04 09 - Bijlage onderzoek Witteveen - Eindrapportage onderzoek bedienregime Algerabrug
Tekst van het document
Onderzoek bedienregime Algerabrug Eindrapportage
Rijkswaterstaat 3 februari 2022
Project Opdrachtgever
Onderzoek bedienregime Algerabrug Rijkswaterstaat
Referentie
Eindrapportage Definitief 3 februari 2022 126626/22-001.555
Projectcode
126626
Document Status Datum
Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Stationsweg 5 Postbus 3465 4800 DL Breda +31 (0)76 523 33 33 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toest emming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel en scope studie
5
1.3
Leeswijzer
5
2
PROBLEEMANALYSE
6
2.1
Huidig bedienregime
6
2.2
Wegverkeer
8
2.3
Scheepvaart
12
2.4
Stakeholdergesprekken
16
3
MAATREGELEN
18
3.1
Voorliggende maatregelen
18
3.2
Maatregelen met betrekking tot bedienregime
19
3.3
Overige maatregelen
21
3.4
Onderzochte maatregelen
22
4
AFWEGINGSKADER
23
5
VERKEERSMODEL
25
5.1
Uitgangspunten
25
5.2
Kalibratie model basissituatie 2016
26
5.3
Model toekomstsituatie 2023
28
6
EFFECTBEPALING MAATREGELEN
30
6.1
Maatregel 1.1: Vervroegen van opening 15.20 naar 15.00 uur
30
6.2
Maatregel 1.2: Verlengen van avondspitsblok naar 19.00 uur
33
6.3
Maatregel 1.4: vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur
36
6.4
Maatregel 2.4: Gelijktijdige doorvaart
39
7
CONCLUSIE
43
7.1
Samenvatting maatregelen
43
7.2
Aanbevelingen
45
Laatste pagina
45
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Beoordelingsschalen
3
II
Kalibratieresultaten
2
III
Diagrammen scheepvaartroutes corridor
2
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
De Algeracorridor kent een reistijd- en betrouwbaarheidsprobleem voor doorstroming van het wegverkeer. Om hier op korte termijn realiseerbare oplossingen voor te vinden en door te voeren is de Korte Termijn Aanpak (KTA) Algeracorridor opgezet. Onderdeel hiervan is onderzoek naar (on)mogelijkheden van aanpassing van het bedienregime van de Algerabrug die mee kunnen helpen aan het verbeteren van de doorstroming op de Algeracorridor voor het wegverkeer. In dit onderzoek is Witteveen+Bos gevraagd om een integraal verkeerskundige studie op te zetten waarin zowel de effecten voor wegverkeer als voor scheepvaart in beeld gebracht worden.
1.2
Doel en scope studie
Het doel van dit onderzoek is op zoek te gaan naar de ruimte in en om het bedienregime van de Algerabrug. Insteek is het bedenken en analyseren van concrete maatregelen waarmee de doorstroming van het wegverkeer op de Algeracorridor verbeterd kan worden zonder of met slechts zeer beperkte negatieve effecten op de doorstroming van het vaarwegverkeer. Door onder andere het gesprek aan te gaan met betrokken stakeholders dient zowel naar de randvoorwaarden als handelingsruimtes in en om het bedienregime gezocht te worden. De maatregelen in dit onderzoek richten zich enkel op optimalisaties aan het bedienregime van de Algerabrug en daarmee samenhangende processen, zoals constateringen die van invloed zijn op de openingsduur van de brug. Andere eventueel gegenereerde maatregelen worden wel vermeld maar niet verder in dit onderzoek geanalyseerd.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 brengt de problemen op en rond de Algeracorridor in beeld in concrete en toetsbare (ken)getallen, wat de basis is voor het verdere onderzoek. In hoofdstuk 3 zijn diverse te overwegen maatregelen geïntroduceerd en gecategoriseerd. Hoofdstuk 4 geeft het afwegingskader waaraan de te onderzoeken maatregelen zijn beoordeeld en onderling afgewogen. De effecten op wegverkeer zijn in beeld gebracht met behulp van een verkeersmodel. De uitgangspunten en kalibratie van dit model zijn beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zijn de kwantitatief of kwalitatief ingeschatte potentiële effecten van alle onderzochte maatregelen in beeld gebracht en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft een samenvatting van de maatregelen en doet daaruit volgende aanbevelingen.
5 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
2 PROBLEEMANALYSE Dit hoofdstuk beschrijft en kwantificeert in gebruikelijke en toetsbare (ken)getallen de huidige knelpunten die tot problemen leiden op en rond de Algerabrug. Eerst is het huidige bedienregime beschreven (2.1). Daarna zijn de problemen voor wegverkeer (2.2) en scheepvaart (2.3) in beeld gebracht. Dit hoofdstuk sluit af met een overzicht van de visies op oplossingsrichtingen, wensen en eisen van de diverse stakeholders die betrokken zijn bij de Algerabrug (2.4).
2.1
Huidig bedienregime
Historie Een beweegbare brug is per definitie een object waar de belangen van verschillende verkeersmodaliteiten moeten worden afgewogen. Een gesloten brug betekent beperkingen voor het vaarwegverkeer, een open brug beperkingen voor het wegverkeer. Een bedienregime is daarom altijd de balans zoeken tussen de verschillende modaliteiten. Het huidige bedienregime van de Algerabrug is ontstaan door een zorgvuldige afweging van eisen vanuit wettelijke eisen, regels en bestuurlijke afspraken. Deze paragraaf geeft inzicht in de achtergrond hiervan. Zo kan ook onderzocht worden welke handelingsruimte er binnen deze wetten, regels en afspraken is voor eventuele optimalisatie van het bedienregime ten dienste van een verbeterde doorstroming van het wegverkeer. Iedere afwijking aan het bedienregime wordt voorgesteld door een betreffende partij en door deze partij onderbouwd. Dit verzoek tot afwijking wordt voorgelegd waarna betrokken partijen hierover hun visie kunnen geven. Het uiteindelijke besluit wordt genomen door Rijkswaterstaat. De punten en afwijkingen waarop het bedienregime van de Algerabrug gebaseerd is betreffen: - richtlijn Vaarwegen 2020 (voorheen 2011 en 2017). Hierin staat onder andere hoe sluizen, bruggen en binnenhavens ontworpen, onderhouden en bediend dienen te worden.
Hieruit volgt een standaard, slechts bij uitzonderingen van af te wijken, bedienregime en de eisen aan brugsluitingen, zowel voor beroepsvaart als voor recreatievaart. Voor vaarwegen tussen de 5 en 15 miljoen ton passerend laadvermogen, zoals de Algerabrug, geldt regime 3 uit onderstaande tabel als standaard om de brug continu te bedienen. De Algerabrug wijkt hiervan af, omdat de Algerabrug niet continu bediend wordt tussen de tijden uit onderstaande tabel. Het staat vaarwegbeheerders vrij, indien er een lokale noodzaak is, de brug langer te bedienen. Daarnaast is het mogelijk de bedieningstijden te beperken om personeelsinzet te besparen;
Afbeelding 2.1 Bedienregimes met continue bediening (bron: richtlijn Vaarwegen 2020)
6 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
-
-
-
-
beleidsvisie Recreatietoervaart (BRTN), waarin de structuurschema’s van vaarwegen gezamenlijk zijn afgestemd tussen de meeste betrokken bewindslieden en provinciale besturen. In het BRTN is een richtlijn voor minimale frequentie van bediening voor bruggen waar een autoweg of spoorweg over heen loopt. Wanneer de intensiteiten op de autoweg hoger zijn dan 1000 voertuigen/uur, zoals over de Algerabrug, geldt een minimale frequentie van bediening van één keer per uur. Hierop is de Algerabrug een afwijking, want de Algerabrug gaat niet open gedurende de spitsperiodes; huidige spitssluiting , welke voor de Algerabrug in de ochtend (06.45-09.00 uur) en de avond (15.30-18.30 uur) zijn. Dit is, zoals eerder aangegeven, een afwijking van het BRTN, omdat de brug in de spits niet één keer per uur bediend wordt. Conform richtlijn vaarwegen 2020 is een spitssluiting niet wenselijk voor scheepvaart, maar wel mogelijk wanneer dit het verkeer over de brug te veel hindert. Dit dient onderbouwd te zijn met onderzoek. Voor de Algerabrug geldt dat in samenspraak met de gemeentes is vastgesteld dat een spitssluiting van belang is om de doorstroming van het wegverkeer gedurende de spits te bevorderen.
