CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.06 - conceptverslag cie SOB 250701 (20.00 uur)

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 september 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen14.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Heeft het college een scherp beeld van wat er voor nodig is om voldoende draagvlak te houden voor de supermarkt? Want het duurt nog jaren voordat daar ook daadwerkelijk woningen gerealiseerd worden. Haar fractiegenoot heeft de suggestie gedaan – ze weet overigens dat men dat liever niet wil horen – om er wellicht nog woningen op te bouwen. Er komen dan meer woningen bij en dan zou een combinatie te realiseren zijn. Liggen er al plannen om in ieder geval die winkelstrip goed te behouden? De langetermijnaanpak ten aanzien van mobiliteit is bekend. De wethouder heeft aangegeven zich hard te willen maken voor de metro óf onder de grond, óf bovenlangs. Het zal echter een proces van lange adem zijn om daar ook Rotterdam in mee te krijgen. Met de heer Oudshoorn is zij het eens dat nu vooral naar de kortermijnactie dient te worden gekeken, want het wordt steeds drukker. Vanuit het rapport kan ze begrijpen dat het niet aan de vervoersbewegingen ligt die er straks nieuw bijkomen, maar dat het om heel Capelle gaat. Dat gaat ook de bewoners aan. Als je dat op korte termijn kunt oppakken, en daarbij kijkt ze de heer Oudshoorn aan: ze weten allebei dat men geen kapitaallastenreserve wil –, zou dat wel een van de zaken zijn waarmee je dingen zou kunnen oppakken, dus dat is wel iets wat ze nog in de overwegingen wil meegeven.

Het is niets iets waarover ze pas in de herfst zou willen sparren: ze zou nu daadwerkelijk die actie willen zien. Het onderzoek naar het warmtenet is gestopt en ook met Rotterdam kan men niet verder. Gaat dit nog problemen opleveren voor de Florabuurt of, of is er straks soms een andere oplossing om van het gas af te gaan? Een item waar het CDA altijd veel waarde aan hecht is het gebiedspaspoort. De raad wordt voorgesteld af te wijken van het gebiedspaspoort omdat er meer sociale-huurwoningen komen dan eigenlijk in het gebiedspaspoort, en dat komt met name omdat tien woningen gerealiseerd worden op het apothekersveldje in plaats van acht. Het college zegt wel dat het slechts één woning extra is, maar het CDA hecht aan een betrouwbaar proces als wordt afgeweken van het gebiedspaspoort en is ook bereid om daarover constructief mee te denken. Ze wil echter ook nog iets anders voorleggen. Het vorig jaar zijn 700 extra sociale-huurwoningen en ruim 1.000 andere woningen toegevoegd als kanslocaties in de woningbouwmonitor. Er is al eens een keer afgeweken van de plannen in het koersdocument. Toen stonden er 200 woningen, in 2021 is het zelfs opgeplust naar 260 en uiteindelijk zijn er in het gebiedspaspoort 220 woningen gekomen. Bij het zuidblok zijn nu maximaal 173 woningen benoemd.

Indien dit gewijzigd zou worden in maximaal 172 woningen, is de schaal weer gelijk; dan heb je er namelijk 172 in het zuidblok en 48 in het middenblok en zo kom je weer keurig netjes op de 220 woningen uit die in het gebiedspaspoort staan. Door de tien sociale woningen op het veldje elders heeft de ontwikkelaar er nu extra woningen bijgekregen, dus wellicht kan er nu gewoon één woning af. De vraag aan de wethouder is: is hij bereid om het aantal woningen in het zuidblok te wijzigen tot maximaal 272, oftewel één woning minder? Of wat maakt het dat er geen 47 woningen kunnen komen in het middenblok? Dit kan toch ook nog gewoon gewijzigd worden? Dit is ook een van de mogelijkheden zijn om daar in ieder geval conform het paspoort het plan te gaan uitvoeren. En dan het zuidblok. In het bestemmingsplan voor het middenblok is de permanente huisvesting voor de huisarts en het buurthuis wel geregeld. Het CDA ging ervan uit dat de tijdelijke huisvesting geregeld was. Maar toen kwam de brief van de huisartsenpost en inmiddels is ook de inspreker gehoord over het buurthuis. De tijdelijke huisvesting is niét geregeld en daar maakt het CDA zich grote zorgen over.

