05.02 - Gemeente Capelle aan de IJssel Rapport besparingsmaatregelen Wmo (def)
Tekst van het document
4.6
Overzicht financiële effecten
In hoofdstuk 3 en 4 zijn verschillende maatregelen benoemd die een verwacht financieel effect hebben. In de desbetreffende paragrafen is aangegeven welke procentuele besparing er naar verwachting bij elk van deze maatregelen mogelijk is. Ook hebben we voor elk percentage een toelichting en onderbouwing gegeven. Ons doel is daarbij geweest om realistische percentages te noemen. We hebben daarvoor onder andere gekeken naar de percentages die in andere gemeenten haalbaar bleken. In deze paragraaf bieden we een overzicht van de financiële effecten van de verschillende maatregelen die in eerdere paragrafen zijn toegelicht. In Tabel 1 staat een overzicht van de netto uitgaven per Wmo-voorziening en de totale besparing (in % en €) per Wmo voorziening die er naar verwachting geboekt kan worden met de maatregelen. Zowel de netto uitgaven als het besparingspotentieel zijn weergegeven voor het jaar 2025. Het is namelijk realistisch om te veronderstellen dat de gemeente tijd nodig heeft om de maatregelen te implementeren. Onze inschatting is dat de maatregelen in 2025 volledig geïmplementeerd kunnen zijn. Dit impliceert dat het volledige financiële effect in 2025 te verwachten is. In Tabel 2 staat de besparing per bouwsteen (in %) die voor elke Wmo voorziening gerealiseerd kan worden.
De percentages per Wmo voorziening uit de op één na meest rechterkolom in Tabel 1 sluiten aan op de percentages per Wmo voorziening uit de meest rechterkolom van Tabel 2. Zo kunt u nagaan hoe de bijdragen van de verschillende bouwstenen optellen tot de totale besparing per Wmo voorziening. In Tabel 2 staat tevens per bouwsteen de vindplaats van de onderbouwing van het genoemde financieel effect. De cijfers uit de tabel over de netto uitgaven in 2025 sluiten aan op de cijfers uit de meerjarenbegroting die we van de gemeente hebben ontvangen. De exacte aansluiting is te vinden in bijlage 2. In de versie van
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
23/38
de meerjarenbegroting waar we onze berekeningen op gebaseerd hebben, is rekening gehouden met verzilvering. Er is geen rekening gehouden met het toepassen van de reële kostprijs, zoals opgenomen in de begroting 2022 en met de ophoging van het OVA-percentage. De reden is dat deze wijzigingen in de begroting op een later moment zijn ontstaan en derhalve niet in dit onderzoek konden worden meegenomen. Ook zal de begroting in de toekomst de begroting telkens blijven veranderen. De besparingsmogelijkheden hebben we overigens uitgedrukt als percentages, zodat deze eenvoudig toe te passen zijn op veranderende begrotingscijfers. Verder hebben we een groeipad opgenomen in Tabel 1, zodat inzichtelijk wordt in welke stappen de verschillende maatregelen geïmplementeerd kunnen worden en wat het financiële effect is per stap. Hierbij gaan we uit van een lineaire opbouw, waarbij per jaar telkens een derde van de financiële besparing wordt gerealiseerd, zodat na drie jaar het volledige financiële potentieel is gerealiseerd. Zoals blijkt uit de tabel, is in absolute en relatieve zin de voornaamste besparing mogelijk bij begeleiding individueel (licht en midden). Deze besparing is vooral toe te schrijven aan de maatregel voorliggend aanbieden van individuele begeleiding. Ook is de potentiële besparing op HO midden substantieel.
Deze besparing is vooral toe te schrijven aan meer substitutie door de was- en strijkservice uit de maatwerkvoorziening te halen. N.B. we hebben geen zicht op de kosten van de algemene voorziening wasen strijkservice. We weten dus niet of de kosten voor was- en strijkservice in de maatwerkvoorziening evenveel kost als in de algemene voorziening. Wel lijkt het ons een logische aanname dat de maatwerkvoorziening was- en strijkservice ongeveer evenveel kost als de algemene voorziening. Het betreft immers alleen een verandering van vorm (van maatwerk naar algemeen), niet een inhoudelijke verandering van de voorziening. Vandaar dat we die aanname bij onze berekeningen hebben gehanteerd. De totale potentiële besparing op Wmo-voorzieningen loopt op tot zo’n € 1,38 mln. in 2025. Dat is ongeveer 10,1% van de totale uitgaven aan Wmo-voorzieningen in dat jaar. Hieruit blijkt dat de effecten van de voorgestelde maatregelen substantieel, inhoudelijk en financieel zijn. Om de potentiële besparing te realiseren zijn twee investeringen nodig. De eerste investering is in ictrandvoorwaarden. Deze investering is nodig om de basis op orde te brengen bij de uitvoering, zoals beschreven in hoofdstuk 3.
