02.02 - conceptverslag cie SOB 14-10-2025 2131056
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 14 oktober 2025, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:
de heer ing. P. Eilander;
volksvertegenwoordigers: de heer J. Frieser, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66; de heer J.S. Kolster MSc MA, raadslid VVD; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer E. Hartog, burgerraadslid GroenLinks; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; de heer drs. P. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw I.H. Monteiro da Veiga, raadslid PvdA; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; secretaris:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders:
de heer C.A.J. Schaatsbergen, wethouder; de heer D.B. van Woudenberg, wethouder (agendapunten 4 en 5);
ambtelijke ondersteuning: de heer W. Leeman, adviseur ruimtelijke kwaliteit; mevrouw M. van Hensbergen, adviseur welstand en monumenten; notulist
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum)
Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 2 personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij geeft het woord aan wethouder Schaatsbergen voor het afleggen van een verklaring. Wethouder SCHAATSBERGEN leest de volgende verklaring voor: “Geachte leden van de commissie. Voor mijn aantreden als wethouder is er een integriteitsonderzoek uitgevoerd door het bureau Berenschot. In dit onderzoek is zeer zorgvuldig gekeken naar een mogelijke onverenigbaarheid van functies, waaronder mijn bestuurslidmaatschap van de Historische Vereniging Capelle HVC. Op mijn eigen verzoek is in dit onderzoek door Berenschot extra aandacht aan dit onderwerp besteed. Hierover heb ik ook uitgebreid persoonlijk gesproken met de onderzoekers van het bureau Berenschot. Het resultaat uit dit onderzoek was helder. Er was geen beletsel om deze functie aan te houden, mits ik mij als bestuurslid van de Historische Vereniging zou onthouden van alle aangelegenheden waarbij contact is met de gemeente. Dit advies heb ik volledig overgenomen en ben daar uitermate zorgvuldig naar blijven handelen.
Tijdens de hoorzitting met de gemeenteraad heb ik als kandidaat-wethouder nadrukkelijk aangegeven dat ik mijn bestuursfunctie per direct zou neerleggen, mocht ik het gevoel krijgen dat er sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling. Dit commitment heb ik ook uitgesproken in het constituerend beraad van het college. Vandaag is mij via informele signalen ter ore gekomen dat er mogelijk vragen zijn gerezen over mijn bestuurslidmaatschap in relatie tot de erfgoednota die nu voorligt. Hoewel deze nota een technische actualisatie betreft van het beleid uit 2018, er geen enkele directe relatie aanwezig is met de HVC en ikzelf ook geen reden zie tot zorg, noch de burgemeester die ik daarover gesproken heb, wil ik geen ruimte laten voor twijfel of afleiding van de inhoudelijke discussie. Daarom heb ik hedenmiddag besloten per direct mijn bestuursfunctie bij de Historische Vereniging Capelle neer te leggen, niet omdat ik twijfel aan mijn eigen integriteit of handelen, maar omdat ik de inhoud van het debat centraal wil stellen en niet mijn persoonlijke betrokkenheid bij een lokale vereniging. Ik dank in u de raad voor uw begrip en blijf mij uiteraard ten volle inzetten en richten op mijn taak als wethouder in het belang van onze gemeente.” De VOORZITTER zegt de wethouder dank.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
2
De agenda wordt hierop ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen – vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 september 2025 – vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 september 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Den Hartog, die wil inspreken over het verkeersonderzoek Kralingseweg, in het bijzonder de koppeling met Haagwinde. De heer DEN HARTOG: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond. In het verkeersonderzoek Kralingseweg wordt uiteraard de Haagwinde ook een aantal keren genoemd, maar ik wil hier nog eens aandacht vragen voor de Haagwinde. De Haagwinde heeft op dit moment een aantal verkeersproblemen: 1. Als de Kralingseweg vaststaat tot aan het kruispunt, is de linksaf-baan naar de Haagwinde niet bereikbaar, wat betekent dat mensen in de Haagwinde en de Akkerwinde niet naar huis kunnen. 2. Om vanaf de Kralingseweg de Haagwinde in te rijden, moeten twee rijbanen gekruist worden, die vaak op verschillende momenten rijden. Naast de twee rijbanen is er nog een naastgelegen fietspad. 3. Wegrijden vanuit de Haagwinde richting Prins Alexanderlaan vergt ook het kruisen van het fietspad en de twee rijbanen. Daarnaast moet dit uitgaande verkeer ook rekening houden met inrijdend verkeer en moet het invoegen bij het doorgaand verkeer op de Kralingseweg. 4.
De invoegstrook naar de Kralingseweg is kort, dus dit inrijden is lastig. Als de voorgestelde oplossing voor de Kralingseweg wordt uitgevoerd, worden de problemen 1 en 4 opgelost. Door de vergrote capaciteit van de Kralingseweg zal de inrit beter bereikbaar zijn, en de voorgestelde oplossing bevat ook een grotere invoegstrook. De problemen 2 en 3 worden hiermee echter niet opgelost. Als de voorgestelde oplossing voor de Kralingseweg niet wordt uitgevoerd, wordt ook voor de Haagwinde niets opgelost. Daarom is het van belang voor de Haagwinde met eigen oplossingen te komen. Een idee is om de Haagwinde een extra inrit te geven vanaf de Schenkelse Dreef. Dat kan als volgt.
Als u de Haagwinde inrijdt, ziet u links van u een rij struiken. Achter deze struiken ligt een parkeerplaats. Deze parkeerplaats ligt tussen de Schenkelse Dreef en de Haagwinde. Hier kan eenvoudig een tweede inrit worden gemaakt door een aantal parkeervakken op te offeren, een verbinding te maken tussen de Schenkelse Dreef en deze parkeerplaats, en (in het verlengde hiervan) een verbinding te maken tussen de parkeerplaats en de Haagwinde. Deze inrit is direct bereikbaar vanaf de Bermweg en de Florabuurt. Als er een opening wordt gemaakt in de middenberm van de Schenkelse Dreef, kan ook verkeer vanaf de linksaf-baan (die nu naar de Kralingseweg gaat) deze
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
3
nieuwe inrit inrijden. De bestaande opstelstroken worden hiervoor aangepast, er moet een nieuwe (4e) opstelstrook worden aangelegd en de markeringen op het kruispunt moeten ook worden aangepast. Probleem 1 is hiermee opgelost. Als de Kralingseweg vaststaat, is nog steeds de Haagwinde bereikbaar. Omdat verkeer via de nieuwe inrit maar één rijbaan hoeft te kruisen en het fietspad verder van de rijbaan ligt dan bij de Kralingseweg, is dit inrijden makkelijk. Als het fietspad nog iets verder van de rijbaan wordt gelegd, kunnen auto’s bij het inrijden van deze inrit tussen rijbaan en fietspad stoppen om de fietsers voorrang te verlenen, wat de verkeersveiligheid zeker ten goede komt. Probleem 2 is hiermee opgelost. Het inrijden van de Haagwinde is hierdoor makkelijker geworden. Probleem 4 (een verbeterde invoegstrook voor Kralingseweg) kan onafhankelijk van andere maatregelen worden opgelost door het wandelpad, het fietspad en de twee rijbanen iets te verleggen, waardoor vanzelf de benodigde extra ruimte in de middenberm ontstaat. Probleem 3 kan worden opgelost door bij de twee rijbanen, voor de Haagwinde een stoplicht te plaatsen. Door deze stoplichten mee te nemen in de regeling, kan het uitrijdend verkeer van de Haagwinde een eigen tijdslot krijgen, waardoor ze dus kunnen uitrijden zonder te hoeven wachten tot ze dat kunnen.
