CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

03.11 - notulen commissie SOB 2017 23 oktober gewijzigd vaststellen bestemmingplan Mient

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 31 januari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Plannen De Mient Midden11.795 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat zijn politieke keuzes die in zijn beleving niet passen niet bij een consulterend evaluatiemomentje voor OV 65+, maar veeleer in een politieke context met het oog op de komende verkiezingen, en hij neemt aan dat daarom die discussie vanavond ook is aangegaan. Wat dat betreft adviseert hij eens langs te gaan bij de gemeenten Ridderkerk en Schiedam, die de oplossingen die vanavond over de tafel zijn gegaan al in een soortgelijke vorm hebben. Daaruit kan mogelijk gedistilleerd worden wat het effect ervan zou kunnen zijn voordat hierin politieke keuzes worden gemaakt. Dat is ook de reden waarom het college er niet voor heeft gekozen om daarin al een doorzicht te geven, want: a. de tijd is te kort en b. inkomenspolitiek is niet de lijn van dit college. Tweede termijn De heer BERGMAN stelt vast dat deze evaluatie voorligt omdat het de bedoeling is na consultatie een definitief besluit te nemen over deze situatie. In totaal hebben twee partijen te kennen gegeven dat een onderzoek naar een vorm van inkomenspolitiek misschien wel wenselijk zou zijn. Waar het college steeds beweert de consultatie vanuit de raad serieus te nemen, vraagt hij zich af waarom dat nu dan niet wordt meegenomen. Wethouder VAN SLUIS neemt aan dat de stellingname van het college duidelijk is.

Als hij via deze terugkoppeling daarover andere signalen te horen krijgt van zijn collega-collegeleden, zal hij dat wel merken, maar tot op dit moment heeft hij die signalen nog niet gehoord. Wat dat betreft hebben bepaalde uitspraken die vanavond zijn gedaan, ook vanuit zijn eigen partij, hem nogal verrast. De heer GELEIJNSE jr. betwijfelt ten zeerste of de evaluatie die nu voorligt handvatten zal bieden om straks een goede afweging te maken ten aanzien van gratis OV. Wethouder VAN SLUIS merkt op dat de evaluatie wel degelijk heeft uitgewezen dat de stijging van het gebruik significant groter is dan de groei van het aantal 65+’ers. Daarbij rijst wat het college betreft meteen de vraag of het nog wel van deze tijd is om de leeftijdsgrens op 65 jaar te handhaven en of niet de AOW-gerechtigde leeftijd zal moeten worden aangehouden om het uiteindelijk ook enigszins beheersbaar te houden op de criteria die destijds zijn gesteld.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer G10/948551

pagina: 15

De heer VAN BUREN beveelt aan om vanuit de maatschappelijke doelstellingen die in 2008 voor de meerderheid van de raad leidend waren om hiervoor te gaan, nu wel een nul-analyse te maken, zodat over vier, vijf jaar, als deze discussie weer gevoerd wordt net voor de verkiezingen, wel kan worden geëvalueerd of de maatschappelijke doelstellingen met deze uitgaven worden bereikt. Wethouder VAN SLUIS verwelkomt die suggestie. De heer SARITAS verduidelijkt dat Leefbaar Capelle kan instemmen met een koppeling aan de AOW-gerechtigde leeftijd, waarmee een bedrag van € 150.000 tot € 180.000 kan worden bezuinigd. Verder hoopt hij dat de wethouder alsnog in overweging wil nemen een onderzoek te laten uitvoeren naar de mogelijkheid om ook mensen met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm voor gratis openbaar vervoer in aanmerking te laten komen. Wethouder VAN SLUIS kan alleen maar zeggen dat hij deze opmerking aan het college zal voorleggen, dat per slot van rekening deze keuze heeft gemaakt. De heer VAN BUREN vraagt of de heer Saritas ook voorstander is van een nulmeting op de maatschappelijke effecten van gratis openbaar vervoer. De heer SARITAS antwoordt bevestigend, al is het volgens hem ook mogelijk de cijfers die de laatste vier tot acht jaar bij elkaar zijn gescharreld om te zetten naar een nulmeting.

