04.02 - Vastgesteld notulen raadsvergaderingen 13 juli 2021
Tekst van het document
NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAA D DER GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL, GEHOUDEN OP MAANDAG 13 JULI 2021 OM 19.30 UUR
210713 Voorzitter Griffier Wethouders
Aanwezig CDA ChristenUnie D66 GroenLinks Leefbaar Capelle
mr. P. Oskam, burgemeester mevrouw drs. T.A. de Mik mevrouw A. J. Hartnagel, M. Struijvenberg, N.C. van Veen, mevrouw H.D. Westerdijk LLM, M.E. Wilson
PvdA SGP SP WD
mevrouw D. Badloe BSc, mevrouw J. den Engelsman, ing. P. Eilander, mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries MEd P.G. Holkamp, mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet, Z. Schelkers E.C. Raadsen, J.M. Snijders M.C.J. van Gent, drs. M.G. Jaliens, J. Janson, C.F.J. de Jong, J.B.L. Kerver, mevrouw V. King-de Hoog, mevrouw J.W. Lauw-Schouten, A. Santman, H.S. Saritas, C.A.J. Schaatsbergen, G. Slagboom, G. Spruit S. Geissler, mevrouw C.W.J. Weemhoff MA prof. dr. M.W. van Buuren, drs. A. Terlouw (vanaf 22.37 uur), mr. P.M.D. Weijers ing. J.F. Breepoel, M.W. Vlot L.C.A. Anink, J.S. Kolster Msc MA, M.N. Landzaad MSc LLM, drs. S. van Loef
Afwezig
F. Patty (Leefbaar Capelle)
17.
Heropening
De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering van 12 juli 2021. Er zijn 31 van de 33 raadsleden aanwezig. Zoals u weet is de heer Patty afwezig. De heer Terlouw komt later op de avond. Als hij binnen is, dan zal ik dat melden. 18. Voorjaarsnota 2021 De VOORZITTER: Wij gaan verder met de behandeling van de voorjaarnota 2021. Wij zijn toe aan de eerste termijn van het college. Als eerste is het woord aan wethouder Van Veen. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, als eerste maak ik een opmerking over de voorjaarsnota. Het college is vergeten de eerste begrotingswijziging van de GR IJsselgemeenten 2021 in de voorjaarsnota te vermelden. Dat is wel behandeld in de commissie, maar is niet opgenomen in de voorjaarsnota. Onze excuses daarvoor. In deze nota kunnen wij dat niet herstellen en het zal opgenomen worden in de najaarsnota. Dit jaar en vorig jaar zijn wij geplaagd door een pandemie die zijn weerga niet kent. Vandaag de dag is de besmettingsgraad twee keer zo hoog als deze moet zijn. Dat heeft voor dit college bepaalde problemen met zich meegebracht. Er zijn particulieren en bedrijven die in moeilijkheden komen door deze pandemie. Daaruit vloeit een raming voort van€ 1.000.000 waarbij wat misverstanden zijn ontstaan. Ten eerste willen wij de€ 1.000.000 ramen in de voorjaarsnota. In de raadsvergadering van september kunnen de spelregels hierbij bepaald worden.
Het zou niet goed zijn als uw wethouder financiën een pot van€ 1.000.000 gaat bestemmen. Vanuit het bedrijfsleven zie ik dat sommige huren slecht betaald worden. Zo is er nog een aantal posten. Er komen tegenvallers uit de lopende gang van zaken voor de gemeente. Dat bedrag kunnen wij niet exact vaststellen. In september zal dat veel beter kunnen. Er liggen een amendement en een motie. De motie wil de burgemeester aanvoerder maken van het coronaherstelfonds. Het college vindt dat geen goed plan. Ten tweede voteer je geen€ 1.000.000.
428913/581926
210 713
2
Echter, € 1.000.000 wordt geraamd ten laste van de voorjaarsnota. Het budgetrecht blijft volledig liggen bij de raad. Zeker bij de jeugd ontstaan enorme achterstanden in de behandeling van jongeren die de hulp hard nodig hebben. Wij weten niet of dit alleen het gevolg is van corona. Mevrouw Hartnagel drukte mij op het hart om dit te melden. Het is onverantwoord dat de wachtlijsten die normaal zes maanden zijn, oplopen tot zeven of acht maanden. De bedragen die daaraan vasthangen zijn ons tot op heden niet bekend. Dat daaraan iets moet gebeuren staat boven water. Betreffende de problemen bij de Capellenaren en de instellingen in Capelle loopt het college alle instellingen af. Mevrouw Westerdijk moet ik daarin meenemen. Dit gaat over sport, economie, de problematiek van de particulier en het bedrijfsleven. De terrasverordening is verruimd, maar dit gaat slechts over€ 10.000. Andere kosten zijn beduidend hoger. Als iemand zijn huur van het gemeentelijk vastgoed niet kan betalen, dan zijn daaraan flinke bedragen verbonden. Deze bedragen zijn er wel, ondanks dat wij deze niet in kaart kunnen brengen. De VOORZITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik ben wat in verwarring over het doel van het coronaherstelplan.
De wethouder beargumenteert het bedrag van€ 1.000.000 door te wijzen op de verwachte tegenvallers voor de gemeentelijke begroting doordat een aantal mensen of instanties hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Klopt het dat het geld voor het coronaherstelplan ervoor bedoeld is om dit soort tegenvallers te dekken? In hoeverre zijn de huidige mogelijkheden van het college voldoende om de tijd door te komen die ons rest voordat de raad de kaders van het coronaherstelplan heeft besproken? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het herstelplan wordt in de raadsvergadering van september behandeld. Wij spreken vanavond niet over voteren, maar over het opnemen van€ 1.000.000 in de voorjaarsnota. Het kan niet zo zijn dat de wethouder financiën in de tussenliggende periode tot de najaarsnota met tegenvallers komt. Het college heeft merkt door de ontwikkeling van de cijfers dat er al€ 100.000 uitgegeven kan worden. Wij worden geconfronteerd met tegenvallers. De spelregels voor het coronaherstelplan zullen in de raadsvergadering van september vastgesteld worden. De VOORZITTER: Ik moet een kleine correctie toepassen. Op 4 oktober wordt het coronaherstelplan besproken in de raadsbrede commissie. Op 1 november wordt het uitvoerig in de raad besproken en kan de raad een beslissing nemen. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik vraag mij af wat er dan in de tussentijd gebeurt. Het geld is dan gealloceerd.
Wordt het dan wel of niet gebruikt? Mijn vraag over het opvangen van tegenvallers met dit geld, is niet direct beantwoord. Begrijp ik het goed dat het geld voor het herstelplan bedoeld is om tegenvallers voor de gemeente op te kunnen vangen? Dan wordt het een herstelplan voor de gemeentelijke begroting. Klopt dat? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, blijkbaar ben ik niet duidelijk geweest in de financiële verantwoording. Het college wil de Capellenaar laten weten dat wij bereid zijn € 1.000.000 vrij te maken voor problemen die zich kunnen voortdoen bij bedrijven en particulieren. Het is een wens van het college om de Capellenaar te laten weten dat wij daarvoor middelen vrijmaken. Er zijn meer gemeenten die dat doen. Zojuist heb ik gezegd dat het een kwestie is van aanramen, om bij de najaarsnota niet met allerlei tegenvallers te komen. Als deze€ 1.000.000 niet wordt aangeraamd, dan zou dit geld voor ander beleid ingezet kunnen worden, zoals voor de sportvelden. De wethouder financiën moet kijken welke risico's er zijn. Uit onze administratie blijkt dat er oplopende lasten zijn. Wij voteren hier niks, maar ramen € 1.000.000 aan waarvoor de raad kan beslissen wat de kaders zijn. Gisteren heeft uw college de heer Terlouw gesproken over€ 250.000 die zou staan in de financiële verordening. Dit bedrag staat echter niet in de financiële verordening.
Er werd gesuggereerd dat het college € 250.000 kon uitgeven aan noodgevallen. Dat staat niet in de financiële verordening. De VOORZITTER: De heer Vlot heeft een interruptie.
