CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.02 - Conceptverslag commissieSOB 13 september 2021

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 11 oktober 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer13.561 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

1

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 13 september 2021, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;

volksvertegenwoordigers :

mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw D. Badloe, raadslid CDA; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks

secretaris

:

de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;

portefeuillehouder

:

de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

de heer Laurens Plender (punt 6), projectmanager gebiedsontwikkeling;

notulist

de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).

:

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 6 personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet een ieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 21 juni 2021 (openbaar) Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 21 juni 2021 (besloten) Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 28 juni 2021 (openbaar) Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 28 juni 2021 (besloten) De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld., 3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Vermeeren over het onderwerp Meeuwensingel. Mevrouw VERMEEREN voert het woord namens de medezeggenschapsraad van de Montessorischool Capelle, gesteund door de MR van basisschool De Klimop en basisschool De Horizon. De zorgen van deze medezeggenschapsraden zijn eerder al in een brief geuit, waarop ook een reactie is gekomen. Live wil zij deze commissie naar aanleiding daarvan nog enkele opmerkingen meegeven. Ten eerste de verkeerdruk op piekmomenten. Grote druk is te verwachten bij de start- en eindtijd van de scholen. De reactie van het college daarop is dat de begin- en eindtijden geregeld dienen te worden en mogelijk gespreid kunnen zijn.

Om te beginnen merkt zij op dat dit niet een aangelegenheid is van de gemeente, maar van de scholen en dat wijzigingen echt door allerlei instanties moeten gaan voordat tot een oplossing kan worden gekomen. Dat staat een beetje los van het feit dat het echt megadruk is met 800 kinderen die op één klein plekje naar school gaan. Daarnaast meent zij dat het oplossen door de scholen een verkeerd uitgangspunt is. Door het gehele stedenbouwkundig plan worden het belang van de groene omgeving en veel aandacht voor de natuur in woord en beeld benadrukt. Het gebruik van auto’s neemt bovendien niet af door de tijdsblokken te verspreiden.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

2

Grotere zorgen nog bestaan over de speelruimten, die volgens de voorliggende plannen nog slechts een derde zouden beslaan van de huidige ruimte van de drie scholen gezamenlijk. De Montessorischool heeft recht op 1200 m2 aan speelruimte. Twee scholen erbij met ieder recht op 600 m2 speelruimte geeft een andere uitkomst dan in het verslag staat. In het antwoord lijkt gerekend te worden met de totale ruimte, inclusief het schoolgebouw in de nieuwe gebiedsvisie. Daarmee worden ook de fietsenstallen gerekend, kleine hoekjes en stroken rondom het gebouw waar geen toezicht mogelijk is en waar dus ook niet gespeeld kan worden. Aan de andere kant wordt in de gebiedsvisie een bestaande strook met speelruimte aan de Montessorischool weggehaald. Van de groenstrook wordt meer dan een meter afgehaald om er parkeerplaatsen van te maken. Bijkomstig is de ruimte, waar fantastisch gespeeld kan worden en wat echt heel veel nadruk van eenieder heeft, maar waarvan de speelruimte niet meegenomen wordt in het plein, maar wel constant benoemd wordt. Hier is toezicht echt lastig te geven. Het buiten spelen moet onderling in scholen gecoördineerd worden. Als het buiten spelen door 800 kinderen gespreid moet worden, moet om half negen begonnen worden met de eerste klas en is om 3 uur de laatste klas aan de beurt.

Al met al wil zij de commissie de zorg overbrengen over de door de gemeente voorgestelde situatie. Naar de mening van de medezeggenschapsraden wordt onvoldoende rekening gehouden met hun stem en met name het belang van de kinderen. Zij hebben recht op een school in een groene wijk waar ze veilig naartoe kunnen gaan en veilig kunnen spelen. Met dit plan schiet de gemeente tekort in haar verantwoordelijkheid voor de kinderen. De VOORZITTER nodigt de volgende inspreker uit het woord te voeren: de heer Wim Santing over het onderwerp coördinatieregeling Capelseweg-Bermweg. De heer SANTING stelt voor nog even te wachten met het doorgeleiden van genoemde coördinatieregeling naar de raad, want als de raad nu zou instemmen met dit verzoek van de ontwikkelaar zou de regie helemaal uit handen worden gegeven. Zorg er eerst voor dat het college uitvoering geeft aan de motie van Leefbaar Capelle, VVD en SGP van 15 maart jl., waarin het college onder meer wordt verzocht in gesprek te gaan met de eigenaren van de huidige kavel B6, om eventueel een integrale ontwikkeling mogelijk te maken. Naar hij heef begrepen zijn de gesprekken weliswaar gestart, maar nog niet afgerond, en wel omdat de gemeente volgens de eigenaren niet bereid zou zijn om tot een oplossing te komen voor B6.

Onderdeel van de motie is ook “te bezien aan welke opmerkingen en bezwaren die geuit zijn tijdens de hoorzitting van 7 januari 2021 alsnog tegemoet gekomen kan worden (zoals meer water en groen, parkeergelegenheid, plaats vuilcontainers), dit omdat aanpassing in de inrichting van het gebied door het verdwijnen van de bestemming bedrijfsactiviteiten deels mogelijk wordt”. Het is inmiddels zes maanden geleden en er is niks mee gedaan. Er ligt inmiddels een incomplete aanvraag voor een omgevingsvergunning, waarbij de kavelindeling van het gebied exact gelijk is aan de zogenaamde schets die onderdeel is van de anterieure overeenkomst die is gesloten in oktober 2020, dus voordat het aangepaste gebiedspaspoort in maart 2021 is aangenomen. Als op deze voet wordt doorgegaan, is aanpassing van de inrichting van het gebied zo meteen niet meer mogelijk, omdat de vergunning dan al is afgegeven. Ander onderdeel van de motie is “te onderzoeken of het mogelijk is om een doorzicht (polderlint) te creëren tussen de Bermweg en het Schollebos, langs de grens van het plangebied (B4, B5 en B6)”. Niks mee gedaan. Nogmaals: de indeling van het gebied is exact gelijk aan de zogenaamde schets die onderdeel is van de anterieure overeenkomst die al in oktober 2020 is gesloten, ver voordat het aangepaste gebiedspaspoort werd aangenomen in maart 2021.

Onderdeel van de motie is ook “te stimuleren bij de initiatiefnemer van het ontwikkelbedrijf dat omwonenden goed worden betrokken bij zowel de uitwerking van de bouwplannen als de herinrichting van B6”. Er zijn twee online-sessies geweest, waarbij vooraf de bekende kavelindeling werd opgestuurd waarop aanpassingen mochten worden voorgesteld. Ook daarmee is niks gedaan. In de eerste sessie kon je aanklikken welke kleur de schutting of de dakpan zou moeten hebben en in de tweede sessie werd de uitkomst van die enquête medegedeeld. Dat was het. Onderdeel van de motie is voorts “de raad en de omwonenden/betrokkenen over de voortgang van de aanpassingen op de hoogte te houden en erbij te betrekken”. Er zijn helemaal geen aanpassingen, de ontwikkelaar wil gewoon vrolijk doorgaan op de lijn die is ingezet. Waarom zou de raad dan nu al moeten instemmen met het toepassen van de coördinatieregeling? Laat men er eerst voor zorgen dat

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

3

de verzoeken die de raad op initiatief van Leefbaar Capelle, VVD en SGP heeft gedaan door het college serieus worden genomen. Hij vreest dat de coördinatieregeling alleen zal worden gebruikt om snel door te gaan en dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid. De VOORZITTER deelt mede dat de volgende drie insprekers willen inspreken over het onderwerp fietscorridor. Als eerste geeft zij het woord aan mevrouw Irini Dalphi namens het bestuur van het WOP ‘s-Gravenland. Mevrouw DALPHI spreekt als volgt: Zoals u hebt vernomen heeft het bestuur van WOP ’s-Gravenland met betrekking tot de plannen voor de fietscorridor eerder een gekwalificeerd advies uitgebracht. Aanleiding daarvoor was de onrust die is ontstaan bij bewoners van de Sibeliusweg en de Schubertstraat, de twee straten waar de meest ingrijpende wijzigingen in de bestaande wegindeling zouden worden gerealiseerd. Bij de bewoners van de Sibeliusweg bestond een sterke wens om het fietspad aan beide zijden van de autoweg te behouden. Uit het conceptbesluit blijkt dat de wensen/voorkeuren van de bewoners zijn overgenomen. Met betrekking tot de Schubertstraat is de situatie wat ingewikkelder. Er was (en is) bij de bewoners van deze straat veel onrust en onvrede over de voorgenomen wijzigingen. Het gaat dan met name om de wijzigingen van de parkeerplaatsen aan de zuidzijde van de Schubertstraat.

