CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

03.10 - notulen commissie SOB 2017 11 september gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Mient

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 31 januari 2022, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Plannen De Mient Midden16.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door voor een lagere hoogte te kiezen zal de massaliteit van het bouwblok alleen maar toenemen en zal juist de Wiekslag veel meer last ondervinden van de schaduwwerking. De mensen daar zijn misschien wat minder gewend om hun stem te laten horen, maar ook daarmee zal rekening moeten worden gehouden als dit plan in ogenschouw wordt genomen. Vanzelfsprekend zijn de kritische geluiden vanuit de Borgen-buurt ook het CDA ter ore gekomen, maar er is hier nu eenmaal sprake van een stedelijke omgeving en er zal op een creatieve manier moeten worden omgegaan met verdichting van het gebied, met gelijktijdig het behoud van kwaliteit. Met het voorstel dat het college heeft voorgesteld is daartoe zijns inziens een goede poging gedaan. Wethouder VAN SLUIS zegt iedereen, ook de inspreker, dank voor de opmerkingen die naar voren zijn gebracht. Het is altijd goed te horen hoe mensen erover denken nadat een procedure is gevolgd die redelijk tot zeer uitgebreid was. Omdat op een aantal uitnodigingen heel weinig mensen af waren gekomen, is doelbewust nog een extra bijeenkomst georganiseerd die door aardig wat mensen is bezocht. Verder is, om ook recht te doen aan de mensen die hun weerstand hadden uitgesproken, nog een extra duiding specifiek voor de Borgen georganiseerd.

Al met al is een uitgebreid proces gelopen, ook in het gebiedspaspoort, met een massastudie waarin de grote lijnen en de bouwhoogte waren aangegeven. Het komt inderdaad uit een dossier uit het verleden, waarin prominent sprake was van 16 woonlagen, maar dan op een andere plek, veel dichter naar de Borgen. De weerstand daarte-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

13

gen was bij nader inzien geheel terecht, want bij een maatvoering van 16 hoog dichter bij de Borgen gesitueerd zou de last van bezonning wel een ding zijn geweest. Wat nu voorligt is van een heel ander formaat, met daarbij, zoals de heer Van Buren memoreerde, een stuk groen en verbetering voor de directe omgeving. Vanuit de Wiekslag, maar ook vanuit de flats aan de andere zijde is duidelijk aangegeven dat men blij is met een positionering op deze manier, met ook een stuk compensatie ten aanzien van de verbetering van het groen. Daarbij is niet te ontkomen aan een typologie woningbouw in de vorm van een toren van 12 hoog, om het uiteindelijk ook in volume betaalbaar te kunnen maken voor een ontwikkelaar. Kritisch is daarbij ook gekeken naar de hoeveelheid parkeerruimte en naar de vraag hoe dat zich verhoudt in de wijk. Daarvoor zijn oplossingen bedacht, waardoor nu naar zijn mening een prima plan voorligt. Naar aanleiding van de weerstand vanuit de Borgen is gepoogd in de stukken te duiden wat het effect is van een pand van 12 hoog op 120 meter afstand en waar dan feitelijke sprake zal zijn van schaduwwerking. Daarbij bevonden zich ook bezonningsstudies van december en januari. Als je die op alle plekken in Capelle zo’n beetje zou naderen, zou alles in de schaduw liggen, logisch ook, want dan is het winter.

Er zijn afspraken gemaakt over in welke termijnen en in welk jaargetijde daarin keuzes moeten worden gemaakt en wat zo’n bezonningsstudie op een dergelijk moment dan betekent. Dat is in de stukken omschreven en dan moet geconstateerd worden dat uiteindelijk slechts sprake is van een zeer beperkte schaduwwerking op een zeer beperkt tijdstip, in het voor- en het najaar, als de zon redelijk laag staat, uit zijn hoofd gezegd in november en maart. Bovendien komt de schaduw dan uiteindelijk ook nog terecht in tuinen en niet in de woonkamers. De inspreker heeft betoogd dat hier woningen zijn gekocht met een bepaalde vorm van vrij uitzicht. Een garantie van vrij uitzicht koop je echter niet met een woning, wat niet wegneemt dat hij best begrijpt dat elke verandering in een plekje waar je naar je zin zit best lastig is. Er zal echter een afweging moeten worden gemaakt tussen wat het beste is voor Capelle en wat daarin past. Het college is van mening dat in dit consensusmodel een perfecte oplossing is gevonden voor het gehele gebied. Als aan het gebouw getornd wordt, door het lager en breder te maken, zoals de heer Van Loef opperde, zou weer een bouwblok ontstaan zoals het huidige. Die massaliteit heeft heel veel effect op de buurt die veel dichter bij d’Amandelhof gesitueerd is.

