04 09 - Bijlage onderzoek Witteveen - Eindrapportage onderzoek bedienregime Algerabrug
Tekst van het document
Daarom is in overleg met Rijkswaterstaat, de gemeenten, MRDH en de provincie besloten niet verder te kalibreren op de tellingen op deze locatie, maar hier het juiste verkeersbeeld aan te houden. Het gekalibreerde verkeersmodel voor het basisjaar 2016 is besproken met Rijkswaterstaat, MRDH, de gemeenten en provincie en door alle partijen akkoord bevonden.
5.3
Model toekomstsituatie 2023
Opstellen model 2023 Nadat het model voor de basissituatie is gekalibreerd, is het model voor de toekomstsituatie 2023 opgesteld. Hiervoor is de basisinput uit het V-MRDH gebruikt voor 2016 en 2023. De verschillen in verkeerscijfers tussen beide jaren zijn daarna geprojecteerd op het gekalibreerde basismodel. Voor de meeste relaties op de Algeracorridor betekent dit een ophoging van enkele procenten voor 2023 ten opzichte van 2016. Specifiek zijn er grotere verschillen zichtbaar, namelijk: - de relatie A16 naar Stormpolder is sterk hoger in zowel de ochtend- als avondspits. Dit is het gevolg van een groot aantal arbeidsplaatsen in Stormpolder dat er in 2023 bijkomt; - de relatie A16 naar Krimpen aan den IJssel is lager in de avondspits. Dit lijkt het gevolg te zijn van andere routekeuze op het kruispunt N210-Nieuwe Tiendweg. De relaties waar deze grotere verschillen zichtbaar zijn, zijn al onderdeel geweest van de kalibratie van het basismodel. Een procentuele correctie zorgt ervoor dat deze kalibratiestap sterk wordt uitvergroot. Daarom
28 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
is in overleg met Rijkswaterstaat, MRDH, de gemeenten en de provincie besloten een absolute correctie van 2016 naar 2023 toe te passen. Dit is een plausibele actie, omdat de afslagrichtingen in het model op de kruising N210-Nieuwe Tiendweg in het basisjaar in absolute zin overeenkomen met de tellingen die uit de VRI zijn gehaald. Verkeersbeeld 2023 Afbeelding 5.5 en afbeelding 5.6 geven de gemiddelde snelheden voor respectievelijk de ochtend- en avondspits. Naast deze afbeeldingen staat de legenda met kleuren voor gemiddelde snelheden in km/h. De toename van arbeidsplaatsen in Stormpolder zorgt in de ochtendspits voor een vertraging vanuit de A16. De file ontstaat op het punt waarbij de Algeraweg van twee naar één rijstrook gaat, net ten noorden van de Algerabrug. Daarnaast is ook langzaam rijdend verkeer zichtbaar vanaf de kruising N210-Nieuwe Tiendweg naar Capelseplein. In de avondspits is ook de file vanuit de A16 richting de Algerabrug zichtbaar. Dit leidt ook tot langzaam rijdend verkeer tussen de A16 en Capelseplein. Dit beeld komt overeen met de verkeerssituatie die in de huidige situatie wordt waargenomen.
Afbeelding 5.5 Gemiddelde snelheid ochtendspits model toekomstsituatie 2023
Afbeelding 5.6 Gemiddelde snelheid avondspits model toekomstsituatie 2023
29 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
6 EFFECTBEPALING MAATREGELEN In dit hoofdstuk zijn de effecten van de doorgerekende maatregelen uit hoofdstuk 3 in beeld gebracht. Per maatregel zijn de criteria uitgewerkt en is op basis hiervan een beoordeling toegekend. Deze beoordeling is gegeven op basis van de beoordelingsschalen uit bijlage I.
6.1
Maatregel 1.1: Vervroegen van opening 15.20 naar 15.00 uur
Criterium 1a: voertuigverliesuren Tabel 6.1 geeft de voertuigverliesuren van maatregel 1.1 ten opzichte van de referentiesituatie in de avondspits. Hieruit is op te maken dat in het eerste uur de voertuigverliesuren 19 % hoger liggen door vervroegen van de brugopening van 15.20 naar 15.00 uur. Dit is een logisch gevolg van de vertraging die eerder ontstaat door de brugopening. Wat echter wel opvalt is dat in de daaropvolgende uren de voertuigverliesuren niet afnemen ten opzichte van de referentiesituatie. Vervroegen van de brugopening leidt dus niet tot betere doorstroming voor de rest van de avondspits. Het totaal aantal voertuigverliesuren over de avondspits neemt met 9 % toe ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium negatief beoordeeld.
Tabel 6.1 Voertuigverliesuren maatregel 1.1 Periode
Referentiesituatie 2023
Maatregel 1.1
Verschil
15.00 - 16.00 uur
456
541
+ 19 %
16.00 - 17.00 uur
589
621
+5%
17.00 - 18.00 uur
401
432
+8%
18.00 - 19.00 uur
189
191
+1%
Totaal
1635
1784
+9%
Criterium 1b: reistijd op traject Afbeelding 6.1 geeft het reistijdverloop op de Algeracorridor tussen de A16 en de N477 in beide richtingen in de avondspits voor de referentiesituatie en na implementatie van maatregel 1.1. In dit reistijdverloop is goed zichtbaar wat eerder ook is geconstateerd: de reistijden zijn na 15.00 uur langer doordat de opening nu op dat moment plaatsvindt. Deze reistijden blijven hoger dan in de referentiesituatie tot in de referentiesituatie de brugopening is geweest. Na 15.30 uur hebben beide situaties dezelfde reistijd over de gehele avondspits. Omdat de spits om 15.00 uur al erg druk is, heeft vervroegen van de brugopening van 15.20 uur geen positief effect op de reistijden op de Algeracorridor. De gemiddelde reistijd op het traject in beide richtingen over de gehele avondspits neemt met ongeveer 6 % toe ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als negatief beoordeeld.
