02.01 - conceptverslag SOB 211129
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 29 november 2021, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de her E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer N.C. van Veen, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;
ambtelijke assistentie
:
de heer M. El Achrafi;
notulist
:
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen commissie Stadsontwikkeling en -Beheer ˗ commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 11 oktober 2021 ˗ commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 25 oktober 2021 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen (DCMR Milieudienst Rijnmond) Geen opmerkingen. 5. Corona Geen opmerkingen.
408485/675450
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 2 van 20
6. Najaarsnota 2021 Programma 5B, onderdeel openbaar groen en openluchtrecreatie De heer RAADSEN concludeert uit de grafieken, die helaas nog niet zijn verbeterd wat betreft leesbaarheid en getallen die daarbij zouden worden afgebeeld, dat het aantal bomen is afgenomen, evenals het areaal buitenruimte dat voldoet aan de norm . Hij hoopt dat er wethouder daarover iets kan toelichten. De heer HARINCK citeert dat de uitbreiding van het Zandrakpark wordt doorgeschoven naar 2023, omdat er dan meer zicht zou zijn op het verkrijgen van subsidies. Hij is benieuwd of er al aanvragen zijn ingediend en of er al zicht is op de hoogte van de subsidies. De heer TIESMA vraagt, verwijzend naar pagina 66, taakveld 5.7, hoe de wethouder de daar genoemde participatie wil faciliteren in deze tijd van corona, en of daarbij wellicht gedacht wordt aan openluchtbijeenkomsten, wat overigens niet als een grapje moet worden opgevat. Overstappend naar pagina 67, merkt hij op dat voor D66 niet duidelijk is wat prioriteit heeft: de waterbus of het Getijdenpark. Vanuit OV-oogpunt zou volgens hem de waterbus voorrang moeten krijgen, maar tussen de regels door heeft hij gelezen dat zo’n besluitvorming erg complex zou worden. Hoe kijkt de wethouder daartegen aan? Op pagina 70 valt te lezen dat de niet gebruikte IBOR-budgetten worden doorgeschoven naar de nieuwe IBOR-periode ’21-’25.
Wanneer is bekend wat de overige producten worden uit de nieuwe IBOR-projecten en kan dan nog een goede afweging worden gemaakt? De heer VAN LOEF informeert of in het ontwerp voor het Zandrakpark een wandelpad is meegenomen en of ook de lang gekoesterde wens van de VVD aan een strandje aan bod komt. Voorts is hij benieuwd of er nog steeds subsidie op de plank ligt aangaande het betrekken van de rivier de IJssel bij de stad. Wellicht liggen daar ook nog mogelijkheden. Wethouder WILSON geeft aan dat het ook hem was opgevallen dat het aantal bomen iets minder lijkt te zijn geworden, vandaar dat hij meteen heeft geïnformeerd hoe dat zit. Het blijkt te maken te hebben met IBOR-projecten die in uitvoering zijn. De bomen die dan worden weggehaald komen pas in het volgende plantseizoen terug. Wat de participatie betreft zal al naar gelang de omstandigheden bezien moeten worden wat er mogelijk is. In principe wil men met alle bewoners in de wijken in gesprek gaan, maar als er restricties gelden zouden het inderdaad wel eens openluchtwijktours kunnen worden, wat trouwens sowieso al voor een groot deel de bedoeling is. Op de technische vragen die zijn gesteld over het Zandrakpark komt hij liever terug in een collegebrief, tenzij collega Struijvenberg ze nu zou kunnen beantwoorden. De nieuwe IBOR-projecten kunnen in het vierde kwartaal van 2022 tegemoet worden gezien.
Wethouder STRUIJVENBERG verzekert de heer Tiesma dat de gemeente de waterbus graag medio volgend jaar wil hebben. Vanwege het verloop van de werkzaamheden bij het Rivium volgt het Getijdenpark daarna, maar alles geschiedt in samenspraak met de gemeente Rotterdam. De heer OUDSHOORN verzoekt de cijfers bij de grafieken te zetten, want nu komt elke centimeter in de grafiek overeen met een miljoen vierkante meter, waardoor bijna niet is af te lezen welke waardes het betreft. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat het al de bedoeling is daarnaar te kijken richting de voorjaarsnota. Programma 2, Verkeer, vervoer, waterstaat De heer SPRUIT stelt om te beginnen vast dat deze laatste nota in het kader van de planning & controlcyclus er in financieel opzicht prima uitziet.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 3 van 20
Het resultaat is veel hoger dan geraamd in de voorjaarsnota, en heel gemakkelijk kan dan ook de conclusie worden getrokken dat de gemeente er goed voorstaat, ondanks corona, en dat een mooie overdracht aan het volgende college en de volgende gemeenteraad kan worden gedaan. In belangrijke mate is dat ook wel zo, maar er zit ook een keerzijde aan, want er wordt ook een hoeveelheid werk achtergelaten. In belangrijke mate als gevolg van corona is namelijk sprake van veel doorgeschoven projecten en werkzaamheden. De negatieve gevolgen van corona zullen de gemeente waarschijnlijk nog wel wat langer blijven achtervolgen. Het roept de vraag op hoe het zit met de planningen. Een aantal zaken wordt behoorlijk doorgeschoven en die activiteiten komen dan op de planningen die al gemaakt zijn voor het jaar 2022. Waarom zou in 2022 wel lukken wat in 2021 niet is gelukt? Hoe schat de wethouder dat in? Bij de specifieke zaken valt Schollevaar op. De verbetering van de verkeersveiligheid loopt al een tijdje en is ook heel belangrijk vanwege de vele ongevallen die daar hebben plaatsgevonden. Volgens de oorspronkelijke planning zou een en ander in 2020 worden afgerond. In de najaarsnota wordt nu gesproken over 2022 en volgens de huidige planning zou de Burgemeester Van Dijklaan dan gedeeltelijk tot de zomer van 2022 afgesloten zijn.
Zijn er mogelijkheden om dat in tijd te verkorten? Wat Leefbaar Capelle betreft mag dat dan ook wel wat extra geld kosten. In de najaarsnota wordt gesproken over het fietspad van de Algerabrug naar de Capelsebrug, als onderdeel van de kortetermijnaanpak van de Algeracorridor. Het zal zeker niet eenvoudig zijn om alle lopende werkzaamheden van die kortetermijnaanpak in de najaarsnota op te nemen, maar de fractie zou wel graag wat meer zicht willen krijgen op wat er momenteel speelt als het gaat om die kortetermijnaanpak. Hij herinnert eraan dat Leefbaar Capelle bij de begrotingsbehandeling een motie heeft ingediend over het verkeerslawaai langs de Algeraweg en de daarmee samenhangende overlast voor de omwonenden. De geluiden worden steeds sterker dat de nieuwe oeververbinding die in Rotterdam komt in belangrijke mate een OV-verbinding zal worden en niet zozeer een verbinding die de gemeente zal helpen bij het oplossen van de verkeersproblematieken. Is het mogelijk nog eens een benen-op-tafel-overleg te organiseren om nader van gedachten te wisselen over de vraag wat Capelle nog kan doen om een en ander wat meer naar haar hand te zetten? Een tijd geleden is wat budget verstrekt als voorbereidingskrediet voor de fietsbrug AlgerawegSchönberglaan.
Wat is daarmee nu de stand van zaken? Is er zicht op dat de 50%-bijdrage van de MRDH er daadwerkelijk gaat komen? De heer VLOT is het in de paragraaf subsidies opgevallen dat een aantal subsidieaanvragen is ingetrokken, zoals voor de kruising Operalaan-Vlinderbaan en het fietspad bij de Burgemeester Schalijlaan. Hij verzoekt de wethouder toe te lichten wat dat precies betekent tegen de achtergrond van het streven om die zaken zoveel mogelijk ter hand te nemen. Voorts heeft hij gezien, en daarbij haakt hij in op de opmerking die de heer Spruit maakte over Schollevaar, dat de subsidies voor het aanleggen van de rotondes nog steeds lopende zijn. Hoe staat het daar inmiddels mee? De heer TIESMA valt Leefbaar Capelle bij voor wat betreft het beleggen van een bijeenkomst om de KTA wat meer naar eigen hand te kunnen zetten, of op z’n minst de invloed van de gemeente wat te kunnen vergroten. Voor zo’n bijeenkomst zal hij zich in ieder geval zeker aanmelden. De fietscorridor is inmiddels in de najaarsnota opgenomen. Wat hij zich afvraagt is waarom die dan niet in de begroting of in de voorjaarsnota wordt opgenomen. Het lijkt er nu op alsof het college al een beslissing heeft genomen en die heeft D66 dan even gemist. Voorst wordt een drie ton hoger krediet aangevraagd dan de verwachte subsidie.
Moet er dan niet een aparte aanvrage voor de goedkeuring van die 300K volgen? Want je vraagt toch een krediet aan op basis van een besluit. Aandacht vraagt hij voorts voor de toerekening van kosten aan investeringen (punt 2.5, pagina 47). Het gaat om indirecte kosten. In feite gaan daardoor de investeringen omhoog.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 4 van 20
Het is een bepaald principe waar je van uitgaat en dat doe je om de kosten in een bepaald jaar te beperken. De gemeente staat er goed voor en dan is de vraag: waarom alsnog deze slag? Want de vergelijkbaarheid wordt dan ook minder, Dan nog een vraag over de afschrijvingsperiode: die gaat van 20 naar 25 jaar. Waarom 25 jaar? Dat kan toch niet generiek gelden? Wat is er veranderd om deze stap te zetten en hoe lang blijft het gelden? De heer EILANDER sluit zich aan bij het betoog van de heer Spruit over de IBOR-projecten. De heer VAN LOEF vraagt hoe realistisch het is te veronderstellen dat de ParkShuttle nog dit jaar zal gaan rijden, zoals in de najaarsnota wordt gemeld, terwijl het jaar al bijna voorbij is. Mevrouw WEEMHOFF onderschrijft het pleidooi van de heer Spruit voor het versnellen van de werkzaamheden in Schollevaar. Voorts komt zij nog even terug op wat eerder is gezegd over de leesbaarheid van de grafieken. Zij begrijpt werkelijk niet dat het zo ingewikkeld kan zijn om getallen te plaatsen in een grafiek, opdat ze beter leesbaar worden. Wethouder STRUIJVENBERG vraagt zich af of het doorschuiven van zaken in deze najaarsnota veel meer gebeurt dan in andere najaarsnota’s, gegeven de aard van een najaarsnota, waarbij, als geconstateerd wordt dat iets over de datumgrens van 31 december heen gaat, ook de budgetten over die datumgrens heen gaan.
Zaken vertragen nu eenmaal wel eens, maar er is geen sprake van dat er dingen tussen zouden staan waarbij de vraag kan worden gesteld of ze überhaupt nog wel zullen gebeuren. Met betrekking tot de rotondes is de aanpak weergegeven die nu – ten langen leste, kan hij er wel aan toevoegen – gekozen is. De werkzaamheden duren inderdaad nog vrij lang en kan hij helaas niet versnellen. Overigens heeft hij het idee dat het gedeeltelijk te maken heeft met de wens om werk met werk te maken. Men wil nu eenmaal niet twee keer kort na elkaar een straat opengooien. Aan de Algeracorridor, het fietspad en de kortetermijnaanpak is door meerdere fracties aandacht geschonken en ook aan de vraag hoe de zaken nu lopen in MRDH-verband. Er is een denktankMRDH waarin regelmatig over dit onderwerp wordt gesproken, maar als bij een breder deel van de raad de behoefte bestaat om er meer kennis van te nemen, zal een modus moeten worden gevonden om dat vorm te geven. Hij houdt zich graag aanbevolen om daaraan een bijdrage te leveren, als iedereen zich daarmee goed bediend voelt. De vraag die is gesteld over een voorbereidingskrediet heeft hij niet helemaal goed genoteerd; excuses daarvoor. De heer SPRUIT verduidelijkt dat het betrekking heeft op de stand van zaken met de geplande fietsbrug Algeraweg-Schönberglaan. Wethouder STRUIJVENBERG zegt toe dat te zullen uitzoeken.
De heer Van Loef herinnert hij eraan dat hij onlangs heeft gemeld dat de ParkShuttle naar verwachting in Q1 volgend jaar zal gaan rijden. Als de najaarsnota ‘eind dit jaar’ vermeldt, is dat een omissie. Ten slotte deelt hij mede dat de technische vragen schriftelijk zullen worden afgedaan. Tweede termijn De heer TIESMA herhaalt zijn vraag of voor het gedeelte van het krediet voor de fietscorridor dat boven de subsidie uit stijgt niet apart een aanvraag voor goedkeuring moet worden gedaan. Het lijkt er nu op dat het college al een beslissing heeft genomen, maar die heeft hij in ieder geval niet kunnen vinden.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 5 van 20
Ook zijn vraag over het toerekenen van indirecte kosten aan de investeringen is nog niet beantwoord. De vergelijkbaarheid wordt minder en gegeven de financiële resultaten heeft de gemeente het ook niet nodig om wat dat betreft de kosten te dempen als het ware. Waarom gebeurt het dan toch? Hetzelfde geldt een beetje voor de afschrijvingsperiode van 20 naar 25 jaar, waarmee de kosten ook lager worden. Is die 25 jaar generiek en wat is er veranderd? De heer SPRUIT komt terug op de kortetermijnaanpak. Het is hem bekend dat er een denktankMRDH is, maar die is natuurlijk niet zo breed samengesteld als een forse vertegenwoordiging vanuit de raad. Hij pleit er daarom voor daarvoor een keer een BOT-overleg te plannen. Het is dan natuurlijk wel handig wanneer ook de mensen die vertegenwoordigd zijn in de denktank erbij zijn. Ten slotte vraagt of hij goed heeft begrepen dat de wethouder niet verwacht dat de stapeling van werkzaamheden vanuit 2021 naar 2022 en het geplande in 2022 tot hele grote problemen zullen leiden. De heer OUDSHOORN steunt het voorstel van de heer Spruit voor het beleggen van een BOT-overleg, waarbij hij overigens de kanttekening maakt dat hem geen signalen hebben bereikt dat de oeververbinding die wel gerealiseerd gaat worden in Rotterdam alleen maar voor hoogwaardig OV is, noch dat de werkzaamheden vertragen.
Wethouder STRUIJVENBERG beantwoordt de laatste vraag van de heer Spruit bevestigend. Over het beleggen van een BOT-overleg gaat hij graag nader met de commissie in gesprek, via de griffie, naar hij aanneemt, om na te gaan hoe en wanneer dat het beste zou kunnen gebeuren. Ten slotte deelt hij mede dat de drie vragen van de heer Tiesma juist de vragen waren die hij op het oog had toen hij eerder aankondigde de technische vragen schriftelijk te zullen afdoen. Programma 8, Stadsontwikkeling De heer OUDSHOORN concludeert dat momenteel sprake is van een behoorlijk batig saldo en dat dat ook de komende jaren de verwachting is. De SGP heeft al eerder betoogd dat er meer zicht zou moeten komen op de meerjarenontwikkeling van Capelle, waarbij echt 30, 40 jaar vooruit gekeken zou moeten worden. Hij is benieuwd hoe de wethouder zich voorbereidt op zo’n grootschalige herstructurering, want uiteindelijk komt de gemeente toch voor een aantal grote opgaven te staan de komende tientallen jaren. Is het niet mogelijk alvast te inventariseren welke wijken op langere termijn voor herstructurering in aanmerking komen. Als een soort planning gemaakt kan worden van de wijken die geherstructureerd worden, wordt dat ook interessant in het kader van de energietransitie en het gasloos maken. Zo kan alles de komende jaren zomaar eens als puzzelstukjes in elkaar vallen.
De heer VAN LOEF herhaalt allereerst de vragen die hij bij programma 5b heeft gesteld over het Zandrakpark, in de hoop dat die alsnog kunnen worden beantwoord door de heer Struijvenberg, die op dat moment nog niet aanwezig was. Zullen ook een wandelpad en de al lang gekoesterde wens aan een strandje daarbij worden meegenomen? Daarnaast had hij nog een vraag over eventueel een subsidie met betrekking tot het rivieroeverproject, of daar nog middelen liggen. Bij programma 8 vraagt hij aandacht voor de Florabuurt. Het begint hem eerlijk gezegd een beetje te duizelen, want er staan heel veel bedragen, het gaat over grondexploitaties en over middelen die al worden gereserveerd, maar nog niet uitgegeven, plus een deel dat voor de voorbereiding wel wordt uitgegeven. Zo langzamerhand weet de VVD niet meer waar ze ‘ja’ tegen gaat zeggen. Mevrouw WEEMHOFF vraagt aandacht voor de externe inzet, met ‘hier’ 30.000 euro en ‘daar’ 40.000 euro voor een extern bureau. Zij heeft er alle begrip voor dat het lastig is om medewerkers in vaste dienst te vinden en te houden, maar ze maakt zich wel zorgen over de kennis en kunde die de organisatie in- en weer uit vliegt. Zij is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 6 van 20
De heer RAADSEN vraagt hoe het consolideren van de omvang van de socialehuurwoningenvoorraad op 10.000 woningen zich verhoudt tot de bouw van sociale-huurwoningen in Rivium. Zitten die in het aantal van 10.000, of komen die er nog bovenop? De heer EILANDER merkt in aansluiting op het laatste op dat het aantal in de samenwerkingsafspraken met Havensteder voor Rivium inmiddels op nul is gezet, wat hij nogal verbazingwekkend vindt, en dat er woningen naar de Poortmolen zijn doorgeschoven. Waarom vanuit Rivium op nul en juist in de wijk Schenkel, waar het met name in de Florabuurt al vol zit, nog 18 toegevoegd? Kan dat dan niet afgaan van? Deze discussie kan misschien later worden gevoerd, als het over de Florabuurt gaat, maar hij wil het hier alvast wel even noemen in het totaalplaatje. De heer HARINCK geeft aan dat ook het CDA nogal in z’n maag zat met het punt dat de heer Raadsen aanroerde. In Rivium wordt uitgebreid met zo’n 6.000 woningen en als geconsolideerd wordt op het absolute getal van 10.000, betekent dit dat in de toekomst, bij de groei van Capelle zonder toevoeging van huurwoningen, een heel ander Capelle ontstaat, omdat de verhouding tussen koop en huur schever wordt. Hij vraagt zich af of iedereen zich daarvan wel bewust is. De heer TIESMA ziet bij de omgevingsvergunning een dekkingsgraad van 95,6.
Er moet regelmatig inhuur voor worden gepleegd en die actuele kosten vallen over het algemeen niet mee. Welke dekkingsgraad acht de wethouder dan aanvaardbaar? Hij vraagt dat omdat je ondernemers – en het gaat vaak toch niet om geringe bedragen – niet zomaar kan verrassen met hogere uitgaven voor vergunningen. Het zal nog jaren gaan duren voordat Rivium een bloeiende en boeiende wijk is. Hoe komt het dat de raad in de krant moet lezen wie de ontwikkelaars zijn? Het bouwen van het Nieuwe Rivium gaat nog vele jaren duren, wat betekent dat de markt kan veranderen en dat investeerders kunnen afhaken. De wethouder heeft aangegeven dat zorgvuldigheid altijd voor snelheid gaat. Hij kijkt daar wat anders tegenaan. Naar zijn mening zijn snelheid en zorgvuldigheid geen tegenpolen. Je moet het ijzer smeden als het heet is, en dat is nú. De vraag aan de wethouder is dan of het tempo überhaupt niet omhoog kan. Blijkens de tabel op pagina 168 is een subsidieaanvrage van HOTTECH voor restwarmte van de afvalzuiveringsinstallatie afgewezen. Het bedrag dat was aangevraagd was bijna 5 miljoen euro. Wat zijn dan de gevolgen voor het Riviumproject, waar immers een deel van de warmte vandaan moet komen? De heer SPRUIT stelt vast dat bij de herontwikkeling van de ING-locatie niet meer wordt gesproken over alternatieven.
Er liep nog een project van ‘De leeuw van Capelle’, die wilde bekijken of het ING-gebouw nog te behouden was voor de gemeente. Eerder is daarover ook een motie aangenomen door de raad. Kan de wethouder de laatste stand van zaken daarover mededelen? Een kleine tekstuele omissie ten slotte. Volgens het gestelde op pagina 113 zou de Omgevingswet ingaan per 1 januari 2022. Dat is echter een halfjaar later. Wethouder STRUIJVENBERG meent dat bij de behandeling van de Stadsvisie ook is gesproken over de door de heer Oudshoorn aangekaarte herstructureringsopgave voor de komende decennia en dat zijnerzijds toen is toegezegd dat een onderzoek zal worden ingesteld om die langere doorkijk te bekijken. Het resultaat daarvan zal naar verwachting in Q1 beschikbaar komen en dan kan hierover verder van gedachten worden gewisseld. Over de Florabuurt, waarvoor de heer Van Loef aandacht vroeg, hoopt hij volgende week wat meer helderheid te kunnen scheppen.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 7 van 20
De vraag over het Zandrakpark kan hij niet meteen beantwoorden; daarop zal later worden teruggekomen. Naar hij meent is door de heer Harinck in dat verband ook een vraag gesteld over de subsidiemogelijkheden. Voor de openstelling daarvan is nog geen datum bekend. Wat mevrouw Weemhoff heeft opgemerkt over externe inhuur geeft ook hem reden tot nadenken over de vraag hoe daarmee moet worden omgegaan. De arbeidsmarkt is oververhit, waardoor het lastig is mensen te vinden. Tegelijkertijd heeft de gemeente wel de taken uit te voeren die haar zijn opgedragen, vandaar dat soms externe inhuur nodig is. Het ligt echter wel in zijn voornemen te proberen meer intern te krijgen. De manier om daarmee om te gaan is wellicht het aannemen van mensen die wat eerder in hun carrière zitten, waarna ze als het ware intern kunnen worden opgeleid en werkervaring kunnen opdoen en op die manier weer een stap verder kunnen zetten, omdat daar de markt wat meer ruimte biedt dan op het vlak van volgroeide professionals, vooral op deze onderwerpen. De 10.000 woningen waarover de heer Raadsen sprak zijn de corporatiewoningen. Daarnaast zijn nog ongeveer 5.000 sociale woningen niet in het bezit van corporaties. Voorzien wordt dat in het Rivium geen corporatiewoningen zullen komen, maar wel sociale woningen, die niét in het aantal van 10.000 zitten. De heer RAADSEN zegt dank voor dit antwoord.
De onderliggende, meer algemene vraag is zijns inziens echter beter verwoord door de heer Harinck, namelijk of de stad bij uitbreiding nooit meer extra sociale-huurwoningen van corporaties zou kunnen bouwen omdat ze vastzit aan het aantal van 10.000. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat het aantal van 10.000 voortkomt uit het huidige regioakkoord, maar ergens volgend jaar verwacht hij wel weer een nieuw regioakkoord en dan zal blijken wat op dat moment de behoefteramingen zijn en de verdeling tussen de gemeenten in deze regio. Het aantal van 10.000 is dus niet voor de eeuwigheid in beton gegoten. Gevraagd is of de verhouding tussen huur en koop schever kan komen te liggen. Hij neemt aan dat hier de verhouding goedkoop versus middelduur en duur is bedoeld en niet zozeer koop versus huur. Als in Rivium, of waar dan ook, een ontwikkeling in gang wordt gezet met verhoudingsgewijs minder sociale woningen dan het huidige gemiddelde, dan daalt het gemiddelde van Capelle, maar het is wel in lijn met de afspraken die in regioverband zijn gemaakt en ook het directe gevolg van de vaststelling van het gebiedspaspoort Rivium. Wat betreft het dekkingspercentage met betrekking tot vergunningen wijst hij erop dat de leges door de raad worden vastgesteld, zij het uiteraard op voorstel van het college, en daarop mag geen winst worden gemaakt.
De gewenste dekkingsgraad heeft hij niet zo in zijn hoofd, maar als daarover een bepaalde gedachte bestaat, verneemt hij die graag. Met het Rivium zal zo snel mogelijk tewerk worden gegaan, maar zorgvuldigheid staat altijd voorop. Het zal overigens altijd een ontwikkeling zijn die jaren duurt. Het project van ‘De leeuw van Capelle’ ten aanzien van de ING-locatie loopt nog. Het traject wordt nu doorlopen met de huidige eigenaar van het pand, maar dat laat onverlet dat het initiatief vanuit de bewoners ook nog steeds z’n weg mag vinden. Tot op heden heeft hij nog niet doorgekregen dat een investeerder bereid is gevonden deze ontwikkeling ter hand te nemen. De heer HARINCK is ter ore gekomen dat ook de Vijverhof interesse heeft in het ING-pand. Is daarover iets bekend? Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat daarover iets bekend is, maar uiteindelijk richt hij zich niet op de vraag wie waarvoor interesse zou hebben. Voor de realisatie van zoiets is een serieus gesprek nodig over een koopprijs en over wat dan volgt, en dat is op dit moment niet aan de orde.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 8 van 20
Programma 7, onderdeel Milieu De heer EILANDER meldt dat vorige week een goed gesprek is gevoerd met ECC, de wethouder, de ambtelijke organisatie en een paar raadsleden. De kou die er eventueel was is hiermee uit de lucht. Er zijn een paar nieuwe procesafspraken gemaakt en wat de ChristenUnie betreft kan de duurzaamheidsagenda op dat vlak weer vol vertrouwen worden opgepakt. De heer HARINCK memoreert dat het CDA een technische vraag had gesteld over het actieplan energiearmoede en in antwoord daarop te horen heeft gekregen dat overwogen wordt deze discussie te verplaatsen naar de commissie SLE. Dat verbaast hem enigszins, omdat in de afgelopen jaren juist in de commissie SOB is gesproken over duurzaamheid en de warmtetransitie. Het CDA zou dat graag bij deze commissie willen houden. De heer TIESMA herinnert eraan dat door de wethouder herhaaldelijk is bevestigd dat men met het aanleggen van zonnepanelen op koers ligt. Omdat er nog 70.000 stuks gehaald zullen moeten worden, zal echter een behoorlijk aantal panelen per dag verwerkt moeten worden. Hij verzoekt de wethouder de commissie een overzicht te doen toekomen van wat er in de pipeline zit. Blijkens taakveld 7.4 op pagina 104 is het doel voor het restafval in 2022 160 kg. Momenteel zit men op 185. 25 kg eraf is een behoorlijke stap.
Kan de wethouder toelichten hoe de communicatie-acties in de hoogbouw zijn verlopen en of men ook in de hoogbouw op koers ligt qua kilo’s vermindering van restafval? Het actieplan omgevingslawaai wordt een jaar uitgesteld tot 2024. De fractie ontvangt wel eens een mail van mensen die klagen over lawaai op de Van Brienenoordbrug. Er lopen natuurlijk allerlei drukke wegen in Capelle, dus je kunt je afvragen hoe lang je daarmee moet wachten. Ten slotte de circulaire economie in Capelle. Het is D66 niet duidelijk of nu echt Capelse bedrijven betrokken zijn of worden die zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van circulair Capelle, of het mogelijk kunnen maken. Graag de visie van de wethouder daarop. De heer RAADSEN sluit zich aan bij de vraag die is gesteld over de zonnepanelen. Op pagina 102 citeert hij: “Het beschikbaar hebben van actuele data over het energiegebruik in Capelle aan den IJssel blijft een aandachtspunt. De meest actuele data over het energiegebruik in Capelle aan den IJssel is uit 2019. Het energiegebruik lag toen ten opzichte van 2015 6,4% lager op 3.124 TJ. Daarmee ligt het energiegebruik onder de doelstelling voor 1 januari 2023 van 3.171 TJ / 5% besparing.” Volgens hem kan uit de cijfers van 2015 geen enkele conclusie worden getrokken over het huidige energieverbruik.
De heer OUDSHOORN informeert naar de reden voor het opschuiven van het onderzoek naar het omvormen van het afvalbrengstation tot grondstoffenhub naar 2022. Wethouder VAN VEEN zegt de heer Eilander dank voor het compliment, dat hij graag zal doorgeven aan het ambtelijk apparaat. De heer Harinck heeft een vraag gesteld over energiearmoede. Hoewel deze wethouder duurzaamheid in zijn portefeuille heeft, moet hij voor vragen over mensen die in armoede terechtkomen en hun kachel niet meer open kunnen draaien verwijzen naar het armoedebeleid, waarvoor wethouder Westerdijk verantwoordelijk is. Aan het adres van de heer Oudshoorn deelt hij mede dat het afvalbrengstation niet tot zijn portefeuille behoort, zodat hij de vraag die daarover is gesteld niet kan beantwoorden. Tot de heer Tiesma merkt hij op dat hem van ambtelijke zijde ter ore is gekomen dat men met de aanleg van zonnepanelen op schema zit. De vraag of ook Capelse bedrijven worden betrokken bij de circulaire economie beantwoordt hij bevestigend. Hoeveel dat er precies zijn, enz., zal hij moeten nakijken.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 9 van 20
Wethouder WILSON deelt in antwoord op de vraag van de heer Tiesma over restafval in de hoogbouw mede dat in De Hoeken gfe-containers zijn geplaatst en dat het daarmee boven verwachting goed gaat. De fracties die in de container worden gedeponeerd zijn van dusdanige kwaliteit dat ze ook daadwerkelijk bruikbaar zijn. Het komend jaar zal een en ander worden uitgerold in de rest van de hoogbouw in Capelle. Er is al vaker over geklaagd dat de hoeveelheid restafval maar niet vermindert. Wat dat betreft moet worden bedacht dat als gevolg van corona heel veel mensen thuis zijn gaan werken. Wat je dan wel weer ziet, is dat de hoeveelheid ook niet is gestegen, wat in andere gemeenten wel het geval is. Hij is ervan overtuigd dat men al veel verder zou zijn gezakt als het thuiswerken niet zo’n vlucht had genomen. Binnenkort zal een update worden verstrekt van wat al is gedaan in het kader van het afvalactieplan. Dat actieplan loopt overigens tot en met 2022, dus er komen nog meer acties aan. Hoewel zijn collega zojuist beweerde dat het afvalbrengstation niet in diens portefeuille zit, moet hij dat tegenspreken. Het komt namelijk uit het programma duurzaamheid. Dat het onderzoek is opgeschoven heeft bij zijn weten te maken met het feit dat veel tijd is besteed aan corona, maar hij zal dat ambtelijk nog even verifiëren en er dan eventueel op terugkomen.
De VOORZITTER merkt op dat ook nog een vraag resteert over het omgevingslawaaionderzoek. Wethouder VAN VEEN zegt daarop een schriftelijk antwoord toe. De VOORZITTER zegt de heer Van Veen dank voor diens aanwezigheid en schorst te 21.20 uur de vergadering voor een korte pauze. Schorsing. De VOORZITTER heropent te 21.30 uur de vergadering. 7. Plan van aanpak Onderzoeksresultaten rekenkamerrapport ‘Openbaar Goed’ (Leerpunten IBOR 2016-2020 en opvolging) De heer OUDSHOORN zegt dank voor het plan van aanpak, dat hij als prima omschrijft. Wel merkt hij daarbij op dat pas in 2020, dus halverwege deze termijn, het onderzoek is uitgevoerd, dat een jaar later de resultaten komen en dat het dan nog een jaar duurt voordat alle acties geïmplementeerd zijn. Daarin zou wat de SGP betreft wel wat meer snelheid betracht mogen worden. De heer EILANDER sluit zich daarbij aan. Mevrouw WEEMHOFF pleit ervoor de aanbevelingen ook mee te nemen in het programma Buitenruimte, zodat die de aandacht blijven houden en niet zomaar uit het beeld kunnen verdwijnen. De heer HARINCK maakt complimenten voor het plan van aanpak. Door het CDA zijn een tweetal technische vragen gesteld, waarop het antwoord met belangstelling wordt afgewacht.
Hij verstout zich echter om een van die vragen ook hier te stellen, en die betreft aanbeveling 5: het versterken van de kaderstellende rol van de gemeenteraad door het programma Buitenruimte ter vaststelling aan de raad aan te bieden in Q4 van 2022. Dat is echter vrij laat om het plantseizoen nog te starten. Kan dat daarom niet eerder? De heer SPRUIT memoreert dat aanbeveling 5 in het rekenkamerrapport gemotiveerd niet is overgenomen door het college, waarmee de raad akkoord is gegaan. Het betekent dat het programma Buitenruimte als een kaderstellend document door de raad wordt vastgesteld, wat het strategisch beleid wordt genoemd. De beheerplannen en IBOR worden gezien als tactisch beleid en aan de raad aangeboden, maar door het college vastgesteld.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 10 van 20
In zijn beleving begint dan iets te wringen in de planning, want nu het programma Buitenruimte gepland is voor eind 2022, zou het tactisch beleid voorgaan op het strategisch beleid. Is het wellicht een optie om dit te vervroegen? Zo niet, is het dan niet beter om terug te gaan naar de aanbeveling van de rekenkamer en álle plannen ter vaststelling aan de raad aan te bieden? De heer TIESMA toont zich namens D66 best content met de leerpunten in het plan van aanpak. Hem resten nog twee opmerkingen. Op pagina 2 wordt de vraag geformuleerd of monitoren en rapporteren tot een meer beheersbare planning leiden. Naar zijn ervaring is dat niet het geval, maar wel tot een beter verwachtingsmanagement. Op pagina 9 onder punt 4, planning aanbeveling 2, betrek bewoners bij de vormgeving van het beheer etc., staat eigenlijk dat het voor eind Q1 2022 is, maar wordt daar niet bedoeld “en verder”, of is de start dan niet eind Q1 2022, of is er een andere cyclus? De heer RAADSEN attendeert erop dat in het rekenkamerrapport sprake is van een vervangingstermijn voor groen van 15, 20 of 25 jaar. Hij herinnert eraan dat in de Groenvisie 2011 is aangegeven dat het onderhoud van groenvoorziening erop is gericht groenvoorziening zo lang mogelijk in stand te houden. Met andere woorden: zolang het gezond is, hoeft het niet vervangen te worden.
Er bestaat dus niet zoiets als een vervangingstermijn voor groen. Hij maakt zich in dit verband zorgen over de zogenaamde integrale benadering van de vervanging in de buitenruimte, in die zin dat onnodig veel groen wordt vervangen bij ophoogprojecten. In het Bomenbeleidsplan 2013 staat dat ook bij de uitvoering van ophoogprojecten zorgvuldig naar de aanwezige bomen moet worden gekeken. Zijn vraag aan de wethouder luidt: kan de vraag van de vervanging van groen losgekoppeld worden van die van de verharding, dus niet meer onderdeel zijn van die zogenaamde integrale benadering? Het heeft vooral betrekking op aanbeveling 9 in het plan van aanpak, waarin wordt aangegeven dat feitelijk veel te veel geld wordt uitgetrokken voor de vervanging van groen. De feitelijke vervangingstermijnen zijn immers veel langer dan 25 of 30 jaar. Derhalve zouden zijns inziens ook de budgetten voor die vervanging veel lager kunnen zijn. In het plan van aanpak leest hij dat Irado perceel 1 doet. Hij weet echter niet waar perceel 1 op slaat. Wat is perceel 1 en waarom doet Irado dat? In dat verband heeft hij nog enkele andere aanvullende vragen. Welke aannemers worden ingeschakeld bij het onderhoud van de percelen? Hier en daar is geconstateerd dat de kwaliteit tekort schiet en dat kan te maken hebben met de kwaliteit van de (onder)aannemers die worden ingehuurd.
Zelf heeft hij regelmatig gesproken met werknemers van dergelijke bedrijven, die geen hoveniersopleiding hadden en eigenlijk alleen met een motormaaier en een motorzaag kunnen omgaan. Komen er ook nieuwe aanbestedingen naar aanleiding van het nieuwe IBOR, als het gaat om groen, en wordt daarbij alleen gekeken naar de prijs, of ook naar doelstellingen die er hopelijk in staan omtrent duurzaamheid en biodiversiteit? Bij aanbeveling 3 wordt gesteld dat de streefwaarde voor de kwaliteitsbeleving door de burger ten aanzien van groen niet zal worden opgehoogd. Is dat niet in strijd met het antwoord op aanbeveling 2, waarin sprake is van het houden van live wijktours om te kijken waar verbetering nodig is? In aanbeveling 7 wordt aanvullende informatie gevraagd op het projectenboek. De documenten uit de P&C-cyclus zijn volgens hem niet inhoudelijk, terwijl de rekenkamer wel degelijk aandringt op inhoudelijke informatie. Waarom krijgt de raad geen inhoudelijke informatie over de uitvoering van groenonderhoud en -vervanging? Wethouder WILSON constateert dat de vragen van de heer Raadsen heel technisch van aard waren en dat daarop ook een technisch antwoord vereist is, dat niet vanavond zal komen. Wat hij wel direct wil meegeven is dat dit plan van aanpak niet verplicht is.
De aanbevelingen zijn uiteraard eerder opgepakt en het college vond het goed dit plan van aanpak actief aan de raad aan te bieden, maar de verordening op de rekenkamer verplicht pas vrij recent een plan van aanpak en die verplichting gold nog niet voor dit rapport.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 11 van 20
De complimenten die zijn gemaakt zal hij graag doorgeven aan de ambtenaren, voor zover ze die niet zelf hebben gehoord. Dat een jaar best wel lang is, is hij geheel met de heer Oudshoorn en anderen eens. Helaas is in het ambtelijk apparaat echter sprake van een onderbezetting op sommige onderwerpen, terwijl ook voor corona dat ertussendoor is gefietst heel veel plannen gemaakt moesten worden. Dat kost nu eenmaal ambtelijke capaciteit, die soms ten koste gaat van andere zaken. Gevraagd is hoe het nu zit met beleid en het programma Buitenruimte. Hij is van mening dat eerst het beleid van het programma Buitenruimte, dan de beheerplannen en vervolgens IBOR aan de orde dienen te komen. Door het CDA is wat dat betreft een technische vraag gesteld over aanbeveling 5, die ook is beantwoord, maar omdat de commissie daarvan vermoedelijk nog geen kennis heeft kunnen nemen, deelt hij mede dat het planningtechnisch niet mogelijk wordt geacht dit te vervroegen. Bij de voorjaarsnota is echter wel ruimte om te kijken of eventueel iets naar voren kan worden gehaald. Naar aanleiding van de opmerking die door GroenLinks is gemaakt over aanbeveling 3 betreffende het kwaliteitsniveau merkt hij op dat de rekenkamer wel een aanbeveling kan doen voor het verhogen van de gemeentelijke streefwaarde ten aanzien van groen, maar dat het uiteindelijk aan de politiek is om daartoe al dan niet te besluiten.
Overigens is het de bedoeling die streefwaarden via de website ook beter inzichtelijk te maken voor de Capellenaren. Mevrouw Weemhoff zegt hij toe dat de aanbevelingen ook zullen worden meegenomen in het programma Buitenruimte. De heer EL ACHRAFI gaat in op enkele resterende vragen. De heer Raadsen deelt hij mede dat perceel 1, dat aan aannemer Irado is toebedeeld, bestaat uit de wijken Schollevaar en Schenkel. Voor perceel 2, bestaande uit Capelle-west, Fascinatio en ’s-Gravenland is de aannemende partij ID Perbe en voor perceel 3, bestaande uit Oostgaarde en Middelwatering, de aannemer Ruin. De heer Tiesma bevestigt hij dat met de wijktours zal worden gestart in het eerste kwartaal van 2022, wat beschouwd kan worden als de eerste stap om de Capellenaar steeds meer te betrekken in de plannen en ontwikkelingen. De heer VLOT vraagt wat er gebeurt met het afval dat overblijft na het onderhoud van het groen. Wordt daarmee op een duurzame manier tewerk gegaan? De heer EL ACHRAFI antwoordt dat in overleg met de collega’s van Stadsontwikkeling wordt onderzocht hoe duurzaam het afval rondom het groen kan worden ingezet. Tot nu toe werd het gewoon als afval beschouwd, maar inmiddels is ingezien dat het veel slimmer kan worden aangewend.
De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd, vooropgesteld dat de resterende technische vragen naar voldoening zullen worden beantwoord. De heer Wilson zegt zij dank voor diens aanwezigheid. 8. Concept Parkeerbeleid 2021 en Nota Parkeernormen 2022 (principebesluit De heer TIESMA noemt het goed dat er een update is van het parkeerbeleid en de parkeernorm. D66 wil nog een tweetal zaken signaleren. Ten eerste neemt het aandeel oudere inwoners nog steeds toe. Je kunt dan redeneren dat het OV goed geregeld moet zijn, maar anderzijds hechten veel ouderen aan hun eigen auto vanwege het gemak van eigen mobiliteit, die ongeveer voor de deur staat. Eerder is dan ook te verwachten dat het aantal benodigde parkeerplaatsen niét zal afnemen, tenzij het openbaar vervoer heel veel beter wordt, of alternatief vervoer makkelijk gemaakt wordt. Bij het laatste denkt hij onder andere aan deelmobiliteit. Het deelmobiliteitsplan moet echter nog opgesteld worden, vandaar twee vragen aan de wethouder. Wanneer komt dat deelmobiliteitsplan naar de commissie? Kan, als dat deelmobiliteitsplan er is, ook het parkeerbeleid weer worden herzien als daarvoor aanleiding bestaat?
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 12 van 20
Een tweede ontwikkeling die hij signaleert is dat jongeren noodgedwongen langer thuis blijven wonen en ook vaker beschikken over een eigen auto. Gelukkig komt de parkeerdruk blijkens de plaatjes niet boven 100% uit, zodat er nog ruimte is. Geredeneerd kan ook worden dat zij verleid moeten worden tot vervoer via aantrekkelijk OV en mooie fietsverbindingen. Is het dan wellicht een idee om het gebruik van de fiets of deelauto juist onder jongeren van 30- te promoten? D66 resten nog twee andere vragen. De eerste betreft het dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Kunnen dubbelgebruikparkeerplaatsen ook achter een slagboom liggen en, zo ja, hoe gaat de wethouder dan regelen dat bewoners van het complex ook derden toegang geven tot deze plekken? In de parkeernorm zelf kan de fractie zich, op één punt na, wel vinden. De parkeernorm voor kleine appartementen gaat buiten het centrum een stuk naar beneden. Aangezien het OV daar over het algemeen minder is, lijkt hem dat niet wijs. Hij is benieuwd hoe zijn mede-commissieleden daarover denken. Mevrouw WEEMHOFF merkt op dat in het stuk een aantal keren wordt gemeld dat er ’s nachts geteld wordt voor de bezetting van parkeerplaatsen. Zij kan zich herinneren dat destijds in Fascinatio discussie is ontstaan over de vraag of dat adequaat en toepasbaar is. Wellicht kan de wethouder aangeven wat de reden hiervoor is.
Wat de ParkShuttle betreft moet het haar van het hart dat het erop lijkt alsof daarmee alleen maar proefgereden wordt. In ieder geval is er nog niet structureel goed mee gereden. Kan dit daarom wel worden meegeteld als onderdeel van de goede, laat staan hoogwaardige, OV-bereikbaarheid van Capelle? Hoewel de PvdA geen voorstander is van het toevoegen van restricties op het parkeren, is de fractie wel benieuwd hoe gehandhaafd zal worden op goed en fout parkeren. Het doet haar deugd dat in het stuk duidelijk is benoemd dat gratis parkeren weliswaar gratis is voor de gebruiker, maar natuurlijk niet voor degene die dat allemaal organiseert, regelt en beschikbaar stelt. Wellicht verdient het aanbeveling eens te onderzoeken hoe het gesteld is met het parkeren bij winkelcentra, nu zij heeft gelezen dat bijvoorbeeld de parkeerplaatsen bij De Terp overdag helemaal vol zijn. Mevrouw KING-DE HOOG herinnert eraan dat zij er destijds voor heeft gezorgd dat er bij De Terp een blauwe zone kwam, omdat de parkeerplaatsen daar zo druk bezet waren. Feitelijk zouden de parkeerplaatsen nu alleen bezet kunnen worden door mensen die er winkelen, of door mensen die over een vergunning beschikken omdat ze daar wonen. Als het toch een probleem blijkt te zijn, wat haar overigens zou verbazen, stelt zij voor daar nog eens goed naar te laten kijken.
De heer RAADSEN zegt zich grotendeels te kunnen vinden in de voorliggende nota. Wel valt het hem op dat op sommige dingen weinig wordt ingegaan. Zo staat er bijvoorbeeld dat parkeren een kwaliteit is. Daarover kan men het wel eens zijn, maar er zou wellicht wat meer gezegd kunnen worden over hoe belangrijk die kwaliteit is. In het stuk wordt melding gemaakt van de trend dat het autobezit kleiner wordt naar mate de stedelijkheid toeneemt. Als voorbeeld wordt Rivium genoemd. De laatste tijd ziet hij vaker plannen langs komen waar de dichtheid in de bebouwing flink toeneemt, onder andere in het centrumgebied, of daar vlakbij. Moet dan een dergelijke bijstelling van de normen niet algemener gebeuren bij die gebieden waar de stedelijkheid toeneemt? De heer VLOT is het met de heer Tiesma eens dat de beperkte beschikbaarheid van openbaar vervoer voor mensen die buiten het centrum wonen een factor kan zijn voor het autogebruik in de gemeente. Waar voorts gesproken wordt over tiny houses, neemt hij aan dat dit niet inhoudt dat iemand met een tiny house ook maar een halve auto heeft, te minder daar de kosten van een tiny house misschien zo laag zijn dat men zich juist wel twee auto’s kan veroorloven!
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 13 van 20
Iedereen zal inmiddels wel weten dat het fietsparkeren nogal een probleem is. Daaraan zou wat hem betreft ook in deze nota aandacht besteed kunnen worden. De heer EILANDER toont zich ingenomen met de nieuwe categorieën die worden toegevoegd voor appartementen en tiny houses. Het lijkt hem een goede aanzet om hiermee het parkeerbeleid te reguleren. De norm van 0,4 voor tiny houses kan op zijn instemming rekenen, want hij denkt niet dat dit mensen zijn die meteen een auto voor de deur hebben staan. De heer VAN LOEF maakt een compliment voor de nota. De parkeernorm voor het Rivium vindt de VVD-fractie aan de lage kant. Is er wellicht een mogelijkheid om de parkeerplaatsen die nu achter de slagbomen liggen bij verschillende bedrijven open te stellen? De heer HARINCK citeert uit het stuk dat gesproken wordt over een vrijstelling van de fietsennorm bij kleine projecten tot 600 m2 bvo. Mogelijk is hier sprake van een typefout, want op 600 m2 kunnen gauw 90 mensen werken en als die allemaal met de fiets komen is er wel een probleem. Die norm zal dan ook veel lager moeten worden vastgesteld. De heer OUDSHOORN zegt dank voor de stukken en betuigt instemming met deze consultatie. Af en toe is gewoon eens een update nodig en ook met de nieuwe categorieën de zijn toegevoegd kan de SGP akkoord gaan.
Aandacht vraagt hij voor het parkeren van de verschillende deelmobiliteitsvoertuigen en ook scooters en dergelijke. Een goede regulering daarvan is van groot belang. Wethouder STRUIJVENBERG dankt de leden van de commissie voor de positieve woorden die in het algemeen zijn gesproken over de voorliggende stukken. Het deelmobiliteitsplan waarnaar is geïnformeerd zal naar verwachting volgend jaar tegemoet kunnen worden gezien. Of deze nota dan weer herzien moet worden, is aan de raad, maar zelf voorziet hij dat niet. Het is wellicht goed jongeren te verleiden wat vaker van het openbaar vervoer en deelvervoer gebruik te maken, maar overigens meent hij dat dat gedeeltelijk al gebeurt, zij het niet heel expliciet met een apart programma of promotieachtige manieren die daarvoor bestaan. Hij zegt toe eens te zullen nagaan of daarmee iets kan worden gedaan en of wellicht kan worden aangesloten bij acties die al gebeuren. Dubbelgebruik van parkeerplaatsen achter een slagboom is in principe niet mogelijk, tenzij degene die de slagboom open en dicht kan doen dat toestaat. De heer Van Loef vroeg er specifiek aandacht voor met het oog op Rivium. Nagegaan zou eens kunnen worden waar dat handig kan zijn. Wat het Rivium betreft moet hij eens extra achter zijn oor krabben, nu met elkaar is bedacht dat het goed zou zijn wanneer daar na de herontwikkeling een relatief laag autobezit is.
