CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.03 - conceptverslag cie SOB-SLE 03-12-2025

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 20 januari 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen20.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hij vindt het ook buitengewoon sterk van de insprekers dat ze die meerdere schaalniveaus ook wisten te benoemen, zoals de heer Bergwerff dat deed. Puntje parkeren. De heer Molengraaf gaf nog even sterk weer hoe Leefbaar Capelle daarin staat. Volgens hem staat een groot deel van de raad er zo in. Zelf heeft hij in de gemeente Gorinchem mogen werken voor de Kamer van Koophandel en daar had de gemeente gewoon besloten dat de meest centraal gelegen parkeergarage ook altijd gratis bereikbaar was. Maar dat vereist wel nadenken over: hoe koppel je vastgoedontwikkelingen in het centrum, de winst die daaruit voortkomt, in de koppeling van afspraken over hoe je een en ander terugploegt in parkeergarages? Misschien zit een deel van de knip die men eigenlijk wil bereiken wel in een compleet andere oplossing, waarvan nu beseft wordt dat die misschien wel heel erg duur is, en dan moet misschien eerder gekeken worden naar Zoetermeer, hoewel dat qua vormgeving/ontwerp absoluut niet zijn voorkeur heeft. Maar een gedeelte van de knip en de ruimte die men wil creëren voor de ontmoeting op straat zou ook gecreëerd kunnen worden door op een andere manier met afhandeling van verkeer om te gaan.

De vraag is dan of de gemeente de luxe, maar ook de bodemgesteldheid, heeft om een deel van het verkeer ondergronds af te handelen, waardoor je dus wel een autoluw centrum ontwikkelt, maar niet de auto zo ver belemmert dat een deel van het centrum straks vast staat. Het CDA staat in beginsel positief tegenover de richting waarin het college denkt met een aantal hele mooie oplossingen voor de kwaliteit van de ruimte, maar voorziet nog een forse drempel in de mobiliteit, die misschien niet gelijk opgelost kan worden, maar waar wel een enorme stevige lobby op gevoerd zou moeten worden om Capelle voor de toekomst ook een aantrekkelijke stad te laten zijn, en dat ook in het centrum te kunnen laten vertalen zonder dat de Abram van Rijckevorselweg en de Couwenhoekseweg e.d. allemaal zo vaststaan dat de metro straks nog de enige mogelijkheid is om deze stad te verlaten. Hij zegt nu wel ‘stad’, maar dat doet meteen een beetje pijn, want hij zit eigenlijk in het kamp ‘dorp’. De heer HEERENS merkt op dat voor de ChristenUnie kwaliteit boven kwantiteit gaat als het om woningen gaat. De fractie maakt zich grote zorgen over de verkeersdrukte, zeker door de toename

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

14

van het aantal woningen. Door voorgaande sprekers is daarover overigens al voldoende gezegd, vandaar dat hij het kortheidshalve daarbij laat. Aandacht wil hij nog wel vragen voor de beantwoording van de zienswijzen. Inmiddels kent hij de wethouder voldoende om te weten dat deze participatie heel hoog in het vaandel heeft, maar de beantwoording van de zienswijzen moet hij als karig bestempelen. Wat hem betreft mag wel wat meer aandacht worden besteed aan de zorgen die bewoners hebben. Niet voor niks hebben zich zoveel insprekers gemeld bij dit punt. Hij vraagt zich dan ook af of men wel echt goed doordrongen is van de zorgen die er zijn bij de bewoners. Soms lijkt het er zelfs op dat mensen in de beantwoording een beetje met een kluitje in het riet worden gestuurd. Zo wordt bijvoorbeeld in reactie op de zienswijze over verkeersdrukte en de parkeeroverlast, waarin gevraagd wordt hoe zal worden omgegaan met die 400 extra woningen, met de plannen voor de autoweglijnen, de parkeergarages et cetera, verwezen naar een verkeerskundig bureau Haskoning dat een notitie heeft uitgebracht dat als bijlage bij de vastgestelde gebiedsvisie is gevoegd. Wat hij helemaal bijzonder vindt, is dat op bladzijde 61 van de gebiedsvisie onder stapsgewijze info en monitoring staat dat het mobiliteitsvraagstuk zorgvuldig en stap voor stap zal worden uitgewerkt.

Wat moet daar precies onder worden verstaan? Volgens hem worden er keuzes gemaakt die een grote impact zullen hebben en een aantal keuzes die aan de voorkant worden gemaakt zullen zijns inziens niet meer teruggedraaid worden op een gegeven moment. Wat betekent het dan dat het mobiliteitsvraagstuk stap voor stap aangepakt gaat worden? Een ander voorbeeld gaat over de veranderingen in de wijk. Door iemand is zorg uitgesproken over het aantal geplande woningen, dat te hoog zou zijn voor de beperkte oppervlakte, wat kan leiden tot overbevolking en afname van de leefbaarheid In de wijk. Nou, dat is nogal wat. De reactie daarop is: “Het uitgangspunt van de gebiedsvisie is het zorgen dat er een gezonde leefomgeving wordt behouden en versterkt. Een afname van de leefbaarheid is juist datgene wat we willen voorkomen door goede woon-, leef en werkomgevingen te maken.” Hij weet eerlijk gezegd niet wat hij daaronder moet verstaan. Wat hem betreft is dat echt geen antwoord op de vragen en de zorgen die naar voren zijn gebracht. Hij hoopt oprecht dat aan de beantwoording van dit soort zienswijzen voortaan meer tijd zal worden besteed en dat er met meer gevoel op gereageerd zal worden. Wat hem betreft mogen er ook wel wat meer bijlagen en verwijzingen naar onderzoeken worden toegevoegd.

Nu maakt het meer de indruk van een verplicht rondje dat wordt gemaakt bij de beantwoording van zienswijzen. Voor het overige sluit hij zich aan bij de opmerkingen die door voorgaande sprekers zijn gemaakt over het mobiliteitsonderzoek. Samen met de SGP heeft de ChristenUnie eerder gepleit voor dat onderzoek. Eind van het jaar was dat toegezegd, maar hij heeft er nog weinig van gezien, terwijl het wel degelijk relevant is, ook met het oog op het autoluw maken van het centrum. In die zin vraagt hij zich af of deze visie niet te vroeg komt. Het autoluw maken van het centrum moet wel degelijk ook worden gezien in het perspectief van dat onderzoek. De heer HARTOG kan zich namens GroenLinks in overwegende mate positief uitspreken over dit plan. Het is goed 1600 woningen te bouwen dichtbij hoogwaardig openbaar vervoer. Daarbij zullen uiteraard bepaalde keuzes moeten worden gemaakt, met name ten aanzien van de verkeersproblematiek, maar hij wil eerst een ander punt aanroeren: groen en natuur. In de visie wordt gebruik gemaakt van de omgekeerde piramide, waarbij eerst gedacht wordt vanuit de fysieke laag, zoals het genoemd wordt, wat zich uit in het groenblauwe netwerk. Natuurlijk is dat in een bestaand gebied lastig te verwezenlijken, maar de fractie is er wel positief over. Positief is ook dat de IJssel via de Kerklaan sterker bij het centrum wordt betrekken.