Vervolgens is door Rijkswaterstaat het bestuursrechtelijk besluit genomen; routeakkoord IJsselmeergebied - Deltawateren (Staande Mastroute), waarin de eisen aan een bedienregime zijn vastgelegd tussen de beheerders van vaarwegen en kunstwerken. De openingen van kunstwerken dienen aan te sluiten op de coördinatie van vaarroutes, zowel voor recreatievaart als beroepsvaart. Voor de Staande Mastroute geldt dat de oostelijke route binnen een etmaal één keer in beide richtingen voor schepen met een kruiphoogte groter dan zes meter dient te kunnen worden afgelegd (in konvooivaart). Hiervoor dient de brugopening bij Gouda van 12:27 beide kanten op gehaald te kunnen worden. Van zuid naar noord sluit de opening van 9:20 van de Algerabrug hierop aan. Van noord naar zuid dient de opening van 18.58 bij spoorbrug Dordrecht gehaald te kunnen worden. De opening van 15:20 van de Algerabrug sluit hierop aan; de zorgplicht van de brugeigenaar/ -beheerder, welke verantwoordelijk is voor het naleven van het bedienregime. Dit betekent dat een brugopening geen geautomatiseerd proces is. De brugbedienaar maakt op basis van het bedienregime en de huidige situatie op de weg en het water een inschatting wanneer de brug naar zijn inzicht het beste geopend kan worden.
Concreet betekent dit dat het voor kan komen dat na een brugopening om 09:00 uur geen standaard brugopening om 09:20 uur meer volgt, omdat dit een te groot negatief effect heeft op het wegverkeer.
Huidige bediening Afbeelding 2.2 geeft een schematisch overzicht van het bedienregime van de Algerabrug in de zomer- en winterperiode. Voor de Algerabrug zijn speciale bedientijden vastgesteld omdat er met name in de ochtenden avondspits veel verkeer over de brug gaat. Daarom wordt er niet bediend tijdens de spitsuren in de ochtend (06.45-09.00 uur) en de avond (15.30-18.30 uur). Vroeg in de ochtend tussen 06.00 en 06.45 uur en net na de avondspits tussen 18.30 en 20.00 uur, geldt een licht spitsregime en zijn openingen alleen op aanvraag mogelijk vanwege het veelvuldig gebruik van de brug door wegverkeer. Sinds eind 2020 geldt een vooraanmeldtijd van twee uur, daarvoor was dit vier uur. Vaste brugopeningen voor de recreatievaart zijn op werkdagen tussen 09.00 en 15.30 uur elke 20 minuten na het hele uur. Op zaterdag en zondag is er tussen 10.00 tot 18.00 uur ieder uur een vaste opening. Deze periode in het weekend geldt voor de zomerperiode (recreatieseizoen van 1 april tot 31 oktober). In de winter zijn deze periodes korter en wordt vaker op afroep gewerkt. Daarnaast wordt de brug in de winter niet bediend op zon- en feestdagen. Wanneer de stormvloedkering gesloten is, is de bediening dag en nacht aanwezig omdat alle vaarverkeer dan door de sluis moet. Tijdens de spitsuren gaat de brug echter nog steeds niet open.
De brug blijft ook gesloten bij windkracht 7 of hoger (windkrachtbeperking tegen overbelasting bewegingswerk).
7 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.2 Diagram huidig bedienregime Algerabrug
2.2
Wegverkeer
Routering verkeer De Algerabrug geldt als belangrijke schakel tussen de Krimpenerwaard en Rotterdam. Vanuit Krimpen aan den IJssel en het achterland is de brug de enige mogelijkheid om Rotterdam te bereiken. Alternatieven zijn er enkel pas bij Gouda (N207) of zelfs Nieuwegein (A2. Dit zorgt ervoor dat bij vertraging rond de Algerabrug het verkeer weinig alternatieven heeft en toch aansluit in de file bij de Algerabrug, waardoor deze blijft toenemen. Doorstroming Om het reistijd- en doorstromingsprobleem op en rond de Algerabrug in kaart te brengen, is de doorstroming van het wegverkeer onderzocht. Hiervoor is gekeken naar het typische verkeer uit Google Maps en beschikbare verkeerstellingen uitgevoerd door gemeente Capelle aan den IJssel. Afbeelding 2.3 geeft de werkdagintensiteiten op de N210 ter hoogte van de Algerabrug. Dit zijn de verkeersintensiteiten op de hoofdrijbaan en de wisselstrook samen. In de ochtendspits is de maatgevende richting van zuid naar noord (van Krimpen richting Rotterdam). In de avondspits is de maatgevende richting van noord naar zuid (van Rotterdam richting Krimpen).
8 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.3 Werkdagintensiteiten N210 t.h.v. Algerabrug, periode: 2 t/m 16 april 2021 (bron: gemeente Capelle aan den IJssel)
Het typisch verkeer uit Google Maps geeft een indicatie van waar en wanneer filevorming voor de Algerabrug optreedt. In afbeelding 2.4 is het typisch verkeer vlak voor, tijdens en na de ochtendspits weergegeven. Vlak voor de ochtendspits is de vertraging nog beperkt. De brug gaat enkel op afroep open waardoor niet altijd een brugopening nodig is. Wel is in de verkeerstellingen te zien dat na 06.00 uur de drukte sterk toeneemt en de ochtendspits begint. Tijdens de ochtendspits is vertraging zichtbaar richting Capelseplein. Vlak na de ochtendspits is nog meer vertraging zichtbaar. Dit komt door de vaste brugopening om 9.20 uur waardoor er standaard vertraging ontstaat. Ook is er nog veel verkeer rond de Algerabrug aanwezig omdat de spitsperiode net voorbij is. De vertraging lijkt wel lokaal te blijven rond de Algerabrug en niet terug te slaan tot verder over de corridor. In de afbeeldingen kunnen effecten van de corona-maatregelen meegenomen zijn, waardoor de typische vertraging mogelijk onderschat is. Verwacht wordt dat dit effect beperkt is, omdat de verkeersintensiteiten op de Algeracorridor weer op het zelfde niveau zijn als voor maart 2020.
9 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.4 Typisch verkeer vlak voor (links, 6:35u), vlak na (rechts, 9:20u) en tijdens (onder, 7:30u) de ochtendspits (bron: Google Maps)
In afbeelding 2.5 is het typisch verkeer vlak voor, tijdens en na de avondspits weergegeven. Dit beeld verschilt van de ochtendspits. Vlak voor het avondspitsblok, na de laatste brugopening van 15.20 uur, staat de N210 aan beide kanten van de Algerabrug vast. De vertraging lijkt ook terug te slaan tot voorbij het Capelseplein op de N219 en richting de A16. Ten zuiden van de brug slaat de vertraging terug tot over het kruispunt van de N210 met de Industrieweg en de Nieuwe Tiendweg. Uit verkeerstellingen blijkt dat de verkeersintensiteit voor de laatste brugopening van 15.20 uur al hoog is. Na 14.00 uur begint de verkeersintensiteit namelijk al sterk toe te nemen en na 15.00 uur kan eigenlijk al gesproken worden van een spitsperiode. De brugopening van 15.20 uur heeft daarom veel effect op de doorstroming van het verkeer. Tijdens de avondspits is de vertraging in de zuidelijke richting het best zichtbaar. Deze slaat op een vergelijkbare manier terug tot voorbij het Capelseplein op de N219 richting de A16. Na de avondspits is de brugopening wederom op afroep. Er is nog steeds vertraging zichtbaar maar deze lijkt beperkter dan voor de avondspits. De vertraging lost ook sneller op en slaat minder ver terug over de rest van het netwerk. Dit komt hoofdzakelijk door de sterk afnemende verkeersintensiteit na 18.00 uur.