Maar mocht er een probleem ontstaan, dan is dit misschien iets wat als noodgreep zou kunnen worden gedaan. De norm voor nieuwe appartementen buiten het centrum gaat inderdaad naar beneden, maar dat komt echt omdat dat de nieuwe norm is. De ParkShuttle zal op zeker ogenblik wel degelijk gaan rijden. Hij is ervan overtuigd dat hiermee een heel unieke manier van toekomstbestendig en zelfs wereldveranderend vervoer wordt gecreëerd. Nieuwe technologie gaat echter altijd gepaard met een moeilijke ontwikkelfase, wat het tegelijk ook heel spannend en mooi maakt. Bij De Terp zijn verkeerstellingen uitgevoerd en daaruit is gebleken dat er nog voldoende ruimte is. Hij moet er wel aan toevoegen dat die tellingen in de nacht zijn uitgevoerd. Als er alleen op bepaalde momenten overdag een capaciteitsprobleem is, zal de verkeerstelling wellicht overdag moeten worden herhaald. Het autobezit gaat in z’n algemeenheid omlaag als de verstedelijking hoger wordt. Aan de andere kant neemt de verstedelijking op een bepaalde locatie ook toe als er iets gebouwd wordt en de heer Raadsen vroeg of de normen voor die locatie dan niet moeten worden aangepast.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 14 van 20
Zo specifiek is dat niet gebeurd, maar wel is de grens van het centrumgebied aangepast in het nieuwe normenbeleid. De heer Harinck zegt hij toe dat schriftelijk zal worden teruggekomen op de vraag die is gesteld over de fietsennorm. De oproep van de heer Oudshoorn om aandacht te hebben voor de wijze waarop gereguleerd wordt bij deelmobiliteit is zeker aan hem besteed. Hij is van plan dat te introduceren in Capelle op een manier waarbij ‘lessons learned’ zal worden meegenomen. Ook de deelmobiliteit in parkeergarages, zoals bijvoorbeeld bij Hof van Capelle, waar een rondleiding is geweest, zal natuurlijk goed gemonitord worden. Mevrouw WEEMHOFF vraagt wanneer de ParkShuttle naar verwachting effectief mensen zal kunnen gaan vervoeren. Wethouder STRUIJVENBERG verwacht dat dat in het eerste kwartaal van 2022 het geval zal zijn, al zal de ParkShuttle dan nog op een gesloten baan rijden. Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat ze zich gaat mengen met bestaand verkeer, full automotive, zonder bestuurder, maar dat zal nog wat langer duren. 9. Nieuwe samenwerkingsafspraken 2022-2023 Havensteder/HRC en evaluatie 2020-2021 Mevrouw KING-DE HOOG stelt vast dat wat eerder ‘prestatieafspraken’ werd genoemd nu is veranderd in ‘samenwerkingsafspraken’, wat volgens haar ook wat beter klinkt. Van de vele afspraken zijn er een paar waarover zij de wethouder nog vragen wil stellen.
In 2022 zal een pilot worden gestart in Schollevaar om de achtertuinen aan te pakken, in samenwerking met de buurt en de bewoners. Het stuk maakt gewag van het aanpakken van de verrommeling én aanpak van de privé als achtertuin. Hoe moet zij het laatste duiden? Wil de gemeente met de mensen die daar wonen in gesprek gaan over het aanpakken van hun privétuinen, met een tegeltje minder of een boompje meer? De heer VLOT vraagt of mevrouw King het met hem eens is dat de verloedering en andere niet mis te verstane zaken het gevolg zijn van een beleid waarbij de partij van mevrouw King de afgelopen jaren de overhand heeft gehad. Mevrouw KING-DE HOOG stelt zich op het standpunt dat het streven er altijd op gericht moet zijn een beleid netter en mooier te maken, maar dat iedereen ook zelf verantwoordelijk is voor dat soort zaken. Zij gelooft niet dat het door beleid komt dat de tuinen er dramatisch bij liggen, maar het is in ieder geval fijn dat hierop actie wordt ondernomen. Bij De Terp is vermeld dat in 2023 een actieplan in uitvoering zal komen. Naar haar mening duurt dit echt veel te lang. Het actieplan is in 2022 gereed, waarom kan dan niet meteen een start worden gemaakt met die openbare ruimte? Momenteel ziet het er heel vies en onveilig uit en zij vindt dat hierop nu direct actie moet worden ondernomen.
Hoe kijkt de wethouder hiertegen aan? Kan hij eens nagaan wie nu verantwoordelijk is voor alles? Want het gaat toch wel heel lang duren. De hoge grondwaterstanden zijn een enorm probleem voor de oudere woningen. Blijkens het stuk zal deze problematiek in 2022 inzichtelijk worden gemaakt, waarna zal worden bezien welke actie hierop moet worden ondernomen. Naar zij heeft vernomen, ondervinden heel veel mensen last van enorme vochtproblemen en houtrot. Daarom pleit zij ervoor dit wat voortvarender op te pakken. Het doet haar goed te lezen dat een onderzoek zal worden gedaan naar de behoefte aan woningen met een middenhuur en dat dat als input zal worden genomen voor het nieuwe programma Wonen. De buitenruimten in De Hoeken-zuidzijde en de 747-buurt zullen worden overgeheveld naar de gemeente. Zij is benieuwd waarom dat gaat gebeuren en alleen voor die buitenruimten.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 15 van 20
De heer HARINCK citeert uit paragraaf 8.4, betrekking hebbend op het huisvesten van statushouders, dat de gemeente er in 2022 en 2023 bij het COA op blijft aansturen om geen grote gezinnen aan de gemeente te koppelen. Hoe verhoudt dat standpunt zich tot de mededeling in de begroting dat jaarlijks zo’n 33.000 euro door het Rijk aan de gemeente wordt toegekend om juist die opvang te faciliteren? Kan Havensteder niet worden gevraagd om voor dat bedrag een aantal vrijesector-huurwoningen te huren, zodat daarin wel kan worden voorzien? De heer EILANDER zegt dank voor de evaluatie en het inzicht dat met kleurtjes e.d. is geboden in de huidige stand van zaken en waarmee verder wordt gegaan. De doorstroming van ouderen naar een kleinere woning blijkt nog steeds heel moeilijk te zijn. Zou samen met Havensteder niet een onderzoek kunnen worden gedaan in den lande, om te bezien of hiermee elders betere ervaringen zijn opgedaan, waarop dan wellicht zou kunnen worden aangesloten? Naar aanleiding van paragraaf 8.4 over het huisvesten van statushouders is bij de ChristenUnie de vraag gerezen of er wellicht nog andere doelgroepen zijn waarvoor dit soort wat hardere afspraken kan worden gemaakt, bijvoorbeeld voor starters, of ouderen.
Mevrouw WEEMHOFF vraagt of in het overleg ook gesproken is over de vraag of het mogelijk noodzakelijk was om de 10.000 sociale-huurwoningen via Havensteder uit te breiden. De PvdA had gehoopt dat de passage die ook in de vorige samenwerkingsafspraken stond dat de sociale woningen ter hoogte van de liberalisatiegrens zouden worden gebouwd, nu zou zijn geschrapt. Het gaat daarbij om de ‘dure sociale woningen’, om het zomaar te zeggen, die eigenlijk niet echt betaalbaar zijn voor iemand met een inkomen dat daarbinnen valt. Wat daarbij anderzijds opvalt is dat de ouderen die in het kader van het beleid ‘Van Groot naar Beter’ verhuizen een soort maximum huurprijs van 608 euro krijgen. Het klinkt misschien nogal technisch, maar een nadere toelichting zal zij op prijs stellen. Ten slotte citeert zij onder punt 3.4: “Indien in 2022 de verhuurdersheffing wordt afgebouwd en het exacte bedrag van de teruggave duidelijk is, zal Havensteder in overleg treden met de gemeente en de HRC over de besteding van dit bedrag.” Kan de wethouder wellicht voorbeelden geven waaraan dan gedacht wordt? De heer OUDSHOORN deelt mede dat de SGP zich grotendeels kan vinden in de voorliggende samenwerkingsafspraken, al resten ook nog enkele vragen. Net als Leefbaar Capelle vraagt de SGP zich af of het actieplan voor De Terp niet wat naar voren kan worden gehaald.
