CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

03.10 - notulen commissie SOB 2017 11 september gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Mient

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 31 januari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Plannen De Mient Midden16.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -beheer, gehouden op maandag 11 september 2017 in zaal 10 van het voormalig IJsselcollege, Kanaalweg 52A, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

de heer N. van Veen;

volksvertegenwoordigers :

mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer H.S. Saritas, raadslid Leefbaar Capelle; de heer P. Geleijnse jr., raadslid D66; de heer M.C. Bergman-de Zwart, burgerraadslid PvdA: de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer prof. dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP; de heer P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer drs. N.H. van Buren MCD, raadslid CDA;

secretaris:

de heer G.P. Venis;

portefeuillehouder

:

mevrouw drs. M.J. van Cappelle, wethouder; de heer D.P. van Sluis, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

de heer Bakker;

notulist

de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum);

:

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 22 personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet een ieder van harte welkom. 2. Vaststellen verslagen: Gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en -Beheer en Bestuur, Veiligheid en Middelen van 30 mei 2017 (besloten) Commissie stadsontwikkeling en -Beheer van 7 juni 2017 Raadsbrede commissie van 19 juni 2017 Raadsbrede commissie van 19 juni 2017 (besloten) Raadsbrede commissie van 20 juni 2017 Raadsbrede commissie van 3 juli 2017 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners met betrekking tot alle agendapunten De VOORZITTER deelt mede dat zich vijf insprekers hebben gemeld. Hij geeft allereerst de heer Petri het woord over agendapunt 9: Koersdocument Duurzaam Capelle. De heer PETRI stelt zich voor: Henk Petri van het Energie Collectief Capelle aan den IJssel. Het ECC heeft het rapport zeer diepgaand bestudeerd en bediscussieerd. Heel positief aan het rapport is dat het een prima basis vormt voor de discussie met de lokale politiek en de inwoners van Capelle op het gebied van duurzaamheid en dat een warmte- en elektriciteitsplan per buurt wordt opgesteld, in samenspraak met de bewoners, wat leidt tot kennis en bewustwording.

Blij is het ECC ook met de partnerships die op het gebied van duurzaamheid zijn aangegaan met diverse stakeholders, al is het jammer dat daarbij een vertegenwoordiging uit het bedrijfsleven wordt gemist – daarover later meer. Het rapport is heel optimistisch van aard en gaat uit van heel veel aannamen, waarbij het de vraag is of die allemaal wel realistisch zijn. Het rapport benoemt alle mogelijke invalshoeken op het gebied van duurzaamheid, maar laat zich niet uit over de wijze waarop dat gebeurt, met name in de komende vijf jaar. Merkwaardig is ook dat daarbij enig financieel kader ontbreekt. De werkelijkheid voor de Capelse samenleving is dat de komende vijf jaar cruciaal zijn om een optimale marsroute naar een duurzaam Capelle in 2050 uit te stippelen. Naar de mening van het ECC heeft de gemeente nog heel veel slagen te maken op het gebied van kennis van duurzaamheid, en met name de communicatie daarover naar alle stakeholders en relevante doelgroepen. Op het gebied van duurzaamheid mist het ECC nog steeds de relatie met en de balans tussen de gemeente en het bedrijfsleven. De gemeenteraad dient zich ervan bewust te zijn dat de uitvoering van het koersdocument meer geld zal kosten dan daarin in de afgelopen jaren is geïnvesteerd. Het is onwaarschijnlijk dat dit mogelijk is zonder lastenverhoging voor burgers en bedrijven.

De aanname in het rapport dat de energielasten in 2050 lager zullen zijn dan nu, is zijns inziens heel gevaarlijk. Het is niet

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

2

te onderbouwen met wetenschappelijke studies en wekt totaal verkeerde verwachtingen bij de inwoners. Samenvatting van de aanbevelingen uit het rapport. Het koersdocument zou het ECC graag naar voren getrokken willen zien. In plaats van te wachten tot het volgend jaar een nieuwe raad is aangetreden, zal nu al begonnen moeten worden met het opstellen van het plan, zodat er geen jaar verloren gaat. Het onderwerp vergrijzing wordt in het document node gemist, want ook vergrijzing heeft alles met duurzaam te maken, met name op het gebied van tuinen etc. Gemist wordt ook het besef dat huurders en inwoners met beperkte financiële middelen niet de kans hebben om datgene te doen wat de mensen die wel geld hebben kunnen, namelijk een investering doen waaruit zij heel snel rendement kunnen halen, waardoor ze in feite geld besparen. Wat is de gemeente van plan daaraan te doen? Het ECC dringt erop aan het autoverkeer terug te dringen ten gunste van het fietsverkeer. Daarbij wordt gedacht aan intergemeentelijke snelwegen voor fietsers. Bij zijn weten is er richting Gouda al een idee in die zin ontstaan, maar dat zou eigenlijk naar alle grote gemeenten in de omgeving moeten gebeuren. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ is nergens in het document terug te vinden. Hij beveelt aan daarvan een aandachtspunt te maken.

Voorts zal snel beleid ontwikkeld moeten worden op het gebied van riolering, met scheiding van hemelwaterafvoer. In allerlei wijken wordt momenteel nieuwe riolering aangelegd, zonder een dergelijke scheiding aan te brengen, wat zijns inziens een gemiste kans is. De gemeente doet er ten slotte goed aan te benoemen dat er niet alleen geconsumeerd, maar ook “geconsuminderd” moet worden. Met veel minder kunnen toch een heleboel dingen worden gedaan. Iedereen die bespaart op bepaalde dingen, spaart daardoor ook geld uit. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Den Oude, die het woord wenst te voeren over agendapunt 7, gebiedspaspoort Amandelpark. De heer DEN OUDE maakt om te beginnen een compliment voor de voortvarendheid waarmee het initiatief is genomen tot verbetering van de woonsituatie voor de bewoners van d’Amandelhof. De bewoners van de Silkeborg, namens wie hij het woord voert, hebben echter problemen met zowel de procedure die tot op heden is gevolgd als met de 12 verdiepingen hoge woontoren op een afstand van slechts 100 m vanaf de achterzijde van hun woningen, die feitelijk de “woonzijde” is van die woningen. Blijkens de stukken is al op 12 mei 2015 een eerste bijeenkomst voor de omwonenden belegd, met als doel hen bij te praten over de ontwikkelingen rondom het verzorgingstehuis d’Amandelhof en het Amandelpark.

Vervolgbijeenkomsten met de omwonenden vonden plaats op 14 januari 2016 en op 25 mei 2017. Van al die bijeenkomsten waren de bewoners van het aanpalende Silkeborg en de Deense buurt niet op de hoogte gesteld, zodat hun de mogelijkheid is ontzegd om hun visie en belangen neer te leggen. Op 7 juni van dit jaar vond wederom een bijeenkomst plaats voor de omwonenden, met ditmaal als onderwerp het concept-gebiedspaspoort Amandelpark. Daarvoor waren bovengenoemde bewoners voor het eerst wel uitgenodigd. Tot hun schrik bleek daar de bouw van een 12 verdiepingen hoge woontoren onderdeel van het plan uit te maken. In feite was het een herhaling van een onzalig plan uit 2015, waartegen toen door vele buurtbewoners heftig was geprotesteerd. Het gaat om de bouw van een wooncomplex pal achter de tuinen aan de Silkeborg. Pas op 10 juli jl., na afloop van de bezwaartermijn, vond een voorlichtingsbijeenkomst plaats specifiek gericht op de bewoners van de Silkeborg en de Kalundborg. Uit het voorgaande moge duidelijk zijn dat met hun belang lange tijd niet is gerekend en dat daarnaar zelfs niet behoorlijk is gevraagd. Het project Amandelpark heeft ondanks de mooie naam voor hen daardoor een zure betekenis gekregen. Van eerdere voorlichtingssessies of inspraakmogelijkheden zijn zij niet op de hoogte gesteld en de tekeningen en de folders op de website zijn voor hun woonsituatie niet duidelijk.

