CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag commissie SOB 11 mei 2026

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslag commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 11 mei 202621.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 11 mei 2026, in de raadzaal, aanvang 20.30 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:

mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries, MED;

volksvertegenwoordigers: de heer ing. J. Borst, raadslid Leefbaar Capelle (agendapunten 6-8); mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle (agendapunten 1-5); de heer ir. J.A. van der Male, raadslid Leefbaar Capelle (agendapunten 1-5); de heer A.N. Molengraaf, raadslid Leefbaar Capelle (agendapunten 6-8); de heer E. Hartog, raadslid PRO (tot 23.41 uur); de heer P.J. Bruynzeels, burgerraadslid PRO; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; mevrouw K.E.Y. Kersten MSc, raadslid D66; de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer E. Harinck, raadslid CDA; de heer drs. N.H. van Buren MCD, burgerraadslid CDA; mevrouw A. van der Vorm, raadslid VVD; de heer dr. ir. S.S. Safavi Nic, burgerraadslid VVD; de heer drs. P.C. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw S.J. Hamelinck, burgerraadslid Echt voor Capelle; de heer J. van der Heide MSc, raadslid Echt voor Capelle; secretaris:

de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;

portefeuillehouder:

de heer C.A.J. Schaatsbergen, wethouder;

ambtelijke ondersteuning: de heer J.V. Baal, senior projectmanager Stadsontwikkeling; de heer B. Bunnik, projectleider energietransitie; notulist:

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum)

Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 13 personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Voor sommigen is dit wellicht de eerste commissievergadering die zij meemaken, in ieder geval in deze raadsperiode, en voor haarzelf geldt dat ook in de hoedanigheid als voorzitter. Zij spreekt de hoop uit dat vanavond op een constructieve manier gedebatteerd zal kunnen worden en zal proberen de vergadering zo goed mogelijk voor te zitten. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslag commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 februari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. De VOORZITTER stelt hierna aan de orde de vaststelling van het verslag van de besloten vergadering van de Beeldvormende commissie Netcongestie d.d. 15 april jl. Wethouder Schaatsbergen heeft vooraf aangegeven dat diens mededeling op pagina 7 van het verslag gewijzigd dient te worden, wat inmiddels is verwerkt. Mocht iemand nu nog inhoudelijk op het verslag willen ingaan, dan zal dat in een besloten vergadering moeten gebeuren. Zij stelt vast dat dat niet het geval is en dat het verslag derhalve kan worden vastgesteld.

De heer VAN BUREN geeft in overweging verslagen van besloten vergaderingen voortaan als laatste agendapunt te agenderen, zodat in voorkomend geval aansluitend aan de openbare vergadering een besloten vergadering kan worden belegd en daarvoor niet tussentijds een schorsing hoeft te worden ingelast, waarbij het publiek de vergadering de zaal dient te verlaten. De VOORZITTER zegt dank voor deze suggestie, die door de griffie zal worden meegenomen.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

2

3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER geeft achtereenvolgens het woord aan de dames De Graaf en Van Vliet over het stationsgebied Schollevaar en aan mevrouw Van der Starre over het voorstel inzake de netcongestie Mevrouw DE GRAAF: Goedenavond aanwezigen. Mijn naam is Wil de Graaf, wonende aan het Drinkspoor 191. De voorgenomen hoogbouw in het stationsgebied Schollevaar leidt voor mij tot een onevenredige aantasting van ons woon- en leefklimaat. Twee torenflats van 75 m aan de ene kant van het spoor en aan de andere kant twee flats van 7 verdiepingen hoog, horizonvervuiling. Mijn grootste bezwaar is de geplande hoogbouw aan de Spoorlaan. Het geeft privacyverlies, schaduw, zon- en lichtverlies en verleggen van de spoorbaan is voor haar geen doen. De privacy. Het is mij niet duidelijk hoe ver de hoogbouw van 7-hoog aan de spoorlijn met trapsgewijze afbouw op onze woning komt te staan. Met dit verlies aan privacy en schaduwwerking is dat wel een feit en door de voorgenomen hoogbouw zullen wij aan alle kanten onze privacy in onze woning verliezen, en dit is dan in de woonkamer, de eerste verdieping, de zolder en uiteraard ook in onze tuin, en dit aan beide kanten rondom de woning. Dit privacyverlies is niet tijdelijk, maar structureel en heel erg indringend. Erfafscheiding of groen biedt geen bescherming tegen inkijk van de hogere verdiepingen, zon, licht en schaduw.

In hoeverre is dit goed onderzocht? Ik mis transparantie van de bezonningsstudie voor de geplande hoogbouw aan de spoorlijn waaruit blijkt wat de gevolgen zijn voor de omliggende huizen, vooral in de lente, herfst en winter. Als ik nu naar de populieren kijk hoek Spoorlaan / fietspad Dwarsfluit, geven deze al veel schaduw in die periode. Deze staan verder weg dan de geplande hoogbouw en juist in die seizoenen is warmte en licht van de zon zo belangrijk. Ik zou graag een schaduwdiagram willen zien per seizoen en dan een vergelijking met de huidige en de toekomstige situatie. Door het verplaatsen van de Spoorlaan zal de voorgenomen hoogbouw nog dichter op onze woningen komen te staan. Verkeer en spooroverlast bundelen, werd aangegeven, om de Spoorlaan te verleggen, is ook nu niet gebundeld en daar ervaren wij geen nadelige gevolgen van. De schermen langs het spoor voldoen en bundelen van geluid kan de luchtkwaliteit verslechteren en trillingen van weg en spoor kunnen samenkomen. Verderop in de Spoorlaan staan ook huizen aan de kant van het spoor. Daar loopt ook geen weg achter. Het straatbeeld zal met 7-hoog niet meer passen in een stukje Sporenbuurt-West. Nu staan er eengezinswoningen en wat hoogbouw van maximaal 3 à 4 hoog. Houd dit zo! Het parkje voor de geplande hoogbouw geeft me ook een onveilig gevoel. Het zal hangjeugd en overlast aantrekken zo dicht bij het station.

Kunnen wij daar dan nog wel veilig doorheen? Toen wij hier in de wijk kwamen wonen, was er geen sprake van een bestemmingsplan voor huizen, oftewel hoogbouw, aan de kant van het spoor naast ons huis. Wij kozen dus ook voor een vrij uitzicht met een zonnige tuin op het zuidwesten aan de rand van Schollevaar-west. Door de geplande hoogbouw zal dit veranderen. Wij, bewoners van Schollevaar-west, zijn ook te weinig betrokken bij deze plannen. Een waardevermindering zal ook een groot gevolg zijn. Wie koopt er dadelijk nog een huis zonder privacy, zonder zon in de tuin? Krijgt u dan een tegemoetkoming van de gemeente? Mijn vraag aan u is dan ook om de geplande hoogbouw van 7-hoog met trapsgewijze afbouw aan de spoorlijn opnieuw te beoordelen en aan te passen, dus maximaal 4-hoog en geen trapsgewijze afbouw. Halveer die hoogte, dan zal het 25 of 30 woningen op het totaal van ongeveer 650 woningen in het stationsgebied minder zijn. Waar hebben we het over? Dan hebben wij meer privacy en zon en past het ook beter in het straatdeel en de wijk. Dus ook geen verlegging van de Spoorlaan. Dit alles bij elkaar zal voor de huidige bewoners minder ingrijpend zijn. Dat de woningen nodig zijn, is duidelijk. De mensen die nu in de wijk wonen zullen wel dagelijks met de gevolgen moeten leven, zodat het fijn is als het ook leefbaar blijft.

