CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05B.03 - Actualisatie Stragisch Huisvestingsplan Onderwijs

Gemeenteraad 12 juli 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Actualisatie Strategisch huisvestingsplan onderwijs14.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

0

0

1

1

School: De Contrabas Beoordelingscriteria

Score

Bouwkundige staat

Toelichting Het schoolbestuur heeft aangegeven dat de onderhoudslasten relatief hoog zijn.

van het gebouw Levensvatbaar in relatie

Goed.

tot aantal leerlingen Relatie met de stedelijke

Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

Het schoolbestuur geeft aan dat het gebouw functioneel niet meer van deze tijd is.

School: Het Baken

2017

2022

2027

2032

Aantal leerlingen

140

138

130

124

Beschikbare capaciteit uitgedrukt in lokalen

10

10

10

10

Ruimtebehoefte uitgedrukt in lokalen

8

8

8

8

KDV en andere maatschappelijke invulling

2

1

1

1

Leegstand uitgedrukt in lokalen

0

1

1

1

School: Het Baken Beoordelingscriteria

Score

Bouwkundige staat

Toelichting Goed.

van het gebouw Levensvatbaar in relatie

Goed.

tot aantal leerlingen Relatie met de stedelijke

Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

Goed.

School: De Catamaran, MdE

2020

Aantal leerlingen

2025

2030

2035

175

202

185

178

Beschikbare capaciteit uitgedrukt in lokalen

8

8

8

8

Ruimtebehoefte uitgedrukt in lokalen

7

8

8

8

KDV en andere maatschappelijke invulling

0

0

0

0

Formele leegstand uitgedrukt in lokalen

1

0

0

0

32

School: De Catamaran, MdE Beoordelingscriteria

Score

Bouwkundige staat

Toelichting Goed.

van het gebouw Levensvatbaar in relatie

Goed.

tot aantal leerlingen Relatie met de stedelijke

Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

Goed.

School: De Rehobothschool13

2020

2025

2030

2035

Aantal leerlingen

190

0

0

0

Beschikbare capaciteit uitgedrukt in lokalen

10

0

0

0

Ruimtebehoefte uitgedrukt in lokalen

8

0

0

0

KDV en andere maatschappelijke invulling

1

0

0

0

Leegstand uitgedrukt in lokalen

1

0

0

0

School: De Rehobothschool Beoordelingscriteria

Score

Bouwkundige staat

Toelichting Goed.

van het gebouw Levensvatbaar in relatie tot aantal leerlingen

School dreigt volgens de prognoses onder de opheffingsnorm te komen en kan niet in stand worden gehouden op basis van de gemiddelde schoolgrootte.

Relatie met de stedelijke

Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

School: De Cirkel

Er wordt een unilocatie gerealiseerd. Vanaf 2022 wordt voldoen aan de onderwijskundige wensen. 2020

2025

2030

2035

Aantal leerlingen

57

63

65

68

Beschikbare capaciteit uitgedrukt in lokalen

5

5

5

5

Ruimtebehoefte uitgedrukt in lokalen

4

4

4

4

KDV en andere maatschappelijke invulling0

0

0

0

0

Leegstand uitgedrukt in lokalen

1

1

1

1

13 De Rehobothschool wordt vanaf 2022 samengevoegd met de Eben Haëzerschool en wordt

gehuisvest in één gebouw in de wijk Middelwatering. Deze school gaat De Olijfboom heten. Vandaar dat de getallen in deze tabel vanaf 2025 op 0 zijn gezet. Het gebouw wordt in beginsel niet meer gerekend tot de formele onderwijskundige ruimte. 33

School: De Cirkel Beoordelingscriteria

Score

Bouwkundige staat

Toelichting Goed.

van het gebouw Levensvatbaar in relatie

Goed.

tot aantal leerlingen Relatie met de stedelijke

Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

Goed.

5.7.3 Aantallen leerlingen voortgezet onderwijs School: Accent Praktijkonderwijs

2020

Aantal leerlingen Ruimtebehoefte uitgedrukt in m2 School: Accent praktijkonderwijs Beoordelingscriteria Bouwkundige staat

Score

233

249

3.108

3.120

3.132

3.326

Toelichting Goed. Goed. Goed.

omgeving Voldoet aan onderwijskundige wensen scholen

Goed.

34

2035

232

tot aantal leerlingen Relatie met de stedelijke

2030

231

van het gebouw Levensvatbaar in relatie

2025

HOOFDSTUK 6 FINANCIËN Met vaststelling van de Najaarsnota 2018 zijn de budgetten voor uitvoering van het SHO 2018 in het kader van het primair onderwijs vastgesteld. Dit geactualiseerde SHO heeft geen financiële consequenties. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van de Voorjaarsnota 2021, en volgende documenten in de P&C cyclus, worden de te verwachten consequenties van de nieuwbouw van de tweede fase van het Comenius College weergegeven. Dit zal nader uitgewerkt worden in het nieuw vast te stellen SHO. De nieuwbouw van De Olijfboom verloopt binnen budget. De investeringsbedragen voor de ontwikkelingen in De Meeuwensingel en De Florabuurt zijn op prijspeil 2019 vastgesteld met de Najaarsnota 2018. Prijzen in de bouw zijn inmiddels gestegen. In de concept Voorjaarsnota 2021 is in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ aangegeven dat via de Begroting 2022 2025 voorgesteld zal worden het budget aan te passen aan de prijsontwikkeling.

