02.01 - conceptverslag Commissie SOB 01032021
Tekst van het document
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
1
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden in het gemeentehuis in de raadzaal op maandag 1 maart 2021, aanvang 19.30 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer prof. dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks;
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder;
notulist
:
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
Bij de aanvang van de vergadering zijn op de publieke tribune 4 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Vanwege het belang en de impact van het onderwerp heeft het presidium ervoor gekozen om de vergadering fysiek te laten plaatsvinden. Zij verzoekt de aanwezigen alle coronamaatregelen in acht te nemen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Spreekrecht inwoners De heer BALFOORT spreekt in namens zijn schoonvader, de heer Jongenelen, een van de twee ondernemers op het achterterrein. Zijn verhaal en het belang van de heer Jongenelen heeft hij al meerdere keren naar voren kunnen brengen, waarvoor hij dank zegt. Maar toch lijkt zich na zijn veelvuldige inbreng een waterscheiding af te tekenen. Enerzijds zijn oppositiepartijen onverdeeld begripvol en die delen zijn zorg, maar anderzijds is dat bij de coalitiepartijen anders. De VVD geeft amper thuis en Leefbaar Capelle laat geen kans onbenut om vooral het werk van de wethouder goed te praten. Alle inspraakreacties, presentaties, bezwaren, zienswijzen en initiatiefvoorstellen van de heer Jongenelen hebben tot op heden tot niets geleid. Nog steeds is er onzekerheid. Er wordt gevreesd voor de continuering van de bedrijvigheid en de ondernemer weet niet waaraan hij toe is.
Ondertussen is de toegang tot het achterterrein niet gewaarborgd en is er geen oplossing voor de bereikbaarheid, de parkeerproblematiek, de handhaving en de veiligheid. Dit zijn de zorg en de knelpunten van de ondernemers die iedere keer aan de gemeente zijn voorgelegd. Hij gaat vervolgens in op de antwoorden op technische vragen van de ChristenUnie. Die fractie vroeg of de vorige wethouder in 2017 een toezegging aan de omwonenden heeft gedaan. Het gemeentelijke antwoord op die vraag vond hij hilarisch en daarin is een stuk geciteerd met een toezegging van de toenmalige wethouder, die gaat over intensief in gesprek blijven en met elkaar optrekken. De gemeente zegt dat die toezegging van de toenmalige wethouder zich niet richtte tot omwonenden, maar een reactie was op het inspreken van de heer Balfoort namens ondernemer Jongenelen. De toenmalige wethouder zei dat er kansen liggen voor de ondernemers, zodat samen optrekken en intensief in gesprek blijven nodig is. Bij dezen meldt hij zich dus als vertegenwoordiger van de ondernemer en degene die bijna vier jaar geleden in eenzelfde commissievergadering heeft ingesproken. Hij vraagt hoe intensief de gesprekken met de ondernemers zijn geweest, die niet hebben plaatsgevonden.
Leefbaar Capelle vraagt hij hoe zij de toezegging over samen optrekken beoordeelt, na in de nota van beantwoording bij het gebiedspaspoort te hebben gelezen dat er slechts één initiatiefnemer was, terwijl de
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
2
heer Jongenelen ook een initiatief heeft ingediend, maar de moeite niet is genomen om dat te benoemen. Gezien het voorliggende plan en de in 2017 aan ondernemers gedane toezegging vraagt hij de fracties of er werkelijk in de afgelopen vier jaar iets is opgeschoten. De wethouder deelde in 2017 al de zorgen over het achterterrein en gaf aan dat op een privéweg niet te handhaven is, waarnaar eerst goed gekeken zou moeten worden. Anno 2021 moet hij constateren dat dezelfde toegangsweg naar bedrijven nog steeds privé-eigendom zal worden en er nog geen oplossing voor het probleem is. Bij een eerdere inspraakreactie diende hij een tijdlijn in van maar liefst vier pagina’s aan contactmomenten. Dat waren momenten waarop de heer Jongenelen heeft geprobeerd contact met de gemeente te leggen. Het doel daarvan was zijn zware bedrijvigheid in te laten passen in de ingrijpende bouwplannen van de ontwikkelaar of een initiatiefvoorstel te laten doen om bedrijvigheid te laten transformeren naar kleinschalige bedrijvigheid. Onweersproken is dat de heer Jongenelen in drie jaar tijd veel gebeld en gemaild naar de gemeente heeft om alsjeblieft mee te mogen praten om de belangen van diens bedrijf naar voren te brengen. Daar is elke keer niet op gereageerd.
Initiatieven van de heer Jongenelen worden dus niet serieus genomen en voor het inpassen van de bestaande bedrijvigheid op het gebied van veiligheid, parkeren etc. vond hij tot op heden geen gehoor. Hij vraagt of dit de uitwerking is van intensief in gesprek te blijven en de schrale oogst is van samen optrekken. Door in te stemmen met het gebiedspaspoort worden naar zijn mening de beginselen van behoorlijk bestuur geschonden. Fracties menen dat dit niet zo erg is, omdat er geen helder beeld van participatie bestaat. Het door de raad vastgestelde gebiedspaspoort uit 2017 zei mee te doen, mee te denken en mee te praten. Een presentatie van alleen plannen is naar zijn oordeel geen participatie. Bewoners en de ondernemer hebben geen uitnodiging tot participatie gehad. De ondernemer heeft wel zelf initiatieven ingediend en zelf contact gezocht. Ook als de commissie vindt dat participatie onduidelijk is gedefinieerd vraagt hij wat de commissie er terugkijkend zelf van vindt. Heeft de ondernemer een eerlijke kans gehad om mee te doen? Daarom kan de commissie volgens hem niets anders dan dit gebiedspaspoort in deze vorm niet accepteren. Het plan moet terug en het proces moet opnieuw. Uitkoop, verplaatsing, transformatie of goede inpassing is alleen goed te bereiken als niet alleen over, maar vooral met de ondernemer wordt gepraat. Die uitnodiging staat en die bereidheid is er.
Hij hoopt dat de wethouder in navolging van de commissie die handschoen oppakken. De heer VAN MIDDELKOOP spreekt in namens Kristel Capelle BV, de andere ondernemer op het gebied B6. Kristel Capelle is eigenaar van het perceel Capelseweg 36-38 te Capelle aan den IJssel, in het gebiedspaspoort aangeduid als B6. Kristel Capelle verhuurt dat perceel in twee delen. Op 7 januari heeft hij mogen inspreken op een hoorzitting van de raad over de gang van zaken rondom de participatie inzake het project hoek Bermweg/Capelseweg. Bij die inspraak is duidelijk aangegeven nog niet een keer door de gemeente te zijn gevraagd om mee te denken over de ontwikkeling. Dat leek een aantal aanhoorders ongeloofwaardig, maar dat is volgens hem werkelijk hoe de situatie is. In tegenstelling tot de heer Jongenelen heeft Kristel Capelle zeer weinig contactmomenten met de gemeente gehad en die zijn alleen maar op zijn verzoek geweest na bezwaren te hebben ingediend. Medio september 2020 zijn hij en Kristel Capelle door de heer Jongenelen op de hoogte gebracht van de plannen. Op 9 oktober heeft Kristel Capelle op haar initiatief en nadrukkelijk verzoek een bezoek gehad van ambtenaren op locatie, die op dat moment daar voor het eerst leken te zijn. Tijdens dat overleg is er geen enkele vraag gesteld tot medewerking in het proces.
