02.01 - Conceptverslag commissie BVM 17 mei 2021
Tekst van het document
Verslag van de digitale vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 17 mei 2021, digitaal via het programma Pexip, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter volksvertegenwoordigers
secretaris griffie portefeuillehouders notulist
de heer mr. P.M.D. Weijers; de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle; de heer C.A.J. Schaatsbergen, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Hooijkaas, burgerraadslid D66; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer M.N. Landzaad Msc LLM, raadslid VVD; de heer G.M. Veenema, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries Med, raadslid ChristenUnie; mevrouw D. Badloe Bsc, raadslid CDA; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer J.M. Snijders, raadslid GroenLinks; de heer S.G.V. Schouten mevrouw drs. T.A. de Mik; de heer mr. P. Oskam, burgemeester; de heer N.C. van Veen, wethouder; de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering geen personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de digitale commissievergadering en heet eenieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen: - commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 6 april 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen (MRDH, Veiligheidsregio Rotterdam-Den Haag, IJSSELgemeenten, Politie) MRDH De heer SCHAATSBERGEN doet een mededeling namens de Rekeningcommissie van de MRDH. Die commissie heeft de MRDH-jaarrekening over het afgelopen jaar met de accountant besproken. Er gaat een kort verslag richting de leden van de Rekeningcommissie, waarvan de strekking zal zijn dat een positief advies naar het algemeen bestuur zal worden gestuurd om met de jaarstukken in stemmen.
408485/506652
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 2 van 19
5. Corona Burgemeester OSKAM deelt mee dat de vorige week aangekondigde versoepelingen deze week worden doorgevoerd. Terrassen gaan langer open en rondom sportwedstrijden is er meer mogelijk. Ook mogen mensen weer twee bezoekers thuis ontvangen. Het lijkt dus weer de goede kant op te gaan. De cijfers van de GGD zijn voor de regio Rotterdam-Rijnmond echter nog niet heel goed. In een bepaalde periode ging het de goede kant op, maar de laatste tijd zijn deze cijfers weer slechter. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is benieuwd of er nog vorderingen zijn met betrekking tot het coronaherstelplan in Capelle aan den IJssel. Burgemeester OSKAM antwoordt ontkennend. Het college bespreekt op 18 mei 2021 vragen van de SGP en in de antwoorden daarop zal ook worden vermeld hoe met het herstelplan verder zal worden gegaan. 6. Ontwerpbeleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2021 De VOORZITTER deelt mee dat de beleidsnota eens per vier jaar geactualiseerd moet worden en dat is nu gebeurd. Er zijn geen beleidsmatige wijzigingen voorgesteld. Het voorstel is om naar aanleiding van de stukken geen zienswijze in te dienen. De heren JANSON, HOOIJKAAS, VEENEMA, GEISSLER, BREEPOEL, SNIJDERS en LANDZAAD kunnen zich in de gevraagde beslissing vinden om geen zienswijze in te dienen.
Mevrouw BADLOE vindt het prettig om te zien dat voor iedere reserve en voorziening en voor ieder fonds randvoorwaarden zijn vastgesteld, wat de gemeente helpt om extra controle op de keuzen te houden. Vooral bij de looptijd en het minimum en maximum van budgetten vraagt het CDA extra alertheid van het college. Ook zij sluit zich aan bij het voorstel om geen zienswijze in te dienen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES vraagt waarom de commissie pas vandaag dit voorstel behandelt, terwijl de stukken al op 22 maart 2021 bij de gemeente zijn ontvangen. Mevrouw DE MIK antwoordt dat de late behandeling te maken heeft met het door de MRDH erg vroeg versturen van de stukken ten opzichte van andere gemeenschappelijke regelingen. Op 22 maart was er te weinig tijd beschikbaar om de stukken voor de raadsvergadering van april 2021 te verwerken. Daardoor is de behandeling doorgeschoven naar de raadsvergadering van mei. Het college heeft vooruitlopend op het raadsbesluit al een reactie gegeven. De stukken van de andere gemeenschappelijke regelingen komen rondom 15 april binnen, zoals wettelijk ook is vastgelegd. De MRDH wijkt daarvan af. De VOORZITTER constateert dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de hamerstukkenlijst van de raadsvergadering van 31 mei 2021. 7.
Ontwerpbegroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2022 De VOORZITTER wijst op het voorstel om van de mogelijkheid gebruik te maken om een zienswijze in te dienen. De heer SNIJDERS heeft geen aanmerkingen op het indienen van een zienswijze en is eigenlijk blij dat het college dit keer wel gebruikmaakt van die mogelijkheid. Dat gebeurt namelijk af en toe te voorzichtig en mag wat hem betreft wel vaker worden gedaan. Overigens weet hij dat de gemeente haar punten op legio andere manieren duidelijk maakt aan de verschillende gemeenschappelijke regelingen en de MRDH. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES ziet dat in de zienswijze op twee punten wordt doorgevraagd, namelijk op de onderwijsarbeidsmarkt en de digitale connectiviteit. Dat laatste kan zij zich voorstellen, omdat men iets kan doen aan het glasvezelnet. De vraag over de aansluiting tussen arbeidsmarkt en het onderwijs omvat veel woorden, maar het is haar niet echt helder wat de gemeente vraagt. Daarover wil zij dan ook meer duidelijkheid.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 3 van 19
Mevrouw BADLOE kan zich in de ontwerpbegroting van de MRDH vinden en is best te spreken over de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en om bij glasvezel niet alleen naar bedrijventerreinen te kijken, maar ook onderzoek naar woonwijken te doen. Wat betreft een mogelijke IT-campus vraagt zij de burgemeester iets te zeggen over het betrekken van scholen daarbij. Het gaat dan om basisscholen als het gaat om digitaal onderwijs en IT-vaardigheden, maar zeker ook de arbeidsmarkt als het gaat om stagemogelijkheden voor mbo’ers. Praktijkonderwijs verdient met zo’n IT-campus naar haar mening een stevige plek in de stad. Het CDA gaf in de denktank van de MRDH eerder aan dat over onderwerpen als circulaire transitie en mobiliteitstransitie, zoals duurzaamheid en de omgang met het openbaar vervoer, een gesprek moet worden aangegaan. Daarbij kan worden bezien wat de visie van de gemeente daarop is. Het CDA vroeg naast regionale verbindingen ook aandacht voor wijkverbindingen, zoals de buslijnen 31 en 37. Zij wil blijven zoeken naar een alternatief, zodat de verbindingen tussen de wijken blijven. De sociale veiligheid in het openbaar vervoer vindt zij een ander aandachtspunt. Ondanks verdere bezuinigingen op lange termijn wil zij proberen om die op niveau te houden. Tot slot stemt zij in met de voorgestelde zienswijze.
De heer BREEPOEL vindt het punt over het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt ook niet helemaal duidelijk en sluit zich daarom aan bij de vraag van de ChristenUnie om een toelichting daarop te verkrijgen. De heer GEISSLER stemt in met de ontwerpbegroting van de MRDH. De voorliggende zienswijze past binnen de uitgangspunten. Glasvezel is belangrijk en Capelle loopt wat dat betreft in de bewoonde gebieden binnen de bebouwde kom achter. Het is daarom belangrijk om dat onderwerp met enige voortvarendheid op te pakken. De begroting vermeldt ook het metropolitaan fietsroutenetwerk en het vanuit de MRDH investeren in een fietsvoetgangerstunnel bij Delft. Hij vraagt naar aanleiding daarvan aandacht voor bepaalde knelpunten in Capelle. Wellicht is bij het Capelseplein ook een dergelijke verbinding te realiseren. Misschien is dat nu nog voorbarig, maar kan daarnaar bij een volgende begroting worden gekeken. De heer VEENEMA sluit zich aan bij de observatie van mevrouw Groenendijk, dat de voorstellen wat abstract zijn en vooral de door de MRDH ingezette lijn lijken te ondersteunen. Doorgaans wordt aangeraden terughoudend te zijn met het indienen van zienswijzen. Zo bezien lijkt deze zienswijze niet echt nodig, maar de SGP kan wel instemmen met de strekking van de voorgestelde zienswijze, zodat hij daar niet tegen is.
Ook is hij benieuwd wat die in de praktijk zal toevoegen. De heer HOOIJKAAS stemt eveneens in met de voorgestelde zienswijze. Meer ambitie wil hij zien met betrekking tot het 5G-netwerk en glasvezel, evenals het betrekken van scholen, bibliotheken en eventueel ziekenhuizen daarbij. Ten aanzien van de arbeidsmarkt merkt hij op dat het lastig is om mbo-leerlingen voldoende stageplaatsen te geven. Hij hoopt dat de MRDH daarop dan ook extra aandacht vestigt teneinde deze mbo-leerlingen ook genoeg praktijkervaring via stageplaatsen te kunnen geven, zodat ze een volwaardige opleiding kunnen voltooien. De heer LANDZAAD sluit zich aan bij de gestelde vragen over de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs. Daarbij lijkt een concrete vraag of aanbeveling te ontbreken. Daarom stelt hij voor dat punt te schrappen of anders duidelijk naar voren te brengen wat de gemeente daarover te melden heeft. Wel kan de VVD zich vinden in de zienswijze op glasvezel. In de begroting komt de snelfietsroute door Capelle terug en hij vraagt of die al een voldongen feit is of nog in een vergadering van de commissie SOB aan de orde komt, ook vanwege de geplaatste kritische kanttekeningen vanuit de buurt. De heer JANSON wil ook weten of de snelfietsroute nog terugkomt naar de commissie SOB en stemt in met de ontwerpbegroting.
Het stuk vermeldt dat op 16 juni met de adviescommissie wordt gesproken en hij vraagt of dat niet eerder had moeten gebeuren. Voorts informeert hij welke ambities uit het uitvoeringsprogramma bereikbaarheid niet zullen worden gerealiseerd. De twee punten bij het economische vestigingsklimaat noemt hij perfect. Bedrijventerrein Rivium wordt omgebouwd tot een woongebied, maar voor glasvezel wil hij dat aanmerken als bedrijventerrein, opdat een moderne wijk met glasvezel zal ontstaan.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 4 van 19
Burgemeester OSKAM neemt de suggestie over het opnemen van een fietsvoetgangerstunnel bij het Capelseplein in de begroting mee. Naar aanleiding van de kritische noot van de heer Snijders is hij van mening dat het goed is om een zienswijze in te dienen als die toegevoegde waarde heeft. Vaak is dat niet nodig. Nu wil het college echter steun betuigen aan het glasvezelverhaal en kijken waar er ten aanzien van campussen kansen liggen. De strekking van het verhaal ligt vast, omdat het gaat om punten uit de strategische agenda. Capelle zet zelf wel in op de verbinding tussen campussen, duurzaamheid en circulaire economie. Er komen echter geen nieuwe campussen meer en ingezet wordt daarom op de verbinding daartussen. Het aan de commissie toegezonden stukje zal in vragende vorm aan de Metropoolregio worden voorgelegd om te kijken of die de gemeente kan helpen. De afgelopen weken was er veel reuring over fietspaden. Het college is echter twee weken niet bijeengekomen. De vraag of de snelfietsroute door Capelle al een voldongen feit is kan rechtstreeks aan wethouder Struijvenberg worden gesteld, of in een vergadering van de commissie SOB aan de orde komen, waar het onderwerp thuishoort. Op de vragen van de heer Janson waarom de adviescommissie pas in een later stadium wordt geconsulteerd en welke ambities niet worden gehaald zal hij schriftelijk terugkomen.