De mensen die daarover opmerkingen hebben gemaakt zijn er juist zo blij mee dat het nu eens op een ándere manier is benaderd. Daarbij moet ook worden bedacht dat een wijk als de Wiekslag aan de voet staat van een stuk renovatie en dat die mensen daar zeker de komende 25 jaar nog in hetzelfde type flat blijven wonen, terwijl ook de HovenII aan de voet staat voor sloop/nieuwbouw en twee flats daar ernstig vernieuwd zullen worden, om het zomaar te zeggen. In deze afweging tussen een schaduwwerking in een tuin op 120 meter afstand versus de veel dichtere woningen waarvan de bewoners heel erg blij zijn dat voor dit model is gekozen, plus alle voordelen die het met zich meebrengt in de vorm van extra groen in de omgeving, de doorzichten en de verbetering van loop- en fietslijnen die hier wordt beoogd, was wat hem en de ambtelijke organisatie betreft de keuze snel gemaakt. Tot de heer Bergman merkt hij in dit verband op dat de shared space wel degelijk bereikbaar zal blijven voor de ambulance. Verder zal in het park ook plek blijven voor het landen van de heli. Tot zover zijn beantwoording in eerste termijn. De heer EILANDER verzoekt de wethouder ook in te gaan op zijn vraag of de dure woningen bedoeld zijn om de business case sluitend te maken en of ze een relatie hebben met de zorg. Wethouder VAN SLUIS bevestigt dat er een relatie ligt met de zorg.

d’Amandelhof wil en kan daar ook de zorg verlenen, maar het zijn wel individuele woningen, zodat de keuze ligt bij de bewoner. Van een directe verplichting is geen sprake. Op het moment dat de mensen die woningen betrekken, hebben zij die zorg wellicht ook nog niet nodig. De heer VAN BUUREN informeert of alles is gedaan wat redelijkerwijs haalbaar is in het optimaliseren van de maatvoering van deze gebouwen. Het is duidelijk dat dit de verantwoordelijkheid is van Cedrah, maar wellicht kan het voor een aantal raadseden een extra geruststelling zijn om de wethouder te volgen in zijn pleidooi. Wethouder VAN SLUIS kan die vraag volmondig bevestigend beantwoorden. Er zijn vele gesprekken gevoerd om na te gaan hoe uiteindelijk zorg kan worden gedragen voor een goed plan. De eerdere plannen die gepresenteerd waren hadden een heel ander volume, want de projectontwikkelaar wil begrijpelijkerwijs altijd maximaliseren. De gemeente is daar buitengewoon kritisch op geweest. In de onderhandelingen breekt altijd het moment aan waarop beoordeeld moet worden wat financieel nog haalbaar is en daarvoor worden door de gemeente, los van de projectontwikkelaar, ook simpele berekeningen toegepast. Er is echt uitgehaald wat erin zat. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel als hamerstuk voor de raad zal moeten worden geagendeerd.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

14

8. Voorstel inzake Verordening bussenleningen 2017 van de MRDH (927834) De heer VAN BUUREN deelt mede dat dit stuk wat de SGP-fractie betreft naar de hamerstukkenlijst kan. De heer EILANDER kan zich daarbij aansluiten en voegt eraan toe dat hierover in de denktank al breedvoerig is gesproken. Het zou de ChristenUnie een lief ding waard zijn als dit soort stukken voortaan niet meer langs de raad zouden worden geleid. Het zijn uitvoeringsbesluiten die de MRDH zelf kan nemen. De heer VAN BUREN wijst erop dat de MRDH verlengd lokaal bestuur is en dat een aantal bevoegdheden die deze raad toekomen niet zomaar ergens anders naartoe verwezen kunnen worden. De denktank is slechts een clubje enthousiastelingen dat bij elkaar zit, het echte werk gebeurt in de commissie, waar iedere partij, ook die welke niet zijn vertegenwoordigd in de denktank, het geluid moet kunnen laten horen wat zij wil laten horen. De heer VAN BUUREN zegt het desondanks erg moedig te vinden van de heer Eilander dat deze een discussie start over de vraag hoe de MRDH ontketend kan worden. Hij steunt diens pleidooi om de besliskracht bij de MRDH te versterken door als raad een stapje terug te doen. Wethouder VAN SLUIS merkt op dat deze opmerkingen ook door de denktank in een evaluatie zijn meegegeven. Het is dus wel degelijk in beweging.

Het gaat alleen om de manier waarop en hoe ervoor kan worden gezorgd dat de verantwoordingscyclus blijft bestaan, want de heer Van Buren heeft wel gelijk dat het gewoon verlengd lokaal bestuur is. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd. 9. Koersdocument Duurzaam Capelle (893523). De VOORZITTER attendeert erop dat op verzoek van wethouder Van Cappelle een infographic wordt uitgereikt, waarin de stappen zijn weergegeven om in 2050 tot een duurzaam Capelle te komen. Voor de mensen op de publieke tribune en de mensen thuis is deze infographic te vinden bij de agendastukken op de raadskalender. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE licht toe dat in het koersdocument de route en de richting zijn uitgezet, maar wát men wil gaan doen en hoé komt pas aan de orde in de volgende duurzaamheidsagenda, die het volgend jaar zal worden opgesteld, waarbij dan ook een financiële onderbouwing hoort. Van de bijdrage van het ECC tijdens het inspreekrecht heeft zij geen kennis kunnen nemen, maar inmiddels is ze wel in het bezit gesteld van de tekst ervan. Zij is heel blij met deze zeer actieve, meedenkende en hardwerkende vrijwilligersorganisatie en zij hoopt de komende tijd met nog veel meer partijen in Capelle deze koersnota te kunnen bespreken. Alle goede ideeën zijn welkom en gerapporteerd zal ook worden wat daarmee wordt gedaan.