De investering in verandering van de ict-ondersteuning kunnen wij echter niet inschatten, omdat dit te contextspecifiek is en derhalve een apart onderzoek zou vergen om te kwantificeren (met een inventarisatie van het huidige versus het nieuwe systeem, et cetera). We hebben daarom een PM-post opgenomen. Daarnaast is naar onze inschatting een investering in projectleiding nodig, die met name nodig zal zijn voor de maatregel die inhoudelijk en financieel het grootste is, namelijk het voorliggend aanbieden van individuele begeleiding. We schatten de investering in projectleiding op een bedrag van € 100.000,-. Hierbij zijn we qua tarief ervan uitgegaan dat de projectleider ingehuurd wordt. Ook zijn we ervan uitgegaan, zoals hierboven toegelicht, dat de implementatie ongeveer twee jaar vergt. Met een bedrag van € 100.000,- kan er gedurende twee jaar voor 2 à 3 dagen in de week een projectleider worden ingehuurd.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
24/38
Tabel 1. Overzicht financiële effecten per Wmo-voorziening. Wmo voorziening
Totale besparing ultimo 2023 (%)
Totale besparing ultimo 2024 (%)
HO, waarvan:
Netto uitgaven ultimo 2025 (prognose)
Totale besparing ultimo 2025 (%)
€ 8.016.985
Totale besparing ultimo 2025 (€) -€ 663.214
HO licht
-1,23%
-2,46%
€ 256.720
-3,69%
-€ 9.473
HO midden
-2,80%
-5,60%
€ 5.435.555
-8,40%
-€ 456.594
HO zwaar
-2,90%
-5,79%
€ 2.263.832
-8,69%
-€ 196.727
HO extra zwaar
-0,23%
-0,46%
€ 21.189
-0,69%
-€ 146
HO licht (regie)
-0,23%
-0,46%
€ 39.690
-0,69%
-€ 274
BGI, waarvan:
€ 3.758.031
-€ 634.653
waakvlam
6,44%
12,87%
€ 57.322
19,31%
€ 11.069
licht
-6,40%
-12,79%
€ 687.951
-19,19%
-€ 132.018
midden
-6,40%
-12,79%
€ 924.009
-19,19%
-€ 177.317
midden-zwaar
-7,23%
-14,46%
€ 1.284.176
-21,69%
-€ 278.538
zwaar
-2,40%
-4,79%
€ 556.392
-7,19%
-€ 40.005
extra-zwaar
-2,40%
-4,79%
€ 115.900
-7,19%
-€ 8.333
extra-zwaar B
-2,40%
-4,79%
€ 132.281
-7,19%
-€ 9.511
Dagbesteding, waarvan:
€ 1.016.386
Ontmoeting Plus Basis 1A
-4,23%
-8,46%
Ontmoeting Plus Intensief 1B
-3,23%
-6,46%
Ontmoeting Extra Basis 2A
-4,23%
-8,46%
Ontmoeting Extra Intensief 2B
-3,23%
-6,46%
€ 706.537
-€ 123.752 -12,69%
€ 142.912
-€ 13.848
-9,69% € 135.619
-12,69%
€ 31.318
Hulpmiddelen, waarvan:
-€ 89.659
-€ 17.210 -€ 3.035
-9,69% € 800.000
-€ 57.520
Scootmobielen
-2,40%
-4,79%
€ 500.000
-7,19%
-€ 35.950
Elektrische rolstoelen
-2,40%
-4,79%
€ 150.000
-7,19%
-€ 10.785
Handbewogen rolstoelen
-2,40%
-4,79%
€ 150.000
-7,19%
-€ 10.785
Minus: investeringen, waarvan: Investering in ICT
PM
Investering in projectleiding Totaal
€ 100.000 -3,56%
-7,13%
€ 13.591.402
-10,1%
-€ 1.379.138
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
25/38
Tabel 2. Overzicht financiële effecten per bouwsteen. Bouwsteen
Was- en strijkservice
Kostenbewustzijn
Voorliggend aanbieden begeleiding individueel
Verbinding met voorliggende voorzieningen
Ophaalactie hulpmiddelen
Herbeoordeling cliënten
Alternatief hulpaanbod complexe gezinnen
Toezicht
Vindplaats onderbouwing financieel effect
paragraaf 3.7
paragraaf 3.7
paragraaf 4.2
paragraaf 3.7
paragraaf 4,3
paragraaf 4.4
paragraaf 4.5
paragraaf 5.4
Totale besparing ultimo 2025
HO HO licht
-3,00%
-0,69%
-3,69%
-3,00%
-0,69%
-8,40%
-0,69%
-8,69%
HO extra zwaar
-0,69%
-0,69%
HO licht (regie)
-0,69%
-0,69%
-0,69%
19,31%
HO midden
-4,71%
HO zwaar
-8,00%
BGI waakvlam
20%
licht
-17,50%
-1,00%
-0,69%
-19,19%
midden
-17,50%
-1,00%
-0,69%
-19,19%
midden-zwaar
-17,50%
-2,50%
-1,00%
-0,69%
-21,69%
zwaar
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
extra-zwaar
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
extra-zwaar B
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
-2,50%
-1,50%
-0,69%
-12,69%
BGG Ontmoeting Plus Basis 1A
-3,00%
-5,00%
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
Bouwsteen
Was- en strijkservice
Kostenbewustzijn
Ontmoeting Plus Intensief 1B Ontmoeting Extra Basis 2A Ontmoeting Extra Intensief 2B
-3,00%
Voorliggend aanbieden begeleiding individueel
Verbinding met voorliggende voorzieningen
Ophaalactie hulpmiddelen
26/38
Herbeoordeling cliënten
Alternatief hulpaanbod complexe gezinnen
-5,00%
-2,50%
-1,50%
-0,69%
-9,69%
-5,00%
-2,50%
-1,50%
-0,69%
-12,69%
-5,00%
-2,50%
-1,50%
-0,69%
-9,69%
Toezicht
Totale besparing ultimo 2025
Hulpmiddelen Scootmobielen
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
Elektrische rolstoelen
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
Handbewogen rolstoelen
-5,00%
-1,50%
-0,69%
-7,19%
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
27/38
HOOFDSTUK 5.
Alternatieve ombuigingsmaatregelen 5.1
Inleiding
In hoofdstuk 4 staan vier concrete ombuigingsmaatregelen uitgewerkt die een substantiële bijdrage leveren aan de betaalbaarheid en continuïteit van de Wmo en daarnaast voldoen aan de gestelde criteria. Het doorvoeren van ombuigingsmaatregelen vraagt om focus en een gerichte projectmatige aanpak. Bovendien is in hoofdstuk 3 al een aantal maatregelen voorgesteld die de basis op orde brengen. Wij hebben er in hoofdstuk 4 daarom bewust voor gekozen om ons te beperken tot vier maatregelen. Tegelijkertijd zijn er ook op andere onderdelen resultaten te realiseren waarvan de bijbehorende ombuigingsmaatregelen wellicht niet direct voldoen aan de door ons gestelde criteria maar wel bijdragen aan het realiseren van de financiële bewustwording. In dit hoofdstuk beschrijven wij daarom alternatieve ombuigingsmaatregelen die door ons zijn onderzocht en ambtelijk zijn getoetst.
