CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

03.07 - notulen commissie SOB 2016 29 februari gebiedspaspoort Mient

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 31 januari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Plannen De Mient Midden13.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 29 februari 2016 in het gemeentehuis aan de Rivierweg 111, in de Van Arembergzaal, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter : volksvertegenwoordigers :

secretaris: portefeuillehouder : ambtelijke ondersteuning : notulist :

de heer mr. A. Weggeman; mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer A.C. Lange, raadslid Leefbaar Capelle; de heer P. Geleijnse jr., raadslid D66; de heer M.C. Bergman-de Zwart, burgerraadslid PvdA (tot agendapunt 7); mevrouw dr. W. Tieman, raadslid PvdA (v.a. agendapunt 7): de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP; de heer P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer drs. N.H. van Buren MCD, raadslid CDA; mevrouw C.M.S. Visser, MSc; de heer D.P. van Sluis, wethouder; de heer E.P. Wigt; de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum);

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 21 personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Degenaar wegens ziekte. Hij wenst hem namens iedereen van harte beterschap. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen - besloten commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 30 november 2015 - gecombineerde commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen en Stadsontwikkeling en -Beheer van 7 december 2015 - besloten commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen en Stadsontwikkeling en -Beheer van 7 december 2015 - commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 25 januari 2016 - gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en -Beheer en Dienstverlening en Economie van 25 januari 2016 - besloten gecombineerde commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen en Stadsontwikkeling en Beheer van 26 januari 2016 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners met betrekking tot alle agendapunten De VOORZITTER deelt mee dat zich twee insprekers hebben gemeld, een voor agendapunt 5 en een voor agendapunt 10. Hij zal hen voorafgaande aan de behandeling daarvan het woord verlenen.

z.o.z.

G10/776033

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 2

4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen. 5. Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van 2 vrijstaande woningen binnen het boerenensemble van vier woningen (’s-Gravenweg 141) (765638) De heer RIJKAART VAN CAPPELLEN zegt dank voor de gelegenheid die hem wordt geboden om in te spreken bij dit agendapunt en licht toe dat zijn gezin en dat van zijn zoon de directe buren zijn van de Verkadehoeve aan de oostzijde. De diverse gemeentebesturen van Capelle aan den IJssel hebben nooit zoveel opgehad met het ’s-Gravenweggebied. In zijn beleving begon het rond het jaar 1970, toen de gemeente vanuit Middelwatering naar het noorden en oosten wilde uitbreiden en voornemens was daarvoor het ‘s-Gravenweggebied plat te walsen. Met die ambitie voor ogen werden alle panden langs de weg aangekocht en bij niet-meewerken onteigend. De bewoners hebben zich daartegen met succes verzet via de Raad van State: de ’s-Gravenweg bleef gespaard en in 1982 is het gros van de panden, waaronder de Verkadehoeve, weer terug verkocht aan de toen zittende bewoners. Daarbij had de gemeente wat woningkavels langs de weg aangemaakt, en dan is het natuurlijk eenvoudig: voor vier gulden per m2 onteigenen en voor zestig gulden verkopen was geen gekke deal. Na wat geharrewar ging de gemeente in 1986 de nieuwe kavels uitgeven langs de ’s-Gravenweg.

De opbrengst was bedoeld om achter de Verkadehoeve het gebied verder te ontsluiten en voor recreatie in te richten. Helaas werd kort daarna vanwege het debacle-Rivium de spaarpot van het ’s-Gravenweggebied leeggeroofd. Daarmee sneuvelden ook de bestemming en de inrichting van de terreinen rondom de Verkadehoeve. Was in het bestemmingsplan van 1986 die omgeving met een R aangeduid als recreatief, terwijl er nog volop werd geboerd, in het bestemmingsplan van 2006 werd die R al teruggebracht tot de G van groen. Misschien niet in het bestemmingsplan 2017, dat nu vanwege de snode gemeenteplannen met stoom en kokend water wordt gemaakt, maar dan toch in het volgende staat er vast een W van woningen, want zo gaat dat in een gemeente zonder fantasie en betrokkenheid. Het enige wat nu over is van het recreatieve gedeelte is een verlopen kleiveenparkje, waar zelfs Handhaving niet meer durft op te treden. Tot zover de geschiedenis met powerplay en verbroken beloftes. Verder inzoomend op de Verkadehoeve blijkt nu het volgende. Een speculant koopt voor te veel geld een monumentenpand en grond om 30 huizen te gaan bouwen in het achterliggende gebied. Deze speculant, ex-ambtenaar en ook ex-wethouder van deze gemeente, doet z’n huiswerk niet zo goed, krijgt geen toestemming en bovendien is er een technisch probleem, waardoor bouwen in die omvang helemaal niet mogelijk blijkt te zijn.

De financier, de firma Maasstede, schrikt dan wel. Achteraf gezien blijkt dat de speculant ook nog op een totaal verkeerd moment in de markt het pand en het gebied heeft aangekocht. Er moet flink op de waarde worden afgeschreven. En wat doe je dan kennelijk: minimaliseren van verdere kosten. Dus het pand wordt willens en wetens verwaarloosd, monumentenstatus ten spijt. Zo is het gegaan en gedoogd door de gemeente. Dat is de status tot op heden. Wat hebben de naaste buren gedaan? Zij hebben een plan laten ontwikkelen om te komen tot behoud van de boerderij en het voor de Capelse gemeenschap ontwikkelen van een educatief demonstratiecentrum op het gebied van het weer, het klimaat en duurzame energie. Niet alleen worden geschiedenis en cultuur gekoesterd, maar je kunt ook nog eens leren en er met je kinderen langs fietsen. Bovendien is na taxatie een serieus bod uitgebracht, maar het blijkt voor de huidige eigenaar toch lastig te zijn om het verlies gewoon te nemen. Wat doet die zielige speculant dan wel: gokken op de bestuurders van deze gemeente, in de verwachting wel gematst te zullen worden. Dat levert meer op, namelijk de hoofdprijs, of een vette claim. En de gemeenteraad wordt geacht daaraan mee te werken. Fantasieloos en ten koste van het algemeen belang.

Welke bestuurder zou daar nu belang bij hebben, denk je dan, maar kennelijk zijn die er en wordt met behulp van de gemeenteraad weer een kans om Capelle op de kaart te zetten vergooid. Gewoon om te beginnen twee, en straks vier huizen zetten met een hek ervoor, en dan, over een paar jaar, gaat deze speculant weer zeuren en komen er nog meer woningen. Daar kan de klok op gelijk worden gezet. Dit alles onder vernietiging van de nodige historie, cultuur en zonder het algemeen belang ten behoeve van de gemeenschap te dienen. Zoals al gezegd: de diverse gemeentebesturen hebben niet zoveel opgehad met het ’s-Gravenweggebied, maar naar blijkt ook niet met de Capelse gemeenschap.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 3

De politiek hoort hij vaak zeggen dat de betrokkenheid van de burger matig is. Welnu, hier staat een betrokken burger die zomaar een idee aanbrengt voor de gemeenschap en zelfs nog bereid is de eigen portemonnee te trekken. Maar wat doet de gemeente: een wat onhandige speculant matsen. Het is nog niet te laat om een beter besluit te nemen dan in te stemmen met het voorstel dat nu voorligt. Hij wenst de commissie de nodige wijsheid.(Applaus) De VOORZITTER opent het debat voor de commissie. De heer BERGMAN herinnert eraan dat de PvdA zich altijd heeft uitgesproken tegen het bouwen van woningen op deze locatie. Indertijd heeft de raad de hoeve op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, waarna het door een projectontwikkelaar is gekocht, die het om wat voor reden dan ook heeft laten wegkwijnen. De gemeente heeft vervolgens de wettelijke regels niet gehandhaafd en het monument verder laten verwaarlozen. Het college wil de hoeve nu weer van de monumentenlijst halen, op basis van een bouwplan voor 4 bungalows, om vervolgens een sloopvergunning af te geven. De commissie voor welstand en monumenten heeft zich echter tegen sloop uitgesproken. Op geen enkele manier is gezocht naar alternatieven ter voorkoming van sloop, terwijl door een bewoner van de ’s-Gravenweg, en misschien wel meerdere, is aangedrongen op andere ontwikkelingen.