10 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.5 Typisch verkeer vlak voor (links, 15:30u), vlak na (rechts, 18:40u) en tijdens (onder 16:45) de avondspits (bron: Google Maps)
Tussen de spitssluitingen in (09.00-15.30 uur) is ieder uur een vaste brugopening. Tijdens en na deze brugopening is logischerwijs vertraging zichtbaar. Deze lost echter sneller op dan rond de spitsperiodes, omdat er minder verkeer over de brug rijdt. Dit is vertraging inherent aan het gegeven dat er een beweegbare brug is. De focus voor optimalisatie van de doorstroming ligt op maatregelen in de bediening rond de spitsperiodes. Openbaar vervoer Over de Algerabrug lopen zowel buslijnen van de RET als van Arriva. In de ochtend- en avondspits rijden er in beide richtingen ongeveer 25 bussen per uur over de Algerabrug. Op de toeleidende wegen (N210) naar de brug is een vrije busstrook aanwezig. Aan de noordzijde loopt de busstrook over het Capelseplein tot aan het kruispunt N210 - Van Beethovenlaan (metrostation Capelsebrug). Aan de zuidzijde loopt de busstrook tot aan Busstation Krimpen aan den IJssel. In de dienstregeling wordt rekening gehouden met de vaste openingen van de brug, waardoor zij van brugopeningen weinig hinder ondervinden. Daarnaast zijn de busstroken een belangrijke factor in de betrouwbaarheid en haalbaarheid van de dienstregeling van de buslijnen.
11 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Conclusie verkeer Over de Algerabrug is de drukste richting in de ochtendspits verkeer vanuit Krimpen aan den IJssel richting Rotterdam en de A16. In de avondspits is dit de andere kant op vanuit Rotterdam en de A16 richting Krimpen aan den IJssel. De Algerabrug vormt de enige directe verbinding vanuit Krimpen aan den IJssel richting Rotterdam en de aansluiting vanuit Krimpen. Hierdoor is het een belangrijke verbinding voor inwoners van Krimpen aan den IJssel, welke met name in de avondspits zeer filegevoelig is. Dit resulteert in drukte op de Algeracorridor, al voor het begin van de spitsen. De brugopeningen zijn van sterke invloed voor het congestiebeeld op de Algeracorridor over de Algerabrug, met name rond en vlak voor de avondspits. Dit komt mede door de sterk toenemende verkeersintensiteit na 14.00 uur. De Algerabrug is daarnaast een belangrijke schakel voor buslijnen tussen Krimpen aan den IJssel en Metrostation Capelsebrug. Door de aanwezige busstrook ervaren bussen echter vrijwel geen hinder van de filevorming voor de brug.
2.3
Scheepvaart
De Algerabrug ligt over de Algerasluis, naast de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel. De sluis is enkel in gebruik als de stormvloedkering gesloten is. Schepen kunnen passeren onder het vaste deel van de brug over de stormvloedkering. Beroepsvaart kan tot NAP +8,50 meter vrij passeren onder het vaste deel. De waterhoogte varieert in normale omstandigheden tussen NAP -0,65 meter en NAP + 1,8 meter. Schepen die daar voor wat betreft doorvaarthoogte niet onderdoor kunnen, kunnen passeren via de basculebrug over de sluis. Op de Hollandse IJssel varen schepen van klasse CEMT V, of kleiner. De maximale hoogte van een CEMT V is 9,10 meter. Afhankelijk van de waterhoogte kan een CEMT V door het vast deel van de brug varen. De Algerabrug dient dus beperkt geopend te worden voor beroepsvaart. De Hollandsche IJssel is onderdeel van de binnenvaartcorridor Rotterdam-Alphen aan den Rijn. Deze corridor wordt met name gebruikt voor het vervoer van containers van en naar het Alpherium voor onder andere Heineken. Staande Mastroute De Hollandsche IJssel maakt naast een scheepvaartroute voor binnenvaart, ook onderdeel uit van de ‘Staande Mastroute’. Dit is een doorgaande vaarroute in Nederland, geschikt voor zeil- en motorboten met een masthoogte of een opbouw van meer dan 6 meter. Het is een route die het zuiden en noorden van Nederland met elkaar verbindt, via het IJsselmeer.
De route is een alternatief voor het buitenom varen via de Noordzee. De Algerabrug is onderdeel van het traject West-Nederland (door de provincies Noord en Zuid Holland). Het streven is dit gedeelte van de Staande Mastroute tussen Willemstad en het IJ binnen 24 uur af te kunnen leggen door recreatievaart bij een gemiddelde snelheid van 9 km/uur. Twee andere bruggen kennen een nauwe samenhang met scheepvaart passages bij de Algerabrug. Het betreft de spoorbruggen bij Gouda en Dordrecht, die elk (afhankelijk van de vaarrichting) onderdeel uitmaken van de Staande Mastroute. Bij deze spoorbruggen is een beperkt aantal openingen mogelijk in verband met het te passeren treinverkeer. De spoorbrug bij Dordrecht mag rond ieder heel uur open, behalve in de spits op werkdagen rond 08.00 uur en 17.00 uur. De spoorbrug bij Gouda mag vanaf 8.30 uur elke twee uur open. Voor de recreatievaart is het van belang dat openingen van de Algerabrug aansluiten op de bediening van deze in verbinding staande spoorbruggen zodat voldaan kan worden aan het routeakkoord Staande Mastroute. De afstand van de spoorbrug te Dordrecht, via de Noord en de Nieuwe Maas naar de Algerabrug in de Hollandsche IJssel is circa 18 km. De vaartijd is daarmee circa twee uur. De afstand van de Algerabrug naar de spoorbrug te Gouda, via de Hollandsche IJssel en het Gouwekanaal is circa 17 km.
Daarbij moet wel de Julianasluis worden gepasseerd. De geschatte vaartijd om van de spoorbrug te Gouda naar de Algerabrug te varen bedraagt dan circa twee uur en een half uur om de Julianasluis te passeren, dus in totaal 2,5 uur.
12 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Bijlage III bevat diagrammen van de scheepvaartroutes die de Algerabrug passeren rond de spitsperiodes. Deze visualiseren welke brugopeningstijden kritiek zijn en waar mogelijk nog ruimte zit. Hieruit zijn de volgende punten geconcludeerd: - voor de ochtendspits is de opening om 6.30 uur de laatste opening. Dit is geen kritieke opening door de spitssluitingen bij de Julianasluis en de Alblasserdamse brug. Vervroegen van de brugopening naar bijvoorbeeld 6.20 uur of 6.00 uur is mogelijk. Er dient dan namelijk nog steeds op de spitssluitingen bij de Julianasluis en de Alblasserdamse brug gewacht te worden; - na de ochtendspits is de eerste vaste opening om 09.20 uur. Deze opening sluit aan op de opening van 12:30 uur in Gouda en op de opening van 12.00 uur in Dordrecht. De ruimte zit in het verlaten van de brugopening van 09.20 uur. Wanneer de opening minder dan 40 minuten wordt verlaat, kunnen beide openingen in Dordrecht en Gouda worden gehaald; - voor de avondspits is de laatste brugopening om 15.20 uur. Deze brugopening sluit aan op de opening van 12.30 in Gouda en van 13.00 uur in Dordrecht. Scheepvaart van beide richtingen is om 15.00 uur bij de Algerabrug. Hier is dus een ruimte van 20 minuten om de brugopening te vervroegen. Na doorgang van de opening om 15.20 uur krijgt scheepvaart te maken met de spitssluitingen van de Julianasluis en de Alblasserdamse brug.
Vervroegen van de opening heeft hier geen effect op; - na de avondspits is de eerstvolgende opening om 18.30 uur. Deze opening sluit aan op de opening van 22.30 uur in Gouda en de opening van 21.00 uur in Dordrecht. De ruimte zit in het verlaten van de opening met maximaal 30 minuten. Dan worden beide openingen in Dordrecht en Gouda nog gehaald. Brugopeningen Om de impact van de Algerabrug op het scheepvaartverkeer te bepalen is gekeken naar de brugopeningen die de afgelopen 3,5 jaar hebben plaatsgevonden. Deze periode is aangehouden zodat voldoende informatie beschikbaar is over de periode voordat corona-maatregelen van toepassing waren. In afbeelding 2.6 is het gemiddeld aantal brugopeningen weergegeven. Hieruit volgt dat het gemiddeld aantal brugopeningen toeneemt in het recreatievaartseizoen (april tot oktober). In het jaar 2020 lijkt de toename later op gang te komen dan in andere jaren. Mogelijk is dit een gevolg van de corona-maatregelen. In 2021 loopt de toename weer gelijk met de jaren 2018 en 2019.
