CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.04 - Bijlage 4 - Conceptnota van beantwoording zienswijzen Programma Mobiliteit

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 8 maart 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Programma Mobiliteit9.876 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 4: Nota van beantwoording zienswijzen Programma Mobiliteit

9 februari 2021

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

Bladzijde 2 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................................................................3

2

Zienswijzen..................................................................................................................................................................4

Bladzijde 3 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

1

Inleiding

In 2009 heeft de gemeente Capelle aan den IJssel het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan ‘Slim Reizen’ vastgesteld. Voor de periode 2010-2020 is daarmee richting gegeven aan het mobiliteitsbeleid. Met de aanpassingen in het overheidsbeleid en optredende maatschappelijke trends en ontwikkelingen is het tijd voor actueel mobiliteitsbeleid. In het Programma Mobiliteit wordt hier voor de periode 2020-2030 invulling aan gegeven. Voor de uitvoeringsagenda wordt een periode van 2020-2025 aangehouden. Het Programma Mobiliteit bestaat uit een aantal elementen. Zo wordt er stilgestaan bij het beleid van hogere overheden, wordt aangegeven wat landelijke trends en ontwikkelingen zijn en wordt stilgestaan bij de ambities van Capelle aan de IJssel voor mobiliteit. Verder worden de belangrijkste thema’s binnen mobiliteit uitgewerkt langs 4 pijlers. De procedure die is doorlopen in de afgelopen maanden is als volgt. Allereerst is het concept Programma Mobiliteit ter consulatie aan de gemeenteraad aangeboden via de raadscommissie Stadsontwikkeling en -Beheer op 12 oktober 2020. Naar aanleiding daarvan is het concept Programma Mobiliteit aangepast en vastgesteld door het college op 10 november 2020. Daarna is een wettelijk verplichte ter inzage legging van zes (6) weken gevolgd van 18 november – 31 december 2020.

Bladzijde 4 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2

Zienswijzen

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de binnengekomen zienswijzen. In totaal zijn er zes schriftelijke zienswijzen ontvangen. De namen en adressen van de particuliere indieners van de zienswijzen zijn anoniem gehouden.

De beantwoording van de zienswijzen is na de tabel opgenomen.

Nr.

Naam

Aanpassing Concept Programma Mobiliteit

1.

Indiener zienswijze 1 Bewoner 1

Ja

2.

Indiener zienswijze 2 Bewoner 2

Nee

3.

Indiener zienswijze 3 MRDH

Ja

4.

Indiener zienswijze 4 Fietsersbond

Ja

5.

Indiener zienswijze 5 RET

Nee

6.

Indiener zienswijze 6 Gemeente Rotterdam

Ja

Bladzijde 5 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

Zienswijzen

Antwoord

Aanpassing

1.1

1.1

1.1

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat het programma onvoldoende doorwrocht en doordacht is. Het verdient aanbeveling om aan te sluiten op de werkzaamheden van MRDH inzake de Algeracorridor en op basis van de daarin voorziene maatregelen een pakket van maatregelen voor de gemeente te bezien

Het concept programma betreft een visie op mobiliteit met een concept uitvoeringsagenda voor de eerstkomende 5 jaar om richting te geven aan deze visie. Het betreft daarmee een programma dat op hoofdlijnen ingaat op ontwikkelingen waar onze gemeente mee te maken heeft of krijgt. Ondanks dat er niet uitgebreid bij stil gestaan wordt, zijn ook de werkzaamheden van de MRDH inzake de Algeracoridor hierbij betrokken.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

1.2

1.2

1.2

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat de vlag de lading niet dekt. Het concept gedateerd 10 november 2020 heeft als titel ‘Gebalanceerd de toekomst in, Programma mobiliteit 2020 – 2030’. Op pagina 46 van dit concept wordt de invulling van het programma weergegeven welke de periode bestrijkt 2021-2025. Een dergelijke inconsistentie in tijdblokken vraagt om een aanpassing op periodes en inhoud. De inhoudsopgave vermeldt als bijlage 2 ‘Evaluatie Slim reizen 2009’. Deze evaluatie ontbreekt, bijlage 2 betreft de Evaluatie Mobiliteitsbeleid van Anteagroup, april 2020.

Voor de visie op Mobiliteit hanteren wij de periode 2020 – 2030. De uitvoeringsagenda kent een korte tijdsperiode om zodoende ruimte te geven aan bijvoorbeeld technologische ontwikkelingen of inzichten die over een aantal jaar beschikbaar komen. Deze ontwikkelingen kunnen wellicht op een efficiëntere wijze bijdragen aan de realisatie van de visie dan dat wij nu kunnen overzien. Voor het einde van 2025 is een update van de uitvoeringsagenda voorzien voor de periode tot en met 2030. De evaluatie Slim Reizen 2009 is integraal onderdeel van de Evaluatie Mobiliteitsbeleid van Antea Group uit april 2020.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 6 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

1.3

1.3

1.3

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat de hier gepresenteerde gegevens, zoals aangegeven, gebaseerd zijn op het Regionaal Verkeersmodel. Daarmee betreft het een prognose voor 2020 en niet de actuele cijfers op basis van waarnemingen. De hieraan ten grondslag liggende analyse dient als bijlage te worden toegevoegd met een beoordeling op relevantie gelet op de plannen voor woningbouw en de transformatie van kantoorgebouwen. De cijfers zijn niet relevant. Het jaar 2020 wordt gekenmerkt door de corona-crises en derhalve mag in redelijkheid worden gesteld dat de huidige situatie anno 2020 niet juist is weergegeven.

Om inzicht te krijgen in de hoeveelheden en routes van het verkeer in onze gemeente hebben wij gebruik gemaakt van het Regionaal Verkeersmodel (het gaat om een toekomstbeeld en daarbij is het verkeer uiteraard nog niet te tellen). Het Regionaal Verkeersmodel heeft een onder andere een prognose gemaakt van de ontwikkeling van het verkeer in 2020 en 2030. Effecten op vervoersstromen, veroorzaakt door toekomstige veranderingen in de wegen-, fiets- of openbaar vervoerstructuur of door veranderingen in de ruimtelijke structuur van wonen, werken en voorzieningen worden meegenomen in dit verkeersmodel. Het betreft daarmee een benadering of inschatting van het verkeer in 2020 en 2030. Om beter zicht te krijgen op de exacte hoeveelheden verkeer is in de uitvoeringsagenda een programma Meten = Weten opgenomen. Daarmee willen wij nog beter in beeld krijgen hoe het verkeer zich in onze gemeente gaat ontwikkelen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 7 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

1.4

1.4

1.4

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat het onduidelijk is wat wordt verstaan onder mobiliteit in balans. De gegevens inzake de modal-split, pagina 14, zijn niet gedefinieerd. In het begrippenkader wordt aangegeven dat de modal-split op diverse manieren kan worden berekend. De streefwaarde voor mobiliteit in balans voor 2030, wat dat ook moge zijn (pagina 28), aangeduid in termen als openbaar vervoer en fiets plus 1 procent en auto minus 2 procent ten opzichte van 2020 valt in de foutenmarge van de prognoses over een periode van 10 jaar, met en zonder beleid. Betere uitleg is gewenst, zeker in relatie tot de ambitie de aandelen auto, fiets en openbaar jaarlijks te willen monitoren. Een verduidelijking is ook gewenst inzake de afbakening, aandelen naar herkomst en bestemming, op welk niveau, de gemeente of woonwijken?