Daar is nu sprake van haaksparkeren en in het plan is voorzien in langsparkeren) en daarnaast bestaat het voornemen om de straat te asfalteren. Bewoners vrezen dat deze voorgenomen wijzigingen leiden tot een verslechtering van de leefbaarheid van de straat. Men vreest ook een toename van onveilige situaties door te hard rijdende brommers, die – in elk geval in de beleving van de bewoners – door het asfaltwegdek alleen maar meer gestimuleerd zullen worden om te hard te gaan rijden. Vanwege de in de visie van het WOP toch gegronde bezwaren van de bewoners, heeft het bestuur van het WOP eerder gekwalificeerd advies uitgebracht, waar met name ook veel aandacht voor dit punt (het asfalt) is gevraagd. Dit heeft geleid tot een goed gesprek op 24 augustus jl. met wethouder Struijvenberg en de projectleider van de gemeente. Daarbij is gesproken over een alternatief, te weten het toepassen van asfalt met ‘streetprint’, zoals dat ook op de Rivierweg is toegepast. In de visie van het WOP is het toepassen van asfalt met ‘streetprint’ een goed alternatief, dat tegemoetkomt aan de wensen van de gemeente, maar ook aan de bezwaren van de bewoners. Het ‘streetprint- asfalt, zoals dat op de Rivierweg is toegepast, is eigenlijk niet van gewone klinkers te onderscheiden.

Op die manier kan het door de gemeente gewenste comfort van asfalt aan de fietsers geboden worden, terwijl de uitstraling van een klinkerstraat in een woonwijk behouden blijft. Omdat het ‘streetprint’-asfalt niet van echte klinkers te onderscheiden is en vanwege de extra verkeersdrempel, specifiek bedoeld voor het remmen van brommers, zoals in het principebesluit is voorzien, kunnen wij ons voorstellen dat met het gepresenteerde plan ook tegemoetgekomen wordt aan de door de bewoners geuite vrees dat brommers nog harder gaan rijden. Het is om voornoemde redenen dat het WOP ’s-Gravenland aanleiding ziet om haar eerder uitgebrachte gekwalificeerde advies aan te passen, althans aan te vullen, door te adviseren om, voor zover besloten wordt tot het asfalteren van de Schubertstraat, geen gebruik te maken van echt asfalt, maar van asfalt met niet van echte klinkers te onderscheiden ‘streetprint’. De VOORZITTER nodigt de heer Diederik uit zich tot de commissie te richten. De heer DIEDERIK merkt op dat het vandaag mede gaat over het snelfietspad in ’s-Gravenland. Een bestaande fietsroute moet voor circa 2 miljoen euro worden vormgegeven tot een fietssnelweg, om op het drukste uur van de dag circa 110 personenauto’s minder over de Algeracorridor te laten rijden.

Let wel: er zijn op de Algeracorridor circa 45.000 voertuigbewegingen per dag, waarvan 5.000 vrachtauto’s.110 personenauto’s op het drukste uur minder op een totaal van 45.000 voertuigbewegingen is een verbetering van slechts een percentage achter de komma, en dat voor 2 miljoen euro! Ja, het WOP ’s-Gravenland heeft een gekwalificeerd advies uitgebracht waaruit je zou kunnen afleiden dat de wijk voor een snelfietspad door de wijk is, maar dat is zijns inziens iets geheel anders. Er wonen natuurlijk veel meer bewoners in ’s-Gravenland dan alleen in de genoemde straten. Lokaal fietsende kinderen van en naar school, of bewoners onderweg naar of van winkelcentrum ’s-Gravenland of naar huisarts of apotheek, zullen door Krimpense e-bike- en leenscooterpiraten, waarvoor per minuut moet worden betaald, zodat er altijd gejaagd van A naar B zal worden gereden, door de straten heen racen.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

4

Gevaarlijke situaties zullen daardoor ontstaan. Automobilisten zullen zeker in de donkere maanden zo’n wegpiraat makkelijk over het hoofd zien. Een snelfietspad hoort niet door een woonwijk te gaan, maar eromheen. Zijn gedachte is dat dit alles eigenlijk gaat om een solidariteitskwestie. In welke mate moeten Capellenaren bereid zijn om nadeel te ondervinden van de ontsluitingsuitdagingen die polder Krimpenerwaard heeft? De gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard hebben de afgelopen 50+ jaar hun leefomgeving opengesteld voor zware en vervuilende industrie. De industriezone Stormpolder is hiervan een voorbeeld. Daar staan bedrijven die men niet in Capelle zou willen. Ook hebben zij vele transportbedrijven die de polder slechts als parkeerplaats gebruiken om bijvoorbeeld vlot van en naar Europoort te rijden. ’s Morgens vroeg worden Capellenaren door dit vrachtverkeer wakker, om ’s avonds weer overlast te ervaren als men over de corridor de Algerabrug over dendert om in de polder te parkeren. Wil Capelle de nadelen van de geluidsoverlast en stankoverlast en aantasting van de gezondheid door al het verkeer van en naar de polder Krimpenerwaard in huis halen, omdat zij aan de overkant van de rivier tot op de dag van vandaag planologische fouten maken? Zij een ontsluitingsprobleem en Capelle een milieuprobleem? Solidariteit kent z’n grenzen.

Ja, iedereen had graag samen met de polder Krimpenerwaard gezien dat er een tweede oeververbinding zou komen, bijvoorbeeld richting Ridderster, maar dit is ondanks een gezamenlijke lobby niet gelukt. De vraag is of deze landelijke politieke afwijzing de Capellenaren moet verhinderen hun eigen ambities waar te maken. Onlangs is een concept van de Capelse visie op het jaar 2040 opgesteld. Daarin stelt Capelle onder meer te willen vergroenen en de bewoners van Capelle meer in contact te willen brengen met de IJssel. Deze vergroenings- en verblauwingsvisie voorzag dus niet in het creëren van een soort Kleinpolderplein midden in de gemeente. Er moeten dus geen viaducten, fly-overs en rijbaanverbredingen op de Algeracorridor of snelfietspaden door de woonwijken heen worden aangelegd. Als de Algerabrug vierbaans wordt, gaat het fietspad weg. Misschien wordt de aan te leggen fietsbrug dan wel de enige fietsverbinding; wie zal het zeggen? Krimpenaren zullen dan fietsen naar het metrostation Koperwiek, of het metrostation Slotlaan en dus niét naar het metrostation Capelsebrug. Dan is de 2 miljoen euro voor het snelfietspad als zogenaamde kortetermijnaanpak weggegooid geld, omdat de langetermijnaanpak er niet op aansluit. Ten slotte geeft spreker de commissie nog een paar tips mee. 1. Er is momenteel best veel ongenoegen onder de bewoners.

