02.02 - conceptverslag cie SLE 13-10-2025 2131055
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Samenleving en Economie, gehouden op maandag 13 oktober 2025, in de Raadzaal van het gemeentehuis, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer mr. Z. Schelkers;
volksvertegenwoordigers :
de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L.D. Poppe, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.G. Stegeman, raadslid D66; de heer mr. J.T. Nanne, burgerraadslid D66; de heer M. de Jong, raadslid VVD; de heer H.T. Verhoef, burgerraadslid SGP; mevrouw I.H. Monteiro da Veiga, raadslid PvdA; mevrouw S.F.I. Roos LLM, raadslid GroenLinks; de heer drs. J. Visscher, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw M.O. Pengel LLM, raadslid CBB (t/m agendapunt 5); mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA;
secretaris
:
mevrouw drs. C.M.J. van Adrichem;
portefeuillehouder
:
de heer E.M.C. Faassen, wethouder;
ambtelijke ondersteuning: notulist
de heer J.W. Groenink, senior beleidsadviseur grondzaken; de heer B. Bugter, senior beleidsadviseur jeugdhulp; :
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 6 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering om 20.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. 2.
Vaststellen verslagen - vergadering commissie Samenleving en Economie van 22 september 2025 - vergadering commissie Samenleving en Economie van 24 september 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers. 4.
Gemeenschappelijke regelingen (GGD, Promen, Beschermd Wonen, Jeugdhulp, Recreatieschap Hitland en MRDH Economie) Er zijn geen actualiteiten. 5. Verordening jeugdhulp Capelle aan den IJssel 2026 De VOORZITTER leidt in dat het doel van de aangepaste verordening is het aanpassen van de regels en uitwerking geven aan het raadsbesluit van 8 juli 2024, ‘Tegen de stroom in’, zodat ook wordt voldaan aan de wetgevingsvereisten en jurisprudentie. De uitgangspunten voor de aangepaste verordening zijn op 19 mei 2025 ter consultatie besproken door de commissie SLE. Opmerkingen uit die vergadering zijn verwerkt in de voorliggende versie. Er is over de verordening advies gevraagd aan de Adviesraad Sociaal Domein en de Capelse Jongerenraad. Het gevraagde besluit aan de gemeenteraad is om in te stemmen met de verordening. Wethouder FAASSEN bevestigt dat de verordening onderdeel is van de uitwerking van het door de raad vastgestelde programma ‘Tegen de stroom in’. Voor het opstellen van de verordening is ook rekening gehouden met landelijke ontwikkelingen, zoals uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
2
Daarnaast is gebruik gemaakt van de inbreng van de commissie en is overlegd met de Capelse Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein. Tevens is intern advies ontvangen van Juridische Zaken en gebruik gemaakt van kennis en praktijkervaring van het CJG. Uit gesprekken is gebleken dat er behoefte is aan een goede overgangsregeling voor het informele pgb. Om de planning van de bespreking van de totale verordening niet op te houden is deze overgangsregeling na overleg met de griffie in een aparte miniverordening opgenomen, die in de volgende commissie- en raadscyclus wordt behandeld. De verordening is aangevuld met stevige bepalingen over toezicht op zorgaanbieders, wat naadloos aansluit op het recent door het college vastgestelde controleplan. De verordening bevat onvermijdelijk droge juridische kost, wat niet altijd een feest is om te lezen. Dat kan echter niet anders, omdat het allemaal moet kloppen. Straks krijgt de gemeente een verordening, waarmee zij en het CJG goed aan de slag kunnen gaan. Daarin staat de menselijke maat voorop en blijft maatwerk mogelijk. De heer VISSCHER valt het op dat iedereen die zou moeten worden meegenomen ook is meegenomen en de uitdagingen op het gebied van jeugdhulp groot zijn. De door de ChristenUnie eerder aangedragen punten zijn in de verordening verwerkt.
De heer VERHOEF bekroop tijdens het lezen van de stukken het gevoel van verslagenheid, omdat er veel aan de hand is en te constateren is dat veel jeugdigen in een voor henzelf moeilijke situatie zijn beland. Het is goed om te zien dat over uitgangspunten van de verordening is gesproken met de Capelse Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein. Naar aanleiding van de adviezen van de jongerenraad is het goed dat er aandacht is voor de culturele en religieuze representativiteit van de aanbieders en het ook bekend maken van jeugdhulp op de reguliere scholen. De SGP-fractie is overwegend erg positief over de verordening. De markt van jeugdhulp kent kleinere en grotere aanbieders, welke laatstgenoemden hun zorg in het algemeen voor lagere prijzen kunnen aanbieden, waarmee de kans aanwezig is kleinere aanbieders weg te drukken. Kleinere aanbieders zijn qua cultuur en religie vaak meer divers, zodat hij vraagt ervoor te zorgen dat ook deze kleinere aanbieders in Capelle hun diensten kunnen leveren. Gevraagd wordt of de verordening daarvoor voldoende ruimte geeft en welke garanties daarvoor zijn ingebouwd. De SGP vroeg eerder aandacht voor de grote verantwoordelijkheid van ouders en het sociale vangnet. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen, wat op verschillende manieren is terug te zien in het raadsbesluit en de verordening.
Sommige gemeenten vragen van ouders om in het belang van hun kinderen soms een pas op de plaats te maken met hun carrière of andere activiteiten, hetgeen hij niet in de verordening terugleest. Hij wil weten waarom daarvoor niet is gekozen. Het CJG beschikt over een al bestaand aanbod op het gebied van ondersteuning bij relaties en echtsscheiding, zijnde een relatiespreekuur. Spreker is benieuwd of dat voldoende is. Er lijkt vooral te worden ingezet op het netjes regelen van een scheiding en een goede zorg voor de kinderen. De gemeente zou volgens de SGP een paar stappen verder moeten gaan. Kinderen van gescheiden ouders zijn namelijk oververtegenwoordigd in alle vormen van jeugdhulp. De gemeente Amsterdam heeft besloten dat gezinnen op een laagdrempelige manier relatietherapie moeten kunnen aanvragen, zelfs zonder verwijzing. Ook Bunschoten, Zutphen en Venlo bieden gratis relatietherapie aan. Wellicht kan Capelle hierop ook actief inzetten. De SGP vraagt zich verder af of voldoende ingezet wordt op het voorkomen van zwaardere zorg. Hoe is te zorgen dat men aan de voorkant ruimhartig is in de zorgverlening, zodat uiteindelijk inzet van zwaardere zorg is te voorkomen? Een van de Deense onderdelen van het jeugdbeleid is een groot aanbod van laagdrempelige steun, waarop de focus ligt.