30 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.1 Reistijdverloop avondspits op traject tussen A16 en N477 met maatregel 1.1
Criterium 1c: congestiebeeld Afbeelding 6.2 geeft de gemiddelde snelheid op het netwerk rond de Algerabrug in het uur met het meeste verschil in congestie: 15.00-16.00 uur, voor de referentiesituatie en de situatie met maatregel 1.1. Beide beelden laten een vergelijkbaar congestiebeeld zien. Ten zuiden van de Algerabrug is de congestie iets toegenomen na vervroegen van de brugopening naar 15.00 uur. Dit komt overeen met het eerder geschetste beeld. De overige uren in de avondspits laten een vergelijkbaar congestiebeeld zien met de referentiesituatie. Toename van de voertuigverliesuren en reistijden leidt dus niet tot een zichtbaar slechter congestiebeeld. Het congestiebeeld in de situatie met maatregel 1.1 is vergelijkbaar met de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als neutraal beoordeeld.
31 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.2 Congestiebeeld 15:00-16:00 referentiesituatie en maatregel 1.1
Referentiesituatie (15:00-16:00)
Maatregel 1.1 (15:00-16:00)
Criterium 2a: lokale wachttijd scheepvaart Door vervroeging van de opening van 15.20 naar 15.00 uur wordt het avondspitsblok verlengd. De kans dat schepen langer voor de Algerabrug moeten wachten wordt hiermee vergroot. In de zomermaanden maken gemiddeld drie à vier schepen gebruik van de opening van 15:20, waardoor deze tot de drukkere openingen van de dag behoort. De maximale wachttijd van de opening van 15.00 uur tot de eerstvolgende opening om 18.30 uur is 10 % hoger (20 minuten) dan in de referentiesituatie. Dit criterium wordt daarom als negatief beoordeeld. Criterium 2b: doorstroom corridor scheepvaart Binnen deze maatregel is rekening gehouden met de aannames voor vaarsnelheden waarmee wordt gerekend in de Staande Mastroute. Hieruit volgt dat het vanuit beide richtingen mogelijk moet zijn om de opening van 15.00 uur te halen. Ervaringen uit de praktijk leren dat de vaartijd afhankelijk is van stroming en weersomstandigheden. Ook de schuttijd bij de Julianasluis is variabel en lastig vooraf te bepalen. Mede door deze factoren kan het voorkomen dat schepen tussen 14.50 en 15.20 uur aankomen bij de Algerabrug. Door de opening van 15.20 uur te vervroegen naar 15.00 uur wordt de kans dus vergroot dat een deel van de schepen deze opening niet haalt. Hoeveel schepen dit zijn, is niet bekend.
32 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Invoering van maatregel 1.1 leidt daarom tot een lichte verslechtering van de aansluiting van het bedienregime op de rest van de corridor ten opzichte van de referentiesituatie. Dit criterium wordt daarom als negatief beoordeeld. Criterium 3: haalbaarheid Invoering van maatregel 1.1 vergt relatief weinig kosten. Wel zal er goed gecommuniceerd moeten worden dat de betreffende brugopening afwijkt van de overige brugopeningen om 20 minuten na het hele uur tussen de spitsblokken. Daarnaast zullen de dienstregelingen van de buslijnen over de Algerabrug op de nieuwe openingstijd moeten worden aangepast. De dienstregelingen worden enkele keren per jaar aangepast, een aangepaste opening zal daarom op tijd aan de busmaatschappijen gecommuniceerd moeten worden. Dit zal echter niet voor langere invoeringstijd van de maatregel zorgen. De kosten en invoeringstijd van deze maatregel zijn beperkt, daarom wordt dit criterium als neutraal beoordeeld.
6.2
Maatregel 1.2: Verlengen van avondspitsblok naar 19.00 uur
Criterium 1a: voertuigverliesuren Tabel 6.2 geeft de voertuigverliesuren van maatregel 1.2 ten opzichte van de referentiesituatie in de avondspits. Hierin is zoals verwacht enkel in het laatste uur (18.00-19.00) een afname van voertuigverliesuren te zien, omdat hier de maatregel is doorgevoerd. Het verschil in voertuigverliesuren tussen de eerdere uren is te verklaren door willekeurigheid tussen de simulaties in het verkeersmodel. De voertuigverliesuren in het laatste uur zijn echter in de referentiesituatie al zeer laag ten opzichte van de overige uren in de avondspits. De totale afname van voertuigverliesuren voor de volledige avondspits is daarom beperkt. Het totaal aantal voertuigverliesuren over de avondspits neemt met 1 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium neutraal beoordeeld.
