CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.02 - conceptverslag SOB 211206

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 24 januari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen16.820 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hij vermoedt dat dit te maken kan hebben met de wijziging van het bestemmingsplan in 2013. Daarvóór mochten er kantoren, na 2013 ook bedrijven. Tweede termijn De heer TIESMA is het met zijn collega’s eens dat op een gegeven moment een klap moet worden gegeven op dit richtinggevende stuk. Het stimuleren van lopen en fietsen staat weliswaar in het stuk, maar hij zal het op prijs stellen wanneer het ook in de actielijst wordt opgenomen, omdat er dan later nog op kan worden teruggekomen. Mevrouw DEN ENGELSMAN herhaalt haar vraag of in de actiepunten nieuw beleid ook de punten gezet kunnen worden vanuit de participatiepunten.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 14 van 22

De heer OUDSHOORN komt terug op twee vragen waarop door de wethouder nog niet is geantwoord. Zal na het besluit over dit toekomstperspectief de participatie extra aandacht krijgen en, zo ja, hoe ziet die extra aandacht er dan uit? Zullen de acties die eruit voortvloeien samen met de bewoners opgepakt worden? Als geparticipeerd is door middel van inspreken of gebruikmaken van de mogelijkheid tot het stellen van vragen, komt er dan ook een vorm van participatiebeloning, zoals hij het maar even noemt, in die zin dat degenen die de moeite hebben genomen om te reageren ook het eindresultaat toegestuurd krijgen? Wethouder STRUIJVENBERG deelt mede dat er geen bezwaar tegen bestaat om het stimuleren van lopen en fietsen ook in de actielijst op te nemen. Mevrouw Den Engelsman stelt hij de vraag of aan haar wens tegemoet zou kunnen worden gekomen door de participatieladder te koppelen aan de vervolgacties. Mevrouw DEN ENGELSMAN antwoordt bevestigend. Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe aldus te zullen handelen. Wat betreft de zogenaamde participatiebeloning, merkt hij op dat het eindresultaat in ieder geval bij zienswijzen altijd aan de mensen wordt toegezonden. Het lijkt hem zeker goed om dat ook in dit geval te doen, maar of van de deelnemers aan bewonersbijeenkomsten altijd de NAW-gegevens bekend zijn, weet hij niet. Als dat via e-mail gebeurt, is het makkelijk.

Anders zullen mensen die er behoefte aan hebben dat even moeten laten weten. De VOORZITTER informeert of het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd. Mevrouw DEN ENGELSMAN stelt het op prijs om het als bespreekstuk te agenderen, want zij sluit niet uit dat er een motie of amendement zal worden ingediend voor een groene kavel. De VOORZITTER repliceert dat het in dat geval als bespreekstuk zal worden geagendeerd. Hierna schorst zij om 22.02 uur de vergadering voor een korte pauze. Schorsing. De VOORZITTER heropent te 22.13 uur de vergadering. 4. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Fascinatio Boulevard kavel 2K4 studentenhuisvesting De heer OUDSHOORN erkent dat de huur voor de doelgroep stevig is. Tegelijkertijd is het de vraag of dat een probleem is, omdat hiermee uiteindelijk andere studentenwoningen vrij blijven. De locatie is enerzijds wat ongelukkig, zoals ook de bewoners aangeven, namelijk in de buurt van andere woningen, anderzijds is hij het eens met de inspreker namens White House Development dat studenten geen mensen zijn die moeten worden gemeden. Vanuit het perspectief van studentenhuisvesting is de locatie nabij hogeschool en universiteit ideaal te noemen. Dat studenten vanuit Capelle er geen gebruik van kunnen maken vindt hij niet direct een probleem, want die kunnen gewoon op de fiets stappen.

De toegepaste parkeernorm voor de studenten acht de SGP aannemelijk, ook omdat ervaringscijfers zijn meegewogen. Jammer is wel dat de gehouden enquête, die, zoals hij het maar even noemt, de verkeerde toon heeft gezet bij de bewoners, om die reden door een aantal bewoners niet is ingevuld en door die reactie nu eigenlijk tientallen parkeerplaatsen extra worden gerealiseerd ten koste van groen. Weliswaar bestaat de kans dat daar over een of twee jaar alsnog groen zal worden gerealiseerd, maar de SGP had er liever direct groen gezien. Kan de wethouder toezeggen dat, als er een nieuwe woonbestemming komt, dat automatisch aan de raad zal worden voorgelegd? Vorm en inhoud van de participatie zijn door de bewoners niet als voldoende ervaren, hoewel tijdens de hoorzitting is gebleken dat er zes contactmomenten zijn geweest en veel mogelijkheden voor inspraak. Herkent de wethouder zich in deze klachten en hoe kunnen die in de toekomst worden voorkomen? Zoals zojuist al werd opgemerkt, werd ook de enquête niet gewaardeerd, die daarom bij wijze van een soort proces, of om een andere reden door een aantal mensen niet is ingevuld. Als de vraagstelling in de enquête niet correct is geweest, of door de bewoners niet goed is ontvangen, zou de uitkomst ervan dan wel gebruikt moeten worden? Is de wethouder het met hem eens dat een juiste uitvraag misschien een andere uitkomst had gegeven?