35

BIJLAGE 1 GLOBAAL TIJDPAD UITVOERINGSPLAN Voor ieder traject uit het SHO geldt een projectplanning worden uitgewerkt. In deze bijlage wordt een zeer summiere samenvatting van het geactualiseerde uitvoeringsplan uit het SHO 2018 weergegeven. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

Onderwerp Gebiedsverkenning Bongerd-Wingerd locatie ter voorbereiding op toekomstige toekomstige gebiedsvisie. Afspraken formaliseren schoolbesturen. Start projectgroepen nieuwbouw, tijdelijke huisvesting en verbouw (Meeuwensingel, Alkenlaan, Florabuurt). Verwijderen tijdelijke huisvesting (noodlokalen) MFC Fascinatio. In gebruikname tweede onderwijslocatie Fascinatio. Verwijderen tijdelijke huisvesting (noodlokalen) bij De Bouwsteen. Tijdelijke huisvesting Eben Haëzerschool. Aanpassingen nieuwe locatie CSV (zijnde de huidige Eben Haëzerschool) en verhuizing CSV. Sloop huidige gebouw CSV. Bouwtijd IKC aan Alkenlaan (Eben Haëzerschool, ruimte voor huidige leerlingen Rehobothschool, gymzaal). Oplevering scholen Florabuurt IKC Bongerd-Wingerd (Bouwsteen en Klim-Op, inclusief gymzaal)14. Voorbereiding nieuwbouw locatie Meeuwensingel. Verhuizing Klim-Op en Horizon naar tijdelijke huisvesting. Sloop en herontwikkeling Klim-Op en Horizon, inclusief gymzaal in relatie tot gebiedsontwikkeling Meeuwensingel. Besluitvorming tweede fase Comenius College. Actualisatie SHO. Realisatie tijdelijke huisvesting Comenius College (ombouwen tijdelijke huisvesting Klim-Op / Horizon en De Bouwsteen naar VO locatie).

Planning Afgerond voor de scholen. Afgerond in 2018. Gestart in 2018. Afgerond in 2018 2018 2018 2019 - 2021 Afgerond in 2019 Tweede helft 2019 2019 - 2021 2025 / 2026 2018 – 20201 2022 / 2023 2023 - 2026 2022 2021 Afgerond in 2020.

14 Bouwsteen en Klim-Op, locatie Bongerd hebben naar verwachting geen tijdelijke huisvesting nodig.

36

BIJLAGE 2 WETTELIJKE KADERS Wet op het primair onderwijs en wet op het voortgezet onderwijs Met ingang van 1997 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de planning en de financiering van de huisvesting van het primair, het (voortgezet) speciaal- en het voortgezet onderwijs. De rijksmiddelen hiervoor zijn -met een efficiencykorting- overgeheveld naar het Gemeentefonds. Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om te voorzien in adequate huisvesting. Dit is, zonder dat exact omschreven staat wat dit inhoudt, vastgelegd in: - artikel 93 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO); - artikel 91 van de Wet op de Expertisecentra (WEC) en - artikel 71 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Op 6 mei 2014 heeft de Eerste Kamer de Wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES aangenomen. Deze wet is in werking getreden met ingang van 1 januari 2015. De kern van de wetswijziging is dat de verantwoordelijkheid voor onderhoud en aanpassing van schoolgebouwen vanaf 1 januari 2015 niet meer bij de gemeenten, maar bij de schoolbesturen voor primair onderwijs ligt. In het voortgezet onderwijs is deze situatie al langer van kracht.

De schoolbesturen ontvangen hiervoor een rechtstreekse vergoeding van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Huisvestingsverordening onderwijs De landelijke wet- en regelgeving omtrent onderwijshuisvesting wordt lokaal uitgewerkt in een verordening. In Capelle is dit de door de raad vastgestelde Huisvestingsverordening onderwijs. Het is een wettelijke plicht om deze verordening vast te stellen en de schoolbesturen kunnen rechten ontlenen aan hetgeen in deze verordening is vastgelegd. De Huisvestingsverordening onderwijs is aangepast aan de gewijzigde wetgeving. Met het overhevelen van de onderhouds- en aanpassingsverantwoordelijkheden naar de besturen resteert voor de gemeente nog verantwoordelijkheid voor de volgende huisvestingsgerelateerde activiteiten: 1. (vervangende) nieuwbouw, inclusief terreinverwerving; 2. uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terreinverwerving; 3. voor onderwijsdoeleinden in gebruik nemen van een bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terreinverwerving; 4. het verplaatsen van tijdelijke gebouwen; 5. eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair of leer- en hulpmiddelen; 6. uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen; 7. medegebruik.

De aangepaste Huisvestingsverordening impliceert een nieuwe kaderstelling voor het SHO: de gehele onderhoudscomponent en gebouwaanpassingen zijn immers overgeheveld naar de schoolbesturen. Die activiteiten hebben dan ook geen plek meer in het SHO.

37

Een SHO in wettelijke perspectief Zoals in hoofdstuk 4 vermeld is een SHO niet in de onderwijswetgeving verankerd. Daardoor heeft het SHO geen wettelijke status; schoolbesturen kunnen er derhalve geen rechten aan ontlenen. Dit is bevestigd in jurisprudentie van de Raad van State (uitspraak LJN: BZ1635, Raad van State, 201205547/1/A2). De Raad van State stelt dat -in dit geval een Integraal Huisvestingsplan- en de daarin vermelde keuzes moeten worden aangemerkt als voorbereiding op een besluitvormingsprocedure. Die voorbereiding is zelf niet gericht op rechtsgevolg. Een rechtsgevolg ontstaat wanneer een schoolbestuur een huisvestingsvoorziening aanvraagt en die voorziening door burgemeester en wethouders op het programma (inwilliging) of op het overzicht (afwijzing) wordt geplaatst. Tegen dat besluit kan het schoolbestuur bezwaar en beroep aantekenen. Doordecentralistie buitenonderhoud, hoe nu verder? Met de doordecentralisatie van het groot onderhoud per 2015 hebben de schoolbesturen een grotere autonomie gekregen en ligt al het onderhoud in één hand. Schoolbesturen hebben meer invloed op hun schoolgebouwen, hebben ook meer verantwoordelijkheid en zijn minder afhankelijk van gemeenten.