Tabel 6.2 Voertuigverliesuren maatregel 1.2 Periode
Referentiesituatie 2023
Maatregel 1.2
Verschil
15.00 - 16.00 uur
456
454
0%
16.00 - 17.00 uur
589
605
+3%
17.00 - 18.00 uur
401
421
+5%
18.00 - 19.00 uur
189
136
- 28 %
totaal
1635
1616
-1%
Criterium 1b: Reistijd op traject Afbeelding 6.3 geeft het reistijdverloop op de Algeracorridor tussen de A16 en de N477 in beide richtingen in de avondspits voor de referentiesituatie en na implementatie van maatregel 1.2. Hierin is hetzelfde beeld te zien als eerder is geschetst. Tot aan 18.30 uur zijn de reistijden op het traject gelijk. Enkel in de staart van de avondspits is een lichte afname van de reistijd te zien door verlengen van het avondspitsblok. De gemiddelde reistijd op het traject in beide richtingen over de gehele avondspits neemt met ongeveer 0 tot 1 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als neutraal beoordeeld. De effecten aan het einde van de spits, na 19.00 uur, worden hierbij niet volledig meegenomen. Naar verwachting zal er direct na de avondspits om 19.00 uur een brugopening plaatsvinden voor wachtende schepen. Dit zal wel effect hebben op de reistijd op het traject na 19.00 uur, maar deze zal naar verwachting klein zijn. Daarom blijft de score neutraal.
33 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.3 Reistijdverloop avondspits op traject tussen A16 en N477 met maatregel 1.2
Criterium 1c: Congestiebeeld Afbeelding 6.4 geeft de gemiddelde snelheid op het netwerk rond de Algerabrug in het uur met het meeste verschil in congestie: 18.00-19.00 uur, voor de referentiesituatie en de situatie met maatregel 1.2. Er is zoals verwacht minder congestie zichtbaar in de situatie met maatregel 1.2. In dit uur is geen brugopening meer. Wel is de verwachting dat er meer congestie zal plaatsvinden in het uur na 19.00 uur, wanneer hier een opening van de Algerabrug plaatsvindt. De overige uren in de avondspits hebben een vergelijkbaar congestiebeeld. Het congestiebeeld in het uur 18.00-19.00 uur is zichtbaar positiever. Echter is de verwachting dat deze congestie verschuift over de tijd na invoering van de maatregel. In de rest van de avondspits is het congestiebeeld vergelijkbaar met de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium toch als neutraal beoordeeld.
34 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.4 Congestiebeeld 18:00-19:00 referentiesituatie en maatregel 1.2
Referentiesituatie (18:00-19:00)
Maatregel 1.2 (18:00-19:00)
Criterium 2a: lokale wachttijd scheepvaart Verlengen van het avondspitsblok naar 19.00 uur vergroot de wachttijd voor schepen die op enig moment tijdens het avondspitsblok bij de Algerabrug aankomen. Het avondspitsblok wordt door de maatregel verlengd met 15 % (30 minuten). Dit betekent dat de maximale wachttijd voor de schepen die de opening van 15.20 uur net niet gehaald hebben ook met 15 % wordt verlengd. Dit criterium wordt daarom als negatief beoordeeld. Deze beoordeling dient wel genuanceerd te worden, omdat de praktijk laat zien dat maar een zeer beperkt aantal schepen tijdens het avondspitsblok na 15.20 uur bij de Algerabrug aankomen. Criterium 2b: doorstroom corridor scheepvaart De opening van 18.30 ligt niet op een kritieke route voor de Staande Mastroute. Bij een doorvaart van 19.00 uur door de Algerabrug kunnen de openingen van 22.30 uur bij de spoorbrug in Gouda en 21.00 uur bij de spoorbrug in Dordrecht nog steeds worden gehaald. Aankomend scheepvaartverkeer zal door verlengen van het avondspitsblok een half uur langer moeten wachten, maar de openingen op de corridor blijven haalbaar. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld.
35 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Criterium 3: haalbaarheid Invoering van maatregel 1.2 vergt relatief weinig kosten. De dienstregeling hoeft door de maatregel niet aangepast te worden, omdat hierin enkel rekening wordt gehouden met de vaste brugopeningen tussen de spitsblokken en niet met openingen op afroep. Wel zal verlengen van het avondspitsblok leiden tot meer wachtende schepen voor de Algerabrug. Er zal gemonitord moeten worden of het huidige aantal wachtplaatsen voor de Algerabrug voldoende is om deze wachtende schepen op te kunnen vangen. Veel wachtende schepen zonder wachtplaats kunnen leiden tot onveilige situaties. Daarnaast zal het buiten de zomermaanden rond 19.00 uur al donker worden. In de stakeholdergesprekken kwam naar voren dat schippers proberen voor het donker van het water zijn, omdat in het donker varen als onprettig en onveilig wordt ervaren. Door de lage invoeringstijd en -kosten wordt dit criterium als neutraal beoordeeld.
6.3
Maatregel 1.4: vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur
Criterium 1a: voertuigverliesuren Tabel 6.3 geeft de voertuigverliesuren van maatregel 1.4 ten opzichte van de referentiesituatie in de ochtendspits. Anders dan in de avondspits lijkt vervroegen van het ochtendspitsblok wel een positief effect te hebben op de voertuigverliesuren. Na het eerste uur (06.00 - 07.00 uur) nemen de voertuigverliesuren significant af. En over de gehele ochtendspits daarna is een afname van voertuigverliesuren zichtbaar. Het totaal aantal voertuigverliesuren over de ochtendspits neemt met 7 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium positief beoordeeld.
