06.01 - Concept notulen raadsvergadering 10 november 2025
Tekst van het document
Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie staat voor het goede, ook in deze begrotingsbehandeling. We zien een gemeente die wil investeren in mensen, duurzaamheid en verbinding. Dat is hoopvol. Tegelijkertijd vraagt deze begroting om waakzaamheid op de lange termijn in het sociaal domein en bij de financiële keuzes die we maken. De begroting sluit, maar de onderliggende risico’s blijven. Het is al meerdere keren aan de orde gekomen. De inzet van reserves en het ontbreken van structurele dekking bij stijgende uitgaven, zoals bij jeugdhulp en onderwijshuisvesting, maken ons bezorgd. Wij pleiten voor een begroting die niet alleen sluit, maar ook standhoudt. De ChristenUnie kiest voor een betrouwbare overheid, die recht doet en trouw blijft, ook in financieel beleid. Dat betekent geen luchtfietserij, geen jezelf rijk rekenen, maar realistische keuzes met oog voor toekomstige generaties. Ik wil niet in herhaling vervallen, maar wij blijven moeite houden met de inzet van kapitaallastenreserves. Daarnaast achten wij de kritische houding van de provincie naar onze cijfers terecht als het gaat om de hardheid van onze baten, subsidies en zachte woningbouw, plus de korting GRJR. Laten we hopen dat het optimisme van ons college geen valse hoop zal blijken te zijn. Een aantal onderwerpen wil ik hier graag specifiek benoemen vanuit onze ChristenUnie-bril.
In het sociaal domein zien we stijgende kosten, vooral bij Wmo en Jeugdhulp. De ChristenUnie blijft staan voor zorg die dichtbij is, menselijk en doelmatig. Wij pleiten voor meer samenwerking met vrijwilligers, met kerken en lokale netwerken, voor een integrale aanpak per gezin, zodat bureaucratie geen obstakel wordt, voor een structurele aandacht voor mantelzorgers – het is
251110
Pagina 17 van 27
vandaag de Dag van de mantelzorger – en mensen met onbegrepen gedrag en voor preventie en vroegsignalering, want voorkomen is beter dan genezen. De menselijke maat moet leidend blijven. Zorg is geen systeem, maar een relatie. Een ander onderwerp dat ik wil benadrukken is onderwijs. De ChristenUnie steunt de investering in de onderwijshuisvesting, maar vraagt aandacht voor een structurele dekking van leerlingenvervoer, voor de duurzaamheid en toegankelijkheid van schoolgebouwen en voor groene schoolpleinen die bijdragen aan gezondheid en klimaatadaptatie. Onderwijs is immers meer dan stenen stapelen, het is bouwen aan een hoopvolle generatie. Sport en cultuur. Wij blijven ons inzetten voor breedtesport en cultuur die verbindt. De nieuwbouw van sporthal Schenkel is een belangrijke stap, maar laten we ook sportvoorzieningen toegankelijk maken voor mensen met een beperking, verenigingen ondersteunen die werken met beperkte middelen en cultuuronderwijs bereikbaar houden voor alle kinderen, ongeacht inkomen thuis. Sport en cultuur zijn immers geen luxe, maar fundamenten van een gezonde samenleving. Economie, dienstbaar en lokaal. De ChristenUnie kiest voor een economie van genoeg.
Wij vragen aandacht voor lokale ondernemers die worstelen met stijgende lasten, voor duurzame bedrijventerreinen met ruimte voor ontmoeting en vergroening, voor sociale ondernemers bij aanbestedingen en voor een economie die ook ruimte laat voor rust en zingeving. Geen 24-uursdruk, maar balans, wonen en leefomgeving kwaliteit boven kwantiteit. Capelle is een stad waar ruimte schaars is. Tijdens het werkbezoek van afgelopen vrijdag aan Den Haag en Rijswijk – hoe leuk was die dag! – zagen wij dat deze gemeenten met vergelijkbare situaties worstelen als wij met ons Rivium. Ingewikkelde trajecten kunnen echter tot mooie oplossingen leiden zagen we, met veel aandacht voor mensen die het niet ruim hebben, maar wel ruimte nodig hebben. Daarom kiezen wij voor maximaal 7000 nieuwe woningen met een focus op kwaliteit en leefbaarheid, meer levensloopbestendige woningen en woonvormen voor ouderen en voor groene buitenruimte die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen, en ten slotte een goede balans tussen bouwen en behouden van natuur en rust in onze stad. Mobiliteit, duurzaam en veilig; we noemden het al. We waarderen de inzet voor fietsstraten en bredere fietspaden in onze stad. De aftellers bij de stoplichten zijn een mooi voorbeeld van slimme, duurzame mobiliteit. Ook dat noemden we reeds.
We pleiten verder nog voor meer veilige routes voor langzaam verkeer, snellaadpunten bij benzinestations en winkelcentra en verkeersveiligheid als prioriteit, met extra aandacht voor kinderen en ouderen als kwetsbare groepen. Wij zijn blij met de aandacht hiervoor in de recente visie op Capelle Centraal. Ten slotte. De ChristenUnie wil dat Capelle een stad blijft waar mensen zich gezien weten, of het nu gaat om een ondernemer, een jongere, een mantelzorger of een oudere met zorg. Wij bouwen aan een samenleving waarin mensen elkaar de hand reiken. Deze begroting is een stap, maar laten we blijven kiezen voor het goede, ook als dat vraagt om moedige keuzes. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Dank u wel, voorzitter. In de raadsbrede commissie heeft het CDA al het nodige gezegd over de kwaliteit van de stukken en wij hopen in ieder geval dat er nu een nieuwe weg is ingezet om ook weer de kwaliteit van de P&C-stukken omhoog te krijgen, zoals we die eigenlijk de afgelopen jaren reeds gezien hadden. We zien dat deze begroting op termijn nog niet sluitend is. Dat houdt in dat we daar keuzes voor moeten maken.
