05.03 - Rekenkamerrapport ‘meer bereiken’, onderzoek naar lokale inkomensregelingen
Tekst van het document
meer bereiken onderzoek naar lokale inkomensregelingen
Rekenkamer
Capelle aan den IJssel
meer bereiken onderzoek naar lokale inkomensregelingen
Rekenkamer
Capelle aan den IJssel
samenvatting
Gemeenten bieden met lokale inkomensregelingen ondersteuning aan inwoners in (dreigende) armoede. De rekenkamer onderzocht in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland of het voldoende lukt om deze mensen te bereiken. Dit onderzoek laat zien dat alle drie de onderzochte gemeenten vergelijkbare uitdagingen kennen en kansen hebben om meer mensen te bereiken en mensen in (dreigende) armoede beter te ondersteunen. Alle onderzochte gemeenten hebben een uitgebreid aanbod aan lokale inkomensregelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen. Tegelijkertijd kennen deze regelingen eigen voorwaarden, procedures en loketten. Hierdoor is het voor inwoners en hulpverleners lastiger om inzicht te krijgen welke ondersteuning voor wie beschikbaar is. Op dit moment sturen de onderzochte gemeenten vooral op financiële resultaten. Het bereik en andere resultaten van lokale inkomensregelingen worden niet gemonitord. Zo blijven kansen liggen om meer inwoners in (dreigende) armoede te bereiken. Gemeenten organiseren nog onvoldoende samenspel tussen de betrokken maatschappelijke organisaties. Ook zoeken zij niet-bereikte inwoners nog onvoldoende op om hen actief te informeren. Tot slot is de administratieve druk bij het aanvragen van lokale inkomensregelingen onnodig hoog, mede doordat informatie onvoldoende wordt hergebruikt of uitgewisseld.
De rekenkamer doet vijf aanbevelingen. Aanbeveling 1 en 2 hebben betrekking op het creëren van een lerende organisatie die doelstelling stelt en monitort. Aanbeveling 3 en 4 zijn gericht op het verbeteren van de dienstverlening rondom lokale inkomensregelingen. Aanbeveling 5 richt zich op het verminderen van de administratieve druk. Ze luiden: 1 Scherp de doelstellingen aan 2 Verbeter de monitoring 3 Regisseer samenspel met betrokken organisaties 4 Verbeter de informatievoorziening aan inwoners 5 Versimpel aanvraagprocedures
3
meer bereiken
samenvatting
3
bestuurlijke nota
9
1
inleiding
11
2
bestuurlijke conclusies
13
hoofdconclusie
13
deelconclusies
13
er is binnen de drie onderzochte gemeenten een uitgebreid aanbod aan inkomensregelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen
13
de drie onderzochte gemeenten sturen beperkt op de niet-financiële resultaten van
3
lokale inkomensregelingen
14
de regelingen in de drie onderzochte gemeenten zijn onnodig ingewikkeld
15
aanbevelingen
19
scherp de doelstellingen aan
19
stel naast financiële doelen ook doelen voor het bereik van lokale inkomensregelingen
19
weeg daarbij af wie geholpen moet worden en wat dat mag kosten
19
verbeter de monitoring
20
evalueer periodiek welk deel van de doelgroep (niet) bereikt wordt met lokale inkomensregelingen
20
evalueer periodiek of het pakket aan lokale inkomensregelingen volstaat
20
organiseer periodieke kwalitatieve monitoring van de ervaringen van inwoners met betrekking tot lokale inkomensregelingen
20
regisseer samenspel met betrokken organisaties
20
verbeter de informatievoorziening aan inwoners
20
stel vast wat inwoners moeten weten over lokale inkomensregelingen
20
benader burgers proactief over de beschikbare lokale inkomensregelingen.
21
versimpel aanvraagprocedures
21
stel vast welke informatie nodig is om de rechtmatigheid van een aanvraag te beoordelen
21
maak waar mogelijk gebruik van reeds beschikbare informatie en deel deze waar nodig met andere partijen
21
4
bestuurlijke reactie
23
5
nawoord
31
nota van bevindingen
35
1
5
inleiding
37
aanleiding
37
doel- en vraagstelling
38
afbakening en scope
38
meer bereiken
2
3
4
5
6
onderzoeksaanpak
40
leeswijzer
40
context
41
inleiding
41
armoede in Nederland
41
meten van armoede
41
kenmerken van armoede
44
omvang armoede in Nederland
46
armoedebestrijding
48
landelijk armoedebeleid
48
lokale inkomensregelingen
49
bereik van inkomensregelingen
51
samenvatting en vergelijking
53
regelingen
55
inleiding
55
algemene lokale inkomensregelingen
55
aanvullende lokale inkomensregelingen
63
Barendrecht
63
Capelle aan den IJssel
64
Lansingerland
65
overzicht
65
samenvatting en vergelijking
74
beleid en organisatie
75
inleiding
75
landelijk beleid
75
Barendrecht
77
relevante beleidskaders
77
organisatie
78
gebruik en financiering
80
Capelle aan den IJssel
83
relevante beleidskaders
83
organisatie
84
gebruik en financiering
88
Lansingerland
92
relevante beleidskaders
92
organisatie
94
gebruik en financiering
96
samenvatting en vergelijking
98
monitoring
101
inleiding
101
beschikbare monitoringsinstrumenten
102
Barendrecht
104
zicht op doelgroep
104
zicht op bereik en gebruik
104
zicht op toereikendheid
107
Capelle aan den IJssel
107
meer bereiken lokale inkomensregelingen
6
7
7
zicht op doelgroep
107
zicht op bereik en gebruik
108
zicht op toereikendheid
111
Lansingerland
111
zicht op doelgroep
111
zicht op bereik en gebruik
111
zicht op toereikendheid
113
samenvatting en vergelijking
113
informatievoorziening
117
inleiding
117
landelijke instrumenten
117
Barendrecht
119
communicatie over regelingen
119
outreachend werken
122
Capelle aan den IJssel
122
communicatie over regelingen
122
outreachend werken
126
Lansingerland
126
communicatie over regelingen
126
outreachend werken
129
samenvatting en vergelijking
129
aanvragen
131
inleiding
131
landelijke instrumenten
131
Barendrecht
132
aanvraagprocedure
132
ondersteuning
134
verwerking
136
Capelle aan den IJssel
137
aanvraagprocedure
137
ondersteuning
139
verwerking
141
Lansingerland
144
aanvraagprocedure
144
ondersteuning
146
verwerking
147
vaststellen rechten
149
samenvatting en vergelijking
153
bijlagen
157
onderzoeksverantwoording
159
afkortingenlijst
165
format vragenlijst enquêtes
166
bronnenlijst
175
meer bereiken lokale inkomensregelingen
bestuurlijke nota
1
inleiding
Armoedebestrijding is de laatste jaren een prominent thema op de politieke agenda. Een groot deel van het armoedebeleid wordt op landelijk niveau bepaald, onder andere de inkomensondersteuning in de vorm van de bijstandsuitkering en verschillende toeslagen. Daarnaast bieden gemeenten zogeheten lokale inkomensregelingen aan. Deze regelingen bieden aanvullende inkomensondersteuning aan mensen die op of rond het sociaal minimum leven. Lokale inkomensregelingen waren oorspronkelijk bedoeld om extra lucht te bieden. Maar omdat het wettelijk sociaal minimum vaak onvoldoende is om rond te komen, zijn steeds meer mensen afhankelijk geworden van deze extra ondersteuning. Uit onderzoek blijkt dat het gemeenten niet lukt om met de lokale inkomensregelingen de gehele doelgroep te bereiken. 1 Bij gemeenten is tegelijkertijd behoefte aan inzicht in de doeltreffendheid van het beleid. Het algemene doel van de lokale inkomensregelingen is om mensen in armoede te ondersteunen. Maar in hoeverre wordt deze groep bereikt en zijn deze mensen hiermee geholpen? De rekenkamer heeft daarom onderzoek gedaan naar de lokale inkomensregelingen in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland. 2 Dit rapport presenteert de uitkomsten van dit onderzoek.