Tabel 6.3 Voertuigverliesuren maatregel 1.4 Periode
Referentiesituatie 2023
Maatregel 1.4
Verschil
06.00 - 07.00 uur
191
194
+1%
07.00 - 08.00 uur
302
261
- 14 %
08.00 - 09.00 uur
549
506
-8%
09.00 - 10.00 uur
408
392
-4%
Totaal
1451
1352
-7%
Criterium 1b: Reistijd op traject Afbeelding 6.5 geeft het reistijdverloop op de Algeracorridor tussen de A16 en de N477 in beide richtingen in de ochtendspits voor de referentiesituatie en na implementatie van maatregel 1.4. Door de hoge verkeersintensiteit op de richting A16->N477 heeft vervroegen van het ochtendspitsblok weinig effect. Na 07.00 uur zit de reistijd met de maatregel op hetzelfde niveau als in de referentiesituatie. In de andere richting, N477->A16, is wel een duidelijk verschil zichtbaar. Een eerdere brugopening zorgt ervoor dat de vertraging sneller oplost. De reistijd is tot na de brugopening van 09.20 uur over de gehele ochtendspits lager dan in de referentiesituatie. De gemiddelde reistijd het traject in beide richtingen over de gehele ochtendspits neemt met ongeveer 4 tot 5 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als positief beoordeeld.
36 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.5 Reistijdverloop ochtendspits op traject tussen A16 en N477 met maatregel 1.4
Criterium 1c: congestiebeeld Afbeelding 6.6 geeft de gemiddelde snelheid op het netwerk rond de Algerabrug in het uur met het meeste verschil in congestie: 07.00 - 08.00 uur, voor de referentiesituatie en de situatie met maatregel 1.4. In beide situaties is het congestiebeeld nagenoeg gelijk. Ook in de overige uren in de ochtendspits zijn de verschillen minimaal. De kortere reistijd en lagere VVU’s vertaalt zich dus niet direct in zichtbaar minder congestie. Daarom wordt dit criterium als neutraal beoordeeld.
37 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.6 Congestiebeeld 07:00-08:00 referentiesituatie en maatregel 1.4
Referentiesituatie (07:00-08:00)
Maatregel 1.4 (07:00-08:00)
Criterium 2a: lokale wachttijd scheepvaart Vervroegen van de laatste opening voor het ochtendspitsblok naar 06.00 uur leidt tot langere wachttijd voor scheepvaart. In het huidige bedienregime is de laatste opening voor het ochtendspitsblok vaak om 06.30 uur om de brug voor 06.45 uur gesloten te hebben. In deze maatregel wordt de laatste opening voor het ochtendspitsblok dus vervroegd met 30 minuten. Dit leidt tot toename van de maximale wachttijd voor scheepvaart van 22 %. Dit criterium wordt daarom als negatief beoordeeld. Gemiddeld gezien maakt ook in de zomermaanden maar één schip gebruik van de opening van 06:30, waardoor deze tot één van de rustigste openingen van de dag behoort. Daarom is het totale effect van de maatregel minder groot. Criterium 2b: doorstroom corridor scheepvaart De opening van 06.30 uur wordt voornamelijk gebruikt door scheepvaart aan het begin van hun vaardag. De opening ligt niet op een kritieke route uit de Staande Mastroute. Vervroegen van de laatste opening voor het spitsblok naar 06.00 uur heeft geen effect op de SMR, want dit leidt er niet toe dat de aansluiting met overige brugopeningen op de corridor niet wordt gehaald. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld.
38 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Criterium 3: haalbaarheid Vergelijkbaar met maatregel 1.2 vergt maatregel 1.4 weinig kosten. Ook hoeft de dienstregeling van de buslijnen niet te worden aangepast. Door de verlenging van het ochtendspitsblok zou wel extra scheepvaartverkeer kunnen liggen wachten voor de Algerabrug. De verwachting is echter dat deze toename beperkt is, omdat de opening van 06:30 een zeer rustige opening is met gemiddeld één schip per opening. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld.
6.4
Maatregel 2.4: Gelijktijdige doorvaart
Criterium 1a: Voertuigverliesuren Tabel 6.4 geeft de voertuigverliesuren van maatregel 2.4 ten opzichte van de referentiesituatie in beide spitsperiodes. Door verkorten van de gemiddelde brugopeningsduur van 7 naar 5 minuten daalt het aantal voertuigverliesuren over beide spitsen significant. Ook in de uren na de eerste brugopening van de spitsen is een afname te zien. De maatregel van gelijktijdige doorvaart heeft door de kortere brugopening dus een positief effect op de doorstroming op de Algeracorridor. Het totaal aantal voertuigverliesuren over beide spitsperiodes neemt met 11 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als sterk positief beoordeeld.
Tabel 6.4 Voertuigverliesuren maatregel 2.4 Periode
Referentiesituatie 2023
Maatregel 1.4
Verschil
06.00 - 07.00 uur
191
156
- 18 %
07.00 - 08.00 uur
302
271
- 10 %
08.00 - 09.00 uur
549
524
-5%
09.00 - 10.00 uur
408
367
- 10 %
Totaal ochtendspits
1451
1317
-9%
15.00 - 16.00 uur
456
400
- 12 %
16.00 - 17.00 uur
589
530
- 10 %
17.00 - 18.00 uur
401
360
- 10 %
18.00 - 19.00 uur
189
153
- 19 %
Totaal avondspits
1635
1443
- 12 %
Totaal beide spitsen
3086
2760
- 11 %
Criterium 1b: reistijd op traject Afbeelding 6.7 geeft het reistijdverloop op de Algeracorridor tussen de A16 en de N477 in beide richtingen in de ochtendspits voor de referentiesituatie en na implementatie van maatregel 2.4. Op het traject in de richting A16->N477 is enige daling van reistijden te zien rond de brugopeningen. Tussen de brugopeningen is de reistijd echter gelijk aan de referentiesituatie. In de andere richting, N477->A16, is na de eerste brugopening wel een daling van de reistijden zichtbaar ten opzichte van de referentiesituatie. De reistijd blijft op dit traject gedurende de hele ochtendspits lager dan de referentiesituatie.
