CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.02 - Vastgesteld Notulen raadsvergadering 8 februari 2021

Gemeenteraad 22 maart 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergadering van 8 februari 2021 en 15 februari 202120.281 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ja, het ging er soms heet aan toe bij de besprekingen van het Rekenkamerrapport inzake inkoop en aanbestedingen in onze gemeente. Dat is prima. Het gaat immers over grote bedragen:€ 50.000.000 tot€ 60.000.000 op jaarbasis.

210208

pagina: 17 van 32

De ChristenUnie is blij met dit onderzoek en dankt de Rekenkamer en de medewerkingverlenende ambtenaren heel hartelijk voor het resultaat. Zo krijgen wij immers beter zicht op de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden inzake ons inkoopbeleid, zodat wij samen kunnen professionaliseren. De bekende PDCA-cyclus: plan, do, check, act. In dat laatste zit een mogelijkheid tot glans. Hoe gaat de 'act' er uitzien na de 'check"? Dat is de vraag. Wij danken de portefeuillehouders voor hun toelichting tijdens de commissiebesprekingen en de aanpassing van het voorstel. De wethouder gaf toe dat de informatievoorziening rond de aanbesteding van Aquapelle anders had gekund. Er is inmiddels een toezegging voor een plan van aanpak binnen vier maanden om de aanbevelingen van de Rekenkamer daadwerkelijk vorm te geven. Om zuiverder om te gaan met de selectie van opdrachtnemers. Om van tevoren heldere afspraken te maken inzake de gevraagde kwaliteit en mogelijke sancties. Om op een formele wijze te moniteren. Om de raad volledig en tijdig te informeren en om duidelijk te evalueren na afloop. Het blijft ons bezighouden dat er vanuit het college zo weinig bereidheid is om fouten toe te geven. Het maakt ons er niet geruster op dat er in de toekomst beter gelet wordt op de borging van kwaliteit en doeltreffendheid bij het inkoopbeleid.

Graag leggen wij daarom bij de wethouder nog twee concrete vragen neer. Bent u bereid zowel EU als niet-EU aanbestedingen te evalueren, desnoods steekproefsgewijs? Wilt u alsnog met lrado afspraken maken inzake de kwaliteitseisen, de doelstellingen van het afvalbeleid en de kosten? De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Snijders. De heer SNIJDERS: Voorzitter, meerdere sprekers hebben uitgelegd dat het heel precair is om enige schijn van de onderzoekskwaliteit van dit rapport in twijfel te trekken. Het is een heel duidelijk rapport met veel leerpunten voor het college. Dat is gelijk waar de schoen wringt voor GroenLinks. Wij zijn nog niet overtuigd van het zelflerend vermogen van het college. Daarom sluiten wij ons aan bij de woorden van mevrouw Groenendijk, mevrouw Den Engelsman en de heer Van Buuren. Wij hopen dat de wethouder dan wel steekproefsgewijs de aanbestedingen gaat evalueren, al zitten deze onder de EU-gelden. Het is niet de juiste weg om een minimumbedrag aan te nemen. De steekproef is een veel beter alternatief. Al met al zit hier niet een heel tevreden raadslid. De opdracht aan het college is duidelijk. De VOORZITTER: Ik ga kijken of ik u wel tevreden kan maken door de vergadering tien minuten te schorsen. Om 22.07 uur zal ik de vergadering heropenen. Ik schors de vergadering.

Schorsing van 21.58 tot 22.07 uur. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van het college. Het woord is aan wethouder Van Veen. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, hebben de raadsleden de toezeggingen ontvangen van de griffie? De VOORZITTER: Dat staat in beslispunt 6. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dan hoef ik de toezeggingen niet voor te lezen. Een deel van de vragen komt uit de toezeggingen. Ik ga mijn beantwoording beginnen met de vragen van de heer Jaliens. Wij moeten in het college nog spreken over het aanbestedingsprotocol en de planning. Ik zal uw vragen beantwoorden in een collegebrief. Wij moeten in het college nog vaststellen wanneer het mogelijk is dat wij dat ter tafel kunnen brengen. De heer Landzaad vroeg naar de evaluatie van de aanbestedingen en naar het plan van aanpak met de daarbij behorende risicofactoren. Uit een protocol moet een evaluatie voortkomen, zeker de evaluatie die in het Rekenkamerrapport staat. Daarbij meld ik dat ik antwoord over Aquapelle en niet over zaken die vallen binnen de portefeuille van mijn collegae. Dat moge duidelijk zijn voor de raadsleden.

210208

pagina: 18 van 32

De heer Holkamp sprak tevens over het plan van aanpak. Dat punt moeten wij nog opstellen. U vroeg wanneer welke evaluatie komt. De steekproeven zijn genoemd. Dit zal ogenschijnlijk over de aanbestedingen gaan, want bij welk bedrag ga je dat doen? Ons voorstel is dat het college komt met een plan daarover. Eerst moet er een plan van aanpak komen dat nog gemaakt moet worden. De heer Holkamp vroeg of het college ermee akkoord gaat naar de conclusies en de aanbevelingen te kijken. Dat denk ik wel. De aanbevelingen zijn afspraken geworden die u van de griffie hebt gekregen. Het college stribbelt niet tegen in het plan van aanpak. Waarom zou het college tegenstribbelen als daarin punten voorkomen die in de commissiebehandeling uitvoerig de revue zijn gepasseerd? Daar hebben wij een aantal toezeggingen gedaan waarmee de raad kon instemmen. De heer Van Buuren citeerde. Hetzelfde deed hij afgelopen zaterdag op Radio Capelle. De vraag is waarom het college de conclusie over het zwembad Aquapelle niet overneemt. Dat is vrij simpel en daarover is gesproken in de uitvoerige beschouwing in de commissie. In de conclusie staat 'bewust'. Dat vindt het college disproportioneel. Ik heb nergens in de stukken teruggevonden dat het college destijds bewust informatie heeft achtergehouden.

Wij hebben wel afgesproken en vastgelegd in de toezeggingen dat prijswijzigingen in nieuwe aanbestedingen aan de raad worden voorgelegd. Ik ga de commissievergadering op dit punt niet herhalen. Mochten hierover vragen zijn van de raad, dan hoor ik deze in de tweede termijn. De heer Geissler vroeg naar het selecteren van opdrachtgevers bij de aanbestedingen. Het college gaat hard werken aan het punt over de aanbestedingen en komt daarop terug bij de raad. Het woord 'bewust' komt steeds terug en staat met grote letters op pagina 91 van het Rekenkamerrapport. Hierover is genoeg gesproken. Er kan bijna een boek gemaakt worden over de negen uur durende commissievergadering. Kun je nagaan hoe goed daarnaar gekeken is door de raad en dat het college het Rekenkamerrapport heel serieus bekeken heeft en daarop lang gebroed heeft om antwoord te kunnen geven op de vragen van de raad. De heer Breepoel sprak over het lerend vermogen van het college. Het college ziet het rapport over het zwembad dat vier à vijf jaar geleden tot stand gekomen is. Wij nemen dat lerend vermogen over. Dat staat in de aanbevelingen betreffende de aanbesteding van het zwembad die door het college zijn overgenomen. Mevrouw Den Engelsman stelde dezelfde vragen over de ondersteuning van het beleid en de toezeggingen. Daarover heb ik al gesproken. Mevrouw Groenendijk zei dat schuring glans en warmte geeft.