In dit onderzoek heeft de rekenkamer bekeken of de onderzochte gemeenten voldoende doen om inwoners in (dreigende) armoede met lokale inkomensregelingen te ondersteunen. Daartoe heeft de rekenkamer gekeken naar het beleid rondom, de uitvoering, en de monitoring van lokale inkomensregelingen. Ook heeft de rekenkamer onderzocht wat de ervaringen van inwoners zijn met lokale inkomensregelingen. De gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland zijn op basis van dezelfde onderzoeksvraag los van elkaar onderzocht. Waar mogelijk en relevant worden de bevindingen in de verschillende gemeenten met elkaar vergeleken. Deze bestuurlijke nota bevat de conclusies en aanbevelingen die volgen uit het onderzoek. In de nota van bevindingen staan de feitelijke bevindingen uit het onderzoek die als basis dienen voor de conclusies in de bestuurlijke nota. Samen vormen de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen het rekenkamerrapport.
1 Plaisier, I., M. Reijnders en A. Schotel, “Zien, luisteren en helpen: Wat kunnen gemeenten doen voor een beter bereik in het sociaal domein,” (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2024); CBS, “Armoedescan,” geraadpleegd op 12 februari 2025, dashboards.cbs.nl/v5/Armoedescan. 2 Onder lokale inkomensregelingen verstaat de rekenkamer structurele ondersteuning aan inwoners in (dreigende) armoede waarvan de gemeente de kaders vaststelt om te bepalen wie in aanmerking komt. Tijdelijke inkomensondersteunende regelingen, ondersteuning aan ondernemers en zelfstandigen en private ondersteuning waarvan de gemeente de doelgroep niet zelf inkadert, blijven daarmee buiten beschouwing.
11
meer bereiken
2
bestuurlijke conclusies
hoofdconclusie hoofdvraag In hoeverre lukt het de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland om inwoners die leven in (dreigende) armoede met behulp van lokale inkomensregelingen te ondersteunen? hoofdconclusie De gemeente Capelle aan den IJssel biedt ondersteuning aan inwoners in (dreigende) armoede en een deel van de doelgroep wordt met deze ondersteuning bereikt. Tegelijkertijd kennen alle drie de onderzochte gemeenten vergelijkbare uitdagingen en heeft de gemeente Capelle aan den IJssel, net als de gemeenten Barendrecht en Lansingerland, kansen om meer mensen te bereiken en mensen in (dreigende) armoede beter te ondersteunen.
deelconclusies er is binnen de drie onderzochte gemeenten een uitgebreid aanbod aan inkomensregelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen De gemeenten benutten de mogelijkheden van de Participatiewet en Gemeentewet. Er zijn in Nederland algemene lokale inkomensregelingen die specifieke landelijk kaders kennen. Een deel daarvan moeten gemeenten verplicht aanbieden. Dat zijn de bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag, die allemaal voortvloeien uit de Participatiewet. Gemeenten mogen bij deze regelingen gedeeltelijk zelf de voorwaarden bepalen. Een ander deel van de inkomensregelingen mogen gemeenten aanbieden. Dat zijn de gemeentelijke collectieve zorgverzekering op basis van de Participatiewet en de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen op basis van de Gemeentewet. Wanneer gemeenten deze regelingen aanbieden, mogen zij de voorwaarden gedeeltelijk zelf bepalen. De gemeente Capelle aan den IJssel biedt al deze regelingen aan, net als de twee andere onderzochte gemeenten. Daarnaast, kunnen gemeenten aanvullende regelingen aanbieden op grond van de Gemeentewet. Deze regelingen vloeien direct voort uit de gemeentelijke beleidsvrijheid. Het is overigens onduidelijk hoe ver deze beleidsvrijheid precies strekt, omdat gemeenten op grond van dezelfde Gemeentewet geen inkomenspolitiek mogen voeren die het rijksbeleid doorkruist.
De gemeente Capelle aan den IJssel biedt aanvullend op de algemene lokale inkomensregelingen onder andere een kindpakket (laptopfiets) van Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur aan Het aanbod van de onderzochte gemeenten komt voor een groot deel overeen. Alle drie de onderzochte gemeenten hebben aanvullend op de algemene lokale inkomensregelingen regelingen om de participatie van kinderen te vergroten met een
13
meer bereiken
kindpakket en een fonds voor sport en cultuur. Daarnaast bieden de gemeente Barendrecht en Lansingerland een specifieke regeling aan om volwassen te laten deelnemen aan sport- of cultuurlessen. Capelle aan den IJssel biedt in aanvulling daarop ook financiële ondersteuning in noodsituaties in de vorm van een maatwerkbudget en noodhulp. Deze hulp wordt in Barendrecht en Lansingerland niet als inkomensregeling, maar door gesubsidieerde organisaties aangeboden. De invulling van regelingen verschilt tussen gemeenten. Deze verschillen zitten met name in de gestelde inkomensgrenzen. In mindere mate zijn er verschillen in de hoogte van uitkeringen en de gestelde vermogensgrenzen. Zo hanteert de gemeente Barendrecht over het algemeen een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum (wsm). In de gemeenten Capelle aan den IJssel en Lansingerland zijn deze inkomensgrenzen door de bank genomen lager voor de algemene lokale inkomensregelingen (meestal 100% wsm) en hoger voor de aanvullende lokale inkomensregelingen (meestal 130% wsm). de drie onderzochte gemeenten sturen beperkt op de niet-financiële resultaten van lokale inkomensregelingen Er zijn geen concrete doelstellingen geformuleerd en het ontbreekt aan zicht op resultaten.
De gemeente Capelle aan den IJssel heeft, net als de andere onderzochte gemeenten, geen concrete doelstellingen voor lokale inkomensregelingen geformuleerd. Zo is onduidelijk welk aandeel van rechthebbenden de gemeente beoogt te bereiken of wanneer inwoners voldoende zijn geholpen. De monitoring weerspiegelt dat deze doelstellingen ontbreken. De gemeente Capelle aan den IJssel monitort weliswaar het gebruik van de lokale inkomensregelingen, maar dit biedt op zichzelf onvoldoende informatie om het bereik van de regelingen te beoordelen. Daarvoor dient het gebruik per regeling afgezet te worden tegen de betreffende doelgroep. De doelgroepen van de verschillende lokale inkomensregelingen worden op dit moment niet in kaart gebracht. Tegelijkertijd geven zowel de gemeente als maatschappelijke organisaties aan dat op dit moment nog niet iedereen die in aanmerking komt voor lokale inkomensregelingen wordt bereikt. Ook de toereikendheid van het geheel aan lokale inkomensregelingen wordt niet structureel geëvalueerd. De gemeenten sturen wel op financiële resultaten. Er bestaat in de onderzochte gemeenten een duidelijke structuur voor de financiële monitoring en verantwoording binnen de begrotingscyclus. Ook worden de financiële resultaten tussentijds geëvalueerd. Als gevolg hiervan wordt er vooral op financiën en niet op uitvoeringsresultaten gestuurd.
Deze focus op financiële sturing belemmert het behalen van uitvoeringsresultaten. Het bereiken van meer inwoners in (dreigende) armoede leidt immers tot hogere uitgaven aan lokale inkomensregelingen. Er zijn veel organisaties betrokken, maar er wordt geen samenspel georganiseerd. Ten eerste zijn er maatschappelijke organisaties die lokale inkomensregelingen uitvoeren. Ten tweede zijn er organisaties die, al dan niet met subsidie van de gemeente, eigen ondersteuning aan inwoners verzorgen. 3 Ten derde zijn er organisaties die hulp en ondersteuning bieden bij het aanvragen van lokale
3 Zulke private ondersteuning is in dit onderzoek niet als lokale inkomensregeling beschouwd.
14
meer bereiken
inkomensregelingen. Ten vierde kunnen de wijkteams en de sociaal raadslieden ondersteuning bieden rondom lokale inkomensregelingen. Tot slot kunnen bijvoorbeeld scholen en bibliotheken mensen wijzen op lokale inkomensregelingen. Het is het van belang dat deze organisaties elkaar weten te vinden. Op die manier kunnen zij inwoners (gemakkelijker) doorverwijzen naar de juiste partijen en (beter) informeren over de beschikbare hulp. Daarvoor is naast één-op-één samenwerking ook samenspel van belang: de samenwerking en afstemming tussen alle betrokken partijen waarbij de gemeente een rol als aanjager heeft. De maatschappelijke organisaties die de rekenkamer in het kader van dit onderzoek heeft gesproken geven aan elkaar over het algemeen ad hoc te kunnen vinden. Ook geven de maatschappelijke organisaties in Capelle aan den IJssel aan de gemeente te kunnen vinden. Tegelijkertijd is er de behoefte deze verbinding en afstemming structureel te borgen. Dit gebeurt op dit moment niet. de regelingen in de drie onderzochte gemeenten zijn onnodig ingewikkeld De lokale inkomensregelingen hebben elk eigen voorwaarden, procedures en loketten. Voorwaarden verschillen onder andere doordat iedere regeling zich richt op een specifieke groep of situatie. Procedures en loketten verschillen vooral doordat de uitvoering van de lokale inkomensregelingen verspreid is over verschillende organisaties.