Op 12 oktober heeft Kristel Capelle officieel bezwaar aangetekend tegen het gebiedspaspoort, waarop wel een reactie is ontvangen in de vorm van beantwoording van de vragen, die overigens allemaal terzijde werden geschoven, in woorden als “de ontwikkelaar gaat alles doen volgens het boekje”. Dat vond hij redelijk bot. Maar ook nu Kristel Capelle zich schriftelijk kenbaar maakte ontving zij dus geen enkele vraag om medewerking. Op 30 november heeft hij samen met de heer Jongenelen ingesproken in de vergadering van de commissie SOB en heeft hij zijn bezwaren kenbaar gemaakt en verduidelijkt. Op 7 januari 2021 heeft hijzelf ingesproken, vragen beantwoord en duidelijk gemaakt dat de gemeente Capelle aan den IJssel niet laat participeren. En tot op de dag van vandaag is daar niets aan veranderd. Het gaat er hem dus niet om dat wij niet vooruit wil of niet wil meewerken, maar Kristel Capelle wordt niets gevraagd. Als hij vragen stelt wordt hij met een kluitje in het riet gestuurd. Hij wil zaken aan de
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
3
voorkant met de gemeente regelen en niet achteraf met een ontwikkelaar of met een aannemer. Dat brengt meestal niet veel goeds met zich mee, omdat je dan al te ver in het proces zit. Twee stukken die afgelopen week langskwamen wil hij graag benoemen en van commentaar voorzien om duidelijk te maken waar het steeds mis gaat in de communicatie. Dat is de notitie naar aanleiding van het informele overleg met de burgemeester op 23 februari jl. Daar gaat het mis in de alinea dat een ambtenaar aangeeft dat de ondernemers in het gebied eerder niet mee wilden meewerken aan het uitkopen. “Na de hoorzitting lijkt hier verandering in te komen. B6 betrekken heeft de voorkeur, maar de gemeente is afhankelijk van de welwillendheid van de bedrijven.” Het gaat er niet om dat hij niet wilde meewerken, hij kon niet meewerken omdat hij eerder niet op de hoogte was gesteld. Nu hij wel bekend is met de plannen heeft de gemeente niet een keer deze vraag gesteld en toen hij de mogelijkheid opperde in een inspraakronde was men verbaasd. Maar ook daarna is er nog nooit een keer door de gemeente de vraag aan hem gesteld. Ook niet nu het blijkbaar de voorkeur geniet. Hij noemt ook een reactie op technische vragen van GroenLinks. Een vraag luidde: “Zijn deze ondernemers naar uw oordeel daardoor achtergesteld in de inspraak/participatie?” Het antwoord daarop is: “Nee.
De ondernemers hadden of geen interesse in de herontwikkeling of hebben plannen die niet aansluiten bij de gewenste ambitie voor het gebied.” Zijn reactie daarop is dat Kristel Capelle op geen enkele manier is gekend in het gebiedspaspoort 2017, zodat voor hem geen inspraak/participatie gold. Hij heeft wel degelijk interesse in de herontwikkeling van het gebied en die in 2020 ook kenbaar gemaakt. Hij heeft ook wel degelijk plannen die aansluiten bij de ambitie van het gebiedspaspoort 2017. Het antwoord op vraag 4.2 noemt hij misleidend. Wat er staat is juridisch waar, maar doet geen recht aan de vraag. De vraag luidt: “Vindt u het gepast dat alle rechthebbende betrokkenen alsnog de gelegenheid krijgen mee te denken over het gebiedspaspoort zodat gezocht kan worden naar consensus?” Het antwoord is deels: “De ideeën, suggesties en vragen zijn van een reactie voorzien in meerdere nota’s van beantwoording.” Veel van de vragen in de door Kristel Capelle ingediende zienswijze zijn als “niet relevant” terzijde geschoven in de beantwoording. En voor andere vragen is hij doorverwezen naar de toekomstige ontwikkelaar en/of aannemer waar hij dan maar mee in overleg zou moeten treden. Dat is zijns inziens niet serieus te noemen. Het antwoord op vraag 5.1 klopt volgens hem niet.
De vraag luidt: “Bent u van oordeel dat met dit gebiedspaspoort een optimale oplossing is bereikt voor alle betrokkenen?” Het antwoord is: “Ja. Gegeven de situatie dat de eigenaren van B6 vooralsnog alleen met initiatieven zijn gekomen die zich richten op uitbreiding van de bedrijvigheid zien wij dit gebiedspaspoort als optimale oplossing” Kristel Capelle is in een inspraakronde wel degelijk met alternatieve plannen gekomen in de vorm van uitbreiding werd woningbouw, waarop toen nog heel schamper over gedaan waarom die niet eerder ware gepresenteerd. Ook toen heeft hij gezegd “omdat wij in het geheel niet gekend zijn in de ontwikkelingen en pas in 2020 getipt zijn door Jongenelen”. Wat hem betreft werkt hij mee aan een goede invulling en mogelijk zelfs een uitbereiding van het gebiedspaspoort 2017 met het gebied B6, maar dan wel op een open en transparante basis. Dus niet met het bouwplan zoals dat er nu ligt, waarvoor het gebiedspaspoort wel op meerdere punten aangepast moet worden. Alleen al dat aanpassen betekent dus simpelweg dat het niet paste. Dan is het niet recht om aan bewoners en belanghebbenden te vragen wat je van het nieuwe gebiedspaspoort vindt als je het oude met bijbehorende afspraken niet wilt eerbiedigen.
Dat geeft hem niet veel vertrouwen, want wat als het nieuwe paspoort straks ook niet helemaal voldoet aan de wensen van de ontwikkelaar, wordt het dan weer aangepast? Bovenstaande laat zien dat er heel erg veel langs elkaar heen gepraat wordt, wat het lastig maakt om goed overleg te voeren, zeker ook op het moment van digitale bijeenkomsten. Dan kan niet gemakkelijk gereageerd worden op wat er wordt gezegd en is er vaak niet voldoende ruimte om het hele verhaal te doen. Daarom is het des te beter om hier nu fysiek een overleg te hebben en elkaar te zien en spreken. De heer KRANS herinnert aan het overleg op 23 februari jl. met de burgemeester, vier raadsfracties, ambtenaren, de heer Zanting en hemzelf. De interesse lag volgens de burgemeester niet zozeer in het participatietraject en proces, maar wel bij de aandachtspunten, waarvan hij er acht heeft genoemd, die grotendeels in de terugkoppeling van de griffier waren te zien. Punt 6 over het vrije profiel staat er niet goed. Er staat ‘zich(t) tot aan de Bermweg.’ Het gaat echter om de afstand van de bebouwing tot de Bermweg, in lijn met de huidige bebouwing. De bestaande
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
4
woningen ter plaatse staan 10 meter vanaf de rand van de weg, 12,80 meter vanaf de wegas en parallel aan de weg. Het nieuwe gebiedspaspoort sluit hier niet bij aan met suggestieve stippellijntjes, die niet goed de oriëntatie van de huidige bebouwing aangeven. Het gevolg van het plan is dat dat een verstoring van het beeld van de Bermweg geeft. Het blijkt moeilijk te zijn hierover in gesproken woord duidelijkheid te verschaffen. Ook moet er nog steeds een duidelijke visie op de vijf overkoepelende thema’s uit het gebiedspaspoort worden opgesteld. Dat is precies de reden waarom er al vijftien maanden is gevraagd om participatie. Alleen door gezamenlijk met partijen, inclusief ontwikkelaars, aan het tekenen te gaan, wordt echt duidelijk wat wordt bedoeld met een term als ‘vrij profiel’ en hoe de overkoepelende thema’s in het paspoort goed kunnen doorwerken, inclusief het landelijke karakter, een goede plek voor blauw en groen en invulling van andere belangrijke aspecten. Dit op een manier die een zeker kader bieden voor verdere uitwerking. Dat was ook enigszins de discussie op 23 februari: als er een gebiedspaspoort is komt er daarna een bouwplan. In het voortraject heeft hij begrepen dat het bouwplan met kostenplaatjes heeft geleid tot aanpassing van het gebiedspaspoort. Het is dus niet zo dat er niets van een bouwplan ligt.