Dit is een belangrijk onderdeel in het Programma Mobiliteit waar wij een aanpassing voorzien. Wij hebben hier veel discussie over gevoerd en hebben hier uiteindelijk ook veel reacties over gekregen. De ambitie is om de groei van de mobiliteit die ook de komende jaren nog zal optreden, zoveel als mogelijk op te vangen via de modaliteiten fiets en OV. Dit zal een verschuiving geven in de modal split. Om na te gaan welke verschuivingen daarbij exact optreden willen wij in het monitoringsprogramma “Meten is weten” hier uitvoerig bij stilstaan zodat wij per (2) jaar weten wat de ontwikkelingen zijn in de mobiliteit en of de gestelde ambitie wordt gehaald. Als beleidsuitgangspunt stellen wij dat het aandeel fiets en OV toeneemt met ieder 1 procentpunt.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 8 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 16/17 en pagina 31.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

1.5

1.5

1.5

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat inzake het ruimtegebruik expliciet dient te worden aangegeven dat in de gemeente er nauwelijks tot geen ruimte meer is voor nieuwe parkeervoorzieningen of infrastructuur. Bizar is het dat in figuur 8.1 wel de tram wordt genoemd maar niet de metro en spoor.

Voor de verdeling van de functies en vervoerwijzen in de beschikbare ruimte houden we rekening met de beschikbare fysieke ruimte alsook bijvoorbeeld ruimte die ontstaat in prioritering. Daarbij houden we rekening met de parkeerdruk per locatie en streven we naar een balans tussen groen, water, en infrastructuur. Figuur 8.1 betreft een algemene verdeling van verschillende modaliteiten die illustratief in dit programma is opgenomen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

1.6

1.6

1.6

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat het causale verband tussen maatregelen en de streefbeelden moet worden belicht en waar mogelijk onderbouwd met een verkeerskundige analyse.

Bij de totstandkoming van het Programma Mobiliteit hebben wij op basis van de beschikbare informatie een zo goed mogelijke analyse voor de visie opgesteld. Bij de uitwerking en monitoring van het beleid kunnen waar mogelijk nadere analyses uitgevoerd worden.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 9 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

1.7

1.7

1.7

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat het programma moet worden voorzien van een kostenraming per maatregel met een mogelijke verdeling naar probleemhouders.

Het programma heeft op dit moment een uitvoeringsagenda waarin richting wordt aangegeven. Een van de eerste zaken die wij gaan oppakken in 2021 betreft het uitwerken van de uitvoeringsagenda naar een uitvoeringsprogramma waarin onder andere planning en kosten opgenomen worden.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

1.8

1.8

1.8

De indiener van zienswijze 1 geeft aan dat er bijlagen met twee rapporten van externe adviesbureaus zijn gepresenteerd. De namen van de auteurs zijn om onbegrijpelijke redenen weggelakt. Als bureaus niet willen dat de namen van de opstellers van een rapport openbaar zijn, dan moeten ze deze niet vermelden. Het weglakken door de gemeente is ongepast.

In de AVG is bepaald op deze wijze te handelen en daar houden wij ons dus aan.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 10 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2.1

2.1

2.1

De indiener van zienswijze 2 uit zijn zorgen over de verantwoordelijkheid van de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel over de mobiliteitsuitdagingen van Capelle aan den IJssel.

Wij begrijpen de opmerkingen en zorg over de mobiliteit van en naar de Krimpenerwaard en de relatie die deze heeft met de gemeente Capelle aan de IJssel. Wij hebben regelmatig overleg met buurgemeenten over de mobiliteitsvraagstukken. Waar mogelijk zullen wij uw zorgen meenemen in deze overleggen. Wij zijn niet van mening dat de zaken die primair betrekking hebben op buurgemeenten in dit beleidsdocument integraal verwerkt moeten worden. Dat is niet het doel van dit document.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

2.2

2.2

2.2

De indiener van zienswijze 2 geeft aan ideeën te hebben over de inzet van financiële middelen om de bereikbaarheid van Krimperwaard te verbeteren.

De indiener geeft aan dat hij in de werkgroep van de Algeracorridor deelneemt. Hier zijn deze ideeën reeds aangegeven. Dit project is inderdaad de plaats om dit soort ideeën met elkaar te bespreken. Er is een relatie met dit document, maar de vraag waar investeringen vanuit het MIRT al dan niet aan worden besteed zijn geen onderdeel van deze beleidsvisie. Bovendien zijn het net als bij antwoord 1.1. zaken die gerelateerd zijn aan oplossingen bij buurgemeenten.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 11 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2.3

2.3

2.3

De indiener van zienswijze 2 geeft zijn zorgen aan over de verhouding met buurgemeenten in relatie tot sluipverkeer en fietsverkeer.

De zorgen over drukte op de Algeracorridor en de negatieve gevolgen is ook de reden om de Algeracorridor in kader van de MIRT op te pakken. Een goede doorstroming, voor wie dan ook, op de Algeracorridor zorgt dat sluipverkeer verdwijnt. Of dat door het nemen van automaatregelen fietsmaatregelen, OV-maatregelen, gedragsmaatregelen c.q. een samenstelling van deze maatregelen moet plaatsvinden is nog onderdeel van het MIRT onderzoek. De maatregelen worden ook op hun milieueffecten beoordeeld (milieu-effecten rapportage). Wij zullen bij de uitwerking van de projecten uw opmerkingen in de afweging meenemen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 12 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2.4

2.4

2.4

De indiener van zienswijze 2 geeft een reflectie op vervoersknooppunt Rivium en de waterbushalte.

In de Waterbusconcessie 2022-2031 die de provincie Zuid-Holland heeft doen uitgaan, zijn halteplaatsen in Capelle (Rivium, centrum) facultatief opgenomen. De inschrijvende vervoerders hebben de vrijheid om hier vanuit economisch bedrijfsperspectief invulling aan te geven. De winnende vervoerder ziet vanuit bedrijfsperspectief voldoende potentieel (reizigers) om Rivium als aanlegplaats aan te doen vanaf 2022. Als de Centrum ook aangedaan moet worden dan zal er een (nieuwe) route moeten worden aangelegd. Gouda was een mooie eindbestemming. Gemeente Gouda heeft in 2019 aangegeven niet mee te willen doen met de waterbus. Hierdoor is een halte alleen in Capelle-Centrum veel lastiger te realiseren, omdat er voldoende potentieel moet zijn om deze route te maken.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 13 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2.5

2.5

2.5

De indiener van zienswijze 2 geeft een reflectie op de modal shift naar fietsverkeer door middel van snelfietspaden.