De koersnota rust op drie pijlers: 1. duurzame energie met lagere lasten; 2. het klimaat, droge voeten in een groene stad; 3. de circulaire economie met nieuwe kansen en grondstoffen-hergebruik. Het doel moge duidelijk zijn: een duurzaam en groen Capelle in 2050, en dat zal een uitdaging worden. De heer VAN BUUREN stelt vooraf de vraag waarop de raad zich vastlegt als dit document wordt omarmd. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE antwoordt dat eerst het gesprek zal worden aangegaan met Capellenaren en met andere organisaties, om te komen tot één voldragen concept, dat ook weer aan de raad zal worden voorgelegd. Met het vaststellen van dit koersdocument legt de raad zich dus nergens op vast. De heer VAN BUUREN wil weten welke status dit besluit dan krijgt. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE repliceert dat de raad zich daarmee committeert aan de afspraken die zijn gemaakt in het Parijse Klimaatakkoord. Afgesproken is dat de koers eenmaal in de vier jaar zal worden bijgesteld. De kans is namelijk groot dat na “Parijs” weer andere afspraken zullen volgen en die zullen dan ook verwerkt moeten worden. De heer VAN BUUREN neemt aan dat het niet de bedoeling is dat dit stuk een lege huls blijft. Hij zou het daarom wel stoer vinden als de raad zich bij het vaststellen van zo’n stuk ook vastlegt op de middelen die daarvoor nodig zijn.

Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE voert aan dat nu absoluut niet kan worden overzien wat een en ander tot 2050 zal gaan kosten. Wat wel overzien kan worden is de periode tot aan de volgende duurzaamheidsagenda over vier jaar en daarmee zal aan de slag worden gegaan. De heer SARITAS merkt aan het adres van de heer Van Buuren op dat de raad beslist over de duurzaamheidsagenda en niet over het koersdocument. Met het koersdocument wordt een advies meegegeven aan de wethouder, dat zij, naar hij aanneemt, ter harte zal nemen. In de volgende raad zal dan besloten worden over de duurzaamheidsagenda.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

15

De heer VAN BUREN brengt daartegen in dat de raad een kaderstellende taak heeft. Als met een koersdocument slechts een advies wordt meegegeven aan een wethouder, wordt zijns inziens een van de essentiële taken van de gemeenteraad opzij gelegd. De vraag van de heer Van Buuren wat hiermee nu eigenlijk wordt gedaan, is dus erg wezenlijk, want het is de raad die de kaders moet vaststellen waarbinnen het college de duurzaamheidsagenda gaat ontwikkelen. De heer SARITAS herinnert eraan dat de wethouder zojuist heeft gezegd dat zij na deze consultatie met andere partijen verder in gesprek zal gaan en dat daarna het laatste stuk volgt. Volgens hem geeft de raad daarom nu adviezen mee, gaat de wethouder vervolgens met andere partijen praten, waarna met inachtneming van dat alles één nieuw koersdocument zal worden opgesteld, of een duurzaamheidsagenda, waarna de raad daarover een besluit zal nemen. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE bevestigt dat dit een eerste versie is, dat daarna nog met andere partijen zal worden gesproken en dat de raad vervolgens een bijgestelde versie zal worden voorgelegd. De duurzaamheidsagenda, zijnde de vertaalslag voor de komende vier jaar, volgt pas daarop. De heer VAN LOEF moet zeggen dat hij het heel bijzonder vindt dat men nog niet goed weet hoe het allemaal moet, maar al wel een doel voor ogen heeft. Wat hem benieuwt is waar men op dit moment staat.

Met andere woorden: hoe zal er gemeten worden? Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE geeft aan inmiddels wat in verwarring te zijn geraakt over de orde van de vergadering, waarbij zij zich afvraagt af of dit gewoon een vrolijk gesprek wordt in plaats van een debat in eerste en tweede termijn. De heer VAN BUUREN voelt zich een beetje verantwoordelijk voor de ontstane wanorde. Voorafgaande aan de eerste ronde heeft hij belet gevraagd voor een technische vraag, die inmiddels naar volle tevredenheid is beantwoord. Wat hem betreft kan dan nu worden begonnen met de eerste termijn. Als de heer Van Loef daarvoor de aftrap wil geven, vindt hij dat uitstekend. Eerste termijn De heer VAN LOEF stelt zich voor, aansluitend bij de vraag die hij zojuist heeft gesteld, dat om Capelle een hek zal worden gezet, om te meten wat het aandeel van de gemeente is in deze hele discussie. Voor het overige sluit hij zich aan bij een aantal waardevolle suggesties die de inspreker heeft gedaan, met name betreffende het financiële kader en de vraag of er ook connecties worden aangegaan met het bedrijfsleven en wellicht ook universiteiten, waar het om innovaties gaat. De heer SARITAS geeft te kennen niet zo happy te zijn met dit koersdocument. Zo wordt heel vaak gerefereerd aan “Parijs”, terwijl inmiddels al krantenartikelen zijn verschenen over de onhaalbaarheid daarvan.

