02.01 - Conceptverslag commissie BVM 17 mei 2021
Tekst van het document
Mooi vindt hij dat bij voorwaarde 4 is aangegeven dat het financieren van onderzoek ook kan worden gezien als een vorm van investering. Ook goed is het om te lezen dat met voorwaarde 4 de mogelijkheid voor het vormen van een duurzaamheidsfonds open staat. In het verlengde daarvan is de SGP benieuwd of bij het besteden van het Eneco-geld een grotere focus kan worden gelegd op het investeren in duurzaamheid. Wellicht heeft de portefeuillehouder ideeën over hoe dat in te bedden is in de kaders van het fonds. De heer GEISSLER is van mening dat het vierde kader enigszins onscherp is. Onder beoogd maatschappelijk rendement valt een heleboel en dat wordt ook in het raadsvoorstel uitgewerkt. Misschien dat op twee punten nog een nadere concretisering zou kunnen plaatsvinden. Enerzijds door een specifiek aantal beleidsvelden te benoemen waarvoor hoog maatschappelijk rendement zou kunnen gelden. Daarop vraagt hij een reactie van de wethouder. Anderzijds vraagt hij de wethouder of het burgerpanel in te schakelen is om hoog maatschappelijk rendement te toetsen. De heer BREEPOEL kan zich vinden in het leidende principe om Eneco-gelden in te zetten om een bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen van Capelle of een maatschappelijk belang te dienen.
De SP vindt het belangrijk dat een groot deel van de gelden aan duurzaamheid wordt besteed en is er dan ook voorstander van om de gelden te gebruiken om een duurzaamheidsfonds te vormen. Mevrouw DEN ENGELSMAN kan zich eveneens goed vinden in de kaders voor besteding van de Eneco-gelden. Zij is blij met de permanente voorwaarden en vooral dat de gelden niet gebruikt worden voor het oplossen van begrotingsknelpunten. Er zijn mogelijkheden voor een duurzaamheidsfonds. Zij worstelt nog wel met een hoog maatschappelijk rendement en vraagt de wethouder of ten aanzien van meerjarig rendement, duurzaamheid en beleidsvelden nog stappen te zetten zijn om die zaken iets meer aan te scherpen, zodat er meer uitgangspunten zijn als de raad een voorstel gaat bekijken. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES ziet een mooi resultaat van samenwerking tussen de wethouder, raadsleden en ambtenaren voorliggen, wat tot kaderstelling heeft geleid. Zij vindt dat mooie stappen zijn gezet en dat het goed is dat het resultaat langs de commissie komt. Zij begrijpt de gestelde vragen over het aanscherpen van maatschappelijk belang en maatschappelijk rendement. Bij kaderstelling moet men echter ook accepteren dat er ruimte gegeven moet worden en later nog afwegingen kunnen volgen. Dat geldt ook voor venture capital. Gezegd is eerst te luisteren naar mensen die daarmee ervaring hebben.
Wat haar betreft is het voorliggende stuk oké genoeg om mee te gaan werken.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 16 van 19
De heer SNIJDERS wijst met betrekking tot het kader van het hoog maatschappelijk belang op de klimaatcrisis en vraagt zich af waarom die niet expliciet in het stuk is genoemd. Een duurzaamheidsfonds kan een stap zijn om als Capelle een steentje bij te dragen aan het aanpakken van de klimaatcrisis waartoe er heel grote opgaven zijn. Bij punt 5 over een bijdrage aan investeringen van derden lijkt het erop dat je als bedrijf geld kunt krijgen als je een investering wilt doen. Hij vraagt of de gemeente dan een deel van het rendement krijgt als die investering gaat renderen. Of GroenLinks er veel voor voelt om elke ondernemer met een goed plan een zak geld te geven weet hij nog niet. Wethouder VAN VEEN laat weten dat over venture capital eerst nog een presentatie volgt. De besteding van de € 20 miljoen en het budgetgerecht liggen bij de raad. In relatie tot corona ziet hij van daaruit nog geen geldvraag voortkomen. Volgens de heer Holkamp zouden investeringen maatschappelijk rendement moeten opleveren. De heer HOLKAMP heeft niet gezegd dat er per se rendement moet zijn, maar heeft gesuggereerd dat er een aanscherping van de kaders kan komen, zodat er sprake kan zijn van meerjarig maatschappelijk rendement. Wethouder VAN VEEN wil niet zoiets als een Denk en Doe Mee!-fonds creëren en wil meerdere jaren een belang realiseren. Daarin geeft hij de heer Holkamp gelijk.