Die warmte begin ik te voelen. De kachel staat hoog en als ik naar buiten kijk, dan ben ik blij dat ik hier zit. Als u wandelend naar het gemeentehuis bent gekomen, dan wens ik u een goede wandeling huiswaarts. Daarbij laat ik het voor wat betreft de schuring. Het zijn lieve en terecht woorden van mevrouw Groenendijk. De heer Snijders vroeg naar de EU-aanbestedingen en tot welke bedragen dit gaat. Het college zal daarover een voorstel aan de raad doen toekomen. Als er voor een paar duizend euro aan potloden gekocht wordt dan moet daarvoor niet een heel college aan het werk gezet worden en de raad proberen om er een cent vanaf te krijgen. Dat is niet de bedoeling van de raad. De raad bedoelt daarmee dat wij serieuze aanbestedingen nemen. Daaruit kan een steekproef genomen worden. Of er kunnen bedragen genoemd worden waarnaar wij gaan kijken als de aanbesteding tot stand gekomen is. De heer Snijders is niet overtuigd van het zelflerend vermogen van het college. Dat heb ik u al een aantal keren horen zeggen. Het punt over de steekproef met alternatieven zal ik meenemen. De VOORZ ITTER: Het komt erop neer dat het college een plan van aanpak maakt. Als er zaken te melden zijn, dan zal het college dit melden aan de gemeenteraad. Daarnaast zal het college het plan van aanpak en de toekomstige aanbestedingen af en toe evalueren.

Dat doet het niet altijd, want dat kost veel geld en energie. Het is wel goed om het regelmatig tegen het licht te houden. De wethouder noemde dat hij over Aquapelle gaat. In de vragen van de diverse raadsleden zijn de verschillende aanbestedingstrajecten niet benoemd. Ik kijk of de andere wethouders nog het woord wensen. Wethouder Wilson is in de commissie uitgebreid bevraagd over de WMO. Hierover heb ik geen vragen gehoord.

210208

pagina: 19 van 32

Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, mevrouw Groenendijk heet een vraag gesteld over lrado. De VOORZITTER: Wethouder Wilson gaat over lrado. Wij krijgen nog geen contact met wethouder Wilson. In de tussentijd check ik of de wethouders Westerdijk, Hartnagel en Struivenberg nog het woord willen voeren. Wethouder mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, er is voldoende gezegd over het Rekenkamerrapport. Wethouder mevrouw HARTNAGEL: Voorzitter, ik heb geen behoefte aan het woord. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, hoewel ik graag uw raad toespreek, geloof ik niet dat er vragen binnen mijn portefeuille zijn gesteld. De VOORZITTER: Het woord is aan wethouder Wilson. Wethouder W ILSON: Voorzitter, het gaat er niet om of wij wel of niet bereid zijn om met lrado in gesprek te gaan om bijvoorbeeld afspraken te maken over kosten en het beleid. Het college en de raad bepalen zelf het beleid. lrado helpt ons dit beleid uit te voeren. Dit beleid hebben wij zelf vastgesteld door het college met de raad. Dat heet 'Het afval actieplan'. De afspraken liggen vast in de DVO en de productbladen. De VOORZITTER: Dat is duidelijk. Wij gaan over tot de tweede termijn van de raad. Dit kan kort en ik vraag u om niet in herhaling te vallen. Het woord is aan de heer Jaliens. De heer JALIENS: Voorzitter, ik heb geen behoefte aan een tweede termijn.

De heer LANDZAAD: Voorzitter, ik heb geen behoefte aan een tweede termijn. De heer HOLKAMP: Voorzitter, ik heb twee opmerkingen. De eerste opmerking betreft de beantwoording van de wethouder over de evaluaties. De wethouder wil gelijk een bedrag noemen waaronder of waarboven er wel of geen evaluatie plaatsvindt. Bij evaluaties moet je goed kijken wanneer een evaluatie zin heeft. Dat is niet alleen afhankelijk van het bedrag van de aanbesteding. Van elke evaluatie kun je leren. Het plan van aanpak biedt de kans om daarnaar te kijken. Wij zien ernaar uit wat hieruit komt. Het is te simpel om te zeggen dat er alleen een evaluatie plaatsvindt boven een bepaald bedrag. De tweede opmerking betreft het woord 'bewust'. Het vorige college zou de raad bewust niet hebben ingelicht over de hogere kosten. In het memo 'Stand van zaken' staan vier opties van wat de toenmalige stuurgroep had kunnen doen. Daarin is een keuze gemaakt. Daarmee is bewust gekozen om de raad niet te informeren. De heer Hofstra heeft in de commissiebehandeling uitvoerig uitgelegd dat het bewust niet inlichten van de raad iets anders is dat het bewust misleiden van de raad. Dat is zeker niet aan de orde. Als je uit vier opties kiest om de raad pas op een later moment in te lichten, dan is er wel degelijk sprake van een bewuste keuze.

De VOORZITTER: Ik zie uw eerste punt als een aansporing van het beleid en uw tweede punt als een kritische kanttekening. Daarin hoor ik verder geen vraag. Het woord is aan de heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik ben blij met de toelichting van de heer Holkamp op het gebruik van het woord 'bewust'. In mijn eerste termijn heb ik heel nadrukkelijk gevraagd of het college alsnog wil toegeven dat de informatievoorziening rondom het zwembad Aquapelle beter had gemoeten. Dat gaat niet over de vraag of de raad misleid is, want dat is niet aan de orde. Het rapport geeft echter meer dan voldoende aanknopingspunten om te zeggen dat het anders had gemoeten. De heer Van Veen ontwijkt die vraag. Daarom leg ik deze vraag opnieuw neer bij het college. Het college moet die vraag beantwoorden. Niet hoofdelijk, maar er moet een antwoord komen namens het college.

210208

pagina: 20 van 32

In mijn eerste termijn heb ik gezegd dat bij mij de suggestie werd gewekt dat het college de antwoorden van ambtenaren in de richting van de Rekenkamer in twijfel trok, daarbij kanttekeningen plaatste of bij de juistheid daarvan vraagtekens plaatste. Mijn vraag aan het college is wederom of die suggestie correct is. Als deze niet correct is, kan het college deze dan expliciet wegnemen. Het is een buitengewoon ongelukkig signaal richting de betreffende ambtenaren. Ik ben blij dat het plan van aanpak komt. De reactie van de wethouder klinkt echter dermate schoorvoetend, dat mijn twijfels daarover niet weggenomen zijn. Dat betreur ik oprecht. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Geissler. De heer GEISSLER: Voorzitter, de PvdA heeft geen opmerkingen in de tweede termijn. Wij zullen het plan van aanpak afwachten. De heer BREEPOEL: Voorzitter, de SP heeft geen verdere vragen. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, wat betreft het woord 'bewust' kan het CDA zich aansluiten bij de vraag van de heer Holkamp. Wat betreft het evalueren zien wij graag diverse mogelijkheden terug in het plan van aanpak. Aansluitend bij de heer Van Buuren is de vraag niet beantwoord door het college om de suggestie weg te nemen wat betreft de geloofwaardigheid van de ambtenaren. Daarin ondersteun ik de heer Van Buuren. Ik hoor graag een reactie van het college op dit punt.

De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Groenendijk. Mevrouw GROENENDIJK: Voorzitter, dank aan beide wethouders voor hun antwoorden. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Den Engelsman en de heer Van Buuren over de manier waarop er over mensen gesproken wordt. In dit geval ging het over de ambtenaren. Het is belangrijk dat daarover een uitspraak komt. Mensen moeten niet in twijfel getrokken worden. De Rekenkamer baseert zich op feiten. Als het dan toch gaat over hoe wij praten over mensen, hoor ik graag van de wethouder financiën dat hij mij serieus neemt als gesprekspartner. Ik vind het niet prettig dat hij enkel zegt dat het fijne en warme woorden zijn. Daardoor krijg ik het gevoel dat ik niet serieus genomen wordt terwijl het over ernstige zaken gaat. Dit heb ik duidelijk in mijn bijdrage aangegeven. Ik ben blij dat de wethouder zegt dat er een plan van aanpak komt en dat hij gaat nadenken hoe de evaluatie meegenomen kan worden. Ik neem genoegen met dat antwoord. Ik hoor graag een reactie van hem over de manier van aanspreken. Wethouder Wilson zei in zijn bijdrage dat er afspraken zijn met lrado, dat wij een DVO hebben en een afvalactieplan. Hij zegt dat het heel duidelijk is wat wij willen en dat lrado ons daarbij helpt. Ik baseer mij echter op wat er in het Rekenkamerrapport staat.