De heer VAN BUREN zegt niet in te zien in hoeverre de cijfers van vier tot acht jaar geleden inzicht zouden kunnen geven in het bereiken van de maatschappelijke doelstellingen die in het amendement waren genoemd. De heer SARITAS memoreert dat het amendement in 2008 is ingediend en dat op 1 mei 2009 is begonnen, waarna continu cijfers zijn bijgehouden, die hebben geresulteerd in 8.800 gebruikers. Dat zou nu, aan het eind, opgevat kunnen worden als de nulmeting van 2016. De heer VAN BUREN informeert waar de heer Saritas dan een directe relatie ziet tussen de 8.800 gebruikers en de eventuele milieuwinst, of een afname van de eenzaamheid onder ouderen, die in het amendement werden gevraagd. De Heer SARITAS meent de relatie met de milieuwinst wel te kunnen leggen. Volgens hem is het gebruik van zoveel kilometers, gerelateerd aan het feit dat dat minder aan de andere kant is gegaan, meegenomen. De afname van de eenzaamheid kan hij niet meten; dat heeft hij alleen van horen zeggen door mensen die hem bellen. Anderzijds kan de heer Van Buren, die eerder iets zei over rijken en armen, volgens hem niet zeggen dat de 8.800 gebruikers rijk zijn. Die gegevens zijn namelijk niet gekoppeld.

De heer VAN BUUREN moet zeggen dat hij het bewondert hoe de wethouder altijd zo goed weet te motiveren als deze ergens geen zin in heeft! Soms wordt dan echter op een zodanig creatieve manier met argumenten gespeeld dat je je kunt afvragen of ze wel voldoende hout snijden. Ambtelijk is geadviseerd ook de andere doelgroep hierin te betrekken, vanuit een soort nieuwsgierigheid, om te zien wat daarvan de effecten zouden zijn. Bestuurlijk is daarover een bepaalde keuze gemaakt, maar nu krijgt men hier een beetje het verwijt dat de discussie een andere kant op wordt getrokken. Los van het feit dat de ambtenaren dan eigenlijk hetzelfde verwijt zou moeten worden gemaakt, vraagt hij zich af waarom dat gebeurt. Het is immers een heel legitieme vraag, zeker omdat die helemaal geen betrekking heeft op de korte termijn, zoals de wethouder suggereert, maar op het tweede halfjaar 2018 ten behoeve van een offerteaanvraag in 2019. Er is dus tijd zat. Sterker nog: als de wethouder er geen zin in heeft, hoeft ‘ie het ook niet te doen, omdat ‘ie er dan helemaal niet meer is! Het argument van de nulmeting vindt hij na acht jaar eerlijk gezegd ook niet helemaal meer hout snijden, omdat er tijd genoeg is geweest om dat op orde te krijgen. Wat nu gebeurt, is dat men een oplossing heeft en dat daarop wordt doorgeredeneerd, zonder nog naar het probleem te kijken.

Vanavond is gesuggereerd dat het aanvullend vervoer misschien wel een betere oplossing is voor het probleem dan het generieke gratis openbaar vervoer voor de doelgroep. Kan de wethouder uitleggen waarom niet is gekeken naar mogelijke andere oplossingen voor het eigenlijke probleem? Zou het in het voorbereiden van het offertetraject, waarin het toch gaat om het aanbesteden van een best grote klus, niet verstandig zijn om daar in ieder geval oog voor te hebben? z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer G10/948551

pagina: 16

Wethouder VAN SLUIS werpt tegen dat de heer Van Buuren nu twee dingen door elkaar haalt: de bewering dat hij iets niet zou willen doen versus een collegebesluit dat er ligt. Het komt maar zelden voor dat hij het niet eens is met een ambtelijk advies dat wordt uitgebracht, want dat wordt in het algemeen aan de voorkant doorgesproken. De heer Van Buuren zou hem goed genoeg moeten kennen om dan te weten welke keuze er is gemaakt. De heer VAN BUUREN zal een nadere verduidelijking hiervan op prijs stellen, want dit begrijpt hij echt niet. Wethouder VAN SLUIS herinnert eraan dat de heer Van Buuren zojuist suggereerde dat hij iets niet zou willen doen, wat ook nog in persoon bij hem werd neergelegd. Dat weerlegt hij door duidelijk aan te geven dat het een collegebesluit is geweest. Desgevraagd verduidelijkt hij dat hij zelf achter het ambtelijk advies heeft gestaan. Hij heeft dat in het college gebracht en daar is het overruled en nu verdedigt hij dus het collegestandpunt. De heer VAN BUREN onderkent in de beantwoording van de wethouder een cirkelredenering: het college beslist anders en omdat de wethouder collegelid is, volgt deze het college. Wat is dan de argumentatie van het college geweest om af te wijken van het ambtelijk advies? Wethouder VAN SLUIS verwijst daarvoor naar de eerste zinnen van zijn reactie in tweede termijn: het college wenst niet aan inkomenspolitiek te doen.