5.2
Herintroductie/breder inzetten buurtbus
Er zijn in Capelle diverse initiatieven (geweest) van vrijwillige vormen van vervoer. Zo rijdt er een buurtbus rondgereden die wordt bestuurd door vrijwilligers. Inwoners kunnen tegen een kleine vergoeding (of zelfs gratis) gebruik maken van deze mobiliteitsvoorziening. De bekendheid en het beschikbare aantal vrijwilligers lijkt echter beperkt. Behalve de praktische voordelen geeft dit initiatief ook een groot maatschappelijk en sociaal rendement. De drempel voor kwetsbare inwoners om zich te bewegen wordt lager waardoor en het initiatief bevordert ontmoetingen in de wijk. Mede door het gebrek aan vrijwilligers is de inzet van de buurtbus afgenomen. Tijdens de interviews is gebleken dat consulenten er verschillende inschattingen op nahouden of er momenteel voldoende vrijwillige mobiliteitsvoorzieningen beschikbaar zijn in Capelle. Tevens is de bekendheid van deze voorzieningen onder consulenten erg laag. Volgens ons in het zinvol om te onderzoeken hoe het precies zit en of de rol van de buurtbus in de toekomst vergroot kan worden. Dit kan door de organisatoren te helpen om vrijwilligers te vinden of door een kleine subsidie te verstrekken. Wellicht realiseert u hiermee een beperkte besparing op Wmo-vervoer. Het maatschappelijk rendement is volgens ons bovendien groter.
5.3
Afbouwperspectief vervoer
De insteek van deze bouwsteen is dat bij het verstrekken van (met name) leerlingenvervoer afspraken worden gemaakt over ontwikkelperspectief en dat de looptijd van de voorziening hierop wordt aangepast. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld wordt afgesproken dat een leerling voor een periode van twee jaar een voorziening wordt toegewezen maar dat de voorziening daarna vervalt. De leerling heeft op deze manier de gelegenheid om zich voor te bereiden om na het tweede jaar zelfstandig (met bijvoorbeeld het openbaarvervoer) op school te komen. Hoewel deze maatregel bijdraagt aan de ontwikkeling van kwetsbare jongeren is het financieel rendement beperkt. Dit komt hoofdzakelijk door de beperkte volumes en de relatief lage kosten.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
5.4
28/38
Intensivering toezicht Wmo
Op dit moment wordt er door gemeente Capelle een toezichthouder ingezet voor de Wmo en Jeugdwet. Vooralsnog blijkt er vanuit het perspectief van de Wmo geen zicht op de financiële besparing die dit heeft opgeleverd. Ook is de inzet van de toezichthouder beperkt tot 16 uur per week voor de Wmo en de Jeugdwet samen. In andere gemeenten zien wij dat adequaat toezicht bijdraagt aan een verlaging van de kosten. Onze inschatting is dat voor een gemeente van de omvang van Capelle een grotere tijdsinzet nodig is. Het advies is daarom om te onderzoeken of de inzet van toezicht vergroot kan worden. Als startpunt voor het onderzoek reiken we een financieel uitgangspunt aan, namelijk over de potentiële besparing die de intensivering van toezicht oplevert. In onderzoeken voor andere gemeenten hebben we daarbij in dialoog met deze gemeenten een financiële investering van 0,5 fte in toezicht gehanteerd, voor Wmo en jeugd samen. Dit kost ongeveer € 35.000,- op jaarbasis. Dit leverde in andere gemeenten een besparing op van ongeveer € 0,1 mln. De netto besparing komt daarmee op € 65.000,- uit. Om deze berekening te vertalen naar de context van dit onderzoek voor gemeente Capelle, moeten twee aanvullende berekenstappen worden gezet. Ten eerste moet de berekening alleen worden toegepast op de Wmo, wat de netto besparing met een factor 2 reduceert.
Ten tweede moet rekening gehouden worden met de omvang van gemeente Capelle, namelijk ongeveer 2,5 keer zo groot als de andere gemeenten waar we deze berekening hebben toegepast. Als we deze twee extra berekenstappen toepassen, dan resulteert dat in een netto besparing van ongeveer € 85.000,- voor de intensivering van toezicht op de Wmo in gemeente Capelle. We hebben deze besparing meegenomen in de doorrekening uit paragraaf 4.6.
5.5
Terugbrengen wachtlijsten en doorlooptijden bij aanbieders en in samenwerking met aanbieders
Mede door de krapte op de arbeidsmarkt is er in de regio sprake van wachtlijsten. Deze wachtlijsten hebben verschillende nadelige effecten; de zorgbehoefte kan snel erger worden, inwoners weten vaak niet waar ze aan toe zijn en inwoners ontvangen niet de ondersteuning die je als gemeente wil bieden. Wachtlijsten bij aanbieders leiden bovendien al snel tot een vicieuze cirkel, omdat aanbieders vaak wel een intake uitvoeren, waarna de inwoners moeten wachten op echte ondersteuning. Daardoor nemen ook de doorlooptijden van trajecten toe, wat het organisatorisch nog lastiger maakt om overzicht te houden. Het advies is daarom om samen met aanbieders te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om inwoners sneller te helpen. De uitdaging is om te zoeken naar oplossingen die zowel voor de gemeente als voor aanbieders (financiële) voordelen biedt. Dit kan bijvoorbeeld als de gemeente toezegt om (tijdelijk) te zorgen voor minder instroom door alleen maatwerkvoorzieningen te indiceren aan inwoners die dat het hardst nodig hebben. Dit biedt aanbieders de kans om intern hun wachtlijsten weg te werken en hun doorlooptijden te verkorten. Tevens adviseren wij om te controleren of de inwoners die volgens de registraties ‘in zorg’ staan ook daadwerkelijk de benodigde ondersteuning ontvangen.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
29/38
HOOFDSTUK 6.