Een vraag die nog niet is beantwoord, is of met betrekking tot de sloop aan alle wettelijke verplichtingen is voldaan. De PvdA is vooralsnog van mening dat dat niet het geval is. De fractie zal zich daarom nu onthouden van een reactie op de nieuwbouwplannen voor de 4 geplande bungalows. De heer VAN BUUREN citeert uit de door het college verstrekte informatie dat de Verkadehoeve reeds in verval was geraakt toen de ontwikkelaar haar in eigendom kreeg, dat niet gesproken kan worden van actieve verwaarlozing van het monument door de ontwikkelaar en dat herstel van de toenmalige gebreken niet wettelijk had kunnen worden gehandhaafd. Uit de bijdrage van de heer Bergman leidt hij af dat de PvdA het daarmee oneens is en hij is dan ook benieuwd hoe die fractie deze informatie waardeert. De heer BERGMAN deelt mee dat de PvdA voornemens is in de komende raadsvergadering een motie in te dienen, omdat haar inziens niet de juiste wettelijke procedure is gevolgd en de raad feitelijk misleid wordt. De verstrekte informatie is naar de mening van de PvdA niet correct. Mevrouw KING-DE HOOG verzoekt wat specifieker aan te geven wat dan volgens de PvdA niet correct zou zijn.

De heer BERGMAN memoreert dat de portefeuillehouder in de raadsvergadering van oktober 2013 heeft gezegd dat het college het van belang vindt dat monumenten behouden worden, maar dat daar wel een grens aan is: als op enig moment zou blijken dat de boerderij niet behouden kan worden, zou daarvoor naar oplossingen moeten worden gezocht. Daar draait het uiteindelijk om. Mevrouw KING-DE HOOG wijst erop dat bij het bepalen van de monumentale waarde verschillende gradaties kunnen gelden en vraagt of deze boerderij in dat opzicht hoog of laag was gewaardeerd. De heer BERGMAN repliceert dat juist die waarden voor de PvdA reden zijn om de informatie niet te vertrouwen. Volgens artikel 5.4 uit het Besluit Omgevingsrecht moet er een wettelijk verplicht rapport zijn waaruit blijkt dat de hoeve niet te handhaven was, maar zo’n rapport is in de berg informatie die door de jaren heen is verschaft helemaal niet te vinden. De uitspraken die in de rapportage worden gedaan over een “deplorabele staat”, een “dramatische staat” en het feit dat sloop de enige optie zou zijn, worden volgens de monumentencommissie – zie het verslag van september – niet gestaafd door onafhankelijk opgestelde rapportages of bijlagen. Het gaat in deze casus niet alleen om behoud van het monument, maar ook om de vraag hoe betrouwbaar de informatie is die op dit moment beschikbaar is.

De PvdA heeft de wethouder ten slotte nog de volgende vragen te stellen. Waarom is er niets gedaan met de constatering van de monumentencommissie dat de wettelijk verplichte, onafhankelijke rapportage over de staat van de Hoeve Verkade in het dossier ontbrak? Waarom is de raad door het college niet geïnformeerd over deze essentiële constatering toen de raad een principebeslissing moest nemen?

z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 4

Waarom is door het college vanaf 2006 niet gehandhaafd op de monumentenstatus van de Hoeve Verkade? Wat is de reden dat het college het niet handhaven wil loskoppelen in deze casus? Waarom heeft het college de projectontwikkelaar niet gedwongen eerst naar alternatieven te zoeken alvorens een soort vergunning aan te bieden? Mevrouw KING-DE HOOG zegt de insprekers dank voor hun inbreng. Daaruit, en ook uit de artikelen die in de krant zijn verschenen, is wel gebleken dat de zaak hen zeer aan het hart gaat. Leefbaar Capelle ziet echter, gelet op alle rapportages, technische rapporten en bevindingen, geen reden voor bedenkingen tegen de realisatie van twee vrijstaande woningen binnen het boerenensemble van vier woningen. De enkele monumentale onderdelen die nog wel in goede staat verkeren worden in het bouwplan zoveel mogelijk behouden en hergebruikt. De woonboerderij en de wagenschuur worden herbouwd in de stijl van het bestaande beeldkwaliteitsplan, waaraan in ieder geval zal moeten worden voldaan. De heer GELEIJNSE jr. zegt geen behoefte te hebben aan een herhaling van zetten over dit onderwerp. Wat D66 betreft kan de verklaring van geen bedenkingen worden afgegeven om de bouw van de woningen aan de ’s-Gravenweg 141 mogelijk te maken. De fractie heeft kennis genomen van de zienswijzen en van de duidelijke ambtelijke reactie daarop.

Uiteraard heeft hij ook met interesse geluisterd naar de inspreker van vanavond. Daarbij is het hem opgevallen dat wel heel negatief wordt gedacht over de wijze waarop Capelle met de ’s-Gravenweg omgaat. Zelf herkent hij zich daar niet in. Dit alles heeft er niet toe geleid dat D66 nu een ander standpunt gaat innemen. Al in oktober 2013 werd de aanzet gegeven om dit te kunnen realiseren. Gezien het hele voortraject is het niet meer dan redelijk en logisch om nu in te stemmen met de bouw van – en dat moet vooral niet uit het oog worden verloren: – een mooi en vooral passend ensemble aan de ’s-Gravenweg. De heer VAN LOEF merkt met respect voor de inspreker op dat de geschiedenis veel verder teruggaat dan de jaren ’70. Inmiddels heeft de raad zich kunnen laten overtuigen door een aantal deskundigen, zowel historici als mensen die kijk hebben op monumenten, die zich allemaal redelijk in dezelfde lijn hebben uitgelaten, namelijk dat de verwaarlozing van dit “monument” al van ver vóór de jaren ’70 dateert. De VVD is ervan overtuigd dat wat hiervoor straks in de plaats komt een verrijking kan zijn voor de ’s-Gravenweg, temeer daar het aangezicht, te weten de voorkant van de boerderij, weer terug zal komen. Hoewel dit wellicht “historiserende bouw” kan worden genoemd, kan het naar de mening van de VVD absoluut een kwaliteitsimpuls voor het gebied betekenen.

Anders dan de PvdA voelt de VVD zich beslist niet misleid, integendeel. De procedure is zorgvuldig doorlopen en de fractie heeft er dan ook geen bezwaar tegen om de verklaring van geen bedenkingen af te geven. De heer VAN BUREN is, anders dan anderen, niet tegen een herhaling van zetten. Hij houdt vast aan de lijn die hij namens zijn fractie in de laatste raadsvergadering heeft uiteengezet. De heer VAN LOEF merkt op dat dat ook wel eens “draaien” is genoemd: de roterende lijn van het CDA! De heer VAN BUREN concludeert dat het feit dat een van zijn fractiegenoten onvoldoende in de gaten hield hoe de fractie erover dacht, de heer Van Loef kennelijk het idee heeft gegeven dat de fractie had gedraaid. Dat was echter niet het geval. Het CDA is van mening dat het college het door de open deur in de richting van mogelijke sloop de ontwikkelaar mogelijk heeft gemaakt te volharden in diens houding van achterover leunen, terwijl er ook voorstellen aan de ontwikkelaar waren voorgelegd om het over te nemen, die voor behoud van het monument hadden kunnen zorgen. De fractie zal derhalve niet instemmen met het voorliggende voorstel en zal er extra alert op zijn dat andere wettelijke vereisten bij de bouw in dit gebied worden nageleefd, want er is ook nog zoiets als het Verdrag van Malta, dat gemeenten vraagt zorgvuldig om te gaan met de archeologische waarden in een gebied.