Het verkeersrapport geeft aan dat de Haagwinde toevoegen aan de verkeerslichtenregeling “matig haalbaar en matig effectief” is. Omdat de verkeerslichtinstallatie in september 2025 vervangen is door een moderne installatie, is de haalbaarheid ongetwijfeld verbeterd. En de maatregel is misschien “matig effectief” wat betreft het Kralingsewegprobleem, maar het lost wel een probleem op voor de Haagwinde. De tweede inrit van de Haagwinde kan ook nog helpen bij iets anders. Als de Schenkelse Dreef bij het kruispunt vier opstelstroken heeft, geeft dat een duidelijke scheiding tussen drie opstelstroken voor wijkeigen verkeer (toegang tot Haagwinde, Florabuurt, Bermweg) en één voor wijkvreemd verkeer, namelijk verkeer dat vanaf de Schenkelse Dreef de Kralingseweg opgaat en nu niet meer de Haagwinde als bestemming heeft, maar alleen de Prins Alexanderlaan. En dus kan een intelligente verkeersregeling voorrang gaan geven aan wijkeigen verkeer, bijvoorbeeld wijkeigen verkeer dat de Kralingseweg gebruikt om de weg te verlaten, krijgt voorrang op wijkvreemd verkeer.
Hierdoor wordt de rijtijd op de sluiproute via de Kralingseweg langer, maar goed: zo’n sluiproute wil je eigenlijk toch al niet en als er bij de Rijckevorselweg een DRIP (dynamisch rijtijden-informatiepaneel) staat met actuele rijtijden voor de sluiproute en de route via het Capelseplein, kan dit mensen ontmoedigen om de sluiproute te gebruiken, omdat zo af en toe de sluiproute zelfs nog meer tijd kost dan de route via het Capelseplein. Omdat de mogelijke oplossingen voor de Haagwinde niet gelijk lopen met de voorgestelde oplossing voor de Kralingseweg, vraag ik u de Haagwinde als apart onderwerp mee te nemen in het Capelle-brede verkeersonderzoek dat nu loopt. Dank u wel voor uw aandacht. Ik zie het Capellebrede verkeersonderzoek met belangstelling tegemoet. De VOORZITTER zegt de inspreker dank voor diens bijdrage. 4. Gemeenschappelijke regelingen (DCMR Milieudienst Rijnmond en MRDH Verkeer)
Geen opmerkingen. 5. Indienen zienswijze op (ontwerp) mobiliteitsvisie Wethouder VAN WOUDENBERG licht vooraf toe dat het besluit ter zake weliswaar pas zal worden genomen op 10 november a.s., maar dat de termijn richting de MRDH een week eerder afloopt, vandaar dat hij de opmerkingen die de commissie hierover vanavond wil maken alvast wil meegeven aan de MRDH. De heer HARTOG noemt het goed dat de MRDH streeft naar hoogwaardig OV 24/7 in 2020. Het maakt de plannen omtrent een autoluw stadshart haalbaarder. De autodruk in de stad kan alleen verminderen als OV een serieus alternatief wordt en bovendien is hoogwaardig OV nodig om iedereen gelijke kansen te geven. De punten in de antwoordbrief raken wat GroenLinks betreft de zaken waarom het gaat in deze mobiliteitsvisie voor wat betreft Capelle. Enkele vragen resten de fractie nog, allereerst betreffende de buurtbus. Ook GroenLinks is van mening dat de buurtbus het best regionaal opgepakt kan worden. Voorwaarde daarbij is echter dat de dienstregeling er niet op achteruit gaat. In de praktijk blijkt juist dat
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
4
er behoefte is aan meer lijnen en frequenter rijden in Capelle. In de brief leest hij dat hierover mogelijk van gedachten wordt gewisseld. Graag verneemt hij van de wethouder hoe aanhangig gemaakt zal worden bij de MRDH, of wellicht ook via de antwoordbrief, dat de kwaliteit niet achteruit gaat en dat de buurtbus juist frequenter gaat rijden. De plannen voor Rivium steunen heel erg op het hoogwaardig vervoer. Bij nauwkeuriger kijken blijkt dat eigenlijk alleen de Parkshuttle te zijn en op enige afstand de metro. Terecht wordt in de antwoordbrief aangegeven dat het essentieel is voor deze ontwikkeling dat de concessie van de Parkshuttle verlengd wordt, naast het verlengen van de route. Blijkbaar wordt over deze thema’s nog gesproken en is de uitkomst niet geheel evident. Hoe kijkt volgens de wethouder de MRDH tegen deze punten aan? Is het waarschijnlijk dat hiermee wordt ingestemd, of zou hierover wellicht ook iets in de brief meegenomen moeten worden? In de antwoordbrief wordt niets gezegd over deelmobiliteit. Het komt wel terug in de nota en zijns inziens terecht. Deelmobiliteit kan de afhankelijkheid van mensen van transportmiddelen laten afnemen en zal in de toekomst steeds belangrijker worden, zeker met het oog op Rivium.
Hoe kijkt de wethouder hiertegen aan en hoe ziet de wethouder dit in relatie tot de MRDH? De heer HEERENS meent dat het voorliggende stuk een goed beeld geeft van de plannen van de MRDH. Kijkend naar de reactie, geeft hij te kennen dat de ChristenUnie van mening is dat de MRDH bij de publieke mobiliteit de regierol moet gaan pakken. Gezamenlijk met andere gemeenten kan daaraan echt goed handen en voeten gegeven worden. De fractie ziet niet zozeer de argumenten om dat individueel te gaan doen voor Capelle. Hij begrijpt dat dat onderzocht gaat worden, maar blijkbaar gaat er in deze brief al wel een bepaald signaal uit en hij vraagt zich af of dat het juiste signaal is in dezen. Anders dan GroenLinks is de ChristenUnie voorts van mening dat de buurtbus juist plaatselijk opgepakt zou kunnen worden. Gevoelsmatig voelen die twee punten voor de ChristenUnie net andersom wat de aanpak ervan betreft. Dat aandacht wordt gevraagd voor de knelpunten bij de Kralingseweg bij Schenkel wordt natuurlijk toegejuicht. Is het juist dat daarnaar nog een onderzoek lopend is? Zo ja, dan wordt de fractie graag geïnformeerd over de stand van zaken. De heer VAN BUREN benadrukt dat het CDA voorstander is van alles wat de buurtbus beter maakt. Hoe dat wordt geregeld, linksom of rechtsom, mag het college zelf uitzoeken.
De buurtbus heeft een aantal essentiële functies voor de gemeenschap, zeker gelet op de concentratie van ouderen in het centrum van Capelle, die vooral behoefte hebben aan een verbinding met het ziekenhuis, en daar voldoet die verbinding uitstekend aan. Zorg er daarom voor dat die ook overeind blijft. De rest van de brief. Vanuit de opzet van de brief en ook de opzet van de discussie over de mobiliteitsvisie kan hij die brief plaatsen. Mobiliteit is soms een sturende factor wanneer het gaat over de ruimtelijke inrichting van het land en de regio en ook van de eigen gemeente, en soms een reactieve, en dan is het even wat moeilijker te plaatsen hoe bijvoorbeeld bij de corridorbenadering ook de aansluiting wordt gevonden met andere onderdelen, bijvoorbeeld van het ruimtelijk beleid en de gesprekken die daarover moeten worden gevoerd met de buren.
Zeker komt dat naar voren bij wat de oosterflank genoemd wordt, en wat hij zelf eerder als de A16-corridor zou omschrijven, omdat het daar qua insteek voor dat gebied natuurlijk ook gelijk een reflectie is op wat daar aan mobiliteit nodig is en op welke manieren in de samenhang van het gebied aan beide kanten van de A16, zeker ook voor Rivium, gezorgd kan worden dat daar een interessant iets ontstaat dat meer uitstraling heeft dan dat Rivium in de beleving alleen maar dat plekje is naast de A16, solitair gelegen ten westen van het stukje Rotterdam, dat Capelle van het Rivium scheidt. Gisteren vond tijdens de denktank MRDH een aardige zoekexercitie plaats over de grotere ruimtelijke strategie en de lobby voor de inrichting van de infrastructuur, ook wat betreft het grote probleem dat de Krimpenerwaard via de Capelse trechter probeert achter Capelle op de snelweg te komen. De MRDH zou daarin een partner kunnen zijn, maar gegeven haar bestuurlijke grenzen, en dan koppelt hij het weer aan de mobiliteitsvisie, is dit misschien niet het uitgelezen moment om zo'n strategie met de MRDH al in zo’n brief te laten landen.