Grip en sturing Gemeente Capelle heeft afgelopen jaren geïnvesteerd in een financieel voorspelmodel dat op basis van onze second opinion accuraat lijkt. Hiermee is een eerste stap richting grip en sturing gezet. Bij het doorvoeren van de ombuigingsmaatregelen is het van belang om de effecten hiervan te monitoren zodat op basis hiervan, daar waar nodig kan worden bijgestuurd. In dit hoofdstuk beschrijven wij enkele adviezen ten aanzien van grip en sturing. Vertaal de ombuigingsmaatregelen naar sturingsinformatie De effecten van de verschillende ombuigingsmaatregelen zijn in dit rapport zoveel als mogelijk financieel gemaakt. Daar waar dat mogelijk was hebben wij deze geconcretiseerd naar het aantal cliënten, de mate van substitutie en bijvoorbeeld preventie van instroom. Wij adviseren u om, indien mogelijk, de ombuigingsmaatregelen toe te voegen aan dashboards en hierin per maatregel een koppeling te maken met die onderdelen waarop deze maatregel betrekking heeft. Vervolgens bepaalt u per managementlaag welke informatiebehoefte er is om sturing te kunnen geven aan de voortgang. Bij de ontwikkeling van het informatiesysteem is het van belang om de informatie te vertalen naar de invloedssfeer van desbetreffende persoon.
Een regisseur geeft bijvoorbeeld beschikkingen af, voor de uitvoering is het relevanter om inzicht te hebben in het aantal beschikkingen en de duur en intensiteit van beschikkingen dan (uitsluitend) in bijbehorende euro’s. Wij adviseren u om deze cijfers af te zetten tegen een vast ijkmoment en deze te vertalen naar een concrete ambitie. Tevens adviseren wij om de voortgang hiervan periodiek te monitoren en bij te sturen waar dat nodig is. Cijfers geven inzicht in de gevolgen van keuzes Regelmatig zien we dat de sturing hoofdzakelijk gericht is op cliëntaantallen en bijbehorende kosten. Omdat deze cijfers door meerdere factoren worden beïnvloed, is het niet altijd goed mogelijk om deze te vertalen naar het eigen handelen. Zeker wanneer u zicht wilt houden op de ontwikkeling van uw ombuigingsmaatregelen, adviseren wij om het detailniveau van uw sturingsinformatie te verhogen. Wij denken dan onder andere aan de volgende niveaus: •
Aanvraagproces: - Aantal ondersteuningsvragen/meldingen dat is verwezen naar voorliggende voorzieningen. - Aantal zorgindicaties waar voorliggende voorzieningen een deel vormen van de oplossing. - Aantal aanvragen dat door maatschappelijk werk is opgepakt. - Indicaties die zijn verstrekt via verwijsroutes. - Aantal aanvragen dat leidt tot een zorgindicatie.
•
Aantal zorgindicaties: - Stapeling (aantal zorgindicaties per individuele cliënt). - Situatie na afloop van een beschikking (varianten: afschalen, dezelfde beschikking of een beschikking met hogere intensiteit). - Aantal zorgindicaties dat voor de afloopdatum wordt beëindigd of omgebogen.
•
Gemiddelde kosten per zorgindicatie: - Gemiddelde looptijd van de gehele ondersteuning (tot ‘uitzorgmelding’). - Intensiteit (aantal uren/dagdelen per week).
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
30/38
Communicatie Het is voor de gemeente van belang om goed te communiceren wat de plannen zijn, zowel binnen de gemeente als richting aanbieders en inwoners. Een aandachtspunt hierbij is hoe de maatregelen uitgelegd worden en welke termen daarbij gebruikt worden. Een term als ‘herbeoordeling’ kan bijvoorbeeld gemakkelijker verkeerd begrepen worden dan de term ‘nazorg’. Een term als afbouwperspectief vergt ook een duidelijke toelichting, waarbij uitgelegd kan worden dat de maatregel erop gericht is om cliënten zelfstandiger te maken. Bij de eventuele aanscherping van het toezicht moet uitgelegd worden dat het om toezicht op zorgaanbieders gaat. Enzovoorts. Daarnaast is het bij de communicatie van belang om maatregelen uit te lichten die wellicht financieel gezien niet het meeste opleveren, maar wel een communicatieve waarde hebben. Hierbij valt te denken aan de terugroepactie van hulpmiddelen. De communicatieve waarde hiervan is dat de gemeente uitstraalt: de middelen zijn schaars, we moeten kritisch zijn op de wijze waarop we deze besteden.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
31/38
HOOFDSTUK 7.
Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk beschrijven wij de belangrijkste conclusies en aanbevelingen welke voortkomen uit dit onderzoek. U heeft ons gevraagd om een second opinion te geven over de toekomstige financiële situatie, daarnaast heeft u ons gevraagd om tot gerichte ombuigingsmaatregelen te komen om de betaalbaarheid van de Wmo-voorzieningen te waarborgen. Omdat onze conclusies en aanbevelingen sterk met elkaar verbonden zijn, staan deze integraal opgenomen in dit hoofdstuk.