Een vroeger lid van de monumentencommissie heeft namelijk eens gezegd dat er een kans is dat er vroeger bebouwing heeft gestaan. Hij hoopt dat het college dan wat actiever zal optreden met het bewaken van die regels dan in het verleden bij het handhaven van de monumentale waarde van dit pand. De heer EILANDER merkt op dat weliswaar veel zienswijzen zijn ingediend, maar dat die niet tot dusdanige informatie hebben geleid dat de ChristenUnie heeft overwogen een ander besluit te nemen. De fractie gaat akkoord met de beantwoording en met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 5

De heer VAN BUUREN zegt met belangstelling kennis te hebben genomen van de bijdragen van de verschillende commissieleden en ook van de soms wat kritische ondertoon, om het maar wat eufemistisch te zeggen. Vooropgesteld zij dat ook de SGP hier liever een ander voorstel had gezien, bijvoorbeeld van een exploitant van een zorgboerderij die het monument zou hebben hersteld om er iets anders in onder te brengen, of anderszins. Dat is echter niet het geval. Gaande de rit is langs twee lijnen geopereerd: er zijn vragen gesteld om zich te laten overtuigen van de noodzaak van herontwikkeling en aangegeven is aan welke kaders die herontwikkeling, zo ze onontkoombaar zou blijken te zijn, zou moeten voldoen. Het college heeft binnen die beide kaders gehandeld. In de door het college verstrekte informatie is aangetoond dat de hoeve niet meer te redden is, dat de monumentale waarde gering is – het onafhankelijk rapport van Progam Vastgoedmanagement BV spreekt zelfs van “nihil” en eerdere uitlatingen van de monumentencommissie wijzen in dezelfde richting – en dat sloop daarmee eigenlijk de enige reële optie is. Dat doet pijn en het is wellicht ook jammer dat de huidige eigenaar niet op het bod van een andere private partij is ingegaan, maar daar staat de gemeente buiten en daar valt niets aan te veranderen.

Nu uit de bouwhistorische verkenning van GVB Architecten, uitgevoerd in opdracht van Boot Haeser Walraven – volgens hem het onderzoek dat de heer Bergman mist, maar dat gewoon in de commissiebundel van vorig jaar zit –, en ook uit het onderzoek van Progam Vastgoedmanagement BV, blijkt dat de monumentale waarde gering is en dat sloop de enige reële optie is, kan slechts worden geconstateerd dat het college een voorstel voorbereidt dat past binnen de door de raad gestelde kaders. Jammer is wel dat tijdens het proces vrij veel ruis is ontstaan, onder andere over de mening van de commissie voor monumenten en welstand en die van de Historische Vereniging, en hij hoopt dat dat in de toekomst zal worden voorkomen. Wat voorts nog boven de markt hangt is hoe geborgd zal worden dat het ensemble als geheel, maar ook de tuin en de weilanden ernaast, die nu, zoals de inspreker terecht opmerkte, liggen te verpauperen, blijven voldoen aan de kwaliteit die ervan wordt verwacht. Wethouder VAN SLUIS zegt dank voor de afwegingen die de leden van de raad hebben gemaakt in dit langlopende dossier. Op de opmerkingen die door de PvdA zijn gemaakt over informatie die nog zou ontbreken is inmiddels al gereageerd door de heer Van Buuren. Aanvullend daarop wijst hij erop dat op 29 mei 2013 en 18 januari 2016 de desbetreffende rapportages ter inzage zijn gelegd.

Op de vragen die over handhaving zijn gesteld is in vorige commissierondes reeds uitvoerig ingegaan. Het pand is niet van de gemeente en de rol van de gemeente is dan ook beperkt. Handhavingsverzoeken zijn overigens nooit gedaan, ook niet door omwonenden. Het is vervelend dat het pand niet goed is onderhouden, maar de stukken wijzen duidelijk uit dat het al vóór 2007 in slechte staat verkeerde. Helaas zijn in die periode andere keuzes gemaakt, maar dat is nu eenmaal een gegeven. De oplossing die nu voorligt doet recht aan de kaders die hiervoor zijn gesteld. Het had ook anders kunnen lopen. Bij andere ontwikkelingen die op deze manier plaatsvinden wordt gewoon schoongeveegd om er iets moderns voor in de plaats te zetten. Nu is in ieder geval gewaarborgd dat de uitstraling zal worden zoals ze in het verleden was. Uit het dossier blijkt ook dat de ontwikkelaar altijd begrip heeft gehad voor dat streven. De Roode Leeuw mag er dan geen schoolvoorbeeld van zijn, maar uiteindelijk is het toch een plaatje om naar te kijken en er kan ook nog heerlijk worden gegeten. Van binnen is het weliswaar niet zoals het was – een staalconstructie werd in die tijd nu eenmaal niet toegepast –, maar dat neemt niet weg dat toch een mooi monument is behouden.

Het is de uitstraling waar het om gaat en dat is ook wat de bewoners feitelijk bedoelen: zij willen de omgeving waarin zij wonen graag zo vasthouden. Helaas moet daarbij worden geconstateerd dat de gemeente, ondanks de bestaande wet- en regelgeving, beperkt is in datgene wat wel en niet kan worden toegestaan als mensen eigen ontwikkelingen laten plaatsvinden. Ook aan de ’s-Gravenweg, met een beeldkwaliteitsplan en een bestemmingsplan, vinden soms ontwikkelingen plaats waarbij over smaak op z’n minst te twisten zou zijn. De kaders die er zijn, zijn echter ingezet om uiteindelijk een ontwikkeling te kunnen laten realiseren die zal leiden tot een uitstraling zoals die in het verleden was. De heer VAN BUUREN merkt op dat in de ruimtelijke kaders ook iets is gezegd over de gewenste uitstraling van de tuin en van het gedeelde erf, zijnde immers een belangrijke hoeksteen van het idee van het ensemble. De inrichting van de tuin zal moeten refereren aan het historisch karakter van het boerenerf, wat impliceert dat daarover met de toekomstige bewoners of eigenaren van de woningen afspraken zullen moeten worden gemaakt. Denkt de wethouder het instrumentarium te kunnen toepassen dat nodig is om dat te borgen? z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 6

Wethouder VAN SLUIS verzekert dat hij in ieder geval altijd op zoek zal gaan naar instrumenten om dat zo goed mogelijk te waarborgen. Garanties kan hij niet geven, maar binnen de mogelijkheden die er zijn, zal er alles aan worden gedaan. De VOORZITTER stelt de tweede termijn aan de orde. De heer BERGMAN zegt inmiddels in het verslag van de monumentencommissie te hebben gezien dat er inderdaad een bouwhistorische verkenning is uitgevoerd. De reden waarom hierover naar de mening van de PvdA geen volledige informatie is gegeven, is dat geen afweging is gemaakt op basis van een uitgebreid bouwkundig-technisch opnamerapport en de bijbehorende calculatie dan wel technisch-financiële onderbouwing. Door de wethouder is meegedeeld dat ook op 18 januari 2016 een onderzoek zou zijn gedaan. Hij verzoekt dat aan de commissie beschikbaar te stellen. De heer VAN BUUREN attendeert erop dat de ontwikkelaar hier nog een aantal percelen in eigendom heeft waarvan de huidige staat van onderhoud niet “je van het” is. Hij is benieuwd welke instrumenten de gemeente in handen heeft om ervoor te zorgen dat de wat mislukte speculatie van de ontwikkelaar op die percelen er niet toe leidt dat hier landjes ontstaan die het aanzien niet waard zijn. De heer VAN BUREN herinnert aan de opmerking die hij in eerste termijn heeft gemaakt over het Verdrag van Malta.

Hoewel die niet in vragende vorm was gegoten, is hij wel benieuwd hoe het college daarin staat. Naar aanleiding van het pleidooi dat de heer Van Buuren heeft gehouden om vast te houden aan de waarde van het erf, merkt hij op dat begrippen als erfdienstbaarheid en kettingbeding ook in de wet zijn opgenomen om bepaalde zaken overgedragen te krijgen van de ene naar de andere eigenaar. Wellicht is de ontwikkelaar bereid daaraan medewerking te verlenen, zodat degene die de panden na de ontwikkelaar koopt daaraan gehouden kan worden. Wethouder VAN SLUIS zegt toe de door de heer Bergman bedoelde rapportage aan de commissie te zullen doen toekomen. Dat dat niet eerder is gebeurd, komt doordat het een collegebevoegdheid is. De landjes waarop de heer Van Buuren doelde hebben in het concept voor het nieuwe bestemmingsplan een groenbestemming. Het lijkt hem goed deze aangelegenheid te betrekken in het verhaal dat momenteel wordt opgesteld voor Landelijk Capelle. Verder heeft hij er helemaal geen moeite mee om met de eigenaar de vraag te bespreken hoe hierin een kwaliteitsslag kan worden gemaakt. De heer Van Buren heeft een aantal bedingen aangehaald die van dienst zouden kunnen zijn. Op voorhand kan hij daarover geen toezegging doen, omdat hij dit momenteel nog niet kan overzien. Hij stelt voor eerst eens af te wachten wat er gaat gebeuren met deze verklaring van geen bedenkingen.

