04.02 - Ruimtelijke Onderbouwing ON7 De Bermhof, Capelle ad IJssel 2041776 (1)
Tekst van het document
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning diverse werkzaamheden uit te voeren die dieper reiken dan 1,0 m beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. Dit geldt voor beide dubbelbestemmingen.
Juust
28
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
De huidige bebouwing zal worden gesloopt. Vervolgens zal binnen het terrein nieuwbouw worden gerealiseerd: zorgappartementen in een centraal gelegen gebouw met ongeveer 776 vierkante meter aan bebouwd oppervlak. Het gebouw ligt iets verder ten opzichte van de Bermweg dan het huidige gebouw. Onder het gebouw komt een souterrain tot 2.01 meter onder het peil van de begane grond. De fundering wordt op palen uitgevoerd, waardoor diepere bodemtrajecten eveneens worden verstoord. De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (Archeologie Rotterdam, BOOR) heeft de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden ter plaatse van de Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel beoordeeld (zie Bijlage 4). Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht. Archeologie Rotterdam adviseert de gemeente om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te voeren. Archeologie Rotterdam (BOOR) heeft een Programma van Eisen voor de uitvoering van een verkennend veldonderzoek opgesteld. Door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
is het archeologisch onderzoek uitgevoerd en een rapportage opgesteld (zie Bijlage 5). Uit dit onderzoek blijkt de kans gering dat in het plangebied archeologische resten bedreigd worden: tot de maximale boordiepte (400 cm -mv) zijn geen lagen met een middelhoge of hoge archeologische verwachting in het onderzoeksgebied aanwezig. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. De rapportage is ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente. Het advies aan de gemeente Capelle aan den IJssel is om de in het rapport geformuleerde aanbeveling, namelijk om in het plangebied geen vervolgonderzoek uit te laten voeren, over te nemen als (selectie) besluit (zie Bijlage 6). De afdeling Archeologie adviseert de gemeente Capelle aan den IJssel om het rapport zonder voorbehoud goed te keuren. Indien bij de uitvoering van de gespecificeerde werkzaamheden (of andere werkzaamheden) onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland.
De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Op het naastgelegen perceel, aan de Bermweg 13, is een gemeentelijk monument gelegen. In dit monument is de Historische Vereniging Capelle aan den IJssel (HVC) gevestigd en dient als historisch museum. Het gemeentelijke monument genaamd ''Het Jan Anne Beijerinckgemaal'' heeft een belangrijke rol gespeeld in de vorming van het landschap van de Rotterdamse Prins Alexanderpolder. Sinds 1991 wordt het Jan Anne Beijerinckgemaal niet meer gebruikt voor de reguliere bemaling. Het Jan Anne Beijerinckgemaal heeft nu nog een noodfunctie, daar is echter nog geen gebruik van gemaakt. Men blijft de motoren af en toe gebruiken, als test en om de tochten aan de zuidkant van de polder door te spoelen. In het stedenbouwkundige ontwerp is rekening gehouden met het naastgelegen monument (zie paragraaf 2.1.2 Toekomstige situatie) en afgestemd met het Q-team van de gemeente Capelle aan den IJssel. Het Q-team controleert of bouwplannen die eerder afgesproken regels volgen.
Zo zorgen ze ervoor dat het uiterlijk van gebouwen past in de omgeving. Hierdoor heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve impact op het naastgelegen gemeentelijke monument.
Juust
29
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Aan de noordzijde van het plangebied is een gemengde bestemming gelegen. Binnen deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen (met uitzondering van geluidsgevoelige objecten) toegestaan en bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 en 2 die als Bijlage 1 bij het bestemmingsplan ‘Prinsenland’ is gevoegd. Een bedrijf in milieucategorie 2 heeft een richtafstand van 30 meter. Op het naastgelegen perceel, aan de Kralingseweg 463, is op dit moment een vorm van basisonderwijs gevestigd. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter in een rustige woonwijk. Het maatgevende aspect is geluid. In dit geval is voor betreffende locatie sprake van een gemengd gebied.
Er is namelijk sprake van (beperkte) functiemenging. Binnen gemengde gebieden is sprake van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij functiemengingsgebieden kan gedacht worden aan stadscentra, horecaconcentratiegebieden, maar ook zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen of woongebieden met kleinschalige cq. ambachtelijke bedrijvigheid. In dit geval is sprake van een bestaand gebied met (beperkte) functiemenging langs stedelijke toegangswegen (S127 en de metrolijn). Naast het wonen komen ook andere functies voor zoals maatschappelijke voorzieningen en kleine bedrijven, met name aan de Kralingseweg. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. In dit geval geldt in principe een richtafstand van 10 meter. De afstand tussen het gebouw aan de Kralingseweg 463 en het beoogde gebouw aan de Bermweg is ongeveer 6,5 meter. Het bijbehorende schoolplein ligt op een afstand van ongeveer 6 meter. Hierdoor wordt niet voldaan aan de richtafstand. Het schoolterrein is kleinschalig (ongeveer 325 m²) en aannemelijk alleen overdag in gebruik. Tussen het gebouw en het kleinschalige schoolplein is een verdiepte parkeerstrook gelegen. Het beoogde gebruik van deze ruimte is een verkeersfunctie. De verblijfsfunctie is gecentreerd aan de binnenkant van het gebouw.