Er is bij de overdracht echter geen 0-meting of een serieuze overgangsregeling geweest, waardoor de financiële risico’s voor sommige schoolbesturen aanzienlijk verhoogd zijn, mede omdat gemeenten geen plicht meer hebben om in het kader van onderhoud ‘bij te springen’. De wetgever heeft daarbij renovatie niet als voorziening voor onderwijshuisvesting in de wet opgenomen. Indien hier op lokaal niveau niets voor geregeld wordt, valt renovatie onder onderhoud en hiervoor zijn de scholen verantwoordelijk. Ook zijn er beperkingen als het gaat om asbestverwijdering en investeringen in duurzaamheid. Landelijk is er dan ook brede overeenstemming dat het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting nog niet klaar is, maar juist nog versterkt moet worden. Deze algemene conclusie wordt gedeeld door bijvoorbeeld de PO-Raad, de Algemene Rekenkamer en de VNG. De laatstgenoemde partij heeft aanbevelingen gedaan betreffende:       

De verbinding van onderwijshuisvesting met het sociaal domein. Verhoging van het macrobudget voor de bekostiging van nieuwe schoolgebouwen. Sturen op verduurzaming van schoolgebouwen. Regionaal spreidingsplan voorzieningen onderwijs. Strategisch voorraadbeheer. Vervanging van een jaarlijkse planning voor onderwijshuisvesting door een lange termijnplanning. Inzetten op behoud van deskundigheid bij gemeenten.

Er is echter niet de verwachting dat dit op zeer korte termijn wordt vastgelegd door middel van landelijke wet- en regelgeving. Ook zijn deze aanbevelingen (nog) niet uitgewerkt in bijvoorbeeld een door de VNG en schoolbesturen gedragen modelverordening. Met name verdeling van kosten blijft een heikel punt, waarbij het totale budget voor vernieuwing en verduurzaming als te laag wordt beschouwd. Hierdoor worden steeds vaker lokale maatwerk-afspraken gemaakt tussen schoolbesturen en gemeenten, die worden vastgelegd in beleidsdocumenten, zoals dit SHO. In de tweede helft van december 2016 is door de VNG, de PO- en VO raad wel een gezamenlijk voorstel over de onderwijshuisvesting naar de staatssecretaris gestuurd. In het voorstel wordt onder beschreven hoe processen en middelen tussen gemeenten en schoolbesturen beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Concreet zijn per 1 januari 2015 de volgende onderhoudsactiviteiten overgedragen aan de schoolbesturen: * vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand en daklichten; * vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging; * vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders; 38

* * * * * * * *

vervangen brandtrap; vervangen erfscheiding; vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein; vervangen binnen kozijnen, inclusief hang- en sluitwerk; vervangen buitenkozijnen, inclusief hang- en sluitwerk; vervangen radiatoren, convectoren en leidingen; vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakranden en goten; vervangen boeiboorden.

Asbest in schoolgebouwen Schoolgebouwen die voor 1994 gebouwd zijn kunnen asbest bevatten. Schoolbesturen zijn volledig verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van de leerlingen en leerkrachten. Vanuit het (aansprakelijkheids)risico is het voor hen dan ook belangrijk te weten of, en zo ja waar, in de gebouwen asbest is verwerkt. De wet bepaalt bovendien dat de juridisch eigenaar van het gebouw verantwoordelijk is voor het opstellen van asbestinventarisaties en de daaruit voortvloeiende maatregelen. Alle schoolgebouwen die voor 1994 gebouwd zijn, hebben het schoolbestuur als juridisch eigenaar. Hierom hebben de schoolbesturen voor alle schoolgebouwen in Capelle asbestonderzoeken laten opstellen. Het schoolbestuur moet vanuit haar verantwoordelijkheid als werkgever actie ondernemen als zij het vermoeden heeft dat er iets mis is met het schoolgebouw. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg is door alle schoolbesturen toegezegd dat er geen gevaarlijke situaties zijn omtrent asbest in de schoolgebouwen en dat er momenteel geen maatregelen noodzakelijk zijn. In het OOGO is afgestemd om in 2018 te trachten gezamenlijk een lokale ‘handreiking asbest in schoolgebouwen’ op te stellen, om de aanpak van asbest in de toekomst te structureren. Tot aan die tijd worden de wettelijke kaders als uitgangspunt gehanteerd.

De kosten die te maken hebben met het noodzakelijk verwijderen van het asbest (asbest dat direct verwijderd dient te worden omdat het een gevaar voor de gezondheid betreft) kan worden gezien als constructiefout en daarmee voor rekening van de gemeente komen15. Waar het onderhoud betreft is het schoolbestuur verantwoordelijk. Renovatie is geen voorziening in de onderwijshuisvesting en valt formeel onder onderhoud. Criteria voor vervangende bouw In Bijlage I, Deel A, artikel A.2 van de verordening staan de criteria op grond waarvan een bevoegd gezag voor vervangende nieuwbouw voor een school in aanmerking kan komen. De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als: a. op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud of renovatie niet zal leiden tot de gewenste levensduurverlenging van tenminste 20 jaar; b. vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter beoordeling van het college; c. vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een herschikkingsoperatie; d. vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening noodzakelijk is. Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvoorziening zal een schoolbestuur, conform de Huisvestingsverordening onderwijs, een aanvraag in moeten dienen, waarover het college separaat zal besluiten.