Vanaf 21 mei is al een voorgenomen grondverkoop gepubliceerd, waarbij de ontwikkelaar de enige gegadigde is die die grond kan kopen van de gemeente en op die te verkopen grond staat in ieder geval ook nog het gebouw van De Wel, maar op het andere stuk staat de school

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 14 van 19

De Triangel. Hoe kan bewerkstelligd worden dat in ieder geval in de wijk dichtbij een huisarts zit? Wethouder, hoe kan dit nu gebeuren, waar is het misgegaan? Er is altijd van uitgegaan dat de tijdelijke huisvesting geregeld zou zijn. Waar is dit misgegaan en welke tijdelijke en vooral geschikte oplossingen zijn er al in beeld? Klopt het dat nu eerst met het zuidblok wordt begonnen, of kan wellicht in het middenblok worden begonnen, zodat de huisarts kan blijven zitten en het buurthuis ook? Zonder harde garanties voor een werkbare oplossing voor de huisartsen, het buurthuis en eventueel de school ziet het CDA niet in hoe het groen licht zou kunnen geven voor het bestemmingsplan. Wethouder SCHAATSBERGEN dankt de leden van de commissie en alle insprekers voor de terechte zorgpunten die naar voren zijn gebracht, waarop hij direct zal terugkomen. In 2021 zijn de gebiedsvisie en het gebiedspaspoort vastgesteld. Procedureel komt er dan een uitwerking in een bestemmingsplan en het bestemmingsplan Florabuurt is in twee delen opgesplitst, namelijk midden en zuid, en dat heeft alles te maken met het feit dat in het zuidelijk deel een commerciële partij is die tot ontwikkeling kan overgaan. Deze commerciële partij heeft daar eigendom. Onderhandelingen daarover hebben tot wat vertraging geleid, maar dat zijn onderhandelingen die in het hele gebied van toepassing zijn geweest.

Om mevrouw Den Engelsman meteen even een beeld te schetsen naar aanleiding van één van haar vragen: het is gefaseerd in twee fases in het zuidblok, waarbij vanwege de versnelling en de haalbaarheid is aangegeven dat in het zuidblok gelijk gestart zal worden in fase 1. Daarmee heeft de ontwikkelaar het recht van eerste koop op fase 2 in het gebied. Hoe dat zal uitpakken, zal tegen die tijd moeten blijken. Heel veel opmerkingen zijn gemaakt over de huisartsen, en terecht. Ook het college heeft de brief van de huisartsen ontvangen. Juist de stap die gezet wordt om in het zuidblok te beginnen met bouwen zorgt ervoor dat men in de tijdelijkheid die bedacht was in het gebiedspaspoort en de bestemmingsplannen voor de huisartsen nu ook met een andere situatie geconfronteerd wordt. Kan hij hier ter plekke aangeven waar morgen de huisartsen tijdelijk gehuisvest zullen worden? Nee. Wat hij wel kan aangeven is dat hij bestuurlijk de opdracht heeft uitgezet om tijdelijke huisvesting in de Florabuurt mogelijk te maken. Hoe dat gaat plaatsvinden, kan hij op dit moment nog niet aangeven, want onderzocht zal nog moeten worden wat de beste oplossing is en wat bestaande mogelijkheden zijn waar de huisartsen tijdelijk kunnen worden ondergebracht. De heer HARTOG vraagt of de wethouder kan toezeggen dat in het Huis van de Wijk gezorgd zal worden voor een tijdelijke huisvesting voor de huisartsen.