Misschien kan eens persoonlijk met hen in gesprek worden gegaan. 2. Houd de korte- en langetermijnmaatregelen in de besluitvorming bij elkaar. Deze zijn nu losgekoppeld en daar komen ongelukken van. 3. Neem de Capelse Stadsvisie 2040 als uitgangspunt. Capelle wil vergroenen en verblauwen. Daarbij past niet het faciliteren van vervuilende industrie en wegtransport en een soort Kleinpolderplein. 4. Geen snelfietspad door de wijk ’s-Gravenland, wel langs de N210, van het Capelseplein langs metrostation Capelsebrug naar Kralingseplein, waar het kan aansluiten op het bestaande fietspad naar de Maasboulevard, en die dan gelijk 5000 tot 6000 woningen van het Nieuwe Rivium gaat ontsluiten. Daar hebben niet alleen Krimpenaren, maar ook Capellenaren en Nieuwerkerkers wat aan. 5. Maak van de Nijverheidsstraat en de IJsseldijk een fietsstraat en laat in de geest van Capelle 2040 bewoners en toeristen genieten van de dijk en de rivier. Voor dit project heeft de provincie ZuidHolland al 4 miljoen euro beschikbaar. 6. Dring aan op het verruimen van de scope van het MIRT-proces. Daarin moet komen te staan dat ook wordt onderzocht wat de polder Krimpenerwaard nu zelf fysiek en bestuurlijk kan doen om de ontsluiting te verbeteren en de overlast van zwaar vrachtverkeer te beperken.

Het zal sommigen misschien verbazen, maar de huidige scope beperkt zich slechts tot infrastructurele aanpassingen op de Algeracorridor in Capelle. 7. Ga ook in gesprek met Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel en wijs hen op hun eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden. Ze hebben daar bijvoorbeeld zes veerverbindingen die ze kunnen verbeteren, zoals het toestaan van zwaar vrachtverkeer dat bijvoorbeeld in de richting van Europoort of Duitsland moet rijden. Dat ontlast de Algeracorridor. Zij kunnen overlastgevende industrie helpen verhuizen. Vele bedrijven zullen daar gelukkig mee zijn, omdat die ook inzien dat in de polder blijven op lange termijn geen optie is.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

5

8. Ga gezamenlijk weer bij de landelijke overheid lobbyen voor een tweede oeververbinding. Er komt nu een nieuwe regering en een nieuwe minister zonder relatie met de wethouder van Rotterdam, dus nieuwe ronde met nieuwe kansen. De VOORZITTER doet ten slotte voorlezing van de bijdrage van mevrouw Van der Spek, die zelf niet aanwezig kan zijn: “Geachte aanwezigen. Helaas kan ik vanwege gezondheidsproblemen binnen ons gezin vandaag niet zelf inspreken. Dank aan degene die mijn bijdrage aangaande de fietscorridor AlgerabrugCapelsebrug, specifiek het gedeelte Schubertstraat, voordraagt. Eind 2020 krijgen wij een uitnodiging van de gemeente toegestuurd voor een informatieavond over de corridor. In deze uitnodiging staat dat de corridor bestaat uit “bestaande fietspaden die we verbeteren zodat fietsers zichzelf SNEL, makkelijk en veilig van a naar b kunnen verplaatsen”. Tijdens de informatieavond van januari 2021 wordt verteld dat er één lint (heen- en terugweg) voor fietsers moet ontstaan, waarbij 38 seconden snelheidswinst valt te behalen. In documentatie van de MIRT wordt geschreven over om en nabij 750 meer fietsbewegingen, dit gebaseerd op enorm hoge inschattingen van aantallen fietsers die dit tracé zouden gebruiken. Bij het opstellen van de plannen is in 2020 met geen enkele bewoner aan het traject gesproken, slechts met “enkele fietsers”.

Tijdens de informatieavond van februari 2021 wordt bewoners van de Schubertstraat te kennen gegeven dat het (kort samengevat) eigenlijk al besloten is en bewoners alleen mee kunnen denken in alternatieven. Later wordt duidelijk dat er wel degelijk nog een collegebesluit genomen dient te worden. Geuite zorgen omtrent de veiligheid worden in eerste aanleg, zoals het op menig bewoner is overgekomen, niet serieus genomen. Het niet fysiek kunnen deelnemen aan dit soort bijeenkomsten is in coronatijd zeker een gemis. Ik denk dat de informatieavonden dan anders waren verlopen. De afgelopen maanden lijken de initiële doelstellingen (meer fietsers en sneller fietsen) opeens als sneeuw voor de zon verdwenen. Inmiddels weten we dat het aantal huidige fietsers veel lager ligt, na de nieuwe fietsmetingen. Bovendien buigen veel fietsers die vanaf Capelsebrug komen al af nog vóór of bij de Brahmsstraat. Deze fietsers gaan helemaal niet richting de Algerabrug. De 750 meer fietsbewegingen worden nooit gehaald, nu is de doelstelling kennelijk opeens 110 minder auto's op een totaal van 45.000 (!) op het traject (waarbij als het regent de mensen uiteraard gewoon weer de auto zullen gebruiken).

Dit is omgerekend een afname van maar liefst 0,24%! Auto's rijden al amper door de Schubertstraat, de fietser heeft reeds aardig wat ruimte en neemt deze ook, laat staan de ruimte die menig bromfietser/scooter zichzelf reeds toe-eigent. En met de ingebruikname van de nieuwe deelscooters van Krimpen aan den IJssel komen er kennelijk nog meer scooters voorbij met haast (aangezien ze betalen naar gebruik). Gezien de wijzigingen in de plannen voor de Sibeliusweg, vervalt óók dat het tracé voor de heen- en terugweg één lang lint voor de fietsers moet worden (met daarbij de aanname van 38 seconden snelheidswinst). 36 van de 41 huishoudens (!) aan de Schubertstraat ondertekenen een zeer kritische brief met zorgen over de beoogde wijzigingen in een woonwijk/woonerf. De wethouder komt op locatie kijken en het WOP komt uiteindelijk met een door henzelf opgesteld gekwalificeerd advies met alternatieven. Na veel geuite zorgen omtrent het weghalen van de verkeersdrempels, komen deze in de nieuwe tekeningen godzijdank terug.

De vraag die mij nu eigenlijk al maanden bezighoudt en waar ik naar mijn mening nog steeds geen goed onderbouwd antwoord op heb gekregen: waarom zou je dit doen, en waarom zou je hier een bedrag aan besteden van bijna 2 miljoen euro? Het fietspad bestaat feitelijk gezien al, er zijn alternatieven aangedragen voor een goede besteding van dit bedrag, maar het lijkt alsof dit koste wat het kost door moet gaan. Gaat het daadwerkelijk om één mooie doorgetrokken lijn op Google Maps? Oproep aan het college, de commissie en de wethouder: bezint eer ge begint, het blijft immers wel belastinggeld, uit welk potje het ook mag komen! En luister alstublieft naar de opmerkingen en suggesties van de bewoners zelf. Met vriendelijke groet, Caroline van der Spek en Roland Roth, bewoners Schubertstraat.” 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

6

5. Corona De heer VLOT informeert of al iets te melden is over het werven van vrijwilligers voor het uitbreiden van de buurtbus. Wethouder STRUIJVENBERG deelt mede dat het daarvoor nog te vroeg dag is. 6. Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Meeuwensingel De heer EILANDER betuigt namens de ChristenUnie instemming met het stedenbouwkundig plan. Behalve over het schoolplein maakt de fractie zich enige zorgen over het groen, en met name de vier gebieden en de koppeling daarvan. Van het schoolplein, het park, de hof en de tuin is volgens hem alleen het park echt openbaar gebied. De hof en de tuin zijn bij zijn weten alleen voor de direct omwonenden toegankelijk. Klopt dat? Zo ja, is er dan nog wat te maken van het water dat de verbinding vormt tussen al die gedeelten, ook voor mensen die daar verblijven en misschien anders dan bewoners iets meer kunnen genieten dan alleen van het park, maar ook even het stukje verder? Een daktuin is misschien best lastig, maar hij zoekt wel naar iets meer groene invulling in het gebied voor de algemene gebruiker. De heer OUDSHOORN stelt vast dat de afstand van 10,2 meter tussen het water en de bebouwing weliswaar minder is dan het gebiedspaspoort voorschrijft, maar dat het totale aantal vierkante meters groen in het plan wel gelijk blijft.