Hier is een binnentuin gelegen (zie paragraaf 2.1.2 Toekomstige situatie). De woningen zijn met de 'leefgalerijen' rondom de binnentuin hierop georiënteerd. Het gebouw zelf zorgt daarmee voor een afschermende werking tussen de noordelijk gelegen gemengde bestemming en de beoogde gezamenlijke verblijfsfunctie van het zorgwonen. Ondanks het aannemelijk is dat hierdoor sprake is van een aanvaardbaar woon- een leefklimaat is nader akoestisch onderzoek benodigd. Hierop zal het bestaande akoestisch onderzoek, zoals hieronder beschreven, en de definitieve ruimtelijke onderbouwing worden aangevuld. Voor de gebiedstypering ''gemengd gebied'' geldt op grond van de VNG-publicatie ''Bedrijven en milieuzonering'' geldt een richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Op 3 februari 2024 is dit getoetst door Kraaij Akoestisch Adviesbureau (zie Bijlage 7). Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarde van 50 dB(A). Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouw wordt daarmee als ''aanvaardbaar'' beoordeeld.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Volgens beschikbare informatie (DCMR Milieudienst Rijnmond en Topotijdreis) hebben in het verleden activiteiten plaatsgevonden die (bodem)verontreiniging zouden kunnen veroorzaken: gedempte watergangen. Op basis van de beschikbare informatie (DCMR Milieudienst Rijnmond) zijn er in het verleden (bodem)onderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie: Verkennend onderzoek, Ingenieursbureau Rotterdam, 21263654, d.d. 29-03-2011 Verkennend en Nader onderzoek, A. Stewart Environmental Services, 22258399, d.d. 31-05-2002
Juust
30
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Vanwege verouderde bodemonderzoeken is een nieuw verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door ABO Milieuconsult B.V. (zie Bijlage 8). Daarnaast is aan de voorzijde van het terrein een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie (gehele terrein) zijn in totaal 21 boringen verricht, waarvan 8 boringen ter plaatse van twee gedempte watergangen. Op de locatie is één peilbuis geplaatst en bemonsterd. Uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek blijkt dat de grond met diverse bodemvreemde bijmengingen, ter plaatse van boring 05, sterk verontreinigd is met nikkel en zink. In de omliggende boringen (01, 02 en 04) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan nikkel en zink aangetroffen. Hiermee is de sterke verontreiniging horizontaal afgeperkt. De onderliggende laag ter plaatse van boring 05 is matig verontreinigd met nikkel en zink. Hiermee is de sterke verontreiniging in verticaal vlak afgeperkt. Het volume van de sterke verontreiniging aan nikkel en zink wordt geschat op circa 65 m². Het betreft hiermee een geval van ernstige bodemverontreiniging. De grond met diverse bodemvreemde bijmeningen is vermoedelijk aangebracht tijdens de realisatie van de huidige bebouwing in 1962. Het betreft hiermee een historisch geval en het saneren van de sterke verontreiniging is derhalve niet spoedeisend.
Desondanks wordt een nader bodemonderzoek uitgevoerd (conform NTA-5755-richtlijn) om inzicht te krijgen in de omvang van de sterke verontreiniging met nikkel en zink in de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ter plaatse van boring 05. Nader bodemonderzoek Het nader onderzoek is door ABO Milieuconsult B.V. uitgevoerd op 19 november 2024 (zie Bijlage 9). Hieronder zijn de resultaten en conclusies beschreven. Ter verticale afbakening van de grondverontreiniging is ter plaatse van boring 05 één boring (200) tot 2,5 m-mv verricht. Ter horizontale afbakening zijn 11 boringen (201 t/m 207) tot 2,0 m-mv verricht. Hiervan zijn vier boringen gestaakt op 0,8 m-mv bij het aantreffen van een handmatig ondoordringbare laag. Zintuiglijk zijn op het gehele voorterrein bodemvreemde bijmengingen met puin, sintels, kolengruis en baksteen aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat de boven- en ondergrond van het gehele voorterrein bestaat uit een historische deklaag met wisselende bodemlagen met bijmengingen van puin, sintels, kolengruis en/of baksteen. Aangezien deze laag zeer heterogeen diffuus sterk verontreinigd is, waardoor de oppervlakte van de sterke verontreiniging geschat wordt op circa 265 m² met een wisselende laagdikte en opbouw. De diepte varieert van 0,5 m-mv tot plaatselijk 2,0 m-mv. De gemiddelde laagdikte betreft circa 0,5 meter.
De omvang van de grondverontreiniging met nikkel en zink wordt geraamd op circa 132,5 m³. Omdat de aanwezig bebouwing stamt uit de periode 1962-1968 wordt ervan uitgegaan dat de verontreiniging stamt uit de periode 1987, welke niet eerder (onder de Wet bodembescherming) aangemerkt is als geval van ernstige bodemverontreiniging. Het voornemen is om de grondverontreiniging te saneren in de vorm van afdekken. Beoordeling DCMR Op 18 maart 2025 heeft de DCMR de bovenstaande bodemrapporten beoordeeld. De bodemrapporten van 22 november 2023 en 7 februari 2025 voldoen niet volledig aan de wettelijke eisen, omdat de bodem inpandig niet is onderzocht. Hierdoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie niet volledig in beeld. Voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling dient de bodemkwaliteit hier, al dan niet na sloop van de bebouwing, alsnog te worden onderzocht. Dit wordt als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning.
4.5
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. Binnen het plangebied zijn geen risicovolle inrichting gelegen. De ontwikkeling maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. In de nabijheid van het plangebied zijn bovendien geen risicovolle inrichtingen te vinden. In de nabijheid is ook geen transport van gevaarlijke stoffen te vinden (buisleidingen, wegen, spoor en water).
Juust
31
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
4.6
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Het beoogde bouwplan leidt tot de realisatie van een nieuw geluidsgevoelige object. Het plangebied bevindt zich binnen de geluidzones van de Prins Alexanderlaan, Jacques Duthilweg, de Kralingseweg en formeel ook nog net een deel van de Schenkelse Dreef. Ten westen van het plangebied loopt ook een metrolijn. De zonebreedte van de RET-metrolijn is vastgelegd in de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder en bedraagt 100 meter.
Het plangebied bevindt zich op een afstand van ongeveer 13 meter van de metrolijn en daarmee binnen de zone van de metrolijn. Het plan bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein. Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 10). Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai ten hoogste 56 dB bedraagt vanwege de Prins Alexanderlaan, ten hoogste 36 dB vanwege de Jacques Dutilhweg en ten hoogste 37 dB vanwege de Kralingseweg. De geluidbelasting bedraagt vanwege railverkeerslawaai (metrolijn A/B van de RET) ten hoogste 70 dB. De voorkeursgrenswaarde overschreden wordt vanwege de Prins Alexanderlaan en de metrolijn A/B, met respectievelijk ten hoogste 8 en 15 dB. Omdat alle onderzochte maatregelen om de geluidbelasting vanwege de Prins Alexanderlaan en de metrolijn te reduceren op problemen stuiten van doelmatige, stedenbouwkundige of praktische aard, zal een hogere grenswaarde aangevraagd moeten worden bij de gemeente Capelle aan den IJssel voor de geluidbelasting vanwege deze bronnen. De maximale ontheffingswaarde voor het aanvragen van een hogere waarde niet wordt overschreden vanwege wegverkeerslawaai, maar wel vanwege railverkeerslawaai met 1 tot 2 dB.