Het CDA kan achter een hele hoop keuzes staan die in deze begroting gemaakt zijn, maar we zijn ook blij dat een aantal keuzes niét gemaakt zijn, dat we in ieder geval durven blijven investeren in de maatschappij, in ons Capelle, in onze jeugd, in onze ouderen en in onze voorzieningen, zoals de kinderboerderij of de nieuwe sporthal Schenkel, maar ook veilige fietsroutes, dat daar in ieder geval nog steeds aandacht voor blijft. Als we kijken naar de onderwijskansen, snap ik de zorgen die door Leefbaar Capelle en D66 zijn verwoord over het afbreken van de onderwijskansensubsidie, maar wel investeren in voorschoolse
251110
Pagina 18 van 27
opvang. Daar kunnen we in ieder geval bij aansluiten, om te kijken hoe we dat kunnen monitoren, zodat er dadelijk geen kinderen tussen wal en schip raken. We waren niet echt blij dat de verhuur van de twee verdiepingen in het gemeentehuis niet realistisch bleek. Dat houdt in dat je moet kijken hoe je met vastgoed omgaat, en hebben we daar wel de juiste knowhow voor in huis? Dat brengt ons in ieder geval richting Schollevaar, één van onze New Townbuurten en wijken, waarvan we in het rapport hebben gezien dat daar nog de nodige investeringen nodig zijn. Van de week zagen we ook een heel stuk van ouderen over Schollevaar, wat in ieder geval aangaf dat zeker voor ouderen heel veel aandacht nog nodig is. Denk aan bijvoorbeeld goede woningen en denk ook aan plekken om te ontmoeten. Als ik kijk naar plekken om te ontmoeten, kom ik vanzelf uit bij het Huis van de wijk bij het stationsgebied. Daar gaan dadelijk plannen voor komen en die moet dadelijk ook een nieuwe plek gaan krijgen. We hopen dan ook zeer dat dit dadelijk in wijkcentrum Schollevaar gaat komen, want daar zijn nog steeds geen plannen voor duidelijk, en dat wringt een beetje bij het CDA. We moeten nu een beslissing nemen in die ombuigingen, terwijl er eigenlijk nog geen kant en klaar plan is, dus we hebben er veel moeite mee om nu al een beslissing te nemen over een ombuiging, terwijl er nog geen uitgebreid plan is.
Wanneer denkt de wethouder te komen met een plan voor het wijkcentrum Schollevaar en hoe wil hij daar de raad in meenemen? Want zijn we immers niet samen als raad en college begonnen aan deze ombuiging, hebben we niet gezegd dat we elkaar hierbij vasthouden? Eigenlijk zien we daar gewoon als raad niets van terug, en daar wringt in ieder geval de schoen voor ons. Als je een buurt, een wijk, een New Town, wilt gaan opzetten, met dan misschien een wijkcentrum Schollevaar als zalencentrum zonder beheersfunctie, waar misschien 200 mensen rondlopen, en die allemaal tegelijk voor een koffiezetapparaat staan, met niemand meer als aanspreekpunt, dan baart dat het CDA wel echt zorgen, ook omdat je dan geen inloop meer hebt. Dus we zouden heel graag willen weten wanneer we een realistisch plan kunnen krijgen voor het wijkcentrum Schollevaar en hoe de wethouder ons daarin wil meenemen. Voor de subsidies voor ontmoeten en cultuur hebben we in een collegebrief een voorstel gekregen, een half voorstel, niet alles. We zien in ieder geval dat de subsidie op ontmoeten straks ook vrijwilligersorganisaties gaat raken wat betreft de lotgenoten en minder zelfredzame Capellenaren. We weten dat heel veel wordt gedaan door in ieder geval de zorginstellingen, maar het kan ook vrijwilligersorganisaties raken.
Denk aan een restaurant VanHarte, of denk aan het Goud voor Oud dat iedere keer voor de ouderen wordt georganiseerd. Dat zouden in ieder geval zaken zijn waarvan we nu nog niet weten hoe dat gaat uitpakken. Dus ook de vraag daarbij is: hoe gaat de wethouder ons daarin meenemen, in een kadernota wellicht, want de subsidies worden immers aangevraagd voor 1 april 2026 voor het jaar ’27, kan dat al bij de Kadernota ’27, of komen de plannen pas bij de begroting 2027? Voorzitter, een stukje over de kapitaallasten. Daarover hebben we het ook in onze fractie uitgebreid gehad. Wij zullen dit wel blijven steunen, maar niet van harte. Waar het wel om gaat, is wat de SGP ook aangaf over het verhogen van die kapitaalslasten 2, als in ieder geval daar ruimte voor is. Maar hadden we immers ook niet afgesproken dat deze ook konden verminderen?, en dat lezen we niet terug. Moet je die dan niet ook, zeg maar als ze niet nodig zijn, gewoon niet inzetten, of sowieso heel helemaal afschaffen? Voorzitter. Wij maken ons wat zorgen over het feit dat wij eigenlijk een beetje tegen de toezichthouder ingaan, van: goh, wij nemen toch deze zaken op. We hopen in ieder geval dat het college het daar aan de goede kant heeft, om in ieder geval toch de zachte woningbouw daarvan op te nemen onder andere.