210713
3
De heer VLOT: Voorzitter, gisteren was ik enigszins voorbarig, maar de SP vond het positief dat momenteel€ 1.000.000 vrijgemaakt zou kunnen worden. De wethouder horende vandaag, kan het echter inhouden dat het gaat over gederfde inkomsten. Houdt dat aan de andere kant in dat wij bijvoorbeeld meer kwijtschelden van de huur op gemeentelijk vastgoed of andere activiteiten binnen onze gemeente? Dat is belangrijk voor mijn keuze in het omgaan met deze€ 1.000.000. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het is een bedrag waarvan wij de reikwijdte niet nemen. Dit bedrag wordt opgenomen in de voorjaarsnota om te laten zien dat je het meent. Het college is ervan overtuigd dat het bedrag lager kan zijn, maar het kan ook hoger uitvallen. De raad mag de spelregels opstellen en heeft het budgetrecht. Dat ligt niet bij het college. De heer VLOT: Voorzitter, de wethouder noemde zojuist de sportvelden. Gisteren heb ik daarover iets gehoord in een motie. In een veel eerder stadium is reeds gesproken over de sportvelden en toen was het een financieel hangijzer. De wethouder noemde deze zojuist in een adem met deze € 1.000.000. Kan de wethouder toelichten waarom hij dat deed? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat wil ik graag toelichten. Wanneer in een voorjaarsnota een groot bedrag overblijft, dan is het aan de raad om nieuw beleid in te brengen.
Het college voorziet echter dat wij tekorten gaan oplopen uit bijvoorbeeld de huur. Daarnaast kunnen wij geconfronteerd worden met grote problemen bij de jeugd. Er zijn diverse modellen in deze stad die wij willen helpen om deze moeilijke tijd door te komen. Het bedrag van€ 1.000.000 is een signaal dat het college afgeeft. De VOORZITTER: De heer Holkamp heeft een interruptie. De heer HOLKAMP: Voorzitter, de wethouder heeft€ 1.000.000 aangeraamd. Daarmee geeft de raad het college de vrijheid om het geld te besteden. Zo is het opgenomen in de voorjaarsnota. Dat betekent dat de raad niet het nadere budgetrecht heeft. Kan de wethouder dit uitleggen? Ten tweede worstel ik met de woorden dat er allerlei onvermijdelijke kosten zijn waarmee wij geconfronteerd kunnen worden. Ik spreek mijn waardering uit naar de wethouder financiën, omdat hij vroegtijdig probeert de kosten zichtbaar te maken. Er wordt echter gesproken over de nadere spelregels van de besteding, terwijl er tegelijkertijd wordt gesproken over onvermijdelijke kosten. Dan is de vraag waarvoor wij spelregels maken als de kosten al onvermijdelijk zijn. Daarop hoor ik graag een toelichting van de wethouder. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik verwijs u naar pagina 36 van de voorjaarsnota waarin dit duidelijk vermeld staat.
Ik citeer: "Wij stellen u voor om voor de lasten die met het herstelplan gemoeid zijn op dit moment een bedrag van N.1000 aan te ramen in 2021." De heer HOLKAMP: Voorzitter, dit is geen antwoord op mijn vraag. De tekst van pagina 36 ken ik. Mijn vraag ging echter over de woorden dat het bedrag is opgenomen in de voorjaarsnota. Echter, als de raad dit in de voorjaarsnota goedkeurt, dan ligt het bij het college om dat€ 1.000.000 uit te geven. Dat was mijn eerste vraag. Ten tweede benoemt u een serie noodzakelijke en onvermijdelijke kosten. Dat kan waar zijn en ik waardeer het in de wethouder van financiën dat hij dat ziet aankomen en daarvoor maatregelen treft. De spelregels zijn dan eigenlijk overbodig. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het spijt mij dat wij het niet met elkaar eens zijn. Hetgeen het college vermeldt op pagina 36 is duidelijk. De verwachting is dat in september 2021 het herstelplan gereed is. Wij stellen u daarom voor om € 1.000.000 aan te ramen voor de lasten die met het herstelplan gemoeid gaan. Het gaat over de spelregels die wij aan de hand van het herstelplan gaan behandelen. Ik zou niet weten wat hieraan onduidelijk is. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, ik heb dezelfde vraag als de heer Holkamp.
Gaat het college geld uitgeven voordat de raad de spelregels heeft opgesteld? De VOORZITTER: Die vraag is al beantwoord. De heer Schaatsbergen heeft een interruptie.
210713
4
De heer SCHAATSBERGEN: Voorzitter, ik mag veronderstellen dat de € 1.000.000 bestemd is voor het herstelplan. Het herstelplan is in ontwikkeling en wordt voorgelegd in de raadsbrede commissie medio oktober en in november aan de raad. Daarvoor is de€ 1.000.000: om de coronapijn in deze gemeente te verzachten. De zaken die u noemde met mogelijke tegenvallers die nog mogen verschijnen in deze gemeente, is een financiële stroom die hier volstrekt buiten valt. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik hoor hier woorden die ik zojuist heb uitgesproken. De VOORZITTER: Kortom, de uitleg van de heer Schaatsbergen is correct. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, de heer Schaatsbergen heeft het prima verwoord. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RAADSEN: Voorzitter, het is begrijpelijk dat er onvermijdelijke kosten zijn. Zijn er mogelijke beleidskeuzes waarvoor de wethouder van plan is geld uit te geven uit dit fonds voor de behandeling van de nota in november? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat staat in het herstelplan. De heer RAADSEN: Voorzitter, dat herstelplan is er nog niet. Bent u van plan om voor een beleidskeuze geld uit te geven uit dit fonds voor de behandeling van het herstelplan? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het college is het niet van plan om geld uit te geven uit het herstelfonds alvorens de behandeling hiervan in de raad.
De heer RAADSEN: Voorzitter, is dat een toezegging? De VOORZITTER: Dit is een uitleg. De wethouder heeft uitgelegd zoals het is opgeschreven in zijn optiek. De heer Vlot heeft een interruptie. De heer VLOT: Voorzitter, de wethouder liet de woorden 'nieuw beleid' vallen. Een herstelplan kan gezien worden als een ad hoc beslissing. Besturen is weliswaar vooruitzien, maar het herstelplan is een ad hoc beslissing om de ontstane nood te lenigen in onze gemeente. Daarom was de vraag van de heer Schaatsbergen absoluut van belang. Aan de andere kant sprak de wethouder over nieuw beleid. Daarbij sluit ik mij aan bij de vraag van de heer Raadsen: in hoeverre wordt hier nieuw beleid gemaakt op een bestaande situatie waarop wij moeten inspelen? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, als jong kind is mij altijd geleerd dat een euro maar een keer uitgegeven kan worden. De VOORZITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik was opgelucht met het antwoord op de vraag van de heer Schaatsbergen. Tegelijkertijd schrok ik. De wethouder zegt dat het bedrag van€ 1.000.000 niet is bedoeld om onvermijdelijke tegenvallers op te vangen. De eerste helft van de avond was zijn betoog erop gericht om de€ 1.000.000 te verdedigen door te wijzen op dit soort onvermijdelijke tegenvallers. Dat blijkt niet zo te zijn. Dat is correct.
De vraag is dan wel waar de wethouder het geld vandaan gaat halen om de onvermijdelijke tegenvallers op te vangen als hij niet de mogelijkheid heeft om indien nodig maximaal€ 250.000 uit de begroting te trekken. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, in het herstelplan ontstaan soms tegenvallers. Die tegenvallers kunnen wij nog niet precies in beeld brengen. Bij het herstelplan kunnen wij dat wel. De raad gaat mede over de besteding hiervan. De heer Schaatsbergen heeft dit uitstekend uitgelegd. Daaraan heb ik niets toe te voegen. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik heb de indruk dat de wethouder een enorme tegenstrijdigheid blijft verkondigen, namelijk dat hij verwijst naar het herstelplan ter dekking van de onvermijdelijke tegenvallers. Tegen de heer Schaatsbergen heeft hij echter gezegd dat het daarvoor niet bedoeld is.