Hierbij moet worden vastgesteld dat de gemeente in haar voorlichting en communicatie bepaald niet heeft uitgeblonken in transparantie. De bewoners hebben grote bedenkingen tegen de geplande woontoren. De grote, zonnige en inzichtvrije tuinen op het zuidwesten zijn voor hen een dagelijks genoegen en mede de reden geweest voor het aanschaffen van hun woning. De woontoren van 12 verdiepingen, met daarop aan de bovenzijde nog de liftkokers en ongetwijfeld andere voorzieningen van enkele meters hoog, brengt in het voorjaar, najaar en ’s winters verlies aan zonlicht in namiddag en avonduren mee. De bezonningsstudies over september tot maart laten zien dat er overlast in de vorm van schaduw in de tuinen zal zijn. Door de bouw van de toren is ook sprake van horizonvervuiling. Het uitzicht van de achterzijde – zoals gezegd: de woonzijde van de woningen – wordt straks gekenmerkt door een hoge woonflat. Daarmee verdwijnt het thans bestaande vrije uitzicht. Verder wordt de privacy verminderd doordat men vanuit de nabijgelegen woonflat een uitermate goed zicht heeft op het tuingebeuren. Tijdens de genoemde bijeenkomst van 10 juli werd medegedeeld dat het de wens van de buurtbewoners was om de gebouwen, gezien vanuit het centrum, van laag naar hoog neer te zetten, wellicht

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

3

heel logisch voor de mensen die aan de andere kant wonen en wel eerder betrokken waren, maar vanaf de kant van Oostgaarde gezien is het voor die bewoners juist helemaal niet logisch. Immers, het centrum van Capelle bevat in toenemende mate hoogbouw. Het lijkt daarom gewenst, wil men nog iets van het dorpskarakter van de gemeente behouden, om naar de randen toe zoveel mogelijk laagbouw neer te zetten. Laat in dit opzicht de Wijdewormer een voorbeeld zijn van hoe het niet moet. Hoe zou het beter kunnen? Op 10 juli kregen de bewoners het idee dat de teerling al geworpen was en dat ze deze gang van zaken maar hadden te slikken. Het plan Amandelpark was in kannen en kruiken en werd als een grote, groene verbetering voor Capelle gepresenteerd. Hiertegen wil hij vanavond bezwaar maken. De urgentie van vernieuwing van d’Amandelhof wordt door de bewoners zonder meer erkend. Dat betekent onder andere dat er meer ruimte moet komen voor de huisvesting, maar dat behoeft niet uitsluitend door de bouw van een woontoren van 12 verdiepingen hoog te zijn. Wanneer de beide andere gebouwen met enkele verdiepingen worden verhoogd, dan wel de hoge toren iets in lengte of breedte toeneemt, kan de geplande hoge woontoren binnen redelijke proporties blijven. Hierbij wordt gedacht aan maximaal acht woonlagen. De heer SARITAS zegt een klein rekensommetje te hebben gemaakt.

De woningen waarom het gaat staan op 80 meter afstand van de woontoren en het gebouw zelf wordt 36 meter hoog. Volgens hem wordt het een rare driehoek als daardoor belemmering van uitzicht zou ontstaan. De heer DEN OUDE zegt niet te weten wat exact de hoogte gaat worden. De heer SARITAS licht toe dat de standaardmaat voor een woning 2.64 m is. Voor het gemak is hij uitgegaan van 3 m in verband met tussenvloeren e.d. Dat twaalf keer brengt hem op een hoogte van 36 meter en hij vraagt zich af hoe dat op 80 m afstand tot een belemmering van uitzicht kan leiden. De VOORZITTER wijst erop dat het niet de bedoeling is tijdens het spreekrecht met elkaar in discussie te gaan. Hij verleent het woord aan de heer Guijt, die wil inspreken over agendapunt 5, bestemmingsplan De Mient. De heer GUIJT licht toe dat hij eigenaar is van een pand op De Mient, dat moet worden omgezet naar een gebied wonen/werken. Het pand is door hem in 2002 aangekocht in overleg met de gemeente. Destijds was het een kantoorgebouw waarin het CWI was gehuisvest, terwijl in het gebied al een ruime maatschappelijke functionaliteit aanwezig was. Vanaf 2002 tot 2017 is er alleen maar meer maatschappelijke functionaliteit bij gekomen. Tot zijn verbazing wordt gezegd dat men niet wil dat het gebouw waar hij in zit maatschappelijk gebruikt wordt.

In de loop van de jaren heeft hij ook gehoord dat zijn kantoorgebouw geen kantoorgebouw was, maar dat het erbij was “gefrutseld”, naar hij meent in 2014. Daarvóór was er geen officiële toestemming voor een kantoorgebouw. Het kantoorgebouw was echter eerder al aanwezig, want daarin was het CWI gevestigd, met toestemming van de gemeente. Degene die het terrein steeds meer maatschappelijk is gaan gebruiken, is de gemeente, als initiator én gebruiker. Nu wordt beweerd dat het werd gedoogd. De gemeente heeft zichzelf dus gedoogd om het terrein maatschappelijk te gebruiken. Bij de afdeling handhaving heeft hij nagevraagd of daarvoor enige vergunning is afgegeven, of er iets voor is gevraagd. Immers, als hij iets wil laten gedogen, moet hij daarvoor een gedoogvergunning aanvragen. De gemeente Capelle aan den IJssel heeft dat niet gedaan, zo is hem afgelopen vrijdag verteld. Zelf vraagt hij om functies voor het geven van lessen in het gebouw aan bijvoorbeeld buitenlanders, die de Nederlandse taal machtig willen worden. Dat mag echter niet, omdat het als “maatschappelijk” wordt beschouwd. Hij ziet niet in wat het grote probleem voor de gemeente zou zijn. Het is een groot gebouw, waarin voorheen minimaal 60, 70 mensen werkzaam waren, en dat regionaal een aanzuigende werking had. Het CWI was een regionaal kantoor.

Nu wil de gemeente ineens niet meer dat het maatschappelijk wordt gebruikt, terwijl ze zichzelf altijd heeft gedoogd, niet vijf jaar, niet tien jaar, niet vijftien jaar, maar veel meer. Hij heeft vergeefs geprobeerd er met de gemeente uit te komen. Hij had om een kantoorrenovatie gevraagd, waarvoor een subsidie van 50% was verkregen van de overheid, waar tegenover dan nog 50% van de gemeente nodig was, om een kantoor om te zetten naar woongebied, eigenlijk avant la lettre, gelet op datgene waarmee de gemeente nu bezig is. Het is echter afgewezen, met als argument dat het geen kantoorgebouw is. Er is hem ook geweigerd er een garagebedrijf in te vestigen, terwijl er op dit ogenblik een garagebedrijf in is gevestigd. Voorts is hem geweigerd een bepaalde huurder aan te nemen, Light of Spirit of iets dergelijks. Die huurder heeft hij weg laten gaan, maar in hetzelfde pand van de gemeente is nu die zelfde huurder gevestigd! Ten slotte merkt hij op dat het UWV, de opvolger van het CWI, uit de gemeente weg wilde gaan omdat men was vergeten de huur op te zeggen. Ze hebben de gemeente onder druk gezet – ten bewijze daarvan kan hij brieven overleggen van de gemeente –, maar hij heeft het willen behouden. Zijn beloning voor een huurderving van meer 70.000/80.000 euro is dat hij nu hier moet komen om maatschappelijke functies te bepleiten met gewone functionaliteit.

Hij verzoekt de gemeente daarin te bewilligen. Zou het niet lukken, dan staat hem alleen nog de weg naar de rechter open. Mevrouw DUBRAVKA-BARELJOKOVIC zet uiteen dat zij als allochtone Nederlandse mede-eigenaar is van het pand waarover de heer Guijt zojuist het woord heeft gevoerd. Ook zij wil graag een

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

4

maatschappelijke functie voor haar gebouw. Ze is yogadocente en heeft in het gebouw een hele mooie studio voor yogalessen, maar tot voor kort was dat niet toegestaan, omdat het ook als sport werd beschouwd, of een maatschappelijke functie had. Nu is het omgezet in ‘gezondheidssector’, wat ook kan, en is het wel toegestaan. Ze is echter ook muziekdocente en wil graag les geven in het gebouw dat zij nu eenmaal heeft. Voor haar is het een bron van inkomsten. Als ze hiervoor elders ruimte moet huren, kost het haar geld en tegenwoordig is het moeilijk zoveel te verdienen dat je je huur nog kunt betalen. Zij wil dus graag dat haar de mogelijkheid wordt geboden in haar gebouw muziekles te geven. Daarnaast wil zij een koor oprichten, want ze is ook koordirigente, maar dat alles kan nu niet omdat in het gebouw geen maatschappelijke functie is toegestaan. De heer ZEELENBERG stelt zich voor Eldert Zeelenberg, predikant van een multiculturele kerk in Capelle. Daarvoor wordt al elf jaar een gebouw gehuurd van de Oosterkerk in de wijk Oostgaarde. De kerk wil iets betekenen voor Capelle, en zeker voor de omgeving. Ze doet dat al een jaar of vijf, vooral in de Hoekenbuurt, waar bijvoorbeeld elke maand voor de bewoners wordt gekookt, meet & greetochtenden worden georganiseerd, elk jaar een Kerstspecial, enz. enz. Op 26 augustus jl. zijn bijna 300 kinderen naar de kindermiddag gekomen.