Hierdoor hoeven minder parkeerplekken in het openbare gebied gerealiseerd te worden, zoals het plan voorschrijft. Dat is positief te noemen, zeker ook omdat omwonenden zorgen hebben geuit over voldoende parkeergelegenheid. Op deze manier lijkt zich dat op te lossen. Klopt het dat er op deze manier minder of geen parkeerruimte gebruikt hoeft te worden buiten het ontwikkelgebied? Door belanghebbenden zijn vragen gesteld over verkeersdrukte en veiligheid en ook door de inspreker is daarvoor zojuist aandacht gevraagd. Het is goed te merken dat goed geluisterd is naar deze vragen en meteen een extra onderzoek is aangekondigd om de juiste keuze te kunnen maken. Door belanghebbenden is ook enige zorg geuit over de grootte en de inpassing van het toekomstige schoolplein voor de drie scholen. In de stukken is aangegeven dat alles in samenspraak gaat met de scholen en dat ook de kinderen en de omwonenden er inspraak in krijgen. Dat is belangrijk, want op die manier kan goed geparticipeerd worden. Is de wethouder ook bereid voor de scholen te kijken naar wat minder voor de hand liggende oplossingen? Zo worden zorgen geuit over de fietsenstalling op het plein en over de hoeveelheid groen.

Is de wethouder ook bereid na te denken over het realiseren van een schoolgebouw waar een inpandige fietsenstalling, of eventueel een beloopbare daktuin of iets dergelijks, op een veilige manier kan worden ingepast? De vraag blijft staan of de schoolpleingrootte voldoende is. In de stukken staat weliswaar dat ruim wordt voldaan aan de eisen ter zake, maar zojuist is aangegeven dat het maar een derde is van de huidige schoolpleingrootte voor de drie scholen. Hij verzoekt de wethouder daarop nog even in te gaan. Door een belangstellende is de vraag gesteld of een bewonerscommissie zou kunnen worden samengesteld. Het lijkt hem een interessante werkwijze, die zeker de aanbeveling krijgt van de SGP. Kan de wethouder dit op haalbaarheid inschatten en eventueel toepassen? De heer VAN LOEF kondigt aan over een viertal onderwerpen vragen te willen stellen: de onderwijshuisvesting, verkeer, financiën en de overeenkomst. In aanvulling op de bijdrage van mevrouw Vermeeren stelt hij de principiële vraag waarom gekozen wordt voor het combineren van drie scholen. Wat betekent dat voor de identiteit? Zelf heeft hij ervaren dat het niet altijd even simpel is om in één gebouw te gaan zitten en dat het vaak aanleiding geeft tot veel discussie.

En praktisch: gaan al die kinderen straks tegelijk naar buiten, of niet? Zeker in relatie tot het gefaseerd halen en brengen, wat blijkbaar de bedoeling is, vreest hij dat het een chaos zal worden als kinderen les hebben, terwijl er wellicht tegelijkertijd buiten wordt gespeeld. Een volgende vraag betreft het fenomeen kiss & ride. Het hele stuk ademt juist uit dat kinderen meer gestimuleerd moeten worden om te gaan fietsen. Als dat echt de bedoeling is, waarom wordt dan gekozen voor zo’n kiss & ride-zone?

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

7

Een school heeft recht op een schoolplein van minimaal 600 m2. Op basis daarvan kan heel simpel worden uitgerekend op hoeveel het totaal uitkomt. Wellicht biedt het omliggende groen nog mogelijkheden om daar naar uit te wijken, maar dat verneemt hij graag van de wethouder. Het hele stuk ademt uit dat de verkeersdruk alleen maar toeneemt. Ter zake ligt nog een onderzoek in het verschiet. Wat dat betreft heeft hij een bijzondere passage aangetroffen, namelijk: “Het verkeersonderzoek houdt rekening met ruimtelijke ontwikkelingen”. Volgens hem moet dat precies andersom zijn. Met betrekking tot de financiën heeft hij uit het raadsvoorstel begrepen dat er een tekort zit op de grex. Is dat juist en, zo ja, loopt dat tekort niet verder op als voor de onderwijshuisvesting indexering wordt toegepast en rekening moet worden gehouden met oplopende bouwkosten? Ten slotte is hij benieuwd of al iets meer te vertellen valt over de overeenkomst. Mevrouw KING-DE HOOG maakt een compliment voor het mooie plan, waarmee Leefbaar Capelle dan ook van harte instemt. Dat neemt niet weg dat de fractie ook nog enkele vragen heeft, mede ingegeven door de inspreekster zo-even.

Het allerbelangrijkste in zo’n wijk is dat de veiligheid voor de schoolgaande kinderen wordt gegarandeerd en hoe zal dat gestalte krijgen met deze grootte, die op zichzelf hartstikke fijn is? Op het kaartje waarop het schoolplein is ingetekend, is daarachter aangegeven ‘park en spelen’. Is het de bedoeling dat ook de kinderen daar gaan spelen, of blijft dat beperkt tot het schoolpleintje? En hoe zal de veiligheid op dit enorm drukke stuk gegarandeerd worden als de kinderen naar school gaan, die tegenwoordig bijna allemaal met de auto worden gebracht? De zienswijzen betreffen de mobiliteit en de hoogte van de panden. Over die hoogte bestaat wat haar betreft nog onduidelijkheid. Worden het zes lagen aan de voorkant, of wordt het een hoge toren? Benieuwd is zij voorts hoe en in welke frequentie de gesprekken met de stakeholders verlopen en hoe de participatie zal worden aangepakt. Het is belangrijk dat iedereen z’n zegje kan doen. In het derde appartement, dat van Havensteder wordt, zal sociale huur worden ondergebracht. Hoeveel sociale huur wordt dat precies? De kringloopwinkel is volgens haar nu weg in het plan. Wat gaat daarmee gebeuren? Aan de voorkant van het schoolplein waar de scholen komen staat ook nog een gebouwtje, het Huis van de wijk. Zij wil graag weten wat daarmee gaat gebeuren.

De heer HARINCK sluit zich aan bij de vragen die door de heer Van Loef en mevrouw King zijn gesteld. Allereerst vraagt hij aandacht voor het verkeer. Met een aantal van 800 kinderen zijn per dag zo’n 250 auto’s per keer te verwachten die kinderen komen brengen of halen en bij slecht weer waarschijnlijk een verdubbeling. Dat dreigt een aardige verkeersopstopping te worden in die straatjes. Daarom heeft het CDA al eerder een appel gedaan in de raad om het fietsen van en naar school te stimuleren. Kan daar in de plannen rekening mee worden gehouden? Mevrouw King refereerde zojuist aan het omineuze hoogteaccent dat telkens in de plannen terugkeert. In de stukken heeft hij gelezen dat het accent boven zes lagen slank en rank zal zijn. Je spreekt dan een beetje over een hoedje, want het wordt daar volgens hem maximaal tien verdiepingen hoog. Kan de wethouder bevestigen dat die maximaal tien echt gehandhaafd wordt? Zoals het er nu staat, suggereert het dat er meer verdiepingen zullen komen. In de afgelopen coronaperiode is gebleken dat buitenruimte bij instellingen heel plezierig is, om gasten te kunnen blijven ontvangen. Is het ook mogelijk om het Huis van de wijk een buitenruimte te geven? Het hof en het park zijn beide redelijk massief in naam, maar blijkens de tekening zullen het eerder een hofje en een parkje worden.