Wethouder SCHAATSBERGEN herhaalt dat hij bestuurlijk de opdracht heeft gegeven om een tijdelijke huisvesting mogelijk te maken. Dat is de stand van zaken. Ambtelijk wordt op dit moment al gesproken met alle maatschappelijke partijen in de omgeving. Iedereen is ervan doordrongen dat de huisartsen in de Florabuurt moeten blijven zitten en wat hem betreft niet aan de Kanaalweg gehuisvest moeten worden, noch ergens in Rotterdam. De bestemmingsplannen die voorliggen, met alle punten die daarin verwerkt zijn, voldoen aan de ruimtelijke onderbouwing zoals die geacht mocht worden te hebben, dus inclusief alle zorgen die geuit zijn over de mobiliteit. Collega Van Woudenberg zal daar straks nader op ingaan. Dat neemt niet weg dat ook het college zich zorgen maakt over de mobiliteit in de stad. De gemeente wenst in te zetten op de metro op pootjes en dat is een lange, duurzame termijnoplossing. Mevrouw Den Engelsman heeft geopperd in het zuidblok één woning minder te bouwen. Het zijn politieke keuzes die hier gemaakt worden. Het staat iedereen vrij met amendementen e.d. te komen bij de behandeling in de raad. Participatie is ook een aantal keren genoemd, zeker door de insprekers. Met alle respect voor de gevoelens van de insprekers merkt hij op dat participatie in dit dossier een hele precaire aangelegenheid is. In een eerder stadium is er al uitgebreid over gesproken.

Waar ook even de Poortmolen werd genoemd, herinnert hij eraan dat hij eerder zijn zienswijze heeft gegeven op de hiaten die er volgens hem in zitten en binnenkort op de agenda zullen staan, om te bezien of het participatiebeleid van de gemeente op dit soort punten moet worden aangepast. Daarbij zal hij keker de suggesties meenemen die zijn gemaakt over het maken van een knip e.d. Participatie wil niet per definitie zeggen dat één van de partijen meer of minder gelijk krijgt. Op dit moment is de uitwerking van de gebiedspaspoorten aan de orde. Daaraan is een heel uitgebreid participatietraject vooraf gegaan, dat heeft geleid tot het voorleggen van deze bestemmingsplannen. Het blijft een hele lastige situatie en hij realiseert zich ook terdege dat dit traject in de Florabuurt behoorlijk tot vertraging heeft geleid. Het verheugt hem dan ook te kunnen melden dat afgelopen vrijdag de Raad van Commissarissen van Havensteder het laatste finale akkoord gegeven heeft, waardoor deze bestemmingsplannen voor het middenblok überhaupt aan de raad kunnen worden voorgelegd.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 15 van 19

Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA haakt in op de opmerking van de wethouder dat participatie niet wil zeggen dat de één meer gelijk krijgt dan de ander. Feit is echter dat 146 bewoners allerlei punten hebben meegegeven en dat geen enkel punt daaruit is overgenomen. Hoe kijkt de wethouder daar dan naar? Wethouder SCHAATSBERGEN bevestigt dat heel veel zienswijzen zijn ingediend. Veel daarvan waren echter gelijksoortig en zijn op dezelfde manier door het college van een reactie voorzien. Het college heeft in dezen een andere mening en dat resulteert erin dat de zienswijzen die zijn gegeven niet hebben geleid tot veranderingen in de voorstellen voor het bestemmingsplan. Alle inspraakprocessen zoals die richting het gebiedspaspoort hebben gegolden hebben overigens wel tot enige aanpassingen geleid en het gebiedspaspoort is voor de ambtelijke organisatie het vertrekpunt om te komen tot een bestemmingsplan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN wijst erop dat een metrobaan op pootjes krankzinnig veel geld gaat kosten, € 300 miljoen of nog meer, terwijl er bovendien medewerking en financiën van Rotterdam voor nodig zouden zijn. Is het geen utopie te denken dat zoiets er ooit zal komen? Wethouder SCHAATSBERGEN neemt aan dat collega Van Woudenberg daarop wel wat dieper zal ingaan. Naar zijn mening is een metro op poten overigens wel degelijk een reële optie.

