gekomen. In Oostgaarde-Noord, Middelwatering-Oost, Schenkel en Schollevaar-Zuid is het aandeel laaginkomenhuishoudens hoger dan gemiddeld in de gemeente. 1.4.2 Capellenaren met schulden Hoeveel Capellenaren (problematische) schulden hebben kan alleen als schatting worden aangegeven. Het Rekenkameronderzoek Niet zonder schuld, Onderzoek naar schulddienstverlening uit 2019 noemt als cijfer ‘minstens 3.080 huishoudens met problematische schulden’13.
Onderzoek van het CBS uit 202014 geeft een preciezer beeld van de omvang van de doelgroep ‘huishoudens met geregistreerde problematische schulden’. De meest actuele cijfers zijn van 1 januari 2018: voor Capelle gaat het om 3.910 huishoudens (12,7 % van het totaalaantal Capelse huishoudens; het landelijk gemiddelde bedraagt 8,3%, de gemeente Rotterdam staat bovenaan met 15,8%). Daarnaast hadden 1.420 huishoudens een verhoogd risico op geregistreerde schulden (3%; voor Nederland gemiddeld 2,7%). Ander relevant cijfer komt uit
11 Dat is een lichte daling ten opzichte van 2016 (3.922 huishoudens/ 13,7%) en in 2014 (4.172/ minimahuishoudens). Uit: Armoedemonitor
2019 (Djuma documentnummer 122839). 12 Het aantal langdurige minima is vanaf 2014 gestegen van 2.169 huishoudens in 2014, 2.233 huishoudens in 2016 naar 2.613 huishoudens in 2018. Uit: Armoedemonitor 2019, (Djuma documentnummer 122839). 13 Rekenkameronderzoek ‘Niet zonder schuld, Onderzoek naar schulddienstverlening’, juni 2019, raadsbesluit 30 september 2019 (Djuma documentnummer 74946). 14 CBS, Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2018, september 2020; https://dashboards.cbs.nl/v2/SchuldenproblematiekInBeeld/
5
Nibudonderzoek naar de omvang van het aantal huishoudens met financiële problematiek over 201815, waaruit blijkt dat 20% van de huishoudens betalingsproblemen heeft. Overigens, de groep huishoudens met schuldenproblematiek en de groep huishoudens met een laag inkomen zijn niet dezelfde huishoudens. Huishoudens met schuldenproblematiek hebben niet allemaal een laag inkomen. Volgens de Armoedemonitor 2019 had 36% van de huishoudens met schulddienstverlening een inkomen hoger dan 120% wsm.
Achtergrondkenmerken problematische schulden 16 -
-
-
-
Problematische schulden komen relatief vaker voor bij huishoudens de leeftijdsgroep tussen de 25 en 65 jaar, personen met een niet‐westerse migratieachtergrond, laagopgeleiden en huishoudens met kinderen. Er is een duidelijke samenhang tussen het hebben van problematische schulden en zwakkere economische positie. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden hebben vaker een laag inkomen en inkomen uit een uitkering (met name bijstand). De belangrijkste inkomensbron van personen in huishoudens met geregistreerde problematische schulden is relatief vaker inkomen uit een eigen onderneming dan bij huishoudens zonder probleemschulden. Huishoudens met probleemschulden hebben relatief vaker te maken met geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg. Verlies van een baan en vervolgens in de bijstand komen, verdacht worden van een misdrijf, het stoppen met volgen onderwijs zonder een startkwalificatie te behalen en het uit elkaar gaan met een partner zijn levensmijlpalen met een relatief hoge kans op het ontstaan van geregistreerde problematische schulden.
Toename financiële problematiek jongeren De afgelopen vijf jaar is landelijk het aantal jongeren tot en met 24 jaar met betalingsproblemen bijna verdubbeld. In 2015 ging het nog om 19.000 jongeren, eind 2019 was dit aantal gestegen tot 32.000 17. Dat is zorgelijk, omdat schulden ervoor zorgen dat jongeren moeilijk aan hun toekomst kunnen bouwen. Ze zijn vooral bezig met het aflossen van schuld. De opleiding wordt niet afgerond en salaris gaat op aan aflossingen, wat zelfstandig worden belemmerd. Bovendien leveren schulden stress en andere gezondheidsproblemen op. Dit beeld werd bevestigd tijdens de consultatiebijeenkomst met de gemeenteraad en maatschappelijke partners over het thema ‘jongvolwassenen’18 en de focusgroepen met jongeren in december 2020. Hulpverleners en jongeren gaven aan hoe groot de gevolgen van schulden op het dagelijks leven van jongeren zijn en hoe het ten koste gaat van studie, stage, werk, sociaal netwerk, psychische en fysieke gezondheid en het zelfvertrouwen.
15 Nibud. Financiële problemen 2018, Geldzaken in de praktijk 2018-2019 deel 1, april 2019. 16 CBS, Schuldenproblematiek in beeld. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2018, september 2020; pagina 8. 17
BKR Schulden Monitor Schulden 2019, pagina 60.
18 Werkbijeenkomst integrale thema’s sociaal domein, Deelsessie ‘kwetsbare jongvolwassenen, Capelle aan den IJssel 8 december 2020.