Daarin staat duidelijk dat er sprake is van een onvolledigheid bij de quasi inbestedingen. Het Rekenkamerrapport zegt dat het belangrijk is dat wij juist ten opzichte van lrado moeten nadenken over het beter vastleggen wanneer wij tevreden zijn, wanneer niet en welke sancties er zijn als het niet zo is als wij het van tevoren bedacht hadden. Ik hoor graag van de wethouder dat het goed is om het advies van de Rekenkamer op te volgen door bijvoorbeeld effectindicatoren af te spreken. De VOORZ ITTER: Het woord is aan de heer Snijders. De heer SNIJDERS: Voorzitter, ik kan mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Groenendijk. Verder heb ik geen toevoegingen in de tweede termijn. De VOORZ ITTER: De heer Van Buuren heeft het hele college aangesproken. In het college is afgesproken dat wethouder Van Veen de algemene vragen zou beantwoorden en eventueel de aanbestedingen die onder zijn verantwoordelijkheid zijn vervolgd. Ik zou proberen daaraan enige richting te geven. Ik heb er zelf niet in gezeten en hoop dat wethouder Van Veen het beter kan uitleggen. In een stuurgroep is voorwerk gedaan betreffende de vier scenario's. Uiteindelijk is dat bij het college terechtgekomen. De wethouder kan hierover wellicht uitleg geven aan de heer Van Buuren. Wethouder Van Veen heeft wel gezegd dat het college in de toekomst nog meer met de raad zal delen.

Het college heeft wel gehikt tegen het woord 'bewust de raad niet geïnformeerd'.

210208

pagina: 21 van 32

In onze reactie zijn wij daarop ingegaan. Ondanks dat de heer Hofstra in de commissie iets anders heeft gezegd, voelt dit voor het college als het bewust misleiden van de raad. Het voelt als het willens en wetens belangrijke informatie aan de raad onthouden, zodat hij zijn werk niet kan doen. Dat gevoel heerste niet in het vorige college en niet in dit college. Dat maakt het heel zwaar. Dat is een politieke doodszonde. Dat de heer Hofstra dat nuanceert in de commissie, doet daar niet aan af. Het heeft dit college pijn gedaan. Dat verklaart onze opstelling. Meerdere raadsleden vroegen aan wethouder Van Veen hoe hij aankijkt tegen de kwestie van de ambtenaren. Dat is een gevaarlijke vraag, omdat het college verantwoordelijk is en wij in de raad niet praten over individuele ambtenaren, zei het dat zij veralgemeniseerd worden, omdat zij verhoord zijn door de Rekenkamer. Dat is te herleiden naar de personen die hebben meegedaan. Wethouder Wilson kreeg een vraag van mevrouw Groenendijk over de effectindicatoren en de eventuele sancties met lrado. Het woord is aan wethouder Van Veen. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, de heer Van Buuren vroeg of het beter had gekund bij Aquapelle. Daarop heb ik volmondig ja gezegd. Het had beter gemoeten. De informatie had eerder naar de raad gekund, maar dat is niet gebeurd. Dat kan niet meer hersteld worden.

Bij de suggestie over de ambtenaren herinner ik de heer Van Buuren eraan dat ik zeker een tien minuten durend betoog heb gehouden over de enorme waarde die ik hecht aan ambtenaren bij de

bouw van dit zwembad. Dat ga ik niet herhalen, maar ik heb wekelijks intensief contact gehad met deze ambtenaren en ik kwam wekelijks een keer bij het zwembad. Deze mensen hebben daar prima werk geleverd. Het is in de tijd opgeleverd voor een lager bedrag. Ik ontken absoluut dat ik geen juiste informatie heb gekregen van mijn ambtenaren. Daar moet u het mee doen. Het plan van aanpak is bepaald niet schoorvoetend. Het college neemt het plan van aanpak serieus op. De verbouwing van de benedenverdieping ligt er nog. Het is belangrijk dat wij dit serieus opnemen. Die toezegging heb ik u gedaan. Mevrouw Groenendijk, hoe kunt u mij zeggen dat ik u niet serieus neem? Als ik iemand serieus neem, dan bent u dat wel. Ik had het grapje niet moeten maken door naar buiten te kijken uit mijn raam waar ik al uren achter zit. Dat is niet omdat ik u niet serieus neem, maar omdat ik graag even over iets anders sprak. De VOORZITTER: Het woord is aan wethouder Wilson. Wethouder WILSON: Voorzitter, mevrouw Groenendijk ging de diepte in betreffende lrado. Wij krijgen van lrado een kwartaalrapportage. Naar aanleiding daarvan hebben wij een gesprek over hoe hij het doet, wat hij doet en tegen welke kosten. Dat moet voldoende zijn. Als u dingen specifiek wilt benoemen die u mist, dan moeten wij daarover het gesprek aangaan. Wij bepalen het beleid.

Dat hebben wij bewust afgesproken in het afvalactieplan. Je moet vooral niet willen dat lrado ons beleid gaat bepalen, want dan gaat het helemaal mis. De VOORZITTER: Er is een verlaat interruptieverzoek binnengekomen van mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, de heer Van Buuren doelde op het wegnemen van de twijfel bij de ambtenaren. Wij hebben de wethouder duidelijk horen zeggen dat het college anders denkt over de antwoorden die de ambtenaren hebben gegeven. Daarover blijft nog steeds twijfel hangen bij een aantal raadsleden. Daarbij hoeven wij niet over de persoon te spreken, maar wel of het college meegaat in de lijn van de antwoorden van de ambtenaren. Anders moet daarop een vervolg komen waar het wel en niet goed is gegaan. Dat het woord 'bewust' pijn doet, snap ik. Wij leren echter door vallen en opstaan. Zie dit als een leermoment. Mijn oproep aan het college is om verder te kijken over het woord 'bewust' heen. Dit is een bewoording van de Rekenkamer, zoals de heer Hofstra heeft uitgelegd. Is dit college bereid daarover verder na te denken richting de toekomst? De VOORZITTER: Het woord is aan wethouder Van Veen.

210208

pagina: 22 van 32

Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, de opmerking van mevrouw Den Engelsman verbaast mij. Ik hoor graag wanneer ik dit gezegd heb in de negen uur durende commissievergadering, want ik weet zeker dat ik dat niet gezegd heb. Ik heb nooit gezegd dat ik enige twijfel had aan verkeerde informatie van ambtenaren. Ik voel mij daarop aangesproken. De VOORZ ITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, laat ik voorop stellen dat ik blij ben dat wethouder Van Veen expliciet zegt dat de informatievoorziening beter had gemoeten. Dank daarvoor. Wat mevrouw Den Engelsman heeft gezegd over het woord 'bewust' onderschrijf ik. Het ging erom dat in de commissiebehandeling een aantal keren werd aangegeven dat de informatie waarop de Rekenkamer zich baseert voor dit rapport afkomstig is van individuele ambtenaren en dat het college daarbij andere beelden heeft. Met andere woorden: die informatie klopt niet. Die suggestie werd gewekt. Wij vonden het zorgelijk dat het college afstand neemt van uitlatingen van ambtenaren die zijn gedaan richting de Rekenkamer waarover een proces van hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. Daarvan heb ik gevraagd of het college de suggestie weg wil nemen dat het op deze manier afstand neemt van hetgeen door ambtenaren is gezegd.

Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik heb die woorden niet gebezigd. In het dossier Aquapelle, waarvoor ik verantwoording afleg, hebben de ambtenaren alles gedaan wat zij moesten doen. De band van de vergadering kan afgeluisterd worden, maar ik heb die woorden absoluut niet gebezigd. De VOORZITTER: Daarmee is een einde gekomen van de tweede termijn van het college. Voordat wij gaan stemmen moet er een aantal dingen klaargezet worden. Zijn er partijen met een stemverklaring? Ik hoorde de heer Jaliens in zijn eerste termijn zeggen dat hij een stemverklaring heeft. Het woord is aan de heer Jaliens. De heer JALIENS: Voorzitter, bij de stemming over dit voorstel moet in acht worden genomen dat de fractie van Leefbaar Capelle afstand neemt van de conclusies en de daaraan gegeven kwalificaties. Voor het overige kan Leefbaar Capelle instemmen met het voorliggende voorstel. De VOORZITTER: Dat loopt synchroon met uw betoog. Het woord is aan mevrouw Groenendijk. Mevrouw GROENENDIJK: Voorzitter, de ChristenUnie zal instemmen met dit rapport. Dit is wel met enige gevoelens. Wij zijn blij met de manier waarop de portefeuillehouders naar ons toegekomen zijn in onze bezwaren. Wij zullen u wel blijven volgen, zeker op het punt van lrado. Ik begrijp van de wethouder dat effectindicatoren niet nodig zijn en dat de gemeente in regie is. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Buuren.

De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik kan mij aansluiten bij de stemverklaring van de ChristenUnie. De heer HOLKAMP: Voorzitter, 066 zal zeker instemmen met het raadsbesluit, vooral omdat er een plan van aanpak komt. Dat zullen wij kritisch blijven volgen zodra het er is en wij zullen waarschijnlijk een voorstel doen om dat later te monitoren. De VOORZITTER: Kritisch volgen is een basistaak van de gemeenteraad. Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA zal instemmen met het raadsvoorstel, wel met meer gemengde gevoelens dan bij eerdere Reken kamerrapporten. Wij zien uit naar het plan van aanpak en doen nogmaals het appel aan het college om te kijken naar de conclusies en daarin het lerend vermogen te laten zien. De VOORZITTER: Wij gaan stemmen over het voorstel. Wij missen nog twee raadsleden. De heer Spruit en mevrouw Weemhoff moeten zich nog aanmelden. Alle raadsleden zijn aanwezig. Ik vraag u digitaal te stemmen.

210208

pagina: 23 van 32

Na digitale hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel

10.

Motie vreemd: Participatie uit de mist; helderheid gewenst

De VOORZITTER: Ik ga van plaats ruilen met de heer Schaatsbergen. Hij zal de motie vreemd aan de orde van de dag participatie uit de mist; helderheid gewenst voorzitten. De heer Schaatsbergen neemt het voorzitterschap over.

De VOORZITTER: Aan de orde is de motie vreemd aan de orde van de dag participatie uit de mist; helderheid gewenst. Wij proberen deze motie in een termijn te behandelen. Eerst zal ik de raad onder aanvoering van de heer Anink de gelegenheid geven om een bijdrage te leveren. Daarna zal de burgemeester een reactie geven namens het college. Wij hopen dat een tweede termijn niet noodzakelijk is en wij direct tot stemming kunnen overgaan. De heer Anink zal de motie toelichten. De heer ANINK: Voorzitter, ik wil graag aan de raadsleden meegeven dat deze motie de indruk kan wekken dat er een vertraging kan optreden in de participatie en de discussie daarover. Dat is echter niet het geval. Het doel van de motie is het samenbinden onder de verordening van een aantal instrumenten en daarmee recht doen aan een aantal lopende ontwikkelingen. Wij weten dat de burgemeester op dit moment met een groepje jonge talenten uit de gemeenteraad aan het verkennen is hoe zij hieraan kunnen bijdragen. Deze motie zegt om dit breder te trekken en een moment te prikken wanneer het opgeleverd moet worden aan de raad. Dit is een korte samenvatting van de motie. Ik hoop dat de overige fracties hierin meegaan en dit een raadsbrede motie is. Dat is een mooi signaal naar Capelle aan den IJssel. De VOORZITTER: Ik kijk of er behoefte is bij D66 om hierop het woord te voeren. Het woord is aan de heer Schelkers.

De heer SCHELKERS: Voorzitter, bij D66 staat participatie hoog in het vaandel. Wij hebben dat altijd belangrijk gevonden en vinden dat nog steeds. Wat dat betreft zien wij het nut van een participatieverordening. Dat neemt niet weg dat het document alleen waarde heeft als het daadwerkelijk gebruikt wordt. Zo hebben wij het doel van de burgerparticipatie, waarin omschreven staat hoe je bij de aanvang van een project het participatieproces kunt uitzetten. In de praktijk wordt hiervan echter geen gebruik gemaakt. Het probleem lijkt niet te liggen in het ontbreken van het document, maar dat het document niet gebruikt wordt. Hoe gaat dit anders lopen bij de participatieverordening. Het is goed om te kijken hoe wij participatie kunnen verbeteren. Wordt er ook gekeken naar de participatie in lopende projecten, zoals het project aan de Capelse Bermweg? Wordt er gekeken of dit soort lopende projecten verbeterd kan worden? Wij zijn benieuwd hoe Leefbaar Capelle en de VVD op korte termijn verbetering in de participatie denken te zien. Kortom: de participatieverordening is een goede stap in het verbeteren van de participatie. Denken dat dit alle problemen oplost, gaat wat ons betreft te ver. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de SGP heeft deze motie mede ondertekend.

Dat hebben wij niet gedaan omdat wij denken dat deze motie het einde is van alle problematiek op het gebied van participatie. Er gaat voldoende mis en dat komt door de wijze waarop participatie in de praktijk gestalte krijgt en georganiseerd wordt. Dat betekent niet dat het niet belangrijk is dat de raad en het college met de inwoners van Capelle nadenken over wat je onder participatie verstaat en op welke wijze je dat wilt organiseren. Dat raakt aan de rol van de raad. Wij moeten ons bezinnen op de vraag hoe wij onze participatieprocessen willen verhouden. Dat is de reden om deze motie te ondersteunen.

210208

pagina: 24 van 32

Het klopt dat er nog een participatieverordening moet komen. De motie bevat een aantal overwegingen waarin wij ons kunnen herkennen en spreekt nadrukkelijk uit dat wij dit traject participatief willen vormgeven. Dat vinden wij belangrijk om te onderstrepen. Wij hebben het initiatief van Leefbaar Capelle en de VVD serieus genomen. Laten wij dit als raad gezamenlijk uitspreken. De wijze waarop wij participatie organiseren gaat vaak niet helemaal goed. De raad krijgt dit vaak terug. Het is heel belangrijk dat wij nadenken over hoe wij de participatie georganiseerd willen zien. Daarbij moeten wij reflecteren op onze rol daarin. Vandaar dat wij in deze 'code oranje motie' zijn meegegaan. De VOORZITTER: De woorden 'code oranje' kan ik niet helemaal plaatsen. De heer VAN BUUREN: De logo's van de drie partijen boven deze motie zijn alle drie oranje. Een paar jaar geleden was 'code oranje' een codewoord voor de vernieuwing van de lokale democratie. Ik distantieer mij van de partij met deze naam. Met 'code oranje' verwijs ik naar het mooie kleurensamenspel dat bovenaan de motie prijkt. De VOORZITTER: Die oranje kan ik volledig beamen. Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA is blij dat partijen het voortouw hebben genomen om het college te vragen deze voorbereidingen te treffen om de participatieverordening te kunnen vormgeven.

Wij worstelden wat met de termijn. Dat is de reden waarom wij de motie niet ondertekend hebben. Wij hebben gehoord dat het geenszins de bedoeling is van de indieners om het uit te stellen tot november, maar dat dit de periode is die daarvoor nodig geacht wordt. Wij horen graag van het college of het bereid is om in de aanloop naar de verordening de betrokken inwoners en andere partijen te horen en te betrekken voordat er toezeggingen worden gedaan aan enkele partijen. Daarop krijgen wij graag een toezegging van de wethouder. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, de SP heeft kennis genomen van de motie en het voornemen van het indienen van deze motie. Daartoe is zeker aanleiding vanuit wettelijke bestuursoverwegingen. Er moet enige mate van structuur komen in het omgaan en mogelijk maken van een gedegen participatietraject. De heer Schelkers noemt de lopende zaken. De heer Van Buuren zei dat het zeer wenselijk is om een slag te maken in de realisatie daarvan. Wij denken dat deze motie daartoe een mooie stap is. Ik ben het echter niet helemaal eens met de bewoording. De raad heeft de verantwoordelijkheid. Wat de SP betreft had de moeilijke omgang van het college met participatie in de motie benoemd kunnen worden. Door mijn uitspreken hiervan en dat wij hiermee bezig zijn in de lopende zaken wordt dit voldoende benadrukt.

