02.04 - Bijlage 1A - NKO concept notitie kansrijke oplossingsrichtingen
Tekst van het document
40
7.2.2 Belevingswaardeonderzoek In zeef 1 is – door de beperkingen als gevolg van Corona- een beperkt belevingswaardeonderzoek uitgevoerd. De bedoeling is om in zeef 2 het belevingswaardeonderzoek uit te voeren zoals in de oorspronkelijk vorm bedacht was. Dit houdt in dat straatinterviews zullen worden uitgevoerd op 97
verschillende locaties in het gebied. De interviewers gaan ‘het veld in’ en stellen vragen aan de hand van een leidraad. Deze vragen laten we aansluiten bij de informatiebehoefte bij de aanpak van zeef 2. 5
De interview locaties kiezen we zo dat we opvattingen over de waarden in het gebied en de maatregelen krijgen op verschillende schaalniveaus (lokaal, stedelijk en regionaal). Hierdoor krijgen we zowel informatie van mensen in de directe omgeving (bewoners) als van mensen in andere delen van de stad (gebruikers).
10
7.2.3 Ondergrondse infrastructuur
15
In zeef 1 is gebleken dat er meerdere mogelijkheden zijn voor ondergrondse aanleg door de stad en onder de Nieuwe Maas door en dat die ook onderling gecombineerd kunnen worden. Op basis van het advies van het Centrum Ondergronds Bouwen zoeken we naar een hybride technische oplossing waarbij de best inpasbare en meest kosteneffectieve bouwtechnieken worden gecombineerd. Bijvoorbeeld een afgezonken (multimodale) tunnel onder de Nieuwe Maas, gecombineerd met een gebouwde tunnel in Rotterdam-Zuid en evt. een deel geboorde tunnel waar dat nodig is. Hiermee zullen voor- en nadelen van (het combineren van) mogelijke technieken in beeld komen en worden de mogelijke kostenoptimalisaties in beeld gebracht.
7.2.4 Verbetering stedelijke leefkwaliteit 20
25
30
35
40
45
In paragraaf 3.6 beschreven we hoe de doelstelling Verbetering stedelijke leefkwaliteit is meegenomen in het onderzoek van zeef 1. In zeef 2 concretiseren we de doelstelling Verbetering stedelijke leefkwaliteit verder In zeef 2 kijken we naar de volgende onderzoeksaspecten: • verbetering milieukwaliteit en verbetering ruimtekwaliteit, en verblijfskwaliteit; • gezonde leefomgeving; • ecologie, landschap en cultuurhistorie en inpasbaarheid. In het onderzoek: • Kijken we of aan de basis voorwaarden wordt voldaan: o Er wordt onderzocht of oplossingen wel/ niet voldoen aan (milieu)wetgeving en welke mitigerende maatregelen eventueel nodig zijn o Er wordt onderzocht of met de oplossingen aan de doelstelling voor stedelijke leefkwaliteit wordt bijgedragen (“We streven naar een verbetering op regionale schaal, wetende dat een verbetering van het totaal kán betekenen dat er lokale verslechtering plaatsvindt”) zodat dit beslisinformatie is voor de keuze van een voorkeursalternatief; • Werken we een inpassingsvisie en/of -ontwerp uit op het niveau van de MIRT Verkenning waarin de inpassingsmogelijkheden en de aspecten milieu, ruimtekwaliteit, verblijfskwaliteit, ecologie, landschap en cultuurhistorie en leefomgeving in samenhang met de oplossing worden uitgewerkt.
• Kijken we welke kansen er zijn voor verbetering van stedelijke leefkwaliteit: o Met stakeholders en in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten worden ‘kansen’ voor verbetering van stedelijke leefkwaliteit geïdentificeerd. Focus ligt hierbij op de aanlandingsplekken en mogelijke aanrijroutes van de oeververbinding en op de Algeracorridor. Voor de Algeracorridor neemt de gemeente Capelle voor de korte termijn 98
o 5
het initiatief omdat hier een sterke relatie ligt met de huidige situatie en de uitwerking van de KTA. Op basis van de uitwerking en kosteninschatting hiervan kan bij de voorkeursbeslissing worden afgewogen of, hoe en wie de gesignaleerde kansen voor verbeteringen een vervolg geeft (incl. eventuele bekostiging daarvan).
7.2.5 Ontwikkelingen in de omgeving 10
15
20
25
30
35
We zien in het projectgebied diverse bewonersinitiatieven. Initiatieven die vaak geen formele status hebben en breder zijn, een andere planningshorizon hebben of de MIRT-verkenning niet perse als aanleiding hebben. Voorbeelden zijn: Kralingen aan de Maas, buurtcollectief de Esch en de wijkvisie BKO. Deze initiatieven kunnen gaan over zaken die ook in de MIRT-verkenning aan de orde komen of mogelijke maatregelen raken. Bijvoorbeeld het bewonersinitiatief Kralingen aan de Maas omvat ideeën over: • Verbeteren van het leefklimaat • Versterken van groene corridor • Verstedelijken en versterken onderlinge verbindingen van de wijken • Aanpak geluidsoverlast Abram van Rijckevorselweg. In zeef 2 blijven we in contact met de vertegenwoordigers van deze initiatieven. Samen bekijken we de raakvlakken en identificeren we waar mogelijk gezamenlijke kansen . Met als doel een goede informatieuitwisseling zodat de verdere uitwerking van kansrijke oplossingen in zeef 2 goed verloopt.