Bewoners ervaren dat als zeer positief. De activiteiten worden ontplooid vanuit het buurthuis De Trefhoek, maar die ruimte is zeer beperkt. De kerk die wordt gehuurd kost geld, men kan er z’n spullen niet kwijt en is daarom al anderhalf jaar op zoek naar een eigen gebouw. Het ligt voor de hand dan op internet te gaan kijken en op zeker moment kwam men in contact met iemand die een bedrijfspand te koop had aan De Mient. De onderhandelingen daarover zijn al ver gevorderd. Op de website van de gemeente heeft hij nagegaan wat wel en niet mag en nergens heeft hij kunnen vinden dat maatschappelijke organisaties niet welkom zouden zijn. Ook vanavond heeft hij het nog eens uitgeplozen, maar het staat er echt niet op. Vanmiddag heeft hij alleen van iemand van de gemeente gehoord dat maatschappelijke organisaties niet zijn toegestaan. Toen hij belde om nadere informatie in te winnen, is hij er ontzettend van geschrokken, omdat men inmiddels al bijna anderhalf jaar bezig is om fondsen te werven. Zo heeft de Van Cappellen Stichting, die het initiatief ondersteunt, een ruim bedrag toegezegd. Hij begrijpt niet dat een kerk, die een ontmoetingscentrum wil oprichten aan De Mient, dat elke dag open wil zijn voor de bewoners, waar men voor de bewoners wil koken en waar men de mensen elke dag wil ontmoeten, door de gemeente niet wordt toegestaan.

Vanavond houdt hij dan ook een dringend pleidooi om alstublieft het bestemmingsplan nog eens te bekijken. Het kan toch niet zo zijn dat er nieuwbouw gepleegd wordt en dat een ontmoetingscentrum wordt uitgesloten van een bewonerswijk. Op de site van de gemeente bij Tien van De Mient staat bij punt 6 dat er minimaal één ontmoetingsplek voor de bewoners en de ondernemers van De Mient zal komen. Zijn vraag is: mag de kerk De Doorbraak, als multiculturele kerk, die ontmoetingsplek gaan vervullen aan De Mient voor de bewoners aan de Middelwatering? 4. Gemeenschappelijke regelingen. DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen. 5. Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan De Mient (918057). De heer VAN BUREN memoreert dat het plan voor De Mient bij aanvang van de discussie met applaus werd begroet, omdat een gebiedje tot experimenteergebied werd verklaard, met de bedoeling om in afwijking van de gebruikelijke ruimtelijke inrichting van de gemeente de energie die bij bewoners bestaat los te laten gaan en daarvoor de ruimte te geven. Ongetwijfeld zal het dingen meebrengen die die men in de normale woonwijken van Capelle niet tegen zal komen, maar die wel ongewone, interessante combinaties met zich kunnen brengen.

In die nieuwe economie zullen het soms combinaties zijn die niet altijd in de oude traditionele regels te vatten zijn, ook al wordt het geprobeerd, waardoor met de voorbeelden die zijn verstrekt soms wat definitiekwesties ontstaan. De creativiteit die de ruimte moet krijgen mag dan echter niet al te zeer belemmerd worden door regels, omdat dat niet past bij het karakter dat werd voorgestaan toen de wethouder verder met het idee aan de slag is gegaan. De discussie over maatschappelijke doelstellingen is dan wel een wezenlijke. Het geval dat de heer Zeelenberg aandroeg was hem al ter ore gekomen en hij vraagt zich af waarom dat soort functies niet gewoon een plek wordt gegeven. Als dat tot vragen leidt – in het stuk dat de raad is voorgelegd wordt bijvoorbeeld gesteld dat het een verkeersaantrekkende werking zou hebben –, komt het eerder aan op de vraag hoe daarmee kan worden omgegaan, terwijl wel ruimte wordt geboden voor een interessant mengsel van functies die eigenlijk op een heel eigen manier stedelijk van aard zijn, waar in de rest van Capelle grotendeels monofunctionele gebieden voorkomen. Geef het experiment daarom vooral de ruimte om hier van alles en nog wat te doen. Natuurlijk mag het er niet toe leiden dat hier ineens een chemische fabriek van de grond komt, maar het uitsluiten daarvan is door milieucategorie 2 voldoende gegarandeerd.

Maatschappelijke voorzieningen en vormen van

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

5

economie en activiteit die daar tegenaan schurken hoeven met dit bestemmingsplan echter niet dichtgegooid te worden. Mevrouw KING-DE HOOG zegt de insprekers dank voor hun heldere bijdragen. Namens Leefbaar Capelle kan zij geheel onderschrijven wat de heer Van Buren over maatschappelijke functies heeft opgemerkt. In een woon-werkgebied waarin men z’n creativiteit kwijt moet kunnen behoort ook plaats te zijn voor de maatschappelijke functies die door de insprekers zijn bepleit. Ze begrijpt wel dat zo’n maatschappelijke functie verkeersaantrekkend kan zijn, maar waar hier een voormalig CWI gevestigd is geweest, dat ook veel verkeer aantrok, moet het mogelijk zijn iets te bedenken om dit verkeer beter te geleiden, enz. Voor het overige passen haars inziens alleen maar complimenten voor het mooie plan. Nieuwsgierig is zij wel wat in het plan bedoeld wordt met een gemakswinkel en een afhaalpunt voor niet dagelijkse artikelen. De heer VAN LOEF verzekert dat de VVD in aanvang erg enthousiast was over de ontwikkelingen met betrekking tot De Mient, wat overigens misschien nog wel steeds zo is. In eerste instantie ging het daarbij wat de VVD betreft met name over de vrije kavels die hier welstandsvrij mogen worden neergezet: welstandvrij in zoverre dat wel voldaan moet worden aan het kader vastgelegd in de tien punten van De Mient.

Gaandeweg ontstond daarover blijkbaar een interpretatieverschil, in eerste instantie bij de eerste kopers van de kavels, die elkaar aankeken en tot de conclusie kwamen dat het wel erg veel op elkaar leek en zich afvroegen of het niet een soort eenheidsworst zou worden. Vervolgens ontstond discussie over een auto-importbedrijf dat er wel of niet zou mogen komen. Uiteindelijk kon de man er gelukkig z’n bedrijf starten en doet er nu goede handel. En ineens ontstaat nu weer discussie over de tien punten van de Mient, ditmaal over het al dan niet toestaan van maatschappelijke functies. Vraag is nu hoe de tien punten van De Mient moeten worden geïnterpreteerd. Zijn ze voor mererlei uitleg vatbaar en wat betekent dat voor mensen die in het gebied zijn geïnteresseerd? De heer BERGMAN merkt op dat bij het lezen van het stuk en het aanhoren van de insprekers bij hem dezelfde vragen zijn gerezen over de maatschappelijke functies. Voor het niet toestaan daarvan wordt onder andere de verkeersoverlast als argument aangevoerd, maar tegelijkertijd worden detailhandel en andere zaken niet uitgesloten. Wat dan als er bij wijze van spreken zo’n bruisende winkel ontstaat dat er opeens honderd auto’s voor de deur staan? Ook voor de kerk, die een ontmoetingsplek wil zijn, zou zijns inziens plaats moeten zijn.

