02.02 - conceptverslag SOB-SLE 211207
Tekst van het document
Verslag van de hybride vergadering van de gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en -Beheer en Samenleving en Economie, gehouden op dinsdag 7 december 2021, in de raadzaal en via Pexip, aanvang 19.30 uur Aanwezig zijn als: voorzitter volksvertegenwoordigers
secretaris griffier portefeuillehouders
notulist
: de heer LC.A. Anink; : mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer F. Patty, raadslid Leefbaar Capelle; de heer C.A. Santman, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer J.S. Kolster MSc MA, raadslid VVD; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer drs. A. Terlouw, raadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw J. den Engelsman, raadslid D66; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks; de heer M.C.J. van Gent, raadslid fractie Van Gent; : de heer drs. F. Harteveld; : mevrouw drs. T.A. de Mik; : de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer N.C. van Veen, wethouder; mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder; : de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij doet een voorstel van orde om agendapunt 4 (Koersdocument Visie Buitenruimte) door te schuiven naar de commissievergadering van 11 januari a.s. Vervolgens schorst hij de vergadering in verband met problemen met het volgen van de vergadering door degenen die deze digitaal bijwonen. Schorsing (19.39 – 20.18 uur). De VOORZITTER heropent de vergadering. 2. Spreekrecht inwoners De heer ROOK, inspreker namens Pameijer, deelt mee dat hij coördinator bedrijfshuisvesting bij Pameijer is. Zijn collega Monique Hamer is ook aanwezig en zij is verantwoordelijk voor de jeugdzorg van Pameijer en is ook productontwikkelaar. Pameijer steunt de plannen voor de Florabuurt van harte. Dat is echter geen automatisme. Pameijer zoekt altijd graag de samenwerking op als de gemeente ambities heeft, maar is ook constructief-kritisch als het gaat om goede huisvesting en een prettige omgeving. Een leefbare wijk is immers essentieel voor de kwaliteit van zorg. Graag licht hij toe waarom Pameijer de plannen van het college ondersteunt. Pameijer is inmiddels meer dan 45 jaar geworteld in de Florabuurt met een ontwikkelcentrum voor kinderen met een ernstige verstandelijke en vaak ook een fysieke beperking, een activiteitencentrum, een inlooplocatie en een wijkcentrum voor eenieder.
Vaak zijn het wat oudere bewoners waar eenzaamheid een rol speelt.
408485/673989
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 2 van 23
In de afgelopen jaren heeft hij de Florabuurt kwetsbaarder zien worden. Achter de façade van de redelijke wijk gaat sluipenderwijs steeds meer sociale problematiek schuil. Toen de gemeente Pameijer vier jaar geleden voor het eerst benaderde om te praten over een grootschalige renovatie stond de organisatie daar dan ook positief tegenover. Hierbij is en blijft het uitgangspunt inclusie, de mogelijkheid voor cliënten om naar vermogen – hoe klein soms ook – mee te kunnen en mogen doen in de samenleving. Dan heeft hij het over cliënten, zoals Amanda, een meervoudig beperkt meisje van 10 jaar oud, dat afhankelijk is van een rolstoel. Zij gaat dagelijks naar het ontwikkelcentrum Cocon, waar zij uitgaande van haar mogelijkheden en ontwikkelfase ondersteuning krijgt vanuit Pameijer. Na het ontwikkelcentrum kan Amanda doorstromen naar het activiteitencentrum voor oudere kinderen en volwassenen. Het zou passend bij haar ondersteuningsvraag zijn om haar in de buurt te laten wonen, die zij al goed kent en waar de afstand tussen wonen en werken zeer beperkt is. Het gaat ook over Hans en Ada, de ouders van Ricardo. Zij hebben nog twee andere jongens en dragen zeven dagen per week, 24 uur per dag en 365 dagen per jaar de zorg van hun meervoudig beperkte zoon. Dat is intensief, maar haalbaar. Alleen wordt ook Ricardo ouder en de ondersteuningsvragen groter.
Een plek om te logeren voor Ricardo, waardoor de ouders even een moment op adem kunnen komen, is dan een uitkomst. Pameijer heeft daarom de afgelopen jaren samen met de gemeente gekeken naar de mogelijkheden om hierin iets te betekenen. En met resultaat. Zoals te zien is in de stukken worden het ontwikkelcentrum en activiteitencentrum behouden en wordt kleinschalig wonen voor mensen met een ernstige beperking gerealiseerd. Er komt een logeerfunctie om verzorgers en mantelzorgers een broodnodige adempauze te geven. Locaties van Pameijer zijn geen eilandjes. Alle voorzieningen hebben een missie en opdracht om bij te dragen aan het welzijn van de wijk. De meerwaarde van het project zit hem in het totaalplaatje. Pameijer is daarom blij dat Havensteder als een van de meest betrouwbare samenwerkingspartners betrokken is en ook fors wil investeren in de Florabuurt, en dat de gemeente in zijn ogen op een zorgvuldige manier de buurt heeft betrokken en heeft geluisterd naar de inspraak uit de wijk. Het politieke oordeel is aan de raad en niet aan Pameijer als zorgpartij. Vanuit het oogpunt van Pameijer is in elk geval wel mee te geven dat het voorstel wordt gezien als een zorgvuldig tot stand gekomen afweging van belangen. Er komt meer en betere zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, maar kleinschalig van opzet.
De buurt krijgt een opknapbeurt met een kwaliteitsverbetering van de portiekflats en nieuwe ontmoetingsplekken in het groen. Het kale grasveld wordt omgevormd tot een centraal gelegen buurtpark, waarmee onderwijs, welzijn, zorg en gezondheidszorgvoorzieningen in directe verbinding staan. Er komt een integraal kindcentrum en een multifunctioneel middenblok, die ook een goede vindplaats zijn voor sociale vraagstukken en meerwaarde geven in samenwerking en verbindingen. Er worden andere typen woningen toegevoegd om meer differentiatie in de wijksamenstelling te krijgen. De heer MARCUSSEN, directeur van de openbare basisschool De Klimop, spreekt in mede namens zijn collega Joke Ploeg van De Triangel. Scholen hebben een belangrijke rol in de wijk. De scholen De Klimop en De Triangel zijn positief over de plannen voor een nieuw kindcentrum. De juiste samenwerking met scholen en andere partijen binnen het kindcentrum is van essentieel belang om bij te dragen aan het bieden van een goede omgeving voor kinderen in de buurt. Het is wat betreft de scholen van groot belang dat de uitvoering van de plannen niet onnodig lang op zich laat wachten. Betrokken partijen, zijnde de scholen, de kinderopvang, Pameijer, Welzijn Capelle, het kinderlab en het CJG zijn al meerdere keren bij elkaar geweest om elkaar beter te leren kennen en op een constructieve manier gezamenlijk op te trekken.
Vanuit deze samenwerking kunnen partijen van betekenis zijn voor de wijk. Hoe sneller dit gerealiseerd kan worden, des te eerder hebben kinderen en gezinnen in de buurt daar profijt van. Ook nu kan er al een start gemaakt worden met de sociale impuls, wat ook al is gebeurd. Nieuwbouw, waardoor partners in elkaars nabijheid zijn, is essentieel voor de verdere uitwerking van deze sociale impuls. Een meisje in een rolstoel kan op school met verschillende activiteiten meedoen. Doordat men wat verder uit elkaar staat is dat soms lastig te realiseren voor kinderen die meervoudig gehandicapt en fysiek beperkt zijn en daardoor niet heel makkelijk op school kunnen komen of in hun eigen omgeving moeten blijven. Het onderwijs van de toekomst is wat hem betreft het bieden van een rijke en brede leeromgeving waar kinderen van 0 tot 13 jaar zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarbij is een belangrijke meerwaarde de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs, die van nature met elkaar verbonden zijn.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 3 van 23
Medewerkers hebben hetzelfde hart voor kinderen. Voor kinderen en hun ouders zal de doorgaande lijn in de pedagogische visie en aanpak veiligheid en een structuur kunnen bieden. Daarover kunnen scholen indien nodig verder in gesprek gaan om die zo optimaal mogelijk vorm te geven. Hij snapt dat er soms belemmeringen zijn, zoals de buitenruimte, maar juist waar men die kan combineren is er in die combinatie een goede toevoeging te leveren, waarbij men in elkaars nabijheid niet te veel overlast hoeft te veroorzaken. Mevrouw VAN DEN BOSCH, regiomanager bij IJsselkids kinderopvang, deelt mee dat IJsselkids middels beleven, verwonderen en ontdekken de ontwikkeling van elk kind centraal stelt om de juiste stap naar de toekomst te kunnen zetten. IJsselkids staat daar al meer dan 25 jaar voor en biedt een plek waar kinderen met plezier naartoe gaan. Met kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang biedt IJsselkids voor alle kinderen van 0 tot 12 jaar een uitdagende omgeving met activiteiten en materialen, afgestemd op hun leeftijd en interesses. Geboden wordt een veilige, vertrouwde en zorgzame kinderopvang. IJsselkids luistert naar kinderen, gaat na wat zij nodig hebben en helpt hen zich zo te ontwikkelen en te functioneren in de wereld van de toekomst. De ambitie is om een omgeving te creëren waarin elk kind zijn talenten ontdekt en deze maximaal kan ontwikkelen.