Het voorgestelde bouwplan met kostenplaatje heeft ook weer invloed op het gebiedspaspoort. Die vervlochtenheid krijgt men er alleen uit door met elkaar daarover te praten en met elkaar te ontwerpen. De uitdaging is om de randvoorwaarden goed in het gebiedspaspoort op te nemen. De burgemeester suggereerde aan het eind van de avond van 23 februari een consultatie, maar hem was het niet helemaal duidelijk wat dat concreet betekent. Zijn voorstel is de adviezen van de commissie SOB uit te voeren om een goed participatietraject in te gaan waarin eerdergenoemde toezeggingen worden nagekomen. Dit kan in een beperkte tijd van drie maanden met drie (digitale) sessies leiden tot een helder advies voor het uitwerken van het achterterrein. Zijn doel is een goede ontwikkeling van het gebied voor alle betrokkenen. De heer ZANTING concludeert dat het participatietraject niet goed is gegaan, omdat afspraken niet zijn nagekomen. Hoe nu verder? Vorige week heeft hij in een sessie met vier raadsleden zijn bezwaren tegen het huidige bouwplan benoemd. Het betreft punten die in zijn ogen niet goed zijn en niet binnen de huidige kaders passen. Hij is blij dat een sessie heeft plaatsgevonden met vier raadsleden en de burgemeester. Een vervolg komt wellicht nog. Opgemerkt is dat het voorgestelde herziene gebiedspaspoort men niet moet verwarren met het bouwplan en daarbij sluit hij zich volledig aan.
Die verwarring is juist de reden van zijn inspreken: een onjuist gehanteerde volgorde. Een bouwplan is als basis gebruikt om kaders te stellen, in plaats van de huidige kaders te gebruiken als basis voor een bouwplan. Het ingediende bouwplan voldoet niet aan de kaders van het gebiedspaspoort uit 2017, zodat het college dat wil aanpassen. Dat noemt hij de omgekeerde wereld. Opgemerkt is dat het bouwplan nog niet definitief is en gesuggereerd is dat omwonenden hun punten met de ontwikkelaar moeten bespreken, zodra een definitief plan is gepresenteerd. Feit is dat gemeente en ontwikkelaar in oktober 2020 met elkaar al een overeenkomst hebben gesloten, waarbij deze partijen zich verbinden om het bouwplan te realiseren. Artikel 4.2 van de anterieure overeenkomst vermeldt dat in het bouwplan is voorzien in het dempen van een sloot. Als dat al vaststaat heeft het niet zoveel zin dat coalitiepartijen herontwikkeling van groen en blauw hoog in het vaandel hebben staan. Het doortrekken van een watergang is daarom in het voorgestelde paspoort als optie en niet meer als harde eis opgenomen. Het aantal woningen is in artikel 3.1 gehouden op 38, niet meer en niet minder. Bij die eis is het voor omwonenden simpelweg klaar. Het paspoort is ook duidelijk over het vervolgtraject. Na vaststelling van het paspoort moet de vergunning worden aangevraagd.
Als die aanvraag binnen de kaders van het paspoort valt kan het college vergunning verlenen. Als het paspoort wordt herzien kan de ontwikkelaar doorgaan met zijn plan. Het plan moet voldoen aan wet- en regelgeving, maar de kaders staan wel vast. Daarom is het essentieel om het over de kaders te hebben. Al zijn bezwaren vinden hun oorsprong in de voorgestelde kaders en zijn in feite terug te leiden tot één punt: het onterecht optrekken van het bouwvolume. Er wordt zijns inziens te veel bouwvolume toegestaan, waardoor de bebouwing te dicht op elkaar staat en te dicht op de bestaande bebouwing wordt neergezet. Daardoor is er geen ruimte voor groen en blauw, wordt er te hoog gebouwd en wordt er te dicht gebouwd op de Bermweg, waardoor er mogelijk problemen met de verkeersafwikkeling ontstaan, waardoor er geen ruimte is voor voorzieningen op het
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
5
terrein zelf, zoals vuilcontainers, en waardoor het schuurt met de ondernemers en hun activiteiten: stankoverlast, geluidsoverlast en verkeersoverlast. Hij vraagt waarom deze hoeveelheid aan bouwvolume wordt toegestaan en waarom niet is gezocht naar alternatieven toen duidelijk werd dat de ontwikkelaar niet binnen de huidige kaders kan of wil ontwikkelen. Er ligt een motie van Leefbaar Capelle, de VVD en de SGP die aangeeft het hele achterterrein te ontwikkelen, inclusief B6. Hij wil echter eerst zorgen voor een goed plan, opties evalueren en kijken of het paspoort aan te passen is. Dus niet nu wil hij het gebiedspaspoort aanpassen, zodat de ene ontwikkelaar zijn plan kan uitvoeren. 3. Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg Reflectie portefeuillehouder op de hoorzitting van 7 januari 2021 en proces Wethouder STRUIJVENBERG wil aangeven hoe hij tegen zaken aankijkt om een totaalbeeld te krijgen en zich een mening te kunnen vormen. De raad heeft in 2017 het eerste gebiedspaspoort vastgesteld, met duidelijke regels voor het voorterrein, dat in gemeentelijk bezit is, en algemene uitgangspunten voor het achterterrein, dat privaat bezit is. Dit gebiedspaspoort had de instemming van bewoners, die gehoord zijn op een hoorzitting. De uitdaging van dat gebiedspaspoort was om het voor- en achterterrein te ontwikkelen.
Als dat zou lukken is een nieuwe versie van het gebiedspaspoort nodig met duidelijke regels voor het achterterrein. Bij alleen het ontwikkelen van het voorterrein was geen nieuw gebiedspaspoort nodig. Het is nu gelukt om een partij te vinden die zowel het voor- als achterterrein wil ontwikkelen. Dat is goed nieuws en dus komt er een nieuwe versie van het gebiedspaspoort. Het gebied B6 zit echter niet in het voorliggende voorstel, omdat richting de gemeente was aangegeven dat er geen interesse is om mee te doen in de ontwikkeling. Er was interesse in bedrijfsuitbreiding die niet paste bij de ideeën van woningbouw. Met de eigenaren van B4, B5 en B5 en het achterterrein dat met duidelijke spelregels in het gebiedspaspoort is opgenomen, is gesproken over de mogelijkheden van het ontwikkelen van woningen aldaar. De algemene uitgangspunten stonden al in het gebiedspaspoort van 2017 en langs die lijn zijn die gesprekken ook gevoerd. Je voert namelijk eerst gesprekken met de eigenaar eer je naar andere mensen gaat. Omwonenden hadden vervolgens op- en aanmerkingen en een aantal van hun wensen is in het gebiedspaspoort verwerkt, dat voor de zomer ter consultatie aan de commissie SOB voorlag. De bewoners vonden de plannen in het gebiedspaspoort niet zo gek, maar hem is ook dringend meegegeven met omwonenden in gesprek te gaan over het definitieve gebiedspaspoort.
Dat redelijke voorstel van de commissie over gesprek gaan met omwonenden heeft hij opgepakt, wat hij zowel digitaal als tweemaal op locatie heeft gedaan. Bewoners zeiden dat belangrijke wijzigingen waren doorgevoerd en dat te waarderen. Ze hebben niet gezegd het met het paspoort eens te zijn. Wel hebben ze gezegd dat belangrijke wijzigingen zijn doorgevoerd op basis wat zij graag wilden, wat ze waardeerden. Dat heeft hij ook in zijn aanbiedingsbrief aan de raad aangegeven. Een goed verlopen participatieproces betekent niet dat iedereen het eens is met de besproken plannen. Het liefst is dat wel zo, maar het staat los van het al dan niet goed volgen van een participatieproces. Aldus heeft hij met de laatste wijzigingen het definitieve gebiedspaspoort aan de raad meegegeven. Mevrouw WEEMHOFF vraagt wie de wethouder als eerstbetrokkenen heeft gesproken. De Omgevingswet vermeldt burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij het ontwikkelen van de leefomgeving. Participatie zou volgens de wethouder inhouden een goed voorstel aan inwoners voorleggen die vervolgens wat mogen plussen en minnen. Participatie betekent echter volgens haar meer dan plussen en minnen van inwoners. Ook het gebiedspaspoort uit 2017 vermeldt haars inziens wel degelijk iets anders over participatie dan wat ondernemers en omwonenden is gegund in het proces.