Hij vraagt zich af of er gesprekken zijn gevoerd tussen de gemeente en de insprekers om de mogelijkheden te onderzoeken. Is er bijvoorbeeld een mogelijkheid tot samenwerken, kan de gemeente wellicht bepaalde zaken onderbrengen bij de ondernemers die er al zitten? Hij pleit ervoor (cultureel) ondernemerschap vooral niet te ontmoedigen, maar juist door te zetten. De heer EILANDER constateert dat de drie zienswijzen die op het bestemmingsplan zijn ingediend ambtelijk goed zijn ingericht, zodat wat dat betreft het bestemmingsplan zonder bezwaar kan worden vastgesteld. Tot zijn stomme verbazing krijgt het vraagstuk van de maatschappelijke functies op de laatste avond nu nog een wending. Hij wijst erop dat ook het oude bestemmingsplan geen maatschappelijke functies toestond, zodat er wat dat betreft niets nieuws aan de hand is. Blijkbaar hebben echter al een aantal ondernemers hier een maatschappelijke functie uitgevoerd – gedoogd of niet, dat hoort hij graag van de wethouder – en vraag is nu of zij daaraan bepaalde rechten kunnen ontlenen voor het nieuwe bestemmingsplan. Hij is heel benieuwd hoe de wethouder zal reageren op de bijdragen van de insprekers, waarna hij in tweede termijn nader zal bezien hoe hiermee moet worden omgegaan. De heer GELEIJNSE jr. sluit zich daarbij aan.

De heer VAN BUUREN trok bij het bestuderen van het stuk de conclusie dat het de bekroning is van een proces waarin een heel mooi traject van gebiedsontwikkeling formeel wordt gestold in een bestemmingsplan. Het gebiedspaspoort biedt daarvoor ook goede hoop, omdat daarin gesproken wordt over een geleidelijk transformatieproces, waarop de notie van handhaven helemaal niet zo goed aansluit. Er wordt een grote mate van vrijheid geboden, zelfs ruimte voor culturele of maatschappelijke functies – zo staat het expliciet in het concept-gebiedspaspoort. Kennelijk moet ook hij ergens iets hebben gemist, want blijkbaar is gaande het traject geconcludeerd dat maatschappelijke functies toch niet verenigbaar zijn met de gewenste transformatie van De Mient. Net als zijn collega’s is hij daarom erg benieuwd naar de uitleg van de wethouder op dit punt. Bij wijze van voorschot kan hij al wel zeggen dat het tijdens het traject nooit de intentie van zijn fractie is geweest om deze functies hier zo bewust te gaan weren.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

6

Wethouder VAN SLUIS zegt om te beginnen de insprekers dank voor hun inbreng. Het is duidelijk dat een aantal raadsleden daarover nogal verbaasd zijn en hij zal proberen daarop zo goed mogelijk in te gaan, waar nodig met assistentie van de heer Bakker. Allereerst merkt hij aan het adres van mevrouw King op dat bij een gemakswinkel gedacht moet worden aan een klein kruidenierswinkeltje of iets dergelijks, waar je even snel een laatste boodschap kan halen; zeg: een to go-winkel. Het is een voorziening die in een dergelijk gebied goed kan worden toegestaan. Wellicht is het een goede opmaat om te duiden wat de bedoeling is met dit gebied. De hele opzet van de transformatie van De Mient is erop gericht om de woon/werk-situatie hier de vrije hand te geven. Als hierin ook maatschappelijke functies zouden worden toegelaten, moeten die in relatie worden gezien met de woon/werk-situatie. Het gaat dan veel meer om de functionaliteit die gekoppeld is aan het werken, en eventueel het gebruik aan huis. Waar in het gebied nog wat oudere panden staan, en op de hoek ook bedrijfsunits, kan de vraag worden gesteld of die relatie in het bestemmingsplan voor het hele gebied exact is uitgewerkt. Het college is van mening dat dat inderdaad het geval is, omdat een aantal functies hier wel degelijk mogelijk is.

Het geven van yogalessen bijvoorbeeld, waarover mevrouw Dubravka sprak, is in het nieuwe bestemmingsplan gewoon mogelijk. Voor muzieklessen geldt hetzelfde en zo zijn er nog wel meer functies te noemen met een relatie naar werk die in het gebied zijn toegestaan, vooropgesteld dat geen afbreuk wordt gedaan aan de kleinschaligheid die het gebied in zich heeft. De uitgangspunten daarvoor zijn vastgelegd in de tien punten van De Mient. De heer VAN LOEF bespeurt daarover toch enige onduidelijkheid. Eerder heeft hij een aantal casussen voorgelegd waarbij die tien punten iedere keer multi-interpretabel bleken te zijn. Hij vraagt zich echt af of het voor iedereen duidelijk is wat met die tien punten wordt beoogd. Wethouder VAN SLUIS repliceert dat met deze wijziging van het bestemmingsplan wordt beoogd daaraan te voldoen. Een aantal zaken die er eerder waren, en soms gedoogd zijn, zijn in het huidige bestemmingsplan niet meer mogelijk en daarop is ook geacteerd. Ook functies die door de gemeente zelf zijn gehanteerd kunnen volgens het huidige bestemmingsplan eigenlijk niet meer. Bij de bestemmingsplanwijziging is de ruimte geboden om een verplaatsing mogelijk te maken, en daarvoor is ook tijd gegeven, maar ze moeten wel weg. Denk bijvoorbeeld aan de eigen Voedselbank en de Kringloopwinkel die er heeft gezeten.

Ook de kerkelijke activiteiten waarop een van de insprekers doelde en die daar overlast creëren, zouden op die manier niet meer kunnen plaatsvinden. De heer VAN BUUREN heeft de wethouder horen zeggen dat maatschappelijke functies die gerelateerd zijn aan de beoogde woon/werk-functie van het gebied toegestaan blijven worden en dat overlastgevende functies zullen worden geweerd. Bij het laatste kan hij zich iets voorstellen, maar het eerste vindt hij een buitengewoon ambigue categorie. Op basis van welke criteria wordt nu beoordeeld dat yogalessen hier wel horen en bijvoorbeeld een gemeentelijke kantoorfunctie voor het UWV niet? Mevrouw KING-DE HOOG sluit zich hierbij aan. Zij vraagt zich bijvoorbeeld af waarom yogalessen wel aan huis mogen worden gegeven en een taalcursus aan mensen niet. Wethouder VAN SLUIS weerspreekt dat hij zou hebben gezegd dat taallessen niet mogen. Het gaat om functies die aan huis of werk gerelateerd zijn. Dat daarover geen honderd procent duidelijkheid bestaat, erkent hij.

Sterker nog: er is sprake van een grijs gebied, maar dat komt ook overeen met een van de wensen van de raad, die in dit gebied de ruimte wil geven voor dat soort ontplooiingen, zo lang ze geen onrecht doen aan de woonfunctie die in het gebied onmiskenbaar aanwezig is .Grotere functies die een sterke aantrekkingskracht hebben en bijvoorbeeld overlast opleveren ten aanzien van parkeren zullen echter moeten worden voorkomen en het is verstandig dat nu ook te omschrijven in het bestemmingsplan. De heer VAN BUREN komt terug op wat de wethouder eerder heeft geantwoord op de vraag van mevrouw King naar de betekenis van een gemakswinkel. Als voorbeeld werd daarbij een to go-winkel genoemd. Zo’n to go-winkel zit meestal op een station en moet het hebben van een enorme hoeveelheid traffic. Hoe is dan uit te leggen dat een gemakswinkel in de vorm als door de wethouder zelf aangeduid wel zou kunnen en een andere verkeersoverlast veroorzakende voorziening niet? Wethouder VAN SLUIS verduidelijkt dat hij natuurlijk niet heeft gedoeld op een AH to go. Het bestemmingsplan wil de ruimte bieden om een kleinschalig woongebied tot ontplooiing te brengen, met ook werkfuncties. Het spreekt vanzelf dat er dan ook kleine functionaliteiten nodig zijn. Als iemand er dan een winkeltje wil beginnen, is het voor de gemeente irrelevant of daarmee ook omzet kan worden gedraaid.