210713
5
De VOORZITTER: Wellicht dat ik hierover iets kan zeggen als voorzitter van het college. Kunt u dan het voorzitterschap van de raad overnemen? Dan probeer ik het uit te leggen en als de wethouder van financiën het er niet mee eens is, dan moet hij dat zeggen. De heer Van Buuren neemt het voorzitterschap over. De BURGEMEESTER: Voorzitter, wij weten niet hoe het zit met de tegenvallers in Capelle. Er zijn mensen die het heel moeilijk hebben, maar zich nog niet bekend hebben gemaakt. Wij weten niet wat er aan zit te komen. In de voorjaarsnota hebben wij € 1.000.000 gevonden om te reserveren om Capelle te helpen. Gisteren vroeg u of het een herstelplan of een herstelontwikkelplan is. Ik zou mij daarop niet willen vastpinnen. Daar waar wij moeten helpen, is het een herstelplan. Daar waar nieuwe ontwikkelingen ontstaan door het thuiswerken of andere omstandigheden, kan het zijn dat het een herstelontwikkelplan is. Het is maatwerk. Wij zijn dit aan het ophalen in de stad. Direct na de vakantie praten wij hierover met de maatschappelijke partners en de raadsbrede commissie. Voor het geval dat wij meer dan€ 250.000 nodig hebben, is€ 1.000.000 gereserveerd. Waar de wethouder op doelt, is dat er in de komende tijd financiële tegenvallers kunnen komen. Het Rijk heeft van alles beloofd, maar de vraag is of het tekorten gaat aanvullen.
Het bedrag van€ 1.000.000 hebben wij in de voorjaarsnota gevonden. Als wij dat in november weer moeten vinden, dan is dat er misschien niet en moeten wij op een andere manier in de begroting of de najaarsnota snijden. Dat zouden wij heel zuur vinden. Het is niet de bedoeling dat het college het geld snel uitgeeft zonder de raad in positie te brengen. Daar waar wij de ruimte hebben als mensen een beroep op ons doen, dan zal dit tussentijds met de raad besproken worden. Daar waar het water tot de lippen staat en niet gewacht kan worden, dan moet het college slagvaardig zijn. Zo interpreteer ik de beraadslagingen in het college. Ik kijk naar de wethouder van financiën. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat heeft u uitstekend verwoord. De burgemeester neemt het voorzitterschap over. De VOORZITTER: De heer Eilander heeft een interruptie. De heer EILANDER: Voorzitter, het raadsel wordt groter op deze manier. Ik heb het gevoel dat u een soort coronareserve aan het benoemen bent dat niet met herstel te maken heeft. Ik heb drie keer een uitleg gehoord en het wordt er niet duidelijker op. Ik hoop de uitleg van de heer Schaatsbergen te mogen volgen, want die is het meest duidelijk. De andere varianten van de uitleg lijken daar niet op en geven een andere interpretatie over het opvangen van tekorten. Dat is wat anders dan geld vrijspelen voor een herstelplan.
De VOORZITTER: Dan heeft u niet goed geluisterd. De heer EILANDER: Voorzitter, daarom is mijn vraag of ik het snap. Dat doe ik blijkbaar niet. Dan hoor ik graag een toelichting. De VOORZITTER: Ik heb niet gezegd dat de€ 1.000.000 is gereserveerd om tekorten op te vangen, maar om Capelle te helpen. Het is een herstelplan, een herstelontwikkelplan en een herstelmaatwerkplan om Capelle te helpen. Dit geld hebben wij gevonden in de voorjaarsnota. Het is de vraag of wij dit geld in de najaarsnota zouden vinden als wij dit momenteel niet reserveren. Dan kan het tot lelijke consequenties leiden. Over de tekorten heeft het Rijk gezegd dat het de gemeenten gaat helpen. Het is echter afwachten wat er binnen komt. Het woord 'tekorten' moet hier niet vallen. Wij reserveren dit bedrag om Capelle te helpen als de nood aan de man is. De heer EILANDER: Voorzitter, als wij niet genoeg geld van het Rijk krijgen, gaan wij de€ 1.000.000 dan gebruiken om de tekorten te dekken of niet? U schudt nee, maar lijkt iets anders uit te stralen. Het antwoord is duidelijk. Het herstelplan is voor het herstelplan en de tekorten worden niet met deze € 1.000.000 opgelost, maar op een andere manier. Bij de najaarsnota gaan wij merken hoe dat gaat plaatsvinden? Is dit een juiste conclusie? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik ben het eens met uw conclusie.
210713
6
De heer EILANDER: Dank, voorzitter en wethouder. De VOORZITTER: Wij gaan verder met de eerste termijn van wethouder Van Veen. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, de toelichting over de voorjaarsnota heb ik u gegeven. Wij kunnen er trots op zijn dat wij deze voorjaarsnota in deze tijd kunnen presenteren. Het college is trots op onze huidige financiële situatie. Mijn collega's komen nog aan het woord over de voorjaarsnota en er is een aantal moties en amendementen ingediend. Voor wat betreft de voorjaarsnota is het voteren van dit bedrag anders uitgelegd. Dat is in tevredenheid gebeurd. De VOORZITTER: Mevrouw Hartnagel heeft een paar vragen gekregen van de PvdA. Het woord is aan mevrouw Hartnagel. Wethouder mevrouw HARTNAGEL: Voorzitter, ik ben blij dat het duidelijk is geworden waarvoor het college het herstelfonds bedoeld heeft. Ons gevoel van meeleven met Capelle is moeilijk in woorden te vatten. De PvdA sprak over degene die van school komen zonder startkwalificatie. Sinds kort hebben wij Walhallab in Capelle met subsidie van Zon Mw. Daar kunnen de jongeren terecht die andere interesses hebben en de nodige kwaliteiten hebben. Zij kunnen zich bij Walhallab oriënteren en uitleven. Behalve schilderen en radio maken, worden er drones gemaakt en een kunstwerk bij het metrostation.
Het bijkomende voordeel daarvan is dat onze leerplichtambtenaren constateerden dat een deel van de jongeren die moeilijk bereikbaar zijn en moeilijk te verleiden zijn om andere stappen te zetten, wel naar het Walhallab gingen. Daarnaast vroeg u naar de teksten van degene die vaccineren geen goed idee vinden. Voor zover wij weten is dit twee keer voorgekomen. Een keer bij een school en een keer bij een van onze grootgrutters. Dat is zo snel mogelijk verwijderd. De VOORZITTER: Het woord is aan wethouder Westerdijk over economie, sport en onderwijs. Wethouder mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, ik begin met de vraag van de PvdA rondom de vroegtijdige schoolverlaters. In de voorlopige cijfers zien wij in heel Nederland en in Capelle een lichte daling van het aantal voortijdig schoolverlaters. De jongeren die geen startkwalificatie hebben, zijn in beeld bij het RMC en worden begeleid door het onderwijs, werk of de zorg. Jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, bieden wij intensieve trajecten. Daarnaast hebben wij het nieuwe convenant voor 2024 waarin extra wordt ingezet op preventiemaatregelen. Ik ga de moties behandelen in de volgorde die wij hebben meegekregen van de griffie. Beginnend bij de motie evaluatie partnerband Jiashan. In 2008 ontstonden onze eerste contacten met de regio Jiashan in China.
In 2017 werd dat bekrachtigd met een economische partnerband als resultaat van een zorgvuldig opgebouwde relatie met de mensen en ondernemers in China om in Capelle te kunnen spreken van een economische partnerband. Vorige week is in de raad reeds toegezegd dat wij in december met een evaluatie komen. Vorig jaar heeft GroenLinks een aantal artikel 38-vragen gesteld rondom de mensenrechten en de geopolitieke situatie in China. Hierin heeft het college benadrukt dat wij mensenrechtenschendingen in de hele wereld veroordelen, zeker in China. Het bespreken van de mensenrechtensituatie in andere Chinese provincies dan Jiashan heeft geen direct effect op de lokale situatie in Jiashan. Zoals de Nederlandse landelijke overheid schrijft in de Chinanotitie is het belangrijk dat wij in onze contacten met China actief onze eigen waarden blijven uitdragen. In de motie verzoekt u het college de partnerband met Jiashan te evalueren alvorens de band wordt aangehaald. Dat is lastig. Wij drijven dagelijks handel met China. U bestelt allemaal weleens iets dat afkomstig is uit China. Handel met China zal er altijd zijn. Vanuit de gemeente proberen wij een partnerband te hebben en via het China Dutch Businesscentre, zoals gevestigd in Capelle, een brug te kunnen slaan tussen de ondernemers die op zoek zijn naar handel in China.