Hij vraagt zich in gemoede af hoe aan zo’n klein veldje enige uitstraling kan worden gegeven in de buurt van een schoolplein. Het is prima dat er groen is, maar noem het dan ook gewoon zoals het is, namelijk een trapveld. Als er toch iets moet gebeuren dat meer in de borders zit, betrek er dan de stadsecoloog bij. De tuin van de bewoners en de hof zijn private gebieden. Volgens het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan worden daar natuurlijke grenzen aangelegd, dus natuurlijke overgangen. Met 800 kinderen is zo’n overgang volgens hem geen lang leven beschoren. Hoe kan voorkomen worden dat de bewoners daar stalen hekken gaan plaatsen met deuren erin en sloten erop? Ten slotte het schoolplein. De schooltijdenbesluiten zijn natuurlijk niet aan de gemeente. Hoe ziet de wethouder dan precies de beïnvloeding van die schoolbesturen, of directies, om die tijden aan te pas-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

8

sen? Zonder tijdsaanpassing zal het volgens hem een heel lastige situatie worden, zowel voor het verkeer als voor de pauzetijden. De heer TIESMA zegt zich bij de meeste vragen te kunnen aansluiten. Iets wat nog niet ter sprake is gekomen, is de herinrichting van de Meeuwensingel. Aanvankelijk was die buiten beschouwing gelaten, maar naar hij heeft begrepen nu niet meer. Wat betekent het voor de herinrichting van de Meeuwensingel nu er een parkeeruitgang bij komt? Wat betekent dat voor de fietsers en hoe moeten de automobilisten bijvoorbeeld richting de Rivierweg invoegen bij drukte? Als de inrichting van de Meeuwensingel anders moet, betekent dat dan dat er ook iets aan het plan zelf moet gebeuren, bij de entrees van de garage, of bij de straat, en wat zou zo’n aanpassing kosten? De herinrichting van de Meeuwensingel kan niet los worden gezien van dit plan, omdat dit plan echt invloed heeft op de automobilisten en de fietsers die de Meeuwensingel op moeten. Mevrouw WEEMHOFF merkt op dat de kern gaat over de zes meter, die geen 12,5 meter wordt, maar 10,2 meter. Gisteren is ze er maar eens even langs gefietst. Er is daar een strook langs de singel en daarnaast staat een hoog gebouw, dat straks nog vele malen hoger wordt, waardoor het smalle effect volgens haar nog veel sterker wordt.

De ambitie formuleert het heel positief als een wandelroute langs de singel, maar zij zou er wel eens een maquette van willen zien. Het stuk levert nog heel veel vragen en losse eindjes op. Er zou deze zomer ook nog een verkeersonderzoek plaatsvinden, maar daarover heeft zij niets meer kunnen terugvinden. Zij wacht met belangstelling de reactie van de wethouder af. De heer RAADSEN neemt aan dat aan het maken van dit plan goede bedoelingen ten grondslag lagen en dat gepoogd is aan allerlei wensen tegemoet te komen, maar hij moet vaststellen dat er nog aanzienlijke problemen zijn. Hij is bepaald geschrokken van de bezwaren die naar voren zijn gebracht door de inspreekster namens de scholen. Hij vraagt zich af hoe dat mogelijk is en welk overleg er dan met die scholen is geweest. Wat door de vorige sprekers naar voren is gebracht over het speelplein en het hele gedoe met het autoverkeer dat al die kinderen moet komen brengen, gaat hij niet meer herhalen, maar het zou in ieder geval goed zijn als daarover eens heel anders zou worden nagedacht. Het lijkt er nu op dat hier een fout wordt gemaakt die hij wel vaker ziet, namelijk dat men te veel wil. Het wordt veel te dicht, maar die dichtheid wordt nooit uitgerekend of benoemd en daardoor wordt ze niet echt zichtbaar of bespreekbaar. De wethouder verzoekt hij in te gaan op twee vragen.

Hoe is het gegaan met het overleg met de scholen? Kan er wat meer worden uitgerekend over de dichtheid, zodat men wat meer beeld krijgt van wat het daar gaat worden? Per slot van rekening woont men hier in Capelle en niet in het centrum van een wereldstad. De heer VLOT meent dat hier sprake is van een soort analogie met de Florabuurt, ook al zijn in het geval van de Florabuurt bijna 300 bezwaren ingediend en hier minder. Het gaat echter wel om hetzelfde: klopt het wel met de berekening van die groene ruimte, wat te doen met de verkeersdruk en is de hoogte van de gebouwen wel noodzakelijk op die plek? Met name het schuiven met de ruimte en de groenstroken is eigenlijk schuiven ten behoeve van het parkeren en aangezien het verkeersonderzoek nog niet eens heeft plaatsgevonden, lijkt hem dat een beetje prematuur. De hamvraag ligt voor hem natuurlijk bij de sociale component. Hij heeft begrepen dat er 25 woningen gerealiseerd zouden kunnen worden als sociale woningbouw. Van de wethouder wil hij graag vernemen of dat inderdaad gaat gebeuren, of dat ook hier uiteindelijk gebouwd zal worden naar de portemonnee van de ontwikkelaar in plaats van naar de portemonnee van de Capellenaar.

Wat de inspreekster al benadrukte, en wat hij benoemt als een analogie met de Florabuurt, is de openbare ruimte ook ten behoeve van de scholen, met de daarbij behorende ruimte die nodig is voor zo’n school en waar ze recht op hebben. Dat is een vraag die ook bij hem opkwam. Binnen het beeldkwaliteitsplan is het logisch, want de spiegel is natuurlijk: nu er een heel nieuwe hoofdbuurt komt, moet er aan de andere kant van die weg natuurlijk ook zo’n heel mooi wijkje komen. Als het nog een keer wordt afgezet tegen de Florabuurt, zijn die 175 woningen misschien nog wel een grotere druk op de bestaande buurt dan dat er uiteindelijk 205 in de Florabuurt worden neergezet. Als dan niet gestuurd kan worden op die verkeersdruk, is dat natuurlijk wel heel wrang voor de bestaande wijk. Omdat nu vooruit wordt gelopen op een definitief besluit, vraagt hij de wethouder of deze niet wil overwe-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

9

gen dat te temporiseren, nogmaals in gesprek te gaan met de stakeholders en te kijken naar de hier ook ter sprake gebrachte bezwaren, of misschien wel tekortkomingen in het hele plan. Als de verkeersdruk uiteindelijk niet beheersbaar blijkt, wat kan dan worden gedaan met de scholen? Maar er zijn natuurlijk nog meer voorzieningen in de buurt en in hoeverre kunnen die nog aanspraak maken op parkeerruimte of op het bereikbaar blijven? Schorsing (20.58 – 20.20 uur). Wethouder STRUIJVENBERG verzoekt de heer Plender voorafgaande aan zijn beantwoording aan de hand van lichtbeelden een impressie te geven van het stedenbouwkundig plan. De heer PLENDER licht toe dat hij als projectleider van het project Meeuwensingel de afgelopen twee jaar hierin zijn ziel en zaligheid heeft gelegd. Het project is begonnen met een overleg met de drie schoolbesturen, waarin is nagegaan hoe gekomen zou kunnen worden tot een stedenbouwkundig plan waarbinnen een gebouw zou kunnen worden gerealiseerd dat voldoet aan de eisen van de drie schoolbesturen. Er zijn verschillende modellen gemaakt, waarvan er uiteindelijk één door de schoolbesturen is gekozen, dat is geabstraheerd in de voorliggende projectie.

Belangrijk was aan de ene kant flexibiliteit: het gebouw moest zo worden ingericht dat, mocht de ene school groeien en de andere krimpen, gebruik kon worden gemaakt van die ruimte, zodat men niet met leegstand zou blijven zitten. Aan de andere kant moest rekening worden gehouden met de eis van de schoolbesturen tot behoud van de eigen identiteit, wat is vormgegeven door alle scholen op z’n minst één eigen entree. te geven. De buitenruimte is naast het gebouw, tussen de gebouwen en mogelijk ook op het dak bedacht. Op maaiveld zou op het plot van de scholen op circa 1200 m2 worden uitgekomen en op het dak zou nog eens 1200 m2 gerealiseerd kunnen worden. Daarbij wordt uitgegaan van een urbane school en niet van een suburbane school. In de regio, en ook in Rotterdam, zijn daarvan goede voorbeelden te vinden. Het park, in het stuk als ‘park en spelen’ aangeduid, is in principe een plek waarvan de scholen tijdens schooltijd gebruik kunnen maken. Voor de kinderen wordt het zodanig ingericht dat ze er op een veilige en fijne manier kunnen spelen. Buiten de schooltijden moet het ook gebruikt kunnen worden als park, ook door kinderen uit de buurt. Uiteindelijk komt de totale buitenruimte daarmee uit op circa 3600 m2, waarmee ruim binnen de norm van de Verordening onderwijshuisvesting wordt gebleven, die op basis van de leerlingenaantallen in de werkprognoses op 1600 m2 is bepaald.