Tweede termijn Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES begrijpt dat de tekst over aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt vanuit de MRDH zelf komt en nu wordt onderstreept. De burgemeester gaf aan dat er geen nieuwe campussen meer komen, terwijl de gemeente daarvan nog wel kan profiteren en daarom om verbinding vraagt. Dat kan volgens haar interpretatie een push aan de Capelse economie en het Capelse onderwijs geven. Daarmee stemt zij in. Burgemeester OSKAM bevestigt de juistheid van die interpretatie. Het college ziet echt kansen. Er verandert heel veel en er zijn heel veel ontwikkelingen, die het college wil volgen en waarop het wil inspelen. Bekeken wordt om dat samen met de MRDH te doen. De heer JANSON dankt de burgemeester voor diens adequate optreden, waarin hij zich zeker kan vinden. Zijn vragen stelde hij om achtergrondinformatie te verkrijgen en ook vanuit nieuwsgierigheid. De heer LANDZAAD ziet uit naar de bespreking van de snelfietsroute door het college en neemt de gestelde vraag daarover mee naar een vergadering van de commissie SOB. De VOORZITTER constateert dat de burgemeester positief heeft gereageerd op de door de heer Geissler gevraagde aandacht voor knelpunten en verbeteringen in het fietsnetwerk, zoals die ook bij Delft aandacht hebben.
De burgemeester gaf ook toelichting op de tekst in de zienswijze over het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Hij stelt vast dat de commissieleden ermee instemmen dat achter de zin “De gemeente Capelle aan den IJssel ziet kansen in de ontwikkeling van de campusconnectorfunctie die de MRDH heeft ingezet, met name op het vlak van duurzaamheidsinnovaties en circulaire economie” de volgende tekst wordt toegevoegd: “en dat de gemeente Capelle daar extra en blijvende aandacht voor vraagt.” Met inachtneming hiervan constateert hij dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken van de raadsvergadering van 31 mei 2021. Op de vragen van de heer Janson wordt nog schriftelijk teruggekomen. 8. Wijziging Verordening Rekenkamer De VOORZITTER merkt op dat naar aanleiding van de vergadering van de commissie BVM over het rekenkamerrapport ‘Grip op inkoop’ twee wijzigingen zijn voorgesteld. Deze wijzigingen gaan met name om de terugkoppeling en implementatie van aanbevelingen uit rekenkamerrapporten. Deze wijzigingen zijn ook in een vergadering van de begeleidingscommissie aan de orde geweest en die heeft een concreet voorstel gedaan om de verordening op twee onderdelen aan te passen. Die aanpassingen liggen nu ter bespreking voor.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 5 van 19
De heer SCHAATSBERGEN brengt naar voren dat de Rekenkamer een instrument van de raad is en een van de tools van de raad om de controlerende taak uit te voeren. De Rekenkamer van Capelle doet dat met heel veel verve, wat dus niets af doet aan het gegeven dat de Rekenkamer een raadsinstrument is. Een rekenkamerrapport heeft onder meer tot doel om doelmatigheid en rechtmatigheid van het beleid te bekijken en te onderzoeken. Bij het laatste rekenkamerrapport kwamen er aanbevelingen om aan het college een voorstel te doen om met een tijdpad te komen hoe met aanbevelingen om te gaan. Te concluderen is dat dit een brede wens is van de raad. De begeleidingscommissie doet een concreet wijzigingsvoorstel op een artikel van de huidige verordening en om een lid aan artikel 10 toe te voegen. Het gaat om een voorstel om binnen vier maanden over de aanbevelingen van de Rekenkamer een plan van aanpak te presenteren over de implementatie van de raadsbesluiten. Vervolgens is het voorstel om jaarlijks terug te rapporteren. Hij vindt het goed om op deze manier om te gaan met aanbevelingen die zijn overgenomen door de raad en daarmee zijn opgedragen aan het college. Wat hem betreft is er geen beletsel tegen het voorstel. De heer LANDZAAD kan zich in het voorstel vinden.
Artikel 10, lid 6.1 vermeldt dat het college in het plan van aanpak moet aangeven op welke momenten de raad over de voortgang wordt geïnformeerd. Artikel 10, lid 6.2 vermeldt echter dat dat jaarlijks bij de jaarstukken gebeurt. Dat is volgens hem dubbelop. Het plan van aanpak zou naar zijn oordeel alleen moeten vermelden wanneer het college van de jaarlijkse rapportage afwijkt. Tot slot staat onder het kopje ‘wettelijke basis’ dat de meest recente verordening in het jaar 20216 vastgesteld zou zijn, welk jaartal wellicht voor de raadsvergadering kan worden aangepast. De heer HOOIJKAAS kan zich eveneens volledig in het voorstel vinden, dat wat hem betreft gelijk kan worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken. De heer VEENEMA is blij met de voorgestelde aanpassingen, die recht doen aan het gevoelen dat de raad bij de behandeling van het rekenkamerrapport ‘Grip op inkoop’ heeft uitgesproken. In de oude tekst van artikel 10, lid 6 staat “Het conceptbesluit bevat indien van toepassing een opdracht aan het onderzochte orgaan en/of betrokkenen om binnen een termijn van vier maanden na het besluit, met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen.” In de nieuwe tekst worden de woorden “na het besluit” weggelaten. Voor de duidelijkheid vindt hij het beter om die woorden te handhaven, wat dan ook zijn voorstel is.
De heer GEISSLER kan ook instemmen met de wijziging van de Rekenkamerverordening. Hij is blij met de concretisering van het plan van aanpak en de rapportagemomenten in artikel 10, lid 6.1. Artikel 10, lid 6.2 geeft duidelijk aan dat er ook een vast rapportagemoment is bij de jaarstukken. Wat nog ontbreekt is dat de raad altijd een afschrift krijgt van het plan van aanpak, nadat het door het college of het onderzochte orgaan is vastgesteld. Wellicht is dat nog in het voorstel te verwerken. De heer BREEPOEL is tevreden over de Rekenkamer en de laatste rapporten die dat orgaan heeft afgeleverd. De Rekenkamer is een belangrijk instrument gebleken, dat goede onderzoeken doet. De SP kan dan ook instemmen met de voorgestelde wijzigingen om de Verordening Rekenkamer aan te passen. Mevrouw BADLOE is blij met de toevoegingen, zoals de periodieke terugkoppeling en de implementatietermijn van aanbevelingen. Het CDA kan zich dan ook volledig vinden in de wijziging van de Verordening Rekenkamer. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich aan bij mevrouw Badloe en constateert dat het gaat om heldere afspraken, die goed zijn vastgelegd. De heer SNIJDERS is ook blij met het wijzigingsvoorstel, dat een hele hoop zorgen bij de raad wegneemt en een verplichting aan het college stelt.
Hij is benieuwd naar het antwoord op de vragen van de PvdA en zou graag zien dat dit aspect duidelijker wordt gedefinieerd. Burgemeester OSKAM heeft geen bezwaren tegen de aanpassingen. Ook heeft hij geen bezwaar tegen het voorstel van de heer Veenema om in de nieuwe tekst de woorden “na het besluit” te blijven hanteren. Naar aanleiding van de vraag van de heer Geissler zegt hij toe dat de raad een afschrift van het plan van aanpak krijgt. De discrepantie die de heer Landzaad meende te ontdekken is er niet. Hij verzoekt de griffier het een en ander toe te lichten.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 6 van 19
Mevrouw DE MIK licht toe dat artikel 10, lid 6.1 over een individueel plan van aanpak gaat, terwijl bij artikel 10, lid 6.2 alle plannen van aanpak worden bedoeld waarover teruggekoppeld moet worden. De heer GEISSLER vindt de toezegging van de burgemeester op zijn vraag voldoende. De VOORZITTER stelt vast dat als sprake is van een conceptraadsbesluit vanuit de gemeenteraad, waarbij een plan van aanpak wordt opgedragen na een onderzoek over de eigen organisatie, het voor zich spreekt dat de raad een afschrift van het plan van aanpak zal krijgen. Als het in voorkomend geval om een derde orgaan gaat zal de insteek vanuit het college zijn om te zorgen dat een afschrift van een plan van aanpak aan de raad wordt toegestuurd. Hij constateert dat het voorstel na wijziging van drie woorden en een jaartal naar de hamerstukkenlijst voor de raadsvergadering van 31 mei 2021 kan worden doorgeleid. 9. Voorstel inzake de concept 1ste Begrotingswijziging 2021, de Conceptbegroting 2022 en Jaarrekening 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) De VOORZITTER merkt op dat het voorstel is de jaarrekening voor kennisgeving aan te nemen en geen zienswijzen uit te brengen over de concept 1ste Begrotingswijziging 2021 VRR en de Conceptbegroting 2022 van de Veiligheidsregio.
De heer JANSON kan zich vinden in de gevraagde beslissing om kennis te nemen van de Jaarrekening 2020 en geen zienswijzen in te dienen. Hij vraagt of het uitstel van groot onderhoud ook raakvlakken heeft met Capelle. Ten aanzien van het ontwikkeltraject van de verbetering van de vakbekwaamheid van de brandweer en de piketorganisatie gaat hij er van uit dat die vakbekwaamheid is gewaarborgd. De burgemeester vraagt hij namens Leefbaar Capelle en hopelijk namens de gemeenteraad complimenten te geven en dank te zeggen aan de Veiligheidsregio, in het bijzonder de ambulance- en brandweermedewerkers, die de afgelopen coronatijd puik werk hebben verricht. Misschien is het een idee om dat namens de raad schriftelijk te doen. De heer LANDZAAD zou ook graag zien dat complimenten aan de VRR-organisatie worden overgebracht voor al het verzette werk gedurende de coronacrisis. De bestuurlijke conferentie zal op 26 mei 2021 plaatshebben en hij is benieuwd naar de uitkomsten daarvan. Er is namelijk een spanningsveld tussen nieuwe taken die de Veiligheidsregio wil oppakken en de al krappe financiën voor de basistaken. In dat licht bezien vraagt hij de burgemeester de uitkomst van de bestuurlijke conferentie zo snel mogelijk terug te koppelen naar de raad. Hij vindt het goed om te zien dat de begroting voor 2022 beleidsarm is.
Tot slot is hij benieuwd of de gemeente Capelle grafisch vormgevers bij de Veiligheidsregio heeft gedetacheerd, omdat de infographic wel heel erg leek op een gemeentelijke infographic, inclusief de mooie en bijpassende cartoons. De heer HOOIJKAAS complimenteert de Veiligheidsregio eveneens, temeer daar 2020 een erg moeilijk jaar is geweest. Het ziekteverzuim stijgt al vier jaar, met name het langdurig ziekteverzuim, en daarover maakt hij zich een beetje zorgen. Er wordt op ingezet om die cijfers omlaag te brengen en hij hoopt dat het effect daarvan volgend jaar al zichtbaar zal zijn. De heer VEENEMA stemt in met het voorstel om geen zienswijzen in te dienen over de 1ste begrotingswijziging en de begroting. Het ambulancepersoneel heeft een ongelooflijke prestatie geleverd door ondanks de pandemie toch goede zorg te bieden en het aanrijdpercentage hoog te houden. Enorme complimenten zijn daarvoor op zijn plaats. Ook de brandweer heeft ondanks de pandemie een topprestatie neergezet en ook dat vindt hij een compliment waard. Het voorstel van de heer Janson om dankwoorden en complimenten schriftelijk over te brengen kan de SGP dan ook van harte ondersteunen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 7 van 19
De rol van de VRR in het adviseren omtrent veiligheid biedt ook kansen. Er zijn ongetwijfeld veel inzichten opgedaan, bijvoorbeeld tijdens het adviseren over evenementen die door de pandemie niet of in een andere vorm plaats moesten vinden. Hij vraagt de portefeuillehouder of een evaluatie van deze adviezen van de VRR in de pandemie plaatsvindt en of aan de hand hiervan een soort crisisplan van aanpak kan worden opgesteld. Mocht er onverhoopt een andere pandemie uitbreken, dan kan daarmee beter worden ingespeeld op de veranderde situatie. Pagina 28 van het jaarverslag vermeldt dat er extra aandacht wordt besteed aan nieuwe vormen van crisis en hij vraagt of er daarbij ook aandacht is voor hybride dreigingen. Dat is een toenemende vorm van dreigingen met grote consequenties, waarbij verschillende onconventionele middelen worden gecombineerd om de democratie te ondermijnen of de samenleving te ontwrichten. Te denken valt aan cybercriminaliteit of terrorisme, maar bijvoorbeeld ook aan de invloed van de Chinese overheid op Nederlandse lesmethoden, bijvoorbeeld middels culturele instellingen. Juist het onconventionele karakter van hybride dreigingen maakt ze gevaarlijk. Daarover leest hij niets in de stukken, vandaar zijn vraag of de VRR hiervoor oog heeft.
De heer GEISSLER onderschrijft de woorden van de heren Janson en Veenema als het gaat om de waardering van het ambulancepersoneel en de andere hulpdiensten in crisistijd. De commissie had het ook in 2018 over aanrijtijden van ambulances. Het knelpunt was toen enerzijds de grote toename van het aantal ambulanceritten, die nu door corona ook is terug te zien. Anderzijds was sprake van een fors personeelstekort, dat zich niet vrij snel leek op te lossen. Nu is er wel wat stagnerende instroom vanuit de opleiding. Het lijkt hem goed om nog eens terug te kijken naar 2017 en 2018 en ook een blik te werpen op 2022 en in hoeverre met het destijds opgestelde memo/plan van aanpak om de aanrijtijden te verbeteren de knelpunten zijn opgelost. Wellicht is er aanvullende inzet nodig om de aanrijtijden op peil te houden. Er is toch wel sprake van een structurele verbetering van de cijfers en het zou mooi zijn die zo te houden en wellicht nog een paar procent te kunnen laten stijgen. De heer BREEPOEL kan zich ook vinden in het voorstel om geen zienswijze in te dienen, evenals in het voorstel van de heer Janson om schriftelijk complimenten aan de Veiligheidsregio over te brengen. In de 1ste begrotingswijziging van 2021 staat bij weerstandsvermogen en risicobeheersing dat het steeds lastiger is om bepaalde risico’s te verzekeren.
Dat komt enerzijds door hogere premies en anderzijds door verslechtering van de dekking. Hij vraagt of dat invloed kan hebben op de dienstverlening van de Veiligheidsregio. Mevrouw BADLOE spreekt ook haar dank uit aan alle veiligheidsdiensten. Zij hebben zelfs in deze coronaperiode laten zien dat de normtijd vaak werd gehaald, waarvoor zij complimenten geeft. Naast een crisisjaar was het voor de ambulance- en brandweerzorg ook een transitiejaar. Zij complimenteert de VRR met het feit dat deze doorontwikkeling verder vorm gekregen heeft. In de jaarstukken was wel te lezen dat oefeningen, trainingen en een deel van groot onderhoud zijn uitgesteld en alsnog een inhaalslag nodig hebben. Zij sluit zich aan bij de vraag van Leefbaar Capelle over het onderhoud. Het CDA begrijpt dat de Begroting 2022 beleidsarm is om de uitkomsten en de input van de bestuurlijke conferentie te kunnen verwerken in de Begroting 2022. Zij vraagt of het na de bestuurlijke conferentie van 26 mei 2021 nog steeds mogelijk is om begrotingswijzigingen in te voeren als uit de input en uitkomsten van de conferentie de noodzaak daartoe blijkt. Voor personeel en de piketorganisatie zijn steeds meer mensen nodig, evenals meer deskundigheid in huis. Zij vraagt daarom de burgemeester iets meer te vertellen over het werven van nieuwe vrijwilligers en beroepskrachten.
Tot slot sluit zij zich aan bij alle voorgaande sprekers. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich graag aan bij de voorgestelde complimenten en heeft geen problemen met het raadsvoorstel, waarin echter wel een klein foutje staat. Bij ‘Onderwerp’ moet concept Begroting 2021 waarschijnlijk concept Begroting 2022 zijn. De heer SNIJDERS kan zich ook vinden in het voorliggende stuk en benadrukt verheugd te zijn dat de aanrijtijden van ambulances nog steeds goed zijn. Dat is zeker noemenswaardig in coronatijd. Het positieve resultaat van de Veiligheidsregio is mooi, maar een half jaar geleden vroeg de commissie zich af of de kosten voor inrichting van Ahoy als noodhospitaal door de Veiligheidsregio moesten worden betaald. Hij is benieuwd of die kosten uiteindelijk toch door de zorgverzekeraars of het Rijk gedekt zijn.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 8 van 19
Burgemeester OSKAM antwoordt dat de kosten voor inrichting van Ahoy als noodhospitaal door het Rijk zijn betaald. Hij denkt niet dat Capelle lijdt onder uitstel van groot onderhoud, maar wil zeker checken of dat daadwerkelijk zo is. De brandweercommandant is vertrokken naar Nijmegen en de nieuwe brandweercommandant begint binnenkort. Het zou mooi zijn als die zich aan de commissie komt voorstellen. Er zijn volgens hem geen veranderingen in de werkwijzen van vrijwilligers en beroepskrachten en ook daarover kan de nieuwe commandant de commissie iets vertellen. Hij maakt zich niet direct zorgen over de vakbekwaamheid van het personeel, maar eerder is er wel bezuinigd op de piketten, waardoor de capaciteit tegen een grens aan komt. Er komt nu weer een verbeterslag. De capaciteit is niet onder de maat en dat zou ook geen enkele burgemeester accepteren. De bestuursconferentie vindt 26 mei plaats en daarvoor heeft de raad input gegeven. Hij zal een terugkoppeling daarvan geven, maar het wordt enigszins een benen-op-tafelsessie, waar iedereen zijn zegje kan doen. Het gaat vooral om creativiteit en denken over waar het in de toekomst naartoe gaat. Het algemeen bestuur zal vervolgens in november 2021 besluiten nemen, die hij de commissie zal laten weten. Als die besluiten leiden tot meerkosten gaan die door naar de 1ste begrotingswijziging van 2022.
Hij verklaart zich graag bereid een dankbrief met complimenten naar de Veiligheidsregio te sturen, omdat daarvoor veel steun bestaat en het ook een sympathiek voorstel is. In gesprekken met de plaatselijke commandant in Capelle en de heer Littooij worden vanuit Capelle regelmatig complimenten overgebracht en uitgesproken dat de gemeente blij is met het korps. De directie is uitgebreid. Vanwege zorgen over de ambulancedienst is de heer Wijten namelijk onlangs tot de directie toegetreden. Met deze zal hij binnenkort bilateraal overleg hebben, waarin hij ook de door de heren Hooijkaas en Geissler aangegeven knelpunten zal bespreken. Volgens hem zijn de knelpunten bij de ambulancedienst opgelost. Door een fusie zijn twee instanties gaan samenwerken, wat een verbeterslag heeft opgeleverd. Een aantal mensen van de politie is naar het bestuur van de ambulancedienst overgestapt. Ook zijn er intern mensen opgeleid. Volgens hem loopt alles nu goed, maar voor de zekerheid zal hij dat nog nagaan. Of de VRR nieuwe taken krijgt is nog niet bekend. Het kan zijn dat Capelle bepaalde taken heel belangrijk vindt en die extra wil inkopen, zoals de wijkbrandweerfunctionaris. Aan nieuwe mogelijkheden zal op de bestuursconferentie aandacht worden besteed. Bekeken wordt wat nog meer mogelijk is dan de basiszorg.
Het kan zijn dat de VRR hetzelfde bureau als de gemeente Capelle aan den IJssel inhuurt voor het maken van infographics. Het ziekteverzuim is zorgelijk, maar het gaat ook om een beroepsgroep die tot het gaatje moet gaan. Zeker in coronatijd is het werk heel zwaar. Hij heeft de brandweermensen rondom Oud en Nieuw toegesproken om ze te bedanken en sterkte te wensen bij het mooie werk. De VRR vangt medewerkers zo goed mogelijk op als ze met ernstige gevallen te maken krijgen. Het punt van de heer Veenema begrijpt hij heel goed. Er wordt in de Veiligheidsregio teruggekeken op wat er allemaal is gebeurd bij het bezweren van de pandemie. Dat gebeurt ook omdat niet bekend is of later nog andere rampspoed op de regio afkomt. Hij weet bijna zeker dat de Veiligheidsregio oog heeft voor hybride bedreigingen, maar de Rijksoverheid heeft daarin de lead. Dat zijn met name de AIVD, de NCTV en de Nationale Politie. Naast China noemt hij in dat kader het Midden-Oosten waar mogelijke dreigingen vandaan komen. De directeur van de Veiligheidsregio heeft heel intensief contact met die organisaties. Een aantal zaken is niet te verzekeren. Over het algemeen verzekert de overheid zich niet en neemt die schade voor eigen rekening. Al worden verzekeringen veel duurder, dan nog gaat dat niet ten koste van de dienstverlening.