Al met al resulteert dit in een wirwar van lokale inkomensregelingen. Deze bestaan bovendien naast een complex geheel van landelijke inkomensregelingen en private ondersteuning. Dit maakt het voor inwoners, ambtenaren en betrokken organisaties lastiger om inzicht te krijgen of en hoe zij ondersteuning kunnen ontvangen. Er is voldoende informatie, maar deze is niet voor iedereen toegankelijk. Er is vanuit de gemeente Capelle aan den IJssel voldoende informatie. De gemeente verspreidt informatie over de inkomensregelingen via diverse digitale en fysieke media. De gemeente Capelle aan den IJssel doet dit onder andere via de eigen website, sociale media en flyers. De gemeente informeert daarin over het aanbod aan regelingen, de voorwaarden van regelingen en de hoogte van uitkeringen. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft deze communicatiemiddelen, in tegenstelling tot de twee andere onderzochte gemeenten, vastgelegd in een communicatieplan. Het blijft daarbij onduidelijk hoe effectief de verschillende media zijn om de doelgroep te bereiken. De inhoud van de informatie lijkt niet altijd voldoende toegankelijk voor inwoners. Maatschappelijk organisaties in de gemeente Capelle aan den IJssel geven aan dat het taalgebruik van de informatievoorziening tot problemen leidt.
Dit komt deels doordat het taalgebruik niet voldoende is afgestemd op de doelgroep en deels doordat de informatie enkel in het Nederlands wordt verstrekt, terwijl een deel van de doelgroep het Nederlands onvoldoende beheerst. Dit beeld komt ook naar voren uit de enquête die de rekenkamer heeft afgenomen. Ten slotte vergt een beter bereik ook dat hulpverleners naar inwoners toe gaan. 4 In de praktijk worden inwoners beperkt proactief benaderd om informatie te geven over de regelingen. Gemeenten mogen op dit moment nog geen persoonlijke informatie
4 Plaisier, Zien, luisteren en helpen.
15
meer bereiken
gebruiken om mensen in armoede die bij de gemeente buiten beeld zijn op te sporen en te benaderen. Met de Wet Proactieve Dienstverlening komen binnenkort extra mogelijkheden beschikbaar om inwoners actief te benaderen. Op dit moment mogen gemeenten al wel bijvoorbeeld wijkgericht of doelgroepgericht te werken gaan om de doelgroep voor lokale inkomensregelingen te benaderen. Ook hebben gemeenten beleidsvrijheid om lokale inkomensregelingen ambtshalve toe te kennen, wanneer zij al over de voor een besluit benodigde gegevens beschikken. In de gemeente Capelle aan den IJssel gebeurt het proactief benaderen op dit moment niet specifiek voor lokale inkomensregelingen. Ondersteuning bij aanvragen is noodzakelijk. Ondersteuning is vanwege de complexiteit van het stelsel noodzakelijk. De gemeente Capelle aan den IJssel biedt ondersteuning aan inwoners via maatschappelijke organisaties om de aanvraagprocedures te doorlopen. Bij het inloopspreekuur van Welzijn Capelle biedt hulp met het invullen van formulieren en het verzamelen van de nodige bewijslast. Deze ondersteuning is noodzakelijk om inwoners te helpen de lokale inkomensregelingen te navigeren. Zo kan ondersteuning inwoners helpen te informeren welke regelingen beschikbaar zijn en met welke voorwaarden. Vaak heeft deze ondersteuning ook de vorm van praktische hulp, bijvoorbeeld met taal of digitale vaardigheden.
Het is de rekenkamer opgevallen dat het contact tussen inwoners en inkomensconsulenten van de gemeente, die aanvragen verwerken, beperkt is. Het is bovendien onduidelijk wanneer de inkomensconsulenten van de gemeente contact opnemen met aanvragers. Andere uitvoerders van lokale inkomensregelingen hebben hier duidelijke richtlijnen voor. Leergeld Zuid-Holland Midden gaat bijvoorbeeld in gesprek met de aanvrager wanneer bij een aanvraag stukken ontbreken. Het SVHW neemt schriftelijk contact op wanneer er stukken ontbreken en biedt maximaal twee keer een hersteltermijn van twee weken. Er is onnodige administratieve druk. Hoewel de gemeente Capelle aan den IJssel aan de ene kant hulp biedt bij het doen van aanvragen, maken (impliciete) beleidskeuzes het doen van aanvragen complexer dan nodig. Gemeenten en uitvoerders bepalen aan de hand van verschillende criteria, zoals inkomen en vermogen, of iemand recht heeft op een lokale inkomensregeling. Tegelijkertijd heeft de gemeente Capelle aan den IJssel niet duidelijk en limitatief beschreven hoe deze criteria vastgesteld dienen te worden. Hierdoor blijft onduidelijk welke aspecten van inkomen of vermogen meegenomen moeten worden om te bepalen of iemand recht heeft op een lokale inkomensregeling. Met name voor de inkomensregelingen die de gemeente zelf uitvoert creëert dit extra bewijslast.
Ook kiezen alle drie de onderzochte gemeenten ervoor om iedere aanvraag volledig inhoudelijk te toetsen. Dit leidt ertoe dat elke aanvrager alle bewijsstukken vooraf moet aanleveren, waardoor de aanvraag lastiger wordt. Andere mogelijkheden zoals steekproefsgewijs of achteraf toetsen worden in de gemeenten niet benut om de bewijslast te verminderen. Landelijk lopen verschillende pilots om vanuit deze invalshoek de bewijslast te verminderen. Zo verstrekt de gemeente Groningen een aantal lokale inkomensregelingen in principe zonder bewijsstukken bij aanvragers op te vragen.
16
meer bereiken
Onnodige administratieve druk heeft niet alleen gevolgen voor inwoners, die hierdoor meer moeite moeten doen voor een succesvolle aanvraag. Het leidt ook tot meer werk (en dus kosten) voor de gemeente en uitvoerders die deze aanvragen moeten controleren. Deze tijd kunnen zij niet direct aan de inwoners besteden. Bovendien maakt extra administratieve druk de werkzaamheden complexer, terwijl juist de daarvoor benodigde ambtelijke deskundigheid landelijk onder druk staat. 5 Er is onvoldoende hergebruik van informatie bij aanvragen. Voor inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen, zijn aanvragen al relatief simpel. In die gevallen gebruikt de gemeente Capelle aan den IJssel reeds beschikbare informatie om de aanvraag te verwerken. Voor mensen zonder bijstandsuitkering, gebeurt dit nauwelijks. Informatiedatabases zoals SUWI-net en het inlichtingenbureau worden voornamelijk gebruikt ter controle van de aangeleverde bewijslast, en niet ter vervanging daarvan. Verder gebruiken de drie onderzochte gemeenten aangeleverde informatie niet om de aanvraag van andere regelingen te versimpelen of deze ambtshalve toe te kennen. Iedere aanvraag wordt apart behandeld. Hierdoor moeten aanvragers elke regeling afzonderlijk aanvragen en steeds dezelfde bewijslast toevoegen.
Zulke informatie-uitwisseling ontbreekt zowel tussen verschillende regelingen binnen de gemeente als tussen de gemeente en andere uitvoerders.
5 Bokhorst, M. en G. Engbersen, “Kennisversterking in het sociaal domein: Ervaringen en opties uit het veld,” (Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2024).