Afbeelding 2.6 Gemiddeld aantal brugopeningen per dag, per maand van 2018 tot en met juli 2021
Het aantal schepen dat per brugopening de Algerabrug passeert is gemeten in de periode van 2019 tot 2021. Het aantal schepen per dag varieert tussen de 1 en 26. In de periode 2019 tot en met 2021 was het gemiddeld aantal schepen dat per brugopening passeerde 2,4. Uit afbeelding 2.7 volgt dat gemiddeld de meeste schepen per brugopening passeren in de maanden juli en augustus. Dit valt logischerwijs samen met de piek van het recreatievaartseizoen. Het lijkt er daarom sterk op dat verreweg de meeste openingen van de Algerabrug gerelateerd zijn aan het aanbod recreatievaart dat gebruik maakt van de Staande Mastroute.
13 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.7 Het gemiddeld aantal schepen per brugopening per maand periode 2018 tot en met juli 2021
De openingsduur van de Algerabrug is variabel en afhankelijk van de hoeveelheid schepen die willen passeren. Afbeelding 2.8 geeft de distributie van openingsperiodes van de afgelopen jaren. Hieruit is op te maken dat de meeste brugopening 6 à 7 minuten duren. Dit beeld wordt bevestigd door de gemiddelden uit tabel 2.1. Wat hierin opvalt is dat de gemiddelde openingsduur rond de spitsblokken maar zeer licht toeneemt in de zomermaanden ten opzichte van het jaargemiddelde. De openingsduur lijkt dus maar beperkt afhankelijk van het aantal schepen.
Afbeelding 2.8 Distributie brugopeningsduur periode 2018 tot en met juli 2021
Tabel 2.1 Gemiddelde duur brugopeningen rond spitsblokken Periode brugopening
Gemiddelde openingsduur totale jaar
Gemiddelde openingsduur zomermaanden (juni-sept)
06.00-07:00 09.00-10.00 15.00-16.00 18.00-19.00
6.1 min 6.5 min 6.3 min 6.4 min
6.2 min 6.7 min 6.4 min 6.6 min
14 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 2.9 geeft de maximale tijd tussen twee brugopeningen op dezelfde dag. De hoogste piek is hier te zien rond de periode van 1 uur. Dit is in lijn met de verwachting door de vaste brugopeningen om 20 minuten na het hele uur. Hier wordt dus in veel gevallen niet vanaf geweken. Dit beeld wordt bevestigd door afbeelding 2.10. Hierin zijn de brugopeningen verdeeld over de tijd. Tussen de spitsblokken gaat de brug bijna alleen maar open op de vaste brugopeningstijden. Voor het ochtendspitsblok zijn de openingstijden 06.00 en 06.30 uur populair. Direct na het avondspitsblok is vaak nog een opening om 18.30 uur. Buiten deze tijden zijn de brugopeningen zeer beperkt. De openingen tussen 15:20 en 18:30 zijn openingen op weekend, zon- of feestdagen. Op weekdagen geldt dan een spitssluiting.
Afbeelding 2.9 Tijd tussen brugopeningen periode 2018 tot en met juli 2021
Afbeelding 2.10 Brugopeningen Algerabrug, verdeeld over de dag periode 2018 tot en met juli 2021
Conclusie scheepvaart De Hollandsche IJssel wordt gebruikt voor binnenvaart en recreatievaart. Het is voor de doorstroming van het vaarwegverkeer van belang dat er brugopeningen kunnen plaatsvinden voor de schepen die niet onder het vaste bruggedeelte door kunnen varen. De Algerabrug is onderdeel van de Staande Mastroute. Daarom is het van belang dat schepen die de spoorbrug bij Gouda of Dordrecht passeren, aansluitend nog een brugopening bij de Algerabrug hebben, zodat de Staande Mastroute binnen 24 uur te varen blijft. Analyse van de routes langs deze bruggen laat zien dat er rond de spitstijden nog enige ruimte is om de spitsblokken te verlengen zonder dat dit ten koste gaat van het uitgangspunt van de Staande Mastroute.
15 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
De meeste brugopeningen vinden plaats in de periode tussen de spitsblokken. Er is een duidelijke piek in het aantal schepen dat de Algerabrug per brugopening passeert tijdens het recreatieseizoen. De toename in openingsduur is tijdens het recreatieseizoen echter beperkt.
2.4
Stakeholdergesprekken
Ter voorbereiding op dit onderzoek en om een goed beeld te krijgen van de problematiek op de Algerabrug zijn gesprekken gevoerd met diverse stakeholders die op een of andere manier betrokken zijn bij de Algerabrug: voor wegverkeer is gesproken met ondernemerskringen uit de regio en TLN-Evofenedex, voor openbaar vervoer met de RET en Arriva, voor recreatievaart met Hiswa-Recron, de Toerzeilers en Watersportverbond-Delta Noord, voor beroepsvaart met BLN-Schuttevaer en ASV. Verder is met de bedienaar van de brug gesproken en veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Tijdens deze gesprekken zijn onder andere de huidige situatie en problematiek rond de Algerabrug geverifieerd en besproken, daarnaast zijn ideeën voor mogelijke maatregelen voor verminderen van deze problemen gevraagd en geïnventariseerd. In de stakeholdergesprekken is de nadruk gelegd op het in beeld brengen van de ruimte in het huidige bedienregime. Deze paragraaf beschrijft kort de uitkomsten van de gesprekken per categorie. Wegverkeer Vanuit weggebruikers wordt de grote verkeersproblematiek en de lange files die ontstaan in de ochtend- en avondspits op de Algeraweg benadrukt. De problemen ontstaan niet alleen doordat de brug openstaat, maar worden op de gehele corridor door de hoge verkeersintensiteit ervaren.
De tijdelijke aanpassing bij het kruispunt Ketensedijk, waar de VRI is uitgeschakeld, zorgt voor een sterke verbetering in de doorstroming. Ook de aanpassing aan de grote kruising bij de Nieuwe Tiendweg wordt als een verbetering ervaren. Desalniettemin is het erg druk op de Algeracorridor. Zowel de ochtend- als avondspits beginnen vroeg. De wens wordt aangegeven om de laatste opening voor de ochtend- en avondspits te vervroegen en zo het spitsregime te verruimen. De voorkeur gaat uit naar het vervroegen van de laatste opening voor de avondspits, omdat dan door de hoge verkeersintensiteit de meeste hinder van de burgopening wordt ervaren. Na de ochtend- en avondspits worden er geen grote problemen voor het wegverkeer ervaren. De ochtendspits is om 9.00 uur afgelopen en de avondspits is om 19.20 uur afgelopen. Beide openingen na de spitsen, veroorzaken daarom geen problemen. Scheepvaart Zowel beroepsvaart als recreatievaart geven aan dat als het bedienregime aangepast wordt, de opening van de Algerabrug nog steeds aan dient te sluiten op de openingen op de corridor. Hierbij zijn met name de aansluitingen met de spoorbrug in Gouda en de spoorbrug in Dordrecht belangrijk. Beroepsvaart kan op afroep door de brug varen, waardoor het met name recreatievaart is dat voor de brug wacht.
Er wordt aangegeven dat er (te) weinig wachtplaatsen voor recreatievaart zijn, waardoor vooral in de zomermaanden onveilige situaties kunnen ontstaan door de vele wachtende recreatievaartuigen. Openbaar vervoer en hulpdiensten Vanuit busmaatschappijen en de hulpdiensten worden geen grote problemen ervaren. Er wordt rekening gehouden met de openingen van de brug. Indien de brug vaker open zou gaan, heeft het voor de busmaatschappijen de voorkeur deze op een vaste tijd te plannen, zodat hier in de dienstregeling rekening mee gehouden kan worden. Ook de hulpdiensten houden rekening met de vaste openingen van de brug voor zover dit praktisch mogelijk is. In Krimpen staat een extra brandweerwagen, maar geen ambulance. Het komt voor dat hulpdiensten staan te wachten voor de brug, wel houdt de brugwachter hier rekening mee. De veiligheidsregio geeft aan dat mede hierdoor aanrijdtijden nog steeds gehaald worden.