Zij wil slechts de mogelijkheid bieden dat iemand tot die ontplooiing kan komen. De ruimte die in het gebiedspaspoort is gevraagd voor de ontplooiing van dit gebied voorziet in een maximum van bijvoorbeeld 250 m2. Mevrouw KING-DE HOOG vraagt of dan niet ook de maatschappelijke functies kunnen worden onderverdeeld in categorieën, zodat duidelijk is dat bijvoorbeeld taallessen, yogalessen en andere kleinschalige activiteiten die vanuit huis kunnen worden gedaan, zijn toegestaan. Wethouder VAN SLUIS verzoekt de heer Bakker hierop in te gaan. De heer BAKKER zet uiteen dat het gebiedspaspoort wonen en werken als uitgangspunt hanteert. Bij elk bestemmingsplan wordt een staat van bedrijfsactiviteiten toegevoegd, waarop steeds is

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

7

aangegeven welke functies zijn toegestaan, variërend van veeteelt tot aan metaalbewerking. Aan de hand van die lijst is beoordeeld welke bedrijfsmatige activiteiten een maatschappelijke functie in zich kunnen hebben. Yogalessen en muzieklessen bijvoorbeeld zijn kleinschalige activiteiten die passen binnen het gebied. Bepaalde grootschalige functies, zoals bijvoorbeeld een locatie voor feesten of trouwerijen, zijn eruit gehaald. Zo is die hele lijst doorgelopen. De heer BERGMAN vraagt of hij hieruit mag opmaken dat de insprekers, die hier het woord hebben gevoerd omdat ze zich ongehoord voelen en het idee hebben dat ze hun werkzaamheden moeten staken als dit bestemmingsplan van kracht wordt, zich geen zorgen meer hoeven te maken. Wethouder VAN SLUIS deelt mede dat de betrokken partijen aan de voorkant op de hoogte zijn gesteld van wat wel en niet mogelijk is. De heer BERGMAN heeft de wethouder eerder horen zeggen dat kleinschalige activiteiten zijn toegestaan. Van de insprekers heeft hij begrepen dat hun activiteiten kleinschalig zijn en de PvdA is van mening dat die mogelijk zouden moeten zijn. Hij verzoekt de wethouder nu duidelijk aan te geven of zij hier wel of niet iets kunnen doen. Wethouder VAN SLUIS herhaalt dat yogalessen en muzieklessen, waarvoor is gepleit door mevrouw Dubravka, zijn toegestaan.

Van de kerkelijke activiteiten waarvoor heer Zeelenberg een pleidooi heeft gehouden heeft hij vandaag voor het eerst kennis genomen en zijn eerste reactie is dat die niet kleinschalig zijn te noemen. Wetend hoe actief de kerken in Capelle aanwezig zijn, en wat dat met zich meebrengt, meent hij dat het op deze plek gewoon niet past. Tegelijkertijd is de gemeente altijd bereid mee te kijken hoe dergelijke activiteiten in Capelle aan den IJssel wellicht bij elkaar kunnen worden gebracht. Er zijn gebouwen, niet van de gemeente zijnde, waarvan bekend is dat dit soort activiteiten er wel in past, omdat andere partijen die in dat soort gebouwen zitten de exploitatie niet rond kunnen krijgen. Dat zou wel eens heel dicht bij elkaar kunnen zitten in het gebied waarover de heer Zeelenberg sprak. In het Mient-gebied echter zal het, gelet op de letter van de beoogde regelgeving, een moeilijk verhaal worden. De heer VAN BUREN haakt in op de passage die de heer Van Buuren citeerde uit het gebiedspaspoort, waarin gewag wordt gemaakt van maatschappelijke en culturele functies. Zonet beperkte de wethouder dat echter tot wonen en werken, met de opmerking dat alles wat eromheen plaatsvindt vooral kleinschalig moet zijn. Wonen en werken staat echter voorop.

Verdwijnt daarmee het maatschappelijke en culturele nu uit het bestemmingsplan, of wordt het gebiedspaspoort nog steeds nageleefd en worden allerlei vormen van culturele en maatschappelijke activiteiten wel toegestaan? Wethouder VAN SLUIS beantwoordt de laatste vraag bevestigend, voor zover het past in de kleinschaligheid van wonen/werken, gerelateerd aan de woonsituatie en de werksituatie die daar aanwezig zijn. De heer VAN BUREN werpt tegen dat het gebied nu al bepaalde grootschalige functies kent. Promen bijvoorbeeld heeft er met honderden medewerkers heel lang gezeten en er waren ook andere bedrijven gevestigd met de nodige vervoersbewegingen. De mate waarin alles nu ineens kleinschalig moet, haalt mogelijk ook wat van de kansen weg die uiteindelijk door ondernemers gezocht zullen worden. De heer VAN LOEF verzoekt de wethouder eens een voorbeeld te geven van wat precies onder een ontmoetingsplek moet worden verstaan. Mevrouw KING-DE HOOG voegt hieraan het verzoek toe om de beoogde kleinschaligheid te definiëren. Wethouder VAN SLUIS herinnert voor wat het laatste betreft aan de vierkante meters die hij eerder heeft genoemd.

Tot de heer Van Loef merkt hij op dat bij een ontmoetingsplek gedacht moet worden aan de economische samenhang van bedrijven die het belangrijk vinden een contactmoment te hebben, bijvoorbeeld om een kop koffie met elkaar te drinken en tegelijkertijd zaken te doen. De heer Van Buren wijst hij erop dat niet voor niets een aantal voorzieningen zijn verplaatst die er voorheen waren, en waarvan het toen al de vraag was of ze er überhaupt op die manier mochten zitten. De heer VAN BUUREN moet zeggen dat hij wat worstelt met het feit dat sinds de behandeling van het gebiedspaspoort kennelijk een denkproces heeft plaatsgevonden dat tot deze uitslag heeft geleid. Destijds heeft hij ingestemd met ruimte voor maatschappelijke functies, een geleidelijke transformatie en een levendig gebied – allemaal citaten uit het gebiedspaspoort – en hij begrijpt best dat in het zoekproces om een en ander te concretiseren bepaalde keuzes gemaakt moeten worden, maar nu voelt hij zich hierdoor nogal overvallen.

Wellicht heeft het te maken met de manier waarop deze procedure is ingestoken, bijvoorbeeld zonder een nota van uitgangspunten voor deze bestemmingsplanherziening, waardoor men nu geconfronteerd wordt met een nadere exegese van het gebiedspaspoort waarvan je je kunt afvragen of die keuzes allemaal kunnen worden gedeeld en of er een helder en transparant afwegingskader is dat aan iedereen kan worden uitgelegd. Hij kan zich voorstellen dat initiatiefnemers op een gegeven moment teleurgesteld moeten worden, maar

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

8

anderzijds was dit nu bij uitstek het gebied waarin men wilde gaan experimenteren met wat er van onderop ontstaat en daartoe lijkt het maken van dit soort keuzen zich heel slecht te verhouden. Wethouder VAN SLUIS verbaast zich erover dat heer Van Buuren nu gewag maakt van het ontbreken van een nota van uitgangspunten voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Zo’n nota bevat namelijk alleen hoofdlijnen en kent een veel hoger abstractieniveau dan met elkaar was afgesproken in het gebiedspaspoort, dat door de raad is vastgesteld. De heer VAN BUUREN bevestigt het laatste, maar voegt eraan toe dat er nu licht blijkt te zitten tussen de keuzen die thans zijn gemaakt en de uitgangspunten die in het gebiedspaspoort zijn geformuleerd. Wethouder VAN SLUIS werpt tegen dat de tekst van het concept-bestemmingsplan nog steeds de ruimte biedt die in het gebiedspaspoort is afgesproken, zij het dat die meer in de kleinschaligheid ligt opgesloten en niet in grootschaligheid. De heer VAN BUUREN persisteert bij zijn constatering dat uit het gebiedspaspoort een ruimere exegese blijkt dan nu gehanteerd wordt. Hij tornt niet aan het recht om een nadere exegese / nadere inperking te maken, maar het overvalt hem wel en er moet nu een beslissing over worden genomen. Ook uit de vragen die vanavond zijn gesteld leidt hij af dat de raad onvoldoende is meegenomen in het keuzeproces.

