CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.06 - DCMR Jaarverslag en Jaarrekening 2025 2398204

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Jaarstukken 2025 en Conceptbegroting 2027 DCMR Milieudienst Rijnmond15.887 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2025

Auteur (s) Versie

: DCMR : 1.0

Inhoud 1

Voorwoord

4

Deel A: Jaarverslag

6

2

Samenvatting 2025

6

3

Programma milieubeheer

8

3.1

Algemeen

8

3.2

Meerjarenprogramma

10

3.2.1. Veiligheid 3.2.2. Gezondheid 3.2.3. Leefbaarheid 3.2.4. Duurzaamheid

10 12 13 15

3.3

Programma’s DCMR

16

3.4

Cijfers in beeld

18

4

Programma bedrijfsvoering

21

5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

24

6

Financiering

25

Deel B: Jaarrekening

26

7

Balans en toelichting

26

8

Algemene waarderingsgrondslagen

35

9

Overzicht van baten en lasten en Verlies & Winst

37

9.1

Overzicht baten en lasten

37

9.2

Verlies- en winstrekening en toelichting

38

10

Rechtmatigheidsverantwoording

39

Deel C: Overige gegevens

41

2

11

Wet normering topinkomens

41

12

Bestuursleden algemeen bestuur

42

Bijlagen

43

A.

Productie

43

B.

Kwaliteitscriteria – Quick scan rapportage t.a.v. Kwaliteitscriteria 3.0

47

C.

Staat van activa

51

D.

Werkplanoverzicht per opdrachtgever

51

E.

Overzicht voorschot met specifiek bestedingsdoel per participant

52

F.

Overzicht van baten en lasten per taakveld

52

G.

Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen

53

3 van 53

1 Voorwoord 2025 was een jaar vol ontwikkelingen, onzekerheden en stevige opgaven voor onze opdrachtgevers en voor de leefomgeving in ons werkgebied. Juist dan moeten inwoners en participanten kunnen vertrouwen op een omgevingsdienst die deskundig, zichtbaar en doortastend werkt aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daar komen de nodige uitdagingen bij kijken. Zo is voor de gehele organisatie het ontwikkelen en behouden van kennis cruciaal, ook al vanwege het complexer worden van bestaand werk en de komst van nieuwe thema’s. Tegelijkertijd gaan ervaren medewerkers met pensioen en ligt bij nieuwe, jongere werknemers het verloop doorgaans hoger. Dat maakt kennisopbouw extra uitdagend en het vroeg in 2025, en dat zal het blijven vragen, om gerichte investeringen in een robuuste kennisinfrastructuur.

Voor vergunningverlening was 2025 een jaar van verdere vernieuwing. DCMR behandelde het merendeel van de besluiten en producten op tijd, maar de ambitie is verdere verbetering van tijdigheid en ook van voorspelbaarheid en transparantie. DCMR zette daarom een pakket aan innovaties neer zoals Digi-V, de Altijd Actuele Digitale Vergunningen en we implementeerden verschillende AItoepassingen. Om vergunning-informatie begrijpelijker te maken voor de omgeving, met name inwoners, publiceerden we een eerste ‘toegankelijke vergunning’. Inhoudelijk belangrijk was het onderzoek naar hoe gezondheid beter kan meewegen in vergunningen. Bij toezicht zorgden onder meer het complexer worden van regelgeving en de komst van nieuwe bedrijfsprocessen ervoor dat onze inzet op efficiënt werken noodzakelijk bleef. Het risico gestuurd toezicht is verder verbeterd door onder meer de inzet van AI en een nieuw prioriteringsmodel voor gemeentelijk toezicht. De bredere trend van juridificering is bij DCMR zichtbaar in het toenemende aantal procedures. DCMR paste als eerste omgevingsdienst het instrument bestuurlijke boete toe, bij een Seveso-overtreding. Samenwerking werd verder geïntensiveerd tussen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten en landelijk in ODnl-verband. Technologische ontwikkelingen zoals data-ondersteund werken en AI helpen ons het complexe werk goed te blijven doen.

Omgekeerd vragen ze extra inzet door een toename van zienswijzen, beroepen, Woo-verzoeken en mediavragen. De inzet voor de leefomgeving was ook in 2025 niet mogelijk zonder onze medewerkers. Daarom ook hier: onze grote waardering voor hen! Met dit jaarverslag leggen we verantwoording af over de resultaten in 2025. In 2026 bouwen we met minstens zoveel inzet verder aan onze missie: een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Meindert Stolk

Daan Molenaar

Voorzitter Bestuur DCMR

Secretaris

4 van 53

Het algemeen bestuur van DCMR Milieudienst Rijnmond,

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,

Gelet op artikel 29 van de Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond;

BESLUIT:

vast te stellen Jaarverslag en Jaarrekening 2025

DCMR Milieudienst Rijnmond, Schiedam, 9 juli 2026

De voorzitter,

Secretaris,

Dhr. M. Stolk

Dhr. D. Molenaar

5 van 53

Deel A: Jaarverslag 2 Samenvatting 2025 2025 kenmerkt zich als een jaar vol ontwikkelingen en onzekerheden. Juist dan moeten participanten en inwoners erop kunnen vertrouwen dat wij ons als DCMR Milieudienst Rijnmond inzetten voor de kwaliteit van het milieu. Al onze inzet is gericht op onze kerndoelen: een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. We boekten goede resultaten. DCMR verleent namens gemeenten en provincies omgevingsvergunningen voor bedrijven. Daarbij beoordeelt DCMR of veiligheid, gezondheid en duurzaamheid voldoende zijn geborgd. Waar nodig worden voorwaarden aan een vergunning verbonden. Ontwikkelingen zoals financiële zekerheid en nieuwe energiedragers, waaronder waterstof en ammoniakopslag, maken vergunningstrajecten echter steeds complexer. Dat vraagt van DCMR dat het vergunningverleningsproces ook bij complexe aanvragen voorspelbaar blijft. Om dit te bereiken zet DCMR diverse initiatieven in, zoals de beleidslijn Doortastend vergunnen en de instrumenten uit het programma Altijd Actuele Digitale Vergunning. Tegelijk ziet DCMR dat de voorspelbaarheid van het proces mede afhangt van de kwaliteit van de aanvragen. Daarom ligt er ook een belangrijke rol voor bedrijven om hun vergunningaanvragen vollediger en zorgvuldiger aan te leveren. Toezichthouden gebeurt risicogericht.

In 2025 hebben we ons in het bijzonder gericht op zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), water en gezondheid. We namen vaker monsters van afvalwater in het riool om meer zicht te krijgen op indirecte afvalwaterlozingen door bedrijven. Bij 200 mkb-bedrijven lieten we onderzoeken welke ZZS zij in huis hebben en hoe zij die hebben opgeslagen. Daarmee verhoogden we het risicobewustzijn bij deze bedrijven, wat er doorgaans toe leidt dat zij in de omgang met ZZS meer passende maatregelen nemen. Bijzondere dossiers waaronder de legale hennepkwekerij in Hellevoetsluis vroegen veel inzet. Vanwege aanhoudende geurklachten in de omgeving van het bedrijf, is door DCMR een forse last onder dwangsom opgelegd. De maatregelen die het bedrijf heeft genomen om de overlast te beperken waren onvoldoende. Het aantal overlastmeldingen bleef hoog. Daarom is ook tot inning overgegaan. Samen met ketenpartners houdt DCMR toezicht bij Seveso-bedrijven in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. In een gezamenlijk toezichtsarrangement controleerden we met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op PFAS-houdend blusschuim bij bedrijven met een eigen blusinstallatie. Dit schuim moet worden vervangen door een voor mens en milieu minder schadelijke variant.