17
meer bereiken
3
aanbevelingen
Uit dit onderzoek van de rekenkamer blijkt ondanks de groeiende aandacht voor armoedebeleid, de gemeente Capelle aan den IJssel nog niet alle kansen benut om inwoners in (dreigende) armoede te bereiken met lokale inkomensregelingen. De gemeente Capelle aan den IJssel is daarin geen uitzondering; dit geldt ook voor de andere onderzochte gemeenten en landelijke uitvoeringsorganisaties. De rekenkamer heeft op basis van de conclusies 5 aanbevelingen. Deze aanbevelingen geven aan waar de grootste kansen liggen om meer mensen in (dreigende) armoede te bereiken.
scherp de doelstellingen aan stel naast financiële doelen ook doelen voor het bereik van lokale inkomensregelingen De sturing op lokale inkomensregelingen is op dit moment gericht op financiële doelen. Specifieke en meetbare doelstellingen gericht op andere resultaten van lokale inkomensregelingen, zijn van belang om ook te sturen op de kwaliteit van ondersteuning. De meest voor de hand liggende kwaliteitsmaat is het bereik van de lokale inkomensregelingen: in hoeverre de lokale inkomensregelingen inwoners die daar recht op hebben bereiken. Een doelstelling op bereik kan stimuleren om actiever op zoek te gaan naar inwoners die de weg naar ondersteuning niet zelf zoeken of vinden en om de ondersteuning beter te laten aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van inwoners. 6 weeg daarbij af wie geholpen moet worden en wat dat mag kosten Een groter bereik leidt (onder gelijkblijvende omstandigheden) tot hogere uitgaven aan lokale inkomensregelingen. Het is daarom van belang om tezamen met de doelstellingen voor het bereik in het algemeen en per regeling vast te stellen welke doelgroep met de lokale inkomensregelingen bereikt moet worden. Daarbij is er ook een afweging tussen eenvoud en gerichtheid: een specifiekere doelgroep leidt tot meer administratieve druk. 7 Een duidelijke doelgroep kan bovendien richting geven aan keuzes in de dienstverlening.
Voorwaarden zijn dat keuzes over de doelgroep berusten op realistische mensbeelden, breed gedragen worden onder hulp- en dienstverleners en goed uitlegbaar zijn aan inwoners. 8
6 Plaisier, Zien, luisteren en helpen. 7 Rijksoverheid, “Moeilijk makkelijker maken: IBO vereenvoudiging sociale zekerheid,” (Den Haag: 2023). 8 Plaisier, Zien, luisteren en helpen.
19
meer bereiken
verbeter de monitoring evalueer periodiek welk deel van de doelgroep (niet) bereikt wordt met lokale inkomensregelingen Op dit moment heeft de gemeente Capelle aan den IJssel geen zicht op het bereik van lokale inkomensregelingen. Zonder deze informatie kan niet vastgesteld worden of doelstellingen met betrekking tot bereik (aanbeveling 1a) worden behaald. Om zicht te krijgen op het bereik, kan de gemeente verschillende instrumenten inzetten, zoals de Armoedescan, de Armoedemonitor en de benchmark armoede en schulden. Omdat per regeling verschilt wie daar recht op heeft, is het van belang het bereik per regeling te monitoren. Inzicht in welke groepen niet bereikt worden - per regeling en door het gehele pakket- kan aanvullend aanknopingspunten bieden om het bereik te versterken. evalueer periodiek of het pakket aan lokale inkomensregelingen volstaat Lokale inkomensregelingen beogen inwoners te helpen rond te komen en mee te doen in de maatschappij. Op dit moment monitort de gemeente Capelle aan den IJssel niet periodiek of het pakket hiertoe volstaat. Er bestaan verschillende effectrapportages om te beoordelen of inwoners met een laag inkomen en gemiddelde uitgaven rond kunnen komen wanneer zij alle beschikbare (lokale) inkomensregelingen ontvangen.
organiseer periodieke kwalitatieve monitoring van de ervaringen van inwoners met betrekking tot lokale inkomensregelingen Om het bereik te versterken is het van belang dat de dienstverlening aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van inwoners. Ervaringen van inwoners kunnen aanknopingspunten bieden om deze aansluiting te versterken. Ook kan kwalitatieve monitoring van ervaringen aanvullend inzicht bieden op de toereikendheid van lokale inkomensregelingen. Deze ervaringen kunnen opgehaald worden bij mensen die ondersteuning nodig hadden, bij betrokken hulpverleners of bij beiden. Het Toezicht Sociaal Domein heeft onlangs een toolkit ontwikkeld die hierbij kan helpen. 9
regisseer samenspel met betrokken organisaties Bij de uitvoering van lokale inkomensregelingen zijn veel verschillende organisaties betrokken. Het is voor deze organisaties belangrijk dat er gezamenlijke onderlinge afstemming is: samenspel. Goed georganiseerd samenspel zorgt ervoor dat organisaties elkaar weten te vinden, kennis uitwisselen en adequaat kunnen samenwerken met een heldere taakverdeling. De gemeente heeft daarin een rol als aanjager en kan structurele samenwerkings- en overlegvormen organiseren om dit samenspel te faciliteren.
verbeter de informatievoorziening aan inwoners stel vast wat inwoners moeten weten over lokale inkomensregelingen Eén van de redenen voor niet-gebruik is dat inwoners in (dreigende) armoede de lokale inkomensregelingen niet (voldoende) kennen. Tegelijkertijd is er veel informatie over lokale inkomensregelingen beschikbaar. Gemeenten willen volledig zijn in de informatievoorziening, maar het is evengoed belangrijk dat de informatie begrijpelijk is. De begrijpelijkheid hangt niet alleen af van het taalniveau, maar ook van de inhoud van de boodschap. Bepaal daarom op basis van het mensbeeld
9 Toezicht Sociaal Domein, “Meedoen met inwoners: Vertrouwen krijgen en beleid maken dat aansluit,” (Utrecht, 2024).
20
meer bereiken
(aanbeveling 1b) wat aanvragers zelf in ieder geval moeten weten en waar hulpverleners hen (verder) bij begeleiden. benader burgers proactief over de beschikbare lokale inkomensregelingen. De Nationale Ombudsman onderstreepte eerder de noodzaak van een meer proactieve overheid die burgers actief opzoekt en actief wijst op voorzieningen waar ze recht op hebben of deze zelfs automatisch toekent als er geen plichten voor een burger aan verbonden zijn. 10 Op dit moment is het mogelijk om wijk- of doelgroepgericht inwoners te benaderen met informatie over lokale inkomensregelingen. De aankomende Wet proactieve dienstverlening maakt het makkelijker om individuele inwoners in (dreigende) armoede in beeld te krijgen en proactief te benaderen. 11 Binnen bestaande regelgeving is het in sommige gevallen mogelijk ambtshalve lokale inkomensregelingen toe te kennen aan inwoners die al enige vorm van gemeentelijke ondersteuning ontvangen. 12
versimpel aanvraagprocedures stel vast welke informatie nodig is om de rechtmatigheid van een aanvraag te beoordelen Er worden meer bewijsstukken opgevraagd dan strikt noodzakelijk om de rechtmatigheid van aanvragen voor lokale inkomensregelingen te bepalen. Dit lijkt deels voort te komen uit onduidelijkheid over hoe (inkomens- en vermogens-) criteria moeten worden gemeten. Door specifiek vast te stellen welke informatie nodig is om de rechtmatigheid van een aanvraag te beoordelen, kan de gemeente de onnodige bewijslast verminderen en het aanvraagproces inzichtelijker maken. Onduidelijkheid kan verder worden verminderd door aanvullend te expliciteren welke informatie niet nodig is. Neem bij deze keuzes mee dat inkomen en vermogen zich niet perfect laten meten. Het maandinkomen kan sterk wisselen en geld kan ook in een oude sok zitten. Overweeg daarom ook op basis van het mensbeeld (aanbeveling 1b) welke criteria op basis van vertrouwen kunnen worden vastgesteld. Houd in deze keuzes ook rekening met de uitvoeringscapaciteit van de gemeente en bepaal de haalbaarheid samen met de uitvoering. maak waar mogelijk gebruik van reeds beschikbare informatie en deel deze waar nodig met andere partijen Betere gegevensuitwisseling zorgt er niet alleen voor dat de burger ontlast wordt, maar ook dat de uitvoering effectiever wordt.
