02.01 - Conceptverslag commissie SOB 27 januari 2021
Tekst van het document
Verslag van de digitale vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden via Pexip op woensdag 27 januari 2021, aanvang 19.30 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer L.C. Anink;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks;
secretaris
:
mevrouw drs. T.A. de Mik;
portefeuillehouders
:
mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder; de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;
ambtelijke ondersteuning :
de heer R. van Gaal;
notulist
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
:
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Hij deelt mee dat zich voor deze vergadering niet minder dan negen insprekers hebben gemeld. Namens een van hen zal hij het woord voeren, de overigen zullen zelf aan het woord komen. Om hen niet tot middernacht te laten wachten, is besloten hen zo meteen al het woord te geven, en wel op volgorde van onderwerp, waarna de portefeuillehouder daarop desgewenst zal reflecteren. Allereerst stelt hij een ordevoorstel aan de orde, ingediend door D66, waarvoor hij het woord geeft aan de heer Tiesma. De heer TIESMA leidt het ordevoorstel in door een parallel te trekken met een detectiveserie, die altijd met een moord of beroving begint, waarna de politiemensen flink aan de slag gaan. Zo’n serie volgt altijd strikt hetzelfde patroon. D66 heeft sterk het gevoel ook naar zo’n patroon te kijken als het gaat om het daadwerkelijk mee laten doen van mensen en bedrijven die te maken krijgen met een nieuwe ontwikkeling in hun omgeving. Dat is ook het geval met het gebiedspaspoort Kanaalweg/Bermweg. Tijdens de hoorzitting van 7 januari is gebleken dat de omwonenden het niet eens zijn met de door het college voorgestelde aanpassing van het gebiedspaspoort, beurtelings versie 1 en versie 1.9 genoemd. De afwijkingen van het oorspronkelijke gebiedspaspoort zijn wel heel groot.
Men voelt zich gepasseerd en onvoldoende gehoord. Daarnaast zijn ondernemers niet of te weinig meegenomen in het hele proces. Het laatste kan met name flinke gevolgen hebben voor het woonplezier van de nieuwe bewoners. Er is bij het betrekken van de omwonenden en de bedrijven een slag gemist. Het voorgestelde gebiedspaspoort op de gebruikelijke manier behandelen via een commissievergadering, gevolgd door een raadsbesluit, is te vroeg.
408485/421697
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 2 van 20
Het ontbreekt nu aan draagvlak bij de bewoners en de direct betrokkenen. Ontbrekend draagvlak tast de geloofwaardigheid van de gemeente en de politiek aan en welke gevolgen dat kan hebben heeft de Tweede Kamer laten zien. D66 is van mening dat gezocht moet worden naar een nieuwe weg om tot een bespreking en besluit te komen. De start zou haars inziens moeten liggen bij het gebiedspaspoort van 2017. Dat is het geldige gebiedspaspoort en gezien de reacties van de omwonenden ook een goed gebiedspaspoort. Afsluitend merkt hij op dat het D66 bijzonder bevreemdt dat het achterterrein überhaupt geen onderdeel uitmaakt van het plan. De VOORZITTER verzoekt de wethouder op het ordevoorstel te reageren. Wethouder STRUIJVENBERG memoreert dat hij al voor de zomer, bij de behandeling van het concept, iets heeft gezegd over de participatie. Dat concept is toen vastgesteld, maar de commissie heeft hem daarbij wel de opdracht meegegeven om in gesprek te gaan met omwonenden. Dat heeft hij gedaan en dat heeft geleid tot een aantal aanpassingen in het gebiedspaspoort. Dat gebiedspaspoort is vervolgens naar de commissie gezonden, waarna de commissie liet weten dat zij vanuit haar eigen rol en gegeven de omstandigheden nog een eigen gesprek te voeren had met omwonenden. Dat is gebeurd in december.
Het een en ander laat zijns inziens onverlet dat het nu voorliggende gebiedspaspoort een goed gebiedspaspoort is dat kan rekenen op veel draagvlak, zij het niet het draagvlak van eenieder. Zelf ziet hij geen aanleiding om nog grote aanpassingen door te voeren in het gebiedspaspoort en hij stelt daarom voor het gebiedspaspoort vandaag wel te behandelen. De VOORZITTER biedt de commissieleden de gelegenheid op een en ander te reageren. De heer EILANDER geeft te kennen dat de ChristenUnie het initiatiefvoorstel van D66 om het gebiedspaspoort van de agenda te halen kan steunen. De raad heeft weliswaar een hoorzitting gehouden, maar heeft niet de kans gehad om zich te verdiepen in wat daaruit is gekomen. De signalen die de fractie ter ore zijn gekomen van diverse belanghebbenden zijn van dien aard, dat ze graag eerst met de raad of met de commissie wil bepalen hoe een en ander gewogen moet worden en welke vervolgstappen vereist zijn. De heer SPRUIT verzekert dat Leefbaar Capelle de strekking van dit verzoek heel goed begrijpt, gegeven de lange voorgeschiedenis die dit plan heeft gekend, maar niet de illusie heeft dat uitstel van de behandeling zal leiden tot een ander eindresultaat.
Zoals de heer Tiesma zojuist een parallel trok met een detectiveserie, wil hij dat doen met een uitspraak van de heer Bach, voorzitter van het IOC, die in het Journaal van vanavond opmerkte dat het IOC er niet is om Olympische Spelen te annuleren, maar om die te organiseren. Zo zou ook de gemeenteraad woningbouw niet moeten blokkeren, maar juist moeten stimuleren en mogelijk maken. Leefbaar Capelle zou het bijzonder betreuren wanneer woningzoekenden in Capelle langer dan strikt noodzakelijk zouden moeten wachten op een nieuwe woning. De heer TIESMA verzet zich tegen het beeld dat nu wordt opgeroepen alsof D66 tegen woningbouw in het Nieuwe Rivium zou zijn. Dat is geenszins het geval. Het gaat de fractie alleen om het proces om tot een besluit te komen. De heer SPRUIT vervolgt dat hij eens op zoek is gegaan naar de definities die worden gehanteerd voor het begrip ‘participatie’, wat onder andere steekwoorden opleverde als: actieve deelname, aandeel hebben in iets, meedoen, een steentje bijdragen, meepraten, meedenken, inbreng zonder beslissende invloed op het geheel, enzovoorts. Zolang hiervoor niet een sluitende definiëring wordt overeengekomen, vreest hij dat bij bijna elk onderwerp dat met woningen te maken heeft – want die liggen meestal in de buurt van andere woningen – dit type discussies zal ontstaan.
Leefbaar Capelle is dan ook voornemens in de eerstkomende raadsvergadering een motie in te dienen over het onderwerp participatie, om duidelijk te krijgen waar het dan precies over gaat. Overigens heeft de hoorzitting die op 7 januari over dit gebiedspaspoort is gehouden wel tot nieuwe inzichten geleid. Er zijn een aantal potentiële problemen benoemd waarvoor ook oplossingen zijn aangedragen. Met name de eigenaren van de beide percelen die daar een bedrijfsactiviteit hebben, hebben laten weten bereid te zijn mee te werken aan verplaatsing van die bedrijfsactiviteiten, waardoor de activiteit wonen en de activiteit bedrijfsactiviteit gescheiden kunnen worden. Daarop wil Leefbaar Capelle graag nader ingaan bij de inhoudelijke bespreking.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 3 van 20
De heer VLOT merkt op dat wat de heer Spruit aan het eind, bijna als een soort cliffhanger, over het achterterrein zei, voor hem reden is om ervoor te pleiten het voorstel op de agenda te handhaven, omdat de SP van mening is dat dit de gelegenheid biedt om ook kavel B6 in dit plan te gaan betrekken. De heer Spruit noemde het een illusie te verwachten dat uitstel van de behandeling nog tot een verandering zou kunnen leiden. Zelf is hij niet zo van de illusies en vindt het beter als raad tot een concrete verandering en aanpassing te komen binnen dit participatietraject, dat tot op heden niet bepaald de schoonheidsprijs heeft verdiend. De wethouder beweerde weliswaar dat hiervoor een breed draaglak zou bestaan, maar dat betwijfelt hij. De SP geeft er de voorkeur aan het voorstel op de agenda te handhaven en pleit ervoor de mogelijkheden die binnen dit project liggen te vergroten, mede met inachtneming van wat straks mogelijk nog door de insprekers naar voren zal worden gebracht. De heer VAN LOEF constateert met de voorgaande spreker dat de participatie in dit dossier niet de schoonheidsprijs heeft verdiend. De VVD trekt daaruit de conclusie dat geprobeerd zal moeten worden het participatietraject opnieuw op te pakken. Derhalve is de fractie het eens met het ordevoorstel om het gebiedspaspoort niet vanavond in behandeling te nemen.
De heer OUDSHOORN zegt de heer Tiesman dank voor het indienen van het ordevoorstel. De definitie van ‘participatie’ blijkt in veel dossiers een lastig item te zijn. Het indienen van een motie om daarover duidelijkheid te verschaffen steunt hij dan ook op voorhand. In dit geval is het zijns inziens echter niet zo ingewikkeld. Bij de start van dit nieuwe gebiedspaspoort heeft de wethouder namelijk opgeroepen om mee te doen en het samen te doen, waarmee die definitie al behoorlijk helder is geworden. De manier waarop het daadwerkelijk is gedaan, is echter niet helemaal goed geweest. Het verschil met het voorbeeld van de Olympische Spelen dat de heer Spruit aanhaalde, is dat daar altijd sprake is van zorgvuldige voorbereidingen, terwijl dat hier helemaal is overgeslagen. Er is echt wel geprobeerd dat te herstellen, maar dat is niet gelukt. Het heeft geleid tot een hoorzitting en hoewel die nog niet is geëvalueerd, zoals de heer Eilander opmerkte, is dat binnen de SGP-fractie wel gebeurd, die de conclusie heeft opgeleverd dat het een optelsom is geweest van niet goed participeren en dat daarom die laatste stap van het participeren goed moet worden overgedaan. Het gaat tenslotte niet om duizenden woningen en een paar maanden vertraging zal daarom echt niet een probleem zijn. Daarom steunt de fractie het ordevoorstel.
De heer GEISSLER betoogt dat de stem van de buurtbewoners voor de PvdA altijd erg belangrijk is in dit soort participatieprojecten naar een gebiedspaspoort toe. Tot nu toe is daarvoor in dit proces onvoldoende aandacht geweest, waarmee ook niet gestand is gedaan aan eerdere toezeggingen richting de bewoners, vandaar dat de fractie van mening is dat het voorstel niet nu moet worden besproken, maar terug dient te worden verwezen naar de participatietafel, waar de bewoners dan ook daadwerkelijk ruimte moet worden gegeven om hun visie te geven op de plannen. De heer RAADSEN betuigt namens GroenLinks instemming met het ordevoorstel van D66. Als hij de wethouder nu hoort zeggen dat het helemaal niet nodig is om grote dingen te veranderen aan het plan, kan hij slechts concluderen dat deze nog niet doordrongen is van de ernst van de meningsverschillen. De heer HARINCK verbaast zich erover dat door Leefbaar Capelle een discussie is aangezwengeld over de participatie, omdat uitgerekend die partij ‘Denk en doe mee’ als motto heeft en de Right to challenge heeft opgenomen in het programma. Tijdens de hoorzitting heeft een aantal mensen aangegeven best bereid te zijn op een termijn van twee maanden drie bijeenkomsten te hebben en dan mee te gaan bouwen aan het plan. Volgens hem is dat participatie in optima forma.
Het CDA zal nu het voorstel steunen om het gebiedspaspoort van de agenda te halen. De wethouder roept hij op terug te gaan naar de ondernemers, die het aanbod hebben gedaan om uitgekocht te worden. Dat verandert eigenlijk het hele plan en daarmee kan een mooie stap worden gezet naar een nieuw plan. De VOORZITTER stelt vast dat Leefbaar Capelle en SP zich tegen het ordevoorstel hebben uitgesproken en alle andere fracties daar voor, waarmee het ordevoorstel is aanvaard. Derhalve zal agendapunt 5 van de agenda worden geschrapt. De heer VLOT vraagt of van de wethouder nog een reactie te verwachten is op de vragen die door de heer Spruit en hem zijn opgeworpen over het achterterrein, de andere kavels en mogelijk een andere wijze van ontwikkeling.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 4 van 20
Wethouder STRUIJVENBERG zegt zich, gegeven de uitkomst van deze discussie, nader te zullen beraden op een en ander. De agenda wordt hierna gewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen raadsbrede commissie van 24 november 2020 commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 30 november 2020 (openbaar en besloten) commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 1 december 2020 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER memoreert dat zich negen insprekers hebben gemeld over vier onderwerpen. Twee insprekers hebben zich gemeld voor de Hoven, te weten de heren Noordwijn en Wekker, die hij direct in die volgorde als eerste het woord zal geven. Voor Capelseweg/Bermweg hebben zich vier insprekers gemeld, te weten de heren Balfoort, Heijkoop, Krans en Lasschuit. Hun legt hij allereerst de vraag voor of zij na het zojuist genomen besluit tot afvoering van het desbetreffende agendapunt nog steeds de commissie willen toespreken. De vraag wordt door alle vier insprekers bevestigend beantwoord. De VOORZITTER vervolgt dat zich voor de partiële herziening bestemmingsplan “Capelle-West” de heer Smits als inspreker heeft aangemeld en voor Fascinatio mevrouw De Veer. Inmiddels is hem bericht dat de heer Noordwijn zich als inspreker heeft afgemeld. Hij geeft derhalve als eerste het woord aan de heer Wekker, die wil inspreken over de Hoven.
De heer WEKKER: Goedenavond, geachte leden. Ik wil graag een bijdrage leveren over de Hoven, waarbij ik namens heel veel Hovenaren ook zorg heb voor de andere Hovenaren die daar wonen. Wij zijn van 360 huishoudens naar 20 gezakt en wij zitten nog in een rechtsprocedure. Als ik dan de agendapunten van deze commissie hoor, dan is een onderdeel daarvan wel dat jullie in een extern aanspreekpunt zijn betrokken naar de projecten toe. In dit geval is de Hoven ook een project waar de gemeente Capelle zich mee bezighoudt. Ander punt is dat wij ons het volgende afvragen. Uw commissie is deel van de vormgeving, waar ook weer een bepaalde ambitie in ligt. Duurzaamheid en kwalitatief woonniveau staan heel hoog, om het te creëren, maar dan vragen wij ons eigenlijk af: op kosten van wat? Heel vaak valt het woord ‘participatie’ en dan komt de Participatiewet een beetje in mijn hoofd naar voren. Dan vraag ik me ook af: waar was dit stukje eigenlijk naar de bewoners van de Hoven? Want dat stukje ontbreekt totaal. Onze positie is in dit geval wat minder, maar dat betekent niet dat wij er niet zijn. Wij voelen ons op dat punt heel erg achtergesteld en niet betrokken, terwijl de Hoven, zoals ik al heb aangegeven, best wel een project is en daar zit ook een monumentaal vlak achter, waar ik dan van denk dat uw commissie daar ook onderdeel van uitmaakt, over monumenten.
Dus ik zou het op prijs stellen om terug te horen hoe de stand van zaken anno 2021 eruit ziet. Dat was alles. Dank u wel. De VOORZITTER vraagt of de wethouder hierop wil reageren. Wethouder STRUIJVENBERG zegt daaraan op dit moment geen behoefte te hebben. De VOORZITTER biedt de leden van de commissie de gelegenheid eventueel vragen te stellen. De heer VLOT verwijst naar een publicatie van de bestuursvoorzitter van Havensteder, mevrouw Van den Berk, waarin staat dat er van die zijde alles aan is gedaan om voor deze mensen een andere woning te vinden. Kan de heer Wekker bevestigen dat er sindsdien nog intensief is geweest met Havensteder?
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 5 van 20
De heer WEKKER antwoordt dat er sinds de rechtsprocedure in gang is gezet nooit iets van Havensteder uit is gegaan, en daarvoor ook niet. De VOORZITTER stelt de inspraak over Capelseweg/Bermweg aan de orde, met als eerste inspreker de heer Balfoort. De heer BALFOORT: Dank u wel, voorzitter. Ik spreek in namens beide bedrijven op B6, het achterterrein, dus zowel het stuk van de heer Jongenelen als van Kristel Capelle BV. In deze reactie wil ik kort stilstaan bij twee punten. Als eerste een korte reactie op de hoorzitting van 7 januari. Wij hebben begrepen dat enkele raadsleden het jammer vonden dat wij pas op het allerlaatst onze bezwaren tegen het gebiedspaspoort kenbaar hadden gemaakt. Wij hebben een tijdlijn gemaakt, die te vinden is in de volledige bijdrage die per mail door de griffie is, of zal worden verspreid: 2,5 A4’tje vol met data en actiepunten die zijn ondernomen vanuit de heer Jongenelen en Kristel Capelle BV. Daaruit blijkt dat vier jaar lang meerdere malen, zowel mondeling als schriftelijk, aangegeven is wat de bezwaren en de opmerkingen zijn bij de plannen voor Capelseweg/Bermweg. Als in een eerder stadium met bedrijven en direct omwonenden dat contact of overleg was gezocht, was die hoorzitting ook niet nodig geweest.
Om een voorbeeld te geven: in juni 2019 heeft de heer Jongenelen de gemeente verzocht om een gesprek, om de bedrijvigheid mee te nemen in het plan, en het plan is pas in oktober gepresenteerd. Er zit dus bijna een halfjaar tussen. Het tweede punt is een reactie op de collegebrief. Ook die kunt u volledig vinden in de bijdrage die per email wordt verspreid. Tot slot. Nadat de raad in 2017 het gebiedspaspoort heeft geaccordeerd, met alle bijbehorende spelregels, heeft de gemeente alleen contact onderhouden met de projectontwikkelaar. Zijn ideeën en financiële belangen hebben sinds die tijd altijd centraal gestaan. Gedurende bijna twee jaar is er in strijd met het uitgangspunt van het door u goedgekeurde gebiedspaspoort geen contact geweest met omwonenden en bedrijven. Het plan en de ideeën van de projectontwikkelaar zijn één op één verwerkt in een nieuw gebiedspaspoort en pas nadat dit gebiedspaspoort gereed was, bijna twee jaar later, is dit gebiedspaspoort gepresenteerd. Zojuist werd gesproken over de definitie van participatie. Presentatie achteraf is geen participatie. Het gaat er de ondernemers om gezamenlijk tot goede afspraken te komen, die juist besproken moeten worden vóórdat het gebiedspaspoort wordt vastgesteld. In de eerdere inspraakreacties hebben wij alle bestaande en ontstane problemen benoemd als gevolg van de verkeerde participatievolgorde.
Denk aan verkeersveiligheid, handhaving, parkeeroverlast en bereikbaarheid, geluids- en stankoverlast. Nog één zin om te eindigen. Een paspoort moet ook daadwerkelijk passen. Daarom is een goede inpassing van de bedrijvigheid nodig, zelfs als dat leidt tot verplaatsing van de bedrijven. Het aanbod vanuit onze kant ligt er. Alle opties liggen open en medewerking wordt door ons beloofd. Daarom kunnen wij ons ook van harte vinden in het voorstel van D66 om dat nader uit te werken. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Heijkoop. De heer HEIJKOOP: Dank u wel, voorzitter. En nu dan? Dat was de vraag die ik mezelf een tijdje terug stelde toen we in een participatieoverleg zaten en overvallen werden met informatie waarbij wij op geen enkele manier op voorhand waren betrokken. En helaas was dat niet de eerste keer. De hoek Capelseweg/Bermweg is iets verder bij ons vandaan, maar wij hebben zeer geïnteresseerd de hoorzittingen gevolgd. De samenwerking zoals ik die ervaar met de gemeente over het project Florabuurt is goed. Ook vanmiddag hebben we nog een goed gesprek gehad met de wethouder en de projectleider. Maar participatie gaat verder dan dat. Hopelijk geeft de Omgevingswet, die later vastgesteld zal worden, meer houvast daaraan.
Hoe wij participatie ervaren, is dat wij op gelijkwaardigheid deelnemen aan rondetafelgesprekken, allen voorzien van dezelfde informatie en kennis, voorbereid zijn op, bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen en daarbij in staat zijn je persoonlijke, maar ook als wijkoverlegplatform vooral buurt- en wijkbelangen te benoemen en te vertegenwoordigen. Eerder is dit gedeeld ook in het commissie-overleg en de raadsvergaderingen van begin 2020, dat je natuurlijk wel tijdig de juiste informatie dient te krijgen. Aan proactief ophalen heeft het zeker bij ons niet gelegen. Ook nu weer worden wij eigenlijk voor het blok gesteld, om binnen heel korte termijn met een advies te komen, een advies waar bijna 20 partijen iets aan moeten bijdragen. Bijna onmogelijk, zou ik zeggen. En toch, vanzelfsprekend, komt er ergens een meningsverschil met wat de gemeente goed vindt voor een wijk en wat andere partijen, zoals bewoners, echt nooit zouden willen. Zonder wrijving krijg je ook geen glans, maar met de juiste informatie en onderbouwing kunnen we in ieder geval komen tot een agree to disagree-situatie.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 6 van 20
Wij vinden dat participeren een werkwoord is. Werken dus, meewerken, van een idee tot een besluit, samen in vertrouwen. Dank u wel voor uw aandacht. De VOORZITTER verleent het woord aan de heer Krans. De heer KRANS: Dank voor de gelegenheid om in te spreken over het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg, en dank voor de raadshoorzitting van 7 januari. Daar hebben weliswaar 13 mensen aan meegedaan, maar veel meer hebben gekeken. Wij hebben 107 handtekeningen aan u verstuurd en opnieuw al die steun weer gekregen en heel veel reacties gekregen van mensen die gekeken hebben. Dus als de wethouder zegt “het waren er maar 13”, het leeft echt veel breder dan dat. Wij hebben in die raadshoorzitting voorgesteld om de participatie te herstellen met drie sessies, met de gemeente als opdrachtgever, belanghebbenden, ook raadsleden als toehoorder – het lijkt mij heel belangrijk om dat direct mee te kunnen maken –, professionele procesbegeleiding, interactief schetsen maken als gezamenlijk product, en met eindresultaat een advies aan het college in april. Als dan gevraagd wordt “wat is participatie?”, de Omgevingswet is daar heel erg duidelijk over. De afspraken in 2017 zijn ook heel helder, wat daar is afgesproken over wat er zou gebeuren. Wij hebben in november 2019, gelijk toen wij die plannen onder ogen kregen in oktober, contact opgenomen en toen is het al genoemd.
Dus ook dat weer is niet iets wat van de laatste maanden is. Dat is al anderhalf jaar het geval. Om het participatietraject nu voortvarend aan te pakken, hebben we na de hoorzitting Maarten Struijvenberg gevraagd te overleggen over die drie sessies – hoe gaan we dat nou snel inzetten? – en met de gemeente over begeleiding daarvan. Tot onze teleurstelling heeft Maarten geweigerd ons te spreken, en ook aan zijn ambtenaren aangegeven dat dit niet de bedoeling was. Wij zien dit echt als verloren tijd. Als we een opdrachtnemer op de kaart willen zetten, heeft dat even tijd nodig. Waarom wordt dat nou weer een paar weken naar voren geschoven? Hij had toch haast? We doen dat toch met elkaar? In plaats daarvan heeft Maarten een collegebrief laten opstellen. Hierin wordt maar een klein deel behandeld van de punten die wij hebben ingebracht en wordt gesteld dat dat niet in het gebiedspaspoort staat. Logisch, want het gebiedspaspoort moet nog in participatie worden uitgewerkt. De punten zijn wel degelijk besproken bij opstellen van de visie Landelijk Capelle en van het gebiedspaspoort. Wij vinden dit geen open gesprek. Ook Tino Mahler hebben we meermaals verzocht om contact. Dat was grotendeels tevergeefs.
De eerste keer dat wij weten dat hij contact met een bewoner opnam was vlak voor de hoorzitting, om te kijken of die wel echt onze visie deelde (wat het geval was), met de opmerking dat hij van de gemeente niet met ons mocht praten. Dat lijkt ons heel vreemd, want bij een goed participatietraject zal de gemeente altijd contact tussen de partijen stimuleren. Tijdens de hoorzitting vroeg een raadslid Mahler hoe hij participatie zou gaan oppakken. Helaas zweeg hij, en hij had wel de mogelijkheid om te praten. Het is van groot belang dat Mahler participatie serieus en constructief gaat oppakken. Wij willen graag zien dat hij met zijn organisatie op die manier betrokken is bij de sessies, met een open blik, in samenwerking met gemeente, burgers en bedrijven en kijkend naar hoe het gebied ontwikkeld kan worden conform de visie Landelijk Capelle en de afspraken uit 2017, dit aan de hand van de “duidelijke visie (…) op elk van deze (5 overkoepelende) thema’s”, die de ontwikkelaar zijn gevraagd in het gebiedspaspoort en we nog niet hebben. Vanavond is een belangrijk moment. We verzoeken u ons voorstel te steunen om alsnog het vigerende gebiedspaspoort in participatie uit te werken met drie digitale sessies. Ik heb dat nog niet zo scherp gehoord nu.
Het is nu van de agenda afgehaald, maar gaan we nou die drie sessies doen? Heel graag, want dat is waar wij onze vrije tijd in willen steken, net zoals u uw tijd hierin steekt. Wij vinden het gewoon heel belangrijk dat wij dit op een goede manier met elkaar doen. De VOORZITTER biedt de heer Lasschuit de gelegenheid zich tot de commissie te richten. De heer LASSCHUIT: Dank u wel, meneer de voorzitter, en bedankt voor de gelegenheid om gehoord te worden. Mijn naam is Joost Lasschuit, ik ben één van de bewoners aan de Bermweg. Om te beginnen ben ik uiteraard verheugd dat het ordevoorstel van D66 is aangenomen. Dat is een mooie eerste stap. Ik sluit mij ook graag aan bij de laatste woorden van de heer Krans. Uiteindelijk is het er ons allemaal om te doen om er een hele mooie toegang voor Capelle van te maken, maar wel binnen de kaders die ook passend zijn voor iedereen. Ik woon sinds enkele jaren met heel veel plezier aan de Bermweg en vind ook, net als alle bewoners en bedrijven, dat de hoek van de Capelseweg en de Bermweg opgeknapt moet worden, maar daarbij zijn wel een aantal zaken belangrijk.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 7 van 20
Een plan moet passend zijn, het moet veilig zijn en het moet natuurlijk ook haalbaar zijn, anders gebeurt het ook niet. Veel discussie gaat over de vraag of het plan passend is, maar ik denk dat dat niet echt een vraag is, want het feit dat het projectplan niet binnen het gebiedspaspoort van 2017 paste laat al zien dat het niet passend is, want als dat wel het geval zou zijn geweest, hadden we het allemaal met heel veel liefde gesteund. Op dit moment ligt er een voorstel voor een nieuw gebiedspaspoort, waarbij alle wijzigingen voornamelijk ten behoeve zijn van de beoogde ontwikkelaar. Wij zouden heel graag zien dat er een gebiedspaspoort komt dat ten behoeve is van alle betrokkenen: voor ons, voor de gemeente, maar uiteraard ook voor de ontwikkelaar, want, nogmaals: anders gebeurt er niks. Hier hadden wij al lang kunnen zijn wanneer iedereen echt een mogelijkheid zou hebben gehad om op een constructieve wijze bij te dragen. Maar zoals de heer Krans net al aangaf: dat is simpelweg niet gebeurd, in ieder geval niet in de vorm van een dialoog. Als bewoners hebben we hier echt concrete en constructieve ideeën bij om het plan passend en ook veilig te maken, en met name op dat laatste punt: het is gewoon essentieel dat in een plan ook wordt voorkomen dat er frustratie gaat ontstaan tussen nieuwe bewoners en in dit geval bedrijven die er al zijn, want daar is niemand mee geholpen.
Mochten er los daarvan ook uitdagingen zijn rondom de haalbaarheid: ik denk dat in het huidige kader ook daar wel weer nieuwe mogelijkheden zijn, en misschien met wat alternatieven om het alsnog mogelijk te maken. Ik hoop dat u ook vanavond de betrokkenheid en constructieve houding van ons als omwonenden en als bedrijven herkent, en dat ook waardeert, om gewoon het gebied op een hoger niveau te brengen. Hiervoor is het echter wel belangrijk om aan tafel te komen met alle betrokkenen. Wij vragen u alsnog deze dialoog te initiëren, zodat er via een gezamenlijk traject op heel korte termijn met een plan wordt gekomen waar iedereen blij van wordt. Laten we er echter wel voor oppassen dat onduidelijkheid over de definitie van het concept participatie niet als reden wordt gezien om een onzorgvuldig proces alsnog te accepteren. Dank u wel. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouder geen behoefte heeft aan het geven van een reactie. Hij stelt de leden van de commissie in de gelegenheid eventueel vragen te stellen. De heer RAADSEN heeft uit de woorden van de heer Krans de indruk gekregen dat deze de heer Mahler accepteert als projectontwikkelaar en wil weten of dat juist is. In een beleidstraject is het immers gebruikelijk dat door de gemeente alleen onafhankelijke adviseurs worden ingeschakeld.
De heer Mahler kan niet als zodanig worden bestempeld, want die heeft grond aangekocht en is duidelijk belanghebbende. De heer KRANS licht toe dat hij de projectontwikkelaar bewust erbij heeft genoemd, omdat het niet aangaat met z’n allen een mooi plan te bedenken voor diens gronden waarmee deze niet uit de voeten kan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN legt de heer Lasschuit de vraag voor waarom het plan niet passend zou zijn. De heer LASSCHUIT verduidelijkt dat er een aantal spelregels zijn waaraan de bewoners de afgelopen jaren mede zijn gehouden, zijnde de richtlijnen rondom gebiedspaspoorten. Ten aanzien van het gebiedspaspoort in 2017 is een initiatief gekomen van een projectontwikkelaar dat niet passend was. De heer TIESMA haakt in op de opmerking van de heer Heijkoop dat in het participatieproces richting de Florabuurt een aantal zaken ontbreekt. Hij is benieuwd wat de heer Heijkoop zou willen voorstellen om het huidige proces te veranderen. De heer HEIJKOOP antwoordt dat hij de tekortkomingen die hij heeft benoemd heel graag geïmplementeerd zou willen hebben. Daar wil hij het even bij laten, omdat men ook met de wethouder en de ambtenaren in gesprek is over de vraag hoe dit verder vormgegeven kan worden.
De heer VLOT informeert hoe de heer Balfoort als woordvoerder van de heer Jongenelen de collegebrief opvat, waarin als antwoord op de vraag waarom de initiatieven van de heer Jongenelen niet serieus zijn genomen is aangegeven dat de uitbreiding van bedrijvigheid als ongewenst wordt beschouwd op basis van het oorspronkelijke paspoort. In het meest recente paspoort wordt de locatie echter wel als kanslocatie benoemd. De VOORZITTER wijst erop dat het niet de bedoeling is nu op de inhoud in te gaan.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 8 van 20
De heer BALFOORT releveert dat de wethouder in de collegebrief ingaat op enkele stellingen die gedaan zijn, onder andere dat het oude gebiedspaspoort niet het aantal woningen benoemt. Daar heeft de wethouder op zichzelf gelijk in, maar uit de verbeelding van het gebiedspaspoort en uit de tekst blijkt dat het niet om veel woningen ging. Het ging bijvoorbeeld om landschappelijke inpassing, wonen aan het bos, een groene lommerrijke opzet. Daarna is de projectontwikkelaar aan de gang gegaan en zijn bijvoorbeeld 21 woningen lommerrijk opgezet op dat stukje perceel. Waar de wethouder voorts zegt dat geen uitbreiding van bedrijvigheid mag plaatsvinden, stelt hij vast dat daarmee eigenlijk wordt bevestigd dat het initiatief dat de heer Jongenelen had genomen in het kader van de uitnodiging die de raad had gedaan niet serieus is genomen. Want zoals aangegeven is, heeft de heer Jongenelen aangeboden om diens bedrijf met een zware milieucategorie 3.2 te transformeren naar kleinschalige bedrijvigheid in de vorm van garageboxen. Het frame ‘uitbreiding van bedrijvigheid’ doet geen recht aan het initiatief om de bedrijvigheid juist af te schalen om de leefbaarheid te vergroten, en zelfs om eventueel uitgekocht te worden om helemaal de ruimte te geven aan woningbouw. De VOORZITTER geeft hierna het woord aan de heer Smits, die zal inspreken over het partiële bestemmingsplan “Capelle-West”.
De heer SMITS: Dank u, voorzitter. Mijn naam is Bram Smits, eigenaar van het pand aan de Radarstraat 5 en 7 en eigenaar van Smits Autobedrijf. Geachte leden van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer. Op 18 november 2020 heb ik mijn zienswijze meegedeeld op het ontwerpbestemmingsplan partiële herziening “Capelle-West”, verder te noemen: het ontwerpbestemmingsplan. Met verwijzing naar en onder handhaving van mijn zienswijze wil ik graag het volgende aanvoeren. Het geldende bestemmingsplan “Capelle-West” is vastgesteld in 2014. Gelet op de belangen van ondergetekende en andere belanghebbenden is de wijziging van de oorspronkelijke bestemming niet gerechtvaardigd. Eerder, en wel in 2018, is de beoogde beperking van de maatbestemming volumineuze goederen vervallen wegens strijdigheid met wet- en regelgeving. Ook het ontwerpbestemmingsplan van nu geeft niet naar behoren bestemmingen en regels aan die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig worden geacht. De wijziging van (maat)bestemming ‘volumineuze goederen’ in ‘volumineuze ABC-goederen’ past niet in het bestemmingsplan en leidt tot een ernstige beperking en frustratie van de mogelijkheden van verhuur van een deel van mijn pand in de voorgestelde situatie en mijn complete pand bij bedrijfsbeëindiging of stoppen van de huidige functies.
Het ontwerpbestemmingsplan miskent dat het wijzigingsplan zal leiden tot leegstand en minder werkgelegenheid, alsook zeer concurrentieverstorend is. Wij zijn een autobedrijf en kunnen het eigenlijk alleen nog maar verhuren aan een concurrent. Op geen enkele wijze is in het ontwerpbestemmingsplan hier rekening mee gehouden, zodat het ontwerpbestemmingsplan niet de motivering heeft die het behoort te dragen en derhalve onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het ontwerpbestemmingsplan bevat gelet op het geldende bestemmingsplan zodanige tegenstrijdigheden dat niet op een redelijke wijze een afweging kan worden gemaakt met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Indien en voor zover het ontwerpbestemmingsplan door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel zal worden vastgesteld, treedt het college, denk ik, bij het vaststellen van het wijzigingsplan buiten zijn bevoegdheid. Kortom, er is niet in redelijkheid tot het ontwerpbestemmingsplan gekomen, althans is het ontwerpbestemmingsplan niet in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, terwijl de nadelige gevolgen hiervan onevenredig zijn.
Gelet op het oogpunt van rechtszekerheid verzoek ik de commissie dan ook het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel te adviseren, althans in overweging te geven, om in het ontwerpbestemmingsplan de (maat)bestemming volumineuze ABC-goederen aan te vullen met ‘productie en detailhandel’, met bijvoorbeeld uitzondering van woning- en tuin-gerelateerde detailhandel en bouwmarkten . Dank voor uw aandacht. De VOORZITTER deelt mee dat er nog een inspreker is, die echter niet aanwezig is: de heer Zwart. Op verzoek van de heer Zwart doet hij de commissie voorlezing van diens bijdrage: “Geachte commissieleden, Namens De IJsselmolen, Nijverheidstraat 50 te Capelle aan den IJssel, wil ik graag reageren op de Nota van beantwoording zienswijzen partiële herziening bestemmingsplan “Capelle-West”. Helaas zijn wij door de omstandigheden rond Covid-19 niet in de gelegenheid om de commissievergadering op 26 januari 2021 bij te wonen. Daarom verzoeken wij u het volgende als inspraakreactie te willen honoreren. Bij voorbaat dank.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 9 van 20
In de Nota van beantwoording is gereageerd op de door ons ingebrachte zienswijze. In de beantwoording blijkt dat de gemeente de maatbestemming ‘Meelfabriek’ die sinds oudsher op deze locatie ligt, in stand wil houden, en dat er ruimte geboden wordt voor ontwikkeling. Dat stellen wij op prijs, ook al wordt de door ons voorgestelde formulering niet overgenomen. Op één punt kan de beantwoording echter tot problemen leiden, vandaar ons verzoek in deze reactie om alsnog een kleine expliciete zinsnede toe te voegen. In de beantwoording onder 1.3 wordt namelijk nog niet vastgelegd dat het ‘eventueel uit te breiden binnen de beschikbare geluidsruimte’ ook kan betekenen dat een activiteit wordt toegevoegd die naar zijn aard in principe in een hogere milieucategorie valt. Daar lag namelijk de kern van onze zienswijze op dit punt. Het laden en lossen van binnenvaartschepen is een reële ontwikkelingsmogelijkheid om ons bedrijf op de lange termijn rendabel en zo min mogelijk milieubelastend te kunnen blijven voortzetten. De benodigde laad- en loscapaciteit maakt echter dat het bedrijf dan in milieucategorie 4.2 valt. De IJsselmolen is sinds 2012 intensief bezig vergunningen te verkrijgen voor uitbreiding; dit zit nog altijd vast op een laatste handtekening van Rijkswaterstaat.
Graag zien wij in de beantwoording daarom toegevoegd “dat de gewenste ontwikkelingen mogelijk zijn, ook indien dat door de toevoeging van laad- en losactiviteiten tot indeling in een hogere milieucategorie, namelijk 4.1. zou leiden, mits passend binnen de beschikbare geluidsruimte”. De huidige formulering in de nota suggereert dat dit als antwoord op onze zienswijze de bedoeling is, maar geeft hierin onvoldoende expliciet duidelijkheid. Wij willen graag onnodige misverstanden of discussies voorkomen, waar die de bestaanszekerheid van het bedrijf onder druk kunnen zetten. In aansluiting op dit laatste willen wij aan dit verzoek nog enkele opmerkingen toevoegen van meer fundamentele aard, betreffende de manier waarop de gemeente Capelle aan den IJssel de bedrijfsvoering van De IJsselmolen nu weer onder druk laat komen te staan.” Hiermee heb ik de maximale spreektijd van drie minuten bereikt, terwijl nog een volle pagina resteert. De bijdrage staat volledig op NotuBox en is daar door te nemen. De wethouder legt hij de vraag voor of deze een reflectie wil geven op de beide insprekers. Wethouder STRUIJVENBERG lijkt het beter dat te doen bij de behandeling van het agendapunt zelve. De VOORZITTER stelt ten slotte de leden van de commissie in de gelegenheid eventueel vragen te stellen.
De heer HARINCK vraagt de heer Smits welke activiteiten nu worden ontplooid die in de toekomst niet meer mogelijk zouden zijn. De heer SMITS antwoordt dat hij beschikt over een pand aan de Radarstraat, waarin gedeeltelijk zijn autobedrijf is gevestigd, terwijl een ander deel wordt verhuurd. Eerder heeft er een glassnijder in gezeten, later iemand die hekken maakte en nu zit er een scooterverhuurder in. Door de categorie ABC zou hij worden beperkt in het aantal huurders dat erin zou kunnen komen. De VOORZITTER deelt mede dat zich nog een laatste inspreker heeft gemeld in de persoon van mevrouw De Veer. Technische strubbelingen maken het momenteel echter onmogelijk contact met haar te krijgen. In afwachting van een oplossing voor dat probleem stelt hij het volgende agendapunt aan de orde. 4. Gemeenschappelijke regelingen en corona DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen Corona De heer VLOT informeert of onder de omstandigheden van corona sloopwerkzaamheden mogelijk zijn. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat sloopwerkzaamheden inderdaad mogelijk zijn, zij het uiteraard met inachtneming van de regels van het RIVM. Schorsing (20.58 – 21.06 uur) De VOORZITTER deelt mee dat het contact met mevrouw De Veer inmiddels is hersteld. Hij geeft haar derhalve alsnog als laatste inspreekster het woord.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 10 van 20
Mevrouw DE VEER: Leden van de commissie. Vorige week heeft het WOP DB samen met de wijkbewoners die lid zijn van het Opgaveteam Groen via een eerste presentatie door de ambtenaren kennis genomen van het concept Ruimtelijk Toekomst Perspectief Fascinatio. Dat was een eerste goede stap in het participatieproces, dat verdere uitdieping en een vervolg gaat krijgen vanuit de gemeente richting de wijkbewoners. Het WOP heeft de complimenten uitgesproken voor het voorliggend stuk, dat recht lijkt te doen aan de belangen en eerder uitgesproken wensen van bewoners (in 2019). Dat neemt niet weg dat wij alert blijven op zaken in en rond de wijk die afbreuk kunnen doen aan de leefbaarheid in de wijk Fascinatio, of aan de gezondheid van bewoners. 9 jaar vooruit kijken en neerleggen in een plan is een lastige zaak. Er is rekening te houden met veel factoren in en rondom de wijk Fascinatio: grootse plannen voor het Riviumgebied, forse uitbreiding woningbouw en toename van bewoners, maatregelen Algeracorridor, herontwikkeling Kralingseplein, ontwikkeling nieuwe oeververbinding regio Rotterdam, alles met forse effecten op mobiliteit, fijnstof, geluid en gezondheid. Alle ontwikkelingen hangen met elkaar samen en hebben met name invloed op de direct aangelegen wijk Fascinatio.
Die ontwikkelingen worden genoemd in het concept maar de verwachte effecten daarvan op onze wijk dienen volgens ons meer uitgewerkt en benoemd te worden. Het is een kunst om aan verschillende verwachtingen van alle bewoners tegemoet te komen en daarbij een must om bewoners over nieuwe ontwikkelingen goed te informeren en in constructief overleg te komen tot plannen die acceptabel zijn. Een helder en goed doorgesproken toekomstplan en vooraf vastleggen van het participatieproces is een vereiste. Maar leg vooraf ook uit wat nu precies de (juridische) status is van het voorliggende RTPF 2030. Definieer dat in het hele stuk. Wij vragen hierbij op de onderdelen wonen, werken, mobiliteit en groen/duurzaamheid specifiek aandacht voor wensen en gemiste aandachtspunten in het voorliggend concept. En wij vragen de commissie om daarnaar te kijken. Op het gebied van wonen wat highlights. Vooral aandacht voor de woonbalans en handhaving van de uitgangspunten 15% huur/sociale huur en 85% koop, zoals door de raad eerder werd vastgesteld bij de start van de hele wijk, dus ook de buitenring. Het lijkt of er nu een onderscheid wordt gemaakt tussen binnen- en buitenring waarbij die verdeling losgelaten is. De vraag is ook of Rivium een aparte wijk wordt.
Zo ja, hoe zit dat met het Braingate-poortgebouw en het daarin te ontwikkelen hotel? Hoort dat bij Rivium of Fascinatio? Vooral van belang bij entree kavels de bouwhoogte. Er wordt genoemd een minimale hoogte van 6 bouwlagen, maar dat zou een maximale bouwhoogte moeten zijn. Omschrijf in dat RTPF ook vooral wat precies de definitie is van de jaren ’30-architectuur en op welke regelgeving de beeldkwaliteit is gebaseerd. De VOORZITTER verzoekt mevrouw De Veer af te ronden. Mevrouw DE VEER: Nog één dan. We missen de term ‘voorzieningen’ in het hele plan. Nieuwe voorzieningen voor Rivium mogen niet de voorzieningen in Fascinatio ondersneeuwen. En als laatste willen wij graag op het gebied van mobiliteit uitbreiding van de ParkShuttle naar de ovaal Fascinatio Boulevard en een directe aansluiting van de wijk op de A16 richting noord, de zogenaamde George Westerbeekafslag. Als laatste: een 30 km-zone op de Fascinatio Boulevard. De VOORZITTER stelt de commissie in de gelegenheid eventueel vragen te stellen. De heer VLOT vraagt of mevrouw De Veer met de percentages ook doelt op de ontwikkelplannen van Havensteder, met name dat de buitenring een ander plan zou behelzen dan wat ooit voorstond voor de hele wijk. Mevrouw DE VEER bevestigt dat dat er ook mee te maken heeft.
Oorspronkelijk was de verdeling in de wijk 15% huur en 85% koop en die verdeling schijnt nu een beetje losgelaten te zijn, omdat er nu ook veel woningbouw komt in de buitenring. Het percentage huur zou nu neerkomen op ongeveer 30%. 6. Partiële herziening bestemmingsplan “Capelle-West” De heer TIESMA geeft aan dat D66 deze herziening vooral ook beschouwt als een inspanning om de werkgelegenheid te behouden in een gebied met relatief lage vestigingskosten. Goede bereikbaarheid is daarom van belang in de toekomst. Hij refereert hier even aan de plannen voor het Nieuwe Rivium. Wat door de inspreker, de heer Zwart, namens De IJsselmolen naar voren is gebracht snijdt naar zijn mening wel degelijk hout. Van de wethouder verneemt hij dan ook graag of daarvoor een uitzondering kan worden gemaakt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 11 van 20
De heer HARINCK vraagt of de wethouder bereid is de aanpassing die door de inspreker, de heer Smits, is bepleit ten aanzien van de volumineuze goederen in overweging te nemen. De heer EILANDER merkt op dat het voorstel door de ChristenUnie wordt gezien als een reparatie van een grote lijst activiteiten volgens de standaardlijst. Dat is altijd goed als achteraf tot het inzicht wordt gekomen dat het misschien toch te veel was. Gelukkig blijft maatwerk voor de bestaande bedrijven. Daarbij de checkvraag of de gemeente alles in beeld heeft. De twee insprekers doen namelijk vermoeden dat daar nog wel een paar vraagtekens zijn. In een vertrouwelijke collegebrief is nog iets medegedeeld over financiën, wat bij hem de vraag oproept waar dat risico ergens is terug te vinden, in de begroting bijvoorbeeld. De heer VAN LOEF zegt geneigd te zijn hier te spreken over een toekomst voor West, in ieder geval een toekomst voor de heer Smits en voor de molen/de meelfabriek. Hij is benieuwd hoe de wethouder daarin staat. Naar hij heeft begrepen zit in het partiële herstel een omissie, en wel in de paragraaf Economie. Die wordt hersteld, maar wellicht kan de wethouder dat nog even toelichten. Daarnaast is hij van mening dat het gebied meer verdient. Straks komt het toekomstperspectief voor Fascinatio ter sprake en eigenlijk verdient West naar zijn mening ook een toekomstperspectief.
Zelf noemt hij dit stukje een rafelrand van Capelle aan den IJssel. Er staan diverse bedrijven en als hij er langs loopt vraagt hij zich wel eens af of er nog iets gebeurt. Het plan zelf maakt gewag van een rommelig gebied, terwijl het, juist omdat het in het voornemen ligt de rivier bij de stad te halen, een enorme potentie heeft qua wonen en bedrijvigheid. Ziet de wethouder mogelijkheden om dit gebied naar een hoger plan te trekken? Ten slotte pleit hij ervoor iets te doen aan de bedrijven, met name aan de kant van de IJssel. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN releveert dat de partiële herziening van het bestemmingsplan “Capelle-West” het bedrijven die op dit moment aanwezig zijn en niet meer passen binnen de aangepaste bedrijvenlijst mogelijk maakt om een specifieke functieaanduiding te krijgen, een zogenaamde maatbestemming. Zij heeft gelezen dat die maatbestemming blijft bestaan als het bedrijf wordt overgenomen door een soortgelijk bedrijf. Het kan dus lang doorlopen. Er wordt ook gesproken over een goed lopend bedrijventerrein.
Wordt er echter geen risico gelopen, zoals bijvoorbeeld de heer Bram Smits ook zei, als de eigenaar van een bedrijf met een bepaalde milieucategorie een maatbestemming krijgt en dat bedrijf op een gegeven moment weggaat en er een ander bedrijf komt en de maatbestemming vervalt? Wordt het dan niet moeilijker om het pand te verhuren op die manier, zodat de panden langer leeg komen te staan en er een soort verpaupering optreedt? Enkele andere vragen. Kan ervan uit worden gegaan dat er in de toekomst op geen enkele manier druk zal worden uitgeoefend op bedrijven om daar weg te gaan? Wat zij ook niet helemaal snapt is het volgende. Het hoogste is op dit moment milieucategorie 4.1. Dat blijft zo. Hoe gaat de beschrijving dan in werking als er een nieuw bedrijf in komt dat ook 4.1. mag hanteren per milieucategorie? Hoe wordt gespecificeerd welk bedrijf er dan in zou mogen komen, wat dan wel past binnen het bedrijventerrein? Zij ziet ook bedrijven aan de kant van Kralingseveer met een adres in Capelle aan den IJssel, zoals Elandstraat en Poolvosweg, maar het pand zelf staat volgens haar op terrein van Rotterdam. Wat gaat daar dan mee gebeuren? De heer OUDSHOORN geeft te kennen dat de SGP-fractie in principe voorstander is van de partiële herziening van het bestemmingsplan, maar nog twee vragen heeft te stellen.
Voorafgaande daaraan onderschrijft hij van harte de oproep van de heer Van Loef om ook voor Capelle-West een toekomstperspectief te schetsen. De wethouder legt hij de vraag voor of deze van mening is dat de huidige bedrijven of eigenaren als gevolg van deze wijziging kunnen worden benadeeld, of juist onder de maatbestemmingen zullen vallen. Voorts: als onder de oude versie van het bestemmingsplan een vergunning is verleend, wat is daarvan dan de status bij het wijzigen van het bestemmingsplan, of is dat ook automatisch een maatbestemming als het niet meer zou passen? De heer GEISSLER deelt mee dat ook de PvdA zich in principe kan vinden in het voorliggende voorstel. Bij de vragen die de heer Van Loef heeft geformuleerd kan de fractie zich grotendeels aansluiten, en dan betreft het met name de reflectie van de wethouder op de bijdragen die zojuist door de insprekers zijn geleverd.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 12 van 20
De heer VLOT zegt zich geheel te kunnen vinden in de woorden van de insprekers deze avond. Zoals vroeger in een agrarische omgeving de herverkaveling plaatsvond, zo wordt dit nu ook geprobeerd in Capelle-West. Stadsvernieuwing is natuurlijk onvermijdelijk en dat dan eventueel ook een bestemmingsplan moet worden gewijzigd eveneens. De omgang met de betrokkenen in dat gebied moet natuurlijk wel zorgvuldig gebeuren en de afweging moet dan ook mede geschieden vanuit de belangen van die betrokkenen en niet, zoals wel vaker gebeurt met plannen in de gemeente, naar de wens worden gevoegd. Waar de heer Van Loef het had over een rafelrand, merkt hij op dat rafelrandjes in de gemeente hier en daar ook hun charme hebben. Als hij op dat stukje dijk fietst en naar links en naar rechts kijkt, dan ziet hij een soort authentiek Capelle en daar hoort ook een bepaalde bedrijvigheid bij, waarvoor aandacht moet blijven bestaan. De heer RAADSEN betuigt instemming met het voorstel. Wethouder STRUIJVENBERG zet uiteen dat wat hier wordt geprobeerd, is een situatie die is ontstaan, ook met maatbestemmingen, toekomstbestendig en beter te maken. Daarbij is ervoor gezorgd dat bedrijven die daar nu hun onderneming draaien en er dagelijks hard voor werken, daarmee door kunnen gaan. Met andere woorden: niemand hoeft als gevolg van dit besluit te verhuizen.
Waar nodig zullen daarom maatbestemmingen worden afgegeven en waar al op een maatbestemming wordt ondernomen zal die maatbestemming ook in stand blijven. Bij wijziging van bedrijvigheid vervalt echter een maatwerkbestemming waar die was gegeven. In concreto betekent een en ander dat wat de heer Zwart op dit moment doet, kan worden voortgezet. Zijns inziens is dat overigens ook niet het punt dat insprekers hebben willen inbrengen, maar het feit dat er juist bij wijziging minder mogelijkheden zijn dan op dit moment. Dat is zo en daarvoor wordt het ook gedaan: omdat het activiteiten betreft die beter op een andere plek kunnen plaatsvinden dan hier. Dat gebeurt echter op een vriendelijke manier; niemand hoeft stante pede weg. De heer OUDSHOORN begrijpt dat de kwestie van de maatbestemmingen op deze manier goed geborgd is. Geldt dat echter ook voor initiatieven die al bij de gemeente bekend zijn van bedrijven die misschien nu niet een maatbestemming hebben, maar door deze nieuwe regelgeving buiten de boot vallen? Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat hem dat op dit moment niet bekend is. Volgens hem moet het echter zo werken dat een aanvraag wordt getoetst op het dan geldende bestemmingsplan.
Mevrouw LAUW-SCHOUTEN informeert of haar conclusie juist is dat, als een bedrijf met een maatbestemming overgaat naar een ander die een zelfde soort bedrijf heeft, ook de maatbestemming gewoon wordt voortgezet. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat dat niet bedoeling is als het een ander bedrijf betreft. Als een bedrijf echter van eigenaar wisselt, blijft het hetzelfde bedrijf. Een nieuw bedrijf zal moeten voldoen aan het nieuwe bestemmingsplan. De heer VAN LOEF vraagt wat het herziene programma Economie bepaalt ten aanzien van het type bedrijven dat in dit gebied wenselijk wordt geacht. Wethouder mevrouw WESTERDIJK verduidelijkt dat niet een herzien, maar een nieuw programma Economie is vastgesteld en dat daarin is opgenomen dat de bestemmingsplannen die er zijn in lijn zullen worden gebracht met de verschillende beleidskaders, zoals een structuurvisie detailhandel maar ook de wet- en regelgeving zoals door de provincie aangegeven. Een van de onderdelen daarvan is dat grootschalige retail met betrekking tot een bouwmarkt ,of dingen die veel verkeerstraffic opleveren in dit gebied niet wenselijk zijn. Wethouder STRUIJVENBERG vervolgt dat het bedrijventerrein goed loopt; er is weinig leegstand en de prijzen zijn erg interessant. Als men toe wil naar een eenduidige invulling van zo’n bedrijventerrein, moet men een keer zoiets doen.
Dit gaat heel gestaag gebeuren in de loop der jaren en er is dan ook geen enkele aanleiding om te vrezen voor leegstand op dit bedrijventerrein. De heer TIESMA kan uit het antwoord van de wethouder niet afleiden of voor het laden en lossen van binnenvaartschepen, zoals gevraagd door de heer Zwart, een reële mogelijkheid bestaat. Hij verzoekt dan ook een en ander nader toe te lichten. Wethouder STRUIJVENBERG heeft het idee dat deze vraag ging over het toepassen van een hogere milieucategorie. De heer TIESMA bevestigt dat dat ermee samenhangt.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 13 van 20
Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat het dan niet mogelijk is. De milieucategorie op de plek die nu geldt in de maatbestemming wordt gehandhaafd. Het is in principe niet de bedoeling de maatbestemming van een hogere milieucategorie uit te breiden met andere terreinen waar die nu niet geldt. De heer OUDSHOORN voelt zich een beetje getriggerd door dit antwoord van de wethouder. In het stuk van de heer Zwart staat namelijk dat door de gemeente al een vergunning verleend is. Hij neemt aan dat een vergunning die onder het oude bestemmingsplan verleend is nu ook nog geldt. Wethouder STRUIJVENBERG licht toe dat nu een lage milieucategorie geldt en dat via een maatbestemming een uitzondering is gemaakt voor een bedrijf met een hogere milieucategorie, maar voegt eraan toe dat dit geldt op een bepaalde plot en niet voor het hele bedrijventerrein. Als de vraag is of ook voor een naastliggende plot een hogere milieucategorie mag worden gehanteerd, moet het antwoord luiden: in principe niet. Dat er druk op bedrijven zou worden uitgeoefend om weg te gaan, weerspreekt hij. De maatbestemmingen worden juist op orde gemaakt om ervoor te zorgen dat de huidige bedrijven kunnen doorgaan op de plek waar ze zitten.
Op de vraag die is gesteld over bedrijven aan de kant van Kralingseveer kan hij slechts antwoorden dat het bestemmingsplan waarmee hij zich bezighoudt alleen betrekking heeft op Capelle en niet op bedrijven op Rotterdams grondgebied. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN werpt tegen dat het ook niet gaat om bedrijven op Rotterdams grondgebied. De ingangen en adressen liggen in Capelle, maar het lijkt alsof het gebouw op Rotterdams grondgebied staat. Wethouder STRUIJVENBERG geeft toe dat het met adressen die op de grens liggen wel eens verwarrend kan zijn. Het betreft echter alleen Capels grondgebied. Wethouder mevrouw WESTERDIJK voegt eraan toe dat de locatie van de voordeur bepalend is voor de vraag welk bestemmingsplan erop van toepassing is. Zo staat de voordeur van het IJssellandziekenhuis in Capelle, waardoor iedereen die in dat ziekenhuis geboren wordt Capellenaar is. Tweede termijn De heer VAN LOEF herhaalt de vraag die hij in eerste termijn heeft gesteld over een toekomstperspectief voor West. De IJssel en het gebied daarachter hebben namelijk een enorme potentie en hij pleit ervoor eens wat uitgebreider stil te staan bij de mogelijkheden van het gebied. Voorts vraagt hij aandacht voor wat in de partiële herziening van het bestemmingsplan als rommelig is aangeduid.
Wat hem betreft zou met name ten aanzien van de bedrijven die aan de rivier grenzen op een aantal punten wel wat meer handhavend mogen worden opgetreden. De heer VLOT moet zeggen dat het hem nog altijd niet duidelijk is of het aanleggen van binnenvaartschepen wel of niet mogelijk is. Wethouder STRUIJVENBERG deelt aan het adres van de heer Van Loef mede dat een toekomstagenda is vastgesteld onder auspiciën van het WOP. Op de vragen die zijn gesteld over scheepvaart en vaartuigen kan hij slechts antwoorden dat alles wat buiten de milieucategorie valt niet is toegestaan. Het pleidooi om handhavend op te treden tegen de rommel bij sommige bedrijven zal hij overbrengen aan zijn collega. De heer OUDSHOORN moet zeggen dat hij wat in de war raakt van het antwoord van de wethouder. Eerder is de vraag of eerder aangevraagde en toegekende vergunningen ook bij nieuw beleid nog gelden, bevestigend beantwoord. De heer Zwart heeft al jaren geleden een vergunning aangevraagd – voor de juiste categorie, naar hij aanneemt –, en zelfs damwanden besteld voor de schepen die er komen, maar nu zegt de wethouder dat die er niet kunnen komen omdat het een hogere categorie is. Heeft hij het dan verkeerd begrepen, of praat men hier langs elkaar heen? Wethouder STRUIJVENBERG meent dat hier een milieucategorie 3.1.
geldt en dat bedoelde activiteit een hogere milieucategorie vergt dan is toegestaan op die plek. Dat was een jaar geleden al zo, dat zal over een jaar nog steeds zo zijn, dat wijzigt niet. Hij heeft het idee dat dit gaat over een aspect van het bestemmingsplan dat niet wijzigt met het voorliggende voorstel.
Behorende bij commissieverslag SOB, nummer: 408485/421697
pagina: 14 van 20
De heer OUDSHOORN brengt hiertegen in dat de firma heeft laten weten al enige jaren geleden een vergunning te hebben gekregen. Hij neemt aan dat die vergunning is verleend op basis van de door haar gewenste categorie. Zijn vraag is of die vergunning dan ook nog geldt onder het nieuwe beleid. Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat. Als er al een maatwerkbestemming is, wordt die gehandhaafd. Overigens zegt hij toe hierop na de vergadering nog even bij de heer Oudshoorn terug te zullen komen, want inmiddels krijgt hij door dat de gemeente de vergunning wel heeft verleend, maar dat Rijkswaterstaat hiervoor ook nog nodig is. De heer HARINCK is het geheel met de heer Van Loef eens dat dit gebied, zeker als Rivium ontwikkeld wordt, een enorme potentie heeft. Het pleidooi om nog eens goed na te denken over wat daar in de toekomst zou kunnen gebeuren onderschrijft hij dan ook van harte. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd voor de raad. Schorsing (21.58 – 22.05 uur). 7. Algemene Verordening ondergrondse infrastructuren Capelle aan den IJssel 2021 (AVOI 2021) De heer HARINCK citeert uit het stuk dat over naleving, toezicht en handhaving nadere besluitvorming door het college zal plaatsvinden. Het CDA heeft daarover een technische vraag gesteld en in antwoord daarop is medegedeeld dat het college daarover nog in gesprek is.
Hij vindt dat een beetje wonderlijk. Het CDA wil ten eerste graag weten wanneer die besluitvorming zal plaatsvinden, zodat er snel gehandhaafd kan worden. Ten tweede is de fractie benieuwd hoe het komt dat die eerdere handhaving, waarop de vraag betrekking had, niet is uitgevoerd. De heer GEISSLER geeft te kennen dat dit stuk wat de PvdA betreft naar de hamerstukkenlijst kan worden geleid. De heer VLOT deelt mee dat wat hem betreft alle stukken op deze agenda als hamerstuk mogen worden geagendeerd. Eén vraagje heeft hij hierover nog wel te stellen, namelijk: zijn hierop geen Europese richtlijnen van toepassing? De heer TIESMA sluit zich aan bij degenen die het stuk als een hamerstuk hebben gekenschetst. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN zegt dat dit ook voor Leefbaar Capelle geldt. De heer EILANDER spreekt zijn blijdschap uit over het feit dat dit vooruitlopend op de energietransitie alvast mogelijk wordt gemaakt. Ook wat de ChristenUnie betreft mag het stuk naar de hamerstukkenlijst. De heer RAADSEN deelt mede dat ook GroenLinks akkoord kan gaan met een afdoening als hamerstuk. Wethouder WILSON licht toe dat voor kabels en leidingen geen Europese richtlijnen gelden, maar wel de Telecommunicatiewet, die dan ook in dit stuk is opgenomen.