02.02 - Verslag Commissie SOB 24-09-2025
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op woensdag 24 september 2025, in de Van Polanenzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:
de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers: mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer A.N. Molengraaf, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; Mevrouw M. Aktaş, raadslid GroenLinks; Mevrouw A.V.A. Raaijen, raadslid PvdA; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; secretaris:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouder:
de heer C.A.J. Schaatsbergen, wethouder;
ambtelijke ondersteuning: de heer R.G. Wooning, projectleider gebiedsvisie Centraal Capelle; mevrouw S. van Hemert, beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling; notulist
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum)
Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 7 personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Hartog van GroenLinks, die in deze vergadering zal worden vervangen door mevrouw Aktaş, de heer Heerens en de heer Vlot. De heer OUDSHOORN deelt mee dat de ChristenUnie hem heeft verzocht haar bijdrage in deze vergadering te verzorgen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Stujvenberg, die wil inspreken over de Gebiedsvisie Centraal Capelle. Mevrouw STUIVENBERG: Goedenavond allemaal. Ik ben Edith Stuivenberg, contactpersoon Bomenstichting, maar ik ben hier nu als bewoner; ik woon aan de Lepelaarsingel. Geachte voorzitter, wethouder, commissieleden, aanwezigen. De Gebiedsvisie Centraal Capelle is het onderwerp. Uiteraard begrijp ik uw ambitie om de wooncrisis aan te pakken door nieuwe woningen te bouwen. Ik begrijp ook dat de focus ligt op snelheid, betaalbaarheid en duurzaamheid, maar er zijn toch wel ongewenste situaties ontstaan; die wil ik u voorleggen met mogelijke oplossingen om herhaling te voorkomen. Misschien leren we ervan. Van tevoren moet duidelijk zijn bij participatie waar het wel of niet over zal gaan. Dat was hier niet het geval.
De participatie Gebiedsvisie Centrum had het doel om de bewoners te informeren over en te betrekken bij het opstellen van de gebiedsvisie. De focus lag op positieve gezondheid, maar al heel snel bleek dat nieuwbouw en mobiliteit verboden onderwerpen waren. Dat zijn onderwerpen met een hele hoge impact op de leefomgeving. ‘Dat komt later wel en u kunt altijd nog een zienswijze indienen’. Nou, mensen voelden zich afgepoeierd omdat die onderwerpen niet besproken mochten worden, dat levert uiteraard ook veel wantrouwen op en dat is niet de bedoeling. Een zienswijze is geen participatie. Mijn recente ervaring is dat je wel een zienswijze kunt indienen, maar er ook geen antwoord op krijgt, alleen een klacht werkt nog, en dat is toch niet goed. Ik heb ook meegemaakt tijdens die bijeenkomsten dat groen en blauw belangrijke dragers zijn voor de leefkwaliteit, identiteit en kwaliteit. Dat is een verhaallijn van de ontwerpgebiedsvisie Centraal Capelle. Later vond nog een inspraakavond plaats over het groen in de omgeving. Ik heb de beplantingsplannen gezien en goed
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
2
aan dit plan was dat er onttegeld wordt. Eindelijk, de gemeente onttegelt, super! Maar ik ben heel erg geschrokken van de beplantingsplannen, want er waren uitsluitend insectenarme exoten, enkele waren zelfs verboden invasieve exoten. En dan vraag je je af: hoe kan dat? De man die deze inrichtingsplannen gemaakt had, was er ook. Hij had een technische opleiding, maar absoluut geen enkele groene kennis. Hij reageerde op mijn vraag als volgt: nee, groene opleiding was ook niet nodig, hij had een beplantingslijst gevonden uit 1960, en dat kon hij best zelf. ‘Goed voor de biodiversiteit, mevrouw!’ Nou, dat zei hij tegen de verkeerde. Invasieve exoten, onzin. Alle planten zijn goed voor de biodiversiteit. Maar hij bleef volhouden. Daar kon ik niks meer aan veranderen. Hij adviseerde mij om een zienswijze in te dienen, dat heb ik gedaan. Het antwoord moet nu nog komen. Onlangs ontving ik een bewonersbrief waarin stond wanneer de aannemer zou starten met de werkzaamheden, En in deze brief stond ook – ik citeer – : ‘Alle bomen blijven staan, behalve die in de weg staan’. Welke dat zijn, was onduidelijk. Ik heb toen een klacht ingediend, en dat werkte wel. Een landschapsarchitect van de gemeente heeft het plan enigszins bij kunnen stellen.
Er was geen rekening gehouden met de beschermde mussen die daar zaten, of nog steeds zitten, bomen blijven staan, invasieve exoten gaan eruit, er komt wat inheemse beplanting bij en gefaseerd struiken verwijderen, zodat de mussen nog leefgebied overhouden; dat is ook een verplichting. Ik vrees echt voor ambtenaren die niet gehinderd door gebrek aan ecologische kennis dit soort insectenarme en schadelijke beplantingsplannen mogen maken. Dat is echt een vak. Ik vrees ook de schade die ze aanrichten wanneer ze ook belast worden met voorlichting aan de onwetende burger. Goed voor de biodiversiteit, waar gaan we heen! Daarom zou ik u willen verzoeken om te regelen dat minstens 30% van het openbaar groen inheemse beplanting moet zijn. Dat wordt in de toekomst toch wel een verplichting. Raaigras, dat groene asfalt, telt dan niet mee. En ik zou u ook willen verzoeken om die gemeentelijke beplantingslijst uit 1960, met de invasieve exoot erbij, gewoon te verbieden, niet meer te gebruiken, en de nieuwe beplantingslijst openbaar te maken, zodat iedereen weet wat er in zijn omgeving wel of niet staat. Het verdwijnen van groene kennis bij de gemeente is me ook erg opgevallen. Het Groenbeleidsplan, waarvan het bomenbeleid een onderdeel is, blijft alweer liggen. De kennis en het vele werk dat er al aan verricht is, ontbreekt. Die mensen zijn vertrokken of konden niet blijven.
Het bomenbeleid uit werd al een keer verlengd bij gebrek aan kennis en moet ook gebruikt worden bij de Omgevingswet en dan zit je met een heel verouderd bomenplan uit . Dat levert geduvel op, of u moet groene kennis gaan inhuren en dat kost ook geld. Of mogen technische mensen dat groene er voortaan bij doen? Nou, de gevolgen daarvan hebben we in het verleden ook al eens meegemaakt. Het kost veel geld en is in de komende tijd ook in strijd met onder andere de Natuurherstelwet, waar Capelle ook mee te maken krijgt; die geldt ook over stedelijke gebieden. Lokale overheden moeten de hoeveelheid en de ecologische kwaliteit van stedelijke groene ruimte nauwkeurig noteren. Dus ja, 30% inheems is echt niet veel, het is zelfs nog te weinig. En dan heb ik het nog over het gebiedsvisieplan zelf. Ik woon aan de Lepelaarsingel en heel 747 schijnt volgens deze gebiedsvisie label F te hebben. Nou, ik kan u vertellen: de woningen werden in 2020 geïsoleerd, muurisolatie, hoogrendementglas, luchtwarmtewisselaar, nieuwe voordeur enzovoort. Het dak was al daarvoor geïsoleerd. En dat staat op energielabel A en B. F is rijp voor sloop en A en B: ja, dat zou raar zijn. Op dit moment is een aannemer bezig om de flats verder te renoveren, nieuwe keuken, badkamer en wc, waar dat nog niet gebeurd was. Begin december is dit klaar. Dus ik vraag me af hoe dat energielabel F daarin is terechtgekomen.