16 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Overig Naast het verplaatsen van de openingen, is ook gesproken over mogelijkheden om de brugopeningen te verkorten. In de gesprekken wordt aangegeven dat het wachten voor de brug tijdens de laatste opening voor de avondspits voor langzaam varende recreatievaart tot ergernis kan leiden bij weggebruikers. Daarnaast is aangegeven dat een brugopening onnodig lang kan duren door ongewenst rijgedrag van fietsers die onder de slagboom doorgaan en zelfs door wegverkeer dat zigzaggend nog langs de sluitende slagbomen rijdt. Dit laatste gebeurt volgens ervaringen tot wel vier à vijf keer per week. Daarnaast zijn er vermoedens dat openingen langer duren door breedtetransport over de brug, maar diverse geven aan dat dit nauwelijks voorkomt. Vertragingen door vervoer voor de penitentiaire inrichting, welke gevestigd is in Stormpolder, zijn niet naar voren gekomen in de gesprekken.
Overige wensen vanuit de stakeholders zijn: - een extra vaste opening van de brug na de avondspits, zodat recreatievaart meer speling heeft bij het zoeken van een slaapplaats; - meer openingen in het weekend voor recreatievaart; - de bussenremise van Arriva en RET verplaatsen, zodat er minder bussen buiten dienst over de Algerabrug rijden; - communicatie over wachttijden voor de Algerabrug beter inrichten, zowel voor scheepvaart als weggebruikers, zodat er beter geanticipeerd kan worden op de openingen van de Algerabrug.
17 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
3 MAATREGELEN Dit hoofdstuk beschrijft de mogelijke maatregelen die onderzocht worden binnen dit onderzoek. Paragraaf 3.1 geeft enkele al voorliggende maatregelen, in paragraaf 3.2 zijn andere maatregelen met betrekking tot het bedienregime geïntroduceerd. Deze zijn mede product van een brainstormsessie die gehouden is met diverse betrokkenen. Overige maatregelen die niet direct betrekking hebben tot het bedienregime zijn beschreven in paragraaf 3.3.
3.1
Voorliggende maatregelen
De aanpassingen aan het bedienregime die in ieder geval in dit onderzoek worden geanalyseerd, hebben elk betrekking op de brugopeningen rond de spitsblokken op werkdagen. Dan is de verkeersintensiteit namelijk hoog en heeft een brugopening het meeste effect op wachtrijvorming voor het wegverkeer. Daarnaast geldt in het weekend een ander bedienregime dan op werkdagen. De te onderzoeken maatregelen zijn: 1 vervroegen van opening 15.20 naar 15.00 uur; 2 verlengen van spitsblok tot na 18.30 naar 19.00 uur; 3 verlengen van spitsblok tot na 18.30 in combinatie met toevoeging één opening tijdens spitsblok om 17.20 uur; 4 vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur. De exacte invulling van deze maatregelen is hieronder toegelicht. Maatregel 1.1: vervoegen van opening 15.20 naar 15.00 uur Uit de probleemanalyse en de stakeholdergesprekken is gebleken dat de avondspits op de Algeracorridor al eerder begint dan het avondspitsblok van 15.20 uur. Dit is vooral te zien in de richting van Krimpen aan den IJssel. Vervroegen van de laatste opening voor het avondspitsblok van 15.20 uur kan daarom een positief effect hebben op de doorstroming van het wegverkeer bij de start en het verdere verloop van de avondspits.
Rekening houdend met de aansluiting van de opening op de brugopeningen bij de spoorbruggen in Gouda en Dordrecht, de Alblasserdamse brug en de Julianasluis (en daarmee de Staande Mastroute), is het mogelijk de opening van 15.20 uur te vervroegen naar uiterlijk 15.00 uur. Hier moet echter wel bij vermeld worden dat de duur van het schutproces bij de Julianasluis lastig te voorspellen is. Bij een korte schuttijd kunnen schepen al om 14.50 uur bij de Algerabrug aankomen. Wanneer de schuttijd echter langer is, kan het ook voorkomen dat schepen pas 15.10 of 15.20 uur bij de Algerabrug aankomen. Dan wordt de opening van 15.00 uur niet gehaald. Het is niet bekend hoe vaak het voorkomt dat schepen na 15.00 uur bij de Algerabrug aankomen. Maatregel 1.2: verlengen van spitsblok tot na 18.30 naar 19.00 uur Na het avondspitsblok start het regime ‘op aanvraag’ in de huidige situatie om 18.30. Uit de probleemanalyse is gebleken dat rond deze tijd de avondspits in veel gevallen nog niet voorbij is. Dit betekent dat de verkeersintensiteiten (voornamelijk richting Krimpen) nog hoog zijn. Later beginnen met het regime ‘op afroep’ kan een positief effect hebben op de doorstroming van het wegverkeer aan het eind van de avondspits. Binnen deze maatregel wordt het avondspitsblok verlengd tot 19.00 uur. Hierna neemt de verkeersintensiteit snel af, wat het einde betekent van de avondspits.
Een opening van 19.00 uur zorgt echter wel voor extra wachttijd voor het scheepvaartverkeer in beide richtingen. In de zomermaanden wordt deze opening relatief vaak aangevraagd, zoals beschreven in de probleemanalyse. Daarom kan dit zeker in de
18 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
zomermaanden resulteren in meer wachtende schepen. Het aantal wachtplaatsen en de veiligheid van de wachtende schepen is binnen deze maatregel een aandachtspunt. Maatregel 1.3: verlengen van spitsblok tot na 18.30 in combinatie met toevoeging één opening tijdens spitsblok om 17.20 uur Als aanvulling op maatregel 1.2 is het een mogelijkheid om tijdens het avondspitsblok een extra brugopening toe te voegen. De mogelijkheid bestaat dat deze extra brugopening zorgt voor een buffer, waardoor vertraging op de corridor stroomafwaarts van de Algerabrug kan oplossen. Wanneer de brugopening voorbij is, kan verkeer vrij doorrijden zonder in een nieuwe file terecht te komen. Of de vertraging die ontstaat stroomopwaarts van de Algerabrug wel opgelost kan worden tijdens de avondspits, kan worden onderzocht met het verkeersmodel. Daarnaast speelt de uitvoerbaarheid van deze maatregel een grote rol. Het is de vraag of het op een veilige manier mogelijk is de slagbomen te sluiten bij congestie op en rond de brug. Door deze verwachte veiligheidseffecten is gezamenlijk met Rijkswaterstaat besloten deze maatregel niet verder te onderzoeken binnen dit onderzoek. Maatregel 1.4: vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06:00 uur Uit de probleemanalyse is gebleken dat voor het ochtendspitsblok vaak een aanvraag is voor een brugopening om 06.30 uur.
Woon-werkverkeer komt in de omgeving rond de Algerabrug al vroeg op gang. Om 06.30 uur is het daarom op de corridor al druk en begint de ochtendspits. De laatste brugopening voor het ochtendspitsblok vervroegen naar 06.00 uur kan een positief effect hebben op de doorstroming van het wegverkeer bij de start en het verdere verloop van de ochtendspits. Uit de probleemanalyse is ook gebleken dat de brugopening om 06.00 uur meer wordt gebruikt dan de opening om 06.30 uur.
3.2
Maatregelen met betrekking tot bedienregime
Uit de stakeholdergesprekken en analyse van de huidige problematiek en ruimtes zijn enkele andere maatregelen gekomen met betrekking tot het bedienregime van de Algerabrug. Deze maatregelen hebben net als de eerder geïntroduceerde maatregelen als doel de doorstroming op de weg te verbeteren en de negatieve effecten voor scheepvaartverkeer te beperken. Hieronder zijn deze maatregelen in meer detail toegelicht. Maatregel 2.1: recreatievaart geen toegang geven bij brugopening rond spitsperiodes Uit ervaringen van gebruikers en bedienaars van de Algerabrug is gebleken dat pleziervaart significant meer tijd nodig heeft om onder de brug door te varen bij een brugopening dan beroepsvaart. Dit komt in eerste instantie doordat er vaak meer recreatieschepen voor de brug liggen dan beroepsvaart. Daarnaast weet de beroepsvaart hoe zij zo efficiënt mogelijk kunnen varen om de brugopening zo kort mogelijk te houden. Waar bij een brugopening met veel pleziervaart de openingstijd kan oplopen tot 10-12 minuten, duurt een brugopening met enkel beroepsvaart ongeveer 5 à 6 minuten. Deze maatregel verbiedt pleziervaart bij een brugopening rond de spitsperiodes toegang door de Algerabrug om zo de brugopening zo kort mogelijk te houden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de brugopening voor de avondspits (15.20 uur). Wanneer er geen beroepsvaart aanwezig is, zal de brug niet open gaan.