De SP kan de motie steunen. De VOORZITTER: Voorzitter, het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA heeft de motie niet ondertekend en laten weten de motie niet te ondersteunen. Wij praten al zeer lange tijd over het participatiebeleid. Wij hadden hierover graag een bredere discussie willen voeren in de commissie dan bij het indienen van een motie vreemd aan de orde van de dag. De burgemeester is bezig met een raadswerkgroep, er wordt gesproken over het thema 'wat voor raad wil je zijn' en de werkgroep omgevingsvisie is bezig. Wij waren het spoor een beetje bijster met alle werkgroepen en met deze motie komt er opnieuw een werkgroep bij. Wij zagen daarin niet het verband en hadden hierover liever inhoudelijk de discussie gevoerd in de commissie om tot een breedgedragen motie te komen. In de commissie hebben wij de vraag gesteld aan wethouder Struijvenberg om op korte termijn te gaan praten over participatie. Dat heeft hij laten afhangen van de motie die ingediend zou worden. Wij hadden er moeite mee dat in deze motie de termijn van 1 november wordt genoemd. Wellicht dat de wethouder hierdoor achterover kan leunen, omdat in november er een mooie verordening komt. In de tussentijd lopen wij tegen veel participatieproblemen aan.

Wij houden ons hart vast dat wij niet terechtkomen in een juridische participatie, gezien het referendum dat op de planning staat en mogelijk bij andere projecten, zoals De Mient en de Sparta-locatie. Vandaar dat het CDA zeer terughoudend is in het steunen van deze motie.

210208

pagina: 25 van 32

Binnenkort spreken wij over de stadsontwikkelingsprojecten. Zou het niet handig zijn om met elkaar om tafel te zitten en te bespreken wat wij in de tussentijd gaan doen tot en met november? Naar aanleiding van het antwoord van de wethouder op deze vraag, zal ik in de tweede termijn laten weten of het CDA deze motie gaat steunen. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, er lijkt veel mis te gaan met de participatie, met name toegespitst op bouwplannen met gebieds- en kavelpaspoorten. De plannen zijn deze avond niet voorbij gekomen, maar in de afgelopen commissievergadering SOB zijn diverse voorbeelden gegeven. Wat verstaan wij onder participatie? Dat antwoord is niet simpel. De raad heeft daarmee flink geworsteld bij de Stadsvisie. Dat doen wij nog steeds, vanwege de extra stap die is ingebouwd. Het draait vaak om verwachtingsmanagement. Als de raad, het college en Capellenaren zeggen dat wij het samen gaan doen, dan komt de vraag op tafel hoe dat moet. Wanneer is het voldoende en kan de raad een besluit nemen? Nooit zal iedereen tevreden zijn. Dan is de raad er om een besluit te nemen. Er is veel herkenning in de motivatie van deze motie. Hier kan men niet tegen zijn. Het is wel vreemd dat de verzoeken in de motie open deuren zijn.

Het college moet het voortouw nemen, raadsleden en burgers laten meedoen in het stellen van de kaders en in november terugkomen met een voorstel. Voor ons is het beeld dat het al zo in de steigers stond. Deze verzoeken zijn geen verrassingen voor het college. Daarom horen wij graag van het college hoe het naar deze motie kijkt. Voegt dit echt wat toe aan de inhoud van het lopende proces om tot een participatieverordening te komen? Kortom, het stoplicht staat op rood of op groen en heel af en toe op oranje. Wij zijn echter nog niet overtuigd van de oranje kleur boven deze motie. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Raadsen. De heer RAADSEN: Voorzitter, GroenLinks vindt dat er een participatieverordening moet komen. Het verbaast ons echter dat dit reeds veel eerder is toegezegd. Waarom wordt deze motie dan ingediend? De participatie ging de laatste tijd structureel mis en op een manier waarop het leek dat het college bewust moeite deed om de participatie zo ver mogelijk tegen te werken. Als op zo'n moment een motie ingediend wordt over participatie, dan vraag je je af wat het doel daarvan is. Je zou verwachten dat deze motie iets gaat oplossen van het actuele probleem. Gisteren kregen wij weer van bewoners een voorbeeld binnen van waar de participatie domweg afgewezen en genegeerd wordt.

Mijn grootste bezwaar tegen deze motie is dat hiermee een oplossing gesuggereerd wordt die het beslist niet is. Dat is de reden waarom GroenLinks het hier niet mee eens is. Hierover is al het een en ander gezegd door de heer Schelkers, mevrouw Den Engelsman en de heer Eilander. Daarbij kan ik mij aansluiten. GroenLinks maakt zich met name zorgen over de melding dat het in november in de raad komt. Op dit moment hebben wij een antwoord van de wethouder nodig waarom hij nee heeft gezegd tegen de participatie bij de Capelseweg en de Bermweg. Als hij zou toezeggen dat dit een fout is geweest, dat hij het gebiedspaspoort terugtrekt en weer opnieuw begint, dan ben ik graag bereid om deze motie mede te ondertekenen. Als de wethouder dit niet toegeeft, dan stemt GroenLinks tegen deze motie. De VOORZITTER: Aan de orde is de eerste termijn van het college. De portefeuillehouder bij dit agendapunt is de burgemeester. Het woord is aan de burgemeester. De BURGEMEESTER: Voorzitter, ik ben blij met de motie, omdat hiermee iets uit de raad is gekomen. Participatie is vaak aan de orde geweest in de commissie BVM. Zelfs zo vaak dat ik wel eens tegen de griffier heb gezegd dat wij hiervan een vast agendapunt moeten maken, want het houdt ons allemaal bezig. Participatie zit vaak in de wereld van ruimtelijke ordening. Daarom had u vanavond waarschijnlijk wethouder Struijvenberg verwacht.

Het college wil dit punt graag breder trekken. Dat is eerder aan de orde gekomen.

210208

pagina: 26 van 32

Eerst sta ik stil bij wat er al is. De gemeente en het college zijn al heel druk bezig met participatie. Kijk bijvoorbeeld naar de Doe mee-aanpak, de instrumenten uit de toolkit burgerparticipatie, de wijkoverlegplatforms waar raadsleden en wijkwethouders komen, opgavegericht werken en het Denk & Doe mee!-fonds. Er gebeurt veel in Capelle. Desalniettemin is het van belang je te blijven ontwikkelen en het echt met elkaar te doen. Om die reden is dit jaar het leertraject lokale democratie gestart. Dit komt voort uit de quickscan lokale democratie waaraan u, het college, de Capellenaren en de ambtenaren hebben meegedaan. Wij hebben hiervoor geld vrij gemaakt in de Begroting 2021. Zo worden de raad, het college en de ambtelijke organisatie gedurende het kalenderjaar intensief betrokken bij deze ontwikkeling. Ik ga het kader schetsen waarin deze motie bekeken moet worden. De motie spreekt van een participatieverordening in de zin van artikel 150 van de Gemeentewet. U legt daarbij nadrukkelijk de koppeling met het ruimtelijk instrument en de invoering van de Omgevingswet. Dat is logisch, want die komt eraan. Dat is een mooie oefening in participatie. Het hangt nauw met elkaar samen, maar eigenlijk gaat het over twee beoogde ontwikkelingen. De vroegere inspraakverordening moet naar de participatieverordening. Niet alleen meepraten, maar ook meebeslissen en meedenken.