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 15 van 22

De heer EILANDER constateert dat bij de studentenhuisvesting een aantal punten steeds weer terugkomt, zoals de hoogte van de bebouwing: past die wel of niet? Opvallend is dan weer wel dat in de opmerkingen niets over de uitstraling van het gebouw staat. Blijkbaar kan die uitstraling dus wel de goedkeuring krijgen van iedereen. Dat is in ieder geval positief. Of iemand voor 20 m2 zo’n huurprijs wil betalen, weet hij niet, maar blijkbaar zien de ontwikkelaar en de exploitant er voldoende heil in om het wel te doen. Zonder huurtoeslag krijg je dan misschien wel een bepaald publiek studenten, maar blijkbaar kan dat. Zelf zou hij het niet doen voor 20 m2, maar hij hoeft er ook niet te gaan zitten en hij vermoedt dat zijn zoon het voor die prijs ook niet zal doen. In de beeldvorming is vaak het idee dat er 400 woningen komen. Wat dat betreft verzoekt hij de wethouder eens uit te leggen hoe het zit met de huisnummering: zijn dat woningen of kamers? Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de heer Eilander weet dat er 26 kamers in iedere woning zitten. De heer EILANDER beaamt dat dat volgens de huisnummering het geval zou zijn, maar hij is even op zoek hoe hij dit in het totale complex moet duiden.

In een normaal studentenhuis, zoals hij die in Rotterdam bijvoorbeeld kent, wonen ongeveer zes studenten en is dat wat hij hier ook moet bedenken? Ten slotte moet ook hem iets van het hart over de gehouden enquête. De vraagstelling die de gemeente daarin heeft geformuleerd merkt hij als uiterst onhandig aan. Heel platvloers gezegd: wilt u 63 of 92 parkeerplaatsen? Ja, dan kun je een tegenenquête verwachten met de vraag: wilt u een hoog gebouw voor uw deur? Niet erg handig en voor zoiets kan natuurlijk nooit draagvlak worden verkregen. Kan de volgende keer in samenwerking met de WOP of de Stichting Wijkbelangen niet een enquête worden bedacht met iemand die verstand heeft van vragen stellen, opdat de goéde vragen worden gesteld en niet meteen met een beeldvorming wordt begonnen? De heer VAN GENT heeft van de projectontwikkelaar begrepen dat het vrij lang heeft geduurd voordat er contact is gekomen tussen de bewoners en de projectontwikkelaar en ook het WOP. Als dat inderdaad zo is, waarom is dat dan niet eerder door de gemeente geregeld? Waarschijnlijk zou daardoor veel ruis op de lijn zijn voorkomen. De heer SPRUIT merkt op dat volgens zijn gegevens op 19 december 2019 het plan voor de eerste keer zou zijn gedeeld met omwonenden, twee jaar geleden dus.

Vorige week heeft de ontwikkelaar tijdens de hoorzitting in een vlammend betoog uiteengezet dat een prachtig pand zal worden neergezet voor 400 studenten, allemaal nétte studenten, werd ook nog verzekerd. Anderzijds zijn vanuit de buurt zorgen geuit over het gebouw: het volume, de hoogte, vooral het gebruik, en de parkeernorm die daaraan gekoppeld is. Dat type geluiden heeft de raad eerder gehoord, maar toen ging het om een verklaring van geen bedenkingen voor gebouwen die op een kavel kwamen waar voorheen een bedrijfsbestemming op zat en nu een woonbestemming. Als dan een woongebouw wordt neergezet, is de kans niet zo groot dat er vroeg of laat iets in dat gebouw gaat veranderen, zeker als het koopwoningen zijn. Het voelt wat ongemakkelijk dat nu een ontwerp voor een gebouw ter beoordeling wordt voorgelegd waar het gebruik heel nadrukkelijk aan gekoppeld is. Er wordt geen woongebouw neergezet, maar een gebouw voor 400 studenten, en daaraan zijn een aantal voorzieningen gekoppeld zoals de al genoemde parkeernorm. Zou dat gebruik ooit wijzigen, dan kan dat wel eens tot forse problemen leiden. Een verklaring van geen bedenkingen wordt afgegeven omdat het niet past in het bestemmingsplan, want eigenlijk hoort op die kavel een bedrijf te komen, maar daarbij worden meteen ook allerlei randjes opgezocht.

Het gebouw gaat iets over de hoogte heen en het gaat er in volume wat overheen, en dat roept de vraag op waarom die randjes nu weer worden opgezocht. Volgens de ontwikkelaar zou het nodig zijn vanwege de exploitatie van het gebouw, maar vreemd is dan wel dat vervolgens wordt gezegd dat er nog geen exploitant is, terwijl toch de exploitant degene is die uitrekent wat nodig is voor een renderende exploitatie. Verder is ook nog niet bekend wat de huisregels zullen worden en hoe dat bewaakt gaat worden. Het voelt wat minder comfortabel dat nu ‘ja’ moet worden gezegd tegen een plan dat gekoppeld is aan gebruik, zonder dat bekend is hoe het gebruik zal worden. Het roept ook de vraag op voor wie dit eigenlijk wordt gedaan. Er worden namelijk geen woningen gebouwd voor Capellenaren, ook niet voor Capelse jongeren, want iedereen kan er gebruik van maken en die Capelse jongeren kunnen er alleen gebruik van maken als ze studeren aan de Erasmus Universiteit of de Hogeschool Rotterdam en als ze klaar zijn met de studie, moeten ze er binnen een halfjaar weer uit. Het is dus ook nog eens een roulerende groep die erin zit. Gezien het prijskaartje dat eraan verbonden is, kan er haast van worden uitgegaan dat het heel veel buitenlandse studenten zullen worden.

Is Capelle nu de aangewezen gemeente om de problematiek van de Erasmus Universiteit en de Hogeschool Rotterdam op te lossen, omdat die nogal veel buitenlandse studenten aantrekken?