Hoe kunnen wij ondernemers hulp bieden om in China aan de slag te gaan? Dit heeft een brugfunctie. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat de contacten niet aangehaald kunnen worden alvorens geëvalueerd is. Dat doet onze partnerband tekort en handel wordt altijd gedreven.
210713
7
In 2017 is de economische partnerband gestart. Dan hebben wij in het voorjaar van 2022 ons vijfjarig jubileum. In december gaan wij de partnerband evalueren. Dan kunnen wij een avond organiseren om een expert op het gebied van geopolitiek en handel met China uit te nodig om ons verder te laten inlichten. Dat kan meegenomen worden in de evaluatie die naar u toe komt. Op die manier is een aantal punten uit de motie betrokken en kunnen wij onze partnerband met China warmhouden. Zonder te zeggen dat wij niks meer met elkaar kunnen doen, moet ik de motie ontraden, hoewel daarin zeker veel sympathieke punten staan. De VOORZITTER: De heer Vlot heeft een interruptie. De heer VLOT: Voorzitter, de SP is nooit een voorstander geweest van deze band met China. Ik geloof dat de SP hierover een motie heeft ingediend voordat ik deze plek innam. De woorden van de wethouder horende, gaat het over een lokaal contact. Zou het in het vervolg binnen het contact mogelijk zijn dat daarvan verslagen worden gemaakt, zodat het op tafel ligt of er gesproken wordt over de mensenrechtensituatie? Het is overduidelijk dat China maling heeft aan mensenrechten. Dat geldt niet voor een provincie. Sinds enige jaren ook in het voormalig Engelse protectoraat waar de pers wordt opgesloten en mensen gevangen worden gezet.
Zou er een nadere verslaggeving kunnen komen van de vorm waarin Capelle probeert bij te dragen aan de bewustwording hiervan? De VOORZITTER: iedereen heeft uw vraag gehoord en daarna blijft u maar praten. Het woord is aan de wethouder. Wethouder mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, een expliciete verslaglegging gaat te ver. U verzoekt in de motie te kijken hoe wij expliciet rekening houden met recente ontwikkelingen en hoe wij advies kunnen geven in de geopolitieke situatie. Dat is niet aan ons. Binnen de bedrijfsvoering van de gemeente is nergens een verslaglegging van een onderwerp dat door de ambtelijke organisatie besproken wordt. Dat lijkt mij een onwerkbare situatie. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RAADSEN: Voorzitter, ik kreeg de indruk dat er onduidelijkheid bestaat over het woord 'aanhalen' dat in de motie gebruikt wordt. Ik vermoed dat dit woord uit de voorjaarsnota komt. Zowel aan de opsteller van de motie als aan de wethouder vraag ik hoe het woord 'aanhalen' is bedoeld. Is dat 'versterken' of 'continueren'? Wethouder mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, er is een ambtelijke wisseling geweest met de contacten in Jiashan. In eerste instantie zullen wij die contacten continueren zoals deze zijn en waren. Daarin zullen wij geen extra stappen zetten. Dan kom ik bij de motie schoolzwemmen.
Ter beantwoording van de motie is gekeken hoe het staat met de wachtlijsten. Eerdere berichten in de kranten zouden gezegd hebben dat er extreme wachtlijsten te zijn. In Capelle lijken wij voorop te lopen. Zwemlessen kunnen goed aangeboden worden. Het zwembad is weer open en het diplomazwemmen weer opgestart. De kinderen in Capelle kunnen gebruik maken van zwemles en het prachtige nieuwe zwembad. In dat prachtige nieuwe zwembad verzoekt Leefbaar Capelle om te kijken hoe wij het bereik van de regeling 'vangnetzwemmen' en het Jeugdfonds Sport en Cultuur waaronder zwemles kunnen vergroten en verbeteren en te kijken of wij daarin voldoende inzicht hebben. Het college staat positief tegenover deze motie. Wij kunnen kijken hoe wij kunnen voldoen aan de vraag in het verzoek. Daarbij maak ik de kanttekening dat de cijfers momenteel een vertekend beeld geven. Wij zijn overgegaan van zwembad De Blinker! naar het zwembad Aquapelle. Daarnaast is er een sluiting geweest in het eerste halfjaar dat het zwembad open was. De representativiteit van de cijfers is daarin lastiger. Wel hebben wij rond het jeugdfonds afgelopen januari een pilot gestart waarin wij hebben aangegeven dat wij het bereik van het jeugdfonds willen vergroten. Daardoor is het inzichtelijk wie er starten met het diplomazwemmen vanuit het jeugdfonds.
Waar wij vaak minder zicht op hebben is het verloop van het zwemmen en of men daadwerkelijk het diploma behaald. In de prestatieafspraak hebben wij opgenomen daarnaar te kijken. Het is te lastig om die cijfers aan u te doen terugkoppelen voor de begroting, omdat wij die pas volgend voorjaar verwachten na het verloop van een jaar van de pilot. Voor het vangnetzwemmen hebben wij in beeld wie start.
210713
8
Dat is de kleine kanttekening bij deze motie. Zoals ik u toegezegd heb, gaan wij kijken hoe wij de regelingen meer bij het publiek bekend kunnen maken zodat het bereik vergroot kan worden. Dit is volledig in lijn met de beleidskaders die wij gisteravond hebben vastgesteld. Daarnaast zullen wij u de gegevens die wij hebben doen toekomen. De VOORZITTER: De heer Geissler heeft een interruptie. De heer GEISSLER: Voorzitter, de motie schoolzwemmen vraagt meer in te zetten op communicatie. In hoeverre is het inzetten van meer communicatie een oplossing voor dit probleem? Is de onbekendheid met deze regeling een probleem of is er wellicht iets anders dat het probleem veroorzaakt? Wethouder mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, zoals u in de notitie over het schoolzwemmen heeft kunnen lezen, is het bereik van de regeling over het algemeen goed te noemen. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur heeft in Capelle een groot bereik. Wij streven naar een nog groter bereik. Daarmee is het vangnetzwemmen als kinderen in groep 6 zitten een extra middel om ervoor te zorgen dat jongeren een diploma kunnen halen. Als men niet gestart is vanuit het Jeugdfonds, dan kan men daarna in het vangnet terecht om alsnog een diploma te halen. Het is belangrijk dat kinderen kunnen zwemmen in deze waterrijke omgeving. Wij streven er naar om het bereik verder te vergroten.
Dat neemt niet weg dat wij al een goed bereik hebben. Dan kom ik bij de motie perspectief voetbalverenigingen. Een aantal raadsfracties heeft de stelling gebruikt: "Een beetje aanmodderen rondom de velden." Gisteravond werd het een persoonlijk feit genoemd. Zo zou ik het niet durven noemen, maar ik voel mij er toch door geraakt die de ambtelijke organisatie, Sportief Capelle en de extern adviseur van dit rapport 'Brede toekomstverkenning buitensport' tekortdoet. Zij hebben naar alle accommodaties gekeken en daarbij specifiek naar de kwaliteit van de velden. Op grond hiervan is het advies gemaakt dat de velden voldoende ruimte in zich hebben om verbeteringen te kunnen maken en de bespeelbaarheid te verhogen. Mag ik u eraan herinneren dat Sportief Capelle in samenspraak met de gemeente een meerjarig onderhoudsplan maakt om de kwaliteit van de accommodaties op peil te houden en daarnaast voldoende middelen te hebben om te investeren in buitensportverenigingen, vernieuwing en innovatie? Aan jaarlijks onderhoud zijn wij ongeveer€ 600.000 kwijt en aan planmatig onderhoud voor 2021 ruim € 2.000.000. Dit zijn serieuze investeringen waarvoor veel omliggende gemeenten ons prijzen. Capelle heeft prachtige sportaccommodaties.