Zij is heel benieuwd hoe het project zich volgens de wethouder verhoudt tot de introductie van de Omgevingswet. De heer SPRUIT herinnert aan de gang van zaken de afgelopen maanden. Op basis van de voorgeschiedenis is het gebiedspaspoort een keer van de commissieagenda SOB gehaald. Er is daarna een hoorzitting gepland op 7 januari 2021, met in grote lijnen dezelfde insprekers als vanavond. Dat leidde tot het inzicht dat nog verbeteringen in het plan mogelijk zijn. Die zouden door de commissie bespro-
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
6
ken worden, wat niet is gelukt. Ook de raad besprak geen inhoudelijke zaken en toen lagen er al wat stukken klaar van Leefbaar Capelle, de VVD en de SGP die te maken hadden met door insprekers benoemde zaken in de hoorzitting. Het ging om blauw en groen, de verkeersafwikkeling, vuilcontainers en de conflictueuze situatie tussen bedrijven en toekomstige woningbouw op B6. Hij weet dat een amendement en motie zijn voorbereid over woningbouw en bedrijven op B6. Daarin zijn bezwaren van bewoners in belangrijke mate meegenomen. Over of het participatietraject lopen de meningen uiteen. Leefbaar Capelle vindt dat met het voorgenomen amendement en de motie in belangrijke mate veel bezwaren zijn weggenomen. Veel bewoners zijn dus echt wel gehoord, al voelen zij dat misschien niet zo. Er is dus echt geluisterd, zodat het nog een beter en mooier bouwplan kan worden. De heer TIESMA constateert een verschil van inzicht over het participatieproces. De communicatie is op zijn zachtst gezegd niet ideaal of helder geweest. De weg van totstandkoming van het gebiedspaspoort is niet bepaald effen. Voor D66 is goede participatie cruciaal, zodat burgers en bedrijven met een goed gevoel uit het proces stappen. Dat gevoel heeft hij nu niet. Mensen bekijken de overheid met een zekere argwaan.
Het is de opdracht van de raad om mensen waar het daadwerkelijk om gaat over hun omgeving mee te laten beslissen, welk uitgangspunt ook terug is te zien in de Omgevingswet. De burgemeester heeft op 23 februari een gebiedsconsultatie gesuggereerd. Dat is volgens hem een finale zet in de participatie. Inwoners, bedrijven, gemeente en de ontwikkelaar kunnen dan in een bijeenkomst pogen tot een gezamenlijke visie komen. Hij vraagt wat de wethouder van die suggestie van de burgemeester vindt en of daarop een datum te plakken is. Participatie had niet de hoogste prioriteit bij de ontwikkelaar en hij vraagt hoe Mahler ertoe gezet kan worden in gesprek met bewoners te gaan. De heer VAN BUUREN vraagt de wethouder of de hoorzitting nieuwe elementen bevatte of waarom die geen aanleiding gaf om in het proces of het gebiedspaspoort dingen aan te passen. Ook wil hij weten of in de ogen van de wethouder een extra stap in participatie toegevoegde waarde heeft. Hij vraagt verder welke lessen zijn te trekken uit het proces en of dat opnieuw moest gebeuren toen duidelijk werd dat een ontwikkelaar het voor- en achterterrein wilde ontwikkelen. Overigens is hij wel blij dat er een ontwikkelaar voor het voor- en achterterrein is.
Als de raad vindt dat er nog ruimte moet zijn voor het finetunen en optimaliseren van de plannen in samenspraak tussen ontwikkelaar en bewoners is het de vraag of de huidige anterieure overeenkomst daarvoor voldoende ruimte biedt. Insprekers gaven namelijk aan dat bepaalde zaken al zo gedetailleerd zijn omschreven dat men zich kan afvragen of daartoe bij het opstellen van een bouwplan ruimte is om daarvan af te wijken. Tot slot wil hij een reactie van de wethouder op de indruk dat de ontwikkelaar weinig lijkt te investeren in het gesprek met de omwonenden en welke rol de gemeente daarin kan spelen. De heer VLOT is nog steeds niet overtuigd van de uitleg van het college over het participatietraject. Voor de plannen ging de SP niet op de planken staan, zeker niet toen ze steeds groter werden en de sloot wegviel. Hij wil weten of plannen gefaseerd worden uitgevoerd. Mevrouw DEN ENGELSMAN hoorde bij de insprekers nog steeds heel veel vragen en vindt het daarom jammer dat de handschoen over het houden van meerdere informatiesessies niet is opgepakt. Plannen uit 2009 zijn in 2012 gestopt en in 2017 weer opgepakt. Aanvullende spelregels voor het achterterrein zouden worden opgesteld. Een voorziene aanbesteding is niet gebeurd. Het was misschien op bepaalde momenten handig geweest terug te komen naar de raad met kaders, waarin het plan niet paste.
Zij vraagt zich af waar andere ontwikkelaars naast de ene bekende ontwikkelaar bleven, die zich bij een aanbesteding mogelijk wel zouden hebben gemeld. Blij is zij met de toegezegde evaluatie van de gebiedspaspoorten. Als een ontwikkelaar voor het achterterrein zich aandient gaat het Q-team daarvoor aanvullende spelregels opstellen. Zij vraagt dan of een aanvullend of nieuw paspoort er komt. Gezien het proces is eerst met bewoners over het bouwplan gesproken en daarna over aanpassing voor het gebiedspaspoort.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
7
Voorts heeft zij gezien dat het aantal woningen en bouwhoogten zijn opgerekt. Wellicht kan het met bewoners en ontwikkelaars tot een gebiedsconsultatie komen. De heer EILANDER had de raad de hoorzitting willen laten evalueren evenals de wethouder daarop laten reageren. Dat is vanavond summier gebeurd. Na de hoorzitting is volgens hem de balans op te maken door de gemeente, waarna men moet bepalen hoe het verder moet. Een informele bijeenkomst juicht hij toe en is goed om elkaar in de ogen te kijken en te zeggen wat men dwarszit. Participatie betekent inderdaad niet het altijd met elkaar eens zijn. Hij vraagt hoe de wethouder de actie ‘doe mee’ beoordeelt als blijkt dat een aangepast plan op de deurmat valt. Dat is dan een wat negatieve verrassing voor bedrijven en omwonenden. Bedrijven geven over B6 aan vaak de hand te hebben uitgestoken en zij menen dat daarmee niets is gedaan. Tussentijds in contact komen met de gemeente is bedrijven niet gelukt. Dat vindt hij een belangrijk punt en daarover wil hij meer duidelijkheid van de wethouder om dat element te wegen. Wellicht is het raadzaam na te gaan of het het participatieproces ten goede komt bij het eerst ontwikkelen van het eigen terrein en daarna de buren te raadplegen. Volgens hem gaat een ontwikkelaar eerst zelf kijken wat hij zelf wil doen.
Tot slot wil hij weten of de wethouder een mogelijkheid ziet om op een goede manier invulling te geven aan het participatieproces. De commissievergadering van vanavond ziet hij als het slotstuk van de hoorzitting. Het verbaast hem overigens dat over de hoorzitting verder geen procedure is afgesproken, nadat bedrijven, bewoners en belanghebbenden zijn gehoord. Vanavond is er een totaalplaatje, waarmee hij blij is, zodat een stap terug of verder te zetten is. Als de raad in het vervolg een hoorzitting houdt moeten naar zijn mening gelijk de vervolgstappen helder zijn. De heer RAADSEN wil meer duidelijkheid over met welke punten de wethouder niets kon wat betreft inspraakreacties. De procedure van de gemeente Capelle aan den IJssel bij het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg is zijns inziens uniek in Nederland, voor zover hij heeft kunnen nagaan. Het unieke schuilt daarin dat de gemeente bij de ontwikkeling van het gebiedspaspoort en voor de vaststelling ervan een intentieovereenkomst getekend heeft met een projectontwikkelaar. Deze projectontwikkelaar wil een bouwplan ontwikkelen dat niet in het geldende bestemmingsplan past. Daarvoor is dus de medewerking van de gemeente nodig.