Sterker nog: in zijn optiek is het uiteindelijk een van de belangrijkste opties om Capelle mobiel te houden. Dat daarvoor de medewerking van Rotterdam nodig is, is evident, maar overigens ook van de RET, van de MRDH, van het rijk en van de provincie, vandaar dat de definitieve oplossing op lange termijn iets meer voeten in de aarde heeft en veel meer tijd en onderhandelingen vergt dan op dit moment. GroenLinks heeft een vraag gesteld over de sociale-huurwoningen, waarvoor in het stuk een termijn van twintig jaar wordt genoemd. Met Havensteder zijn echter afspraken gemaakt voor 25 jaar. Mevrouw Feuth dankt hij voor haar opmerkzaamheid ten aanzien van het in het stuk genoemde hoogteaccent. In het gebiedspaspoort wordt inderdaad nog steeds gesproken over het hoogteaccent en dat hoogteaccent is eigenlijk gewoon één op één meegenomen naar het bestemmingsplan. Bij voortschrijdend inzicht en in latere discussies is men meerdere keren over dat woord ‘hoogteaccent’ gevallen. Als de raad het goed vindt, zal hij in die specifieke passage op pagina 2 van het raadsvoorstel Florabuurt zuidblok de volgende tekstuele wijziging opnemen: “In het zuiden mag tot 20 meter hoog worden gebouwd, waarbij in het zuidwestelijke blok een woontoren mag komen die 62 meter hoog is.

Daarbij geldt dat de toren slank moet blijven en vanaf de zevende verdieping een maximale diameter mag hebben van 33 meter.” Rest de vraagstelling ten aanzien van mobiliteit, die hij graag overlaat aan collega Van Woudenberg. Wethouder VAN WOUDENBERG verzekert dat de mobiliteit hem als wethouder voor verkeer en vervoer zeker raakt. Dat het druk is op de Kralingseweg richting de metro-overgang, is duidelijk, maar er zijn vele drukke punten in de stad. Als voorbeelden noemt hij de Capelseweg/Kanaalweg, waar het ook dagelijks vast staat, en de Abram van Rijckevorselweg. Automobilisten switchen tussen die verschillende drukke punten: op moment dat ze ergens te lang staan, pakken ze de Bermweg om richting Rotterdam te gaan, of de Schenkelsedreef als het op de Abram van Rijckevorselweg druk is. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN attendeert erop dat de metro-overgang bij de Kralingseweg de enige is bij een woonwijk in Capelle. Is de wethouder het niet met haar eens dat dat extra opstoppingen kan veroorzaken? Wethouder VAN WOUDENBERG weet niet of het tot extra opstoppingen leidt, maar als de slagbomen dicht gaan moeten auto’s inderdaad wachten. Momenteel rijden er 8000 auto’s per dag over de Kralingseweg en dat aantal zal groeien naar 10.000.

In de beantwoording van de zienswijze waarbij 220 woningen worden toegevoegd aan de wijk is geconstateerd dat dat aantal autobewegingen een fractie is van de totale autobewegingen die op de Kralingseweg plaatsvinden. Daarom is er geen causaal verband en is dat niet gekoppeld aan het bestemmingsplan. Maar wat blijft, is dat het natuurlijk een heel druk punt is, net als die andere punten in de stad, en dat hij als wethouder verkeer en vervoer een beperkt budget heeft in de huidige tijd. Hij zal dan ook moeten afwegen waar hij de gelden inzet. Hij is wel blij met het voorstel om dat eens wat breder in de stad te bekijken, want de bereikbaarheid in relatie tot de tienduizend woningen die er de komende jaren bij moeten komen is best wel een groot vraagstuk: hoe blijft de stad überhaupt bereikbaar? De discussie daarover gaat hij graag in het najaar aan met de commissie en die discussie zal wel geruime tijd duren. Een van de punten waarop door het college actie is ondernomen is de metro, die vermoedelijk de hoogte in zal moeten, want verdiept aanleggen is vele malen duurder.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 16 van 19

