CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

04.02 - Ruimtelijke Onderbouwing ON7 De Bermhof, Capelle ad IJssel 2041776 (1)

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 24 september 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen De Bermhof24.694 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De Bermhof, Capelle aan den IJssel Ruimtelijke Onderbouwing Ontwerp adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte

COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente

De Bermhof, Capelle aan den IJssel 001230 11 april 2025 ontwerp NL.IMRO.0502.Bermhof-0001 Capelle aan den IJssel

Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens

Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle M. Waterman +31(0)113 405 051

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

6 6 7 7

Hoofdstuk 2

Het project

8

Beschrijving project Juridische regeling

8 13

Beleidskader

16

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

16 17 22 22

Kwaliteit van de leefomgeving

28

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Trillingshinder Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

28 28 30 30 31 32 33 33 34 35 36 37 39 41 41

Uitvoerbaarheid

42

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42 42

2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Bijlagen

44

Bijlage 1

Ecologisch advies biodiversiteit

45

Bijlage 2

Resultaat groen-blauwe berekening

65

Bijlage 3

Waterberging en verharding

70

Bijlage 4

Advies Archeologie Rotterdam (BOOR)

73

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

76

Bijlage 6

Beoordeling archeologie Rotterdam

132

Juust

2

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek milieuzonering

135

Bijlage 8

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

155

Bijlage 9

Nader bodemonderzoek

279

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek verkeerslawaai

374

Bijlage 11

Onderbouwing verkeer en parkeren

469

Bijlage 12

Stikstofberekening

477

Bijlage 13

Quickscan Wet natuurbescherming

503

Bijlage 14

Vleermuizenonderzoek

510

Bijlage 15

Quickscan trillingshinder

516

Bijlage 16

Vervolgonderzoek trillinghinder

523

Bijlage 17

Watertoets

570

Bijlage 18

Vormvrije m.e.r-beoordeling

575

Bijlage 19

Participatieplan

582

Bijlage 20

Verslag informatiebijeenkomst d.d. 19 dec. 2023

591

Bijlage 21

Verslag informatiebijeenkomst d.d. 21 november 2024

595

Juust

3

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Juust

4

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Toelichting

Juust

5

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Op de locatie Bermweg 11 staat momenteel een gebouw uit 1962 met een maatschappelijke functie. De woning met overige opstallen op het perceel Bermeinde 9 zijn reeds gesloopt. Het voornemen is om de aanwezige bebouwing te vervangen voor een nieuw, duurzaam gebouw dat ruimte biedt aan 28 zelfstandige zorgappartementen en bijbehorende algemene ruimten. Onder het gebouw komt een souterrain. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Schenkel-Zuid' (gemeente Capelle aan den IJssel) en 'Prinsenland' (gemeente Rotterdam). Het plangebied heeft deels de bestemming 'Maatschappelijk' en deels de bestemming 'Wonen'. Het beoogde bouwplan past niet binnen de regels uit beide bestemmingsplannen. Door de ligging van het plangebied binnen de gemeente Capelle aan den IJssel en de gemeente Rotterdam is goedkeuring van beide gemeente noodzakelijk. Beide gemeenten hebben een positieve reactie gegeven op de voorgenomen ontwikkeling. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk. De bevoegdheid hiervoor ligt bij de gemeente Capelle aan den IJssel. Het beoogde gebouw is in hoofdzaak in deze gemeente gelegen. De onderbouwing zal in overleg met de gemeente Rotterdam, als adviseur, moeten worden afgehandeld.

In dit geval is ingezet op het afwijken van de bestaande bestemmingsplannen onder de huidige wetgeving, door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De aanvraag omgevingsvergunning moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de ruimtelijke inpassing en de kwaliteit van de leefomgeving aan de hand van verschillende omgevings- en milieuaspecten beoordeeld.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt aan de westzijde van de gemeente Capelle aan den IJssel en de oostzijde van de gemeente Rotterdam. Het plangebied is gelegen aan de Bermweg 11 in Capelle aan den IJssel en Bermeinde 9 in Rotterdam. Aan de westzijde van het plangebied ligt de metroverbinding tussen Rotterdam en Capelle aan den IJssel en de Prins Alexanderlaan (S127) als doorgaande route. Het plangebied bestaat uit drie kadastrale percelen (zie afbeelding 1): Kad. gemeente Capelle aan den IJssel; sectie A; perceelnummer 5434 Kad. gemeente Kralingen; sectie C; perceelnummer 5861 Kad. gemeente Kralingen; sectie C; perceelnummer 3662 Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 6.201 m². De kadastrale percelen 5434 en 5861 zijn in eigendom/erfpacht van initiatiefnemer. Het perceel 3662 is in eigendom van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. Dit perceel is bedoeld als toegangsweg vanaf het dijklichaam naar het lager gelegen achterterrein. Met het hoogheemraadschap is afgestemd om een nieuwe erfpachtovereenkomst op te stellen of te verkopen aan de ontwikkelaar. Het hoogheemraadschap heeft in ieder geval toestemming gegeven om de aanvraag voor de omgevingsvergunning in te dienen en heeft op 21 februari 2024 een watervergunning verleend.

Juust

6

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: PDOK, bewerking Juust B.V.)

1.3

Doel

Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is om de toekomstige nieuwbouw toe te staan. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning bijgevoegd. Dit document toetst de realisatie van de zorgappartementen aan de geldende regelgeving. Daarnaast wordt beschreven wat het effect van de voorgenomen ontwikkeling is op de kwaliteit van de leefomgeving.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat, naast dit inleidend hoofdstuk, uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het initiatief nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader en in hoofdstuk vier worden de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Juust

7

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied bestaat uit een gebouw uit 1962 met een maatschappelijke functie. Het gebouw heeft 3 bouwlagen met een kap en een footprint van ongeveer 318 m² (zie afbeelding 2). De onderste laag is een souterrain. Verder zijn er nog garages en een zelfstandig bijgebouw gelegen. Op het naastgelegen perceel, aan de Bermeinde 9, stond een woning met enkele bijgebouwen (zie afbeelding 3). Deze zijn inmiddels gesloopt (zie afbeelding 4).