Wat betreft bomen en natuur kan het echt wel een stuk meer. Er wordt bijvoorbeeld niet veel gesproken over bomen op het Stadsplein en het Amandelpark. GroenLinks dringt erop aan echt gebruik te maken van inheemse soorten, zijnde de enige soorten die voor biodiversiteit zorgen, en daarvoor graag niet de beplantingslijst van 1960 te gebruiken. Belangrijk is ook ontmoetingsplekken mee te nemen in de visie. Er is een hele verhaallijn aan gekoppeld, verhaallijn 3, en dat vindt de fractie positief. Ontmoeting zal er hopelijk ook voor zorgen dat er minder eenzaamheid zal zijn. Het zou goed zijn ook het groen welkomstplein toe te voegen aan verhaallijn 3, dat nu in verhaallijn 1staat. Verkeer. GroenLinks is absoluut voorstander van een autoluw centrum met veel ruimte voor voetgangers en fietsers, geen doorgaand verkeer door het centrum, Stappen, Trappen OV en deelmobiliteit. Het is goed voor de gezondheid en voor de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld ook door het toepassen van fietsstraten.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

15

De heer OUDSHOORN begrijpt het pleidooi van de heer Hartog voor gezondheid en groen, en kan dat ook helemaal onderstrepen, noch is hij op zichzelf tegen het autoluw maken van het centrum, maar het gevolg daarvan is wel dat op de plekken direct rondom het centrum de verkeersveiligheid, de leefbaarheid en de gezondheid afnemen en dat er kruispunten en wegen verbreed moeten worden om het verkeer alsnog af te wikkelen. Is de heer Hartog het niet met hem eens dat het probleem daardoor verschoven wordt? De heer HARTOG zou het niet op die manier willen verwoorden. Meerdere sprekers hebben al betoogd dat een mobiliteitsaanpak nodig is, ook op regionaal niveau. Het bouwen van woningen kan niet worden gestopt omdat er een verkeersprobleem is. Het verkeersprobleem is fors, maar daar mag de ambitie voor het centrum van Capelle niet van afhangen. De heer OUDSHOORN concludeert dat de heer Hartog hiermee eigenlijk zegt dat het volbouwen van de stad niet geremd mag worden door de mobiliteitsproblematiek. Daarmee is hij het niet eens. Hij is van mening dat eerst de mobiliteitsproblematiek zal moeten zijn opgelost voordat überhaupt verder gebouwd kan worden. Zijn vraag ging echter over het gezondheidsaspect.

Is de heer Hartog het niet met hem eens dat bij toename en opstropen van het verkeer de gezondheid achteruit zal gaan? De heer HARTOG zet uiteen dat naast een autoluw centrum zonder doorgaand verkeer ook geprobeerd wordt te bereiken dat er anders gekeken gaat worden naar mobiliteit. De mobiliteitsvisie gaat over het inrichten en ontsluiten van wegen e.d., maar zal ook een mentaliteitsverandering teweeg moeten brengen bij de mensen. Daarbij gaat het over deelmobiliteit, het stimuleren van fietsen, enz. In heel veel andere steden wordt veel meer gefietst dan in de Rotterdamse regio, waar voor het minste of geringste de auto wordt gepakt. GroenLinks vindt de woningproblematiek in dit geval belangrijker dan de verkeersproblematiek, waarvoor naar zijn mening wel oplossingen te vinden zijn als er open en creatief over wordt nagedacht. Er zijn heel veel mogelijkheden om de mobiliteit te verbeteren, maar dat ziet hij los van de ontwikkeling van deze visie voor Capelle Centrum. Ten slotte betoogt hij dat aan het historische karakter van onder andere de Kerklaan, maar ook andere historische aangezichten, serieus aandacht geschonken zal moeten worden. In de visie is er wel iets over te terug te vinden, op pagina 37 bijvoorbeeld, waar gesproken word over een zachte overgang, maar door de insprekers zijn er veel zorgen over uitgesproken, vandaar dat hij het nog even benadrukt.

De heer VLOT gaat allereerst in algemene zin in op de voorliggende visie. Met deze visie is men van ver gekomen. In de loop van de tijd zijn de doelstellingen en de omschrijving van het gehele perceel bijgesteld, maar daarbij zijn ook heel veel dooddoeners in de visie terechtgekomen. Hij vraagt zich wel eens af wat een visie eigenlijk is. iets kan wel een visie worden genoemd, maar is het eigenlijk niet meer een samenvoeging van allerlei modellen die over de gemeente zijn uitgelegd onder het mom van verplichtingen die her en der bestaan, wat een beetje naar elkaar toe wordt geschreven, waarvoor dan ook nog externe partijen worden gebruikt die zelfs straatnamen en buurtjes in wijken veranderen en zo? Nu ligt het dan voor en dan lijkt het soms dat weer helemaal terug wordt gegrepen. De SP hoeft overigens niet zo terug te grijpen want met heel veel componenten uit deze centrumvisie is zij het sowieso niet eens, en dat varieert van het woningbouwprogramma tot aan de manier waarop het eruitziet. De heer VAN BUREN verzoekt de heer Vlot wat uit te werken hoe deze het woningbouwprogramma dan zou willen zien.

De heer VLOT merkt om te beginnen op dat het hem bijzonder verbaast dat bij de behandeling van een onderwerp dat zo ingrijpend is voor de hele gemeente en waarbij veel velden in de samenleving zijn betrokken, van mobiliteit tot woningbouwprogramma enz., slechts één wethouder aanwezig is om de vragen over stedelijke ontwikkeling te beantwoorden. Tijdens de commissievergadering gisteravond zat er een wethouder in de wachtkamer die het over het woonprogramma moest hebben, maar ondertussen had men het over de samenleving, waarbij huisvesting zeker zo belangrijk is. In het centrum geldt ook een woonprogramma, dat met bijkomende omschrijvingen moet bijdragen aan de gehele visie, ook in de diverse paspoorten, met bijdragen, kansen en mogelijkheden qua woningbouwprogramma, wat te maken heeft met de inwoners die men daar wil hebben: wil men voor de jeugd bouwen, of voor de inkomende mensen die het dan vervelend vinden dat ze niet met de auto

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

16

kunnen aanrijden, of wordt gekozen voor de jongeren die het openbaar vervoer gaan nemen? Dat zijn allemaal dingen die bij elkaar horen. Hij hoopt hiermee duidelijk gemaakt te hebben waarom hij dit benoemt. De heer VAN BUREN had verwacht dat de SP met een verhaal zou komen over hoe ze het woningbouwprogramma zag van 2/3de, of misschien wel 100% bereikbaar, waarna zijn vervolgvraag zou zijn geweest hoe dat dan gefinancierd zou moeten worden. De heer Vlot heeft het echter beperkt gehouden tot aangeven dat er een relatie met het woningbouwprogramma is en daarmee kan hij alleen maar instemmen. De heer VLOT blijft nog even bij het woningbouwprogramma en legt het college de vraag voor wat de overwegingen zijn geweest om te stellen dat dit een maakbare of uitvoerbare visie is, terwijl de mobiliteitsvraagstukken, maar ook de ontvangst in de samenleving, duidelijk maken hoe het zich hier in het centrum zou moeten ontwikkelen. De visie maakt gewag van een realistische verwachting van de ambitie. Zo staat het er letterlijk, en dat heeft betrekking op de 1600 woningen in het woningbouwprogramma. Inderdaad moet men al die mensen kwijt en die moeten gaan bewegen, maar dat wil hij nog niet eens bij deze visie betrekken. Het gaat om de betrekkelijkheid van dat beleid.

De woningbouwopgave van de gemeente is best groot, want twaalf jaar lang is er helemaal niks gebouwd, behalve overmodaal, om de bevolking maar een beetje te verdunnen, zodat alle armoedecijfers beter leken en ga zo maar door. Dat is er gebeurd en nu ziet men zich genoodzaakt, want er is niet alleen woningnood, maar ook een samenlevingsnood omdat men met z’n allen verder moet zien te komen en iedereen een plek moet krijgen, heel hard te gaan in Capelle. Je wilt niet weten op hoeveel beleidsstukken aan het eind van het jaar een klap gegeven moet worden, waarbij altijd weer al die participatietrajecten super zijn verlopen. Maar als dan, net zoals gisteravond, wordt gevraagd waar in de Samenlevingsagenda het participatietraject en de mening van de Capellenaar werkelijk terugkomt…., nou, goed dat is inmiddels wel duidelijk: dat is niet terug te vinden Op enig moment moeten beleidskeuzes worden gemaakt, die zijn politiek bepaald en dan is er nog maar heel weinig ruimte voor de Capellenaar. Er is zelfs heel weinig ruimte voor een raadslid zoals hij, die gewoon meedenkt en luistert naar de Capellenaar. Die weet ook dat er, ondanks de opgave die er is, nu alweer een kabinet is waarin iemand zegt dat er sowieso ergens tien steden gebouwd zullen worden…. De VOORZITTER verzoekt de heer Vlot zich te beperken tot het aan de orde zijnde agendapunt.