Uw financiële voorspellingen komen grotendeels overeen met de onze De gemeente heeft voorspelmodellen gemaakt die de verwachte toekomstige ontwikkeling van de netto uitgaven (dat wil zeggen lasten minus eigen bijdragen) in beeld brengen. Wij hebben een second opinion uitgevoerd op deze prognoses. De prognoses van de gemeente komen grotendeels overeen met de onze. Het HO-volume zal naar verwachting van 2022 tot en met 2025 (de komende vier jaar) met 7,5% tot 8% stijgen. Het BGI-volume zal van 2022 tot en met 2025 naar verwachting met 5% tot 6,5% stijgen. De prognose van 5% tot 6,5% gaat alleen op als er op het terrein van beschermd wonen sprake blijft van de status-quo. Het BGG-volume zal naar verwachting de komende vier jaar met 5,5% tot 6,5% stijgen. Ook bij deze prognose is de veronderstelling dat het beleid voor beschermd wonen hetzelfde blijft. De verwachte stijgingen van de netto uitgaven vormen een goed onderbouwde aanleiding om maatregelen te onderzoeken die de uitgavenstijging beperken.
De sleutel voor financiële grip en sturing ligt in uw eigen organisatie Het overgrote deel van uw Wmo-budget wordt besteed aan kosten voor voorzieningen. De hoogte van deze kosten wordt echter grotendeels bepaald door uw consulenten en de wijze waarop ze hun werk goed kunnen uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt dat er een stevig verbeterpotentieel zit in het verstevigen van de interne organisatie. Hieronder beschrijven wij enkele bevindingen: • De procesbeschrijvingen zijn door de ogen van de consulenten op dit moment onvoldoende inzichtelijk vastgelegd waardoor niet op uniforme wijze wordt gewerkt. • De huidige administratieve processen zijn onvoldoende geautomatiseerd. • Nadat een beschikking is afgegeven, vindt er tot het moment van de herindicatie beperkte sturing op cliëntdoelen plaats. • Consulenten zijn beperkt bekend met het voorliggend aanbod waardoor dit aanbod beperkt deel uitmaakt van de oplossing. • Er is behoefte aan coaching en training van de consulenten. Het bespreken van casuïstiek maakt bijvoorbeeld geen deel meer uit van de werkzaamheden. Ten aanzien van bovenstaande knelpunten adviseren wij u het volgende: • Investeer in de doorontwikkeling van het softwarepakket. De tijd die hierdoor ontstaat kan worden besteed aan de volgende actiepunten. • Standaardiseer processen en zorg ervoor dat op uniforme wijze wordt gewerkt.
• Houd contact met cliënten nadat ze een indicatie hebben ontvangen en herzie – indien nodig – het zorgaanbod. • Geef consulenten tijd en ruimte om met regelmaat zichtbaar te zijn in de wijk en borg dat alle lokale voorliggende voorzieningen deel uitmaken van het aanbod.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
32/38
• Investeer in coaching en training van de consulenten.
Zet projectmatig in op vier ombuigingsmaatregelen In dit rapport staan onderstaande ombuigingsmaatregelen uitgewerkt. Deze maatregelen zijn getoetst aan de mate waarin ze bijdragen aan het (i) realiseren van financiële impact, (ii) uitvoerbaar zijn en (iii) de mate waarin ze de sociale basis in stand laten. Wij adviseren om deze maatregelen projectgericht in praktijk te brengen. Hierbij realiseren wij dat de wijze waarop – en de snelheid waarin – deze geïmplementeerd kunnen worden verschilt. De eerste maatregel zorgt voor de grootste financiële bijdrage en is het meest fundamenteel en vraagt op onderdelen om een strategische doorontwikkeling van het stelsel. 1. Vrij toegankelijke begeleiding thuis (beschikkingsvrij als alternatief voor maatwerk) 2. Ophaalactie hulpmiddelen 3. Herbeoordeling 50 complexe cliënten Wmo 4. Gerichte (integrale) aanpak 10 complexe gezinnen Wij adviseren om per maatregel een projectteam met projectverantwoordelijke aan te stellen. De eerste stap is om per maatregel een implementatieplan op te stellen waaruit blijkt wie waarvoor verantwoordelijk is en welke stappen in welke volgorde worden uitgevoerd. Tevens adviseren wij om een communicatieplan op te stellen. De implementatie van de maatregelen gaat een impact hebben op consulenten, inwoners, samenwerkingspartners en zorgaanbieders.
Wij adviseren om zowel op individuele maatregelen, maar ook op het niveau van het totaal aan maatregelen, consequent en eenduidig te communiceren. Tevens adviseren wij om de voortgang van de maatregelen actief te monitoren aan de hand van een dashboard. Dit stelt u in staat om successen te delen en bij te sturen daar waar dit nodig is.
Overweeg de alternatieve ombuigingsmaatregelen Berenschot stapte met het onderzoek op een rijdende trein. Afgelopen jaren zijn er verschillende alternatieve maatregelen uitgewerkt en geïmplementeerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat er verschillende beelden zijn over alternatieve ombuigingsmaatregelen. Naast de vier voorgestelde ombuigingsmaatregelen treft u hieronder vier maatregelen die niet aan de door ons gestelde criteria voldoen, maar wel op andere vlakken bijdragen aan de ondersteuning aan inwoners: 1. Herintroductie/breder inzetten buurtbus 2. Afbouwperspectief vervoer 3. Terugbrengen wachtlijsten en doorlooptijden bij aanbieders en in samenwerking met aanbieders 4. Intensivering toezicht Wmo Wij adviseren om te beoordelen of er voldoende legitimiteit is om deze ombuigingsmaatregelen nader te onderzoeken en/of in praktijk te brengen.
Breng sturingsinformatie op verschillende niveaus in beeld Afgelopen jaren heeft gemeente Capelle geïnvesteerd in de cijfermatige sturing op het sociaal domein. Wij adviseren om de informatiebehoefte rondom de ombuigingsmaatregelen op de verschillende niveaus in de organisatie in beeld te brengen en deze op te nemen in uw dashboards. Hiermee maakt u het mogelijk om het eigenaarschap rondom de realisatie van de ombuigingsmaatregelen zoveel mogelijk in de uitvoering te beleggen. Tot slot adviseren wij de voortgang te monitoren, bij te sturen waar nodig, maar vooral ook successen te vieren!