Deze maatregel wordt ook toegepast bij onder andere de spoorbrug bij Dordrecht. De maatregel is vergelijkbaar met de overige maatregelen met betrekking tot verlengen van de spitsblokken. Echter biedt deze maatregel meer ruimte voor beroepsvaart. Recreatievaart zal wel langer moeten wachten voor de Algerabrug. Er dienen daarom voldoende wachtplaatsen aanwezig te zijn, zodat recreatievaart veilig voor de brug kan wachten. Dit speelt name in de zomerperiode, wanneer veel recreatievaart de Algerabrug passeert. Vanuit het perspectief van de SMR valt deze maatregel af. De openingen van 09.20 en 15.20 uur zijn namelijk kritiek voor het binnen 24 uur varen van de route. Het vervallen van deze opening betekent dat dit niet meer mogelijk is. Daarom wordt deze maatregel in dit onderzoek niet verder onderzocht.
19 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Maatregel 2.2: pleziervaart dient mee te varen met beroepsvaart, geen vaste brugopeningen meer buiten de belangrijkste openingen voor de SMR Gemiddeld maken ongeveer zeven binnenvaartschepen per dag gebruik van een brugopening bij de Algerabrug. Zij komen regelmatig gelijktijdig aan, waardoor het aantal brugopeningen per dag voor de beroepsvaart drie à vier bedraagt. Een mogelijke maatregel die het aantal brugopeningen beperkt is enkel brugopeningen toe te staan bij aanwezigheid van beroepsvaart, buiten de belangrijkste openingen voor de SMR (dit zijn de openingen om 09.20 en 15.20 uur). Pleziervaart dient in dit geval te wachten tot beroepsvaart zich aanmeldt bij de brug en de brug wordt geopend. Het nadeel van deze maatregel is dat pleziervaart geen mogelijkheid heeft meer om zijn route te plannen. Omdat de brugopeningen in deze situatie buiten de twee openingen voor de SMR allemaal op afroep zijn, wordt de voorspelbaarheid van de brugopeningen lager. Ook neemt het aantal brugopeningen per dag af, wat zeker in de zomermaanden tot grote drukte met plezierboten kan leiden. De vraag is in hoeverre dit wenselijk is, aangezien de verkeersproblematiek met name in de spitsen optreedt. Het vervallen van vaste openingen tussen de spitsen (buiten de rand van de spitsen) heeft grote consequenties voor pleziervaart en naar verhouding weinig baten voor het wegverkeer.
Een aandachtspunt is dat er voor recreatievaart voldoende wachtplaatsen aanwezig dienen te zijn. Recreatievaart zal langer moeten wachten voor de Algerabrug. Hiervoor dienen voldoende wachtplaatsen te zijn, zodat recreatievaart veilig kan wachten. Dit is met name in de zomerperiode een aandachtspunt, wanneer veel recreatievaart de Algerabrug passeert en lange wachtrijen kunnen ontstaan. Als variant op deze maatregel kan ervoor gekozen worden om één keer per twee uur een standaard brugopening te verzorgen tussen de spitsblokken. Het gaat dan om de openingen 09.20, 11.20, 13.20 uur en 15.20 uur om zo de belangrijkste openingen voor de Staande Mastroute te borgen. De duur van deze openingen zal waarschijnlijk wel langer zijn, omdat er meer schepen per brugopening zijn. Omdat dit geen effect heeft op de openingen rond de spitsperiodes, is deze maatregel niet verder uitgewerkt. Maatregel 2.3: Pleziervaart alleen vanuit richting Staande Mastroute in de spitsperiode door de brug De Staande Mastroute loopt tussen Amsterdam en Willemstad, via onder andere de Algerabrug. De route kan in de huidige situatie binnen 24 uur afgelegd worden. Staande masten die de volledige route van zuid naar noord varen, passeren de Algerabrug in de ochtend (09.20 uur). Staande masten die de route van noord naar zuid varen, passeren de Algerabrug in de middag (15.20 uur).
Een mogelijke maatregel die de duur van de opening verkort is tijdens de eerste brugopening na de ochtendspits om 09.20 uur enkel recreatievaart vanaf de zuidkant te laten passeren en voor de avondspits om 15.20 uur enkel recreatievaart vanaf de noordkant te laten passeren. Dit zijn de meest optimale openingen voor de SMR. Door deze maatregel worden de openingen van 09.20 en 15.20 uur verkort doordat schepen niet op de andere richting hoeven te wachten. In de huidige situatie passeren de schepen uit zuid en noord namelijk na elkaar de Algerabrug. Het nadeel van deze maatregel is dat pleziervaart van de andere richting, niet kritiek voor de Staande Mastroute, langer moet wachten voor een opening. Ook zal goede communicatie nodig zijn om deze richting duidelijk te maken dat zij geen gebruik mogen maken van de opening. Daarom is in samenspraak met Rijkswaterstaat besloten deze maatregel niet verder te onderzoeken. Maatregel 2.4 Gelijktijdige doorvaart In het huidige regime dienen beide richtingen apart de Algerabrug te passeren. Bij grote hoeveelheden schepen, voornamelijk in de zomermaanden, kan dit zorgen voor langere brugopeningstijden. Bij bruggen in de omgeving, zoals de bruggen bij Alblasserdam en Dordrecht, wordt gebruik gemaakt van gelijktijdige doorvaart. Dit betekent dat schepen in beide richtingen gelijktijdig door kunnen varen bij een brugopening.
Rijkswaterstaat regio WNZ gebruikt een minimale doorvaartbreedte van 24 meter om gelijktijdige doorvaart toe te laten. De Algerabrug valt met een doorvaartbreedte van 23.9 meter net onder deze grens. Echter is het verschil zo minimaal dat aangenomen kan worden dat dit binnen de marge valt. Door gelijktijdige doorvaart is de verwachting dat de gemiddelde brugopeningstijd verkort kan worden van gemiddeld 7 minuten naar gemiddeld 5 minuten. Dit is op basis van de huidige openingstijden voor
20 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
verschillende openingen en kijkend naar de zomer- en winterperiode, zoals toegelicht is in de probleemanalyse. Wel zal bij deze maatregel rekening gehouden moeten worden met de veiligheid. Zeker in de zomermaanden is er veel recreatievaart, die in sommige gevallen minder ervaren zijn. Wanneer zij schommelend de Algerabrug passeren kan een gelijktijdige doorvaart voor onveilige situaties zorgen. De verwachting is wel dat de breedte van 23.9 meter voldoende is om een veilige gelijktijdige doorvaart te garanderen.
3.3
Overige maatregelen
Overige maatregelen die voor een betere verkeerssituatie kunnen zorgen maar niet direct betrekking hebben tot het bedienregime van de Algerabrug zijn in deze paragraaf beschreven. Deze maatregelen worden niet verder onderzocht binnen dit onderzoek maar zijn wel belangrijk om rekening mee te houden. De maatregelen kunnen gelden als aanvulling op de eerder beschreven maatregelen om de verkeerssituatie op de Algerabrug verder te verbeteren. Maatregel 3.1: informatiemanagement Deze maatregel betreft het zorgen voor betere informatievoorziening voor zowel weggebruikers als scheepvaartverkeer. Dit kan op korte termijn door gebruik van de Dynamische Route-informatiepanelen (DRIPs) op de weg en lichtkranten voor schepen. Op de DRIPs kan aangegeven worden wanneer een brug open gaat. Hiervoor kan ook vaste bebording gebruikt worden. Bij gebruik van DRIPs kan dit systeem worden gekoppeld aan een openingsvoorspeller om ook een indicatie te geven van de wachttijd voor het wegverkeer. Dit verhoogt de bereidheid van bestuurders om in de wachtrij te staan. Deze voorspeller kan ook gekoppeld worden aan VRI’s op omliggende kruispunten om een zo optimaal mogelijke regeling te maken voor de situatie tijdens de brugopening. Het effect hiervan zal echter beperkt zijn, omdat tijdens brugopeningen de VRI-geregelde kruispunten vast staan en aangepaste regelingen maar beperkt effect hebben.