6
De doelgroep in cijfers (2019)19 Laaginkomenhuishoudens (inkomen tot 120% wsm) 31.115 huishoudens (alle huishoudens) 3.885 (12,5%) laaginkomenhuishoudens 2.613 (8,4%) langdurig laaginkomenhuishoudens
Kinderen in laaginkomenhuishoudens 13.473 kinderen (totaal) 2.702 (20,1%) behorend tot laaginkomenhuishouden 1.559 kinderen behorend tot langdurig laaginkomenhuishouden
Inkomensbron huishoudens 1.832 (47%) inkomen uit P-wet 730 (19%) alleen AOW 1.323 (34%) ander inkomen (loon, WW, etc)
Huishoudtype 1.874 (46%) alleenstaand 839 (22%) eenoudergezin 598 (15%) meerpersoons geen kinderen 574 (15%) meerpersoons met kinderen
18+
Leeftijdscategorie 206 (5%) 18-27 jaar 1.324 (34%) 27-45 jaar 1.625 (42%) 45 tot AOW-leeftijd 730 (19%) vanaf AOW-leeftijd
Herkomst 1.422 (37%) Nederlandse achtergrond 442 (11%) Westerse achtergrond 2.021 (52%) Niet-westerse achtergrond
Kenmerken huishoudens met schulddienstverlening Van de 952 huishoudens met schulddienstverlening, hebben 594 (64%) een inkomen tot 120% wsm. Van deze 594 heeft 53% bijstand, 50% is een huishouden met kinderen en 59% heeft een niet-westerse achtergrond.
19 Doelgroep zijn de huishoudens met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum (wsm): de laaginkomenhuishoudens. De
cijfers zijn uit de Capelse Armoedemonitor 2019, peildatum: 1 januari 2019. Een langdurig laaginkomenhuishouden heeft drie jaar of langer een laag inkomen. De cijfers schulddienstverlening hebben betrekking op de hulp bij schulden door GR IJsselgemeenten Sociale Zaken (schuldhulpverlening) en Welzijn Capelle (huishoudens met hulp van financiële hulpverlener) in 2018.
7
Figuur 1: Deze figuur geeft het aantal minimahuishoudens per buurt weer op 1 januari 2019. Bron: Armoedemonitor Capelle 2019.
1.5 Wettelijk kader en rol gemeente Wettelijk kader armoedebeleid Een deel van de taken van het gemeentelijke armoedebeleid, namelijk de inkomensondersteunende regelingen, berust op regelgeving vanuit de Participatiewet, Gemeentewet en de Invorderingswet. Ook kan de gemeente los van het wettelijk kader op andere manieren dan financiële steun extra invulling geven aan de aanpak van armoede en schulden. De gemeente heeft hierbij een rol als regisseur, opdrachtgever en uitvoerder. Wettelijk kader schuldenbeleid Op grond van artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening moet de gemeenteraad een plan vaststellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. Het plan moet de hoofdzaken bevatten van het gemeentelijke beleid voor integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. Het geldt ten hoogste voor een periode van vier jaar en kan tussentijds gewijzigd worden. Het Beleidskader geeft op hoofdlijnen aan hoe de gemeente Capelle aan den IJssel inhoud geeft aan de integrale schuldhulpverlening en het voorkomen van schulden, met verwijzing naar het Actieplan schulden aanpakken in
8
Capelle20 dat een uitgebreider beschrijving geeft van de brede, integrale schulddienstverlening, de Beleidsregels schuldhulpverlening21 en de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening 202122. In de praktijk wordt voldaan aan de voorschriften van de Wgs, maar formeel gezien niet volledig, omdat het Actieplan en de Beleidsregels zijn vastgesteld door het college en niet door de gemeenteraad. Om volledig tegemoet te komen aan de eisen die de wetgever stelt zullen we dit bij de actualisatie van het Actieplan schulden aanpakken in Capelle in 2022/2023, een natuurlijk moment, aanpassen.
1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over de visie en de vier beleidslijnen van onze aanpak van armoede en schulden voor de komende jaren. De beleidslijnen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3. Per beleidslijn komen achtereenvolgens aan bod: het doel in relatie tot de beoogde maatschappelijke effecten, de aanknopingspunten voor het vervolg, de beoogde resultaten en indicatoren en tot slot welke activiteiten worden ingezet. Hoofdstuk 4 geeft het financiële kader. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe de monitoring, uitvoering en verantwoording vorm krijgen.
1.7 Totstandkoming Het Beleidskader is opgesteld op basis van de aanbevelingen uit de Verantwoording beleidskader aanpak armoede en schulden 2017-2020 en de inbreng daarbij van de maatschappelijke partners, de Adviesraad sociaal domein en de raadscommissie Samenleving en Economie. Ook hebben we ons laten inspireren door landelijke en lokale ontwikkelingen in de aanpak van financiële problematiek en door de uitkomsten van het consultatietraject met ervaringsdeskundige Capellenaren en maatschappelijke partners in het vierde kwartaal 202023. In de periode januari – april 2021 zijn de Adviesraad sociaal domein en onze kernpartners om inbreng gevraagd op het concept Beleidskader.
20
Actieplan schulden aanpakken in Capelle, collegebesluit 8 oktober 2019, (Djuma documentnummer 87442).
21 https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Capelle%20aan%20den%20IJssel/220611/220611_1.html 22 Verordening beslistermijn schuldhulpverlening 2021, raadsbesluit 22 maart 2021, (Djuma documentnummer 392716). 23 Doel van het consultatietraject was om aan de hand van drie thema’s (jongvolwassenen, gezondheidsachterstanden en ouderen langer
vitaal thuis) de mogelijkheden voor meer samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen en aandachtspunten voor het vervolg te bepalen.
9
2. Visie en aanpak Dit hoofdstuk beschrijft eerst onze visie voor het sociaal domein. Daarna volgt de vertaling in wat dit betekent voor onze aanpak van armoede en schulden.