Balans tussen kwalitatieve investering en kwantitatieve vertaling Samenvattend: de kern van dit rapport is dat we adviseren om kwalitatieve investeringen te doen in de interne organisatie die het mogelijk maken om maatregelen door te voeren die in kwantitatieve zin een besparing opleveren op de Wmo-uitgaven.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
33/38
De voornaamste kwalitatieve investering is de investering in de doorontwikkeling van het softwarepakket, zodat medewerkers van de unit Wmo hun werkprocessen efficiënter kunnen doorlopen. De investering in verandering van de ict-ondersteuning kunnen wij nog niet inschatten, omdat dit te contextspecifiek is en derhalve een apart onderzoek zou vergen om te kwantificeren. We hebben daarom een PM-post opgenomen. Daarnaast is naar onze inschatting een investering in projectleiding nodig, die met name nodig zal zijn voor de maatregel die inhoudelijk en financieel het grootste is, namelijk het voorliggend aanbieden van individuele begeleiding. We schatten de investering in projectleiding op een bedrag van € 100.000,-. Met deze investeringen als randvoorwaarden is het mogelijk om organisatorische verbeteringen door te voeren, zoals monitoring en sturing op cliëntdoelen en andere verbeteringen die genoemd zijn in hoofdstuk 3, evenals de vier bovengenoemde ombuigingsmaatregelen die in hoofdstuk 4 staan toegelicht. Deze maatregelen hebben wij kwantitatief vertaald. Ons doel is daarbij geweest om realistische percentages te noemen. We hebben daarvoor onder andere gekeken naar de percentages die in andere gemeenten haalbaar bleken. De netto besparing, exclusief investering in ICT (een PM-post), is € 1,38 mln. ultimo 2025.
Deze netto besparing wordt, zoals duidelijk wordt uit de toevoeging ‘ultimo 2025’, niet in één keer gerealiseerd. De investeringen zijn weliswaar meteen aan het begin van de transitieperiode nodig, maar de besparingen worden daarna stapsgewijs volgens een groeipad gerealiseerd. Hierbij gaan we uit van een lineaire opbouw, waarbij vanaf 2023 per jaar telkens een derde van de financiële besparing wordt gerealiseerd, zodat na drie jaar het volledige financiële potentieel is gerealiseerd. Tabel 3. Overzicht kwalitatieve investeringen en kwantitatieve besparingen. Wmo voorziening
Totale besparing ultimo 2025 (€)
Kwalitatieve investeringen, waarvan: Investering in ICT Investering in projectleiding
PM € 100.000
Besparingen, waarvan: HO
-€ 663.214
BGI
-€ 634.653
Dagbesteding
-€ 123.752
Hulpmiddelen
-€ 57.520
Netto besparing, excl. investering in ICT
Reflectie op de gestelde onderzoeksvragen Zie bijlage 1.
-€ 1.379.138
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
34/38
Bijlage 1. Reflectie op gestelde onderzoeksvragen Voorafgaand aan het onderzoek heeft u ons enkele ombuigingsmaatregelen meegegeven welke voort zijn gekomen uit een eerdere interne analyse. Deze ombuigingsmaatregelen hebben centraal gestaan in één van de werksessies waarin is gezocht naar de mate waarin ze uitgevoerd zijn, uitvoerbaar zijn en aansluiten bij het gestelde criterium. Het gestelde criterium om te komen tot ombuigingsmaatregelen zijn een goede verhouding is tussen de (i) financiële impact, (ii) uitvoerbaarheid en (iii) de mate waarin het de sociale basis intact laat. In deze bijlage treft u per maatregel een korte reflectie. 1.
Het omzetten van maatwerkvoorzieningen naar voorliggende algemene voorzieningen en /of het creëren van nieuwe voorliggende algemene voorzieningen. Dit heeft al langere tijd de aandacht en we willen hier een verdere verdieping in aanbrengen. Doel hiervan is dat minder aanspraak gemaakt wordt op Wmo- maatwerkvoorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan het instellen van was- en strijkservice, een open inloop voor dementie/subsidieverstrekking i.p.v. verstrekking maatwerkvoorzieningen en mogelijk ook het creëren van een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp;
Reflectie: We hebben onderzocht bij welke maatwerkvoorzieningen het zinvol is om deze om te vormen naar een voorliggende algemene voorziening en we bevelen aan dat een substantieel deel van de huidige maatwerkvoorziening begeleiding individueel aangeboden kan worden als voorliggende algemene voorziening. Concreet is het uitgangspunt dat 80% van de cliënten die momenteel een maatwerkvoorziening begeleiding individueel licht, begeleiding individueel midden en waakvlam ontvangt, deze ondersteuning voorliggend krijgt aangeboden. Een toelichting op deze bouwsteen staat in paragraaf 4.2. Het instellen van een was- en strijkservice heeft u, zoals beschreven in deze rapportage, inmiddels in praktijk gebracht en is daarom buiten de voorgestelde ombuigingsmaatregelen gelaten. Het creëren van een algemene voorziening voor Hbh en een open inloop voor dementie kunnen bijdragen aan het toegankelijk maken van hulp bij het huishouden waardoor u inwoners mogelijk sneller en laagdrempeliger kan helpen. Om een financiële impact te realiseren dienen de ombuigingsmaatregelen ervoor te zorgen dat de kosten van het aanbod lager is, minder inwoners van de voorziening gebruik maken of dat de gebruikers minder lang of minder intensief van de voorziening gebruik maken. Op basis is de financiële impact (te) beperkt.
Deze conclusie is gezamenlijk getrokken tijdens de werksessie en wordt ondersteund door onze ervaring. 2.