Stedin en reserves zijn verschillende zaken en betreffen aparte grootheden. In antwoord op de vraag van de heer Veenema over een grotere focus op investeren in duurzaamheid verwijst hij naar de toelichting op duurzaamheid in kader 4. De heer LANDZAAD herinnert de portefeuillehouder aan diens uitspraak dat de gemeente geen bank is en vraagt of deze nog steeds achter die uitspraak staat in relatie tot een duurzaamheidsfonds. Wethouder VAN VEEN trekt van die uitspraak geen woord terug en voegt eraan toe dat die volledig aansluit bij de gedachtegang van het college. Een burgerpanel inschakelen om hoog maatschappelijk belang te toetsen is mogelijk, maar de vraag is wat men daarmee bereikt als men dat niet wil of er maar een paar mensen op af komen. De beoordeling of sprake is van een hoog maatschappelijk belang laat hij liever aan de raad over, omdat raadsleden precies weten hoe ze daarmee moeten omgaan. Een geldvraag in relatie tot corona heeft hij nu nog niet in beeld. Volgens de VOORZITTER hoeft dat ook nog niet. De heer Snijders informeerde niet naar kosten gerelateerd aan de coronacrisis, maar heeft gevraagd waarom de coronacrisis wel als voorbeeld voor een bijdrage uit de reserve is genoemd, maar de klimaatcrisis niet. Wethouder VAN VEEN heeft geen enkel beeld bij het besteden van Eneco-gelden voor het bestrijden van de klimaatcrisis.
Hij ziet echter graag een voorstel tegemoet over hoe de klimaatcrisis te bestrijden met de middelen in de reserve. In reactie op de suggestie van de heer Geissler om specifieke beleidsvelden te noemen in relatie tot een hoog maatschappelijk rendement deelt hij mede dat hij daarbij geen beeld heeft. De heer Geissler heeft echter wel de vrijheid om een voorstel te doen en daarbij een beleidsveld te noemen. De vraag van de heer Snijders of de gemeente ook deelt in het rendement als investeringen met een gemeentelijke bijdrage gaan renderen beantwoordt hij bevestigend. Als een dergelijke situatie zich voordoet zullen afspraken worden gemaakt over een mogelijk toekomstig rendement. Tweede termijn De heer SNIJDERS erkent dat Capelle de klimaatcrisis niet zal oplossen, maar wel is de gemeente verplicht om een duit in het zakje te doen teneinde in elk geval de gevolgen van de klimaatcrisis zo goed mogelijk te beperken. Ook moet de gemeente de gevolgen van de coronacrisis in Capelle zo goed mogelijk beperken. Die parallel vindt hij goed te trekken. De gemeente kan blijkbaar wel investeringen van derden bekostigen waarbij de gemeente ook rendement ontvangt. De stelling dat de gemeente geen bank is klopt misschien wel, maar als het niet om duurzaamheidsdoelen gaat is er ineens veel meer mogelijk dan wanneer het wel om duurzaamheidsdoeleinden gaat.