Hierbij is samenwerking een vanzelfsprekendheid en werkt IJsselkids op dit moment ook samen met een grote diversiteit aan partners. Er zijn al meerdere contacten geweest met Pameijer, Welzijn Capelle, twee scholen en het kinderlab. IJsselkids vindt het belangrijk om aan te sluiten bij het kind, het gezin en de wijk en om daarin te investeren. Partners bundelen hun expertise en daarmee is er een veel groter bereik dan slechts één organisatie. Talentontwikkeling, levensecht leren in een betekenisvolle context, ouderbetrokkenheid en kinderparticipatie zijn de uitgangspunten om te komen tot een ideale leer- en ontwikkelomgeving voor kinderen, zowel voorschools, onderschools als buitenschools. De doorgaande lijn van 0 tot 13 jaar wordt continu gevolgd en bewaakt. Daarnaast heeft IJsselkids veel aandacht voor de thema’s buiten bewegen, voeding en duurzaamheid, vraagstukken waarvan zij denkt dat deze in een vroeg stadium van groot belang zijn voor alle kinderen. De eerste levensjaren van een kind zijn van grote betekenis, zowel voor het leven van kinderen in het hier en nu als voor hun toekomst. Het is een cruciale periode, die kinderen niet meer over kunnen doen. Ieder kind moet ongeacht zijn afkomst en achtergrond zijn kansen kunnen grijpen en zijn talenten ten volle kunnen ontwikkelen. Goed onderwijs vormt de basis voor gelijke kansen.
Investeren in het jonge kind is dus van vitaal belang, zowel voor kinderen zelf als voor de samenleving als geheel. IJsselkids kinderopvang wil invulling geven aan de talentontwikkeling en het potentieel van kinderen door het creëren van pedagogische en didactische ontwikkelruimten voor alle kinderen. Binnen haar visie biedt de samenwerking in de Florabuurt, maar ook breder binnen de gemeente, voor ieder kind een omgeving waarin veilig opgroeien, respect en waardering voor jezelf, de ander en de omgeving centraal staan. Op die manier kan iedereen, kind, ouder en medewerker, het beste uit zichzelf halen. Hierbij wordt uitgegaan van eigen kracht van kinderen, ouders en medewerkers, met eigen vaardigheden, mogelijkheden en talenten. Binnen een positief klimaat worden talenten gestimuleerd en kansen benut. Door aandacht en ruimte op niveau te geven wordt een brug gevormd naar gelukkige kinderen, die weten waar hun kracht ligt. De gemeente Capelle stimuleert op meerdere vlakken de samenwerking op inhoud tussen onderwijs en opvang. Dat is echter niet altijd terug te vinden in het standpunt met betrekking tot het investeren in stenen. Zij ziet het gat in de visie tussen inhoud en stenen groter worden en dat baart haar zorgen.
Op dit moment lijkt het uitgangspunt dat de gemeente ervoor kiest niet te investeren in stenen voor kinderopvang, ook niet voor locaties met langdurige huurcontracten. Het gaat om het afsluiten van contracten met kostendekkende huurprijzen, een de bereidheid die IJsselkids altijd heeft om op die manier het risico van de gemeente te verkleinen. In de directe omgeving van Capelle aan den IJssel worden veelvuldig IKC’s gebouwd. Zij zijn nieuw en fris met alle gewenste voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Het zijn centra waar de ontwikkeling van het jonge kind, het ontginnen van talenten, een goede basis vindt. Daarbij is inmiddels op meerdere manieren aangetoond dat dit een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen en de aantrekking die dat heeft op nieuwe ouders. IJsselkids staat altijd open om bepaalde zaken toe te lichten.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 4 van 23
De heer KESSELAAR, directeur Strategie bij Havensteder, ondersteunt het plan voor de Florabuurt. Begin oktober heeft Havensteder met Pameijer de gemeente per brief gemeld tevreden te zijn over de aanpak van de integrale gebiedsvisie voor de Florabuurt, zowel wat betreft de inhoud als het proces ernaar toe. Havensteder is in heel veel wijken in verschillende gemeenten actief en bezig met plannen. Hij heeft ervaren dat de aanpak in de Florabuurt een mooi voorbeeld is van een integrale aanpak. Daarbij wordt niet alleen naar de fysieke en sociaaleconomische opgaven gekeken, maar ook naar de samenhang. Die aanpak biedt heel veel ruimte voor participatie en feedback vanuit bewoners en andere betrokkenen. Als lid van de stuurgroep Florabuurt heeft hij ook gezien hoe met feedback is omgegaan. Die is zorgvuldig meegenomen in de ontwikkeling van de gebiedsvisie. Dit alles geeft Havensteder het vertrouwen dat de woningcorporatie samen met de gemeente, Pameijer, bewoners en andere betrokkenen de Florabuurt daadwerkelijk verder kunnen ontwikkelen tot een prettige en leefbare wijk. Dat vertrouwen is belangrijk. Havensteder vertrouwt erop in de wijk met een goed en gerust hart geld te kunnen investeren. Het gaat om € 34 miljoen voor de aanpak en renovatie van de portiekwoningen en € 12 miljoen voor de nieuwbouw van 56 sociale huurwoningen in de middenstrook en aan de kant van de Wingerd.
Dat zijn forse investeringen, en die zijn niet alleen maar fysiek. Het is ook een investering die goed past binnen de brede sociale aanpak, gericht op een schone buurt, het opgroeien van kinderen en jongeren, met kans op ontmoeting, het verbeteren van de gezondheid, het voorkomen van eenzaamheid en kansen op werk. Alles zit in de aanpak om tot een vitale wijk te komen. Daarnaast is Havensteder positief over het plan, omdat dat zorgt voor het toevoegen van nieuwe woningen, wat in deze tijd hard nodig is. Hij draagt een button, die staat voor voldoende betaalbare woningen. Vanuit de Maaskoepel, een regio-organisatie van corporaties, vraagt hij daarvoor aandacht. Die is terug te zien in de Florabuurt. De Maaskoepel houdt ontwikkelingen op de woningmarkt bij. Die ziet een aantal trends waarover hij zich erg zorgen om maakt, bijvoorbeeld een forse toename van de vraag naar sociale huurwoningen. Tussen 2018 en 2020 is het aantal actieve woningzoekenden met ruim 12% toegenomen. In diezelfde periode is de slaagkans met 25% gedaald. Het aantal sociale verhuringen is met 17% afgenomen. Het gemiddeld aantal reacties op een vrijkomende woning is in die jaren gestegen van 78 naar 326, een stijging van 75%. Duizend reacties op een woning is geen uitzondering. De woning in Capelle met de meeste reacties dit jaar is een driekamerwoning aan de Wingerd 44 in de Florabuurt.