Op dit moment ziet artikel 150 van de Gemeentewet enkel toe op het vaststellen van een inspraakverordening. Deze regelt de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid. De gemeente heeft in 2007 al een dergelijke verordening vastgesteld. Het wetsvoorstel dat aanhangig is - de versterking van de participatie op decentraal niveau -- wordt bij deze verordening uitgebreid tot meer. De mensen kunnen meer betekenen en doen op het gebied van participatie. Het is een bredere participatieverordening waarbij de betrokkenheid, de uitvoering van de evaluatie, 'the right to challenge' en instrumenten, zoals: burgerpanels, diverse fora, initiatieven, referenda en dialogen wettelijk worden verankerd. De tweede beoogde ontwikkeling is de invulling van beleidsvrijheid van de Omgevingswet. Deze wet geeft ruimte om je mening te laten horen. De Omgevingswet regelt dat participatie wordt meegenomen bij de planontwikkeling in de ruimtelijke ordening van de ruimtelijke omgeving. Bij de vragen of, hoe, wanneer, met wie en door wie wordt bewust een grote mate van beleidsvrijheid gelaten aan de gemeenten en de inwoners. Vooruitlopend op en tijdens de Omgevingswet dient de gemeente beleid te hebben ontwikkeld waaraan het college, de raad en initiatiefnemers zich committeren. Dat wordt regelmatig met de commissie besproken. Daarmee moeten wij verder met elkaar.

Mevrouw Den Engelsman zei dat het veel te langzaam gaat en dat het eerder moet dan in november. Daarin moet ik u helaas teleurstellen. Het tijdspad dat wij hebben uitgestippeld tot november is nodig om het verder door te ontwikkelen. Het is ambachtelijk vakmanschap. Er is geen toverstaf waarmee participatie uit de hoed wordt getoverd. Wij moeten dat met elkaar doen en het moet lokaal maatwerk worden. Het moet bij Capelle passen, want dan beklijft het. Dat kan niet op hele korte termijn. De ontwikkeling maakt alleen kans van slagen als wij het samen doen met de vier geledingen die ik al een paar keer genoemd heb. Daarbij maken wij de goede afgewogen keuzes die uitvoerbaar zijn. Capelle is een dichtbevolkte gemeente van 15 vierkante kilometer met veel inwoners. Als de plannen voor het Rivium doorgaan, dan wordt het nog dichtbevolkter. Het vaststellen van het beleid is een momentopname in een veel bredere ontwikkeling. Ik denk aan het najaar 2020 toen wij spraken over online participatie voor beleid in het sociaal domein. Digitale focusgroepen met kwetsbare jongvolwassenen en een burgerpanel onder de mensen die ouder zijn dan 65 over ouder worden en langer thuis wonen. Dit zijn allemaal sociale onderwerpen waarin de participatie verwerkt kan worden; brede bijeenkomsten van 'stakeholders' en uiteindelijk de consultatie van de commissie SLE. Een ander voorbeeld is de Stadsvisie.

Dat is een conceptvisie die deze maand opnieuw wordt voorgelegd aan de stad. Wij hebben daarover eerder gesproken, maar waren nog niet tevreden. Wij hebben het teruggehaald en ons huiswerk gedaan. Inmiddels is er een enquête en in maart is er een digitale bijeenkomst in samenwerking met de raadswerkgroep. De komende maanden staat het programma buitenruimte op het programma. Daarvoor zijn de wethouders verantwoordelijk. Daarbij is veel aandacht voor interne en externe participatie. De raadswerkgroep en het college zullen daarbij nauw betrokken worden.

210208

pagina: 27 van 32

Hoe om te gaan met deze motie, want ik heb gezegd dat ik er wel blij mee ben. De motie is inhoudelijk volledig in lijn met onze plannen voor participatie en het inzetten van de diverse middelen. De beleidsinzet is het uitwerken van een gemeentelijk breed participatiekader waarin het geheel van participatie is te overzien en waarin de gemeente haar uitgangspunten kwijt kan. Hierin staat wanneer welke instrumenten worden ingezet en hoe wij dat doen. Bij de Stadsvisie moeten wij samenwerken met de stad. De participatieverordening moeten wij vaststellen als een moderne juridische doorontwikkeling van de inspraakverordening. Hierdoor wordt het sterker en krachtiger. De 'right to challenge' moet tevens vastgesteld worden, vooruitlopend op het ingaan van de wet versterking participatie op decentraal niveau. Tot slot moet het participatiebeleid van de Omgevingswet vastgesteld worden. Daarmee zijn wij al intensief bezig. De motie roept op om een afvaardiging van de raad te betrekken. Dat mag, maar dat doen wij al. De raadswerkgroep Omgevingswet werkt daar intensief aan. Daarnaast is er de raadwerkgroep Lokale democratie. Ik hoorde de heer Anink hen 'jonge talentjes' noemen. Dat is een reden geweest. Wij kijken echter verder naar de toekomst. De jeugd heeft de toekomst. Datzelfde geldt voor onze jongere raadsleden.

De aftrap hiervan is gemaakt in december en in de komende maanden gaan wij intensief kijken hoe wij vorm kunnen geven aan de lokale democratie. In de motie wordt gevraagd de inwoners erbij te betrekken. Daar ben ik het van harte mee eens. Dat hoort bij de vier geledingen. Meer dan 300 Capellenaren hebben ons op dit thema van input voorzien bij de quickscan. Er wordt gewerkt aan de aanvullende participatie van de inwoners. Het vierde punt in de motie roept op om op een zodanig moment aan de raad voor te leggen dat besluitvorming in de raadsvergadering van november 2021 kan plaatsvinden. Wij vinden dat een realistische planning. Ik heb zojuist gezegd waarom. Kortom, de motie kan worden gezien als ondersteuning van het beleid. Daarop zeg ik altijd dat ik de motie overneem en dat u niet hoeft te stemmen. Vandaag zeg ik iets anders en ik zal uitleggen waarom. Ik vind het mooi dat dit uit de raad komt. Ik heb het gevoel dat dit breed gedragen wordt, met sommige nuances dat dit er al is. Ik voel dat u het wilt. Het is mooi dat het vanuit de raad komt. Mijn voorstel is om de motie in stemming te brengen. Mevrouw Weemhoff vroeg om allerlei toezeggingen. Die toezeggingen ga ik niet doen. Het is een maakbaar product van ons allemaal. Een maakbare gereedschapskist die wij ten volle moeten benutten voor Capelle. Dat is heel mooi. Ik doe geen toezegging over de tijd.

Wij moeten daarop handwerk loslaten en met iets moois komen. De VOORZITTER: Dank voor uw uitgebreide bewoording. Ik wijs u erop dat de spreektijd van het college bijna richting het rood gaat. Bij de overige agendaonderwerpen kunt u daarmee waarschijnlijk coulant omgaan. Ik zie dat mevrouw Weemhoff gebruik wil maken van de tweede termijn. Ik zal het rijtje aflopen en geef als eerste het woord aan de heer Anink De heer ANINK: Voorzitter, ik ben enorm onder de indruk van de woorden van het college bij monde van de burgemeester. Dat meen ik. Ik zou u bijna een zetel willen aanbieden bij ons in de fractie. U slaat de spijker op zijn kop. Er liep al veel in Capelle en er loopt al veel in Capelle. Het ontbrak alleen aan een aantal opstapjes en het samenbindend vermogen. De woorden van de burgemeester op de vragen uit de raad zijn al samenbindend. Voor mij is het succes er al. Er zijn toezeggingen gedaan op zaken die wij wel hebben gehoord in verschillende commissies en gremia. In deze raad ligt het op tafel. Daarvan word ik heel blij. Het is een motie die ik indien samen met de heer Spruit van Leefbaar Capelle en de heer Van Buuren heeft het zo aangepast dat het leesbaar is voor iedereen. Dank daarvoor. Ik hoop dat dit een signaal van de raad is. Van alle 33 raadsleden. Ik begrijp dat u haakjes hierin ziet om andere discussies te beslechten. Prachtig. dat is politiek.