Wel wil hij de wethouder vragen naar aanleiding van de discussie gisteren eens na te denken over de vraag hoe de grote mobiliteitsvraagstukken, en daar hoort net zozeer de gepropageerde oplossing voor de metro tussen Rotterdam en Schenkel bij, in iets breder verband kunnen worden neergezet en wat voor visie er dan is over hoe de omgeving verandert waar Capelle misschien nog op wil sturen, ook vanuit de raad wanneer het gaat over de ruimtelijke
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
5
inrichting van dit gebied, maar wat dan de basis zou kunnen zijn voor een wat steviger lobbystrategie op een iets hoger schaalniveau. Hij waardeert de inzet van het college en de focus die het heeft op de metro-aansluiting, maar vanuit de corridor-aanpak en andere inzetten zijn ook andere verbindingen in en buiten Capels gebied van belang ten behoeve van Capelle. Hij hoopt dat het college en de ambtelijke organisatie daarop wat denkwerk kunnen verrichten dat later een keer kan worden teruggezien in een themasessie of wat dan ook. De heer FRIESER deelt mede dat Leefbaar Capelle kan instemmen met de waardevolle elementen uit dit voorstel. Verder is de fractie van mening dat de gemeente haar autonomie op mobiliteit zal moeten behouden. Die regie hoort namelijk bij de gemeente en niet bij de regio. De heer KOLSTER zegt dank voor de goede brief, waarin de VVD zich geheel kan vinden. Eén punt dat daarin niet is genoemd en wel enige aandacht behoeft is het emissievrij zijn in 2040. De MRDH is een organisatie die houdt van dromen en zit vol met plannen, maar die plannen kosten ook geld en dat geld moet verdiend worden. Dat geld wordt in deze regio verdiend in de Rotterdamse haven en als men heel voortvarend tewerk wil gaan met alle ambities die er liggen, zal men zich in deze regio niet de markt uit moeten prijzen. Hij verzoekt het college daarop eens te reflecteren.
Wat zijn de overwegingen om al dan niet iets te zeggen over het emissievrij zijn in 2040 en is dit echt zo'n heilig huis voor het college? De mobiliteitsvisie raakt natuurlijk ook aan wonen, zoals ook te zien is in het MRDH-stuk dat voorligt. In Capelle heeft men het momenteel graag over autoluwe centra en minder vervoersbewegingen, maar men wil ook bouwen en dat kan wat haaks op elkaar staan als het gaat om de leefkwaliteit. Het is prima om ambities te hebben, maar houd daarbij wel de leefkwaliteit van de inwoners in het oog. Mevrouw FEUTH toont zich namens D66 ingenomen met de voorliggende brief, die volgens haar een aardige afspiegeling geeft van wat de laatste twee jaar in de denktank is besproken en wat binnen de Vervoersautoriteit voorbij is gekomen. Met de heer Van Buren is zij het eens dat alles wat goed is voor de buurtbus, welkom is, ongeacht hoe het georganiseerd wordt, omdat Capelle de buurtbus – helaas – keihard nodig heeft. Resten haar nog de volgende op- of aanmerkingen, c.q. aanvullingen. Uit de brief citeert zij: “Verder is het wenselijk om de route te verlengen tot de waterbushalte aan de Schaardijk.” Dat betreft het Rivium. Van dit plan heeft zij pas afgelopen dinsdag voor het eerst gehoord, want aanvankelijk was sprake van een dwarsstraat, dat dan het einde zou zijn, nadat de oorspronkelijke gedachte van een lus niet haalbaar was gebleken.
In het stuk staat nu ‘tot aan de waterbushalte’, maar volgens haar leidt dat tot een probleem met het oversteken van de Schaardijk. Verder vraagt zij zich af of het handig is het op deze manier in een brief over mobiliteit te formuleren, als dit niet is wat men uiteindelijk wil. Voorts is in de mobiliteitsvisie aangegeven dat er ook ruimte moet zijn voor extra capaciteit voor de opslag van de wagentjes of busjes, of hoe ze ook genoemd worden. Omdat dat waarschijnlijk bij de Kralingsezoom moet plaatsvinden, en daarvoor dus ook ruimte en misschien wel financiering van de MRDH nodig is, vraagt zij zich af waarom dat niet ook in de brief wordt genoemd. Voor het overige wordt een aantal knelpunten genoemd in combinatie met wonen en het Kralingseplein en de Schenkelse Dreef. Daarbij mist zij de Kanaalweg, Capelseweg, Alexander, A16, net het andere stukje van de oostflank, en dat ligt ook op Capels grondgebied. Zij dring erop aan die toe te voegen aan het rijtje van zaken waarvoor aandacht wordt gevraagd. De heer OUDSHOORN maakt een compliment voor de brief die voorligt. De SGP heeft best nogal eens kritiek op zienswijzen of brieven, maar déze brief is een voorbeeld van hoe het moet. Extra dank zegt hij voor het opnemen van de oplossing van de ongelijkvloerse kruising bij Schenkel.
In het verlengde van de bijdrage van de heer Van Buren pleit hij ervoor ook naar de andere strategische mobiliteitsoplossingen voor de gemeente te kijken en wellicht de MRDH uit te dagen ook aandacht te schenken aan de grotere problematieken die misschien wel veertig jaar in de toekomst liggen voordat ze aangepakt kunnen worden. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA geeft te kennen dat de PvdA de voorgestelde zienswijze kan steunen, met name waar Capelse belangen stevig zijn verankerd. Enkele aandachtspunten zijn er nog wel. De PvdA vindt regionale afstemming belangrijk, maar wil dat de lokale zeggenschap hierin niet verdwijnt. De zorg voor mensen die afhankelijk zijn van vervoer dient dichtbij georganiseerd te blijven.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
6
Voorts is de fractie van mening dat in het stuk wel veel over infrastructuur en corridors gesproken wordt, maar te weinig over verduurzaming, fiets en deelmobiliteit. Zij dringt erop aan hierop wat sterker de focus te leggen. Aandacht vraagt de fractie daarnaast voor verkeersveiligheid rondom scholen en wijken. Onlangs heeft ze gelezen dat bij de nieuwe brug bij Rotterdam naar de Esch ook een nieuwe tram aangelegd gaat worden. Omdat Rivium nu alleen afhankelijk is van de shuttle, vroeg ze zich af of niet ook onderzocht zou kunnen worden of die tram ietsjes verder kan rijden, naar de rand van het Rivium. Wethouder VAN WOUDENBERG zegt om te beginnen de heer Oudshoorn dank voor diens dankwoorden, want als de SGP hem bedankt voor een mooie brief, is dat voor hem echt het hoogtepunt van deze avond! Over de buurtbus heeft hij wat verschillende signalen opgevangen. In de rol die de gemeente heeft op het gebied van publieke mobiliteit is de buurtbus een heel belangrijk gegeven en hoewel de lokale aanpak aan de ene kant goed werkt met de chauffeurs die er zijn, wil de gemeente aan de andere kant wel graag de dekking hebben van een regionale aanpak. Andere gemeenten worstelen met dezelfde problematiek en door het van alle gemeenten samen te voegen, is het succes van de buurtbus naar verwachting het grootst.