Verbetering van gegevensuitwisseling staat dan ook landelijk op de agenda. Zo loopt er een pilot bij het Inlichtingenbureau specifiek voor het geautomatiseerd beoordelen van de individuele inkomenstoeslag. 13 Het idee dat de AVG hergebruik van beschikbare gegevens of gegevensuitwisseling in de weg staat, is niet altijd juist. 14 De AVG biedt daar verschillende mogelijkheden toe. 15 Zo kan reeds beschikbare informatie worden hergebruikt wanneer het college beoordeelt dat het doel verenigbaar is met de oorspronkelijke gegevensverwerking. En uitvoerders van lokale inkomensregelingen kunnen aanvragers om toestemming vragen om informatie te delen met andere uitvoerders. Als tussenstap naar het direct 10 Bokhorst, M., “Sociale minima in de knel,” (Den Haag: Nationale Ombudsman, 2022). 11 Dit wetsvoorstel wordt naar verwachting in de loop van 2025 door de Tweede Kamer behandeld. Minister en Staatssecretaris van SZW, “Structuur van de uitvoering werk en inkomen,” Tweede Kamer (kamerbrief, 26 448 nr. 796, 19 december 2024). 12 Staatssecretaris van SZW, “Uitvoering en evaluatie Participatiewet,” Tweede Kamer, (kamerbrief, 34 352 nr. 324, 16 september 2024). 13 Inlichtingenbureau, “Voor een eerlijke maatschappij: Jaarplan 2025,” (Utrecht: 2024). 14 VNG, “Stand van de Uitvoering 2023,” (Vereniging Nederlandse Gemeenten: Den Haag, 2024). 15 Zie hiervoor artikel 6 lid 1 en 4 van de AVG.
Algemene verordening gegevensbescherming, 32016R0679, art. 6 (2016), eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=celex:32016R0679.
21
meer bereiken
delen van informatie met andere uitvoerders kan de gemeente aanvragers een bewijs verstrekken dat zij aan bepaalde criteria voor lokale inkomensregelingen van andere uitvoerders voldoen. Ook een gezamenlijke aanvraagprocedure voor meerdere lokale inkomensregelingen tegelijk kan het onderling delen van informatie bevorderen.
22
meer bereiken
4
bestuurlijke reactie
Op 18 februari 2025 ontvingen wij van u voor bestuurlijk wederhoor het conceptrapport van het Rekenkameronderzoek naar het beleid en de uitvoering van de lokale inkomensregelingen in de periode 2019-2023 in Capelle aan den IJssel, Barendrecht en Lansingerland. U heeft ons uitgenodigd om een reactie te geven, met name om per aanbeveling aan te geven of deze wordt overgenomen. Hierbij ontvangt u onze reactie op de voorlopige conclusies en aanbevelingen van het onderzoek. De centrale vraag in uw onderzoek is: In hoeverre lukt het de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland om inwoners die leven in (dreigende) armoede met behulp van lokale inkomensregelingen te ondersteunen? U richt zich daarbij op de periode 2019-2023. We spreken onze waardering uit voor het verrichte onderzoek naar dit actuele, veelzijdige en weerbarstige onderwerp. Kennis en inzichten die een bijdrage kunnen leveren aan verbetering van onze dienstverlening op het gebied van onze inkomensregelingen zijn altijd welkom. We herkennen ons in een groot deel van uw bevindingen en aanbevelingen. Deze zijn deels al onderdeel van onze uitvoering, of maken onderdeel uit van de verdere doorontwikkeling van ons armoedebeleid.
Zo stond in het kader van ons Armoedebeleid al voorafgaande aan uw onderzoek een eigen onderzoek gepland naar hoe het aanbod aan (landelijke en lokale) inkomensregelingen eenvoudiger, efficiënter en effectiever kan. De uitvoering ervan loopt parallel aan uw onderzoek. Capelse aanpak en overwegingen Voordat we ingaan op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek, delen we graag eerst het volgende met u. De afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken naar het stelsel van (landelijke en lokale) inkomensregelingen verricht. Hierin wordt geconstateerd dat ondanks de vele inkomensregelingen, om verschillende redenen, toch een groep mensen moeite heeft om rond te komen. De onderzoeken wijzen er ook op dat de landelijke overheid de taak heeft om te zorgen voor voldoende financiële bestaanszekerheid van mensen. 1 We zien echter de ontwikkeling dat de lokale overheid de afgelopen jaren een steeds belangrijker rol op dit vlak is -en heeft moeten- gaan spelen. Met als onwenselijke gevolgen een toename van het aantal lokale regelingen en grote verschillen tussen gemeenten, die lastig zijn uit te leggen aan onze inwoners. Het is dan ook goed te zien dat het Rijk aan de slag is om deze ontwikkeling te keren en haar verantwoordelijkheid beter inhoud gaat geven. 2 Deze operatie is vanwege het complexe karakter niet op korte termijn geregeld, zo realistisch moeten we wel zijn.
Daarbij is de extra uitdaging voor de komende jaren dat onze gemeente op diverse fronten fors moet bezuinigen, waarbij scherpe keuzes nodig zijn. Met het oog op het landelijke beleid gericht op het stapsgewijs realiseren
1 Een zeker bestaan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport I en II) | Rapport | Rijksoverheid.nl. 2 Kamerbrief hervormingsagenda inkomensondersteuning | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl (19 november 2024)
23
meer bereiken
van een eenvoudiger en laagdrempeliger stelsel van inkomensondersteuning, is het daarnaast niet eenvoudig om te bepalen op welke verbeteringen gemeenten moeten inzetten voor de kortere termijn. Zoals gezegd zijn wij parallel aan uw onderzoekstraject zelf aan de slag met een verkenning naar de verdere mogelijkheden om onze lokale inkomensregelingen eenvoudiger, efficiënter en effectiever in te richten. Vragen daarbij zijn onder meer: op welke onderdelen kunnen regelingen worden samengevoegd, hoe kunnen de aanvragen makkelijker en de organisatie van de uitvoering eenvoudiger? De uitwerking gebeurt binnen het kader van de gemeentebrede ombuigingen vanwege het ravijnjaar 2026. Ook de conclusies en aanbevelingen uit uw onderzoek nemen we, waar van toepassing, hierin mee. Het resultaat van deze verkenning (in de vorm van een actieplan) zouden we wat ons betreft kunnen beschouwen als het gebruikelijke plan van aanpak ter invulling van de aanbevelingen van het Rekenkamerrapport. Wij stellen u voor om de gemeenteraad voor te stellen om het actieplan te beschouwen als het gebruikelijke plan van aanpak. Verder de opmerking dat ons armoedebeleid gericht is op het voorkomen, verhelpen en verzachten van nadelige gevolgen van een laag (besteedbaar) inkomen.
De inkomensregelingen leveren vooral een bijdrage aan verzachten, maar hebben ook een preventief effect door de verruiming van het inkomen. Hierbij is oog voor het tegengaan van de armoedeval; de stap naar (beter betaald) werk moet voldoende lonend zijn. Naast het bieden van inkomensregelingen hechten wij ook veel waarde aan de inzet op brede participatiebevorderende voorzieningen zoals de Kinderlabs (deels bekostigd vanuit armoedebudget), waar kinderen en hun ouders (hoofdzakelijk gezinnen met een laag inkomen) gebruik kunnen maken van een divers aanbod gericht op het versterken van verschillende vaardigheden. Zo werken wij aan duurzame(r) verbetering van de positie van deze Capellenaren. wederhoor Ter voorbereiding op de bestuurlijke reactie van ons college en de afronding van dit onderzoek, heeft op 27 februari jl. een overleg plaatsgevonden tussen de plaatsvervangend directeur en de projectleider van de Rekenkamer met de verantwoordelijk wethouder. Wij waarderen zowel uw initiatief voor dit gesprek als de gedachtenwisseling over het onderzoeksonderwerp en de aanbevelingen. Wat betreft het ambtelijk wederhoor stellen wij het zeer op prijs dat u onze opmerkingen op de Nota van bevindingen grotendeels heeft overgenomen en van een reactie heeft voorzien.