Graag zien we dan wel een terugkoppeling van u als dit niet het geval is bij in ieder geval de provincie, dat u daar de raad terstond van op de hoogte brengt. Voorzitter. We blijven met deze begroting investeren in onze samenleving, in onze maatschappij, in onze jongeren, in onze kinderen, onze ouderen. We gaan straks ook nog bouwen en we blijven in ieder geval de schuldenaanpak ondersteunen, of een maatschappelijke begeleiding. De twee punten waar het CDA nog mee zit zijn het wijkcentrum Schollevaar, vooral het ontmoeten in de New Town, maar ook de subsidie die nog vraagtekens openlaat wat er met die vrijwilligersorganisaties gaat
251110
Pagina 19 van 27
gebeuren. We hopen dat daar zicht op kan komen, anders zullen wij een kleine disclaimer op deze begroting moeten aanbrengen indien het antwoord niet tot tevredenheid stemt. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vlot. De heer VLOT: Dank u wel, voorzitter. Zo kort voor de thee en voor dat sigaretje achter de kantine is het best wel lastig om de wedstrijd nog een beetje tot leven te brengen, want er is al een hoop zinnigs gezegd door de collega’s. Aan de andere kant zegt dat ook wel iets over wat al eerder gezegd is, namelijk dat er op een of andere manier toch een soort gemeenschappelijk punt is dat we gemeenschappelijk benaderd hebben, aangezien we maar één amendement voorbij hebben zien komen, dat ook nog door een meerderheid gesteund werd en daarnaast uiteindelijk weinig inhoudelijks over de begroting verder tot wijziging gevraagd of gemaand wordt. Ik zal een poging doen om me misschien daarbij aan te sluiten. Naar goed gebruik bedankt de raad natuurlijk het college voor het aanleveren van de stukken, dus bij dezen dank.
Maar ik had geconstateerd dat ik misschien ook een woord van dank moet uitspreken aan de collega-raadsleden die zitting hadden in de commissie bij de behandeling van deze begroting, alsmede de bestuursrapportage, want daar bleek toch eens te meer dat zo’n woord van dank geen vanzelfsprekendheid hoeft te zijn, denk ik, als ik dat zo uitdruk, en dan zijn er soms nog wel wat nadere toelichting, uitleg, of zelfs aanpassingen nodig, om dan op zo’n moment als dit dat woord van dank ook gewoon te kunnen uitspreken. Een begroting is een onderdeel van de beleidskeuzes en het beleid dat we voorstaan in onze gemeente, die financiële kaders. Besturen doe je op basis van beleid en laat nou uitgerekend het overheidsbeleid onze beleidsvorming compleet doorkruisen door te gaan korten op de gemeentefondsen. Het is de grootste bepalende factor bij de keuzes die we kunnen maken. We zijn in gezamenlijkheid met die opgave aan de slag gegaan en uiteindelijk zijn de besluiten van ombuiging en de financiële kaders in de kadernota toen genomen. In zekere zin sta ik hier namens de SP in politieke zin voor de verandering eens niet tegenover het college; dat wil ik toch wel benadrukken.
Je zou kunnen zeggen dat we hier in de gemeente politieke keuzes maken, waarbij de één dan bijvoorbeeld ineens kosteloos OV voor ouderen een speeltje noemt, nou ja, dat zijn dan politieke uitspraken waarmee we moeten leven, maar uiteindelijk hebben we al die besluiten, zeg maar, in gezamenlijkheid genomen, dat wil ik toch wel benadrukken, en dan kan ik behalve idealist ook pragmatisch zijn. Aan de andere kant is het te lullig voor woorden dat we ook laagdrempelige inkomensondersteuning of onderwijskansenregelingen zien verdwijnen, of op afstand gezet hebben, waarbij kansarmen of andere mensen die onze hulp misschien nodig hebben, op wat voor manier dan ook, wat meer geraakt lijken te worden door zo’n schaafwond dan anderen, die wat steviger in hun schoenen staan, of die zelf kunnen voorzien in voorzieningen. Ook voor die verschraling moeten we uitkijken, of dat we achter de zaken aan gaan lopen, omdat we nu eenmaal een hele grote verantwoordelijkheid hebben voor een deel van onze Capellenaren die absoluut hulp nodig hebben op heel veel zaken, of het nu gaat om Jeugdhulp, de Wmo, of andere zaken die heel veel geld kosten misschien om te realiseren. Mevrouw Den Engelsman noemde dat tekort misschien aan ouderenvoorzieningen in Schollevaar en aan de andere kant dat het ook aan te raden valt om daar te investeren. We moeten keuzes maken.
We hebben die keuzes niet willen maken op deze manier, maar ik denk dat we ze toch in enige redelijkheid hebben kunnen maken, omdat ik ook zie dat we medestanders moeten zijn en oog moeten hebben voor bepaalde aspecten uit de Capelse samenleving die misschien door politieke keuzes niet per se voor de hand liggen, of het dan gaat om de ondernemer, of juist om die inkomensmaatregelen voor onze Capellenaren. We hebben het over de decentralisatie gehad – de heer Kerver heeft een aantal keren de overheid genoemd, dat ging denk ik ook even met de SGP heen en weer –, het over de schutting gooien van taken, landelijke bezuinigingen, tekortschieten in de regie op heel veel grote dossiers, het omarmen van de marktwerking. Het is een golfbeweging, linksom, rechtsom, het deint heen en weer, maar het komt altijd weer terug bij ons. Kijk alleen maar hoe ze nu omgaan met ZZP’ers. Eerst was het de
251110
Pagina 20 van 27
zegen, zeg maar, en nu zien we de kostenplaatjes, andere zaken, die mensen kunnen misschien hun pensioenvoorziening niet zelf voorzien, of dat moet juist wel gedwongen: allerlei beslissingen die direct invloed hebben op wat wij hier doen. Dus het was wel leuk dat ik meneer Van Buuren hoorde over dat paars, want u kunt misschien begrijpen dat ik daar ook aan heb zitten denken: waarom zijn wij nu als gemeente hier gekomen met al die taken, misschien nog geen eens die kerntaken per se, maar wel die we willen aanpakken met z’n allen omdat we staan voor al die Capellenaren? Ik ben echt mild in dat opzicht, dat we hier in Capelle inderdaad gewoon best wel ons best doen. Het lijkt wel verkiezingstijd, iedereen heeft het over de voorzieningen en de lage lasten. Ik zou wel durven zeggen dan: dan ga ik misschien in maart toch wel eens zeggen dat het mogelijk zou zijn dat de wat sterkere schouders misschien wat meer lasten gaan betalen, dat we wat minder financiële risico’s als gemeente aan hoeven te gaan, dat die baten wat hoger worden. Meneer Van Buuren: het kan allemaal nog, ook omdat we bepaalde beslissingen nu naar de volgende periode nog weer leggen. Ik ben daar geen tegenstander van. Dat mag dan maar gezegd zijn. Maar goed, ik zal afronden, want die thee en dat sigaretje achter de kantine moet ook iedereen gegund zijn.