Daar kunnen ouders eerst een aantal anonieme gesprekken voeren met een social worker voordat er überhaupt wordt geregistreerd. De SGP vraagt of dat laagdrempelige ruimhartige beleid aan de voorkant voldoende in de verordening zit of dat die toch onbedoeld drempels opwerpt, terwijl het gewenst is dat jongeren tijdig laagdrempelige hulp krijgen. In Denemarken is het de gewoonte dat kinderen bij het verlaten van de school lid zijn van een vereniging, waardoor er vrienden kunnen worden gemaakt, er een natuurlijke aanleiding is tot het ontstaan van een breed sociaal vangnet en er ruimte is voor ontwikkeling van talenten en interesses. Ook ontstaat er daardoor een verantwoordelijkheids- en gemeenschapsgevoel. Die kunnen van grote betekenis zijn als het op andere fronten wat minder goed gaat. Hij is benieuwd in hoeverre de gemeente hierop kan inzetten, bijvoorbeeld samen met scholen, en hoe het college bezig is met deze positieve kant van de jeugdzorg en of daar een schepje bovenop moet worden gedaan. De verordening vermeldt dat voor zowel instellingen als zzp’ers geldt dat ze niet recent veroordeeld dan wel verdachte mogen zijn in een lopend onderzoek naar fraude. De SGP wil weten hoe het college hieraan handen en voeten wil geven, bijvoorbeeld als het pgb al loopt, maar niet meer aan voorwaarden wordt voldaan.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
3
De heer STEGEMAN zag twee fouten in het raadsvoorstel, zoals dat de commissie SLE het onderwerp op 6 mei behandelde, wat echter op 19 mei was. In artikel 2 van de bijlage ‘Nadere regels jeugdhulp’ staan bij ‘behandeling individueel’ de bedragen € 1,75 en € 1,55 per uur vermeld, wat volgens hem bedragen per minuut moeten zijn. De suggesties van de Capelse Jongerenraad vindt hij goed. Ook D66 meent dat jongeren gebruik moeten kunnen maken van zorgverleners met een bepaalde culturele of religieuze achtergrond. Hij vraagt wat er gebeurt als er geen verlener met een bepaalde achtergrond beschikbaar is. Vervolgens stelt hij de vraag waarom ervoor is gekozen om de hulp bij het samenstellen van een familiegroepsplan door Welzijn Capelle te laten uitvoeren, terwijl het onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren, met daarin meegenomen het familiegroepsplan, door het CJG wordt gedaan. Het normenkader stelt grenzen en bepaalt bijvoorbeeld dat bij verlenging van zorg de inzet maximaal 80% mag bedragen van de inzet in de initiële periode. Hij vraagt wat er gebeurt als het doel door het doelmatig gericht werken niet wordt gehaald. D66 is verder benieuwd naar de hoogte van de financiële kostenbesparing door het schrappen van het artikel over de informele pgb-vergoeding van 50% van het laagste bedrag van zorg in natura.
Die optie is niet opgenomen in de Kadernota 2026 en het bijbehorende ombuigingsvoorstel. Als antwoord op een technische vraag is aangegeven dat het in de conceptverordening opgenomen tarief voor een pgb in een sociaal netwerk een onderdeel is van de totaalpost. Op 16 juni is de raad in een Kadernota 2026 geïnformeerd dat in lijn met de regionale toezichthouder de stelposten voor jeugdhulp uit de begroting zijn gehaald. Hierdoor zijn de mogelijke effecten van regionale maatregelen en ‘Tegen de stroom in’ niet meer in de begroting verwerkt. Het verlagen van het pgb-tarief voor informele hulp zit volgens zijn analyse dus niet in de kostenbesparing, die uiteindelijk naar € 480.000,- oploopt. Hij informeert naar de logica van het fors verlagen of halveren van het tarief voor informele pgbjeugdzorg. Het alternatief is namelijk vier keer duurder als overgestapt wordt naar zorg in natura. Hij denkt dat omzetting van een pgb-budget in zorg in natura alleen maar zal leiden tot een kostenverhoging. Mevrouw POPPE vindt het goed dat de Capelse Jongerenraad advies heeft gegeven en wil oog laten houden voor de kleinere aanbieders die rekening houden met een religieuze en/of culturele achtergrond en het bewaken van de continuïteit daarvan.
Mevrouw PENGEL merkt op dat de aanleiding tot het aanvragen van een pgb uitnodigt tot het leveren van maatwerk en het bijvoorbeeld stellen van nadere regels. Zij vindt het goed te lezen dat de hardheidsclausule wordt overgenomen door het toepassen van de menselijke maat in gevallen waarin de verordening niet voorziet. Er is sprake van een heldere uitwerking van de toetsing op bekwaamheid van de aanvrager. De aandacht voor jeugdhulp aan ongedocumenteerde kinderen noemt zij bijzonder. Ook het samen optrekken van zorgaanbieders om fraude tegen te gaan maakt dat zij instemt met de wijzigingen in de verordening. De heer VERHOEF vraagt wat mevrouw Pengel met ‘bijzonder’ bedoelt. Mevrouw PENGEL legt uit dat men ingezetene moet zijn om voor voorzieningen in aanmerking te komen, wat ongedocumenteerde kinderen niet zijn. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA vindt de herziening belangrijk en is van mening dat elk kind tijdig passende en mensgerichte hulp verdient, ongeacht het inkomen, afkomst of de gezinssituatie. Zij wil een systeem dat voor gezinnen werkt. De PvdA waardeert de verankering van de menselijke maat in de verordening, opdat deze leidend blijft, ook als er druk op de financiën komt. De nieuwe normenkaders geven duidelijkheid over de tijd, duur en omvang van de hulp, wat goed is voor de transparantie en de rechtsgelijkheid.
Wel vraagt zij hoe flexibel deze normen zijn bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Recent kwamen wat artikelen naar buiten over jongeren die veel kampen met psychisch-mentale en sociale problematiek. Gezinnen zijn meer complex, waardoor de jeugdhulp dat ook wordt. Daarom informeert spreekster of de verordening flexibel genoeg is om deze hulp te kunnen aanbieden. Ouders die hun pgb gebruiken voor zorg aan hun kind worden nu mogelijk formeel werkgever, wat voor hen een forse extra verantwoordelijkheid is. Spreekster wil weten hoe zij worden ondersteund bij de administratie, loonbetalingen en juridische verplichtingen en of het te overwegen is om hen een helpdesk of ondersteuning via het CJG aan te bieden. De PvdA begrijpt het belang van goed toezicht en het tegengaan van misbruik van publieke middelen. Deze moeten eerlijk besteed worden, maar de PvdA is ook alert op de balans tussen controle en vertrouwen. Daarom is zij benieuwd hoe men voorkomt dat strengere controles leiden tot wantrouwen richting gezinnen die juist afhankelijk zijn van deze hulp.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
4
Tot slot vraagt de PvdA aandacht voor preventie en gelijke kansen. Jongeren met verschillende culturele en sociaal-economische achtergronden kunnen niet altijd even makkelijk hun weg naar hulp vinden. De vraag daarbij is hoe gelijke toegang concreet wordt geborgd bij de inkoop en uitvoering van jeugdhulp en of er bijvoorbeeld met cultuursensitieve training voor hulpverleners wordt gewerkt. Zij sluit zich tot slot aan bij de opmerking van de Capelse Jongerenraad en ondersteunt het doel en de richting van de nieuwe verordening. Er zijn duidelijk verbeteringen op het gebied van transparantie, controle en participatie. Mevrouw ROOS vraagt waarom het uurtarief voor het pgb in het sociale netwerk flink is verlaagd van € 40,- of € 32,- naar het minimumloon van circa € 16,-. Dit omdat slechts 24 cliënten van een informeel pgb gebruik maken, zodat wellicht geen merkbaar bedrag te besparen is. Misschien is het mogelijk om het verschil iets kleiner te maken en het nieuwe bedrag gelijk te stellen aan het gemiddelde uurloon in Nederland. Mevrouw DEN ENGELSMAN vindt de nieuwe geactualiseerde verordening goed, zodat de gemeente weer voldoet aan de huidige wet- en regelgeving en aansluit bij de landelijke hervormingsagenda en het lokale beleid. De verordening en nadere regels zijn in sterke juridische taal geschreven.
Er komt daarom een aantal thematische factsheets voor CJG-medewerkers en cliënten, waarbij het goed is om te lezen dat ook de Adviesraad Sociaal Domein daarbij wordt betrokken, zodat de leesbaarheid voor eenieder goed zal zijn. De Capelse Jongerenraad wordt bedankt voor de gevraagde aandacht voor aanbieders met een andere culturele of religieuze achtergrond. De menselijke maat wil zij niet uit het oog laten verliezen en de hardheidsclausule staat het toe om af te wijken. De Capelse Jongerenraad wil jeugdhulp niet alleen bij het speciaal onderwijs bekend laten maken, maar ook bij het reguliere onderwijs, welk voorstel wordt meegenomen. Zij neemt aan dat het onderwijsveld bekend is met jeugdhulp en mogelijke doorverwijzing daar naartoe. Het college ziet de noodzaak tot een nauwe samenwerking tussen het onderwijsveld en jeugdhulp, waartoe er een haakje in de verordening zou komen. Artikel 15.4 vermeldt nu dat het college na overleg met de onderwijsorganisatie nadere regels kan stellen. Wellicht moet bij een noodzaak het woord ‘kan’ geschrapt worden en duidelijk worden dat er nauwe samenwerking gewenst is en dat nadere regels stellen na goed overleg ook daadwerkelijk gebeurt. Ouders krijgen waarschijnlijk na aanname van een wetsvoorstel een verplichting tot formeel werkgeverschap. Het CDA vraagt hoe hierover goed naar ouders zal worden gecommuniceerd.