Waar de heer Van Loef zojuist sprak over het omheinen van Capelle met een hek, gelooft hij dat het niet eens mogelijk zal zijn een glazen stolp over Capelle heen te zetten, zoals je wel eens in filmseries ziet. Alleen al door wat in het havengebied van Rotterdam gebeurt, met die kolencentrales, zal de doelstelling van Parijs niet worden gehaald. Zo lang dat zo is, is het zijns inziens niet aan de orde aan dit soort uitspattingen te doen. Daarnaast vindt hij het niet rechtvaardig dat deze commissie, of een andere, of wellicht de raad, beslist over geld waarover in de voorjaarsnota 2018 besloten dient te worden. Het is namelijk het budget recht van dié raad en niet van deze. De wethouder kan wel zeggen dat er geen financiële kaders in zitten, maar dat spreekt hij tegen. Er zijn er zelfs twee: een waarvoor al toestemming is gegeven en 278K waarom nu wordt gevraagd voor later. De heer VAN BUUREN meent de passage te hebben gevonden waarop de heer Saritas doelt, maar daarin wordt voorgesteld hiervoor extra middelen aan te vragen bij de begrotingsbehandeling 2018. Het is dus slechts een intentie om de benodigde middelen aan te vragen precies op het moment waarop de heer Saritas erover wil praten, namelijk bij de begrotingsbehandeling 2018. Hij begrijpt dus werkelijk niet waartegen de heer Saritas nu eigenlijk bezwaar maakt.

De heer SARITAS repliceert dat dit naar zijn mening niet in dit stuk thuishoort en pas later naar boven moet komen. De heer VAN BUREN stelt vast dat de heer Saritas het zojuist had over de voorjaarsnota waar de raad niet over zou gaan en dat nu de begroting 2018 ter sprake is gebracht, die in november behandeld zal worden, waar de raad volgens de heer Saritas klaarblijkelijk ook al niet over gaat. Wellicht kan de heer Saritas hem nu uitleggen op welke manier dan wel tot een begroting 2018 kan worden gekomen, of moet soms tot maart 2018 worden gewacht om de nieuwe raad de begroting 2018 te laten vaststellen? De heer SARITAS gaat ervan uit dat de 278K nieuw beleid betreft en daarvan heeft hij gezegd dat daarover pas in de voorjaarsnota kan worden beslist. Al het andere is gewoon voor de begroting 2018. De heer VAN BUREN leidt hieruit af dat het college volgens de heer Saritas niet met nieuw beleid mag komen in de begroting 2018. Hij is benieuwd of het college daar ook zo over denkt.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

16

Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE licht toe dat het bedrag van € 278.000 zal worden aangevraagd bij de begroting, om in 2018 het bestaande beleid deels verder te kunnen uitzetten, en daarvoor is extra geld nodig. De heer SARITAS zegt het niet met de wethouder eens te zijn. Los daarvan verzekert hij dat Leefbaar Capelle best iets ziet in wind- en zonne-energie. Wat hij daarbij echter nog mist, is getijdenenergie, een techniek waarvan hij persoonlijk nogal gecharmeerd is. Hij hoopt dat dit alsnog zal worden meegenomen in onderzoeken en dat soort zaken. De heer VAN BUREN vraagt of de heer Saritas van mening is dat de aandacht voor getijdenenergie behalve op landsniveau ook op Capels niveau opgepakt zou moeten worden. De heer SARITAS denkt dat er weinig rendement uit te halen is wanneer er op Capels niveau veel in wordt geïnvesteerd. Daarom is hij van mening dat Capelle mee moet investeren op landelijk niveau. Hetzelfde geldt wat hem betreft voor de CO2-emissie. Je kunt wel van alles proberen om die emissie in Capelle naar beneden te brengen, maar volgens hem is dat op landelijk niveau beter te regelen. De heer GELEIJNSE jr. kondigt aan dat hij na de inleidende beschietingen hiervoor, die hij soms wel, soms niet begreep, een poging in het werk wil stellen om zich te beperken tot de inhoud van het koersdocument.

Stippen aan de horizon: in menig beleidsdocument tref je deze term inmiddels aan. In dit geval is het zijns inziens wel terecht dat er een koersdocument is. De fractie van D66 kan zich in principe ook goed vinden in het voorliggende stuk, dat een goed houvast biedt voor de komende jaren. Het is ook wel een ambitieus document. Omdat het over zoveel jaren loopt, zal er wellicht nog wel het een en ander gebeuren waar je nu geen zicht op hebt. Over de financiële middelen in het stuk is inmiddels al gerept. Die zijn zijns inziens terecht, want technische ontwikkelingen staan niet stil, zodat daarop geanticipeerd zal moeten worden. Omdat het hier een consultatie betreft, wil hij een aantal dingen meegeven aan de wethouder. Het koersdocument raakt vele beleidsterreinen, waarvoor ook al onderliggende stukken bestaan. Is het wellicht een idee om dit al inzichtelijk te maken in dit document? Toen hij daarover nadacht, besefte hij dat het ook omgekeerd kan worden door alle nog te schrijven beleidsdocumenten te spiegelen aan wat nu voorligt. Hij geeft het maar als een idee mee. De commissie is inmiddels een infographic uitgereikt. Zelf is hij wel een liefhebber van infographics, maar ze moeten wel zo helder mogelijk te zijn.