De snelle fietsroute door ‘s Gravenland wordt op dit moment uitgewerkt in navolging op de verkenning van adviesbureau Goudappel in 2019 in opdracht van de provincie Zuid-Holland. De reden hiervoor is dat deze route de fietsers snel en rechtstreeks naar OV knooppunt Capelsebrug leidt. Dit is een mobiliteitsoplossing waar wij veel van verwachten (fiets-OV combinatie). Niet alleen voor bewoners uit de Krimpenerwaard, maar ook voor de bewoners van ’s Gravenland. Zo neemt het sluipverkeer af in ’s-Gravenland als meer mensen gebruik maken van de fiets. Ook neemt de verkeersveiligheid voor alle doelgroepen toe op een breder fietspad. Uiteraard zal deze uitwerking in overleg met de wijk en op een zorgvuldige en veilige wijze plaatsvinden. De alternatieve route die u schets is langer en dus minder aantrekkelijk. Wel zijn wij aan het kijken om naast de genoemde oplossingen te kijken welke oplossingen in de vorm van betere fietsverbindingen nog meer kansrijk zijn. Dit doen wij in overleg met de MRDH. Wij zullen de suggesties meenemen in dit proces.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 14 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

2.6

2.6

2.6

De indiener van zienswijze 2 geeft excuses voor de lengte van zijn bijdrage.

Wij waarderen de mening van de indiener en inzet oprecht, en hopen in de toekomst met indiener van gedachte te mogen wisselen over het beleid van de gemeente en zijn kritische blik hierop.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.1

3.1

3.1

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat de auto een prominente plek in het programma heeft en het parkeerbeleid niet van deze tijd is.

In de gemeente Capelle aan den IJssel kiezen we ervoor om alternatieve vervoerswijzen (o.a. fiets en OV) te faciliteren of te stimuleren waar mogelijk in plaats van het specifiek onmogelijk of verder onaantrekkelijk maken van het gebruik van de vervoerswijze auto.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 15 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.2

3.2

3.2

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat de combinatie van verstedelijking langs HOV-assen in combinatie met beperking van parkeernormen en stimuleren er nog weinig prominent inzit.

Het toepassen van nieuwe parkeernormen en het stimuleren van deelmobiliteit wordt verder uitgewerkt in beleidsstukken zoals deze in de uitvoeringsagenda zijn opgenomen. De parkeernota is hier een voorbeeld van. In het Programma Mobiliteit wordt hier globaal op ingegaan. De specifieke suggestie om langs HOV assen te gaan verdichten omarmen wij. Wij zullen dit expliciet opnemen in het document. Wij werken hier uiteraard al wel aan (o.a. voor Capelsebrug zijn er gesprekken over verdichting met de afdeling Stedebouw en de MRDH). Het opnemen van dit element in het Programma Mobiliteit vinden wij een goed voorstel.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.3

3.3

3.3

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat de relatie met Krimpenerwaard voor langzaam verkeer nauwelijks is gelegd.

De relatie met de Krimpenerwaard voor langzaam verkeer hebben wij wel degelijk op ons netvlies. In de uitvoeringsagenda wordt voorgesteld om een fietsnetwerk te actualiseren. Hierin wordt de relatie met Krimpenerwaard en andere buurgemeenten verder gevisualiseerd.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 16 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 40.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.4

3.4

3.4

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat er niet veel gedaan wordt met de bereikbaarheidseisen van de MRDH

De uitwerking van de bereikbaarheidseisen van de MRDH zijn onderdeel van de uitgangspunten van de projecten, beleidsstukken en maatregelen zoals deze in de uitvoeringsagenda zijn opgenomen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.5

3.5

3.5

Wanneer de uitwerking van de uitvoeringsagenda verder vormgegeven wordt, maken wij graag gebruik van de gegevens die indiener verder nog beschikbaar kan stellen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.6

3.6

3.6

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat er niet gekeken is naar verplaatsingsgedrag (OVIN) dat maakt het lastig om de kansen op modal shift in te schatten.

Met het programma Meten = Weten zijn wij voornemens om de ambities die wij stellen in het Programma Mobiliteit goed in beeld te brengen en de Modal Shift te monitoren danwel aanvullende maatregelen voor te stellen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat er meer gegevens beschikbaar zijn.

Bladzijde 17 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.7

3.7

3.7

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat de streefwaarden voor ‘modaliteiten in balans’ de goede kant opgaan maar dat het onduidelijk en lastig is om dit getalsmatig te beoordelen.

Dit is een belangrijk onderdeel in het Programma Mobiliteit waar wij een aanpassing voorzien. Wij hebben hier veel discussie over gevoerd en hebben hier uiteindelijk ook veel reacties over gekregen. De ambitie is om de groei van de mobiliteit die ook de komende jaren nog zal optreden, zoveel als mogelijk op te vangen via de modaliteiten fiets en OV. Dit zal een verschuiving geven in de modal split. Om na te gaan welke verschuivingen daarbij exact optreden willen wij in het monitoringsprogramma “Meten is weten” hier uitvoerig bij stilstaan zodat wij per (2) jaar weten wat de ontwikkelingen zijn in de mobiliteit en of de gestelde ambitie wordt gehaald. Als beleidsuitgangspunt stellen wij dat het aandeel fiets en OV toeneemt met ieder 1 procentpunt.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 18 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 16/17 en pagina 31.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.8

3.8

3.8

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat first en last mile, opknappen stations(omgevingen) en looproutes steviger in het programma mag worden opgenomen.

In de uitwerking van het beleid en bij de uitvoering van de werkzaamheden van de gemeente Capelle aan den IJssel wordt dit komende jaren waar mogelijk meegenomen. Uw suggestie om dit prominenter in het programma op te nemen vinden wij een goede.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.9

3.9

3.9

De indiener van zienswijze 3 geeft aan de fietsroute Krimpenerwaard – Rotterdam langs Rivium te missen.

Bedankt voor de toevoeging. De fietsroute Krimpenerwaard – Rotterdam wordt tekstueel meegenomen in het Programma Mobiliteit. In de uitwerking van het Fietsbeleid komende jaar, zal ook het kaartmateriaal van het fietsnetwerk worden uitgewerkt.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 19 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 28 en 47

Deze aanpassing staat op pagina 27.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.10

3.10

3.10

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat het credo ‘De autovriendelijkheid van Capelle willen we zo duurzaam mogelijk aanpakken’. De vraag is of je daarmee de benodigde reductie gaat halen. De cijfers uit het laatste DUMO-rapport zijn niet geheel correct geïnterpreteerd: Uit een recente doorrekening is gebleken dat de MRDH gemeenten met deze maatregelen in 2025 een gezamenlijke maximale theoretische reductie van 17% kunnen halen. De resterende 13% moet komen uit landelijk te nemen maatregelen. In plaats van 17% is 12% al ambitieus. We komen tot 17% CO2-reductie als alle gemeenten alle maatregelen meenemen + de maatregelen van EU en Rijk. De resterende 13% is nog echt een restopgave en oplossing daarvoor moet gevonden in meer maatregelen vanuit o.a. EU, Rijk en gemeenten.

De gemeente Capelle aan den IJssel streeft naar een CO2-reductie die haalbaar en realistisch is. De ambitie zoals deze in het Programma Mobiliteit verwoord is, geeft volgens ons een realistisch beeld en sluit aan bij het beleid van de RMDH.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

3.11

3.11

3.11

De indiener van zienswijze 3 geeft een suggestie om contact te leggen met de Verkeersonderneming en de SPES voor stadslogistiek.