De heer VLOT zegt toe te zullen proberen het wat concreter te maken. Er wordt op dit moment gereageerd op een situatie waarop met visie veel eerder ingespeeld had kunnen worden. Met man en macht wordt op dit moment geprobeerd zich naar de vraag, en de dwang eventueel, of de richtlijnen, vanuit de overheid of een provincie, te presenteren als “kijk ons eens mooi bezig zijn met tienduizend woningen”. Vanuit de provincie was de opgave maximaal zesduizend, maar nu wordt continu met Rivium geschermd als het gaat over woningtype en doelgroepen, van “dat stoppen we daar wel in", maar ondertussen gaat het naar die maximalisering toe in de gemeente, en dat is op alle plekken zo. Er is weerstand, met name ook naar het woningbouwprogramma, waarin toch weer een aandeel sociaal komt te vervallen. Er wordt niet geïnvesteerd, nee: er wordt een plan gemaakt. Er wordt een matrix neergelegd, maar die matrix en de Capellenaar zijn niet dezelfde. Hij meent te weten dat er een film is gemaakt over een parallelle werkelijkheid en wat je dan allemaal tegenkomt en moet overwinnen. Dat inzicht lijkt niet in te dalen. Gedacht wordt dat er iedere keer opnieuw een Capelle wordt gemaakt, maar dat had men juist vijftig jaar geleden moeten doen. Dat is geprobeerd, maar wat dat heeft opgeleverd is niet een Capelle waar je als mens je plek vindt als je meegroeit.

De gemeente moet meegroeien, maar men moet vooral vanuit de basis, vanuit de inwoners, blijven groeien. En als men dan in de spagaat terechtkomt van stedelijke reuring en dorps karakter, dan wordt de plank echt misgeslagen als vooruit wordt gelopen met een ontwikkeling zonder dat men de problematiek weet op te lossen, of dat nou is met de Capelseweg richting Schenkel, want daar is natuurlijk hetzelfde aan de hand, of in het centrum, of straks in Schollevaar. Het is niet Capellewaardig. De heer MOLENGRAAF leidt uit de vragende blikken van raadsleden, ambtenaren en inwoners om zich heen af dat men zich al zo’n vijf minuten zit af te vragen waar men eigenlijk naar zit te luisteren. Het lijkt op een soort socialistische koortsdroom waarin van naar A naar Z en alles daartussen wordt

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

17

gegaan. Hij begrijpt heel goed wat de heer Vlot wil vertellen en in de eerste twee minuten van diens betoog is dat ook goed gelukt, maar hij stelt voor nu door te gaan met de beantwoording door de wethouder. De heer VLOT noemt het ongehoord wat er nu gebeurt. Dit is een commissievergadering en er gelden geen spreektijden. Hij neemt zelden zo uitvoerig het woord, maar zijn affiniteit met dit onderwerp is groot, en dat is het altijd geweest in de acht jaar dat hij nu deel uitmaakt van deze commissie. Hij heeft zoveel meegemaakt en zo vaak gezien hoe over de Capellenaar heen gelopen wordt met alle mooie bewoordingen van “we nemen alles mee” en “we houden rekening met onze eigen inwoners”. Afsluitend gaat hij nog even in op de inhoud van de stukken die voorliggen. Zo is daar het lint en daar wil hij een vraag over stellen. Dat lint loopt onder andere via de Merellaan. In hoofdstuk 4 leest hij dat wat nu de huidige locatie is van het IJsselcollege als kerk is ingedeeld en de Paulus Bekeringkerk heeft geen enkel aanduiding, alleen maar om te zeggen wat de kwaliteit van de stukken na al deze beraadslagingen en overwegingen allemaal nog teweeg kan brengen. Dat is hem opgevallen.

Kan de wethouder aangeven of het IJsselcollege een kerk wordt, of is dat een fout in de aanduiding? Het lint moet een autoluwe 30 km-ruimte worden, waarvoor onder andere voortuinen of achtertuinen opengemaakt moeten worden, met schuttingen die verdwijnen en parkeerruimtes, en dan doelt hij met name op het stuk Merellaan tussen Wiekslag en Roekstraat. Wat zouden dan werkelijk de mogelijkheden zijn voor de gemeente om die parkeerruimte daar aan te passen? Wat kan de gemeente inbrengen om die tuinen open te maken? Nu kan de gemeente niet eens iemand verplichten om een carport duurzaam waterdoorlatend te maken. In hoeverre strookt zo’n visie nou met de reële mogelijkheden die de gemeente heeft bij al die mooie beelden die in het vooruitzicht zijn gesteld? De VOORZITTER geeft voor de beantwoording in eerste termijn het woord aan de wethouder. Wethouder SCHAATSBERGEN zegt om te beginnen de insprekers dank voor hun betrokkenheid. Als zij uit de beantwoording van de zienswijzen het gevoel hebben gekregen dat ze niet serieus genomen zijn door het college, verzekert hij dat dat per definitie niet de bedoeling is. De beantwoording van de zienswijzen is, zoals te doen gebruikelijk in deze gemeente, al uitgebreider dan verplicht en is op deze wijze eigenlijk al sinds jaar en dag uitgevoerd.

Van een aantal commissieleden heeft hij begrepen dat ze daarvoor graag een andere opzet tegemoet zouden willen zien. Hij verklaart zich bereid samen met zijn medewerkers op zoek te gaan naar zo’n andere opzet. Wat door insprekers naar voren is gebracht over onder meer erfgoed, het beschermd dorpsgezicht van de Kerklaan, en überhaupt beschermd stadsgezicht en erfgoed in Capelle, staat bij deze portefeuillehouder, die ook nog portefeuillehouder monumenten en erfgoed is, zeer hoog op de agenda. Het moge dan ook duidelijk zijn dat dit de aandacht heeft en dat er geen sprake van kan zijn dat vanuit de welstandsnota plompverloren van een beschermd stadsgezicht zal worden overgegaan naar ultieme hoogbouw, of welke ideeën daarover ook mogen leven. De uitnodiging van de bewoners van de Kerklaan om in de uitwerking van gebiedspaspoort hierbij betrokken te raken, wordt, uiteraard zou hij haast willen zeggen, direct aangenomen en ook direct verwerkt. Op het moment dat aan de slag wordt gegaan met die gebiedspaspoorten zullen de bewoners van de Kerklaan daarvoor zeker een uitnodiging krijgen. Mevrouw Stuivenberg heeft recentelijk naar aanleiding van haar eerste inspraaktekst al contact gehad, waarvoor dank, en ook vandaag heeft ze weer een aantal belangrijke punten aangedragen met betrekking tot het groenbeleidsplan.

De voorstellen voor verbetering die zij aangaf zijn, voor zover hij weet, ook in lijn met hetgeen ambtelijk al met haar besproken is en die zullen zeker ook in de verdere herziening aangenomen worden. De herziening waarnaar nu wordt gekeken is dat medio eerste kwartaal 2026 in ieder geval het traject weer zal worden opgestart dat na het vertrek van een aantal medewerkers enigszins stil is komen te liggen. Door een aantal partijen is een opmerking gemaakt over inheemse bomen, biodiversiteit en hittestress. Uiteraard zijn dat zaken waarnaar niet alleen in de visie voor Capelle Centraal, maar voor heel Capelle zal worden gekeken. Het zijn allemaal uitdagingen die niet alleen voor het centrum van toepassing zijn, maar voor heel Capelle, voor de hele regio en voor het gehele land. Dat de meningen uiteenlopen met betrekking tot de visie moge duidelijk zijn, en dat is ook gebleken uit de bijdragen van diverse fracties in eerste termijn. Toch doet het hem deugd dat in het merendeel van de bijdragen ook positieve geluiden te horen waren over het idee van gezondheid, samenleving en

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

18

ontmoeting. Dat daar uitdagingen in zitten, moge duidelijk zijn, en die zijn ook niet nieuw, maar eigenlijk al begonnen toen in 2021 de Stadsvisie werd vastgesteld. Daarin is heel hoog-over een visie vastgesteld, waarbij direct ook een motie is aangenomen om tot een nadere duiding te komen, waar in 2024 de omgevingsagenda een nadere precisering van was, waarin een aantal opgavengebieden zijn aangewezen waar de gemeente de nadere focus op wilde leggen. Van diverse kanten is gevraagd waar de 1600 woningen vandaan komen. Het is een getal dat is gekristalliseerd uit een eerste onderzoek van PosadMaxwan naar een mogelijke verdichting in het centrum, initiatieven die al bekend zijn – denk hierbij aan Vijverhof Next – en een beperkte studie van de gemeente zelf. Dat aantal van 1600 woningen is natuurlijk niet in beton gegoten. Uiteindelijk zal op het moment dat nadere invulling zal worden gegeven aan de zes gebiedspaspoorten bezien moeten worden wat überhaupt haalbaar is met alle uitdagingen waarvoor de gemeente staat. Veel fracties hebben aandacht gevraagd voor het aspect mobiliteit. Mobiliteit is inderdaad een uitdaging, die Capelle overigens al langer kent.