Het gaat mij om de samenvatting die de burgemeester zojuist heeft gegeven. Dank daarvoor. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Spruit. De heer SPRUIT: Voorzitter, ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Anink. Onze complimenten aan de burgemeester voor de manier hoe hij het verwoord heeft hoe hij tegen de participatie aankijkt. Ik heb nog wel een vraag aan de burgemeester om meer invulling te geven aan de uitvoering van deze motie. Er is een raadswerkgroep die zich bezighoudt met de invoering van de Omgevingswet en alles wat daarmee samenhangt. Dat is een veel breder kader dan alleen het onderdeel participatie. Ik wil u meegeven om bij het formuleren van wat de raad en de inwoners verstaan onder participatie, andere mensen vanuit de raad daarbij te betrekken zodat dit de aandacht krijgt die het verdient.

210208

pagina: 28 van 32

De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter. op papier klinkt de huidige participatie heel goed. Waarom gaat het in de praktijk dan toch nog zo hard fout. Waarom zien wij op de korte termijn nog zoveel problemen? Kan de burgemeester daar nog verder op ingaan? Daarnaast heb ik de vraag gesteld aan de coalitiepartijen hoe zij zien dat dit op de korte termijn oplossingen gaat bieden. Dat wordt ontweken, maar de korte termijn is belangrijk. Daarop horen wij nog graag een antwoord. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de motie zegt niks over de korte termijn. Op de korte termijn moet alles op alles gezet worden om participatie ordentelijk te organiseren. De lessen uit die processen moeten wij in dit traject ter harte nemen. Daarvoor biedt dit een goede gelegenheid. Laten wij vooral kijken naar de lessen die wij daaruit trekken, met name voor de wijze waarop de raad kaders stelt aan participatieprocessen en hoe wij ons daarin opstellen. Dank voor de woorden van het college. Het zou mooi zijn als de raad dit gezamenlijk oppakt. De VOORZITTER: Dank voor uw woorden over de lopende participatietrajecten. Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA wil graag reageren op de woorden van de burgemeester dat hij niet allerlei toezeggingen wil doen.

De PvdA heeft gevraagd of deze afspraken over participatie ook voor de korte termijn gelden. Er is een aantal projecten in Capelle waar de participatie niet goed loopt. Dat weten de VVD, Leefbaar Capelle en de SGP. Dat is de reden waarom deze motie wordt ingediend, die wij een zeer warm hart toedragen. Het is goed dat dit gebeurt. Echter, als de werkgroep van de Omgevingswet werd vergeten bij de presentatie van de stadsvisie, dan weten wij hoe enorm fragile het participatietraject is. Wij zien graag benadrukt dat het niet stopt bij het inrichten van werkgroepen en het schrijven van mooie stukken. Wat gaan wij werkelijk doen vanaf morgen voor de inwoners van Capelle? De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, er ontstaat alsnog een behoorlijke discussie. Ik zal niet in debat gaan met mijn collega-raadsleden. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Anink. De burgemeester is altijd welkom bij onze partij. Ik kan de bewoordingen van de portefeuillehouder waarderen. Daarin heeft hij enige duidelijkheid gegeven. Mevrouw Weemhoff heeft vragen gesteld en zorgen geuit. Daarin is zij niet alleen. Daarvoor is de raad zelf verantwoordelijk. Al zou deze motie niet aangenomen of ingediend worden, dan kunnen wij altijd het college ter verantwoording roepen over de gang van zaken rond het participatieproces.

Als er alleen gezonden wordt vanuit de gemeente en niet geluisterd om kort samen te vatten wat er bij de lopende zaken aan de orde komt. Ik hoor wantrouwen en zorgen. Aan de andere kant hebben wij zojuist het rapport van de Rekenkamer behandeld waarbij ik zorgen en wantrouwen hoorde. Vervolgens heeft iedereen hiermee ingestemd, zelfs de heer Schelkers, terwijl hieraan veel haken en ogen zaten. Dit is de politiek, maar ik ben te oud voor politieke spelletjes en dat vind ik zonde van mijn tijd. De SP had een motie van treurnis kunnen indienen, maar ik kreeg allerlei signalen dat de partijen dan niet mee zouden zijn gegaan. Er worden andere zaken benoemd, zoals de Capelseweg en de Bermweg. Dat is heel belangrijk, maar zet dat anders neer. Ik ben heel benieuwd wat wij gaan doen in de bespreking van volgende week. Dat had ook gekund, maar doe dat anders. Dit is mijn debat met mijn collega's. Ik ben blij met de verwoording van de burgemeester. Er zijn meerdere gremia waarbij aan de orde is hoe wij omgaan met participatie. Er zijn verschillende agendapunten waarin dit aan de orde komt. Het is absoluut noodzakelijk dat de zaken die voor 1 november op de agenda staan heel correct worden afgehandeld. Met de aandacht die wij momenteel hieraan geven, moeten wij ons eigen zelfvertrouwen daarin leggen. Die verantwoordelijkheid moeten wij niet bij het college neerleggen.

Wij moeten ervoor zorgen dat het goed verloopt. De raad heeft de bevoegdheid en de plicht vanuit zijn functie om dat aan de orde te stellen. Als dat niet gebeurt, dan moeten wij er harder aan trekken en ervoor zorgen met agendering of amenderen dat dat soort zaken wel gebeurt. Ik heb geen directe vragen aan de indieners van de motie. Ik ben geen vriend van onze collegepartijen, maar dit is een goed punt om de participatie op poten te zetten. Hiermee hebben wij een kader om daarmee aan de slag te gaan.

210208

pagina: 29 van 32

De VOORZITTER: Dank u wel voor dit debat met uzelf. Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, zoals de burgemeester zei, moet er een zorgvuldig traject worden doorlopen. Dat onderschrijft het CDA volledig. Ik weet nog dat ik vorig jaar gevraagd heb of er een versnelling kon komen. Toen stond het nog op de planning voor het 1ste kwartaal van 2021. Ik zie dat er stappen zijn gemaakt naar november. Die periode zal gezien corona nodig zijn om tot goede besluiten te komen. Het blijkt dat wij dit al doen, dus de vraag is wat de toegevoegde waarde is van deze motie. Het CDA zit nog steeds met de vraag die wij aan wethouder Struijvenberg hadden voorgelegd: wat gaan wij doen tussen morgen en november? Er zijn grote zorgen over de huidige projecten en de projecten die eraan komen. Hoe gaan wij daar mee om? Ik stel deze vraag aan de burgemeester. Kunnen wij op de korte termijn spreken over de lopende projecten en de projecten die eraan komen tot november? De VOORZITTER: U wilt graag dat de heer Struijvenberg deze vraag beantwoordt, maar de portefeuillehouder voor deze motie is de burgemeester. De burgemeester zal waarschijnlijk kijken of hij een antwoord kan geven op uw vraag. Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, dank voor de uitvoerige beantwoording van de burgemeester.

Ik moet concluderen dat het inhoudelijk niks toevoegt aan het lopende traject. Het is blijkbaar wel belangrijk om een raadsbrede kleur aan deze motie te geven. Wat dat betreft kan deze motie op de blauwe kleur van de ChristenUnie rekenen. De opmerkingen over de kortetermijnparticipatie kunnen echter niet weggevaagd worden. Daarmee moeten wij keihard aan de slag. Dat zal volgende week maandag blijken. Laten wij die discussie vooral daar voeren en niet vanavond. Laten wij het goede proces in gang zetten, zoals de heer Vlot al zei. Daarbij sluit ik mij graag aan. De VOORZITTER: Dank voor het blauw van de ChristenUnie. Het woord is aan de heer Raadsen. De heer RAADSEN: Voorzitter, dank aan de burgemeester voor zijn prachtige woorden. GroenLinks staat daar graag achter. Ik maak daaruit op dat de motie volstrekt overbodig is, want het zal uitgevoerd worden. Dat is mooi. Ik heb geen antwoord gehoord op de vraag van mevrouw Den Engelsman wat wij gaan doen vanaf vandaag tot november. De mooie woorden van de burgemeester vind ik volstrekt ongeloofwaardig als er op dit moment geen sprake is van participatie. Wat heeft het voor zin om prachtige woorden uit te spreken als de daden volstrekt achterblijven? Als die toezegging niet komt, dan stemmen wij tegen deze motie.