Dat vindt hij bijzonder en hij is benieuwd wat de wethouder daarvan vindt. Als voorbeelden van duurzaamheidsinvesteringen die de klimaatcrisis beperken denkt hij aan investeringen in goede fiets- en wandelinfrastructuur. Daarvoor maakt de gemeente nu niet zo heel veel geld vrij.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 17 van 19
Die investeringen passen dan ook weer bij het maatschappelijke belang. Het rendement van een fietspad is dat meer mensen fietsen en dat brengt gezondheidsvoordelen met zich mee voor alle Capellenaren. Het leidt ook tot minder stikstof- en fijnstofuitstoot, wat beter voor eenieder is. Hij denkt dat wethouder Van Veen als wethouder voor duurzaamheid misschien diens huiswerk niet goed heeft gedaan. Als men in het onderwerp duikt zijn er volgens hem legio goede ideeën te bedenken, en daarbij wil hij graag behulpzaam zijn. De heer JANSON moet het van het hart dat het nu alleen over de kaders gaat en niet over waaraan precies het beschikbare geld wordt uitgegeven. Als dat wel zo zou zijn, zou hij in tweede termijn nog wel honderden voorbeelden kunnen noemen, wat naar zijn mening niet de bedoeling is. De heer SNIJDERS is het volledig met de heer Janson eens. Wethouder Van Veen daagde hem echter uit een aantal voorbeelden van inzet van Eneco-geld voor duurzaamheidsinvesteringen te noemen en daarbij kan hij wel een zetje in de goede richting geven. De heer HOLKAMP komt terug op de opmerking van de wethouder dat de te creëren reserve van € 20 miljoen iets heel anders is dan de investering in Stedin. Dat verschil ziet hij veel minder. Nu ziet hij alvast dat er € 20 miljoen wordt gereserveerd om uit te geven. Ook gaat de gemeente nog geld aan Stedin uitgeven.
In discussies van de werkgroep SIR wilde een aantal partijen een bedrag van rond de € 58 miljoen aan de vaste reserves toevoegen, om er zeker van te zijn het dividendverlies te kunnen compenseren door minder rentebetalingen te doen. Hij is benieuwd of deze partijen in de discussie over de jaarstukken hun destijds gemaakte opmerkingen zullen blijven herhalen, of dat zij ineens een ander beeld hebben van de financiën in Capelle. Mevrouw DEN ENGELSMAN ziet ook bij andere gemeenten dat Eneco-opbrengsten in een reserve terechtkomen, waaruit voor Stedin geld wordt gehaald. Het terugkomend dividend gaat dan weer in een duurzaamheidsfonds. Het CDA wil nog verder spreken over een hoog maatschappelijk rendement. De heer VEENEMA vraagt of er meer aandacht voor duurzaamheid kan worden ingebed in de kaders van de Eneco-gelden. Wellicht kan er omtrent duurzaamheid een proces worden voorgesteld, waarbij het college met concrete aanbevelingen komt voor investeringen in duurzaamheid, waarop de raad dan kan reageren. Het gaat hem dus om meer aandacht voor duurzaamheid in te bedden in de kaders van de besteding van de Eneco-gelden. Hij vraagt niet om concrete voorstellen om het geld aan uit te geven. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat het college momenteel geen proces voor duurzaamheidsinvesteringen heeft voorliggen, omdat het eerst de voorliggende regels wil laten vaststellen.
Hij doet dus hierop geen toezegging. Na goedkeuring van de kaders voor de aanwending van de Eneco-gelden door de raad kan de commissie verder spreken. De VOORZITTER vat samen dat de commissie instemt met het stuk en de voorgelegde kaders, waarbij het gesprek ging over het aan de voorkant lastig definiëren van hoog maatschappelijk rendement. Besproken is welke aanscherpingen er zouden moeten komen, hetzij met het woord ‘meerjarig’ of op andere manieren, zoals de PvdA aangaf. In het licht van de daarover gevoerde discussie vindt hij het lastig om te zeggen dat het voorstel op dit moment voldoende is uitgediscussieerd. Hij concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid, tenzij een van de fracties op korte termijn laat weten het toch als bespreekstuk te willen beschouwen. 12. Jaarstukken GR IJSSELgemeenten 2020, Begrotingswijziging 2021 en Begroting 2020–2023 De VOORZITTER deelt mee dat het voorstel is om over de begrotingsstukken geen zienswijze in te dienen en de jaarrekening voor kennisgeving aan te nemen. De heer HOLKAMP wijst erop dat het afgelopen coronajaar ook voor de IJsselgemeenten extra werk heeft opgeleverd. Soms was sprake van andere werkwijzen en behandeling van ad hoc-zaken. De medewerkers complimenteert hij met de goed verlopen werkzaamheden.
Er is nog geen goedkeurende verklaring in verband met de controle van de uitgaven in het kader van de Tozo-regeling en hij vraagt of die verklaring er voor de raadsbehandeling wel zal zijn en of de wethouder de raad daarvan op de hoogte wil houden.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 18 van 19
De reserve ESF levert het risico van mogelijke betaling van vennootschapsbelasting door IJsselgemeenten op en hij is benieuwd waarom dan toch voor deze handelwijze is gekozen en het geld niet in een reserve is gestopt, maar is verdeeld over de gemeenten met de waarschuwing dat eventueel geld zal moeten worden bijbetaald. Volgens de eerste begrotingswijziging is extra geld nodig om meer mensen in de FIP-aanpak (Frequent, Intensief, Persoonlijk) te krijgen en het vrijwilligerswerk verder te versterken. Hij vraagt waarom die zaken vorig jaar niet in de begroting zijn meegenomen. Toen was het werken met de FIP-aanpak namelijk al bekend en die aanpak is in 2019 ook geëvalueerd. Voorzienbaar was dat daarmee verder zou worden gegaan. Tot slot informeert hij naar een meerjarenplan op ICT-gebied, vraagt hij welke veranderingen worden voorzien en welke kosten die met zich gaan meebrengen. Veel is namelijk redelijk goed planbaar, zodat hij benieuwd is of de raad een meerjarenplan kan worden voorgelegd. De heer LANDZAAD geeft de commissie Verbonden partijen de vraag mee hoe besturen van gemeenschappelijke regelingen te verleiden zijn om zelf wat meer highlights uit hun stukken te benoemen om de grip van de gemeenteraad te versterken, wat bijvoorbeeld de VRR heeft gedaan. IJsselgemeenten vraagt slechts om een zienswijze. Er is om 3 extra fte gevraagd, waarvan 2 voor de FIP-aanpak.
De FIP-methode is in 2019 geëvalueerd. De methode blijkt effectief gezien de positieve en significante effecten van klantcontacten en de goede reacties van uitkeringsgerechtigden ten aanzien van de klantcontacten. Uit deze opmerkingen uit de evaluatie concludeert de VVD echter niet dat FIP eraan bijdraagt om mensen aan het werk te krijgen. Het gaat om een groep van 500 bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidmarkt. Hij vraagt zich af of de FIP-werkwijze er daadwerkelijk aan bijdraagt om hen te activeren voor de arbeidsmarkt. In een gemeentelijke rapportage van het vierde kwartaal van 2020 staat over FIP vermeld dat het lastig is om de concrete resultaten te benoemen, omdat de voortgang in heel kleine stapjes gaat. Het enige dat over de FIP-deelname is te zeggen is dat klanten voortgang hebben geboekt op de zelfredzaamheidsmatrix. De onderbouwing van de extra fte vindt hij daarom wat mager en hij vraagt zich af of daarover iets in de zienswijze moet worden vermeld. Spreker is benieuwd naar de zienswijze van de portefeuillehouder en de andere commissieleden daarop. Wethouder VAN VEEN laat weten dat hij als bestuurder gaat over de cijfers en niet over de inhoud. Zijn collega mevrouw Westerdijk is voorzitter van de GR IJsselgemeenten en is inhoudelijk wethouder. Hij weet dus niet waar de FIP-regeling over gaat.
De heer LANDZAAD zegt daarover ook contact te zullen opnemen met portefeuillehouder Westerdijk. De VVD is niet tegen het activeren en re-integreren van mensen uit de bijstand, maar vraagt zich aan de hand van de stukken af of de FIP-methode daarvoor de goede aanpak was. De evaluatie uit 2019 wordt eigenlijk tegengesproken door een veel latere kwartaalrapportage die zegt dat de FIP-methode niet goed te meten en een beetje lastig is. Mevrouw DEN ENGELSMAN sluit zich aan bij de complimenten van de heer Holkamp. Een aantal mensen is in coronatijd gestegen op de participatieladder. De instroom iets boven het landelijk gemiddelde baart haar wel zorgen (4% in plaats van 2,8%). Blij is zij met de uitstroom van een aantal jongeren naar school. Ook is zij blij met de maatwerkgerichte aanpak van de FIP-methode. Kleine stapjes kunnen op termijn weer tot werk leiden. Soms kan sprake zijn van een langdurig traject, maar het CDA wil daarin blijven investeren. Ook zij heeft bij ICT behoefte aan een meerjarenplan, dat de raad inzicht kan geven. Ten aanzien van ICT-investeringen wil zij niet alleen de discussie voeren over de vraag hoe de Capelse uitgaven zich verhouden tot de landelijke uitgaven. Zij wil ook kijken naar de opbrengsten van die investeringen en welk rendement daaruit voortkomt. Misschien is dat terug te zien in volgende begrotingsstukken.