Partijen komen in de intentieovereenkomst overeen een anterieure overeenkomst te willen afsluiten over de verdere ontwikkeling van het plan en de verkoop van gemeentelijke grond aan de ontwikkelaar, nog voordat het gebiedspaspoort, waaraan het bouwplan moet worden getoetst, door de gemeenteraad is vastgelegd. De ontwikkelaar zegt toe de met de planologische procedure van de gemeente te maken kosten te zullen vergoeden. Ook zegt de gemeente in de anterieure overeenkomst al besloten te hebben medewerking te verlenen aan het bouwplan van de projectontwikkelaar. Dat leidt tot zijn eerste vraag of de wethouder een dergelijke overeenkomst om mee te werken aan een bouwplan en gemeentelijke grond te verkopen aan een gegadigde ook nog eens keer kan afsluiten met een andere gegadigde om daar te bouwen. Als dat niet zo is, is volgens hem sprake van uitsluiting van andere projectontwikkelaars. Voor zijn stelling dat de gang van zaken uniek is heeft hij wat zoekwerk verricht. Hij heeft allereerst gezocht naar de definitie van een gebiedspaspoort en een anterieure overeenkomst. Beide termen komen niet voor in de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingswet. De term ‘gebiedspaspoort’ komt hij wel tegen als een gemeentelijke uitwerkingsplan ex. artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van bijvoorbeeld de Structuurvisie Noord-Brabant.
Hier en daar komt hij de term gebiedspaspoort tegen als gemeentelijk uitwerkingsplan van een bestemmingsplan of omgevingsplan, zoals in Den Haag, bij het gebiedspaspoort Junopark en in de gemeente Houten. In beide gevallen is geen sprake van strijdigheid met een geldend bestemmingsplan of omgevingsplan. Het gebiedspaspoort wordt als volgt omschreven: “Op basis van bovenstaande kaders en uitgangspunten hebben de marktpartijen en de gemeente massastudies en voorbeelduitwerkingen opgesteld om te bezien wat mogelijk is binnen de geldende kaders, welk indicatief programma dit zal opleveren en in hoeverre er sprake is van financiële haalbaarheid. In deze fase betreft het massastudies en nog geen gebouwontwerp. Het gebied Junopark is een pilot waarvoor de gemeente subsidie heeft ontvangen van Binnenlandse Zaken. In de woondeal Zuidelijke Randstad is overeengekomen dat de gemeente Den Haag in het kader van de studie naar alternatieve bekostiging van gebiedsontwikkeling
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
8
en mobiliteit dit experiment start. Hier wordt onderzocht in hoeverre een nieuw publiekrechtelijk instrument mogelijkheden biedt om kosten voor de gebiedsontwikkeling bij de gezamenlijke ontwikkelende partijen en gebruikers neer te leggen. Conform de moties ‘Gebiedspaspoorten ontwikkelingsplan Binkhorst’ en ‘Gelijk speelveld bij de totstandkoming van gebiedspaspoorten’ is bijgaand conceptgebiedspaspoort opgesteld en wordt het gebiedspaspoort vrijgegeven voor participatie, worden de omliggende bewoners en bedrijven om advies gevraagd. De adviezen worden betrokken bij het definitief maken van het gebiedspaspoort. Het definitieve gebiedspaspoort zal vervolgens ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Over het definitieve gebiedspaspoort zullen de betrokken bewoners en bedrijven geïnformeerd worden. Daarmee is dan ook het moment aangebroken om de samenwerkingsovereenkomst aan te gaan waarin marktpartijen en gemeente afspraken maken over de manier van samenwerken in het verdere traject. De insteek daarbij is dat de betrokken marktpartijen in ontwikkeling van al het vastgoed te doen. Het gebiedspaspoort is het stedenbouwkundige kader voor de ontwikkeling van het gebied. Er wordt een indicatie gegeven van hoe de buitenruimte er uit kan komen te zien. Het vastleggen van de private, publieke en openbare buitenruimte wordt gedaan in de voorlopige ontwerpfase.
En er zullen afspraken worden gemaakt over gronduitgifte, beheer en onderhoud.” Dat citaat brengt hij naar voren om een beeld te schetsen hoe andere gemeenten samenwerken met ontwikkelaar, maar waarbij er in die fase nog geen overeenkomsten of bouwplannen met hen worden afgesloten voorafgaand aan de vaststelling van het gebiedspaspoort. Zaken als anterieure overeenkomsten komen pas ver daarna. Bij de term ‘anterieure overeenkomst’ is het de vraag waarop die vooruitloopt. Hij is alleen anterieure overeenkomsten tegengekomen vooruitlopend op een definitieve bouw- of omgevingsvergunning. Daarin worden alleen afspraken gemaakt over financiële bijdragen aan de grondexploitatie en de verrekening van planschade als gevolg van een besluit over een plan. Een anterieure overeenkomst vooruitlopend op het beleidsdocument waaraan het onderwerp van de anterieure overeenkomst nog getoetst moet gaan worden is hij nergens anders tegengekomen dan in Capelle. Het specifieke aan het Capelse gebiedspaspoort is dus de combinatie met een bijzondere soort anterieure overeenkomst die al voorafgaand aan het gebiedspaspoort wordt afgesloten en zich niet beperkt tot het verhaal van door de gemeente te maken kosten in de grondexploitatie, dan wel het regelen van planschade bij een vastgesteld beleidsplan.
Hierin staat: “De gemeente zal zich tot het uiterste inspannen dat de in lid 1 bedoelde vergunning wordt verleend en zal daarbij trachten te voorkomen dat vertraging optreedt bij de be- of afhandeling van aanvragen en daarmee de verband houdende procedures.” Hij vraagt de wethouder waarom de gemeente ervoor heeft gekozen om eerst een anterieure overeenkomst af te sluiten voordat het gebiedspaspoort is vastgesteld en waarom al een keuze is gemaakt voor deze ontwikkelaar. Afgezien van de vraag of die handelwijze verenigbaar is met artikel 2.4 van de Algemene wet bestuursrecht vraagt hij zich af of die handelwijze ook verstandig is. Die handelwijze kan bij derden, zoals bij insprekers en participanten, tot de verdenking leiden van een ongelijke behandeling, wat niet bevorderlijk is voor het bereiken van consensus over de wenselijke bebouwing van het gebied, wat in dit geval ook gebeurd is. Dat leidt weer tot verzet en vertraging van de plannen. Vervolgens wordt het lastig voor de gemeenteraad om vast te stellen in hoeverre de gemaakte keuzes in het gebiedspaspoort zijn gemaakt op basis van overwegingen van algemeen belang, dan wel zijn ingegeven door een particulier belang van de ontwikkelaar.
Doordat de wethouder zich erop vastlegde zich tot het uiterste in te spannen om vergunningen voor het bouwplan van de ontwikkelaar te zullen verlenen manoeuvreert de gemeente zich in zijn visie in een tunnelvisie, waarin geen ruimte meer is voor nieuwe inzichten of plannen van andere ontwikkelaars. Zo hebben de insprekers in deze vergadering en de hoorzitting gewezen op problemen op het gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw verband houdend met de nu geldende bestemming gemengd in het gebied, die spanning oplevert met de gewenste woningbouw. De wethouder heeft daarmee helemaal niets gedaan, omdat hij zich al had vastgelegd op dit bouwplan. Tot slot gaat hij in op het punt van de concurrentie. Door concurrerende ontwikkelaars bij voorbaat uit te sluiten is er ook geen prikkel meer voor de ontwikkelaar om met een zeer gunstige aanbieding te komen. Mogelijk krijgt de gemeente te weinig waar voor haar geld. Dat is achteraf niet meer vast te stellen. GroenLinks heeft daarom een motie ingediend waarin een aantal verzoeken aan het college zijn geformuleerd om tot een planontwikkelprocedure te komen, waarin niemand bij voorbaat wordt buitengesloten en er een open en transparant ontwikkelproces kan plaatsvinden. De verzoeken zijn:
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
9
1. een eventueel voornemen tot afwijking van de door de raad vastgestelde beleidskaders terstond aan de raad te melden; 2. vooruitlopend daarop geen overeenkomsten te sluiten met partijen die in strijd zijn met de geldende kaders; 3. alleen onafhankelijk adviseurs te betrekken bij het opstellen van een beleidsplan, eventueel geïnspireerd door een open ideeënforum; 4. altijd een analyse bij te voegen van alle relevante inhoudelijke aspecten en bij de afwegingen die hebben geleid tot het concept-beleidsdocument, waartoe bij gebiedsplannen altijd aspecten van planologie, ruimtelijke ordening en stedenbouw behoren; 5. gebiedsgrenzen zodanig ruim te kiezen dat alle percelen, van waaruit gebruik wordt gemaakt van het gebied daarin zijn opgenomen; 6. altijd alle betrokkenen conform de wettelijke inspraak en participatie tijdig uit te nodigen om van hun recht gebruik te maken, waartoe in geval van gebiedsplannen in ieder geval alle rechthebbenden gevestigd in het plangebied behoren; 7. een volledig en voortschrijdend verslag van alle inbreng van betrokkenen gedurende het gehele ontwikkelproces en de afwegingen over de omgang ermee doorlopend openbaar raadpleegbaar te houden. De heer VAN BUUREN is verrast door de nu al aangekondigde motie en lijkt het betoog van de heer Raadsen in belangrijke mate gebaseerd te zijn op de aanname dat er meerdere ontwikkelaars interesse zouden hebben.