Bedankt voor de suggestie. Wij staan positief tegenover contact met de Verkeersonderneming en de SPES voor een verdere uitwerking van stadslogistiek.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 20 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

3.12

3.12

3.12

De indiener van zienswijze 3 geeft aan dat bij verkeersveiligheid het er op lijkt dat het SPV als uitgangspunt is genomen en niet de uitwerking in de regionale uitvoeringsagenda (RUA). De nul slachtoffers in 2030 is een ambitie, maar geen streefwaarde, wat ons betreft. Misschien moet dat wat genuanceerd worden. In de RUA hebben we wel gezamenlijke streefwaarden opgenomen die je kunt gebruiken. Doelgroepen zijn herkenbaar, alleen de ouderen worden niet expliciet genoemd, maar zit wel in de acties. Het genoemde onderzoek naar subsidiemogelijkheden kunnen we niet helemaal plaatsen. Dat is toch geregeld via de BDU en de nieuwe subsidieregeling van het Rijk? Zou Capelle een pilotgemeente kunnen zijn voor projectverkeershandhaving?

Wij sluiten aan de bij de Regionale Uitvoeringsagenda en bijbehorende streefwaarden en ambities. Bij de verdere uitwerking van het beleid zullen wij o.a. gebruik gaan maken van de streefwaarden zoals door MRDH gehanteerd. De genoemde onderzoeken naar subsidiemogelijkheden zijn inderdaad wat overtrokken en halen wij weg uit het programma. Wij staan positief tegenover een project voor verkeershandhaving en zullen in ons dagelijks contact kijken naar de mogelijkheden in deze.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 21 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 46.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.1

4.1

4.1

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat er tegenstrijdigheden in het concept programma zitten die een politieke beleidskeuze vragen: gaan we serieus vol inzetten op de fiets, de voetganger en het OV, of blijven we het autoverkeer faciliteren met overal doorstroomgemak, zoals de inrichting van de stadsring en gratis parkeren.

Als gemeente willen wij ons de komende 10 jaar in zetten om het aandeel fiets beter te positioneren in ons verkeers- en vervoersysteem. Dit geldt overigens ook voor het OV. Een groei van deze modaliteiten willen wij in deze periode vormgeven (naast het faciliteren van het autoverkeer).

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.2

4.2

4.2

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat de afbeelding op de kaft suggereert dat er een keuze voor de auto centraal wordt gemaakt, hetgeen niet de inhoud van het Programma dekt. Beter is in het midden een smartphone symbool te plaatsen, er wordt immers zwaar ingezet op nieuwe innovatieve toepassingen, en de auto op de plek van het OV-pasje (het treinsymbool is al voldoende aanduiding van het OV).

De afbeelding op het voorblad dekt de lading van het Programma Mobiliteit. Wij streven naar meer balans in de modaliteiten waarbij de auto nog steeds een belangrijk element blijft.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 22 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.3

4.3

4.3

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat Als gemeente gaan wij op zoek naar een de nadruk in het voorwoord nogal gelegd balans van parkeervoorzieningen en een wordt op (gratis) parkeren. “Parkeren is prettige, groene leefomgeving. tevens een onderdeel waar we veel waarde aan hechten” ; een deel van de Capelse bevolking bezit geen auto, maar draagt middels gemeentelijke belasting wel bij aan dure auto-parkeervoorzieningen. “We gaan op zoek naar een balans van voldoende parkeerplaatsen en een prettige, groene leefomgeving”. Een tegenspraak, die eigenlijk zou moeten luiden: “…parkeerplaatsen ten koste van een prettige, groene leefomgeving.” Wat ons betreft worden beide zinnen weggelaten.

Bladzijde 23 van 52

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.4

4.4

4.4

De indiener van zienswijze 4 geeft een aanvulling op 2.4: Op het Raamwerk kunnen steeds meer nieuwe vormen van mobiliteit plaatsvinden.” Deze zin aanvullen met: “ , zoals (e-)fietsen met aanhanger, transportfietsen van pakketbezorgers, driewielers van gehandicapten, enzovoorts. Dit vereist bredere fietspaden, zo obstakelvrij mogelijk, en verruiming van (alleen strikt noodzakelijke) fietssluizen.” Daarnaast geeft de indiener aan dat in de begrippenlijst de letterlijke vertaling van modal split weggelaten kan worden.

De aanvulling wordt overgenomen. Uitleg over modal split laten wij staan.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.5

4.5

4.5

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat 2.4 aangevuld kan worden met “…zoals bijvoorbeeld de E-bike, E-scooter,….” , toevoegen: “…. , speed pedelec, …”

Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Deze aanpassing staat op pagina 10.

Deze aanpassing staat op pagina 10.

Bladzijde 24 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.6

4.6

4.6

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat op basis van de bevindingen en evaluatie van het GVVP uit 2009 het aandeel fiets nauwelijks is gestegen en daarmee de inleiding aangepast zou moeten worden. Daarnaast doet de indiener een voorstel om bij 2.5 toe te voegen: “De lagere parkeernorm in Rivium met bijbehorende maatregelen zal worden geëvalueerd, en waar mogelijk in andere delen van Capelle worden toegepast.”

RIVIUM is een uitzonderlijke wijk o.a. wat betreft de parkeernormen die wij daar hanteren. Dit is niet zonder reden. Voor de andere wijken zal in 2021 in de nota Parkeernormen worden bekeken welke normen wij zullen hanteren.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.7

4.7

4.7

De indiener van zienswijze 4 doet een voorstel voor het toevoegen bij 2.5 van: “Fietsparkeren is in de afgelopen perioden verbeterd, zowel kwalitatief als kwantitatief.” Graag toevoegen: “Er is echter nog een inhaalslag nodig, vooral in het centrumgebied rondom Koperwiek.”

Wij zullen de verdere uitwerking van beleidsonderdelen meenemen in de diverse uitvoeringsnota’s, waaronder nota Evaluatie Fiets. Verder zullen wij suggesties meenemen in de dagelijkse werkzaamheden binnen de gemeente.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.8

4.8

4.8

De indiener van zienswijze 4 doet een voorstel voor een aanvulling bij 2.5 Gedragsverandering. “Op sommige locaties kan beter ingezet worden op gedragsverandering….” Realistischer is: “Op de meeste locaties kan beter ….”

Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma. Deze aanpassing staat op pagina 11.

Bladzijde 25 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.9

4.9

4.9

De indiener van zienswijze 4 doet een voorstel voor een aanvulling bij 3.1 Groei van de bevolking .“Het aantal 65-plussers neemt dan met bijna 37 % toe.” Graag toevoegen: “Deze stappen in toenemende mate over op gebruik van de e-bike, maar zijn minder flexibel met toenemende kans op eenzijdige ongevallen.”

Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.10

4.10

4.10

De indiener van zienswijze 4 geeft aan dat bij 3.2 als zesde punt kan worden toegevoegd dat de fiets in toenemende mate wordt gezien als deeloplossing. Daarnaast geeft indiener aan dat het verschijnsel thuiswerken inmiddels voor een aanzienlijk deel weer is verdwenen. Thuiswerken zou dus weer meer gestimuleerd moeten worden.

De impact van de fiets op de economie valt ons inziens onder het 5e punt van de opsomming over ontwikkelingen in de economie. In andere onderdelen van het Programma Mobiliteit wordt specifiek over deelmobiliteit en de rol van de fiets geschreven.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Deze aanpassing staat op pagina 13.

Wij hebben er voor gekozen om de gevolgen van COVID-19 op de mobiliteit niet in dit Programma op te nemen. Bij het uitvoeren van het Programma Meten = Weten verwachten wij actuele inzichten te verkrijgen.

Bladzijde 26 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.11

4.11

4.11

Indiener van zienswijze 4 benadrukt dat (bij 3.3) hoewel het autobezit bij de oudere leeftijdsgroep is toegenomen, deze groep blijkbaar makkelijker te overtuigen is om deze te laten staan en meer de e-bike te gebruiken. Maar daarentegen grotere risico’s lopen wegens die leeftijd en bijbehorende conditie. Die conditie wordt door het fietsen echter wél verbeterd, en weegt op tegen de grotere risico’s.

Bij het uitwerken van het beleid nemen wij dit in ogenschouw

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.12

4.12

4.12

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat uitbreiding van de route naar de Erasmus Universiteit weggelaten kan worden aangezien het de verwachting is dat deze pas in de periode 2030-2040 aan de orde zal zijn.

In de komende periode wil de gemeente Capelle aan den IJssel graag voorbereid zijn op de mogelijke uitbreiding van de route naar de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 27 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.13

4.13

4.13

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat de verkeerskundige term ‘verzadigingsgraad’ een verduidelijking behoeft. Daarnaast stelt indiener voor het volgende toe te voegen: . “….vergeleken met de MRDH regio….” Graag toevoegen: “ en het gemiddelde van vergelijkbare middelgrote gemeentes zoals Houten en Veenendaal, ….” Wij achten deze toevoeging noodzakelijk om de Capelse bevolking en in het bijzonder het bestuur en ambtenaren er van doordrongen te laten raken dat we echt ver achter lopen!

De term verzadigingsgraad voegen wij toe aan de begrippenlijst en geven daarbij aan dat het autoverkeer betreft. Voor wat betreft de benchmark met andere gemeenten, zijn wij ons bewust dat deze beschikbaar zijn. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft er voor gekozen om in dit Programma Mobiliteit van haar eigen beleid uit te gaan. Ondanks dat er qua grootte wel vergelijkbare gemeenten zijn, blijft het lastig vergelijken. Wij hebben ons met name gericht op de ontwikkeling van de fiets in onze regio.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.14

4.14

4.14

Indiener van zienswijze 4 geeft aan de bevindingen en tips van het Burgerpanel rondom verkeersveiligheid te onderstrepen 4.15

Dank voor de onderschrijving

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.15

4.15

Indiener van zienswijze 4 geeft aan de verbeterpunten voor fietsmogelijkheden van het Burgerpanel te onderstrepen. Daarnaast geeft indiener aan dat er geen systematisch meerjarenplan om fietspaden te onderhouden of te vernieuwen is.

In de uitvoeringsagenda is aandacht voor onderhoud en vernieuwing.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 28 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 3.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.16

4.16

4.16

Indiener van zienswijze 4 geeft bij Ambities Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen. “Meer inzetten op verbeteren van fietspaden en openbaar vervoer…” Graag veranderen in: “Meer inzetten op verbeteren van fietspaden en fietsroutes en openbaar vervoer…”

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.17

4.17

4.17

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 4.6 Toekomstbestendige stad. “Voldoende gratis parkeermogelijkheden hoort daarbij. Dit leidt tot een aantrekkende werking ….” Het is reeds lang uit onderzoek bekend dat betaald parkeren niet leidt tot minder klandizie, maar verschuiving naar meer fietsbewegingen, zeker wanneer dit voldoende gefaciliteerd wordt. Er zou een enorm sturingsinstrument ontstaan, zie hiervoor het bij Algemeen genoemde rapport. Een laag tarief geeft al effect, er is nog steeds onderscheid met het nabijgelegen Alexandrium met hoge tarieven.

In de gemeente Capelle aan den IJssel kiezen we ervoor om alternatieve vervoerswijzen (o.a. fiets en OV) te faciliteren of te stimuleren waar mogelijk in plaats van het specifiek onmogelijk of verder onaantrekkelijk maken van het gebruik van de vervoerswijze auto.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 29 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 21.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.18

4.18

4.18

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat bij 5.1.2 Extra oeververbinding. “De wegen tussen de oevers….” We nemen aan dat hiermee de oeververbindingen worden bedoeld.

Wij bedoelen hiermee inderdaad de oeververbindingen.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.19

4.19

4.19

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 5.1.2 Hoofdwegplein en omgeving . “ …. enkel in samenhang met het parkeerbeleid….” We wijzen er nog maar eens op dat bij Alexandrium III fors betaald moet worden voor parkeren.

Dank voor uw opmerking.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 30 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.20

4.20

4.20

Indiener van zienswijze 4 geeft aan nok 5.1.2 Lokale bereikbaarheid . “Inzetten op voldoende doorstroming op de metropolitane wegen is dus belangrijk.” Hier ook aangeven dat tevens het onaantrekkelijk maken van de sluiproutes, bijvoorbeeld middels meer 30 km wegen, zal bijdragen. “In de uitvoeringsagenda is aangegeven dat in 2021 voor Capelle een wegcategoriseringsplan zal worden uitgewerkt.” Wij vragen u hierbij aan te sluiten op de actualiteit; zoals u weet is in de Tweede Kamer is onlangs een motie aangenomen die invoering van 30 km/u binnen de bebouwde kom beoogd, met uitzondering van een beperkt aantal doorgaande wegen. We verwachten dat er een verplichting gaat komen om als gemeente deze keuze te verantwoorden. Gezien de looptijd van dit Programma van 10 jaar, is het logisch dat hierop alvast wordt ingespeeld met een visie hoe dit aan te pakken en uit te voeren.

Wij sluiten in het opstellen van het wegcategoriseringsplan aan op de actualiteit. De impact van de discussie rondom de invoering van 30 km/h in de bebouwde kom verwerken wij in het wegcategoriseringsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 31 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.21

4.21

4.21

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 5.2 Fietsgebruik. “Niet in alle gezinnen wordt van huis uit veel gefietst.” Dit betreft financiële en culturele achtergrond, daar is nog veel te winnen. De onlangs gestarte actie via Ways2Go zou zich ook moeten richten op de gewone fiets.

De mogelijkheden voor het stimuleren van het fietsgebruik via de onlangs gestarte actie via Ways2Go zullen wij met onze regionale partners bespreken en waar mogelijk meenemen in de toekomstige acties van de gemeente.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.22

4.22

4.22

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 5.2 Bromfiets naar de rijbaan. Graag toevoegen dat het bromfietsen inclusief snorfietsen betreft, die men naar de rijbaan wil. De wetgeving is daartoe aangepast en steden als Amsterdam en Den Haag hebben dit al toegepast. Deze vervuilers veroorzaken veel onveiligheid op de fietspaden.