Over rare zinnetjes is hij wel vaker gevallen en hij vraagt zich in gemoede af wat de gemiddelde Capellenaar zal denken van zo’n opmerking als: de gemeente koopt drie keer circulair in. Hij beveelt aan een infographic iets eenvoudiger te maken. Verder heeft een van zijn fractieleden hem erop geattendeerd dat een blik op het infographic de indruk zou kunnen wekken alsof er anno 2022 helemaal geen groen meer is in Capelle. Het Energie Collectief Capelle heeft een uitgebreide reactie gegeven op het document, waarvoor dank. Een aantal opmerkingen vond hij buitengewoon interessant, waaronder die over het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dat is iets wat helemaal niet terugkomt en wat ook D66 wel voorstaat. Van een van de vakambtenaren heeft hij inmiddels begrepen dat op de input van het ECC een schriftelijke reactie zal worden gegeven. Daarin is hij buitengewoon geïnteresseerd. Het ECC wordt momenteel zeer gewaardeerd. De wethouder beveelt hij aan eens te kijken naar mogelijkheden om dit soort teams ook op andere vlakken van duurzaamheid in te zetten. De heer BERGMAN wijst erop dat op verschillende apps, zoals Next door, ook initiatieven worden gegeven op het gebied van duurzaamheid.

Zo is hij bijvoorbeeld tegengekomen dat ze goederen aanbieden voor een tweede leven, om het maar zo te noemen, waarmee je kunt zeggen dat hergebruik van technische of niet-technische goederen ook duurzaam is. Hij verzoekt ook daaraan aandacht te besteden in de komende stukken. De heer VAN BUREN vindt het altijd worstelen met zo’n stuk, omdat daarin op basis van de huidige kennis en het kleine beetje dat vooruit kan worden gekeken iets met de beste bedoelingen wordt neergezet, waarmee feitelijk een hoop vernieuwingen die ooit gaan komen niet behandeld worden. Hoe daarmee in zo’n tekst moet worden omgegaan, mogelijk door soms formuleringen open te laten, om dat soort vernieuwingen niet onder de mat te schuiven, weet hij niet, maar daarin zal de wethouder ongetwijfeld ondersteund worden door een aantal slimme ambtenaren die er tekstueel iets op zullen weten te vinden. Het idee van de heer Saritas om in energiecollectieven buiten de gemeentegrenzen te investeren, los van de vraag of dat door de gemeente of door burgers zou moeten worden gedaan, sluit volgens hem uitstekend aan bij het enthousiasme waarmee ECC nu ook al bezig is in de wijken. Feitelijk loopt men hierbij altijd tegen de grenzen aan van de eigen bebouwde omgeving.

Omdat de eigen energievoorziening misschien niet te realiseren is binnen de gemeentegrenzen, verdient het aanbeveling juist naar andere gebieden te kijken, waar meer ruimte is om dat wel te doen. De vraag is dan hoe de gemeente kan faciliteren dat die verbanden tussen stad en omgeving gecreëerd kunnen worden om, daar waar burgers daartoe niet zelf in staat zijn, wel die mogelijkheden te bieden.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

17

De nul-situatie die de heer Van Loef probeerde duidelijk te maken komt eigenlijk neer op de vraag: hoe kan uit het beleid dat wordt voorgesteld nu worden gedistilleerd of er vooruitgang wordt geboekt? Of die rekensom helemaal te maken is, is de vraag, maar er zal wel ergens gemeten moeten worden of er vooruitgang wordt geboekt, want het monitoren van vooruitgang in deze opgave is al moeilijk genoeg en ook hoe dan op een gegeven moment wordt omgegaan met het concept van verantwoording. Voor het mogelijk maken van deze transitie naar 2050 liggen er verantwoordelijkheden direct bij een overheid en in een veel hybridere staat ook bij de inwoners, die soms uit eigen beweging en soms met enige druk tot die transitie overgaan. De vraag is hoe dat gemonitord kan worden en op welke momenten de overheid moet beseffen dat ze soms wel met stimulerende maatregelen moet komen, maar soms ook gewoon moet gaan lobbyen bij het rijk om bijvoorbeeld tweetakt-brommers te verbieden en in een bepaalde periode uit te faseren. Tot dat simpele stukje wetgeving zal het rijk sneller bereid zijn dan tot het steunen van iedere stimulerende maatregel die een gemeente kan nemen.