Voor de onderbouwing van zo´n besluit is het wenselijk dat de prioritering die ten behoeve van het opstellen van het SHO wordt gehanteerd in overeenstemming is met de in de Huisvestingsverordening onderwijs gehanteerde prioriteitsstelling, die de rangorde bepaalt voor het inwilligen van de ingediende aanvragen.

15 Uitspraak Rechtbank Arnhem LJN AA5055, 98/2205, uitspraak Rechtbank Zwolle van 20 februari

2004. 39

In de door de raad vastgestelde Huisvestingsverordening onderwijs wordt op deze criteria de volgende toelichting gegeven: Vervangende nieuwbouw kan het gevolg zijn van een tweetal situaties: 1. als gevolg vanwege de slechte conditie (bouwkundige staat) van een gebouw. 2. als gevolg van een herschikkingsoperatie. Ad. 1 Als gevolg vanwege de slechte conditie van een gebouw Voor het vaststellen van de bouwkundige staat van het gebouw en om verschillen in de bouwkundige staat tussen verschillende gebouwen in een volgorde te kunnen plaatsen wordt voor de bouwkundige rapportage als eis gesteld een rapportage op grond van NEN 2767. Uitgangspunt van deze methode is dat de onderhoudsscenario's op basis van verschillende keuzes en bevindingen worden doorgerekend en bij het bepalen van de keuzes een afweging plaatsvindt tussen kwaliteit, kosten en risico's. Bij het maken van keuzes met betrekking tot onderhoud is inzicht in de aanwezige en de te bereiken kwaliteit (en de daaraan verbonden kosten) essentieel. Uitgangspunt van de methode van conditiemeting NEN 2767 is dat voor alle bouwkundige elementen een conditie wordt toegekend. Bij het vaststellen van de condities wordt ook rekening gehouden met de noodzaak van het onderhoud binnen een vooraf vastgestelde periode (in principe 3 jaar).

Voor het antwoord op de vraag of activiteiten binnen de periode van 3 jaar voor het onderhoud in aanmerking komen wordt de ernst, de omvang en de intensiteit van het gebrek vastgesteld. De ernst van het gebrek wordt uitgedrukt in een score, de zgn. 'conditie voor'. Met de 'conditie voor' wordt dus eigenlijk de kwaliteit van het totale schoolgebouw vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden onderverdeeld In de volgende conditieschalen: Conditie 1 Conditie 2 Conditie 3 Conditie 4 Conditie 5 Conditie 6

Nieuwbouwkwaliteit of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit; Een bouw- of installatiedeel vertoont kenmerken van een beginnende veroudering; Het verouderingsproces is duidelijk op gang gekomen; Het verouderingsproces is duidelijk zichtbaar; Het verouderingsproces is niet meer te keren; De bouwkundige staat is zo slecht dat deze niet meer onder conditie 5 kan worden gerangschikt.

Op basis van de vermelde condities wordt inzicht verkregen in de bouwkundige staat en kan worden vastgesteld of vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. Ad. 2. Als gevolg van een herschikkingsoperatie (inclusief toelichting op budgettaire neutraliteit) Vervangende nieuwbouw kan ten tweede het gevolg zijn een herschikkingsoperatie. Dit kan zich in meerdere gevallen voordoen: - bevoegde gezagsorganen kunnen overeenkomen om schoolgebouwen te ruilen omdat is vastgesteld dat er voldoende capaciteit voor het huisvesten van de leerlingen beschikbaar is, maar dat het ene schoolgebouw een overmaat aan capaciteit heeft en het andere schoolgebouw een tekort aan capaciteit.

Door onderlinge ruil, eventueel met een beperkte bouwkundige aanpassing of uitbreiding bij een bestaand schoolgebouw of in relatie met vervangende nieuwbouw voor een bestaand schoolgebouw kan een efficiënte bezetting van de schoolgebouwen worden gerealiseerd en kan mogelijk een schoolgebouw worden afgestoten; - fusies van scholen kunnen aanleiding zijn voor een herschikkingsoperatie omdat een fusie op schoolniveau ook gevolgen heeft voor de leerlingenstromen, waardoor mogelijk door een beperkte uitbreiding (= vervangende bouw) van het ene schoolgebouw het andere schoolgebouw kan worden afgestoten; - vervangende nieuwbouw kan verband houden met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, als gevolg van bijvoorbeeld stadsvernieuwing, of het herinrichten van een wijk, waarvoor het noodzakelijk is dat het bestaande schoolgebouw of de bestaande schoolgebouwen vervangen wordt/worden. 40