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 16 van 22

Eén van de eerste vragen aan de wethouder is: als dit gebouw er straks staat en bekend is wie de exploitant is, wie is dan het aanspreekpunt voor die exploitant? Is dat de gemeente, en gaat die vervolgens bindende afspraken neerleggen, of zijn het de onderwijsinstellingen en moet de gemeente dan maar even afwachten wat dat gaat betekenen? Als nu besloten zou worden de verklaring van geen bedenkingen niét af te geven, valt de kavel zeer waarschijnlijk weer vrij – hij neemt aan dat dat een ontbindende voorwaarde is van de ontwikkelaar. Wordt die kavel niet verkocht, dan lijdt de gemeente een financieel verlies, al dan niet tijdelijk, afhankelijk van de vraag of de kavel ooit nog eens verkocht wordt, al is dan natuurlijk niet bekend of dat voor hetzelfde bedrag gaat. Maar zijn er dan nog andere zaken die Capelle mis loopt? Betalen al die studenten bijvoorbeeld OZB? Telt dit mee voor de uitkering uit het gemeentefonds? Kortom, Leefbaar Capelle worstelt een beetje met de vraag waarom de gemeente dit zou moeten willen en wat er mis zou gaan als besloten wordt het niet te doen. Mevrouw DEN ENGELSMAN deelt mede dat ook het CDA er nog niet uit is of deze verklaring van geen bedenkingen moet worden afgegeven. Daarvoor zullen nog een aantal vragen beantwoord moeten worden.

Zoals de heer Spruit terecht opmerkte, is op dit moment nog geen exploitant of beheerder bekend, terwijl dat wel heel belangrijk is voor het beheer op termijn. Er moet wat dat betreft niet alleen naar het gebouw worden gekeken, maar zeker ook naar het feit dat bij de bewoners heel veel zorgen leven over de houdbaarheid van het project op termijn. Eerder heeft het CDA al gevraagd wat het precies inhoudt, die 15 woningen met 26 kamers. Waarom niet één nummer en 400 kamers? Zij hoopt dat de wethouder dat vanavond kan verduidelijken. Ook bij de parkeernorm van 0,25 voor kamers is het de vraag: zijn het kamers, of zijn het woningen? Voor een huurtoeslag is het natuurlijk een woning, voor een kamer kan onder bepaalde omstandigheden wel huurtoeslag worden gekregen, maar dan moet je met z’n allen in één woning wonen en dan tellen je medebewoners mee. Zoals het er nu naar uitziet zullen, zoals de heer Oudshoorn al opperde, vooral studenten die wat meer in hun portemonnee hebben hiervan gebruik kunnen maken, maar dan moet je ook nog wel aan de Hogeschool of aan de Erasmusuniversiteit studeren. Iemand die toevallig net in Den Haag of Leiden studeert en naarstig op zoek is naar een studentenwoning zal er niet voor in aanmerking komen. Het is dus zeker niet voor alle Capelse jongeren beschikbaar, zeker niet als de huurtoeslag in aanmerking wordt genomen.

Verder worstelt het CDA nog met wat door de inwoners is aangegeven over de participatie. Gelukkig is onlangs een participatieverordening vastgesteld. De fractie sluit zich aan bij de vragen die gesteld zijn vanuit de participatie vandaan. Zoals de heer Spruit ook al opmerkte, worden in de omgevingsvergunning wel weer de randjes opgezocht. Dat gebeurt iedere keer. De hoogte blijft weliswaar binnen de bestaande kaders, maar wordt toch wel weer iets overschreden. In het programma Wonen zijn prestatieafspraken gemaakt voor wat men wil bouwen en voor wie. Hoe het daarmee staat laat de Capelse monitor ‘Capelle bouwt aan de stad’ zien. Het programma voorzag in 500 woningen voor jongeren en nu zit men al aan 915, nog zonder dat deze 400 zijn meegeteld. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de norm voor wat betreft de jongerenwoningen. Wat de ontwikkelaar in zijn verhaal aangeeft als ruimtelijke onderbouwing strandt daar een beetje mee. Voor het realiseren van woningen in de nabijheid van openbaar vervoer was een aantal van 1.350 afgesproken en daarmee zit men op 1757, dus 400 meer. Er is dus geen noodzaak om er eventueel nog bij te bouwen. Ook met betrekking tot de geluidscontouren komt men nog een aantal dingen tegen. Ten aanzien van de woningen aan de Abram van Rijckevorselweg moet ook weer een verklaring worden afgegeven om hogere grenswaarden voor te stellen.

Verder moet de ventilatie worden opgelost door middel van roosters op een dove gevel, terwijl het beleid zegt dat ventilatieopeningen niet zijn toegestaan in dove gevels. Kortom, er zitten allerlei kantjes en randvoorwaarden aan het geheel die de nodige zorgen baren, ook richting de toekomst. Dit is een enkel project en niet bekend is wat het totaalplaatje dadelijk is, zeker met alle ontwikkelingen die het afgelopen halfjaar door Rotterdam zijn gedaan, ontwikkelingen rond het Brainpark en het Excelsiorterrein, waar goedkopere studentenwoningen gaan komen – zij denkt dat Rotterdam daar zeker op gaat sturen –, en wat dan met dit gebouw? Al met al kan het CDA op dit moment nog niet instemmen met een verklaring van geen bedenkingen.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 17 van 22

De heer TIESMA stelt dat, zoals bij alle ruimtelijke projecten, niet alleen door deze commissie wordt nagedacht en gewogen, maar juist ook door omwonenden en buurtgenoten, en dat is een groot goed. Hij dankt al deze mensen voor de inspanning die zij zich hebben getroost om hun visie naar voren te brengen, die D66 zeer zeker zwaar heeft laten meewegen. In zijn bijdrage zal hij een aantal belangrijke aspecten opnoemen waar D66 naar heeft gekeken. Hij heeft een en ander in een tabel gegoten, die hij zal uitleggen: aan de ene kant is een aspect neergezet, met ‘wat is pro en wat is contra?’; en ‘wat zijn de afwegingen’? Het eerste aspect is de afwijking qua maatvoering, hoogte en grondoppervlak. Kleine afwijkingen zijn niet relevant, maar hij is er nog niet uit wat de rechtsgeldige grenswaarden of maten zijn. Het lijkt erop dat in het rapport naar andere maten wordt verwezen dan in het bestemmingsplan. Aan de andere kant is een bestemmingsplan onherroepelijk, maar weer niet voor een woongebouw dat nu moet worden goedgekeurd. Pro en contra zijn hier in evenwicht. Het tweede aspect: parkeren auto. Volgens de nieuwe parkeernorm zijn eigenlijk 100 parkeerplaatsen vereist, waarbij D66 het even heeft gezien als een onzelfstandige kamerverhuur. Het kan ook anders worden gesteld, maar dan wordt het meer. Contra is dat het een afwijking is. Parkeren voor de fiets is prima geregeld.