De keuzes moeten ook kunnen worden uitgelegd aan de Capellenaar, aan mensen die er al lang en breed zitten en aan degenen die hier nieuwe initiatieven willen starten. Eerlijk gezegd vindt hij het prematuur om daarover nu een beslissing te nemen. Wethouder VAN SLUIS stelt vast dat vanavond geen beslissing wordt genomen, maar dat dat later in de raad gebeurt. Dat de heer Van Buuren hierdoor verrast wordt, vindt hij vervelend, omdat men juist aan de voorkant heel erg met dit proces is geweest, en daar was iedereen bij. Daarnaast vindt hij het opvallend dat nu alleen naar allerlei beperkingen wordt gekeken en dat met geen woord wordt gerept over nieuwe functies die worden toegevoegd die er voorheen niet waren, juist om dit gebied een impuls te geven. De heer SARITAS citeert op pagina 71 van de digitale versie: “Wij verwachten niet dat de vestiging van maatschappelijke functies gepaard gaat met investeringen in het gebied en daarom worden deze functies niet toegestaan.” Als duidelijk wordt gemaakt dat kleinschalige maatschappelijke functies wel zijn toegestaan en deze zin wordt geschrapt, of gewijzigd, door het woord ‘niet’ te schrappen, is het probleem volgens hem opgelost. Wethouder VAN SLUIS meent dat het wel wat genuanceerder ligt, maar merkt overigens op dat hiermee wel een punt wordt aangesneden dat mede reden is om die functies niet toe te staan.

Maatschappelijke functies moeten in zo’n gebied ook kúnnen opereren en helaas moet vaak worden geconstateerd dat ze alleen overeind kunnen worden gehouden als ze ergens terecht kunnen met een heel lage huur. De heer VAN BUUREN verzekert dat de kritische opmerkingen die hij heeft gemaakt niets afdoen aan de waardering die hij heeft voor alle mooie dingen die hierin ook geregeld worden. Wat de maatschappelijke functies betreft, benadrukt hij dat de maatschappelijke waarde daarvan niet onderschat mag worden. Het gaat niet alleen over economische waarde en investeringswaarde, maar ook over de public value die hier gerealiseerd kan worden met maatschappelijke functies, die misschien de schaal van dit buurtje overstijgen, maar wel degelijk renderen voor de Capellenaar. Hij is nog zoekende naar een afweegkader, waarin de wethouder ook uitlegt wat wel en niet wordt toegestaan in dit gebied. Het lijkt hem goed daarover met elkaar te praten alvorens in de gemeenteraad een besluit te nemen over dit stuk. Tweede termijn De heer EILANDER vermoedt dat sommigen bij het aanhoren van de heer Zeelenberg wellicht hebben gedacht dat er een nieuwe kerk in het gebied zou komen. Als hij de inspreker goed heeft begrepen, ligt het echter wat anders: er ís een kerk en die zoekt ruimte om een aantal activiteiten vanuit de kerk door vrijwilligers, en wellicht door de buurt, te kunnen oppakken.

Of een kindermiddag met 300 kinderen dan zo handig is in deze buurt, gegeven de verkeersaantrekkende werking, is de vraag, maar een eetclubje voor mensen uit de buurt is toch een activiteit met een kleine maatschappelijke functie die zijns inziens toegestaan zou moeten kunnen worden. Iedereen wil dat vrijwilligers de handschoen oppakken voor dit soort activiteiten, ontmoeting in de buurt, sociale cohesie, en noem alles maar op. Dit is nu zo’n activiteit en waarom zou die niet gefaciliteerd kunnen worden op een manier die past in het gebiedspaspoort? De heer BERGMAN merkt op dat er momenteel projecten lopen waar meer dan honderd mensen per dag terecht kunnen. Dat zo zijnde, vraagt hij zich af waarom de projecten die hier zijn genoemd dan niet worden toegestaan. Hij herhaalt zijn vraag of de gemeente gesprekken heeft gevoerd met de betrokken initiatiefnemers en, zo ja, wat daar dan is besproken. De heer GELEIJNSE jr. moet het van het hart dat de huidige tendens wat hem betreft iets te negatief wordt. Het voorliggende bestemmingsplan kan er zijns inziens in principe prima voor zorgen dat er een gebied gerealiseerd dat iedereen voor ogen heeft. Volgens hem is er ook nog voldoende wél

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

9

mogelijk, ook al zal, gezien de kleinschaligheid, overlast voorkomen moet worden. Gezien de stemming in deze commissie, vermoedt hij dat het een bespreekpunt zal worden in de raad en wellicht kan in de tussentijd dan nog even gekeken worden naar de grijze gebieden, die inmiddels al wel even kort zijn toegelicht, maar wat hem betreft nog niet voldoende duidelijk zijn. Hij neemt aan dat voor de huidige gebruikers die in de problemen zouden kunnen komen, voor een oplossing gezorgd zal worden. De heer VAN BUREN releveert dat hier een gebiedje wordt gecreëerd waarin geëxperimenteerd moet kunnen worden. Het is geen eilandje in een oceaan, geen autarkische samenleving, maar maakt gewoon onderdeel uit van heel Capelle en is wat dat betreft ook toegankelijk voor heel Capelle. Wat dan grootschalig en kleinschalig is, is heel moeilijk te definiëren. De wethouder noemde zojuist een oppervlakte van 250 m2, maar de oppervlakte van de stand bij Albert Heijn is stukken kleiner en haalt dat soort aantallen bezoekers zeker op een dag. Waarom zou men dan een ondernemer die voor dit gebied met een aantrekkelijk concept komt weigeren? Vanuit dat perspectief is hij minder huiverig voor wat nu ineens grootschalige voorzieningen worden genoemd. Op een oppervlakte van 250 m2 kunnen heel wat mensen worden ontvangen. Hij vraagt zich zelfs af of de grote zaal van Capsloc wel die oppervlakte bereikt.

Wat dat betreft kan zo’n voorziening als door de heer Zeelenberg omschreven heel goed aansluiten bij de buurt, een buurt die echt groter is dan het eilandje Mient, want daarnaast ligt ook een buurt waarin volgens hem veel mensen wonen die behoefte hebben aan zo’n voorziening. De heer VAN BUUREN legt de wethouder de vraag voor wat er mis kan gaan wanneer in De Mient ruimhartig ruimte wordt geboden voor maatschappelijke functies, In hoeverre staat dat op gespannen voet met het woonleefmilieu dat hier wordt beoogd? Zou het niet eerder versterkend kunnen werken voor het concept? Misschien zou het antwoord op die vraag kunnen helpen bij het vinden van een soort redeneerlijn op basis waarvan dan in specifieke gevallen de afweging kan worden gemaakt: deze wel en deze niet. Wethouder VAN SLUIS zegt zich voor een groot deel te kunnen vinden in de woorden van de heer Eilander. Zoals eerder al opgemerkt, is het pleidooi van de heer Zeelenberg hem vandaag pas ter ore gekomen. Als het vandaag beoordeeld zou moeten worden, zou het er, kijkend naar de huidige bestemming, niet goed uit zien, maar in de nieuwe bestemmingssituatie zou het, de combinatie van kleinschaligheid en maatschappelijkheid in acht nemend die gerelateerd is aan werken en wonen, wellicht wel kunnen. Nu kan hij dat echter nog niet beoordelen. Eerst zal eens nagegaan moeten worden wat het precies met zich meebrengt.

De nadere duiding waarop de heer Van Buuren heeft aangedrongen wil hij graag proberen in de tijd die nog rest tot aan de raadsvergadering te formuleren, om die te kunnen meegeven voordat in de raad het besluit wordt genomen. Hij vermoedt dat iedereen hetzelfde bedoelt, maar het is best wel eens lastig om dat op de beste manier te framen. Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling mensen tekort te doen. Dat is helemaal niet aan de orde. Wel zal in het bredere perspectief moeten worden beoordeeld wat men wil met dit gebied en welke functies daaraan als versterking kunnen worden toegevoegd in relatie tot het wonen en werken. Voorkomen moet echter worden dat er functies in het gebied komen die alleen maar tot last c.q. overlast kunnen leiden, want ook dan is het huiswerk niet goed gedaan. Dat is ook de reden waarom al een aantal stappen zijn gezet, en dat lijkt hem goed, omdat in het verleden ook wel eens geconstateerd moest worden dat een aantal stappen minder goed zijn gedaan. De heer EILANDER concludeert dat het na dit antwoord van de wethouder mogelijk moet zijn de goede kant op te gaan. De heer VAN BUUREN zegt de wethouder dank voor diens toezegging een nadere duiding te zullen formuleren. Wat hem nu nog even doet twijfelen, is of het mogelijk zal zijn om daarover vervolgens direct in de raad te spreken.