7.2.6 Duurzaamheid en mobiliteitstransitie In de verkenning geven we in het kader van duurzaamheid aandacht aan klimaat, emissies (o.a. CO2), klimaatbestendigheid en aanpasbaarheid. Wat betreft klimaatbestendigheid gaat het om de klimaatbestendigheid van de maatregelen zelf en een eventuele bijdrage van deze maatregelen aan de Nederlandse klimaatadaptatie-opgave. In zeef 1 is een duurzaamheidssessie gehouden en is een eerste inventarisatie van het klimaatbeleid (waaronder de Rotterdamse adaptatiestrategie) uitgevoerd. Wat dit precies betekent en wat de mogelijkheden zijn gaan we in zeef 2 nader onderzoeken. Verder geven we in zeef 2 aandacht aan de mobiliteitstransitie. In zeef 1 is dit vooral gedaan door in de mobiliteitsprognoses (naast de mobiliteitsprognose volgens het zogenoemde WLO-scenario) ook te kijken naar de ontwikkeling van de mobiliteit bij (verder) toenemend gebruik van de fiets en het OV ten opzichte van de auto in de stad. In zeef 2 kijken we hier opnieuw naar en kijken we ook welke duurzame maatregelen de oeverkruisende (Oude Maas en Hollandse IJssel) bereikbaarheid verder kunnen ondersteunen.
40 In zeef 2 kijken we ook verder naar de aanpasbaarheid van de verschillende maatregelen: in welke mate passen de maatregelen bij mogelijke (nog onzekere) ontwikkelingen in de toekomst en wat is er mogelijk om de maatregelen zodanig flexibel te treffen dat hier in de (verre) toekomst nog op ingespeeld kan worden? 45
99
Tot slot verkennen in zeef 2 de kansen die er op het gebied van duurzaamheid liggen voor de fase na de verkenning: de planuitwerkingsfase. Wat zijn de mogelijkheden, wat is een reëel/gewenst ambitieniveau en welk voorbereidend onderzoek moet hier eventueel voor plaatsvinden? 5
10
15
20
25
30
35
40
45
7.2.7 Meekoppelkansen In zeef 1 maken de bestuurders nog geen afweging over meekoppelkansen. Deze paragraaf geeft informatie over de stand van de inventarisatie van meekoppelkansen en geeft aan hoe we daar in zeef 2 mee verder gaan. Inventarisatie en onderzoek van meekoppelkansen is een doorlopend proces . Sinds de start van de MIRT-verkenning hebben we meekoppelkansen geïnventariseerd. Het doel van deze inventarisatie is om een brede blik te hanteren en breder te kijken dan enkel degedefinieerde projectscope. Meekoppelkansen zijn ontwikkelingen of maatregelen die zich buiten het project bevinden en die niet per sé een directe relatie hebben met de projectdoelen (kan maar niet noodzakelijk), maar wel (relatief eenvoudig) meegenomen zouden kunnen worden in (het vervolg van) of parallel aan deze MIRT-verkenning. Meekoppelkansen kenmerken zich door synergie met de maatregelen in het project , of efficiëntie in de realisatie ervan (‘werk met werk maken’). Ook kan een meekoppelkans bestaan uit de aanpassing van een maatregel in het project zodat die tevens een ander doel dient. Een meekoppelkans wordt pas echt een meekoppelkans indien er een partij (of partijen) is die er verantwoordelijkheid voor willen nemen (denk aan trekkerschap, financiering en organisatie van de besluitvorming).
Interessante meekoppelkansen die tot nu toe naar voren kwamen zijn en die in zeef 2 nader worden geanalyseerd: • Optimaliseren van het fietsnetwerk in Rotterdam in de gebieden waar de nieuwe oeververbinding zal aanlanden. • Metropolitane fietsroute Rotterdam-Dordrecht. Deze fietsroute loopt via het projectgebied van de verkenning. Door beide projecten goed op elkaar af te stemmen, kan sprake zijn van synergie in effect of efficiëntie in de realisatie. • Optimaliseren lijnvoering OV in Rotterdam waar de nieuwe OV-structuur zal worden gerealiseerd. De realisatie van een oeververbinding met een OV-lijn tussen Kralingse Zoom, station Stadionpark en Zuidplein betekent een toevoeging in de OV-structuur. Deze toevoeging heeft ook invloed op andere OV-lijnen en geeft nieuwe mogelijkheden. Door wijzigingen aan het bestaande OV (bv. route, frequentie) kan het stedelijke OV mogelijk verder geoptimaliseerd worden waardoor de vervoerwaarde en kosteneffectiviteit als geheel toenemen. Gemeente Rotterdam kijkt naar de herontwikkeling van het tramnet. Dit zal worden afgestemde met de kansrijke OV-oplossingen in zeef 2. • Beperken hittestress aan de aanlandingen van de oeververbinding in Rotterdam. De oeververbinding landt op Rotterdam-Zuid aan in een dichtbebouwd gebied dat in het Rotterdamse beleid is aangemerkt als aandachtslocatie voor hittestress.
Bij de verdere uitwerking van de oeververbinding en de OV-verbinding tussen station Stadionpark en Zuidplein ontstaan wellicht mogelijkheden met een inpassing met groen en water een bijdrage te leveren aan het beperken van hittestress. • Opwaarderen van Capelsebrug tot een HOV-knooppunt. Verbetering van de bereikbaarheid van Capelsebrug is onderdeel van de maatregelen die in het kader van de Algera-studie wordt onderzocht. Door Capelsebrug op te waarderen tot volwaardig HOV-knooppunt (bijv. ruimtelijke
100