De bepaling over ‘niet meewerkende ouders’ in artikel 25 vindt zij niet leuk. Zij zijn verplicht om binnen hun eigen mogelijkheden aan onderzoek mee te werken. Het CDA vraagt oog te houden voor ouders die niet voldoende taalvaardig zijn en hen voldoende te ondersteunen. Wethouder FAASSEN is het met de ChristenUnie eens dat de uitdaging groot is, niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk. Als twee of drie kinderen uit de gemeente heel ziek zijn betekent dat financieel ook wel wat voor de gemeente. De gemeente is wel goed op weg, omdat het geld met name bedoeld is om ervoor te zorgen dat kinderen normaal en gezond opgroeien, waartoe alle kinderen het recht hebben, ook de kinderen zonder status. De SGP vroeg hoe oog te houden voor kleinere instellingen en dat gebeurt via de lokale inkoop en het systeem van onderaanbieders. Onderaannemers betekenen echter ook risico, omdat gemeenten daarop minder zicht hebben. In Capelle is dat zicht er echter wel. Hij is het ermee eens dat het bijvoorbeeld bij een vechtscheiding te gek voor woorden is dat de kinderen geproblematiseerd en gemedicaliseerd worden. Het CJG en Welzijn Capelle geven trainingen om te zorgen dat ouders goed geïnformeerd zijn. Gratis relatietherapie zit nog niet in het gemeentelijke pakket en hij heeft ook niet de intentie om dat aan te bieden, gezien zijn persoonlijke mening over overheidsbemoeienis naar mensen toe.
De SGP beval aan om verenigingslidmaatschap van kinderen te bevorderen. Capelle beschikt over de jeugdsport- en cultuurpas om dat lidmaatschap zoveel mogelijk te stimuleren en te financieren. De jeugdsport en -cultuurpas noemt hij hiervoor het ideale middel. Wat betreft het informele pgb gaat het om lichte hulpverlening voor kinderen, bijvoorbeeld het helpen bij het aantrekken van speciale schoenen bij een beperking, het aansturen en begeleiden met douchen, zindelijkheid, tandenpoetsen of algemene dagelijkse levensbehoeften. Informeel pgb wordt ingezet om ouders die zwaar overbelast zijn tijdelijk te ontlasten, bijvoorbeeld door iemand uit het netwerk (tante of oma), die een paar uur in huis komt, met als doel dat de ouder even tot rust kan komen of bepaalde zaken kan regelen. Uitgangspunt in de Jeugdwet is dat kinderen zorg in natura krijgen, vanuit gecontracteerde instellingen via het CJG. Als de ouders of de jeugdige zorg in natura niet passend vinden en een pgb willen hebben zijn daaraan eisen verbonden. Een pgb is geen inkomensregeling, waarover er jurisprudentie
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
5
is. Daarnaast heeft de raad bij het vaststellen van het rapport ‘Tegen de stroom in’ een gemotiveerde keuze gemaakt voor gecontracteerde zorg. Als een pgb-bedrag vrijvalt zou het netjes zijn om dat aan de raad mee te delen. In de verordening uit 2018 was het tarief voor een informeel pgb gesteld op maximaal 50% van het overeenkomstige tarief voor zorg in natura, wat in voorkomende gevallen neerkomt op iets meer dan € 40,- per uur. In de voorliggende verordening is dat pgb-tarief voor een sociaal netwerk vastgesteld op het wettelijke minimumloon van € 14,40 per uur plus vakantietoeslag, wat neerkomt op € 15,55. In totaal gaat het om 24 cliënten met een informeel pgb, wat soms gecombineerd is met een formeel pgb van een pgbzorgaanbieder of een zzp’er met een pgb-contract. Mensen beschikken voor een informeel pgb niet over een opleiding, de enige vereiste is om te beschikken over een VOG. De aanvraag voor een herindicatie pgb moet tijdig worden ingediend, bij voorkeur drie maanden voor de einddatum van de beschikking. Dit betekent dat er na vaststelling van de verordening onvoldoende tijd is voor betrokken cliënten of hun ouders voor een goede voorbereiding. Daarom zou hij graag bij de voorliggende verordening een overgangsregeling maken, een soort allonge.
Er is in de Verordening 2026 reeds een overgangsregeling opgenomen, maar over de informele pgb moet er dus nog een andere uitgebreide overgangsregeling komen, die in de volgende commissie- en raadscyclus wordt behandeld. Bij een overgangsregeling schat het CJG de impact van het doorschuiven van nieuwe aanvragen in op € 200.000,- aan kosten. Alle mensen die nu een informeel pgb hebben worden hierover door het CJG persoonlijk benaderd. Mevrouw ROOS wil weten waarom bij het informele pgb specifiek voor het minimumloon is gekozen. Wethouder FAASSEN wijst erop dat de gemeente niet minder mag betalen dan het minimumloon. De menselijke maat is in de verordening verankerd. In het belang van het kind komt hij bij financiële wijzigingen naar de raad toe, die er nu nog niet zijn. De menselijke maat is en blijft dus leidend. Vervolgens gaat hij in op de vraag hoe flexibel de gemeente blijft. Het gaat om een fluïde verordening. Geprobeerd wordt die organisch aan te passen, zodat die up to date blijft. Het college wil geen zorgcowboys in Capelle zien, zodat er goed wordt gecontroleerd. Vanaf het eerste kwartaal kunnen allerlei controles op instellingen worden ontplooid. Onder zaken steeds strakker organiseren komt het college niet uit, maar de menselijke maat blijft dus bestaan. De heer BUGTER gaat eerst in op het wetsvoorstel over de Regeling dienstverlening aan huis.
Vanaf 1937 hoefden mensen bij hulp in het huishouden geen belasting en premies af te dragen. Het Clara Wichmann Instituut heeft daartegen geprocedeerd, omdat dit in strijd met het gelijkheidsbeginsel is, welke procedure is gewonnen, zodat de wet aangepast moet worden. Die aangepaste wet zou op 1 januari 2026 moeten ingaan. In november vindt daarover nog een commissieoverleg van de Tweede Kamer plaats. Na aanpassing van de wet wil het college dat alle betrokken ouders daarover goed geïnformeerd zijn. Momenteel zijn er geen ouders met een informeel pgb en die te maken hebben met een loondienst van minder dan drie dagen per week. In het algemeen is het wel goed om alle ouders met een informeel pgb te informeren, omdat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties zegt op te passen met zzp-werk en dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ouders die een pgb hebben of aanvragen moeten dus goed over wettelijke ontwikkelingen geïnformeerd worden. Landelijk gaan ontwikkelingen op dat gebied wat traag. Ouders die het betreft gaan straks wel weer geholpen worden door de Sociale Verzekeringsbank, die ze qua werkgeverschap veel werk uit handen gaat nemen op het gebied van loonafdracht. Ouders worden dus op dat punt niet in de steek gelaten. Vervolgens gaat hij in op de vraag over grote en kleine aanbieders en of daarmee in de tarifering rekening is gehouden.