Wat de heer Van Buren bedoelt met het Verdrag van Malta is hem volstrekt onduidelijk, zodat hij daarop ook geen antwoord kan geven. De heer VAN BUREN hoopt dan van de ambtelijke ondersteuning te horen te krijgen hoe zal worden omgegaan met de handhaving van dit onderdeel. Wethouder VAN SLUIS repliceert dat de opmerking nu is genotuleerd en hij gaat ervan uit dat daarmee iets zal worden gedaan. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekstuk voor de raad dient te worden geagendeerd. Hierna stelt hij de inspreker in de gelegenheid eventueel nog kort het woord tot de commissie te richten. De heer RIJKAART VAN CAPPELLEN wijst erop dat midden tussen de landjes die achter het perceel liggen nog een gemeentelijk eigendom ligt, dat net zo verwaarloosd is als de rest, voor zover het overigens verwaarloosd mag worden genoemd, want zelf vindt hij het fantastisch zoals het er nu bij ligt, met heel veel vogeltjes, enzovoorts. Er mag nog een schaapje op, maar voor de rest hoeft er wat hem betreft niets aan te worden gedaan. Hij sluit af met de opmerking dat hij de koppen heeft geteld en dat het hem wel duidelijk is.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 7

6. Gebiedsvisie Centraal Capelle inclusief de daarbij behorende concept Nota van beantwoording inspraakreacties (758562) De heer EILANDER spreekt waardering uit voor de goed leesbare stukken. De Nota van beantwoording op de inspraakreacties behoeft wat de ChristenUnie betreft geen commentaar. Veel zaken zullen nog worden verwerkt, en dat is prima. Enkele vragen zijn wel gerezen over datgene wat is toegevoegd door college of ambtenaren. Nieuw is wat hem betreft datgene wat is vermeld over evenementen ten bedrage van € 30.000,- per jaar. Zijn dit specifiek evenementen om Centraal Capelle verder op de kaart te zetten, geldt het alleen voor de jaren 2016 t/m 2019 en waarom maakt dit niet gewoon onderdeel uit van het evenementenbeleid? De totale impact van het financiële gedeelte zal, naar hij heeft begrepen, aan de orde komen bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2016, zodat daarop nu niet behoeft te worden ingegaan. De Alkenlaan/Pelikaanweg komt er nieuw bij, zoals duidelijk is aangegeven. Dat is eerlijk en transparant, zodat iedereen weet waar het over gaat. Is nu echter ook alles in beeld, of komen er later nog meer kosten bij? Een andere vraag die bij de fractie is gerezen, is of de raad zich bij instemming met deze gebiedsvisie vastlegt op het bedrag van € 24,5 miljoen.

Zo ja, wat is dan nog het sturingsmechanisme voor de raad als er extra uitgaven moeten worden gedaan voor dingen die tegen zitten? De ChristenUnie geeft in overweging de uitgaven niet meteen voor acht jaar vast te leggen, maar gebieds- of tijdsgefaseerd tewerk te gaan, zodat bij het nemen van een volgende stap iedere keer een keuze kan worden gemaakt. Vrij actueel is ten slotte het feit dat menige winkel de deur gaat sluiten, om welke reden dan ook. Is het dan wel logisch dat de gemeente Capelle juist gaat investeren in uitbreiding? De heer GELEIJNSE jr. maakt een compliment voor de wijze van totstandkoming van deze gebiedsvisie. Het voortraject zat goed in elkaar en het blijkt dat partijen en personen die een inspraakreactie hebben geleverd serieus worden genomen. D66 is uiterst tevreden over het toevoegen van bedragen voor evenementen en het toepassen van innovatieve technologieën. Ook in de andere aanpassingen kan de fractie zich vinden. Inmiddels is meer bekend geworden over de financiële consequenties. Het is een veelomvattend plan, met veel goede impulsen voor heel Capelle, maar daar hangt ook een flink prijskaartje aan. Het is alleszins te rechtvaardigen, maar feit is wel dat bij de voorjaarsnota nog andere afwegingen aan de orde kunnen komen. Het gebrek aan inzicht daarin neemt echter niet weg dat deze gebiedsvisie vooralsnog op de steun van D66 kan rekenen.

De heer VAN LOEF concludeert dat het er haast op lijkt alsof hier de moeder aller plannen voorligt. Nu het echter om de concretisering gaat, komt ook het geld om de hoek kijken. Wellicht was de VVD daar de vorige keer wat gemakkelijk over, maar nu het echt op papier staat rijst de vraag welke risico’s de gemeente hiermee loopt en dan gaan de gedachten als vanzelf uit naar “wat als”-scenario’s, variërend van verkeersluw maken tot een RET die het misschien toch anders wil. Is dit straks allemaal wel te managen en, zo niet, waar zitten dan de risico’s en zijn die voldoende in kaart gebracht? Voor het overige passen alleen maar complimenten voor het verhaal dat voorligt. Het verheugt de VVD dat nu gas kan worden gegeven, al zal dat wel op een Hollandse en niet op een “Antwerpse” manier moeten gebeuren. Mevrouw KING-DE HOOG toont zich ingenomen met deze beleefbare gebiedsvisie, een hartstikke mooi en ambitieus plan, en vindt het ontzettend leuk te lezen dat er van alles aan gedaan wordt om iedereen erbij te betrekken, door middel van een routekaart, een centrumexpeditie, enzovoorts. Fijn is ook te zien dat er allerlei aanpassingen en toevoegingen zijn gedaan. Het idee om het enorme bedrag dat hiermee gemoeid is, en dat zeker nodig zal zijn, gefaseerd ter beschikking te stellen en per fase te bekijken hoe een en ander gemanaged kan worden, spreekt Leefbaar Capelle aan.

Mede gelet op het omvallen van allerlei winkelketens behoren de risico’s goed in beeld te worden gehouden. Ten slotte vraagt zij aandacht voor de foto in de stukken, waarop niet de groene afscheiding is gebruikt die men graag wil, maar het kantoorgebeuren nog intact staat. Om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat het zo zal worden, verzoekt zij die foto te verwijderen. z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 8

De heer BERGMAN verbaast zich erover dat er volgens de stukken maar twee bewoners zouden zijn geweest die hierop gereageerd hebben. Hij vraagt zich af of de vele reacties die onder andere in de winkel in De Koperwiek zijn opgehaald hierin dan niet zijn meegenomen. Voorts oppert hij het idee het bedrag van € 120.000,- voor evenementen (4 x € 30.000,- per jaar) onder te brengen in het gewone evenementenpotje. Voor het overige is de PvdA alleen maar enthousiast over alle mooie plannen die er liggen. De heer VAN BUUREN releveert dat ook de SGP zich heeft gebogen over de mogelijkheid om tijdens de rit nog wat knoppen in te bouwen om te sturen op de uitgaven van dit programma. Je kunt je namelijk afvragen of het wel wijs is dat college en raad zo ver over hun graf heen gaan regeren en of het niet beter is een knip te maken in het voteren van het krediet, waarvoor dan wel een logisch moment gekozen moet worden in de plannenmakerij. Door dat te doen kan ook een discussie worden gevoerd over de meerjarige dekking van met name de kapitaallasten. Te denken zou zijn aan het inbouwen van twee tranches, waarbij in 2019 een besluit zou kunnen worden genomen over de resterende uitgaven.