Hij noemt dat 1 ster pro. Qua uitstraling ziet het gebouw er goed uit: 2 sterren pro. De visuele impact op de omgeving. Het gebouw zoals het gepresenteerd is ziet er erg massaal uit ten opzichte van de omgeving. D66 heeft dit gewaardeerd met 3 sterren contra. De invulling van de woonbehoefte. Er is een groot tekort aan woningen. Daarvan uitgaande is het een groot goed om dit gebouw neer te zetten. 2 sterren pro. Bij de invulling van de woonbehoefte van Capelle is het niet aantoonbaar dat hiermee enige behoefte van de Capellenaar wordt ingevuld. Naar de smaak van D66 is de invulling van studentenhuisvesting een probleem van de Hogeschool Rotterdam en de Erasmus Universiteit. Misschien kan in de toekomst naar Rivium worden gekeken, dat wat meer bouwruimte heeft, zou je kunnen zeggen. 2 sterren contra. De overlast en de belasting voor de omgeving. 400 studenten is veel voor de wijk. Overigens lijkt het hem niet bezwaarlijk dat ze door de wijk lopen. Aan de andere kant is de kans op overlast aanwezig, al wil hij er niet van uitgaan dat ze zich allemaal zo misdragen als bepaalde studentengroepen in Groningen. Het is in ieder geval iets wat tegenspreekt, het is een behoorlijke belasting. 2 sterren contra. De bezwaren van de omgeving. Bewoners moeten niet elke keer gevoelsmatig aan het kortste eind trekken en hij heeft wel het gevoel dat dat zo ervaren wordt.

De wijk ziet er nu al anders uit dan oorspronkelijk de intentie was. Contra 2 sterren. Participatie. De ontwikkelaar heeft z’n best gedaan, maar de bewoners beleven weinig invloed. Heeft de wethouder daar een verklaring voor of een bepaalde zienswijze? Als hij het goed heeft begrepen, kreeg de Stichting Wijkbelangen pas na vier maanden een reactie op haar vragen, en vlak voor de hoorzitting, wat niet erg netjes is. Participatie: 1 ster voor, 2 sterren tegen. Een afrekening over het groen heeft hij maar achterwege gelaten. Het stelt zo weinig voor dat er niks over te zeggen valt. Op basis van deze aspecten heeft hij 6 sterren voor en 11 tegen gegeven. De voorlopige conclusie zou dan kunnen zijn dat het niet moet worden gedaan. Aan de andere kant heeft de raad kaders gesteld aan projecten en dat moet ook worden afgewogen. D66 is er nog niet helemaal uit. Daarom is het goed in deze vergadering te horen wat de collega-raadsleden ervan vinden en dat mee te wegen in de eindconclusie. Dat is democratie. Een paar vragen resten nog. Wat is nu de relatie tussen wooneenheden en 400 kamers? Dat kan ook uitmaken voor de parkeernorm. Er is plaats voor 400 fietsen.

Wat betekent dat voor alle scooterrijders? Moeten die hun voertuig binnen of buiten neerzetten, en waar dan wel? Aansluitend bij de heer Oudshoorn: wat gebeurt er als het mis gaat met de overlast? Daarvoor zal zijns inziens iets beschreven moeten worden. Ten slotte: stel dat het gebouw op een gegeven moment een andere bestemming krijgt. Het zijn nu studentenkamers en door er drie, vier bijeen te voegen ontstaat een andere woning. D66 is van mening dat dat langs de raad dient te komen. De heer GEISSLER mag wel zeggen dat het plan om 400 studenten op een postzegel aan de rand van Fascinatio te huisvesten bij de PvdA de wenkbrauwen heeft doen fronsen. De fractie vindt het een megalomaan plan. Toen er voor het eerst kennis van werd genomen – op dat moment was nog sprake van het huisvesten van 500 studenten – dachten mensen in de fractie dat het een grap was. De PvdA begrijpt dat de wijkbewoners zich zorgen maken over de impact van het toevoegen van zoveel studentenhuisvesting.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 18 van 22

Wat is de draagkracht van de wijk en hoe kan overlast binnen de perken worden gehouden? Het is ook niet het enige plan om studentenhuisvesting te realiseren in de omgeving van de Erasmusuniversiteit. Hoe verhouden deze plannen voor studentenhuisvesting zich tot elkaar? De vraag- en aanbodgrafieken beziende, betwijfelt hij of er uiteindelijk geen leegstand zal ontstaan. Is ook gerekend met de toekomstige vraag, met en zonder corona-effect? De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermalen overwogen dat er een ruimtelijk verschil bestaat tussen het gebruik van een pand voor studentenhuisvesting en andere woonvormen. Hierbij gaat het om leeftijd, samenstelling en het levensritme van de bewoners; dat zijn relevante aspecten. In het algemeen overweegt de Raad van State dat bewoning door studenten zorgt voor meer overlast van gezinsbewoning. De rechtbank concludeert in een andere uitspraak over de grootschalige huisvesting van 37 studenten in Leiden dat de vrees voor overlast niet zonder grond is. Hier gaat het om 400 studenten. Denkt het college dat de door de ontwikkelaar geschetste voorzorgsmaatregelen voldoende zijn? Hoe denkt het college dat de overlast kan worden beperkt en gereguleerd? Vorige week tijdens een briefing is medegedeeld dat de ontwikkelaar bepaalde regels wil verbinden aan het huurcontract.