Hij vraagt of de heer Raadsen die aanname kan staven. Ook wil hij weten hoe die aanname zich verhoudt tot het feit dat de gemeente niet alleen te maken heeft met een ontwikkelaar, maar ook met iemand die in elk geval deels eigenaar is van het gebied. De heer RAADSEN vindt de termijn waarin mensen met plannen kunnen komen nog niet afgesloten. Normaal wordt die termijn pas geopend na vaststelling van het gebiedspaspoort. Dan kunnen allerlei gegadigden met een plan komen met een aanvraag om een bouw- of omgevingsvergunning. Er kunnen zich alsnog allerlei kandidaten aandienen om met een plan te komen. Deze weg is eigenlijk bij voorbaat nu al afgesloten door de handelwijze van de gemeente. Er waren nog meer eigenaren, die misschien alsnog met een voorstel of plan kunnen komen. Zij hebben volgens hem daartoe het recht. Het bevreemdt hem dat eigendom van een perceel het recht geeft op een voorkeurspositie, waarmee andere eigenaren worden uitgesloten. Van dat hele proces klopt naar zijn mening staatsrechtelijk gezien helemaal niets. De heer VAN BUUREN vraagt of andere gegadigden zich tijdig hebben gemeld of zich tijdig hebben kunnen melden. De heer RAADSEN gaat het niet om dit ene geval, maar om een procedure die in Capelle al vaker wordt gevolgd. Het voornemen is om dat in veel nieuwe gevallen ook weer opnieuw te gaan doen.
Zijn motie is erop gericht om aan die procedure als zodanig in het algemeen een einde te maken, los van de vraag of zich bij dit gebiedspaspoort eventuele andere gegadigden willen aandienen. De heer VAN BUUREN begrijpt dat het bezwaar van de heer Raadsen zich erop richt dat de gemeente een anterieure overeenkomst opstelt, met daarin de voorwaarde dat die pas van kracht is op het moment dat de raad instemt met het onderliggende besluit, waarop die overeenkomst is gebaseerd: het gebiedspaspoort. De heer Raadsen wil dat processen volledig seriegeschakeld worden in plaats van deels parallel geschakeld. De heer RAADSEN bevestigt dat. Mevrouw DEN ENGELSMAN richt zich met een vraag tot de heer Van Buuren en informeert naar het door de gemeenteraad op te stellen gebiedspaspoort. Volgens haar is dat een uitnodiging aan de markt om met een plan te komen. De heer VAN BUUREN bevestigt dat. Mevrouw DEN ENGELSMAN is benieuwd hoe de heer Van Buuren het aan te passen gebiedspaspoort ziet, als uitnodiging of als een gesloten boek. De heer VAN BUUREN reageert dat het gebiedspaspoort wel van karakter is veranderd. Begonnen is met de hoop uit te spreken om het voor- en achterterrein samen te nemen. Soms moet men reageren op wat er op een uitnodiging komt, wat in dezen is gebeurd.
Wat er is gekomen is wel een antwoord op de uitnodiging gedaan in 2017, met een invulling voor het voor- en achterterrein. In 2017 is afgesproken dat dan nadere kaders voor het achterterrein te stellen zijn. Dat nu deze ontwikkeling in één keer plaatsvindt vindt hij niet in strijd met het gebiedspaspoort 2017, maar vraagt wel om een verbij-
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
10
zondering van het gebiedspaspoort. Er is dus een situatie zonder een vrij speelveld voor partijen, omdat één ontwikkelaar zich heeft gemeld. Benieuwd is hij naar het antwoord van de wethouder op de vraag of het reëel is dat partijen staan te springen om te gaan ontwikkelen. Mevrouw WEEMHOFF vraagt hoe de heer Van Buuren aankijkt tegen de inspanningen van de ontwikkelaar en de gemeente om bewoners en ondernemers te betrekken bij het plan. De heer VAN BUUREN meent dat de gemeente nu het proces controleert en kijkt of dat afdoende is. Die vraag gaan de commissie en de raad beantwoorden. In juni is de wethouder op pad gestuurd met het verzoek om het participatieproces een zwengel te geven. Het is niet gelukt om volledig tot elkaar te komen met partijen. Ook is er onvrede dat er tussen 2017 en 2019 zo weinig is gebeurd. Die onvrede zal volgens hem deels blijven bestaan en de vraag is in hoeverre het mogelijk is om over de inhoudelijke bezwaren nog tot overeenstemming te komen. Het bevreemdt hem niet dat de wethouder met een gewijzigd gebiedspaspoort terugkomt, omdat hem dat is gevraagd. Zo blijft de raad ook in positie om kaders te stellen. Het gebiedspaspoort richt zich nu wel op één partij, tenzij dat wordt geamendeerd en B6 erin wordt geschreven. Wethouder STRUIJVENBERG gaat in op de vraag over de gang van zaken toen de ontwikkelaar zich meldde en welke lessen worden getrokken.
Voor participatie is een proces te doorlopen en daarover is een motie aangenomen. Ook deze casus biedt input over hoe het moet. Ook hij heeft behoefte aan een uitspraak van de raad daarover. Het kan beter, maar hij vindt niet dat het verkeerd is gegaan. Het is raadzaam het gesprek te voeren over hoe het beter kan, wat kan bij het uitwerken van de aangenomen motie. De anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar doet niets af aan de bevoegdheid van de raad, het gebiedspaspoort vaststellen. Na die vaststelling volgt een bouwplan te bespreken met omwonenden. Dat is eerder gebeurd bij Johannahoeve, waar de raad meegenomen wilde worden. Een dergelijke werkwijze zou ook hier toegepast kunnen worden. De heer VAN BUUREN hoorde de inspreker aangeven dat van het element van 38 woningen in de anterieure overeenkomst nog moeilijk af te wijken is. Wethouder STRUIJVENBERG gaat uit van een maximum van 38 woningen, wat het gebiedspaspoort ook zegt. Minder woningen kan dus ook. Mevrouw Weemhoff zei dat in het gebiedspaspoort van 2017 anders over participatie is gesproken dan wat bewoners in dit proces is gegund. Destijds is gesproken over samen plannen ontwikkelen en een actieve deelname. Dat is op verschillende manieren te doen. Eerst is gesproken met de grondeigenaar en ontwikkelaar en daarna met omwonenden.