Er is voor de lopende aanbesteding een tariefonderzoek gedaan. Het onderzoeksbureau heeft daarbij een mix genomen van grote en kleine aanbieders. Hij gaat er van uit dat aanbieders daarmee uit de voeten kunnen, temeer omdat in het aanbestedingstraject hierover geen vragen zijn gesteld. Er waren meer dan zeventig inschrijvers, waaronder ook voldoende met een diverse culturele en religieuze achtergrond. Bij een aanvraag voor een kind met een speciale achtergrond, waarvoor geen aanbieder is te vinden is maatwerk van toepassing en wordt een aanbieder gezocht met dezelfde culturele of religieuze achtergrond als het gezin. Ouders mag men niet dwingen om mee te werken aan hulpverlening. Het CJG kan hen wel goed toespreken en vragen na te denken om die hulp toch te accepteren. Aan de voorkant van het traject wordt voor de aanvraag al met mensen gesproken. De aanvraag start pas als er een officiële schriftelijke aanvraag wordt ingediend. Dat geeft wat meer tijd om met ouders te praten over wat er aan de hand is. Het Deense systeem is vaak onderzocht en zeer interessant, maar dat volledig op de Nederlandse situatie toepassen is echter moeilijk.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
6
Vanzelfsprekend wordt een band gezocht met het voortgezet onderwijs. Er wordt ook al gewerkt aan een band met het basisonderwijs. Begeleiding bij een aanvraag kan het beste plaatsvinden door een onafhankelijk persoon, zijnde iemand van Welzijn Capelle in plaats van het CJG. Daarna gaat hij in op de vraag waarom bij een verlenging van een individuele voorziening de inzet maximaal 80% mag bedragen. De gedachte daarachter is dat inzet van jeugdzorg doelmatig en efficiënt moet zijn. Aanbieders wordt gevraagd met een goede methodiek, methodisch en met opgeleide mensen naar een doel toe te werken. Dat moeten zij kunnen doen in de gegeven periode, zes maanden of een jaar. Als dat bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden niet kan zou het bij een verlenging van het traject met een kortere inzet wel moeten kunnen, zijnde 80%. Dat percentage is niet op basis van wetenschappelijk onderzoek gekozen. Individueel kan het CJG altijd anders besluiten indien nodig. De heer STEGEMAN vraagt of het gaat om 80% van het uurtarief. De heer BUGTER gaat het om 80% van het aantal uren dat een aanbieder beschikbaar krijgt om de klust te doen, dit tegen hetzelfde uurtarief. Met betrekking tot het informele pgb heeft de Centrale Raad van Beroep op 30 september twee uitspraken gedaan, zijnde dat het minimumloon bij informele jeugdhulp is toegestaan. Een hoger tarief mag ook.
De tweede uitspraak ging erover dat dit zowel voor de Jeugdwet als de Wmo geldt. Gevraagd is of een lager tarief bij een informeel pgb tot het contraeffect leidt dat men meer van een formeel pgb gebruik gaat maken. Hiernaar is geen onderzoek gedaan. Men kan wel bedenken dat formele aanbieders gewend zijn om meer methodisch, doelgericht en systematisch te werken, wat kan leiden tot kortere hulpperioden. De Jeugdwet heeft goed geregeld dat ook ongedocumenteerden voor jeugdhulp in aanmerking kunnen komen. Het gaat dan om jongeren die in de gemeente Capelle verblijven. De verordening vermeldt dat alles kan worden aangeboden, zowel individuele als groepssessies. Groepsbegeleiding is niet per se slecht en is echt stimulerend voor een jeugdige, omdat die kan spreken met anderen die in dezelfde positie verkeren. Wethouder FAASSEN gaat nog in op de vraag hoe de gemeente de leerlingen uit het regulier onderwijs kent. Op scholen zijn er interne begeleiders, schoolcontactpersonen en schoolmaatschappelijk werkers, die het CJG kennen. Leerlingen met problemen kunnen met deze mensen contact opnemen, die hen naar het CJG kunnen doorverwijzen. De twee door de heer Stegeman geconstateerde fouten in het raadsvoorstel worden nog aangepast. Tweede termijn De heer VERHOEF wil garanties laten inbouwen dat werk aangeboden kan worden aan elke aanbiedende partij die voldoet aan de voorwaarden.
Dit kunnen wat hem betreft naast aanbieders met een bepaalde culturele of religieuze achtergrond alle aanbieders zijn. Best wat gemeenten zeggen dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen en zorg moeten dragen dat dat goed gaat. Soms moeten carrières van ouders plaatsmaken voor de belangen van de kinderen en de vraag is of de raad dat specifiek moet uitspreken. Wat betreft relatietherapie is de SGP nooit voor veel overheidsbemoeienis geweest, maar de gemeente Amsterdam maakt niet voor niets een keuze voor relatietherapie. Als men daar een keuze voor maakt, zijn er geen beletselen en hoeft men niet langs een wijkteam of Veilig Thuis. Relatietherapie kunnen mensen zelf aanvragen, wat anders is dat overheidsbemoeienis. Als veel jongeren door een scheiding in de jeugdzorg belanden, heeft de gemeente wel een verantwoordelijkheid. De gemeente kan er zoveel mogelijk aan doen om dat te voorkomen. Nederland is inderdaad geen Denemarken, maar beschikt wel over een rijk verenigingsleven, zo ook Capelle. Wellicht moet de gemeente lidmaatschap van verenigingen stimuleren. De heer DE JONG vraagt waarom de SGP ouders niet verantwoordelijk wil stellen voor het door hun kind lid worden van een vereniging. De heer VERHOEF gaat het om de stimulans.
Als men preventief kan voorkomen dat jongeren geen sociaal vangnet hebben, dan denkt hij dat de gemeente op dat gebied een mooie rol kan spelen. Kinderen kan men stimuleren om zo een bepaalde keuze te maken. De heer JALIENS meent dat de gemeente al via het jeugdfonds sport en cultuur stimuleert om te gaan sporten en bewegen. De heer VERHOEF meent dat er aanbod vanuit verenigingen genoeg is en constateert ook het probleem dat veel jongeren geen sociaal vangnet hebben. Dat vangnet kan er op een natuurlijke manier komen. De vraag is of de gemeente daarbij een schepje er bovenop moet doen. De SGP zou graag zien dat er daarvoor goede aandacht is. De verordening vermeldt dat hulpverleners vanuit instellingen en zzp’ers niet recent veroordeeld of verdachte mogen zijn in een lopend onderzoek naar fraude. Hij vraagt daarom wat de gemeente in het specifieke geval kan doen als het pgb al loopt en niet meer aan voorwaarden kan worden voldaan.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
7
De heer STEGEMAN is benieuwd of al formeel is besloten tot het schrappen van een vergoeding van 50% van het tarief voor zorg in natura voor het informele pgb-tarief. Als mensen bij een informeel pgb alleen nog maar het minimumloon als uurtarief krijgen bestaat de kans dat zij alsnog kiezen voor zorg in natura. Als daarnaar geen onderzoek is gedaan wil hij weten waarop de gemaakte keuze is gebaseerd. De heer JALIENS vindt de verordening een logisch gevolg van ontwikkelingen uit de afgelopen tijd. Hij denkt dat het verlagen van het tarief voor informele zorg ook zo gezien moet worden. Het oude tarief voor het informele pgb kan ook een prikkel zijn geweest voor ouders om informele zorg te verlenen en hun baan op te zeggen, terwijl die informele zorg ook schuurt aan gebruikelijke geboden zorg. Moet de gemeente dan blijven volharden in een tarief van € 40,-, terwijl bij de gebruikelijke zorg geen vergoeding daarvoor geboden wordt? Als de gemeente per 1 januari 2026 het minimumuurloon gaat hanteren komt er ook een overgangsregeling, waarmee men voorkomt dat ouders hun baan opzeggen om informele zorg te gaan verlenen. Gezien de uitleg en de gegeven antwoorden kan Leefbaar Capelle zich vinden in de verordening en ziet zij graag de overgangsregeling tegemoet. Mevrouw ROOS vraagt of Leefbaar Capelle het verschil tussen het oude tarief en het minimumloon niet te groot vindt.