Ik denk ook dat dit met een betere participatie voorkomen had kunnen worden. De verbeterpunten die ik zie voor de gemeente. Allereerst moet van tevoren duidelijk zijn waar de participatie wel of niet over gaat, want dat voorkomt teleurstellingen. Zienswijzen serieus nemen. Er staan soms echt serieuze, onweerlegbare feiten in. Doorgaan met het onttegelen in de openbare ruimte en minstens 30% inheemse planten integreren, juist in verband met de toekomstige wetgeving. De gemeentelijke beplantingslijst uit 1960 verbieden en de nieuwe beplantingslijst openbaar maken; die ligt hier in het gebouw, dat wee ut, maar wordt alleen niet gebruikt. Behoud van groene ambtenaren met vakkennis om schade aan de kwaliteit van de leefomgeving te voorkomen en het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie te behouden. Plannen maken met gecontroleerde en correcte energielabels, en nog beter: de bron vermelden waar het vandaan is gehaald, want dan kun je tenminste traceren hoe ze aan die onzin zaken komen. Ik dank u voor uw aandacht,
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
3
Wethouder SCHAATSBERGEN dankt mevrouw Stuivenberg voor haar bijdrage, want dit was nu net zijn intentie geweest voor deze avond en hij is dan ook blij dat ze met al deze opmerkingen is gekomen. Inhoudelijk zal hij er nu niet op reageren, en hij neemt aan dat dat ook niet wordt verwacht, want op dit moment is het in consultatie gegeven aan de commissie en hij hoort ook graag van de commissie dit soort opmerkingen terug. Wat hem betreft zijn door mevrouw Stuivenberg heel veel zinnige opmerkingen gemaakt, zoals hij haar ook kent. Alleen de kwalificatie ‘onzinnig’ wil hij niet in zijn mond nemen; die laat hij maar even aan haar. Mevrouw Stuivenberg staat bekend als een zeer serieuze inspreker die vecht voor waarin zij gelooft. De vele punten die zij heeft aangedragen wil hij graag meenemen als een zienswijze, zodat daarop netjes een antwoord kan worden gedicht. 3. Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) aanvraag infrastructuur- en mobiliteitsmaatregelen Stationsgebied Schollevaar Wethouder SCHAATSBERGEN memoreert dat de gemeente tot 31 augustus dit jaar een subsidieaanvrage bij het rijk kon indienen voor de WoKT. Ondanks het feit dat het gebiedspaspoort Schollevaar-stationsgebied nu ook in de zienswijzeprocedure ligt, heeft het college gemeend van deze mogelijkheid gebruik te moeten maken, vooruitlopend op de toestemming van de raad.
Hij is er zich ten volle van bewust dat daarop een voorschot is genomen, maar in zijn belangenafweging heeft hij daaraan dit keer de voorkeur gegeven boven het risico een subsidie voor een investering van ruim € 11 miljoen verloren te laten gaan. Het college heeft hij voorgesteld de voorlopige dekking te vinden in de algemene reserve voor deze WoKT. De heer OUDSHOORN deelt om te beginnen mede dat de ChristenUnie hierbij geen opmerkingen heeft te maken, zodat hij zich kan beperken tot de bijdrage van de SGP. De SGP heeft begrip voor de situatie, want om deze woningbouw mogelijk te maken is aan publieke gelden een bedrag van € 12,3 miljoen nodig - in het stuk wordt overigens ook een paar keer gesproken over € 11,3 miljoen, maar dat zal mogelijk een vergissing zijn – en daarvoor wordt nu een subsidiemogelijkheid geboden. Dat neemt overigens niet weg dat de gemeente altijd nog € 4,1 miljoen zal moeten investeren om het tekort op te lossen. De vraag is dan: wat rechtvaardigt deze kosten en waarom wordt dat hier toegepast? Zijn tweede vraag – in totaal heeft hij overigens zeven vragen te stellen – luidt of de WoKT-aanvrage alsnog afgewezen kan worden en wat het plan is als dat gebeurt.
Zijn dergelijke grote publieke tekorten ook automatisch op andere woningbouwontwikkelingen van toepassing, of heeft het gewoon te maken met het feit dat hier veel mobiliteitsvraagstukken omheen zitten? Van iets meer strategische en kaderstellende aard is de vraag hoeveel geld de gemeente eigenlijk over heeft per te realiseren woning. De WoKT-subsidie vanuit het rijk kende nu bijvoorbeeld een grens van maximaal € 20.000 per woning. Omgerekend komt het publieke tekort in deze setting uit op tussen € 19.000 en € 25.000 per woning. Dat betekent dat voor de gemeente nog een bedrag resteert van tussen € 7.000 en € 9.000 per te realiseren woning. Waar ligt dan eigenlijk de grens? Moet ook worden afgesproken hoeveel publiek geld een te realiseren woning de gemeente waard is? In de tekst staat dat het tekort van € 4,1 miljoen nog kan worden teruggebracht met mogelijke subsidies van de MRDH of de provincie. Aan welke mogelijkheden moet dan worden gedacht en zijn die ook echt mogelijk binnen de eisen van de rijkssubsidie, die immers bepalen dat een significant deel wel degelijk zelf moet worden betaald? Ten slotte de huidige gebruikers van de panden die binnen de ontwikkellocatie vallen.
Hoeveel kans is het dat het gaat lukken om er tijdig uit te komen met deze partijen? En wat is het plan als het niet lukt? Mevrouw LAUW-SCHOUTEN constateert dat het om 400 tot 600 woningen gaat, heel belangrijk dus. De kans bestaat nu om van de € 11,3 miljoen die hiervoor benodigd is 65% van het rijk te krijgen als subsidie. De € 4,1 miljoen die dan nog voor de gemeente resteert wordt gehaald uit de algemene reserve. Voor het eind van dit jaar moet bekend zijn of de subsidie toegekend wordt. Stel dat dat niét gebeurt, wordt het geld dan uit de grondexploitaties gehaald? En hoe wordt IBOR hierbij betrokken? Is dat dan een gezamenlijke subsidie met wat bij het stationsgebied gaat gebeuren, of wordt dat een beetje in elkaar gestrengeld? Mevrouw AKTAŞ noemt de voorgestelde gemeentelijke cofinanciering ad € 4,1 miljoen best wel fors, maar waardeert de inzet van het college om actief te zoeken naar financiering via externe middelen. GroenLinks vindt het van belang ervoor te zorgen dat de bijdrage van de gemeente zo laag mogelijk
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
4
blijft en is benieuwd hoe de wethouder dit gaat borgen. Zijn er scenario's doorgerekend voor het geval de grondexploitatie of subsidies tegenvallen en, zo ja, hoe worden deze risico's opgevangen zonder extra druk op de algemene reserve? De heer VAN LOEF vond het aanvankelijk wat wonderlijk wat gevraagd werd, vooral de geformuleerde opdracht aan het college achter het laatste gedachtestreepje om voor de cofinanciering zoveel mogelijk interne en externe middelen te zoeken. Zo eindigt vaak een motie, vandaar zijn verbazing. Zijn eerste vraag is dan ook: is het al gelukt om interne / externe partijen te vinden die bereid zijn om hierin te stappen? Voorts deelt hij de analyse van minimaal de SGP, en volgens hem ook andere collega’s, dat hier aan de ene kant een kansje ligt. Aan de andere kant echter weet iedereen volgens hem wel dat de gemeente zo goed als geen algemene reserve meer heeft. Van de wethouder verneemt hij graag wat er nog aan middelen is in de algemene reserve.
Een andere vraag is: zijn ontwikkelaars bereid om zelf ook een duit in het zakje te doen? Ten slotte de algemene vraag: waarom is gekozen voor dekking uit de algemene reserve? Is een risicoanalyse gemaakt van de gevolgen voor de toekomstige financiële ruimte van de gemeente? Mevrouw FEUTH zegt vooral blij te zijn dat er genoeg aandacht is voor het op orde brengen van de infrastructuur in het stationsgebied voordat er woningen worden gebouwd. Landelijk, en ook bij het Rivium in eerste instantie, is de trend waarneembaar om eerst maar te gaan bouwen en dan eens te gaan nadenken over de infrastructuur en hoe alle verkeersproblemen en de ontsluiting van een wijk moeten worden geregeld. Terecht zijn haars inziens kritische vragen gesteld over de financiering en hoe dat geregeld gaat worden. Zij is heel benieuwd naar de antwoorden daarop. De heer VAN BUREN sluit zich bij de laatste woorden aan. Benieuwd is hij vooral of ook voldoende ruimte wordt gezien in een eventuele grondexploitatie om openstaande tekorten nog te vullen. Maar laat hij eerst maar eens beginnen met de openingswoorden van de wethouder. Natuurlijk begrijpt het CDA heel goed dat het college deze kans niet wilde laten gaan en die daarom heeft gegrepen voordat de termijn op 31 augustus verstreek.