2.1 Visie sociaal domein In Capelle willen wij samen met onze partners ervoor zorgen dat zo min mogelijk mensen zorg nodig hebben, in de schulden zitten, werkloos zijn en zoveel mogelijk wordt voorkomen dat drang of dwang nodig is. We willen er in Capelle voor zorgen dat mensen actief zijn, meedoen, weerbaar zijn en goed mogelijk voor zichzelf zorgen. En dat zij zich veilig en prettig voelen in hun wijk en daar trots op zijn. Kortom: Capellenaren met veerkracht. Het is belangrijk om in Capelle de basis op orde te houden en verder te verstevigen. Het gaat goed met de meeste Capellenaren en dat houden we graag zo! En we ondersteunen Capellenaren die dat (tijdelijk) nodig hebben. Om dit te bereiken, verbeteren we de stevige, sociale basis verder en is het belangrijk dat we steeds voldoende inzetten op preventie. Signalen over Capellenaren waar het even minder mee gaat, pakken we snel en adequaat op om zo erger te voorkomen. Als het écht nodig is grijpen we tijdig, stevig en gericht in. In Capelle willen we aanpakken! We gaan daarbij de samenwerking en samenhang op het gebied van zorg en ondersteuning binnen het sociaal domein verder verbeteren. We brengen focus aan: waar dragen we met elkaar de komende jaren aan bij en we zorgen er met elkaar voor dat we het voor elkaar hebben in Capelle! Kortom: een sterke sociale basis, integraliteit bevorderen en gerichter sturen op resultaat.
Hoe willen we met elkaar daaraan werken? Verschillende factoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen en hoe ze in het leven staan. Zo hebben individuele factoren als erfelijkheid en een gezonde leefstijl een grote invloed. Maar ook factoren in de omgeving en de omstandigheden waarin mensen wonen, werken, opgroeien en spelen. Willen we er in Capelle voor zorgen dat mensen actief zijn en zo goed mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen en mee kunnen doen, dan moeten we invloed uitoefenen op die factoren die daaraan bijdragen. We noemen dit: draaien aan de juiste knoppen. We zorgen ervoor dat Capellenaren zo veel mogelijk werken en actief mee doen, dat de toegang tot zorg en preventie zo goed mogelijk is geregeld, we investeren in de fysieke en sociale omgeving en dragen bij aan het creëren van kansen voor iedereen door ervoor te zorgen dat Capellenaren hun gezondheid/welbevinden kunnen behouden of verbeteren door te sturen op gedrag en vaardigheden.
5% lang afhankelijk van ondersteuning Capellenaren met laag inkomen en/of schulden
15% kort afhankelijk van ondersteuning
80% geheel zelfstandig
Piramide sociaal domein
De afbeelding hiernaast geeft schematisch de mate van ondersteuning aan in het sociaal domein en de verhouding tot de doelgroep van het armoede- en schuldenbeleid. Globaal gezien heeft 80% van de Capellenaren geen ondersteuning nodig in het dagelijkse leven. De overige 20% behoeft lichte tot zware ondersteuning. De groep Capellenaren met een (dreigend) laag inkomen en/of schulden (zie ovaal in linkerfiguur) zit voor een groot deel in deze 20%-groep. Maar binnen de groep Capellenaren zonder ondersteuning is een omvangrijke, niet zichtbare groep met dreigende financiële problematiek. De indeling is niet statisch; er is beweging tussen de verschillende lagen. Doel van het beleid is om mensen vanuit het bovenste 20%-deel van de piramide in staat te stellen naar de onderste laag te bewegen. En om te voorkomen dat mensen vanuit de onderste laag problemen krijgen waardoor ze moeten doorstromen naar de lagen erboven.
10
2.2 Visie op armoede en schulden Aansluitend bij de Visie sociaal domein is onze kijk op het armoede- en schuldenvraagstuk en de aanpak ervan als volgt. Armoede en schulden hebben een grote impact op het persoonlijke leven van Capellenaren en de samenleving als geheel. We vinden het onze taak de mogelijkheden die we lokaal hebben zo goed mogelijk te benutten om financiële problematiek te voorkomen, te verhelpen en de negatieve gevolgen ervan te verminderen. De aanpak is er vooral op gericht dat Capellenaren kunnen meedoen en op financieel gebied voor zichzelf kunnen zorgen. Dit levert ook een bijdrage aan een betere gezondheid, meer welbevinden en meer veerkracht. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: - Capellenaren geven hun leven zelf vorm. Onderdeel hiervan is dat zij financieel op eigen benen staan (financiële zelfredzaamheid) en voldoende inkomen hebben om te kunnen meedoen in de samenleving. Betaald werk is daarbij een belangrijk middel. - De meeste Capellenaren kunnen zelf hun financiële zaken op orde houden. Een deel heeft ondersteuning nodig, tijdelijk of langere tijd. Deze ondersteuning gaat uit van wat mensen zelf kunnen en omvat alle levensgebieden.
- Onder het motto ‘doen wat werkt’ richt de inzet van de gemeente -in samenwerking met de maatschappelijke partners en Capellenaren- zich op het voorkomen van financiële problematiek en op ondersteuning bij het verhelpen en verminderen van de nadelige gevolgen (de drie V’s). Dit gebeurt in samenhang met de inzet vanuit andere beleidsterreinen. - We passen wet- en regelgeving toe met waar nodig maatwerk, waarbij de medewerkers de ruimte hebben om de randen van de regels op te zoeken om zo te kunnen doen wat nodig is. - Voor kinderen is het van belang dat zij ondanks de beperkte financiële middelen van hun ouders volwaardig kunnen meedoen in de samenleving, zowel nu als later als volwassene. - Vanuit de aanpak van armoede en schulden zetten we extra in op de mogelijkheden tot beïnvloeding via preventie, gedrag en vaardigheden en goede toegang tot informatie en ondersteuning.