Naar zijn mening is het, gezien de veelheid aan voorstellen die hierin staan, eigenlijk niet mogelijk je geheel achter het stuk te scharen, omdat er altijd wel iets wordt uitgesloten, of voorgesteld, dat wellicht volstrekt onmogelijk is, ook al is het met de beste bedoelingen opgeschreven. Je zou er ongeveer elke zin in het stuk voor moeten fileren, vandaar dat de vraag die de heer Van Buuren stelde, en die volgens hem niet zozeer technisch als wel procedureel van aard is, wel relevant is, namelijk: welke status heeft dit document dan? Uiteindelijk zit het ‘m in de uitwerking en dat de wethouder daarvoor geld nodig heeft in de begroting 2018, is alleszins te billijken. Na de eerdere interrupties zal het duidelijk zijn dat het CDA daaraan steun zal verlenen, om ervoor te zorgen dat ze in ieder geval vaart kan maken met dit stuk. De heer SARITAS wil de heer Van Buren, maar ook andere commissieleden in dit verband een vraag voorleggen over het hergebruik van oude materialen. Iedereen is tegenwoordig helemaal gek van platenspelers, lampenradio’s, vinyl e.d. Is dat nu serieus het overwegen waard, of wordt het milieutechnisch minder handig gevonden om die dingen weer in te brengen? De heer VAN BUREN merkt op dat de transitie die de samenleving moet doormaken nog een aantal decennia zal duren.

Het betekent dat voor het ontwerpen van consumptiegoederen of permanente goederen die elke keer hergebruikt worden, nog een enorme verandering zal moeten plaatsvinden. Het heeft weinig zin hier te gaan praten over goederen die in het verleden niet vanuit een oogpunt van circulariteit zijn ontwikkeld. Daarvoor zouden zoveel kosten gemaakt en moeilijke instrumenten verzonnen moeten worden, dat het beter is te proberen er op een goede manier van af te raken. De belangrijkste opgave ligt meer in de bebouwde omgeving. De vraag is dan ook eerder hoe met dit koersdocument zal worden omgegaan met bijvoorbeeld de bouw van de Hoven fase II, of misschien zelfs het zojuist besproken Amandelpark. Het gaat daarbij om het onderbrengen van toepassingen in de bebouwde omgeving die echt te maken hebben met circulariteit en met de manier waarop met grondstoffen wordt omgegaan. De heer EILANDER uit namens de ChristenUnie zijn blijdschap over dit document. Er was al een paar keer gevraagd eens het beeld te schetsen van waar het nu naartoe gaat. Ergens staat ‘ie wel CO2neutraal, maar nu is het gewoon helder. Als de raad hier unaniem achter gaat staan, is in ieder geval bekend wat voor 2050 de opgave zal worden. Of die realistisch is of niet, er is in plaats van slechts een stip aan de horizon dan in ieder geval een echte koers die gevaren kan worden.

Daarmee draagt Capelle z’n steentje bij, ook al heeft dat op nationaal, laat staan mondiaal niveau, nauwelijks effect, maar als je het een druppel op een gloeiende plaat vindt, kun je beter nergens meer aan beginnen. Het is een eerste aanzet om te komen tot, en dat is sowieso winst. Natuurlijk zal er een pot geld bij moeten, misschien wel meer dan nu wordt gedacht, maar dat zal later wel blijken. Dat nu alvast gemeld wordt dat bij de begroting 2018 geld nodig zal zijn, juicht hij alleen maar toe, zeker nu dat gepaard gaat met concrete voorstellen. De houding van de heer Saritas, die ervan uitgaat dat het toch niet zal worden gehaald, snapt hij dan ook echt niet. Hij roept op niet de kop in het zand te steken, maar de verantwoordelijkheid te pakken. De heer SARITAS weerspreekt dat hij het zo zou hebben gezegd. Wat hij naar voren heeft willen brengen is dat het niet zal lukken, als de industrie in het zuiden er niet toe wordt gedwongen mee te werken. De heer EILANDER repliceert dat dat niet wegneemt dat men ook hier z’n verantwoordelijkheid zal moeten nemen. De ChristenUnie is blij met de richting die in het koersdocument wordt aangegeven, maar meent dat er tussen dit document en de duurzaamheidsagenda, die echt een uitvoeringagenda is, nog een stap past, een soort stappenplan, met een monitoring als door de heer Van Loef bepleit, om de kaders wat meer handen en voeten te geven.

De heer VAN BUUREN houdt degenen die zich afvragen waarom Capelle iets zou moeten doen als de rest van de wereld het laat afweten, voor dat men zich zoiets niet afvraagt als het gaat om het bestrijden van het aantal verkeersdoden in Capelle.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

18

Mevrouw KING-DE HOOG merkt op dat de heer Saritas niet heeft gezegd dat Leefbaar Capelle dit stuk niet zal steunen, maar alleen de haalbaarheid ter discussie heeft gesteld. De heer VAN BUUREN zegt mevrouw King dank voor deze verheldering. Naar zijn mening is het belangrijk een koersdocument als dit te hebben als een stip op de horizon. Veel elementen in het stuk zijn ambitieus en kan hij zonder meer onderschrijven, sommige echter extrapoleren te veel het bestaande, alsof men nog 40 jaar met zonne-energie door zal blijven gaan, wat maar zeer de vraag is. Hetzelfde geldt voor zoiets als het afkoppelen van regenwater. Misschien wordt het eigen regenwater over 20 jaar wel gebruikt om koffie te zetten, wat al kan. Het kan daarom belangrijk zijn, zoals de heer Van Buren opmerkte, om dat in de formulering open te laten. Kortom, de stip op de horizon heeft te maken met ambities, maar de weg ernaartoe zal ongetwijfeld anders zijn dan nu wordt gedacht. Het verdient zijns inziens daarom aanbeveling niet direct door te stoten naar het niveau van een duurzaamheidsagenda voor de komende vier jaar, maar wel na te denken over de vraag hoe op een slimme, adaptieve wijze op weg kan worden gegaan naar 2050 en daarbij open te staan voor het onverwachte. Als voorbeeld verwijst hij naar de opmerking dat in 2022 begonnen zal worden met de circulaire economie.