Afbeelding 2 | Huidige situatie hoofdgebouw - achterkant (bron: initiatiefnemer)

Juust

8

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 3 | Oorspronkelijke situatie plangebied (bron: Roest Architectuur)

Juust

9

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 4 | Huidige situatie deel plangebied Bermeinde 9 (bron: (Google Maps) Het plangebied wordt ontsloten via de Bermweg/Bermeinde en verloopt vervolgens via de Haagwinde naar de Kralingseweg. De Bermweg 'loopt dood' ter hoogte van nr. 9 waardoor het gebied zeer autoluw is. Voor voetgangers en fietsers loopt de weg wel door, onder (ter hoogte van de achterzijde van kavel nr. 9) of langs de metrolijn. Aan de westzijde van het kavel loopt de metroverbinding tussen Rotterdam en Capelle a/d IJssel. Het spoor loopt omhoog richting de spoorbrug over het water en is voorzien van geluidschermen. De gebiedsrand aan de zijde van het spoor bestaat uit beplanting. Een aantal van de bomen op de beide kavels zijn sterk verwilderd of verwaarloosd. De Bermweg is een dijklichaam voor het gebied ten noorden ervan. Er is een flink hoogteverschil tussen de vooren achterzijde van het te ontwikkelen terrein. Het 'voorste gedeelte' van het kavel (het deel aan de openbare weg) ligt ca. 310 cm hoger dan het 'achterste gedeelte' van het kavel. Ter plaatse van Bermweg nr. 9 wordt het hoogteverschil gevormd door een natuurlijk talud, ter plaatse van nr. 11 door een straat onder een helling en door het gebouw zelf (keerwanden).

2.1.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om de aanwezige bebouwing te vervangen voor een nieuw, duurzaam gebouw dat ruimte biedt aan 28 zelfstandige zorgappartementen van ca. 61 m². De appartementen die worden ontwikkeld vallen allen onder het dure huursegment (€ 1.670,-/maand). De beoogde doelgroep is ouderen met een lichte zorgvraag van minder dan 24 uur. Waar verzorgingstehuizen doorgaans beschikbaar zijn voor 80+'ers, is de beoogde ontwikkeling voor 65+'ers die zo lang mogelijk zelfstandig (samen) willen blijven wonen, maar wel zorgbehoevend zijn. De appartementen zijn allemaal geschikt voor 2 personen. Het project is daarbij gericht op sociale cohesie en stimuleert ontmoeting tussen bewoners maar ook met de omgeving. Het gebouw heeft een bebouwd oppervlak van ongeveer 776 m² (zie afbeelding 5). Op de begane grond, op het niveau van de Bermweg, zijn verschillende algemene ruimtes gelegen zoals de entree, restaurant en keuken, wasruimte, techniekruimte en kleedruimte personeel. Er zijn 3 appartementen op de begane grond voorzien. Onder het gebouw komt een souterrain. Hier zijn 25 parkeerplaatsen voor auto's en een fietsenstalling gelegen (zie afbeelding 6). Op de verdiepingen zijn de overige 25 appartementen gelegen.

Juust

10

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 5 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Roest Architectuur)

Juust

11

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 6 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Roest Architectuur) Het gebouw is opgedeeld in twee verschijningsvormen. Aan de Bermweg heeft het gebouw 2 bouwlagen en een kap. Het gebouw daarachter heeft grotendeels 4 bouwlagen met plat dak. Aan de Bermweg heeft het plan nu een kleinschaliger karakter gekregen met een individueel herkenbare korrel (zie afbeelding 7). Er is hier ruimte gemaakt voor een tuin en balkons aan de Bermweg. De hoofdtoegang van het gebouw ligt ook aan de Bermweg. Het parkeren is niet zichtbaar vanaf de Bermweg. Het parkeerterrein is bereikbaar via een hellingbaan en is onder het gebouw geplaatst in een 'open' stalling. Er is een binnentuin op het niveau van de Bermweg geplaatst, het restaurant / de algemene functies grenzen hierdoor aan de voor- en achterzijde aan een tuin. De binnentuin bevat één of meer sparingen waar doorheen bomen groeien, die in de volle grond op het niveau van het souterrain staan. Het plan voorziet in 'leefgalerijen' van ca. 2,5 meter breedte rondom de binnentuin.

Juust

12

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 7 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Roest Architectuur)

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in twee gemeentes: Capelle aan de IJssel en Rotterdam. Ter plaatse van het plangebied gelden twee bestemmingsplannen. Voor de Bermweg 11 geldt het bestemmingsplan 'Schenkel-Zuid'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 06-07-2015 door de gemeente Capelle aan den IJssel. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Maatschappelijk' (zie onderstaande afbeelding). De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen met de daarbij behorende en daaraan ondergeschikte horeca-activiteiten. Voor de Bermeinde 9 geldt het bestemmingsplan 'Prinsenland'. Dit bestemming is vastgesteld op 11-01-2018 door de gemeente Rotterdam. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Wonen-3' en 'Tuin-3'. De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen, met de daarbij behorende voorzieningen zoals (inpandige) bergingen en garageboxen, aanbouwen, bijgebouwen, alsmede tuinen, groen, water en ontsluitingswegen en -paden. Hierbinnen is maximaal één woning per bouwperceel, vrijstaand of aaneengebouwd, toegestaan.