De heer JALIENS vindt dat verschil niet te groot en verwijst daarvoor naar zijn argumenten. Bovendien komt er ook een overgangsregeling. Als ouders geboden informele zorg als een salaris zien kan men er van uit gaan dat die zorg niet tot in lengte van dagen gegeven kan worden. Zij moeten er daarom rekening mee houden dat die vergoeding op enig moment zal stoppen. Dat moment is nu met de nieuwe verordening gekomen. Er is nu voor iedereen duidelijkheid dat voor informele zorg, zeker als die schuurt aan de gebruikelijke zorg, het minimumloon zal worden gehanteerd. Mevrouw ROOS denkt dat het risico dat ouders hun baan gaan opzeggen weg is als een tarief van € 20,- of € 25,- zal worden gehanteerd. De heer JALIENS vindt het verschil tussen € 40,- en het minimumloon groot, maar het verschil tussen € 40,- en het gemiddelde loon is dat ook. De vraag is dan waar men de grens trekt. Het minimumloon biedt duidelijkheid, ook voor mensen die in de toekomst informele zorg gaan verlenen, zodat ze hun werkrelatie niet zullen opzeggen. Mevrouw PENGEL stemt in met de voorgestelde wijzigingen. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA vernam dat momenteel niemand in Capelle gebruikt maakt van het pgb, zoals zij vroeg, maar dat kan in de toekomst veranderen, zodat zij haar vraag over een helpdesk of ondersteuning via het CJG voor hen handhaaft.
Mevrouw ROOS komt terug op het pgb-tarief voor informele zorg, dat in de toekomst veel verschilt van het huidige tarief. Nu is de assumptie dat mensen bij het oude tarief hun baan opzeggen, omdat ze meer kunnen verdienen aan een pgb. Dat is volgens haar meer uitzondering dan regel, zodat zij vraagt of mensen daarvan zoveel misbruik maken dat het tarief verlaagd moet worden. Ook wil zij weten waarom niet is gekozen voor een uurtarief dat net iets hoger is dan het minimumloon, bijvoorbeeld € 20,- of € 25,-, waardoor het verschil iets minder groot wordt en makkelijker te overbruggen is. Tot slot is zij benieuwd waarom de uit te werken overgangsregeling niet tegelijkertijd kan worden vastgesteld met de voorliggende verordening. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt om in de verordening een nauwe samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp op te nemen, in plaats van de huidige kan-bepaling. Wethouder FAASSEN wijst de heer Verhoef op artikel 11 op bladzijde 63, dat gaat over de verantwoordelijkheid van ouders. Bij gratis relatietherapie vraagt hij zich af of de gemeente zich niet te veel gaat bemoeien met relaties van mensen, maar over een eventueel aanbod daarvan wil hij nog nadenken. Het college heeft besloten om het uurtarief voor informele pgb vast te stellen op het minimumloon. Als de raad het anders wil kan dat via het indienen van een amendement.
Jurisprudentie zegt dat een informeel pgb geen inkomensregeling is. Voor het gebruik maken van een informeel pgb is ook geen opleiding nodig, alleen een VOG is verplicht. Vanuit medemenselijkheid is een overgangsregeling bedacht. Het verschil met het voorgaande uurloon en het minimumloon vindt hij niet te groot en dat tarief mag de gemeente van de rechter ook hanteren. De woorden ‘misbruik van informeel pgb’ heeft hij nooit gebruikt. Van de huidige regels maken mensen nu gebruik, maar het huidige bedrag vindt hij te hoog.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
8
Mevrouw ROOS impliceerde niet dat sprake is van misbruik, maar had het gevoel dat die sfeer ontstond en benadrukt dat dat niet zo is. Wethouder FAASSEN vindt de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg heel erg belangrijk. Het woord ‘kan’ moet hij in de tekst opzoeken, maar de betreffende bepaling in artikel 15 kan enthousiaster en beter worden opgeschreven. De heer BUGTER merkt op dat de gemeente na het ontdekken van fraude de mogelijkheid heeft om maatregelen te nemen, zoals een cliëntenstop, het instellen van nadere onderzoeken en het instellen van vervolging. In alle gevallen wordt oog gehouden voor de belangen van de jeugdige. Er zal zeker een helpdesk komen als de maatregel komt dat ouders als werkgever moeten gaan optreden. De ouder moet dan bij het CJG terecht kunnen, momenteel gaat het echter over nul cliënten. Naar de kan-bepaling in artikel 15 zal hij nog kijken. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de raad voor de raadsvergadering nog kennis kan nemen van het aangepaste artikel 15. Wethouder FAASSEN kan dat gewijzigde artikel dan geel kleuren. De heer VERHOEF informeert naar een garantie voor het gelijke speelveld voor kleinere aanbieders. De heer BUGTER licht toe dat Capelle een open house inkoopsystematiek hanteert, met reguliere instroomrondes.
Nieuwe aanbieders kunnen zich eenmaal per jaar aanmelden, maar moeten wel aan alle voorwaarden zoals andere aanbieders voldoen. De heer STEGEMAN vraagt waarom het verlagen van het informele pgb-tarief niet zou leiden tot meer overstappen naar zorg in natura, in de wetenschap dat daarnaar geen onderzoek is gedaan. Ook informeert hij naar het waarom van het loskoppelen van de overgangsregeling van de verordening. Wethouder FAASSEN heeft daarover overlegd met de griffie. De overgangsregeling wordt een zelfstandige korte verordening. De oude bedragen blijven daarin gelijk en de periode waarin mensen die al gebruik maakten van de oude regeling daarop een beroep kunnen doen wordt verlengd tot 1 januari 2027. De heer BUGTER weet dat de nota ‘Tegen de stroom in’ indertijd door bureau Berenschot is doorgerekend. Daarbij is uit alle mogelijke maatregelen rondom het pgb één bedrag gekomen. De heren STEGEMAN en VERHOEF zijn geen voorstanders van het doorgeleiden van het voorstel naar de lijst van hamerstukken. Het stuk kan echter wel op die lijst worden opgenomen, waarbij via het presidium daarvan alsnog een bespreekstuk kan worden gemaakt. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel vooralsnog naar de lijst van hamerstukken gaat. 6. Ontwerpvisie Economische Vestigingsklimaat MRDH De VOORZITTER deelt mee dat het algemeen bestuur van de MRDH op 12 september jl.
de ontwerpvisie Economisch Vestigingsklimaat aan de gemeenteraad heeft aangeboden. Het college stelt de gemeenteraad voor om over het ontwerp een zienswijze bij het algemeen bestuur van de MRDH in te dienen. De heer DE JONG vindt de visie best vriendelijk en lief geschreven en had de tekst sterker willen zien, omdat Capelle daarin niet is genoemd en volgens die visie blijkbaar geen hotspots heeft. Capelle lijkt soms bij het maken van regionale afspraken aan het kortste touwtje te trekken. De VVD zou daarom iets prominenter aangegeven willen zien dat Capelle ook op de kaart staat, zeker gezien het aantal banen ten opzichte van het aantal inwoners en het belang van bedrijven en het mkb. Het stuk omschrijft een beetje vaag en op vriendelijke toon op welke wijze regionaal de samenwerking wordt opgezocht met betrekking tot investeringen, projecten etc. Nergens is benoemd welk deel van investeringen richting de grote stad gaat in plaats van naar Capelle aan den IJssel. Kaders zijn niet aangegeven. Hij vraagt zich af wat de MRDH voor Capelle echt toevoegt. Wellicht moet de gemeente in dit geval iets strenger, strikter en harder zijn ten opzichte van de MRDH. De heer VISSCHER deelt de opmerkingen van de VVD, maar vindt de toon van de zienswijze duidelijk genoeg. De ChristenUnie gaat daarom akkoord met het indienen daarvan.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
9
De heer VERHOEF spreekt waardering uit voor de door het college opgestelde zienswijze, zeker waar het gaat om het concretiseren. Hij kan zich vinden in de door de MRDH gestelde vijf economische clusters, maar MedTech zou wellicht daarop een goede aanvulling zijn. De indruk is dat de MRDH niet zoveel slagkracht heeft, maar toch is de visie ambitieus en bevat die terechte opgaven. De vraag is hoe krachten zodanig regionaal gebundeld worden dat daadwerkelijk meters worden gemaakt. Capelle heeft met relatief veel arbeidsplaatsen een groot belang bij de visie, maar er wordt maar weinig de link naar Capelle gelegd. Hij wil daarom weten hoe regionale inspanningen ten goede van Capelle komen en hoe het nut voor Capelle verder is te vergroten. De heer NANNE deelt de observatie dat Capelle in de visie te weinig credits krijgt. Capelle is niet bij de hotspots in de regio genoemd en het is terecht dat een aantal door de wethouder genoemde voorbeelden in de visie wordt opgenomen. Onderwijs is terecht een belangrijk punt. Capelle telt namelijk klassen met heel talentvolle jongeren. De visie geeft de arbeidsmarkt voor de toekomst vorm. Bij uitvoering van de visie zou men de link kunnen leggen naar het mbo, hbo en universiteit, maar ook naar middelbare scholen, waarvan leerlingen warm gemaakt kunnen worden om te kiezen voor opleidingen met toekomst in de regio.