Deze overschrijding vindt alleen plaats aan de zuidwestelijke gevelzijde van de appartementen met nummer 18, 19, 20, 21, 24, 25 en 26, gelegen op de 2e of 3e verdieping. Aangezien op basis van het huidig ontwerp geluidgevoelige ruimten aan deze kritische gevelzijde grenzen, dient de zuidwestelijke gevelzijde van deze ruimten als dove gevel te worden uitgevoerd. Voor de geluidbelasting vanwege de metrolijn (spoorweglawaai) is behoudens het spoor in Schollevaar geen specifiek gemeentelijk beleid opgenomen. Hiervoor wordt daarom uitgegaan van het wettelijk kader volgens de Wet geluidhinder. De gemeente heeft daarnaast aanvullende criteria opgesteld, waaraan voldaan dient te worden om een hogere grenswaarde vast te kunnen stellen. Eén van deze criteria is derhalve het creëren van minimaal één geluidluwe gevel of een geluidluwe buitenruimte. Onder geluidluw verstaat de gemeente: een gevel/zijde van een woning, waar de geluidbelasting laag is, in principe niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai of industrielawaai. Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe zijde. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Uit het onderzoek blijkt dat niet alle appartementen beschikken over minimaal één geluidluwe gevelzijde.
Gelet op de geluidbelasting op de gevels van de appartementen aan de zijde van de tuin, gelegen aan de binnenzijde van het gebouw, kan deze buitenruimte zondermeer als geluidluw worden beschouwd. Indien deze buitenruimte als gezamenlijke tuin wordt ingericht, hebben alle appartementen de beschikking over minimaal een geluidluwe buitenruimte, te weten aan de achter-/binnenzijde van het gebouw. In voorliggend plan wordt de zuidwestelijke gevelzijde uitgevoerd als een dove gevel. Verder is de buitenruimte/tuin aan de 'binnen' kant van het gebouw een gezamenlijke tuin. Hierdoor kan aan de voorwaarden uit het gemeentelijke geluidbeleid worden voldaan. Er kan voor de nieuwbouw bij de gemeente een hogere waarde worden aangevraagd van 56 dB vanwege de Prins Alexanderlaan en 68 dB vanwege de metrolijn A/B van de RET.
Juust
32
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Er zal te zijner tijd wel nader onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de nieuwbouw moeten worden uitgevoerd, om te kunnen bepalen of met de aanwezige gevelmaterialen voldaan wordt aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit, of dat er aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk zijn. Met inachtneming van het bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling.
4.7
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Aan de oostkant van het plangebied is een leidingstrook gelegen. Het plangebied ligt niet binnen de belemmeringenstrook van deze leiding. De buisleiding is niet aangewezen als een transportleiding voor gevaarlijke stoffen. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.8
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op een verkeersgeneratie van 79 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag, zie paragraaf 4.12 Verkeer en parkeren.
Afbeelding 11 | NIBM (bron: Infomil)
Juust
33
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt aan de hand van de Aerius Lucht Rekentool (NSL-rekentool). De Aerius Lucht Rekentool is de opvolger van de NSL Rekentool. Hieruit blijkt dat op de Prins Alexanderlaan, ter hoogte van het plangebied, de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 21,74 µg/m3 , 18,22 µg/m3 en 10,39 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 , PM10 (beide 40 µg/m3 ) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6,4, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.
4.9
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is ''Boezems Kinderdijk''. Dit natuurgebied ligt op circa 6.6 kilometer van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Voor dit plan is voor de realisatie- en gebruiksfase de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (zie Bijlage 12). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
Soortenbescherming Op 5 september 2023 is door Ecolybrium een quickscan ecologie uitgevoerd (zie Bijlage 13). Hier uit blijkt dat: Er geen effecten optreden door de ingreep op huismussen, gierzwaluwen en andere vogels met jaarrond beschermde nesten, omdat het pand geen toegang geeft voor deze soorten. Er mogelijk effecten en daarmee overtredingen van verbodsbepalingen kunnen optreden door de ingreep op vleermuizen, omdat er geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in het pand (onder de dakconstructie). Er geen effecten op primaire jachtgebieden en vliegroutes optreden omdat deze niet aanwezig/ontwikkeld zijn ter plekken. Er geen effecten op overige beschermde soorten zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden optreden omdat deze niet aanwezig zijn ter plekken. Op basis van de onderzoeksresultaten gesteld kan worden dat er voor vleermuizen soortgericht vervolgonderzoek noodzakelijk is. Tijdens het onderzoek is geconcludeerd dat er onder de dakconstructie van het pand kleine openingen aanwezig zijn die mogelijk dienstdoen als verblijfplaats voor vleermuizen. Zonder nader onderzoek is een gedegen toetsing aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming vooralsnog niet mogelijk.
Uit soortgericht onderzoek naar vleermuizen moet blijken dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. In de periode half april t/m september 2024 is door Ecolybrium een vleermuizenonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 14). Uit dit onderzoek blijkt dat: Er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing en dat er dan ook geen negatieve effecten optreden Er geen effecten optreden ten aanzien van essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes van
Juust
34
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
vleermuizen. Op basis van het bovenstaande is er geen omgevingsvergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de beoogde werkzaamheden. Er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
4.10
Niet gesprongen explosieven
Op sommige plaatsen in Nederland bevinden zich nog onontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem. Deze leveren een gevaar op, vooral als ze verplaatst of aangeraakt worden, bijvoorbeeld bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Op het moment dat in de nabijheid van deze Niet Gesprongen Explosieven (NGE) trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze NGE alsnog afgaan. Onder grondwerkzaamheden worden verstaan activiteiten zoals grondverzet, graaf- en heiwerkzaamheden in de bodem. Op basis van de bommenkaart (bodembelastingkaart CE) van de gemeente Rotterdam ligt het adres Bermeinde 9 Rotterdam niet in een 'verdacht gebied harde blindgangermelding' en niet in een 'verdacht gebied'. De locatie betreft dus geen locatie waar een verhoogde kans op niet ontplofte explosieven is omdat hier veel bommen zijn gevallen die wél zijn ontploft of omdat er in het gebied in de oorlogsjaren door de Duitse bezetter onder andere bunkers, tankgrachten en mijnenvelden zijn aangelegd. Binnen de gemeente Capelle aan den IJssel is in 2013 een historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven uitgevoerd. De locatie Bermweg 11 te Capelle aan den IJssel ligt, op basis van de bijbehorende kaart, binnen 'onverdacht' gebied (zie onderstaande afbeelding).
Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 12 | Uitsnede Historisch Vooronderzoek Explosieven (bron: T&A Survey, bewerking Juust)
Juust
35
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
4.11
Trillingshinder
Bij ruimtelijke planvorming moet trillingshinder of -schade aan gebouwen zoveel mogelijk worden voorkomen. Sommige functies zijn extra gevoelig voor trillingen. Bij het aspect trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het meestal om bescherming tegen trillingshinder bij personen. Daarnaast kan er ook sprake zijn van verstoring van activiteiten door trillingen. Het plangebied is gesitueerd nabij de A- en B-lijn van de Rotterdamse metro. Door de ligging dicht bij de metrosporen kunnen de trillingen van metro’s als hinderlijk worden ervaren. Conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is daarom een quickscan naar hinder door spoortrillingen nodig. Deze quickscan geeft uitsluitsel of hinder kan worden uitgesloten of dat er een vervolgonderzoek nodig is. Door We-Boost B.V. is in september 2023 een quickscan trillingen uitgevoerd (zie Bijlage 15). Uit dit onderzoek blijkt dat trillingshinder niet kan worden uitgesloten voor een deel van deze ontwikkellocatie. Vooral door de korte afstand tot het spoor, en omdat de constructieve uitwerking nog niet bekend is, kunnen overschrijdingen in de dichter bij het spoor gelegen delen van het gebouw niet worden uitgesloten. Omdat trillingshinder in de toekomstige bebouwing niet kan worden uitgesloten, is nader onderzoek naar trillingen noodzakelijk.
Dit onderzoek dient te bestaan uit een combinatie van meet- en modelonderzoek, conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. In deze quickscan is namelijk nog worst-case (bovengrens) gerekend, omdat er geen locatiespecifieke metingen zijn uitgevoerd en detailinformatie over de bebouwing ontbreekt. Door die informatie toe te voegen in vervolgonderzoek, neemt de onzekerheid in de trillingen af en kan worden vastgesteld of er ook echt een kans is op trillingshinder op deze locatie. Op 8 december 2023 is door We-Boost een trillingsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 16). De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat er beperkte, incidentele overschrijdingen mogelijk zijn van het beoordelingskader voor trillingshinder (de SBR B-richtlijn) in de appartementen dichtbij het spoor. Overschrijdingen worden veroorzaakt door metrovoertuigen met een afwijkende trillingssterkte (vermoedelijk door een afwijkende onderhoudsconditie). Tijdens de meetperiode van een week ging het om 1 overschrijding, met een duidelijk afwijkend trillingsbeeld. Omdat er incidentele overschrijdingen van het beoordelingskader voor trillingshinder worden verwacht, is nader onderzoek gedaan naar maatregelen waarmee die overschrijdingen kunnen worden voorkomen.
Er zijn geen effectieve maatregelen aan het spoor of de metrovoertuigen die de zeer laagfrequente trillingen voldoende kunnen terugdringen, omdat het spoor al op een kunstwerk ligt. Een trillingsscherm in de bodem is niet doelmatig. Met ontwerpoptimalisaties van het gebouw is het mogelijk om overschrijdingen van de streefwaarden te voorkomen. In dit geval geldt dat hoe zwaarder het gebouw is, hoe lager de trillingen zullen zijn. Er zijn hiervoor verschillende mogelijkheden: liever i.h.w.g. beton dan kalkzandsteen, toepassing van breedplaatvloeren en een zware fundering. Tenslotte, relevant hierbij is dat er bij trillingen sprake is van streefwaarden in de beoordelingsrichtlijn. Als de streefwaarden niet worden gehaald, dan dienen maatregelen te worden afgewogen op doelmatigheid. Het kan dus zijn dat maatregelen vanwege kosten of inpassingsbezwaren niet worden getroffen, mits goed wordt gemotiveerd dat geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ontstaat.
Hierbij kan worden verwezen naar (1) het beperkte aantal overschrijdingen van maximaal 1 per week, door een metrovoertuig met een sterk afwijkende trillingssterkte, (2) de beperkte mate van overschrijding, (3) de hoge kosten van maatregelen en (4) het gegeven dat de trillingen weliswaar niet voldoen aan de strenge streefwaarden voor nieuwbouw uit de SBR B-richtlijn, maar wel ruimschoots aan de soepeler streefwaarden voor bestaande situaties uit de SBR B-richtlijn. In de soepeler streefwaarden voor bestaande situaties is een zekere mate van gewenning meegenomen. Met inachtneming van het bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en vormt het aspect trillingen geen belemmering voor de ontwikkeling.
Juust
36
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
4.12
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De gemeente Capelle aan den IJssel hanteert parkeerbeleid en parkeernormen om richting te geven aan de manier waarop zij omgaat met parkeren en als kader voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen in geval van nieuwbouw, sloop-nieuwbouw, uitbreidingen, functiewijzigingen en transformaties. Het gemeentelijk parkeerbeleid is bepalend voor de wijze waarop het parkeren in Capelle aan den IJssel plaatsvindt en wordt gefaciliteerd. Op 13 februari 2023 heeft de gemeenteraad nieuw parkeerbeleid en parkeernormen vastgesteld. De vorige versie van het parkeerbeleid en parkeernormen dateren van 2015. Ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven, landelijke trends zoals de opkomst van deelmobiliteit en thuiswerken, ervaringen met het toepassen van parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe landelijke parkeerkentallen, vormden aanleiding om het parkeerbeleid en de parkeernormen te actualiseren.