Ik zou eigenlijk willen zeggen, verwijzend naar die mistige toekomst omtrent het wijkcentrum en het huidige centrum aan het Maria Danneels Erf bijvoorbeeld: laten we hopen dat het een stralende opklaring nog wordt in al die mistigheid, want het is zeker, gezien de problematiek die zich af en toe toch wel heel erg laat gelden in onze gemeente, of het nou om zo’n grote beslissing gaat als een investering in de sporthal als andere misschien meer sociaaleconomische gevolgen daarvan, ja, die moeten we wel heel serieus nemen. En ik zei het al: dan mag dat zoals het nu gaat met een iets groter financieel risico. Wat ons betreft zoeken we een oplossing om dat zo min mogelijk te doen en dat we met alle Capellenaren in gemeenschappelijkheid die lasten en die problematiek weten te dragen. Nou goed, ik denk dat ik heel positief ben geweest. Ik kan gaan afronden. Ik had allemaal bedankjes in gedachte, maar toen dacht ik: is het gepast als ik het college bedank voor het initiatief nemen tot het realiseren van 60 sociale woningen in Fascinatio? Heb ik dat goed begrepen, dan bij dezen heren. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdragen. Alvorens het college in eerste termijn gaat reageren, schors ik de vergadering voor een minuut of tien (21.08 uur). SCHORSING De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering (21.28 uur). Het woord is aan de heer Van Woudenberg.
Wethouder VAN WOUDENBERG: Voorzitter, dank. Laat ik beginnen bij wat ik ook gedaan heb in de commissievergadering, en dat is dat het college zijn verantwoordelijkheid ziet om de financiële administratie van de gemeente op orde te krijgen. We hebben daarover de afgelopen weken in het college gesproken, we zullen daar de komende tijd nog verder het gesprek over voeren en ik wil de VVD, en eigenlijk de gemeenteraad, toezeggen dat wij zoveel als mogelijk in onze collegeperiode daarvan werk zullen maken. Er zijn al twee businesscontrollers gestart om processen rond missers die er zijn geweest in het verleden zoveel mogelijk te voorkomen, door de businesscontrollers daar opdrachten voor te geven. Wij zien die verantwoordelijkheid, maar u moet ook de woorden in uw achterhoofd houden die de gemeentesecretaris uitsprak: dat het ook een proces van inslijpen is, dat de organisatie moet wennen aan verschillende procedures. Niet alles is voor elkaar gekomen in het eerste halfjaar, maar we streven ernaar zoveel mogelijk in deze collegeperiode voor mekaar te krijgen, zodat het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad kunnen starten met een financiële functie waar ik als wethouder financiën trots op kan zijn. Dit even als aftrap in eerste instantie op de woorden van de VVD en ook op woorden van andere fracties.
Dan wil ik nog even ingaan op wat een aantal fracties heeft gezegd over de provincie. De provincie is toezichthouder en de toezichthouder houdt pas toezicht op het moment dat er besluiten zijn genomen door u als gemeenteraad. Wij hebben het vorig jaar daarover te laat met de provincie het gesprek gevoerd, waardoor we naderhand een reparatie moesten uitvoeren. Dit jaar hebben we, nadat de kadernota was vastgesteld, twee keer met de provincie gesproken en de provincie heeft
251110
Pagina 21 van 27
ons aangegeven dat zij op een drietal punten verwacht bij haar toezichtsrol, die ze gaat uitoefenen als de begroting is vastgesteld, een opmerking te zullen plaatsen. En dan komen wij, zoals ik ook in een commissievergadering heb geprobeerd uit te leggen, voor het dilemma te staan dat wij als gemeente met elkaar hebben afgesproken dat we realistisch proberen te begroten. Dus wij begroten de inkomsten en uitgaven die wij denken als gemeente te realiseren. Die stellen wij u voor als college. En de provincie heeft een ander beeld van een aantal van die posten. Dat zijn de posten die u ook al benoemd heeft: subsidie-inkomsten, jeugdgeld en de derde post ben ik even vergeten. Die drie posten worden door de provincie benoemd als zijnde niet realistisch op structurele basis op dit moment. Dus wij moeten dat eerst als gemeente waarmaken. Als je dan kijkt naar bijvoorbeeld jeugdzorg, dan hebben wij in 2025 van die € 1,5 miljoen al ruim € 800.000 gerealiseerd. Dat heeft wethouder Faassen in de commissievergadering ook uitgelegd. Het beeld is binnen de afdeling Samenleving dat wij met alle maatregelen die we genomen hebben, en ook met de verschuiving van regionale kosten naar lokale kosten, met elkaar die € 1,5 miljoen gaan realiseren. De provincie zegt: wij houden de begrotingscijfers 2024 van de GRJR aan.
Wij zeggen op basis van onze inschattingen dat het realistisch is over 2026 € 1,5 miljoen lager te begroten. Het college stelt u voor het realistisch begroten van de gemeente te volgen en de provincie heeft daar als toezichthouder een opmerking over, maar de provincie realiseert zich ook dat een gemeente die rol heeft en geeft ons het advies om gewoon voor de zekerheid die € 2 miljoen te reserveren. Dus het is een advies van de provincie. Het is niet structureel. Voor volgend jaar hebben ze dat toegezegd, of ze dat voor de komende jaren ook gaan doen, is op dit moment onduidelijk. Op het moment dat ze dat niet doen, hebben wij als gemeente de verantwoordelijkheid een begroting in te dienen die structureel positief is, of op nul eindigt, en dan zullen wij de posten die nu benoemd worden en waarvan de provincie als advies geeft dat ze in haar beleving niet structureel zijn, binnen de begroting moeten opvangen. Maar als de provincie het advies geeft om het volgend jaar, of het jaar daarop, weer te doen, kunnen wij gewoon realistisch blijven begroten. En dan is wat ons betreft de begroting die wij u aanbieden de begroting die de gemeente wil realiseren, waarbij de provincie een aantal opmerkingen heeft over een drietal posten in dit geval. Ik hoop dat daarmee duidelijkheid is gegeven over de provincierol en de gemeenterol. De VOORZITTER: Mevrouw Penterman.