Daarnaast staan de schoolbesturen open voor de suggestie om de speeltijden wat te spreiden. Mevrouw WEEMHOFF merkt op dat de normen die zijn genoemd voor de buitenruimte niet zijn terug te vinden in de verordening van 2015, terwijl in de bijlagen bij de bespreekstukken voor de verordening 2021 het aanvullen van deze normen niet specifiek werd benoemd. De heer PLENDER zegt toe dat daarop schriftelijk zal worden teruggekomen. Wat hij er nu wel over kan zeggen is dat de normen die gehanteerd worden overeenkomen met de landelijke normen. De heer RAADSEN begrijpt dat de buitenruimte van 1225 m2 op het maaiveld is samengesteld uit een aantal reststukjes (groene vlakjes op de projectie), die bij elkaar beschouwd worden als een speelplaats. Formeel mag daarmee worden voldaan aan het begrip ‘buitenruimte’, maar de stukken die zijn aangeduid als C en D en de ruimte op het dak (B) geven hem niet het gevoel van een buitenruimte. De heer PLENDER verzekert dat op de vierkante meters op het dak een mooie sportvoorziening kan worden aangelegd. Bij de stukken C en D wordt het inderdaad wat smaller, maar ook momenteel worden die gebruikt als speelruimte voor kinderen. Overigens zal de definitieve inrichting van de buitenruimte nog via een uitgebreid participatietraject met schoolkinderen, buurtkinderen, bewoners en leerkrachten vorm worden gegeven.

Wethouder STRUIJVENBERG zegt de heer Plender dank voor diens uitleg en hoopt dat daarmee alvast een aantal vragen naar tevredenheid is beantwoord. Naar aanleiding van de opmerkingen die zijn gemaakt over de schoolpleinen is al toegelicht dat de norm is gevolgd die daarvoor is bepaald in het onderwijshuisvestingsbeleid. In de huidige situatie hebben de scholen een stuk meer. Ook in de nieuwe situatie is dat nog altijd het geval, zij het minder dan nu. Ter zake is overigens nog een hoop uit te werken. Of het schoolplein ook buiten schooltijden open zal zijn is iets wat nog besproken zal moeten worden met de scholen.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

10

Aan het adres van de heer Oudshoorn, die vroeg of de afstand van 10,2 meter zal leiden tot minder gebruik van parkeerplaatsen buiten het ontwikkelgebied, merkt hij op dat het zal leiden tot het beter inpasbaar maken, en dus meer groen, in het ontwikkelgebied. De heer OUDSHOORN vraagt of de norm voor het aantal parkeerruimten dat nodig is voor het ontwikkelgebied volledig in het ontwikkelgebied zit, of dat door het ontwikkelen ook parkeerruimte buiten het gebied nodig is. Met andere woorden: is het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd wordt in het ontwikkelgebied voldoende voor de ontwikkeling? Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat ook de openbare parkeerplaatsen meetellen in de parkeernormberekening. De heer PLENDER voegt eraan toe dat voldaan wordt aan de eis die het programma creëert, uitgezonderd twee momenten: in de ochtend is er een tekort van 18 parkeerplekken en ’s middags, als de scholen sluiten, een tekort van 8 parkeerplekken. Dat kan worden verminderd door de openings- en sluitingstijden enigszins te spreiden, bijvoorbeeld een kwartiertje verschil per school. De schoolbesturen staan daar positief tegenover. Daarbij komt dat in de aanpalende wijk een restcapaciteit bestaat van 74 parkeerplekken. Wethouder STRUIJVENBERG steunt de oproep van de SGP om creativiteit te betrachten met zaken als een inpandige fietsenstalling en de daktuin.

Het combineren van scholen, om dubbele ruimten te voorkomen en scholen mee te kunnen laten ademen, is ook als uitgangspunt opgenomen in het onderwijshuisvestingsbeleid. In dit geval kunnen ook de schoolbesturen ermee akkoord gaan. De heer VAN LOEF zegt alleen maar te kunnen hopen dat het allemaal in pais en vree gaat. Zijn ervaringen hebben hem helaas geleerd dat het de eerste paar jaar misschien nog wel lukt, maar dat er vervolgens de klad in komt en de samenwerking helemaal niet meer zo soepel verloopt. Wethouder STRUIJVENBERG repliceert dat hier wordt uitgewerkt wat in het gebiedspaspoort past, met één uitzondering, die ook nadrukkelijk onder de aandacht wordt gebracht. Een eerder genomen besluit van deze gemeenteraad neemt hij als vertrekpunt voor de invulling daarvan. Het wel of niet aanleggen van een kiss & ride-zone is nog onderwerp van gesprek, maar het hoeft overigens de schoolzone niet te bijten. Het verkeersonderzoek houdt inderdaad rekening met de ruimtelijke ontwikkelingen, d.w.z. dat dit plan niet op zichzelf wordt bekeken, maar in relatie met andere plannen. Het onderzoek is op een haar na gevild en zal waarschijnlijk nog vóór de raadsvergadering verschijnen. Op vragen over de grex kan hij niet ingaan, omdat het vertrouwelijke informatie betreft.

Mevrouw King bevestigt hij dat de kinderen ook buiten het schoolplein kunnen spelen, zij het uiteraard met afstemming van de tijden, enz. Het zou mooi zijn als de ruimte zo op een goede manier kan worden gebruikt. Over de verkeersdrukte zal nog een rapport verschijnen, maar het is uiteraard al wel onderwerp van gesprek, zoals bijvoorbeeld ook de mogelijkheid van verschillende begin- en eindtijden. De toren zal maximaal tien woonlagen hoog worden. Het gebiedspaspoort is wat dat betreft bepalend, daar mag echt niet buiten worden getreden. Gesprekken met de stakeholders – hij neemt aan dat mevrouw King daarmee doelt op de schoolbesturen, Havensteder e.d. – vinden ondertussen bijna dagelijks plaats. Zelf spreekt hij hen ook op gezette tijden, vanochtend nog één van hen. Uiteraard is het zaak dat de participatie met de omgeving op een goede manier wordt opgepakt. Het plan voorziet in 25 sociale-huurwoningen van het totaal. De huidige locatie van de kringloopwinkel is altijd als tijdelijk bedoeld geweest. Wat er daarna mee gaat gebeuren, zal hij moeten uitzoeken. De heer VLOT herhaalt dat het voor de SP bijna de hamvraag is of de genoemde 25 sociale huurwoningen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Hij heeft begrepen dat deze 25 woningen doelgroepwoningen worden, t.w. voor begeleid wonen.

Zijn de bewoners daarin gekend? Verder vraagt hij zich af of het dan nog wel terecht is om deze woningen te noemen bij de compensatie van de socialewoningvoorraad. Doelgroepwoningen komen immers niet in de algemene voorraad van sociale woningen terecht. Aanvullend daarop merkt hij op onlangs te hebben vernomen dat Havensteder in het Rivium niet van plan was sociale woningen toe te voegen in een gemeenschappelijk gebouw, omdat dat problemen zou opleveren met VVE’s en eigendomsverhoudingen. Hoe is dat dan gesteld bij de hier te realiseren woningen?

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

11

Wethouder STRUIJVENBERG geeft aan dat, als er al iets van doelgroepwoningen zou komen, dat natuurlijk zal moeten worden voorgelegd aan de omgeving. In principe is een woning in een bepaalde prijscategorie echter altijd een sociale woning. Dat de heer Harinck zich afvraagt of de ambitie om fietsen te stimuleren zich wel verdraagt met het scheppen van mogelijkheden voor auto’s, begrijpt hij heel goed. Anderzijds is het natuurlijk een utopie te veronderstellen dat iedereen op de fiets zal komen. Er zal dus ook rekening moeten worden gehouden met voorzieningen voor auto’s. Een buitenruimte bij het Huis van de wijk zou inderdaad wel fijn zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan een goed terras, met daarbij openbaar groen, om aansluiting met de omgeving te hebben. De suggestie om ook de stadsecoloog bij de plannen te betrekken neemt hij heel graag mee. Tot de heer Tiesma merkt hij op dat een wijziging van de Meeuwensingel zelf niet wordt voorzien. De heer TIESMA verduidelijkt dat het hem gaat om het volgende. De herinrichting van de Meeuwensingel moet nog worden gepland en berekend en dat zou kunnen betekenen dat, als dit plan in uitvoering wordt genomen, daarin alsnog dingen veranderd moeten worden, wat tot extra kosten zou leiden. De heer PLENDER deelt mede dat voor de zomer verkeerstellingen zijn uitgevoerd op de Meeuwensingel.