Het maakt hem echter wel nieuwsgierig wanneer de ambtelijke organisatie en het college voor het eerst op de hoogte waren van het bestaan van deze regeling en hoeveel ruimte dat had gelaten om hiermee voor de zomervakantie op z’n minst nog even langs de commissie te gaan, aangezien nog tot in juli is vergaderd. Is dit nu echt weer zo’n late actie van een minister die niet snapt dat er in de zomervakantie op een andere manier gewerkt wordt, ook met de politieke processen, of is de gemeente gewoon wat laat geweest in het opmerken hiervan? Wethouder SCHAATSBERGEN begint met de laatste vraag van de heer Van Buren, die hij als een gewetensvraag aanduidt. Is dit een late actie geweest van het ministerie? Nee. De WoKT-subsidie bestaat al een tijdje en 31 augustus was de laatste mogelijkheid om überhaupt zo’n subsidie aan te vragen. Heeft het college, de wethouder of de ambtelijke organisatie dan zitten slapen? Achteraf kan een koe in haar you know where worden gekeken en voor de aldus ontstane situatie kan hij niet anders dan zijn excuses aanbieden. Ook in zijn eigen beleving had hij dit veel eerder willen voorleggen, ook ver vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling in Schollevaar / stationsgebied, om af te tasten hoe de commissie hierin stond. Het enige wat hij er nu over kan zeggen is dat het naar alle waarschijnlijkheid inderdaad eerder had gekund.
Het zou een heel slap excuus zijn om te zeggen dat het te maken heeft gehad met het afscheid van de subsidioloog. Het had gewoon eerder gekund en hij kan alleen maar hopen dat in de raadsvergadering het groene licht zal worden gegeven om deze subsidieaanvraag daadwerkelijk gestand te kunnen doen. Dit is tevens een opmaat naar de vraag ‘wat als?’. De subsidie is aangevraagd en het ministerie gaat zich buigen over de vraag of aan allerlei criteria wordt voldaan, waaronder de cofinanciering. Dat is de reden waarom het college in eerste instantie gemeend heeft de algemene reserve te moeten aanspreken met, zoals de heer Van Loef opmerkte, een beetje een motie-achtige opdracht aan het college zelf om in ieder geval heel nadrukkelijk te kijken naar alle onderliggende financieringsmogelijkheden om die € 4,1 miljoen te financieren en niet uit de algemene reserve te halen. En ja, er staat nog steeds een behoorlijke algemene reserve in de begroting, al is de exacte hoogte hem niet bekend. Wordt de WoKT-subsidie niet toegekend, dan ontstaat voor de ontwikkeling in Schollevaar die met onder meer infrastructurele zaken te maken heeft, een ander financieel plaatje. Gevraagd is of ontwikkelaars daaraan mogelijk zullen bijdragen. De systematiek die onder meer ook
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
5
in het Rivium wordt gehanteerd is die van de anterieure overeenkomsten, wat betekent dat een deel ook in de openbare ruimte geïnvesteerd wordt. Op die manier zal uiteraard geprobeerd worden met de ontwikkelaars die in Schollevaar aan de gang gaan ook een deel van de kosten voor de openbare ruimte en de inrichting van de openbare ruimte vorm te geven. Mevrouw FEUTH informeert of het de wethouder bekend is dat de ontwikkelaars geen cofinanciering mogen doen op een WoKT-subsidie. Wethouder SCHAATSBERGEN beaamt dat. De cofinanciering is echt een cofinanciering van de gemeente. De gemeente stelt zich in principe garant voor het bedrag van € 4,1 miljoen, maar gaat binnen de regels die het rijk daartoe gesteld heeft bijvoorbeeld bij de MRDH, of andere partners die wel toegestaan zijn in deze systematiek van het rijk, mogelijk subsidies te verkrijgen zijn, of dat er – en daarover is ook een vraag gesteld – bijvoorbeeld relaties zijn met IBOR, niet zozeer in de WoKT, maar wel in de ontwikkeling: zaken die reeds in krediet genomen zijn, of reeds in planning zijn. De heer VAN BUREN concludeert dat de vestzak-broekzakrelaties die via grondexploitaties in de begroting en balans terechtkomen dan niet indirect worden gezien als financiering of subsidies vanuit de ontwikkelaars. Hij neem aan dat dat op de een of andere manier nog rechtgebreid zal worden.
Wethouder SCHAATSBERGEN repliceert dat op het moment dat voor de cofinanciering andere bronnen van financiering worden gevonden dan de algemene reserve, die volledig worden afgetoetst richting de regeltjes van het rijk. Een fundamentele vraag van de heer Oudshoorn luidde hoeveel de gemeente bereid is bij te betalen als onrendabele top binnen de woningrealisatie. Het lijkt hem geen vraag waarop hij bij deze WoKTaanvrage een antwoord moet geven, maar het is wel iets waarover de raad een afweging zal moeten maken op het moment dat de gebiedspaspoorten en de daaraan gekoppelde bouwplannen naar voren komen, want daarbij komt de financiële positie van de gemeente aan bod, alsmede de woningbouwopgave die onder meer in de omgevingsagenda is vastgesteld en daar zullen waarschijnlijk ook gebieden in zitten met een onrendabele top. Het is dan uiteindelijk aan de gemeenteraad te bepalen hoe ver daarmee kan worden gegaan. De heer VAN BUREN vraagt of het ook nog een optie is dat in de balans van de opbrengst in het gebied de vraag aan de orde komt om eventueel de kaders van het programma op te rekken, om zo de dekking van de kosten in het gebied op een andere manier te regelen.
Desgevraagd verduidelijkt hij dat bij het opplussen van een programma met honderd woningen een verdienmodel ontstaat van honderd woningen waarmee een deel van de kosten die in het gebied worden gemaakt gedekt kunnen worden. Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat binnen de kaders die de raad in de omgevingsagenda en in de daaraan ten grondslag liggende gebiedspaspoorten heeft bepaald al gesprekken plaatsvinden met mogelijke ontwikkelaars die al economische plaatjes hebben laten zien. Als er reden is om de raad maatwerk te vragen binnen een bepaald gebiedspaspoort of kavelpaspoort, zal hij de laatste zijn om die vraag niet bij de raad neer te leggen, zich heel goed realiserend dat de raad uiteindelijk het laatste woord heeft. De heer OUDSHOORN herhaalt zijn vraag welk plan er is wanneer de huidige gebruikers niet tijdig uit de ontwikkellocatie gaan. Wethouder SCHAATSBERGEN geeft aan dat dit een uitvoeringsvraag is waarnaar serieus gekeken wordt, omdat er nogal wat staat te gebeuren in het stationsgebied, waarbij ook nogal wat vastgoed betrokken is dat al dan niet tijdelijk een andere plek moet krijgen. De ‘wat als’-vraag kan hij nu nog niet beantwoorden. Hij beschouwt het als zijn primaire taak om nu eerst met de bewoners en de maatschappelijke organisaties, maar zeker ook met de gebruikers van de betrokken panden hierover in gesprek te gaan.