Ook is er aandacht nodig voor het mbo, waar nu al grote tekorten ontstaan. Door de koppeling te maken met het mbo en het Capelse mkb kan men niet alleen de regio en het vestigingsklimaat versterken, maar ook een mooie arbeidsmarkt in Capelle creëren. De heer JALIENS kan zich vinden in de opgestelde zienswijze, met de vraag om oog te hebben voor de specifieke situatie en belangen van Capelle, zoals de lokale economie, de arbeidsmarktpositie en de ruimtelijke opgaven. Hij mist echter de bereikbaarheid van Capelle in de visie, die mede het vestigingsklimaat bepaalt. De MRDH kent een aparte mobiliteitscommissie, maar hij mist de link met de belangen van Capelle wat betreft bereikbaarheid en het behoud van het aantal banen, die in de toekomst veilig te stellen zijn, waarvoor bereikbaarheid van belang is. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA steunt het uitgangspunt van de ontwerpvisie ‘Samen werken aan een sterk en toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat in de regio’, maar vraagt wel aandacht voor enkele punten, zoals een inclusieve arbeidsmarkt. De nadruk ligt sterk op high tech en kennisintensieve sectoren. De PvdA wil voorkomen dat alleen hoogopgeleiden hiervan profiteren. Het college wordt gevraagd om in de zienswijze te benadrukken dat de MRDH ook moet investeren in praktisch geschoolde werknemers, bijvoorbeeld via stageplekken, leerbanen of bijscholingen.
Regionale samenwerking mag niet betekenen dat kleinere gemeenten alleen toekijken. De PvdA wil dat Capelle actief meedoet aan de clusters die bij de stad passen, zoals de digitale technologie, de innovatieve maakindustrie en het mkb. Tot slot vraagt zij of het college kan toezeggen in de zienswijze nadrukkelijk op te nemen hoe inclusieve werkgelegenheid, lokale kansen en duurzaamheid te borgen zijn binnen de regionale visie. Mevrouw DEN ENGELSMAN wijst erop dat de commissie SOB op 14 oktober de mobiliteitsvisie behandelt. De zienswijze daarop zal pas na de raadsvergadering verzonden worden, waarbij zij vreest over de uiterste indieningsdatum heen te gaan. De zienswijze op de ontwerpvisie Economisch Vestigingsklimaat wordt wel voor de fatale datum van 3 november ingediend. Het CDA vindt het belangrijk beide visies te linken en heeft bij de griffie aandacht ervoor gevraagd beide op tijd in te dienen. De voorliggende visie kan steviger, maar zij is blij met het benoemen van de VANAD Campus en de maritieme industrie daarin. Bij de regiobranding hoopt zij dat Capelle goed op de kaart komt, evenals dat de New Towns zullen bijdragen aan het flink op de kaart zetten van Capelle wat betreft het economisch vestigingsklimaat. De link met het onderwijs is heel belangrijk, evenals het promoten van werkervaringsplekken, ongeacht of men een beperking heeft.
Ook is zij blij met de gevraagde aandacht voor stads- en dorpsverzorgende economie. De zienswijze die benadrukt dat Capelle op de kaart moet staan vindt zij momenteel voldoende. Wethouder FAASSEN legt uit hoe de visie tot stand is gekomen. De MRDH telt 21 gemeenten, die op basis van MRDH-onderzoeken in gesprek zijn gegaan, waaruit uiteindelijk een grote gemene deler is gekomen. In de zienswijze wil hij meenemen dat de adviescommissie vaker wordt geconsulteerd. Het college heeft een voorzet voor de zienswijze gedaan. Eventuele wijzigingen hoort hij graag en hij denkt overigens dat de zienswijze Capelle voldoende benadrukt. VANAD is een campus die vanuit de markt functioneert.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
10
Uit de New Towns-onderzoeken komt economie als positief naar voren. MedTech valt onder innovatie en technologie, maar als de raad dat wenst kan hij dat onderwerp aan de zienswijze toevoegen. De suggestie over middelbare scholen vindt hij ook goed. Capelle doet het volgens hem vrij goed en heeft een economische visie, die andere gemeenten niet hebben. De gemeente kent niet veel leegstand in winkels en kantoorpanden en doet het qua economie niet verkeerd. Hij vindt de inclusieve arbeidsmarkt belangrijk, welk onderdeel nog beter kan. De opmerkingen over mbo, hbo en praktisch geschoolde plekken zitten al verwerkt in het onderdeel van mbo en middelbaar onderwijs. Met opname van med tech in de zienswijze kan hij instemmen. De VOORZITTER stelt voor dat de wethouder de aangegeven punten aan de zienswijze toevoegt en de commissieleden een week de tijd krijgen om schriftelijk daarop te reageren. Vervolgens schorst hij de vergadering. Schorsing (21.55 – 22.05 uur). De VOORZITTER heropent de vergadering en stelt voor dat de wethouder opsomt welke punten hij nog aanvullend in de zienswijze wil meenemen. Daarna zal die een gewijzigde zienswijze rondsturen, waarop eventueel in de raadsvergadering nog amendering kan plaatsvinden. Wethouder FAASSEN wijst erop dat uit te voeren punten nog in een uitvoeringsprogramma komen te staan.
Vooralsnog somt hij de volgende punten op die alsnog in de zienswijze worden opgenomen. inclusieve arbeidsmarkt, die gaat over mensen met een beperking; het middelbaar onderwijs en voorsorteren op beroepskeuzen; MedTech/innovatie; de adviescommissie meer betrekken bij besluitvorming en advisering. Tweede termijn De heer DE JONG is tevreden over de antwoorden van de wethouder en de aanvullingen op de zienswijze. De heren VISSCHER en NANNE zijn het ook eens met de aanvullingen/wijzigingen van de wethouder. De heer VERHOEF vindt innovatieve maakindustrie wat anders dan MedTech, zodat hij heeft voorgesteld MedTech mee te nemen in de zienswijze. De heer JALIENS is het ook eens met de aanvullingen en wil weten hoe de koppeling met de door de commissie SOB te behandelen mobiliteitsvisie vorm te geven is. De dames MONTEIRO DA VEIGA en ROOS zijn eveneens blij met de aangegeven aanvullingen. Mevrouw DEN ENGELSMAN wil juist Capelse zaken in de zienswijze aangegeven zien en wijst erop dat med tech meer een zaak van de gemeenten Delft en Rotterdam is. Innovatie van de maakindustrie sluit haars inziens mooi aan bij het gewenste beroepsonderwijs in Capelle. Wethouder FAASSEN verwijst naar bladzijde 28 van de visie, waar e-health is genoemd en wellicht valt MedTech daaronder. Daarnaast is er de focus op AI en digitale technologie.