De uitkomsten daarvan zijn door Goudappel Coffeng in een model gezet, onder begeleiding van de verkeerskundige van de gemeente. De plannen die nu worden besproken voor de Meeuwensingel en voor Mient-Midden zijn daarin meegenomen en onderzoek heeft uitgewezen dat het profiel dat er nu ligt afdoende is, ook met deze ontwikkelingen. De verkeersintensiteit zal weliswaar toenemen, maar het profiel kan dat aan. Wethouder STRUIJVENBERG merkt aan het adres van mevrouw Weemhoff op dat de wandelroute 6 meter breed is. ‘Sec’ daar bekeken zou men deze aanpassing liever niet willen, maar er blijft zeker nog iets acceptabels over en als dan in ogenschouw wordt genomen wat het aan de andere zijde weer betekent voor het plan, mag het al bij al zeker als een dikke plus worden aangemerkt. De huren en de prijzen van de woningen beziende, kan hier zijns inziens een goede mix van sociaal en middelduur worden gerealiseerd, rekening houdend met de portemonnee van de Capellenaar. Tweede termijn De heer VAN LOEF begint met iets wat hij in eerste termijn was vergeten: de VVD kan instemmen met de afstand van 10,2 meter, en dat lijkt hem in ieder geval positief. Wat hem nog wel een beetje bezighoudt zijn de ruimtelijke ontwikkelingen versus het verkeersonderzoek. Hij heeft begrepen dat het verkeersonderzoek, uitgevoerd door Goudappel Coffeng, eerdaags beschikbaar zal komen.

Wat betekent dat voor het kader dat nu voorligt? Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe het verkeersonderzoek te zullen toezenden, zodat iedereen het zelf kan beoordelen. De heer VAN LOEF werpt tegen dat hij daarvoor niet heeft doorgeleerd. Hij wil alleen horen wat de impact zou kunnen zijn op de nu voorliggende impressie. Wethouder STRUIJVENBERG kan alleen maar zeggen dat het volgens het onderzoek dat is uitgevoerd past binnen het voorliggende kader. Het verkeersonderzoek heeft bijvoorbeeld niet uitgewezen dat er nog 40 parkeerplekken in het gebied moeten worden toegevoegd of iets dergelijks. Als dat de vrees is van de heer Van Loef, kan hij deze meteen geruststellen. Desgevraagd voegt hij eraan toe dat het verkeersonderzoek ook heeft aangetoond dat de wegcapaciteit voldoende is voor de doorstroming, gegeven ook de andere ontwikkelingen in de omgeving. De heer RAADSEN begrijpt niet dat er ondanks het goede overleg dat er blijkens de woorden van de wethouder met de schoolbesturen is geweest toch nog zo’n inspraakreactie is gekomen. Hij verzoekt de wethouder daarop te reflecteren. De dichtheid in het plan zou volgens de wethouder geen probleem zijn. Hij zal het op prijs stellen als dat toch eens wordt uitgerekend. Wat is de vloerindex In dit gebied? Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe de heer Raadsen over het laatste te zullen laten informeren.

Ingaande op de eerste vraag merkt hij op dat het heel goed mogelijk is dat met de schoolbesturen een passend plan wordt overeengekomen dat voldoet aan hun wensen en aan de uitdagingen die in het gebiedspaspoort voorliggen, maar dat daartegen vervolgens toch bezwaren worden ingebracht door de medezeggenschapsraad.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

12

De VOORZITTER vraagt of het voorstel als hamerstuk voor de raad kan worden geagendeerd. De heer RAADSEN maakt daarbij een voorbehoud. De uitkomst van de toegezegde dichtheidsberekening kan namelijk van belang zijn voor het oordeel van zijn fractie. De heer HARINCK geeft aan dat zijn fractie nog wil overleggen over onder andere het verkeersonderzoek dat nog zal volgen. De VOORZITTER stelt voor het voorstel vooralsnog aan de hamerstukkenlijst toe te voegen en het daarvan eventueel weer af te halen als bij nader inzien toch een bespreking in de raad op prijs wordt gesteld. Aldus wordt besloten. 7. Toepassen coördinatieregeling project Capelseweg/Bermweg De VOORZITTER memoreert dat de raad op 15 maart jl. het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg heeft vastgesteld, waarna meer dan 1/5de deel van de raad heeft aangegeven gebruik te willen maken van de zogenaamde uitzonderingsmogelijkheid uit de Coördinatieverordening, die inhoudt dat niet een collegebesluit, maar een raadsbesluit nodig is om de besluiten die samenhangen met de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen te coördineren.

Het voordeel van een dergelijke coördinatieregeling is dat alle ontwerpbesluiten gecoördineerd kunnen worden voorbereid en ter inzage gelegd ten behoeve van de zienswijzetermijn De heer VLOT geeft aan dat de SP een van de initiatiefnemers is geweest voor deze procedure, en wel allereerst om dit proces eens gewoon mee te maken. De raad heeft dit nog niet eerder meegemaakt en zonder een beroep te hoeven doen op de actieve of passieve informatieplicht van het college wil de SP het zelf meemaken om de vinger aan de pols te houden. Daarnaast blijft het merkwaardig dat een aantal zaken die in eerdere vergaderingen zijn toegezegd, of ter sprake gebracht, niet die invulling hebben gekregen die insprekers en ook raads- en commissieleden mogelijkerwijs hadden verwacht. Hij is benieuwd hoe de wethouder een en ander wil verdedigen of verantwoorden. De heer RAADSEN vindt het toepassen van de coördinatieregeling op zichzelf begrijpelijk. Het dient een goed doel, namelijk om het proces te kunnen versnellen en dingen gelijktijdig te kunnen doen. Hij zou er dan ook zeker voorstander van kunnen zijn, ware het niet dat in dit proces al heel veel mis gegaan is. Enige tijd geleden is de zaak als het ware teruggestuurd naar de keuken, waarna er overleg over is geweest.

Zelf heeft hij digitaal iets bijgewoond waar hij wel blij mee was, omdat allerlei dingen ineens bespreekbaar bleken en ook de projectontwikkelaar opeens mee wilde denken met de buurt. Het gaf hem hoop dat het uiteindelijk wellicht toch nog goed zou komen. Sindsdien heeft hij er echter niets meer over vernomen en nu hij de inspreker heeft horen zeggen dat alles bij het oude blijft, alsof er helemaal niets is gebeurd, is hij niet van plan mee te werken aan een coördinatieregeling, als er procesmatig kennelijk nog zoveel kinken in de kabel zijn. Ieder besluit moet dan nog maar eens apart bekeken worden, met de insprekers erbij. Mevrouw WEEMHOFF deelt mede dat de PvdA zich zorgen maakt over de participatie rond dit traject en vraagt zich af of de toezeggingen die zijn gedaan wel zullen worden nagekomen. Eerder is al verwezen naar de motie. Hoe staat het daar nu mee? Het toepassen van zo’n coördinatieregeling is best een stap en het is de vraag of de inwoners dan voldoende inspraakmogelijkheden worden geboden. Tenzij de wethouder hele mooie dingen kan zeggen over de resultaten op grond van de motie die is ingediend en de afspraken die naar aanleiding daarvan zijn gemaakt, vindt de fractie het toepassen van de coördinatieregeling op dit moment niet opportuun.

De heer TIESMA noemt de coördinatieregeling een effectief middel om alle vergunningen in hun geheel en in samenhang te behandelen. In dit project is echter sprake geweest van een participatietraject dat op z’n zachtst gezegd niet erg fijn verlopen is voor de belanghebbenden. Het leidt bij D66 tot twee vragen. Op welke manier zijn de omwonenden eigenlijk aangehaakt bij deze vergunningsaanvrage, is daar actief overleg over geweest? Welke invloed heeft deze coördinatieregeling op de toekomstige ontwikkelingen in B6?