Uitgangspunt van investeringen die het gevolg zijn van een herschikkingsplan is dat een grotere doelmatigheid in het gebruik van de schoolgebouwen wordt bereikt en dat het voor het college een budgettair neutrale investering is, dus voor de gemeente geen extra investeringslasten ontstaan. De budgettaire neutraliteit kan uitsluitend worden gerealiseerd als de investering van de vervangende nieuwbouw kan worden gefinancierd uit de {grond)opbrengst van de verkoop van de bestaande (te vervangen) locatie. Eventueel kunnen, nadat hierover overeenstemming is bereikt met het aanvragende schoolbestuur, gelden die het bevoegd gezag van het Rijk ontvangt voor het bekostigen van de exploitatie, het onderhoud, en de aanpassingen schoolbestuur als medefinanciering worden ingezet. Vervangende nieuwbouw heeft een relatie met onderhoud en aanpassen van het schoolgebouw waarvoor het bevoegd gezag de bekostiging rechtstreeks van de minister van OCW ontvangt. Deze vergoeding is niet alleen bestemd voor activiteiten met een kortlopende cyclus, maar ook met een langlopende cyclus (bijv. vervangen kozijnen, leidingen). Dit betekent dat als sprake is van een bouwkundige rapportage met of conditie 5 of 6 moet worden vastgesteld of in de afgelopen jaren het onderhoud op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Is het schoolbestuur op dit onderdeel nalatig geweest dan kan de aanvraag voor vervangende nieuwbouw worden afgewezen. Wordt in overleg tussen college en bevoegd gezag afgezien van het investeren in onderhoud en aanpassen van het schoolgebouw dan moeten afspraken worden gemaakt over het bekostigen van de totale investering, omdat het bevoegd gezag de voor onderhoud en aanpassen ontvangen rijksvergoeding niet voor dit doel hoeft in te zetten. Wettelijke stichting- en opheffingsnormen Voor het stichten en opheffen van basisscholen zijn door het Rijk normen vastgesteld. De opheffingsnorm voor het primair onderwijs in Capelle aan den IJssel is bepaald op 197 leerlingen. Een bestaande school voor primair onderwijs komt voor bekostiging in aanmerking als haar leerlingenaantal gelijk is aan, of meer is dan de opheffingsnorm van de gemeente waarin zij gevestigd is. De opheffingsnorm betekent niet letterlijk dat de school opgeheven moet worden, het is een norm die gerelateerd is aan de bekostiging van het onderwijs. De bekostiging van een school voor primair onderwijs wordt, cf. artikel 153 lid 1 van de WPO, beëindigd indien het aantal leerlingen van de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren lager is dan de opheffingsnorm.

De beëindiging van de bekostiging vindt plaats per 1 augustus volgend op de drie achtereenvolgende schooljaren waarin sprake is van een te laag leerlingental. Deze opheffingsnorm geldt niet voor scholen voor speciaal (basis)onderwijs en scholen voor Voortgezet Onderwijs. Er gelden drie uitzonderingen op toepassing van de opheffingsnorm:   

er is sprake van de enige openbare school voor primair onderwijs binnen een straal van 10 kilometer (over de weg gemeten); in Capelle is hiervan overigens geen sprake; er is sprake van de laatste school van de richting binnen een straal van 5 kilometer, met tenminste 50 leerlingen; een schoolbestuur past het systeem van gemiddelde schoolgrootte toe. Dit kan alleen als het bestuur meerdere scholen heeft die wel ruim boven de opheffingsnorm zitten. De school of scholen die niet meer voldoen aan de voorwaarden van lid 1 artikel 153 WPO, blijven voor bekostiging in aanmerking komen indien de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van het bestuur tenminste 10/6 maal het gewogen gemiddelde telt van de opheffingsnormen van de gemeenten waarin een bestuur scholen heeft. Hierbij wordt het gewogen gemiddelde vastgesteld door alle opheffingsnormen die gelden voor de scholen bij elkaar op te tellen en vervolgens de uitkomst te delen door het aantal scholen. De gemiddelde schoolgrootte moet vervolgens groter of gelijk zijn aan: 10/6 * som van alle opheffingsnormen die gelden voor de scholen/aantal scholen. Gemiddelde schoolgrootte = aantal leerlingen/aantal 41

scholen. De school die in stand wordt gehouden moet op basis van de gemiddelde schoolgrootte dan wel minimaal 23 leerlingen tellen. Opheffing basisscholen De opheffingsnorm in Capelle ligt op 196 leerlingen per school. De opheffingsnorm geldt nadrukkelijk per school, niet per locatie. Het door het rijk aan scholen verstrekte BRINnummer is hierbij het uitgangspunt. De Rehobothschool is de enige school die volgens de prognoses onder de opheffingsnorm komt en niet in stand gehouden kan worden door middel van de gemiddelde schoolgrootte. Leerlingenprognoses De huisvestingsbehoefte voor het onderwijs wordt mede bepaald op basis van de prognose van de aantallen leerlingen. De criteria voor het opstellen van een prognose en de regels voor het berekenen van de ruimtebehoefte zijn opgenomen in respectievelijk bijlage II en III van de Huisvestingsverordening onderwijs. Als basis voor de prognose geldt onder andere de leerlingentelling, die op 1 oktober van elk jaar plaatsvindt. De meest recente prognose voor de gemeente Capelle aan den IJssel is opgesteld op basis van de leerlingenaantallen van 1 oktober 2016. De ontwikkelingen van de leerlingenaantallen laat zich op grond van objectieve demografische ontwikkelingen redelijk voorspellen.

Op schoolniveau kunnen (aanzienlijke) afwijkingen optreden door subjectieve factoren, zoals schoolkeuzegedrag, die in een prognosemodel niet kunnen worden verwerkt. Voor wat betreft het voortgezet onderwijs geldt daarnaast dat het schoolkeuzegedrag, veel meer dan in het primair onderwijs, gemeenteoverstijgend is en daardoor minder eenduidig af te leiden is uit demografische gegevens. Om die reden worden de prognoses van de leerlingenaantallen op schoolniveau minstens één maal per twee jaar geactualiseerd. Medegebruik en verhuur Uitgangspunt van de onderwijswetgeving is dat de eigendom van het schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur. Het schoolbestuur is juridisch eigenaar. Dit houdt in dat het schoolbestuur de verantwoordelijkheid draagt voor het beheer en het onderhoud en juridisch aansprakelijk is. Dit impliceert in principe dat het schoolbestuur ook het recht heeft volledig over zijn eigendom te beschikken en dus te beslissen wie incidenteel of structureel gebruik maakt van dit eigendom. Dit volgt uit de wijze waarop het eigendomsrecht in het algemeen in ons land is geregeld. Op het hiervoor bedoelde volledige beschikkingsrecht is op grond van de onderwijswetgeving een inbreuk gemaakt.