2.3 Aanpak met beleidslijnen Vier beleidslijnen en nieuwe accenten Uit de visie en uitgangspunten hierboven komen vier beleidslijnen voort, waarlangs we de komende jaren inhoud geven aan de drie V’s voor de aanpak van armoede en schulden. Dit zijn de beleidslijnen van de afgelopen periode, maar iets aangepast. De lijnen zijn ‘versterken preventie’, 'versterken integrale aanpak van financiële problematiek’, ‘versterken schuldenaanpak’ en ‘vergroten bereik van inkomensondersteunende regelingen en voorzieningen die financiële zelfredzaamheid vergroten’. Daarbinnen zijn nieuwe accenten, zoals de verbinding met de aanpak van laaggeletterdheid, eenzaamheid en gezondheidsachterstanden. Ook gaan we extra inzetten om kinderarmoede tegen te gaan en willen we de signalerings- en verwijsfunctie van de medewerkers in de uitvoering versterken. Vernieuwen is daarbij geen doel op zich. We willen in de aanpak vooral meer doen met wat er allemaal al in Capelle voorhanden en in ontwikkeling is. En gebruik maken van bewezen werkzame aanpakken of nieuwe elementen waar nodig. De beleidslijnen hangen nauw met elkaar samen en vormen tezamen één geheel. Op onderdelen lopen de lijnen in elkaar over. Zo draagt het gebruik van inkomensondersteunende regelingen (beleidslijn 4) bij aan preventie van financiële problematiek (beleidslijn 1).
Ook de integrale aanpak heeft een preventief effect op financiële problematiek.
11
3. Beleidslijnen Dit hoofdstuk werkt de vier beleidslijnen uit. Per beleidslijn geven we eerst het doel van de beleidslijn aan in relatie tot de beoogde maatschappelijke effecten. Daarna beschrijven we achtereenvolgens de huidige situatie, wat we willen bereiken en hoe dat inzichtelijk wordt en tot slot welke activiteiten we gaan doen.
3.1 Beleidslijn 1: Versterken preventie Doel van deze beleidslijn is dat Capellenaren financieel zelfstandig zijn, hun financiële zaken goed kunnen regelen en voldoende veerkracht hebben als het op financieel vlak tegenzit. Dit bevordert het welbevinden van Capellenaren en hun gezondheid en zorgt er voor dat Capellenaren kunnen meedoen in de samenleving. Deze lijn richt zich op het voorkomen van financiële problematiek vanuit het armoede- en schuldenbeleid (primaire preventie24). Bij beleidslijn 2 komt de preventieve bijdrage vanuit andere beleidsterreinen aan bod. Het voorkomen dat een situatie van financiële problematiek verergert (secundaire preventie) en voorkomen dat iemand terugvalt naar een financieel problematische situatie (tertiaire preventie) komen terug bij beleidslijn 3. Waar staan we? Het voorkomen van financiële problematiek vanuit het armoede- en schuldenbeleid doen we met financiële educatie. Deze richt zich op het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden en het bevorderen van actieve en bewuste houding, zodat Capellenaren verantwoorde financiële keuzes kunnen maken. De financiële educatie bestaat uit verschillende onderdelen. Allereerst de voorlichting over wat mensen zelf kunnen doen om hun financiën goed op orde te houden en waarom dat belangrijk is.
Ook is er een aanbod aan trainingen en begeleiding (zoals budgettraining, budgetkring, budgetcoaching, adminicafé, Budgetmaatjes, gastlessen op scholen en trainingen basisvaardigheden25) en ‘zelfhulpinstrumenten’ (digitale geldplannen, Bereken uw recht). Verder is er informatie over de diverse financiële regelingen en mogelijkheden voor hulp bij de aanvragen en op orde houden van de administratie. Verschillende partijen (gemeente, Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, Samen010/Budgetmaatjes, CJG, de Jonge Krijger, scholen, Bibliotheek) zijn betrokken bij de uitvoering. Verbeterpunt voor de komende periode is de verhoging van het bereik van de diverse instrumenten. Met het Uitvoeringsplan preventie financiële problematiek dat we 2021 opstellen, zorgen we voor een samenhangender aanpak en dat betrokken partijen beter op de hoogte zijn van elkaars aanbod. We werken daarbij aan een goed georganiseerde doorgeleiding van Capellenaren naar een bij hen passend aanbod financiële educatie. De gemeente bevordert daarbij vooral extra inzet op kinderen en jongeren, samen met ouders en het onderwijs. Een van de activiteiten hierbij is de jaarlijkse Week van het Geld 26. Aandachtspunt is de overgang van 18- naar 18+, omdat er dan veel verandert op financieel gebied. Ander aandachtspunt blijft het inzichtelijk maken van de resultaten en effecten van financiële educatie.
Hoeveel Capellenaren maken gebruik van het aanbod en in hoeverre zijn hun vaardigheden verbeterd? En hoeveel kosten staan hier tegenover? Wat willen we bereiken en hoe maken we dat inzichtelijk? In de periode 2021-2024 willen we bereiken dat: Meer Capellenaren gebruik maken van de verschillende instrumenten voor financiële educatie en zo beter weten wat ze moeten doen om financiële problemen te voorkomen en als deze toch ontstaan hoe ze deze problemen moeten aanpakken en dat ook daadwerkelijk doen. Meer Capellenaren beschikken over de basisvaardigheden om hun financiën op orde te krijgen en te houden. Meer jongeren gebruik maken van een passend aanbod om hun (financiële) vaardigheden te versterken. De uitvoering op het gebied van financiële educatie verder is verbeterd door een samenhangender aanpak. Dat wil zeggen, partijen zijn op de hoogte van elkaars aanbod, verwijzen aan elkaar door en instrumenten sluiten op elkaar aan.
24 CPB/CBS, Kansrijk armoedebeleid, pagina 153. 25
De basisvaardigheden zijn lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden.
26 https://www.weekvanhetgeld.nl/
12
We maken dit inzichtelijk met de volgende indicatoren: Indicator
Bron
Referentiescore
Beoogd resultaat 2024 Toename.
Bijzonderheden
Aantal keren inzet instrumenten en aantal gebruikers/ deelnemers.27
Rapportages / registraties Welzijn Capelle, Samen010, gemeente.
Aantal Capellenaren met aantoonbaar versterkte basisvaardigheden.
Registratie / rapportages Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, Samen010.