Die woning kreeg meer dan tweeduizend reacties, waarop slechts één kandidaat gelukkig was te maken. Tot slot geeft hij aan dat de ontwikkeling onderdeel is van de compensatieafspraken met de gemeente Capelle over de sloop van de Hoven. Het plan omvat 56 sociale huurwoningen en die zijn daarin een significante bijdrage. Mevrouw KEUZENKAMP, inwoonster van de wijk, spreekt in namens een groot aantal bewoners van de Molenbuurt. Zij hebben een eigen belang, maar ze komen ook op voor de belangen van de bewoners van de Florabuurt. De verhalen van de instellingen gaan over zorg voor kinderen, die zij indrukwekkend vindt. Ook zij vindt het belangrijk dat er ruimte voor die kinderen komt. Het ziet er nu daar niet uit en er moet dus wat gebeuren. In haar inspraakreactie heeft zij veel tijd gestoken. Vanwege de vele en ingewikkelde stukken was het niet gemakkelijk om naar aanleiding daarvan te participeren en zij is benieuwd wat de evaluatie daarover gaat zeggen. Haar bezwaren betreffend drie thema’s: de verkeersafwikkeling, de leefbaarheid en de financiering. Het toevoegen van veel woningen zal leiden tot meer verkeer. Alle verkeer van de Molenbuurt en de Florabuurt moet via één kruising met verkeerslichten de wijk uit. Dat levert nu al regelmatig problemen op. Regelmatig moet de ambulance voor het ziekenhuis de stoep gebruiken, omdat het verkeer helemaal vast staat.
En dat terwijl er juist vanwege de lockdown minder verkeersbewegingen zijn. Omdat Rotterdam ook plannen heeft in deze omgeving, zoals Aafje en appartementen op het Zadkine-terrein, zal de verkeersdruk ook van die kant verder gaan toenemen. Gelukkig heeft het college toegezegd de verwachte verkeersdruk te gaan onderzoeken. Daarmee is zij blij, maar het lijkt logisch om de uitkomsten van dat onderzoek eerst te willen weten voordat er onomkeerbare en verstrekkende besluiten worden genomen in deze kwestie. In de laatste schriftelijke reactie, die 3 december jl. is toegezonden, zijn vier concrete verkeersmaatregelen opgenomen om de verkeersafwikkeling vanuit de Molen- en Florabuurt te verbeteren, eigenlijk al uitgaande van de huidige problemen die de bewoners elke dag ervaren.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 5 van 23
Ook zijn drie scenario’s besproken waarvan bewoners het belangrijk vinden dat het door het college aan te stellen onderzoeksbureau die zal doorrekenen. Zij hoopt dat het college daarvan goede nota zal nemen. De leefbaarheid in de Florabuurt is nu niet goed. Bewoners zijn van mening dat door het toevoegen van veel woningen, veel steen en veel hoogbouw, die leefbaarheid niet zal toenemen. Te zien is dat de hoeveelheid openbare ruimte, waar mensen kunnen recreëren en elkaar kunnen ontmoeten, wordt opgeofferd voor stenen. Er komen woonblokken met binnentuinen die alleen maar bereikbaar zijn voor de bewoners van de woonblokken. Ook ziet zij speelplekken op daken, waar de buurt helemaal niets aan heeft. Zij begrijpt dat de extra woningen nodig zijn om de financiering rond te krijgen. Dat betekent feitelijk dat de bewoners in de Florabuurt indirect de rekening betalen. Die rekening is dat er veel meer stenen, veel meer mensen, veel minder ruimte voor ontmoeting en veel meer verkeer komen op dit kleine stukje Capelle. Zij roept de gemeente op om de financiering van het plan op een andere manier te realiseren. Dat vraagt om creativiteit, maar bewoners vinden dat het belang van de kwetsbare bewoners dat rechtvaardigt.
Zij heeft begrepen dat er ook extra woningen nodig zijn om een belangrijk doel van de gemeente te behalen, namelijk het bereiken van 100.000 inwoners om daarmee de onafhankelijke status van Capelle te waarborgen. Zij roept op de elementen los te koppelen. Het element van de binnenruimte vraagt zij te heroverwegen. Het onderzoek over de verkeersmaatregelen wil zij afwachten en misschien komen daar heel hoge kosten uit. Zij wil Havensteder laten bouwen en de portiekwoningen laten opknappen. Ook wil zij aan de slag laten gaan met de sociale component, maar het middenstuk nog even laten liggen. Men zou eerst moeten onderzoeken wat de verkeersdruk oplevert en dan pas daarmee aan de slag gaan. De VOORZITTER deelt mee dat de brief waarnaar mevrouw Keuzenkamp heeft verwezen als bijlage in Notubox is bijgevoegd. De heer VAN DER LINDE, een van de huisartsen van huisartsenpraktijk Schenkel, geeft zijn visie op de plannen. Veel partijen zijn betrokken en er is heel veel over gesproken en onderzocht. De gemeente wilde van begin af aan de buurt breed bij de ontwikkelingen betrekken, waarvoor heel veel moeite is gedaan. Er is een buurtcoalitie ontstaan van onder meer bewoners, het WOP, het buurthuis, de basisscholen, de Jumbo, de kinderopvang en de huisartsenpraktijk.
Lastig daarbij is dat verschillende mensen enerzijds de wijk voorop hebben staan, maar anderzijds ook een eigen belang hebben. Het traject was bij voorbaat moeilijk om het uiteindelijk iedereen naar de zin te maken. Tijdens de vele gesprekken had hij heel veel bewondering voor de enorme inzet van met name buurtbewoners om dingen voor elkaar te krijgen voor medebewoners uit Schenkel, met name de Florabuurt, mensen die het vaak moeilijk hebben, waarvan er in de Florabuurt een heleboel van zijn. De oproep van de bewoners om veel aandacht te besteden aan sociale ontwikkelingen ondersteunt hij zeer. Dat heeft hij ook gedaan door een brief te ondertekenen die in augustus 2021 naar de gemeente is gestuurd. Er is naar een aantal accenten in die brief gekeken en plannen zijn ook bijgesteld. In die brief heeft hij ook een voorbehoud namens de huisartsenpraktijk laten maken, welke brief een aantal dingen niet onderschrijft. De ontwikkeling van het middenblok ziet hij een klein beetje anders. Op dit moment is dat een allegaartje van oude gebouwen, dat niet bijdraagt aan de leefbaarheid. De voorliggende plannen zijn een grote kans om het middengebied en daarmee de hele wijk echt een impuls te geven. Het gaat om een aantal sociale voorzieningen, fysiek bij elkaar rondom een open plek, waar mensen bijeen kunnen komen, die nu wordt gemist en die verbinding kan brengen.
Het is een plek waar mensen bij elkaar kunnen zijn. De nieuwbouw, de nieuwe bestrating en de aanpak van de portiekwoningen kan frisheid aan de buurt geven, die nodig is om vooruit te komen. De omgeving rondom De Koperwiek is enorm opgeknapt waardoor alles een positievere uitstraling heeft, wat ook uitstraalt op de straten eromheen. Dat gunt hij ook aan de wijk Schenkel en de Florabuurt. Daarom adviseert hij wel in te stemmen met de voorliggende plannen, enerzijds met veel aandacht voor de sociale impuls, maar anderzijds om geen kansen te laten liggen om het liefst op korte termijn de wijk op te knappen. Mevrouw SPEE merkt op dat bewoners van de Florabuurt, de Molenbuurt en de Akkerwinde, de Haagwinde en de Bermweg het roerend eens zijn over de gemeentelijke Floraplannen. Enkel bestaan er soms accentverschillen op details. Met haar inspreekbijdrage beroept zij zich dan ook op wat mensen in de drie buurten bindt en op waar hun gezamenlijke belangen liggen.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 6 van 23
Zij begint haar bijdrage met de al levensgevaarlijk gebleken verkeerssituatie. Nog heeft zij de ijzingwekkende smartenkreet in haar oren van de tandemrijdster die de op de ’s Gravenweg werd geschept, zwaargewond is geraakt, maar het ongeval overleefd bleek te hebben. Minstens twee keer was er in dezelfde periode autoblikschade bij de Haagwinde en de 's-Gravenweg. Toch moet men het doen met onderzoek naar de flessenhals bij de metro-overgang, welk onderzoek net als de eerdere gemeenteonderzoeken volgens haar niet onpartijdig was. Alle drie de buurten hebben veel last van de verkeerssituatie, de parkeerproblematiek inbegrepen. Dat gemeentelijke onderzoek komt blijkbaar neer op eerst de buurt nog veel voller proppen en dan misschien daarna ooit nog eens een oplossing vinden. Dat komt op haar over als een tekentafeltruc, bedoeld om over de bewoners heen te walsen. Verder gaat zij in op de manier van omgaan met inspraak: er komt pas evaluatie nadat de plannen al doorgedrukt zijn. Alles wijst er dus op dat buurt en omgeving toch vooral geen zeggenschap mogen hebben over zichzelf. De rest van de Floraplannen getuigt naar haar mening van hetzelfde. Bij een buurt die nu al vierde staat in het rijtje van dichtstbevolkte buurten van Capelle doet de gemeente het voorkomen alsof het aantal vierkante meters per bewoner heel veel meer is dan het nu is.