Het vaststellen van het nieuwe parkeerbeleid en de daarbij behorende Nota Parkeernormen is opgenomen in de Uitvoeringsagenda van het in 2021 vastgestelde Programma Mobiliteit. Parkeren De parkeernorm die voor een ontwikkeling passend is hangt af van de locatie. Hoe meer stedelijk het karakter van een gebied is, hoe lager de parkeernorm, omdat daar vaak een ruimer aanbod van vervoerswijzen aanwezig is. De locatie aan de Bermweg is gelegen in de zone B 'Overig Capelle' en kent de stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk' en gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Autoparkeernorm Voor de zorgappartementen wordt aangesloten op de parkeernorm bij het woningtype 'aanleunwoning/serviceflat'. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per woning inclusief 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. In totaal is er sprake van een parkeerbehoefte van 30,8 parkeerplaatsen (1,1 x 28). Alle aanvullende voorzieningen in het plan zijn ondersteunend aan de woningen. De parkeerbehoefte van verzorgend personeel, bevoorrading en personeel op afroep voor het restaurantgedeelte zijn daarom onderdeel van de parkeerbehoefte van 1,1 parkeerplaats per woning. Het bezoekersaandeel is met 0,3 namelijk ook relatief hoog. Bij het gehanteerde kengetal van het CROW wordt ook benoemd dat woningen aangevuld zijn met een beperkte zorgvoorziening.
Als een ruimtelijke ontwikkeling gerealiseerd wordt in de nabijheid (loopafstand) van een HOV-halte (Hoogwaardig Openbaar Vervoer), kan de parkeernorm voor de auto met maximaal 20 procent worden verlaagd. Woningen en werklocaties op loopafstand van een HOV-halte zijn beter bereikbaar met het openbaar vervoer, waardoor het OV-gebruik hier beter kan concurreren met de auto. Dit past in het gemeentelijke beleid om stedelijke verdichtingslocaties zoveel mogelijk te zoeken in de omgeving van HOV-haltes. De ontwikkeling valt binnen de zone 300-600 meter loopafstand. Hierdoor mag het aantal parkeerplaatsen met 10% worden verminderd. Met de toepassing van de HOV-correctie is de parkeerbehoefte afgerond 28 (27,7) parkeerplaatsen. Voor alle functies geldt dat het bezoekersparkeren gerealiseerd moet worden op voor bezoekers toegankelijke en beschikbare parkeerplaatsen. Voor bezoek aan bewoners van woningen zijn specifieke parkeernormen gegeven. Indien parkeerplaatsen worden toegewezen aan bewoners (bijvoorbeeld in de vorm aan woningen gekoppelde parkeerplaatsen of een parkeergarage die uitsluitend toegankelijk is voor bewoners) dan zijn deze plekken niet beschikbaar voor bezoekers en kan er geen dubbelgebruik worden gerekend tussen het bewonersdeel en bezoekersdeel. De parkeerplaatsen zijn bereikbaar voor bezoekers en worden niet gekoppeld aan het parkeren voor bewoners.
Hierdoor komen de parkeerplaatsen in aanmerking voor dubbelgebruik. Op basis van de aanwezigheidspercentages is de werkdag in de avond het maatgevende moment. Voor de bewoners geldt dan een aanwezigheidspercentage van 90% en voor bezoekers een aanwezigheidspercentage van 80%. Dit betekent dat er 24,192 parkeerplaatsen (90% van 20,16 en 80% van 7,56), dus afgerond 25 parkeerplaatsen, nodig zijn. Op het terrein worden 25 verdiepte parkeerplaatsen gerealiseerd (zie paragraaf 2.1.2 Toekomstige situatie) waardoor wordt voldaan aan de autoparkeereis. Een belangrijk aandachtspunt bij het realiseren van de
Juust
37
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
toegang tot de parkeergarage is dat ook voor bezoekers duidelijk is dat ze gebruik kunnen maken van deze garage. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een informatiebord worden aangegeven. Dit geldt ook voor bezoekers per fiets. Fietsparkeernorm Het is belangrijk dat bewoners, werknemers, bezoekers, klanten (en anderen) in Capelle hun fiets goed kunnen stallen. Dat betekent onder meer dat er voldoende stallingsplek is, dat parkeerplaatsen ruim genoeg zijn om de fiets goed neer te zetten en dat de stalling op een logische plaats staat ten opzichte van de bestemming. Om te voorzien in voldoende stallingsplaatsen en te voorkomen dat de openbare ruimte door een tekort aan stallingsplaatsen verrommelt, hanteert de gemeente fietsparkeernormen. Fietsparkeervoorzieningen zijn in de verdiepte parkeergarage opgenomen in het plan. De stallingslocatie is bereikbaar via de hellingbaan of met behulp van de lift. De stalling heeft een oppervlakte van 55,5 m² en biedt volgens het plan plaats aan 56 fietsparkeerplaatsen. Het aantal stallingsplaatsen voldoet aan de eis van de gemeente Capelle aan den IJssel om minimaal twee fietsparkeerplaatsen per woning in de categorie aanleunwoning/serviceflat te realiseren, waarvan één plaats voor bewoners en één voor bezoekers.
De verdeling van het type fietsparkeerplaatsen is als volgt opgenomen in het plan: 10% (6 st.) daarvan zijn vakken van 1000 mm breed; 20% (12 st.) daarvan zijn vakken van 500 mm breed; De overige vakken (38 st.) zijn minimaal 400 mm breed. Aanvullend zijn er ook nog 4 scootmobielplekken, voorzien van oplaadgelegenheid, in het souterrain aanwezig. Bovenstaande uitgangspunten sluiten aan bij de gestelde kwaliteitseisen door de gemeente Capelle aan den IJssel. Verkeersgeneratie en ontsluiting De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de CROW-publicatie 381 'toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk'. Voor het woningtype 'serviceflat' geldt een minimale verkeersgeneratie van 2,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal en een maximale verkeersgeneratie van 2,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van een maximale verkeersgeneratie is het aantal verkeersbewegingen afgerond 79 (2,8*28) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Omgerekend tot werkdag (*1,11) is er sprake van een verkeersgeneratie van 87. Voor fietsers en voetgangers zijn er drie opties om de locatie Bermweg 11 te bereiken of te verlaten. Direct ten westen van het perceel is een mogelijkheid om het fietspad parallel aan de spoor te bereiken. Dit kan zonder conflicten met gemotoriseerd verkeer.