Vraag is nu welke richting de gemeente hiermee wil opgaan in het centrum richting 2040 / 2050, maar in de uitwerking van de visie Capelle Centraal en de uitwerking van Capelle Centraal is het ook heel erg belangrijk in de uitwerking van de New Townuitdagingen. De mobiliteitsopgaven kunnen niet los zien worden gezien van elkaar, De visie geeft een beeld van hoe de gemeente graag ziet dat haar inwoners samenleven in een ruimte van ontmoeting, in een gezonde, prettige omgeving die toekomstbestendig is voor de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Zou deze visie er niet zijn, dan ligt er vanuit de omgevingsagenda nog wel degelijk de opgave om richting de ontwikkelgebieden te gaan kijken. Autonome ontwikkelingen in de stad zullen überhaupt voor de mobiliteitsuitdagingen gaan zorgen in de breedte van de stad. Dat is juist ook de reden waarom in de breedte van de stad richting het mobiliteitsvraagstuk zal worden gekeken, in het besef dat de gemeente het zeker niet alleen zal kunnen oplossen. Er is mankracht nodig, geld, kennis en kunde, maar er zijn ook externe partijen nodig als de MRDH, de provincie en het rijk, om deze uitdagingen daadwerkelijk het hoofd te kunnen bieden. Mobiliteit is dus een uitdaging waaraan in de uitwerking richting de gebiedspaspoorten vanuit deze visie zeker heel veel aandacht zal moeten worden geschonken.

In het hele proces zal continu de vraag centraal moeten staan: dit is de visie die aangeeft waar de gemeente over een aantal decennia wil staan en die men binnen deze ontwikkeling mogelijk wil maken, kán dat ook, past het binnen de visie en is het ook uitvoerbaar? Het genoemde aantal van 1600 woningen is een eerste inschatting. Terecht is door een aantal commissieleden opgemerkt dat onder meer de corporaties en de ontwikkelaars, de eigenaren van vastgoed in deze gemeente, hier een heel belangrijke rol gaan spelen. Havensteder wacht in spanning af of wel of niet zal worden overgegaan tot deze visievorming, want dat bepaalt ook hoe zij richting de ontwikkeling van haar vastgoed zal gaan kijken. De heer OUDSHOORN komt nog even terug op de mobiliteit. Het enige, echte probleem daarbij is naar de mening van de SGP dat die knip er zo hard in staat, een knip die ervoor zorgt dat de hele stad vast komt te staan. Hij verzoekt de wethouder daarop nog even te reflecteren. De heer VAN BUREN hoopt dat de wethouder dit meteen aangrijpt om mobiliteit ook in het grotere plaatje te bekijken, want het wordt nu gedefinieerd aan ieder gebiedspaspoort, terwijl de meerlaagse uitdaging die er ligt ver het niveau van de paspoorten overstijgt.

Hij is benieuwd op welke vlakken de wethouder met diens collega’s denkt te kunnen toewerken naar een agenda die gaat werken in de komende 20/30 jaar voor Capelle. De VOORZITTER constateert dat ook mevrouw Feuth nog zou willen interrumperen, maar nu wil hij toch een grens trekken, waarvan zij dan helaas het slachtoffer wordt, anders worden straks vijf vragen in één vraag gecombineerd en dat wil hij wethouder Schaatsbergen niet aandoen. Na de reactie van de wethouder op de interrupties van de heren Oudshoorn en Van Buren, zal hij mevrouw Feuth alsnog de gelegenheid geven te interrumperen. Wethouder SCHAATSBERGEN waagt nog een derde poging om de heer Oudshoorn uit te leggen dat hij heel goed begrijpt dat deze de knips graag uit de visie zou willen hebben, maar dat hij dat juist niét wil, omdat hij van mening is dat juist die knip met betrekking tot het stimuleren van het STOMP-principe een goede aanvulling kan zijn richting de toekomst van de stad. Wat betreft de opmerking van de heer Van Buren over het grotere geheel, hoopt hij in eerdere zinnen al te hebben aangegeven dat de bereikbaarheid van de stad een grote uitdaging is, die niet alleen

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

19

betrekking heeft op het centrum, maar op de hele stad. In een eerdere vergadering heeft hij aangegeven dat de Abram van Rijckevorselweg niet alleen een van de levensaderen is van Capelle, maar ook van de omringende steden en dat heel nadrukkelijk zal moeten worden nagegaan hoe daaraan het hoofd kan worden geboden. Autonome groei zal er per definitie al voor zorgen dat een verdichting plaatsvindt op het mobiliteitsnetwerk. De inwoners van Capelle én van de omliggende steden zullen hoe dan ook verleid moeten worden tot het anders verplaatsen in de regio. Hoé dat moet gebeuren, kan hij nu nog niet aangeven. De VOORZITTER biedt mevrouw Feuth de gelegenheid te interrumperen. Mevrouw FEUTH stelt vast dat de wethouder de voordelen van de knip reeds heeft benoemd, iets wat zij juist in haar interruptie had willen vragen, zodat die nu niet meer nodig is. De VOORZITTER verzoekt de wethouder de beantwoording te vervolgen. Wethouder SCHAATSBERGEN vervolgt met de opmerking van de heer Oudshoorn over de onrust en de verwarring die zijn ontstaan naar aanleiding van de berichten over bouwen. Dat neemt hij ter harte, wat in concreto betekent dat bij de verdere uitwerking van deze visie allereerst heel goed gecommuniceerd zal worden over de status daarvan. Voorts gaf de heer Oudshoorn aan dat waar gebouwd wordt mogelijk ook gesloopt zal moeten worden.

Die uitspraak laat hij, met alle respect, even voor rekening van de heer Oudshoorn, want hij weet nog niet of er gesloopt zal worden en of Havensteder daarover in haar bezit überhaupt nadenkt. Zo spoedig mogelijk zal, ook richting de bewoners van Capelle, een nadere duiding worden gegeven waarop het aantal van 1600 woningen is gebaseerd, voornamelijk ook om aan te geven dat dit nog nadere uitwerking krijgt, omdat de gemeente afhankelijk is van de vraag hoe onder meer Havensteder hier zelf in staat. De zorgvuldigheid waarom is gevraagd zal hij zeker betrachten. Ook over participatie zijn een aantal opmerkingen gemaakt. Participeren is een proces. Voorafgaand aan de ontwikkeling van de visie zijn sessies georganiseerd waarin meegeparticipeerd kon worden en dat is een mooi traject geweest. Participatie houdt daarmee echter niet op. Op het moment dat deze visie vastgesteld is en daadwerkelijk wordt overgegaan naar het ontwikkelen van gebiedspaspoorten, zullen zeker heel intensief nieuwe participatietrajecten gaan starten. De participatie en de medewerking van de inwoners in het centrum is van groot belang. Hij komt nog even terug op de manier waarop de bewoners van de Kerklaan kijken naar hun eigen beschermd stadsgezicht.

Vanuit de portefeuille erfgoed verheugt het hem deze gevoelens bij de bewoners van de Kerklaan te vernemen en te weten dat zij wel degelijk heel serieus kijken naar de uitgangspunten van de gemeente. Dat neemt niet weg dat de gemeente heel graag ook de IJssel weer wil betrekken bij het centrum van Capelle, en dat betekent dat daar gezamenlijk heel nadrukkelijk over zal moeten worden nagedacht. Auto's weren uit het centrum is een te boude stelling. Er zullen geen auto’s worden geweerd uit het centrum, want er zijn bewoners in het centrum van Capelle en een heel goed lopend winkelcentrum, dat in de regio als een van de beste, zo niet dé beste, staat aangeschreven met circa 6,2 miljoen bezoekers per jaar en die bezoekers en bewoners parkeren nu allemaal gratis. En laat hij wel wezen: zolang deze verhoudingen in de gemeenteraad blijven bestaan, of nagenoeg blijven bestaan, zal parkeren in deze gemeente gratis blijven. Dat betekent wel dat bij de uitvoering van de gebiedspaspoorten terdege zal moeten worden nagegaan waar en hoe de parkeerhubs, die er onderdeel van uitmaken, gesitueerd en vormgegeven kunnen worden, maar zeker ook hoe ze gefinancierd moeten worden. Dromen mag, maar is dit een brug naar de realiteit? Het college denkt dat deze visie de gemeente de komende 20/30 jaar een hele mooie toekomst kan brengen.