Het is beslist niet zijn bedoeling de voortgang uit het dossier te halen, want hij begrijpt heel goed dat de initiatiefnemers zitten te wachten op vaart in het proces, maar het is niet ondenkbaar, gegeven de discussie die nu is gevoerd, dat er straks behoefte aan zal bestaan om over die nadere duiding nog van gedachten te wisselen en het is de vraag of een raadsvergadering zich daarvoor leent. Hij heeft het gevoel dat het veel meer in de rede ligt om hieraan nog een commissievergadering te wijden, voordat het in de raad aan de orde wordt gesteld. Van de wethouder wil hij daarom graag weten of er dingen mis kunnen gaan als hiermee eventueel wordt gewacht tot de volgende commissievergadering. Wethouder VAN SLUIS vreest daarop nu geen antwoord te kunnen geven, omdat er ook een verantwoordelijkheid bestaat voor de afspraken die zijn gemaakt met mensen die hier kavels hebben afgenomen en voortgang in het geheel wensen. Hij weet dat de heer Bakker momenteel druk bezig is met de vraag wanneer er geleverd kan worden en of dat in overeenstemming kan met de juiste voorbelasting. Het is hem daarom niet mogelijk nu de consequenties te beoordelen van het doorschuiven van het stuk naar de volgende commissie- en raadsvergadering. Zelf geeft hij er de voorkeur aan het stuk in de a.s. raadsvergadering aan de orde te stellen.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

10

De heer VAN BUREN stelt vast dat hij vandaag met twee verrassingen is geconfronteerd. Ten eerste is dat de te loven eerlijkheid van de wethouder, die aangaf dat hier dingen zijn gebeurd die eigenlijk niet volgens de regels waren. Als raadslid heeft hij nu behoefte aan een overzicht van de zaken waarbij de gemeente zich niet heeft gehouden aan de regels die wel nageleefd hadden moeten worden en wat daarbij ook in de handhaving fout is gegaan. De tweede verrassing is dat de wethouder klaarblijkelijk afspraken met externen maakt waaruit financiële schade kan voortvloeien als het democratische proces niet de ruimte krijgt die het nodig heeft. Juist bij dit soort deals hoort dat een soort voorwaarde te zijn die met externe partijen dient te worden gecommuniceerd. De heer VAN BUUREN meent de wethouder te hebben horen zeggen dat hij eerst wil inventariseren wat de gevolgen zouden kunnen zijn van een uitstel van de besluitvorming. Hij stelt voor dat te doen en de uitslag daarvan aan de commissie te doen toekomen, om op basis daarvan te bezien wat er verder moet gebeuren. Volgens hem geeft een deel van de commissie er de voorkeur aan om hierover nog een keer in commissieverband te praten. Als de wethouder zegt dat het echt nodig is dat er in de komende raadsvergadering een besluit over wordt genomen, hoort hij dat graag.

Wethouder VAN SLUIS verduidelijkt dat hij geen toezegging heeft willen doen die consequenties zou kunnen hebben. Dat heeft echter niets te maken met een proces met financiële consequenties e.d.; dat is echt een onzinverhaal. Het is duidelijk dat iedereen een goede afweging wil kunnen maken en als dat kan, zal het ook op die manier georganiseerd worden. Op dit moment kan hij het niet overzien en dat zal hij dus nader moeten bezien. Kan het niet, dan zal hij het proces moeten blijven volgen zoals het is. De heer VAN BUREN stelt vast dat de wethouder gewag heeft gemaakt van financiële consequenties… Wethouder VAN SLUIS wijst erop dat hij heeft gezegd dat het consequenties zou kunnen hebben. Het zou toch raar zijn als hij zelfstandig, op advies van een commissie, een keuze zou maken waarop hij later afgerekend kan worden als blijkt dat er daadwerkelijk consequenties zijn! Dat is de grootste onzin die er bestaat, zoals de heer Van Buren heel goed zou moeten weten! De heer VAN BUREN repliceert dat de toon van de reactie zijn twijfel over wat de wethouder heeft gezegd alleen maar versterkt. De heer SARITAS constateert als pragmaticus dat uitstel van één raadsvergadering zou leiden tot behandeling van het voorstel in november, waarmee volgens hem, gelet op de termijnen, het college, en met name de wethouder, zeker moeite zal hebben.

Hij roept de raad op hiermee het college niet in de problemen te brengen. Er zijn wel tussenoplossingen denkbaar. De wethouder kan een nadere duiding formuleren en voorleggen en als die niet naar voldoening is, kan altijd nog een amendement op het stuk worden ingediend. De heer BERGMAN spreekt zich daartegen uit. Het is mooi dat de heer Saritas voorstelt een amendement in de raad in te dienen, waarbij de stemmen van Leefbaar Capelle en VVD al voldoende zijn voor een meerderheid, maar daar is de PvdA geen voorstander van. Hij pleit ervoor de nadere duiding eerst aan de commissie voor te leggen, voordat het naar de raad wordt gebracht. Mocht dat om een of andere reden niet lukken, dan stelt hij voor na de raadsvergadering een bijeenkomst te beleggen om nader over dit ene onderdeel te spreken. Met uitzondering van dat onderdeel kan dan over de rest in de raad een besluit worden genomen. Wethouder VAN SLUIS zegt aan zijn eerdere woorden niets meer te hebben toe te voegen. De VOORZITTER constateert dat het voorstel als bespreekstuk voor de raad zal moeten worden geagendeerd. Mocht voor die tijd informatie worden verstrekt die daarvoor aanleiding geeft, dan kan het altijd weer worden afgevoerd. De heer VAN BUUREN neemt aan dat de wethouder intussen zal uitzoeken of eventueel een raadsvergadering kan worden overgeslagen. De VOORZITTER bevestigt dit. 6.

Vaststellen bestemmingsplan Hoofdweg 80, Capelle XL (Hubertus) (919572). De heer VAN BUUREN geeft te kennen dat dit voorstel wat de fractie van de SGP betreft op de hamerstukkenlijst kan worden geplaatst. Mevrouw KING-DE HOOG deelt mede dat voor Leefbaar Capelle hetzelfde geldt. De voorzitter stelt vast dat aldus kan worden besloten. Schorsing (21.33 - 21.41 uur).

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

11

7. Vaststellen beantwoording inspraak en vaststellen definitief gebiedspaspoort Amandelpark (920073). De heer VAN BUUREN heeft er behoefte aan voorafgaande aan de bespreking van dit agendapunt het volgende naar voren te brengen. Zijnerzijds is gepoogd voor deze commissiebespreking een vervanger uit zijn fractie te vinden, helaas zonder succes, maar dat is helemaal aan hem te wijten. De reden daarvoor is dat hij volgend jaar Deo Volente bewoner hoopt te zijn van de Silkeborg, wat hem in dit debat een wat merkwaardige positie geeft. Het geval wil echter dat dit belang in evenwicht wordt gehouden door het feit dat zijn ouders staan ingeschreven voor de nieuwe Amandelhof. Tussen die twee posities manoeuvrerend zal hij straks de lijn van zijn fractie naar voren brengen! Mevrouw KING-DE HOOG zegt om te beginnen de inspreker dank voor zijn bijdrage. Leefbaar Capelle is zeer te spreken over de voorliggende uitwerking van de gebiedsvisie Centraal Capelle en is blij dat dit nu eindelijk wordt aangepakt. De plannen voor het middensegment, het dure segment en de huur zien er mooi uit. Verder faciliteert de gemeente de aanpak van het park eromheen, zodat het allemaal in het gebiedsplan bij elkaar komt. De fractie stemt van harte in met het gevraagde.