Het eventueel anders inkopen van maatwerkvoorzieningen in combinatie met voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld met een taakgerichte opdracht en populatiebekostiging) waardoor voor aanbieders een natuurlijke prikkel ontstaat om niet nodeloos zwaardere vormen van ondersteuning in te zetten en de kosten te beheersen;
Reflectie: Het anders inkopen of op een andere wijze van bekostigen brengt andere prikkels voor aanbieders met zich mee. Afhankelijk van de gekozen vorm kunnen hier financiële effecten mee gerealiseerd worden. Deze aspecten maken deel uit van de eerste ombuigingsmaatregel (voorliggend aanbieden van individuele begeleiding) waarin u de huidige maatwerkvoorziening op basis van een beschikbaarheidsfinanciering voorliggend aanbiedt. Het breder invoeren van populatiebekostiging is eveneens besproken tijdens de werksessies. We hebben geconstateerd dat het, gegeven de politieke en ambtelijke context, heel veel energie zou kosten om deze besparingsoptie te realiseren en dat zelfs dan de kans aanzienlijk zou zijn dat de besparingsoptie niet zou slagen wegens een gebrek aan draagvlak. Het uitgangspunt van Berenschot bij de beoordeling van besparingsopties is dat de inspanningen die voor de besparingsoptie nodig zijn, moeten opwegen tegen de opbrengsten daarvan. We concluderen dat dit bij deze besparingsoptie niet het geval is.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
3.
35/38
Het efficiënter inzetten van vervoersvoorzieningen bijvoorbeeld door: 1.
maximeren aantal ritten collectief aanvullend vervoer (vervoersbehoefte vaststellen in frequentie per jaar + 10%);
2.
instellen van opstapplaatsen bij gebruik leerlingenvervoer (niet afhalen bij eigen woning), dit is mogelijk wel een gevoelige maatregel;
Reflectie: Uit de werksessie bleek dat verwachte impact van deze maatregelen erg beperkt is, dit deels in de praktijk is gebracht en waarbij ook is aangegeven dat deze maatregelen politiek gevoelig liggen. Als alternatieve maatregelen hebben wij voorgesteld om middels het (intensiveren) van de buurtbus een alternatief te bieden en tevens een afbouwperspectief in te bouwen voor het vervoer. Een toelichting op deze bouwstenen staat in respectievelijk paragraaf 5.2 en 5.3. Op deze wijze is het toch mogelijk om de kosten voor de vervoersvoorzieningen te beperken. 4.
Invoeren eigen bijdrage op woonvoorzieningen, woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen;
Reflectie: De gemeente heeft besloten om alleen een eigen bijdrage te vragen voor diensten en niet voor voorzieningen. Deze maatregel is besproken gedurende de werksessie en hieruit is gebleken dat los van de juridische kaders deze maatregel onwenselijk is waarbij is afgesproken dat deze niet verder wordt uitgewerkt. De inschatting van Berenschot is dat het logischer is om eerst te wachten op de uitkomsten van de landelijk herziening van het abonnementstarief en vervolgens te eigen bijdrage systematiek in algemene zin te herzien. 5.
Algemeen gebruikelijk stellen (niet meer indiceren) van losse douchestoel tot 130 kilogram (nu reeds tot 100 kg) en losse toiletstoel (zelf aan te schaffen in reguliere handel door cliënt);
Reflectie: Tijdens de werksessie is aangegeven dat eerder besloten is dat dit (al) in praktijk wordt gebracht. De letterlijke reactie was; ‘dit gaan wij gewoon doen’. Hoewel de financiële impact wellicht beperkt is, is deze maatregel wel gemakkelijk te implementeren. Dit voornemen ligt er inmiddels ook. Deze ombuigingsmaatregel is daardoor niet separaat uitgewerkt. 6.
Wat zijn de opbrengsten van de inzet van een toezichthouder rechtmatigheid WMO op de korte en op lange termijn?
Reflectie: Op dit moment wordt een toezichthouder ingezet. De effecten hiervan zijn op basis van de aangeleverde cijfers niet te destilleren. Ervaring leert dat inzet van een toezichthouder in financiële en kwalitatieve zin loont. Als alternatieve maatregel hebben wij dan ook voorgesteld om de inzet van de toezichthouder te intensiveren. Een toelichting op deze bouwsteen staat in paragraaf 5.4.
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
36/38
Bijlage 2. Aansluiting doorrekening financiële effecten op meerjarenbegroting Inleiding In paragraaf 2.2 staat een tabel met de verwachte uitgaven aan HO, BGI en dagbesteding in de komende jaren en in paragraaf 4.6 staat een doorrekening van de financiële effecten van de voorgestelde bouwstenen. In deze bijlage laten we zien dat de doorrekening aansluit op de meerjarenbegroting van de gemeente die we van de gemeente hebben ontvangen.7 Om de aansluiting te kunnen maken met de cijfers uit het rapport hebben we de tabellen hieronder overgenomen; om de tabellen leesbaar te maken, kunt u het beste op de pagina inzoomen tot 200%.