Inmiddels is hem ten aanzien van het mobiliteitsonderzoek vanuit de ambtelijke ondersteuning de volgende zin voorgelegd: “De afdoening van de toezegging mobiliteit met knelpuntenanalyse naar aanleiding van de discussie Florabuurt volgt medio deze maand”. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Buuren, die inmiddels ter vergadering is gekomen en de heer Oudshoorn vervangt.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

20

De heer VAN BUUREN merkt vooraf op dat hij het grootste deel van de beraadslagingen heeft gemist en daarom nu vooral heel goed luistert. Van de wethouder wil hij graag weten of het door deze genoemde mobiliteitsonderzoek voor of na de raadsvergadering zal verschijnen. Wethouder SCHAATSBERGEN moet daarop het antwoord schuldig blijven. Aan het begin van de vergadering is deze vraag als rondvraag ook gesteld door de heer Spruit en hij heeft toegezegd deze te zullen doorgeleiden naar de heer Van Woudenberg. In de gebiedsvisie is uitgegaan van de uitgangspunten zoals die onder meer ook in de Stadvisie en in de omgevingsagenda zijn meegenomen, waarin geprobeerd wordt een positieve impuls te geven aan het centrum en de stad, en, nogmaals: ook vanuit de gedachte van de New Town uitdagingen. Participatie paspoorten, om het maar even staccato uit te drukken, is uitermate belangrijk. Het gaat om iets wezenlijks in de uitvoering van het centrum en de bewoners moeten alle mogelijkheden hebben om daarin betrokken te raken. De opmerking die de heer Molengraaf heeft gemaakt over de nota van beantwoording neemt hij ter harte. De heer MOLENGRAAF doet het deugd dat de wethouder het beschermd dorpsgezicht als heel belangrijk aanmerkt.

Mag hij daaruit afleiden dat daarover nog iets zal worden toegevoegd in het stuk? Wethouder SCHAATSBERGEN ziet daarvoor op dit moment geen reden, zeker ook niet omdat daarover in de erfgoednota en de welstandsnota al de nodige opmerkingen zijn opgenomen. Wat hem betreft is het wel een zeer belangrijk punt voor doorwerking in het gebiedspaspoort, waarvan de Kerklaan onderdeel zal zijn. Over de toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden is ok nog een opmerking gemaakt. Het STOMP-principe is zeker niet bedoeld als autootje pesten, maar juist om ouderen en mindervalide jongeren een veilige plek voor bewegen en verplaatsen te geven in het stadscentrum, ook de ouderen en mindervaliden die met vervoer komen, want nogmaals: de stad zal niet worden dichtgegooid voor auto’s. Er zal alleen voor worden gezorgd dat verkeer dat niet in de stad hoeft te zijn andere wegen gaat zoeken. De vraag over gratis parkeren en de parkeertarieven meent hij al te hebben beantwoord. Zolang deze politieke constellatie van kracht is, is betaald parkeren absoluut niet van toepassing. De heer VAN BUUREN hoort de wethouder nu eigenlijk iets anders zeggen over het parkeren dan eerder. Zojuist namelijk werd aangegeven dat betaald parkeren gewoon geen optie is en nu wordt dat gespecificeerd door te verwijzen naar de huidige politieke constellatie.

Bij grote gebiedsontwikkelingen kunnen een aantal principes worden afgesproken die sturing geven aan de gebiedsexploitatie. Welk principe is nu ten aanzien van het parkeren in deze gebiedsexploitatie gebruikt? En wat zegt dit over de eventuele publieke bijdrage aan deze gebiedsontwikkeling die dan al dan niet nodig zal zijn? Is daar zicht op? Wethouder SCHAATSBERGEN licht toe dat in deze uitwerking van de Stadsvisie is uitgegaan van niet-betaald parkeren. Het exacte bedrag dat ermee gemoeid zal zijn durft hij niet te zeggen. De doorrekening van de wegen die bewandeld zullen worden vindt plaats in de gebiedspaspoorten, maar daarover hoeft men zich geen illusies te maken: het zal niet over enkele duizenden euro’s gaan. Welk publiek geld dat zal worden, is op dit moment ook nog niet te zeggen. Of de raad in diens wijsheid zal besluiten tot wel betaald parkeren, laat hij graag aan die raad over. Het college is uitgegaan van nietbetaald parkeren, omdat dat het uitgangspunt is van deze raad. De heer VAN LOEF brengt naar voren dat de parkeergarages die aan de randen van Capelle komen ook niet gratis zullen zijn voor de Capellenaar. Hoe zal dat financieel worden rondgebreid? Wethouder SCHAATSBERGEN repliceert dat daarop nog gestudeerd wordt. De heer VAN LOEF meent dat daar nogal wat van afhangt en vraagt zich af hoe realistisch deze visie dan is.

Wethouder SCHAATSBERGEN concludeert dat de heer Van Loef hierover een andere mening heeft dan het college.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

21

De heer VAN BUREN meent dat de heer Van Loef met diens vragen een zekere incoherentie heeft blootgelegd met betrekking tot het parkeren. Het onbetaald parkeren in Capelle is meer van generieke aard, maar nu de wethouder de besluitvorming verschuift naar de gebiedspaspoorten, zal straks een vlekkenplan ontstaan voor de manier waarop eventueel tot oplossingen kan worden gekomen. Hij kan zich voorstellen dat op het vlekkenniveau van gebiedspaspoorten bebouwd parkeren als onderdeel van de gebiedsontwikkeling plaatsvindt, waarbij de kosten dan gekoppeld zijn aan de gebiedsontwikkeling zelf en niet vertaald zullen worden in een prijskaartje dat gezien zou kunnen worden als betaald parkeren. Hoe ziet de wethouder die incoherentie tussen generiek niet-betaald parkeren en het idee dat betaald parkeren op kavelpaspoortniveau moet worden opgelost? Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat de visie ziet op de manier waarop in z’n algemeenheid geparkeerd kan worden in het gehele centrum. Voor gebiedspaspoorten waarin bouwontwikkelingen zitten geldt het generieke parkeerbeleid met de parkeernormen, waarin gesteld wordt dat de nieuwbouw gewoon voorzien wordt van de daarbij behorende parkeerbehoefte. Daarin onderkent hij dus geen incoherentie.

De heer VAN BUUREN moet zeggen dat hij er wel moeite mee heeft dat met het vaststellen van deze visie een enorme hypotheek op de toekomst wordt genomen en eigenlijk een blanco cheque wordt uitgeschreven, van de omvang waarvan niemand enig idee heeft. Bij de transformatie van Rivium zijn door de raad een aantal duidelijke uitgangspunten afgesproken. Hij begrijpt wel dat die niet voor deze gebiedsvisie kunnen gelden, maar het helpt wel enorm als dat soort uitgangspunten met elkaar worden afgesproken en zo een klein beetje zicht wordt gekregen op de orde van grootte van de investeringen die waarschijnlijk moeten worden gedaan om dit mogelijk te maken. Als deze visie uitgewerkt wordt op basis van gebiedspaspoorten, dreigt het gevaar dat een gebiedsvisie ontstaat die weinig publieke investeringen vergt en een andere die er juist veel vergt, waarbij het hele boeltje in elkaar valt als blijkt dat daarvoor het geld ontbreekt. Moet daarom niet aan de voorkant enig benul bestaan van de hypotheek die de gemeente met het overnemen van deze visie op zich neemt ? Wethouder SCHAATSBERGEN repliceert dat uitgangspunt van de visie het beeld is geweest dat het college graag van de stad wil zien over 20/30 jaar en de gebiedspaspoorten zijn de weg daarnaartoe. Er is dus voor gekozen om de financiële vertaling in de gebiedspaspoorten plaats te laten vinden.