De heer VERHOEF komt er nog op terug als de SGP MedTech zwaarwegend vindt en als die dit onderdeel als apart punt in de visie wil laten opnemen. Wethouder FAASSEN merkt op dat economie heel veel met mobiliteit te maken heeft en vraagt wat dat betreft de behandeling van de regionale mobiliteitsvisie van de commissie SOB af te wachten. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel wordt doorgeleid als hamerstuk naar de raadsvergadering van 10 november a.s. 7. Buitenreclame De VOORZITTER geeft aan dat de commissie graag met de wethouder van gedachten wil wisselen over buitenreclame. De wethouder kan daarbij vernemen welke accenten en aandachtspunten de commissie belangrijk vindt. De bespreking vanavond is een vervolg op onder andere de thema-avond. Het is aan het college wat het vervolgens met de consultatie doet. Het onderwerp komt niet terug in een raadsvergadering.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
11
Wethouder FAASSEN legt de procedure uit. Hij schrijft de goede ideeën en adviezen van de commissieleden op, waarna het college daarop reageert in een collegebrief. Het college heeft al het besluit genomen om landelijke regels en de Reclame Code Commissie te volgen. Mevrouw ROOS stelt voor om in de contracten voor buitenreclame op te nemen dat geen fossiele reclame en geen reclame voor vlees of vis gevoerd mag worden. Zij hoort graag hoe de wethouder en partijen daarover denken. Het is inmiddels duidelijk dat de aarde te snel opwarmt en allen heel snel het tij moeten keren om de desastreuze gevolgen hiervan te voorkomen. Dan is het eigenlijk best bijzonder in de openbare ruimte nog steeds reclame te zien voor vliegtickets, cruises, fossiele brandstoffen, grijze stroomcontracten, gascontracten of auto's met een fossiele brandstofmotor. Het betreft reclame met het specifieke doel om consumenten meer producten te laten afnemen die veel CO2-uitstoot veroorzaken. Capelle is via de VNG gebonden aan het Klimaatakkoord. En dat betekent dat er voor Capelle ook een inspanning is om bij te dragen aan het doel van een vermindering van de CO2-uitstoot met 55% voor 2030. En deze ambitie blijkt ook uit het eigen gemeentelijke duurzaamheidsprogramma, waarin het doel staat om de uitstoot van CO2 in 2050 op bijna nul te laten uitkomen.
Verder staat in dat programma: “We gebruiken veel fossiele energie voor het verkeer. Minder fossiele brandstoffen gebruiken levert een bijdrage aan het doel om minder energie te gebruiken en is positief voor de luchtkwaliteit in de stad.” Dan zou zij zeggen dat het weren van fossiele reclames heel erg mooi binnen deze ambitie past. Dit is zelfs noodzakelijk om de consumptie van fossiele producten terug te dringen en om daarmee die klimaatdoelen te behalen. Volgens het IPCC hangt 40% tot 70% van die reductiedoelstellingen af van een verandering in het consumentengedrag. En steeds meer gemeenten nemen hierin hun verantwoordelijkheid door geen nieuwe contracten meer af te sluiten voor fossiele reclames. Inmiddels ligt er ook een mooie uitspraak van de rechtbank Den Haag, die heeft overwogen dat de gemeente Den Haag in haar geval voldoende concreet heeft gemaakt dat het reclameverbod binnen de mogelijkheden van de gemeente een bijdrage kan leveren aan het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en aan het verbeteren van de gezondheid van inwoners en bezoekers van Den Haag. De door de gemeente Den Haag gehanteerde definitie van fossiele reclame betreft reclame over de producten en diensten van fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto's met een fossiele brandstofmotor.
Omdat deze definitie al door de check van de rechtbank is gekomen, zou Capelle die heel goed kunnen volgen. Daarnaast pleit GroenLinks voor het niet meer tonen van reclame voor vlees en vis, want de productie en consumptie daarvan dragen ook aanzienlijk bij aan CO2-uitstoot en milieuschade. Het is daarom van belang om de consument te stimuleren om vlees en vis minder te gaan consumeren in plaats van posters voor kiloknallers of hamburgers op te laten hangen in de openbare ruimte. Liberalen zullen wel denken dat consumenten zelf mogen bepalen wat ze consumeren en producenten zelf mogen bepalen waar ze reclame voor willen maken. Dat mag nog steeds, alleen gaat het er in dit geval om wat de gemeente actief promoot in haar eigen ruimte. Het niet meer tonen van dat soort reclames zou heel mooi binnen het eigen gemeentelijke beleid passen. De heer VISSCHER vraagt of GroenLinks bereid is om de gevraagde categorieën uit te breiden tot partijen die oproepen om ontrouw in relaties te zijn. Mevrouw ROOS moet dat nog binnen haar fractie overleggen, maar staat daar niet direct afwijzend tegenover. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA vindt het mooie betoog van mevrouw Roos veel stof tot nadenken bieden. Zij waardeert het gesprek over het buitenreclamebeleid en de uitvoering van de Nota buitenruimte.
De PvdA ziet de buitenruimte als een instrument dat inkomsten kan genereren, maar de leefbaarheid, duurzaamheid en sociale waarde van de openbare ruimte mogen niet aangetast worden. Haar fractie wil dat de regels uit de Nota Buitenreclame waar nodig worden aangescherpt, bijvoorbeeld via de APV of toekomstige contracten, zodat reclame in woonwijken of bij gevoelige locaties beperkt blijft, digitale schermen enigszins energiezuinig zijn en lichthinder minimaliseren. Zij wil dat ongewenste reclame voor bijvoorbeeld alcohol, gokken en fastfood niet wordt getoond in de nabijheid van scholen of sportvelden. Bij aanbestedingen en contracten vraagt de PvdA aandacht voor transparantie in de gunning, waarbij niet één commercieel bedrijf alles domineert en waarbij duidelijk afspraken over onderhoud, lichtsterkte en gebruikstijden worden gemaakt. In Fascinatio hebben bewoners namelijk veel last van lichtgevende bedrijfsgebouwen. Ook wordt aandacht gevraagd voor samenwerking met lokale partijen om ook maatschappelijke boodschappen en lokale ondernemers zichtbaar te maken. De fractie vindt dat bij iedere beslissing rekening moet worden gehouden met de leefomgeving. De financiële opbrengsten mogen niet belangrijker zijn dan de kwaliteit van de openbare ruimte.
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
12
Kortom, de PvdA wil een beleid dat buitenreclame toestaat waar dat past, maar altijd in balans met de leefkwaliteit, duurzaamheid en maatschappelijke waarde. Zij vraagt het college om deze punten mee te nemen bij verdere uitvoering en in de toekomstige contracten. Zij kan zich vinden in het betoog van GroenLinks. De heer JALIENS constateert dat buitenreclame nu voor de zoveelste keer in een commissievergadering aan de orde komt en vindt dat daarover al voldoende is gezegd. Leefbaar Capelle volgt de uitgangspunten van de nota, die zich conformeert aan de normen van de Reclame Code Commissie, de landelijke regelgeving en het vergunningenbeleid. Dat vindt hij voldoende. Bovendien heeft de wethouder eerder toegezegd in het kader van aanbestedingen ook te kijken naar de criteria en naar bepaalde niet passende reclamesoorten in de buurt van scholen en kerken. Wat hem betreft is er voldoende waarborg om met dat soort uitingen prudent om te gaan. Leefbaar Capelle heeft in het verleden ook gezegd niet voor een vergaande betutteling te zijn wat betreft reclame in de buitenruimte. CO2-reductie is volgens Leefbaar Capelle een landelijke en Europese opgave. Als Capelle fossiele reclames verbiedt en Rotterdam staat die toe, dan zal men daarvan niets merken, ook gezien de omringende snelwegen en de Algera-corridor.