Op de laatste WOP-Schenkel-vergadering vertelde een afvaardiging van de buurtcoalitie over de eigen onderzoeksbevindingen. Bijvoorbeeld over het niet-gebruik van speelplaatsen op schooldaken, omdat die totaal niet werken zoals bedacht. Ook vertelde die afvaardiging over het fraaie voorbeeld van een bestaand buurtpark dat werd voorgehouden, maar dat zowat even groot was als het hele middenterrein van de Florabuurt. En zo gaat dat volgens haar met alles in de plannen. De stuurgroep brengt dit met twee schetsjes heel duidelijk in beeld. Ook de berekeningen van Alfred Heijkoop spreken boekdelen. Die zijn realistisch, in tegenstelling tot de gemeentelijke schetsjes, die alles veel ruimer, blonder en fraaier voorstellen dan dat het ooit zou kunnen worden; als in een glimmende reclamefolder. Let bijvoorbeeld eens op die glossy gemeenteschets van de oostelijke schoolingang die het AD al enkele keren publiceerde: rap aflopend naar het water, zonder iets aan beveiliging ertussen. Het zal jouw kind maar wezen dat zoiets niet of zwaar beschadigd overleeft in één klein momentje van onoplettendheid. Die gemeentelijke schetsen zijn volgens haar dus hoogst bedrieglijk. Ze geven een heel wat fraaiere en vooral ruimere indruk dan het in werkelijkheid ooit worden kan. Ook met een derde woningen minder erbij blijft het gebied namelijk veel te vol.
Zij vindt het verbijsterend dat de gemeente dit de drie buurten zo dolgraag zou willen aandoen. Voor niemand zijn deze plannen volgens haar een oplossing. Temeer niet, omdat de grootste woningnood zit bij de mensen met de laagste inkomens. Beleid dat dit miskent dwingt iedereen in een concurrentiespiraal van te duur scheefwonen. Bewoners in de drie buurten zijn hiervan de dupe, want de plannen voor het middenterrein deugen haars inziens niet, op geen enkele manier, zelfs niet tegen de woningnood. Maar tegen de plannen daarbuiten heeft niemand bezwaar meer. Renovatie van de portiekflats is zelfs heel hard nodig. Uit de renovatie van soortgelijke flats op de Wiekslag blijkt, dat dat best kan zonder ander plan eromheen. Zij verzoekt de gemeente dan ook om die oneigenlijke koppelverkoop van de Floraplannen los te laten, nu uit te voeren wat wel kan en vooral: wat iedereen in de buurten hard nodig vindt. De rampenplannen voor het middenterrein wil zij laten herzien, omdat daarmee niemand in de drie buurten kan leven. Mevrouw DUBELAAR merkt op dat heel dit jaar voor haar in het teken heeft gestaan van de Florabuurtplannen. Zij heeft zich er intensief in verdiept. Niet voor zichzelf, maar voor de bewoners die wel een mening hebben, maar deze niet kunnen of durven uiten.
Bij deze doet zij, al bijna 34 jaar Florabuurtbewoner, namens haar medebewoners nog eens een oproep aan de commissie om vooral kritisch naar de Florabuurtplannen te kijken. Met name: ˗ waar de gedegen plannen en het geld zijn om de sociaal-economische punten uit het actieprogramma uit te voeren; en dat niet eenmalig, maar gedurende x-aantal jaren; ˗ waarom er in het middenblok een EMB-zorginstelling van Pameijer zou moeten komen; deze geeft geen impuls aan de buurt en slokt kostbare buitenruimte op door het benodigde grondoppervlak en de afgesloten binnentuin; ˗ waarom het park, dé ontmoetingsplek voor jong tot oud, niet die omvang krijgt die recht doet aan de term park, zodat het ook echt ruimte biedt aan kunnen ontmoeten, ook tijdens het gebruik door de scholen. Beloftes dat het park samen met de bewoners vorm gegeven gaat worden, zijn volgens haar loze beloftes als je nu al kunt zien dat alles niet gaat passen.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 7 van 23
In de huidige plannen heeft het gebouw met daarin het buurthuis/huis van de wijk geen functionele buitenruimte in het park. Zij vraagt waarom dat niet zo is als ontmoeten en samen doen zo belangrijk zijn. En als er een buitenruimte gecreëerd gaat worden, dan is dat een plek waar er het hele jaar in de winter geen zon staat en hoog zomer pas na 15.00 uur. Het frontplaatje op de presentatie over de Florabuurt van 25 november is er een van hoog zomer om 8 uur ’s morgens – dan geven de hoge gebouwen nog geen schaduw op het middenstuk. Hierdoor lijkt alles mooier dan het in werkelijkheid is, zoals alle plannen tot nu toe gepresenteerd zijn. Over het aantal woningen en het verkeer wil zij het nu niet hebben, die punten zijn al enigszins vanuit de andere insprekers aan bod gekomen. Maar het moge duidelijk zijn dat de huidige bewoners niet blij zijn met die kolossale nieuwbouw op het middengebied, met minimaal 570 nieuwe bewoners erbij, terwijl de buitenspeel- en ontmoetingsruimte die er nu daar is fors minder wordt door deze bouw. Zij verzoekt de commissie met klem naar al haar naar voren gebrachte punten te kijken met de ogen van de huidige bewoners. Tot slot hoopt zij dat alle tijd en energie die zij bijna twaalf maanden lang heeft besteed aan de Florabuurtplannen plus het wakker liggen van de zorgen over haar buurt en bewoners niet voor niets zijn geweest.
De heer HEIJKOOP heeft niet de bedoeling met de vinger te wijzen, maar constateerde wederom dat er ineens nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd. Ruimtelijke dichtheden zijn zo kort aangetipt dat de betekenis ervan weg is. Nu staat ineens in het slotstuk vermeld dat het huis van de wijk/buurthuis nog niet financieel is meegenomen, omdat de vraag over verkoop of verhuur nog niet beantwoord is. Als medeverantwoordelijke voor de Stichting Buurtgroep Schenkel, de stichting die sinds de bouw in 1980 het gebouw exploiteert en daarmee helemaal vrijwillig de buurt helpt, doet hem dat echt zeer. Het voelt nogmaals een déjà vu, zeker na eerdere toezeggingen. Het wordt hem steeds duidelijker dat ‘participeren’ een echt werkwoord is, je wordt er zelf moe van, met waardeloosheidpijn als gevolg. Tijdens de recente milieuconferentie in Glasgow stond in het NRC een artikel “Verstik Rotterdam niet in steen”, maar ook in het Capelse programma Buitenruimte wordt klip en klaar duidelijk gemaakt dat een ruime en goede buitenruimte essentieel is voor de gezondheid en de ontwikkeling van de bewoners. Wordt er nu verwacht dat deze waarschuwing niet geldt voor de Florabuurt, een kwetsbare buurt met 50% meer bewoners op 30% minder ruimte? Is dit dan Capelle parkstad? Je hebt gezondheid nodig en kunt niet alleen in die hoge toren of op een flatje zitten.