Wat betreft de motie hebben wij enige tijd nodig om te kijken of de onderhoudsinvesteringen om de bespeelbaarheid van de velden te verbeteren werken, zoals de onderbemalingspompen en het kappen van de bomen. In de loop van volgend jaar zullen wij dat zien. De raad kunnen wij zo spoedig mogelijk informeren als er meer duidelijkheid is rondom de invulling en wat de extra kosten daarvan zijn. Daarmee kunnen wij het momentum kiezen waarop het nodig is om de stap te maken naar kunstgras of dat de velden een voldoende verbeterslag hebben gemaakt waardoor deze velden in het normale MDOP voortgezet kunnen worden. In het tweede kwartaal van volgend jaar kunnen wij u dit doen toekomen. De VOORZITTER: Voordat wij naar wethouder Struijvenberg gaan, heb ik twee opmerkingen. Van de griffier begreep ik dat Wesley zich zo goed had ontwikkeld dat hij vanavond de hoofd bode is en daardoor de bodebus mag dragen. Gefeliciteerd. Het tweede punt is dat ik van de woordvoerder van de SGP hoorde dat wethouder Van Veen nog niet had gereageerd op de motie over de kerntakendiscussie. Kunt u dat alsnog doen? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, bij de kerntaken richten wij ons op financieel technische bezuinigingsvoorstellen. Er stonden flink wat taken in de kerntakendiscussie. Die hebben wij wat teruggebracht. Dat komt mede door de pandemie.
Je kunt de bewoners of de bedrijven in Capelle meer lasten laten betalen of bezuinigingen instellen, maar daarvoor vond het college dit niet het juiste tijdstip. De vijf punten zult u allemaal gezien hebben in het voorstel. Dat betreft de memo invulling taakstelling. Dan kom ik terug op hetgeen u mij gevraagd heeft. Het college is altijd blij geweest met de werkgroep SIR. Deze werkgroep komt in september bijeen. Alle genoemde punten kunnen daar besproken worden. Het college vindt het jammer dat hier sprake is geweest van een politieke druk om tot de huidige kerntakendiscussie te komen.
210713
9
Met de hand op het hart kan ik u verzekeren dat dit absoluut niet het geval is. Dit college heeft nooit en te nimmer het idee gehad om politiek in te steken bij de werkgroep SIR. Ik ben namens het college bij al deze gesprekken aanwezig geweest en er is daar nimmer vanuit de politiek een voorzet gegeven. Wij komen tot een nieuwe kerntakendiscussie waar wij middels de kapitaalslastenreserve de doelen afzwakken. Deze wethouder van financiën vindt dat verantwoord. Bij een eigen vermogen van€ 172.000.000 lukt het ons met€ 18.700.000 om voor de langere termijn rust te scheppen in onze financiële verantwoording en binnen het ambtelijk apparaat. Het antwoord op uw motie is dat het college deze motie afraadt. In de commissie BVM van 21 juni jl. is de memo over de invulling van de taakstelling besproken. In deze memo zijn voorstellen opgenomen om de taakstelling in te vullen voor de jaren 2024 tot en met 2026. Voor de jaren vanaf 2027 resteert nog een beperkte taakstelling waarvan de verwachting is dat deze ingevuld kan worden met de onderzoeksopdrachten zoals genoemd in het memo. De onderzoeksopdrachten betreffen het doelmatigheidsonderzoek conform het artikel 213a van de Gemeentewet en het benchmarkonderzoek van Berenschot. Beide rapporten hebben wij nog niet ontvangen. Deze onderzoeken zijn ingesteld om nog beter op (onverstaanbaar) te komen.
In de memo is rekening gehouden met de uitkomsten van de voorjaarsnota 2021, waarvan de afschaffing van de hondenbelasting deel uitmaakt. Daarom is het college van mening dat het financieel haalbaar is om de hondenbelasting met ingang van 2022 af te schaffen. Als het amendement over de hondenbelasting aan de orde komt, zal ik daar verder op ingaan. Wat betreft de kerntakendiscussie is dit het standpunt van het college. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, wij weten dat in de kerntaken een aantal beleidskeuzes staat voor bezuinigen, zoals de€ 18.700.000. De wethouder noemt dit een kapitaalreserve, maar het geld moet ergens vandaan komen. Ik denk dat deze uit het potje algemene reserve komt. Is de wethouder zich ervan bewust dat de werkgroep niet stond te springen over deze memo. Er moeten nog allerlei bedragen gezocht worden. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, de bezuinigingen die voorlagen betroffen ongeveer€ 5.000.000, Toen raakten wij in deze pandemie verzeild. Het college heeft besloten de bezuinigingen te verminderen door uit ons eigen vermogen van € 172.000.000, € 18. 700.000 op te nemen. Daardoor ontstaat voor acht of negen jaar rust op de financiële markt. U kunt zeggen dat een reserve geen financieringsmiddel is, maar een afschrijving is tevens geen financieringsmiddel. Wij hadden dat anders kunnen invullen.
Wij hebben bijvoorbeeld een aantal zeer commerciële panden in bezit die wij tot€ 0 afschrijven en dat je met (onverstaaanbaar) rekent aan de hand van de taxatie. Het college heeft gekozen voor deze geleidelijke opzet. De VOORZITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik begrijp dat de wethouder zegt dat hij het voorbereiden van een kerntakendiscussie niet nodig acht. Klopt dat? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat vind ik wel nodig. In september is er een nieuwe bijeenkomst van de SIR waarvan ik hoop dat degene die zich afgemeld heeft zich daar laat vertegenwoordigen. Daaruit zal een zinnige discussie ontstaat. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, het verzoek in onze motie is erop gericht om vanaf september wel in gesprek te gaan over de actualisatie van de kadernota kerntaken om scenario's in beeld te brengen en uiterlijk in februari aan de raad voor te leggen. Niet om een inhoudelijke discussie te voeren, maar om voorbereid te zijn. Waarom ontraadt de wethouder de motie terwijl hij de inhoud steunt? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het college is van mening dat de voorliggende stukken na 1 september meegenomen worden in de werkgroep SIR. Het uitgangspunt van het college is wel om de voorliggende stukken op deze wijze aan u te presenteren, omdat wij daarmee rust scheppen.
Met het voorliggende voorstel denkt het college met een verantwoorde begroting te komen voor de komende jaren waarmee wij tevreden kunnen zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie.
210713
10
Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, uit de woorden van de wethouder begrijp ik dat hij de memo voorlegt en in gesprek gaat met de werkgroep SIR, maar niet over de inhoud van deze memo. Begrijp ik dat goed? Staat dat al vast? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat heeft u onjuist begrepen. Wat voorligt zullen wij inbrengen in de werkgroep SIR. De VOORZITTER: De heer Holkamp heeft een interruptie. De heer HOLKAMP: Voorzitter, de memo is feitelijk een tamelijk politiek document. De werkgroep SIR is in zijn basis een a-politieke werkgroep. Om die memo opnieuw na de behandeling in de commissie in de werkgroep te bespreken lijkt mij een foute keuze. Dat is niet in lijn met de afspraken die wij hebben over het functioneren van werkgroepen. Waarom doet het college dit? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik wilde de heer Holkamp niet noemen als degene die niet meer meedoet aan de werkgroep SIR, want dat lijkt mij niet juist. De taak van de wethouder financiën en de opdracht van het college is om in deze moeilijke tijd met een begroting te komen waarvan je weet dat je de Capellenaar daarmee geen pijn doet. Ik kan mij niet voorstellen dat er een partij is die daartegen kan zijn met een voorstel om de Capellenaar niet financieel niet verder te pijnigen. Wij hebben geen idee wat er nog onderliggend bij de Capellenaar ligt.