De heer VAN BUUREN brengt daartegen in dat elk gebiedspaspoort gaat over een stukje van de puzzel. Die liggen niet gelijktijdig op tafel, maar komen achtereenvolgens in stukjes en fasen naar de raad toe. Gevolg daarvan is dat het hele zaakje in elkaar valt op het moment dat bij één gebiedspaspoort blijkt dat het geld ervoor ontbreekt. Dat risico kan toch niet genomen worden? Wethouder SCHAATSBERGEN laat die uitspraak voor rekening van de heer Van Buuren. Het vraagstuk van de mobiliteit is inmiddels al uitgebreid besproken. Wat een en ander betekent voor de 747-buurt is een vraag waarover de gemeente heel serieus in gesprek is met de eigenaar van het vastgoed, t.w. Havensteder. Over het serieus nemen van participatie heeft hij naar aanleiding van de diverse bijdragen ook al het een en ander gezegd. Bomen, natuur en groen zullen in de stad überhaupt van wezenlijk belang worden in verband met de hittestress die zich steeds meer doet gevoelen. Dat bomen daarin een belangrijke rol zullen spelen, lijkt hem evident. Toen in een andere setting iemand eens aangaf geen al te hoge bomen in de tuin te willen hebben wegens de schaduwwerking, heeft hij daartegen ingebracht dat men over een jaar of dertig alleen maar blij zal zijn over een hoge boom, juist vanwege diezelfde schaduwwerking. Ontmoetingsplekken zijn in het centrum van belang, maar wel degelijk ook in heel de stad.

Over de verhuizing van het groene plein van verhaallijn 1 naar verhaallijn 3 durft hij nu niets te zeggen. Ook ambtelijk is nog niet naar hem teruggekoppeld hoe daartegen aangekeken wordt. Veel van wat de heer Vlot in diens betoog naar voren heeft gebracht meent hij in eerdere opmerkingen al te hebben geredresseerd. Hiermee meent hij het merendeel, zo niet alles, vanuit de eerste termijn de revue te hebben laten passeren.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

22

De VOORZITTER vat aan het einde van deze eerste termijn samen dat er veel interrupties zijn geweest , waarvoor hij ook de ruimte heeft willen bieden omdat het de kwaliteit van het debat ten goede komt. Wel zijn interrupties soms uitgegroeid tot halve betogen en dat heeft ervoor gezorgd dat het een hele lange eerste termijn is geworden. Het is nu bijna 11 uur, vandaar dat hij de commissie de vraag voorlegt of zij deze vergadering vanavond nog wil afmaken, of dat er de voorkeur aan wordt gegeven bijvoorbeeld de helft van de agenda te verdagen naar de reservedatum van 8 december. Na enige discussie wordt besloten agendapunt 4 af te handelen, mits dat niet veel later dan 11.30 uur z’n beslag kan hebben gekregen, en de overige agendapunten te verschuiven naar 8 december. De heer VLOT zegt als eerste een bijdrage te willen leveren aan verkorting van de behandeltijd door, gehoord hebbend de beantwoording tot dusverre, waarmee hij vrede kan hebben, de vergadering nu te verlaten. Tweede termijn De heer VAN BUUREN weet weliswaar niet wat de SGP in eerste termijn heeft uitgesproken, maar gehoord de tweede termijn en gelezen de terugkoppeling van de heer Oudshoorn, maakt hij zich over een drietal punten echt zorgen. Allereerst betreft dit de integraliteit van het plan, met name gekoppeld aan de financierbaarheid.

Als straks gebiedspaspoorten worden gerealiseerd, waarbij mogelijk eerst gebouwd wordt en dan een gebiedspaspoort volgt waarmee een flinke publieke investering gepaard gaat waarvoor het geld ontbreekt, dan komt de integraliteit van deze visie enorm onder druk te staan. Hoe wil de wethouder borgen dat, als ervoor wordt gekozen de visie op te knippen in gebiedspaspoorten, de gebiedsvisie als zodanig integraal gerealiseerd wordt? Mevrouw FEUTH vindt deze opmerkingen zeer terecht, maar tegelijkertijd vraagt ze zich het volgende af. Met z’n allen is geconstateerd dat er een enorme New Town-problematiek bestaat waar deze centrumvisie het voortouw in zou moeten nemen. Ook het oplossen van de New Town-problematiek gaat de gemeente vele malen meer kosten dan ze zich met de huidige stand van zaken ooit zal kunnen veroorloven. Moet dan maar van die aanpak worden afgezien omdat de hele businesscase nog niet rond is? Hoe kijkt de heer Van Buuren daartegen aan? De heer VAN BUUREN herinnert eraan dat de SGP ook bij de begroting heeft geconstateerd dat er nog geen begin was van een antwoord op de vraag wat het allemaal zou kosten en dat er vervolgens ook nog eens een meerjarig niet-sluitende begroting werd voorgelegd. Hij kan zich niet voorstellen dat D66 daar een fijn gevoel bij heeft.

Stel dat bekend zou zijn dat deze gebiedsvisie een publieke investering zou vergen van 80 miljoen, dan zou besloten kunnen worden 30 jaar de tijd te nemen om dat te doen. Iedereen weet dan dat in de begroting een paar miljoen ruimte moet worden gemaakt om deze gebiedsvisie te realiseren. Nu is dat niet het geval. Wat hij een beetje vreest, is dat men op een gegeven moment wel een paar plotjes woningbouw zal gaan ontwikkelen, maar niks aan de mobiliteit gaat doen, om vervolgens, als men een stukje mobiliteit wil aanpakken, te moeten constateren dat het rijk toch niet over de brug is gekomen en de begroting nog steeds niet meerjarig sluitend is, zodat er geen geld voor is. Hij hoopt dat de wethouder hem zal kunnen geruststellen in dezen. Het tweede wat hij graag wil voorkomen is dat in Capelle een verkeersinfarct ontstaat. Hij begrijpt dat de wethouder de knip erin wil houden. Is de wethouder bereid eerst oplossingen te realiseren voordat er problemen worden veroorzaakt wat betreft de infrastructuur en is er zicht op alle mobiliteitsknelpunten alvorens er met deze visie nog een paar aan worden toegevoegd? Ten slotte moet het hem van het hart dat hij de kaders die aan de diverse gebiedspaspoorten worden meegegeven vrij globaal vindt.

Als de raad in een kaderstellende positie wordt gezet op dit punt, zou eigenlijk op het niveau van gebiedspaspoorten al veel scherper moeten kunnen worden aangegeven hoeveel woningen het dan betreft. Dat is ook voor de Capellenaren veel plezieriger. Hat zou betekenen dat bijlage 6 bij dit stuk nog een paar slagen concreter moet worden, want op dit moment is het een niet al te informatief stuk, waar de SGP niet echt blij van wordt. De heer VAN LOEF moet zeggen dat hem nu hetzelfde gevoel bekruipt als gisteravond bij de behandeling van de Samenlevingsagenda: er wordt heel veel verschoven naar de gebiedspaspoorten, en dat voelt niet goed. De VVD heeft behoefte aan een visie die echt goed verankerd is, met name financieel, en dat ontbreekt gewoon op dit moment. De VVD is er dus nog steeds niet blij mee. Wellicht kan het nog een beetje helpen als het mobiliteitsonderzoek op tijd verschijnt. Nu komt het

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

23

gewoon te vroeg. Het is beter eerst maar even goed na te denken voordat ergens wordt ingestapt waarop nog niet echt goed zicht bestaat. Mevrouw FEUTH betoogt dat niets doen geen optie is. Om het centrum toekomstbestendig te maken, moeten keuzes worden gemaakt. En ja: ieder voordeel heb’ z’n nadeel, heeft een beroemde nr. 14 eens gezegd. De heer VAN BUUREN beaamt dat er keuzes zullen moeten worden gemaakt. Die keuzes worden echter op dit moment eigenlijk niet gemaakt. Er wordt wel een visie neergelegd, maar omdat de consequenties niet ter tafel liggen, worden de keuzes eigenlijk uitgesteld. De SGP heeft eerlijk gezegd niet zulke grote problemen met de inhoud van deze visie, maar wel met het feit dat een aantal dingen nu niet wordt meegenomen waarvan bekend is dat ze nog op het pad zullen komen. De SGP is geen voorstander van uitstel, maar wil graag nog een aantal kernvragen beantwoord hebben, waarna het stuk opnieuw kan worden ingebracht. Mevrouw FEUTH meent dat in het stuk wel degelijk reeds keuzes gemaakt worden en een richting gekozen, onder andere met de knip die er toch gewoon vrij hard in staat en het voorrang geven aan voetgangers en fietsers. Verder blijft het een visie van waaruit verder gewerkt kan worden. Het is geen uitgewerkte businesscase waarin alle puntjes al op de i staan.