Dit is onderdeel van het project zoals opgenomen in de Uitvoeringsagenda. In overleg met de Politie en Fietsersbond willen wij keuzes maken over op welke locaties en op welke manier wij op een veilige manier bromfietsers op de weg of op fietsvoorzieningen kunnen laten rijden.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 32 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.23

4.23

4.23

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 5.3 Voetgangers. “Kan iemand met een beperking gemakkelijk gebruikmaken van een route, dan …” Hier zien we de enige keer in het Programma dat iets wordt gezegd over de (lichamelijk) gehandicapte bewoners. Deze maken ook gebruik van aangepaste (driewiel-) fietsen, zoals bijvoorbeeld de duofiets die door Sportief Capelle wordt gepromoot. Deze ondervinden extra hinder van veelal onnodige paaltjes, eilanden en steile stoepranden langs fietspaden. Wij zouden graag zien dat er elders in een fietsparagraaf aandacht aan wordt besteed. Uitgangspunt kan ons rapport “Paaltjes weg, zoveel mogelijk” gebruikt worden dat eind 2018 aan toenmalige wethouder Van Sluis is aangeboden.

Bij de evaluatie van het Fietsbeleid alsook de verdere uitwerking zoals dat in de uitvoeringsagenda opgenomen is, krijgt dit onze aandacht.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 33 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.24

4.24

4.24

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 5.6 Streefwaarde Alle modaliteiten in balans. Zelfs als we aannemen dat de streefwaarden in procentpunten is aangegeven is het niet aannemelijk dat hiermee voldoende bijdrage wordt geleverd aan de elders genoemde beoogde 12 % reductie van CO2. Het KiM heeft onlangs het rapport Kerncijfers Mobiliteit 2020 uitgebracht, hierin wordt becijferd dat het fietsgebruik in 2025 met 3 á 4,5 procentpunt hoger zal liggen dan 2019. Wat ons betreft mag deze ambitie dus op 4 % gesteld worden, waarbij evaluatie in 2025 kan aantonen of Capelle dit heeft gehaald of zelfs overtroffen, zodat de achterstand wordt ingelopen.

Dit is een belangrijk onderdeel in het Programma Mobiliteit waar wij een aanpassing voorzien. Wij hebben hier veel discussie over gevoerd en hebben hier uiteindelijk ook veel reacties over gekregen. De ambitie is om de groei van de mobiliteit die ook de komende jaren nog zal optreden, zoveel als mogelijk op te vangen via de modaliteiten fiets en OV. Dit zal een verschuiving geven in de modal split. Om na te gaan welke verschuivingen daarbij exact optreden willen wij in het monitoringsprogramma “Meten is weten” hier uitvoerig bij stilstaan zodat wij per (2) jaar weten wat de ontwikkelingen zijn in de mobiliteit en of de gestelde ambitie wordt gehaald. Als beleidsuitgangspunt stellen wij dat het aandeel fiets en OV toeneemt met ieder 1 procentpunt.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.25

4.25

4.25

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 6.1 Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen. Doelgroepen. Behalve de drie genoemde risicogroepen zouden wij graag zoals hiervoor al eens aangegeven nog de groep ouderen toegevoegd zien: Ouderen (67+) op de (elektrische) fiets .

Bladzijde 34 van 52

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma. Deze aanpassing staat op pagina 33.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.26

4.26

4.26

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat er verschillende knelpunten en maatregelen voorhanden zijn om fietsinfrastructuur te verbeteren, autovrije zones in te richten en educatieve maatregelen in te zetten.

In de uitvoering van onder andere de gemeentelijke nota verkeersveiligheid en de uitvoeringsagenda worden de aandachtspunten rondom fiets, verkeersveiligheid verder toegepast.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.27

4.27

4.27

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 6.2 Schoolomgevingen De efficiëntste manier is het afsluiten van schoolstraten voor autoverkeer, hiervoor kan gebruikgemaakt worden van ervaringen in steden waar dit reeds wordt toegepast, zie hiervoor onder andere het Fietsberaad.

Genoemde ervaringen zijn ook bij de gemeente Capelle aan den IJssel bekend.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 35 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.28

4.28

4.28

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 6.3 Handhaving . “Als er niet wordt gehandhaafd, is de pakkans voor overtreders laag…” Dit is een understatement, beter zou zijn: “Als er niet wordt gehandhaafd, is er géén pakkans ….” . “Meer blauw op straat betekent dat men sneller het gedrag aanpast. We denken hierbij aan gerichte acties …” Het is ons meermaals door de gemeente te verstaan gegeven dat politie en BOA’s zich niet bezig gaan houden met (snelheids-) handhaving. Om dit voor elkaar te krijgen zal dus deze handhaving hoger op de prioriteitenlijst van politie en BOA’s moeten komen, de gemeente zal hier invloed op moeten uitoefenen. Er wordt nergens melding gemaakt van Intelligente Snelheids Adaptatie (ISA), een systeem van snelheidsbegrenzing dat naar verwachting in Europees verband binnenkort verplicht in nieuwe auto’s zal worden ingebouwd. In het Programma kan alvast worden opgenomen dat er onderzoek zal worden gedaan hoe dit in Capelle in te voeren.

De toevoeging over pakkans verwerken wij in het Programma Mobiliteit. De ontwikkelingen rondom ISA blijven wij volgen. Indien er zich mogelijkheden voor Capelle aandienen, worden deze in overleg verder bezien.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 36 van 52

Deze aanpassing staat op pagina 35.

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.29

4.29

4.29

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat het fietswrakken/weesfietsen beleid nergens wordt genoemd. Hoewel handhaving hiermee bezig is, kan niet genoeg worden benadrukt hoe met geringe tijdsinvestering het straatbeeld kan worden verbeterd en tevens onnodige bezetting van stallingsmogelijkheden kan worden voorkomen.

De aanpak van fietswrakken, weesfietsen en onnodige bezetting van stallingsmogelijkheden nemen wij mee in het dagelijkse werkproces van de afdeling Stadsontwikkeling en Stadsbeheer.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.30

4.30

4.30

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 7.1 Programma Duurzame mobiliteit: een gefaseerde regionale aanpak. “Reeds geplande verbeteringen in het OV en infrastructurele maatregelen om het fietsgebruik te stimuleren.” Dit heeft ons inziens op deze manier weinig betekenis. Wij zouden dit graag aangevuld zien door: “versneld uitvoeren.”

Wij doen er op dit moment als gemeente al alles aan om de fiets zo goed mogelijk op de kaart te zetten. Van versneld uitvoeren is dus geen sprake.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 37 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.31

4.31

4.31

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 7.2 Elektrisch rijden. “Er zal een zo evenwichtig mogelijk beleid worden toegepast.” Dit betreft laadpalen, naar wij aannemen ook voor de elektrische fiets, graag zouden wij gesteld willen zien dat het aanbod zo mogelijk de vraag vóór moet blijven gezien de voortdurende stijging van elektrisch rijden.