Met de ontwikkeling aan de oostflanksituatie in Rotterdam, waarbij 30.000 woningen aan de Rotterdamse kant gebouwd worden en er ook nog een stadsbrug komt waarbij ook autoverkeer wordt toegestaan, zal er in de toekomst een congestieproblematiek ontstaan waarvoor echt een goede oplossing gevonden zal moeten worden. Naar de mening van het college is een metro op hoogte de enige structurele oplossing en heeft ook Rotterdam er belang bij om deze situatie op te lossen. De heer OUDSHOORN meent dat door de wethouder een punt gepasseerd wordt als deze in reactie op de vraag van mevrouw Lauw over de drukte bij de metro-overgang op de Kralingseweg opmerkt dat er meer drukke wegen zijn in Capelle. Hier gaat het om de enige ontsluitingsweg van die buurt. De kruising Bermweg/Kralingseweg wordt nu af en toe met een staart van de file geblokkeerd. Het is bekend dat die fileproblematiek zal toenemen door zowel de autonome groei als de ontwikkeling die hier wordt voorgestaan. Blijft de wethouder bij de stelling dat een ander niet te maken heeft met deze plannen? Wethouder VAN WOUDENBERG bevestigt dat het voorkomt dat het verkeer zo druk is dat het over het kruispunt in de file staat, maar dat gebeurt op verschillende plaatsen. De heer OUDSHOORN werpt tegen dat het hier om de enige ontsluitingsweg gaat, de Poortmolen, die volledig afgesloten worden.

Niemand kan de wijk meer uit als die kruising dicht is, in tegenstelling tot alle andere kruispunten in Capelle, waar altijd nog gekozen kan worden voor een ontsluiting via andere wegen. Wethouder VAN WOUDENBERG zegt het daarmee niet eens te zijn. Af en toe komt het wel voor dat automobilisten op het kruispunt stilstaan omdat ze in de rij staan, maar een normale automobilist zal wachten totdat het verkeerslicht op groen staat en dan kan men richting Schenkelsedreef of richting Bermweg ook ontsluiten vanuit de wijk. De heer OUDSHOORN benadrukt dat door een auto of zes, zeven die rechtsaf willen de hele kruising daar wordt geblokkeerd. Ze staan dan niet zozeer op de kruising stil als wel op de rechtsafstrook vanaf de Poortmolen. Het is een uniek punt in Capelle, vandaar dat de SGP ervoor pleit de kortermijnmaatregelen te nemen om dit direct op te lossen. Wethouder VAN WOUDENBERG herinnert eraan dat daarmee een bedrag van € 4,8 miljoen gemoeid zou zijn, dat gezien de financiële situatie van de gemeente op dit moment niet beschikbaar is. Omdat uit het onderzoek blijkt dat de toevoeging van die 200 woningen de situatie niet significant verandert bij dat kruispunt, vindt hij het wel een heel hoog bedrag om daarvoor uit te geven.

Mevrouw LAUW-SCHOUTEN herinnert eraan dat zij de wethouder eerder had gevraagd na het reces een gedachtewisseling te beleggen over de mobiliteitsproblemen in heel Capelle. Als er echter al geen geld is voor de Kralingseweg, zoals de wethouder nu zegt, vraagt zij zich af waarover dan nog gesproken zou moeten worden. Wethouder VAN WOUDENBERG erkent dat die conclusie op zichzelf terecht is. Als er echter plannen voor 5000 woningen in Capelle gerealiseerd moeten worden en bijvoorbeeld met Capelle-Centrum aan de slag wordt gegaan, zullen er ook financiën voor de mobiliteit en de bereikbaarheid beschikbaar moeten komen en dan zal met elkaar beoordeeld moeten worden welke maatregelen het beste zijn voor de totale doorstroming in de stad. Het college staat positief tegenover een nadere verkenning van de bereikbaarheid in Capelle aan den IJssel en zal daarop in het najaar terugkomen. Tweede termijn Mevrouw FEUTH beschouwt het voorstel voor dit bestemmingsplan als een logische en consistente verdere uitwerking van de gebiedsvisie, het gebiedspaspoort en de bijbehorende onderzoeken en regels. Derhalve kan D66 instemmen met beide bestemmingsplannen. De heer OUDSHOORN concludeert dat het uiteindelijk het gemis aan geld is dat hier een rol speelt.