Zo behoeft de verhuur voorafgaande toestemming van het college, dit op straffe van nietigheid (artikel 108 Wo) en kan een schoolbestuur het gebouw niet vervreemden of er zakelijke rechten op vestigen. Bij het beëindigen van het onderwijsgebruik door het schoolbestuur vervalt het schoolgebouw automatisch terug aan de gemeente (artikel 110 Wo). Dit wordt ook wel aangeduid als het economisch claimrecht dat de gemeente heeft. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het college niet gebruikte onderwijsruimte kan vorderen (artikel 107 Wo) voor ander onderwijs en maatschappelijke organisaties en deze ruimte vervolgens in medegebruik kan geven. Wanneer sprake is van leegstaande ruimte in een schoolgebouw kan een schoolbestuur een gedeelte van het schoolgebouw en/of het terrein aan derden in gebruik geven of verhuren (artikel 108 Wo). Dit kan alleen wanneer het college de leegstand niet vordert voor medegebruik (artikel 107 Wo). De wetgeving maakt een onderscheid tussen medegebruik en verhuur. Medegebruik Medegebruik gaat om het gebruik door ‘uit de openbare kas bekostigd onderwijs of door andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden’. De wet onderscheidt twee typen medegebruik: 42

1.

2.

Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie. Dit heeft betrekking op medegebruik ‘voor een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs, of voor educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs’. Dit medegebruik is dus gekoppeld aan door de overheid bekostigd onderwijs. Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. De wetgever geeft aan dit type medegebruik geen nadere invulling. De VNG zegt hierover: ‘Bij (mede-)gebruik gaat het om niet-commerciële activiteiten zoals bijvoorbeeld het peuterspeelzaalwerk, een amateurtoneelvereniging, een sportvereniging etc.

Voor medegebruik is geen toestemming nodig van het college. Het is echter wel wenselijk dat het schoolbestuur aan het college meedeelt dat een gedeelte van het gebouw in gebruik is gegeven en dat een medegebruiksovereenkomst wordt opgesteld. Als het college niet van de ingebruikgeving op de hoogte is, is het voor het college namelijk niet mogelijk te beoordelen of toestemming voor het gebruik (wegens verhuur) nodig is en of deze toestemming moet worden onthouden. Schoolbesturen dienen er rekening mee te houden dat (zonder dat enige schadeplicht ontstaat) het medegebruik kan eindigen indien het college gebruik maakt van zijn vorderingsrecht op grond van artikel 107 WPO. Verhuur Verhuur moet worden onderscheiden van medegebruik en heeft betrekking op ‘het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden’, zoals ook in de Huisvestingsverordening onderwijs is weergegeven. Hieronder valt ook de kinderopvang (hele dagopvang en buitenschoolse opvang). Sinds het van kracht worden van de Wet Kinderopvang in 2005 wordt kinderopvang gezien als een commerciële activiteit. Bij verhuur is sprake van een overeenkomst waarbij het schoolbestuur aan een andere organisatie een gebruiksrecht geeft onder bepaalde voorwaarden.

Bij verhuur is, in tegenstelling tot medegebruik, wel uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van het college vereist. Op grond van de artikelen 108 WPO kan toestemming worden geweigerd als: 1. de ruimte nodig is voor een andere school en de gemeente van plan is het daarvoor op korte termijn te vorderen; 2. de ruimte gebruikt gaat worden als woon- of bedrijfsruimte als bedoeld in de artikelen 1623a, tweede lid, en 1624, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek; 3. het gebruik van de ruimte zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school. De gemeente kan leegstand niet vorderen voor verhuur. Achtergrond van deze beperking is dat het verhuren van ruimten uitsluitend de bevoegdheid is van de eigenaar van het gebouw. Bij een onderwijsvoorziening is dat in beginsel het schoolbestuur en niet de gemeente. Tarieven medegebruik en verhuur Medegebruik Wanneer sprake is van medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie dan bepalen de schoolbesturen die het betreffen in onderling overleg een vergoeding voor het medegebruik. Bij medegebruik voor andere doeleinden dan onderwijs of educatie bepaalt het schoolbestuur. Verhuur Voor de tarieven bij verhuur geeft de wetgever geen leidraad. De VNG stelt hierover het volgende: ‘De huurprijs die het schoolbestuur in rekening brengt, is opgebouwd 43

uit twee onderdelen. Een vergoeding voor de exploitatiekosten en een vergoeding voor de (door de gemeente gedragen) stichtingskosten. Er bestaan geen richtlijnen voor een redelijke vergoeding voor de stichtingskosten. Als basis voor het berekenen van de stichtingskosten is het mogelijk de boekwaarde, de WOZ-waarde of de marktwaarde van het gebouw of de uitkomst van de taxatie door een makelaar te gebruiken. Het is belangrijk dat gemeente en schoolbestuur afspraken maken over de doorbetaling van de stichtingscomponent in de huurprijs door het schoolbestuur aan de gemeente’. Belangrijke jurisprudentie in dit kader is de uitspraak van de Raad van State op 21 oktober 2009 (200901067/H1). Schoolbestuur Movare was het niet eens met de voorwaarde die de gemeente Brunssum stelde bij de toestemming tot verhuur van een leegstaande ruimte aan een kinderopvangorganisatie. De gemeente Brunssum stelde als voorwaarde dat de huurpenningen tot een bedrag van € 100,- per m² moesten worden afgedragen aan de gemeente. In de uitspraak stelt de Raad van State dat de gemeente bevoegd is een vergoeding te vragen. Die bevoegdheid is echter aan voorwaarden gebonden. In de eerste plaats moet blijken dat de bijdrage in de stichtingskosten, die het schoolbestuur op grond van de financiële voorwaarde aan de gemeente moet betalen, ten goede komt aan onderwijshuisvesting.