De samenleving begint misschien morgen wel met circulaire economie, want die trekt zich van zo’n koersdocument helemaal niks aan, en dat is maar goed ook. Daarnaast oppert hij dat in het voorliggende stuk wellicht niet integraal genoeg wordt gedacht. Waar bijvoorbeeld wordt gesteld dat veel Capellenaren in 2040 eten uit hun eigen stad, roept dat de vraag op waar dat eten dan verbouwd wordt. Recent heeft hij een verhaal gehouden over uitnodigend besturen. Het voorliggende stuk zal naar zijn mening bij uitstek een stuk moeten zijn waarmee de overheid andere partijen uitnodigt. Voor iedereen die denkt hieraan op enigerlei wijze iets te kunnen aanvullen, inwisselen of versterken moet de overheid maximaal openstaan. Hij zou het een mooie uitdaging vinden om hiervan de meest uitnodigende beleidsagenda te maken die wereldwijd gevonden kan worden. Tegelijkertijd roept dit de vraag op hoe het commitment hierop kan worden vastgelegd – daarop was ook zijn technische vraag geënt. Het is prachtig om “Parijs” te ondertekenen, maar wat is dat commitment nu waard en hoe zal het commitment van al die andere partijen met wie de wethouder in gesprek wil gaan worden vastgelegd, zodat het zichtbaar wordt en men elkaar daarop ook kan aanspreken? Het ECC heeft een belangrijke opmerking naar voren gebracht: de eerste periode is cruciaal.

Dat stelt hoge eisen aan de duurzaamheidsagenda die voor de komende vier jaar wordt opgesteld. Volgens hem hangt dat ook samen met de vraag naar een uitvoeringsagenda als een soort tussenstap tussen het koersdocument voor de korte termijn en de ambitie op de lange termijn. Hij roept de wethouder op de tijd te nemen om daarover goed na te denken, want het pad dat nu wordt ingeslagen zou wel eens heel bepalend kunnen zijn voor de wijze waarop naar 2050 toe wordt bewogen. Daarbij zal de gemeente ook moeten nadenken over de vraag waarin zij zelf gaat investeren om op de goede manier op pad te gaan richting 2050. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE stelt vast dat een heleboel suggesties zijn meegegeven die het college aan het denken zullen zetten voor de eindversie, wat in feite ook de intentie is van deze avond. De VVD vroeg zich af welk doel nu eigenlijk voor ogen staat. Daarvoor verwijst zij naar de bovenste lijn: 100% duurzame energie, droge voeten in groen en klimaatadaptief Capelle en geen verspilling van grondstoffen meer in een circulair Capelle. Dat is waar Capelle in 2050 zal moeten staan. Aan de vraag waar Capelle nú staat is in de koersnota een korte passage gewijd, met onder andere de 2,4% die er nu al is. In de reguliere duurzaamheidsagenda, waarvoor eenmaal per jaar verantwoording wordt afgelegd, is ook de huidige stand van zaken weergegeven.

Dat door het ECC goede suggesties zijn aangedragen, onderschrijft zij volmondig en zij verzekert dat echt zal worden onderzocht wat daarmee kan worden gedaan. Dat de heer Saritas een en ander onhaalbaar heeft genoemd kan zij zich, gegeven de huidige stand van de techniek, wel enigszins voorstellen, want er zullen zeker nog heel wat innovaties moeten plaatsvinden om de doelstellingen voor 2050 te kunnen halen. Maar waarom zouden die er niét komen?, is dan de vervolgvraag. Ze hoeft maar te verwijzen naar de komst van de gsm, de zonnepanelen, de elektrische auto’s, enz., allemaal innovaties waarvan niemand zich een aantal jaren geleden nog een voorstelling kon maken. Ook haar scriptie bijvoorbeeld heeft zij nog getypt, al is dat alweer even geleden! In korte tijd is de wereld enorm veranderd en dat zal richting 2050 ongetwijfeld ook weer het geval zijn. Waar de heer Saritas zei getijdenenergie te hebben gemist, verwijst zij naar het kleine tekstballonnetje helemaal bovenaan de infographic, met de vraag ‘in 35% van de energie van buiten Capelle?’ Daaruit blijkt dat het niet allemaal hier kan gebeuren, maar dat het ook opzij, of waar dan ook, plaats zal moeten vinden, en daarin is ook dat opgesloten. D66 heeft gepleit voor een koppeling aan andere beleidsdocumenten.