Juust

13

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 8 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust) Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Parkeren Capelle aan den IJssel 2023'. In dit bestemmingsplan wordt middels een dynamische verwijzing verwezen naar het actuele gemeentelijke beleid, of diens rechtsopvolger. Het vigerende parkeerbeleid ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan bestaat uit de 'Nota Parkeerbeleid 2023' en de 'Nota Parkeernormen 2023' (vastgesteld 13 februari 2023). Zie voor de toetsing hieraan 4.12 Verkeer en parkeren. Het doel van het 'Parapluplan Wonen' is om een uniforme regeling te hebben ten aanzien van begrippen gerelateerd aan het wonen, waaronder 'huishouden', 'kamerverhuur', 'wonen', 'woning' e.d.. De begripsbepalingen van een woning zoals opgenomen in de regels van de bestemmingsplannen verschilden namelijk per bestemmingsplan en hierdoor per wijk. De beoogde ontwikkeling van zorgappartementen zijn niet in strijd met de begrippen en verbodsbepalingen uit dit paraplubestemmingsplan. Het gebruik van een zorgappartement is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden (2 personen) en niet voor kamerverhuur of als niet-zelfstandige woning. Ten slotte gelden de volgende bestemmingsplannen op betreffende locatie vanuit de gemeente Rotterdam: 'Parapluherziening biologische veiligheid' en 'Parapluherziening evenementen' (gemeente Rotterdam).

Met het eerstgenoemde bestemmingsplan is beoogd het 'Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond' onderdeel uit te laten maken van de ruimtelijke afweging of een hoog-risico biologisch laboratorium op een bepaalde locatie is toegestaan. Dit is in onderhavig geval niet van toepassing. In de 'Parapluherziening evenementen' is een regeling opgenomen voor evenementen in de buitenruimte van het openbaar toegankelijk gebied. Het gaat daarbij om de publieke ruimte in de open lucht. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-gebied Prins Alexander', dat hier van toepassing is, zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen binnen de publieke bestemmingen als: verkeer-verblijfsgebied, verkeer-wegverkeer, recreatie, groen en water. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op mogelijke georganiseerde evenementen in de publieke ruimte in de directe omgeving.

Juust

14

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

2.2.2

Afwijken bestemmingsplan

Het realiseren van zorgappartementen past niet binnen de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Wonen - 3', uit de geldende bestemmingsplannen 'Schenkel-Zuid' en 'Prinsenland', en overschrijdt een aantal bouw- en gebruiksregels. Binnen de maatschappelijke bestemming is uitsluitend wonen toegestaan als er een aanduiding 'wonen' is opgenomen. Op betreffende locatie is deze aanduiding niet opgenomen. Hier is uitsluitend toegestaan: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen ten behoeve van (openbare) dienstverlening, niet zijnde een crematorium. De beoogde ontwikkeling is bedoeld voor zorgbehoevende ouderen met een lichte zorgvraag (nog geen 24-uur). Ook om zo lang mogelijk zelfstandig (samen) te willen en kunnen blijven wonen. Hierdoor is de functie van de beoogde ontwikkeling (wonen) in strijd met de maatschappelijke bestemming. Verder past het bouwplan niet binnen het huidige bouwvlak en bijbehorende bebouwingspercentage en maximum bouwhoogte van 12 meter. Binnen de bestemming 'Wonen-3' is maximaal 1 woning toestaan waardoor een deel van de beoogde zorgappartementen in strijd is met deze bestemming. Het beoogde bouwplan is een kwaliteitsverbetering voor de directe (woon)omgeving. Van het bestemmingsplan kan daarom worden afgeweken voor het toestaan van het appartementengebouw.

Het is mogelijk om de ontwikkeling via de procedure van een uitgebreide omgevingsvergunning mogelijk te maken (artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 Wabo). De bevoegdheid hiervoor ligt bij de gemeente Capelle aan den IJssel. Het beoogde gebouw is in hoofdzaak in deze gemeente gelegen. De onderbouwing zal in overleg met de gemeente Rotterdam, als adviseur, moeten worden afgehandeld.

Juust

15

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor deze ontwikkeling. De ontwikkeling sluit wel aan bij de prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio's'. Er dienst sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling en het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag. Door (zorg)appartementen te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied en er behoefte is naar dergelijke woningen (zie paragraaf 3.4 Gemeentelijk beleid) past het binnen deze prioriteit. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp ( aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarbinnen nationale belangen en daarmee het Barro van toepassing zijn. Het Barro vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming.

Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan

Juust

16

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

12 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. In dit geval worden 28 zorgappartementen gerealiseerd en is de ontwikkeling dus aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In de bestaande/voormalige situatie is 627 m² bebouwing aanwezig. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Schenkel-Zuid' mag ongeveer 690 m² worden bebouwd. Volgens het bestemmingsplan 'Prinsenland' mag binnen het plangebied ongeveer 85 m² worden bebouwd. In totaal mag, volgens beide bestemmingsplannen, binnen het plangebied 775 m² aan bebouwing worden gerealiseerd. In de toekomstige situatie is het bebouwd oppervlak ongeveer 840 m². Er is daarmee nieuw beslag op de ruimte. Het beoogde gebouw is wel hoger dan de toegestane bouwhoogte volgens de geldende bestemmingsplannen. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Op dit moment heeft het plangebied een maatschappelijke functie waarbij wonen niet is toegestaan. In de toekomstige situatie is de hoofdfunctie wonen waardoor sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ondanks het zorgcomponent. Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt. De behoefte is getoetst in paragraaf 3.3 Regionaal beleid en 3.4 Gemeentelijk beleid. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte. Verder vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Hierdoor wordt voldaan aan de Ladder. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 01-04-2023) In de 'Omgevingsvisie Zuid-Holland' en 'Omgevingsverordening Zuid-Holland' beschrijft de provincie Zuid-Holland haar doelstellingen en provinciale belangen. Met het omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkeling en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie zet in de Omgevingsvisie in op veel thema`s welke niet allemaal relevant zijn in het kader van deze ontwikkeling. De volgende thema`s zijn relevant: Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie wil de transitie naar een energie-efficiënte samenleving bevorderen, zodat op termijn duurzaam en CO2-neutraal wordt voorzien in de energiebehoefte. Bestaande bebouwing wordt gereed gemaakt voor de energietransitie. En nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energie neutraal of energie leverend te worden uitgevoerd. De provincie zet in op haar ambities voor duurzame energie, om dit te bereiken is inzet op warmte, wind en zon alleen niet voldoende. In de provinciale energieagenda ‘Watt Anders’ is de ambitie opgenomen om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2 neutraal te laten zijn.

Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen, waaronder bijzondere doelgroepen en de doelgroepen van woningcorporaties. Tot de bijzondere doelgroepen behoren personen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, urgent woningzoekenden, senioren, vergunninghouders, ex-gedetineerden, jongeren , studenten, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen.

Juust

17

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Een bestemmingsplan/omgevingsvergunning (uitgebreid) kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. Voor de betreffende locatie geldt geen beschermingscategorie en geen gebiedstype (zie afbeelding 9).

Afbeelding 9 | Uitsnede Omgevingsverordening Zuid-Holland - 1 april 2023 (bron: Provincie Zuid-Holland) Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn ook hierover instructieregels opgenomen (artikel 6.9 lid 3). Een bestemmingsplan/omgevingsvergunning (uitgebreid) kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend

Juust

18

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Kwaliteitskaart In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de kwaliteitskaart. Deze bestaat uit een viertal lagen met bijbehorende richtpunten. Laag 1 - De ondergrond Veencomplex - Veen Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Veen Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn.

Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Richtpunt: Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Laag 2 - De cultuur- en natuurlandschappen Droogmakerijenlandschap Droogmakerijen (klei en veen) Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. In sommige gebieden is de (historische) relatie tussen droogmakerij en molengang (toentertijd om diepere plassen droog te malen) nog herkenbaar. Dit zijn bijzondere elementen in het Zuid-Hollandse landschap.

Richtpunten: Droogmakerijen (klei en veen): De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land. Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en begrenzing van de droogmakerijpolders. Droogmakerijen (klei): Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Laag 3 - De stedelijke occupatie

Juust

19

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Steden en dorpen Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De hoogstedelijke centrumgebieden kennen een hoge bereikbaarheid en sterke identiteit. Ze bieden plaats aan (inter)nationale voorzieningen en bijzondere stedelijke woonmilieus. Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Hoogbouw kent talloze verschijningsvormen: kerktorens, watertorens, torenflats en wooncomplexen. Hoogbouw hoort veelal bij concentratie: de grond is schaars, dan maar de lucht in.

Hoogbouw kan ook een vorm van expressie zijn: “laten zien dat je er bent” zoals sommige kantoortorens als hoofdzetel van een bedrijf of kerktorens. De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woon- en vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stadsen dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Bedrijventerreinen liggen veelal aan de toegangswegen van dorpen en steden en bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Veelal betreft het logistieke bedrijventerreinen, waarvoor een goede aansluiting op het wegennet essentieel is. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Deze terreinen zijn het visitekaartje van dorp of stad. Doorgaande recreatieve routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers.

Richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Laag 4- Laag van de beleving Fiets- en wandelroutes Het netwerk van fiets- en wandelpaden (indicatief op kaart weergeven) en vaarwegen verbindt een verscheidenheid van stedelijke en landelijke gebieden, natuur- en recreatiegebieden en andere toeristische trekpleisters. Dit netwerk is bedoeld als ontsluiting, maar ook als middel om stad en landschap van Zuid-Holland

Juust

20

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

te ervaren. Recreatieknooppunten in dit netwerk zijn de overstapplaatsen tussen verschillende vervoersmodaliteiten als auto, fiets of kano. Deze kunnen een toeristisch-recreatieve bestemming op zich zijn. Een samenhangend, gevarieerd en aantrekkelijk stelsel van gebieden en routes vraagt om het opheffen van barrièrewerking of het toevoegen van ontbrekende schakels. De basis van een regionaal fijnmazig netwerk wordt gevormd door de langeafstandroutes aangevuld met stadlandverbindingen. Recreatieve ontwikkelingen (bij voorkeur rond knooppunten) worden gebaseerd op een regionale recreatieve uitwerking naar routes en bestemmingen (transferia, poorten en toeristische overstappunten). Voor de uitbreiding van recreatieve voorzieningen wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van cultuurhistorisch erfgoed, maar kunnen ook nieuwe bijzondere locaties worden toegevoegd. Gangbare maaswijdten in een routenetwerk zijn voor wandelaars 0.5 km en voor fietsers 2 km. Verbeteren van de recreatieve gebruikswaarde en belevingskwaliteit van de vaarnetwerken kan door het toevoegen van nieuwe verbindingen of het wegnemen van obstakels. Havens, aanlegplaatsen en dergelijke zijn onderdeel van het netwerk. Richtpunten: Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk.

Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Toetsing ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitskaart Onderhavige ontwikkeling betreft inpassen. De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit van wonen en maatschappelijk (zorg). Door het realiseren van een appartementengebouw ter vervanging van reeds bestaande bebouwing voorziet het geen wijziging op structuurniveau. De ontwikkeling past bij de aard (wonen en maatschappelijk) en schaal van het gebied. Het voldoet ook aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waaronder het hoogteverschil op het maaiveld blijft deels herkenbaar. De voorgestelde massa vormt een stedenbouwkundig accent. Deze massa heeft een gebouwhoogte die sterk afwijkend is ten opzichte van de bebouwing in de directe omgeving. Ook de verhoudingen van de massa zijn afwijkend van de omliggende bebouwing. Dit accent is gesitueerd op een locatie waar een stedenbouwkundig accent vanuit landschappelijk, historisch en verkeerskundig oogpunt gewenst is. Ook geeft de stedenbouwkundige samenhang en de aanwezige typologieën in de wijk Schenkel-Zuid aanleiding om op de planlocatie een accent aan te brengen. De massa, zoals voorgesteld in het plan, is passend op deze plek.

Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10) Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Hier wordt aan voldaan (zie paragraaf 3.1 Rijksbeleid). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie en het regionale woningbouwprogramma bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.3 Regionaal beleid). Dichtheid en verscheidenheid woningbouw (artikel 6.10a) Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt buiten bestaand stads- en dorpsgebied houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. De locatie is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (bestaand stedelijk gebied) en is hier dus niet van toepassing.

Juust

21

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen (risico’s van klimaatverandering)(artikel 6.27a) In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Zie voor de toetsing paragraaf 3.4 Gemeentelijk beleid onder 'Weerkrachtig Capelle'. Op basis van het bovenstaande vormt het provinciaal beleid geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

3.3

Regionaal beleid

Woondeal Rotterdamse Regio Met de 35 ondertekende regionale woondeals uit 2022 en 2023 wil het Rijk het landelijk woningtekort oplossen. De deals vormen de komende jaren de basis voor de volkshuisvestelijke opgave in de 35 regio’s. Met de inzet van alle betrokken partijen zal het aantal woningen evenwichtig en op een hoger tempo groeien. Twee derde van de te bouwen woningen moet betaalbaar zijn. Per gemeente wordt een eerlijk deel van de regionale opgave opgepakt, passend bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. Zuid-Holland is de meest dichtbevolkte provincie van Nederland met een bevolkingsaantal dat naar verwachting de komende tijd alleen maar toe zal nemen. De provincie is van plan om zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied te bouwen. Daarnaast heeft de provincie ook buiten het bestaand stedelijk gebied bouwlocaties aangewezen om aan de vraag te kunnen voldoen. Voor de betreffende ontwikkeling is de woondeal 'Rotterdamse Regio' van toepassing. Het is één van de vijf aparte woondeals in Zuid-Holland. De ambitie voor de regio Rotterdam is circa 98.000 woningen te realiseren. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland en dus ook in Zuid-Holland. Om aan te sluiten bij die grote behoefte streeft de regio ernaar dat vanaf 2025 2/3e van de nieuwe woningen betaalbaar zijn op landelijk, provinciaal en regionaal niveau.

Onder het betaalbare segment vallen: Sociale huurwoningen Middenhuur: huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een max. van €1.075 per maand Betaalbare koopwoningen: koopwoningen tot onder de €355.000 Verder is ook het streven om toe te groeien naar minimaal 30% sociale huur per gemeente in de voorraad. Voor de gemeente Capelle aan den IJssel is een bouwproductie van 7.416 woningen voorzien met de grootste aandelen voor de middeldure huur- en koopwoningen (40%) en dure huur- en koopwoningen (42%). De appartementen die worden ontwikkeld vallen allen onder het dure huursegment. De appartementen dragen bij aan de doelstelling voor het realiseren van voldoende woningen. Daarnaast wordt met deze appartementen ingespeeld op de behoefte aan seniorenwoningen en het meer geclusterd wonen. Het zijn appartementen die meer gericht zijn op de welgestelde senior. Het regionaal beleid vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.4

Gemeentelijk beleid

Stadsvisie In de Stadsvisie staan de belangrijkste ambities en richting voor de toekomst van Capelle aan den IJssel. De Stadsvisie is op 27 september 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De stadsvisie gaat over allerlei onderwerpen: ruimte, maatschappij en veiligheid. Het moet de richting bepalen van de gemeente op de lange termijn en welke middelen ze daarvoor inzet. De stadsvisie heeft de volgende doelen:

Juust

22

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Het bepalen van een koers voor de toekomst van Capelle; Het uitnodigen van Capellenaren bij het maken van hun stad; Het integraal benaderen van opgaven in Capelle: mensen willen in een prettige omgeving wonen, waar het veilig is en er voldoende voorzieningen zijn zoals supermarkt, speeltuin en huisarts; Het stimuleren van een nieuwe manier van werken van de gemeente: uitnodigend en faciliterend, van regels naar mogelijkheden. Vergrijzing Het aandeel ouderen in Capelle wordt groter. En de levensverwachting is ten opzichte van een paar decennia terug flink toegenomen. Ouderen zijn veelal langer actief, wonen langer zelfstandig en hebben behoefte aan verschillende woonvormen. Sommigen verkiezen een appartement boven een huis met tuin, anderen willen liever in een ‘Knarrenhof’ wonen. De toegankelijkheid van voorzieningen en de buitenruimte – denk hierbij ook aan goed onderhouden oversteekplaatsen, pleinen en fietspaden die breed genoeg zijn voor scootmobiels – vraagt door deze ontwikkeling extra aandacht. Evenals het voorhanden zijn van voldoende diverse woonvormen. Een van de belangrijkste uitdagingen is om per buurt te onderzoeken welk aanbod er moet komen om mensen te verleiden een stap te maken uit de potentiële starters- of gezinswoning naar een meer passend woningtype.