In de tweede plaats moet de gemeente aantonen dat de hoogte van het gevraagde bedrag rechtstreeks gerelateerd is aan de extra kosten of derving van inkomsten voor de gemeente. Indien een gemeente een vergoeding wil ontvangen (voor de investering voor het stichten van de school), is het gezien de jurisprudentie over de tariefstelling, essentieel dat schoolbesturen en gemeente hierover in ‘op overeenstemming gericht overleg’ hier overeenstemming over bereiken. Voor gemeenten blijkt het in de praktijk namelijk lastig te zijn een onderbouwing van extra kosten, respectievelijk inkomstenderving gerelateerd aan de verhuur concreet te maken. De kosten van OZB, gemeenteonderhoud, verzekering en rente en aflossing veranderen namelijk niet al naargelang de school volledig bij het onderwijs in gebruik is, er overcapaciteit is of de overcapaciteit wordt verhuurd. Gemeenten en schoolbesturen kunnen in goed overleg afspraken gemaakt over afdracht bij verhuur van schoolbesturen. In Capelle dragen scholen vanaf 2017 geen gelden meer af aan de gemeente bij verhuur van onderwijsgebouwen.

44

BIJLAGE 3 DEPENDANCES EN WIJKGEBONDEN SCHOLEN In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van: 1. alle schoolbesturen, met de daaronder vallende scholen; 2. een overzicht van hoofdlocaties, dependances en nevenvestigingen in het primair onderwijs; 3. de wijkgebonden en wijkoverstijgende scholen. Ad.1 Alle schoolbesturen met de daaronder vallende scholen. Speciaal basisonderwijs en (speciaal) voortgezet onderwijs staat tussen haakjes. Staat er niets tussen haakjes dan is het ‘regulier’ basisonderwijs CVO (protestant christelijk voortgezet onderwijs)  Comenius College (voortgezet onderwijs)  Accent Praktijkcollege (voortgezet onderwijs) BLICK (openbaar schoolbestuur voor voortgezet en primair onderwijs)  De Wonderwind  OBS West  De Bouwsteen (speciaal basisonderwijs)  De Klim-Op  De Tweemaster  De Catamaran  Octopus  Het IJsselcollege (voortgezet onderwijs) PCPO (protestant christelijk primair onderwijs)  De Ontmoeting  De Fontein  De Balans (speciaal basisonderwijs)  De Horizon  De Groen van Prinsterer  Het Baken  Sjalomschool CSV (bijzonder openbaar primair onderwijs)  Capelse schoolvereniging VVOGG (reformatorisch primair onderwijs)  Eben Haëzerschool  Rehobothschool RVKO (katholiek primair onderwijs)  De Vijfster  Pieter Bas  Montessorischool  De Contrabas

GPO-WN (gereformeerd primair onderwijs) 45

 

De Triangel De Cirkel (speciaal basisonderwijs)

Stichting Yulius, geestelijke gezondheidszorg Yulius (speciaal voortgezet onderwijs) Ad. 2 Een overzicht van hoofdlocaties, dependances en nevenvestigingen in het primair onderwijs 1. De Wonderwind (hoofdlocatie) 2. OBS West Berliozstraat (hoofdlocatie) 3. OBS West Jan de Geusrede (dependance van OBS West, locatie Jan de Geusrede) 4. De Fontein (hoofdlocatie) 5. De Balans (hoofdlocatie) 6. De Bouwsteen (hoofdlocatie) 7. De Horizon, Koggerwaard (hoofdlocatie) 8. De Horizon, Roerdomplaan (dependance van De Horizon, locatie Koggerwaard) 9. Klim-Op, locatie Roerdomplaan (hoofdlocatie) 10. Klim-Op, locatie Bongerd (nevenvestiging van Klim-Op, locatie Roerdomplaan) 11. Eben Haëzerschool (hoofdlocatie) 12. De CSV (hoofdlocatie) 13. De Tweemaster (hoofdlocatie) 14. Pieter Bas (hoofdlocatie) 15. Montessorischool (dependance van Pieter Bas) 16. Kindcentrum Ontdekrijk (hoofdlocatie) 17. De Groen van Prinsterer (hoofdlocatie) 18. De Ontmoeting (dependance van de Groen van Prinsterer) 19. De Triangel (hoofdlocatie) 20. De Rehobothschool (hoofdlocatie) 21. SBO De Cirkel (hoofdlocatie) 22. De Catamaran (hoofdlocatie) 23. Het Baken (hoofdlocatie) 24. Sjalomschool (dependance van Het Baken) 25. De Contrabas (hoofdlocatie) 26. De Vijfster (dependance van De Contrabas) Ad. 3.