Zelf zou zij liever zien – en dat was overigens ook de tweede suggestie van D66 – dat juist in alle andere beleidsdocumenten ook de

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

19

vraag wordt gesteld hoe het zit met duurzaamheid, want ze is er echt van overtuigd dat duurzaamheid een van de allerbelangrijkste thema’s zal worden in de komende jaren. Dat het principe ‘de vervuiler betaalt’ niet in het stuk terugkomt, zoals het ECC opmerkte, klopt in ieder geval voor de kortere termijn, omdat met de afgelopen agenda is gebleken dat het aanjagen/stimuleren nog werkt. Wellicht zal op termijn echter nog iets extra’s moeten worden gedaan, wat dan z’n weerslag zal moeten krijgen in de komende duurzaamheidsagenda, of in de daarop volgende. De suggestie om samenwerking te zoeken met andere teams op andere vlakken, vindt ze een heel interessante. Ze hoopt echt dat er nog veel meer teams komen zoals het ECC die zich op verschillende onderdelen gaan richten. Gelukkig blijken steeds meer mensen zich al te willen inzetten voor duurzaamheid. Er wordt al gewerkt met tuinambassadeurs en energiecoaches die langs huizen gaan en er zal zeker moeten worden geprobeerd dat nog meer te stimuleren. Tot de PvdA, die verwees naar een app als Next door, merkt zij op dat het lastige daarvan is dat de overheid daartoe geen toegang heeft. Het CDA merkte op dat in het stuk geen rekening is gehouden met veel vernieuwingen die nog gaan komen, en dat is juist. Uitgegaan is van wat op dit moment bekend is, en dat is inderdaad doorgetrokken.

Ze is ervan overtuigd dat de zonnepanelen zoals die er nu zijn in 2050 niet meer zullen bestaan, maar wat er dan wel zal zijn, is natuurlijk niet bekend. Om dat goed te kunnen blijven beoordelen, is het de bedoeling het koersdocument eenmaal in de vier jaar te herijken. De heer VAN BUREN haalt een voorbeeld aan van wat nu al mogelijk zou zijn. In het stuk staat iets over smart bits en het opslaan van energie. Een smart bit kan alleen worden opgeslagen als er elektrische auto’s aan hangen, maar als er straks deelauto’s zijn, hangen die in ieder geval niet aan een smart bit voor je eigen huis, waardoor ze ook niet gebruikt kunnen worden als batterij. Daarvoor zijn wel andere vormen mogelijk, zoals waterstofeconomie, maar in het deel over energie wordt daarover niet gerept. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE werpt tegen dat niet álles kan worden opgenomen. De heer VAN BUREN beveelt aan sommige dingen in iets generieker termen te formuleren waar het betreft het omgaan met energie en niet te snel in het concrete te duiken met een algemene doelstelling die de stip op de horizon inhoudt. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE zegt toe daaraan aandacht te zullen schenken.

De heer VAN BUUREN pleit er in navolging van de heer Eilander voor om na te denken over een aanvullend document in het traject tussen dit document en de duurzaamheidsagenda voor de eerstkomende vier jaar, om dit koersdocument beter te kunnen uitwerken als mede richtinggevend voor de verschillende duurzaamheidsagenda’s die de komende jaren opeenvolgend zullen verschijnen. Als nu direct wordt doorgestapt naar de duurzaamheidsagenda voor de korte termijn, vraagt hij zich af of de vraag goed beantwoord is of men met die duurzaamheidsagenda op het goede pad is. Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE erkent dat niet alles tegelijk kan, maar wat het volgend jaar al wel zal worden gedaan is het ontwikkelen van het warmteplan, wat al een grote stap is waarmee de wijk in zal moeten worden gegaan en dat echt per wijk zal moeten worden bekeken. Een verdere tussenstap zou wel eens lastig kunnen zijn, omdat juist geprobeerd wordt in de volgende agenda na te gaan wat men wil en hoe dat zal moeten worden gedaan. Nóg een document ziet zij daarom nog niet helemaal voor zich, maar ze is bereid er eens naar te kijken. De VOORZITTER vraagt of de heer Van Buuren een voorzet zou kunnen geven voor zo’n tussenstap. De heer VAN BUUREN lijkt het beter dat buiten de orde van deze vergadering te doen.

Wethouder mevrouw VAN CAPPELLE vervolgt dat het uitnodigend besturen waarover de heer Van Buuren repte haar zeer aanspreekt, juist ook omdat met de eerste duurzaamheidsagenda al de stad is ingegaan om te horen wat daar leeft en het samen met de stad te doen. Haars inziens kan dat nog veel verder worden uitgebouwd, want het moet nu eenmaal buiten gebeuren. Zij staat graag open voor adviezen ter zake van de heer Van Buuren, die er echt verstand van heeft, om zo, zoals hij het noemde, het meest ambitieuze en aantrekkelijkste wereldwijde programma tot stand te brengen! De VOORZITTER stelt vast dat geen behoefte bestaat aan een tweede termijn en zegt de commissie dank voor de bijdragen die ten behoeve van het college zijn geleverd. 10. Rondvraag. Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 11. Sluiting. De VOORZITTER sluit om 23.14 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 oktober 2017,

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

de secretaris,

Pagina:

20

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082851/1