Een tweede suggestie die hij het college in overweging geeft is het maken van een harde koppeling van de gemeentelijke investeringen in het stadshart met de investeringen van Wereldhave, met name als het gaat om fase 3. In het stuk worden daaraan wel wat woorden gewijd, maar de harde uitspraak dat de gemeente pas gaat investeren als zeker is dat fase 3 van Wereldhave gerealiseerd zal worden, wordt niet gedaan. Dit is daarom van belang, omdat bekend is dat de vastgoedeigenaren van winkelpanden het moeilijk hebben om hun panden vol te krijgen. Daarnaast moet worden voorkomen dat de gemeente het mede mogelijk moet gaan maken dat het nieuwe winkelgebied gevuld wordt met allerlei functies anders dan detailhandel. Ziet de wethouder dat risico ook, zijn daarover met Wereldhave wellicht al gesprekken gevoerd en hoe ver zou de gemeente daarin willen gaan? Wat de SGP betreft, is Wereldhave primair verantwoordelijk voor het realiseren van fase 3 en mag dat niet afhankelijk zijn van het mogelijk maken van allerlei andere functies die ervoor moeten zorgen dat fase 3 daadwerkelijk gevuld wordt. Naar aanleiding van de inspraakreacties is, naar hij heeft begrepen, een Regenboogpad toegevoegd.

Waar zich in dit gebied vier kerken bevinden, vraagt hij zich af waarom die niet met elkaar worden verbonden met een prachtig zwart-wit geblokt Kerkenpad – het zou ook de samenwerking tussen die kerken een beetje ten goede komen. Het is maar een suggestie, maar misschien kan de wethouder er iets mee. De bibliotheek als huiskamer van de stad is een goed idee. Als de gemeente dat echt wil moet ze er ook zelf aan bijdragen en niet een winkeltje in de Koperwiek gaan huren om de plannen tentoon te stellen, maar eigenlijk gebruik maken van de bibliotheek zelf. Vrij snel is nog een flink bedrag aan de plannen toegevoegd, met name met het oog op de Alkenlaan/Pelikaanweg. De onderbouwing daarvan is wat summier, eigenlijk niet meer dan een foto van het plangebied. Kan de wethouder iets meer vertellen over wat hij voor dat geld zou willen doen? Met betrekking tot het extra bedrag dat nu wordt gevraagd voor evenementen, zegt de SGP: eerst beleid en dan geld, niet andersom. Waarom zou daarmee nu al moeten worden gestart, terwijl er nog geen schop de grond in is gegaan? Hetzelfde geldt een beetje voor het bedrag van drieënhalve ton dat wordt gevraagd voor allerlei activiteiten in het kader van Doe mee en de Expeditie. Naar zijn mening is dat min of meer een blanco cheque.

Hoe nodig en nuttig is het om dat bedrag uit te geven en welk maatschappelijk belang wordt ermee gediend? De dekking uit de reserve herstructurering is wat de SGP betreft echt een misser. Dat soort uitgaven dient niet te worden betaald uit de zo zorgvuldig opgebouwde reserve voor herstructurering. In de financiële onderbouwing zijn een aantal grondopbrengsten begrepen die niet zeker zijn – denk aan de Mient en de Meeuwensingel. Wat te doen als die tegenvallen? Moet de raad dan extra krediet voteren, of wordt dan op de plannen bezuinigd? Mede op verzoek van de SGP zijn de financiële getallen nog eens tegen het licht gehouden. Hij moet vaststellen dat de financiële optimalisering die daarvan het gevolg is niet zo heel veel oplevert. Er blijven een paar hele dure stukken weg in de plannen zitten, zoals Fluitenlaan-oost en de Duikerlaan, die voor bijna anderhalf miljoen worden opgeknapt, terwijl ze in het IBOR waarschijnlijk nog erg ver weg zitten. Slechts 15% van de voorziene investeringen in wegen wordt uit IBOR gehaald, terwijl 85% additioneel wordt gedaan. Dat betekent eigenlijk dat dit geld te vroeg, of misschien zelfs wel te veel, wordt besteed ten opzichte van wat eigenlijk zou moeten worden gedaan in het kader van de IBOR-systematiek. Hoeveel wordt het IBOR op termijn ontlast met deze investeringen?

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 9

Dankbaar is de SGP het college voor het feit dat nogmaals is gekeken naar de verkeersafwikkeling op de Couwenhoekseweg. Het antwoord is eerlijk: de restcapaciteit is beperkt en een duurzame oplossing voor dit knelpunt zou eenvoudig gerealiseerd kunnen worden door ofwel de rechtsafstrook te verlengen, ofwel de rechtdoorstrook naar Nieuwerkerk te verdubbelen. Als dat inderdaad relatief eenvoudig is te realiseren, hoe ver zou de wethouder dan komen als de raad zou opdragen dat knelpunt maar gewoon direct binnen dit budget mee te nemen? De heer VAN BUREN memoreert dat de discussie over Capelle Centraal inmiddels enkele jaren bezig is, een traject waarin heel veel bewoners mee hebben gesproken en waaruit goede ideeën zijn voortgekomen. Soms is echter ook sprake geweest van een gemiste kans. Volgens hem is men het in Capelle een beetje verleerd om te dromen. Door net als bijvoorbeeld Spijkenisse tewerk te gaan, dat met inschakeling van stedenbouwkundigen het centrum smoel heeft gegeven, had misschien nog een extra slag en ambitie toegevoegd kunnen worden. Niettemin is het al heel wat dat op dit moment dit plan voorligt. Er is beweging en dat moet tot blijdschap stemmen, want er is veel te lang op gewacht, zeker waar het gaat om de aanpak van het winkelcentrum. Niet eens is hij het met wat de heer Van Buren over het winkelcentrum heeft gezegd.

Iedere stad worstelt met de vraag hoe in de binnenstad om te gaan met de detailhandelsfunctie. De detailhandel staat sowieso onder druk en daarmee ook de verhuurders van panden, maar hier is sprake van een heel andere structuur in het centrum. Waar winkelgebieden meestal zijn opgebouwd uit meerdere straten en tientallen eigenaren, is hier sprake van één eigenaar, die 150 panden in bezit heeft binnen één construct. In andere steden worden discussies gevoerd over de vraag hoe de stad vitaal kan worden gehouden en daarbij wordt nadrukkelijk wel gesproken over andere functies. Het gaat zijns inziens niet aan op voorhand te zeggen dat in het winkelcentrum alleen een detailhandelsfunctie moet worden behouden, zoals de heer Van Buuren heeft betoogd. De heer VAN BUUREN betreurt het dat de heer Van Buren zijn woorden zo heeft begrepen. Wat hij heeft willen betogen is dat voorkomen moet worden dat de realisatie van fase 3 straks alleen mogelijk wordt als de gemeente nog allerlei additionele inspanningen verricht, en wellicht ook financiële investeringen doet, waardoor in het stadshart andere functies zouden kunnen worden gevestigd die niet met detailhandel te maken hebben. De vraag is of de gemeente daarop zit te wachten, zeker als het functies betreft waaraan de gemeenschap financieel zou moeten bijdragen.

De heer VAN BUREN constateert dat de heer Van Buuren en hij het in ieder geval met elkaar eens zijn dat er niet expliciet publiek geld in moet worden gestoken. Complimenten zijn op hun plaats voor de manier waarop met heel veel mensen is overlegd. In het nu volgende traject van tien, vijftien jaar uitvoering zal, naar hij aanneemt, soms ook op kleiner schaalniveau weer met bewoners om de tafel worden gegaan om te bezien hoe de daadwerkelijke invulling op postzegelniveau gestalte moet krijgen. De controle van de raad is zeer terecht als punt neergelegd. Of dat als over het graf heen regeren kan worden betiteld, vraagt hij zich af. De inhoud en de samenhang die nu in het plan zit zullen op langere termijn behouden moeten worden. Dat op sommige momenten de financiën weer eens tegen het licht zullen moeten worden gehouden, moge duidelijk zijn; het is immers nog niet exact bekend hoe men in de komende jaren zal varen. Zelf heeft hij daar meestal een nogal zwarte visie op, zoals in de afgelopen jaren zal zijn gebleken. Het kan dan geen kwaad het plan zo nu en dan te vertragen en bepaalde dingen wat later uit te voeren, zo lang maar geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande inhoud en de samenhang.