De sociale impuls bestaat uit allemaal losse activiteiten, zeker goed om te doen en waarmee men ook al hard bezig is, maar de lijm, de verbinding tussen al deze punten is er niet. Begint het niet bij het bovenliggende doel? En wat is daarbij het tastbare doel waar naar toe te werken is, waarop mensen trots kunnen zijn als ze het gehaald hebben? Daarmee bedoelt hij niet trots zijn op de buurt, dat beklijft niet en heeft geen emotionele waarde. In essentie mist deze basis. Het gemeentebestuur zal de essentie terug moeten brengen, waarom het plan gewenst is. Geeft dit plan deze bewoners een perspectief of niet? De wethouder heeft eerder aangegeven over het plan integraal te willen laten besluiten. Is het gezien het feit dat de financiering van het huis van de wijk, de kinderopvang en de uitkomst van verkeersonderzoek nog niet bekend zijn niet beter om dit uitgangspunt los te laten? Het plan kan volgens hem beter gaan bestaan uit vier losse onderdelen: De woningstrip aan de Wingerd. Die heeft geen enkele afhankelijkheid met de overige onderdelen. Daarmee zou men morgen kunnen beginnen. Met de grote renovatie van Havensteder is al gestart. Er lopen al klankbordgesprekken. Die renovatie heeft zijn tijd nodig, maar daarmee kan men vandaag al aan de slag gaan.
Met de sociale impuls kan men eveneens starten, ondanks dat die het bovenliggende doel mist en daarmee een inhaalslag kan maken. De huisvesting en de nog steeds beschikbare buitenruimtes voldoen om daarmee voorlopig aan de slag te gaan. Het plan voor het middengebied zou beter moeten, evenals daarvoor meer financiële zekerheid geven. Nodig is een gebied dat ruimte biedt voor bewoners. Op het moment dat een juist plan beschikbaar is kan opnieuw de besluitvorming starten. De bewoners snappen de spanning met de ontwikkelaar enerzijds en de spanning met de scholen, Pameijer, Havensteder en de bewoners anderzijds. Schenkel wil een bijdrage leveren aan de maatschappelijke vraagstukken, maar niet op deze manier. Hij roept op om te kiezen voor de bewoners en niet voor de stenen: kwaliteit moet boven kwantiteit gaan.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 8 van 23
De raad zou moeten kiezen met de eigen normen en waarden en de eigen geloofs- en levensovertuiging in gedachten. Dit met de wetenschap dat straks niet de stenen, maar de bewoners de raad zullen kiezen. De VOORZITTER biedt vanwege het hoge aantal insprekers geen gelegenheid tot het aan hen stellen van vragen. In de afgelopen commissievergaderingen heeft de commissie die ruimte wel gekregen, maar dat is toen niet goed gegaan. Het reglement van orde staat hem ook toe om zo te handelen. Vervolgens schorst hij de vergadering. Schorsing (21.04 – 21.09 uur) De VOORZITTER heropent de vergadering. 3. Gebiedsvisie Florabuurt, Actieprogramma Florabuurt en Gebiedspaspoort middengebied Florabuurt De heer GEISSLER herinnert aan een eerdere bespreking van de plannen in zowel een commissie- als raadsvergadering, die al leidden tot ophef over de omvang van de bouwplannen. Destijds ging het om het bebouwen van veldjes aan de Wingerd en het realiseren van een toren aan de Dotterlei. Die twee plannen heeft het college teruggetrokken, maar dat is ruimtelijk onvoldoende, wat ook bleek in een recente bijeenkomst met deelnemers uit de buurtcoalitie. Zij merkten terecht op dat de massaliteit van het middengebied tot grote problemen voor de buurt zal leiden. Dat onderkent hij ook. Het gaat om een toename van circa 1.800 bewoners, terwijl het openbaar groen voor meer dan de helft verdwijnt.
Hij noemt het dan ook een slecht plan, waarvan de PvdA zegt dat de raad daarmee niet zonder meer akkoord moet gaan. De PvdA vindt dat de plannen voor het middengebied moeten worden aangepast. Circa drie jaar terug is er een buurtcoalitie opgetuigd en 3,5 jaar terug reden raadsleden met een bus door de Florabuurt om te zien wat er allemaal moest gebeuren. Vier jaar verder is er feitelijk nog niets aan de buurt verbeterd, wat wel echt nodig is. De buurtcoalitie herkent zich niet in de plannen voor het middengebied, wat voor de PvdA als consequentie heeft dat het college moet teruggaan naar de tekentafel. Veel bewoners geven aan dat ze al lange tijd met veel plezier in de Florabuurt wonen, maar dat de problemen zich opstapelen. Zij vinden dat er eerst andere problemen moeten worden opgelost, zoals het verbeteren van de portiekwoningen. Die problemen worden niet opgelost door een fors aantal woningen in het middengebied bij te bouwen, wat eerder een verslechtering in het vooruitzicht stelt.
De door een groot deel van de bewoners ervaren problemen bestaan uit twee elementen, zo blijkt ook uit een enquête van het ombudsteam van de PvdA: ˗ problemen met de portiekwoningen van Havensteder, waarbij het gaat om verwarming, isolatie, afdichtingen van kozijnen, keukens, badkamers en toiletten; ˗ sociale problemen in de wijk, waarbij het gaat om vervuiling, zwerfafval, parkeerproblematiek, veiligheid, armoede, kinderarmoede en met name de wijkontsluiting. In de plannen staan mooie ambities om de portiekwoningen op te knappen. Daarmee had al eerder gestart kunnen worden, omdat het echt noodzakelijk is om die woningen weer leefbaar te maken. Nu komt het college eindelijk met een concreet totaalplan. De portiekwoningen worden geïsoleerd en er worden nieuwe keukens en badkamers in geplaatst. Voor de PvdA is het helder dat het slagen van de wijkaanpak valt of staat met de kwaliteit van de woningen. Daarover krijgt de PvdA regelmatig klachten. Daarmee moet men eigenlijk gelijk beginnen en dat niet laten afhangen van de plannen die vanavond voorliggen. De PvdA vindt dat de gemeente een soort reclame maakt voor het totale plan door te wijzen op de sociale agenda en de investeringen in de huurwoningen van Havensteder. In beginsel zijn het plannen die zouden kunnen doorgaan zonder een paar honderd woningen toe te voegen.
De bezwaren voor het middengebied zien vooral op de hoeveelheid woningen en het beperkte wijkgroen met een toenemend aantal gebruikers. Die gebruikers van het groene parkje zijn de scholen, bewoners en andere organisaties. Tijdens de hoorzitting bleek al dat de invulling van het middengebied door zorginstelling Pameijer nog wat onduidelijk was. Tijdens de hoorzitting werd verteld dat de te realiseren woningen zorgwoningen zijn, waarin een andere categorie cliënten komt dan aanvankelijk verwacht. De PvdA vindt huisvesting van die groepen zeker belangrijk. Dat is steeds een afweging op wijkniveau. Hij vraagt waarom hierover niet eerder met bewoners is gecommuniceerd.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 9 van 23
Een andere ambitie is het verbeteren van de gezondheid en hoe deze plannen daaraan bijdragen is hem volstrekt onduidelijk. Het wordt namelijk veel drukker in de wijk, wat leidt tot een afname van de woonkwaliteit en vermoedelijk meer overlast door verkeer en geluid en minder ruimte voor sport, ontspanning en ontmoeting. Die zaken leveren juist wel een bijdrage aan de gezondheid van inwoners. Hij wijst ook op wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat een groene woonomgeving een positieve invloed heeft op gezondheid. Ook attendeert hij op de in Schenkel achterblijvende levensverwachting ten opzichte van het gemiddelde. Groen kan ook een positieve bijdrage aan de luchtkwaliteit leveren. Tot slot uit hij zijn zorgen over de financiële haalbaarheid van het plan. Hij verwacht dat er behoorlijk wat geld bij moet, gezien de stijgende bouwprijzen en zaken die nog niet zijn meegenomen. Ook gaat het daarbij om verkeerskundige aspecten die later tot problemen gaan leiden en de beschikbaarheid van aannemers. Hij vraagt welke garanties het college kan geven dat onvoorziene kostenstijgingen niet leiden tot het schrappen van zaken uit de sociale agenda. Het college heeft de PvdA dus niet overtuigd met de voorliggende plannen. De heer RAADSEN kan zich deels vinden in de woorden van de heer Geissler. Vrij recent is informatie over dichtheden toegevoegd.