Nu echter toch een extra krediet van € 9,5 miljoen wordt aangevraagd voor dit gebied, vraagt hij zich af waarom die € 4,5 miljoen er niet ook bij had gekund in meteen een integrale aanpak. Als er al geldgebrek is, zou hij overigens zonder veel moeite wel een lijstje kunnen leveren van zaken waarop structureel € 25 miljoen bezuinigd kan worden. De heer HEERENS noemt het een gemiste kans dat de aanbevelingen uit het onderzoek niet eerder zijn meegenomen, zodat serieuze afwegingen gemaakt hadden kunnen worden. Voor de ChristenUnie is dit echt wel een struikelpunt. Hij pleit er met klem voor opnieuw te kijken naar kortetermijnmaatregelen.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 17 van 19

De heer HARTOG vraagt aandacht voor de verbeelding van het zuidblok, de groene invulling, waar in het midden van het gebouw een patio is te zien, een mooie open ruimte waarop een mooi parkje geplaatst zou kunnen worden. Op de tekening van het bestemmingsplan is dat hele gebied geel of grijs gemaakt. In het bestemmingsplan komt het groen er zeer karig van af. Zou het mogelijk zijn het middengebied van dat gebouw ook de kleur groen te geven, zodat zeker is dat daar een mooi parkje of in geval een stukje groen komt? Mevrouw DEN ENGELSMAN neemt aan dat een amendement of motie zal worden ingediend ten aanzien van de tijdelijke huisvesting van de huisartsenpost/het buurthuis. Een antwoord heeft ze nog gemist op de vraag die ze erbij had gesteld hoe het met De Triangel zit, die ook op die grond staat. Wethouder SCHAATSBERGEN merkt aan het adres van de SGP op dat het college dit voorstel heeft gedaan omdat het de voorkeur geeft aan een structurele oplossing op de lange termijn, ook voor wat betreft de metro op hoogte, en dat in relatie tot heel Capelle. Iemand die een andere mening is toegedaan staat het vrij bij de behandeling in de raad met een voorstel ter zake te komen. De heer OUDSHOORN verzekert dat ook hij achter de langetermijnaanpak staat, maar de suggestie die bij de bewoners is gewekt dat een en ander in vijftien jaar tijd gerealiseerd kan worden acht hij niet realistisch.

In het algemeen neemt zo’n majeure aanpak wel twintig tot vijfentwintig jaar in beslag. Daarom moet ook een oplossing worden bedacht voor de korte termijn, de zogenaamde quick wins die al op korte termijn effect hebben. Is de wethouder het niet met hem eens dat het wachten op een structurele oplossing op lange termijn misschien nog wel twintig jaar of vijfentwintig jaar ellende met zich mee kan brengen? Wethouder SCHAATSBERGEN stelt dat de verkeersintensiteit in dat deel van de stad überhaupt zal toenemen, al dan niet door het vaststellen van bestemmingsplannen en/of bouwactiviteiten, onder meer door de metro, zeker als de MRDH besluit de metro daar meerdere keren te laten rijden, waardoor de slagbomen nog vaker dicht gaan. Dat is een van de redenen waarom geopteerd wordt voor een oplossing op de lange termijn, en dat heeft voor een deel ook met strategie te maken. De toezegging van wethouder Van Woudenberg om een en ander in het najaar eens in wat groter verband te bekijken, kan mogelijk worden aangegrepen om ook de kortetermijnmaatregelen nog eens een keer in dat licht te bezien en dan in zijn algemeenheid te bespreken. GroenLinks geeft hij in overweging haar vraag nog eens technisch te stellen, zodat daarop ook technisch antwoord kan worden gegeven. De heer HARTOG meent dat hier niet sprake is van een technische, maar van een politieke vraag.