Ik hoop dat u mijn opmerkingen serieus neemt en zult meenemen in de verdere besluitvorming. Mevrouw VAN VLIET: Graag maak ik gebruik van mijn spreekrecht om een reactie te geven op de nota van beantwoording inzake het stationsgebied Schollevaar. Stelt u zich voor. Het is zondagochtend, u zit thuis op de bank en uit uw raam ziet u de dakrand van een gebouw met daarboven de blauwe lucht en de zon die heerlijk de kamer in schijnt. Ineens bekruipt u een claustrofobisch gevoel, omdat u beseft dat dit over enige tijd niet meer het geval zal zijn. Er zal namelijk een aanzienlijk hoger appartementengebouw verschijnen. Dit claustrofobische gevoel is precies wat mij laatst overkwam en niet voor de eerste keer! Die dakrand is namelijk van het

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

3

gezondheidscentrum aan de Spoorlaan op slechts 30 meter uit mijn zijtuin. Dit centrum moet plaatsmaken voor een appartementengebouw en de Spoorlaan moet er achterlangs gaan lopen. In mijn zienswijze ben ik uitgebreid ingegaan op de consequenties hiervan voor mijn woongenot, zoals het aanmerkelijk verlies van zon en privacy, maar ook dat bij het verplaatsen van de Spoorlaan het gebouw nóg dichter bij mijn woning zal komen te staan. Verder heb ik zorgen over de veiligheid van het beoogde parkje. Wordt dit een plek voor de buurt, of een ongure hangplek? Via de nota van beantwoording heb ik op mijn zienswijze een uitgebreide reactie ontvangen. Dank hiervoor. In de reactie wordt verwezen naar de Stadsvisie, de Omgevingsagenda en het Toetsingskader hoogbouw, dat pas in de vólgende ontwerpfase wordt bepaald hoe het gebouw wordt vormgegeven en hoe het precies op de kavel komt te staan en dat de bewoners erbij betrokken zullen worden. Maar toch ben ik nog niet gerustgesteld. Het geeft mij namelijk op dit moment nog geen enkele zekerheid over de werkelijke inbreng die ik straks nog heb, of over de bouwhoogte - mijn grootste bezwaar! Het valt mij op dat aanpassingen tot nu toe wel gaan over de inrichting van de wegen maar niet over de woningen.

Mijn vragen zijn dan ook: - Op welke wijze worden omwonenden precies betrokken? - Is het alleen informeren, of is er werkelijk inspraak mogelijk? - Welke concrete afstandsnormen, privacyrichtlijnen en bezonningsnormen worden er gehanteerd? - Hoe wordt objectiviteit van de onderzoeken geborgd? Hoewel mijn zorgen zich vandaag specifiek richten op de impact van blok 1 op mijn directe woonomgeving, besef ik dat dit blok slechts één onderdeel is van een groter geheel van de beoogde 450-650 woningen die samen een enorme druk op de wijk zullen leggen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen verandering en ik begrijp de opdracht van de gemeente. Er moeten woningen bij. Het liefst wordt het plan voor 1 juli goedgekeurd, zodat het geen vertraging oploopt door de netcongestieregels die daarna ingaan. Maar tegelijkertijd lees ik in de nota van beantwoording dat er nog enorm veel onderzocht moet worden, zoals: - schaduwwerking en wind - akoestiek en trilling - openbare ruimte, mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen - verplaatsen Irado en school Accent - inrichting P+R en Burgemeester Bakkerlaan Gezien deze lange lijst aan openstaande vragen is het voortijdig afsluiten van de conceptfase niet wenselijk. Woningbouw is immers meer dan stenen stapelen.

De inpassing in een bestaande woonwijk vereist een zorgvuldige aanpak met oog voor de leefomgeving en de impact op de huidige bewoners. Laat ik vooropstellen: ik ben niet tegen de woningbouw en er is zeker ruimte voor uitbreiding. Maar 450 tot 650 woningen op zo'n klein gebied rond het station is simpelweg te veel. Dit dwingt tot hoogbouw die niet passend is binnen de bestaande omgeving. De aanblik verandert hierdoor ingrijpend en de verkeersdrukte zal aanzienlijk toenemen. Gaat dit de leefbaarheid dienen? Ik vrees van niet! Ik pleit dan ook voor kleinschaligheid, die sociale verbinding stimuleert, in plaats van de anonimiteit die hoogbouw vaak met zich meebrengt. Daarom verzoek ik het college en de raadscommissie met klem om het plan te heroverwegen en de geplande bouwhoogte te halveren, zodat het project beter aansluit bij de bestaande bebouwing en de menselijke maat behouden blijft. Anders zal er geen sprake zijn van verdichting, maar van verstikking. Mevrouw VAN DER STARRE: Mijn naam is Elsmi van der Starre. Ik woon met mijn gezin in de Arica in Middelwatering. Ik spreek vandaag niet alleen namens mezelf, maar ook namens buurtbewoners, omdat wij ons zorgen maken over de nieuwbouw die gepland staat voor de Mient-Zuid, grenzend aan onze achtertuin. Vooropgesteld: ik begrijp dat er woningen nodig zijn.

Ik ben dan ook niet tegen nieuwbouw, maar ik vind wel dat dit zorgvuldig moet gebeuren, met respect voor de huidige bewoners en de omgeving zoals die is. Door het vraagstuk omtrent netcongestie heb ik de zorg dat onder de tijdsdruk beslissing worden genomen die ondoordacht zijn en daardoor grote gevolgen hebben voor onze buurt. Mijn zorgen gaan vooral over privacy, zonlicht en met name de verkeersveiligheid. Deze zorgen zijn ontstaan na het zien van de eerste plannen die in november vorig jaar gepresenteerd zijn aan ons. De geplande woningen komen dicht achter de bestaande huizen en dit betekent direct zicht in onze tuinen, woonkamers en slaapkamers. Voor veel bewoners verandert hun huis daardoor van

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

4

een plek met rust en privacy in een plek waar men zich voortdurend bekeken voelt. Daarom wil ik u vragen opnieuw te kijken naar de afstand tussen de woningen en vooral de hoogte van de bebouwing. Daarnaast zullen veel bewoners door hoogte en positie van de nieuwbouw een aanzienlijk deel van hun daglicht verliezen, vooral in de achtertuinen en woonkamers. Dit heeft invloed op ons woongenot en de leefbaarheid. Daarom vraag ik u ook om een onafhankelijk bezonnings- en schaduwonderzoek te laten uitvoeren, zodat daadwerkelijk duidelijk wordt wat de gevolgen zijn voor onze woningen. Maar mijn grote zorg is de verkeersveiligheid. De wegen en rotondes in de buurt zijn al druk en onoverzichtelijk, zeker tijdens de spitsuren wanneer ik mijn kind naar school moet brengen. Daarbij denk ik vooral aan de Meeuwensingel. Dit is echt voor heel veel kinderen een route die zij moeten passeren naar school toe, waarbij ze drukke wegen en drukke oversteekpunten moeten kruisen. Extra woningen betekenen extra auto's, extra verkeersbewegingen en daarmee ook extra risico's. Daarnaast is het belangrijk om ook mee te nemen dat in de omgeving, en daarmee doel ik op de Lijstersingel, al een nieuwbouwproject in aanbouw is, dat eveneens uitmondt op de Meeuwensingel en ook voor extra verkeersdruk zal zorgen. De optelsom van deze beide projecten maakt de zorgen voor de verkeersveiligheid alleen maar groter.

Tot slot wil ik vragen om niet alleen te kijken naar het aantal woningen, maar ook naar de gevolgen voor de bestaande buurt. Nieuwe woningen bouwen is belangrijk, maar leefbaarheid en vooral veiligheid zijn dat ook. Ik verzoek u daarom zorgvuldig te kijken naar de mogelijke gevolgen van deze plannen en geen definitieve besluiten te nemen voordat grondig onderzoek is gedaan naar de impact op verkeer, verkeersveiligheid, bezonning en leefbaarheid van de wijk. De VOORZITTER zegt de inspreeksters dank voor hun bijdragen. 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond MRDH Verkeer Geen opmerkingen 5. Versneld afsluiten privaatrechtelijke overeenkomsten voor drie woningbouwprojecten Mient-Zuid, Centrum-Oost en Linie 3-7 i.v.m. netcongestie De VOORZITTER memoreert dat sinds ‘24 netcongestie is afgekondigd door de regionaal netbeheerder Stedin en de landelijk netbeheerder TenneT. De actuele situatie is dermate urgent dat, als nu geen maatregelen worden genomen door anterieure overeenkomsten te sluiten voor woningbouwprojecten, straks de reële kans bestaat dat 80% van de woningbouwopgave niet op het net kan worden aangesloten. Daarom is het voorliggende voorstel opgesteld.