39 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 6.7 Reistijdverloop ochtendspits op traject tussen A16 en N477 met maatregel 2.4
Afbeelding 6.8 geeft het reistijdverloop op de Algeracorridor voor hetzelfde traject in de avondspits. Hier is in beide richtingen na de eerste brugopening een verlaging van de reistijd te zien die de gehele avondspits duurt. Na 17.15 uur daalt de reistijd verder in de referentiesituatie waarna in beide situaties weer een gelijke reistijd is vlak voor de brugopening van 18.30 uur.
Afbeelding 6.8 Reistijdverloop avondspits op traject tussen A16 en N477 met maatregel 2.4
40 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
De gemiddelde reistijd op het traject in beide richtingen over beide spitsperiodes neemt met ongeveer 6 % af ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt dit criterium als positief beoordeeld. Criterium 1c: congestiebeeld Afbeelding 6.9 geeft de gemiddelde snelheid op het netwerk rond de Algerabrug in het uur met het meeste verschil in congestie: 16.00 - 17.00 uur, voor de referentiesituatie en de situatie met maatregel 2.4. In deze snelheidsbeelden is een vermindering van congestie zichtbaar op de N210 ten westen van Capelseplein na invoering van maatregel 2.4. Ook ten zuiden van de Algerabrug is enige vermindering zichtbaar. Dit criterium wordt daarom als positief beoordeeld.
Afbeelding 6.9 Congestiebeeld avondspits referentiesituatie en maatregel 2.4
Referentiesituatie (16:00-17:00)
41 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Maatregel 2.4 (16:00-17:00)
Criterium 2a: lokale wachttijd scheepvaart Gelijktijdige doorvaart door de Algerabrug heeft geen effect op de frequentie en tijden van de brugopeningen. Wel zullen door deze maatregel schepen enkele minuten minder wachttijd hebben tijdens een brugopening doordat zij niet op de andere richting hoeven te wachten. Dat is op zich positief, maar gaat om enkele minuten winst, dus het effect is voor scheepvaart toch beperkt. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld. Criterium 2b: doorstroom corridor scheepvaart Gelijktijdige doorvaart door de Algerabrug heeft geen effect op de frequentie en tijden van de brugopeningen. Daarom blijft de doorstroom op de corridor voor scheepvaart gelijk aan de referentiesituatie. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld. Criterium 3: haalbaarheid Om gelijke doorvaart van schepen toe te kunnen staan, zal het bedienings- en besturingssysteem van de brug aangepast dienen te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de programmering van de lichten om gelijke doorvaart te kunnen faciliteren. Ook dient bij deze maatregel rekening gehouden te worden met de veiligheid van de schepen tijdens de doorvaart. De doorvaartbreedte van de Algerabrug is met 23.9 meter net lager dan de grens van 24 meter die door regio WNZ wordt aangehouden als criterium voor gebruik van gelijktijdige doorvaart.
Zeker op drukke zomerse dagen met veel recreatieverkeer zal gemonitord moeten worden of de doorvaart op een veilige manier kan plaatsvinden. Op deze dagen zullen er vaker minder ervaren schippers zijn die voldoende ruimte nodig hebben om zich door de Algerabrug te manoeuvreren. De verwachting is wel dat de breedte van 23.9 meter voldoende is om een veilige gelijktijdige doorvaart te garanderen. Voor invoering van gelijktijdige doorvaart dient afstemming met Vervanging en Renovatie plaats te vinden en dient het bedienings- en besturingssysteem aangepast te worden waar kosten aan verbonden zijn. Daarom wordt dit criterium als negatief beoordeeld.
42 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
7 CONCLUSIE Tabel 7.1 geeft de samenvatting van de beoordeling van de maatregelen die zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6. Deze beoordelingen zijn op basis van de beoordelingsschalen uit bijlage I en gelden ter onderlinge vergelijking van de maatregelen. Tijdens de uitwerking van de effecten is naar voren gekomen dat een beoordeling echter wel enige nuancering behoeft. Bijvoorbeeld, wanneer een maatregel een negatief effect heeft op maar enkele schepen zal het totale effect op de scheepvaart toch beperkt zijn. Het doel van het onderzoek is verbetering van de doorstroming voor het wegverkeer en verbetering van het congestiebeeld, dus daarvoor zal het effect sowieso positief moeten zijn om de maatregel te overwegen. Vervolgens is uit de vergelijking een conclusie gegeven welke maatregelen het meest kansrijk zijn om te overwegen door te voeren.