Bij het toepassen van een zo evenwichtig mogelijk beleid treden wij ook in overleg met aanbieders van elektriciteitsvoorzieningen om de verwachtingen en mogelijke maatregelen op de vraag voor elektriciteit te bespreken.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.32

4.32

4.32

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 7.3 Zero Emission Logistiek. Dit betreft onder andere maatregel B16 en B17 uit het overzicht regionale maatregelen. We raden aan om alvast onderzoek te doen naar de structuur en benodigde locaties bestemd voor centrale logistieke hubs waarvandaan middels kleinere elektrische voertuigen verder vervoerd kan worden. Dit brengt dan de ZE-zones wat dichterbij.

De suggestie voor nader onderzoek wordt bij de uitwerking van de uitvoeringsagenda meegenomen als overweging.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 38 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.33

4.33

4.33

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 7.4 Werkgeversaanpak. “Vanuit de ervaringen met werken op afstand in de corona crisis en de significant positieve effecten …” Zoals bij 3.4 reeds gesteld is het thuiswerken ten gevolge van de corona crisis alweer voor een groot deel verdwenen, zoals goed te zien is aan het verkeer ten opzichte van de situatie in maart jl. Thuiswerken heeft een enorme invloed, en moet derhalve op alle mogelijke manieren worden gestimuleerd.

Samen met de Verkeersonderneming stimuleren wij het thuiswerken. Ook onze eigen werknemers worden daarin gestimuleerd en gefaciliteerd.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.34

4.34

4.34

Indiener van zienswijze 4 geeft aan “… gaan we doelgericht aan het werk om grote werkgevers te benaderen om duurzame keuzes te maken voor hun werknemers.” Dit is een vrijblijvende actie, werkgevers zijn (terecht) vooral geïnteresseerd in het bedrijfsresultaat, derhalve vragen wij u deze alinea aan te vullen met: “Hierbij zal gebruik gemaakt worden van financiële en facilitaire stimulansen, en indien nodig met (wettelijke) eisen aan vestiging. Uiteraard strokend met landelijke wet- en regelgeving.”

Bij het stimuleren van grote werknemers om duurzame keuzes te maken, werken wij nauw samen met de Verkeersonderneming. Bij de uitvoering van het Programma Mobiliteit en het Programma Duurzaamheid monitoren en evalueren wij op welke wijze wij zo efficiënt en effectief mogelijk invloed kunnen uitoefen op het maken van duurzame keuzes.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 39 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.35

4.35

4.35

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 7.6 Streefwaarde Duurzaam op weg. Graag zouden wij toegevoegd zien: -Onderzoek doen naar benodigde structuur en locaties voor centrale logistieke hubs. (dit zou evengoed bij 8.5 streefwaarde Toekomstbestendige stad geplaatst kunnen worden)

Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

4.36

4.36

4.36

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 8.2 Toekomstbestendig parkeren . “…. waarbij parkeernormen in relatie worden gebracht met openbare voorzieningen ….” Graag zouden wij daar nog meer belangrijke factoren aan toevoegen, als volgt: “….. waarbij parkeernormen in relatie worden gebracht met openbare voorzieningen, ruimtegebruik, leefbaarheid en andere vormen van mobiliteit.”

Deze aanvullende zinsnede wordt overgenomen.

Deze zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Deze aanpassing staat op pagina 39.

Deze aanpassing staat op pagina 41.

Bladzijde 40 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.37

4.37

4.37

Indiener van zienswjize 4 geeft aan “Er is een vraagvolgend beleid in economisch belangrijke gebieden waarbij voldoende parkeermogelijkheden moeten zijn.” Natuurlijk is het belangrijk dat er voldoende parkeermogelijkheden zijn, dat neemt niet weg dat de gemeente het parkeergedrag en dus verplaatsingsgedrag kan beïnvloeden en sturen. Deze regel zouden wij dus graag weglaten, en in de volgende zin het woord “overige” weglaten. Het is goed zichtbaar dat het volgende beleid niets heeft uitgehaald, sturend is dus noodzakelijk.

In de gemeente Capelle aan den IJssel kiezen we ervoor om alternatieve vervoerswijzen (o.a. fiets en OV) te faciliteren of te stimuleren waar mogelijk in plaats van het specifiek onmogelijk of verder onaantrekkelijk maken van het gebruik van de vervoerswijze auto.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

“Het beleid van gratis parkeren wordt de komende jaren doorgezet.” Nogmaals verwijzen we hier naar het bij Algemeen genoemde rapport “Parkeerbeleid als stuurmiddel”.

Bladzijde 41 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.38

4.38

4.38

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 8.2 Fietsparkeren “Uit de Fietsbalans is gebleken dat Capelle op dit punt onvoldoende scoort.” Zoals eerder aangegeven dateert Fietsbalans van 2008, echter deze conclusie is nog altijd van toepassing. Meer dan 10 jaar geleden heeft de Fietsersbond een handtekeningenactie gehouden voor plaatsing van fietsnieten rondom Koperwiek, de bijna duizend handtekeningen werden destijds aan de betreffende raadscommissie aangeboden. Wij mogen toch aannemen dat het inmiddels staand beleid is om de zogenaamde voorwielmoordenaars te vervangen door fietsnieten. De stallingsmogelijkheden tegenover het stadhuis bij de ingang Koperwiek zijn kwalitatief zeer slecht, en dat geldt op meer plekken. We zouden dan ook graag opgenomen zien: “Er zal op korte termijn een inhaalslag gepleegd worden met het vervangen van stallingen door fietsnieten.”

Bij de evaluatie van het Fietsbeleid alsook de verdere uitwerking zoals dat in de uitvoeringsagenda opgenomen is, krijgt dit onze aandacht.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 42 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.39

4.39

4.39

Indiener van zienswijze 4 geeft aan bij 8.5 Streefwaarde Toekomstbestendige stad. Graag zouden wij toegevoegd zien:

Het aanpassen van de parkeernormen zal worden bekeken in de nieuwe parkeernota en de daarmee samenhangende parkeernormennota die dit jaar zal worden gepubliceerd. De aanpak van fietsparkeerproblemen zal hier en ook in de evaluatie Fiets worden meegenomen. Het gebruik van bromfietsen van de rijbaan is onderdeel van onze werkzaamheden. Waar nodig blijven wij dit onderzoeken (o.a. in overleg met de politie).

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

-(studie/onderzoek naar) effecten van verlaging parkeernormen in Rivium en eventueel toepassen in andere wijken -Achterstand in oplossen fietsparkeerproblemen versneld aanpakken Pijler 1 “Voor de wegen binnen de bebouwde kom dient aangegeven te worden waar de bromfiets op de rijbaan dient te rijden.” Zover wij weten is dit al overal het geval, er zal bedoeld worden: “Bromfietsen, inclusief snorfietsen zullen zoveel mogelijk van de rijbaan gebruik moeten gaan maken.”