Mevrouw PENTERMAN: Dank u wel, voorzitter. De wethouder zegt dat de provincie een aantal opmerkingen maakt. Bedoelt hij daarmee dat de gemeente naar aanleiding van die opmerkingen weer gaat putten uit de algemene reserve. Is dat de consequentie die daarbij hoort? Wethouder VAN WOUDENBERG Dat is in de begroting dan de werkelijkheid, maar als bij de realisatie bij de jaarrekening blijkt dat wat wij realistisch begroot hebben, ook gerealiseerd is, dan is die onttrekking aan de algemene reserve niet nodig en stroomt het geld weer terug naar de algemene reserve. Mevrouw PENTERMAN: Een dergelijk proces van een soort formeel heen en weer schuiven van getallen en gelden lijkt mij nou niet de meest correcte oplossing. Wethouder VAN WOUDENBERG Laat ik dan een tegenvraag aan mevrouw Penterman stellen. Onze afdeling Samenleving heeft realistisch begroot dat Jeugdzorg € 1,5 miljoen minder nodig heeft in 2026. De provincie zegt: nee, wij kijken naar de cijfers van de GRJR 2024, dat is onze basis. Wat is dan in 2026 naar uw mening het juiste cijfer: het cijfer dat de provincie bepaald heeft op basis van de cijfers van GRJR van 2024, of wat onze afdeling Samenleving heeft ingeschat wat zij gaat realiseren in 2026? Wat is dan in uw beleving een terechte begroting? Mevrouw PENTERMAN: De realistische begroting die u noemt, en dan leef je dus met de consequenties die dat heeft.
251110
Pagina 22 van 27
Wethouder VAN WOUDENBERG Ja, maar dan zouden wij op basis van dat uitgangspunt een negatieve begroting indienen en dan krijgen wij te maken met preventief toezicht van de provincie, en dat willen we niet. De provincie wil dat ook niet, want die wil niet alle gemeenten preventief toezicht geven. En die zegt dus: neem dan een stukje eigen algemene reserve op, zodat je per saldo gewoon repressief toezicht houdt en dat we als gemeente dus niet een provincie hebben die bij onze besluitvorming continu een keuze moet maken. Mevrouw PENTERMAN: Ik begrijp dat dat de consequentie is in dit geval. Ik ben het alleen niet eens met een dergelijk model. Daar kunt u dan op dat moment niks aan doen, maar het lijkt mij niet heel helder voor de gemeenten die het betreft en voor de provincie zelf. Dan denk ik dat het beter is dat gemeenten en provincie gaan pleiten voor een ander model. Wethouder VAN WOUDENBERG We hebben over twee weken een conferentie met de provincie over dit onderwerp en dan zal ik dit zeker ook weer inbrengen, net zoals mijn collega’s in de dertig andere gemeenten in de provincie hetzelfde euvel hebben. Maar de provincie heeft gewoon te maken met haar toezichthoudende rol, die moet haar rol vervullen op dat punt en dan hou je deze discussie met elkaar.
In Capelle lijkt het beperkt te blijven tot drie onderwerpen, de zachte woningbouw, subsidies en de GRJR-kosten, maar het zou in de toekomst tot meerdere discussies kunnen leiden als wij realistisch proberen te begroten en de provincie vindt dat niet structureel genoeg, of wij moeten het eerst aantonen, wat vorig jaar een issue was met de bezuinigingsopgave op de bedrijfsvoering, waarvan de provincie zei: maak die eerst maar hard voordat wij het goedkeuren. Daarom hebben we vorig jaar achteraf een reparatie moeten doorvoeren met de algemene reserve. Je ziet bij de bestuursrapportage dat er nu € 11 miljoen overblijft, maar € 11 miljoen is niet een positief resultaat. Er zit ook gewoon heel veel geld bij dat uit de algemene reserve is vrijgevallen in de begroting dat eigenlijk gewoon nu weer teruggestort wordt in de algemene reserve. De VOORZITTER Volgens mij zijn de standpunten nu wel helder en kunt u verder gaan met uw betoog. Wethouder VAN WOUDENBERG Dank u wel, voorzitter. Door mevrouw Penterman zijn ook de twee businesscontrollers ter sprake gebracht. We gaan als college de komende zes maanden hard aan de slag om een zo goed mogelijke administratie achter te laten, maar ik denk wel dat er ook na die periode nog stappen gemaakt moeten worden. De algemene reserve van onze gemeente is – gelukkig, voeg ik eraan toe – op dit moment nog positief en ook van een heel hoog niveau.
We zien ook wel dat er de afgelopen twee jaar door het positieve resultaat wat geld is toegevoegd aan de algemene reserve. Maar we hebben als gemeente wel scherp te letten op de lange termijn, dat onze positie zodanig is dat de algemene reserve niet verder verlaagt. Het is ook het beeld van het college dat we de algemene reserve op dit niveau moeten houden, en daar streven wij ook naar. Dan de vragen over IBOR. Wat wij zien, en dat is ook een opmerking waar we met de accountant over spreken, is dat de oude kredieten bij IBOR langdurig in onze in onze cijfers staan en we hebben met de afdeling Stadsbeheer de afspraak gemaakt dat ze de komende periode aan de slag gaat om die oude kredieten allemaal tegen het licht te houden, zodat we een realistisch plaatje krijgen van de investeringen die we gaan doen in de stad. Wij zijn hierover in gesprek met de accountant, om dat op korte termijn op orde te krijgen. Ik kan toezeggen dat bij de kadernota en bij de jaarrekening daarvan een goed beeld beschikbaar zal zijn. Dan de vraag over de bedrijfsvoering.