Het afsluiten van de overeenkomsten, zoals in het raadsvoorstel aangegeven, is namelijk nodig, omdat het daarmee mogelijk wordt projecten aan te melden en op de wachtlijst te plaatsen voor aansluiting op het stroomnet. Als de raad instemt met dit voorstel, is dat wel in afwijking van een eerder genomen raadsbesluit, waarbij afsluiten van anterieure overeenkomsten volgt op door de raad vastgestelde gebiedsvisies en gebiedspaspoorten. Overigens blijft het ook na instemming met dit voorstel wel zo dat anterieure overeenkomsten ondergeschikt blijven aan door de raad vast te stellen gebiedspaspoorten. Met andere woorden: de raad blijft aan zet. De raad wordt gevraagd zijn opvatting te geven over het voorstel waarbij geld beschikbaar wordt gesteld in verband met de extra kosten voor het versneld afsluiten van de drie overeenkomsten. Tevens wordt een opvatting gevraagd over het nu reeds afsluiten van deze overeenkomsten, dus voordat de raad een besluit neemt over de betreffende drie gebiedspaspoorten. Voor een aanvullende toelichting geeft zij het woord aan de wethouder. Wethouder SCHAATSBERGEN maakt van de gelegenheid gebruik om kort te reageren op wat mevrouw Van der Starre in haar inspraakreactie heeft opgemerkt over Mient-Zuid, dit om teleurstellingen te voorkomen.

Bij dit agendapunt gaat het namelijk niet inhoudelijk over de drie projecten, maar alleen over het afwijken van een procesafspraak die in ’23 met de raad is gemaakt. Wat hij wel kan zeggen, is dat de bewoners in de omgeving van de Mient binnenkort een uitnodiging zullen krijgen voor een tweede sessie in de buurt en dat de nu gemaakte opmerkingen daarin alvast zullen worden meegenomen. Hoewel het nu dus niet inhoudelijk gaat over de drie genoemde gebieden, zijn dit wel de gebieden waar de gemeente de meeste kans maakt om met de daar

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

5

aanwezige ontwikkelaars reeds anterieure overeenkomsten af te sluiten, om daarmee een kans te maken om op de wachtlijst van Stedin te komen en van daaruit hopelijk een aansluiting te kunnen realiseren. Het traject van de gebiedspaspoorten gaat gewoon lopen zoals men dat gewend is, met ook alle participatie en besluitvorming van de raad die daarin plaatsvindt. De VOORZITTER verzoekt de commissie in het volgende debat niet te spreken over geheime bijlagen. Mocht iemand daaraan toch behoefte hebben, dan verzoekt zij dat tijdig aan te geven, zodat de vergadering kan worden geschorst voor een besloten vergadering. De heer HARTOG oppert na de bespreking van de beide voorliggende agendapunten in een besloten vergadering de gelegenheid te bieden eventueel vragen te stellen over de geheime bijlagen. De VOORZITTER stelt voor aan het einde van de vergadering te inventariseren of daaraan behoefte bestaat. De heer HEERENS kondigt op voorhand aan daarover enkele vragen te willen stellen. De VOORZITTER stelt voor nu eerst het publieke deel af te handelen en daarna naar bevind van zaken te handelen. Aldus wordt besloten. De heer OUDSHOORN merkt op dat het versneld afsluiten van de privaatrechtelijke overeenkomsten is uitgelegd als een noodzakelijke actie om nog enige woningbouw mogelijk te maken in de aanmeldingsprocedure voor de elektra-aansluiting.

Daarbij is ook verwezen naar het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’, wat overigens een principe is dat natuurlijk al langere tijd geldt. Anderzijds wordt afgeweken van een juist door de raad vastgesteld zorgvuldigheidstraject, en dat schuurt behoorlijk, vandaar dat de SGP de wethouder een aantal vragen heeft te stellen. Kan de raad na dit besluit een woningbouwproject nog wel echt afwijzen, of kan het alleen nog maar worden aangepast? Dus kan de raad diens kaderstellende rol nog wel echt uitvoeren? Bij de verschillende projecten die zijn genoemd maakt het ook verschil in hoeverre zo'n project al eerder aangekondigd is of niet, en dat is wel een lastige. Mient-Zuid is al eerder genoemd in de stukken, de andere twee nog maar nauwelijks. De vraag is of die laatste twee ontwikkelingen onder reguliere omstandigheden, dus als deze versnelling niet zou worden uitgevoerd, überhaupt wel een aansluiting nodig zouden hebben voor 2032. De suggestie wordt namelijk gewekt, en dat staat ook letterlijk in de stukken, dat als het nu niet wordt gedaan, tot ver over 2035 heen zal worden gegaan met de aansluiting. Dat laatste wil hij betwisten, want nergens blijkt uit dat dat inderdaad het geval zal zijn.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat Capelle ergens voor 2035 het netwerk weer op orde heeft, wat ook in lijn is met het hoogspanningsnet en met de middenspanningsstations die nodig zijn om de capaciteit te vergroten. Waar komt dan die stelling vandaan, en hoe kan die onderbouwd worden? Een kleine tip tussendoor van een bevriende jurist in de fractie: de term ‘ontbindingsvoorwaarden’ die in het stuk wordt gebezigd, kan beter worden veranderd in ‘ontbindende voorwaarden’, dit om juridische onduidelijkheid te voorkomen. Dan de stelling dat bestuursrecht prevaleert boven privaatrecht. Dat is een logische wens, maar zo'n bepaling garandeert niet automatisch dat een bouwplan niet kan worden gewijzigd. Dat ligt namelijk aan de formulering die eromheen wordt gebruikt. De vraag is dan ook: wordt deze stelling letterlijk zo overgenomen, of zal daar nog eens goed naar gekeken worden? Expliciet moet namelijk worden vastgelegd hoe een wijziging of afwijking contractueel wordt opgevangen en welke route dan moet worden afgelegd. Hoe krijgt de raad de garantie dat de formulering straks juridisch houdbaar is; komt dat nog langs de raad? Ten slotte. In het Toetsingskader hoogbouw zijn gebieden / cirkels aangewezen met daarbij de maximale hoogte. Daarmee zijn de regels vastgelegd waaraan men elkaar zal moeten houden.

Waar hij een beetje bang voor is, is dat ontwikkelaars zich gedwongen zullen voelen, of het recht toeeigenen, om altijd binnen die gestelde kaders naar de maximale hoogte te gaan, terwijl dat niet noodzakelijkerwijs zo zou hoeven te zijn. Kortom, wordt hier niet het risico gelopen dat automatisch naar de maximale hoogte toe wordt bewogen, of kan de raad nog andere wensen inbrengen? Mevrouw VAN DER VORM verzekert dat de VVD de urgentie begrijpt die uit het voorstel spreekt. Netcongestie vormt een serieuze bedreiging voor de woningbouwambities en voor de toekomstbestendigheid van Capelle. Dat vraagt om handelen en het vroegtijdig sluiten van een

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

6

anterieure overeenkomst kan een instrument zijn om vertraging te voorkomen en projecten tijdig aan te melden bij de netbeheerder. Tegelijkertijd vraagt dit voorstel de raad af te wijken van eerder vastgestelde procesafspraken, nog voordat gebiedsvisies en gebiedspaspoorten zijn vastgesteld. Dat vraagt om extra scherpte van deze commissie. De VVD ziet vooralsnog geen bezwaar tegen het versneld afsluiten van een anterieure overeenkomst voor de projecten De Linie en Centrum Oost. Deze locaties liggen op plekken die goed ontsloten zijn, waar sprake is van meer stedelijke context en waar versnelling, mits zorgvuldig, logisch te verdedigen is binnen de woningbouwambities en druk op de woningmarkt. Wel vraagt de fractie zich af wat de impact is op de ING-toren. Haar zorgen richten zich nadrukkelijk op Mient-Zuid. Waarom is Mient-Zuid onderdeel van dezelfde versnellingsroute? Juist in deze wijk spelen al langere tijd knelpunten op het gebied van verkeer en bereikbaarheid. In het stuk wordt daarvoor op dit moment geen concrete oplossingsrichting aangegeven. Het verkeersonderzoek waarop wordt teruggevallen stamt volgens haar nog uit de coronaperiode, een tijd waarin verkeerspatronen aantoonbaar vertekend waren. Bij de bewoners van Mient-Zuid zal dit niet goed voelen en vallen, zoals men zojuist ook heeft kunnen horen.