Als de MRDH het als een van haar speerpunten meeneemt, biedt dat de grootste kans op het in stand houden van de buurtbus. Hij pleit er dus voor een en ander op regionaal niveau op te pakken en er misschien een concessie van te maken als dat mogelijk is. Zo ver is het echter nog niet, want een buurtbus is echt een hele dure oplossing, maar het is wel maatwerk tot eigenlijk in de straat. Hij stelt daarom voor de tekst over de buurtbus niet aan te passen. In reactie op de vraag van mevrouw Feuth over Rivium merkt hij op dat Rivium een ingewikkeld klein stukje grond is waar heel veel mensen zullen gaan wonen en die moeten vervoerd worden. De shuttle is daarvoor een heel belangrijk vervoermiddel. Hij zegt overigens toe dat de woorden ‘tot de waterbushalte’ in de brief zullen worden geschrapt, zodat er komt te staan dat de route zal worden verlengd tot aan de Schaardijk. Over wat er na 2033 zal gebeuren is al wel met de MRDH gesproken, maar het is nog te vroeg om die concessie nu al te verlengen. Het is overigens wel de insteek, want als Rivium gebouwd wordt is het wel nodig dat de shuttle ook na 2033 blijft rijden. Deelmobiliteit is in de visie omschreven als een belangrijk onderwerp waarmee de MRDH aan de slag gaat. Naar de mening van het college is dat zo voldoende beschreven in de visie, zodat er in de brief verder geen aandacht aan besteed hoeft te worden.
Over het pakken van de regierol zijn ook verschillende signalen afgegeven. Het college is best tevreden over de tussenstap die gemaakt is. De gemeente kan in principe via een opt in-systeem de MRDH opdragen producten te ontwikkelen en als het voor de gemeente interessant is, wil ze graag meeliften op zo’n product, maar als het in de eigen gemeente goed geregeld is, wil ze het graag daarbij houden. Het lijkt wel een beetje op cherry picking, maar het doelgroepenvervoer is van dusdanig belang, dat de gemeente zeker wil weten dat het goed georganiseerd is. Diverse vragen zijn gesteld over de bereikbaarheid van de gemeente in de toekomst. Naar aanleiding van de discussie die is gevoerd over het centrumgebied heeft het college overwogen dat er zo ongelooflijk veel vraagstukken op de gemeente af komen over de bereikbaarheid binnen de gemeente alsook de bereikbaarheid naar buiten toe, dat een onderzoek nodig is naar de bereikbaarheid van Capelle in de toekomst, met inachtneming van alle ontwikkelingen die er zijn, zowel buiten de gemeente als binnen de gemeente, met woningbouw. In een bestuursopdracht, die volgende week richting de raad komt, heeft het college nu een vrij groot onderzoek aangekondigd, waarvan de uitkomsten in het tweede kwartaal van volgend jaar worden verwacht, zodat die door de nieuwe raad kunnen worden besproken.
Dat zal de basis moeten vormen voor de fundamentele keuzes die in Capelle voor de langere termijn gemaakt zullen moeten worden. Over de Kralingseweg, die onderdeel uitmaakt van het totale onderzoek, zal voor de winter een tussenrapportage worden uitgebracht. De heer OUDSHOORN meent te weten dat was afgesproken dat het onderzoek dat genoemd wordt in de bestuursopdracht waarop de wethouder doelde nog voor het einde van deze raadsperiode in de raad besproken zou worden. Wethouder VAN WOUDENBERG repliceert dat was afgesproken dat de raad een beeld zou worden geschetst van de knelpunten in de stad in relatie tot de Kralingseweg en de Florabuurt, en dat zal conform de toezegging aan de raad worden voorgelegd. Dit is eigenlijk een vraagstuk dat ontstaan is
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
7
bij de centrumvisie, waarbij bleek dat door de doorgaande wegen door de stad af te sluiten en alles over de Abram van Rijckevorselweg te laten rijden zoveel congesties en vraagstukken zouden rijzen dat een totaalbeeld vereist is van wat op lange termijn nodig is om Capelle bereikbaar te houden. Dat is een ander vraagstuk dan het realiseren van een viaduct bij een frequentieverhoging van een metroovergang. Die grotere vraagstukken, met ook veel grotere investeringen dan de bedragen die voor de Florabuurt gelden, worden de raad in een totaalpakket aangeboden, maar dat heeft wat tijd nodig en zal in het najaar van volgend jaar ter bespreking aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Mevrouw FEUTH vraagt of zij goed heeft begrepen dat met betrekking tot de Kralingseweg en de Florabuurt een voortgangsrapportage zal worden uitgebracht. Was het niet de bedoeling eerst een inventarisatie te maken van de knelpunten in Capelle? Wethouder VAN WOUDENBERG bevestigt dat een knelpuntenanalyse wordt gemaakt van drukke punten in de stad waar zich de grootste wachttijden voordoen. Dat is de eerste stap die conform de toezegging voor de winter zal worden voorgelegd. De rest volgt bij het grote onderzoek in het voorjaar van volgend jaar.
Waar mevrouw Feuth aandacht vroeg voor de Kanaalweg en de Capelseweg, merkt hij op dat heel veel meer punten in de stad belangrijk zijn die niet specifiek in deze brief worden genoemd. Hier zijn een aantal punten benoemd in relatie tot de oostflankontwikkeling. Dat er op nog veel meer andere punten problemen zijn, is waar, maar die gelden niet specifiek voor deze MRDH-visie. De vraag van de heer Kolster had hem enigszins getriggerd, vandaar dat hij even heeft nagezocht welke zinnen daaraan precies zijn gewijd in het stuk. In feite is 2040 daarin alleen benoemd als het gaat om emissievrije logistiek. Behalve op dat ene punt is emissievrij nergens in het hele visiedocument genoemd, en dat is een uitspraak die aansluit bij wat andere grote steden in Nederland ook willen. Capelle heeft er in eerste instantie nog niet zo heel veel mee te maken, maar als de meerderheid van de raad iets anders zou willen, kan dat natuurlijk. Persoonlijk denkt hij dat Capelle er alleen maar baat bij heeft als al die stinkende busjes uit de stad verdwijnen. Aan het adres van mevrouw Monteiro da Veiga merkt hij op dat de fiets en ook deelmobiliteit naar zijn mening een goede plaats hebben gekregen in de mobiliteitsvisie. In de afgelopen periode zijn met heel veel subsidie van de MRDH allerlei fietspaden aangelegd in de gemeente en zullen ook nog worden aangelegd. Dat proces loopt gewoon goed in Capelle.
De afdeling mobiliteit heeft hij gevraagd nog meer projecten aan te leveren, want er is een subsidiepot bij de MRDH die door maar weinig gemeentes wordt gebruikt, dus als er nog meer projecten zijn, kan daarvoor een aanvrage worden ingediend. En dan de meest intrigerende vraag: de nieuwe tram van de Esch. Hij kan zelfs vertellen dat er al een geheide baan ligt die zó gebruikt zou kunnen worden, maar het realiseren hiervan zou gigantische bedragen vergen, en daarvoor is echt meer nodig dan alleen 5000 woningen in Rivium. Hij wil de suggestie best eens voorleggen in een vergadering van de MRDH, maar hij durft wel te voorspellen dat hij dan hoongelach over zich heen zal krijgen. De VOORZITTER concludeert dat door de wethouder is toegezegd dat in de brief één aanpassing zal worden doorgevoerd, inhoudend dat de shuttle tot aan de Schaardijk zal rijden. Tweede termijn De heer VAN BUREN hoopt uit de woorden van de wethouder te mogen opmaken dat de breedte van het stuk dat in de tweede helft van het volgend jaar zal verschijnen enigszins overeenkomt met de breedte waarover gisteren werd gesproken.