Ook D66 heeft wel zorgen en ziet de grote uitdagingen ook, maar ze ziet ook heel veel kansen. Deze visie is een uitgangspunt voor de ontwikkeling van Centraal Capelle over een periode van 20 jaar en met wat nu voorligt wegen de voordelen haars inziens echt wel op tegen een aantal nadelen. Uitdagingen zijn er genoeg, denk aan de New Town-problematiek en mobiliteitsproblemen, maar die zijn Capellebreed, misschien wel regionaal, en kunnen niet alleen worden opgelost. En als er niets wordt gedaan, loopt men ook volledig vast, alleen al door de autonome groei. De heer VAN BUUREN vindt dit wat te makkelijk. Het mobiliteitsonderzoek laat zien dat zelfs met een bescheiden woningbouw de mobiliteitsproblematiek niet per se verergert, maar dat die vooral wordt verergerd door de mobiliteitsmaatregelen die in deze gebiedsvisie worden genomen. Wat mevrouw Feuth nu eigenlijk zegt is dat de problematiek toch niet kan worden opgelost en dat het daarom nog wel wat erger mag worden, omdat het toch al een ramp is, maar dat is toch geen besturen? Mevrouw FEUTH zal dan nu maar zeggen hoe D66 er echt in zit: laat het probleem maar groot genoeg worden, dan komt men misschien eindelijk een keer uit die auto! Het heeft ook voordelen dat er problemen ontstaan met de mobiliteit.

Door niks te doen wordt het ook niet opgelost, want er is nu al een groot mobiliteitsprobleem, ook regionaal; ze heeft er iedere dag last van. Dit biedt ook kansen om een transitie teweeg te brengen, om écht naar het STOMP-principe te gaan. Er zijn genoeg mensen in de gemeente, met name jongeren, die die auto helemaal niet meer zo graag hebben. Door hier keuzes te maken voor een autoluw centrum, wordt in het centrum een gezondere leefomgeving gecreëerd waar meer bewogen wordt en misschien wordt overgestapt door mobiliteitstransitie, waardoor mensen minder in de auto gaan zitten, terwijl Capelle toch bereikbaar blijft, ook voor degenen die de auto echt nodig hebben. Voorkomen wordt alleen dat het een doorgaande route blijft, waardoor het onveilig is en niet prettig toeven voor fietsers, voetgangers, jongeren en ouderen. De heer VAN BUUREN constateert dat mevrouw Feuth kleur bekent. Is ze dan ook bereid om in deze gebiedsvisie klip en klaar zwart-op-wit vast te leggen dat in het centrumgebied een veel lagere parkeernorm gaat gelden dan in de rest van Capelle? Want nu krijgt de Capellenaar de indruk dat mobiliteit en parkeren gewoon mogelijk blijven, omdat het allemaal zal worden opgelost. Dan moet men ook het eerlijke verhaal durven vertellen. Mevrouw FEUTH denkt dat hier het gezegde opgeld doet “we agree to disagree”.

De SGP is kennelijk van mening dat in een visie de puntjes op de i moeten worden gezet om de problemen op te lossen die er zijn, terwijl zij vindt dat het uitdagingen biedt en dat er ook oplossingen zijn voor uitdagingen. Regionaal en in de hele stad zal moeten worden beoordeeld hoe deze problemen aangevlogen moeten worden. Dat zij ervoor kiest het centrum wel bereikbaar te houden, maar niet als doorgangsstraat te gebruiken, vindt ze ook een eerlijke keuze.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

24

De heer VAN BUREN maakt uit het betoog van mevrouw Feuth op dat ook D66 gewoon de huidige parkeernormen wil blijven hanteren, maar dat ze dan een aantal dingen accepteert, en daar was volgens hem de heer Van Buuren naar op zoek. Als hij de verkeerde conclusie trekt, zal mevrouw Feuth helderder moeten zijn. Mevrouw FEUTH wil daar wel een antwoord op geven. Natuurlijk hanteert D66 de parkeernorm die nu geldt op het moment dat daar iets wordt gedaan. Maar een visie is een toekomstperspectief voor de komende 20 tot 30 jaar en niemand kan haar wijsmaken dat over 10 jaar nog dezelfde parkeernormen zullen worden gehanteerd in het centrum. Afsluitend merkt zij op dat D66 zeer positief staat ten opzichte van wat nu ter tafel ligt als visie voor de toekomst, om richting te geven aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig centrum van Capelle voor de komende 20 tot 30 jaar. Gaandeweg zullen er genoeg dingen veranderen, zal er voortdurend aangepast moeten worden en zal ook rekening moeten worden gehouden met alle andere problematiek die op de gemeente afkomt, waarbij de New Town-problematiek in de stad voorlopig echt een kernissue zal moeten zijn. Want als dat niet wordt opgelost, wil men misschien allemaal wel verhuizen.

De heer MOLENGRAAF geeft aan dat hij in eerste termijn een aantal vragen heeft gesteld die Leefbaar Capelle graag beantwoord had willen hebben ter verduidelijking en een aantal vragen waarop het antwoord van belang was om zich een mening te kunnen vormen. Die laatste vragen zijn beantwoord en daarmee is voor Leefbaar Capelle de kous vanavond wel af. In de fractie zal een en ander verder worden besproken, evenals de terechte vragen die door de insprekers zijn gesteld. Zijn betoog in eerste termijn begon hij met de opmerking dat driekwart eigenlijk wel positief was, en dat wil hij kort nog eens benadrukken. Er moet echt vooruit gekeken worden naar het Capelle van 2050, het Capelle van 2100. Daarbij moet natuurlijk ook oog zijn voor het Capelle van 1950, maar dat mag niet verblinden. In dit stuk is dat echt wel terug te vinden en die durf, die blik, is te waarderen. Dat neemt niet weg dat er een aantal kritische noten overblijven als het gaat om mobiliteit en de rol van de auto, maar daarop zal in de raadsvergadering en in het vervolgproces, als het stuk een meerderheid haalt, worden toegezien.

De heer VAN BUREN vraagt opnieuw aandacht voor de ontsluiting van een parkeerhub aan de achterkant van het gemeentehuis, die blijkens het kaartmateriaal zal plaatsvinden over de Lijstersingel, wat nogal contrair is met de doelstellingen die in het gebied liggen met een lijsterpark dat vergroot wordt, een rustpunt zou moeten zijn en onderdeel van de groene zone die onder en nabij de metro ontstaat. Is dan het afhandelen van de bereikbaarheid van het centrum langs scholen de meest verstandige keuze? Het parkeren blijft een interessant item. Zelf woont hij in een geherstructureerd stukje Capelle waar het parkeren gewoon binnen het pand is opgelost, de kosten van het parkeren omgeslagen zijn naar de woning en het blik in ieder geval grotendeels van straat gehaald is, wat de leefbaarheid en de beleving van de groene ruimte een stuk verbetert. Dat kan natuurlijk in iedere opgave in ieder deelpaspoort de slag zijn. Geraakt werd hij door de wijze waarop de heer Van Buuren daarnet intervenieerde, van: waar stuur je nou op, waar zorg je voor die integrale aansturing? Daarbij werd een poging gedaan via de begroting. Natuurlijk kan de raad via de begroting een aantal zaken in de gaten houden.