Dat gevoel wordt versterkt door het feit dat in het verleden rondom de Mient misrekeningen zijn gemaakt in de participatie. Haar is verzocht geen melding te maken van het hoogteaccent – ze heeft geen idee waar dat over ging! – en vertrouwen vraagt hier extra zorgvuldigheid, geen tempo. De VVD wil opbouwen, maar bouwen is geen doel op zich. Bouwen moet altijd afgewogen worden tegen leefkwaliteit, bereikbaarheid en draagvlak in de wijk. Daarom wordt hier nadrukkelijk de vraag gesteld: is versnellen zonder dat de randvoorwaarden voor de leefkwaliteit helder zijn wat men in Capelle wil? Daarnaast vraagt dit voorstel veel vertrouwen van de raad. Aangegeven wordt dat bestuursrecht altijd prevaleert en dat wordt gewerkt aan ontbindende en opschortende voorwaarden. Tegelijkertijd ziet de raad de overeenkomst zelf niet. Daarom vraagt de VVD de wethouder om helderheid. Kan de raad vooraf een raamwerk, of model, van de anterieure overeenkomst ontvangen? Welke ontbindende voorwaarden worden standaard meegenomen en welke verplichtingen gaat de gemeente aan? Welke financiële juridische risico’s wordt gelopen als een plan niet doorgaat, of wezenlijk verandert ten opzichte van hetgeen waarvoor nu wordt getekend? In het raadsvoorstel wordt expliciet benoemd dat ook het Rivium risico loopt door netcongestie, maar daarna verdwijnt het volledig uit de stukken. Dat roept vragen op.

Wat wil het college hier precies mee zeggen en welke implicaties heeft dit voor de toekomstige besluitvorming rondom Rivium? De VVD is bereid verantwoordelijkheid te nemen bij urgente knelpunten zoals netcongestie, maar versnellen vraagt om onderscheid, zorgvuldigheid en transparantie. Voor De Linie en Centrum Oost wordt de basis vooralsnog wel ingezien. Voor Mient-Zuid verwacht zij eerst duidelijke antwoorden en een betere borging van de leefkwaliteit en het draagvlak. Daarnaast zou de VVD niet de VVD zijn als ze de bijkomende kosten die gepaard gaan met het voorstel niet zou betreuren. Zij belooft er scherp op te zullen toezien dat dit budget niet overschreden zal worden. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN legt de wethouder namens Leefbaar Capelle de volgende vragen voor.

Is er enige zekerheid dat de netaansluitingen voor woningbouwprojecten door anterieure overeenkomsten aan de voorkant af te sluiten op tijd gerealiseerd kunnen worden? Waarschijnlijk zullen meer gemeenten dit doen en komt Capelle dan niet alsnog op een soort wachtlijst terecht? Stel dat de 10.000 woningen die worden beoogd via versneld af te sluiten anterieure overeenkomsten inderdaad gerealiseerd kunnen worden, wie geeft dan de garantie dat de netbeheerders alles op tijd in orde zullen hebben om voldoende stroom te leveren voor de gerealiseerde woningbouwprojecten, gegeven de nu al bestaande dreiging van netcongestie? Haar laatste vraag betreft het Rivium, dat hier ook kort wordt genoemd. Zij meende te weten dat daarvoor al anterieure overeenkomsten waren afgesloten. Hoe zit dat precies? De heer VAN BUREN geeft te kennen dat het ook in de ogen van het CDA schuurt om op deze wijze van procedures af te wijken. De fractie begrijpt de noodzaak, maar beseft ook dat het concept wachtlijst ook zekere risico's met zich brengt, want een wachtlijst is nog geen garantie dat Capelle een plek op het net gaat krijgen.

Dat betekent dus dat met een redelijke mate van onzekerheid het gebiedsontwikkelingsproces wordt ingegaan en net als de heer Oudshoorn, die een juridische vriend aanhaalde, vraagt hij zich af hoe de juridische en financiële risico's die in de anterieure overeenkomst worden ondergebracht zich in ontbindende voorwaarden kunnen vertalen naar eventuele risico's die ook weer bij deze raad gaan belanden. Kortom: in hoeverre worden met de omkering van de procedures risico's ingebakken die later voor de raad tot verrassingen kunnen leiden? Per slot van

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

7

rekening zal een ontwikkelaar in zo’n overeenkomst ook iets van de gemeente terugverlangen. Het brengt ook het politieke risico met zich mee dat verbonden zat aan de vragen die de heer Oudshoorn wist te stellen: is dit nu werkelijk een garantie voor een open proces waarin straks het gebiedspaspoort daadwerkelijk in alle openheid kan worden besproken en eventueel afgeschoten? Kan de wethouder de raad ervan overtuigen dat de wijze waarop deze afspraken gemaakt worden het bestuurlijke proces hierna niet voor de voeten zal gaan lopen en voldoende openheid zal laten, en dat de raad niet ineens verrast zal worden met financiële risico's in een proces waarvan geeneens bekend is of dan een gebiedsontwikkeling gestart kan worden, omdat er geen garantie is dat die netaansluiting er daadwerkelijk komt, maar een ontwikkelaar in de tussentijd wel allerlei activiteiten heeft verricht en dan daar iets voor terug verwacht? De heer VAN DER HEIDE moet het allereerst van het hart dat hij het zorgwekkend vindt dat zo wordt ingezet op het versneld afsluiten van overeenkomsten met een netcongres hijgend in de nek. Wat Echt voor Capelle betreft vraagt dit proces om zorgvuldigheid en transparantie en een brede afweging van belangen.

Door teveel nadruk te leggen op alleen snelheid bestaat het risico dat belangrijke aspecten in het hele besluitvormingsproces onvoldoende worden meegenomen en dat besluiten daardoor ook niet toekomstbestendig zijn. Hij pleit er dan ook voor om eerst gewoon Rivium af te bouwen en zich daarop te concentreren. Is het niet een veel slimmere manier om eerst te doen wat de gemeente toch al zou gaan doen? Hij snapt dat het ‘first come, first served’-principe hieraan ten grondslag ligt, maar dat is wat hem betreft ook te onzeker. Het is bekend dat er al lijsten vol staan met allerlei projecten die zijn aangemeld en dat die projecten al een bepaalde status hebben. Capelle is nu overeenkomsten aan het afsluiten om maar op die lijstjes te komen en dat voelt onzorgvuldig en een beetje als geknutsel, van: laten we snel maar iets indienen, dan staan we erbij. Normaal wordt een proces doorgelopen met bewoners en het is onvoldoende uit te leggen waarom nu wordt gedaan wat wordt gedaan. Evenals de heer Oudshoorn vraagt hij zich af of de raad alleen nog maar kan wijzigen, of ook een plan kan afschieten.

En als bestuursrecht inderdaad boven privaatrecht gaat, wat dan logisch is, hoe zit het dan in dit geval met kosten die de ontwikkelaar zou gaan maken zodra de anterieure overeenkomst is afgesloten? Hij neemt aan dat de ontwikkelaar daar graag wat duidelijkheid over zal willen hebben en dat die geen kosten gaat maken op gevaar af straks teruggefloten te zullen worden. Concluderend. Stress is wat Echt voor Capelle betreft niet nodig. Laat men eerst een goede gebiedsvisie met elkaar opstellen, vervolgens een goede, wijkbrede participatie uitvoeren en dan overeenkomsten afsluiten. Waarom kiest de wethouder voor snelheid in plaats van voor zorgvuldigheid? De heer HEERENS acht het bekend dat de ChristenUnie geen voorstander is van het bouwen van 10.000 woningen; 7000 is wat haar betreft meer dan genoeg en daarbij gaat kwaliteit boven kwantiteit. Als nu wordt afgeweken van de gangbare procedure, kan de schoen hier wel eens gaan wringen.