De heer VAN LOEF geeft aan dat de VVD zich voor een groot deel kan aansluiten bij de woorden van Leefbaar Capelle, met uitzondering van de hoogbouw die is voorzien voor d’Amandelhof. Behalve aan liberale principes heeft de VVD zich ook te houden aan haar verkiezingsprogramma en daarin staat dat in dit gebied maximaal zeven verdiepingen zouden mogen worden toegestaan. De acht verdiepingen die de inspreker in een poging tot bemiddeling voorstelde is dus zelfs al een laag hoger dan de VVD zou willen. De argumenten hiervoor zijn voor een groot deel eerder vanavond al genoemd: geluidsoverlast, weerkaatsing, schaduwwerking en het uitzicht. Daarnaast heeft ook de procedure nogal wat haken en ogen gekend. In die zin zijn de belangen wel op tafel gelegd en hij dringt erop aan nu vooruit te kijken en te proberen hiervoor tot een oplossing te komen. Het zou bijvoorbeeld mogelijk zijn het gebouw niet hoger te maken, maar een stukje breder. Wellicht zou dat ten koste gaan van een stukje groen, maar dat lijkt hem overkomelijk. De heer GELEIJNSE jr. memoreert dat D66, min of meer als enige partij, tijdens de consultatieronde al had aangegeven dat het wellicht verstandig zou zijn nog eens naar de bouwhoogte te kijken. Het verbaast hem dan ook niet dat dit nu tot weerstand leidt.

Hoewel een groot deel van het traject van inspraak en informatie goed is verlopen, is het misschien verstandig dit nog eens tegen het licht te houden, met name waar het betreft het verzenden van uitnodigingen en de communicatie over overlast van schaduw en uitzicht. Naar de mening van D66 is het zaak de bezwaren die bij bewoners leven tijdig op te pakken en waar mogelijk weg te nemen. Het kan een hoop problemen en bezwaarschriften in de toekomst voorkomen. Persoonlijk is hij van mening dat het nog steeds goed uit te leggen is, want de bebouwing blijft op een flinke afstand, 100/120 meter, al heeft hij dat niet direct in het paspoort zelf teruggevonden, en de overlast voor de omwonenden blijft niet alleen formeel binnen de regels, maar zal volgens hem ook daadwerkelijk beperkt blijven. Al met al is D66 ervan overtuigd dat dit bij uitstek een plek is om kwaliteit toe te voegen aan het centrum van Capelle en tot een betere leefomgeving voor de bewoners van d’Amandelhof zal leiden. Hij moet er echter aan toevoegen dat nog niet iedereen in de fractie overtuigd is wat de bouwhoogte betreft. De heer BERGMAN geeft te kennen dat de bouwhoogte ook voor de PvdA een lastig punt is. Voor de burgers in Capelle worden honderden inspraakavonden georganiseerd, maar de PvdA moet constateren dat met de bijdragen die daarin door burgers worden geleverd vaak maar weinig wordt gedaan.

Ze hebben het idee niet gehoord te worden… Mevrouw KING-DE HOOG vraagt waarop de heer Bergman dat baseert. De heer BERGMAN repliceert dat hij regelmatig met burgers spreekt, er ook zelf op afgaat en hen hier hoort inspreken. Als de plannen gepresenteerd worden, blijkt de bouwhoogte altijd een probleem te zijn. Je zou mogen verwachten dat, als steeds blijkt dat niemand die bouwhoogte wilt, op den duur naar andere mogelijkheden zou worden gezocht. Het is slechts één voorbeeld. Een ander voorbeeld is de ingang naast de ING-bank, waarvan verschillende bewoners hebben aangegeven zich zorgen te maken over de toegankelijkheid van de daar gevestigde hospice voor ambulances e.d. De heer EILANDER merkt op dat dit weer zo’n dossier is waarbij je vanuit je achterban gevraagd wordt er iets aan te gaan doen omdat het toch niet waar kan zijn wat er wordt voorgesteld. Bij het vorige agendapunt stond de maatschappelijke functie centraal in het debat, nu is het volgens hem de bouwhoogte. Eerder is hierover al een discussie gevoerd en toen is de bouwhoogte van 16 naar 12 etages gegaan. Uitvoerig is ook van gedachten gewisseld over dit gebiedspaspoort, waarbij eveneens vragen rezen over de bouwhoogte. Nu een en ander in de inspraak is gebracht, komt de reactie met name uit een gebied dat hier honderd meter van af ligt.

Er zijn bezonningstekeningen gemaakt en er is van alles en nog wat in kaart gebracht om de overlast hiervan in beeld te brengen. Als gevolg daarvan

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 11 september 2017

Pagina:

12

komt nu dit ene punt weer om de hoek kijken, terwijl de 24 andere dingen die zijn bedacht ten onrechte geen aandacht meer krijgen. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder op de ideeën die naar voren zijn gebracht om de hoogte wat naar beneden te brengen. De raad moet echter ook het totaalbelang in het oog houden. Wat dat betreft is in zijn fractie de vraag gerezen of de dure woningen die er komen nodig zijn om de business case sluitend te maken. Er stonden 100 woningen en er komen er 114 terug die meer ruimte nodig hebben om de zorg te kunnen bieden die past bij deze tijd. Als hij het goed gelezen heeft, zijn alle 114 woningen direct aangesloten op de zorg van Cedrah, sommige heel specifiek. Vraag is nu of iemand daar gaat wonen vanwege een zorgbehoefte die men vanuit Cedrah kan krijgen, of dat men er ook kan gaan wonen omdat het dure woningen zijn die op een mooie plek zijn gelegen. Ten slotte citeert hij uit een bewonersverslag van 14 januari dat hier geen hoge toren zal komen. Zo kan discussie ontstaan over de vraag wat een hoge toren is. Als je van 30 uitgaat, is 12 niet zo hoog, en van 16 naar 12 evenmin, maar sommigen vinden 12 ook veel te hoog, want die zien er liever zeven, zoals bijvoorbeeld de VVD. Het wordt lastig als zo’n toezegging eigenlijk is gedaan.

Wat is dan de duiding van die toezegging en is daarmee ook dit bedoeld? Uit zijn veelheid van woorden moge blijken dat hij er zelf nog niet uit is. Wat hem betreft zal dit dan ook geen hamerstuk worden. De heer VAN BUUREN releveert dat het voorliggende gebiedspaspoort altijd op instemming en steun van de SGP-fractie heeft kunnen rekenen. De fractie is blij dat er eindelijk echt iets lijkt te gaan gebeuren op de Cedrah-locatie, want het wordt hoog tijd. De manier waarop de heer Eilander zoekende was naar ruimte om de omwonenden eventueel tegemoet te komen ten aanzien van de bouwhoogte vond hij sympathiek: enerzijds erkennend dat wat thans voorligt conform de kaders is die eerder zijn vastgesteld, anderzijds vaststellend dat het iedereen gelukkig zou maken als het op een andere manier zou kunnen, daarbij beseffend dat de marges daartoe waarschijnlijk smal, of misschien zelfs in het geheel niet aanwezig zijn. Hij is heel benieuwd naar het antwoord van de wethouder daarop. De heer VAN BUREN stelt dat geprobeerd wordt op dit stukje Capelle een heleboel dingen tegelijkertijd te regelen. Wat hij daarbij altijd naar voren heeft gebracht is de balans van groen aan beide kanten van het centrum. Aan de Lijstersingel is nu een prachtig ingericht parkje ontstaan, met straks, als De Bouwsteen verdwijnt, de kans om het parkje verder uit te breiden.

Ook aan de kant waar dit pand komt te staan is het nu zaak te zorgen voor voldoende groen van enig volume, waarmee het een functie voor de buurt krijgt. Het doet hem goed dat een aantal van de ideeën die in de loop van de tijd bediscussieerd zijn hierin ook terugkomen, zoals de zichtlijnen, lange assen die verbindingen zoeken, niet alleen in het gebiedje zelf, maar ook in de omgeving. Dat het pand uiteindelijk vervangen moest worden, was al twaalf jaar geleden bekend. Hij was al vergeten hoeveel jaar het geleden was dat men hiermee voor het eerst in aanraking kwam, maar inmiddels heeft iemand hem verteld dat het in 2005 was, toen hij net drie jaar raadslid was. Sindsdien is het pand twee keer bezocht en heeft men kunnen zien hoe moeilijk het is om daarin zorg te kunnen verlenen. Dat er nu op een andere manier gebouwd zal worden dan met het huidige pand het geval was, kan de steun van het CDA krijgen. Het is goed dat nu gezocht wordt naar zo min mogelijk aantasting van het groen, maar juist aansluiting van het pand op de groene omgeving, zonder dat het een groot bouwblok wordt; hij moet er niet aan denken dat hier een bouwblok à la de Vijverhof midden in het gebied zou komen te staan. Om dit gebied wonen mensen, niet alleen in de Borgen, maar ook in de Wiekslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082851/1