Tabel 7.1 Samenvatting effectbepaling maatregelen Criterium
Maatregel 1.1 15.20 naar 15.00 uur
Maatregel 1.2 18.30 naar 19.00 uur
Maatregel 1.4 06.30 naar 06.00 uur
Maatregel 2.4 gelijktijdige doorvaart
voertuigverliesuren
negatief
neutraal
positief
sterk positief
reistijd op traject
negatief
neutraal
positief
positief
congestiebeeld
neutraal
neutraal
neutraal
positief
lokale wachttijd
negatief
negatief
negatief
neutraal
doorstroom corridor
negatief
neutraal
neutraal
neutraal
neutraal
neutraal
neutraal
negatief
wegverkeer
scheepvaart
algemeen haalbaarheid
7.1
Samenvatting maatregelen
Maatregel 1.1: vervroegen van opening 15.20 naar 15.00 uur Door de hoge verkeersintensiteit op de Algeracorridor al voor de avondspits, heeft vervroegen van de opening van 15.20 naar 15.00 uur geen positief effect voor het wegverkeer. De congestie ontstaat door de vervroegde brugopening namelijk eerder en kan niet opgelost worden gedurende de rest van de avondspits. Het algehele congestiebeeld over de avondspits laat geen zichtbare veranderingen zien. Dit is vanuit de analyseresultaten bezien dus geen zinvol te overwegen maatregel, ondanks dat deze vanuit de stakeholdergesprekken het meeste perspectief werd toegedicht. Vervroegen van de brugopening heeft zoals verwacht een negatief effect op de scheepvaart. Het avondspitsblok wordt verlengd en de aansluiting met de Staande Mastroute wordt minder zeker. Bij slecht weer en/of ongunstige stroming wordt de opening van 15.00 uur mogelijk niet gehaald.
43 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
De maatregel scoort neutraal op haalbaarheid, met respectievelijk eenvoudige aanpassingen zonder hoge invoeringstijd en kosten is de maatregel in te voeren. Maatregel 1.2: verlengen van avondspitsblok naar 19.00 uur Verlengen van het avondspitsblok heeft voor het grootste deel van de avondspits geen effect op het wegverkeer. Wel is een significante verbetering van de doorstroming te zien in het uur 18.00 - 19.00 uur. De congestie op de weg is hier al beperkt in de afloop van de avondspits en het wegverkeer zal uiteindelijk toch weer worden gestremd bij een brugopening om 19.00 uur. Het levert dus weinig tot geen verbetering voor de doorstroming van het wegverkeer en het effect voor wegverkeer is daarom neutraal beoordeeld. Voor scheepvaart is het effect zoals verwacht negatief, omdat de wachttijd toeneemt doordat het avondspitsblok wordt verlengd. Dit gaat in de praktijk echter om een gering aantal schepen. Er verandert niets aan de aansluiting met de Staande Mastroute. De maatregel scoort neutraal op haalbaarheid, met respectievelijk eenvoudige aanpassingen zonder hoge invoeringstijd en kosten is de maatregel in te voeren. Maatregel 1.4: vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur Anders dan in de avondspits heeft vervroegen van het ochtendspitsblok wel een positief effect op de voertuigverliesuren.
Er is een brugopening in de aanloop naar de ochtendspits, die leidt tot beperkte congestie en lost vrij snel op. Daarna is over de gehele ochtendspits een afname van voertuigverliesuren zichtbaar. Wegverkeer heeft dus over de gehele ochtendspits profijt van de eerdere brugopening. Kanttekening hierbij is dat er in de praktijk niet zo vaak vraag is naar een vroege opening. Gemiddeld werd afgelopen jaren eens in de twee weken gebruik gemaakt van de opening om 06:30. Maar als deze er is, dan is vervroegen van de opening positief voor de doorstroming van wegverkeer in de ochtendspits. Het effect op scheepvaart is vergelijkbaar om maatregel 1.2. Ook in deze maatregel wordt het spitsblok verlengd, is er feitelijk sprake van verlening wachttijd en dus van een negatief effect. Ook hier geldt de nuancering dat het aantal schepen dat voor de ochtendspits door de Algerabrug vaart in de praktijk zeer beperkt is. Het overall effect op scheepvaart is daarom ook van beperkte omvang. De maatregel scoort neutraal op haalbaarheid, met respectievelijk eenvoudige aanpassingen zonder hoge invoeringstijd en kosten is de maatregel in te voeren. Maatregel 2.4: gelijktijdige doorvaart Invoeren van gelijktijdige doorvaart en het daarmee verkorten van de brugopening heeft een positief effect op het wegverkeer in zowel de ochtend- als avondspits.
De positieve effecten zijn zelfs groter in vergelijking tot de overige maatregelen waarbij enkel met de periode van brugopening wordt geschoven. Of de gemiddelde openingstijd uiteindelijk verkort kan worden van zeven naar vijf minuten met deze maatregel, zal in de praktijk moeten blijken. Enige begeleiding en stimulering van gelijktijdige doorvaart zal nodig zijn. Het onderzoek laat wel zien dat verkorting van de openingstijd een positief effect heeft op de doorstroming. Voor scheepvaart is het algemene effect neutraal. De maatregel leidt niet tot langere spitsblokken of minder goede aansluitingen op andere brugopeningen in de omgeving. Wel zal de wachttijd bij een opening gemiddeld gezien korter zijn doordat beide richtingen gelijk door kunnen varen, echter dat gaat om enkele minuten winst en is ten opzichte van de wachttijden voor brugopeningen niet wezenlijk. Het enige negatieve aan deze maatregel zijn de werkzaamheden en daarbij behorende kosten die nodig zijn om gelijktijdige doorvaart in te kunnen voeren. Daarom is de haalbaarheid van deze maatregel negatiever beoordeeld dan de overige maatregelen. In de praktijk blijkt dat een gelijktijdige doorvaart bij de Algerabrug sinds één jaar al wordt toegepast. Dit wordt gedaan middels bebording. Schepen krijgen ruim voor de opening al groen licht om op te varen in de sluiskolk.