Inzetten op informatiemanagement voor alternatieve routes voor wegverkeer wordt niet gezien als een effectieve maatregel, omdat er geen logische alternatieve routes tussen Rotterdam en Krimpen voor wegverkeer zijn. Maatregel 3.2: optimale openingsmoment bepalen Op basis van analyse van data van wegverkeer en scheepvaartverkeer kan het optimale moment voor een brugopening bepaald worden. Deze tool wordt ook gebruikt door de Provincie Zuid-Holland bij de Lammebrug in Leiden en is daar succesvol gebleken. Hier wordt rekening gehouden met het aantal schepen dat binnen 30 minuten bij de brug aankomt. Voor wegverkeer wordt gebruik gemaakt van de meetlussen in de weg om de verkeersintensiteiten te meten. De tool combineert historische en actuele data van wegverkeer en scheepvaart om het optimale openingsmoment van de brug te bepalen. Doordat de tool gebruik maakt van ‘deep learning’ is voor de Lammebrug eerst anderhalf jaar nodig geweest om het model te voeden met data en deze slimmer te maken. Bij de Algerabrug spelen ook de aansluitingen van andere bruggen en de Staande Mastroute een rol. De tool moet ook deze elementen meenemen in het bepalen van het optimale openingsmoment. Daarnaast zijn de vaste openingen van de Algerabrug belangrijk voor de buslijnen die van de brug gebruik maken.
Ook zullen door de drukte op de weg de meetlussen vaak aan de tool aangeven dat de brug niet open mag. Doordat al deze factoren meegenomen dienen te worden zal ontwikkelen van de tool bij gebruik van ‘deep learning’ voor de Algerabrug naar verwachting enkele jaren in beslag nemen. De vraag is hierdoor hoe effectief deze tool zal zijn voor de Algerabrug op de korte termijn.
21 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Maatregel 3.3: handhaven op ongewenst gedrag rond brugopeningen Het komt regelmatig voor dat auto’s en/of fietsers langs gesloten slagbomen rijden voordat de brug opengaat. Dit zorgt voor een verlenging van de openingstijd van de brug. Door handhaving in te zetten bij brugopeningen kunnen deze incidenten worden verminderd en daarmee de openingstijd worden verkort. Uit ervaringen van gebruikers en brugwachters volgt dat deze problemen een groot deel van de dag spelen. Inzetten van mankracht voor handhaving is daarom niet gewenst. Aanbevolen wordt om te werken met camera’s. In samenspraak met de politie en justitie kunnen hieraan ook boetes gekoppeld worden. Het effect op de wachttijd van het verkeer zal zich naar verwachting beperken tot enkele minuten.
3.4
Onderzochte maatregelen
Niet alle eerder beschreven maatregelen worden verder onderzocht in dit onderzoek. Dit komt omdat diverse maatregelen niet haalbaar blijken, teveel negatieve effecten hebben of omdat de maatregelen buiten de scope van dit onderzoek vallen. Samengevat worden de volgende maatregelen verder doorgerekend en onderzocht: - maatregel 1.1: vervroegen van opening 15.20 naar 15.00 uur; - maatregel 1.2: verlengen van avondspitsblok van 18.30 naar 19.00 uur; - maatregel 1.4: vervroegen van laatste opening voor ochtendspitsblok naar 06.00 uur; - maatregel 2.4: gelijktijdige doorvaart.
22 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
4 AFWEGINGSKADER De onderzochte maatregelen worden getoetst en met elkaar vergeleken. Hiervoor is een afwegingskader opgesteld. Dit kader bevat enkele meest relevante criteria voor zowel wegverkeer als scheepvaart. Tabel 4.1 geeft een overzicht van deze criteria. In dit hoofdstuk zijn de criteria in meer detail toegelicht. Bijlage I geeft de beoordelingsschalen van de criteria.
Tabel 4.1 Beschrijving criteria afwegingskader
wegverkeer
scheepvaart
algemeen
Criterium
Beschrijving
1a
voertuigverliesuren
het totaal aantal uren dat wegverkeer langer onderweg is door opstoppingen op de weg ten opzichte van een situatie met vrije doorstroom op het gehele netwerk
1b
reistijd op traject
de gemiddelde reistijd in minuten op het traject op de N210 tussen de A16 en de N477 in beide richtingen
1c
congestiebeeld
kwalitatieve beoordeling van het verkeersbeeld op de Algeracorridor
2a
lokale wachttijd
hoe lang scheepvaart maximaal voor de Algerabrug ligt te wachten tot de volgende brugopening
2b
doorstroom corridor
in hoeverre het bedienregime van de Algerabrug aansluit bij brugopeningen in de omgeving en de Staande Mastroute
3
haalbaarheid
de haalbaarheid van de maatregel afhankelijk van uitvoerbaarheid, realisatietijd en kosten
Criterium 1a: voertuigverliesuren Binnen dit criterium is de totale vertraging van alle voertuigen in het netwerk over de gehele simulatieperiode gesommeerd. Deze zogeheten voertuigverliesuren zijn bepaald door het totaal aantal uren dat wegverkeer langer onderweg is te vergelijken met een reistijd met vrije doorstroom. De voertuigverliesuren zijn berekend per uur per spitsperiode en over de totale spitsperiodes. Criterium 1b: reistijd op traject Binnen dit criterium zijn de reistijden bepaald over de Algeracorridor. Hiervoor is een traject gekozen dat het volledige netwerk bevat, namelijk de N210 tussen de A16 en de N477. Beide richtingen zijn binnen dit criterium apart beschouwd. De reistijden zijn per kwartier bepaald gedurende beide spitsperiodes. Criterium 1c: congestiebeeld Binnen dit criterium is het gehele congestiebeeld in het netwerk bekeken. Hiervoor zijn visualisaties gemaakt van de gemiddelde snelheden per wegvak per uur voor beide spitsperiodes. De uren met de meeste snelheidsverschillen tussen beide varianten zijn bekeken. Met behulp van deze visualisaties is een kwalitatieve beoordeling gemaakt van de toe- of afname van de congestie als gevolg van een maatregel.
23 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Criterium 2a: lokale wachttijd Binnen dit criterium is onderzocht wat de toe- of afname is van de maximale wachttijd voor de Algerabrug. Hiervoor is gekeken naar de procentuele toename van de tijd tussen twee brugopeningen. Het aantal wachtende schepen is niet meegenomen in de scoring van dit criterium. Wel is bij de beoordeling een nuancering gemaakt wanneer een grote toe- of afname maar betrekking heeft op een beperkt aantal schepen (vanuit de beschikbare data over scheepspassages). Criterium 2b: doorstroom corridor Binnen dit criterium is onderzocht in hoeverre een maatregel aansluit bij brugopeningen in de omgeving en of hiermee het uitgangspunt van de Staande Mastroute geborgd blijft. De beoordeling is gebaseerd op in hoeverre de connectiviteit in stand blijft na doorvoering van een maatregel ten opzichte van de huidige situatie. Criterium 3: haalbaarheid Binnen dit criterium is onderzocht wat de haalbaarheid is van de maatregel voor eventuele implementatie op korte termijn. Hiervoor is gekeken naar uitvoerbaarheid/maakbaarheid (kan het), kosten (tegen welke prijs) en realisatietijd (binnen welke termijn). Bij niet maakbaar, hoge kosten en lange realisatietijd van een maatregel is de haalbaarheid negatief ten opzichte van de huidige situatie. Wanneer de maatregel bijvoorbeeld kostenbesparend is, wordt dit criterium positief beoordeeld.
24 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
5 VERKEERSMODEL De effecten van de maatregelen op wegverkeer zijn inzichtelijk gemaakt met behulp van een verkeersmodel. Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten van dit model, de kalibratie van de basissituatie en beschrijft het model voor de toekomstsituatie waarop de maatregelen worden doorgerekend.
5.1
Uitgangspunten
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van een bestaand verkeersmodel uit het project MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam - Algeracorridor zeef 1, opgesteld in het softwareprogramma PTV VISSIM. Dit model wordt gebruikt in de studie naar de Korte Termijn Aanpak voor de Algeracorridor. Het netwerk dat onderdeel is van het model is weergegeven in afbeelding 5.1. Het model is gekalibreerd en plausibel verklaard. Daarom is het uitgangspunt binnen dit onderzoek dat aan het model zelf geen aanpassingen meer doorgevoerd worden.