Maar hij vraagt zich af of de raad ook niet zou moeten nadenken over de controlerende, maar eigenlijk ook sturende functie in kaderstellende zin, van: hoe zorg je dat je op de lange termijnrisico’s naar een integrale uitvoering komt en daar als raad grip op kan worden gehouden en het college ook richting weet te geven? Het vereist een discussie waarin een aantal van de punten die net naar voren kwamen elke keer weer terugkeren naar gebiedspaspoorten, maar tegelijkertijd een uitdaging, of ambitie, op een hoger schaalniveau. Dat zal op de een of andere manier bij elkaar moeten worden gebracht, waarna de raad onderling nog eens een gesprek zal moeten hebben over de vraag hoe de rol wordt gezien in het sturing geven over een lange termijn en wat voor instrumenten daarvoor nodig zijn. Dat lijkt hem onderdeel van zorgvuldig bestuur. Een ander onderdeel van zorgvuldig bestuur maakt hem iets minder gevoelig voor waarom mevrouw Feuth nog steeds zo snel mogelijk tot besluitvorming wil komen: de periode van 20/30 jaar waarnaar wordt uitgekeken. Bij zorgvuldigheid past ook het afwegen van een aantal zaken, en afwegen is ook een inschatting kunnen maken van: hoe groot worden die mobiliteitsvraagstukken en kan de analyse

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

25

die is toegezegd in aanvulling op datgene wat Haskoning in de bijlage als rapport geeft, een extra onderbouwing geven in de afweging die iedereen moet maken? Als die analyse van het college half december komt, heeft het niet zijn voorkeur om dit op 15 december tijdens de raadsvergadering door te nemen. Zijn procesvoorstel is dan om dit agendapunt in de raadsvergadering van 2 februari te behandelen, om in ieder geval die extra laag van afwegingen mee te kunnen nemen in de inschatting, vooral omdat het hele mobiliteitsdossier bij meerdere fracties, maar ook daarbuiten, zo’n zwaar issue is dat er wel twee of drie keer over nagedacht moet worden. De heer HEERENS merkt op dat hij aan een dilemma ten prooi is. Aan de ene kant is een visie globaal en geeft een richting aan, aan de andere kant komt wel de vraag naar boven hoe het zit met de financiën. Vanuit zijn financiële achtergrond heeft hij behoefte aan meer financiële kaders, zeker bij dit soort stukken, die een mega impact hebben en waarvoor een visie op lange termijn wordt opgezet. Het is vaker voorgekomen dat in raadsstukken werd aangegeven dat ze óf geen financiële consequenties hadden, óf dat de financiële consequenties niet bekend waren. In het licht van de ombuigingen e.d. kan daarmee niet meer zo snel worden weggekomen. Met het CDA is hij het eens dat dit voorstel nu te vroeg komt.

Als het aan hem ligt, zal de komende maanden werk gemaakt moeten worden van een stukje financiële kaderstelling. De heer HARTOG sluit zich aan bij het betoog van mevrouw Feuth. Dit is een visie die kaders geeft en er worden keuzes gemaakt; dat is wat hier ligt. Aan de andere kant is er de financiering, een terecht punt, en daarin gaat hij mee met de heer Van Buuren wat betreft de integraliteit van het gebied. Hoe een en ander gefinancierd wordt kan niet worden neergelegd in gebiedspaspoorten. Op een of andere manier zal over het gebied een stuk integrale projectplanning, financiering e.d. moeten worden neergelegd, maar dat staat volgens hem los van dit stuk. De wethouder legt hij ten slotte de vraag voor, gelet op de best zwaarwegende opmerkingen uit deze commissie, hoe het nu verder zal gaan met dit stuk. De VOORZITTER geeft het woord aan de wethouder. Wethouder SCHAATSBERGEN wijst erop dat een aantal fracties te kennen heeft gegeven dat het vanwege het ontbreken van voldoende financiële duiding en het mobiliteitsonderzoek te vroeg zou zijn om een en ander in de raadsvergadering van 15 december te behandelen en daarom het ordevoorstel heeft gedaan het te verschuiven naar de raadsvergadering van 2 februari 2026. Het lijkt hem dienstig dat daarover eerst de mening van de commissie wordt gepeild.

De heer HARTOG meent dat de tijd tot 2 februari veel te kort is om gedegen financiële scenario’s uit te werken. Mevrouw FEUTH laat het aan de wethouder over te bepalen of dat financieel haalbaar wordt geacht. De heer VAN BUREN merkt op dat het ordevoorstel een tweelaagse kant heeft. De eerste is de inhoudelijke afweging of op z’n minst kan worden ingeschat op basis van de extra analyse op het gebied van mobiliteit, of een aantal van de aannames voldoende ruimte geeft om de inhoudelijke keuzes te kunnen maken en verder te kunnen gaan. De tweede is wat anderen zien als de financiering, waarbij door de heer Van Buuren de vraag werd gesteld of er enig idee bestaat van de kosten die ermee gemoeid zijn. Hem gaat het meer om de algemene vraag hoe de raad op dit soort grote stedelijke ingrepen gaat sturen en grip probeert te houden. De eerste laag van de mobiliteit acht hij echt essentieel voor de inhoudelijke afweging en ook voor de notitie zelf. De VOORZITTER verzoekt de wethouder aan te geven of het mogelijk is voor 2 februari het gewenste inzicht te verschaffen. Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat dat niet mogelijk zal zijn als daarmee een volledig uitgewerkte businesscase wordt bedoeld.

Als de commissie echter een eerste financiële verkenning wil van de bedragen die mogelijkerwijs in het geding zouden zijn op het moment dat hij morgen de volledige visie zou moeten uitvoeren, luidt het antwoord bevestigend.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 3 december 2025

Pagina:

26

De heer VAN BUUREN waardeert het dat de wethouder het gevoelen bij een groot deel van de commissie serieus wil nemen en wat extra tijd wil nemen om over die vragen met elkaar door te spreken. Wat hem betreft gaat het dan met name om de orde van grootte van de investering aan publiek geld die nodig is, en dat hoeft geen getal tot achter de komma te zijn. Het heeft ook te maken met het beschikbaar zijn van de informatie over mobiliteit. Die komt eraan, maar is misschien niet op tijd en zal op 2 februari zeker op tijd zijn. Zelf had hij in tweede termijn nog gevraagd hoe geborgd wordt dat de lusten en de lasten, of de kosten en de baten, bij de planning van de uitvoering met elkaar in evenwicht blijven, zodat de integraliteit ook in de uitvoering wordt geborgd. Hij neemt aan dat de wethouder daarover met ambtelijke ondersteuning ook een aantal gedachten op papier kan zetten, zodat daarover in de aanloop naar 2 februari nog met elkaar in gesprek kan worden gegaan. Hij zou er erg blij mee zijn als gestreefd zou kunnen worden naar een breder draagvlak in de raad voor zo’n belangrijk stuk als dit. Wethouder SCHAATSBERGEN verzekert dat debit en credit met betrekking tot deze gebiedsvisie in globaliteit kan worden meegenomen in de gedachten hierover. Nog even wil hij nu terugkomen op de vraag van de heer Van Buren over de ontsluiting van de parkeerhub.

Hoewel hij het technisch antwoord niet volledig op het netvlies heeft staan, meent hij wel te weten dat de strekking ervan was dat ontsluiting via de Lijstersingel in ieder geval iets is wat men zou willen onderzoeken, wat niet betekent dat het per definitie de ontsluiting zal worden. De heer HEERENS staat bij dat het mobiliteitsonderzoek beschikbaar komt in de loop van december, maar dat dat meer een tussenevaluatie of zoiets zou zijn en geen eindonderzoek. Klopt dat? Wethouder SCHAATSBERGEN herhaalt wat hij daarover eerder heeft gezegd in reactie op de rondvraag van de heer Spruit. De juiste gegevens staan niet op zijn netvlies, dus als hij daarover nu iets zou gaan roepen, zou dat mogelijk niet kunnen kloppen. De VOORZITTER verzoekt de commissie zich uit te spreken over de vraag of het voorstel al of niet voor de volgende raadsvergadering geagendeerd dient te worden. De heer HARTOG neemt aan dat het bij een verdaging naar 2 februari voorafgaande daaraan ook nog in de commissie zal worden behandeld. De VOORZITTER bevestigt dit. De heer VAN BUUREN herhaalt dat het hem verheugt dat de behandeling van het voorstel kan worden uitgesteld. De heer VAN LOEF betuigt de wethouder zijn erkentelijkheid voor het feit dat deze zich zo flexibel heeft getoond. Mevrouw FEUTH zegt dank voor het meedenken en meevoelen met de af en toe geuite gevoelens van wat onbehagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16469944/2