Het algemeen bestuur zal namelijk zorgen voor een goede dienstverlening als mensen de brandweer, de GGD of een ambulance nodig hebben. De door mevrouw Groenendijk voorgestelde verbetering ten aanzien van de conceptbegroting 2021 zal hij nog checken en indien nodig aanpassen. De VOORZITTER constateert dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de hamerstukkenlijst van de raadsvergadering van 31 mei 2021. De burgemeester komt nog terug op een aantal gestelde vragen naar aanleiding van gesprekken die nog met de nieuwe brandweercommandant en de heer Wijten moeten plaatsvinden. Vanavond aan de orde gestelde zaken koppelt de burgemeester terug na het voeren van deze gesprekken en na de bestuursconferentie bij het reguliere terugkoppelingsmoment op de commissieagenda.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 9 van 19
13. Rondvraag voor burgemeester De heer HOOIJKAAS wijst op de verplichting vanaf juli 2022 om op iedere woonetage een brandmelder geïnstalleerd te hebben. Bij nieuwbouwhuizen is dat vaak al geregeld, maar bij oudere woningen nog niet. Hij vraagt of dit bij de Capelse bevolking onder de aandacht gebracht kan worden. Professionele en vrijwilligersorganisaties zouden hieraan een bijdrage kunnen leveren, zoals de wijkfunctionaris, de woonwinkel en de WOP’s. Burgemeester OSKAM kondigt een regiobreed groot communicatieproject vanuit de Veiligheidsregio aan over de genoemde verplichting vanaf 1 juli 2022. Alle gemeenten worden daarbij actief betrokken, ook Capelle. Er komt ook een landelijke publiciteitscampagne. Als het plan van de Veiligheidsregio bekend is, is dat voor de wijkbrandweerfunctionaris een goed moment om in Capelle gerichte acties te ondernemen, zoals bij ouderenwoningen. De suggestie over samenwerking met de WOP’s, woonwinkels en woningcorporaties neemt hij mee. Schorsing (21.27 - 21.36 uur). 10. Uitbreiden kapitaalbelang Stedin Holding N.V. met cumulatief preferente aandelen De VOORZITTER deelt mee dat Stedin behoefte heeft aan kapitaal om de toekomstige groei aan investeringen te financieren. Stedin wil daarom cumulatief preferente aandelen uitgeven.
Het voorliggende voorstel is om daarop positief in te gaan en daarbij ook direct in te tekenen voor het maximale bedrag van € 7,62 miljoen. De heer SCHAATSBERGEN leest in de stukken dat sprake is van een eerste kapitaalinjectie voor Stedin voor de korte termijn, wat bij hem de vraag oproept welke aanvullende voorstellen vanuit Stedin kunnen worden verwacht voor de lange termijn. De totale kapitaalinjectie bedraagt nu € 200 miljoen, waarbij Capelle voor het maximale bedrag van € 7,62 wil intekenen. Het rendementsdividend op preferente aandelen gaat boven het dividend van de reguliere nominale aandelen. Het dividend op preferente aandelen is dus zeker en bedraagt € 228.000,- tegen een rentelast van € 35.000,-. De schuldenlast om de aandelen te gaan kopen is daarmee gedekt. Er is wel invloed op het dividend van de nominale aandelen. Dat was in beginsel ruim € 800.000,- en in de afgelopen jaren is dat naar nul teruggebracht vanwege 67% risico op de dividendaandelen. Het voorstel is om in de voorjaarsnota een dividend van € 445.000,- voor de komende jaren te verwerken. Dat dividend wordt dus gehalveerd ten opzichte wat voorheen in de begroting stond. Hij vraagt hoe de wethouder het risico voor deze € 445.000,- inschat en of dat dividend wel reëel is. Wellicht is het verstandiger dat dividend lager in de boeken te zetten of misschien zelfs op nul voor de komende jaren.
De investering van € 7,62 miljoen wordt geacht veilig te zijn. Gelet op het vaste dividend en de rentelast zou men dat inderdaad kunnen zeggen. Wel realiseert hij zich dat de schuldquote met een kleine 3% gaat stijgen. Hij staat niet negatief ten opzichte van het voorstel, maar hoopt dat de wethouder wat duiding kan geven van het te verwachten risico op het reguliere dividend van de nominale aandelen. De heer LANDZAAD ziet dat Stedin de komende tien jaar € 7 miljard moet gaan investeren in het elektriciteitsnet vanwege de toenemende elektriciteitsvraag. Vanuit die optiek begrijpt de VVD de kapitaalbehoefte vanuit Stedin heel goed. Hij ziet ook de publieke verantwoordelijkheid van de aandeelhouders, zoals de gemeente Capelle aan den IJssel, om Stedin goed financierbaar te houden. Vanuit het publieke belang gaat hij daarom mee met het investeringsvoorstel van het college. Wat betreft het financiële verhaal deed de heer Schaatsbergen volgens hem een terechte constatering. Stedin moet heel veel investeren en straks zijn er heel wat aandeelhouders die recht hebben op cumulatief preferent dividend. Dan wordt het nog spannend wat er met het gewone dividend gebeurt. Daarom sluit hij zich graag aan bij de vraag daarover van de heer Schaatsbergen.