U hebt gelijk dat, als in de taakstelling bedrijfsvoering een medewerker zit die ook voor riool gaat en die dus in het gesloten systeem valt, de opdracht in de bezuinigingsopgave voor de bedrijfsvoering daarmee eigenlijk groter wordt, want die wordt niet gerealiseerd binnen de bedrijfsvoeringsopgave en die zal ook de komende periode gewoon verder bekeken worden. Zoals ik ook in de vergadering van de raadsbrede commissie heb toegezegd, zal, zolang de opgave die we hebben met de bezuinigingsopgave voor de bedrijfsvoering niet structureel is, in elk P&C-document de status worden vermeld wat structureel is en wat incidenteel met bijvoorbeeld vacatures is ingevuld.
251110
Pagina 23 van 27
Dan de vraag van de heer Van Buuren over de kapitaallastenreserve. In de commissievergadering heb ik toegezegd, en dat doe ik nu weer, dat bij de vaststelling van de nota reserve en voorzieningen, die ik verwacht in de eerste raadsvergadering van het nieuwe jaar 2026, dus in deze collegeperiode nog, de kaders worden gesteld voor hoe de kapitaallastenreserve wordt gebruikt en hoe wij omgaan met die kapitaallastenreserve. In de commissievergadering had ik ook aangegeven dat wij in het document nu het beeld hebben opgenomen dat wij gekregen hadden van de discussie bij de kadernota. Maar toen was er inderdaad ook al het gesprek van “is dat nou revolverend, ja of nee?”. Dat staat nu in de tekst, omdat dat eigenlijk ons beeld was van de kadernotadiscussie, maar ik heb toegezegd dat we daarop terugkomen bij de nota reserves en voorzieningen en dat dat u dan als raad de kaders stelt voor de kapitaallastenreserve. Het geld wordt er nu voor gereserveerd, maar de definitieve regeling wordt bij de nota reserves en voorzieningen vastgesteld. U zegt, nogmaals: 2026 en ‘27 positief. Ik wil daarbij nogmaals benadrukken dat wij hier ook het advies van de VNG gevolgd hebben, de vereniging voor alle gemeentes in Nederland, die ons echt geadviseerd heeft om richting de landelijke overheid duidelijk te maken wat de opdracht is die de gemeenten hebben en dat wij in ‘28 en ‘29 een uitdaging hebben.
Natuurlijk is het zo dat, als uitkomt wat u verwacht, het college heeft daar een ander beeld van, maar als er meer geld komt van het rijk, dan zouden we Capelle helpen. Komt er niet genoeg geld, of minder geld, dan hebben de raad en het college in de nieuwe raadsperiode een nieuwe uitdaging voor ‘28 en ‘29. Mevrouw Den Engelsman stelde een vraag over het wijkcentrum Schollevaar. Misschien kan collega Schaatsbergen daar nog extra woorden aan vuilmaken. . . , sorry, dat is verkeerd uitgedrukt: er nog iets aan bijdragen, maar ik heb al gezegd dat het wijkcentrum Schollevaar niet eerder weggaat dan dat duidelijk is wat er gaat gebeuren met de centrumplannen voor Schollevaar. We zijn op dit moment bezig met het middengebied, het stationsgebied bij Schollevaar. De functies die daarin plaatsvinden kunnen mogelijk tijdelijk naar het wijkcentrum toe. Zolang daar geen duidelijkheid over is, blijft het wijkcentrum Schollevaar gewoon bestaan. Uiteindelijk moet het zo zijn dat de bezuinigingsopgave die er is gerealiseerd wordt, maar de definitieve plannen voor het wijkcentrum kunnen pas duidelijk worden op het moment dat wij weten wanneer in het centrumgebied van Schollevaar aan de slag gegaan wordt en wat dat betekent voor de functies die daar op dit moment zijn en waar die tijdelijk geplaatst zullen worden. Wij hebben op dit moment het beeld dat ze richting het wijkcentrum kunnen.
Op dat moment zullen wij u ook informeren, zoals reeds toegezegd in de commissievergadering. En wat betreft vrijwilligersorganisaties: wij nemen u daarin mee. We nemen u ook richting de kadernota mee hoe dat gaat uitpakken. U wordt er als raad bij betrokken en ook over geïnformeerd. Afsluiten wil ik met de woorden van de heer Vlot. Zijn dank heb ik met groot genoegen geaccepteerd. Ik ben blij dat hij als idealist ook pragmatisch kan zijn. Dank daarvoor. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Hemert. Wethouder VAN HEMERT: Voorzitter. Even over het achterstandenbeleid, waarover door verschillende partijen, Leefbaar CDA, CDA, en D66, vragen zijn gesteld. Er is mij een tekst aangereikt, omdat het in 2024 al aan de gang was, en die wil ik graag even meegeven. In de voorjaarsnota 2024 is structureel budget opgenomen om te voorkomen dat kinderen tussen wal en schip raken. Er is extra geld naar de bibliotheek en de Kinderlabs gegaan en naar het CJG. Daarnaast is een overgangsregeling getroffen voor het afbouwen van de subsidieregeling onderwijskansen, in overeenstemming met de schoolbesturen, en bovendien zijn niet alle activiteiten stopgezet, namelijk taakstimulering in de vorm van de schakelklassen en zorg en ondersteuning in de vorm van schoolmaatschappelijk werk.