Dit kan in de buurt zelf zijn voor mensen die graag in de buurt blijven wonen of juist op een aantal centrale locaties in Capelle voor mensen die de koppeling met OV-punten en voorzieningen belangrijk vinden. Starters op de woningmarkt en jonge gezinnen kunnen dan in de vrijkomende appartementen en gezinswoningen in de buurten komen wonen. Tevens is er een grote behoefte aan 'wonen op maat' voor diverse Capellenaren die wonen met (ambulante) begeleiding om zelfstandig te kunnen wonen. Stedelijke zones rondom OV-punten De ov-lijnen, metro en spoor zijn dragers die de Capellenaar snel en efficiënt toegang geven tot een groot bereik aan voorzieningen. De zones rondom de metrostations zijn nu slechts deels benut. Deze zones hebben de potentie om uit te groeien tot een specifiek Capels gemengd stedelijk milieu. Deze zones kunnen worden verdicht met een stedelijk gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Zo ontstaat er een meer stedelijke zone waar ook de Rotterdamse gebieden Alexanderknoop en Kralingse Zoom (met de Erasmus Universiteit en het Brainpark) op aansluiten. In deze zones is het denkbaar om te verdichten door middel van hoogbouw. Het plangebied ligt binnen een dergelijke zone, de zone 'Schenkel-Prinsenland'. Hier is de kans om hoogbouw toe te voegen (zie afbeelding 10).

Juust

23

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Afbeelding 10 | Hoogbouw kansengebieden (bron: Stadsvisie Capelle aan den IJssel, bewerking: Juust) Programma Wonen 2019-2022 De gemeente heeft in haar Programma Wonen 2019-2022, ‘Thuis in een veelzijdige woonstad’, het beleid vastgelegd op het gebied van wonen voor de periode tot en met 2022. In het programma staan vier pijlers centraal. Binnen de vier pijlers wordt invulling gegeven aan zes strategische speerpunten. De pijlers zijn: 1. 2. 3. 4.

Duurzaam wonen met kwaliteit Voor iedereen een (t)huis Wonen met zorg en welzijn Samen wonen in de wijk

De speerpunten zijn: 1. 2. 3. 4.

Juust

Toekomstbestendig ontwikkelen Stadstransitie via herstructurering en transformatie van gebieden en gebouwen Consolideren, spreiden en vernieuwing van de sociale woningcorporatie huurwoningen voorraad Vergroten huisvestingsmogelijkheden voor jongeren (18 tot 27 jaar) / Vergroten huisvestingsmogelijkheden voor ouderen in de AOW-gerechtigde leeftijd

24

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

5. 6.

Toevoegen van eenheden voor Begeleid Wonen en verplegings- en verzorgingsplekken Vernieuwende inzet op leefbaarheid in wijken

De ontwikkeling van de zelfstandige zorgappartementen past vooral binnen de pijlers 'duurzaam wonen met kwaliteit' en 'wonen met zorg en welzijn'. Voor de eerst genoemde pijler betekent dat wordt ingezet op toekomstig ontwikkelen door in de nabijheid (op loopafstand) van een hoogwaardig OV-punt, het metrostation Schenkel, de zorgappartementen te realiseren. Verder wordt er ingezet op functiewijziging van gebieden en gebouwen naar wonen. Voor de tweede pijler betekent dat wordt ingezet op het faciliteren van geschikter thuiswonen van ouderen. De visie schetst enkele ontwikkelingen in het wonen met zorg en welzijn. Al enkele jaren streeft de Rijksoverheid naar minder en korter intramuraal wonen, ofwel: extramuralisering. De gedachte hierachter is dat het voor iedereen het beste is om zo zelfstandig mogelijk te wonen in de wijk. Tegelijkertijd wordt hiermee getracht de kosten van intramuraal wonen en van de bijbehorende zorg beheersbaar te houden. Dit geldt voor wonen met zorg van ouderen, maar ook voor anderen die (intensieve) zorg nodig hebben. Minder intramuraal wonen betekent bijvoorbeeld meer Begeleid Wonen, minder Begeleid Wonen betekent meer zelfstandig wonen met begeleiding. De ontwikkeling van de zorgappartementen draagt bij aan de opgave om meer en langer zelfstandig en samen thuis te kunnen blijven wonen.

In de periode tot 2040 zijn circa 500 extra voor ouderen geschikte woningen nodig (door aanpassing bestaande bouw en/of nieuwbouw) en meer geclusterd wonen (50/50 verdeeld over huur en koop). Voor de exploitatie wordt een gerenommeerde zorgaanbieder ingeschakeld. De ontwikkeling sluit op basis van het bovenstaande aan bij het programma Wonen 2019-2022. Programma Duurzaamheid 2019-2022 Op 15 april 2019 is het Programma Duurzaamheid 2019-2022, ‘Slim op weg naar een duurzaam Capelle’, door de gemeenteraad vastgesteld. Het is een grote opgave om tot een duurzaam Capelle in 2050 te komen. Maar het tegengaan van klimaatverandering door de energietransitie, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een transitie naar een circulaire economie bieden ook grote kansen. Het Programma Duurzaamheid is opgebouwd vanuit drie pijlers: 1. 2.

3.

Energietransitie: het tegengaan van klimaatverandering door de uitstoot van CO2 te verlagen. Dit doen we door de vraag naar energie te verkleinen via besparing en de opwekking van energie te verduurzamen. Klimaatadaptatie: het klimaat verandert. Daarom passen we ons aan om de gevolgen van (versnelde) klimaatverandering op te vangen en de schade en overlast zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor richten we onze leefomgeving klimaatbestendig in. Circulair economie: het omvormen van ons economisch systeem waarin we grondstoffen niet uitputten en reststoffen opnieuw gebruiken in het productieproces. We werken aan vermindering van afvalstromen, hergebruik van reststoffen en gebruik van hernieuwbare grondstoffen.