Waarom moet je jezelf dan opzadelen met enorme bezuinigingen die je op deze wijze tempert en de raad alle gelegenheid geeft daarmee aan de gang te gaan? De heer HOLKAMP: Voorzitter, dit is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag ging over het document dat wij in de commissie hebben besproken met een duidelijke politieke lading. Waarom wordt dat document wederom in de werkgroep SIR besproken terwijl wij duidelijk de afspraak hebben dat werkgroepen geen politieke discussies in zich hebben. Waarom wil het college dit document toch in de werkgroep SIR bespreken? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, ik val in herhaling. Dat is jammer van de tijd. Eerder heb ik tegen de heer Terlouw gezegd dat in de werkgroep SIR het college nimmer een politiek standpunt ingenomen heeft. Het is de taak van het college om in een moeilijke tijd met voorstellen te komen waar de Capellenaar wat aan heeft. De Capellenaar heeft niks aan discussies of het wel of niet politiek is, want het is niet politiek. Wij brengen iets dat ten gunste komt aan de Capellenaar en waarvan het college denkt dat wij daarmee de Capellenaar van dienst zijn. Dat heeft niks met politiek te maken. De VOORZITTER: De heer Eilander heeft een interruptie. De heer EILANDER: Voorzitter, ik doe een laatste poging. U bent een beelddenker, dus ik probeer een beeld te schetsen. Het lijkt erop dat u op de muziek vooruit loopt.
U geeft de werkgroep SIR niet de kans om met een open agenda na te denken hoe wij het gaan aanpakken. U doet al een voorstel en vindt het document niet politiek. Daarin zit echter wel degelijk een politieke stelling en een richting om iets op te lossen. Het is u te prijzen dat u daarover nadenkt en dat kunt u in de werkgroep inbrengen. Dit ligt er echter al en daarover wordt gesproken. Dat is geen open kans. Waarom loopt u op de muziek vooruit? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, als je met de auto rijdt en de band loopt leeg, dan moet je die oppompen. Op een gegeven ogenblik komen wij financieel in een situatie waarin je moet kijken hoe de auto met een lekke band kan blijven rijden. Niet alleen het college, maar ook in het bedrijfsleven moet je een pas op de plaats maken als je ziet dat je anders in de problemen geraakt. Dat is een taak van het college. Het lijkt mij een goede zaak dat de werkgroep SIR daarover zijn gedachten laat gaan, want daaruit komen gedachten die het college misschien nog niet bedacht heeft. De heer EILANDER: Voorzitter, de wethouder lokt een reactie uit met zijn voorbeeld. Dit is geen banden oppompen, maar een nieuwe motor voorstellen voor een auto. Dat is wat onze fractie tegenstaat. Ik hoop dat u het wilt heroverwegen om open de werkgroep SIR in te gaan. Zou u daarover willen nadenken?
210713
11
De VOORZITTER: Wethouder Struijvenberg zit te popelen om zijn kant van het verhaal te geven. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, er is een aantal vragen gesteld en moties ingediend die ik graag met u langsloop. De heer Schaatsbergen sprak in zijn bijdrage over de Valeriusrondeel en de manier waarop wij daar omgaan met het toewijzen van woningen. Hij vroeg om daar meer op in te zetten. Daarbij kan ik mij van alles voorstellen. Wat goed bevalt zou je moeten willen uitbreiden. Zijn suggestie neem ik graag mee om te kijken wanneer wij dat kunnen doen, wellicht ook in andere gebieden van Capelle. Over de motie op de fiets spraken de heer Schaatsbergen, de heer Anink en anderen over het fietspad en het advies van het WOP 's-Gravenland. Het advies van het WOP 's-Gravenland zal ik zeker betrekken in de verdere afweging over dat fietspad. De heer Van Buuren heeft een aantal moties ingediend. Ten eerste de motie kwaliteit Landelijk Capelle volgens plan. Die motie kan ik aanbevelen. In de motie wordt gerefereerd aan hetgeen in de voorjaarsnota 2019 is gecommuniceerd. Deze motie legt het nog een keer vast om het op die manier te doen. Er is niks op tegen om dat te herbevestigen en vast te leggen. Dat geldt niet voor de motie Oeverrijk, want wij hebben twee jaar geleden het gebiedspaspoort vastgesteld. De VOORZITTER: De heer Anink heeft een interruptie.
De heer AN INK: Voorzitter, de motie op de fiets heeft twee punten. In het tweede punt staat dat mocht het zo zijn dat u geen opvolging kunt geven aan het gekwalificeerd advies, u dat kunt terugkoppelen. Als u dat kunt bevestigen, dan hoef ik deze motie niet in te dienen. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat kunt u noteren als een toezegging indien u dat op prijs stelt. De VOORZITTER: Wij schrijven het op. Gaat u verder. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik was gebleven bij de motie Oeverrijk van de SGP en anderen. Dat gebiedspaspoort hebben wij twee jaar geleden vastgesteld. Ik zie geen reden om daarvan af te wijken. Laten wij het houden op de motie Landelijk Capelle volgens plan en niet kijken of wij het plan kunnen laten schieten. Daarvan ben ik geen voorstander. Rondom het Rivium vroeg de heer Van Buuren of er een inschatting is te geven wanneer de samenwerkingsovereenkomst en de bouwenveloppen voorliggen in de raad. In de tweede helft van dit jaar verwacht ik de bouwenveloppen. Wie weet dat dit voorligt in de raad rond de jaarwisseling. Pin dit niet vast op een week of een maand. Over het bouwen voor mensen met een kleine beurs wil ik zeker kijken naar het aantal woningen voor mensen met een smalle beurs. Dat doe ik graag regionaal en met de samenwerkingsafspraken met Havensteder en de huurdersvereniging. Wij hanteren de afspraken uit het regioakkoord.
Kom je tot nieuwe afspraken, dan is het belangrijk om dat in regionaal verband af te spreken. Op dat moment voer ik graag de discussie met u hoe de getallen eruit moeten zien voor Capelle. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RAADSEN: Voorzitter, bent u bereid een voorstel te doen in regioverband om de behoefteprognose opnieuw te laten uitvoeren? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat ben ik bereid en dat zal ook gebeuren. De regio heeft deze wethouder niet nodig om dat te doen. Dat is de onderlegger voor nieuwe regionale afspraken. Daarover kan de heer Raadsen gerust zijn. De vragen van mevrouw Den Engelsman heb ik beantwoord.
210713
12
Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA heeft een vraag gesteld over de consultatieronde die nog gaat komen. Kan inmiddels bevestigd worden dat de consultatieronde voor de fietscorridor in ·s-Gravenland na het zomerreces plaatsvindt met de raad waarin het gekwalificeerd WOP-advies wordt meegenomen en de input van de bewoners? iedere keer worden daarover vragen gesteld en het antwoord blijft uit. Ik weet dat de input nog opgehaald wordt bij de bewoners. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, refereert mevrouw Den Engelsman aan iets uit de commissie of is dit een nieuwe vraag? Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, u zei dat u de vraag over de commissieronde al behandeld heeft, maar mijn vraagt gaat over de consultatieronde. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, u vroeg of er een consultatieronde komt met de raad. Als de behoefte daaraan groot is, dan kan dat georganiseerd worden. Wel moet er gekeken worden hoe dat past in de planning. Ik voel mij eraan gehouden om u actief te informeren. Dat is mijn actieve informatieplicht. Het is helder dat dit onderwerp uw aandacht heeft. Ik zal u op de hoogte houden langs de lijn die ik zojuist heb aangegeven voor de heer Anink. Als u enige informatie die ik stuur gaat agenderen de commissie, dan zal ik daarbij zijn. Volgens mij gaat de raad daar meer over dan ik.
Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA zal dit onderwerp voor de volgende commissieronde agenderen. De VOORZITTER: De heer Janson heeft een interruptie. De heer JANSON: Voorzitter, toen wij gisteren over de motie op de fiets spraken, zei het CDA heel duidelijk dat er toezeggingen zijn gedaan waardoor de motie overbodig is en zij hierin niet meegaat. Vanavond probeert het CDA dit onderwerp voor de commissie te agenderen. Waarom kunt u niet instemmen met de motie? Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA heeft het al tien keer gevraagd en een aantal toezeggingen gekregen over de consultatieronde. iedere keer ontstaat daarover verwarring. Mevrouw Van der Klauw heeft in de commissie SLB gezegd dat er toezeggingen zijn gedaan door de wethouder dat de consulTatieronde er zou komen, maar dit blijft rondzingen. Het CDA agendeert de consultatieronde voor de commissieronde. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman doet een aankondiging. Het woord is aan wethouder Struijvenberg. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ten aanzien van de evaluatie van de gebiedspaspoorten, was ik niet uitgenodigd voor de presidiumvergadering. Het erratum dat ik heb opgesteld is wel afgestemd met de griffie. Ik ben ervan uitgegaan dat het klopt, aangezien ik daar zelf niet bij aanwezig was. Op die wijze dacht ik raadsleden tegemoet te komen.
Het is erg vervelend om in de raadsvergadering te vernemen dat dit volgens twee van u niet het geval is. Echter, misschien valt het mee. Het is ambtelijke input. Het is de bijlage van de Capelle bouwt aan de stad monitor. Daarin staat dat de status van de evaluatie is dat er verbeterpunten zijn als ambtelijke suggestie om een bestuurlijke discussie te faciliteren die tijdens de thema-avond plaatsvindt. Wanneer wordt ingestemd met de voorjaarsnota, de bijlage Capelle bouwt aan de stad monitor en de evaluatie van de gebiedspaspoorten, dan wordt dat voor kennisgeving aangenomen door de raad. Het is niet zo dat dit wordt vastgesteld als zijnde correct. Uw oordeel wordt niet gevraagd over deze ambtelijke suggestie met deze voorjaarsnota, wel naar aanleiding van de thema-avond. Dan hebben wij deze tekst als vertrekpunt en kunnen wij wellicht gezamenlijke conclusies trekken. Momenteel trek ik nog geen conclusies. Daarvoor wil ik eerst in gesprek met uw raad. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RAADSEN: Voorzitter, de wethouder was niet bij het presidium, maar wel bij de raadscommissie waarin hierover gesproken is. Daar is een ordevoorstel aangenomen waarin staat dat in de raadscommissie nog niet gesproken zou worden over deze evaluatie, omdat dit eerst in een themabijeenkomst of werkgroep zou gebeuren.
210713
13
Daar is tevens gezegd dat dit ambtelijke stuk nogal wat uitspraken betreft die wellicht niet voor de openbaarheid geschikt zijn en het daarom beter zou zijn als deze niet worden rondgestuurd naar de raadsvergadering. Het was onze hoop dat in het erratum zou staan dat deze bijlage als 'niet verzonden' wordt beschouwd. Daarover gaat het bezwaar van mij en de heer Eilander. De VOORZITTER: De heer Eilander mag reageren. De heer EILANDER: Voorzitter, ik onderschrijf de woorden van de heer Raadsen. Er is niet gesproken over de evaluatie, daarom hoort dit niet bij de stukken te zitten van een raadsvergadering waarin besluitvorming wordt gepleegd. Ik wil de taak op mij nemen om daarover duidelijker te zijn in het presidium of in de commissie. Laat het een les zijn voor ons allemaal. Mijn voorstel is om de evaluatie uit de stukken te halen, zodat het geen deel meer uitmaakt van deze beraadslagingen over de voorjaarsnota. Mogelijke teksten kunnen daardoor nog aangepast worden als wij daarover gesproken hebben tijdens een thema-avond. Dat zou mijn bijdrage in de tweede termijn zijn, maar ik pak het op deze manier op in aanvulling op de heer Raadsen. De VOORZITTER: De wethouder mag direct reageren. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, het lijkt mij niet verstandig en correct om de evaluatie uit de stukken van de voorjaarsnota te halen.
Vier jaar geleden is de evaluatie van het gebiedspaspoort op dezelfde manier aangeboden aan de gemeenteraad. Ik weet niet of daarover toen een themaavond is geweest. Er staat letterlijk dat de status van de evaluatie ambtelijke input is ten behoeve van de bestuurlijke discussie. In de commissie hebben wij afgesproken dat te doen in september. Tot zover de afspraken met mij. Er is een discussie in het presidium geweest waarvan ik door de ambtelijke ondersteuning van de heer Eilander en de heer Raadsen op de hoogte ben gesteld. Naar de input van hen heb ik een erratum aangeleverd dat voldoet aan de discussie in het presidium. Staande de vergadering ga ik geen teksten uit stukken halen. Dat is niet de manier waarop het moet gaan. Daarnaast verwacht ik niet dat er veel zal veranderen in de stad. De VOORZITTER: De wethouder heeft gezegd dat het geen beslisstuk is. Het is een bijlage, maar niet iets waarover de raad een beslissing neemt. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat klopt. Dit deel wordt ter kennisgeving aangenomen. Het is geen beslispunt. De VOORZITTER: Als de raad dit een keer met u wil bespreken in de commissie, dan kan dat geagendeerd worden. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, er is al een thema-avond gepland. De VOORZITTER: De heer Eilander heeft een interruptie. De heer EILANDER: Voorzitter, ik heb er moeite mee dat het ter kennisgeving wordt aangenomen.
Er staat een kwalificatie in over raadsleden die het niet goed snappen. Dat is het pijnpunt voor een aantal raadsleden en die uitspraak moet uit het stuk gehaald worden. Ik heb er moeite mee om dit soort stukken ter kennisgeving aan te nemen. Wij hebben geen kans gehad om te discussiëren over dat wat ambtenaren wel of niet terecht zien. Dit kan niet blijven staan zonder de mogelijkheid om daarop te reageren. Dat is het belangrijkste argument om dit stuk uit de stukken van de voorjaarsnota te halen, zodat het duidelijk is. De heer Raadsen, anderen en ik willen graag de kans krijgen om inhoudelijk te reageren op de kwalificatie van de ambtenaren. Die avond zullen wij zien of u gelijk heeft of niet en dan kunnen wij bouwen aan een oplossing. Dat is het grootste pijnpunt voor de heer Raad sen en voor mij. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat is de mening van de heer Eilander. Dat is echter niet de uitkomst van het presidiumoverleg. Het erratum heb ik geschreven op basis van wat mij meegegeven is over de inhoud van het presidiumoverleg. Daaraan heb ik voldaan. Ik kan niet zeggen dat ik doe wat de heer Eilander wil, al vond het presidium iets anders.
210713
14
De heer EILANDER: Voorzitter, die discussie ga ik niet voeren. Het is niet netjes om het presidium en de griffie daarin te betrekken. Ik heb een amendement klaarleggen dat ik in de tweede termijn ga indienen. Dan doe ik een ordevoorstel voor een schorsing om tijd te krijgen om die tekst alsnog te schrappen met de collega's dat daarbij aan willen sluiten. De VOORZITTER: Na de eerste termijn van het college gaan wij de vergadering schorsen, want er is een aantal andere raadsleden dat tevens naar moties en amendementen wil kijken en de tweede termijn wil voorbereiden naar aanleiding van de beantwoording van het college in de eerste termijn. Het woord is aan wethouder Wilson. Wethouder WILSON: Voorzitter, het CDA heeft een vraag gesteld over het beleidskader maatschappelijke ondersteuning en gezondheid. Dit beleidskader komt direct na het zomerreces in september in de commissie aan de orde. Er ligt een motie onderzoek mogelijkheden in nieuwe hoogbouw. Het college ziet dit als ondersteuning voor het beleid. Dit wordt al gedaan bij het Rivium. Daarom is deze motie overbodig. Het enige punt dat te stellig in de motie staat, is het derde punt onder verzoekt het college. Daarin staat: "met een voorstel te komen hoe de gemeente dit kan invoeren en verplicht kan stellen voor nieuwe hoogbouw en transformaties". Dit kunnen wij wel meenemen in het onderzoek, maar niet verplicht stellen.