De heer Kolster haalde in eerste termijn een aardig punt naar voren en hij moet zeggen dat hij zich enigszins heeft gestoord aan de manier waarop de wethouder daarop reageerde met een verwijzing naar stinkende busjes van Capelse ondernemers die het centrum in komen om waardevolle diensten te verlenen. Hij kan zich voorstellen dat in dit verband 2040 wordt genoemd. Capelle is natuurlijk niet zo agressief als Amsterdam, die ze nu al de stad uit wil hebben. Voorkomen moet in ieder geval worden dat de tarieven voor dat soort vormen van dienstverlening omhoog gaan omdat maar een kleine groep ondernemers het centrum nog kan bereiken. De heer KOLSTER haakt in op de opmerking van de wethouder dat de meerderheid van de raad altijd kan besluiten iets met emissievrij te doen in de zienswijzebrief. Iedereen weet echter ook dat ten tijde
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
8
van de raadsvergadering de deadline al verlopen is om een zienswijzebrief in te dienen. Het is volgens hem wel belangrijk dat de deadlines voor het indienen van de zienswijze zoveel mogelijk worden gehaald, ook al zou dat betekenen dat er een keer extra moet worden vergaderd. Hij verzoekt de secretaris daarmee in de toekomst zoveel mogelijk rekening te houden. De heer OUDSHOORN komt terug op de strategische mobiliteitsvisie van Capelle, zoals hij het maar even noemt: de bestuursopdracht waarnaar de wethouder verwees. De MRDH-visie die voorligt gaat uit van de intenties en acties tot 2050, vandaar zijn eerdere vraag of niet nu al aandacht zou moeten worden geschonken aan de andere knelpunten in Capelle, die weliswaar nog moeten worden onderzocht, maar waarvan nu al zeker is dat ze er zullen zijn. Met andere woorden: moet in deze brief niet al het haakje worden gemaakt dat de uitkomsten van het onderzoek dat de gemeente zelf gaat doen een soort plek moeten krijgen in de 2050-visie? Wethouder VAN WOUDENBERG gaat ervan uit dat de mobiliteitsvisie van de MRDH voor 2050 nog wel een keer zal worden aangepast. Een belangrijke uitspraak in de voorliggende brief is dat de fly over vanaf Capelsebrug tot aan de Hoofdweg op hoogte blijft. Dat is een dusdanig majeur project dat hij daarop voorlopig de focus legt.
De heer Van Buren verzekert hij dat hij zich geenszins badinerend heeft willen uitspreken over emissievrij. Een groot aantal steden in het MRDH-gebied verwacht dat hun ondernemers elektrisch zullen gaan rijden en op een gegeven moment zal de wal het schip keren. Voor ondernemers is het van het allergrootste belang dat er duidelijkheid komt met één beleid voor de regio en dan is aansluiting bij wat de grote steden op dit moment doen naar de mening van het college een goede insteek. Tot de heer Kolster merkt hij op dat hij in de zienswijzebrief best wil opnemen dat sprake moet zijn van een zorgvuldig proces waarmee de belangen van Capelle maximaal gediend worden als het gaat om het emissievrij maken van de distributiezone. De heer KOLSTER zegt dat op prijs te zullen stellen. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel van de heer Kolster niet gesteund wordt door een meerderheid van de commissie. Hij laat het aan de wethouder over hoe daarmee om te gaan. Afsluitend concludeert hij dat het voorstel als bespreekstuk voor de raad zal moeten worden geagendeerd. 6.
Welstandsnota 2025 Wethouder VAN WOUDENBERG licht vooraf toe dat de voorliggende welstandsnota een update is van de nota Beeldkwaliteit uit 2017, waarin alle technische aanpassingen zijn doorgevoerd om een en ander richting de Omgevingswet te krijgen en daarin ook alle besluiten te verwerken die in de tussenliggende tijd genomen zijn. Het geheel bestaat uit twee fasen: nu de technische aanpassing, daarna de doorverwerking naar het omgevingsplan. De heer OUDSHOORN wijst erop dat, hoewel het in deze eerste fase dan louter om een upgrade en technische aanpassingen zou gaan, zoals de wethouder stelde, in de nota wel degelijk ook sprake is van een strenger beleid dan in de nota Beeldkwaliteit 2017, met minder welstandsvrij bouwen en verschillende welstandsniveaus die worden verhoogd, van luw naar regulier bijvoorbeeld, terwijl het juist de bedoeling was de inwoners in deze jaren met minder regels tegemoet te treden. De vraag is dan ook of het wel juist is te stellen dat het hier alleen technische wijzigingen zou betreffen en hoe hierbij de tekst op pagina 9 van de nota past waarop te lezen valt dat met terugwerkende kracht is gekeken naar de relevantie van bestaande toetsingskaders, om deze te herschikken, scherper te stellen en waar mogelijk te reduceren.
Waar blijkt uit dat er regels gereduceerd zijn? De gemeente wil meer grip houden op de ruimtelijke kwaliteit, ook bij kleine bouwinitiatieven. Een dakkapel of een erfafscheiding wordt opnieuw aan redelijke eisen van welstand getoetst. De SGP is benieuwd hoe streng die toetsing zal zijn: super-strikt, of gebeurt dat in alle redelijkheid? Verschillende gebieden zijn van luw naar regulier gezet. Ter verklaring is in de tekst het volgende aangegeven: “Omdat een aantal van deze New Town Institute-selectieprojecten zich in de gebieden met een nieuwe welstandsniveau bevonden, is het welstandsniveau in deze welstandsnota aangepast
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
9
naar regulier.” Hoe kan die selectie, die niet door de gemeente gedaan is, nu al daadwerkelijk leiden tot een hoger welstandsniveau? Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA deelt mede dat de PvdA de noodzaak ervan inzet om de oude nota Beeldkwaliteit te actualiseren. De aanpassing aan de Omgevingswet, het verduidelijken van criteria en het koppelen van welstandsniveaus aan actuele gebiedstypen maken dit een belangrijke stap voor een heldere, toegankelijke welstandstoetsing in Capelle. Het voorstel biedt duidelijkheid voor bewoners, ontwikkelaars en professionals. Technische actualisaties zorgen ervoor dat de nota aansluit bij de bestaande bouwprojecten en gemeentebeleid, zoals duurzaamheid en erfgoed. Enkele aandachtspunten en vragen resten de fractie nog, met name over maatwerking in kleine projecten, met opheffing van de welstandsvrije status voor kleine bouwopgaven.
Hoe wordt geborgd dat dit niet leidt tot onnodige bureaucratie voor inwoners met kleinschalige initiatieven? Hoe stimuleert de nota concrete, duurzame bouwkeuzes, zoals groene gevels, warmtepompen en energiezuinige installaties? En hoe wordt de balans gewaarborgd tussen behoud van erfgoed, Post 65 -projecten en nieuwe ontwikkelingen? De heer HARTOG waardeert het dat de laatste beleidsdocumenten, zoals over duurzaam bouwen, verduurzaming, erfgoed e.d., verwerkt zijn, net als de nieuwe ontwikkelingen als groene gevels en technische installaties. Dat is inderdaad meer dan alleen maar een platte actualisatie, maar GroenLinks staat er volledig achter. Er is één ding waarnaar hij nog echt zoekende is, en dat betreft de definitie van architectonische ensembles. Hij werd getriggerd door de foto van de Floris Burgwal op pagina 26, die vlak voor de gebiedscriteria staat die staan voor architectonisch ensemble, terwijl die op de kaart op pagina 13 juist niet als architectonisch ensemble staat gemarkeerd. Laatstgenoemde kaart komt gewoon niet overeenkomt met bijvoorbeeld de beschrijvingen op pagina 72. Aangezien architectonische ensembles specifiek als een gebiedstype worden behandeld, zou helder en concreet geformuleerd moeten worden waarop de toekenning tot een architectonisch ensemble wordt gebaseerd.
De VOORZITTER raadt aan omissies die worden bespeurd voortaan aan de voorkant te melden, zodat daarop adequaat en tijdig gereageerd kan worden. De heer HEERENS zegt dank voor het uitgebreide stuk dat is voorgelegd, al vraagt hij zich aan de andere kant wel af of dit de gemeente zal helpen. Het gevaar dreigt namelijk dat het nogal bureaucratisch kan worden. Met de SGP is hij het eens dat de aanpassingen niet alleen technische wijzigingen betreffen, maar ook inhoudelijk van aard zijn. Hij vraagt zich dan ook af of het op deze manier kan worden afgedaan en of over een aantal inhoudelijke punten niet verder gediscussieerd zou moeten worden. Ten slotte noemt hij het opmerkelijk dat in het colofon te lezen valt dat de welstandsnota op 6-10-25 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een kwestie van wishful thinking wellicht, en mogelijk is het destijds wel de bedoeling geweest, maar het is natuurlijk niet juist. De heer VAN BUREN sluit zich net als de ChristenUnie aan bij wat door de SGP is opgemerkt over de aard van de technische wijzigingen die hier aan de orde zouden zijn en is erg benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. Op onderdelen wordt in de welstandsnota gereflecteerd op verduurzaming en het gebruik van circulair.