Energietransitie In het kader van de energietransitie geldt dat nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan een vastgestelde norm volgens de methode GPR-gebouw en zijn uiteraard aardgasvrij. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling is een gebouw met minimale milieubelasting dat lang mee gaat en aantrekkelijk blijft, ook voor toekomstige gebruikers. Om de CO2-uitstoot door energiegebruik te minimaliseren en de energievraag te beperken is het doel om de ontwikkeling ten minste BENG (Bijna Energie Neutraal) op te zetten met de mogelijkheid naar ENG (Energie Neutraal). Energieneutraal houdt in dat het gebouw bij normaal gebruik, uitgaande van een gemiddeld verbruik, evenveel energie opwerkt als gebruikt. Naast het opwekken van energie is het ook belangrijk om de energieverbruik zo laag mogelijk te houden. De ontwikkeling zet onder andere in op een goede gebouwschil-isolatie, HR+++ beglazing, maximale kierdichting en douchewaterwarmteterugwinning. Voor de installatietechnische uitrusting zal worden gekozen voor de combinatie van lage temperatuurvloerverwarming (en vloerkoeling) gevoed door warmtepompen aangesloten op een bodembron (WKO). Deze warmtepompen zijn veel energiezuiniger dan luchtwarmtepompen. Tevens zal het gebouw worden voorzien van warmte-terugwin-ventilatie. Daarnaast zullen alle parkeerplaatsen op eigen terrein worden voorbereid op elektrisch laden.

Om dit streven te halen zullen de daken van het gebouw van

Juust

25

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

PV-panelen worden voorzien, zodat de gebruik gebonden energievraag duurzaam ingevuld kan worden. Klimaatadaptatie De klimaatadaptieve maatregelen worden beschreven onder 'Weerkrachtig Capelle'. Circulariteit Om te voldoen aan de pijler circulaire economie is zorgvuldig onderzocht welke maatregelen binnen het plan kunnen worden toegepast. Dit heeft geleid tot duurzame en circulaire oplossingen, waarmee het project bijdraagt aan een toekomstbestendige bouwsector. De gebouwen zullen grotendeels worden uitgevoerd in prefab-elementen. Deze bouwmethode minimaliseert bouwafval, verhoogt de efficiëntie en maakt het mogelijk om materialen in de toekomst eenvoudig te hergebruiken. Daarnaast wordt het gebouw geïsoleerd met biobased materialen, zoals natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen, die niet alleen duurzaam zijn, maar ook bijdragen aan een gezond binnenklimaat. Om het materiaalgebruik transparant en herbruikbaar te maken, wordt een materialenpaspoort opgesteld. Dit paspoort geeft inzicht in welke materialen in het gebouw zijn toegepast, waar ze vandaan komen en hoe ze na hun levenscyclus opnieuw ingezet kunnen worden. Verder wordt er tijdens de bouw gewerkt met een afvalbeheersplan. Hierin wordt vastgelegd hoe restmaterialen en afval gescheiden worden ingezameld en zoveel mogelijk worden gerecycled.

Hiermee wordt niet alleen de belasting op het milieu verminderd, maar ook actief bijgedragen aan een circulaire economie. De ontwikkeling past op basis van het bovenstaande binnen het programma 'Duurzaamheid 2019-2022'. Weerkrachtig Capelle | Leidraad klimaatadaptatie Extremer weer zoals hevigere regenbuien, perioden van extremere droogte en hitte komt steeds vaker voor. Dat brengt uitdagingen met zich mee. Daarom heeft de gemeenteraad op 7 maart 2022 de leidraad voor klimaatadaptatie ‘Weerkrachtig Capelle’ vastgesteld. De leidraad is input voor projecten van de gemeente en voor nog op te stellen beleid zoals het Programma Buitenruimte. Door Natuurlink is een ecologisch adviesrapport over biodiversiteit opgesteld (zie Bijlage 1). Hoewel er geen compensatieverplichting voor waterberging is (zie paragraaf 4.13 Water), is in het beoogde plan zoveel mogelijk rekening gehouden met mogelijke wateroverlast. Van de totale oppervlakte van het plangebied (2.038 m²) is in totaal 1.334 m², oftewel 65% groen/blauw ingericht en geschikt voor opvang, infiltratie en/of vertraagde afvoer van hemelwater: 671 m² groen | 33% 435 m² groendak | 21% 228 m² waterdoorlatende verharding (parkeervakken) | 11% Totaal 1.334 m² | 65% De overige oppervlakte zijn niet waterdoorlatend of verhard en bestaat uit een traditioneel dak, helling- en rijbaan en terrassen (zie Bijlage 2).

Het geplande groene dak vermindert de waterafvoer naar de openbare ruimte. Verder is in het plan zoveel mogelijk gebruik gemaakt van waterdoorlatende en halfverhardende materialen, wat niet alleen wateroverlast voorkomt, maar ook bijdraagt aan het beperken van de effecten van hitte en droogte. Hemelwaterafvoeren zullen zo veel mogelijk worden afgekoppeld van het riool. Middels een drainagesysteem, zal het hemelwater van de daken en een deel van de groenstroken vertraagd naar de ondergrondse waterreservoirs worden gebracht. De totale oppervlakte van deze reservoirs bedraagt +/-32 m² en zijn twee meter diep. In totaal kan dus +/- 64 m³ water worden opgeslagen. De overstort van de reservoirs wordt aangesloten op het riool. Deze kan immers niet naar het oppervlaktewater worden gebracht. De locatie van de waterreservoirs ligt buiten de beschermingszone van het dijklichaam (zie Bijlage 3). Binnen het plan wordt zoveel mogelijk regenwater dat in het gebied valt vastgehouden en geïnfiltreerd. Daarnaast is de keuze voor beplanting en bomen afgestemd op de bodemgesteldheid en grondwaterstand. Het hemelwater kan worden gebruikt voor de besproeiing van planten en bomen en struiken in het plangebied. Zo