Daaruit zou blijken dat de hoeveelheid vierkante meter groen per woning in de Florabuurt ook na uitvoering van de plannen een stuk hoger ligt dan van de omliggende buurten. Hij vraagt zich af of die hoeveelheid groen per woning ook rekening houdt met de particuliere tuinen in de andere twee buurten. Er zijn namelijk geen particuliere tuinen in de Florabuurt. Als die niet zijn meegerekend noemt hij de gemaakte vergelijking er een tussen appels en peren. Verder constateert hij dat bewoners heel veel moeite hebben met het aan elkaar koppelen van allerlei plannen. De plannen bevatten goede zaken waarover vrij veel overeenstemming is en die kunnen onmiddellijk worden uitgevoerd. De dichtheid van en het aantal woningen in het middengebied zijn echter het heikele punt. Daarom vindt hij dat het voorstel voor het middengebied niet rijp is voor besluitvorming wegens te weinig draagvlak en te veel nog onopgeloste problemen die op onderzoek wachten. Daarom ondersteunt hij het voorstel van de bewoners om een aantal elementen los te koppelen en alvast te beginnen met dingen waarmee bewoners weinig moeite hebben. Het middengebied kan voorlopig uit de plannen worden gehaald, omdat daarover nog moet worden nagedacht.
De heer TIESMA heeft in zijn termijn als burgerraadslid het aantal van negen insprekers in een commissievergadering nog niet eerder meegemaakt en dat aantal geeft blijk van de betrokkenheid van de bewoners van de wijk en degenen die zich daarvoor inzetten. Het jarenlange gesprek over de Florabuurt vindt hij goed, omdat het gaat om ingrijpende nieuwbouw en het sociaal vooruit helpen van de buurt. Stenen zijn belangrijk en helpen nieuwe fysieke en sociale mogelijkheden te creëren. Het gaat echter om de mensen die in de huizen wonen en of zij van de plannen beter worden. Na het behandelen van alle details in de afgelopen tijd is D66 nu wel toe aan het uitzoomen van de plannen en het bespreken van de hoofdlijnen. De omvang van het parkje op het middengebied omvat ongeveer twee derde van een voetbalveld. Uit alle sessies komt naar voren dat het parkje heel belangrijk is voor de bewoners en zoals dat nu is getekend lijkt het volgens de bewoners te klein. Er is in het plan gesuggereerd dat het parkje groter kan uitvallen doordat er voor de schoolen kinderactiviteiten minder ruimte nodig is. Hij vraagt waarom die ruimte niet gelijk wordt toegevoegd als is gevraagd om het parkje groter te maken. Ook met de gevraagde toevoeging is er voor veel bewoners nog steeds niet het ideale plaatje, maar wel ontstaat er ten minste een betere situatie, zeker in het licht van de andere ambities.
Voor de gemeente is er extra druk om het park mooi te maken, rekening houdend met de ambities in de wijk. D66 wil nadrukkelijk naar voren brengen dat het park vooral goed zichtbaar moet zijn. Het vervult namelijk een centrale functie en moet uitnodigen tot gebruik. Hij stelt zich voor daarbij de buurt direct te betrekken en vraagt of de wethouder dat kan toezeggen. Daarnaast kan hij zich voorstellen dat niet alle voorziene activiteiten in het parkje kunnen plaatsvinden en daarom misschien elders een plek moeten krijgen. Spreker vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt. Het college heeft op aangeven van de bewoners en de commissie flink geschrapt in de woninglocaties en in de verdiepingen op het middengebied, waarvoor hij dank zegt. Hoewel er nog steeds veel woningen op het middengebied komen zou D66 kunnen leven met de omvang van de gebouwen. Nieuwe bewoners kunnen ook een nadere dynamiek in de omgeving brengen.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 10 van 23
De ontsluiting bij de Kralingseweg blijft een heikel punt. Bekeken alternatieven zijn afgevallen en daarom is hij benieuwd naar de studie en de aanbevelingen die in het eerste kwartaal van 2022 beschikbaar komen. Hij gaat er van uit dat voor voorgestelde oplossingen de raad een financiering apart van de Florabuurt voorgelegd krijgt. De komende jaren wordt er fors geïnvesteerd in de Florabuurt en D66 is positief gestemd over de plannen en de investeringen. De fractie wil echter toch nog even goed kijken naar alle plannen, de bijdragen van de insprekers en de inbreng van de andere fracties voordat zij haar definitieve standpunt bepaalt. De heer HOLKAMP gaat in op de te maken belangenafweging. Hij merkt duidelijk verschillende standpunten in de wijk tussen bewoners en instellingen, waarmee de raad geconfronteerd wordt. In zijn fractie zal daarover nog worden besproken. In zijn bijdrage beperkt hij zich verder tot de gebiedsvisie en het actieprogramma, vooral de acties in het sociale domein. De drie ambities in de gebiedsvisie zijn prima verwoord en zeker het nastreven waard. Ook goed is het definiëren van 25 acties, waarvan een belangrijk deel zich in het sociale domein bevindt. Hopelijk komt het in de verdere uitwerking ook tot een integrale aanpak, die de inwoners van de Florabuurt verdienen. Verder is hij blij met de in het technisch vragenuurtje van 25 november jl.
gepresenteerde analyse, waarin de Nederlandse taalvaardigheid nog wel het meest belangrijk is om te zorgen dat alle bewoners in de Florabuurt gaan meedoen. Veel van de acties in het sociaal domein zijn al staand beleid en worden ook gefinancierd vanuit lopende budgetten. Hij vraagt daarom wat maakt dat daarvan toch een succes wordt verwacht. Misschien worden de acties meer van hetzelfde. Een belangrijk element is dat de gemeente met de aanpak van de portiekwoningen ook achter de voordeur kan kijken, maar dat gaat vooral over de technische aanpak van de woningen. Hoe dat past in het verhaal van de buurtmoeders en het Eropafteam is voor hem dan ook de vraag. De sociale impuls komt bovenop de lopende sociale programma’s in heel Capelle. Hij is benieuwd wat er precies bovenop komt en hoe dat zich verhoudt tot eerdere discussies met het college over een aantal sociale onderwerpen, zoals mensen aan het werk krijgen of het bestrijden van laaggeletterdheid, waarover het college vaak aangeeft dat het niet beter kan dan nu wordt gedaan. Uit de planning begrijpt hij dat het grootste deel van de acties pas in 2023 in gang wordt gezet, zodat er dus weer een jaar is dat er te weinig wordt gedaan. Hij vraagt waarom het niet sneller kan, wat de wijk nodig heeft. De acties in het sociale domein zouden niet moeten wachten op de ruimtelijke aanpak.
De heer HARINCK komt terug op de schriftelijke inspreekbijdrage van de heer Heijkoop, die refereerde aan berekeningen van de floor space index, een instrument om naar de dichtheid van de bebouwde omgeving te kijken. Hij is de wethouder erkentelijk dat die dat instrument vorige week bij de presentatie aan de commissie in handen heeft gegeven. Door het gebruik van het instrument kan hij wegblijven van ervaringen en aansturen op harde cijfers. De heer Heijkoop vermeldde dat de cijfers van de floor space index haaks staan op wat er tot nu toe is beweerd over de vierkante meters groen of de beweegvriendelijke buitenruimte. Dat beeld wordt levend als men daarbij het perspectief aanneemt van een kind van tien jaar. Dat kan nu in het gebied verstoppertje spelen tussen de gebouwen, ravotten en voetballen op de velden, terrassen en terreinen rondom. Het kan ook rondhangen onder de bebouwing van de artsenpraktijk. In de nieuwe plannen wordt de speelruimte voor de kinderen sterk beperkt. De indexen van de heer Heijkoop onderschrijven dat. Zijn voorstel is dan ook om het middenblok kleiner uit te voeren, zodat het park groter kan worden. Hij vraagt hoe de wethouder naar die indexen kijkt en naar de conclusie dat er in de nieuwe plannen minder beweegvriendelijke buitenruimte zal zijn. Er wordt erg veel draagvlak verwacht voor het buurtpark.