Leefbaar Capelle pleit dus voor een landelijke aanpak van de CO2-reductie en niet voor een lokaal reclameverbod. Mevrouw ROOS wijst erop dat Capelle ook via de VNG is gebonden aan een landelijke opgave van CO2-reductie, waardoor dat ook een Capelse opgave is. De heer JALIENS ontkent dat er een Capelse opgave is. Bij een landelijke opgave moeten er ook landelijke richtlijnen komen. Als die er komen, zal ook Capelle daaraan te houden zijn. De heer STEGEMAN vindt het ook belangrijk dat ondernemers de kans krijgen om met hun producten en diensten te adverteren zonder onnodige beperkingen van de overheid. Daarom is D66 terughoudend over gemeentelijke regels die buitenreclame beperken. Wel ziet hij dat er in de landelijke regelgeving een leemte bestaat. Evenals Leefbaar Capelle ziet D66 het liefst een landelijk verbod op fossiele reclames, zodat Capelse ondernemers niet worden benadeeld ten opzichte van regionale ondernemers. De uitspraak van de rechtbank in Den Haag ging over een verbod in de APV. Lokale keuzes op het gebied van buitenreclame zullen niet dusdanig verschil maken dat ingrijpen volgens hem nodig is. Mocht een lokaal verbod voor het college open staan, dan moet een verbod voor fossiele buitenreclames voor het eerst in aanmerking komen vanwege de schadelijke gevolgen voor het klimaat. Wel wil hij dan weten wat de financiële gevolgen daarvan zijn.
Mevrouw ROOS vraagt of D66 meer voor een verbod via de APV dan via contracten zou openstaan. De heer STEGEMAN wil een verbod dat het makkelijkst in te passen is. Een verbod moet vooral praktisch en uitvoerbaar zijn en ook makkelijk te handhaven zijn. Lokale ondernemers moeten er niet de dupe van worden. De heer VERHOEF is van mening dat reclame überhaupt niet als een stevig verdienmodel voor de gemeente mag worden gezien, althans niet als een primair middel om gemeentelijke inkomsten te genereren. Hij vraagt het college in dezen een terughoudende rol in te nemen, zeker ook gelet op de grote impact van de commercie op consumentisme, schulden, klimaat etc. Men wil naar een economie van het genoeg, maar ondertussen maakt de gemeente wel op allerlei plekken buitenreclame mogelijk. De gemeente heeft te dealen met allerlei problemen in de samenleving. De gemeente heeft wat dat betreft een verantwoordelijkheid, zeker als het gaat om verslavingszorg, jeugdzorg, huiselijk geweld etc. Voor de SGP kan het dan niet zo zijn als gemeente reclame toe te staan die direct of indirect mede aan de wieg staat van deze problemen. Om die reden heeft zijn fractie dan ook grote moeite met reclames voor bijvoorbeeld gokken en overspel.
Wellicht is het goed om af te spreken om deze reclames buiten de gemeentegrenzen te houden en hierin als gemeentebestuur een goed voorbeeld te geven van wat zij belangrijk vindt. Wat betreft de uitvoering en de praktijk stelt hij een vraag in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hij is benieuwd of de wethouder bereid is om met contractpartijen mogelijkheden te bespreken om te differentiëren in tarieven voor de diverse reclamepartijen. Bijvoorbeeld een stichting met een anbi-status die tegen een lager tarief kan adverteren. Als laatste brengt hij de lichtvervuiling door reclamemasten onder de aandacht. Hij vraagt hoe de wethouder tegenover strengere regelgeving voor lichtmasten aankijkt, zoals geen reclame voeren op bepaalde tijden, bijvoorbeeld ’s nachts. De SGP vindt het klimaatargument ook belangrijk om echt over te gaan tot een verbod op reclames voor bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, althans reclames die daarmee te maken hebben. Hij voelt in dat verband wel wat voor wat D66 zegt om niemand te willen benadelen, in ieder geval niet ten
Commissie Samenleving en Economie maandag 13 oktober 2025
Pagina:
13
opzichte van de buurgemeenten. Voor de SGP is wel belangrijk dat getoonde reclames binnen de gemeentegrenzen niet ontwrichtend voor de samenleving zijn. De heer VISSCHER geeft de wethouder mee geen buitenreclame te willen die oproept tot overspel of ontrouw en vraagt hoe die daartegenaan kijkt. Over het voorstel van GroenLinks wil de ChristenUnie nadenken, ook als zij bereid is om het verbod uit te breiden tot reclames die oproepen tot ontrouw of overspel, in acht nemend met wat de SGP en D66 in dat kader hebben gezegd. De heer DE JONG blijft bij zijn eerder genoemde standpunt om zich te houden aan de wettelijke en landelijke kaders. Op persoonlijk vlak is hij het wel eens met het verhaal van mevrouw Roos. De VVD zal geen steun geven aan een lokaal verbod en sluit zich aan bij de vastgestelde nota. De heer VERHOEF vraagt wat de VVD doet als de wethouder wel meegaat met gemaakte opmerkingen vanuit de commissie. De heer DE JONG is benieuwd naar de verwoording van de wethouder en wellicht kan blijken dat de VVD zich daarin dan wel kan vinden. Nu wil de VVD het reclamebeleid niet aanpassen. De kans is echter 90% dat de VVD tegen een lokaal reclameverbod van fossiele brandstoffen, fastfoodketens en ontrouw in relaties is. Mevrouw DEN ENGELSMAN gaat mee met de aangegeven criteria voor reclame rondom scholen en kerken.
Zij verwacht dat reclames voor ontrouw en overspel in strijd zijn met de goede zeden. Ook het CDA houdt de landelijke richtlijn aan wat betreft de CO2-reductie. Op dit moment gaat zij daarom niet mee met een verbod op fossiele reclames, vlees en vis en wacht zij de landelijke aanpak af. Wel wil zij behoedzaam laten omgaan met reclames voor (online) gokken, die mogelijk tot suïcide kunnen leiden, en reclames voor ontrouw. Ook wil zij laten kijken naar reclames voor wietgebruik en coffeeshops. Mevrouw ROOS wil weten waarom het CDA wil wachten op de landelijke aanpak. Mevrouw DEN ENGELSMAN volgt die landelijke aanpak inderdaad en wil lokale ondernemers de ruimte geven om reclame te maken, zodat die inkomsten kunnen genereren. Wethouder FAASSEN stelt zich achter het standpunt van het college om het landelijke beleid te volgen en binnen de regels van de Reclame Code Commissie te blijven. Er zijn drie smaken, namelijk: 1. geen lokale verboden hanteren, het volgen van de Reclame Code Commissie en landelijk beleid volgen; 2. het programma van eisen voor het voeren van reclame aanpassen; 3. het aanpassen van de APV. In de regels van de Reclame Code Commissie gaat het om reclame-uitingen die eerlijk, transparant en verantwoord zijn, die niet misleidend zijn of in strijd met de waarheid, die geen aanstoot geven, niet of nauwelijks kwetsend zijn en voldoen aan de Nederlandse Reclame Code.
Bij klachten wordt direct contact opgenomen. In het betoog van mevrouw Roos zat een discrepantie, omdat zij een verbod op fossiele reclames in reclamecontracten wil opnemen en ook een verbod in de APV. Buitenreclame levert de gemeente jaarlijks circa 8 ton aan inkomsten op. Reclame voor vlees en vis betreft 4% tot 5% daarvan, en voor fossiele reclame gelden dezelfde percentages. Reclame voor gokken is al geregeld. Wat betreft reclame voor overspel vermeldt de Nota buitenruimte dat buitenreclame geen kwetsende teksten of afbeeldingen mag bevatten en niet in strijd mag zijn met de goede zeden of de normen van de Reclame Code Commissie. De plaatsing van de verlichting mag niet zodanig zijn dat burgers, ondernemers en bezoekers daarvan overlast ondervinden. Reclame mag geen overmatige lichthinder voor omwonenden veroorzaken. Reclames moeten tussen zonsondergang en zonsopgang scherp gedimd of uitgeschakeld worden dan wel voorzien van reflectieve schermen. De heer VERHOEF vraagt of de wethouder zegt dat reclame voor overspel in strijd is met de goede zeden. Wethouder FAASSEN zegt zich aan het landelijke beleid en de normen van de Reclame Code Commissie te houden. De heer GROENINK licht toe dat partijen met een anbi-status met korting gebruik mogen maken van reclameschermen als de exploitanten deze niet aan commerciële partijen verhuurd krijgen.