Daarnaast kan via de doodlopende Bermweg richting het oosten de Schenkelse Dreef bereikt worden, die voorzien van vrij liggende fietspaden. Tot slot kan het gebied ook via de Haagwinde, gemengd met autoverkeer, betreden en verlaten worden. Deze ontsluitingsstructuren zorgen voor directe verbindingen naar de rest van de kern Capelle aan den IJssel zonder conflicten met grote hoeveelheden gemotoriseerd verkeer. Voor het gemotoriseerd verkeer geldt dat de ontsluittingsstructuur op te delen is in drie wegvakken. Bij alle drie de wegvakken is er sprake van een acceptabele verkeerssituatie na realisatie van de ontwikkeling. De inrichting van de wegvakken in combinatie met het toekomstig gebruik leiden niet tot verkeerskundige problemen (zie Bijlage 11). De aansluiting Haagwinde-Kralingseweg tot slot, is een bestaand en bekend knelpunt. De ontwikkeling aan Bermweg 11 lost dit knelpunt niet op. Maar tegelijkertijd is de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling zeer beperkt ten opzichte van de huidige intensiteiten. Daardoor is ook geen sprake van een significante verslechtering van dit knelpunt.
Juust
38
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
4.13
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het hoogheemraadschap heeft een belangrijke rol bij plannen voor het gebruik van grond binnen ons beheersgebied. Wanneer er aanpassingen worden gedaan in het watersysteem of dijken, of een grote hoeveelheid verharding (zoals bestrating, asfalt, maar ook bouwwerken) wordt aangebracht, kan dit grote gevolgen hebben voor het slootpeil, waterveiligheid en waterkwaliteit. Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staan de ambities van het hoogheemraadschap voor de komende jaren.
Met de watertoets kan het hoogheemraadschap advies geven waarmee kan worden voorkomen dat het gebruik van de grond in Schieland en de Krimpenerwaard schadelijke gevolgen heeft voor dijken, sloten en de waterkwaliteit binnen ons beheersgebied. Deze toets is op 8 november 2023 uitgevoerd (zie Bijlage 17). Hieruit blijkt dat er een normale procedure kan worden gevolgd en advies nodig is over de waterkering. Waterkering Het plangebied ligt binnen de kernrandzne en beschermingszone van de regionale waterkering 'Kaden langs de ringvaart van de polder Prins Alexander 2' (zie afbeelding 12). Het gaat om een boezemwaterkering: kades of dijken langs boezemwater. Boezems worden gebruikt om tijdelijk water op te slaan voordat het wordt afgevoerd. De kernrandzone geeft de ligging van de waterkering aan. Beschermingszones zijn de gebieden op en rond die waterkeringen. Denk daarbij aan de wegen op de dijken en het gebied rond gemalen en sluizen. Deze gebieden vallen onder de keur. Het gebruik van deze gebieden is daarom vaak alleen maar toegestaan met toestemming van het hoogheemraadschap.
Juust
39
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Afbeelding 12 | Uitsnede Legger waterkering (bron: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) De regels over het gebruik van dijken staan in de keur. Het is volgens de Keur verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten. In dit geval gaat om de herontwikkeling van een perceel waar in de bestaande situatie al bebouwing is gelegen. De beoogde ontwikkeling doet geen onevenredige afbreuk aan de werking van de waterkering. Watercompensatie Het hoogheemraadschap heeft de ambitie om schade door oppervlaktewater voorkomen. Ze willen wateroverlast vanuit het oppervlaktewater in 2027 verminderen tot een maatschappelijk acceptabel niveau. Zee gaan door met doelgericht investeren in toepassingen om hemelwater langer te kunnen vasthouden. Daarvoor vergroten ze de waterberging en verbeteren we de afvoer van overtollig water. Ze willen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, maar vooral ook vooraf afstemmen op het watersysteem. Een ruimtelijke ontwikkeling moet voor de gehele levensduur klimaatbestendig zijn. Voor het klimaat van nu en ook voor het klimaat aan het einde van de levensduur. De ruimtelijke ontwikkelingen beïnvloeden het watersysteem, maar wellicht ook verbeteren.
In de huidige/oorspronkelijke situatie staan verschillende gebouwen (zie paragraaf 2.1.1 Huidige situatie). Er stond 382,5 m² aan hoofdgebouwen. Een deel staat er nog steeds. Er stonden bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 146 m² en 98 m² aan garages. Samen komt dit neer op 626,5 m² aan dakoppervlak. Het plangebied is deels verhard met een oppervlakte van ongeveer 400 m². Het totale verhard oppervlak is 1.026,5 m². Het nieuw bebouwd oppervlak is ongeveer 776 m². De ontsluiting van het perceel en de parkeerplaatsen worden deels gerealiseerd onder het gebouw. Het deel buiten de contouren van het gebouw is ongeveer 240 m². Dit kan worden beschouwd als verhard oppervlak. Samen komt dit neer op een verhard oppervlak van ongeveer 1.016 m². Hierdoor is sprake van een beperkte afname en geen compensatieverplichting.
Juust
40
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Een toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is dan vaak noodzakelijk om de negatieve effecten op te heffen. Het waterschap controleert op deze compensatieverplichting voor plannen met een toename van meer dan 500 m² verhard oppervlak. Op 21 februari 2024 is door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard de watervergunning verleend (documentnummer D2024-01-001755). Op basis van het bovenstaande vormt het 'aspect' water geen belemmering.
4.14
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.". Het gaat om categorie D.11.2.
Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor categorie D.11.2 is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op : een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer betreft. In onderhavig plan worden 28 zorgappartementen gerealiseerd. De gewenste ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde(n). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is dan noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 18). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (en voorgaande paragrafen) blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.15
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
41
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Er is sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarin nadere afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van het project. Daarin is onder meer ook het verhaal van planschade geregeld. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie omgeving Onderdeel van de voorbereidingen en de te doorlopen procedure is het toepassen van participatie en communicatie. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft hiervoor de participatiegids ''Voor Capellenaren met initiatieven die niet binnen het Omgevingsplan passen'' opgesteld. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt deze gids al toegepast. Voor onderhavige ontwikkeling is een participatieplan opgesteld (zie Bijlage 19). De stakeholders worden in deze fase geïnformeerd. Daarnaast worden zij in de gelegenheid gesteld hun eventuele opmerkingen op een persoonlijke wijze via een inloopbijeenkomst kenbaar te maken (raadplegen/luisteren). Voor alle stakeholders organiseren we in de initiatieffase in ieder geval twee inloopbijeenkomsten. Eén bijeenkomst om te informeren en reacties op te halen en één bijeenkomst om de afweging en verwerking van reacties terug te koppelen. Informatiebijeenkomst 19 december 2023 Op 19 december 2023 organiseerde Punta Grossa Vastgoedontwikkeling B.V. een inloopbijeenkomst om omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over de herontwikkeling van de locatie. Tijdens de bijeenkomst was er de mogelijkheid om het Voorlopig Ontwerp van het plan op de presentatiepanelen te bekijken en vragen te stellen aan de ontwikkelaars en vertegenwoordigers van de Gemeente Capelle aan den IJssel.
Daar de gestelde vragen, opmerkingen en suggesties duidelijk in 4 onderwerpen te categoriseren zijn, heeft de ontwikkelaar de beantwoording hiervan per onderwerp opgesteld. Deze beantwoording is afgestemd met de gemeente Capelle aan den IJssel en de Gemeente Rotterdam. In Bijlage 20 is het verslag van deze bijeenkomst opgenomen. Informatiebijeenkomst 21 november 2024 Op 21 november 2024 organiseerde Punta Grossa Vastgoedontwikkeling B.V. de tweede informatiebijeenkomst voor omwonenden en belanghebbenden over de herontwikkeling van de locatie Bermweg 11/Bermeinde 9 te Capelle aan den IJssel/Rotterdam. Punta Grossa verstuurde hiervoor een uitnodiging naar 521 adressen in het omliggende gebied. In Bijlage 21 is het verslag van deze bijeenkomst opgenomen. Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de de DCMR, de provincie Zuid-Holland en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond - 22 augustus 2024 De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) heeft op 22 augustus 2024 aangegeven dat er geen relevante
Juust
42
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
externe veiligheidsaspecten zijn voor het plan. Wel wordt geadviseerd om te zorgen voor voldoende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat hulpdiensten adequaat kunnen reageren. De 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' kan hierbij helpen. Bij ontwikkelingen van nieuwe energiebronnen, zoals elektrisch laden, waterstof en zonnepanelen, wordt aanbevolen de VRR te betrekken voor advies vanwege mogelijke veiligheidsrisico's. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd voor de veiligheidsrisico's van het stallen van elektrische voertuigen in de parkeergarage. Tot slot wordt het belang van waterveiligheid benadrukt, met maatregelen tegen wateroverlast, zoals aangepaste drempelhoogtes en hogere aansluitingen voor elektriciteit. In dit plan is zoveel mogelijk rekening gehouden met bovenstaande adviezen, zie onder andere paragraaf 3.4 Gemeentelijk beleid onder 'Programma Duurzaamheid 2019-2022'. Provincie Zuid-Holland - 16 september 2024 Er zijn geen strijdigheden met het provinciaal omgevingsbeleid geconstateerd. DCMR - 2 oktober 2024 De DCMR heeft op 2 oktober 2024 de stikstofberekening goedgekeurd. Wat betreft bedrijven- en milieuzonering voldoet het geluid van de bedrijvigheid noordelijk van de ontwikkellocatie aan de richtwaarde van 50 dB(A).
Er wordt echter geadviseerd om te onderzoeken of het nabijgelegen buitenspeelterrein invloed heeft op de geluidshinder voor nieuwe woningen. Wat betreft spoorverkeerslawaai zijn er enkele opmerkingen gemaakt, maar de gemeente heeft besloten niet alle adviezen over te nemen. Voor trillingshinder wordt aangeraden om een zwaardere fundering, zoals breedplaatvloeren en zwaardere muren, toe te passen om mogelijke trillingshinder te beperken. DCMR - 18 maart 2025 De DCMR heeft het verkennend bodem & asbestonderzoek en nader bodemonderzoek afzonderlijk beoordeeld. De conclusie is dat de bodemrapporten van 22 november 2023 en 7 februari 2025 niet voldoen aan de wettelijke eisen, omdat de bodem inpandig niet is onderzocht. Hierdoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie niet volledig in beeld. Voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling dient de bodemkwaliteit hier, al dan niet na sloop van de bebouwing, alsnog te worden onderzocht. Dit is opgenomen in paragraaf 4.4 Bodem. Ter inzage legging ontwerpbesluit omgevingsvergunning Een ontwerp omgevingsvergunning wordt, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden zijn dan in de gelegenheid een zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij het college van Burgemeester en Wethouders.
Het verlenen van de omgevingsvergunning door het college van Burgemeester en Wethouders, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning is in dit geval een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig.