Niet omdat wij tegen een participatieverordening zijn, maar vanwege de volstrekte ongeloofwaardigheid van het college op dit punt. De VOORZITTER: Daarmee is er een einde gekomen aan de tweede termijn van de raad en is de tweede termijn van het college aan de orde. Het woord is aan de burgemeester. De BURGEMEESTER: Voorzitter, ik voel mij het meest senang voel bij de samenvatting van de heer Van Buuren. Wij hebben al heel veel en dat moeten wij op een effectieve manier inzetten. Het interessante van deze discussie en deze motie is dat men aan mij vraagt wat het college eraan gaat doen tot aan november, terwijl u uzelf oproept om er zelf wat aan te doen met elkaar. Nogmaals, het college, de ambtenaren, de inwoners en de raadsleden moeten klaarstaan voor participatie. Wat wij doen, blijven wij doen. Wij kunnen er de komende tijd scherper op zijn. Tot aan november kunnen wij oefenen met participatie. Dat geldt voor de werkgroep van de heer Spruit over de Omgevingswet en de werkgroep waarin de jonge talenten zitten. Daar zullen wij met elkaar het programma ontwikkelen en voorhouden welke projecten op de agenda staan. Daarop moet u veel scherper zijn en ideeën ontwikkelen om participatie vorm te geven. De gemeente wil dat allemaal faciliteren, maar wij moeten dat met elkaar uitzoeken. Het is geen stilstand of kwestie van tijd kopen.

maar wij moeten met elkaar die oefening doormaken, die ideeën uitwisselen en kijken welke instrumenten bij welke thema's het beste tot hun recht komen. De heer Spruit noemde de werkgroep Omgevingswet en de heer Anink noemde de werkgroep met jonge talenten. Het is geen limitatieve opsomming. Met deze motie zegt u dat de raad zich wil inspannen voor participatie. Het moet uit de raad zelf komen. Ik zal u proberen uit te dagen en te prikkelen, net zoals de plaatsvervangend voorzitter. Als het nodig is, dan zullen wij per thema kijken of wij een aantal raadsleden bereid vinden om daarin intensief te participeren.

210208

pagina: 30 van 32

De heer Schel kers zei dat er al heel veel is. Dat klopt. Het gaat erom of wij op het juiste moment het juiste instrument inzetten. Daarnaar kijken wij met elkaar. U maakt tevens deel uit van de groep jonge talenten. Daarin kunt u zelf inbreng leveren. Met mijn participatiemedewerker zorg ik ervoor dat iedereen daartoe aangejaagd gaat worden. Ik geloof dat er een misverstand is ontstaan met mevrouw Weemhoff. Wellicht dat ik te heftig heb gezegd dat ik niet meega in uw toezeggingen. Wat ik niet wil, is dat ik in de tussentijd toezeggingen

ga doen. Ik wil dat wij met de vier geledingen naar november toe een goed plan ontwikkelen. Op de korte termijn gaan wij participatie toepassen op onderwerpen die dat vragen. Het gaat door op de lopende trajecten. Op de vraag wat wij anders gaan doen, kan ik zeggen dat wij het met elkaar gaan doen. Het is niet alleen de gemeente die een inspraakavond of huis van de wijk organiseert. U kunt met ideeën komen. Daarvoor is deze motie zo belangrijk, want die komt uit uzelf. Hetzelfde geldt voor de vraag van mevrouw Den Engelsman wat wij gaan doen tot november. Wij gaan door, maar wij gaan het wel beter maken. Eerlijkheidshalve kan ik zeggen dat het niet allemaal goed gaat in Capelle. Wij doen ons best en wij hebben veel, maar het kan beter. Daar gaan wij met elkaar naar op zoek. Dat gaan wij vastleggen en doen. De vragen over de Bermweg kunnen het beste behandeld worden door wethouder Struijvenberg. De VOORZITTER: Wij kijken of de wethouder Struijvenberg nog binnen is voor een korte reactie op de vraag die de burgemeester naar hem heeft doorgespeeld. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik heb het niet exact scherp welke vraag ik nog moet beantwoorden. Mijn excuses daarvoor. De VOORZITTER: Het CDA vroeg of er op korte termijn nog gekeken gaat worden naar de participatie op de lopende zaken, met name binnen de stadsontwikkeling.

Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat gaat over meer dan alleen de Capelseweg en de Bermweg. Dat is daarvan een onderdeel. Ik ben bang dat ik mijzelf ga herhalen met wat ik eerder met mevrouw Den Engelsman heb gewisseld. Als wij deze motie ter hand nemen, dan ontbreekt het nut en de noodzaak om los daarvan een separaat traject te voeren over hoe wij bepaalde dingen willen vormgeven. Dat is de invulling van deze motie. Ik houd mij aanbevolen voor tussentijdse opbrengsten of ideeën, los van de oplevering in november en in het traject daar naartoe. Het gaat elkaar niet versterken om met het college en de raad in gesprek gaan over de participatieverordening en los daarvan kijken naar de participatie op een aantal stedelijke trajecten. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman had hierover een vraag. Wilt u de vraag kort en bondig houden, aangezien dit een extra opmerking is op de tweede termijn van het college. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, de vraag is gesteld in de commissie, omdat er zorgen leven over bepaalde projecten. Er was bijvoorbeeld een misverstand over het toekomstperspectief van Fascinatie waarin ik doorkreeg dat het ter inzage kwam, maar er toch een grote bewonersbijeenkomst blijkt te komen. Ik heb aangegeven om daarbij een soort participatieleidraad te geven.

Mijn vraag aan de wethouder is: hoe wordt de participatie in de komende projecten vormgegeven? Kan hieraan een participatieparagraaf gehangen worden? Daarover wil ik graag met de wethouder van gedachten wisselen. De VOORZITTER: Als u met de wethouder daarover van gedachten wilt wisselen, dan verwijs ik dat naar een ander moment. De tweede termijn van het college is niet het geschikte moment om met de wethouder daarover van gedachten te wisselen. Wethouder Struijvenberg, kunt u reageren op deze interruptie van mevrouw Den Engelsman? Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, ik vraag om een themabijeenkomst op termijn. De VOORZITTER: Dat is helder. Het woord is aan wethouder Struijvenberg.

210208

pagina: 31 van 32

Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik houd mij altijd aanbevolen voor een gesprek over de stedelijke projecten op allerlei gebieden, bijvoorbeeld over de participatie van een bepaald project. Als er de behoefte is om daarover te spreken in de commissie, dan zal de commissie dat agenderen. Alle aspecten van de stadsontwikkeling wil ik graag bespreken. Verder hebben wij ons beleid. Het gaat niet altijd fout en er gebeurt ontzettend veel. Mevrouw Den Engelsman noemde al het voorbeeld van het ruimtelijk toekomstperspectief van Fascinatio. Wij kregen zelfs vanuit de bewoners complimenten over hoe goed de participatie op dat project is vormgegeven. Ik houd mij altijd aanbevolen voor een discussie op alle onderwerpen van mijn portefeuille, bijvoorbeeld in de commissie SOB. De VOORZITTER: Bedankt voor deze aanvulling. Daarmee is het college aan het einde gekomen van zijn tweede termijn. Wij gaan over tot de stemming van deze motie. Zijn er leden die een stemverklaring willen afleggen? Op dit moment heb ik twee aanmeldingen. Het woord is aan de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter, de D66-fractie zal voor de motie stemmen, maar wel met dien verstande dat wij op korte termijn een hoop problemen zien die wij graag opgelost zien. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9882162/2