Daarnaast loopt er een onderzoek bij de bestaande hoogbouw over hoe wij de bewoners daar kunnen ondersteunen om beter afval te sorteren. Daarbij volgen wij landelijke ontwikkelingen of de beste praktijkvoorbeelden. De motie borstonderzoekvrouwen kan het college positief adviseren. De VOORZITTER: Ik kijk naar de heer Van Buuren of hij het voorzitterschap kan overnemen, want ik moet nog de vragen van de heer Janson en de heer Geissler beantwoorden over de communicatie.
De heer Van Buuren neemt het voorzitterschap over. De BURGEMEESTER: Voorzitter, de heer Geissler heeft gezegd dat hij de coronacommunicatie wat aan de dunne kant vindt. Het college is het daar niet mee eens en het stelt ons teleur dat u dit wel vindt. Wij hebben extra mensen aangenomen om de coronacommunicatie vorm te geven. Tijdens de eerste lockdown hebben wij steeds een collegebrief gestuurd aan de raad en heb ik regelmatig vlogs opgenomen die tevens aan Capelle zijn getoond. Er is veel energie in gestopt om de Capellenaar te betrekken bij de ontwikkelingen van wat er allemaal speelt en op ons afkomt, namelijk door iedere dag berichten te plaatsen op social media, iedere week twee pagina's in te kopen in de IJssel en Lekstreek, een speciale campagne gericht op ondernemers en jongeren. De handhavers zijn als gastheer en als coach naar de horeca gegaan om de wisselende regels uit te leggen. Namens de wethouder was er extra aandacht voor eenzaamheid. Tevens hebben wij oproepen gedaan aan mensen om zich te laten vaccineren. De website was up-to-date. Bestuursleden en ambtenaren zijn de stad in gegaan om met mensen van gedachten te wisselen. De uitspraak van de heer Geissler kan ik daarom niet goed begrijpen. De VOORZITTER: De heer Geissler heeft een interruptie.
De heer GEISSLER: Voorzitter, de PvdA heeft in haar eerste termijn niet gezegd dat wij de communicatie vanuit de gemeente dunnetjes of niet goed vinden. Absoluut niet. Wij hebben alleen gezegd dat wat wij zien in de stad een aanmoediging is om de communicatiecampagne nog verder te intensiveren. Er is een aantal wijken waar het achterblijft in Capelle. Het gaat ons erom dat wij daar vol mee doorgaan. Het is absoluut niet dunnetjes. De BURGEMEESTER: Voorzitter, de interactie vindt plaats tussen de raad en het college. Als u plekken ziet waar u denkt dat het beter kan of waar meer energie in gestopt moet worden, meld dat dan vooral bij mij. Ik ben verantwoordelijk voor de communicatie. Dan zullen wij daaraan aandacht besteden. Communicatie is een handig en belangrijk middel om mensen te bereiken en door deze moeilijke periode heen te helpen.
210713
15
De heer Janson heeft een motie ingediend over de politiesterkte. Ik kan u complimenten geven, tevens van de regioburgemeesters. Hij zei dat wij de motie moeten omarmen. Tijdens de commissieavond kregen de commissieleden het gevoel dat het ernstig was bij de commissie. Dit wist ik al langer en wij zijn er al veel langer mee bezig om dit op orde te krijgen. Er moeten aspiranten naar de politieacademie. Daarover is landelijk veel te doen geweest. Dit zit in de betalingen, de werkdruk en de leeftijdsopbouw van de politie. Ik heb dit gelijk proactief ingebracht. Gistermiddag hebben wij een vergadering gehad met het algemeen bestuur van het regionaal veiligheidsoverleg. Hierbij zitten alle burgemeesters van de regio Rotterdam-Rijnmond en de Drecht-steden. Daar heb ik het ingebracht en burgemeester Aboutaleb heeft toegezegd dat hij aandacht zal vragen voor deze problematiek bij de minister van justitie en veiligheid en bij de informateur en de schrijvers van de kabinetsplannen. Ik hoop u daarmee geholpen te hebben. Eigenlijk ben ik niet van plan een brief naar de minister van justitie te sturen, tenzij de raad mij daartoe dwingt. Daar gaat weinig kracht vanuit. Dit moeten wij regionaal aanpakken en dat gebeurt. iedereen wil dat het op een goede manier geregeld wordt met de politie. Ik ben blij met de steun.
Wat dat betreft omarm ik de motie en vraag u daarbij het tweede punt uit het verzoek te verwijderen. De VOORZITTER: De heer Janson heeft een interruptie. De heer JANSON: Voorzitter, ik ben blij met de aanvulling van de burgemeester. Ik zie het als een toezegging die inmiddels geschied is doordat het in de veiligheidsregio besproken is. Dit komt zelfs op de onderhandelingstafel voor de nieuwe formatie. Wie ben ik om dan nog een brief aan de minister van justitie geschreven te willen hebben. Ik heb al contact gehad met de heer Landzaad en met deze toezegging zullen wij de motie intrekken. De VOORZITTER: De motie politiesterkte op orde is ingetrokken. De heer Vlot heeft een interruptie. De heer VLOT: Voorzitter, de SP had deze motie gesteund. Wellicht is het mogelijk om op middelbare scholen in onze gemeente het eerzame ambt van politiefunctionaris onder de aandacht te brengen in het licht van een vervolgopleiding. De VOORZITTER: Dat is een suggestie die de portefeuillehouder mee kan nemen. De BURGEMEESTER: Voorzitter, het is een goede suggestie van de heer Vlot, maar het probleem is niet dat jongens of meisjes niet bij de politie willen werken. Het probleem is dat de politieacademie onvoldoende capaciteit heeft om de mensen op te leiden en de opleiding duurt volgens de nationale politie te lang. Zij willen de mensen eerder op straat hebben. Dat is momenteel het dilemma.
De VOORZITTER: Er is aanbod genoeg, maar niet genoeg capaciteit. Ik geef het woord terug aan de burgemeester om een schorsing aan te kondigen. De burgemeester neemt het voorzitterschap over. De VOORZITTER: Die schorsing ga ik aankondigen, want zowel de heer Anink als de heer Eilander hebben daar om gevraagd. Het einde van de eerste termijn van het college is een natuurlijk moment om de partijen de gelegenheid te geven om zich te bezinnen op wat er gisteravond is gezegd en vanavond door het college te berde is gebracht. De heer EILANDER: Voorzitter, ik mis een aantal bespiegelingen op moties en amendementen, zoals de moties hoogbouw, plastic fietspaden en hondenbelasting. De VOORZITTER: Wethouder Van Veen heeft zich uitgelaten over de hondenbelasting. De heer EILANDER: Voorzitter, de wethouder is niet ingegaan op het amendement. De VOORZITTER: Dan moet u dat vragen. Daarvoor hoeft u niet zo venijnig te doen. De heer EILANDER: Voorzitter, ik zei netjes welke bespiegelingen ik nog mis. De VOORZITTER: Het woord is aan wethouder Van Veen.
210 713
16
Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, als eerste de motie geluidsoverlast nader onderzocht over het actieplan omgevingslawaai. Volgens het college is de motie overbodig. De aandachtspunten uit de motie worden al uitgevoerd. Daarnaast ontstaat er bij de invoering van de Omgevingswet de mogelijkheid voor de gemeente om eigen toezichtkaders toe te voegen. Als wij te zijner tijd zwaarder willen toetsen op geluid, dan kan dat meegenomen worden in de omgevingsplannen. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA heeft een vraag gesteld bij de motie over geluidsoverlast. Bij de beantwoording werd aangegeven dat bij de inventarisatie mogelijk een enquête uitgevoerd kan worden bij de inwoners. Is de wethouder bereid om die bewonersenquête mee te nemen bij de inventarisatie? Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, dat ga ik doen. De VOORZITTER: Ik kijk naar de heer Eilander of hiermee alle moties en amendementen besproken zijn. De heer EILANDER: Voorzitter, u kunt naar mij kijken, maar ik ga ervan uit dat deze wethouder zijn lijstje afwerkt. Hij heeft nog meer moties en amendementen op zijn lijstje staan. Wethouder VAN VEEN: Voorzitter, het is goed dat de raadsleden mij actief houden. De motie fietspaden van gerecycled plastic vraagt of bij toekomstige of aan te leggen wegdelen gerecycled plastic gebruikt kan worden.