Aansluiting HO De bedragen die betrekking hebben op HO uit paragraaf 2.2 en paragraaf 4.6 sluiten aan op de meerjarenbegroting (zie de navolgende tabel). 1 januari 2020
1 april 2020
1 juni 2020
1 oktober 2020
1 januari 2021
1 april 2021
1 juli 2021
1 oktober 2021
1 januari 2022
1 april 2022
1 juli 2022
1 oktober 2022
1 januari 2023
1 april 2023
1 juli 2023
1 oktober 2023
1 januari 2024
1 april 2024
1 juli 2024
1 oktober 2024
1 januari 2025
1 april 2025
1 juli 2025
1 oktober 2025
Tarief per w eek
Soort voorziening HO licht
€
62,37 €
449.200 €
438.659 €
422.443 €
385.220
€
347.418 €
309.047 €
270.100 €
230.571
€
190.398 €
149.653 €
108.332 €
66.429
€
66.879 €
67.332 €
67.788 €
68.247
€
68.710 €
69.175 €
69.644 €
70.115
€
70.590 €
71.069 €
71.550 €
72.035
HO midden
€
81,59 €
884.551 €
985.309 €
1.005.299 €
1.047.787
€
1.090.800 €
1.134.382 €
1.178.540 €
1.223.279
€
1.268.230 €
1.313.748 €
1.359.837 €
1.406.505
€
1.416.034 €
1.425.626 €
1.435.284 €
1.445.007
€
1.454.796 €
1.464.652 €
1.474.574 €
1.484.563
€
1.494.620 €
1.504.745 €
1.514.939 €
1.525.201
HO zw aar
€ 135,98 €
296.972 €
289.901 €
287.783 €
319.175
€
350.996 €
383.263 €
415.979 €
449.151
€
482.639 €
516.572 €
550.954 €
585.790
€
589.758 €
593.753 €
597.776 €
601.825
€
605.902 €
610.007 €
614.139 €
618.300
€
622.488 €
626.705 €
630.951 €
635.225
HO extra zw aar
€ 198,05 €
HO licht (regie)
€
10.299 €
7.724 €
5.143 €
5.181
€
5.333
€
5.483
€
5.633
€
5.787
€
74,20 €
3.858 €
9.645 €
9.634 €
9.704
€
9.775 €
9.845 €
9.917 €
9.989
€
10.059 €
10.129 €
10.199 €
10.270
€
10.340 €
10.410 €
10.480 €
10.551
€
10.623 €
10.695 €
10.767 €
10.840
€
10.914 €
10.987 €
11.062 €
11.137
€
1.644.880 €
1.731.239 €
1.730.302 €
1.767.066
€
1.804.207 €
1.841.793 €
1.879.831 €
1.918.323
€
1.956.695 €
1.995.509 €
2.034.768 €
2.074.477
€
2.088.530 €
2.102.679 €
2.116.923 €
2.131.264
€
2.145.702 €
2.160.238 €
2.174.872 €
2.189.605
€
2.204.438 €
2.219.372 €
2.234.407 €
2.249.544
€
6.873.487
€
7.444.154
€
8.061.449
€
8.439.396
€
8.670.417
€
8.907.761
Gemiddeld aantal weken per kwartaal:
13 weken
Totaal
5.218 €
5.256 €
5.294 €
Totaal
5.370 €
5.407 €
5.445 €
Totaal
5.520 €
5.557 €
5.595 €
Totaal
5.671 €
5.710 €
5.748 €
Totaal
5.826 €
5.866 €
5.906 €
Totaal
5.946
Aansluiting BGI De bedragen die betrekking hebben op BGI uit paragraaf 2.2 en paragraaf 4.6 sluiten aan op de meerjarenbegroting (zie de navolgende tabel). 2020 Soort Tarief per 4 voorziening w eken w aakvlam € 157,23
2021
2022
2023
2024
2025
€
59.605
€
61.095
€
62.622
€
64.188
€
65.793
€
licht
€
314,50
€
715.352
€
733.235
€
751.566
€
770.355
€
789.614
€
809.355
midden
€
408,79
€
960.811
€
984.831
€
1.009.452
€
1.034.688
€
1.060.555
€
1.087.069
midden-zw aar€
733,83
€
67.437
€
1.335.323
€
1.368.706
€
1.402.924
€
1.437.997
€
1.473.947
€
1.510.795
953,84
€
578.553
€
593.017
€
607.842
€
623.038
€
638.614
€
654.579
extra-zw aar € 1.446,46
€
120.516
€
123.529
€
126.617
€
129.782
€
133.027
€
extra-zw aar B€ 1.981,08
€
137.550
€
140.988
€
144.513
€
148.126
€
151.829
€
155.625
€
3.907.708
€
4.005.401
€
4.105.536
€
4.208.175
€
4.313.379
€
4.421.213
zw aar
Aantal zorgperiodes op jaar basis
13 periodes
Totaal
Totaal
Totaal
7 Bestandsnaam: Meerjaren prognose HO-BG-dagbesteding - stand begroting 2022.xlsx
Totaal
Totaal
Totaal
136.353
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
Aansluiting Dagbesteding De bedragen die betrekking hebben op dagbesteding uit paragraaf 2.2 en paragraaf 4.6 sluiten aan op de meerjarenbegroting (zie de navolgende tabel). 2020 Soort voorziening
2021
2022
2023
2024
2025
Tarief per dagdeel
Ontmoeting Plus Basis 1A
€ 37,67
€ 1.055.290,94
€ 1.057.348,01
€ 1.086.797,49
€ 1.116.246,96
€ 1.146.494,44
€ 1.177.561,56
Ontmoeting Plus Intensief 1B
€ 43,96
€ 204.563,38
€ 213.870,26
€ 219.827,02
€ 225.783,78
€ 231.901,95
€ 238.185,91
Ontmoeting Extra Basis 2A
€ 54,23
€ 169.469,99
€ 202.957,47
€ 208.610,28
€ 214.263,10
€ 220.069,09
Ontmoeting Extra Intensief 2B
€ 62,62
€ 36.061,69
€ 46.867,72
€ 48.173,09
€ 49.478,46
€ 50.819,20
€ 52.196,27
€ 1.465.386,00
€ 1.521.043,46
€ 1.563.407,88
€ 1.605.772,30
€ 1.649.284,68
€ 1.693.976,14
Aantal weken op jaar basis
52 Totaal
€ 226.032,41
Aansluiting hulpmiddelen De bedragen die betrekking hebben op hulpmiddelen uit paragraaf 2.2 en paragraaf 4.6 sluiten aan op de meerjarenbegroting (zie de navolgende tabel).
6.6 Maatw erkvoorzieningen (WMO)
Hulpmiddelen
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
800.000,00
37/38
Naar passende en betaalbare Wmo-voorzieningen
38/38
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: • Toekomst van werk en organisatie • Energietransitie • Transformatie van zorg • Transformatie van openbaar bestuur
Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl