CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag SOB 211129

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 24 januari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen11.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Mevrouw King heeft gevraagd hoe de aanpak van de achtertuinen in Schollevaar gestalte zal krijgen. Op zichzelf betreft het hier privégebied in de achtertuin die wordt gehuurd van de corporatie. Hij stelt zich voor dat dat altijd zal beginnen met een brief en een gesprek, om te kijken hoe men er gezamenlijk uit kan komen, want er is natuurlijk ook sprake van een onderhoudsplicht van de huurder. In de pilot zal ontdekt moeten worden wat precies goed werkt en hoe hierin stappen gezet kunnen worden. De Terp, door velen genoemd, is een van de zaken die doorgeschoven worden. Inderdaad is er al wel wat voor uitgezocht, zoals de heer Van Loef opmerkte, maar nog niet genoeg. De vraag of in 2022 al direct met het actieplan aan de slag kan worden gegaan, of dat anders al wat kan worden gedaan met de openbare ruimte, zal hij als een hartenkreet van de commissie meenemen, want ook hem is er veel aan gelegen dat al in 2022, in plaats van pas in 2023, tot uitvoering wordt gekomen, al is het maar op een onderdeel. Een keiharde toezegging ter zake kan hij nu niet doen, maar hij zegt wel toe zich daarvoor hard te zullen maken. De commissie zal hij later berichten in hoeverre en op welke punten dat zou kunnen lukken. Mevrouw KING-DE HOOG wijst erop dat het ter plekke ook wel een beetje gevaarlijk is. Zo hangen er gewoon draden uit het plafond.

Ze dringt erop aan dat morgen terstond te laten repareren, zodat dat in ieder geval weg is. Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe die oproep te zullen meenemen. Voor het grondwater geldt: wie is precies waarvoor verantwoordelijk, qua Havensteder, qua gemeente en qua hoogheemraadschap? Hij kan zich voorstellen dat het een dure grap is om dat op te lossen. Daarom is er tijd nodig om hierover met elkaar overeenstemming te bereiken. Tegelijkertijd gaat het natuurlijk niet aan nog een jaar te wachten als de problemen in een bepaalde woning echt te groot worden. Dat soort signalen verneemt hij graag, met inbegrip van het adres, zodat kan worden nagegaan of daar wellicht tijdelijk iets moet worden gedaan. De overheveling van buitenruimten van De Hoeken en de 747-buurt maakt onderdeel uit van de renovatieafspraken uit het verleden. Wat betreft de huisvesting van statushouders, deelt hij mede dat Havensteder over relatief weinig woningen beschikt voor grote gezinnen. Het is overigens een probleem waarmee meerdere gemeenten in deze regio te kampen hebben, maar niet allemaal. Je kunt echter moeilijk doen alsof die mensen er niet zijn. De inspanningen zijn er dus wel op gericht om huisvesting te vinden en hij vermoedt dat dat gedeeltelijk ook wel zal lukken dit jaar.

In het geval van Capelle zou het wel handiger zijn als er minder grote gezinnen tussen zitten en als er andere gemeenten zijn waarin dat beter kan, daarmee het gesprek aan te gaan.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450

pagina: 18 van 20

Voor de langere termijn verdient het zeker aanbeveling te proberen een koppeling te maken met de gemeenten waarin die woningen wel voorhanden zijn. Dat is uiteindelijk voor iedereen het handigst, al beseft hij ook dat dit gemakkelijker gezegd is dan gedaan. De heer VLOT vraagt in hoeverre in de plannen voor de Bongerd/Wingerd woningen zijn voorzien voor grote gezinnen. Hij meent begrepen te hebben dat daar woningen zouden worden samengevoegd met het oog op grote gezinnen. Ongeacht of dat wel of niet zo is, zal rekening gehouden moeten worden met gezinnen die uit meer mensen bestaan dan het gemiddelde gezin. Het doet zijns inziens zelfs wat discriminerend aan wanneer de gemeente alleen statushouders zou willen opnemen met een klein gezin. In de gemeente wonen nu ook gezinnen die groot zijn – volgens hem zijn er zelfs raadsleden die best een groot gezin hebben – en daarover wordt ook niet moeilijk gedaan. Wethouder STRUIJVENBERG weerspreekt dat daarover moeilijk zou worden gedaan. Het is meer afhankelijk van verhuisbewegingen. Als iemand verhuist, komt er een woning vrij en dan kan worden beoordeeld of die aan een statushouder kan worden toegewezen, enz. De heer HARINCK werpt tegen dat Havensteder ook woningen in de verkoop brengt, en dat zijn over het algemeen ook wel grote woningen. Wethouder STRUIJVENBERG meent dat dat niet meer zo heel veel gebeurt.

Anderzijds kan ook niet gesteld worden dat in Capelle grotere woningen gerealiseerd moeten worden omdat hier grote gezinnen van statushouders moeten worden gevestigd. Naar zijn mening zal als regio goed gekeken moeten worden naar de woonruimteverdeling, waarbij op een handige manier gezinsgroottes gekoppeld zouden moeten worden aan te verwachten vrijkomende woningen. De heer OUDSHOORN vraagt of het überhaupt een probleem is en of die grote gezinnen niet gewoon in de regio terecht kunnen. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat het COA een probleem ervaart bij het tijdig plaatsen – tijdig binnen de normen die daarvoor staan – van een groot gezin wanneer het een status heeft gekregen. Een onderzoek naar de doorstroming van ouderen lijkt hem niet nodig. Eerder zal een evaluatie nodig zijn van deze samenwerkingsafspraken. Ten aanzien van de doorstroming van ouderen doet de gemeente twee dingen. Aan de ene kant was er het beleid ‘Van Groot naar Beter’ voor de primaire doelgroep en daaraan wordt nu de secundaire doelgroep toegevoegd. De doelgroep wordt dus vergroot voor ouderen die onder ‘Van Groot naar Beter’ zouden kunnen vallen. Voorts worden de mogelijkheden van een verhuiscoach bekeken. Havensteder werkt met een verhuiscoach in Rotterdam en dat leidt daar tot goede resultaten.

Wellicht moet daarnaast nog aandacht worden geschonken aan de algehele communicatie ten behoeve van de mensen die niet van ‘Van Groot naar Beter’ af wisten. Mevrouw Weemhoff deelt hij mede dat de 10.000 sociale-huurwoningen niet zijn besproken in het kader van deze samenwerkingsafspraken. Ze worden wel regionaal besproken en daar zit bijvoorbeeld Maaskoepel ook bij. Dat in de samenwerkingsafspraken is opgenomen dat de verhuurdersheffing in overleg zal worden besteed, waardeert hij zeer. Het beperken van de Rotterdamwet is voor het halen van de taakstelling algemeen niet nodig, maar hij zegt er ook bij dat de Rotterdamwet er niet voor niks is. Wanneer de evaluatie van de Rotterdamwet te verwachten is, zal hij moeten navragen. Capelle heeft die evaluatie sowieso op te leveren naar het Rijk.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450

pagina: 19 van 20

De heer OUDSHOORN weet dat er een escape in de Rotterdamwet zit, in de vorm van een hardheidsclausule, die de mogelijkheid biedt ervan af te wijken als het echt klem dreigt te lopen. Is ook bekend hoe vaak die hardheidsclausule nodig is geweest voor het toepassen van deze wet op een statushouder? Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat dat wel eens is gebeurd, maar over de vraag wanneer het nodig is kunnen de meningen ook verschillen. Zelf is hij van mening dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen van de hardheidsclausule gebruikgemaakt zou moeten worden. Hij voegt eraan toe dat het in het afgelopen jaar helemaal niet is gebeurd. De huur van 711 euro is inderdaad prijspeil 2018. Dat is gedaan om aansluiting te vinden bij het programma Wonen, zodat in de verschillende documenten wel hetzelfde bedrag komt te staan. Uiteraard wordt het prijspeil per jaar aangepast. Nu is het 753 euro. De heer Raadsen heeft aandacht gevraagd voor de streefwaarde met betrekking tot woningisolatie. Als besloten wordt een woning te isoleren, krijgt die natuurlijk een ander energielabel, dus dan weet ook de bewoner wat er gaat gebeuren. In individuele gevallen weet je dus altijd wel wat er gebeurt. De heer RAADSEN releveert dat de labels slechts een hele vage aanduiding geven van hoe goed een woning geïsoleerd is.