Daarbij vielen ook de termen ‘publiekrechtelijk’ en ‘privaatrechtelijk’. In het ontwerp van de omgevingsvergunning ontbreken essentiële elementen: dat het huishoudelijk reglement deel uitmaakt van de omgevingsvergunning, voorschriften omtrent het gebruik van het dakterras in de tuin, wie er gehuisvest mag worden, en dat het niet is toegestaan om overlast-veroorzakende decibels in de buitenruimte te produceren. Wat de PvdA betreft is het vrij cruciaal om dat ook in de omgevingsvergunningen op te nemen, omdat dit soort dingen publiekrechtelijk beter zijn af te dwingen. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat deze voorschriften en maatregelen in de praktijk ook echt kunnen worden nageleefd en dat tegen overtreding effectief kan worden opgetreden? Dit mag geen dode letter zijn, vandaar het voorstel om dit ten minste publiekrechtelijk te regelen. De raad wordt nu gevraagd in te stemmen met de ruimtelijke ontwikkeling, terwijl volstrekt onduidelijk is hoe de huisregels en overlastbeperkende maatregelen eruit komen te zien. Als de raad ‘ja’ zegt tegen de verklaring van geen bedenkingen, is eigenlijk niets geleerd van de problemen rondom Allsafe.

Heeft het college onderzocht welke overlastbeperkende maatregelen mogelijk en nodig kunnen zijn? Zo ja, waarom is dat dan niet terug te lezen? Wat betreft het vraagstuk rondom het parkeren kan hij zich aansluiten bij de woorden van de heer Tiesma. De PvdA ziet de noodzaak om studentenhuisvesting te realiseren, daar loopt ze niet voor weg. Ze ziet ook dat er gezinswoningen worden opgekocht en dat daarvan dan studentenkamers worden gemaakt. De PvdA wil best een steentje bijdragen, maar als men dit plan voor studentenhuisvesting op deze locatie wil realiseren, zal er wat haar betreft minimaal een bouwlaag af moeten bij een gelijkblijvend oppervlak. Het bestemmen van maximaal de helft van het resterende gebouw voor studentenhuisvesting is dan bespreekbaar, zodat een gedeelte van het gebouw voor andere doelgroepen en bijvoorbeeld ouderen kan worden gebruikt. Er zijn verschillende concepten bekend in het land waarbij sprake is van gemengd wonen en daarbij ligt juist de nadruk op ontmoeting en meedoen in de wijk. Waarom in Capelle niet ook zoiets realiseren? Indien er dan nog veel meer gebouwd moet worden voor studenten, waarom wordt dan niet gekeken naar het Rivium? De heer VAN LOEF verzekert dat de VVD op zichzelf niet tegen studentenhuisvesting is. In die zin vindt hij het jammer – dat gaf de heer Rietveld ook aan – dat studenten gelijk worden gesteld aan overlast.

Hij zou het anders willen formuleren: de VVD ziet studenten juist als mensen die ook voor reuring kunnen zorgen. Zonder vanavond allerlei confidenties te willen doen, kan hij wel zeggen dat hij ook heeft gestudeerd en misschien af en toe ook wel eens voor overlast heeft gezorgd. Vraag voor de VVD is wel of studentenhuisvesting in Fascinatio gerealiseerd moet worden. Zij zou eigenlijk willen voorstellen de studentenhuisvesting te projecteren in het Rivium. In het Rivium wil men immers reuring en die studenten zouden ook als een soort kwartiermakers kunnen gaan fungeren. Vervolgvraag is dan: wat te doen met deze plek in Fascinatio? Wat hem betreft is dat heel simpel. Er zijn al kleine bedrijfjes actief en het zou meer dan logisch zijn om die strook door te trekken met kleine bedrijfjes. Te denken valt aan een schildersbedrijf en een loodgietersbedrijf. Uit navraag bij verschillende makelaars is gebleken dat er een enorme behoefte is aan kleine bedrijfshalletjes. De heer VLOT moet zeggen dat het gebouw op zich er prima uitziet. Het is alleen een beetje groot en 400 studenten is erg veel, wat overigens niet betekent dat de SP niet voor studentenhuisvesting zou zijn, integendeel.

Het heeft hem wel verbaasd dat in het convenant Huurdersraad-Havensteder-gemeente deze woningen ook werden opgevoerd als jongerenhuisvesting, terwijl er nogal wat beperkingen zijn om ze zonder meer aan die voorraad te kunnen toevoegen.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 19 van 22

Aanvullend op de heer Van Loef, met wie hij het trouwens volledig eens is dat dit een prachtig project zou zijn om Rivium verder in ontwikkeling te kunnen brengen, te versnellen zelfs, legt hij de wethouder de vraag voor of, toen deze kavel beschikbaar bleek en deze ontwikkelaar zich meldde, wellicht ook is geopperd dat de gemeente inmiddels contact heeft met een aantal vastgoedbezitters, die echt wel genegen zijn om Rivium te ontwikkelen en dat dit daar mooi in zou passen? Volgens de SP zou het logisch zijn geweest om die weg te bewandelen en daarmee deze kavel binnen Fascinatio een andere, al dan niet groene, bestemming te kunnen geven. Met de heer Geissler is hij het eens dat het gebouw eventueel wel wat kleiner uitgevoerd zou kunnen worden en dat een differentiatie van doelgroepen voor bewoning te overwegen zou zijn. De heer Tiesma merkte zojuist op dat kleine afwijkingen niet relevant zijn. Inmiddels is het echter bijna een tendens geworden dat er wel heel erg veel kleine afwijkingen worden doorgevoerd, waardoor het toch wel relevant kan worden. De heer TIESMA verduidelijkt dat zijn opmerking dat kleine afwijkingen niet relevant zijn betrekking heeft op dit project en niet in z’n algemeenheid is bedoeld. De heer VLOT neemt daar kennis van. Dat neemt niet weg dat hij er een soort strekking in bespeurt die ook in z’n algemeenheid wel eens tot enige overweging kan leiden.