De heer VAN BUUREN vraagt hoe de heer Van Buren in dat opzicht aankijkt tegen de suggestie om over de tweede fase een nieuw raadsbesluit te laten nemen, gelet op de kapitaallasten die in 2021 en 2022 zullen ontstaan, over de dekking waarvan nu nog geen zinnig woord kan worden gezegd. De heer VAN BUREN merkt op dat een groot deel van de kosten, die ook vertaald worden in de kapitaallasten, te maken heeft met de aanpak van de infrastructuur. Vraag is dan, zeker als men geen extra last wil toeschuiven naar het IBOR, of de aanleg van die infrastructuur wel gelijke tred zal houden met het groot onderhoud zoals gepland binnen het IBOR – zijnde de beste manier om de kosten laag te houden. z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 10

Wat hem vooralsnog niet helemaal duidelijk is, is of het tempo dat nu bij de aanleg van de infrastructuur wordt aangehouden overeenkomt met de snelheid van uitvoering binnen het IBOR, wat de best mogelijke garantie biedt op zo laag mogelijke kosten. Mocht het sneller gaan, dan kan hij zich voorstellen dat daarover nog een apart besluit moet worden genomen. Er is een aantal kosten, zoals het bedrag van € 350.000,- dat niet direct in stenen wordt gestoken, waarvan hij zich afvraagt of die wel zo noodzakelijk zijn. Soms vraagt hij zich ook af waar bepaalde discussies, waarover in het verleden nogal moeilijk werd gedaan, zijn gebleven. Zo mist hij bijvoorbeeld de kiosk die ooit op het Amnestyplein zou moeten komen. Komt die nog steeds in het plan voor, of is ze nu ineens zomaar verdwenen? Wethouder VAN SLUIS begint met het belangrijkste: de complimenten die zijn gemaakt voor de hoeveelheid werk die is verzet en voor de helderheid van de gehele rapportage. Die complimenten zal hij graag aan de organisatie overbrengen, want het is bepaald geen sinecure geweest om dit alles in anderhalf jaar tijd bij elkaar te brengen en deze ene vierkante kilometer te vertalen in een groot ambitieniveau, maar vooral in duidelijkheid voor de stad, gedragen vanuit die stad. Het is namelijk allemaal afkomstig van de Capellenaar, die vindt dat deze beweging in de stad moet plaatsvinden.

Die zelfde Capellenaar heeft ook terecht gewezen op een aantal problematieken die zich vandaag de dag voordoen ten aanzien van de verkeersinfrastructuur, de onveiligheid die daarbij een rol speelt, het langzame verkeer, het fietsverkeer, het gebrek aan groen en bruis in de stad. Op al die elementen moet antwoord worden gegeven en de vraag is of dat in de afgelopen jaren voldoende is gedaan. Volgens hem hebben de Capellenaren, en ook de raad, duidelijk gemaakt dat dat niet het geval is geweest. Met het nu voorliggende plan kan dat antwoord wel worden gegeven, en op een manier die door iedereen wordt gedragen. De hamvraag is nu of het ambitieniveau dat er is ook gehandeld kan worden. Zijn antwoord daarop luidt bevestigend. Hij wijst erop dat de planning, die een doorkijk geeft over vijf jaar, volgordelijk is. Daarbij is omschreven dat het de bedoeling is zoveel mogelijk werk met werk te maken. Een klein voorbeeldje is de Rivierweg, die gewoon in het IBOR is gepland voor dit jaar, zodat daarmee ook aan de slag kan worden gegaan. Daarbij is het van belang voor ogen te houden – daarover bestaat hier en daar misschien een misvatting – dat het IBOR bedoeld is om de bestaande infrastructuur te behouden en te onderhouden. De ambitie is nu om daarin aanpassingen te doen, omdat de overtuiging bestaat dat dat goed is voor de stad.

De extra middelen die nodig zijn om die aanpassing in de infrastructuur mogelijk te maken kunnen niet één op één worden vertaald uit IBOR, maar wel op het moment dat werk met werk wordt gemaakt, waarmee ook zo efficiënt mogelijk met de kosten wordt omgegaan. Naar aanleiding van het initiatief om van de Duikerlaan een 30 km-zone te maken is door de bewoners van de Alkenlaan/Pelikaanweg verzocht dat ook te laten gelden voor de omgeving van de school, omdat dat immers veiliger is voor de kinderen die daar iedere dag naar school gaan. Daarnaar is geluisterd en daaraan moet dan ook de financiële component worden gehangen. Er is zelfs wel gevraagd om ook de Kerklaan tot aan de IJssel door te trekken. Het is zeker iets wat wel samenhangt met de ambitie, maar een heel andere vraag is of het ook realistisch haalbaar is en direct een significante bijdrage levert aan de verkeersveiligheid, en dat dan ook nog geprioriteerd. Die vraag zou hij op dit moment ontkennend willen beantwoorden. Fase 3 van Wereldhave staat één op één in relatie tot de verandering van het Stadsplein. Aan het Stadsplein zal niets worden gedaan voordat met fase 3 keihard wordt gestart. De gemeente is ook wel zo bijdehand om niet al een Stadsplein te gaan aanleggen terwijl er nog allerlei vrachtwagens over het plein moeten rijden om fase 3 mogelijk te maken. Die volgordelijkheid lijkt hem dan ook evident.

Op de achtergrond wordt door de ambtelijke organisatie enorm hard gewerkt om een fasering aan te brengen in de planning voor de infrastructuur. Om dat ook voor de raad zichtbaar te maken zal een informatieavond worden belegd. De heer VAN BUUREN constateert dat op dit moment twee projecten ten aanzien van infrastructuur rechtstreeks vanuit het IBOR kunnen worden gefinancierd: de Rivierweg-noord en -zuid en de Rivierweg/Reigerlaan. Dit werk met werk maken is bij de andere projecten nog niet echt terug te zien. Zijn eerste vraag aan de wethouder luidt daarom bij welke andere elementen daartoe een mogelijkheid wordt gezien. Zijn tweede vraag houdt verband met het volgende. Hij verdenkt de gemeente van veel, maar niet van zoveel onhandigheid dat het Stadsplein wordt aangelegd voordat met fase 3 van start wordt gegaan. Er moet echter ook een investering worden gedaan in het parkeren, die rechtstreeks samenhangt met het Stadsplein, en met een deel daarvan zal eerder worden begonnen dan fase 3 van Wereldhave. Is het niet verstandig ook daarmee te wachten totdat Wereldhave de schop in de grond steekt?

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 11

Wethouder VAN SLUIS haalt twee voorbeelden aan van het maken van werk met werk die in IBOR al zijn uitgesteld. Ten eerste de Fluiterlaan, bij het gebied waar de Hoven-II gesloopt kan worden. De complete infrastructuur zou daar wel eens heel anders kunnen worden dan ze nu is. Daarvoor zijn al reserveringen gedaan die daaraan één op één gekoppeld kunnen worden. Ten tweede de Alkenlaan/Pelikaanweg die nu op verzoek van de bewoners is opgeplust. Het is niet onlogisch dat te beschouwen in samenhang met de parkeerdruk die daar bestaat, de overlast die bij de scholen wordt ondervonden, het veilig fietsen naar de scholen en de kruising die daarbij hoort bij de Reigerlaan. Dat kan naar voren worden gehaald, omdat het één op één met het maken van werk met werk van de ontwikkeling van de sporthal en het zwembad te maken heeft. De heer VAN BUUREN vraagt of de wethouder hiermee wil zeggen dat bij de uitvoering zal blijken dat deze bedragen zullen meevallen omdat op zoek wordt gegaan naar slimme combinaties en dat op termijn minder gelden aan het IBOR gevoteerd behoeven te worden omdat met deze investeringen een aantal maatregelen naar voren zal worden gehaald. Wethouder VAN SLUIS kan dat in grote lijnen bevestigen, al moet dat niet worden opgevat als een toezegging. Meevallers zijn nooit te garanderen, maar de systematiek die wordt gehanteerd kan uiteindelijk wel tot dat voordeel leiden.