Op tal van punten is het plan aangepast, onder meer op het gebied van de bouwhoogte, het aantal woningen op het achterterrein en de afstand van de kavelgrens en de Bermweg. Als iets anders is verwacht wil hij daarbij goed stilstaan. Men kan echter niet zeggen dat er niet is meegedaan en meebeslist. Mevrouw WEEMHOFF vraagt of de wethouder dit een wenselijke wijze van participatie vindt, ook in relatie tot ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. Zij wil weten of participatie een volgende keer weer zo zal gebeuren Wethouder STRUIJVENBERG zegt dat niet per se. Het is een ordentelijke manier om participatie te doen, maar het kan beter en het lijkt hem nuttig om dat te bezien bij het uitwerken van de motie over participatie. Dat een niet waar te maken toezegging is gedaan werpt hij ver van zich. Er is gesproken met een ploteigenaar vanwege de gewenste integrale ontwikkeling. Dat is gelukt en dat vindt hij fijn, omdat de locatie voor de raad al sinds 2013 prioritair is. Mevrouw DEN ENGELSMAN is benieuwd waarom destijds niet is aanbesteed als het gebied prioriteit heeft, eventueel gelijk met het ’s-Gravenweteringpark. Mevrouw WEEMHOFF reageert op het beroep van de wethouder op het belang van de ontwikkellocatie en dat daarom het gesprek over de vormgeving van de bouwplannen niet voldoende aandacht zou krijgen. De raad zou dat maar moeten accepteren vanwege het belang van daar bouwen.
Die suggestie werpt zij ver van zich. Het lijkt haar niet goed als de gemeenteraad doet alsof er slechts één ontwikkelaar is. Dat is namelijk nog maar zeer de vraag. Bouwgrond is nu zeer schaars en er wordt zeer graag gebouwd. Zij gelooft daarom niet dat er maar één ontwikkelaar die in het gebied zou willen bouwen. Wethouder STRUIJVENBERG heeft dat ook niet gesuggereerd, maar wel wil de raad al jaren op de locatie aan de slag te gaan. Die mogelijkheid dient zich nu aan en daarom is hij blij.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
11
In het gebiedspaspoort 2017 staat de ambitie van een integrale ontwikkeling. Hij kan echter geen gronden aanbesteden die niet van de gemeente zijn. Mevrouw DEN ENGELSMAN meent dat in het gebiedspaspoort vermeldde te gaan aanbesteden, een uitnodiging naar de ontwikkelende partijen. Zij vraagt waarom dat niet is gebeurd. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat het voorterrein aanbesteed had kunnen worden, omdat dat gemeentelijk gebied is. De wens in 2017 was echter om het achterterrein ook te betrekken. Dat is echter niet van de gemeente, zodat aanbesteden daar niet kan. Mevrouw DEN ENGELSMAN wil weten waarom de raad niet constant op de hoogte is gehouden van ontwikkelingen. Als niet kon worden aanbesteed had de wethouder naar de raad moeten terugkomen en zeggen dat ontwikkeling op een andere manier moet gebeuren. Wethouder STRUIJVENBERG kan het voorterrein (B1, B2 en B3) nog steeds aanbesteden als de raad het gebiedspaspoort afwijst en het gebiedsrapport 2017 aanhoudt. Dat lijkt hem echter minder goed en dat was niet de opdracht sinds 2017. Integraal is geen aanbesteding mogelijk. De heer VAN BUUREN vraagt zich af of de raad op het verkeerde been is gezet. Die ging uit van aanbesteding, die eigenlijk maar voor de helft van het gebied kan gelden, wat niet opportuun is.
Wethouder STRUIJVENBERG meent dat de raad met het vaststellen van het gebiedspaspoort in 2017 heeft gezegd dat het mooi zou zijn in elk geval B1, B2 en B3 te ontwikkelen en het nog fijner zijn dat ook het achterterrein wordt betrokken. Toen was het voor iedereen helder dat het achterterrein niet kon worden aanbesteed, omdat dat niet van de gemeente is. Daarom waren er ook heldere spelregels voor het voorterrein en algemene uitgangspunten voor het achterterrein. Dat was al in 2017 bekend, zodat de raad niet op het verkeerde been is gezet. Dat is besloten in het gebiedspaspoort waartegen de raad in 2017 ja heeft gezegd. De heer EILANDER vraagt zich af of de raad eigenlijk het college een onmogelijke opdracht heeft meegegeven, waarbij consequenties niet waren te overzien. Wethouder STRUIJVENBERG weet dat niet, maar de opdracht was niet onmogelijk, omdat een nieuw gebiedspaspoort inclusief achterterrein voorligt. Er zijn nu ook duidelijke spelregels voor het achterterrein te maken om tot een ontwikkeling te komen. Alles gaat dus eigenlijk zoals in 2017 was gehoopt. Dat is an sich mooi. De heer EILANDER reageert dat waarschijnlijk niet goed op zijn netvlies te hebben gehad, maar daarmee wel te moeten dealen. Mevrouw KING-DE HOOG kan zich de discussie destijds over het voor- en achterterrein nog wel herinneren.
Mevrouw DEN ENGELSMAN herinnert zich die discussie eveneens, maar ook dat het CDA destijds heeft tegengestemd. In mei 2017 herinnert zij zich ook een bijeenkomst met veel ontwikkelaars, waarbij ook is geadviseerd bij eventuele aanbesteding dat apart voor het ’s-Gravenweteringpark en de Capelseweg te doen. De heer TIESMA valt mevrouw Den Engelsman bij en is van mening dat bij geen aanbesteding een stap terug naar de raad of commissie gezet had moeten worden, vanwege afwijking van gemaakte afspraken. Wethouder STRUIJVENBERG is geneigd te zeggen het daarmee niet eens te zijn vanwege de in 2017 geformuleerde ambitie die nu grotendeels te realiseren is. Dat is goed nieuws. Als dit het beeld is bij een aantal commissieleden had hij dat in juni 2020 moeten horen. Hij is het niet eens met de opmerking van mevrouw Den Engelsman dat zaken worden opgerekt. De bouwhoogte van B3 is namelijk verlaagd, het aantal woningen op het achterterrein is verlaagd, de vrijstaande woningen komen verder naar achteren te staan, een bebouwingsvrije zone is toegevoegd, gestapelde woningen op het achterterrein zijn geschrapt en bewoning op het achterterrein komt verder van de kavelgrens af. Op basis van deze voorbeelden wordt er dus niet alleen maar opgerekt. De heer Eilander gaf aan dat bedrijven hebben geprobeerd met de gemeente in contact te komen. Dat heeft de gemeente ook geprobeerd.
Op 13 januari 2017 was er om 13.30 uur in kamer 601 van het gemeentehuis een inloopmogelijkheid voor bedrijven. Bij geen interesse is de gemeente verder gegaan met wat er wel kan. De opbrengst van de hoorzitting is dat hij over verhuizing of kavelruil opnieuw het gesprek aangaat. Dat bedrijven niks wisten en verrast waren onderschrijft hij dus niet. Een extra consultatie wil hij vormgeven nadat het gebiedspaspoort is vastgesteld. Het bouwplan wordt dan ten behoeve van de invulling van het gebiedspaspoort besproken. Voor het voorliggende gebiedspaspoort waren er al tien participatiemomenten. Nog een moment erbij voegt zijns inziens niet zoveel toe.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
12
B4 en B5 worden niet hoger met het voorliggende gebiedspaspoort en het aantal woningen op het achterterrein is naar aanleiding van bewonerswensen al omlaag gegaan. Hij is het dan niet met een bewoner eens dat het plan nog te massaal is. De heer RAADSEN vindt dat geen reden om mensen dan opzij te schuiven en wil inspraakreacties met argumenten omkleed laten beantwoorden. Wethouder STRUIJVENBERG heeft tien minuten lang met de betrokken inspreker op de locatie gesproken. Daarvan is geen verslag. Zienswijzen en een nota van beantwoording zijn wel vastgelegd. De heer RAADSEN wil als raadslid achteraf nalezen wat de verzoeken waren en met welke argumenten die zijn afgekeurd. Hij verzoekt de wethouder in de toekomst alle inspraakreacties te verantwoorden en publiekelijk zichtbaar laten zijn wat het gemeentelijke antwoord daarop is. Anders kan de raad onmogelijk zijn rol spelen, beoordelen of het algemeen belang gediend is en in hoeverre particuliere belangen zijn geschaad. De heer TIESMA heeft een gebiedsconsultatie gesuggereerd, omdat hij bij een heleboel mensen onvrede heerst over het proces en de vaststelling het gebiedspaspoort. Voor raadsbehandeling wil hij nog een keer met mensen laten spreken en bezien welke de mogelijkheden zijn, zodat alle neuzen dezelfde kant op staan.