Tweede termijn De heer OUDSHOORN reageert om te beginnen op het laatst gegeven antwoord. Volgens de wethouder zou het een kwestie van uitvoering betreffen. Het heeft echter alles te maken met de voorliggende subsidieaanvrage, om de simpele reden dat het tussen vijf en acht jaar gerealiseerd
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
6
moet zijn. Op het moment dat een van de huidige gebruikers op de plot besluit de gemeente pas over tien jaar van haar voorkeurspositie gebruik te laten maken, staat de gemeente wel degelijk voor een uitdaging. Hij snapt best dat in een tijd waarin het voor de gemeente financieel wat ingewikkeld is de zorgvuldigheid even opzij geschoven is vanwege de kans op een subsidie, maar dit zijn wel gevolgen van zo’n snelle actie. Het is inderdaad aan de raad om de kaders te bepalen. Misschien verdient het dan ook aanbeveling eens met elkaar in discussie te gaan over de vraag hoeveel een nieuw te bouwen woning mag kosten aan publiek geld, want het is wel een vraagstuk dat vaker zal voorkomen. Nu kan gelukkig nog aanspraak worden gemaakt op een WoKT-subsidie, maar bij nieuwe ontwikkelingen is het maar de vraag of opnieuw zo’n mogelijkheid geboden zal worden. Mevrouw FEUTH vraagt of naast derde partijen als de MRDH en Zuid-Holland ook gesproken wordt met bijvoorbeeld de NS. Wethouder SCHAATSBERGEN begrijpt de zorg die de heer Oudshoorn heeft uitgesproken over de mogelijkheid dat de betrokken partij niet zou willen verkopen binnen de termijn die is gesteld voor de WoKT. Dat risico was natuurlijk bekend en intern wordt al nagedacht over dergelijke ‘wat als’scenario’s, maar die heeft hij nu niet paraat.
Een discussie over de kaders die de raad zou willen stellen voor de onrendabele top is hij van harte bereid te voeren als daartoe door de raad het initiatief wordt genomen. Daarbij moet wel worden bedacht dat in 2024 de omgevingsagenda is vastgesteld, waarin de gemeente ook een bouwopdracht op een bepaalde hoeveelheid locaties in Capelle op zich heeft genomen. In die relatie zal een en ander dan ook moeten worden bezien. Het liefst zou hij op minimaal nul willen uitkomen voor de gemeente, maar of dat geheel realistisch is, is een vraag waarover hij graag nader met de raad van gedachten wil wisselen. Mevrouw Feuth bevestigt hij dat ook met NS wordt gesproken. De laatste stand van zaken is dat NS niet voornemens is op korte termijn – en korte termijn is bij NS heel lang –het spoor te verbreden en bij het vernieuwen of het aanleggen van een nieuw station voorlopig niet naar Schollevaar kijkt. De perrons in Schollevaar zijn wel afgeschreven, dus het is wel de bedoeling daarmee iets te doen, maar ook daaraan is geen definitief tijdpad gehangen. De VOORZITTER stelt afsluitend vast dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid. 4. Definitieve verklaring van geen bedenkingen De Bermhof Wethouder SCHAATSBERGEN herinnert eraan dat bij de vorige behandeling in commissie en raad een voorlopige verklaring van bedenkingen door de raad is afgegeven.
De opmerkingen die hij in die sessie heeft gemaakt kan hij hier eigenlijk alleen maar in de openbaarheid herhalen. Er zijn zorgen over het verkeer op de Bermweg. Dat is één van de redenen geweest waarom in de omgevingsvergunning en in alle uitingen en overeenkomsten met de ontwikkelaar uitdrukkelijk is aangegeven dat zwaar verkeer absoluut niet over de Bermweg heen mag gaan. Als gevolg daarvan is een verkeersakkoord gesloten met de gemeente Rotterdam om een bouwontsluiting te maken over het fietspad, gelegen op Rotterdams gebied, waar via een hoogwerkerskraan alle bouwmaterialen op het plot worden gebracht. Tevens is in de omgevingsvergunning de bepaling opgenomen dat ook toeleveranciers van licht verkeer gebruik dienen te maken. De heer VAN BUREN geeft te kennen dat het CDA geen bezwaar heeft tegen het voorstel. De ontsluiting van het gebied, hetzij via de Bermweg, hetzij langzaam verkeer via andere routes, blijft een zorgpunt, evenals een goede aansluiting richting Wingerd en Bongerd en natuurlijk het kleine clustertje met winkeltjes bij de Wingerd. Het is een zorgpunt voor de lange termijn, maar dat geldt niet alleen voor deze locatie, maar ook voor heel dat deel van Schenkel. Zorg ervoor dat die voorzieningen overeind blijven, anders duikt de leefbaarheid in dat gebied sterk omlaag.
Mevrouw FEUTH dankt de wethouder voor de toelichting vooraf, waarmee de vragen die nog bij D66 leefden zijn beantwoord. Nieuwe gezichtspunten zijn er niet. De fractie heeft alle keren ingestemd met wat ter zake voorlag en kan dat ook deze keer doen.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
7
De heer VAN LOEF toont zich eveneens ingenomen met de inleidende woorden van de wethouder, waarmee is tegemoetgekomen aan het pijnpunt dat bij de VVD nog leefde ten aanzien van het verkeer. Met het voorstel kan worden ingestemd. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN betuigt namens Leefbaar Capelle instemming met dit mooie project met 28 zorgwoningen. Mevrouw AKTAŞ memoreert dat de raad eerder al een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven voor de Bermhof en dat daarna zorgen zijn ingebracht door bewoners over onder andere milieu en geluid. GroenLinks vindt het belangrijk dat nieuwe bouwprojecten bijdragen aan een gezonde en groene stad. In de nota van beantwoording van de zienswijzen valt te lezen dat sprake is van een beperkte afname van verhard oppervlak en dat straks zelfs meer groen en waterberging wordt toegevoegd. Ook worden extra bomen geplant en nestkasten geplaatst, waarmee natuurinclusief bouwen wordt bevorderd. Dat waardeert de fractie. Tegelijkertijd zijn er zorgen over geluid. De toepassing van dove en geluidsluwe gevels is weliswaar een oplossing binnen de regels, maar GroenLinks blijft aandacht vragen voor het wooncomfort van bewoners in een zorgcomplex. Mensen die daar wonen hebben recht op rust en een gezonde leefomgeving. Daarom heeft zij een tweetal vragen aan de wethouder.
Kan hij toezeggen dat de geplande vergroening en de waterbergingsmaatregelen in de uitvoering daadwerkelijk worden gerealiseerd en blijvend worden onderhouden? Hoe zal gemonitord worden of de dove en geluidsluwe gevels in de praktijk voldoende bescherming bieden voor een kwetsbare doelgroep als zorgbewoners? De heer OUDSHOORN beschouwt de zienswijzen die zijn ingediend in zekere zin als een gevolg van de participatie. Daarbij valt op dat bij geen van die zienswijzen een verandering plaatsvindt, waaruit hij afleidt dat de gemeente aan de voorkant kennelijk onduidelijk is geweest en dat mensen dingen zijn gaan roepen die al bekend geacht konden worden. Duidelijkheid in de communicatie jegens de bewoners is dan ook van het allergrootste belang en kan dit soort dingen mogelijk voorkomen. Als een uitgebreide zienswijze tot geen enkele aanpassing leidt wordt dat vaak uitgelegd alsof geen aandacht aan het ingebrachte punt is geschonken en dat moet gewoon voorkomen worden. De SGP gaat overigens wel akkoord met het voorstel en dat geldt ook voor de ChristenUnie, zij het dat van die zijde nog aandacht wordt gevraagd voor het feit dat weer een stukje historische bebouwing wordt opgeofferd voor een dergelijke ontwikkeling. Daarbij is in bredere zin de vraag gerezen of het geen aanbeveling verdient dergelijke stukjes soms wel te behouden.