Wat hem benieuwt is of de vertaling van deze welstandsnota naar de uitvoering ook nog consequenties heeft, bijvoorbeeld in de maatvoering en het toetsen van de maatvoering in de te bouwen gebouwen, daar waar gebruik wordt gemaakt van circulaire grondstoffen. Wat hij heeft geleerd, ook in de discussie met andere gemeenten in het land, is dat circulair, dus bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen, een andere maatvoering vragen. Daarmee zal in de welstandsnota en de daarvan afgeleide notities op z’n minst rekening moeten worden gehouden, omdat die verschillen van de maatvoering die voor reguliere baksteen en beton wordt gebruikt, wat soms tot andere hoogten en andere breedten van panden kan leiden. De heer FRIESER constateert dat een uitgebreide welstandsnota is uitgebracht met heel veel, ook gedetailleerde, punten. Dat kan goed zijn, maar het kan ook tot irritatie leiden bij de Capellenaar. Ook hij is nog een beetje op zoek naar de manier waarop de menselijke maat hier wordt toegepast. Hoe meer je opschrijft, hoe meer zaken er zijn waarmee rekening moet worden gehouden en dat hoeft niet
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
10
altijd in je voordeel uit te vallen. Ten aanzien van airco’s is bijvoorbeeld bepaald dat die leidingen nooit diagonaal geplaatst mogen worden. Onlangs zag hij bij het hardlopen een hoekhuis waarbij die leidingen perfect langs de houten delen van de schuine kap waren verwerkt, maar nu wordt dat kennelijk als een overtreding beschouwd. Zo kan het ook wel een beetje z’n doel voorbijschieten en daarvoor moet worden gewaakt. Vraag daarbij is ook hoe al die regels gehandhaafd zullen worden. De heer VAN LOEF deelt mede dat ook hij zich heel goed kan vinden in wat door SGP en ChristenUnie is opgemerkt over de technische wijzigingen. Ogenschijnlijk is het inderdaad een verhaal met technische aanpassingen, maar verder lezend blijken er wel degelijk ook inhoudelijke punten in te staan. De VVD is voorstander van welstandsvrij bouwen en pleit daarom voor een veel soepeler beleid, want nu lijkt het erop – tenzij hij het verkeerd leest – dat het beleid strenger wordt. Mevrouw FEUTH geeft te kennen dat D66 eigenlijk wel blij is met deze uitgebreide welstandsnota, omdat die gewoon nodig is om aan te sluiten bij de nieuwe wet- en regelgeving. Het omgevingsplan is nog verdomd ingewikkeld en je kunt het ook andersom zien: het is nu veel makkelijker zoeken.
Stel dat er weer eens een gebiedspaspoort of iets dergelijks beoordeeld en kaders gesteld moeten worden, dan kan nu vrij snel worden teruggevonden welke typering geldt voor zo’n gebied en waaraan in ieder geval moet worden voldaan, terwijl tot nu toe iedere keer opnieuw het wiel moest worden uitgevonden bij dat soort kavelpaspoorten. Het vergunningsvrij bouwen wordt nu misschien wat ingeperkt, aan de andere kant: als je geen vergunning aanvraagt, wat steeds vaker gebeurt, kun je gewoon doen en laten wat je wilt. En misschien is het wel goed regels op te stellen om te zorgen dat er niet twaalf verschillende schuttingen naast elkaar komen en twaalf verschillende airco’s op drie huizen. Verder is het goed te beseffen dat dit een dynamisch document is, dat het straks onderdeel wordt van het omgevingsplan en dat er ook nog een tweede fase volgt waarin onder andere het erfgoed en het Verhaal van Capelle pas verwerkt worden. Wethouder SCHAATSBERGEN erkent dat op een aantal gebieden qua welstandsniveau van luw naar regulier wordt voorgesteld in het voorliggende stuk, en wel om een tweetal redenen. De eerste reden is dat geconstateerd kan worden dat een willekeur is ontstaan in wat her en der in de gemeente geplaatst wordt en dat het naar de mening van het college aanbeveling verdient daarin een aantal kleine wijzigingen aan te brengen.
Dat laat uiteraard onverlet dat de raad het stuk uiteindelijk moet vaststellen en daarover anders mag oordelen. Verder gaf mevrouw Feuth al aan dat, als er geen melding wordt gedaan, ook totaal geen zicht bestaat op wat er gebeurt. Ook dat is iets wat geconstateerd is. In het voorliggende stuk zijn een hele hoop kaders geactualiseerd en bij elkaar gebracht die her en der ook al in diverse stukken zijn vermeld. Dus het terugzoeken wordt in dit stuk een stuk makkelijker. Zeker met het oog op het omgevingsplan dat richting 2032 moet worden vastgesteld, wordt de verwerking van alle kaders die hierin staan een stuk duidelijker en overzichtelijker. Is sprake van een strenger beleid? Inderdaad wordt van een aantal luwe gebieden naar regulier gegaan en wat hem betreft is een strenger beleid op die punten gewenst. Of dat ook de intentie van de raad is, zal bij de besluitvorming blijken. Een aantal vragen is gesteld over de manier waarop zal worden omgegaan met Capellenaren die plannen hebben. In Capelle wordt altijd geprobeerd een stuk maatwerk te handhaven. Een idee dat in dit huis steeds verder vorm krijgt is: ja, mits.
Als een initiatiefnemer graag iets zou willen, wordt in een aantal vooroverleggen de mogelijkheid geboden een beroep te doen op de gemeentelijke organisatie, waarin gewoon proactief wordt meegedacht over wat binnen kaders mogelijk is en wat op een gegeven ogenblik eventueel kan worden gedaan om af te wijken van regels in een stuk maatwerk. Dit sluit ook een beetje aan bij de vraag van de heer Van Buuren over hoe met circulair bouwen zal worden omgegaan. De volumes staan in principe in het stuk genoemd, maar als iemand met circulaire materialen wil gaan bouwen die afwijken van standaardmaatvoering, is zo’n vooroverleg een uitstekend moment om van gedachten te wisselen over de vraag hiermee kan worden omgegaan. Wordt er afgeweken van standaardkaders, zonder daarvan melding te maken, daarvoor vergunning aan te vragen, of überhaupt met de organisatie in vooroverleg te treden over de mogelijkheden die er zijn, dan komt iets anders in het geding, onder meer ook naar voren gebracht door Leefbaar Capelle, t.w. de handhaving.
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
11
Feit blijft dat nu een nota voorligt die heel veel technische zaken naar 2025 brengt, ook al maakt dat het een heel uitgebreide nota, die wat hem betreft wel nodig is om een het ander naar de Omgevingswet te krijgen en daarin te kunnen verwerken. Naar aanleiding van een aantal technische vragen die zijn gesteld, zegt hij toe dat nog eens kritisch zal worden gekeken naar de manier waarop een en ander verwoord is op de diverse pagina’s die zijn genoemd en in het colofon. De heer Leeman verzoekt hij in te gaan op de vraag die is gesteld over de definitie van architectonische ensembles op de pagina 13 en 27. De heer LEEMAN geeft aan allereerst iets te willen zeggen over de term ‘strenger beleid’ die een paar keer is gevallen. Als een gebied van niveau luw naar regulier gaat, betekent dat niet dat het beleid strenger wordt, maar alleen dat de mogelijkheid wordt geboden om een bouwplan, bijvoorbeeld voor een dakkapel, te toetsen aan een ander setje regels dan alleen de sneltoetscriteria. De sneltoetscriteria zijn ervoor om het bouwplan ‘an sich’ te toetsen, maar voor een aantal Post 65 ensembles wil men er alleen voor zorgen dat de gemeente in staat is de samenhang en de kwaliteit op hoofdlijnen meer te bewaken dan met de sneltoetscriteria mogelijk is.