Wethouder STRUIJVENBERG verklaart zich daartoe niet bereid en wil niet de illusie wekken dat iedereen het met elkaar eens wordt hoe langer er wordt gepraat. Tien inspraakmomenten lijken hem voldoende. Met inspraak is veel gedaan. Verwachtingen over het proces waren kennelijk anders en een heleboel wensen zijn verwoord in het gebiedspaspoort. Een aantal wensen is niet gehonoreerd. Een aantal wensen hoort pas bij het bouwplan thuis en daarover vindt dan weer participatie plaats. De heer TIESMA geeft toe niet iedereen tevreden te kunnen stellen, maar wil wel alle neuzen dezelfde richting uit krijgen. Wethouder STRUIJVENBERG informeert naar het verschil tussen het met elkaar eens zijn en alle neuzen dezelfde kant op staan. De heer TIESMA wil mensen het gevoel geven dat ze gehoord zijn, welk gevoel ze nu niet hebben. Dat zit hem nu dwars. Tweede termijn reactie portefeuillehouder op hoorzitting 7 januari 2021 en proces De heer SPRUIT heeft niet de indruk dat nog een participatiesessie zaken helemaal anders maakt. Daarom is hij daarvan geen voorstander, ook omdat er al heel veel participatiemomenten zijn geweest. Bij het bouwplan zijn er weer inspraakmomenten. Op een vertraging nu zit hij niet te wachten. Hij is voorstander van het proces zoals de wethouder voorstelt: vaststellen van het gebiedspaspoort door de raad en vervolgens een participatieproces over het bouwplan.
De heer VAN LOEF vindt het goed van de wethouder te horen dat het participatieproces beter had gekund. Daarmee kan men voordeel doen bij het aan de slag gaan met de motie ‘Participatie uit de mist’. Hij vraagt de wethouder wel hoe de gemeente een rol kan spelen bij het in positie brengen van de projectontwikkelaar, zodat een dialoog tot stand komt. De heer TIESMA wil ervoor zorgen weer in gesprek te komen, wat noodzaak is. De heer VAN BUUREN is van mening dat genoeg over het proces is gezegd en begrijpt dat de wethouder dat niet meer wil overdoen, gelet op wat is bereikt en een aantal zaken niet meer te corrigeren is. Wel vraagt hij welke ruimte er in het proces hierna is om betekenisvolle participatie te kunnen organiseren. De ontwikkelaar moet daarin een rol pakken, maar het gemeentebestuur moet ook sturen. Hij wil als raadslid meegenomen worden in hoeverre het participatieproces over het bouwplan gestalte krijgt. Ook wil hij mogelijkheden borgen om te optimaliseren en participatie met ondernemers op gang te brengen om te komen tot ontwikkeling van B6. Beide zijn randvoorwaardelijk inhoudelijk met het gebiedspaspoort om verder te kunnen. De heer VLOT vindt het interessant hoe de wethouder kan meedenken om de ontwikkelaar weer bij de omwonenden en betrokkenen te krijgen.
Hij vraagt zich af of eigenaren van B6 hun gronden aan ontwikkelaars kunnen verkopen die dan weer met een idee kunnen komen.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 1 maart 2021
Pagina:
13
Mevrouw DEN ENGELSMAN betreurt het niet meer spreken met omwonenden en bedrijven voor het vaststellen van het gebiedspaspoort. Van oprekken is volgens haar wel sprake, zoals bij de stijging in bouwhoogte in B5 van 3 tot 7 meter naar 4 tot 10 meter. 35 woningen zijn er nu 38 geworden. Het achterterrein is landelijk gebied met historische polderlinten. Door van landelijk dorps te maken kan men meer woningen ontwikkelen. Dat heeft een grote betekenis voor Capelle, terwijl zij met de historie zuinig wil omgaan. De heer EILANDER heeft door de beantwoording een helder beeld van hoe het college in de casus staat en dat de participatie volgens het college goed is verlopen. Door de aanbesteding is hij op het verkeerde been gezet, een les die hij voor zichzelf heeft getrokken. De vraag is welke ruimte er nog is voor omwonenden en bedrijven om met de ontwikkelaar over het plan aan tafel te zitten. Helder moet worden dat bedrijven op B6 hun bedrijfsvoering goed kunnen uitvoeren, wat hem gerust zou stellen. Zij zouden nog een serieuze kans moeten krijgen om mee te denken. Tot slot wil hij weten welke rol de raad krijgt dat belangen van bedrijven en omwonenden goed worden meegewogen. De heer RAADSEN informeert in hoeverre er nog ruimte is om betekenisvolle participatie te kunnen organiseren.
Hij vraagt waarom de wethouder zich verbonden heeft in de anterieure overeenkomst om zich tot het uiterste heeft ingespannen om te voorkomen dat er vertraging optreedt. Dat klinkt niet als een uitnodiging aan de raad om van zijn bevoegdheden gebruik te maken. In de anterieure overeenkomst staat “overwegende dat de exploitant over wenst te gaan tot het in ontwikkeling nemen van bestaande opstallen en gronden voor de realisatie van 38 woningen, waarvan 4 twee-onder-een-kapwoningen, 16 rijwoningen, 17 appartementen en 1 vrijstaande woning met bijbehorende voorzieningen, waaronder 72 parkeerplaatsen en 36 inpandige fietsparkeerplekken”. Hij vraagt waarom in deze fase van de planontwikkeling deze zaken zo gedetailleerd opgesomd worden. Kennelijk is het de intentie om het plan volstrekt ongewijzigd door te drukken tegen alles in. Hij twijfelt dus ernstig aan de oprechtheid van de wethouder of diens voorgangers dat alles nog open zou zijn aan de raad om te veranderen. Het verwarmt hem dat de wethouder zegt dat er na het aannemen van het plan nog allerlei ruimte is om in te gaan op bezwaren en zo nodig aanpassingen te doen, bijvoorbeeld om problemen op het gebied van ruimtelijke ordening weg te nemen.
Hij herhaalt zijn vraag of een dergelijke overeenkomst met de toezegging medewerking aan een bouwplan te verlenen en gemeentelijke grond aan een gegadigde te verkopen ook af te sluiten is met een andere gegadigde. Als dat niet het geval is kan sprake zijn van het uitsluiten van andere projectontwikkelaars. Voorts begrijpt hij niet waarom de gemeente ervoor heeft gekozen om eerst een anterieure overeenkomst af te sluiten voordat het gebiedspaspoort is vastgesteld en waarom de keuze is gemaakt voor deze ontwikkelaar. Volgens hem is er geen reden om dat in deze fase al te doen. Wethouder STRUIJVENBERG gaat in op de vraag welke ruimte er nog is na vaststelling van het gebiedspaspoort. De bevoegdheid van het vaststellen van een gebiedspaspoort is aan de raad en het college heeft de bevoegdheid om een bouwvergunning te verlenen. Daaraan verandert een anterieure overeenkomst niets. De raad kan alle wijzigingen aanbrengen in het gebiedspaspoort en is nog vol in positie. In de anterieure overeenkomst staat ook een voorbehoud van vaststelling van het gebiedspaspoort door de gemeenteraad. De heer RAADSEN gaat het om geloofwaardigheid. Enerzijds wordt gezegd dat de raad nog alle ruimte heeft om alles aan te passen en anderzijds wordt er een overeenkomst gesloten met één ontwikkelaar waarin zaken gedetailleerd zijn geregeld.
Het is dan ongeloofwaardig om te vinden dat de raad nog iets in de melk te brokkelen heeft. Wethouder STRUIJVENBERG stelt dat de raad voor het vaststellen van het gebiedspaspoort alles daarover te zeggen heeft. Hij is daarvan afhankelijk en de geloofwaardigheid is er. Zonder gebiedspaspoort is er geen geldige anterieure overeenkomst. Niet helemaal ongebruikelijk is detailzaken al te benoemen in een anterieure overeenkomst. De heer RAADSEN vraagt daarvan voorbeelden te noemen buiten Capelle.