De heer VAN LOEF brengt daartegen in dat het er in de huidige situatie niet al te best uitziet, met uitzondering van het mooie gemaal, en dat iedere verandering eigenlijk al een verbetering is. De heer OUDSHOORN herhaalt dat ook de ChristenUnie kan instemmen met de voorgestelde ontwikkeling. Tegelijkertijd echter vindt ze het jammer dat hiermee twee stukjes van de historie verdwijnen, ook al erkent ze dat deze hoek niet in optima forma verkeerde. Wethouder SCHAATSBERGEN dankt de leden van de commissie voor hun bijdragen en de ChristenUnie voor haar oproep, al betreft die dan een andere portefeuille, om eens een discussie te wijden aan de vraag wat het bewaren waard wordt gevonden. Aan de andere kant moet hij het echt met de heer Van Loef eens zijn dat het haast niet slechter kan dan het oude PTT-pand dat daar staat, maar dat is zijn persoonlijke mening. GroenLinks vroeg aandacht voor de vergroening et cetera, met de vraag of de gemeente dat gaat doen. Bepaalde zaken zijn in de planvorming gewoon onderdeel van het omgevingsplan en van daaruit is de ontwikkelaar gehouden daaraan mee te werken. Voor het geluid zijn normen vastgesteld waarbinnen de realisatie van een en ander kan plaatsvinden. De raad dient zich wel te realiseren dat men hier met een verstedelijkte omgeving te maken heeft en dat de ontwikkelaar van het plot daar heel bewust voor heeft gekozen.
Er moet dus rekening worden gehouden met de naastgelegen metrolijn en met een bepaalde gevelbelasting die daarvan het gevolg is. Daartegen moeten maatregelen worden genomen die binnen de wettelijke kaders vallen en dat is ook onderdeel van de vergunning. Tweede termijn
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
8
De heer VAN BUREN neemt aan dat de geluidsanalyse heeft uitgewezen dat wat hier in het voornemen ligt allemaal mogelijk is binnen de huidige geluidsgrenzen. Wellicht is daarbij ook nog rekening gehouden met de toename van de intensiteit van het metroverkeer die verwacht mag worden. Hoe zal men zich echter beperken met deze plek, wetende dat door het college met Rotterdam ook een discussie wordt gevoerd over alternatieven, welke dan ook, voor de metro, om de barrièrewerking tegen te gaan die de metro nu heeft en misschien op een later moment, in decennia ongetwijfeld, tot andere technische oplossingen voor de metro zal leiden? Snijdt de gemeente zich niet in de vingers als de metro hier misschien op poten door het landschap moet om die barrièrewerking te voorkomen voor de doorsnijdende wegen? Is dat in de discussie al afgewogen? De heer OUDSHOORN had zijn opmerkingen in eerste termijn over de participatie en de zienswijzen niet in een vraag geformuleerd, vandaar dat hij graag van deze tweede termijn gebruikmaakt om duidelijk te maken dat de achterliggende vraag natuurlijk was wat hiervan wordt geleerd en wat ermee zal worden gedaan. Wethouder SCHAATSBERGEN meent dat hieruit vooral geleerd moet worden dat er aan het begin van het traject op moet worden toegezien dat alles volkomen duidelijk is.
Aan de andere kant zal het nooit helemaal te voorkomen zijn dat bewoners zienswijzen blijven indienen op punten die reeds eerder zijn aangedragen. Dat hij zelf vrij strak in participatie zit, moge blijken uit het voorbeeld van de bijeenkomst in Schollevaar en morgen in Roer-Barbizon met betrekking tot de gebiedspaspoorten en de zienswijzeprocedure. Zelfs in dit soort formele trajecten van zienswijzen wordt toch weer een bewonersbijeenkomst georganiseerd om nadere duiding te geven en vragen te beantwoorden. De heer Van Buren heeft een zeer technische vraag gesteld over een toekomstige situatie, waarin met Rotterdam en de MRDH andere mogelijkheden worden verkend en ontwikkeld met betrekking tot het metrotracé. Daarop moet hij het antwoord echt schuldig blijven. Hij zal bezien of hiervan een nadere duiding kan worden gegeven in een collegebrief. Mevrouw VAN HEMERT voegt eraan toe dat geen afbreuk kan worden gedaan aan de planologische ontwikkeling die nu mogelijk wordt gemaakt. Als RET / MRDH willen verhogen met het metrovervoer werkt het andersom. Die vraag komt later en dit is planologisch al gerealiseerd als het straks vergund is. Wellicht zal dan gewerkt moeten worden geluidsschermen o.i.d. De heer VAN BUREN moet zeggen dat deze toelichting hem erg pennywise / pound foolish in de oren klinkt.
Van besturen mag toch verwacht worden dat ze verder vooruit kijken, om zichzelf op termijn niet in de vingers te snijden. Hij kan zich voorstellen dat juist op dit punt nog een afweging ten aanzien van de planologische volgorde zal worden gemaakt, om te voorkomen dat er in de toekomst wellicht een extra miljoeneninvestering tegenaan gegooid moet worden. Een meer doordacht antwoord via de technische lijn of in een collegebrief ziet hij graag tegemoet. Wethouder SCHAATSBERGEN oppert dat het wellicht het overwegen waard is de ontwikkelaar te vragen hiermee alvast rekening te houden. Op dit moment heeft de gemeente binnen de wettelijke kaders die nu gelden de mogelijkheid om op deze wijze een omgevingsvergunning af te geven. De VOORZITTER constateert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid. Hierna kondigt hij aan dat na een korte sanitaire stop die hij nu van plan is in te lassen een filmpje van een minuut of drie zal worden vertoond, voorafgaande aan het volgende onderwerp. De vergadering wordt te 21.10 uur geschorst. SCHORSING De VOORZITTER heropent te 21.17 uur de vergadering. 5. Gebiedsvisie Centraal Capelle [Filmpje] Wethouder SCHAATSBERGEN leidt de beraadslagingen in. In onder meer de ontwikkelagenda heeft de raad een aantal gebieden aangewezen waarin men graag tot ontwikkeling zou willen komen.
Dat is niet zomaar uit de lucht komen vallen, er zit een volgordelijkheid in die zo’n beetje begint bij de Stadsvisie die is vastgesteld. In 2023 is daarbij de wens uitgesproken om tot een actueel beoordelingskader te komen. Dat, in combinatie met het vaststellen van de omgevingsagenda in 2024,
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
9
waarin ook in Capelle Centrum een aantal gebieden is aangewezen waar mogelijk tot verdichting zou kunnen worden gekomen, is de aanleiding geweest om aan te sluiten bij een project dat gestart is door de provincie in het kader van Gezond Ontwerpen, om vanuit een andere gedachtegang aan visievorming te doen. Die visievorming heeft het college gemeend voor Capelle Centrum te moeten doen om een breed visiekader te hebben waarbinnen uiteindelijk verdere planvorming afgetoetst kan worden om toch nog enige samenhang te houden met alle documenten en besluiten die reeds door de raad genomen zijn. Al voor de visievorming is een groot participatietraject gestart, dat heel veel input heeft opgeleverd voor de medewerkers van het bureau dat deze visie geschreven heeft. Uiteindelijk heeft een en ander erin geresulteerd dat de gemeente een visie is gaan schrijven en die visie ligt nu voor. De visie bevat een aantal verhaallijnen waarin de commissie de afgelopen anderhalf jaar al een aantal keren is meegenomen en vrij recent is er een thema-avond aan gewijd. Het stuk is nu gereed en de zienswijzeprocedure ingegaan. Die zienswijzeprocedure is ook van belang voor de raad.
Het college had ervoor kunnen kiezen om gewoon conform de processen de zienswijzeprocedure in te gaan en dit stuk politiek gezien aan te bieden medio december, maar hij hoopt op deze manier ook nog opmerkingen van de commissie mee te kunnen krijgen. Aan het begin van deze vergadering heeft hij mevrouw Stuivenberg al verteld dat momenteel ook in het centrum een aantal bijeenkomsten wordt georganiseerd waarin de bewoners geïnformeerd worden over het plan in het kader van de zienswijzeprocedure. Uit eigen ervaring weet hij dat het voor raadsleden heel erg mooi is om daarbij aanwezig te zijn, maar aan de andere kant worden raadsleden over het algemeen geacht op die bijeenkomsten niets te zeggen. Die mogelijkheid wil hij hen nú graag bieden. Daarom beschouwt hij deze consultatie als het moment om de inbreng en zienswijze van de raad op te halen. De VOORZITTER zegt de wethouder dank voor deze aftrap. Omdat mevrouw Raaijen nog in een andere bijeenkomst wordt verwacht, geeft hij haar als eerste het woord, in zowel een eerste als een tweede termijn, met het verzoek aan de wethouder daarop meteen te reageren, waarna de overige leden van de commissie aan bod kunnen komen. Mevrouw RAAIJEN deelt mede dat de fracties van PvdA en GroenLinks de gebiedsvisie in gezamenlijkheid hebben besproken en het als een belangrijk document aanmerken.