Wethouder STRUIJVENBERG zegt iedereen dank voor de geleverde bijdragen. Om te beginnen stelt hij vast dat in het nu geldende bestemmingsplan uit 2013 bepaald wordt hoe groot en hoog enz. een gebouw mag zijn. De bouwhoogte wordt inderdaad minimaal overschreden en er wordt ook buiten het bouwvlak gebouwd, maar of dat veel of weinig is laat hij in het midden. Het plaatje maakt in ieder geval duidelijk dat het grotendeels binnen het toegestane bouwvlak valt. Wat het volume betreft benadrukt hij dat het gebouw een stuk minder groot is dan maximaal mogelijk is volgens het bestemmingsplan. In 2013 heeft de raad bepaald dat hier een gebouw mag komen, weliswaar net ietsjes teruggezet en 35 centimeter lager, maar wel 25% groter. Dat hier de randjes worden opgezocht kan hij dan ook niet onderschrijven; dat is juist niét het geval. Toegepast is de Capelse parkeernorm van 0,25, wat uiteindelijk resulteert in 92 parkeerplaatsen. Dat is de hoge norm, kijkend naar de enquête; daar is gezegd dat 63 ook zou ook kunnen. Dat is echter wel met de context meegegeven, dus: het blijft groen en als het nodig blijkt te zijn kunnen er alsnog parkeerplaatsen van worden gemaakt, of andersom: er worden parkeerplaatsen van gemaakt en dan kan er later eventueel alsnog groen van worden gemaakt als er wel heel vaak parkeerplaatsen vrij blijken te zijn. Die vraagstelling is afgestemd met de WOP-vergadering.

Overigens bevinden zich onder degenen die het plan voor studentenhuisvesting niet goed vinden ook mensen die het aantal parkeerplaatsen zelfs nog te laag vinden. Gevraagd is of een eventuele nieuwe bestemming die aan het pand zou worden gegeven via de raad zou moeten worden geleid. Zijns inziens ligt het niet voor de hand als er woningen van worden gemaakt, dat er dan bedrijven of iets dergelijks zou kunnen. Als het gaat om de doelgroep studenten, kom je in de knel met de parkeernorm. Hij weet niet of dat een raadsbevoegdheid is, maar hij vermoedt van niet, omdat het dan valt binnen huidig gebruik van woningen. Het zal alleen niet lukken, omdat het stuit op de parkeernorm. Gevraagd is hoe het ook alweer werkt met het beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan. Het nu geldende beeldkwaliteitsplan dateert uit 1999 en het huidige bestemmingsplan uit 2013. Waar het tussen deze twee schuurt, gaat het bestemmingsplan voor. Vaak schuurt het niet, en dan is er niks aan de hand. De 400 woningen en de huisnummering. Elke unit heeft eigen sanitair en een keukentje. In die zin zijn het kamers volgens het Bouwbesluit. Daarnaast zijn er ook gemeenschappelijke ruimten. Het aanspreekpunt voor de gemeente is op dit moment de eigenaar, het contractueel vastleggen ervan, ook met met kettingbedingen. Dus mocht er in de toekomst iets veranderen qua eigenaarschap, dan wordt dat wel doorgelegd.

Uiteindelijk wordt in de praktijk natuurlijk ook samengewerkt met de exploitant. Als het niet doorgaat met verlies, waar de heer Spruit het over had, ja, dat zou natuurlijk kunnen. Het gebouw telt ook mee voor de OZB – een nieuw gebouw zou dat overigens ook doen – in dit geval voor een woning. Desgevraagd verduidelijkt hij dat de eigenaar van het pand de OZB aan de gemeente moet betalen. Dat de aantallen woningen voor jongeren, voor ouderen, nabij OV, enzovoorts. volgens de ‘Capelle bouwt aan de stad’-monitor al zijn gehaald is grotendeels waar, en misschien zelfs voor alles, maar dat betekent niet dat daarbóven geen woningen meer mogen worden gebouwd. Hij heeft zijn opdracht eerder ingevuld als: daarboven mag wel. Dat zijn de doelen die ooit zijn gesteld en ook in regionaal verband afgestemd, maar er komt wel weer een nieuw regioakkoord aan, want die zaken moeten af en toe geactualiseerd worden. Als men in deze tijd iets meer woningen voor ouderen voor zou weten te realiseren, is dat volgens hem ook niet erg, en datzelfde geldt voor woningen voor jongeren.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 20 van 22

Volgens de heer Tiesma zou het gebouw er massaal uitzien in verhouding met de omgeving. Volgens het bestemmingsplan is dat echter niet zo en zou het massaler kunnen. Eerder heeft de raad de oproep gedaan om woningen in de rand te realiseren en niet alleen te kijken naar kantoren en bedrijven. Op dat moment weet de gemeenteraad ook dat de wijk anders wordt dan oorspronkelijk bedacht en dat is ook de opdracht die het college van B&W heeft meegekregen in de loop der jaren. De vraag of scooters ook binnen kunnen staan beantwoordt hij bevestigend. In principe geldt: bewoners binnen, bezoekers buiten. Voor de parkeerberekening is gewoon gerekend met de geldende norm, dus zonder een correctie toe te passen voor corona of iets dergelijks. De vragen die zijn ingegeven door de vrees voor overlast kan hij zich voorstellen. Hoewel zeker niet iedere student een overlastgever is, is het wel verstandig om er rekening mee te houden. Niet voor niets heeft de ontwikkelaar ook voorgesteld te werken met huismeesters en verdiepingsoudsten en huisregels op te stellen. Volgens hem moet een hoop van de zorgen daarmee kunnen worden weggenomen. De heer Geissler noemde het plan voor 400 studenten op een postzegel aan de rand van Fascinatio megalomaan en zei dat de PvdA-fractie dacht met een grap te maken te hebben toen ze er voor het over vernam.