Wel vinden we het jammer dat u een aantal belangrijke punten niet navolgt: • het Kindpakket krijgt volgens ons ten onrechte een heel beperkte invulling in het rapport. Het Kindpakket Capelle is het geheel van regelingen en voorzieningen om te zorgen dat kinderen goed kunnen meedoen in leven van alledag. Om voor u praktische redenen is het Kindpakket in het rapport ingeperkt tot de laptop- en fietsregeling van Leergeld. Ondanks uw toelichting in een voetnoot kan dit tot verwarring leiden en doet het af aan ons brede Kindpakket. • een aantal Capelse regelingen is niet opgenomen in het rapport, waarbij vooral de regeling indirecte schoolkosten en de Verjaardagsbox van Stichting Jarige Job in het oog springen. • in het bestedingsoverzicht van de uitgaven aan lokale inkomensregelingen voor kinderen (pagina 84) is een aantal regelingen/voorzieningen niet meegenomen
24
meer bereiken
(bijvoorbeeld de Rotterdampas en de Kinderlabs). Hierdoor lijken de uitgaven en inzet lager dan dat ze daadwerkelijk zijn. Onderstaand treft u onze reactie aan op uw hoofdconclusies en aanbevelingen. A. reactie op de hoofdconclusies Uw hoofdconclusie is dat de gemeente Capelle aan den IJssel ondersteuning biedt aan inwoners in (dreigende) armoede en dat een deel van de doelgroep met deze ondersteuning wordt bereikt. Tegelijkertijd ziet u kansen om meer mensen te bereiken en mensen in (dreigende) armoede beter te ondersteunen. reactie college Wij onderschrijven deze conclusie. Onze gemeente biedt een breed aanbod aan inkomensregelingen, gericht op verschillende leefgebieden en doelgroepen, waarmee we een grote groep Capellenaren helpen. Tegelijkertijd is er ruimte voor verbetering. Dit geldt overigens niet alleen voor Capelle, maar voor alle gemeenten. Bovendien speelt de kwestie van een groter bereik van mensen die ondersteuning nodig hebben, in het gehele sociaal domein. Dit blijkt ook uit het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau ‘Zien, luisteren en helpen: Wat kunnen gemeenten doen voor een beter bereik in het sociaal domein’ (2024), dat u regelmatig als bron aanhaalt. Dit betekent dat wij het vraagstuk van een beter bereik breder moeten bezien dan beperkt tot de lokale inkomensregelingen.
Ook hier geldt echter dat onze mogelijkheden begrensd worden door de beperkte financiële middelen voor de komende jaren. De vraag is: welke ondersteuning zetten we voort en op welke manier? Voor de lokale inkomensregelingen kan het betekenen dat we deze moeten aanpassen. Tot slot merken we op dat u een overzicht geeft van wat de gemeente extra kan doen ter verhoging van het bereik. Wij zijn op zoek naar in welke mate de geopperde maatregelen kunnen bijdragen aan een toename van het bereik. Dit zou behulpzaam kunnen zijn bij de te maken keuzen voor het vervolg. Wij zouden het op prijs stellen als u daarover nog aanvullende informatie kunt geven. de hoofdconclusie is uitgewerkt in de volgende deelconclusies: 1. Er is binnen de drie onderzochte gemeenten een uitgebreid aanbod aan inkomensregelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen. U geeft aan dat Capelle een uitgebreid aanbod aan inkomensregelingen heeft ter ondersteuning van de doelgroep en dat dit grotendeels overeenkomt met dat van de andere twee gemeenten. Er zijn wel verschillen tussen de inhoud van de regelingen, bijvoorbeeld de gehanteerde inkomensgrenzen. reactie college Wij onderschrijven het geschetste beeld. 2. De drie onderzochte gemeenten sturen beperkt op de niet-financiële resultaten van lokale inkomensregelingen. a.
Er zijn geen concrete doelstellingen geformuleerd en het ontbreekt aan zicht op resultaten. reactie college Wij zijn het eens met uw conclusie dat wij geen concrete doelstellingen in de zin van cijfermatige doelstellingen hebben voor onze inkomensregelingen. Wij hanteren weloverwogen (en ook door de gemeenteraad vastgelegd in het Beleidskader aanpak armoede en schulden 2021—2024) een algemener omschreven doelstelling: we streven
25
meer bereiken
naar een toename van het bereik van de inkomensregelingen, met daarbij als uitgangspunt dat mensen gebruik maken van de regelingen waar dat nodig is en voor zolang dat nodig is. Het is niet ons doel dat alle huishoudens die op basis van de betreffende inkomensgrenzen voor de regelingen in aanmerking komen, allemaal van deze regelingen gebruik maken: ’recht hebben op’ versus ‘nodig hebben’. Ook is het zo dat, om verschillende redenen niet alle huishoudens van het aanbod gebruik willen maken. Daarnaast is een streefcijfer voor een deel van de regelingen niet van toepassing, omdat deze niet een zo hoog mogelijk bereik als doel hebben maar het voorzien in een vangnet. De regelingen zijn verschillend van aard. Zo zijn de meubelen kledingbon en Noodhulp Capelle regelingen voor het verhelpen noodsituaties, terwijl bijvoorbeeld de Rotterdampas en het Jeugdfonds Sport & Cultuur gericht zijn op het bevorderen van meedoen in de vrije tijd. Tot slot is met de inzet van de huidige middelen in beperkte mate een hoger bereik te realiseren. Vandaar onze focus op de Capellenaren die de regelingen het meest nodig hebben. Uw conclusie dat wij geen zicht hebben op de resultaten delen wij niet. Per regeling zijn namelijk de gebruikscijfers (het aantal verstrekkingen) bekend.
U stelt dat wij weliswaar het gebruik van de lokale inkomensregelingen monitoren, maar dit onvoldoende informatie geeft om het bereik van de regelingen te beoordelen. Daarvoor dient het gebruik per regeling afgezet te worden tegen de betreffende doelgroep. Wij wijzen er op dat dit wel is gebeurd bij onze laatste Armoedemonitor (2019), die ook inzicht geeft in de achtergrondkenmerken van betreffende huishoudens (zoals inkomensbron, huishoudsamenstelling en leeftijd). Verder maken we gebruik van landelijke onderzoeken en cijfers met actuele informatie over ontwikkelingen, bereik en aandachtsgroepen, zoals de Armoedescan van het CBS. Deze informatie is ook toepasbaar op Capelle. Wij oriënteren ons momenteel op de wenselijkheid van een nieuwe Armoedemonitor, afgezet tegen een nieuw landelijk initiatief voor het traject Data Delen Armoede en Schulden (DDAS). 3 Wel onderschrijven wij dat meer inzicht in de omvang, aard en specifieke behoefte van de doelgroep kan bijdragen aan een gerichter en groter bereik van diverse regelingen. Dit is tevens een van de aanleidingen voor het landelijke DDAS-traject. Ook in onze verkenning voor het vervolg op de lokale inkomensregelingen nemen we, waar relevant, bereikcijfers op. b. De gemeenten sturen wel op financiële resultaten (en niet op uitvoeringsresultaten).
reactie college Naar onze mening is de situatie ten aanzien van de sturing op uitvoeringsresultaten genuanceerder dan geschetst. Per regeling monitoren wij gedurende het jaar de uitvoeringsresultaten van maand- en/of kwartaalrapportages, waarbij we zo nodig met de uitvoerende partij in gesprek gaan om gepaste actie te bepalen. Voorbeelden hiervan zijn extra inzet op voorlichting bij een achterblijvend aantal verstrekkingen, of bijstelling van het budget. Zo zijn de afgelopen jaren de budgetten opgehoogd voor de laptop- en fietsregeling van Stichting Leergeld Hollandsche IJssel en voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur.
3 https://vng.nl/nieuws/ruim-300-gemeenten-voor-data-delen-armoede-schulden; https://www.divosa.nl/projecten/data-delen-armoede-en-schulden.