Het zet de lijnen uit en het is essentieel dat nu de juiste kaders worden meegegeven. Het verheugt de fracties dat er een breed participatietraject is geweest, waarmee echt een stap vooruit is gezet. Een dankwoord daarvoor aan de wethouder en de ambtelijke organisatie is op z’n plaats. In de evaluatie van het participatietraject valt terug te lezen dat er toch ook wel weer wat hiaten zijn geweest en dat niet iedereen zich gehoord heeft gevoeld. Daarvoor vraagt zij aandacht. Daarnaast valt op dat een aantal visies wordt gegeven op groen, op verkeer en op wonen, zonder dat altijd even duidelijk was op welke probleemanalyse het gestoeld was. Er zijn allerlei verschillende documenten en de partijen vinden het lastig te duiden waar bepaalde plannen vandaan komen. Een voorbeeld is de knip in de Reigerlaan. Het doel is sluipverkeer tegen te gaan en natuurlijk een beetje een autoluw centrum, waar ook PvdA en GroenLinks achter staan, maar bewoners vrezen dat dit verkeer zich gaat verplaatsen naar andere woonstraten, zoals de Kievitlaan of het Vuikterrein. Dat zijn geen irreële zorgen, vandaar dat ze graag terug wil zien wat precies de problemen zijn en welke effecten worden verwacht van maatregelen. Vervolgens wat specifieke voorbeeldjes.
Als langs de IJsseldijk alleen bestemmingsverkeer wordt toegestaan, wat betekent dat dan voor bewoners die nu al moeite hebben met parkeren? Als er een parkeerhuis komt, wat betekent dit dan voor de sociale-huurwoningen die in het zoekgebied liggen? Als vergroend wordt, is het dan ook voldoende om hittestress daadwerkelijk terug te dringen. Kan daarvoor bijvoorbeeld gewerkt worden met bepaalde richtlijnen, of zijn die er eigenlijk wel? Door de inspreekster zijn heel belangwekkende opmerkingen gemaakt. Ook voor PvdA en GroenLinks waren bomen en beplanting een belangrijk onderwerp en daarvoor zouden ze graag wat concrete kpi’s voor terugzien. Hoe wordt geborgd dat de ambities die in de visie worden vastgelegd niet in plannen gaan verwateren? Wethouder SCHAATSBERGEN merkt om te beginnen op dat het niet zijn intentie was vandaag heel inhoudelijk te gaan reageren. Blij is hij wel met de opmerkingen die nu naar voren zijn gebracht, want dit zijn precies de opmerkingen die hij graag wil horen: welke aandachtspunten en vraagstellingen zijn er nog en welke punten wil men nog toegevoegd hebben? Er ligt nu een visie voor en nog geen
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
10
uitgewerkt plan. Aan de plannen die gemaakt worden ligt deze visie ten grondslag en die worden getoetst. De enige inhoudelijke reactie die hij wil geven betreft een opmerking die hout snijdt en waarmee ook ervaring is opgedaan in Capelle. Als een visie wordt samengesteld en plannen worden gemaakt, moet die visie natuurlijk wel leidend blijven voor de rest van de plannen. Als de raad op een bepaalde plek 22 platanen zou willen planten en op dat niveau een visie zou willen vaststellen, wat hij overigens niet zou adviseren, dan komen er op die plek ook 22 platanen. In de lijn van wat de inspreekster heeft betoogd, zou hij wel willen adviseren heel goed te kijken naar het groen dat gebruikt moet worden om hittestress tegen te gaan en rekening te houden met het feit dat het planten van een boom die ongeveer 40 m hoog wordt ook weer andere problemen oproept. Uitgangspunt voor Capelle Centraal is het STOMP-principe. Het hele visiedocument ademt de wil uit om het centrum te gaan omturnen naar voorrang voor langzaam verkeer, de voetganger en de fietser. De auto is in principe te gast. Meteen wil hij er overigens aan toevoegen – want dat meende hij een beetje te proeven uit de opmerkingen die werden gemaakt over de IJsseldijk en de Kievitlaan – dat het is niet de bedoeling is om de auto uit het centrum te weren.
Hoe dat daadwerkelijk vormgegeven gaat worden en welke straten afgesloten gaan worden, zal in nadere plannen worden uitgewerkt. Ook of inderdaad met parkeerhuizen gewerkt zal worden, hoe die eruit komen te zien en waar ze komen te staan, is een kwestie van nadere uitwerking. Mevrouw RAAIJEN zegt de wethouder dank voor de beantwoording. Wat haar betreft blijft het nu toch wat op een abstractieniveau hangen, omdat op bepaalde punten toch wel echt al een specifieke visie wordt neergezet, terwijl alles eigenlijk nog in plannen moet worden uitgewerkt. Wellicht is het te wijten aan gebrek aan ervaring harerzijds en dan laat ze het graag aan de commissie over om er verder over te discussiëren, maar het is iets waar ze toch nog een beetje mee zit. Wethouder SCHAATSBERGEN verzekert dat hiernaar nader gekeken zal worden en dat er alsnog antwoord op zal worden gegeven, waarin zal worden uitgelegd hoe er dezerzijds naar wordt gekeken en hoe het is bedoeld. Wat hem betreft is het geen kwestie van onervarenheid van iemand die nog niet lang in de commissie meedraait, maar gewoon iets is wat binnen de Partij van de Arbeid en GroenLinks leeft en dat serieus zal worden genomen. De VOORZITTER biedt de overige leden van de commissie de gelegenheid een bijdrage te leveren. De heer MOLENGRAAF deelt mede namens Leefbaar Capelle een aantal aandachtspunten naar voren te willen brengen.
Het begon eigenlijk met een artikel in het AD over dit stuk, waarin de term ‘autoluw’ de meeste aandacht kreeg. In de fractie lag dat wat gevoelig, al kan hij, het stuk zo lezend, best begrijpen waar de wens vandaan komt. Maar puur op basis van taal vraagt hij zich af of het niet een andere kant op kan, want dit klinkt nogal restrictief. In plaats van ‘minder auto’ zou wellicht meer benadrukt kunnen worden wat juist gewonnen wordt met deze verandering. Noem het een groene straat of een rustige route, maar verzin iets waarmee het positieve wordt benadrukt in plaats van het negatieve. Mevrouw FEUTH vraagt of de heer Molengraaf het niet met haar eens is dat het wel een beetje van je partijachtergrond afhangt of je iets restrictief of juist positief vindt. De heer MOLENGRAAF beaamt dat. Hij vindt het restrictief, maar het is inderdaad maar net hoe je het leest. De heer VAN LOEF valt de heer Molengraaf hierin bij. Zelf vindt hij het uitermate negatief hoe het gebruik van de auto wordt ontmoedigd. Door het wat positiever te brengen, heb je misschien kans dat de automobilist ook eens een keer de fiets pakt, of gaat wandelen. De heer MOLENGRAAF vervolgt dat Leefbaar Capelle in de basis kritisch staat tegenover het weren van de auto. Op deze specifieke locatie echter heeft het wel positieve effecten en komt het overeen met de wens van bewoners. Het is dus geen principieel punt.