Zeker is in ieder geval dat, als die systematiek niet wordt gehanteerd, dat voordeel niét zal worden behaald. Met haar opmerking over een foto met een niet-groene afscheiding refereerde mevrouw King waarschijnlijk aan een pagina in “the making of”, waarin wordt uitgelegd dat dat een van de mogelijkheden zou zijn geweest, maar dat in Capelle onomstotelijk is besloten dat het een groene afscheiding zal moeten zijn. De heer Bergman, die er verbazing over uitsprak dat in het stuk slechts gewag wordt gemaakt van de reactie van twee bewoners, wijst hij erop dat daarmee is gedoeld op de reactie van insprekers. De overige reacties zijn opgenomen in de verslagen die zijn gemaakt van de bijeenkomsten. Wat betreft de waarschuwing die de heer Van Buuren liet horen over het vullen van het gebied met allerlei andere functies, merkt hij op dat ter zake gewoon de regelgeving van het bestemmingsplan wordt gevolgd. Eventuele wijzigingen daarin zullen niet door hem worden aangebracht, want het is de raad die daarover gaat. Los daarvan is hij van mening dat dit geen integraal onderdeel moet worden gemaakt van de financiële afwikkeling vanuit de voorliggende planvorming. De heer VAN BUUREN vraagt of hij de woorden van de wethouder zo mag vertalen, dat de realisatie van deze plannen niet afhankelijk is van medewerking van het gemeentebestuur om andere functies in het stadshart mogelijk te maken.

Wethouder VAN SLUIS beaamt dat. De heer VAN LOEF haakt hierop in, omdat het ook raakt aan de vraag die hij heeft gesteld over de risico’s. De wethouder zei zojuist dat meevallers nooit te garanderen zijn, maar hij neemt aan dat dat ook betekent dat de risico’s wel in beeld zijn. Wethouder VAN SLUIS meent dat de ramingen in de begroting op een buitengewoon terughoudende en gedegen manier tot stand zijn gekomen, reden waarom hij de kans op risico’s niet bovenmatig groot acht. Het bedrag klinkt wel heel groot, maar als het wordt opgedeeld in de details die er deel van uitmaken ziet de wereld er heel anders uit. Om recht te doen aan de bibliotheek als huiskamer van de stad, aldus de heer Van Buuren, zou hiervoor geen winkeltje moeten worden gehuurd, maar gebruik moeten worden gemaakt van de bibliotheek zelf. Daartegen brengt hij in dat een winkeltje de gemeente exact nul euro zou kosten en dat bovendien de traffic in het winkelcentrum de kans om mensen te bereiken vele malen groter maakt dan bij een bibliotheekpand, dat toch enigszins verscholen ligt. De heer Van Buren bevestigt hij dat het de bedoeling is de bewoners ook op uitvoeringsniveau interactief bij het beleid te blijven betrekken. Door de ChristenUnie en de PvdA is het idee geopperd het bedrag van € 30.000,- per jaar voor evenementen in het reguliere evenementenbudget op te nemen.

Die mogelijkheid is onder de loep genomen, maar daarbij is gebleken dat het evenementenbudget in feite al vergeven is. Om de komende jaren meer aandacht te kunnen geven aan het stadscentrum zijn ook middelen nodig. Voor het overgrote deel worden die kosten gedragen door de markt en daarbij past ook een bijdrage van de gemeente. z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 12

De VOORZITTER biedt de mogelijkheid voor een tweede termijn. De heer EILANDER sluit niet uit dat de wethouder er tussen neus en lippen door iets over heeft gezegd, maar zelf heeft hij nog niet voor ogen of en hoe de wethouder de raad wil meenemen in de financiële fasering. Worden ergens één of twee knippen ingebouwd om de stand van zaken, de risico’s en wat er de jaren daarna op de gemeente af komt, nog eens tegen het licht te houden, om te beoordelen of nog steeds de goede weg wordt gevolgd, of het allemaal nog betaald kan worden, enz.? Mevrouw KING-DE HOOG informeert naar de reden voor het toevoegen van de wens om een Capelse variant van het Regenboogpad te ontwikkelen. De heer BERGMAN zegt het laatste juist “hartstikke fabulous” te vinden, zoals dat in zijn familie wordt genoemd. De heer VAN BUREN herinnert aan de detailvraag die hij heeft gesteld over de kiosk op het Amnestyplein. Voorts vraagt hij zich af of hij de verzekering van de wethouder dat de bewoners ook op uitvoeringsniveau interactief bij het beleid betrokken zullen blijven worden, zo mag verstaan dat, wanneer bijvoorbeeld het stadsparkje aan de Lijstersingel aan de beurt komt, daarover nog eens met de inwoners om de tafel zal worden gezeten. De heer VAN BUUREN meent een antwoord te hebben gemist op de vraag die hij heeft gesteld over het knelpunt Couwenhoekseweg.

Daarnaast herhaalt hij zijn vraag of het uitgeven van geld aan evenementen niet even kan wachten totdat de raad daarover kaderstellend iets heeft gezegd, bijvoorbeeld dat het vooral dient als cofinanciering van evenementen die reeds door anderen worden geïnitieerd. De wethouder heeft gezegd dat de ramingen in de begroting zo conservatief zijn dat erop mag worden vertrouwd dat het wel goed zal komen. Niettemin is het reëel de vraag te stellen wat er zal gebeuren als bijvoorbeeld de herontwikkeling van de Mient niet lukt, om welke reden dan ook. Moet dan een extra krediet worden gevoteerd, wordt de reserve herstructurering als overlooppotje gebruikt, of wordt dan toch bezuinigd op de plannen? Blij is hij met de mededeling van de wethouder dat er werk met werk zal worden gemaakt, wat de facto al een harde koppeling impliceert tussen gemeentelijke investeringen en herontwikkeling. Wat de SGP betreft zou het nog wel iets explicieter mogen, maar daarop zal hij zich nog beraden. Met de wethouder voor financiën zou hij graag eens van gedachten willen wisselen over de dekking van de kapitaallasten, want er is nu sprake van een groeiende kapitaallast, die in 2022 haar maximale omvang zal bereiken, maar niemand heeft ook nog maar een flauw benul van zelfs de dekking van de kapitaallasten op korte termijn.

Mogelijk kan de wethouder wel aangeven hoe hij die dekking op korte termijn voor ogen ziet, maar zeker op de langere termijn is het echt de vraag of deze raad daarover een besluit moet nemen. Hij herhaalt daarom zijn vraag of de wethouder bereid is de suggestie in overweging te nemen om een knip in de besluitvorming over de votering van het krediet te maken. Wethouder VAN SLUIS deelt allereerst mee dat de kiosk waarnaar de heer Van Buren informeerde nog gewoon in het bestemmingsplan staat. Er is echter nog geen aanvraag voor gekomen. Zelf kan hij zich heel goed voorstellen dat het hier, met de ontwikkeling die is voorzien in het groen, best een mooie aanvulling zou kunnen zijn, met een terras aan het water, maar ongetwijfeld zullen de bewoners daarover ook hun gedachten hebben. Bestemmingsplantechnisch is het in ieder geval mogelijk. Het Regenboogpad is een wens van verschillende doelgroepen. Het college meent daaraan invulling te kunnen geven, ook om daarmee tegemoet te komen aan de wens van vooral jongere bewoners om wat meer kleur in de stad te brengen. Een zwart-wit pad op een bepaalde plek kan hij zich overigens ook wel voorstellen, zij het dat hij dat dan zou willen koppelen aan een stukje veiligheid.

Als de heer Van Buuren daarvoor voldoende draagvlak kan vinden bij diens achterban, is er binnen het speelveld van € 3,5 miljoen misschien wel iets leuks voor te vinden! De heer VAN BUUREN concludeert dat hij voor zo’n suggestie dus draagvlak zal moeten vinden bij zijn achterban, terwijl een willekeurige burger die iets roept direct serieus wordt genomen!