26
meer bereiken
c. Er zijn veel organisaties betrokken, maar er wordt geen samenspel georganiseerd. reactie college Wij delen uw conclusie niet. U geeft aan dat de verschillende maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij de inkomensregelingen elkaar en ook de gemeente goed weten te vinden. Dat komt overeen met onze ervaring. De afgelopen jaren hebben alle partijen daar flink in geïnvesteerd. Uw opmerking over het gebrek aan samenspel heeft betrekking op het structureel gemeentebreed bevorderen van de samenwerking en afstemming tussen alle partijen onder regie van de gemeente. Voor het behouden en verstevigen van de verbinding tussen de verschillende partijen zijn we aan de slag met de organisatie van Meedoencirkels, als opvolger van de Armoedecirkel. Voor een deel zijn de Meedoencirkels al in uitvoering. 3. De regelingen in de drie onderzochte gemeenten zijn onnodig ingewikkeld a. De lokale inkomensregelingen hebben elk eigen voorwaarden, procedures en loketten. reactie college Wij onderschrijven deze conclusie. De regelingen verschillen in voorwaarden, procedures en uitvoerende organisaties. Dit maakt het aanbod ingewikkeld. Dit is ook de reden waarom we aan de slag zijn met de eerdere genoemde verkenning om het aanbod en de uitvoering van de regelingen eenvoudiger te maken. b. Er is voldoende informatie, maar deze is niet voor iedereen toegankelijk.
reactie college Wij herkennen deze conclusie. De afgelopen jaren hebben we breed ingezet op verbeterde vindbaarheid, begrijpelijkheid en toonzetting van de informatie, zowel in de schriftelijke als de digitale informatievoorziening. Desondanks realiseren we ons dat de informatie niet voor iedereen toegankelijk is, wat vaak te maken heeft met beperkte basisvaardigheden. Deze mensen zijn te helpen met informatie in de eigen taal en mondelinge, persoonlijke informatie. Wij stellen in beperkte mate informatie beschikbaar in andere talen. Dat is omdat we graag zien dat onze inwoners de Nederlandse taal voldoende (leren) beheersen, als belangrijke voorwaarde om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Daarnaast is het via internettoepassingen steeds makkelijker voor mensen om zelf informatie te vertalen. We merken op dat proactieve persoonlijke, mondelinge informatie in Capelle op grotere schaal gebeurt dan u aangeeft. Voorbeelden zijn de wijk-/buurtgerichte inzet van de budgetcoaches en buurtmoeders van Welzijn Capelle, de inzet van de Budgetmaatjes en de inkomensconsulenten van GR IJsselgemeenten. De mogelijkheden voor uitbreiding van deze dienstverlening zijn begrensd door de beperkte financiële ruimte. Mensen zullen meer gebruik moeten maken van hulp in eigen kring.
27
meer bereiken
c. Ondersteuning bij aanvragen is noodzakelijk. reactie college Wij delen uw conclusie dat ondersteuning bij aanvragen noodzakelijk is. Dat geldt niet voor iedereen, maar wel voor een deel van de doelgroep vanwege beperkte basisvaardigheden. Voor deze mensen zal altijd een vorm van ondersteuning nodig zijn. Wij delen niet uw constatering dat het contact tussen inwoners en inkomensconsulenten die aanvragen verwerken, beperkt is. Aansluitend bij het voorbeeld dat u noemt, geldt ook zeker voor de inkomensconsulenten dat bij ontbrekende stukken bij een aanvraag contact wordt opgenomen met de aanvrager, zo nodig meerdere keren. d. Er is onnodige administratieve druk. reactie college Wij delen uw conclusie. Bij een aantal regelingen is onvoldoende duidelijk welke aspecten van inkomen of vermogen meegenomen moeten worden bij een aanvraag om te bepalen of iemand recht heeft op een inkomensregeling. Wij delen niet uw oplossingsrichting om ter verlichting van de administratieve belasting, zowel voor de aanvrager als de uitvoering, de toetsing op rechtmatigheid achteraf of steekproefsgewijs te doen. Toetsing dient in principe vooraf te gebeuren, om terugvordering op een later moment te voorkomen.
We zijn het wel met u eens dat we onnodige ballast voor een aanvraag moeten tegengaan en waar mogelijk ervoor moeten zorgen dat aanvragers zo min mogelijk opnieuw hun gegevens moeten aanleveren of invoeren (zie ook hieronder bij e.). Het verduidelijken van de voorwaarden voor de verschillende regelingen en het verminderen van de administratieve druk hebben voortdurend onze aandacht. Verbeterpunten betrekken we bij ons verkennend onderzoek. Daarbij monitoren we kansrijke landelijke en lokale ontwikkelingen op dit gebied voor toepassingsmogelijkheden in onze gemeente. e. Er is onvoldoende hergebruik van informatie bij aanvragen. reactie college Wij onderschrijven deze conclusie. Afstemming met onze AVG-specialisten maakt duidelijk dat de AVG onder bepaalde voorwaarden, meer mogelijkheden biedt dan we nu benutten voor hergebruik van informatie door verschillende uitvoeringsorganisaties. We nemen dit onderwerp verder mee bij ons verkennend onderzoek. Voor het bepalen en toepassen van de extra mogelijkheden maken we gebruik van voorbeelden van andere gemeenten en de suggesties uit uw onderzoek. B. reactie op de aanbevelingen U geeft vijf hoofdaanbevelingen. 1. Scherp de doelstellingen aan. a. Stel naast financiële doelen ook doelen voor het bereik van lokale inkomensregelingen. b. Weeg daarbij af wie geholpen moet worden en wat dat mag kosten.
28
meer bereiken
reactie college Uw aanbeveling bij 1a om ook (concreter) doelen voor het bereik van de regelingen te hanteren, nemen wij niet over. Zie onze reactie hierboven bij deelconclusie 2a. Uw aanbeveling 2b om de beoogde doelgroep(en) en kosten goed af te wegen, nemen wij wel over. U geeft terecht aan dat een groter bereik (onder gelijkblijvende omstandigheden) leidt tot hogere uitgaven aan lokale inkomensregelingen. Wij nemen de afwegingen mee in de eerdergenoemde verkenning en in onze ombuigingsopgaven voor de komende jaren. 2. Verbeter de monitoring. a. Evalueer periodiek welk deel van de doelgroep (niet) bereikt wordt met lokale inkomensregelingen. b. Evalueer periodiek of het pakket aan lokale inkomensregelingen volstaat. c. Organiseer periodieke kwalitatieve monitoring van de ervaringen van inwoners met betrekking tot lokale inkomensregelingen. reactie college We onderschrijven uw aanbevelingen a, b en c. Voor de periodieke evaluatie van het (niet-) bereik gaan we na wat daarvoor het best passende instrument (bijvoorbeeld de Armoedemonitor) en frequentie zijn. Om te bepalen of het pakket aan lokale inkomensregelingen volstaat, maken we, zoals we al doen, gebruik van landelijke onderzoeken.
De effectrapportages op lokaal niveau die u aanbeveelt, hebben een beperkte meerwaarde omdat deze slechts een beperkt theoretisch beeld geven, gebaseerd op bepaalde aannames rondom inkomsten en uitgaven voor verschillende huishoudtypen. Vergelijkend onderzoek van het Nibud naar dit soort effectrapportages laat voor de verschillende gemeenten min of meer dezelfde uitkomst zien. Voor de kwalitatieve monitoring van de ervaringen van inwoners maken we, zoals we al doen, gebruik van informatie van de verschillende uitvoerende partijen. Zij hebben immers direct contact met onze inwoners en zijn daardoor bekend met de ervaringen en behoeften van de doelgroep. Om dit een vast onderdeel te maken van de werkwijze, gaan we hierover afspraken vastleggen in de opdrachtverstrekking aan betreffende partijen. We gaan ook na of het klanttevredenheidsonderzoek van GR IJsselgemeenten Sociale Zaken in dit kader een bruikbaar instrument is. Verder zetten we waar bruikbaar opnieuw focusgroepen in als aanvullend instrument. 3. Regisseer samenspel met betrokken organisaties. reactie college Deze aanbeveling onderschrijven we. Hierboven bij conclusie 2c is toegelicht hoe we dat al doen. 4. Verbeter de informatievoorziening aan inwoners. a. Stel vast wat inwoners moeten weten over lokale inkomensregelingen. b. Benader burgers proactief over de beschikbare lokale inkomensregelingen.