De uitwerking van wat autoluw is, is voor Leefbaar Capelle bepalend voor de vraag of zij voor of tegen zal stemmen. Daarbij speelt ook de zorg dat de verkeerdruk zich gewoon kan verplaatsen: staat het verkeer niet vast op weg A dan wel op weg B. Dan de woningbouw. Het gaat hier om 1600 nieuwe woningen in een relatief klein gebied. De hoge dichtheid bij OV-punten in het centrum is zeker te verklaren, maar er moet wel voor worden gewaakt
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
11
dat het dorpse karakter in Capelle teveel verloren gaat. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om de vergroening. Een van de positieve punten die door veel Capellenaren worden benoemd is dat men hier zo fijn in het groen en blauw woont. Mevrouw FEUTH vraagt of het niet wat tegenstrijdig is dat Leefbaar Capelle enerzijds het autogebruik niet te veel wil beperken en anderzijds pleit voor behoud van het dorpse karakter. De heer MOLENGRAAF betoogt dat het niet tegenstrijdig behoeft te zijn. Een enorme ‘autopartij’ zou er wellicht voor pleiten twee banen aan beide kanten toe te voegen, dat wil Leefbaar Capelle niet, maar ze wil ervoor zorgen dat er auto’s kunnen blijven rijden en dat de omgeving van die weg groen is. Een compliment maakt hij voor het participatieverslag, dat heel uitgebreid en duidelijk is. Ten slotte pleit hij ervoor bij de bespreking een duidelijke financiële raming voor te leggen van de kosten hiervan. De heer VAN LOEF merkt op dat in het hele stuk één keer wordt aangegeven dat Capelle sterk autogeoriënteerd is en dat vervolgens alleen maar het ontmoedigen van het autogebruik wordt benadrukt. Het zou hem een lief ding waard zijn wanneer het begrip ‘ontmoedigen’ zou kunnen worden vervangen door het stimuleren van andere vervoermiddelen, zodat de automobilist in de verleiding wordt gebracht daarvan gebruik te maken.
Daarnaast wordt een bestuursopdracht in het vooruitzicht gesteld om het mobiliteitsvraagstuk en de bereikbaarheid van de stad voor nu en in de toekomst in kaart te brengen. Op zichzelf is dat hartstikke goed, alleen snapt hij de volgorde niet. Zou daarmee niet begonnen moeten worden voordat dit soort visies wordt neergelegd? Wanneer wordt die bestuursopdracht gegeven, wanneer kunnen de resultaten daarvan tegemoet worden gezien en hoe wordt de uitkomst gerelateerd aan deze visie? In het zojuist vertoonde filmpje wordt de wethouder sterk geafficheerd als de wethouder participatie en daarop laat deze zich ook graag voorstaan. Daardoor wordt hij nu wat in verwarring gebracht, want hij neemt de woorden van mevrouw Stuivenberg uitermate serieus en van de wethouder verneemt hij graag waarom zij geen reactie heeft gekregen op haar eerste zienswijze. Wie moet hij in dezen nu geloven? Mede naar aanleiding van de opmerkingen van Leefbaar Capelle ter zake wil hij ten slotte graag weten hoe het te rijmen valt dat het centrum zo wordt belast met de woningbouwopgave. Is het niet veel beter het centrum min of meer te ontlasten en op andere plekken een verdichting toe te passen? Mevrouw FEUTH merkt de voorliggende visie aan als een mooi uitgangspunt voor de stad van de toekomst.
Er zal verdicht moeten worden, juist ook in het centrum rondom de OV-knooppunten en de voorzieningenstrook, omdat dat de plek is waar verdicht kan worden en tegelijkertijd een hoog niveau kan worden bereikt voor alle bewoners. In deze visie is genoeg aandacht voor duurzaamheid, een gezonde leefomgeving, een buitenruimte om te ontmoeten en te bewegen, meer ruimte voor het langzame verkeer en dan toch die verdichting rondom de OV-knooppunten. D66 beschouwt dat als een mooie mix voor de stad van de toekomst. Het voorstel voor de mobiliteitstransitie naar STOMP wordt door D66 omarmd, omdat dat precies aansluit bij haar mobiliteitsvisie. Het centrum blijft gewoon goed bereikbaar, alleen het doorgaande verkeer wordt gestopt, waardoor de ruimte die ontstaat voor het langzame verkeer reëel wordt, het veiliger wordt, meer bewogen kan worden en de alternatieven aantrekkelijker worden. Voorkomen moet worden dat iedereen die niks te zoeken heeft in het centrum dat centrum als de kortste route gaat zien om er doorheen te rijden. Tegelijk kan het centrum goed bereikbaar blijven voor iedereen, ook de mensen met een mobiliteitsbeperking of andere beperkingen. Dan de bewonersbijeenkomsten. Inclusief de sterkhoudersbijeenkomsten zijn er vijf bijeenkomsten geweest en zij was het enige raadslid dat ze alle vijf heeft bijgewoond; ze heeft niemand anders gezien.
Als je wilt weten wat de waarheid is, zou je misschien ook eens de moeite moeten nemen om een van die bijeenkomsten bij te wonen. Het zojuist vertoonde filmpje geeft de mening weer van een deel van de mensen die bij die bijeenkomsten aanwezig waren, maar er waren ook een aantal mensen heel ontevreden omdat er niet over hoogbouw gesproken mocht worden. Het toetsingskader hoogbouw was namelijk net aangenomen en als daaraan werd voldaan zou niet opnieuw de discussie over het centrum mogen worden aangegaan. Met de inspreekster is zij het overigens wel eens dat over groen en de kwaliteit van het groen nog wel wat te doen is. Zij hoopt dat daaraan alsnog de nodige aandacht zal worden geschonken.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
12
De participatiebijeenkomsten werden voornamelijk bezocht door bewoners, omwonenden en mensen die al een huis hebben. D66 zou graag zien dat in deze plannen en de verdere participatie ook de woningzoekenden betrokken zouden worden; die gaan er straks immers en niet degenen die er nu wonen, want die willen alleen maar wat minder schaduw en hun uitzicht niet inleveren. Het is heel belangrijk dat de bewoners van de toekomst betrokken worden bij de verdere uitwerking en ontwikkeling van de plannen. Dan is er nog het kindlint, het meest verschrikkelijke woord dat bedacht is. Het dekt ook totaal de lading niet, want de indruk wordt nu gewekt alsof het alleen om kinderen gaat die tegenwoordig alleen maar op fatbikes zitten en overal doorheen scheuren. Naar de mening van D66 moet juist het wandelen en het ommetje, de groene verbinding, de langzaamverkeerverbinding voor jong en oud, het onderliggende idee zijn en niet de kinderen. Ten slotte dringt zij erop aan in de uitwerking van de plannen na te denken over de parkeerhubs, en dan met name de vorm waarin die gegoten worden. Zij hoopt dat die niet als een soort betonnen ellende ergens aan de rand worden neergepleurd, maar dat er geïntegreerd over wordt nagedacht wordt, en dringt erop aan dan ook meteen de huidige parkeergarage van de Koperwiek mee te nemen, want dat is werkelijk een aanfluiting.
De heer VAN BUREN haakt om te beginnen in op de opmerking die de wethouder eerder maakte in het kader van de visievorming op de stad. Hij kan zich herinneren dat zo’n tien, twaalf jaar geleden ook een soort plan voor het centrum werd gepresenteerd, met allerlei locaties, waarbij ook werd uitgegaan van de gedachte dat de inwoners maar moesten vertellen wat ze wilden. De afdronk die hij van dat proces had was dat het leek alsof je het gesprek aanging met iemand over een draaitafel en LP’s en vroeg wat die het liefst zou willen hebben. Het antwoord was dan meestal: een grotere of een die nog zuiverder klinkt, maar de slag naar een iPod zou nooit gemaakt hebben kunnen worden. De verbeeldingskracht die ontwerpers kunnen bieden bij het voeren van de discussie over wat men nu eigenlijk in Capelle zou willen mag vooral niet veronachtzaamd worden in dit soort processen waar het aankomt op visievorming. Dat in de ambtelijke organisatie in de afgelopen tien jaar ook het nodige gewijzigd is, wat er misschien aan heeft bijgedragen om deze stappen te kunnen maken, is zeker waar. De wortels voor deze centrumvisie liggen in discussies die in de afgelopen tien, twintig jaar zijn gevoerd, waaronder ook over de begrenzing van deze centrumvisie van Couwenhoekseweg naar Slotlaan, de Abram van Rijckevorselweg en de rivier. Het is goed om die stoeptegel op het kaartbeeld te nemen.