Wat dat betreft lijkt het hem alleen maar verstandig om er dan bijvoorbeeld een debat over aan te vragen, zodat ook hij weet hoe de raad tegen bepaalde ontwikkelingen aankijkt. Hij hoopt in ieder geval dat dat in de toekomst zal worden gedaan als zoiets nog eens zou gebeuren. De heer GEISSLER werpt tegen dat de raad hierbij in een vroegtijdig stadium betrokken hoort te worden en dat het niet aan de raad is om daartoe het initiatief te nemen, wat dan ook helemaal afhankelijk zou zijn van de vraag of je het toevallig ergens gelezen hebt. Voorheen werd in Capelle gewerkt met een soort statusbesluiten waarmee de raad de vraag werd voorgelegd of daarmee verder moest worden gegaan of niet. Als de wethouder dat ook van belang acht, zou het wellicht aanbeveling verdienen terug te keren naar het systeem van statusbesluiten. Wethouder STRUIJVENBERG moet zeggen dat hij nooit eerder van het fenomeen statusbesluiten had gehoord, maar als dat nodig zou zijn, wil hij er best eens naar kijken. Overigens wordt het in de ‘Capelle aan de stad’-monitor wel gemeld als er op het gebied van stadsontwikkeling iets gewijzigd is. Inmiddels verneemt hij via de ambtelijke ondersteuning dat de statusbesluiten door de raad zelf zijn afgeschaft.

Toen de ontwikkelaar zich bij de gemeente meldde, heeft hij niet het idee geopperd om naar het Rivium te kijken, en dat kon ook niet, want dat was begin 2018 en op dat moment was hij geen wethouder. In die tijd was overigens de ontwikkeling van Rivium zoals die nu voor ogen staat nog niet aan de orde. Tweede termijn De heer OUDSHOORN heeft er kennis van genomen dat de wethouder het contractueel vastleggen van allerlei zaken rondom overlast belangrijk vindt, maar in de stukken is nergens terug te vinden dat dat geborgd is. Hij hoopt dat de wethouder kan toezeggen dat dat alsnog zal gebeuren. De heer EILANDER herhaalt zijn verzoek om in de toekomst in overleg met bijvoorbeeld de Stichting Wijkbelangen of een WOP wat meer na te denken over de manier waarop de vraagstelling in een enquête vorm wordt gegeven. De heer VAN GENT heeft er nota van genomen dat elektrische fietsen, brommers en dergelijke binnen gestald kunnen worden. Denkend aan de brand die onlangs heeft plaatsgevonden bij het scooterverhuurbedrijf, is hij benieuwd of er ook maatregelen worden genomen om zoiets tegen te gaan. De heer SPRUIT stelt vast dat de ruimtelijke onderbouwing voor het raadsvoorstel dateert van 21 september 2021, vrij kort geleden dus.

Als de wethouder dan aangeeft dat de raad eerder zou moeten acteren, misschien wel op het moment dat de eerste ideeën ontstaan over studentenhuisvesting, vraagt hij zich af wanneer dat dan zou moeten gebeuren. Soms zijn plannen nog heel prematuur en als de raad daar elke keer op zou reageren, terwijl uit de ruimtelijke onderbouwing of akoestisch onderzoek kan blijken dat het daar helemaal niet mogelijk is, lijkt hem dat weinig zinvol. Het komt hem verstandig voor in de toekomst eens met elkaar af te stemmen wanneer college en raad met elkaar in gesprek willen over dit soort plannen. Ten slotte merkt hij op dat de markt de laatste jaren aanzienlijk veranderd is. Als de raad dit nu niet zou willen, hoe schat de wethouder dan de kans is dat er redelijk snel een ander kan worden gevonden die geïnteresseerd is in deze kavel?

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 21 van 22

Mevrouw DEN ENGELSMAN geeft te kennen dat het CDA graag nog eens goed uitgelegd zou willen hebben waarom nu voor een constructie is gekozen van 15 woningen met 26 kamers en niet voor één huisnummer met 400 kamers. De heer GEISSLER herhaalt zijn vraag waarom een en ander niet publiekrechtelijk wordt geregeld, maar privaatrechtelijk met een beding. Volgens de PvdA biedt een publiekrechtelijke regeling meer mogelijkheden om te borgen de regels die worden opgesteld ook worden nageleefd. Zojuist gaf de wethouder kort aan dat de ontwikkeling van Rivium nog niet in deze mate speelde toen dit plan ontstond. Hoe kijkt de wethouder echter aan tegen de mogelijkheid om hier een soort gemengde woonvorm te realiseren? De heer VAN LOEF sluit zich aan bij de woorden van de heer Spruit. Ook de VVD was dit dossier dan blijkbaar ontgaan. Dat de raad eigenlijk een jaar geleden had moeten reageren vindt hij niet echt een sterk antwoord. Bovendien is er ook nog zoiets als voortschrijdend inzicht. ‘In the end’ gaat het erom iets goed te doen voor de gemeente en hij vraagt zich in alle eerlijkheid af of dit de juiste keuze is. Wethouder STRUIJVENBERG zegt de heer Oudshoorn toe dat contractueel zal worden vastgelegd hoe de zaken worden geregeld voor wat betreft een omgevingsklankbordgroep, huisregels, etc. De vraag van de heer Eilander meent hij al in eerste termijn te hebben beantwoord.