Achter de zeilboten wordt het licht dan op rood gezet, zodat de andere kant groen kan krijgen. Terwijl de brug opent varen ook deze zeilboten op, waardoor tijdens het openstaan van de brug de
44 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
zeilboten gelijktijdig doorvaren. Aanbevolen wordt om dit ook in het bedienings- en besturingssysteem te verwerken.
7.2
Aanbevelingen
De aanleiding van dit onderzoek is het doorstromings- en reistijdprobleem voor wegverkeer op de Algeracorridor. Maatregel 1.4 ‘vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur’ en maatregel 2.4 ‘gelijktijdige doorvaart’ hebben op basis van de uitgevoerde analyses beide potentie om bij te dragen aan beperken van deze problemen. Tegelijk zijn de negatieve effect op scheepvaart voor beide maatregelen in omvang beperkt. Daarom worden deze maatregelen als het meest kansrijk gezien om op korte termijn voor de Algerabrug door te voeren. De maatregelen staan los van elkaar en zouden daarom ook beiden ingevoerd kunnen worden. Dit zal de doorstroming van het wegverkeer waarschijnlijk nog meer bevorderen. Het cumulatieve effect is niet doorgerekend in deze studie. Een algemeen aandachtspunt is het aantal ligplaatsen bij de Algerabrug, wat in de huidige situatie als te weinig wordt ervaren door de gebruikers. Hierdoor kunnen bij drukte gevaarlijke situaties ontstaan. Wanneer de brug langer gesloten blijft, zullen naar verwachting meer schepen wachten voor de Algerabrug en wordt dit probleem vergroot.
45 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: BEOORDELINGSSCHALEN
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage I | Definitief
Criterium 1a: voertuigverliesuren Tabel 7.2 Beoordelingsschaal voertuigverliesuren Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
het totaal aantal voertuigverliesuren neemt met meer dan 10% af ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief
het totaal aantal voertuigverliesuren neemt met 5% tot 10% af ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal
het totaal aantal voertuigverliesuren neemt met maximaal 5% toe of af ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief
het totaal aantal voertuigverliesuren neemt met 5% tot 10% toe ten opzichte van de referentiesituatie
--
sterk negatief
het totaal aantal voertuigverliesuren neemt met meer dan 10% toe ten opzichte van de referentiesituatie
Criterium 1b: reistijd op traject Tabel 7.3 Beoordelingsschaal reistijd op traject Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
de reistijd neemt met meer dan 10 % af ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief
de reistijd neemt 5 % tot 10 % af ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal
de reistijd neemt met maximaal 5 % toe of af ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief
de reistijd neemt 5 % tot 10 % toe ten opzichte van de referentiesituatie
--
sterk negatief
de reistijd neemt met meer dan 10 % toe ten opzichte van de referentiesituatie
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage I | Definitief
Criterium 1c: congestiebeeld Tabel 7.4 Beoordelingsschaal congestiebeeld Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
significant minder congestie op de corridor ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief
lichte afname van congestie op de corridor ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal
congestiebeeld is vergelijkbaar met de referentiesituatie
-
negatief
lichte toename van congestie op de corridor ten opzichte van de referentiesituatie
--
sterk negatief
significant meer congestie op de corridor ten opzichte van de referentiesituatie
Criterium 2a: lokale wachttijd scheepvaart Tabel 7.5 Beoordelingsschaal lokale wachttijd scheepvaart Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
de maximale wachttijd tot de volgende brugopening neemt met 25 % af ten opzichte van de referentiesituatie
+
positief
de maximale wachttijd tot de volgende brugopening neemt 10 % tot 25 % af ten opzichte van de referentiesituatie
0
neutraal
de maximale wachttijd tot de volgende brugopening neemt met maximaal 10 % toe of af ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief
de maximale wachttijd tot de volgende brugopening neemt 10 % tot 25 % toe ten opzichte van de referentiesituatie
--
sterk negatief
de maximale wachttijd tot de volgende brugopening neemt met 25 % toe ten opzichte van de referentiesituatie
Criterium 2b: doorstroom corridor Tabel 7.6 Beoordelingsschaal doorstroom corridor Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
significante verbetering van aansluiting bedienregime op corridor ten opzichte van referentiesituatie
+
positief
lichte verbetering van aansluiting bedienregime op corridor ten opzichte van referentiesituatie
0
neutraal
vergelijkbare aansluiting bedienregime op corridor ten opzichte van referentiesituatie