Voor schakelklassen en schoolmaatschappelijk werk zijn twee separate subsidieregelingen opgesteld en vastgesteld. U bent vorig jaar geïnformeerd over de herziening, vandaar dat ik dat even zo aan u mededeel, over het onderwijsachterstandenbudget via collegebrief 2024-47. In deze brief lichtten wij toe waarom de focus verschuift van brede inzet op onderwijskansen naar de uitvoering van onze wettelijke taak op het gebied van voorschoolse educatie, daar waar de middelen specifiek voor bestemd zijn, voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, en tot
251110
Pagina 24 van 27
slot het onderwijs zelf, de onderwijsachterstandenmiddelen van het rijk, en we zijn primair verantwoordelijk voor het tegengaan van onderwijsachterstand in primair onderwijs. Met andere woorden: uw angst dat kinderen tussen wal en schip raken is niet het geval. We hebben alleen in de budgetten wat gewijzigd, en dan lijkt het een bezuiniging, maar dat is het dus eigenlijk niet. Ik kan u ook aangeven dat de scholen regelmatig contact met ons hebben en als er echt iets aan de hand is, melden zij dat zeker. De VOORZITTER: Ik zie dat iemand wil interrumperen. Wethouder VAN HEMERT: Nog één zin, voorzitter, als dat mag. Als u dat toch wilt monitoren, kunnen we dat uiteraard doen en dan gaan we het ook doen als u dat nog een keer zegt. Dat hoor ik dan graag in tweede termijn. De VOORZITTER: Ga uw gang mijnheer Jaliens. De heer JALIENS: Dank u wel, voorzitter. De wethouder noemt de budgetten die overgaan naar het CJG en Kinderlab, maar wat is dan de rol van het onderwijs voor de kinderen in het primair onderwijs die met achterstanden zitten? Wat is daar de rol van het onderwijs en het budget voor het onderwijs? Wethouder VAN HEMERT: Nou, die budgetten hebben sowieso altijd met elkaar te maken en de kinderen hebben daar dus ook gewoon profijt van. Het is sowieso een technische vraag, dat werd ook al door uw fractievoorzitter aangegeven.
Dat is op zich prima, maar ik zeg u toe, want dat was eigenlijk de standaardvraag van alle partijen: als inderdaad kinderen tussen wal en schip vallen, wat we echt niet verwachten, want die budgetten zijn daar gewoon voor vrijgegeven, als in de monitor of in de gesprekken met de scholen blijkt dat dat geen nadelige gevolgen heeft voor de kinderen, dan is dat ook zo, maar als u zegt dat u het echt specifiek nagezien wilt hebben, dan zeg ik u dat gewoon toe. De heer JALIENS: Als ik hieruit mag afleiden dat de wethouder een concrete toezegging doet voor het monitoren van de gevolgen van de verschuiving van de focus, dan zijn wij tevreden met het antwoord. Wethouder VAN HEMERT: Even met betrekking tot die monitor: het is niet zo dat u dan over drie maanden een monitoring krijgt, hè? Want het is wel een monitoring die over een aantal jaren gaat. Het heeft een reeks van tijd nodig, maar dat begrijpt u wel. De heer JALIENS: Voorzitter.
Op het gevaar af dat het weer als technisch wordt beschouwd door de wethouder, wil ik aangeven dat wij ook een gesprek hebben gehad met het onderwijs en dat het onderwijs in elk geval aangeeft dat zij dezelfde zorgen heeft als wij van Leefbaar Capelle hebben, en dat is dat er toch kinderen tussen wal en schip dreigen te gaan raken, omdat kinderen die nu in het primair onderwijs zitten en met achterstanden te maken hebben niet kunnen profiteren van de budgetten die nu naar het Kinderlab en naar het CJG gaan, of naar de voorschoolse opvang. Dus die zorg blijft. De VOORZITTER Ik wil nu toch opmerken dat dit echt technische vragen zijn en daar wil ik toch wel een rem op zetten. Ik wil wel de heer Schelkers hierover nog het woord geven. Ga uw gang. De heer SCHELKERS: Dank, voorzitter, geen technische vraag, maar ik wil hem wel even goed afconcluderen. Ik hoorde de wethouder zeggen dat er niet van wordt uitgegaan dat er kinderen tussen wal en schip zullen vallen, maar dat hij wel de toezegging wilde doen om in de gaten te houden of dat niet toch nog gebeurt, en als dat gebeurt, hebben we het dus in de gaten. Als dat een toezegging is die de wethouder doet, heeft hij volgens mij precies het antwoord gegeven waar wij naar zochten. Dus is dat inderdaad uw toezegging, wethouder? Wethouder VAN HEMERT: Ik had het zelf ook zo kunnen zeggen. Ja.
251110
Pagina 25 van 27
De VOORZITTER: Goed, dan geef ik nog even het woord aan de heer Schaatsbergen. Wethouder SCHAATSBERGEN: Dank. Nog even kort ter aanvulling van de woorden van de heer Van Woudenberg over het wijkcentrum Maria Danneels Erf. Laten dit dan wat schone woorden zijn, ik maak er geen woorden aan vuil, om die woordspeling maar even te gebruiken. We zijn vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling in Schollevaar natuurlijk ook al druk bezig met het inventariseren wat er op dit moment in het stationsgebied Schollevaar allemaal aan onder meer maatschappelijke organisaties zit en aan activiteiten plaatsvindt die op het moment dat we na besluitvorming ook daadwerkelijk in het stationsgebied aan de gang kunnen, ook tijdelijk ergens gehuisvest moeten worden. Ik ben wat dat betreft mijn collega voor vastgoed dankbaar dat het wijkcentrum Maria Danneels Erf in ieder geval een optie is die wij nog kunnen blijven gebruiken om deze maatschappelijke voorziening onder te brengen totdat wij klaar zijn en de maatschappelijke voorzieningen permanent een nieuwe huisvesting kunnen geven.
Wat dat betreft hoop ik, mevrouw Den Engelsman, dat op het moment dat wij die inventarisatie daadwerkelijk gereed hebben, en ook inzicht hebben welke activiteiten en welke maatschappelijke instellingen wij waar tijdelijk gaan onderbrengen, we u daarin ook meer inzicht kunnen geven, hetzij via een collegebrief, hetzij op een andere manier. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan wij naar de tweede termijn. Als eerste de heer Kerver. Niet? De heer Schelkers.. De heer SCHELKERS: Ik wil het college alleen dankzeggen voor de toezegging, voorzitter. De VOORZITTER: Prima. Mevrouw Penterman. Mevrouw PENTERMAN: Dank u wel. Ik wil de wethouder bedanken voor de uitgebreide beantwoording. De VOORZITTER: De heer van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, dank u wel. Wij danken ook de wethouders voor hun antwoorden. De heer van Woudenberg heeft iets gezegd over de kapitaallastenreserve en ook iets over het feit dat de huidige tekst van de begroting uitgaat van een revolverend karakter. In de bewoording die hij koos leek hij de suggestie te doen dat we dat niet per se ook in uitgangspunten voor het reservebeleid hoeven te vertalen. Onze vraag aan de wethouder is of hij bereid is om bij de nota reserves en voorzieningen die hij aan de raad toezendt het revolverend karakter van de kapitaallastenreserve even niet als uitgangspunt te hanteren.