Het beleid wordt dus niet strenger, er wordt alleen uit een ander vaatje getapt om de samenhang net wat beter te bewaken dan voorheen in de luwe gebieden mogelijk was. Dan de definitie van ensembles. Capelle kent twaalf gebiedstypes die soms net allemaal uit andere tijdslagen bestaan, de momenten waarop ze gebouwd zijn, en daardoor bepaalde kenmerken bezitten, niet alleen in de architectuur, maar ook in de opbouw van de wijk zelf. Een Bloemkoolwijk is iets anders dan de 747-buurt en heeft niet alleen kenmerken die de gebouwen, de bouwhoogte en de organisatie van de wijk anders maken, maar ook de omgang en de aansluiting op de openbare ruimte, of er wel voortuinen zijn of geen. Die kenmerken zijn bij architectonische ensembles specifiek en daarmee heeft het een eigen gebiedstype verdiend als het ware, met een eigen setje regels die net wat anders is dan in de andere gebieden. Wethouder SCHAATSBERGEN gaat ten slotte wat dieper in op handhaving. Het is goed kaders vast te stellen, maar dan zullen Capellenaren zich daaraan moeten houden en helaas moet worden vastgesteld dat niet iedere initiatiefnemer of Capellenaar dat doet, om wat voor reden dan ook. Handhaving is iets wat onder Vergunningen, toezicht en handhaving valt en niet zozeer in de welstandsnota is opgenomen.
Er wordt wel degelijk aan handhaving gedacht, daar waar mogelijk proactief – er zijn een aantal inspecteurs die rondlopen in de gemeente en signalen oppakken –, maar het is niet mogelijk alle (bouw)activiteiten te zien die in Capelle gaande zijn. De gemeente is wat dat betreft ook wel enigszins afhankelijk van meldingen die binnenkomen. Naar zijn mening hoort er in positieve zin van te worden uitgegaan dat Capellenaren zoveel mogelijk binnen de regels het werk willen doen en niet vanuit een negatieve houding te worden gestuurd op repressie en het opnemen van een set aan maatregelen in de welstandsnota in de verwachting dat men zich er niét aan zal houden. Tweede termijn De heer OUDSHOORN heeft inmiddels in de was/wordt-lijst gezien dat ten opzichte van het oude beleid één regel is geschrapt, twee zijn vereenvoudigd en tien toegevoegd. Er zijn dus meer regels toegevoegd waarmee meer beleid wordt gemaakt. In dit verband neemt hij opnieuw het woord ‘streng’ in de mond. Hij heeft de ambtenaar die zojuist het tegendeel probeerde aan te tonen niet willen interrumperen, maar als van een luw – in het document omschreven als ontspannen – welstandsbeleid wordt overgegaan naar een regulier welstandsbeleid, wat betekent dat er meer gereguleerd wordt, staat dat zijns inziens gelijk aan een strenger beleid. Overigens gaf ook de wethouder dat eerder met zoveel woorden aan.
De wethouder heeft bevestigd dat sprake is van inhoudelijke wijzigingen. Hij stelt dan ook voor ervoor te zorgen dat de inleidende tekst in het raadsvoorstel daarmee in lijn is. Nu komt het een beetje over als misleidend, en dat vindt hij zonde. Al met al is de SGP voor het goed regelen van deze zaken, maar niét voor meer bureaucratisering en meer regels. Een mooie stad maken is prima, maar dat moet wel gebeuren met de juiste set aan regels. Hij pleit ervoor de tweede fase te benutten om te onderzoeken of in de regels geschrapt kan worden zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het doel van het document. Bij het volgende
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
12
agendapunt zal hij nog aandacht vragen voor de samenhang tussen deze twee documenten, die nu in een enkel geval conflicterend zijn, en daaraan zou ook in die tweede fase nader aandacht kunnen worden geschonken. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA herhaalt haar vraag, die volgens haar nog niet is beantwoord, hoe de balans wordt gewaarborgd tussen behoud van erfgoed, de Post 65-projecten en nieuwe ontwikkelingen. De heer HARTOG reageert op de stelling van de heer Oudshoorn dat hier sprake zou zijn van een strenger beleid. Naar zijn mening is het de bedoeling van deze welstandsnota dat ze controlelijsten oplevert op basis van de beleidsstukken, om die in de praktijk te kunnen gebruiken voor toetsingen e.d. Dat betekent dus dat de welstandsnota gebaseerd is op beleidsnota’s die de raad al zijn gepasseerd, zodat die regels al bestaan en niet nieuw in de welstandsnota komen. Volgens hem worden dus geen extra regels gecreëerd. De heer HEERENS meent dat het beleid wel degelijk wat strenger wordt en vraagt zich af of het niet goed zou zijn om een aantal zaken die echt inhoudelijk veranderen en uitgebreider of strenger worden, nog eens op een rijtje te zetten en apart te bespreken, tenzij ze apart worden gezet voor de tweede fase en daarin nog inhoudelijk worden besproken. Kan dat allemaal niet, dan zullen ze er volgens hem uitgehaald moeten worden.
De heer FRIESER vond het voorbeeld van de dakkapel wel een mooie, als daarmee gewoon rekening kan worden gehouden. Maar als het echt regel gaat worden, centimeterwerk wordt, of heel kritisch wordt beoordeeld, vreest hij dat het eerder averechts zal werken. Hij kan zich wel voorstellen dat de Capellenaren het advies wordt meegegeven om bij het maken van een dakkapel rekening te houden met de lijn die mooi moet doorlopen. De vraag is dus hoe strikt de gemeente wil zijn en of het niet beter is te proberen de Capellenaren ertoe te verleiden met dezelfde inspanning een mooi resultaat te bereiken. De heer VAN LOEF moet zeggen dat hij nog steeds een beetje aan het puzzelen is, nu hij de wethouder eerst heeft horen zeggen dat er sprake is van technische wijzigingen, vervolgens toegaf dat het toch wel een strenger beleid inhoudt en vervolgens weer wordt doorverwezen naar de tweede fase. Ondertussen neemt de regeldruk voor inwoners en ondernemers gewoon toe en daar is de VVD absoluut geen voorstander van. Volgens hem kan dit maar op één manier worden opgelost, namelijk door alle inhoudelijke punten te schrappen en een en ander puur te beperken tot de technische aanpassingen. Ten slotte moet hem aan het adres van de secretaris van het hart, dat hij het bijzonder vervelend vindt dat echt op het allerlaatste moment nog een document aan de stukken is toegevoegd.
De VOORZITTER neemt aan dat de heer Van Loef hiermee doelt op de was/wordt-lijst. Mevrouw FEUTH vindt het ook vervelend dat bedoeld document pas zo laat is gepubliceerd, maar wijst er overigens op dat de was/wordt-lijst, en dus ook het onderzoek, überhaupt niet zou zijn verstrekt als zij er afgelopen vrijdag niet om had gevraagd. Misschien moet men daarom ook zelf eens in de spiegel kijken en zich afvragen hoe stukken hier worden voorbereid en vragen gesteld. Wat de inhoudelijke kant van de zaak betreft, meent zij dat het goed is om duidelijke criteria te hebben, zodat er geen totale willekeur ontstaat. Het gaat met name om bepaalde gebieden en daarvoor kunnen gewoon regels worden gesteld. Aan wat er al staat hoeft niemand meer te voldoen. Nu moeten ze ook langs de snelle criteria en wordt er één extra blik op geworpen, dus ze snapt niet helemaal hoe dit de regeldruk zou verhogen. D66 kan gewoon instemmen met het voorliggende stuk. Wethouder SCHAATSBERGEN bevestigt dat mevrouw Feuth om de was/wordt-lijst had gevraagd. De lijst is afgelopen week gecreëerd en hij vond het wel zo fair om die, ook al was het op het allerlaatste moment, aan alle leden van de commissie kenbaar te maken. Hij neemt aan dat het niet in dank zou zijn afgenomen als alleen mevrouw Feuth de lijst zou hebben gekregen.