In ieder geval heeft hij meegegeven dat de enquête niet zomaar alleen even een vraag was en dat daarbij ook context is geboden. Pas na een inleiding zijn twee keuzes voorgelegd, met de vraag welke de voorkeur zou hebben, en dat is in overleg met het WOP gebeurd. De heer Van Gent heeft een actueel onderwerp aan de orde gesteld: brandveiligheid en scooters. Op dit moment zijn nog geen regels opgenomen in het Bouwbesluit, maar er zijn wel richtlijnen van de brandweer waaraan in de volgende fase van de vergunning getoetst zal moeten worden. Naar aanleiding van de bijdragen van de heren Spruit en Van Loef merkt hij op dat hij graag met de raad een gesprek wil aangaan over de vraag hoe aan de informatiebehoefte van de raad kan worden voldaan over wat er allemaal te gebeuren staat bij stadsontwikkeling, nog voordat hij met besluitvoorstellen komt voor de raad, en ook hoe hij zo vroeg mogelijk op de hoogte kan worden gesteld van grote vraagtekens of zorgen bij raadsleden over bepaalde ontwikkelingen. De heer EILANDER valt de wethouder in dezen bij. Dit is zo ongeveer de zesde keer in deze raadsperiode dat er wordt gediscussieerd over de vraag hoe men elkaar moet informeren. Het verbaast hem dat een aantal commissieleden zich nu overvallen voelen, want volgens hem zijn juist in deze periode met deze wethouder heel duidelijk een aantal afspraken gemaakt over de wijze van informeren.

De gebiedspaspoorten en gebiedsvisies moeten er juist voor zorgen dat aan de voorkant duidelijk is wat men wil en dat niet halverwege het proces een statusbesluit moet worden genomen. Van die statusbesluiten wilde men juist af omdat dat zo ingewikkeld was. De heer SPRUIT herinnert eraan dat de insprekers hebben aangegeven dat twee keer een gekwalificeerd advies is uitgebracht door het WOP Fascinatio en daarvan was in ieder geval hij niet op de hoogte. De heer EILANDER meent dat die adviezen aan het college waren gericht en niet aan de raad. De heer SPRUIT bevestigt dat, maar meent dat het wel een attentiesignaal is voor de raad dat er iets speelt met een initiatief dat is ingediend, of waarvoor plannen bestaan. Wethouder STRUIJVENBERG voegt eraan toe dat die gekwalificeerde adviezen ook op de LIS lijst hebben gestaan, zodat ze in die zin ook in bezit van de raad zijn gekomen. Mevrouw DEN ENGELSMAN merkt op dat sommige adviezen ook niet op die lijst komen. Zij verzoekt het college daarom de raad actief te informeren over de inhoud van een gekwalificeerd advies. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dat toe. Overigens heeft hij begrepen dat het ook in WOP-vergaderingen meerdere malen naar voren is gekomen. Of een ander geïnteresseerd is in de kavel, durft hij niet te zeggen. Op dit moment hebben in ieder geval geen anderen aangeklopt.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/676097

pagina: 22 van 22

De vraag van mevrouw Den Engelsman over de 400 kamers en de 15 woningen zou een wat technisch antwoord vergen. Hij zegt daarom toe daarop schriftelijk te zullen terugkomen. Wat publiekrechtelijk wordt geregeld betreft vooral APV-achtige zaken. Zaken daarbovenop, specifiek voor deze ontwikkeling, dienen, naar hij heeft begrepen, juist privaat rechtelijk te worden geregeld. De gemengde woonvorm is een idee waarover hij zijn gedachten nog niet heeft laten gaan, maar dat zou dan iets zijn wat hij mee terug zou moeten nemen. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als een bespreekstuk zal moeten worden geagendeerd voor de raad. 5. Rondvraag De heer GEISSLER memoreert dat iets meer dan een jaar geleden in de raad een discussie is gevoerd over Allsafe, waarin door de wethouder werd toegezegd dat gesprekken zouden worden gevoerd over verkeerskundige aspecten, maar ook over de uitstraling van het gebouw. Bij zijn weten is daarover nooit teruggekoppeld, vandaar dat hij benieuwd is naar de stand van zaken. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat op het gebied van het verkeer wordt gekeken naar een omkering van de rijmogelijkheid. Daarvoor is inmiddels een ontwerp aangeleverd en hij hoopt dat dat allemaal past met het verkeer dat er komt. Zo ja, dan kan de rijrichting worden aangepast en zal men in ieder geval af zijn van het opstellen van voertuigen over het fietspad.

Ten aanzien van de uitstraling is de mogelijkheid bekeken om de kleurstelling van het gebouw te veranderen, maar dat is niet gelukt. Nagegaan wordt nog wel of het gebouw iets meer aan het zicht kan worden onttrokken door het plaatsen van groen naast het gebouw en het toevoegen van bomen aan de overzijde van het gebouw, aan de singelzijde. Mevrouw DEN ENGELSMAN herinnert eraan dat de afgelopen week werd bericht dat de gemeenten de mogelijkheid krijgen 30% van hun nieuwbouwwoningen aan eigen inwoners toe te wijzen. Is het ook de bedoeling dit voor Capelle toe te passen, of moet daarvoor nog een motie of iets dergelijks worden ingediend? Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe daarmee graag aan de slag te gaan. Een motie hoeft daarvoor dus niet te worden ingediend. Overigens voegt hij eraan toe dat het deel dat niét met voorrang wordt toegewezen ook voor een groot deel bij de eigen inwoners terechtkomt. 6. Sluiting De VOORZITTER sluit te 23.52 uur de vergadering.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 januari 2022, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025947/1