Als er dan behoefte aan is in deze raad, kan het altijd nog geamendeerd worden. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Aktaş. Mevrouw AKTAŞ: Geen vragen, voorzitter. De VOORZITTER: Dan mevrouw Raaijen. Niet? Mevrouw Groenendijk. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Dank u, voorzitter. Ik steun graag het voorstel van de heer Van Buuren van de SGP. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording, zeker ook wat betreft de subsidies, dat dat in ieder geval richting Kadernota 2027 meegenomen gaat worden. Daar zijn we blij mee. Het was een kleine disclaimer die wij geplaatst hadden, maar daar kunnen we nu naar uitzien en we gaan ervan uit dat het college zijn uiterste best zal doen om geen vrijwilligersorganisaties buiten de boot te laten vallen. Wat betreft wijkcentrum Schollevaar wachten we in ieder geval met die opties natuurlijk. Er zit wel een tweede aspect aan natuurlijk, namelijk dat wordt gekeken naar wat er ingehuisd kan worden,
251110
Pagina 26 van 27
bijvoorbeeld in het Maria Danneels Erf, maar er zitten ook al huidige organisaties, dus wel graag kijken om die combinatie te maken. Er stond al iets dat er een soort zalencentrum zou komen zonder beheer, en graag ziet het CDA dan ook uitgewerkt wat het gaat betekenen als je zo’n zalencentrum zonder beheersfunctie daar neerzet. Wellicht kan dat ook nog meegenomen worden. En wat betreft de kapitaallastenreserve: ja, schommelen doen we in speeltuinen en niet met een kapitaallastenreserve, dus wij steunen de oproep van de SGP hierin. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Vlot wenst niet meer het woord. Dan geef ik het woord aan de wethouder. Wethouder VAN WOUDENBERG: Volgens mij heb ik nog één vraag gekregen, voorzitter, maar de heer Van Buuren zal begrijpen dat ik dat niet kan toezeggen. Ik heb wel zijn woorden gehoord, dus wij zullen als college daar natuurlijk nog een besluit over moeten nemen. Ik ga niet voorafgaande aan dat besluit al aangeven hoe we het precies gaan verwoorden, of het er wel in komt, of niet in komt. Er waren ook fracties in de vorige periode die daar wel naar vroegen, maar ik moet daar nog de hele afweging voor maken. We zijn op dit moment bezig met het schrijven van dat document. Het zal in december in het college komen, in januari ligt het dan aan de raad voor en tegen die tijd zal duidelijk zijn wat er precies in staat.
Maar ik heb uw woorden, en ook die van de twee andere fracties, gehoord en ik heb in ieder geval van een aantal fracties begrepen hoe ze erin staan, dus ik neem dat mee en het is verder aan de overwegingen die wij in januari/februari hebben met elkaar in BVM en daarna in de gemeenteraad, op welke wijze we dat meenemen in het document. De VOORZITTER: Dank u. Wil de heer Schaatsbergen nog iets zeggen? Wethouder SCHAATSBERGEN: Kort, voorzitter. Ik denk dat mevrouw Den Engelsman heel goed begrijpt dat op het moment dat wij aan de huidige activiteiten in het wijkcentrum van Maria Danneels Erf andere activiteiten vanuit het centrum Schollevaar zouden toevoegen, wij daar agendatechnisch natuurlijk ook naar zullen kijken. Dat is ook onderdeel van de inventarisatie. De VOORZITTER: Goed, volgens mij zijn dan alle vragen beantwoord. Dan gaan wij het voorstel digitaal in stemming brengen, maar alvorens dat te doen, vraag ik of er nog stemverklaringen zijn. De heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter. Zoals u zich wellicht nog herinnert – wij herinneren het ons in ieder geval nog als de dag van gisteren –, hebben wij bij de kadernota tegengestemd. Wij zullen met deze begroting instemmen, ook omdat deze kadernota de logische uitwerking is van een eerder genomen besluit van deze raad, dat democratisch tot stand is gekomen. Daarom zullen wij deze begroting ook steunen.
Tegelijkertijd zouden we ook niet graag op ons geweten willen hebben dat er in Capelle een soort van ‘shut down’ zou komen, vandaar dat wij voorstemmen. Wij zijn kritisch geweest in onze bijdrage, maar wij willen ons zeker ook aansluiten bij de woorden van dank en waardering voor college en organisatie voor het vele werk dat hierin is gestopt. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Aktaş. Mevrouw AKTAŞ: Dank u wel, voorzitter. Ook GroenLinks kan instemmen met deze begroting. Wel willen we, gezien ook de meerjarenbegroting, de kanttekening plaatsen dat we nog niet klaar zijn om de meerjarenbegroting echt sluitend te krijgen en dat we ook in de komende periode, volgend jaar, met de nieuwe raad en het nieuwe college goed zullen moeten nadenken over in ieder geval het creëren van een sluitende begroting en ook de uitwerking van de ombuigingsopgaven, die op dit moment voor een deel wel en voor een deel niet zijn meegenomen. De VOORZITTER: Dank u wel. Geen andere stemverklaringen, stel ik vast. Dan breng ik het voorstel van burgemeester en wethouders in stemming tot vaststelling van de begroting 2026.
251110
Pagina 27 van 27
Het voorstel wordt hierop in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. 17. Sluiting De VOORZITTER sluit te 22.01 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2025 de secretaris,
de voorzitter,