Afbeelding 5.1 Netwerk VISSIM-model Algeracorridor
Wel is de input voor het model opgesteld en gekalibreerd. Het kalibratieproces is beschreven in paragraaf 5.2. De basis voor de verkeerscijfers komt uit het V-MRDH versie 2.8. Dit model heeft als basisjaar 2016, daarom is dit basisjaar ten behoeve van de kalibratie aangehouden. Als toekomstjaar is voor deze studie 2023 aangehouden. Hierop zullen de maatregelen voorgesteld in deze studie worden doorgerekend. Ten opzichte van het basisjaar 2016 bevat het model van 2023 de volgende ontwikkelingen: - kruispunt N210-Nieuwe Tiendweg is aangepast naar de nieuwe vormgeving; - fietsverbindingen en fietsdoorsteken langs de N210 zijn verbeterd; - enkele grote projecten in de omgeving zijn meegenomen, zoals de Blankenburgverbinding en de A16 Rotterdam. De enige modelwijziging die in het VISSIM-model is doorgevoerd is het toevoegen van de brugopeningen op de Algerabrug. Voor de duur van de brugopening is een gemiddelde tijd aangehouden van zeven minuten. Dit is gebaseerd op historische data van brugopeningen, zoals weergegeven in tabel 2.1 in de probleemanalyse. De verschillen tussen brugopeningen in de winter en de zomer zijn beperkt. Ook over de
25 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
tijd van de dag zijn de brugopeningstijden gelijkwaardig. Daarom is voor alle brugopeningen dezelfde zeven minuten aangehouden. Overige uitgangspunten voor de verkeerssimulaties zijn: - simulatie van 4-uurs ochtendspits 06.00 - 10.00 uur en avondspits 15.00 - 19.00 uur; - half uur ‘vullen’ van het model voorafgaand aan 4-uurs simulatie; - 10 runs per scenario/maatregel met verschillende random seeds.
5.2
Kalibratie model basissituatie 2016
De kalibratie van de verkeersintensiteit voor de basissituatie 2016 volgt de Werkwijzer Dynamische verkeersmodellen voor Rijkswaterstaatprojecten (Sweco, 2017). De kalibratie bestaat uit de volgende stappen: - stap 1: vaststellen verkeerstellingen; - stap 2: basisinput uit V-MRDH basisjaar 2016; - stap 3: kalibratie basisinput op tellingen. Stap 1: vaststellen verkeerstellingen Samen met gemeenten, provincie, MRDH en Rijkswaterstaat zijn diverse bronnen verkeerstellingen opgehaald en onderzocht. Hieruit bleek dat een aantal verkeerstellingen rond de Algerabrug en op de Algeracorridor niet-representatieve waarden bevatten. Omdat het basisjaar 2016 is, dienen de tellingen ook uit dit jaar of in de buurt liggende jaren te komen. Onderzoek en afstemming met de diverse stakeholders heeft geleid tot de set aan verkeerstellingen weergegeven in tabel 5.1. Afbeelding 5.2 geeft de tellocaties weer op de kaart. In lichtgroen zijn enkele tellingen weergegeven die niet zijn meegenomen in de kalibratie maar enkel ter vergelijking voor bijvoorbeeld de verdeling tussen hoofdrijbaan en wisselstrook op de Algerabrug. Dit betreffen tellocaties van de gemeente Capelle aan den IJssel en tellingen uit de verkeerslichten op het kruispunt N210-Nieuwe Tiendweg.
Tabel 5.1 Verkeerstellingen op Algeracorridor Nr
Locatie
Bron
Jaartal
1*
N210 tussen Capelsebrug en Capelseplein
NDW
2017
2
N210 tussen Capelseplein en Algerabrug
NDW
2017
3**
N210 ten zuiden van Algerabrug
Kentekenonderzoek Krimpenerwaard
2016
4**
Industrieweg
Kentekenonderzoek Krimpenerwaard
2016
5
N210 tussen Nieuwe Tiendweg en N474
Provincie Zuid-Holland
2016
6
N210 tussen N474 en N477
Provincie Zuid-Holland
2016
7
N210 tussen N477 en N475
Provincie Zuid-Holland
2016
8
N474
Provincie Zuid-Holland
2016
9
N477
Provincie Zuid-Holland
2016
* Enkel richting oost meegenomen. Op richting west worden niet alle rijstroken gemeten door NDW-meetpunt. ** Enkel meegenomen ter vergelijk. Vanuit stakeholders twijfels over representativiteit van kentekenonderzoek.
26 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 5.2 Locaties van verkeerstellingen op Algeracorridor
Stap 2: basisinput uit V-MRDH basisjaar 2016 Als basis voor de verkeersinput zijn herkomst-bestemmingsmatrices gegenereerd uit het V-MRDH voor de Algeracorridor. Het V-MRDH bevat cijfers voor 2-uurs spitsperiodes (07.00 - 09.00 uur en 16.00 - 18.00 uur) en de restdag (overige uren) voor personenauto’s en vrachtauto’s. Uit deze cijfers zijn uurmatrices voor de 4-uurs spitsperiodes afgeleid. Deze matrices zijn als input gebruikt in het verkeersmodel en vergeleken met de verkeerstellingen. Afbeelding 5.3 geeft de cijfers voor de verkeerstellingen (tel) en de modelcijfers (mod) voor het drukste uur in de ochtendspits (OS) en avondspits (AS). Uit deze vergelijking zijn de volgende conclusies af te leiden: - ten zuiden van de Algerabrug komen de tellingen redelijk goed overeen met de modelcijfers (locaties 5 t/m 9); - op en ten noorden van de Algerabrug zijn de modelcijfers lager dan de tellingen.
Afbeelding 5.3 Verkeerstellingen en modelcijfers V-MRDH drukste spitsuur 2016 (grote versie in bijlage II.1)
Stap 3: kalibratie basisinput op tellingen In deze stap is de basisinput gecorrigeerd om beter aan te sluiten bij de tellingen. Dit is gedaan in stappen en afzonderlijk voor de verschillende uren van de spitsperiodes. Afbeelding 5.4 geeft de kalibratiestappen weer op de kaart. De stappen zijn: - stap 1 (rode pijlen): De tellocaties aan de randen van het modelnetwerk zijn gebruikt als procentuele ophoging of verlaging voor alle routes met deze herkomst/bestemming. In de afbeelding zijn deze drie in- en uitgangen in het rood weergegeven; - stap 2 (blauwe pijlen): In het model hebben de wegvakken op en ten noorden van de Algerabrug nog steeds te weinig verkeer. Daarom zijn specifieke procentuele ophogingen doorgevoerd voor de relaties tussen Stormpolder/Krimpen en de grotere herkomsten/bestemmingen (A16, N219 en Prins Alexanderlaan); - Stap 3 (oranje pijl): Na de vorige kalibratiestappen bleef het model te lage intensiteiten houden op het traject tussen de A16 en Capelseplein. De relaties tussen de A16 en N219/Prins Alexanderlaan zijn daarom nog extra opgehoogd.
27 | 45
Witteveen+Bos | 126626/22-001.555 | Definitief
Afbeelding 5.4 Gekalibreerde relaties op Algeracorridor
Eindresultaat kalibratie Om de afwijking tussen modelwaarden en verkeerstellingen te bepalen is gebruik gemaakt van de T-waarde zoals deze in de Werkwijzer Dynamische verkeersmodellen is beschreven. Deze T-waarde is berekend via de volgende formule: 2(𝑀 − 𝑇)2 𝑇_𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 = √ 𝑀+𝑇 Waarbij M de modelintensiteit gemiddeld per uur is en T de telwaarde gemiddeld per uur is. De grens voor een acceptabele afwijking is door Rijkswaterstaat voor dit onderzoek op een T-waarde van 2.5 gesteld. Bijlage II geeft de T-waarden voor de verschillende locaties per uur in de ochtend- en avondspits. Hierbij vallen de volgende punten op: - over het algemeen hebben de meeste uren een afwijking binnen de grenswaarde; - de grootste afwijking is zichtbaar op het meetpunt ten zuiden van Capelseplein; - enkele specifieke uren hebben afwijkingen. Deze liggen voornamelijk op wegen met lagere intensiteiten; - veel van de afwijkingen liggen net boven de grenswaarde van 2,5. De afwijking met het meetpunt ten zuiden van Capelseplein is te verklaren doordat hier meer is gekalibreerd op het te verwachten verkeersbeeld. Wanneer de modelwaarden overeenkomen met de tellingen op deze locatie kwam het verkeersbeeld namelijk juist niet overeen met de verwachting: In de avondspits een te rustig beeld en in de ochtendspits een te druk beeld.