Budgettraining: nulmeting 2021. Budgetcoaching: nulmeting 2021. Budgetkring: nulmeting 2021. Budgetmaatjes 2019: 56; 2020: 78. Wijkwinkels: 2019: 2.684; 2020: 2.317. Geldplannen 2019: 257; 2020: 343. Nulmeting 2021.
Toename.
Indicator is meetbaar voor beperkt aantal groepen op persoonsniveau. Door Welzijn Capelle op basis van meetinstrument financieel ontzorgen en positieve gezondheid, door GR IJsselgemeenten Sociale Zaken op basis van de Zelfredzaamheidsmatrix en door evaluatie van effect op ondersteuning van cliënten door Samen010. De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief. Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
Aantal jongeren met passend aanbod financiële educatie. Oordeel betrokken partijen over de samenhang uitvoering. Aantal scholen met aandacht in de les voor verantwoord leren omgaan met geld.
Registratie / rapportages Welzijn Capelle en De Jonge Krijger. Inventarisatie onder betrokken partijen.
Nulmeting 2021.
Toename.
Nulmeting 2021.
Partijen ervaren een verbeterde samenhang.
Inventarisatie (door gemeente).
Nulmeting in 2015: 100%. Vervolgmeting 2021.
Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
Aantal scholen dat deelneemt aan de Week van het Geld.
Wijzer in Geldzaken, inventarisatie gemeente.
Nulmeting in 2015: 8 scholen. Vervolgmeting 2021: cijfer volgt nog.
Toename.
Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief, in de vorm van ervaringen van medewerkers en vrijwilligers. Bij een globale inventarisatie in 2015 gaven alle scholen die een het onderzoek deelnamen aan aandacht te besteden aan dit onderwerp. Circa de helft vond dit eigenlijk een taak voor de ouders en niet zozeer voor het onderwijs. Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
Wat gaan we doen? Om te zorgen dat Capellenaren hun financiële vaardigheden versterken gaan we: Het uitvoeringsplan financiële educatie verbreden naar een Preventieplan financiële problematiek. Met dit plan geven we een verdere impuls aan de financiële vaardigheden van Capellenaren en stellen we nadere prioriteiten wat betreft de samenwerkingspartijen (zie actiepunt Vindplaatsen hieronder). Het Preventieplan stellen we op in samenhang met de Aanpak laaggeletterdheid '(Digi)taal begint Lokaal' 28. Vindplaatsen van Capellenaren met financiële problematiek beter benutten (bijvoorbeeld GGZ, jeugdzorg, huisartsen, hulpverlening huiselijk geweld, scholen, sportverenigingen), als een vorm van vroegsignalering. Duidelijker maken waar Capellenaren terecht kunnen voor informatie en ondersteuning en deze informatie meer toespitsen op de verschillende doelgroepen. De samenwerking met het onderwijs verstevigen, om te bevorderen dat financiële educatie vast onderdeel wordt van het lesaanbod op school, via overleggen en activiteiten (zoals overleg Armoede in de klas, deelname jaarlijkse Week van het Geld, gastlessen etc.). Onderzoeken of het gebruik van (financiële) vaardigheidstrainingen bevorderd kan worden door middel van een beloning 29 of op grond van wederkerigheid (‘voor wat, hoort wat’) bij Capellenaren met een schuldhulptraject of andere vorm van ondersteuning.
Waar nodig en mogelijk hierbij het hele huishouden betrekken. Zorgen voor een passend aanbod financiële educatie voor jongeren. Aandachtspunt is de overgang van 18naar 18+.
27
Budgettraining, Budgetcoaching en Budgetkring: aantal keren aanbod met per keer aantal deelnemers. Budgetmaatjes: aantal actieve koppelingen budgetmaatje-hulpvrager per 31 december. Wijkwinkels: aantal keren informatie en advies op financieel gebied. Digitale Geldplannen: aantal ingevulde geldplannen. 28 Aanpak laaggeletterdheid '(Digi)taal begint Lokaal', raadsbesluit 20 november 2020, Djuma documentnummer 310125. 29 Het werken met beloningen komt voor uit de werkwijze Mobility Mentoring, die sinds een aantal jaar wordt toegepast door een aantal gemeenten bij de schuldenaanpak. https://www.platform31.nl/publicaties/mobility-mentoring-factsheet-mkba.
13
3.2 Beleidslijn 2: Versterken integrale aanpak 3.2.1 Inleiding Doel van deze beleidslijn is dat Capellenaren met (dreigende) financiële problematiek passende ondersteuning krijgen op alle relevante levensgebieden door een samenhangende aanpak in beleid en uitvoering. Financiële problematiek komt immers meestal niet alleen, maar gaat samen met andersoortige problemen. De inzet, voor korte of langere tijd, vanuit de verschillende invalshoeken versterkt elkaar. Dit stelt Capellenaren beter in staat hun situatie aan te pakken, zoveel mogelijk financieel zelfredzaam te zijn en te kunnen deelnemen aan de samenleving. Deze lijn richt zich op het: - Versterken samenhang met andere beleidsterreinen. - Versterken samenhang in de uitvoering binnen het sociaal domein. - Versterken samenwerking met maatschappelijke partners. Waar staan we? De afgelopen jaren is de samenhangende aanpak in beleid en uitvoering versterkt, zowel binnen het sociaal domein als het fysiek domein. Voorbeelden zijn de verbindingen met Werk en inkomen, Maatschappelijke ondersteuning en Gezondheid, Jeugdhulp, Onderwijs, Sport, de nieuwe Stadsvisie en de aanpak voor de Florabuurt. De samenwerking met de vele verschillende maatschappelijke partners heeft ook meer samenhang opgeleverd.
