CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.01 - Raadsvoorstel -besluit Verordening Woonruimtebemiddeling 2025

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 2 april 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Verordening Woonruimtebemiddeling 202518.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het derde lid draagt het college van burgemeester en wethouders op, om bij het besluit tot het aangaan van de experimentenovereenkomst de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht te nemen. Paragraaf 5.2 Registratie, monitoring en afstemming Artikel 5.2.1 tot en met 5.2.4 De eerste drie artikelen in deze paragraaf beschrijven hoe de corporaties en de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten de registratie, monitoring en afstemming van vraag, aanbod en verhuringen van woonruimten regelen zodat per kalenderjaar het document ‘Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam’ tot stand komt. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Artikel 5.3.1 Dit artikel regelt het door het college van burgemeester en wethouders opleggen van een bestuurlijke boete wegens het zonder huisvestingsvergunning in gebruik geven of nemen van aangewezen woonruimte. Gelet op artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 stelt de gemeenteraad in de huisvestingsverordening het bedrag (dus: de hoogte) van de bestuurlijke boete vast. Dit gebeurt in het tweede en derde lid van artikel 5.3.1.

40

Zaaknr:1748030

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen Paragraaf 6.1 Overgangsbepalingen Artikel 6.1.1 Is een aanvraag ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening, maar is daar na inwerkingtreding nog niet op beslist? Dan past het college van burgemeester en wethouders bij de beslissing op die aanvraag deze verordening toe. Artikel 6.1.2 Bij de behandeling van bezwaar of beroep tegen een besluit dat is genomen met de toepassing van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024, blijft die verordening van toepassing. Artikel 6.1.3 Urgentieverklaringen die zijn afgegeven voor inwerkingtreding van deze verordening, zijn gelijkgesteld met urgentieverklaringen die op grond van deze verordening worden afgegeven. In verband met enkele wijzigingen op het gebied van passendheidsvoorrang (“labels”) en urgentieregio’s bevat dit artikel daar specifieke regelingen voor. Artikel 6.1.4 Denkbaar is, dat kort voor inwerkingtreding van de verordening verleend zijn, maar dat de woonruimte waarvoor zij verleend zijn pas na inwerkingtreding van deze verordening in gebruik wordt genomen. Met dit artikel is duidelijk dat dergelijke huisvestingsvergunningen gelijkgesteld worden met huisvestingsvergunningen die op grond van deze verordening verstrekt worden. Paragraaf 6.2 Slotbepalingen Artikel 6.2.1 en artikel 6.2.2 Deze bepalingen behoeven geen toelichting.

41

Zaaknr:1748030

Bijlage: Weigeren van een urgentieverklaring in verband met schulden Toelichting bij artikel 3.1.3, tweede lid, onder h Deze bepaling luidt: Het college van burgemeester en wethouders kan de aangevraagde urgentieverklaring weigeren indien (…) naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders is het aannemelijk dat een corporatie gelet op de aard of omvang van de schulden van aanvrager, met de aanvrager geen huurovereenkomst zal sluiten. Achtergrond Corporaties kunnen weigeren om woonruimte te verhuren aan woningzoekenden met problematische schulden. Daardoor biedt voor deze groep woningzoekenden biedt ook een urgentieverlening geen reële mogelijkheid om woonruimte te vinden. Wijze van beoordelen Wordt aan één of meer van de volgende voorwaarden voldaan? a. de aanvrager van de urgentieverklaring betaalt zijn of haar schulden niet af; b. de schulden van de aanvrager zijn onhoudbaar. Dan wordt aangenomen dat aard en omvang van de schulden in de weg staat aan het met aanvrager sluiten van een huurovereenkomst. De aangevraagde urgentieverklaring kan met toepassing van artikel 3.1.3, tweede lid, onder h, geweigerd worden. Maar: als de aanvrager met de gemeente maatregelen getroffen over budgetbeheer of schulddienstverlening, hoeft de urgentieverklaring niet op grond van artikel 3.1.3, tweede lid, onder h, geweigerd te worden.

Mits de aanvrager zich aan de voorwaarden van het budgetbeheer of de schulddienstverlening heeft gehouden. Bij de beoordeling of aan de beide voorwaarden (a en b) wordt voldaan, kijkt het college van burgemeester en wethouders ook naar de schulden van personen die tot het huishouden van aanvrager behoren of gaan behoren, zoals minderjarige kinderen. Toelichting bij a. Niet afbetalen van schulden Hiervan is sprake als de aanvrager op het moment dat op de aanvraag besloten wordt, één of meer aflossingsverplichtingen niet is nagekomen. Het gaat hierbij uiteraard om aflossingsverplichtingen van schulden die nog steeds invorderbaar zijn, dus bijvoorbeeld niet om verjaarde schulden. Toelichting bij b: Onhoudbare schulden Schulden moeten houdbaar zijn, anders kunnen schulden in de weg staan aan (duurzaam) zelfstandig wonen van aanvragers. In algemene zin zijn schulden houdbaar als de aanvrager de aflossingsverplichtingen van schulden kan blijven nakomen en voldoende geld overhoudt voor vaste lasten en de andere kosten van levensonderhoud. Er is sprake van onhoudbare schulden als de schulden niet binnen drie jaar geheel afgelost kunnen worden.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15303333/1