Er zijn veel functies op een klein gebied, dat ook nog eens met paden wordt doorsneden. Functiemenging van een barbecue met voetballende kinderen leidt bijvoorbeeld tot ruzie. De gemeente legt dat punt eigenlijk bij de bewoners neer. Een gelijkblijvende hoeveelheid vierkante meters zou die druk kunnen verminderen. Gesuggereerd is om het dossier over de raadsverkiezingen heen te tillen. Dat is niet gewenst, omdat dan het sociale programma vertraging oploopt. Dat is te voorkomen door nu geen besluit over het middengebied te nemen, waartoe er geen noodzaak is, anders dan dat Havensteder de garantie wil hebben dat de gemeente ook investeert. Als men de dossiers middengebied en de overige activiteiten uit elkaar trekt kan Havensteder beginnen met de renovatie.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 11 van 23
Hij vraagt hoe de wethouder kijkt naar het uit elkaar trekken van de besluitvorming en over het middengebied later te beslissen. Vervolgens gaat hij in op het aantal en het type woningen. Het project startte ooit met 200 woningen, inclusief de 39 zorgwoningen. De huidige stand van zaken is 220 woningen, inclusief 56 sociale huurwoningen plus 36 zorgwoningen van Pameijer, in totaal dus 256 woningen. Het CDA stelt voor de 56 sociale huurwoningen eruit te halen en die conorm de prestatieafspraken op het Rivium te bouwen. De gemeente moet dan wel Havensteder ervan overtuigen om in Rivium te investeren. Hij hoorde vanavond van de heer Kesselaar echter dat Havensteder graag wil investeren. Op 4 december jl. publiceerde stedenbouwkundige Licher een artikel in NRC, waarin die opriep om te stoppen met het verdichten van de stad. Er is geen stad ter wereld meer die overweegt nog verder te verdichten in het licht van de dreigende klimaatproblemen. Stedenbouwkundige Riek Bakker zegt dat het belangrijk is om meer ruimte voor mensen te zoeken om naar buiten te kunnen. Je hebt gezondheid nodig en die vind je niet alleen in hoge torens of op een flatje. Verdichten is oké, maar je moet ook je grenzen kennen. Voor het CDA ligt de grens voor de Florabuurt bij de 200 woningen voor het middengebied.
Dat maximum kan conform het koersdocument worden aangehouden, terwijl uitstel van het middengebied is te regelen als dat mogelijk is. Mevrouw DEN ENGELSMAN herinnert aan de presentatie aan de commissie SOB voordat de stukken ter inzage kwamen. Daarbij ontbrak een stukje in het concept, waarover nu wordt aangegeven dat sociale huurwoningen in het middengebied minimaal twintig jaar na realisatie tot het segment van de sociale huurwoningen blijven behoren. Zij is benieuwd waarom dat element is opgenomen en waarom specifiek de termijn van 20 jaar is opgenomen. Zij weet dat in de Florabuurt een groot aantal flats aan de lange zijde bestaat uit 55+-woningen. Er is nu een vitale seniorengroep genoemd en zij vraagt nog eens naar die doelgroep te kijken teneinde niet te veel seniorenwoningen te bouwen. De groenoppervlakte wordt kleiner en groen op daken zou goed toegankelijk moeten zijn. Daarom vraagt zij of groen op daken ook daadwerkelijk openbaar toegankelijk zal zijn. Verder is zij benieuwd of groen bestemd voor kinderen met een beperking na schooltijd openbaar toegankelijk zal zijn. De Florabuurt is een open collectieve wereld waar er straks twee woonblokken zijn, waarvan een voor Pameijer bestemd is. In het andere woonblok krijgen bewoners een exclusieve collectieve eigen wereld tot hun beschikking. De bedoeling was echter daar ook om de sociale cohesie te bevorderen.
Zij vraagt waarom er dan geen openbare ruimtes worden gebouwd, die toegankelijk voor iedereen zijn. Wat betreft mobiliteit verwijst zij naar wat insprekers hebben aangegeven en wacht zij de onderzoeken af. Nu al is er ’s avonds en ’s nachts een enorme parkeerdrukte, waardoor er bijna geen restcapaciteit aan parkeerplaatsen is. Wachten op verkeersonderzoeken zou haar daarom goed uit komen. Over mobiliteit is verder alleen bij hoogbouw aangegeven dat daar ruim voldoende fietsparkeercapaciteit moet zijn. Daarbij ziet zij niet vermeld dat er een parkeernorm geldt. Wellicht is die nog toe te voegen. Ten slotte sluit zij zich aan bij de heer Holkamp dat een aantal punten wijkspecifiek is, maar de overige ook van toepassing kunnen zijn op elke kwetsbare buurt in Capelle. De heer VAN LOEF concludeert dat allen het erover eens zijn dat er in de Florabuurt iets moet gebeuren, niet in de laatste plaats voor de inwoners. Er ligt een enorme uitdaging op sociaaleconomisch terrein, en daarop ligt de nadruk. Tegelijkertijd zal er ook renovatie en nieuwbouw plaatsvinden. Er is dus aandacht voor stenen en bewoners, maar de bewoners staan centraal. Tegelijkertijd constateert hij een aantal losse eindjes, zoals verkeer, draagvlak in de buurt en een oplopend financieel tekort. Dat vindt hij nogal wat. Wat betreft verkeer wijst hij op de kruising bij de metro.
Eenieder die daar rondom 17.00 uur wel eens met de auto rijdt kiest er vaak voor om maar door te rijden in plaats van af te slaan. Daarnaast pleit hij voor een tweede ontsluiting. De buurt is namelijk lastig bereikbaar, zeker in de ochtend- en avondspits. De punten aangehaald in de brief van mevrouw Keuzenkamp wat betreft verkeer en mobiliteit snijden volgens hem echt hout, zodat hij verzoekt daarnaar goed te kijken en goed onderzoek te doen.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 12 van 23
Aan het draagvlak in de buurt schort zijns inziens het nodige. Er is een verschil in inzicht over het woningbouwprogramma en het groen en het park en dat lijkt zich met name toe te spitsen op het middengebied. Ook de VVD maakt zich zorgen over de financiën. Er dreigt een tekort van zo’n € 5 miljoen en misschien nog wel meer. Hij vraagt hoe de wethouder de genoemde losse eindjes zal managen en of is overwogen om het hoogst noodzakelijke sociale programma te ontkoppelen, zodat in ieder geval aan de slag kan worden gegaan met de 25 acties. De heer EILANDER merkt op dat het vanavond gaat over een van de majeure projecten in deze raadsperiode, de Florabuurt. De andere majeure projecten zijn de stadsvisie en het Rivium. De uitdaging is om de harde en zachte kant met elkaar te verbinden. De vraag is of dat is gelukt. Een gebiedsvisie moet misschien wel het toekomstperspectief voor de volgende generatie zijn. Alle acties en plannen zijn op zichzelf te beoordelen, maar voor de ChristenUnie zijn het nog allemaal puzzelstukjes voor de legpuzzel ‘Perspectief Florabuurt’, een stip aan de horizon. Voor hem is het de vraag hoe de opgebloeide Florabuurt er over tien, twintig, dertig jaar uit zal zien en welke puzzel er dan zal liggen. Hij heeft moeite om nu die totale puzzel te zien en te begrijpen hoe de voorgestane acties daaraan bijdragen.