In het kader van wat eerder vanavond is opgemerkt over de lange- tot zeer langetermijnaanpak, voorziet hij dat De Terp een van die plaatsen is die op de lange termijn misschien wel helemaal geherstructureerd moeten worden. Het ‘Van Groot naar Beter’-beleid voor ouderen vindt de SGP een heel positief punt. Zijn vraag aan de wethouder is of dit ook actief wordt gestimuleerd. Hoewel deze regeling in een iets andere vorm al langer bestaat, blijken veel ouderen daarvan niet op de hoogte te zijn, terwijl ze wel scheef wonen. Op pagina 17 wordt de huisvesting van statushouders en ex-alleenstaande minderjarige vluchtelingen aan de orde gesteld. Daar staat bij dat door de Rotterdamwet juist blijkt dat de huisvestingsmogelijkheden beperkt zijn op sommige plekken. Moet die Rotterdamwet op sommige plekken dan niet beperkt worden? De heer VLOT geeft te kennen dat hij zich wel eens verbaast over de positie van de Huurdersraad Capelle. Dat vindt zijn oorsprong in het feit dat hij, toen hij pas was begonnen met zijn raadswerk, een concept onder ogen kreeg, waarin de Huurdersraad Capelle instemde met het verdienmodel van Havensteder, wat inhield dat Havensteder sociale woningen verkocht. Hij is dat nooit helemaal kwijtgeraakt.
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 16 van 20
De nu voorliggende stukken zijn voor hem aanleiding nog enkele opmerkingen naar voren te brengen. Waar zojuist de Rotterdamwet werd genoemd, betoogt hij dat die gewoon afgeschaft zou moeten worden, omdat die woningen onbereikbaar maakt voor heel veel mensen en op geen enkele wijze bijdraagt aan de leefbaarheid. Het middel mist z’n doel. Een politieagent is er niet, want daarop is bezuinigd, zorgpersoneel is er niet, daarop wordt bezuinigd en onderwijspersoneel is er niet, want daarop is bezuinigd. De Rotterdamwet heeft wat dat betreft geen enkele zin. In de leefbaarheid moet gewoon worden geïnvesteerd door de gemeente en door de woningcorporatie. Het doel van een woningcorporatie is volkshuisvesting, maar in de stukken komen een paar dingen voor die hem de wenkbrauwen doen fronsen. Waarom wordt hier bijvoorbeeld een hoogste huur van 711 euro genoemd uit 2018, terwijl het inmiddels 753 euro is? Houdt dat in dat de woningen die genoemd zijn zich richten op 711 euro, of gaat het gewoon om een huurgrens van 753 euro? Voorts wordt ook nog gesproken over woningen waarop men wil inzetten met een huurprijs tot 640 euro. Moet hij dan denken aan woningen van 40 m2, en voor welke doelgroep zijn die? De sociale-huurvoorraad wordt geconsolideerd op 10.000 woningen.
Hoewel de tijdlijn niet goed was, is de SP wel blij met het feit dat Havensteder een aantal woningen ter compensatie van het verlies in De Hoven-II gaat terugbouwen. Het zal overigens wel enige tijd in beslag nemen en het is ook nog steeds niet duidelijk of het doelgroepwoningen zijn, dan wel woningen voor de gehele woningvoorraad. Bij de term ‘herstructureren’ vraagt hij zich af of Havensteder nog woningen gaat verkopen vanuit de voorraad binnen die herstructurering, of dat het alleen maar betrekking heeft op verduurzaming. Aan het adres van mevrouw King merkt hij op dat de verloedering in De Hoven-II een van de redenen was die het uiteindelijk erg makkelijk maakte om de hele wijk plat te gooien. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren bij mensen met een verloederd achtertuintje en er zal ook geen verloederd winkelcentrum platgegooid worden. De term ‘verloedering’ heeft volgens hem betrekking op investeren in de samenleving en of hij dat werkelijk terugvindt in het ter consultatie voorgelegde stuk houdt hij nog even in het midden. De heer RAADSEN merkt op dat men voor het bepalen van de mate van woningisolatie gaat werken met het model van standaard- en streefwaarden. Uit een onderzoek dat het kabinet hiernaar heeft laten verrichten blijkt dat het een genuanceerdere norm oplevert voor wat een wenselijke mate van isolatie is bij verschillende woningtypen en bouwjaarklassen.
Is het niet aan te bevelen om dit ook op te nemen in de samenwerkingsafspraken in plaats van wat er nu staat over gemiddelde labels? Een bewoner van een slecht geïsoleerde woning heeft er volgens hem niet zoveel aan te weten dat het gemiddelde voor Havensteder label C, B of A is en zal eerder wat meer willen weten over wat de verwachting is voor de eigen woning. Wat hem voorts benieuwt is of met Havensteder of de Huurdersraad ook gesproken is over de vraag of de woningbehoefte in de nu geldende nota’s nog overeenkomst met de door hen feitelijk waargenomen situatie. Als blijkt dat dat nogal schril van elkaar afwijkt, is het college dan bereid deze partijen voor te stellen versneld een nieuwe behoefteraming in de regio te laten uitrekenen? Aanvullend stelt hij de vraag of in het nieuwe programma Wonen 2023-2027 rekening wordt gehouden met de nieuwe prognose. De heer VAN LOEF kondigt aan twee vragen te willen stellen, de eerste over De Terp en de tweede over een woning waarin een hennepkwekerij wordt aangetroffen. Het dossier ten aanzien van De Terp sleept al heel lang en volgens hem is er al het een en ander uitgezocht over hoe het juridisch in elkaar steekt. Er zitten bij zijn weten minimaal drie eigenaren op en er zullen nu echt stappen moeten worden gezet.
Zijn tweede vraag luidt: waar ligt de lat als een hennepkwekerij wordt aangetroffen in een woning? Zijn daarover ook afspraken gemaakt met de gemeente en de woningbouwcorporatie?
Behorende bij kenmerk nummer: 408485/675450
pagina: 17 van 20
Waar kunnen die worden gevonden, dan wel hadden deze niet ook moeten worden opgenomen in de samenwerkingsafspraken? Deze vragen worden hem ingegeven door het feit dat een woning na het aantreffen van een hennepkwekerij langere tijd onttrokken wordt aan de woningmarkt. De heer TIESMA zegt de wethouder en Havensteder dank voor het nieuwe convenant. Het is een uitgebreid document geworden waarin ongetwijfeld veel tijd en energie is gestoken. Speciaal maakt hij een compliment voor het opnemen van zonnepanelen in de plannen. D66 heeft er wethouder Van Veen regelmatig naar gevraagd en is blij dat het nu eindelijk gaat lukken met Havensteder om er werk van te maken. In punt 4.6 staat dat de Gebiedsatlas voor de ontwikkeling van de sociale woningvoorraad niet kon worden opgeleverd door capaciteitsgebrek. Bij wie is dan dat capaciteitsgebrek?, is hij geneigd te vragen. In dit stuk is de sociale woningvoorraad immers core business. Wethouder STRUIJVENBERG meent dat samen met Havensteder en de HRC in concept mooie en goede samenwerkingsafspraken overeen zijn gekomen, met daarin een aantal nieuwe zaken en inderdaad ook een beperkt aantal zaken die men had willen uitvoeren, maar zijn vertraagd. De meeste zaken uit de twee jaar geleden vastgestelde samenwerkingsafspraken zijn echter uitgevoerd of nog in uitvoering.