De duidelijke vraag van de evaluatie was om daarop in te gaan en niet de stellingname in te nemen om daarin allerlei andere doelgroepen weer te geven, vanwege het simpele feit dat dat echt andere politieke keuzes impliceert, die los staan van de evaluatie van het gratis openbaar vervoer voor 65+. Als de raad daarin andere financiële keuzes wil maken, moet dat onderbouwd zijn met een duidelijke politieke stellingname en daarvoor wordt straks bij de verkiezingen alle ruimte geboden. De opmerking die over de nulmeting is gemaakt kan hij volledig onderschrijven. De komende jaren moeten hierover opnieuw keuzes worden gemaakt en daarom verdient het zeker aanbeveling dit op een goede manier neer te zetten, al zal voorafgaande daaraan dan ook een discussie moeten worden gevoerd over de vraag waarop dan feitelijk getoetst moet worden. De heer VAN BUUREN werpt op dat het hem niet helemaal duidelijk is waarom het college hierover nú een besluit wil nemen, terwijl de uitwerking hiervan toch pas in het tweede halfjaar van 2018 zal plaatsvinden.

Is het, nu de verbreding van de doelgroep wellicht een rol zal gaan spelen tijdens de verkiezingen, niet chiquer hiermee even te wachten tot er een nieuw college is? Wethouder VAN SLUIS repliceert dat deze evaluatie zich richt op de werking en de effecten en om het enigszins financieel beheersbaar te houden wordt voorgesteld de AOW-gerechtigde leeftijd te hanteren. Wil de raad andere keuzes maken, dan verdient het zeker aanbeveling dat in de nieuwe collegeperiode te doen. De heer Wigt verzoekt hij in dezen nog even in te gaan op de financiële paragraaf. De heer WIGT benadrukt dat de korting die momenteel wordt verkregen van de RET een belangrijk onderdeel is van het geheel. De korting loopt tot en met 2018 en komt er in feite op neer dat de groei van het aantal 65+’ers niet wordt doorgerekend aan de gemeente. De gemeente Rotterdam is een veelvoud van de gemeente Capelle en het gesprek daarover zal de volgende tijd plaatsvinden. De toename van het aantal 65+’ers kan financieel voor een groot deel worden gedempt als besloten wordt de AOW-gerechtigde leeftijd te gaan hanteren, maar in dat kader zal wel een gesprek moeten worden aangegaan met de RET en dat zal eind van het jaar starten. Dat is ook de reden waarom nu deze consultatie aan de orde is. De VOORZITTER sluit hierna de beraadslagingen. 9.

Rondvraag De heer EILANDER wijst erop dat in Fascinatio enige consternatie is ontstaan over het uurtje extra van de nachtmetro, omdat men zich hierover niet gehoord voelt. Klopt dat en, zo ja, waarom is dat niet gebeurd? Wethouder VAN SLUIS bevestigt dat de mensen aan de voorkant niet zijn gehoord en de reden daarvoor is simpel: het gaat hier om een pilot. De effecten ervan kunnen namelijk pas na die pilot van een jaar worden gemeten. Er zullen beslist wel mensen zijn die er last van kunnen ondervinden, maar dat kan pas worden vastgesteld nadat de feitelijke effecten van het gebruik zijn gemeten. Alsdan kan ook worden beoordeeld of die in verhouding staan tot de last die het met zich meebrengt.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer G10/948551

pagina: 17

De heer EILANDER begrijpt dat. De teneur van zijn vraag was echter – maar welllicht is die niet goed overgekomen – of de mensen vooraf over die pilot en over het routeplan zijn geïnformeerd. Wethouder VAN SLUIS legt uit dat dat aan de voorkant niet mogelijk was, omdat het besluit pas vrij laat in de bestuurscommissie is genomen. Daarbij moet worden bedacht dat er meer gemeenten bij zijn betrokken en dat eerst nog moest worden bepaald welke gemeenten eraan zouden deelnemen, welke bijdrage eraan zou worden geleverd, enzovoorts. 10. Sluiting De VOORZITTER zegt een ieder dank voor de gezellige avond en sluit om 22.44 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 4 december 2017, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082849/1