05.01 - Raadsvoorstel en -besluit Verordening jeugdhulp 2026
Tekst van het document
Brengen en halen wordt hierbij als een eenheid genomen, dus het gaat bij deze norm om twee maal “heen en weer”.
83
Zaaknr:2051200
Bijlage 4:
Normen gebruikelijke zorg voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfasen
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s) van de jeugdige. Ouders behoren hun minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook als sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking (vergelijk artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek). Indien de verzorging, de opvoeding en het houden van toezicht op een kind kunnen worden beschouwd als gebruikelijke hulp, kan daarvoor in principe geen beroep op de Jeugdwet worden gedaan. De vraag of sprake is van gebruikelijke of boven gebruikelijke hulp, speelt zich af op het gebied van de persoonlijke verzorging en de begeleiding die ouders aan hun kinderen geven. Persoonlijke verzorging betreft activiteiten op het gebied van verzorging van jeugdigen, gericht op het opheffen van beperkingen in de zelfredzaamheid bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) Dit zijn basale handelingen die een persoon normaal gesproken zelf uitvoert in het dagelijks leven. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het zich wassen, aankleden, het zich verplaatsen inzit- of lighouding, eten en drinken, reizen, ontspanning en het toedienen van orale medicatie. De hulp die hierbij wordt geboden kan bestaan in het overnemen van of toezicht houden op deze activiteiten, alsmede om het ondersteunen of aansturen daarvan.
Begeleiding is gericht op het zelfstandig functioneren van kinderen en bestaat in toezicht, aandacht, stimuleren van ontwikkeling en ontspanningsactiviteiten. Ouders moeten hun kind de dagelijkse verzorging bieden die past bij de leeftijd en ontwikkelingsfase van hun kind. Daarbij kan het eveneens gaan om activiteiten die niet standaard bij alle kinderen noodzakelijk zijn, maar die wel als gangbare verzorging van ouders aan kinderen kunnen worden aangemerkt. De behoefte aan verzorging verschilt immers per kind, ook als het gaat om kinderen voor wie geen sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Of de hulp die ouders aan hun kind bieden al dan niet gebruikelijk is, hangt af van de combinatie van de leeftijd van het kind met de aard van de handeling, de frequentie waarmee de handeling moet worden verricht en de tijd die daarvoor nodig is. Dit moet in samenhang met elkaar moeten worden bezien. Dit laatste houdt in, dat het gegeven dat een kind, zoals in de hieronder gegeven voorbeelden, met een grotere regelmaat dan andere kinderen van dezelfde leeftijd bepaalde hulp nodig heeft, niet meteen betekent dat sprake is van bovengebruikelijke hulp. Het gaat om de samenhang van alle relevante factoren en om het antwoord op de vraag wat in redelijkheid aan hulp van de ouders kan worden verlangd.
Bij de beoordeling van de situatie wordt er rekening mee gehouden, dat de ouders niet of minder worden belast door handelingen die door de jeugdige zelf kunnen worden verricht. De leeftijd van de jeugdige is relevant omdat jonge kinderen meer hulp van hun ouders nodig hebben dan oudere kinderen. Sommige handelingen zijn daarom op jonge leeftijd nog gebruikelijke hulp, terwijl ze op latere leeftijd als boven gebruikelijke hulp worden beschouwd. Zo zijn veel kinderen van 4 jaar overdag zindelijk en gaan zij zelf naar het toilet maar is het ook niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, toezicht of hulp bij nodig heeft. Dit is gebruikelijke hulp. Bij een kind van 12 jaar ligt dit anders. Gebruikelijke hulp aan kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen maar die naar hun aard wel gebruikelijk zijn. Handelingen die gebruikelijke handelingen vervangen, zijn bijvoorbeeld het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen. Of, bij een kind met een verstandelijke beperking, het oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie. Deze handelingen zijn te beschouwen als gebruikelijke hulp. Handelingen die meelopen in het normale patroon van de dagelijkse verzorging van een kind, zoals drie keer per dag eten, worden als gebruikelijke hulp aangemerkt.
Een kind dat extra aandacht nodig heeft bij de maaltijden loopt mee in het normale patroon van de dagelijkse verzorging.
84
Zaaknr:2051200
Handelingen die geen onderdeel zijn van het normale patroon, bijvoorbeeld het meermalen per nacht tot rust brengen van een ouder kind zijn geen gebruikelijke hulp. Om deze reden is ook de frequentie waarmee de hulp moet worden geboden van belang. Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege de problematiek van het kind, omdat bijvoorbeeld sprake is van spasticiteit of een psychiatrische problematiek, is wat betreft deze extra tijd geen sprake meer van gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een ouder. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp voor de jeugdige over. Het college kan, in het geval van ouders die gescheiden zijn, ook rekening kan houden met de ouder bij wie de jeugdige niet woont. Zoals in het voorafgaande is beschreven wordt in beginsel pas een jeugdhulpvoorziening getroffen als de door de ouder(s) te bieden gebruikelijke hulp wordt overstegen. Soms zijn ouders echter niet in staat om hun kinderen de hulp die bieden die als gebruikelijk kan worden beschouwd. Een reden hiervoor kan zijn dat de ouders bijvoorbeeld door een opeenstapeling van zorgtaken overbelast raken. Ook kunnen de opvoedkundige kwaliteiten van de ouders tekortschieten.
In dergelijke gevallen biedt de Jeugdwet eveneens een aanspraak op jeugdhulp, bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg voor de jeugdige of opvoedondersteuning van de ouders, ondanks het feit dat de aan het betreffende kind te bieden hulp gebruikelijk is. Een beroep op (dreigende) overbelasting van ouders moet door hen op dusdanige wijze worden onderbouwd, dat de (dreigende) overbelasting door het college vastgesteld kan worden. Bij de beoordeling van (dreigende)overbelasting wordt onder meer ook rekening gehouden met de omstandigheid dat ouders gebruikelijke hulpbieden in het kader van andere regelgeving. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het overnemen van huishoudelijke taken op grond van de Wmo 2015. De in bijlage 4 bepaalde normen zijn ongewijzigd overgenomen uit de Nadere Regels 2019. Deze zijn gebaseerd op: − Jeugdwet, Memorie van toelichting: hoofdstuk 7.4 en pagina 104; − Wlz, artikel 1.1.1; − Zorginstituut, https://www.zorginstituutnederland.nl/Verzekerde+zorg/p/persoonlijke-verzorgingbegeleiding-en-verpleging-wlz/begeleiding-wlz; − De Jeugdzaak, mw. Z. van der Kolk (juli 2017). PGB afwegingskader CJG Capelle aan den IJssel; − De Jeugdzaak, mw. Z. van der Kolk (juli 2017).
PGB afwegingskader CJG Capelle aan den IJssel: achtergrond en verantwoording; − Factsheet zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag: gebruikelijke zorg, bijlage bij de Voortgangsbrief zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 3 november 2016. Bijlage 5:
Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling
Deze bijlage specificeert de versie van het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling die wordt gevolgd.
85