Sinds de invoering van de Omgevingswet moeten bedrijven een financiële zekerheid stellen die bedoeld is om bij een faillissement saneringskosten te kunnen bekostigen. Hierin hebben we inmiddels de nodige expertise ontwikkeld. Dit vergde tijd en capaciteit. Ook de Wet Bibob en de omgang met nieuwe energiedragers, zoals de veilige opslag van ammoniak, vroegen meer van onze dienst. In 2025 legde DCMR, namens de provincie Zuid-Holland - als eerste omgevingsdienst in Nederland een bestuurlijke boete op. We adviseerden onze opdrachtgevers over uiteenlopende onderwerpen zoals bodem, geluid, lucht, water en ruimtelijke vraagstukken. Toenemende schaarser aan ruimte in ons werkgebied leverde daarin meer spanning doordat bestemmingen elkaar vaker dicht naderen, denk aan wonen en industrie. Onze beleidsadviezen vonden vaker ook hun weg naar landelijke tafels zoals die van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Citizen science blijft een waardevol middel in het verzamelen van gegevens die we toepassen in ons werk. Denk hierbij aan luchtmetingen door bewoners en het burgermeetnet voor geluid rondom Rotterdam The Hague Airport (RTHA). Hiermee boden we bewoners ook in 2025 de mogelijkheid om

6 van 53

meer betrokken te zijn bij de kwaliteit van hun directe leefomgeving. Een ander voorbeeld hiervan is het samen optrekken met omwonenden in de strijd tegen vliegenoverlast op Heijplaat. Met de vier andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland zijn wij in 2025 nog nauwer gaan samenwerken om taken efficiënter te kunnen doen. Landelijk streven wij met de andere omgevingsdiensten in ODNL-verband naar uniforme werkwijzen en delen wij kennis en kunde. Ook over landsgrenzen heen leren we van elkaar. Collega vergunningverleners en toezichthouders van havensteden Antwerpen en Hamburg kwamen naar Schiedam voor kennisoverdracht en het delen van ervaringen. Inwoners en organisaties dienden meer en meer beroepen en zienswijzen in. De beschikbaarheid van AI (artificial intelligence) speelt hierin een rol. De zorgvuldige behandeling conform regelgeving vroeg flinke inzet vanuit DCMR. Omgekeerd vergroten digitale ontwikkelingen zoals AI, datagedreven werken en automatisering ook onze slagkracht. De inrichting van bijvoorbeeld de digitale vergunning helpt om grip op het werk te houden en levert bovendien een grotere transparantie op. Ook hebben we de eerste stappen gezet in het benutten van AI als hulpmiddel bij de uitvoering van onze taken. Een AI-tool ter ondersteuning van de beoordeling van lozingsmeldingen (grondwater) is in 2025 in gebruik genomen.

Daarnaast is een specifieke tool ontwikkeld die inspecteurs door middel van visuele herkenning snel inzicht geeft in welke gevaarlijke stoffen de garagebedrijven, horeca en andere mkb-bedrijven in huis hebben en of deze veilig zijn opgeslagen. AI en data zijn voorbeelden van thema’s waarin we in programma-vorm werken aan onze missie. In het programma Gezondheid onderzoeken we hoe we dit onderwerp verder kunnen verankeren in ons werk samen met andere organisaties zoals de GGD en VRR. In 2025 hebben we het eerste vierjarige programma Energietransitie en Circulaire Economie succesvol afgerond. We hebben in de afgelopen periode veel kennis opgebouwd en gedeeld en versnelling gerealiseerd in deze belangrijke transities. Een belangrijke conclusie is dat de energietransitie vraagt om passende regelgeving. Enerzijds aanvullende regelgeving, om milieuimpact te verkleinen, maar - bijvoorbeeld bij circulariteit - soms om het afschaffen van regelgeving die circulaire toepassingen in de weg staat. Om door te pakken op de succesvolle rol van DCMR in verduurzaming is een nieuw vierjarig programma Energie- en grondstoffentransitie in beweging 20262029 voorbereid. Met een duurzame leefomgeving als missie willen we uiteraard ook zelf een duurzaam werkende organisatie zijn.

In 2025 hebben we allerlei acties ondernomen om onze CO2-footprint te verlagen: We produceren zo min mogelijk restafval, ons stroomverbruik daalde met 16 procent en we rijden steeds meer elektrisch. Financieel gezien is in 2025 een positief resultaat behaald van € 3,18 miljoen. Alle projecten die we doen, innovaties die we doorvoeren en keuzes die we maken, zijn bedoeld om slagvaardig te zijn in de taken en ontwikkelingen die op de omgevingsdienst afkomen. Diverse programma’s waar in 2025 aan is gewerkt, krijgen in 2026 een vervolg. Zo werkt DCMR krachtig verder aan de missie voor een schone, veilige en gezonde leefomgeving.

7 van 53

3 Programma milieubeheer De beantwoording van de vraag ‘Wat hebben we gedaan’ is beschreven in dit hoofdstuk en de vraag ‘Wat heeft het gekost’ is opgenomen in hoofdstuk 9 Overzicht van baten en lasten en verlies en winst. Dit hoofdstuk beschrijft in paragraaf 3.1 de algemene voortgang op de VTHA taken, de samenwerking tussen de OD’s en het IBP. Paragraaf 3.2 gaat specifiek in op de voortgang van het Meerjarenprogramma (MJP) 2023-2026. Het MJP is het bestuurlijk vastgestelde kader voor de uitvoering van DCMR. Het MJP bevat twaalf focuspunten en paragraaf 3.2 beschrijft per focuspunt de resultaten en uitdagingen. Paragraaf 3.3 gaat in op een aantal programma’s binnen DCMR. Paragraaf 3.4 laat de productiecijfers zien van de afgelopen drie jaar. 3.1

Algemeen

DCMR voert milieutaken uit in opdracht van de provincie Zuid-Holland en dertien gemeenten in het Rijnmondgebied. Voor provincie Zeeland doen wij dit voor de grote risicobedrijven (Seveso) in die provincie. Vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies en monitoring zijn onze kerntaken. De DCMR-missie is een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Vergunningverlening We maken omgevingsvergunningen voor bedrijven in opdracht van gemeenten en provincies. Tegenwoordig moeten meer aspecten worden meegewogen bij het verlenen van een vergunning. Financiële zekerheid, de Wet Bibob, nieuwe technieken zoals waterstof of de opslag van ammoniak maken het vergunningverleningstraject complexer en uitvoeriger. Dit vraagt van alle betrokken partijen eigen verantwoordelijkheid. Bedrijven kunnen zelf aan de snelheid bijdragen door nauwkeuriger en completer de informatie aan te leveren die nodig is voor het beoordelen van hun aanvraag.

DCMR streeft ernaar om het grootste deel van de ‘producten’ binnen de daarvoor overeengekomen termijnen op te leveren. Daarin is ruimte voor verbetering, vooral bij de complexe aanvragen. DCMR heeft een samenhangend pakket van initiatieven ontplooid dat de actualiteit en voorspelbaarheid van vergunnen verder verbetert. De Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV), waaronder de robuuste vergunning en Digi-V, hielp in de snelheid zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit. Het bedrijf kan wijzigingen in de bedrijfsvoering zonder onnodige vertraging doorvoeren. Waar het om de voorspelbaarheid en tijdigheid van onze producten gaat, is er ook een rol weggelegd voor het bedrijfsleven om kwalitatief hoogwaardige aanvragen in te dienen. Een andere innovatie bij vergunningverlening is dat we informatie begrijpelijker voor inwoners maakten met de eerste ‘toegankelijke vergunning’.

Toezicht en handhaving Toezicht houden en handhaven doen wij met ‘onderbouwd lef’. Niet altijd is er een helder wettelijk kader. Dan kunnen we vanuit het belang voor de leefomgeving heel bewust ervoor kiezen om scherp aan de wind te varen. Wij zetten in ons werk alle kennis, kunde en innovaties in die wij tot onze beschikking hebben. We maken daarvoor gebruik van bijvoorbeeld drones, AI, de meldkamer en de meldingen vanuit de omgeving die daar binnenkomen, boa’s, data-analisten, juristen en ook van de inzichten vanuit communicatie en van gedragswetenschappers en psychologen van het Toezichtslab. In ons toezichtsprogramma stellen wij de prioriteiten vast waarop de inspecteurs extra inzetten. Die zijn de rode draad in het werk. Dit waren in 2025 zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), water en gezondheid: onderwerpen die grote impact hebben voor de samenleving en leefomgeving. DCMR bepaalde bovendien een toezichtsaanpak voor specialistische branches zoals chemie, raffinaderijen, tankstations en energiebedrijven (stadverwarming, centrales). Het dossier Chemours (PFAS) in en om Dordrecht blijft bijzondere inzet vragen.

Met de bestuurlijke boete hebben bevoegde gezagen onder de Omgevingswet een nieuw handhavingsinstrument in handen. De bestuurlijke boete kan alleen worden ingezet bij Seveso 8 van 53

overtredingen en asbest overtredingen. In tegenstelling tot een last onder dwangsom, die bedoeld is voor herstel, is de boete een bestraffende sanctie die direct volgt op een overtreding. In 2025 legde DCMR een eerste bestuurlijke boete op voor een Seveso-overtreding. DCMR heeft voor de uitvoering van de strafrechtelijke handhavingstaak buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst. Ten opzichte van voorgaande jaren is het aantal strafrechtelijke onderzoeken naar milieudelicten significant toegenomen. Daarnaast participeren DCMR-boa’s op basis van specifieke expertise in grote landelijke milieuonderzoeken (Chemours, Tata Steel). In het kader van ketentoezicht worden jaarlijks door ketenrechercheurs diverse thema’s onderzocht. In 2025 is onderzoek gedaan naar verschillende ketens, zoals PFAS-houdend afvalwater, E-waste, kunststofafval en free-riders in grondverzet. Voor het gemeentelijk toezicht is het RIAN-model (Risico-Inventarisatie en Analyse) omgezet naar een prioriteringsmodel preventief toezicht. Hierin zitten koppelingen naar verschillende bronnen zoals Kamer van Koophandel en LMA. Er wordt overwogen nog meer externe bronnen te koppelen aan het model, zodat controles steeds risicogerichter kunnen worden uitgevoerd. In 2025 heeft DCMR geïnvesteerd in externe, actuele bronnen. Hierdoor kunnen we onze inspecties nog slimmer plannen.

In 2025 kwamen er veel meldingen binnen van geuroverlast door de legale wietplantage in ons werkgebied (CanAdelaar). Organisatiebreed dachten we vanuit verschillende disciplines mee over het voorkomen van de overlast. We legden een last onder dwangsom op aan het bedrijf waarop na aanhoudende overlast ook is geïnd In Lansingerland is na meldingen van inwoners over een bromtoon gezocht naar de bron. Er is uitgebreid onderzoek gedaan waarover door DCMR is gerapporteerd aan de gemeente. Er is geen eenduidige bron gevonden. Op advies van DCMR en de gemeente doet TNO een vervolgonderzoek. In 2025 controleerden we, net als voorgaande jaren, opslaglocaties voor consumentenvuurwerk. Als in 2026 daadwerkelijk het algemene vuurwerkverbod ingaat, was dit in deze vorm wellicht de laatste keer. Advies en monitoring DCMR geeft advies aan gemeenten en provincies over hun beleid en in hun ruimtelijke planprocessen. Wij zetten daarvoor de eigen kennis en ervaring in op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en MER, veiligheid, bodem, water, lucht, licht, geluid en energie. Wij participeren bijvoorbeeld in Novex, een samenwerking tussen de verschillende bestuurslagen zoals gemeenten, provincies, ministeries en gezondheidsorganisaties over de ruimtelijke gevolgen van de transitie van het Rotterdamse havengebied.

Bij uitbreidingsplannen moeten gemeenten een brede afweging maken en kijken naar aspecten als economie, woningmarkt en leefomgeving. Door de schaarse ruimte in ons gebied komt die afweging onder spanning. Onze specialisten hebben in 2025 meerdere gemeenten van advies voorzien waar het gaat om de impact van hun uitbreidingsplannen op de leefomgeving. Onze rapportages en beleidsadviezen helpen gemeenten in hun actieplannen rond lucht en geluid. Onze expertise is ook op landelijke beleidstafels waardevol. Op gebied van milieueffecten door luchtvaart hebben we in 2025 langdurige afspraken gemaakt. Omwonenden maken meer melding van slaapverstoring en weten de juridische wegen te bewandelen om ook via die weg de overlast die ze ervaren kenbaar te maken. De luchtmeetvisie is verlengd tot 2030. DCMR verzamelt met het geaccrediteerde meetnet gegevens en gebruikt de informatie voor de producten en in adviseringen richting provincies en gemeenten. Wij zijn als omgevingsdienst breder dan alleen in ons werkgebied actief. Zo werkten wij mee aan de nieuwe landelijke PGS 12-richtlijn voor de veilige opslag van ammoniak die in 2025 van kracht werd.

Verder hielden wij ons onder meer bezig met onderzoek naar de vliegenoverlast op Heijplaat, ondersteunden we gemeente Rotterdam met het behalen van de klimaatdoelen en adviseerden we het ministerie Infrastructuur en Waterstaat over afval dat een tweede leven krijgt als circulaire bouwstof. 9 van 53

Samenwerking OD’s Het samenwerkingsprogramma Samen Sterker 2025 heeft een belangrijke beweging in gang gezet. Het doel was om samenwerking tussen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten te versterken. Dit is op veel punten gelukt. Relaties tussen diensten zijn verbeterd en er is meer onderlinge afstemming. De projecten uit het programma hebben door de behaalde resultaten laten zien dat samenwerking meerwaarde biedt. Het communiceren over deze successen en de meerwaarde van samenwerken, heeft bijgedragen aan de integratie ervan in het reguliere werkproces. De uitvoering van het programma heeft echter ook duidelijk gemaakt dat samenwerking niet vanzelfsprekend is. Het vraagt tijd, prioriteit, commitment, en veel afstemming. Verschillen tussen diensten moeten worden overbrugd en tijdsbesteding voor het programma concurreert regelmatig met reguliere werkzaamheden. Een paar mooie voorbeelden van de samenwerking zijn De Betere Wereldbaan en de arbeidsmarktcampagne die gezamenlijk door de diensten wordt gedaan. Er is een gezamenlijk team voor informatiebeveiliging en privacybescherming dat voor de vijf diensten werkt. De Administratief Toezichtpool is volledig operationeel geworden in 2025, de inzet van drones voor Toezicht heeft een verdere impuls en doorontwikkeling gekend. Er is commitment toegezegd en inzet gedaan op het gebruik van DIGI-V.

En er is een start gemaakt om te kijken hoe we de inzet op verschillende milieuthema’s in andere of nieuwe samenwerkingsvormen kunnen oppakken. IBP VTH-versterking en Verbeterplan visitatie Landelijk werken wij samen in Omgevingsdienst NL (ODNL). Hierin zijn alle OD’s van het land vertegenwoordigd. De commissie Van Aartsen concludeerde een aantal jaren geleden dat het VTHstelsel in Nederland niet goed genoeg functioneerde. In het daarop ingestelde landelijke Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH-versterking zijn verbeteracties afgesproken. Daarnaast zijn er in 2024 verbeterpunten gekomen uit de visitatie door ODNL (pijler 6 IBP). Om de aandacht goed gericht te houden op de acties die relevant zijn voor de DCMR-uitvoering en die directe actie of bestuurlijke aandacht vereisen, is een voortgangslijst opgesteld die periodiek met het DB wordt gedeeld.

In 2025 hebben we de voor de DCMR relevante acties in uitvoering genomen en een aantal is inmiddels afgerond. De focus lag met name op de verbeterpunten met betrekking tot de robuustheidscriteria. Deze verbeterpunten hebben een deadline van 1 april 2026. Het is ons gelukt om deze verbeterpunten in 2025 af te ronden. 3.2

Meerjarenprogramma

In het Meerjarenprogramma (MJP) geeft DCMR aan hoe de omgevingsdienst bijdraagt aan belangrijke lokale en regionale opgaven. DCMR zet een breed scala aan instrumenten in om naleving van de best beschikbare technieken te bevorderen. In de toelichting bij de beleidsopgaven is de inzet op de focuspunten op hoofdlijnen in beeld gebracht. Meer details zijn te lezen in het separaat monitoringsrapport MJP. Elke vier jaar stelt DCMR een meerjarenprogramma (MJP) op en bespreekt dit met de bestuurders. Het huidige programma, dat geldt voor 2023-2026, omvat vier aandachtsgebieden en twaalf focuspunten. Het MJP is een instrument dat bijdraagt aan een goede koppeling tussen beleidsvorming en -uitvoering, wat essentieel is voor de efficiëntie en slagkracht van DCMR in de beleidscyclus. 3.2.1.

Veiligheid

Het jaar 2025 laat zien dat de veiligheid binnen de industrie in de basis op orde is, maar dat het toezicht zich voortdurend moet aanpassen aan nieuwe risico’s, veranderende processen en maatschappelijke ontwikkelingen. Door in te zetten op vernieuwende inspectiemethodieken, versterken van samenwerking en betere benutting van data, blijft DCMR in staat om ontwikkelingen tijdig te signaleren en waar nodig bij te sturen. Tegelijkertijd dienen zich nieuwe domeinen aan, zoals bedrijfsbeëindigingen en lithiumrisico’s, die vragen om bredere samenwerking en wendbaarheid van de organisatie. Procesveiligheid in de industrie In 2025 heeft DCMR opnieuw intensief toegezien op de procesveiligheid binnen de industrie. De inspecties lieten zien dat veel bedrijven hun veiligheidsprocessen goed op orde hebben: het aantal 10 van 53

overtredingen blijft laag en vertoont al enkele jaren een dalende lijn. Tegelijkertijd staat de toezichtpraktijk niet stil. Bp Raffinaderij Rotterdam na intensief verbeterprogramma niet meer onder verscherpt toezicht Er is in 2025 bewuster gekozen voor een risicogerichte inspectiestrategie, waarbij niet alleen de grote en bekende procesinstallaties centraal staan, maar ook kleinere onderdelen die in de praktijk regelmatig aanleiding geven tot voorvallen. Zo zijn warmtewisselaars dit jaar als thematisch focuspunt gekozen, mede ingegeven door eerdere incidenten. Inspecteurs kregen hierbij specialistische ondersteuning, zodat de kwaliteit van de inspecties hoog bleef en nieuwe risico’s in beeld kwamen. Grote incidenten met gevolgen voor de leefomgeving bleven beperkt, al laten incidenten zoals die bij Steinweg zien dat veiligheidscultuur geen vanzelfsprekendheid is en voortdurend onderhoud vraagt. Bedrijven benaderden DCMR dit jaar zelfs actief met de vraag om ondersteuning, wat laat zien dat de rol van DCMR bijdraagt aan een bredere bewustwording in de regio. Een belangrijke ontwikkeling is de pilot rond systeemtoezicht. Hierbij is bij tien bedrijven onderzocht in hoeverre zij in staat zijn om zelf de naleving van vergunningvoorschriften te borgen. De uitkomsten waren inhoudelijk waardevol: bij acht van de tien bedrijven kwamen verbeterpunten naar voren.

De pilot geeft nieuwe handvatten om structurele risico’s tijdig te herkennen. Zo wordt onderzocht of eisen rond certificering mogelijk beter in vergunningen verankerd kunnen worden. Een nieuwe toezichtuitdaging deed zich voor door meerdere bedrijven die hun activiteiten beëindigen. Het veilig buiten gebruik stellen van installaties, het voorkomen van rest- en bodemrisico’s en het zorgvuldig ontkoppelen van infrastructurele verbindingen vragen veel aandacht. Hiervoor is een nieuwe methodiek ontwikkeld die bedrijven en toezichthouders houvast biedt bij een veilige afbouw. Beperken van de gevolgen van incidenten In de aanpak van incidenten en voorvallen is de impact van de Omgevingswet in 2025 duidelijk zichtbaar geworden. De meldsystematiek verandert, waarbij bedrijven minder meldingen hoeven te doen en alleen nog “significante” voorvallen moeten melden. Dit leidt in de komende jaren onvermijdelijk tot andere incidentcijfers. Een opvallend punt in 2025 is de toename van meldingen die verband houden met lekkages bij goederentransport, met name bij ketelwagons op emplacementen. Deze lekkages ontstaan vaak al in het buitenland, maar worden in onze regio zichtbaar zodra wagons stilstaan voor overslag of controle. DCMR werkt samen met ILT, ProRail en andere stakeholders om deze problematiek structureel aan te pakken.

Daarnaast nemen incidenten met lithium-ion batterijen toe, vooral buiten de traditionele industrie. Denk aan opslaglocaties, bezorgbedrijven of kleine handelsondernemingen. Deze incidenten vallen niet altijd onder de reguliere CIN-meldingen, waardoor ze nog niet goed in de monitoring terugkomen. Het vraagt om een bredere benadering van toezicht op veiligheidsrisico’s in verschillende sectoren.

Veilig opslaan en omgaan met gevaarlijke stoffen Naast de incident gedreven ontwikkelingen vragen ook de energietransitie om een andere aanpak van veiligheid rond de opslag van en omgang met gevaarlijke stoffen. Zo zagen we een sterke toename van aanvragen voor grootschalige lithium-ion batterijopslag. Vanwege het ontbreken van landelijk eenduidige kaders nam DCMR samen met DeltaLinqs het initiatief om een regionaal platform te ontwikkelen voor beoordeling en afstemming. Hiermee blijft verantwoorde vergunningverlening mogelijk in een periode waarin de landelijke regelgeving nog in ontwikkeling is. De verwachting is dat deze opgave de komende jaren verder groeit. Innovatie speelde eveneens een belangrijke rol. Een nieuw ontwikkelde AI-tool geeft inspecteurs door middel van visuele herkenning snel inzicht in welke gevaarlijke stoffen de garagebedrijven, horeca en andere mkb-bedrijven in huis hebben en of deze veilig zijn opgeslagen. Dit project is een concreet voorbeeld van hoe DCMR zich ontwikkelt op nieuwe vormen van datagedreven toezicht.

Verder waren de PGS-normen (publicatiereeks gevaarlijke stoffen) onderwerp van actualisatie. De nieuwe, scenariogerichte PGS 15 (opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) vraagt van bedrijven én toezichthouders een andere manier van denken en werken. DCMR bereidde zich daarop voor met 11 van 53

opleidingen en interne kennisontwikkeling. Ook PGS 29 (opslag gevaarlijke stoffen in tanks) kwam in 2025 een stap verder, waarbij fase 1 is afgerond en fase 2 zich richt op afronding van resterende punten en beroepsprocedures. De diversiteit aan PGS-versies die momenteel in gebruik is, vraagt blijvend om duidelijkheid richting bedrijven en een consequente toepassing binnen de vergunningverlening. De afgelopen 2,5 jaar hebben bedrijven, toezichthouders en veiligheidsregio’s intensief samengewerkt aan de herziening van PGS 12 – Ammoniak: opslag en verlading. Het resultaat in 2025: een actueel, hoogwaardig en internationaal gewaardeerd veiligheidskader dat een cruciale rol speelt in de energietransitie en de opbouw van een waterstofeconomie. Nieuwe PGS 12-richtlijn: samen werken aan veiligheid in de energietransitie 3.2.2.

Gezondheid

In 2025 zette DCMR stappen om de leefomgeving gezonder en schoner te maken. Het was een jaar waarin beleid en praktijk dichter bij elkaar kwamen, en waarin samenwerking, datagedreven werken en uitvoering centraal stonden op gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen, Stikstof en fijnstof, en bodem Verminderen van uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Waar de afgelopen jaren vooral in het teken stonden van het opbouwen van kennis over Zeer Zorgwekkende Stoffen, verschoof in 2025 de aandacht naar naleving, toetsing en handhaving. Bij veel bedrijven waren de wettelijke termijnen voor het in kaart brengen van ZZS verstreken, waardoor DCMR nadrukkelijker toezicht hield op daadwerkelijke emissiereductie. Chemours heeft tot 4 juli 2025 om lozing TFPrA te verlagen In Zuid-Holland en Zeeland werden 42 gerichte ZZS-inspecties uitgevoerd. Daaruit bleek dat bedrijven hun zicht op ZZS verbeterden, maar ook dat nog niet alle informatieverplichtingen op orde waren, met name bij afvalbedrijven. Tegelijkertijd vond in de gemeentelijke toezichtdomeinen een brede inventarisatie bij 200 mkbbedrijven plaats om vroegtijdig mogelijke risico’s in beeld te krijgen. DCMR voert inventarisatie uit op gebruik ZZS bij mkb-bedrijven | DCMR Het jaar werd ook gekenmerkt door de start van het actualisatietraject voor provinciale afvalbedrijven.

Alle 33 bedrijven werden aangesproken om een Vermijdings- en Reductieprogramma op te stellen een proces dat intensieve afstemming vroeg, maar ook liet zien dat vroegtijdig overleg, juridische procedures kan voorkomen. De samenwerking met ILT werd verder verdiept. Door een landelijk toezichtarrangement werd helder vastgelegd wie waar verantwoordelijk voor is. Gezamenlijk toezicht bij PFAS-houdende blusinstallaties leidde tot maatregelen die tegelijk veiligheid én milieubescherming dienen.

Daarnaast investeerde DCMR in datakwaliteit: de RIVM database met daarin de stoffen die als ZZS zijn aangemerkt, is geïntegreerd in het emissieregister in Mozard. Hierdoor kunnen emissies van ZZS naar lucht en water eenvoudig worden opgezocht. Deze informatie ondersteunt risicogericht toezicht en helpt te beoordelen of emissies voldoen aan de geldende eisen. Ook met waterschappen werd nauwer samengewerkt om emissie en waterkwaliteitsdata te verbinden. De gezamenlijke handhavingsdagen in de glastuinbouw leverden concrete resultaten op en worden vanaf 2026 landelijk opgeschaald. Gezamenlijke teeltwisselcheck: meer bedrijven gecontroleerd, naleving verbeterd | DCMR

Stikstof en Fijnstof verminderen In 2025 zette DCMR opnieuw stappen op het thema fijnstof (PM10 /PM2,5) en stikstofoxiden (NOx).

Het jaar werd gekenmerkt door het verder vormgeven van het programma Scherp vergunnen. Vergunningvoorschriften worden aangescherpt waar de technische normen en inzichten dat toelaten. 12 van 53

In 2025 is opnieuw bevestigd dat ook mobiele arbeidsmiddelen – verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de emissies die samenhangen met op- en overslagactiviteiten – onder voorwaarden in vergunningen kunnen worden gereguleerd. Die juridische duidelijkheid biedt nieuwe ruimte om emissies bij bedrijven structureel te verlagen, maar maakt tegelijkertijd zichtbaar dat scherpe voorschriften vrijwel altijd gepaard gaan met juridische risico’s. Verschillende casussen uit 2025 laten zien dat bezwaar- en beroepsprocedures reëel blijven zodra bedrijven menen dat voorschriften te ingrijpend zijn of onvoldoende rekening houden met de bedrijfseconomische realiteit. Tegelijkertijd groeit bij partners het besef dat vrijwillige samenwerking soms meer oplevert dan louter het juridische spoor bewandelen. Zo ontwikkelde het Rotterdamse project voor NOx en fijnstofreductie zich in 2025 verder richting een gezamenlijke aanpak met bedrijven en het ministerie. Waar eerst scherpere vergunningvoorschriften het uitgangspunt waren, richt het project zich steeds meer op vrijwillige emissiereducties, ondersteund door subsidies en kennisdeling. Die verschuiving sluit aan bij de forse uitdagingen in het havengebied, zoals netcongestie, beperkte investeringsruimte en afwegingen tussen retrofit en volledige elektrificatie van materieel.

Daarnaast is in 2025 gewerkt aan een systematische manier om emissiewinst beter zichtbaar te maken. DCMR heeft stappen gezet in het opbouwen van historische emissiedata, zodat zowel feitelijke emissies als administratieve wijzigingen in vergunningen beter kunnen worden gevolgd. De wens om ‘echte milieuwinst’ zichtbaar te maken – los van economische fluctuaties – vraagt om nieuwe indicatoren en een andere manier van monitoren. Binnen het toezicht is ook in 2025 weer intensief gecontroleerd op stofinstallaties en emissiegrenswaarden. Hoewel de aard van de inspecties grotendeels regulier is, groeit de rol van data-analyse binnen het toezicht. Door koppelingen te leggen tussen inspectieresultaten, branchekenmerken en vergunningsdata ontstaat steeds beter zicht op trends en risico’s. Op enkele dossiers, zoals startstopemissies bij energiecentrales en specifieke processen in de glastuinbouw, zijn in 2025 bovendien nieuwe onderzoekslijnen gestart die in 2026 verder worden uitgewerkt.

Bodemverontreiniging voorkomen Het voorkomen van bodemverontreiniging bleef in 2025 een speerpunt. Er werden 729 preventieve inspecties uitgevoerd, waarbij 133 overtredingen werden vastgesteld, een nalevingspercentage van 82%. De verschillen tussen sectoren waren groot. Vooral akkerbouw en garagebedrijven bleken kwetsbaar. Door veranderende regelgeving, zoals het vervallen van bodemvoorschriften in de PGS en de komst van nieuwe BBT-documenten, vraagt toezicht op SEVESO-bedrijven om nieuwe instrumenten en interpretaties. Totdat deze volledig zijn geïmplementeerd, handhaaft DCMR op basis van de specifieke zorgplicht. Samenwerking met de waterschappen werd intensiever, bijvoorbeeld rond lekdichtheid van zuiveringsinstallaties. Vanaf 2026 wordt lekdichtheid aantonen verplicht, terwijl Europese regels vanaf 2030 aanvullende zuivering eisen. Dat leidt tot ruimtelijke uitdagingen voor de benodigde nieuwe installaties. PFAS bleef een bijzonder aandachtspunt. Na inventarisatie in 2024 startte DCMR in 2025 met bodemonderzoek op locaties waar PFAS-houdend blusschuim is gebruikt. Ook hield DCMR toezicht bij oefeningen in spoortunnels, om te borgen dat bluswater op veilige wijze werd afgevoerd. Samen met ILT werd een toezichtsarrangement opgesteld voor bedrijven die uitstel vroegen of het verbod op PFAS-houdend schuim nog niet naleefden. 3.2.3.

Leefbaarheid

In 2025 werkte DCMR aan het behoud van een leefbare omgeving in een gebied waar activiteiten blijven toenemen. Geluid, geur en ondermijning vormden daarbij de belangrijkste thema’s. Geluidhinder voorkomen In 2025 speelde het voorkomen van geluidhinder opnieuw binnen de domeinen horeca, sport en recreatie en evenementen. Hoewel het aantal normoverschrijdingen wederom beperkt was, nam de maatschappelijke gevoeligheid voor geluid toe. De meldingen over hinder lieten vooral bij 13 van 53

drukbezochte evenementen een duidelijke stijging zien. Daarmee blijft de spanning zichtbaar tussen wat juridisch toelaatbaar is en wat buurtbewoners als acceptabel ervaren. In 2025 werd een toegankelijke infographic gepresenteerd voor inwoners over waar zij welke vorm van overlast kunnen melden. Deze wordt inmiddels breed ingezet door zowel gemeente Rotterdam als Rotterdam Festivals en leidt tot betere doorverwijzing en efficiëntere verwerking van meldingen. Geluidsoverlast tijdens het evenementenseizoen Binnen de horeca liet de pilot met zogenoemde nudging in de Oude Haven meetbaar positieve resultaten zien: bezoekers veroorzaken minder en lagere geluidspieken in de nachtelijke uren. De gemeente Rotterdam heeft deze aanpak opgenomen in het Actieplan Geluid en werkt aan verdere toepassing. Tegelijkertijd liep het traject rond de maatwerkbeschikkingen op het Stadhuisplein vertraging op. Door een voorlopige voorziening zijn de beschikkingen geschorst en valt de handhaving terug op oudere, strengere normen, terwijl praktijksituaties het moeilijk maken om overtredingen afzonderlijk vast te stellen. In de sport- en recreatiesector was een lichte afname in meldingen merkbaar. Met name het eerder omvangrijke onderwerp padel veroorzaakte in 2025 minder hinder dan in 2024.

Dit hangt vermoedelijk samen met eerdere interventies waarbij voordat banen werden aangelegd, geluidonderzoeken zijn gevraagd en beoordeeld. De ervaring van 2025 laat zien dat het daadwerkelijke verminderen van geluidproductie vaak niet goed haalbaar is, maar dat het vergroten van draagvlak, het verbeteren van beleving en het scherper adviseren op probleemlocaties kansen biedt. DCMR blijft daarom inzetten op vernieuwende interventies, versterkt advies aan de voorkant van het proces zodat geluidhinder beheersbaar blijft in een stedelijke omgeving die steeds intensiever wordt benut. Geurhinder voorkomen Het jaar kenmerkte zich door een toename van het aantal geurklachten, vooral afkomstig uit de horeca. Deze groei hangt vermoedelijk samen met een combinatie van factoren: meer meldbereidheid, een toename van horecaconcepten waarbij intensieve bereidingstechnieken worden gebruikt en cumulatie van bronnen. Om deze trend te keren is besloten om vanaf 2026 meer preventieve geurcontroles uit te voeren, gericht op onderhoud, nageschakelde techniek en juiste afvoer om klachten voor te zijn. Naast de dagelijkse inzet op klachtenafhandeling werden in verschillende langlopende dossiers structurele stappen gezet. In enkele gevallen leidde dat tot succesvolle maatregelen, zoals het verleggen van afvoeren of het treffen van aanvullende voorzieningen door ondernemers.

In andere situaties is gekozen voor een meer fundamentele oplossing, zoals bedrijfsverplaatsing en aanpassing van de bestemming, waardoor nieuwe overlast op dezelfde locatie wordt voorkomen. Grote dossiers zoals de CanAdelaar (legale wietproducent) en de Markthal (cumulatie van bakdampen) blijven complex en arbeidsintensief, maar er is wel voortgang geboekt. In situaties waar meerdere bronnen samen hinder veroorzaken en normen geen houvast bieden, vraagt het van ons meer meten, onderzoeken en toepassen van de zorgplicht. Ook vroegtijdig ruimtelijk advies speelt een rol. CanAdelaar moet geurhinder beperken: rechter geeft Voorne aan Zee en DCMR gelijk Aan de industriële kant zijn duidelijke verbeteringen zichtbaar. Inspecties bij bedrijven met dampverwerkingsinstallaties lieten zien dat geen overtredingen werden geconstateerd, wat duidt op een hogere mate van naleving en bewustzijn van geurbeperkende technieken. Ook is gewerkt aan vergunningen met aangescherpte geurvoorschriften, zoals bij Sign Derby nabij Zwijndrecht, waar het bedrijf inmiddels actief meewerkt aan maatregelen om hinder te verminderen. Daarnaast blijft geurhinder een relevant thema binnen de ruimtelijke ordening. Gemeenten zoeken, gedreven door de woningbouwopgave, steeds vaker de grenzen op van wat ruimtelijk en milieukundig verantwoord is.

DCMR blijft gemeenten adviseren over geur bij omgevingsplannen, maar de ruimte die gemeenten hebben om eigen normen te hanteren en extra geur toe te staan, vraagt voortdurende aandacht, vooral bij locaties waar woningen dicht op bestaande geurbronnen worden gepland. 14 van 53

Het werk aan de geurcontouren en het verfijnen van de bijbehorende data gaat onverminderd door, al is het technisch complex. Ook worden stappen gezet binnen landelijke trajecten rondom het ontgassen van de binnenvaart, waar DCMR actief bij betrokken is.

Ondermijning en milieucriminaliteit Ondermijning en milieucriminaliteit vormen een bedreiging voor de leefomgeving, economie en veiligheid. Via datagedreven signalering nam DCMR deel aan de integrale acties van gemeenten en bezocht daarbij ruim 150 locaties. Bij bijna een derde van de controles werden milieuovertredingen vastgesteld, zes keer volgde een sanctie. Vooral garagebedrijven, groothandels en bouw- en houtbedrijven kwamen naar voren als risicolocaties. De samenwerking met partners leidde tot gerichte acties, zoals transportcontroles met ILT, die meerdere processenverbaal opleverden. Digitale hulpmiddelen, waaronder AMICE, hielpen om voertuigen of bedrijven te selecteren die extra aandacht nodig hadden. In complexe dossiers, zoals PFAS in de riolering, werd samengewerkt met Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeente Rotterdam in het kader van ketentoezicht. Afstemming via de Landelijke en Strategische Milieukamer versterkte het beeld van waar risico’s zich ontwikkelen. In dat kader werkte DCMR aan publiek-private samenwerking om financiële stromen en afwijkende patronen beter te herkennen. De Wet Bibob speelde opnieuw een rol in het voorkomen van misbruik van vergunningen.

30 vergunningaanvragen zijn getoetst uit de sectoren afvalstoffen, vloeibare bulk en vuurwerk en in tien gevallen is informatie gedeeld met partners die verantwoordelijk zijn voor toezicht en handhaving. 3.2.4.

Duurzaamheid

In 2025 werkte DCMR aan energiebesparing, energietransitie en circulaire economie. Het was een jaar waarin de uitvoering centraal stond en bedrijven, overheden en ketenpartners nog vaker samen optrokken om kennis op te bouwen en de transities te versnellen. Energiebesparing 2025 was een jaar van versnelling. Met een combinatie van scherp toezicht, innovatieve methoden, kennisopbouw en intensieve samenwerking hebben we tastbare resultaten geboekt. De verplichte onderzoeken naar energiebesparing zijn afgerond. Het ging om ruim 360 rapportages. Veel bedrijven bleken af te wijken van de wettelijke eisen, wat resulteerde in handhaving. Bedrijven konden verbeterplannen indienen; waar dat uitbleef, volgde vervolgtoezicht of afkeuring. DCMR hield daarmee druk op naleving. Voor ETS-bedrijven introduceerde DCMR een auditgerichte inspectiemethodiek die kijkt naar techniek, beleid en borging. Deze werkwijze wordt in 2026 landelijk ingevoerd. Het besparingspotentieel dat samen met bedrijven is vastgesteld komt uit op 6,3 petajoule tot 2027, met een jaarlijkse reductie van ongeveer 1,4%. Dit overstijgt de eerdere CO₂ doelstelling. Tijdens bijeenkomsten met bedrijven en partners werden maatregelen uitgewisseld die binnen enkele jaren kunnen worden uitgevoerd. Energiebesparing cruciaal voor duurzame transitie | DCMR Ook zijn handhavingsstappen gezet, zoals de opgelegde dwangsom aan KPN.

Convenanten met zorg en onderwijs vroegen om extra monitoring. Twee scholen zijn uit het convenant gehaald omdat zij niet voldeden aan de afspraken. De voorbereiding op Europese regels en de koppeling van energiedata aan systemen blijft een opgave. 15 van 53

Energietransitie De energietransitie werd in 2025 nog concreter. DCMR vervulde via een programmatische aanpak drie rollen: versneller, poortwachter en bewaker van veiligheid en leefomgeving. Terwijl landelijke doelen voor de grootste uitstoters zijn bijgesteld, boekte Rijnmond vooruitgang in ketenprojecten. Vergunningen voor bedrijven als Nobian werden afgerond en casusteams ondersteunden trajecten zoals bij Shell. De regio zette stappen in waterstof. De pijpleiding tussen Maasvlakte en Pernis is aangelegd en getest. Shell rondde de electrolyzer grotendeels af. Air Liquide nam een investeringsbeslissing voor een 200 MW electrolyzer, met een vergunningtraject via DCMR. Deze projecten droegen bij aan de vorming van een waterstofnetwerk. In het Novex programma werkte DCMR mee aan analyses en adviezen over ammoniak als energiedrager en droeg bij aan bewonersbijeenkomsten. De inzet was gericht op een veilige ruimtelijke positie van toekomstige terminals. DCMR had een duidelijke rol in de MER- en ROprocedures, en daarmee in het mogelijk maken van deze cruciale infrastructuur. Verder waren er meer aanvragen voor methanolprojecten, alternatieve vliegtuigbrandstoffen en vloeibare waterstof. Hierdoor werd DCMR steeds vaker kennispartner bij nieuwe stoffen. Restwarmteprojecten bleven belangrijk.

De leiding naar Den Haag kwam bijna tot voltooiing en de leiding naar Leiden bereikte het besluitvormende stadium. Het project kreeg nationale MIEK-status, waardoor knelpunten sneller kunnen worden aangepakt. DCMR leverde vergunningwerk voor Porthos en werkte aan Aramis, de opvolger voor grootschalige CO₂-opslag. Deze infrastructuur vormt de basis voor emissiereductie richting 2035. Circulaire Economie DCMR zette stappen in de overgang naar een circulaire economie. Nieuwe circulaire voorschriften die grondstof-efficiency bevorderen als aanvulling of vervanging van de voorheen voorgeschreven afvalpreventievoorschriften zijn juridisch vastgelegd en worden landelijk opgenomen in het standaardvoorschriftenpakket. De eerste twee vergunningen met deze voorschriften zijn verleend en meerdere ontwerpvergunningen staan klaar. Gemeente Rotterdam en provincies willen deze lijn structureel voortzetten. Dat is een belangrijke stap naar een uniforme werkwijze en een stap naar een toekomst waarin circulariteit vanzelfsprekend is. De samenwerking nam toe. In Zuid-Holland ontstond een kennisatelier waarin omgevingsdiensten en partners gezamenlijk oplossingen ontwikkelen. Het Circulair Loket, dat in 2024 begon in Rotterdam, is opgeschaald naar provinciaal niveau. Meer dan de helft van onze medewerkers volgde een introductietraining circulaire economie.

Projecten zoals Bokashi lieten zien hoe afval(blad) kan worden omgezet naar grondstof. Rotterdam heeft beleid aangepast, en landelijk groeit de belangstelling hiervoor. Ook het toepassen van einde afvalstatus gaf ruimte voor nieuwe initiatieven. Einde-afvalstatus en circulaire grondstoffen | DCMR DCMR presenteerde op de landelijke recyclingbeurs en leverde input voor Europese regelgeving voor industriële emissies. De organisatie werkt verder aan manieren om maatschappelijke impact te meten en circulaire advisering structureel te verankeren. Vanaf 2026 starten gezamenlijke circulaire inspecties en wordt gewerkt aan integratie van circulariteit in omgevingsplannen. Het project duurzame bedrijventerreinen kreeg verder vorm door concrete samenwerking met de gemeente Rotterdam. 3.3

Programma’s DCMR

Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te ingewikkeld, complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de 16 van 53

taakgerichte lijnorganisatie. Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen. Gezonde leefomgeving De gezonde leefomgeving is, mede door de Omgevingswet en het onderzoeksrapport Industrie en omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over het verkleinen van gezondheidsrisico’s door uitstoot, een belangrijke pijler voor DCMR. Wat kan DCMR doen om hierin impact te hebben? Op 1 januari 2025 zijn we begonnen met het in kaart brengen van zeer zorgwekkende stoffen bij bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag. Die ZZS moeten naar verwachting rond 2050 zijn afgebouwd. De eerste resultaten van projecten zijn binnen. We hebben een toolbox ontwikkeld die participanten ondersteunt in hun communicatie naar bewoners, met name waar het gaat over PFAS. ZZS zijn complex. Hoe leg je dingen begrijpelijk uit? Met de toolbox kunnen participanten op hun eigen website-informatie geven aan hun inwoners. Volgend jaar moet Nederland, net als de rest van Europa, aan de Kaderrichtlijn Water voldoen. Een aantal stoffen mag niet of nog maar heel beperkt voorkomen in het water. DCMR heeft de taak toezicht te houden op lozingen van bedrijven op het riool.

In 2025 hebben onze inspecteurs intensiever monsters van het afvalwater bij bedrijven genomen om te kijken welke stoffen erin zitten. Energietransitie en circulaire economie DCMR heeft het eerste vierjarenprogramma afgerond op de twee belangrijke maatschappelijke thema’s energietransitie en circulaire economie. Er is geïnvesteerd in kennisopbouw en -deling en het versnellen van initiatieven rond verduurzaming via het Versnellingshuis. Hierbij wordt duidelijk dat bestaande regelgeving de circulaire inrichting van processen soms in de weg staat of op een andere manier niet aansluit bij een samenleving in transitie. DCMR probeert dit te doorbreken en zet in op het ontwikkelen van passende regelgeving. Om onder meer duurzame investeringen te versnellen, is het nodig dat het vergunningenproces spoedig verloopt. Voordat bedrijven hun Omgevingsvergunning aanvragen, moeten zij als initiatiefnemer participatie door de omgeving organiseren. Samen met DeltaLinqs en het Havenbedrijf Rotterdam heeft DCMR hiertoe een handreiking voor bedrijven opgesteld. Werken met data en AI We hebben in 2025 een impuls gegeven aan het werken met data binnen DCMR. We hebben stappen gezet met het vergroten van de datageletterdheid van onze medewerkers, het beter beleggen van data-eigenaarschap, het verbeteren van de datakwaliteit en het werken vanuit één datawaarheid via een nieuw dataplatform.

Met dit programma wordt een stevig fundament gelegd voor de toekomst. We hebben samen met externe partijen succesvol twee casussen gerealiseerd op het gebied van AI. De Gevaarlijke stoffenscanner is een specifieke AI-tool die inspecteurs door middel van visuele herkenning snel inzicht geeft in welke gevaarlijke stoffen de garagebedrijven, horeca en andere mkbbedrijven in huis hebben en of deze veilig zijn opgeslagen. De AI-oplossing voor meldingen lozingen grondwater helpt ons met de beoordeling op volledigheid en inhoud. We hebben via deze casussen waardevolle lessen geleerd over het effectief en verantwoord inzetten van AI. Die zijn het vertrekpunt voor de insteek van het programma in 2026.

17 van 53

3.4

Cijfers in beeld

Productiecijfers De cijfers bevatten alleen afgesloten casussen. Voor meer productiecijfers, zie de bijlage.

Productie reguleren Tabel: Aantallen producten reguleren Product

2025

2024

2023

Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging)

89

14

Omgevingsvergunning uitgebreide procedure (inclusief ambtshalve wijzigingen)

126

179

205

Omgevingsvergunning reguliere procedure (milieuneutrale wijzigingen en BRIKS)

357

349

446

Totaal vergunningen

572

542

651

1.592

1.103

Meldingen activiteitenbesluit*

21

130

689

Maatwerkvoorschriften

97

122

230

Actualisatietoetsen

122

116

75

Overige reguleren producten

1.261

1.177

855

*de getallen zijn aangepast ten opzicht van het jaarverslag 2024 omdat de meldingen GBES foutief waren meegerekend bij Meldingen Activiteitenbesluit terwijl deze horen bij Meldingen Omgevingswet.

Er zijn in 2024 twee nieuwe producten bijgekomen vanwege de invoering van de Omgevingswet: Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging) en Meldingen Omgevingswet. Het product Omgevingsvergunning reguliere procedure (oprichting en wijziging) bestaat uit producten die voorheen onder een uitgebreide procedure vielen (oprichting en verandering), maar met de Omgevingswet met een reguliere procedure worden behandeld. In totaal is er een kleine toename te zien van het aantal reguliere en uitgebreide procedures ten opzichte van 2024. Het product Meldingen activiteitenbesluit bestaat niet meer sinds invoering van de Omgevingswet en zal daardoor op termijn verdwijnen. Het product Meldingen Omgevingswet laat net als in 2024 een hoog aantal zien. Dat komt omdat met de komst van de Omgevingswet meer activiteiten onder de meldingsplicht zijn komen te vallen. Daarnaast kunnen meldingen per activiteit (en) worden gedaan en niet meer per inrichting. Er zijn in 2025 opnieuw veel actualisatietoetsen uitgevoerd. De geplande actualisatietoetsen zijn allemaal uitgevoerd. Vergunningen worden over het algemeen iedere 5 jaar getoetst op actualiteit, hierdoor wisselt het aantal actualisatietoetsen per jaar.

18 van 53

Productie toezicht Tabel: Aantallen inspecties exclusief Seveso-inspecties. Product*

2025

2024

2023

Opleveringscontroles

116

81

94

Preventieve controles*

3.027

3.150

3.192

Nacontroles

2.277

2.117

2.412

Administratieve controles

2.292

1.838

1.485

Klachten/voorvalonderzoeken

1.862

1.704

1.694

Inventariserende controles

760

480

159

Overige toezichtsproducten

8.692

8.404

6.986

*exclusief controles gestopt op initiatief DCMR De aantallen over 2025 komen redelijk overeen met eerdere jaren. Er is in 2025 wel meer aandacht besteed aan inventarisaties. Dat is terug te zien in de cijfers.

Productie handhaving Tabel: Overtredingen, (na)controles en sancties inclusief Seveso. Product

2025

2024

2023

Bestuursrechtelijke sancties

347

342

407

Strafrechtelijke sancties*

105

92

94

*Voor de strafrechtelijke sancties betreft het alleen de daadwerkelijk afgeronde zaken

De bestuursrechtelijke sancties zijn vraaggestuurd. Het aantal bestuursrechtelijke sancties betreft alle afgeronde handhavings- en invorderings- en verzoek om handhavingszaken, ongeacht het resultaat van deze zaken. Dat betekent dat (lang) niet alle zaken uiteindelijk hebben geleid tot het vaststellen van een handhavingsbeschikking, het vaststellen van een besluit op een handhavingsverzoek of de daadwerkelijke invordering van een verbeurde dwangsom. In een groot aantal gevallen is afgezien van het vaststellen van een beschikking. Dit gebeurt om legitieme redenen, zoals bijvoorbeeld het blijvend ongedaan hebben gemaakt van een overtreding of het intrekken van een handhavingsverzoek. Ten aanzien van het aantal strafrechtelijke sancties is een lichte stijging te zien. Ook strafrechtelijke sancties zijn vraaggestuurd en vinden over het algemeen haar oorsprong vanuit de inspectiebureaus en de inschaling van overtredingen in de Landelijke Sanctiestrategie Omgevingsrecht (LHSO). In totaal zijn door DCMR overigens 214 strafrechtelijke onderzoeken uitgevoerd. In 105 gevallen heeft dat ook daadwerkelijk een sanctie opgeleverd. In de overige gevallen is afgezien van verdere vervolging bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs of in afstemming met het Openbaar Ministerie.

19 van 53

Productie meldkamer Tabel: Meldkamercijfers Klachten (excl. vliegverkeer)

2025

2024

2023

Klachten instantie DCMR

20.570

15.882

16.090

CIN-meldingen instantie DCMR via CIN lijn*

317

307

277

Bedrijfsmeldingen instantie DCMR

6.030

6.346

6.052

Klachten andere omgevingsdiensten

2.374

2.187

2.374

Klachten overige instanties

866

797

888

Bedrijfsmeldingen andere omgevingsdiensten

186

161

131

CIN-meldingen instantie OZHZ (vooral Prorail Kijfhoek)

22

9

12

*de aantallen CIN meldingen in 2024 en 2023 zijn iets naar beneden bijgesteld omdat is besloten om alleen het aantal meldingen te vermelden van bedrijven die binnenkomen via de CIN-lijn, met een CIN-Identificatienummer.

Het aantal door de meldkamer ontvangen klachten uit het DCMR-gebied ligt in 2025 hoger dan de twee voorgaande jaren. Er zijn meerdere oorzaken van deze toename. Zo zijn afgelopen jaar meer klachten over evenementen ingediend, met als uitschieter “A Day at the Park” in het Kralingse Bos waarover de meldkamer 636 klachten ontving. Daarnaast was de zomer van 2025 lang en droog, wat mogelijk een oorzaak is in de toename van de stank- en lawaaiklachten uit de woongebieden. Ook is er een aantal specifieke onderwerpen waar we een toename van klachten zien zoals laagfrequent geluid, de stankoverlast van een legale wietkwekerij en de vliegenoverlast op Heijplaat.

20 van 53

4 Programma bedrijfsvoering De beantwoording van de vraag ‘Wat hebben we gedaan’ is beschreven in dit hoofdstuk en de vraag ‘Wat ‘heeft het gekost’ is opgenomen in hoofdstuk 9 Overzicht van Baten en Lasten en Verlies- en winstrekening en de toelichting hierop. 4.1 Bedrijfsvoering DCMR vindt het belangrijk dat voor participanten en hun inwoners de impact van het werk van de omgevingsdienst zichtbaar is. Met communicatie laten we die impact zien en onderhouden en versterken we de positionering van DCMR. Ook zetten we in op de dialoog met de omgeving, bijvoorbeeld doorbewonersavonden te organiseren of DCMR te presenteren bij evenementen zoals de Wereld Havendagen en bijeenkomsten rond duurzaamheid of vergunningverlening. In samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam en DeltaLinqs ontwikkelden we een handreiking voor bedrijven over participatie en omgevingscommunicatie. Samen droegen deze activiteiten bij aan meer nabijheid en zichtbaarheid van DCMR bij inwoners, bedrijven en andere stakeholders. In 2025 hebben wij diverse acties ondernomen om onze eigen duurzaamheid te verhogen en onze CO2-voetafdruk te verlagen. Onze organisatie voldoet aan de normering voor zero-waste en gaat begin 2026 een audit uitvoeren om dit certificaat te verkrijgen.

Wij scheiden dertien afvalstromen in herbruikbare grondstoffen en hebben daarmee het restafval flink teruggebracht tot een gemiddelde van 2,5% van de totale hoeveelheid. Ons stroomgebruik is met 16 procent gedaald in de afgelopen vijf jaar. In 2025 hebben wij ons Breeam-certificaat Excellent weten te behouden ondanks de aangescherpte eisen. We verduurzaamden ons wagenpark verder door de inzet van elektrisch aangedreven voertuigen. In ons bedrijfsrestaurant staat duurzaam koken voorop en zetten wij in op een transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit. DCMR wil een goede en aantrekkelijke werkgever zijn en een organisatie waarin iedereen zich thuis voelt. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt wisten we ook in 2025 goede medewerkers aan ons te binden. Onze nieuwe employer branding-campagne heeft daar een waardevolle bijdrage aan geleverd. In 2025 hebben we 95 vacatures vervuld. We sloten het jaar af met 659 fte in loondienst. De bezetting van de formatie was daarmee over het geheel genomen goed op orde. Maar er blijven verschillende posities die moeilijk in te vullen zijn. Ook hadden we veel aandacht voor de werkomstandigheden en ontwikkeling van onze medewerkers. Het verzuim kwam in 2025 uit op 4,97%. Diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid vinden we belangrijk.

Organisatiebreed zetten we hier de aandacht op met verschillende activiteiten waaronder ons programma tijdens Diversity Day op 7 oktober. Omdat onze medewerkers o te maken krijgen met risicovolle situaties zoals de aanwezigheid van chemische middelen of agressie zijn wij begonnen aan het opstellen van een nieuwe RI&E (risicoinventarisatie en -evaluatie) zodat wij kunnen toetsen of werknemers het werk zowel buiten als op kantoor veilig en verantwoord kunnen doen. De RI&E wordt uitgewerkt in een Plan van Aanpak, dat in 2026 gereed is. Bij DCMR is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. De medewerkers kregen in 2025 meer dan driehonderd opleidingen, korte trainingen en kennissessies aangeboden. Om onze leeractiviteiten te faciliteren is een leermanagementsysteem aangekocht en in 2025 in gebruik genomen. De vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben in 2025 de krachten verder gebundeld als het gaat om bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld bij onze gezamenlijke traineeships om kandidaten voor het milieuvak te werven. Gezamenlijk hebben wij mensen aangenomen die de informatiebeveiliging en privacy (zoals de AVG-wetgeving) voor alle vijf de diensten uitvoeren.

21 van 53

4.2 Verbijzonderde interne controle In de jaarstukken 2025 geeft het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording af. Hierbij oordeelt het dagelijks bestuur zelf of sprake is geweest van rechtmatig handelen ten aanzien van de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties, het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. Verbijzonderde interne controle (VIC) is een belangrijk instrument om vast te stellen dat de interne beheersing van adequaat niveau is om tot een gedegen rechtmatigheidsverantwoording te komen. De VIC heeft tot doel tekortkomingen in de uitvoering en in de beheersing van de processen, in het bijzonder die met een groot financieel belang, op te sporen. In 2025 heeft interne controle een controleplan opgesteld en gedurende het jaar verschillende controles uitgevoerd. Het controleplan bevat de kaders bevatten om tot de rechtmatigheidsverantwoording te komen. Het plan is afgestemd met de externe accountant om zoveel mogelijk samenhang te hebben met de controleaanpak van accountant. In 2025 heeft de VIC de frauderisicoanalyse geactualiseerd. Hiertoe heeft de VIC processen geïnventariseerd en onderzocht die financieel van grote omvang zijn, meest relevant zijn voor de interne controle en kwetsbaar zijn voor fraude. Het betreft de volgende processen: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080059/1