Zou hiermee niet een toon worden gezet die men niet wil gaan zetten in de toekomst? In hoeverre zou later nog kunnen worden afgeweken als het gaat om meer of minder woningen, als het gaat om andere voorzieningen, andere afspraken rond het verhalen van kosten en eventuele aansprakelijkheidsstelling? In hoeverre is dit voldoende juridisch getoetst? Ook andere gemeenten zullen waarschijnlijk met deze problematiek te maken hebben en zullen mogelijk ook bepaalde keuzes maken om al dan niet te versnellen. Kan de wethouder daarover wellicht wat meer informatie verstrekken? Enkele vragen van financiële aard bewaart hij voor het besloten deel van de vergadering. Ten slotte is hij benieuwd of er nog iets is gedaan met een eerder door de SGP gedaan verzoek om de mogelijkheid van verschillende versies van anterieure overeenkomsten te onderzoeken. De heer HARTOG stelt vast dat heel Nederland, en ook Capelle, worstelt met de krapte op de woningmarkt. PRO vindt het daarom erg belangrijk om nieuwe betaalbare woningen te bouwen. De partijen die voor hem het woord hebben gevoerd hebben de woningcrisis volgens hem in behoorlijke mate gebagatelliseerd, terwijl die crisis echt serieus is en iedereen zou moeten meehelpen om zoveel mogelijk woningen te kunnen bouwen, natuurlijk met oog voor leefbaarheid en zorgvuldigheid.

De wijziging van de regels voor toewijzing van aansluitingen door Stedin zet Capelle voor het blok. In algemene zin staat PRO daarom positief tegenover het versnellen van het proces, vanwege het belang van de woningbouw. Stilstand moet echt voorkomen worden. Echter, daarbij mag de

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

8

zorgvuldigheid niet uit het oog worden verloren. Wat betreft de status van de projecten, valt in de stukken te lezen dat de gebiedspaspoorten voor alle drie projecten einde van het jaar, of begin komend jaar, gepland staan. Dat geeft aan dat de projecten best al wel wat verder zijn in de ontwikkeling. Desondanks moet de zorgvuldigheid niet uit het oog worden verloren en mag de raad zich niet teveel laten leiden door tijd. Alleen staat dat wat PRO betreft wel los van de procesgang voor wat betreft de anterieure overeenkomst. In het stuk wordt gesproken over het meenemen van de raad in het traject en in de stukken is ook het schema van het werkproces te zien: verkennen en begeleiden van advies. Dat is het bestaande werkproces. Hij zou graag een vergelijkbaar schema, maar dan gefocust op de raad, zien, zoals nu gedacht wordt om de raad mee te nemen en betrokken te houden bij deze drie projecten. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Mevrouw KERSTEN geeft aan dat de drie anterieure overeenkomsten, een lastig woord, bedoeld zijn om afspraken te maken met projectontwikkelaars, opdat die projecten alvast op een lijst kunnen worden gezet voor aansluiting op het elektriciteitsnet. Maar eerlijk gezegd gaat het ook over iets groters, namelijk over het stroomnet dat vol zit en over de vraag of Capelle de komende jaren kan bouwen, groeien en functioneren.

Vanaf juli 2026 staat zelfs een simpele aansluiting, zoals een laadpaal, mogelijk op een wachtlijst. Als dit probleem niet structureel wordt aangepakt, wordt de ontwikkeling van Capelle op slot gezet de komende jaren. In dat licht kijkt zij naar het voorstel dat vandaag voorligt. Het is duidelijk dat er snelheid wordt gemaakt, de urgentie is groot, en dat waardeert D66 Capelle. Tegelijk schuurt het ook, zoals collega Oudshoorn al zei. Snelheid mag niet ten koste gaan van kwaliteit en de rekening mag niet vooral bij inwoners en de gemeentebegroting terechtkomen. Een wachtlijst bij netbeheerders mag niet belangrijker worden dan de afspraken die eerder met bewoners zijn gemaakt. Juist bij projecten als de Mient-Zuid lopen ruimtelijke afwegingen, bereikbaarheid en de inpassing in de omgeving nog volop mee. Ze heeft goed naar de insprekers geluisterd en de zorgen rondom de Meeuwensingel deelt zij als moeder op de fiets met twee kinderen die daar regelmatig langskomt, ook doordat de tunnel richting 's-Gravenland nooit de beloofde fietstunnel is geworden, maar een volle autobaan. Het is een drukke autoroute en het wordt steeds drukker. Welke plannen liggen er om ook hier fietsers veilig te houden? Voor D66 staat één ding vast: netcongestie mag niet de reden worden om minder zorgvuldig, minder duurzaam of minder toekomstgericht te gaan bouwen.

Kan de wethouder hierin meegaan? In het voorstel staat dat de risico's worden opgenomen in de gemeentebegroting. Ze mist echter wat er concreet wordt gedaan om die risico's ook actief te beheersen. D66 wil deze woningen ook mogelijk maken, maar juist dan moet je scherp blijven op de publieke risico's: dat die niet automatisch private belangen overeind houden en dat de publieke risico's ook automatisch publiek worden, zeker omdat in het voorstel vrij stellig wordt gesteld dat woningbouw uiteindelijk financieel gunstig is voor de gemeente, terwijl de raad uit eerdere gebiedsontwikkelingen, zoals Rivium, juist te horen kreeg dat extra woningen ook extra publieke kosten met zich mee kunnen brengen. Hoe voorkomt het college dat onder druk van deze urgentie die er nu ligt financiële risico’s te rooskleurig worden ingeschat, terwijl de gemeente nu al kosten en risico's ook naar zich toe trekt? Daarom is het belangrijk dat de raad niet alleen blijft reageren op netcongestie, maar ook echt vooruit gaat kijken. Het Capelse Actieplan netcongestie is ambitieus en bevat hele goede maatregelen, zoals het netbewust bouwen, maar waarom wordt in de plannen die nu voorliggen zo weinig teruggezien van die ambitie? Andere gemeenten zijn al veel verder met netbewust bouwen en met slimme oplossingen.

Voor D66 is het eigenlijk vanzelfsprekend dat nieuwe projecten vanaf het begin rekening houden met de druk die zij ook weer neerleggen op het stroomnet. De vraag is uiteindelijk: passen deze drie projecten zich aan aan de beschikbare netcapaciteit, of past de raad zijn kaders aan aan deze projecten? Vandaag gaat het over drie projecten, maar de komende jaren volgen er waarschijnlijk nog veel meer. De raad heeft alleen het totaaloverzicht niet. Is de wethouder bereid dat overzicht actief te delen met de raad, zodat die keuzes ook kunnen worden gemaakt in het licht van het Capelse Actieplan netcongestie, waar D66 erg positief over is. Maar een plan op papier is één ding, de vraag is: wanneer gaan inwoners dit ook merken? Inwoners zijn op dit moment zelf al volop in beweging en druk bezig met die netcongestie: ze zijn aan het kijken wat zij kunnen bijdragen, investeren in batterijen en zoeken naar oplossingen. Mensen willen hun steentje bijdragen, maar je weet inmiddels ook niet meer waar je goed aan doet. Haar vraag aan de wethouder is daarom: waar staat de gemeente in die communicatie richting bewoners? Is de wethouder bereid dit met prioriteit op te pakken en te

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

9

versnellen, zodat inwoners op korte termijn ook weten wat zij wel kunnen doen? Want inwoners zijn al begonnen, de vraag is alleen: sluit de gemeente daar snel genoeg op aan? Tegelijkertijd richt het actieplan zich sterk op gedragsverandering van alles en iedereen en veelal vrijwillige aanpassingen. Maar welke keuzes durft de gemeente zelf af te dwingen? Tot slot. D66 begrijpt de urgentie en snapt dat snelheid nodig is. Ze wil die nieuwe woningen en die zijn ook echt nodig in Capelle. Maar juist als gebouwd wordt aan de toekomst van Capelle, moet ervoor worden gezorgd dat snelheid, kwaliteit en publieke belangen in balans blijven. Want de keuzes die nu worden gemaakt bepalen hoe de stad er in de komende decennia uit gaat zien, en die keuzes moet men vooral samen blijven maken voor de inwoners en voor de toekomst van de stad. De VOORZITTER meent dat mevrouw Kersten met haar verwijzing naar het Capelse Actieplan netcongestie iets buiten het kader van het aan de orde zijnde voorstel is getreden, want dat is een heel ander onderwerp dat ook aan andere portefeuilles raakt. Ze gaat ervan uit dat de wethouder daarmee in diens beantwoording rekening zal houden. De heer VAN BUREN acht die interpretatie niet passend.