Of iets strenger wordt door een extra set gegevens om verder aan te toetsen, laat hij aan ieders beleving over. Hij is in de woordkeuze van de heer Oudshoorn meegegaan door het strenger te noemen, omdat in luw-gebieden naar regulier wordt gegaan en er behoudens op de sneltoetscriteria ook nog op een andere manier naar wordt gekeken. Of men het daarmee eens is of niet, is uiteindelijk
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
13
aan de raad. Hij heeft een voorstel naar de raad willen sturen waarin ook alle tussenliggende beleidsstukken een plek is gegeven, wat betekent dat er inderdaad ook een aantal regeltjes bij zijn gekomen die onder meer onderdeel zijn van beleidsstukken die na de vorige nota zijn gecreëerd, maar die regeltjes zijn ook door de raad vastgesteld. Uiteindelijk zullen die – daar heeft de heer Oudshoorn gelijke in –in de tweede fase ook allemaal hun uitwerking krijgen richting het omgevingsplan. Richting 2032 zullen nog meer onderwerpen aan de raad worden voorgelegd die een plek moeten krijgen in dat omgevingsplan. Ook deze welstandsnota zal erin verwerkt moeten worden, wat betekent dat er ook nog een moment zal komen waarop de raad kan aangeven welke richting het dan op zal moeten. Uiteindelijk is de doelstelling richting 2032 dat er voor geheel Capelle een omgevingsplan ligt waarin eigenlijk alles een plek heeft gekregen. Dat is al een aardige kluif op zich en dat betekent dat in de tussentijd toch met actualisaties van dit soort nota’s gewerkt zal moeten worden om ze in ieder geval qua wetteksten al richting het omgevingsplan te krijgen. Geïnformeerd is naar de balans tussen Erfgoed Post 65-projecten en nieuwe projecten. Erfgoed en Post 65 is in principe geen onderdeel van de welstandsnota, maar meer van de erfgoednota.
Hoe daarmee vervolgens wordt omgegaan in de welstandsgebieden komt wel voort uit de welstandsnota, want het slaat natuurlijk als een tang op een varken als in een monumentaal gebied, denk bijvoorbeeld ook aan de beschermde stadsgezichten, qua dakkapellen et cetera van alles kan worden gedaan wat men wil. Dit ligt ook een beetje in de lijn van de opmerking die de heer Frieser maakte over de regeldruk: hoe streng is men dan daadwerkelijk? De gemeente houdt een redelijkerwijs-beleid aan voor wat betreft welstand. Als het gaat over de manier waarop dakkapellen gebouwd moeten worden, is er in de nieuwe Omgevingswet natuurlijk ook nog het BBL waarmee rekening moet worden gehouden. Het Besluit Bouwen Leefomgeving is gewoon onderdeel van de Omgevingswet waarmee iedereen te maken heeft. De wijzigingen die door het college worden voorgesteld zullen uiteindelijk verwerkt worden richting de tweede fase. In de aanloop naar die tweede fase is er nog ruimte genoeg om op lijnen andere keuzes te maken. Wil de raad in deze welstandsnota andere keuzes maken, dan kan dat. Hij is echter van mening dat dit een goed stuk is, dat hij de raad graag wil aanbieden. De heer OUDSHOORN merkt op dat de wethouder nog niet is ingegaan op zijn vraag om een aanpassing op te nemen in het raadsvoorstel.
Wethouder SCHAATSBERGEN zegt toe te zullen laten bezien of in het raadsvoorstel een zin kan worden opgenomen waarin dat tot uitdrukking komt. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid, tenzij in de fractiebesprekingen alsnog anders wordt besloten, waarna dat aan het presidium kenbaar kan worden gemaakt. Hierna schorst hij te 21.53 uur voor enige ogenblikken de vergadering. SCHORSING De VOORZITTER heropent te 22.00 uur de vergadering. 7. Erfgoednota 2025 en de daarbij behorende nota van beantwoording inspraakreacties Erfgoednota 2025 Mevrouw FEUTH memoreert dat zij dit onderwerp van tevoren met een aantal collega’s heeft besproken waaruit het een en ander naar voren is gekomen waarvan zij graag als eerste de lijnen uit wil zetten, zodat daarna duidelijk is hoe de rest van de commissie erin zit. Er is blijdschap over de update van de erfgoednota, waardoor ook dit document straks voldoet aan alle veranderende wet- en regelgeving en ook weer binnen het omgevingsplan past. Wel moet ze, net als de heer Oudshoorn bij het vorige stuk, opmerken dat er niet alleen technische wijzigingen in staan, maar ook wel wat beleid toegevoegd wordt, terwijl in het voorstel staat dat het alleen om technische veranderingen zou gaan.
Dat is op dit moment niet het geval, maar na wat zij te zeggen heeft zullen het misschien wel alleen de technische wijzigingen worden. Bezwaar bestaat tegen het stuk van het Post 65-erfgoed. Ten eerste is het volstrekt onduidelijk op grond van welke criteria de eerste selectie gemaakt is. De basis is deel één van het Verhaal van Capelle, maar daarna een selectie door INTI zonder enige onderbouwing. Ze omschrijven het in een rapport heel mooi, maar waarop ze nou precies getoetst en de criteria gehanteerd hebben, is niet
Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 14 oktober 2025
Pagina:
14
helemaal duidelijk. Zojuist is haar het rapport onder ogen gekomen dat INTI een jaar geleden heeft gepresenteerd en dat heeft een pagina en een onderdeel minder. Dat is wel heel bijzonder, want het is hetzelfde rapport met dezelfde voorkant en dezelfde datum. Zij maakt bezwaar tegen de manier waarop dat allemaal tot stand is gekomen. Voorts bevinden zich bij de eerste selectie een aantal locaties die haars inziens niet tot erfgoed behoren. Of het monument of alleen erfgoed wordt genoemd, het levert wel beperkingen op. Daaronder valt het IJsselland Ziekenhuis. Het ziekenhuis is wat haar betreft een gebruiksvoorwerp en mag nooit door allerlei regels rondom erfgoed e.d. z’n functie en z’n veiligheid voor patiënten niet kunnen waarborgen. Dan de metrostations. Leuk dat ze erbij staan, maar ze zijn niet van Capelle en behoren niet tot de gemeente. Capelle heeft er niets over te zeggen en daarom horen ze ook niet in de erfgoednota te staan. Het gemeentehuis en de kantoren De Linie. Die locatie is eerder als kanslocatie voor woningbouw en herontwikkeling benoemd, ook vanwege de sociaalmaatschappelijke uitdagingen in de regio. En nu staat het opeens op de lijst voor mogelijk erfgoed. Ook staat er veel particulier bezit op de lijst dwaardoor de bewoners worden opgezadeld met alle allerlei grote uitdagingen waar ze echt niet op zitten te wachten.
Bovendien zal het publiceren veel onnodige onrust geven. Het heeft weliswaar ter inzage gelegen, maar als een woningbezitter er geen flauw idee van heeft dat zijn wooncomplex of woning op die lijst staat, gaat hij ook geen erfgoednota lezen en daarop een zienswijze indienen. Ze vreest dan ook dat dit voor de bewoners van bepaalde panden nog wel een grote verrassing zal zijn. In de nota, en ook wel een beetje in de welstandsnota, staat ook dat niet alleen naar het object gekeken moet worden, maar ook naar de omgeving. Zij is erg bang dat op die manier bijna de hele stad op slot gaat. Ze vraagt zich serieus af of de gevolgen van deze selectie wel meegewogen en op waarde geschat zijn. Het doen van een onderzoek naar objecten die bij voorbaat kansloos zijn in deze financieel en qua capaciteit krappe tijden wordt onwenselijk geacht. Ten slotte betoogt zij dat voor de juiste volgorde der dingen een en ander eerst in de raad besproken en eigenlijk zelfs besloten zou moeten worden voordat het in een belangrijk document als de erfgoednota terechtkomt. Ooit is een presentatie gehouden en daarna zou het college met een voorstel komen of zoiets. Dat is nooit gebeurd en het is zeker niet vastgesteld door het college. De volgorde der dingen in deze toch belangrijke kwestie verloopt dan ook niet helemaal goed.