29
meer bereiken
reactie college Aanbeveling a is voor ons te algemeen. Hierboven bij conclusie 3b is al toegelicht dat de vindbaarheid, begrijpelijkheid en toonzetting van de informatievoorziening voortdurend onze aandacht heeft en wordt doorontwikkeld. Daarbij richten we ons al op wat inwoners moeten weten. Doelgerichter informatie en bereik, onder meer met een proactieve persoonlijke benadering, vraagt maatwerk-inzet waarbij het niet realistisch is alle inwoners te bereiken. Aanbeveling b nemen we over. Voor een deel doen we dit al, zoals beschreven bij conclusie 3b. Voor het vervolg sluiten we waar mogelijk aan bij de aanstaande Wet Proactieve Dienstverlening. 5. Versimpel aanvraagprocedures. a. Stel vast welke informatie nodig is om de rechtmatigheid van een aanvraag te beoordelen. b. Maak waar mogelijk gebruik van reeds beschikbare informatie en deel deze waar nodig met andere partijen. reactie college De aanbevelingen a en b nemen we over. Bij conclusie 3d hebben we al vermeld dat bij een aantal regelingen onvoldoende duidelijk is welke aspecten van inkomen of vermogen meegenomen moeten worden bij een aanvraag om de rechtmatigheid te bepalen. Ook zijn er meer mogelijkheden voor hergebruik van informatie dan we nu benutten. Verdere mogelijkheden en verbeterpunten voor deze aanbevelingen betrekken we bij ons verkennend onderzoek.
ten slotte Wij danken u voor de prettige samenwerking en uw constructieve, positieve houding. Mede op basis van uw bevindingen gaan wij, binnen het kader van de ombuigingen vanwege het ravijnjaar 2026, aan de slag met de verdere ontwikkeling van onze inkomensregelingen.
30
meer bereiken
5
nawoord
De rekenkamer bedankt het college voor de bestuurlijke reactie die wij op 18 maart 2025 hebben mogen ontvangen. We hebben zowel bij de afronding van dit onderzoek als in de fase van de uitvoering op een goede en vruchtbare manier kunnen samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Het college geeft in zijn reactie aan bijna alle aanbevelen te gaan uitvoeren. Tabel 5-1 laat per aanbeveling zien of het college deze heeft overgenomen. tabel 1-1: reactie college op aanbevelingen aanbeveling 1-1
overgenomen
Stel naast financiële doelen ook doelen voor het bereik van lokale inkomensregelingen.
nee ja
1-2
Weeg daarbij af wie geholpen moet worden en wat dat mag kosten.
2-1
Evalueer periodiek welk deel van de doelgroep (niet) bereikt wordt met lokale inkomensregelingen
ja
2-2
Evalueer periodiek of het pakket aan lokale inkomensregelingen volstaat.
ja ja
2-3
Organiseer periodieke kwalitatieve monitoring van de ervaringen van inwoners met betrekking tot lokale inkomensregelingen.
3
Regisseer samenspel met betrokken organisaties.
ja
4-1
Stel vast wat inwoners moeten weten over lokale inkomensregelingen.
nee
4-2
Benader burgers proactief over de beschikbare lokale inkomensregelingen.
ja
5-1
Stel vast welke informatie nodig is om de rechtmatigheid van een aanvraag te beoordelen.
ja
5-2
Maak waar mogelijk gebruik van reeds beschikbare informatie en deel deze waar nodig met andere partijen.
ja
Er zijn twee aanbevelingen die het college niet overneemt. Dat is allereerst aanbeveling 1-1. Het college geeft daarbij aan een toename van het bereik, en niet een zo hoog mogelijk bereik na te streven. Het college neemt aanbeveling 4-1 niet over omdat zij deze aanbeveling te algemeen vindt. De rekenkamer is niet overtuigd door de argumenten van het college en geeft hieronder kort aan waarom zij de raad adviseert om aan het college te vragen om deze aanbevelingen ook uit te voeren. Waarom het stellen van doelen voor bereik (aanbeveling 1-1) toch belangrijk is. Het college legt uit dat niet alle regelingen de gehele doelgroep hoeven te bereiken. In deze aanbeveling wordt echter niets gezegd over welk bereik per regeling men zou moeten nastreven. Daar gaat het in deze aanbeveling niet over. De rekenkamer wil vooral benadrukken dat het stellen van doelen en het evalueren van realisaties bijdragen aan een lerende organisatie, die in kaart brengt hoe dienstverlening beter of efficiënter kan. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat verantwoording zich niet alleen richt op de vraag of doelen behaald zijn, maar vooral ook op de uitleg daarbij. Maar zonder streefcijfers is er geen uitleg nodig en zonder uitleg kan er niet worden geleerd. Het leren kan leiden tot het bijstellen van streefcijfers naar boven of naar
31
meer bereiken
beneden. Uiteindelijk zal daarbij ongetwijfeld ook een politieke afweging een rol spelen. Maar daar gaat een rekenkamer niet over. Waarom het toch belangrijk is om vast te stellen wat inwoners moeten weten (aanbeveling 4-1) Het college geeft aan dat de vindbaarheid, begrijpelijkheid en toonzetting van de informatievoorziening voortdurend de aandacht heeft en dat de gemeente zich al richt op wat inwoners moeten weten. De rekenkamer constateert dat de gemeente zich op verschillende manieren inzet om inwoners in (dreigende) armoede te informeren. Tegelijkertijd is onduidelijk waar de informerende taak van de gemeente stopt en de verantwoordelijkheid van de burger begint. Met haar aanbeveling beoogt de rekenkamer dat de gemeente dit aanscherpt. Afspraken met uitvoerende organisaties en hulpverleners kunnen daarbij een leidraad bieden voor wat inwoners in ieder geval niet zelf hoeven te kunnen of te weten. Vervolgens kan de gemeente, bijvoorbeeld in een communicatiestrategie, vaststellen welke boodschap en welk handelingsperspectief (aan wie) overgebracht moet worden. De rekenkamer heeft daarnaast twee andere aandachtspunten voor de gemeenteraad. Bepaal wie geholpen moet worden (aanbeveling 1-2) Het college neemt aanbeveling 1-2 over. Het college geeft ook aan dat uitgangspunt van het beleid is dat mensen gebruik maken van regelingen waar dat nodig is en voor zolang dat nodig is.
De rekenkamer benadrukt dat de uitvoering van dit beleid expliciete, politieke keuzes vergt over wie welke ondersteuning nodig heeft. Dat iemand een inkomensregeling niet gebruikt hoeft niet te betekenen dat hulp volgens de gemeenteraad ook niet nodig is. Zorg voor goede monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen Het conceptraadsbesluit bevat een opdracht aan het college om binnen vier maanden een plan van aanpak te presenteren over de implementatie van de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen en jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de uitvoering. Het is aan de gemeenteraad om dit proces te bewaken en na te gaan of het beleid en de uitvoering op passende wijze wordt of gaat worden gewijzigd. Enkele formuleringen in de bestuurlijke reactie baren ons op dat punt al wat zorgen. Zo is vooralsnog onduidelijk wie op welke wijze periodiek zal beoordelen of het pakket aan inkomensregelingen volstaat (aanbeveling 2-2) en op welke aanvullende wijze(n) burgers in de toekomst actief zullen worden benaderd (aanbeveling 4-2).
32
meer bereiken
nota van bevindingen
1
inleiding
aanleiding Armoedebestrijding is de laatste jaren een prominent thema op de politieke agenda. Nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zorgen voor een andere kijk op de omvang en gevolgen van de armoedeproblematiek. Zo is er meer aandacht gekomen voor de brede impact van armoede op de gezondheid en is het besef toegenomen dat het beleid uitgaat van een bepaalde mate van zelfredzaamheid die niet altijd realistisch is. 16 Daarnaast concludeerde de Commissie sociaal minimum in 2023 dat het besteedbaar inkomen van huishoudens die op of rond het sociaal minimum leven niet genoeg is om financiële bestaanszekerheid te bieden. 17 Een groot deel van het armoedebeleid wordt op landelijk niveau bepaald, onder andere de inkomensondersteuning in de vorm van de bijstandsuitkering en verschillende toeslagen. Daarnaast bieden gemeenten zogeheten lokale inkomensregelingen aan. Deze regelingen bieden aanvullende inkomensondersteuning aan mensen die op of rond het sociaal minimum leven. Lokale inkomensregelingen waren oorspronkelijk bedoeld om extra lucht te bieden. Maar omdat het wettelijk sociaal minimum vaak onvoldoende is om rond te komen, zijn steeds meer mensen afhankelijk geworden van deze extra ondersteuning. 18 Uit onderzoek blijkt dat het gemeenten niet lukt om met de lokale inkomensregelingen de gehele doelgroep te bereiken.