Misschien kan hij meteen een eerste suggestie doen met betrekking tot die kaartbeelden. Het centrum is natuurlijk verankerd in de omgeving en één van de dingen die hij waardeert in deze visie is de stedelijke as en de uitwerking. In het Amandelpark is al te zien hoe die uitwerking onder de metrobaan uitwerkt en hoe dat gebruik verandert. Het is een hele vriendelijke manier om die stedelijke as in te vullen en die stedelijke as moet ook helpen om vanuit het STOMP-principe andere vormen van beweging in het centrum te krijgen, ook richting de groene plekken, het Hitland, waardoor het ook vanuit de centrumvisie erg interessant is om te weten hoe dat stuk van de grens van het centrum langs de Terp richting Hitland er dan uit gaat zien. Uiterst blij is hij met de manier waarop het Lijsterpark er nu in zit. Het sluit aan bij de verdubbeling die hij in 2014 zelf als project in deze commissie heeft gegooid. Gelukkig is het nooit zover gekomen in de uitwerking dat het voorstel dat toen gedaan werd door toenmalig raadslid Hasan Saritas om socialehuurwoningen neer te zetten aan die vijver, dit plan heeft gehaald. Daar is hij erg dankbaar voor. Het stuk bevat ook stevige plannen voor de toekomst van 747. Vanuit het STOMP-principe is de brugfunctie die 747 kan vervullen tussen de Slotlaan en de Koperwiek van erg groot belang.
Welke stedenbouwkundige kwaliteit wordt daaraan gegeven die ervoor zorgt dat de beleefde afstand tussen die twee plekken zo is dat mensen zich wel geroepen voelen om op een andere manier te bewegen tussen beide punten? Hij ervaart dat al met het Amandelpark, dat echt een kwaliteitsslag heeft geleverd om van hier naar Oostgaarde eerder te voet te gaan dan op een andere manier. Dat is wat hij in het verleden wel eens de slenterkwaliteit van deze gemeente heeft genoemd: met plezier door je eigen gemeente lopen omdat de kwaliteit van de openbare ruimte zodanig is dat het een genoegen is om buiten te verblijven. Het is een compliment waard dat deze visie daarin op vele manieren is geslaagd. Het is duidelijk dat daarin ook keuzes gemaakt moeten worden en zijns inziens zal een autoluw centrum nodig zijn om de ontmoetingskwaliteit van het openbaar gebied te verbeteren. De onderliggende principes in de verhaallijnen zijn prima; houd die er vooral in.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer woensdag 24 september 2025
Pagina:
13
Met de keuze voor autoluw zal het verkeer naar Slotlaan en Couwenhoekseweg gaan en doorgaand verkeer worden tegengehouden. In de fractie is wel de vraag gerezen wat het dan doet voor het verkeer dat van het ene deel van het centrum misschien naar de Terp gaat. Moet dat dan allemaal uitwijken over de Abram van Rijckevorselweg? En wat betekent sowieso de afwikkeling van het verkeer richting die Abram van Rijckevorselweg dat op andere manieren daar aansluit? Ontstaat dan op een gegeven moment niet een gigantisch probleem op de Abram van Rijckevorselweg? Om daarin een kwaliteitsslag te bereiken, moet misschien op een hoger schaalniveau ook nog het nodige worden gedaan. Op het gebied van mobiliteit waar het gaat over het kaartmateriaal, merkte hij in de fractie op dat het niet altijd even duidelijk was hoe met inprikkers en pijlen welke verkeersmodaliteit via welke weg werd afgehandeld. Het is natuurlijk een visie, maar een van de fractieleden kreeg zelfs het idee dat de Lijstersingel open werd gesteld om uiteindelijk het parkeren achter het gemeentehuis te regelen, want na bestudering van de pijlen zag je vooral een fietspad en een voetpad, maar niet het autoverkeer. Uit de stukken wordt dat nu onvoldoende duidelijk, waardoor ook een heleboel discussie ontstaat.
De discussie over bebouwd parkeren in het centrum kan ook tot een oplossing leiden voor de vergroening van het centrum, omdat een deel van het parkeren van de straat naar bebouwd parkeren wordt verschoven. Momenteel schijnt bij de rijksoverheid een brief te liggen, waarin vanuit het concept weerbare samenleving ook dit soort ruimtelijke voorstellen wordt gedaan om een deel van het parkeren van de straat af te halen teneinde hittestress te voorkomen en in laaggelegen gebieden een vluchtroute te hebben om eventuele overstromingen tegen te gaan. Met het oog op de energietransitie kan hij zich voorstellen dat daar op de lange termijn, als er een goede faciliteit voor parkeren is, met een enorme lading elektrische auto’s, ook een soort gigantische buurtbatterij kan worden gecreëerd die kan helpen om iets te doen aan de netcongestie in het centrum. Wat betreft het betrekken van toekomstige bewoners bij de participatie, merkt hij op dat hij zijn neefjes en nichtjes wel eens vraagt of ze in Capelle zouden willen wonen, wat soms tot wat ontluisterende antwoorden leidt. De vraag kwam naar voren hoe je dat gesprek kunt aangaan met een deel van de jeugd en wat voor programma het voor hen aantrekkelijk zou maken om in Capelle te wonen. Mevrouw Stuivenberg vroeg in haar inspraak aandacht voor de labels in 747. Dit stuk claimde dat het allemaal lage labels waren.
Een van zijn fractiegenoten, een niet nader te noemen raadslid, heeft hierop eerder al herhaaldelijk gewezen, maar steeds werd het stuk daarop niet aangepast, wat natuurlijk tot grote irritatie leidt. Waarom gebeurt dat elke keer niet en kan daar een beter beeld van gegeven worden? Het is namelijk grotendeels A / B. Qua visie en ambitie heeft het stuk de volledige steun van het CDA. Er ligt absoluut een kans om het centrum te verbeteren, maar de gemeente moet er natuurlijk niet op leeglopen. De heer OUDSHOORN merkt op dat de voorliggende conceptvisie veel goeds bevat en dat hij namens de SGP alleen zal ingaan op wat mogelijk anders of beter zou kunnen. In de tekst wordt aangegeven dat de werkzaamheden van de gemeente voor het belangrijkste deel bestaan uit het opstellen van zes gebiedspaspoorten, vier sleutelprojecten en mobiliteitsaanpassingen. Iets verderop wordt gewag gemaakt van het gebiedspaspoort Slotpark. Een gebiedspaspoort wordt veelal gezien als een woningbouwontwikkeling, dus op het moment dat er weinig woorden worden gebruikt, maar wel een gebiedspaspoort Slotpark wordt genoemd, wekt dat de suggestie dat er misschien wel heel veel gaat gebeuren met het Slotpark, wat de nodig onrust teweeg kan brengen. Het kan helpen om veel duidelijker inzicht te geven in wat er staat er gebeuren en wat de bedoeling is.
De heer Van Loef wees er zojuist al op dat in het collegevoorstel staat dat er een bestuursopdracht gegeven is voor het mobiliteitsvraagstuk om de bereikbaarheid van de stad van nu en in de toekomst in kaart te brengen, gekoppeld aan de Gebiedsverlies Centraal Capelle. Wat valt er nu onder die opdracht? Is dit ook al de opdracht, zoals onlangs beloofd bij de behandeling van de plannen van de Florabuurt, dat dit najaar een mobiliteitsvraagstuk behandeld zal worden? Waarom is dit dan gekoppeld aan de gebiedsvisie – dat lijkt beperkend – en hoe passen hierin de reeds aangekondigde parkeerhubs en het genoemde autoluw maken, of het STOMP-principe? Dit zijn namelijk allemaal zaken die behoorlijk van invloed zijn op die mobiliteit. Net als de heer Van Loef vraagt hij zich af of de volgorde dan wel goed is. Alleen van de AvR de doorgaande weg in Capelle maken betekent ook nogal iets, niet alleen voor de hulpdiensten, omdat die weg dan drukker zal worden, maar ook in geval van onderhoud. De stad moet ook bereikbaar blijven als er grootschalig onderhoud moet plaatsvinden.