Wat gaan we doen? Eerder is al aangegeven dat armoede- en schuldenproblematiek nauw verweven is met verschillende andere levensgebieden en dus ook met verschillende beleidsterreinen. Ter versterking van de verbindingen in beleid en uitvoering is voor dit beleidskader een aantal thema’s gekozen waar we de komende periode vanuit de aanpak van armoede en schulden extra de nadruk op willen leggen. De keuze is gemaakt op basis van een combinatie van de omvang van de maatschappelijke opgaven (bijvoorbeeld tegengaan gezondheidsachterstanden en bestrijden laaggeletterdheid), het Coalitieakkoord (aanpak eenzaamheid, aanpak armoede onder kinderen), de beïnvloedingsruimte van de gemeente (onder meer goede toegang tot informatie en ondersteuning) en mogelijkheden voor meer preventie. De thema’s zijn: - Verbinden aanpak laaggeletterdheid – aanpak armoede en schulden. - Verbinden aanpak eenzaamheid – aanpak armoede en schulden. - Verbinden aanpak gezondheid(sachterstanden) – aanpak armoede en schulden. - Integrale aanpak achterstanden kinderen. - Integrale uitvoering. De verbinding tussen ‘armoede en schulden’ en ‘werk en inkomen’ laten we vooral aan bod komen in het Beleidskader Werk en inkomen 2021-202430 (Beleidslijn 5).
3.2.2 Samenhang in beleid en uitvoering a. Verbinden aanpak laaggeletterdheid – aanpak armoede en schulden Samenhang Laaggeletterdheid is een belangrijke oorzaak van financiële problematiek. Mensen met een laag inkomen of schulden zijn vaker laaggeletterd dan anderen. We spreken van laaggeletterdheid als mensen moeite hebben met de basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden waardoor volwaardig meedoen in het dagelijkse leven minder makkelijk is. Laaggeletterden zijn vaker werkloos en hebben dan een lager inkomen dan wanneer zij zouden werken. Als laaggeletterden een baan hebben, hebben zij gemiddeld een lager inkomen. Daarnaast is er een nauwe samenhang met gezondheid. Laaggeletterden hebben vaker een ongezondere levensstijl en chronische ziekten en hebben een grotere kans op het verkeerd gebruik van medicatie. Als gevolg
30
Beleidskader Werk en inkomen 2021-2024 (Djuma documentnummer 503201).
14
gaan laaggeletterden vaker naar een huisarts en vaker naar het ziekenhuis. Omdat mensen met een laag inkomen of schulden vaker laaggeletterd zijn dan anderen, betekent dit ook dat zij vaker een minder goede gezondheid hebben 31 (zie verderop bij thema c. Verbinden aanpak armoede en schulden – aanpak gezondheid(sachterstanden). Waar staan we? Capelle telt ongeveer 9.000 laaggeletterden, oftewel 1 op de 7 Capellenaren is laaggeletterd 32 . Dat is meer dan het landelijk gemiddelde van 1 op de 9 personen. Figuur 2 hiernaast toont de overlap met de spreiding van de laaginkomenhuishoudens op pagina 8. Met de in november 2020 vastgestelde Aanpak laaggeletterdheid '(Digi)taal begint Lokaal'33 zetten we in op het naar beneden krijgen van deze cijfers. Samen met de partners in het (Digi)Taalhuis34 willen de basisvaardigheden van onze inwoners versterken zodat ze formulieren begrijpen, een huishoudboekje kunnen bijhouden, bijsluiters en gebruiksaanwijzingen kunnen lezen en de kinderen kunnen helpen met het huiswerk. De aanpak richt zich preventief op kinderen en hun ouders, om zo vroeg mogelijk de valkuil van laaggeletterdheid te vermijden. Gelijktijdig is de inzet op verhelpen van laaggeletterdheid door te zorgen voor een grotere bewustwording in de samenleving van de omvang en gevolgen van dit probleem.
Ook zorgen we voor begrijpelijker informatie over onze regelingen en voorzieningen, passender trajecten ter versterking van de basisvaardigheden van de Capellenaren en voor voldoende kennis en vaardigheden bij professionals en vrijwilligers in het herkennen van laaggeletterdheid en hulp bieden. Figuur 2: Gemiddeld risico laaggeletterdheid per buurt 2017.
Wat willen we bereiken en hoe maken we dat inzichtelijk? Vanwege de samenhang over en weer tussen laaggeletterdheid en financiële problematiek, zowel wat betreft de inhoud als de mensen waar het om gaat, willen we de aanpak ter versterking van de basisvaardigheden en de aanpak van armoede en schulden meer met elkaar verbinden voor een effectiever beleid (meer doen met wat er is). Beter kunnen lezen, schrijven, rekenen en meer digitale vaardigheden zorgen ervoor dat Capellenaren beter in staat zijn zelf hun financiële zaken te regelen en mee te doen in de samenleving.
In de periode 2021-2024 willen we bereiken dat: - Meer Capellenaren gebruik maken van de mogelijkheden hun basisvaardigheden te versterken. - Meer Capellenaren beschikken over de basisvaardigheden om hun financiën op orde te krijgen en te houden. - De deskundigheid van medewerkers en vrijwilligers verder is vergroot (kennis over doelgroepen, herkenning en samenhang problematieken, ondersteuningsaanbod en effectieve werkwijzen). - De uitvoering verder is verbeterd door een samenhangender aanpak (partijen zijn op de hoogte van elkaars aanbod, verwijzen aan elkaar door en instrumenten sluiten op elkaar aan).
31
https://www.lezenenschrijven.nl/wat-doen-wij/oplossing-voor-je-vraagstuk/maatschappelijke-kosten-laaggeletterdheid/onderzoek PWC
32 PIAAC- 2012. Het PIAAC-onderzoek is een grootschalig, internationaal OESO-onderzoek dat in 24 landen uitgevoerd wordt. 33 Aanpak laaggeletterdheid '(Digi)taal begint Lokaal', raadsbesluit 20 november 2020, Djuma documentnummer 310125. 34 Het (Digi)Taalhuis is een samenwerkingsverband van de Bibliotheek aan den IJssel, Stichting Welzijn Capelle, Stichting Taalcoaching Capelle,
de taalaanbieders vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken en de gemeente Capelle aan den IJssel. Stichting Lezen en Schrijven ondersteunt het (Digi)Taalhuis met kennis en advies.
15
We maken dit inzichtelijk met de volgende indicatoren: Indicator
Bron
Referentiescore
Beoogd resultaat 2024
Bijzonderheden
% gemiddeld risico laaggeletterdheid.
Onderzoek ROA Universiteit van Maastricht 2013. Rapportages / registraties in het kader van de uitvoering van de Aanpak laaggeletterdheid. Registratie / rapportages Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, Samen010.
13-16%.
Afname.
Vervolgcijfer is afhankelijk van of vervolgonderzoek plaatsvindt.
Nulmeting 2021.
-
Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
Nulmeting 2021.
Toename.
Registratie / rapportages betrokken partijen (Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, Samen010, CJG). Inventarisatie onder betrokken partijen.
Nulmeting 2021.
Nader te bepalen.
Indicator is meetbaar voor beperkt aantal groepen op persoonsniveau (door Welzijn Capelle op basis van meetinstrument financieel ontzorgen en positieve gezondheid, door GR IJsselgemeenten Sociale Zaken op basis van de Zelfredzaamheidsmatrix en door evaluatie van effect op ondersteuning van cliënten door Samen010. De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief. -
Nulmeting 2021.
Partijen ervaren een verbeterde deskundigheid en meer samenhang.
De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief, in de vorm van ervaringen van medewerkers en vrijwilligers.
Aantal keren inzet instrumenten aanpak laaggeletterdheid en aantal gebruikers/ deelnemers. Aantal Capellenaren met financiële problematiek met aantoonbaar versterkte basisvaardigheden.
Aantal trainingen / voorlichtingen medewerkers en vrijwilligers.
Oordeel betrokken partijen over hun deskundigheid en de samenhang uitvoering.
Wat gaan we doen? Om te zorgen voor meer verbinding tussen de aanpak van laaggeletterdheid en de aanpak van armoede en schulden gaan we: Samen met de maatschappelijke partners bepalen welke activiteiten en vindplaatsen voor de aanpak van laaggeletterdheid en voor de uitvoering van de aanpak armoede en schulden benut gaan worden om elkaar te versterken. De deskundigheid van medewerkers en vrijwilligers verder bevorderen door: > Armoede/schulden en de samenhang met laaggeletterdheid op de agenda plaatsen in overleggen, zodat de bewustwording over de eigen rol vergroot wordt. > In trainingen voor de aanpak van laaggeletterdheid aandacht besteden aan de samenhang met armoedeen schulden (herkennen van financiële problematiek), en andersom bij trainingen voor de aanpak van financiële problematiek aandacht voor (het herkennen) van laaggeletterdheid. Waar zinvol is hierbij ook aandacht voor thema’s als gezondheid, eenzaamheid en opvoeding35. Trajecten en trainingen ter versterking van de basisvaardigen van Capellenaren combineren met leren budgetteren en onderhouden van administratie. Helft van mensen met financiële problemen laaggeletterd Onderzoek 36 toont aan dat 50,3% van de mensen met financiële problemen grote moeite heeft met lezen.
Hun leesvaardigheid zit onder het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3, het niveau dat door de overheid wordt gesteld als minimum om volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Dit betekent dat alle organisaties die te maken krijgen met deze mensen, daar rekening mee moet houden. We weten ook dat 70% van de mensen die starten met een taalcursus binnen zes maanden hun taalvaardigheid verbetert en dat 50 tot 65% een betere plek in de samenleving vindt. Door laaggeletterden met financiële problemen een kans te geven om hun taal- en rekenvaardigheden te verbeteren, worden zij dus niet alleen financieel zelfredzamer, maar helpen we hen ook op andere gebieden verder.
35 De integrale inhoud van de trainingen geldt ook voor de trainingen die vanuit invalshoeken als gezondheid en eenzaamheid en opvoeding
worden gegeven. 36 Uitkomst onderzoeksproject Lezen ≠ Begrijpen, uitgevoerd door onder andere Rijksuniversiteit Groningen en Stichting Lezen & Schrijven, januari 2019.
16
b. Verbinden aanpak eenzaamheid – aanpak armoede en schulden Samenhang Mensen met armoede/schuldenproblematiek hebben -zeker als dat langdurig is- meer kans op eenzaamheid. Minder geld betekent vaak minder activiteiten met anderen. Uit schaamte gaat men contacten liever uit de weg en er is gewoonweg geen geld om sociaal mee te doen. Ook omgekeerd geldt dat mensen met een beperkt netwerk meer kans hebben op geldzorgen. Bij baanverlies bijvoorbeeld zijn er minder mogelijkheden om via de eigen kring een nieuwe baan te vinden. Ook is er meer kans op minder ontwikkelde sociale vaardigheden, wat meedoen belemmert. Meer indirect en sluipender is het nadelige effect van eenzaamheid op de gezondheid van mensen, wat een groter risico betekent voor het hebben van voldoende inkomen. Waar staan we? Eenzaamheid is een toenemend en omvangrijk maatschappelijk probleem, ook in Capelle. Uit de Bewonersenquête 2019 37 blijkt dat 16% van de Capellenaren eenzaamheid ervaart. Het komt in alle bevolkingsgroepen voor, maar meer onder ouderen, laagopgeleiden, mensen met een nietwesterse achtergrond en niet-werkenden. Dit zijn ook belangrijke aandachtsgroepen bij de aanpak van armoede en schulden. Werken aan het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid is daarom ook van belang voor de aanpak van financiële problematiek.
Met het Plan van Aanpak ‘Meer samen, minder eenzaam - Samen tegen eenzaamheid’ 38 zetten wij in op het voorkomen en tegengaan van eenzaamheid onder (kwetsbare) Capellenaren, jong én oud. De uitvoering gebeurt aan de hand van een uitvoeringsplan en door middel van een netwerkaanpak via de Alliantie tegen Eenzaamheid, waarin ruim 30 Capelse organisaties vertegenwoordigd zijn. De aanpak kent vier thema’s met bijbehorende acties: Ken elkaar, vind elkaar, Kwetsbare Capellenaren en levensgebeurtenissen, Eenzaamheid onder jongeren en VerbuurSamen. Hoewel niet als zodanig benoemd, leveren de huidige activiteiten voor de aanpak van eenzaamheid nu ook al profijt op voor de aanpak van financiële problematiek. Figuur 3: Gemiddeld percentage eenzaamheid per buurt 2019.
Wat willen we bereiken en hoe maken we dat inzichtelijk? Vanwege de samenhang over en weer tussen eenzaamheid en financiële problematiek, zowel wat betreft de inhoud als de mensen waar het om gaat, willen we de aanpak van eenzaamheid en de aanpak van armoede en schulden meer met elkaar verbinden voor een effectiever beleid (meer doen met wat er is). De aanpak van eenzaamheid richt zich onder andere op het stimuleren van ontmoeting en activering. Met als doel dat er duurzame verbindingen en relaties kunnen ontstaan. Goede relaties ontstaan en floreren niet vanzelf. Daarom willen we hier als gemeente onder meer via de Alliantie tegen Eenzaamheid een stimulerende rol in spelen. Dit draagt bij aan meedoen, het vergroten van de veerkracht van mensen en minder psychologische problemen, met als resultaat dat mensen beter in staat zijn hun financiële problematiek aan te pakken. In de periode 2021-2024 willen we bereiken dat: - Meer Capellenaren die eenzaamheid als een probleem ervaren gebruik maken van de mogelijkheden dit probleem aan te pakken. - De deskundigheid van medewerkers en vrijwilligers verder is vergroot (kennis over doelgroepen, herkenning en samenhang problematieken, ondersteuningsaanbod en effectieve werkwijzen).
38 Plan van Aanpak Meer samen, minder eenzaam - Samen tegen eenzaamheid, Collegebesluit 3 maart 2020, Djuma documentnummer
169556.
17
-
De uitvoering verder is verbeterd door een samenhangender aanpak (partijen zijn op de hoogte van elkaars aanbod, verwijzen aan elkaar door en instrumenten sluiten op elkaar aan).
We maken dit inzichtelijk met de volgende indicatoren: Indicator
Bron
Referentiescore
Beoogd resultaat 2024
Bijzonderheden
% Capellenaren dat zich eenzaam voelt.
Bewonersenquête.
16%39 (Bewonersenquête 2019).
Afname.
Aantal deelnemers activiteiten aanpak eenzaamheid (zoals activiteiten subsidieregeling Ontmoeting).
Rapportages over de resultaten vinden plaats in het kader van de uitvoering van de aanpak eenzaamheid.
Nulmeting in 2021.
-
Rapportages over de resultaten vinden plaats in het kader van de uitvoering van de aanpak Eenzaamheid. Cijfers worden aangevuld met kwalitatieve ervaringen.
Aantal Capellenaren met financiële problematiek dat zich aantoonbaar minder eenzaam voelt/minder in sociaal isolement verkeert.
Registratie / rapportages Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken.
Nulmeting 2021.
Toename.
Aantal trainingen/ voorlichtingen medewerkers en vrijwilligers.
Registratie / rapportages betrokken partijen (Welzijn Capelle, GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, Samen010, CJG). Inventarisatie onder betrokken partijen.
Nulmeting 2021.
Nader te bepalen.
Nulmeting 2021.
Partijen ervaren een verbeterde deskundigheid en meer samenhang.
Oordeel betrokken partijen over hun deskundigheid en de samenhang uitvoering.
Indicator is meetbaar voor beperkt aantal groepen op persoonsniveau (door Welzijn Capelle op basis van meetinstrument financieel ontzorgen en positieve gezondheid en door GR IJsselgemeenten Sociale Zaken op basis van de Zelfredzaamheidsmatrix. De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief.
De monitoring op deze indicator is met name kwalitatief, in de vorm van ervaringen van medewerkers en vrijwilligers.
Wat gaan we doen? Om te zorgen voor meer verbinding tussen de aanpak van eenzaamheid en de aanpak van armoede en schulden gaan we: - Samen met de maatschappelijke partners bepalen welke activiteiten en vindplaatsen voor de aanpak van eenzaamheid en voor de uitvoering van de aanpak armoede en schulden benut gaan worden om elkaar te versterken. - Bepalen hoe de Alliantie tegen eenzaamheid en het Pact van Capelle40 elkaar kunnen versterken en waar overlap kan worden verholpen en voorkomen. - De deskundigheid van medewerkers en vrijwilligers verder bevorderen door: > Armoede/schulden en de samenhang met eenzaamheid op de agenda plaatsen in overleggen, zodat de bewustwording over de eigen rol vergroot wordt. > In trainingen voor de aanpak van eenzaamheid aandacht besteden aan de samenhang met armoede- en schulden (herkennen van financiële problematiek), en andersom bij trainingen voor de aanpak van financiële problematiek aandacht voor (het herkennen) van eenzaamheid.
39
Het cijfer uit de Bewonersenquête 2019 wijkt af van het cijfer uit de Gezondheidsmonitor 2016 voor het percentage Capellenaren dat zich eenzaam voelt (45%). Dit komt door een verschil in vraagstelling. 40 Armoedepact Capelle, collegebesluit 24 februari 2015, Verseon documentnummer 616721. Het Pact richt zich op versterking en verbreding van de samenwerking en afstemming tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij de aanpak van armoede en schulden.