Hij constateert dat de verbeelding van het bestemmingsplan van het zuidblok een volledig versteend gebied laat zien. Hij verzoekt aan te geven of in het middengebied een stuk groen aangewezen kan worden. Wethouder SCHAATSBERGEN doet hiervoor een beroep op de ambtelijke assistentie. Mevrouw CONFURIUS legt uit dat de verbeelding een vertaling is van het gebiedspaspoort. Op pagina 8 daarvan is aangegeven dat voor het gehele vlak wonen is voorzien, waarbij ook groenvoorzieningen zijn toegestaan. Het hele blok mag maximaal vier bouwlagen krijgen, dus daar is bebouwing over het hele vlak mogelijk. Een binnentuin komt er niet. Wethouder SCHAATSBERGEN vervolgt met de vraag van mevrouw Den Engelsman over De Triangel. De Triangel zit in fase 2 van het zuidblok en die fase gaat pas van start als de overige zaken gereed zijn en daar een changement de décor kan plaatsvinden. Wat nu gaande is in het zuidblok is in twee fasen opgeknipt. Begonnen wordt met het bouwen van de toren. Nadat de overige zaken gereed zijn en daar allerlei verschuivingen plaats kunnen vinden zoals die zijn voorzien in de Florabuurt, gaat fase 2 van start en daarvoor heeft deze ontwikkelaar het eerste recht van koop. Desgevraagd voegt hij eraan toe dat het buurthuis in fase 1 aan bod komt, tezamen met de problematiek van de huisartsen.

Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de wethouder een tijdelijke huisvesting voor de huisartsenpost en een buurhuis kan garanderen voordat een en ander gesloopt wordt. Wethouder SCHAATSBERGEN herhaalt dat zijnerzijds een bestuurlijke opdracht is uitgezet. De VOORZITTER concludeert dat de voorstellen onder de agendapunten 5 en 6 als bespreekstuk voor de raad geagendeerd dienen te worden.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 18 van 19

3. Jaarstukken 2024 en Conceptbegroting 2026 DCMR Milieudienst Rijnmond Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt dank voor de jaarrapportage die op haar verzoek is bijgevoegd met de vliegverkeermeldingen. Het aantal meldingen is flink toegenomen, hoewel 89% van deze meldingen van slechts vier melders afkomstig is. Ook in Krimpen is een forse toename van de meldingen gebleken, terwijl in Nieuwerkerk juist een forse afname is te zien, wat wellicht te maken heeft met aanvliegbewegingen. Het verheugt het CDA overigens dat geen geluidsgrenswaarden zijn overschreden, al kan dat door de inwoners wellicht anders worden beleefd. Het aantal melders is gering, maar het aantal meldingen groot. Jaren geleden heeft ze er al eens een vraag over gesteld aan voormalig wethouder Van Veen. Wellicht kan in een volgend overleg met DCMR nog eens worden gevraagd met de Capelse melders in gesprek te gaan om de reden voor hun vele meldingen te achterhalen. Het CDA kan instemmen met het tussenbericht om geen zienswijzen uit te brengen. Graag wil ze nog wel een kanttekening meegeven. Op 14 april zijn de stukken ontvangen met het verzoek om voor 19 juni eventueel een zienswijze in te dienen. Ook dit is dus weer een van de zienswijzen die de raad niet op 10 juli kan vaststellen. Het college verzoekt zij te onderzoeken hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden.

Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA spreekt waardering uit voor de inzet van de DCMR, die belangrijk werk doet voor de gezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. De jaarstukken geven een degelijk beeld van wat bereikt is. Zorgen maakt de fractie zich wel over het stopzetten van het programma milieucriminaliteit. Hoe wordt deze structurele dreiging dan voortaan aangepakt? De heer OUDSHOORN betuigt instemming met het voorstel. Dat het deze keer niet helemaal goed is verlopen is, naar hij aanneemt, te wijten aan een foutje in de planning. Hij gaat ervan uit dat het de volgende keer weer zal gaan zoals het behoort te gaan. De heer HOOIJKAAS zegt dank voor het presenteren van de jaarstukken 2024 en de conceptbegroting voor 2026 van DCMR. De fractie van D66 heeft hoge verwachtingen van de technologische ontwikkelingen, zoals kunstmatige intelligentie, automatisering, digitalisering van werkprocessen, cloudcomputing en de mogelijke inzet van drones en sensoren. De fractie ziet deze ontwikkelingen als een significante meerwaarde voor efficiënte dienstverlening.

Hij begrijpt dat de kosten voor de baat uitgaan, maar heeft hierover nog wel een vraag te stellen, Leiden deze nieuwe ontwikkelingen in de komende jaren ook tot een kostenbesparing en kan hierdoor een lagere bijdrage worden verwacht aan DCMR? Een punt dat de fractie bezighoudt zijn de milieuklachten en de juiste adressering. Hij realiseert zich dat DCMR niet bepaalt welke milieuklachten worden geregistreerd, maar hij vindt wel dat de gemeente het belang moet inzien van registratie van milieuklachten. Voor bewoners is het vaak onduidelijk waar ze met hun klachten terecht moeten. Geluidsoverlast van vliegtuigen bijvoorbeeld moet bij DCMR gemeld worden, geluidsoverlast van metro bij de metro, geluidsoverlast van het rangeerterrein bij DCMR, geluidsoverlast van autoverkeer binnen de bebouwde kom bij de gemeente, maar van provinciale wegen binnen de bebouwde kom bij de provincie. Het zou fijn zijn om één klachtenloket te hebben waar al deze meldingen terecht kunnen, zodat bijvoorbeeld DCMR deze aan de juiste instanties zou kunnen doorsturen. Hoe kijkt de portefeuillehouder hiertegen aan? D66 kan instemmen met het voorstel geen zienswijze in te dienen. Wat haar betreft mag het een hamerstuk worden. De heer KOLSTER sluit zich namens de VVD bij het laatste aan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN uit zich in soortgelijke bewoordingen.

Wethouder VAN WOUDENBERG constateert dat iedereen kan instemmen met het vandaag voorgelegde beslispunt en dat door drie fracties even zoveel vragen zijn gesteld: mevrouw Den Engelsman over de klachten die door vier melders zijn ingediend, mevrouw Monteiro als het gaat om de miliecriminaliteit en de heer Hooijkaas over de wens naar één klachtenloket. Hij zal deze vragen voorleggen aan zijn collega die deze zaken in diens portefeuille heeft en verzoeken daarop in te gaan in een collegebrief. Voor de onderhavige besluitvorming heeft het geen consequenties, omdat niemand een zienswijze wil indienen en iedereen akkoord gaat met het stuk. Mevrouw DEN ENGELSMAN verzoekt daaraan ook de vierde vraag toe te voegen, gericht aan het hele college, om te onderzoeken of de ambtelijke stukken eerder aan het college kunnen worden toegezonden, zodat ze ook tijdig aan de raad kunnen worden voorgelegd voordat de termijn afloopt voor de zienswijze.

Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 1728035/2052908 pagina: 19 van 19

Wethouder VAN WOUDENBERG erkent dat dit een terechte vraag is. Anderzijds weet hij dat hij in dit geval al in mei goedkeuring heeft verleend aan deze stukken. Om een of andere reden hebben ze daarna nog een hele tijd gelegen. Of men het wel had kunnen redden als al in mei goedkeuring zou zijn verleend, weet hij nog steeds niet. Wellicht zal de agendacommissie eens de vraag moeten worden voorgelegd op welke wijze hiervoor gestructureerd een oplossing kan worden gevonden, want als het altijd in de laatste vergadering voor de zomervakantie gebeurt, is het te laat. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raad. 7. Rondvraag Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 8. Sluiting De VOORZITTER sluit te 22.43 uur de vergadering.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 september 2025, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15964262/2