Inmiddels is er iets beters voor, en dat is de landelijke standaard, die vier niveaus kent. Bij renovatie gaat het om de keuze tussen niveau 2 of 3, of ergens daartussenin. Als je met iemand afspraken wilt maken over doelstellingen ten aanzien van verbeteringen is het volgens hem zinvoller om te werken met deze nieuwe standaard dan met vrije vage begrippen als label A, B, of C. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dank voor die suggestie en zegt toe die mee terug te zullen nemen. Gevraagd is of het nieuwe programma Wonen rekening zal houden met de nieuwe prognoses. Hij vermoedt van wel. Tegen die tijd zullen ze er waarschijnlijk wel zijn en dat zou in lijn moeten lopen met elkaar. Op de vraag of in de samenwerkingsafspraken iets zou moeten worden opgenomen over een hennepkwekerij, komt hij graag later terug. Het is iets dat hij zal moeten bespreken met handhaving en met de burgemeester. De heer Tiesma deelt hij ten slotte mee dat het capaciteitsgebrek dat genoemd wordt bij de Gebiedsatlas ook bij de gemeente een rol speelt. De Gebiedsatlas zal er echter wel moeten komen. Tweede termijn De heer VLOT vraagt of hij goed heeft begrepen dat de Rotterdamwet het afgelopen jaar geen enkele maal is toegepast of aangevraagd. Zo ja, dan is het de vraag of überhaupt een evaluatie nodig is en of het niet beter kan worden afgeschaft.

Ten slotte moet hem nog een opmerking van het hart over hennepkwekerijen. Woningcorporaties hebben het recht de huur per direct op te zeggen als een hennepkwekerij in een woning is aangetroffen. Bij koopwoningen blijft het echter bij een sluiting. Wethouder STRUIJVENBERG verduidelijkt dat de hardheidsclausule van de Rotterdamwet dit jaar nog niet is toegepast. Dat betekent dat waar de Rotterdamwet geldt bij alle verhuizingen de Rotterdamwet is toegepast. De heer VLOT informeert in hoeveel gevallen dat is gebeurd. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat de evaluatie daarover uitsluitsel zal verschaffen. De heer EILANDER vraagt of al bekend is wanneer die tegemoet kan worden gezien. Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe die vraag schriftelijk te zullen beantwoorden.

Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450

pagina: 20 van 20

10. Rondvraag De heer HARINCK memoreert dat in het gebiedspaspoort voor De Mient sprake was van een hoogteaccent in het tweede deel van De Mient. Inmiddels is er een bestemmingsplan en daarin staat een maximale bouwhoogte. Hem heeft de vraag bereikt welke hoogte nu vigerend is, die in het bestemmingsplan, of die in omgevingsvergunning die onlangs is afgegeven. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat het gebiedspaspoort leidend is voor het wel of niet toestaan van de ontwikkeling. De heer HARINCK repliceert dat in het gebiedspaspoort geen hoogte staat, alleen een verwijzing naar een hoogteaccent. Zijn vraag blijft derhalve: wat wordt nu precies de hoogte? Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe daarop in de pauze te zullen terugkomen. 11. Sluiting De VOORZITTER sluit te 23.16 uur de vergadering.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 januari 2022, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025945/1