De vraag is of men nu de goede puzzelstukjes in handen heeft, of er misschien een paar stukjes missen en hoe de vinger aan de pols is te houden. Er moet een beeld zijn waarnaar men toe wil, een perspectief. Hij informeert wat de wethouder van het idee vindt om tenminste één keer per jaar met de buurtcoalitie een evaluatie te houden en zich af te vragen of men op koers ligt met het bereiken van de stip op de horizon. Het gaat dan niet alleen om de vraag of acties zijn uitgevoerd, maar ook of het effect daarvan in beeld is en of dat bijdraagt aan het perspectief. Aan de hand daarvan kan worden bepaald of er acties klaar zijn of kunnen vervallen, omdat ze niet bijdragen aan het doel en of er wellicht andere acties bij kunnen komen. Zodoende kan men de stip aan de horizon steeds beter benaderen, ook als die stip de komende jaren gaat verschuiven. Daartoe wil hij graag de professionals in de wijk inschakelen. De buurtcoalitie noemt hij daarvan een heel mooie afvaardiging. Wat betreft het plan zelf is er de afgelopen jaren al heel veel geknipt en geplakt, zoals een Dotterleitoren, de woningen aan de Wingerd en het verminderen van de omvang van het binnengebied. Dat waren goede ingrepen die voortkwamen uit zienswijzen, inspraak en bespiegelingen met de buurt. Nu ligt een resultaat voor en is er volgens de ChristenUnie een besluit nodig om daadwerkelijk aan de slag te gaan.
Voor een aantal acties zijn stenen nodig, bijvoorbeeld het IKC. Hij pleit ervoor om nu vol aan de slag te gaan met alle acties en niet te wachten. Als een IKC nodig wordt gevonden wil hij daarmee ook laten starten en niet wachten tot 2025. Voor het brengen van zorg, welzijn en ontmoeting wachten tot 2027 duurt hem wel erg lang. Als men dat alles nodig vindt zouden ook portacabins een oplossing kunnen zijn om met een IKC te kunnen beginnen. Hij vraagt de wethouder wat er voor nodig is om met alles wat de buurt en de buurtcoalitie nodig vinden aan de slag te gaan, eventueel op een tijdelijke manier. Vervolgens gaat hij in op het absorptievermogen van de wijk. In het middenblok worden ook te vervangen sociale huurwoningen van de Hoven 2 opgenomen, een afspraak gemaakt bij de gebiedsvisie Capelle centraal. Daar doet hij niets aan af, omdat dat punt uit eerdere besluitvorming is meegenomen. Wellicht is er ook nog iets te doen met een woningbuurtje aan de Poortmolen. Daar zou ruimte kunnen zijn voor sociale huurwoningen, zodat die in het middenblok kunnen vervallen. Verder geeft hij aan dat hij in de lijn van de nieuwe stadsvisie ook eraan wil denken hoe elke Capellenaar van een woning kan worden voorzien. Woningen in hoogstedelijk gebied met groen betreft een enorme puzzel. De vraag is daarbij of het vergelijken van vierkante meters zal helpen om een oplossing te vinden.
Misschien moet men in plaats van vierkante meters groen meer focussen op de kwaliteit ervan. Juist bij de voor- en achterdeuren in de straat zou men het groen kunnen bieden nodig voor een eerste sociale ontmoeting. De ChristenUnie staat overwegend positief tegenover de voorliggende gebiedsvisie. Hij wil daarmee beginnen, zicht houden op perspectief van de buurt, het absorptievermogen spreiden over de wijk en bouwen in hoogstedelijk gebied. Dat is misschien de keuze maken voor de kwaliteit van het groen in het hele gebied, wat kan helpen om uit de discussie te komen. Men zou zich nu alleen moeten focussen op alleen groen in het buurtpark. De heer VAN LOEF vraagt of de heer Eilander minder stenen en meer groen wil. De heer EILANDER wil niet meer groen, maar meer hoogwaardig groen, ook aan de Wingerd, ook om daar ontmoetingen te kunnen hebben.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/673989
pagina: 13 van 23
De heer HARINCK meent dat kinderen aan een kleiner parkje dat wel heel mooi is helemaal niets hebben. Hij vraagt hoe de heer Eilander aankijkt tegen het principe dat het kleiner maken van een gebied winst is voor de eigenaar ervan. De heer EILANDER zou graag zien dat het groen in de straat van kwaliteit is, omdat je daar de eerste ontmoeting tussen mensen hebt. Er is nu erg gefocust op het buurtpark. Hij wil echter de hele wijk groen gunnen, zodat daar de eerste ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Pameijer heeft de gemeente keihard nodig om samen de ontwikkeling te kunnen maken. Hij wil als gemeente samen met Pameijer en Havensteder voortgaan, liever vandaag dan morgen. De heer TERLOUW wijst erop dat het aan de raad is om alle belangen te wegen. Het zal niet zo gauw gebeuren dat er vanuit insprekers en hun beelden een eensluidend antwoord komt op een dergelijk groot programma, dat impact heeft op een toekomstige periode van tientallen jaren in een stad. De SGP-fractie heeft nog geen afgewogen oordeel geveld en gebruikt de commissievergadering om de laatste verduidelijkingsvragen te stellen. Zijn vragen concentreren zich allereerst op het buurtpark. De plannen laten een combinatie van heel veel verschillende functies zien en de vraag is hoe verschillende doelgroepen zich daar tot elkaar zullen verhouden.
Dat zou prima kunnen gaan in het kader van de cohesie en de samenleving in de wijk. Te veel groepen bij elkaar brengen kan echter misschien leiden tot ruzie of andere escalaties. De vraag is dus of doelgroepen in het buurtpark te combineren zijn. Mevrouw KING-DE HOOG vraagt of de heer Terlouw voor elke groep een eigen stukje in een wijk wil reserveren. Zij denkt juist dat het mooi is dat iedereen met elkaar in contact komt. De heer TERLOUW denkt ook dat het de bedoeling is dat jongeren, ouderen en mensen van verschillende afkomst elkaar ontmoeten. De vraag is echter of de ruimte daarvoor voldoende is en hij informeert hoe de wethouder kijkt naar de combinatie van verschillende functies. Het park moet dan in voldoende mate ingericht zijn, zodat dat goed gaat. Niet voor iedereen is er een eigen hokje, maar soms hebben mensen toch hun eigen plekje nodig. Verder vraagt hij of er voor jongeren of ouderen voldoende andere ontspanningsruimte in de wijk is. In de hoek waar de Dotterleitoren is vervallen kan er ruimte zijn om daar bepaalde ontspanningsruimte te organiseren en daar de verblijfskwaliteit van het openbaar gebied te intensiveren. Vervolgens vraagt hij of de wethouder wil bezien in hoeverre wandelroutes door het gebied geoptimaliseerd kunnen worden.
De suggestie van insprekers om extra bomen aan de wijk toe te voegen vindt hij een goede, teneinde het versteende aanzicht van de wijk wat te verbeteren. Hij is blij dat een verkeersonderzoek is toegezegd en dat daarvan eind van het eerste kwartaal van 2022 de resultaten komen. Voorts onderstreept hij dat scenario’s zeker serieus genomen moeten worden. In dezen roept hij op om voor de kruising tussen de Kralingseweg en het metrostation Prins Alexanderlaan out of the box denken. Hij denkt daar werk te maken van een ongelijkvloerse kruising, die mogelijk impact heeft voor de komende vijftig jaar. Dat is geen onderdeel van dit programma, maar daaraan kan wel gewerkt gaan worden. In dat verband herinnert hij aan de aanwezige Eneco-gelden. Hij vraagt dus hoe serieus de uitkomsten van het verkeersonderzoek worden genomen en of de scenario’s, zoals die door de bewoners van Schenkel zijn aangegeven, worden meegenomen. De buurt gaat een heel lange transformatieperiode tegemoet. Hij vraagt of de wethouder bereid is een voorstel te ontwikkelen over hoe die transformatieperiode benut kan worden om die een impuls voor de buurt te laten zijn, zoals op het gebied van ontmoeten, eenzaamheidsbestrijding, werkgelegenheid etc. Zijn fractie heeft in dat verband een voorstel gevonden genaamd ‘Buurbouw bij de Gaasperdammertunnel’.