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 13

Wethouder VAN SLUIS benadrukt dat het een breed gedragen wens is van de samenleving en niet van een willekeurige burger. Problemen heeft hij met de knip in de besluitvorming die is bepleit. De raad kan uiteraard altijd anders besluiten, want niet hij, maar de raad gaat over het geld. Zelf is hij echter van mening dat je bij het neerleggen van een ambitie uiteindelijk ook je ballen zult moeten tonen, om het maar eens op z’n Rotterdams te zeggen. Je moet willen durven doorpakken. Ben je daartoe niet bereid, dan verzand je in een situatie die zich de afgelopen jaren helaas te vaak heeft voorgedaan. Doen zich daarentegen extreem negatieve effecten voor, zoals bijvoorbeeld een Mient die helemaal niet van de grond getrokken kan worden – wat hij overigens helemaal niet verwacht –, dan zal vanzelfsprekend een extra krediet moeten worden gevraagd. De heer VAN BUUREN begrijpt de oproep van de wethouder om lef te tonen volledig, en die spreekt hem zeker ook aan, maar de vraag blijft toch of de wethouder er enig benul van heeft hoe een en ander te zijner tijd financieel geregeld kan worden. Wethouder VAN SLUIS houdt staande dat de keuze goed is afgewogen. De afweging ter zake echter zal, zoals aan het begin van de avond al is gezegd, integraal bij de voorjaarsnota moeten worden gemaakt.

De heer VAN BUUREN zegt er bij de komende voorjaarsnota nog wel fiducie in te hebben, bij de voorjaarsnota’s van 2018 t/m 2021 heeft hij er echter veel minder vertrouwen in dat het zal lukken. Wethouder VAN SLUIS kan zijn hand niet in het vuur steken voor het jaar 2020, maar bepaalt zich tot de voorliggende visie met deze ambitie, waarvan gezegd kan worden dat een goede afweging is gemaakt die echt haalbaar is. Een doorrekening van de kosten die gemoeid zouden zijn met het vergroten van de capaciteit bij het door de heer Van Buuren genoemde knelpunt aan de Couwenhoekseweg zegt hij toe, zonder overigens toe te zeggen dat dat even binnen het budget zal worden gedaan, noch dat het één-twee-drie zal worden uitgeruild tegen de Alkenlaan/Pelikaanweg! De heer Van Buren bevestigt hij ten slotte dat de bewoners actief zullen worden betrokken bij de aanpak van het parkje aan de Lijstersingel. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel als bespreekstuk op de agenda voor de raad zal worden geplaatst. 7. Gebiedspaspoort Stadshart inclusief de daarbij behorende concept Nota van beantwoording inspraakreacties (762864) Mevrouw KING-DE HOOG vat samen dat de Welstandscommissie hiermee heeft ingestemd en dat de vragen die door de commissie SOB zijn aangedragen prima zijn beantwoord. Wat Leefbaar Capelle betreft is het voorstel akkoord.

Mevrouw TIEMAN herinnert aan de rolstoelexperience die de raadsleden eerder hebben ondernomen, waarbij zij hebben geprobeerd zich met rolstoelen door het stadshart voort te bewegen. Gebleken is toen dat dat op veel plekken helemaal niet zo gemakkelijk was. In de spelregels voor de inrichting van de openbare ruimte heeft zij dat niet één-twee-drie kunnen terugvinden. Zij vraagt zich dan ook af of dit bij de wethouder op het netvlies staat en of het niet ook als zodanig verwoord zou moeten zijn in de stukken. Aandacht vraagt zij voorts voor de fietsstroken. Uit de plaatjes die bij de stukken zijn gevoegd blijkt dat op veel plaatsen fietsstroken geïntegreerd zijn in de weg, terwijl op sommige plekken afgezonderde stroken zijn voorzien, met een verhoging tussen strook en weg. Bij veel van die plaatjes is aangegeven dat het een mogelijke inrichting betreft. Zij is benieuwd welke gedachten daarover nu bestaan, met uiteraard de veiligheid voor fietsers in het achterhoofd.

z.o.z.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: G10/776033

pagina: 14

De heer VAN BUUREN vraagt ook hier weer aandacht voor het maken van een koppeling, zoals eerder door hem bepleit. Als de gemeente de Rivierweg opknapt, mag van Wereldhave worden verwacht dat zij de puien openwerkt, om te voorkomen dat de ene kant wordt verfraaid en de achterkant dicht blijft. De SGP vraagt zich voorts af hoe de ruimte voor lokale ondernemers in het winkelcentrum De Koperwiek geborgd wordt. Iedereen is het ermee eens, maar in de praktijk is het verdraaid lastig te realiseren. Wat heeft de gemeente concreet in handen, behalve een goed gesprek, om daarop te sturen? De heer VAN BUREN vreest dat het Stadsplein uiteindelijk te smal zal worden, zoals hij al vaker heeft betoogd. In deze ontwerpfase valt er weinig meer aan te doen, maar hij heeft er wel behoefte aan zijn zorg over het ontstaan van een pijpenla nog eens in het verslag te laten vastleggen. De heer VAN LOEF zoomt namens de VVD nog eens in op het Stadsplein. Eerder zijn al opmerkingen gemaakt over wat nu de architectenpitch wordt genoemd en de fractie is niet helemaal gerustgesteld door de terugkoppeling ter zake. Omdat zoiets maar één keer goed kan worden gedaan, wil hij weten hoe de raad en andere belanghebbenden hierin worden meegenomen.

In het verlengde van de opmerking die de PvdA heeft gemaakt over de inrichting van de openbare ruimte dringt hij er ten slotte op aan aan de voorkant goed na te denken over het materiaal. Voorkomen moet worden dat het er in het eerste jaar nog wel aardig bij ligt, maar dat het daarna al snel sleets begint te worden. Wethouder VAN SLUIS zegt niet meteen aan een herhaling van de rolstoelexperience te denken, maar wat hij wel kan verzekeren is dat met BGC overlegd is over een goede inrichting voor mindervaliden en dat daaraan in de uitvoering wel degelijk aandacht zal worden geschonken. Met betrekking tot de fietsstroken zijn inderdaad alleen nog impressies weergegeven, zoals mevrouw Tieman terecht concludeerde. In de uitwerking zal uiteraard rekening moeten worden gehouden met de wettelijke bepalingen die daarvoor gelden en zal aan de nieuwste eisen worden voldaan. De verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers staat voorop, maar er zijn vele mogelijkheden om dat te organiseren, in combinatie met een kwalitatief goede uitstraling. Door de SGP is de vraag gesteld welke mogelijkheden de gemeente ten dienste staan, anders dan alleen een goed gesprek, om de ruimte voor kleinere ondernemers in de Koperwiek te borgen.

Volgens hem kent de heer Van Buuren overigens het antwoord op die vraag al wel: tussen degene die huurt en degene die verhuurt wordt een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten en daarin kan de gemeente zich niet mengen, anders dan via de goede gesprekken die wekelijks worden gevoerd met de betrokken eigenaar. Het plan van Wereldhave strekt trouwens wel breder dan het vrijspelen van vierkante meters voor grote spelers die alleen pakken melk en Muesli verkopen. De reden om deze grote investering aan te gaan is juist gelegen in de kwaliteit die bereikt kan worden door een verschillend winkelareaal een impuls te geven. Als een belangrijke speler in Nederland op het gebied van winkelcentra ziet Wereldhave als geen ander in dat het nodig is de diversiteit in een winkelcentrum groot te houden, zeker in een winkelcentrum als dit, dat één eigenaar kent met 150 winkels. Dat iemand die de situatie nu in ogenschouw neemt het gevoel kan krijgen dat het plein te smal zal worden, snapt hij wel, maar als je even goed doorkijkt en de afmetingen op je in laat werken, valt dat reuze mee. Hij heeft zich laten vertellen dat de afmeting van het plein in de nieuwe vorm ongeveer de grootte heeft van het marktplein dat in Delft ligt. Het wordt bepaald een fors plein, waarbij zelfs de vraag zou kunnen worden gesteld of het niet nog steeds te groot is als huiskamer van de stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082848/1