Juust

26

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

wordt duurzaam omgegaan met het gebruik van water en is er in tijden van droogte geen schoon drinkwater nodig voor de besproeiing. Bij de opzet van het plan is rekening gehouden met een kwetsbare doelgroep. Gezien de positionering van de binnentuin ten opzichte van de twee gebouwdelen, heeft het plangebied de gehele dag schaduwplekken. Ook wordt de binnentuin voorzien van een grote boom die schaduw en verkoeling biedt. De kleurrijke binnentuin biedt ook ruimte voor ontmoeting en ontspanning, en door de hogere ligging van deze tuin, die andere standplaatscondities heeft, ontstaat de mogelijkheid om een bepaald type biotoop te realiseren. De buitenruimte is beschut en ligt in de luwte, en er wordt rekening gehouden met het creëren van koele plekken, zoals in de binnentuin en deels bij de halfverdiepte parkeerplaatsen. Ongeveer 8 bomen worden aangeplant, wat bijdraagt aan schaduw en verkoeling. Samen met de beoogde groene erfafscheiding draagt de inrichting van het plangebied bij aan een verkoelende en natuurinclusieve opzet. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan natuurinclusief bouwen en bevordert de biodiversiteit. In het plangebied wordt een geschikte habitat gecreëerd voor doelsoorten zoals de gewone en ruige dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw en egel. Nestkasten worden geplaatst om meer broed- en nestplaatsen te bieden.

Door variatie in de inrichting en het gebruik van verschillende boom-, struik- en plantensoorten kunnen diverse habitats binnen het plangebied worden gerealiseerd. De ontwikkeling draagt bij aan de ambities uit 'Weerkrachtig Capelle'. Programma Mobiliteit 2020 - 2030 In 2021 is het Programma Mobiliteit 2020-2030 opgesteld. Dit Programma Mobiliteit hangt nauw samen met de Stadsvisie. Het vormt in samenhang met andere beleidsprogramma’s, zoals de Programma’s Economie, Duurzaamheid en Wonen, hiervoor een nadere uitwerking. Uitgangspunt in Capelle is en blijft om het vervoer voor iedereen die van en naar Capelle gaat, in goede banen te leiden. Het programma kent 4 ambities: 1. 2. 3. 4.

Alle modaliteiten in balans Een verkeersveilige stad Duurzaam op weg Toekomstbestendige stad

In dit geval gaat het om een kleinschalige ontwikkeling waardoor de ontwikkeling geen directe bijdrage levert aan één van de ambities. Wel wordt rekening gehouden met de ambities door bijvoorbeeld het fietsgebruik te stimuleren door het realiseren van fietsenstallingen. Een elektrische deelauto of een shuttleservice naar het centrum om verkeersbewegingen te beperken, zijn mogelijkheden die evengoed kunnen bijdragen aan deze ambitie. Voor de ontwikkeling is getoetst aan het parkeerbeleid en de daarbij behorende Nota Parkeernormen zoals opgenomen in de Uitvoeringsagenda van het Programma Mobiliteit (zie paragraaf 4.12 Verkeer en parkeren). Er wordt voldaan aan de parkeernormen (auto en fiets) en de ontwikkeling leidt niet tot verkeerskundige problemen. Op basis van het bovenstaande vormt het gemeentelijk beleid geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Juust

27

De Bermhof, Capelle aan den IJssel

Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1

van

de

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft een eigen erfgoednota 'Capelle aan den IJssel 2018' opgesteld. In deze nota zijn per beleidsveld (archeologie, monumentenzorg en cultuurlandschap) beschreven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de beleidsdoelen in de vorm van regelingen, toetsingskaders, criteria en beleidstaken. Met betrekking tot het aspect archeologie is aangegeven dat de archeologische zones in Capelle aan den IJssel zich concentreren rond de IJsseloevers en de vroeg landschappelijke structuren zoals het ’s Gravenweggebied en omgeving Klaas Klinkertkade.

De gemeente bevat daarnaast twee niet op grond van de Erfgoedwet 2016 beschermde, wel zeer waardevolle archeologische terreinen: Een terrein van zeer hoge archeologische waarde, met de resten van een kasteel Capelle uit de Middeleeuwen (1285), de resten van diverse herbouwfasen van het kasteel (13e t/m 17e eeuw) en een beschoeiing (behorende bij een duiker) uit de Romeinse tijd; Een terrein van hoge archeologische waarde, met resten van een dam en duikers uit de Romeinse tijd (2e eeuw). Deze terreinen staan aangegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHS). Een vergunning voor bodemverstoringen in deze gebieden moet worden afgestemd met de provincie Zuid-Holland. In de nota is aangegeven dat de 'Nota archeologie (2010)' het toetsingskader is voor het aspect archeologie. Archeologie is in de bestemmingsplannen verankert door het opnemen van een archeologieparagraaf, planregels en een archeologische verbeelding, waarbij per bestemmingsplangebied maatwerk wordt geleverd. Er is een protocol opgenomen in de bestemmingsplannen dat waarborgt dat bij vergunningverlening de archeologische belangen mee worden gewogen. In het bestemmingsplan 'Schenkel-Zuid' is de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ opgenomen. In het bestemmingsplan 'Prinsenland' is de dubbelbestemming '’Waarde - Archeologie 4’ opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15964520/1