Naar zijn mening geeft het juist blijk van een dieper gevoel voor de vraagstukken die voorliggen om juist ook naar dat soort vraagstukken te kijken, omdat een gedeelte van de oplossing en de ruimte die op het net gecreëerd kan worden ook in de punten naar voren kab komen die door mevrouw Kersten werden aangedragen. Mevrouw KERSTEN begrijpt wat de voorzitter naar voren heeft willen brengen, maar is de heer Van Buren dankbaar voor diens reactie, waarmee zij het geheel eens is. Zij gelooft namelijk niet dat deze drie voorstellen los kunnen worden gezien van de opgave van netcongestie en verwacht daarom wel degelijk wat antwoorden op de vraagstukken die zij heeft neergelegd. De VOORZITTER laat het aan de wethouder over te bepalen hoe hij daarmee wil omgaan. Wethouder SCHAATSBERGEN benadrukt dat het hier niet gaat over een versnelling van het bouwproces, maar alleen over het omdraaien van een proces dat in 2023 met elkaar was afgesproken, inhoudend dat eerst een gebiedspaspoort wordt vastgesteld en dat op basis van het vastgestelde gebiedspaspoort pas wordt overgegaan tot het sluiten van anterieure overeenkomsten waarin met ontwikkelaars alle juridische en financiële zaken worden geregeld die in anterieure overeenkomsten geregeld kunnen worden. Dat is een bewust uitgangspunt geweest, maar is overigens geen wettelijk uitgangspunt, maar een Capels uitgangspunt.

Er wordt dus niet versneld in bouwplannen en dat soort zaken, maar versneld in het afsluiten van anterieure overeenkomsten om bij Stedin, net zoals alle andere gemeenten met Capelle, op de befaamde wachtlijst te komen staan met projecten die niet reeds onderhanden werk zijn, zoals die betiteld zijn in het laatste schrijven van Stedin, want onderhanden werk staat al op de lijst. Dat zijn de projecten waarover reeds overeenkomsten gesloten zijn en waarvoor al allerlei stappen, bouwplannen en omgevingsplannen zijn vastgesteld. In dit geval gaat het over een drietal gebieden waar een aantal ontwikkelaars zitten die in gedachtevorming en planvorming bezig zijn om tot ontwikkeling te komen, om in ieder geval een kans te kunnen maken om op die wachtlijst te komen. Daarvoor wordt nu het eigen Capelse proces omgedraaid en worden daarvoor eerst anterieure overeenkomsten gesloten. Terecht is door een aantal leden de vraag gesteld waar de invloedssfeer van de raad blijft. De exacte juridische tekst kan hij niet geven, want hij is geen jurist, maar in overleg met de ontwikkelaars zal er ook in de anterieure overeenkomsten voor worden gezorgd dat de raad gewoon aan zet blijft in het hele proces, zoals dat hier normaal wordt gelopen, inclusief participatie. De heer Oudshoorn en anderen hebben gevraagd of de raad nu ook nog plannen kan afwijzen.

De raad kan inderdaad een plan afwijzen en houdt daarin altijd het laatste woord. Dat betekent ook dat in de gehele vorming tot een gebiedspaspoort in het participatieproces de normale procedures worden doorlopen die ook in de participatie worden gelopen. Derhalve zullen alle bewoners erbij worden betrokken. De inspreekster over Mient-Zuid heeft heel duidelijk gemaakt waar haar zorgpunten liggen en die zullen ook zeker in de verdere uitwerking een plek krijgen. Het sluiten van de anterieure overeenkomsten betekent dus niet dat alle processen en onderzoeken die gewoon gedaan moeten worden, niet meer worden uitgevoerd. Eén ding is wel zeker: zou dit soort anterieure overeenkomsten niet gesloten worden, dan komt Capelle niet op de wachtlijst van Stedin te staan en krijgt het geen aansluiting. Hoe lang dit gaat duren, kan hij niet zeggen, maar het is niet te verwachten dat vóór 2035

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

10

alle drie netten, hoog-, midden- en laagspanning, op orde zullen zijn, waarmee het netcongestieprobleem zou zijn opgelost. Een plek op de wachtlijst biedt geen zekerheid. Zoals mevrouw Lauw terecht opmerkte, zijn net als Capelle ook andere gemeenten in hetzelfde proces bezig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor zijn collega in Rotterdam, met wie hij vanochtend nog bestuurlijk overleg heeft gehad. Het netcongestieprobleem is dus niet uniek voor Capelle. De heer Oudshoorn verzekert hij dat naar de ontbindende voorwaarden, bestuursrecht boven privaatrecht, de juridische verankering, enz. heel zorgvuldig wordt gekeken, niet alleen vanuit het gemeentehuis, maar ook in overleg met de beoogde ontwikkelaars, want ook die ontwikkelaars is er wat aan gelegen om op die wachtlijst terecht te komen. Een vraag is ook gesteld over de anterieure overeenkomst zelf. Een standaard anterieure overeenkomst is er niet, elke anterieure overeenkomst is een stuk maatwerk. De heer Oudshoorn vroeg zich af of het Toetsingskader hoogbouw voor ontwikkelaars een uitnodiging zou kunnen zijn om binnen dat hoogbouwbeleid tot het maximale te gaan. Eerlijk gezegd denkt hij dat een ontwikkelaar inderdaad altijd naar het maximale zal streven. Dat is juist de reden waarom de gemeente in een gebiedspaspoort integrale afwegingen maakt over wat passend is in zo’n omgeving en welke factoren nog meer meespelen.

De raad kan ervan verzekerd zijn dat zijnerzijds met grote zorgvuldigheid naar de nodige uitdagingen zal worden gekeken. Het feit dat er bij één van de projecten een ontwikkelaar is die heel graag wil, wil nog niet zeggen dat het ook gaat gebeuren op de manier zoals die ontwikkelaar zou willen. Daarvoor is nu net het proces van de gebiedspaspoorten bedoeld. Concreet is de vraag gesteld of de raad een beweging van De Linie en Centrum Oost naar de maximale hoogte zou kunnen afwijzen. De raad kan natuurlijk altijd van het eigen beleid afwijken. Als het college in een gebiedspoort voorstelt tot de hoogte te gaan die in de hoogbouwnota is verwoord en de raad vindt dat niet passend, dan kan gebruik worden gemaakt van diens recht om dat tegen te gaan. In het besloten deel van de voorgaande sessie heeft hij de commissie gevraagd alvast na te denken over de vraag hoe zij in deze afwijkende procedure toch betrokken zou willen worden, en die vraag herhaalt hij nu: wilt u zelf ook blijven nadenken en bij de griffie aangeven hoe u extra betrokken zou willen worden buiten de processen die er normaal gesproken al zijn? Mevrouw Van der Vorm informeerde naar de impact op de ING-toren. De ING-toren valt buiten Centrum Oost en daarvoor is destijds nog een kavelpaspoort afgesloten. Uiteraard wordt de stand van zaken met betrekking tot die aansluitingen nadrukkelijk in het oog gehouden.

Een klein tipje kan hij al wel van de sluier lichten: de ontwikkelaar van de ING-toren heeft een tweede sessie bij het Q-team gehad en is dus al vrij ver gevorderd in de planvorming. Waarom Mient-Zuid?, vroeg de VVD zich af. In Mient-Zuid was men al bezig met het gebiedspaspoort en daar is dus geen sprake van een versnelling, maar van voortzetting van het traject. In Mient-Zuid zijn een tweetal ontwikkelaars actief en dat gebiedspaspoort wil het college graag met de raad doorzetten. Het Rivium werd in eerste instantie in het hele verhaal netcongestie genoemd, maar is daarna stilletjes verdwenen. Het Rivium zelf is natuurlijk gelukkig niet verdwenen, maar daarover zijn al overeenkomsten gesloten en dat draait op een andere manier, net als de projecten die via de Omgevingstafel lopen en ook niet in deze systematiek vallen. Dat de VVD heel goed zal letten op budgetoverschrijding, is genoteerd. De extra kosten die in verband met de versnelling worden gevraagd dienen in beginsel door de gemeente te worden gedragen, omdat een aantal quickscans moet worden uitgevoerd die normaal gesproken later in het proces aan bod zouden komen en wat extra overleggen nodig zijn, zowel intern als extra. Dat drukt allemaal op de ambtelijke capaciteit en daarmee zijn kosten gemoeid die in beginsel niet direct te verhalen zijn op de planvorming.

Dat wil niet zeggen dat niet geprobeerd zal blijven worden om deze extra kosten gedeeltelijk daar te kunnen neerzetten, op het moment dat ze betrekking hebben op de planvorming, want dat is dan wel één van de vereisten. Mevrouw Lauw wilde weten of het zeker is dat de aansluitingen op tijd gerealiseerd zullen worden. Die zekerheid is er niet. Het proces dat hier wordt gevolgd is nodig om op een wachtlijst terecht te komen waar een restcapaciteit in zit die na 1 oktober wordt vrijgegeven. Maar nogmaals: met Capelle aan den IJssel zijn er heel veel gemeenten die aanspraak willen maken op die restcapaciteit en dan geldt: hoe eerder je op de wachtlijst staat, hoe meer kans je maakt, vandaar de versnelling die hier wordt voorgesteld. .

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

11

Leefbaar Capelle verzekert hij voorts dat in overeenstemming met de ontwikkelaars geprobeerd zal worden een anterieure overeenkomst op te stellen waarin alles juridisch goed is afgedekt en heel duidelijk het bestuursrecht boven het privaatrecht in deze situaties kan gelden. Zodra Capelle op de wachtlijst staat en aansluitingen toegekend krijgt, is er voor die toegekende aansluitingen stroom. Het netcongestie probleem wordt daarmee echter niet opgelost. Zoals eerder aangegeven, is daarvoor nodig dat er zowel op hoogspanning als op middenspanning en laagspanning voldoende capaciteit is. Als op één van de drie netwerken onvoldoende capaciteit is, is er op het gehele netwerk onvoldoende capaciteit. Als Capelle aansluitingen toegekend krijgt voor haar projecten, is voor die projecten voldoende stroom aanwezig, maar of dat ook geldt voor de genoemde 10.000 woningen is de vraag. Dat is de reden waarom de gemeente nu in deze uitdagende situatie verkeert. Dat het schuurt om op deze wijze van procedures af te wijken, is hij geheel met de heer Van Buren eens, want in 2023 is deze procedure niet voor niets afgesproken. Nood breekt echter wet. Met medewerking van de raad wil het college al het mogelijke proberen om te redden wat er te redden valt. Het klinkt misschien hard, maar als dit niét wordt gedaan, is het in ieder geval zeker dat Capelle voorlopig geen aansluitingen zal krijgen.

De heer OUDSHOORN meent dat nu wel heel stellig wordt gezegd dat het nu is of nooit. Is de wethouder het niet met hem eens dat, als over een jaar een aanvrage wordt gedaan, die ook gewoon op de wachtlijst komt? Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat voor zover hem bekend Capelle niet op de wachtlijst komt als voor 1 oktober geen aanvrage wordt gedaan. De heer OUDSHOORN hoopt dat hierop zo meteen ambtelijk nog een aanvulling kan worden gegeven. Wethouder SCHAATSBERGEN verzoekt de ambtelijke ondersteuning dat nu maar meteen te doen. De heer BUNNIK licht toe dat Capelle over een jaar nog steeds op de wachtlijst kan komen, zij het dat de restruimte waarover de wethouder het eerder had dan naar verwachting volledig vergeven zal zijn, zodat de wachtlijst dan in feite zal duren totdat weer extra ruimte op het net is gecreëerd, wat naar verwachting tussen 2032 en 2035 het geval zal zijn. De heer OUDSHOORN verwachtte dat antwoord al. De restruimte wordt volgens hem echter niet groter door de wachtrij, ongeacht of er één of honderd projecten worden aangewezen. Wethouder SCHAATSBERGEN beaamt dat de restruimte niet groter wordt. Er is echter een bepaalde restruimte waarvoor Capelle nu op de wachtlijst kan komen en als die niet wordt gebruikt, verdwijnt die in de regio. Om toch enige kans te maken op de wachtlijst en op toekenning, is dit wat op dit moment wordt voorgesteld te doen.

Dat is de stand van zaken nu. Er wordt geacteerd op basis van wat nu bekend is. Het is heel goed mogelijk dat dat over een halfjaar weer veranderd is, maar het zal duidelijk zijn dat daarop niet gewacht kan worden. Hij weet niet of hij met alles wat hij tot nu toe heeft gezegd het CDA gerust kan stellen wat het schuren betreft, want er zitten best heel veel onzekerheden in, maar ook hiervoor geldt: geprobeerd wordt te acteren op de gegevens en de informatie die nu beschikbaar zijn. De escape is dat via anterieure overeenkomsten nu een plaats kan worden gekregen op de wachtlijst, maar nogmaals: dat staat wat hem betreft de zorgvuldigheid van de overige procesvorming niet in de weg. De heer VAN BUREN toont zich nu vooral benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de rest van zijn bijdrage, want als nu al voor de derde keer zo lang stilgestaan wordt bij een bepaald onderwerp, in dit geval het schuren, gebeurt dat meestal om te verbergen dat er misschien nog geen antwoord kan worden gegeven op andere vragen die zijn gesteld. Wethouder SCHAATSBERGEN heeft als een van die andere vragen genoteerd hoe de risico’s in kaart zullen worden gebracht: biedt dit garantie op een open proces en is dit niet voor de voeten gaan lopen in een bestuurlijk proces? Om met het laatste te beginnen: daarvan is zijns inziens geen sprake.

Het betreft hier een Capelse afspraak die in 2023 was gemaakt en die nu voor alleen deze drie projecten wordt veranderd. Verder blijft het proces zo open als maar kan. De ontwikkeling van

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

12

gebiedspaspoorten en de bewonersparticipatie veranderen niet omdat nu eerst de anterieure overeenkomsten worden opgesteld. Gevraagd is ook hoe de risico’s in kaart worden gebracht. Het grootste risico is dat de gemeente nu bezig is met anterieure overeenkomsten en gesprekken voert met ontwikkelaars, terwijl de ontwikkelaars kosten maken en zich zullen afvragen hoe daarmee wordt omgegaan als het hele feest niet doorgaat. Dat is een risico dat zeker in de discussie over de totstandkoming van de anterieure overeenkomsten opgenomen zal worden. Aan de andere kant zullen ontwikkelaars zich ook terdege realiseren dat, als er nu niets wordt gedaan, zij ook aan de zijlijn zullen komen te staan. De heer VAN BUREN probeert uit het antwoord van de wethouder te destilleren of het open proces waarover deze sprak niet belast zal worden door een prijskaartje van de financiële risico's dat dan bij de gemeenteraad wordt neergelegd. Wethouder SCHAATSBERGEN repliceert dat nu niet te voorspellen is wat er in de nabije toekomst zal gebeuren. Het voorstel is gebaseerd op de kennis die nu bestaat en op alle informatie die beschikbaar is. Zodra er signalen komen dat er veranderingen aanstaande zijn, zal daarop bij de raad worden teruggekomen. Uit de woorden van de heer Van der Heide begrijpt hij dat deze de gemeente oproept zich te focussen op Rivium en voor de rest de boel de boel te laten.