Wijkgebonden en wijkoverstijgende scholen Bij vervangende nieuwbouw of het aanbieden van vervangende huisvesting op een andere locatie doet zich niet zelden het vraagstuk voor omtrent om de gebondenheid van een school aan de wijk. Dit vraagstuk is in beginsel niet in een algemene stelregel te vatten. Scholen vervullen vaak een belangrijke maatschappelijke rol in een sociale omgeving; dit zwaar kan meewegen in besluitvorming over (her)huisvestingsvraagstukken. Wordt de sociale omgeving niet meegewogen en wordt er puur naar ‘de regels’ gekeken, dan geldt dat alle scholen voor Voortgezet Onderwijs en speciaal basisonderwijs niet wijkgebonden zijn. Bij herhuisvesting van een onderwijsinstelling is de vraag relevant of het een “verhuizing” of een “verplaatsing” betreft. Dit bepaalt of de gemeente zelfstandig kan handelen, dan wel of er sprake is van toepassing van wettelijke goedkeuringsprocedures. De term “verhuizing” komt in relatie tot onderwijsgebouwen overigens niet in de WPO voor. De term “verplaatsing” is wel verankerd in de WPO. Artikel 84, 2e lid, stelt dat de minister kan toestaan dat een bekostigde school een andere plaats van vestiging krijgt. Aan zijn toestemming kan hij voorwaarden verbinden.

In de circulaire van 9 februari 1997, kenmerk PO/A‐98/4834 staat dat de Minister beoordeelt of de voorgenomen verplaatsing de instandhouding van andere onderwijsinstituten niet in gevaar brengt en of de te verplaatsen school voldoet aan de stichtingsnormen. In de circulaire geeft hij ook nadere uitleg aan de 46

begrippen verplaatsing en verhuizing. Er is sowieso sprake van verhuizing indien een school binnen een afstand van 2 kilometer (de verwijsafstand in de Huisvestingsverordening) wordt gehuisvest. Maar in de genoemde circulaire wordt ook geduid dat wanneer een school verhuist binnen het eigen onveranderde voedingsgebied er geen sprake is van verplaatsing en er dus sprake is van verhuizing. Aanvullend wordt het begrip voedingsgebied beschreven in de bijlage Programma van Eisen, behorende bij de ledenbrief 99/136, d.d. 23 augustus 1999 van de V.N.G. De definitie luidt: “Voedingsgebied: het gebied waaruit minimaal 70% van de leerlingen van de school afkomstig zijn. Het voedingsgebied wordt vastgesteld door de prognoseopsteller”. Dit begrip wordt tot op heden nog steeds als richtsnoer gehanteerd. Cruciaal voor de toe te passen procedure is dus de vraag of er sprake is van een verhuizing of een verplaatsing. In het eerste geval hoeft het bevoegd gezag de minister niet om toestemming te vragen en hoeft het bevoegd gezag ook niet te voldoen aan de stichtingsprocedure. De gemeente is in het geval van verhuizing in beginsel leidend. Bij verplaatsing is de gemeente afhankelijk van de wil van het schoolbestuur en vervolgens van de toestemming van de Minister. In overleg met de prognoseopsteller is de herkomst van leerlingen gevisualiseerd, per school en niet uitgesplitst in dislocaties.

De ‘kaartjes’ zijn opgenomen in deze bijlage en gebaseerd op de 1 oktober telling 2016. Uit deze visualisatie valt per school de herkomst van leerlingen van basisscholen te herleiden. Hieruit vloeit voort dat de Rehobothschool en De Triangel bovenwijkse scholen zijn. De Eben Haëzerschool is een school die aan de wijk Middelwatering gebonden is, maar gezien de leerlingenherkomst, als er sprake is van een unilocatie, ook zou kunnen verhuizen naar Middelwatering-West. In het ‘Op Overeenstemming Gericht Overleg‘ (Onderwijsplatform) is afgestemd dat de omschreven lijn als uitgangspunt gehanteerd kan worden en is in overeenstemming alle schoolbesturen de volgende verdeling gemaakt: Bovenwijkse scholen: - alle scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs; - alle school voor speciaal basisonderwijs; - de basisscholen Rehobothschool en Triangel. Wijkgebonden scholen: - alle overige basisscholen.

47

BIJLAGE 3 WIJKKAARTEN (EN BOUWJAREN) Fascinatio 1. De Wonderwind 2. De Vijfster 3. De Ontmoeting

(2005) (2005) (2019)

48

’s Gravenland / Capelle-West 4. OBS West hoofdlocatie 5. OBS West Dependance De Vijfster 6. De Fontein 7. De Balans

49

(1992) (1996) (1983) (1983)

Middelwatering 8. Comenius College 9. Tijdelijke huisvesting Lijstersingel 10. De Horizon, locatie Roerdomplaan 11. Klim-Op, locatie Meeuwensingel 12. Montessorischool 13. De Capelse schoolvereniging 14. Nieuwbouw locatie Eben Haëzer 15. IJsselcollege, Alkenlaan 16. IJsselcollege, praktijkonderwijs

50

(deels 2013, deels 1983) (2019) (1963) (1963) (1970) (1970 – renovatie in 2019) (oplevering 2021 /2022) (2016) (2010)

Oostgaarde 17. OBS De Tweemaster 18. Horizon, locatie Koggerwaard 19. Pieter Bas 20. Ontdekrijk

(1976) (1975) (1974) (1970)

51

Schenkel 21. De Triangel 22. Klim-Op, locatie Bongerd 23. Groen van Prinstererschool 24. Oude IJsselcollege, Kanaalweg 33. De Fjord, Yulius

(1968) (1970) (1952) (1983 – inmiddels gesloopt) (huur)

52

Schollevaar 25. De Rehobothschool 26. SBO De Cirkel 27. De Catamaran, Maria Danneelserf 28. Het Baken 29. De Contrabas 30. De Sjalomschool 31. De Catamaran, Hermitage 32. CVO Accent

53

(1984) (1990) (1978) (1978) (1981) (1983) (1983) (2011)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10363847/1