Zij betreurt het dat wethouder Westerdijk niet in de vergadering aanwezig is om een inhoudelijke discussie te voeren. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich met name aan bij de vragen van D66. Door de coronacrisis is het doel niet gehaald om mensen aan het werk te krijgen. Een aantal mensen vond wel werk vanuit de bijstand, maar ook zagen 22 mensen af van een uitkering, terwijl er 29 jongeren teruggingen naar school. Hierdoor zijn er nog eens 51 uitkeringen beëindigd. Zij vraagt zich af of dat zij dat een succes kan noemen, of dat het reden is tot zorg. De vraag is namelijk waar deze mensen zijn gebleven, hoe het met ze verder gaat en of ze ergens anders zijn aangemeld.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 19 van 19
De heer JANSON las dat de aanbesteding voor nieuwe laptops is afgerond en breekt een lans om de oude laptops en iPads bijvoorbeeld aan mensen beschikbaar te stellen die gebruik van de voedselbank maken. De heer VEENEMA is positief over de aanvraag voor 3 fte’s, omdat die fte’s direct gelieerd zijn aan het activeren en re-integreren van mensen in de bijstand. Verder is hij het eens met de gevraagde beslissing. Wethouder VAN VEEN kan slechts de vragen over ICT beantwoorden, omdat dat thema tot zijn portefeuille behoort. De heer Holkamp vroeg om een meerjarenplan en de heer Janson is er voorstander van om oude laptops beschikbaar te stellen voor mensen die gebruik maken van de voedselbank. De overige vragen zou wethouder mevrouw Westerdijk moeten beantwoorden. Hij is slechts verantwoordelijk voor het cijfermateriaal, de balans en de verlies- en winstrekening. Een ICT-meerjarenplan voorleggen noemt hij lastig, omdat de GR IJsselgemeenten ook voor de gemeente Krimpen aan den IJssel werkt. Die gemeente kan andere dingen aanvragen dan Capelle. Dat neemt niet weg dat nu grote investeringen worden gedaan, omdat contracten verlopen et cetera. Hij weet dat oude laptops werden weggegeven aan een charitatieve instelling, maar hij weet niet meer welke instelling dat was. De niet meer gebruikte laptops aan een voedselbank geven lijkt hem een prachtig plan.
De directeur van GR IJsselgemeenten heeft hem gevraagd een bedrag te reserveren vanwege het risico op vennootschapsbelasting. Dat risico vindt hij echter vrij beperkt. Op de vraag of de goedkeurende verklaring over de Tozo er voor raadsbehandeling zal zijn kan hij geen zekerheid geven. De Tozo is in alle gemeenten een probleem vanwege daaraan verbonden spelregels. De VOORZITTER deelt mede dat de nog niet beantwoorde vragen over het voorstel in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 18 mei 2021 aan wethouder mevrouw Westerdijk gesteld kunnen worden. De vraag over het format van de uitvraag naar mogelijke zienswijzen zal hij doorgeleiden naar de voorzitter van de commissie Verbonden partijen. Tweede termijn De heer HOLKAMP vraagt of de wethouder bereid is met de GR IJsselgemeenten het gesprek aan te gaan om te zorgen dat de gemeenteraad zicht krijgt op een ICT-meerjarenplan. Wethouder VAN VEEN verklaart zich daartoe bereid. Mevrouw DEN ENGELSMAN herhaalt haar vraag om in het vervolg ook te laten zien wat de toegevoegde waarde is van nieuwe investeringen. Wethouder VAN VEEN zal die vraag eveneens meenemen naar het gesprek met de GR IJsselgemeenten. De VOORZITTER constateert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 31 mei 2021. 13. Rondvraag wethouder Van Veen Er zijn geen vragen voor wethouder Van Veen. 14.
Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.47 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 28 juni 2021, de secretaris, de voorzitter,