-
negatief
lichte verslechtering van aansluiting bedienregime op corridor ten opzichte van referentiesituatie
--
sterk negatief
significante verslechtering van aansluiting bedienregime op corridor ten opzichte van referentiesituatie
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage I | Definitief
Criterium 3: Haalbaarheid Tabel 7.7 Beoordelingsschaal haalbaarheid Score
Oordeel ten opzichte van referentiesituatie
Toelichting
++
sterk positief
significant lagere realisatietijd en/of kosten ten opzichte van referentiesituatie
+
positief
licht lagere realisatietijd en/of kosten ten opzichte van referentiesituatie
0
neutraal
vergelijkbare realisatietijd en/of kosten ten opzichte van referentiesituatie
-
negatief
licht hogere realisatietijd en/of kosten ten opzichte van referentiesituatie
--
sterk negatief
significant hogere realisatietijd en/of kosten ten opzichte van referentiesituatie
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: KALIBRATIERESULTATEN
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage II | Definitief
II.1
Vergelijk verkeerstellingen en V-MRDH 2016 voor drukste spitsuur
Afbeelding II.1 Verkeerstellingen en modelcijfers V-MRDH drukste spitsuur 2016
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage II | Definitief
II.2
Resultaten T-waarden kalibratie
Afbeelding II.2 Kalibratieresultaten basisjaar 2016 ochtendspits Nr Locatie NDW telpunten 2017 1 N210 tussen Capelsebrug en Capelseplein, ri oost 1 N210 tussen Capelsebrug en Capelseplein, ri west 2 N210 tussen Capelseplein en Algerabrug, ri noord 2 N210 tussen Capelseplein en Algerabrug, ri zuid Tellingen provincie Zuid Holland 2016 5 N210 tussen Tiendweg en N474, ri oost 5 N210 tussen Tiendweg en N474, ri west 6 N210 tussen N474 en N477, ri oost 6 N210 tussen N474 en N477, ri west 7 N210 tussen N477 en N475, ri oost 7 N210 tussen N477 en N475, ri west 8 N474, ri noord 8 N474, ri zuid 9 N477, ri noord 9 N477, ri zuid
Tellingen VISSIM-model Afwijking (T-waarde) 06:00-07:00 07:00-08:00 08:00-09:00 09:00-10:00 06:00-07:00 07:00-08:00 08:00-09:00 09:00-10:00 06:00-07:00 07:00-08:00 08:00-09:00 09:00-10:00 1025
1191
1138
1054
1184 1319 1172 907
1110 1393 1296 903
1038 1016 1159 648
0.39
0.21
0.83
0.49
1124 759
1012 910 1122 785
1255 808
1473 905
1429 812
3.86 0.80
8.29 0.08
3.61 3.12
1.03 4.18
224 676 294 700 311 561 52 129 231 73
368 880 525 992 506 805 162 251 338 180
384 780 545 912 499 700 249 285 324 171
351 584 414 634 350 480 195 212 243 159
242 720 273 673 315 561 52 129 230 72
281 803 456 933 523 838 187 265 371 200
416 757 535 906 481 725 216 265 321 198
392 617 455 582 388 432 220 214 245 173
1.18 1.67 1.25 1.03 0.23 0.00 0.00 0.00 0.07 0.12
4.83 2.65 3.12 1.90 0.75 1.15 1.89 0.87 1.75 1.45
1.60 0.83 0.43 0.20 0.81 0.94 2.16 1.21 0.17 1.99
2.13 1.35 1.97 2.11 1.98 2.25 1.74 0.14 0.13 1.09
Afbeelding II.3 Kalibratieresultaten basisjaar 2016 avondspits Nr Locatie NDW telpunten 2017 1 N210 tussen Capelsebrug en Capelseplein, ri oost 1 N210 tussen Capelsebrug en Capelseplein, ri west 2 N210 tussen Capelseplein en Algerabrug, ri noord 2 N210 tussen Capelseplein en Algerabrug, ri zuid Tellingen provincie Zuid Holland 2016 5 N210 tussen Tiendweg en N474, ri oost 5 N210 tussen Tiendweg en N474, ri west 6 N210 tussen N474 en N477, ri oost 6 N210 tussen N474 en N477, ri west 7 N210 tussen N477 en N475, ri oost 7 N210 tussen N477 en N475, ri west 8 N474, ri noord 8 N474, ri zuid 9 N477, ri noord 9 N477, ri zuid
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage II | Definitief
15:00-16:00 16:00-17:00 17:00-18:00 18:00-19:00 15:00-16:00 16:00-17:00 17:00-18:00 18:00-19:00 15:00-16:00 16:00-17:00 17:00-18:00 18:00-19:00 1551
1672
1586
1361
1610 1208 1105 1342
1702 1082 926 1505
1385 767 784 1200
1.44
1.54
2.87
0.66
812 1038
1495 943 1105 1305
1166 1208
1129 1234
977 1284
1.82 2.73
0.73 3.01
1.66 5.91
1.00 4.85
599 472 758 565 578 466 259 307 238 310
753 488 943 664 754 580 325 331 277 378
844 475 1019 698 790 645 400 336 257 424
661 434 787 589 600 495 324 278 220 303
548 523 680 605 468 467 237 307 241 312
716 458 875 620 739 595 341 329 306 403
834 456 1024 724 822 671 395 308 278 428
721 473 767 554 652 507 310 278 221 312
2.13 2.29 2.91 1.65 4.81 0.05 1.40 0.00 0.19 0.11
1.37 1.38 2.26 1.74 0.55 0.62 0.88 0.11 1.70 1.27
0.35 0.88 0.16 0.98 1.13 1.01 0.25 1.56 1.28 0.19
2.28 1.83 0.72 1.46 2.08 0.54 0.79 0.00 0.07 0.51
III BIJLAGE: DIAGRAMMEN SCHEEPVAARTROUTES CORRIDOR
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage III | Definitief
III.1
Diagram scheepvaartroutes rond spitsblokken Algerabrug
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage III | Definitief
III.2
Diagram belangrijkste scheepvaartroutes Staande Mastroute
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Bijlage III | Definitief
www.witteveenbos.com