07A.01 - Vastgesteld raadsvoorstel en -besluit Verordening maatschappelijke ondersteuning 2023
Tekst van het document
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel Raadsvoorstel Nummer raadsvoorstel
Portefeuillehouder college/ burgemeester griffier/ initiatiefnemer raad
974434 Marc Wilson Raadsvergadering
Programma/ product/ collegewerkplan
19 december 2022
Taakveld 6
ONDERWERP Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023
GEVRAAGDE BESLISSING De Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 vast te stellen.
WETTELIJKE BASIS/ AANLEIDING RAADSVOORSTEL Artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo 2015) bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vast stelt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beleidsplan met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. De vigerende Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 (hierna: Verordening 2020) is op 16 december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Voorgesteld wordt per 1 januari 2023 de Verordening 2020 te actualiseren in verband met een indexatie van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer), nieuwe jurisprudentie en ontwikkelingen op het gebied van rechtmatigheid en het persoonsgebonden budget en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 vast te stellen.
BEOOGD DOEL/ EFFECT Vaststellen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023
ONDERBOUWING VAN DE GEVRAAGDE BESLISSING Inleiding Afgelopen periode hebben wij de vigerende Verordening Maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020 (hierna: Verordening 2020) geëvalueerd Aanleiding hiervoor was nieuwe Jurisprudentie en ontwikkelingen op het gebied op toezicht en handhaving en het persoonsgebonden budget (pgb). Tijdens de evaluatie is de gehele Verordening 2020 getoetst aan de hand van de herziende modelverordening van Schulinck ((juridisch) kenniscentrum binnen het sociaal domein), die in november 2021 is gepubliceerd. In deze modelverordening is de meest recente jurisprudentie verwerkt. Ook diende de Verordening 2020 geactualiseerd te worden in verband met een indexatie van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer)
Zaaknr: 974331
Capelle aan den IJssel gemeente
Uitgangspunten
Uitgangspunt ook binnen de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 (hierna: Verordening 2023) blijft de eigen kracht van de Capellenaren waarbij participatie en zelfredzaamheid worden gestimuleerd door o.a. de inzet van het sociale netwerk en voorliggende voorzieningen. Dit sluit ook aan bij het Beleidskader Maatschappelijke ondersteuning & gezondheid 2021-2024 Wijzigingen ten opzichte van Verordening 2020
Op basis van de evaluatie is gebleken dat het noodzakelijk is om de Verordening 2020 op een aantal punten aan te passen. Het betreffen met name technische en redactionele wijzigingen die in de concept Verordening 2023 zijn verwerkt. De Verordening 2020 is gebaseerd op de Modelverordening van de VNG. De opzet en inhoud van de Verordening 2020 zijn in de Verordening 2023 zoveel mogelijk behouden. De wijzigingen ten opzichte van de Verordening 2020 en de toelichting bij de wijzigingen zijn verwerkt in een overzicht die in bijlage 1 is opgenomen. Hieronder volgen kort de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening: Een nieuwe definitie voor de term ··algemeen gebruikelijke voorziening" conform recente jurisprudentie; Een aanvulling op en uitbreiding van de weigeringsgronden voor een maatwerkvoorziening conform wet- en regelgeving: Een verduidelijking en aanscherping van de regels met betrekking tot een pgb conform wet- en regelgeving en adviezen van de VNG: Een indexatie van de eigen bijdrage voor het collectief aanvullend vervoer conform de L Tl-index en een vastlegging van deze jaarlijkse indexering; Een aanpassing van het artikel met betrekking tot toezicht en handhaving in het kader van de rechtmatigheid waardoor de Verordening Jeugdhulp en de Verordening maatschappelijke ondersteuning op elkaar zijn afgestemd.
FINANCIELE CONSEQUENTIES/ WIJZE VAN DEKKING
De voorgestelde wijzigingen hebben geen financiële consequenties.
REACTIES VAN DERDE/ FORMELE INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN/ COMMUNICATIE
De Adviesraad Sociaal Domein is gevraagd advies te geven over de concept Verordening 2023. In de schriftelijke reactie van de adviesraad d.d. 23 oktober 2022 heeft zij haar advies met betrekking tot de Verordening 2023 ingediend. Als bijlagen zijn het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en de reactie van het college op het advies bijgevoegd.
VOORTRAJECT N.v.t
VERVOLGTRAJECT
Na vaststelling van de verordening zal een start gemaakt worden met het opstellen van een publieksvriendelijke versie van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023
2
Capelle aan den IJssel
Zaaknr: 974331
gemeente
RAADSCOMMISSIE Commissie Samenleving en Economie van 6 december 2022
BIJLAGE(N) WELKE TER KENNIS VAN DE RAAD WORDEN GEBRACHT Raadsbesluit met Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023; Overzicht wijzigingen met toelichting: Advies Adviesraad Sociaal Domein; Antwoordbrief op advies Adviesraad sociaal domein.
NADERE INFORMATIE/ TECHNISCHE VRAGEN BIJ Josmie Broeren. j broeren@capelleaandenijsselnl, (010) 284 8949
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris. de burgemeester,
AL. DUIJMAER VAN TWIST
MR. P OSKAM
3
Capelle aan den IJssel
Zaaknr: 974331
gemeente
Raadsbesluit De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders: gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6,2.1.7, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: gezien het advies van de commissie Samenleving en Economie; overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het
realiseren van een inclusieve samenleving. BESLUIT vast te stellen de volgende 'Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023
Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 HOOFDSTUK 1
Begrippen
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1. 2.
3.
4. 5. 6. 7.
Aanbieder natuurlijke persoon of rechtspersoon die Jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren; Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: a. niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; b. daadwerkelijk beschikbaar is; c. een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en; d financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en participatie, of op opvang; Beleidsregels Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023: Besluit Besluit maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023; Bijdrage bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1 .4a van de wet; Client persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of pgb is verstrekt of door namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; 4
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel 8.
Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlenging op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; 9. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel; 10. Financiële tegemoetkoming: Een maximale tegemoetkoming in de kosten van een maatwerkvoorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager, niet zijnde mantelzorger. 11. Forfaitaire financiële tegemoetkoming: Een bijdrage in de kosten, die ongeacht het inkomen van de aanvrager en los van de werkelijke/feitelijke kosten van een voorziening, wordt verstrekt. 12. Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgeno(o)t(e), ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; 13. Goedkoopst adequaat: een oplossing biedend voor het opheffen en/of verminderen van de belemmeringen die de cliënt ervaart tegen de voordeligste prijs 14. Hoofdverblijf: de woonruimte. bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en a. in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven: dan wel b.
zal staan ingeschreven: dan wel c. het feitelijke woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven; 15. Ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Capelle aan den IJssel, tenzij een maatwerkvoorziening wordt geboden op het gebied van beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid, van de wet; 16. Langdurig noodzakelijk: voor langere tijd aangewezen op de desbetreffende maatwerkvoorziening voor het opheffen en/of verminderen van de belemmeringen die de cliënt ervaart: 17. Maatschappelijke ondersteuning 1 °. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2°. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3°. bieden van beschermd wonen en opvang; 18 Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: r.
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3"°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang; 19 Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang. jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; 20. Melding: melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 21. Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer, 22. Pgb: persoonsgebonden budget is een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen. woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken: 23.
Persoonlijk plan plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; 24. Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
5
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel 25. Vertegenwoordiger meerderjarig persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Personen of rechtspersonen die als vertegenwoordiger als bedoeld in het eerste lid kunnen optreden zijn de curator, de mentor of de gevolmachtigde van de cliënt, dan wel, indien zodanige persoon of rechtspersoon ontbreekt, diens echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, diens ouder, kind, broer of zus, tenzij deze persoon dat niet wenst; 26. Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de behoefte aan ondersteuning wordt tegemoetgekomen; 27. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; 28. Woningaanpassing: bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte; 29. Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. HOOFDSTUK 2
Melding, onderzoek en aanvraag
Artikel 2. Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning 1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Als de cliënt daarom verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte, zoals bedoeld in artikel 4. van de Verordening. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. Artikel 3. Spoedeisende gevallen In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 23.2, eerste lid, van de wet Artikel 4. Cliëntondersteuning 1. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is 2. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliéntondersteuning. Artikel 5. Persoonlijk plan Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen Artikel 6.
Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1.Het college onderzoekt in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
6
Capelle aan den IJssel
Zaaknr: 974331
gemeente
f.
2. 3.
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep dan wel een beperkter beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g. de mogelijkheden om door middel van (wettelijk) voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken: i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 5, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
Artikel7. Verslag Binnen 6 weken na melding verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag) Artikel 8. Aanvraag 1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd. 2 Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. een door het college vastgesteld aanvraagformulier, of b. een door de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 7. 3. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. Artikel 9. Advisering 1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek naar aanleiding van de melding en/of de aanvraag, degene die of namens wie een melding of aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten: a. Op te roepen in persoon te verschijnen: b. Zich te laten bevragen en onderzoek te laten verrichten door een of meer daartoe aangewezen specifiek onafhankelijk deskundigen. 2. Het college wint een specifiek onafhankelijk deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit naar het oordeel van het college vereist HOOFDSTUK 3
Maatwerkvoorziening
Artikel 10. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening indien er sprake is van een noodzaak tot compensatie van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie. en de cliënt deze beperkingen en problemen niet of niet volledig kan wegnemen door gebruik te maken van a. eigen kracht en/of b. gebruikelijke hulp en/of c. mantelzorg en/of d. hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of
7
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel
2. 3.
4.
5.
e. met (wettelijk) voorliggende voorzieningen f. algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of g. algemene voorzieningen. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maakt Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor een individuele vervoersvoorziening of een forfaitaire financiële tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten voor zover hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het bevorderen van diens zelfredzaamheid en participatie. Het college stelt de hoogte voor de (forfaitaire) financiële tegemoetkoming vast in het Besluit.
Artikel 11.
1.
2
Weigeringsgronden
Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren: a. voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen: b. als de client een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is c indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is: d. voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen: e. voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht: f. indien de voorziening als gevolg van de beperkingen van de cliënt voor zichzelf of voor derden onveilig is, gezondheidsrisico's met zich meebrengt, of niet bevorderlijk is voor de gezondheid, of het functioneren van de cliënt; g. indien deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met de reeds bestaande en bekende beperkingen, niet verband houdende met de overgang naar een volgende levensfase; h.
indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan worden vastgesteld; i. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en de noodzaak en passendheid van de voorziening en gemaakte kosten achteraf nog kan worden vastgesteld en de voorziening niet langer dan twee weken voor de melding is gerealiseerd of geaccepteerd: j. indien de aanvraag voor een voorziening een therapeutisch doel of karakter heeft k. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt. Het college kan een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie weigeren: a.
indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Capelle aan den IJssel; b. indien deze niet langdurig noodzakelijk is tenzij het gaat om huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging of begeleiding; c. indien de voorziening niet gericht is op ondersteuning in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag.
8
-- --- --
--- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel 3.
Het college kan een maatwerkvoorziening voor een woonvoorziening weigeren: a. indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau in het vigerend Bouwbesluit; b. voor zover de ondervonden beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, het gevolg zijn van achterstallig onderhoud of opgelost kunnen worden door algemeen gebruikelijk onderhoud; c als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; d. in afwijking van lid 3 onderdeel c van dit artikel en artikel 2.3.5. lid 6 van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden. e. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL- clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; f. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; g.
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; h. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte en beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college, i. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; j. wanneer er geen sprake is van objectieve aanknopingspunten voor een causaal verband tussen de beperkingen van cliënt en de belemmeringen die hij ondervindt bij het wonen in de woning; k. om te komen tot het basisuitrustingsniveau van een zogenoemde doelgroepenwoning wanneer er sprake is van algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Artikel 12. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is en indien noodzakelijk de taken en frequentie; b. indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn; c. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; d. of de voorziening in eigendom of bruikleen wordt verstrekt; e. of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt; f. hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt aanvullend vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe daartoe is gekomen; d. wat de omvang van de eventuele vergoeding voor de instandhoudingskosten is en hoe daartoe is gekomen; e. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb 3. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geinformeerd. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in de beschikking vermeld dat de cliënt zich moet houden aan een eventueel van toepassing zijnde bruikleenovereenkomst.
9
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel Artikel 13. Regels voor een pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de Wet, waarin is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, tijdig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2. De cliënt stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen. Hiertoe dient de cliënt een gemotiveerd plan beschikbaar te stellen aan het college. 3. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar bedrag 4. De volgende kosten mogen niet uit het pgb worden betaald: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. feestdagenuitkering, e. reiskosten voor een zorgverlener; f. bijkomende zorgkosten: g. eenmalige uitkering, h. kosten voor het aanvragen van een VOG; i. kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; j. kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; k. alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet of de Wmo vallen; I. alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen; m. eigen bijdragen. 5. Betalingen van diensten geschiedt op declaratiebasis.
Vaste, maandelijkse betalingen zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen cliënt en zorgverlener. 6. Het college kan de Sociale verzekeringsbank (Svb) gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 7. Een vertegenwoordiger wordt alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien· a. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of een financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden: b. hij hier met voldoende afstand en kritisch invulling aan kan geven; c. er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 8. Het college kan nadere regels stellen inzake de kwaliteit van ondersteuning bij de in dit artikel genoemde pgb. 9. Als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wet, verstrekt het college geen pgb 10.
Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Artikel 14. Hoogte van een pgb 1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: a. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en b. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk en of deze persoon gekenmerkt kan worden als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en opteert voor een tegemoetkoming van € 141,- per kalendermaand, en voor zover van toepassing een tegemoetkoming per kalendermaand voor reiskosten.
10
Zaaknr: 974331
ome«te
Capelle
aan den IJssel 2.
3.
4.
5.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en de instandhoudingskosten daarvan. Onderscheid formele en informele hulp a Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor diensten, wordt onderscheid gemaakt tussen het tarief voor formele en informele hulp. b Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van cliënt: I. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; ll. personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten zij ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. c. Informele hulp is: I. Hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 3 onder b.
Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in lid 3 onder b bedraagt maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en is toereikend. Het persoonsgebonden budget voor personen als bedoeld in lid 3 onder c bedraagt a. tenminste het wettelijke minimumloon tot ten hoogste 75% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura en is toereikend, of: b. een tegemoetkoming van € 141,- per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor reiskosten ten behoeve van de hulp waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor reiskosten wordt vastgesteld op grond van de volgende berekening: 156 x de dagelijkse reisafstand x€0,19 x deeltijdfactor, gedeeld door 12 maanden.
Artikel 15. 1.
2.
3.
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 0f 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing genomen op grond van deze verordening of diens rechtsvoorganger op basis van een heronderzoek herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of; e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. Het college bepaalt in de beslissing, het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.
Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb Het college kan indien een besluit tot verlening van een maatwerkvoorziening is ingetrokken of herzien op grond van artikel 2.4.1 van de wet het reeds uitbetaald pgb bij dwangbevel invorderen.
11
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel HOOFDSTUK4
Bijdrage in de kosten
Artikel 16. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Een client is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging en begeleiding, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt; 2. In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor individuele begeleiding categorie waakvlamcontact. 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste€ 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid. van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage is verschuldigd. 4. In afwijking van het eerste lid a. kunnen zorgmijders geen bijdrage verschuldigd zijn de eerste zes maanden van zorgverlening. of langer wanneer dat noodzakelijk is naar oordeel van het college. b. zijn cliënten die in een hospice verblijven geen bijdrage verschuldigd voor de huishoudelijke ondersteuning die ze ontvangen tijdens het verblijf binnen het hospice. 5. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer (collectief aanvullend vervoer) bedraagt voor: 1 zone € 1,24 per rit: 2 zones € 1,86 per rit: 3 zones €2,48 per rit; 4 zones €3,1 0 per rit; 5 zones € 3, 72 per rit. 6.
De bedragen genoemd in het vijfde lid worden met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het LTl-indexcijfer heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar 7. Indien medische begeleiding tijdens het collectief aanvullend vervoer verplicht is, is de verplichte begeleider geen eigen bijdrage verschuldigd voor de kosten voor het gebruik van het collectief aanvullend vervoer. HOOFDSTUK 5
Kwaliteit, veiligheid en rechtmatigheid
Artikel 17. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Gecontracteerde aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard en conform vastgestelde eisen opgenomen in het inkooptraject dienstverlening of bij een ander lid als toevoeging; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de gecontracteerde aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de adequaatheid van de geleverde maatwerkvoorzieningen als ook de prestatielevering in relatie tot de maatwerkvoorzieningen. Artikel 18. Toezichthouder kwaliteit 1.
Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders doen onverwijld melding van calamiteiten en geweld bij de toezichthouder; 12
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel 3. 4.
Aanbieders verlenen alle medewerking aan de toezichthouder, die hij redelijkerwijs kan vragen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de door het college gecontracteerde aanbieders en aanbieders die via een pgb worden betaald.
Artikel 19. Toezicht en handhaving rechtmatigheid 1. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet 2. Ter uitvoering van het eerste lid stelt het college telkens voor een periode van vier jaar een handhavingsbeleidsplan vast, waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten worden aangegeven. Het handhavingsbeleidsplan kan tussentijds worden gewijzigd. 3. Ter uitvoering van het handhavingsbeleidsplan bedoeld in het tweede lid stelt het college jaarlijks een handhavingsuitvoeringsplan vast Het handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik en niet-gebruik van de wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast Artikel 20. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de inkoopprocedure open- house en het aangaan van een overkomst met de derde; of b.
een reële prijs conform Algemene maatregel van Bestuur (AMvB) (besluit van 10 februari 2017, houdende regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de zorgverlening tussen de cliënt en de zorgverlener) die geldt als ondergrens voor die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde; en ll. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; en b. rekening houdend met de continuïteit in de zorgverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid. van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken zorgverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen en baseert zich op de eisen zoals gesteld in de AMvB: a. de kosten van de beroepskracht: b. redelijke overheadkosten, c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte. scholing, werkoverleg; d. reis- en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f.
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat Artikel 21. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de voorziening stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of
13
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel b.
2.
3.
een reële prijs die geldt als ondergrens voor: i. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en ii. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die voorziening. waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat
HOOFDSTUK6
Beschermd wonen en opvang
Artikel 22. Beschermd wonen en opvang 1. Op beschermd wonen en opvang in de zin van artikel 1.1.1, lid 1 van de wet zijn de artikelen 1.1 onder f, 1.2 lid 3, 2.3 li 2, 3.2.1 lid 1 onder f, 3.2.10, 3.4.4 1id 1 onder a, 3.4.4 lid 2 onder a en 4.1.5. van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018 van toepassing zoals die op 1 januari 2018 luiden. 2. Voor zover bepalingen in deze verordening in strijd zijn met de in het eerste lid bedoelde bepalingen, zijn uitsluitend de in het eerste lid genoemde bepalingen van toepassing en blijven de desbetreffende bepalingen buiten toepassing.
HOOFDSTUK 7
Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten
Artikel 23. Jaarlijkse waardering mantelzorgers De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat uit het beschikbaar stellen van een waardebon. Artikel 24. 1.
2.
3.
Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Een financiële tegemoetkoming in de meerkosten voor personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende noodzakelijke meerkosten hebben ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie wordt niet verstrekt als maatwerkvoorziening; Personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende noodzakelijke meerkosten hebben ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie kunnen aanspraak maken op de collectieve aanvullende zorgverzekering van de IJsselgemeenten; De vigerende criteria van de IJsselgemeenten zijn van toepassing op de aanvraag.
HOOFDSTUK 8
Klachten, medezeggenschap en inspraak
Artikel 25. Klachtregeling 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliéntervaringsonderzoek. Artikel 26. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle maatwerkvoorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks clièntervaringsonderzoek.
14
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel Artikel 27.
Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Ingezetenen worden bij de uitvoering van de wet betrokken op de wijze die is bepaald in de Verordening Adviesraad sociaal domein Capelle aan den IJssel 2018, of diens rechtsopvolger.
HOOFDSTUK 9 Artikel 28.
1. 2. 3.
Nadere regels en hardheidsclausule
Voor zover in deze Verordening niet anders is bepaald is het college belast met de uitvoering van deze Verordening en alle besluiten ter uitvoering van deze verordening en de wet. Ter uitvoering van deze Verordening stelt het college in ieder geval het Besluit en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en Beleidsregels Pgb Wmo 2015 vast. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze Verordening indien toepassing van de Verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 29.
1. 2.
Overgangsrecht en slotbepalingen
Intrekking oude verordening en overgangsrecht
De Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020 wordt ingetrokken. Een cliënt houdt recht op een lopende maatvoorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2020 of diens rechtsvoorgangers, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel
1 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023
Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2023 ALGEMEEN
Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) De verordening kenmerkt zich door te kijken naar wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociaal netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te maken van een algemene voorziening of -- als dat niet volstaat -een maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij. Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de behoefte aan ondersteuning van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemeen gebruikelijke of algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een voorliggende of andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. De Wmo 2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom vast.
Een dergelijke procedure die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist eindoordeel moeten leiden: ondersteuning waar ondersteuning nodig is. Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar
15
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op grond van artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 eveneens dient vast te stellen In dit beleidsplan wordt het door het
gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning vastgelegd.
HOOFDSTUK 1 Artikel 1.
Begrippen Definities
In verband met de leesbaarheid van deze verordening zijn voor de duidelijkheid belangrijke begrippen opgenomen. De definities spreken voor zich en behoeven geen verdere uitleg HOOFDSTUK 2 Artikel 2.
Melding, onderzoek en aanvraag Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
Deze bepaling is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan worden gezien als een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de wet. Daarbij is onder meer bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval bepaalt op welke wijze een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang. In artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet wordt al bepaald dat indien bij het college melding wordt gedaan van een vraag voor maatschappelijke ondersteuning, het college deze melding onderzoekt Deze bepaling verankert ook in de verordening dat bij het college een melding kan worden gedaan en door wie Het eerste lid bevat regels voor de verplichte meldingsprocedure. De melding is vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college worden gedaan. Zie de algemene toelichting over mandatering door het college. De melding kan 'door of namens de cliënt' worden gedaan. Dit kan ruim worden opgevat. Naast de cliënt kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen. Wanneer een persoon zich voor het eerst meldt, is in veel gevallen niet op voorhand duidelijk of en in welke vorm het college in actie moet komen.
Als de persoon alleen informeert naar bijvoorbeeld de beschikbaarheid van een algemene voorziening of kenbaar maakt gebruik te willen maken van een algemene voorziening, is er geen aanleiding om een onderzoek in te stellen. Een persoon met een behoefte aan ondersteuning die op grond van een andere wet kan worden beantwoord, kan direct en gericht worden doorverwezen. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan de Zorgverzekeringswet, de Participatiewet en de Leerplichtwet. Als de persoon aangeeft behoefte te hebben aan maatschappelijke ondersteuning, is het van belang dat wordt onderzocht wat de behoefte aan ondersteuning van betrokkene is. Een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet is noodzakelijk. In het tweede lid is de verplichte ontvangstbevestiging verankerd (artikel 2.3.2, eerste lid, slotzin, van de wet). Indien de melding mondeling of telefonisch is gedaan, wordt dit ook schriftelijk bevestigd aangezien het onderzoek na een melding maximaal zes weken mag beslaan (artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet). Registratie en een schriftelijke ontvangstbevestiging van de melding is in het kader van deze termijn van belang.
16
Zaaknr: 974331
Capelle aan den IJssel gemet
Artikel 3. Spoedeisende gevallen In dit artikel is overeenkomstig artikel 2.3.3 van de wet een uitzondering vervat voor spoedeisende gevallen. Het college is op grond van de wet verplicht in dergelijke gevallen een passende tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek dat volgt na de melding. Artikel 4. Cliëntondersteuning Het eerste lid is een uitwerking van de wettelijke verplichting van het college in artikel 2.2.4, eerste lid, onder a, en tweede lid, van de wet. De wet adresseert het college rechtstreeks en vraagt niet om hierover bij verordening een regeling op te stellen. De bepaling uit de wet is toch in de verordening opgenomen vanwege het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten te geven. Hierbij is benadrukt dat de cliëntondersteuning op grond van de wet voor de cliënt kosteloos en onafhankelijk (amendement TK 2013-2014, 33841, nr. 68 Waarborgen onafhankelijke cliëntondersteuning) is. In de memorie van toelichting bij artikel 2.2.4 van de wet (Kamerstukken 112013/14, 33 841, nr. 3) is vermeld dat gemeenten hiermee de opdracht hebben in ieder geval een algemene voorziening voor cliëntondersteuning te realiseren, waar burgers informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan kunnen krijgen.
Ook uitgebreide vraagverheldering alsmede kortdurende en kortcyclische ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen maken daarvan deel uit. In het tweede lid is overeenkomstig artikel 2.3.2, derde lid, van de wet bepaald dat het college de betrokkene na de melding van de behoefte aan ondersteuning inlicht over de mogelijkheid van gratis cliëntondersteuning. De cliënt kan dan gedurende het onderzoek er gebruik van maken. Een cliëntondersteuner kan de cliënt in het gesprek helpen zijn behoefte aan ondersteuning te verwoorden en keuzes te maken. Cliëntondersteuning wordt omschreven als onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van (artikel 1.1.1 Wmo 2015) maatschappelijke ondersteuning preventieve zorg zorg jeugdhulp onderwijs welzijn wonen
werk en inkomen Daarmee wordt gedoeld op activiteiten die de burger de weg wijzen in het veld van maatschappelijke ondersteuning (TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, blz. 118). Het gaat om informatie en advies geven aan mensen die voor een vraag of een situatie staan die zodanig complex is dat de persoon het niet zelf of met zijn omgeving kan oplossen (toelichting bij artikel 1.1.1 Wmo 2015 / 33 841, nr. 3, blz 113). In de Wmo 2015 is dus de cliëntondersteuning voor het gehele sociale domein en andere levensdomeinen geregeld (dus ook Jeugdwet, Participatiewet en Zorgverzekeringswet). De cliënt kan er ook voor kiezen zijn ondersteuning zelf te organiseren. Indien de cliënt zelf een professionele cliëntondersteuner inschakelt, hoeft de gemeente niet de kosten daarvan aan de cliënt te vergoeden (TK2013-2014, 33 841, J, blz 13). Artikel 5. Persoonlijk plan Overeenkomstig artikel 2.32, tweede lid, van de wet is de verplichting opgenomen om informatie te verschaffen over de mogelijkheid voor de cliënt om een persoonlijk plan op te stellen en deze aan het college te overhandigen. Zie ook artikel 6, tweede lid.
17
Zaaknr: 974331
gemeente
Capelle
aan den IJssel Artikel 6. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Deze bepaling is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan worden gezien als een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de wet, waarbij onder meer is bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval regels vaststelt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2 bedoelde plan en de door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen (CRvB 21-03-2018 ECLINL,CRVB2018.819) Een zorgvuldig onderzoek vereist het op enigerlei doorlopen van de volgende stappen: Inventarisatie van de behoefte aan ondersteuning: - Minutieus en onderbouwd de onderliggende problematiek in kaart brengen: De aard en omvang van de noodzakelijke hulp vaststellen: Vaststellen wat de discrepantie tussen noodzaak en de eigen mogelijkheden zijn; Vaststellen welke voorzieningen de geconstateerde discrepantie adequaat oplost. De onderdelen van het eerste lid zijn overeenkomstig de opsomming in artikel 2.3.2 van de wet opgenomen. In artikel 2.3.2, eerste lid is vastgelegd dat "een onderzoek in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger".
De memorie van toelichting op deze bepaling (Kamerstukken Il 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 143) verduidelijkt dat voor een zorgvuldig onderzoek veelal sprake zal zijn van enige vorm van persoonlijk contact met betrokkene of een vertegenwoordiger van betrokkene, aangezien daardoor een adequaat totaalbeeld van de betrokkene en zijn situatie verkregen kan worden. De vorm van het onderzoek is vrij. Het gesprek is hoofdregel en hoeft uiteraard niet plaats te vinden als dit niet nodig is. Het kan bijvoorbeeld om een cliënt gaan die al bekend is bij de gemeente en een eenvoudige 'vervolgvraag' heeft. In onderdeel bis als onderwerp van gesprek 'het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning' opgenomen. Dit is belangrijk omdat in de woorden van de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken Il 2013/14, 33 841, nr. 34, blz. 183) "de ultieme toetssteen of de maatschappelijke ondersteuning effectief is geweest, ligt in de beantwoording van de vraag of de cliënt zelf vindt dat de verleende maatschappelijke ondersteuning heeft bijgedragen aan een verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie. In het wetsvoorstel Wmo 2015 staat het bereiken van dit resultaat centraal". In het tweede lid is overeenkomstig artikel 2.3.2, vijfde lid, van de wet verankerd dat het college een door of namens de cliënt ingediend persoonlijk plan betrekt bij het onderzoek. Artikel 7.
Verslag Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure en is overeenkomstig artikel 2.3.2, vijfde lid, van de wet opgenomen. Het artikel borgt dat altijd verslag wordt opgemaakt. De invulling van deze verslagplicht is vormvrij. In de memorie van toelichting (Kamerstukken Il 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 32-33) staat dat de gemeente aan de cliënt een weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om hem in staat te stellen een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. Uiteraard zal de weergave van de uitkomsten van het onderzoek variëren met de uitkomsten van het onderzoek. Zo zal de weergave van het onderzoek bijvoorbeeld heel beperkt kunnen zijn als de cliënt van mening is goed geholpen te zijn en de uitkomst is dat geen aanvraag van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Bij meer complexe onderzoeken zal uiteraard een uitgebreidere weergave noodzakelijk zijn. In het verslag worden alleen gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn om te kunnen voorzien in de behoefte van de cliënt.