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

13

De heer HARINCK sluit zich aan bij de vragen van de heer Tiesma. Het CDA resten nog enkele vragen over de watercompensatie. Is al duidelijk waar die zal plaatsvinden en wat betekent dit voor eventuele bomenkap? Ten slotte wil hij weten of dit nog terug zal komen in de raad als er heel veel zienswijzen worden ingediend. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN betoogt dat het voor de belanghebbenden juist veel duidelijker wordt als alles gecombineerd wordt: ze hebben één overzicht, het wordt ook nog ter inzage gelegd en ze kunnen zienswijzen indienen als ze willen, zodat ze toch nog min of meer invloed kunnen uitoefenen. In het geval van Bermweg/Capelseweg is ook een watervergunning nodig van het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard. Het is dus best belangrijk dat alles gecoördineerd kan verlopen. Zij ziet in dit geval alleen voordelen van een coördinatieregeling. De heer VAN LOEF verzekert dat ook hij positief staat tegenover de coördinatieregeling. Aan de andere kant moet worden vastgesteld dat het proces niet bepaald soepel is verlopen en na de inspreker te hebben aangehoord, vraagt hij zich af wat er in de afgelopen periode eigenlijk is gebeurd. De heer OUDSHOORN meent dat inmiddels genoegzaam duidelijk is gemaakt dat het een moeizaam traject is geweest en dat daarom dubbele voorzichtigheid op z’n plaats is.

Er was zelfs sprake van achterdocht en wantrouwen in het voortraject en hij vraagt zich af hoe het er nu voorstaat. Kan de wethouder eens schetsen hoe het nu verloopt tussen partijen? Kan inmiddels gesproken worden van hersteld vertrouwen en een goede samenwerking? Tijdens een eerdere behandeling heeft de SGP aangedrongen op een totale oplossing voor het hele gebied, met inbegrip van de ontwikkeling van het achterterrein. Komen de ontwikkelaar, de gemeente en de bedrijven die zich daar bevinden er inmiddels een beetje uit met elkaar? Op zichzelf is de SGP wel voorstander van het toepassen van de coördinatieregeling, want de fractie ziet zeker de voordelen in van de samenhang tussen alle aanvragen. De vraag is echter of het de ontwikkeling van dit gebied helpt op de manier die de gemeente zou willen, of dat het daar juist tegen werkt. De heer EILANDER deelt mede dat ook de ChristenUnie had gevraagd dit op de agenda te zetten, omdat toepassing van de coördinatieregeling een uitstekend middel is om integraal te beoordelen of alle vergunningen bij elkaar tot een goed plan leiden. Wat hij zich wel afvraagt, is of dit plan ook op draagvlak kan rekenen bij de omgeving. Wethouder STRUIJVENBERG merkt om te beginnen op dat, ook als hiertoe niet zou worden besloten, de vereiste vergunningen bij het hoogheemraadschap en bij de gemeente gewoon kunnen worden aangevraagd.

Het project komt niet stil te liggen alleen maar omdat men geen coördinatieregeling zou willen vaststellen. De reden om het te willen vaststellen, even los van de inhoud van het plan, want daar zegt een coördinatieregeling nooit iets over, is dat het een hoop tijd scheelt en dat het voor omwonenden en andere belanghebbenden gemakkelijker wordt te zien wat er gebeurt, te beoordelen of men het er wel of niet mee eens is, en op welke punten eventueel wanneer, waar en bij wie bezwaar kan worden gemaakt. Dat is het enige wat deze coördinatieregeling doet. Ze regelt niét hoe wordt omgegaan met B6, hoe het met de participatie gaat en wat het draagvlak is in de omgeving. De regeling maakt het voor iedereen makkelijker en beter hanteerbaar. Hij beveelt daarom van harte aan de voorliggende coördinatieregeling vast te stellen. Dit gezegd hebbende, is hij graag bereid de commissie over een en ander bij te praten. Er zijn twee bewonersbijeenkomsten geweest. De opzet van de eerste is zelfs samen met de bewoners vormgegeven, die input hebben gekregen over hoe die avond eruit zou zien. Het ging die avond over de invulling van het gebiedspaspoort en niet over de uitgangspunten van het gebiedspaspoort, want die stap was eerder al genomen. De uitkomsten van die avonden zijn verwerkt in de plannen, wat overigens niet betekent dat iedereen het eens was met het voorliggende plan.

Over het water bestaat nog geen duidelijkheid. Daarover zal nog een gesprek plaatsvinden met onder andere de Vrienden van het Schollebos, maar ook de Bomenridders. Er zijn locaties in beeld en hij kan eraan toevoegen dat er ook zonder bomenkap wat mogelijk is. Desgevraagd benadrukt hij dat geen bouwvergunning zal worden afgegeven als niet bekend is waar het water gecompenseerd zal worden.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 13 september 2021

Pagina:

14

De heer TIESMA herinnert eraan dat een aantal vergaderingen geleden door de wethouder is verzekerd dat hiervoor geen bomen gekapt zouden worden. Omdat het er nu op lijkt dat dat eventueel toch mogelijk zou kunnen zijn, verzoekt hij de wethouder dat nog eens te herhalen. Wethouder STRUIJVENBERG deelt mede dat een locatie in beeld is waarvoor geen bomen gekapt behoeven te worden. Over B6 zijn nog steeds gesprekken gaande. Er is nooit gezegd dat het een keiharde voorwaarde is voor het aanvragen van een bouwvergunning; dat kan ook niet met een vastgesteld gebiedspaspoort. Er is hem veel aan gelegen om te zorgen dat het lukt, maar niet alles. Met partijen wordt gezocht naar wat redelijk kan worden geacht en of het dan zal lukken. Hij zegt toe de raad volgende week een, waarschijnlijk deels vertrouwelijke, brief ter zake te zullen doen toekomen waarin hierover wat meer kan worden gedeeld. Tweede termijn De heer EILANDER vraagt of de wethouder het gevoel heeft dat hiervoor bij de omwonenden in het algemeen voldoende draagvlak bestaat Wethouder STRUIJVENBERG heeft het idee dat het draagvlak vergroot is, althans bij degenen die het eens zijn met het vastgestelde gebiedspaspoort. Hij kan zich goed voorstellen dat degenen die het daar niét mee eens zijn nooit een fan zullen worden van de ontwikkeling, hoe goed die andere bijeenkomsten daarna ook vormgegeven worden.

De heer TIESMA vraagt of hij mag concluderen dat de coördinatieregeling geen enkele invloed heeft op de toekomstige ontwikkeling in B6. Voorts herhaalt hij zijn vraag op welke manier de omwonenden zijn aangehaakt bij de vergunningaanvrage. Zoals eerder opgemerkt, is dit een heel moeizaam proces geweest. Je kunt wel publiceren dat er een vergunningaanvrage is, maar je kunt de omwonenden ook van tevoren vertellen dat er een aantal vergunningaanvragen aan de orde komt en hen dan tevens uitleggen wat er gebeurt. Wethouder STRUIJVENBERG beantwoordt de eerste vraag bevestigend. Naar aanleiding van de tweede vraag zegt hij toe dat tewerk zal worden gegaan zoals door de heer Tiesma is bepleit. De heer RAADSEN beaamt dat het wel of niet toepassen van de coördinatieregeling niet het project zal stoppen, zoals de wethouder heeft betoogd. In die zin zou gezegd kunnen worden dat de raad z’n bevoegdheid niet mag misbruiken om hier ja of nee tegen te zeggen voor een ander doel. Dat het nu wordt gedaan komt echter omdat er grote onvrede bestond, en volgens hem nog steeds bestaat, over het plan dat er lag. Doordat de zaak is teruggestuurd naar de keuken, zijn er met de nieuwe bewonersinspraak verwachtingen gewekt, onder andere bij B6, dat er nu iets veel beters uitkomt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10617188/1