Hij kan alleen maar constateren dat hij daar anders in zit. De heer VAN DER HEIDE verduidelijkt dat hij heeft willen vragen of het niet gepast is nu niet op snelheid, maar op zorgvuldigheid te acteren. Daarbij lijkt het hem slim het eigen prioriteitenlijstje te hanteren. Wethouder SCHAATSBERGEN werpt tegen dat het omdraaien van het proces, om zo versneld anterieure overeenkomsten te kunnen sluiten, geen enkele relatie heeft met de zorgvuldigheid van het proces om te komen tot een gebiedspaspoort. De heer VAN DER HEIDE betoogt dat het ook allemaal uit te leggen moet zijn aan de bewoners, de mensen die in deze gebieden wonen en nu te horen krijgen dat een overeenkomst wordt afgesloten. Zorgvuldigheid is ook vereist in de manier waarop die boodschap aan hen wordt overgebracht, zodat zij niet de indruk krijgen met een voldongen feit te worden geconfronteerd. Wethouder SCHAATSBERGEN zegt toe deze opmerking te zullen meenemen in het participatietraject dat zal worden gelopen. Het standpunt van de ChristenUnie ten aanzien van het aantal van 10.000 woningen, met de kanttekening dat bij haar kwaliteit voor kwantiteit gaat, is bekend en hij voegt eraan toe dat ook het college voor kwaliteit gaat.

In de gebiedspaspoorten zijn nu wel hoeveelheden geprognosticeerd, maar of dat ook werkelijk de maximale hoeveelheden zullen zijn, is geheel afhankelijk van planvorming, beeldvorming, kwaliteit, leefkwaliteit en andere factoren. De heer Hartog moet hij zeggen dat een schema, zoals dat in 2023 bestond voor de originele processen, niet bestaat voor de manier waarop de raad nu wordt meegenomen en betrokken bij de drie projecten. In principe kunnen de anterieure overeenkomsten in dat schema naar voren worden gezet en dan beschikt men ook over het proces. Als in dit uitzonderlijke geval aanvullende wensen bestaan voor de manier van betrokkenheid, verneemt hij die graag. Veel van de vragen van D66 zijn inmiddels al wel behandeld. Waar mevrouw Kersten inhoudelijk op Mient-Zuid is ingegaan, zal zij hopelijk begrijpen dat dit onderwerp nu niet aan de orde is. Ambtelijk zijn de opmerkingen echter gehoord en die zullen zeker worden meegenomen. Waar hij wel op wil ingaan, is op de opmerking over netbewust bouwen. Het is weliswaar niet gerelateerd aan het voorliggende voorstel, maar in de toekomst zal het zeker een uitgangspunt zijn waarnaar serieus gekeken moet worden. Er komt nog een voorstel naar de raad toe over netbewust bouwen. Het is nu nog niet gereed omdat er wat financiële vragen in zaten die eerst nader uitgezocht moeten worden.

Mevrouw KERSTEN vraagt waarom netbewust bouwen niet gewoon onderdeel kan zijn van de anterieure overeenkomsten die met elkaar gesloten zullen worden, zodat daarover alvast afspraken kunnen worden vastgelegd.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer maandag 11 mei 2026

Pagina:

13

Wethouder SCHAATSBERGEN beaamt dat dat zou kunnen, zij het dat daarvoor nog geen voorstel door de raad is vastgesteld. Dat voorstel zal nog voor de zomer aan de raad worden voorgelegd en dan zal dit wel degelijk onderdeel worden van de anterieure overeenkomsten. Tweede termijn De heer OUDSHOORN herhaalt zijn vraag, die volgens hem nog niet is beantwoord, wanneer de aansluiting onder reguliere omstandigheden nodig zou zijn. Met andere woorden: wat is de echte vertraging als hiertoe niet zou worden besloten? Weliswaar is verwezen naar de restcapaciteit, maar die wordt nu natuurlijk helemaal volgepropt met bouwplannen, zodat volgens hem sowieso gewacht zal moeten worden op nieuwe capaciteit. Is er dan wel echt sprake van een versnelling? Volgens de wethouder zal het proces zo open blijven als maar kan. Ten dele zal dat zeker waar zijn, want in feite wordt het reguliere proces nu alsnog in gang gezet, maar er is wel een juridische afspraak met de ontwikkelaar gemaakt. De wethouder heeft weliswaar heel stellig verklaard dat de raad ook gewoon nee kan zeggen, maar dat zal afhangen van de formulering die straks in de overeenkomsten komt te staan en die krijgt de raad niet te zien. Het is dus iets wat de raad niet kan controleren.

Voorts heeft de wethouder de raad uitgenodigd aan te geven hoe men het traject zou willen zien dat hierna gaat lopen, maar eerder werd aangegeven dat het traject nu gewoon verder zal worden gelopen zoals men gewend was, en dat was een traject conform de afspraak die in 2023 is gemaakt. Waarom zou de raad dan nu nog een afwijkende procedure moeten afspreken? Mevrouw VAN DER VORM komt terug op de opmerking van de heer Hartog in eerste termijn dat een aantal partijen het woningtekort zou bagatelliseren. De VVD doet dat heel zeker niét, zij wil alleen alle processen zorgvuldig afwegen en niet zomaar bouwen om te bouwen. De antwoorden van het college waren helder. Het is duidelijk dat geen processen worden versneld, maar dat alleen de volgorde wordt veranderd. Toch vindt zij het van belang erop te wijzen dat er een signaal van kan uitgaan dat door bewoners anders wordt begrepen dan nu is uitgelegd. Tot slot het Rivium. Uit het raadsvoorstel citeert zij: “Als we geen maatregelen nemen, kan ruim 80% van onze woningbouwopgave van 10.000 woningen, waaronder Rivium, tot 2035 niet worden aangesloten op het net en daardoor niet worden gebouwd.” Dit suggereert dat het Rivium een risico loopt. De wethouder legde net uit dat daarvoor alle overeenkomsten getekend zijn en dat dat absoluut niet aan de orde is.

Moet dit dan niet uit het raadsvoorstel worden geschrapt? Mevrouw LAUW-SCHOUTEN herhaalt haar vraag welke garantie de gemeente heeft dat Stedin tussen 2032 en 2035 alles op orde zal hebben. Voor hetzelfde geld loopt het namelijk verder uit. De heer VAN BUREN vraagt zich na het antwoord van de wethouder met enige zorg af welke invloed het prijskaartje kan uitoefenen op de openheid van het proces dat daarna zal worden gevolgd. Hij gaat nog een stapje verder met het antwoord dat de wethouder gaf in het samenspel met de bijdrage van mevrouw Kersten. Dat werd nu eigenlijk als een los thema gezien, maar vanavond is het ook gegaan over juridische en financiële risico's, met ook nog de onduidelijkheid of er uiteindelijk een financiële weerslag met een prijskaartje komt op het doorlopen open proces dat daarna nog volgt, zoals dat normaal volgt met het gebiedspaspoort.

Wanneer het gaat over risico's, is het binnen een gemeente ook gewoon om aan risicobeheer te doen, en dan is het natuurlijk de vraag, kijkend naar de inbreng van mevrouw Kersten, met aandacht voor het netcongestieplan, maar misschien ook iets strategischer naar bijvoorbeeld de manier waarop Rotterdam bij de transformatie van de oostflank van Rotterdam een energiestructuurplan ontwikkelt, waarbij niet alleen gekeken wordt naar wat op gebiedsontwikkelingsniveau nodig is om uiteindelijk de transformatie van het gebied te voorzien van energie, maar eventueel ook naar verduurzamingsacties in de omgeving die kunnen leiden tot meer capaciteit op het net, of vanuit het risicobeheer ook wat strategisch gekeken kan worden door het college hoe vanuit zo'n energiestrategie in de Capelse omgeving ruimte gecreëerd kan worden op het net, die dus dan de garantie biedt dat ook voor deze nieuwbouwplannen misschien ruimte beschikbaar komt. Daarbij moet natuurlijk wel in alle zorgvuldigheid de afspraak worden gemaakt met Stedin dat iedere inspanning die wordt gedaan om in Capelle ruimte te creëren op het net, die wel gebruikt kan blijven worden voor alle nieuwe ruimte die nodig is voor nieuwe plannen. Dat is in lijn met de vragen die door de collega's zijn gesteld over juridische en financiële risico's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080048/1