Bladzijde 43 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

4.40

4.40

4.40

Indiener van zienswijze 4 geeft aan dat bij alle vier de Pijlers als eerste het onderzoeken van Subsidiemogelijkheden wordt genoemd, doorrekenen van de financiële consequenties en dekking ervan in de begroting wordt nergens genoemd. Tot heden is het gebruikelijk om infrastructurele uitgaven, waar een groot deel van het Programma om draait in één grote post Grijs te vatten. We zouden graag zien dat uitgaven meer geoormerkt worden, zodat begrote uitgaven voor fietsvoorzieningen daar ook echt aan uitgegeven worden. Een voetnoot bij de Pijlers kan luiden: “In de gemeentelijke begroting zullen vanaf 2021 de uitgaven in verband met dit Programma geoormerkt worden opgenomen. Bij de uitvoering wordt gebruik gemaakt van de beschikbare subsidiemogelijkheden.”

In de uitwerking van de Uitvoeringsagenda naar een Uitvoeringsprogramma worden de projecten verder geconcretiseerd en voorzien van planning en kosten.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Overigens lijken de opsommingen bij de verschillende pijlers slechts een opsomming/ samenvatting van de in eerdere hoofdstukken genoemde voornemens en zijn hier en daar nogal cryptisch. Sommige punten vinden we niet terug, bijvoorbeeld bij Pijler 1 wordt als een na laatste punt “comfort richtlijnen voor fietsverbindingen” genoemd. Graag

Bladzijde 44 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

zouden wij nog bij een van de Pijlers het opstellen van een Fietsbeleidsplan opgenomen zien. 4.41

4.41

4.41

Indiener van zienswijze 4 wijst op de Fietsvisie 2040 van de Fietsersbond, welke de gewenste situatie van nog eens 10 jaar verder beslaat. Mocht er behoefte zijn aan nadere uitleg, dan zijn wij daar graag toe bereid.

Dank voor de uitnodiging. Wij houden hierover contact met u.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

5.1

5.1

5.1

Indiener van zienswijze 5 geeft aan dat de gedachten over OV goed aansluiten bij de onze: verbetering van de knooppunten, versterken rol metro, MAAS en deelmobiliteit. 5.2

Goed om te lezen dat de gedachten over Openbaar Vervoer goed op elkaar aansluiten.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

5.2

5.2

Indiener van zienswijze 5 geeft aan graag van gedachten te wisselen over aanpassing van de halte Schönberglaan.

Bedankt voor uw aanbod om van gedachten te wisselen over mogelijke verbeteringen voor haltes. Wij houden hierover contact met u.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 45 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

5.3

5.3

5.3

Indiener van zienswijze 5 geeft aan dat een permanent aandachtspunt voor ons is wel de doorstroming van het openbaar vervoer over straat, in Capelle dus de bus. Ik kwam in het stuk geen directe aanknopingspunten hiervoor tegen, maar wel de algemene uitspraak dat 30 km – gebieden ‘duurzaam veilig’ ingericht moeten gaan worden, aan de hand van een ‘overzichtslijst’ 5.4

Bij het verder uitwerken van de wegcategorisering wordt ook de invloed en impact van busroutes in beeld gebracht.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

5.4

5.4

Indiener van zienswijze 5 geeft aan dat men het zouden waarderen als het stuk, naast het beleid op het punt van duurzaam veilig, ook een uitspraak zou doen dat op de routes voor het openbaar vervoer een goede doorstroming van belang is en dat maatregelen hier geen nadelig effect op het openbaar vervoer mogen hebben.

Bij het verder uitwerken van de wegcategorisering wordt ook de invloed en impact van busroutes in beeld gebracht.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 46 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

6.1

6.1

6.1

Indiener van zienswijze 6 geeft aan dat Capelle de ambitie heeft om het woningareaal uit te breiden, onder meer door het transformeren van monofunctionele kantorenlocaties. Dit is onder meer aan de orde in de omgeving van de Barbizonlaan en met name in het bedrijvenpark Rivium, welke wordt herontwikkeld tot een gemengde woonwerklocatie. Over Rivium is sinds het afgelopen jaar intensief contact tussen Rotterdam en Capelle. Het is op dit moment de bedoeling dat de afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Zonder nader in detail te treden zullen wij aandacht blijven vragen voor de woon- en verkeerssituatie in de naastgelegen wijk Kralingse Veer. Verder constateren wij dat de ambities rond de fietsbereikbaarheid van Rivium nog niet goed uit de verf komen bij de uitwerking van de plannen. Om de ambities rond Rivium waar te maken benadrukken wij dat ook aanvullende investeringen in deze fietsinfrastructuur noodzakelijk zijn met verbindingen naar de binnenstad, Kralingse Zoom en de EUR, wellicht kunnen deze investeringen gekoppeld worden aan een nieuwe metropolitane fietsroute, maar dit vergt ook een gemeentelijke investering.

De vraagstukken in en rondom Rivium zullen daar waar gewenst in overleg met de gemeente Rotterdam besproken worden. Zo zal de ontsluiting via de fietsinfrastructuur met Rotterdam besproken worden. Een deel wordt reeds samen met Rotterdam en MRDH opgepakt in het kader van de metropolitane fietsroutes.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 47 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

6.2

6.2

6.2

Indiener van zienswijze 6 geeft aan dat in het programma uitgebreid aandacht wordt besteed aan een nieuwe vervoerknoop bij een toekomstige Waterbushalte in 2022, een nieuw eindpunt van de Parkshuttle en een nieuwe P+R voorziening. Vanuit Rotterdam vragen wij aandacht voor een verkeersveilige verbinding voor voetgangers van de Waterbushalte naar het P+R terrein. Deze liggen op circa 350 meter van elkaar. Op de Schaardijk (gemeente Rotterdam) ontbreken momenteel voorzieningen voor langzaam verkeer. Het toevoegen van deze voorzieningen is wat ons betreft een randvoorwaarde voor het slagen van deze vervoersknoop.

Het aandachtspunt is helder en zal worden meegenomen binnen de contouren van het project.

Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het conceptprogramma.

Bladzijde 48 van 52

Conceptnota van beantwoording zienswijzen Concept Programma Mobiliteit

6.3

6.3

6.3

Indiener van zienswijze 6 geeft op pag. 20 onder ‘extra oeververbinding’ aan: “…Met regionale en landelijke partijen zijn de mogelijkheden voor een nieuwe oeververbinding in de regio Rotterdam onderzocht tussen Kralingen en Feyenoord. De voorziene aanvullende maatregelen voor deze oeververbinding zijn vooral gunstig voor korte OV en fietsritten naar Rotterdam-Zuid….”. Het lijkt ons goed om te benadrukken dat een nieuwe oeververbinding met hoogwaardig openbaar vervoer tussen Kralingse Zoom, Zuidplein en een nieuw treinstation Stadionpark ook betere OVreismogelijkheden binnen het regionale en landelijke netwerk gaat bieden voor reizigers in Capelle. Stations Kralingse Zoom en Stadionpark kunnen daarbij een belangrijkere rol gaan vervullen voor Capelle.

Wij vinden ook dat de nieuwe oeververbinding kansen biedt voor het openbaar vervoer en wij willen hier samen met de gemeente Rotterdam op inzetten waar mogelijk. Wij verwerken de suggestie in de tekst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9780708/1