Juust
43
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Bijlagen
Juust
44
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
Bijlage 1 Ecologisch biodiversiteit
Juust
45
advies
De Bermhof, Capelle aan den IJssel
beeld: Punta Grossa Vastgoedontwikkeling bv
Bermweg 9-11 Capelle a/d IJssel
VOGELVLUCHT | Voorzijde links GSPublisherVersion 1062.83.83.100
Ecologisch advies biodiversiteit
Door de ogen van de natuur
Gew.: C: 02.07.2024 | 15.12.2023 Projectnummer 0109 Ontwikkeling Bermweg 9-11 Capelle a/d IJssel / Rotterdam
Colofon
Tekst, foto’s en samenstelling
Lina Eijlers
Datum
09-04-2025
Status
definitief
Onderwerp Opdrachtgever
Ecologisch advies biodiversiteit Bermweg 9-11 Capelle a/d IJssel Punta Grossa Vastgoedontwikkeling bv
Natuurlink Rietzanger 2 / 5271 LN Sint-Michielsgestel / www.natuurlink.nl / info@natuurlink.nl
INLEIDING
Voor het project aan de Bermweg 9-11 in Capelle aan de IJssel, wordt advies gevraagd met betrekking tot de aanplant van bomen en struiken en hoe deze zich verhouden tot de ecologische waarden en standplaatscondities van het projectgebied. Hierbij dient rekening te worden gebouden met onderstaande punten. 1. Geef aan voor welke passende doelsoorten er op deze plek een habitat gecreëerd gaat worden. 2. Geef per doelsoort aan, welke maatregelen er worden genomen op het gebied van: 2.2 Verblijf 2.3 Voortplanting 2.4 Voedsel 2.5 Veiligheid 2.6 Verbinding 3. Een duidelijke tekening van de natuurinclusieve inrichting; op welke plek wordt welke maatregel toegepast? 3
DE HUIDIGE SITUATIE & OMGEVING
Bermweg richting noordoosten
Bermweg richting zuidwesten
Gezien van de punt in het zuidwesten
Bermweg richting noorwesten
In de omgeving komen wilgen, iepen, ligusterhagen en hagen van veldesdoorn voor
4
GEBIEDSEIGENSCHAPPEN Plangebied Het gebied (1) ligt in het noordwesten van Capelle a/d IJssel, gelegen aan het de Ringvaart. Ten zuizoosten bevindt zich volkstuinvereniging Dier en Tuin. In het westen ligt het gebied langs het spoor, gescheiden door een fietspad. Een stuk verder naar het westen ligt de Kralingse Plas.
Geologie Het gebied wordt gekenmerkt door komafzettingen die zijn afgezet op een ondergrond van kustveen of oudere getijdenafzettingen. Komafzettingen (2) ontstaan in laaggelegen delen van een kust- of rivierlandschap, waar het water langzaam stroomt en fijne sedimenten, zoals klei en silt neerslaan. De aanwezigheid van kustveen wijst erop dat dit gebied in het verleden een moerasachtig karakter had, met veenvorming onder invloed van een hoge grondwaterstand en beperkte
Na de turfwinning bleven uitgeveende gebieden
Vanwege de bodemopbouw zal het grondwater
over, die vaak zijn omgevormd tot landbouwgrond
waarschijnlijk niet veel verder dalen dan deze
of natuurgebied. De ondergrond bestaat doorgaans
niveaus. Dit maakt het gebied gevoelig voor
uit een dunne laag veen op een diepere klei- of
wateroverlast en bodemdaling, wat belangrijke
zandlaag, wat de bodem relatief slap en gevoelig
aandachtspunten zijn bij stedelijke ontwikkeling en
voor inklinking maakt.
infrastructuurprojecten.
Geomorfologie Het landschap in dit gebied is grotendeels een veenrestvlakte (3), wat betekent dat het van oorsprong bestond uit een uitgestrekt moeras met vegetaties zoals zeggen en riet. Deze gebieden waren oorspronkelijk vlak en reliëfloos. Door ontwatering en ontginning is de bodem in de loop der tijd sterk ingeklonken, waardoor het maaiveld vaak lager ligt dan omliggende gebieden. Dit proces heeft geleid tot een voortdurende behoefte aan waterbeheersing, met een fijnmazig netwerk van sloten en gemalen om het waterpeil
afwatering.
stabiel te houden.
Bodem Deze bestaat voornamelijk uit
Hydrologie Door de slappe veenbodem en de
koopveengronden (4), een specifieke categorie veengronden die historisch zijn ontgonnen voor turfwinning en later zijn gebruikt voor landbouw of bewoning. De naam ‘koopveen’ verwijst naar de commerciële exploitatie van veen, met name vanaf de middeleeuwen tot in de moderne tijd.
lage ligging van het gebied is de grondwaterstand over het algemeen hoog. Gedurende het jaar blijft het grondwaterpeil relatief dicht bij het maaiveld: In de winter kan het tot ongeveer 20 cm onder het maaiveld stijgen (5). In de zomer zakt het doorgaans tot maximaal 70 cm onder het maaiveld (6).
5
GEBIEDSEIGENSCHAPPEN 1
2
3
6
GEBIEDSEIGENSCHAPPEN 4
5
6
7
ECOLOGISCH HOOFDSTUK ADVIES BIODIVERSITEIT HOOFDSTUK Doelsoorten De doelsoorten waarvoor in het plangebied een geschikte habitat wordt gecreëerd zijn; de gewone- en ruige dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw en egel.
Diverse habitats Door verschillen in de inrichting en het gebruik van verschillende boom-, struik- of plantensoorten, kunnen er in het plangebied verschillende habitats worden gerealiseerd.
Vochtige tot natte zone De groene punt in het zuidwesten leent zich goed voor een vochtige tot natte zone, gezien de hoge grondwaterstand. Denk hierbij qua beplanting aan wilgensoorten, wilde kamperfoelie, grote kattenstaart, gele lis, koninginnekruid en diverse soorten varens. Deze omstandigheden en de begroeiing trekt een verscheidenheid aan insecten aan, die een voedselbron voor vogels en vleermuizen zijn. Ook de egel zal hier haar voedsel kunnen vinden in de vorm van wormen en slakken. Deze zone zorgt er ook voor
dat dieren die zich via de fietstunnel verplaatsen direct na de tunnel de dekking van het groen kunnen opzoeken.
Kleurrijke binnentuin De plek biedt ruimte voor ontmoeting en ontspanning. Doordat de hoger gelegen binnentuin andere standplaatscondities kent, biedt dit mogelijkheid tot het realiseren van een andere biotoop. Deze buitenruimte ligt beschut en in de luwte. Een geschikte plek voor insecten en vlinders. De beplanting wordt hier op aangepast en zal gedurende de seizoenen een meerwaarde voor de biodiversiteit zijn en er esthetisch uitzien. Dit wordt bereikt door een mix van inheemse en uitheemse soorten te combineren, waarbij de bloeiboog zo lang mogelijk is. Daarnaast worden er soorten gekozen die in de herfst en winter interessante silhouetten hebben. De soorten in dit plan dienen ter inspiratie. Een uitgewerkt beplantingsplan is vereist wanneer het plan daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Kleurrijke siertuin en lage beplanting inrit Deze vakken krijgen een zelfde soort beplanting als de binnentuin. Waarbij rekening wordt gehouden met de zichtlijnen t.b.v. de inrit.