De heer HOLKAMP is blij dat hij het webinar van Stedin heeft gevolgd en spreekt zijn dank aan de wethouder en de ambtelijke organisatie uit voor het beantwoorden van zijn technische vragen. Het voorliggende raadsvoorstel vermeldt dat Capelle aandelen gaat verkrijgen voor maximaal € 7,62 miljoen. Niet vermeld is dat de raad wil inzetten op het maximale bedrag. Er wordt dus ingezet op maximaal € 7,62 miljoen en meer kan het niet worden.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 10 van 19
Ook is het verloop van de procedure voor hem nog enigszins mistig. Volgens de stukken levert de gemeente eenmalig een intekenbrief in met een bedrag, waarna vervolgens in een aantal rondes aandelen worden toegewezen. In het collegevoorstel staat dat aan de burgemeester een volmacht wordt verleend om eventueel in een later stadium het bedrag te kunnen verhogen. Hij vraagt de wethouder duidelijkheid te verschaffen over wat de gemeente precies gaat doen. Spreker stelt voor in het raadsbesluit duidelijk te maken hoe de gemeente gaat intekenen. D66 gaat akkoord met het voorstel om het maximale aantal aandelen te verkrijgen. Motieven zijn het publieke belang van Stedin in een sterk gereguleerde markt. Als Stedin het goed doet is er veiligheid, vanwege de sterk gereguleerde markt, omdat niet zomaar bijzondere commerciële dingen gaan gebeuren. De investering is ook van belang voor de energietransitie, waarvoor € 7 miljard nodig is. Nu is sprake van een 1ste korte-termijnbedrag. Na het besluit van de Autoriteit Consument & Markt later dit jaar over tarieven zal er zicht komen op de benodigdheden van Stedin op lange termijn. Hij is benieuwd of het college al bereid is te zeggen of het meer geld beschikbaar wil stellen. Vanuit de optiek van het rendement vindt hij het verstandig de aandelen te kopen.
De VOORZITTER vraagt waar de heer Holkamp vandaan haalt dat de burgemeester een volmacht kan worden verleend om eventueel in een later stadium het bedrag te kunnen verhogen. De heer HOLKAMP repliceert dat het collegebesluit melding maakt van een volmacht aan de burgemeester het bedrag te verhogen. Dat maakt voor hem de procedure onduidelijk. De heer VEENEMA erkent dat het van belang is dat Stedin haar rol kan blijven spelen. Dat is een publiek belang, zeker in het kader van de energietransitie. De gemeente Capelle heeft als aandeelhouder daarin een eigen verantwoordelijkheid. Voor de benodigde versteviging van de vermogenspositie van Stedin is op dit moment de voorgestelde uitgifte van cumulatief preferente aandelen de meest rationele weg. Voor de langere termijn kan met meer en betere informatie een nadere keuze worden gemaakt, waarvoor separate besluitvorming kan plaatsvinden. Daarin kan hij zich vinden, evenals in een intekening ter grootte van het huidige aandelenbelang van 1,1%. Wel vraagt hij zich af of de gemeente de storting moet verruimen naar het maximaal mogelijke bedrag van € 7,62 miljoen. Hij vraagt de wethouder aan te geven welke de gedachten achter dit deel van het voorstel zijn en of die kan ingaan op het fenomeen om als gemeente te bankieren. De gemeente moet namelijk geld lenen om de storting te financieren.
Dat kan waarschijnlijk tegen een lage rente, waartegenover het hogere 3% aan preferente dividend staat. Het is echter geen gegeven dat dit preferente dividend jaarlijks wordt uitgekeerd. Stedin moet namelijk investeren en zal mogelijk de eerstkomende jaren niet in staat zijn om dividend uit te keren. Hoewel de gemeente met de aandelen preferentie behoudt zal die voorrang pas worden verzilverd als er daadwerkelijk voldoende uitkeerbaar dividend is. Aangezien dit nog onzeker is, vraagt hij waarom nu het risico wordt verdubbeld door in te tekenen voor het dubbele bedrag. De gemeente zou daarmee eigenlijk aan het bankieren zijn en de vraag is of dat wenselijk is. Door het intekenen op de preferente aandelen stijgt ook de netto schuldquote en hij wijst in dit verband op de al hoge schuldquote, die de SGP liever lager ziet. Daarom vraagt hij naar de mogelijkheid om dividendinkomsten uit de preferente aandelen te gebruiken voor het (extra) aflossen van bestaande kortlopende leningen, zodat daarmee de netto schuldquote lager wordt. De insteek van Stedin is om met het voorstel € 200 miljoen op te halen, waarbij € 180 miljoen het minimumbedrag is. Hij vraagt wat er gebeurt als die € 180 miljoen ook in de tweede ronde niet wordt gehaald en of Stedin dan een plan B heeft.
Tot slot wil hij weten of het voorstel dan van tafel gaat en mogelijk een verplichte kapitaalstorting vanuit de aandeelhouders wordt verwacht, dus zonder een cumulatieve preferentie. De heer GEISSLER ziet ook het maatschappelijke belang om in Stedin en het energienet te investeren, ook gerelateerd aan de energietransitie. Daarom is hij voor het voorstel, waaraan hij ook weinig heeft toe te voegen. De door de heer Schaatsbergen gestelde vragen zijn interessant en hij is benieuwd of de gemeente het geschatte dividend in haar boeken verwerkt. Hij is echter voor de investering, die een mooie investering in duurzaamheid is. De heer BREEPOEL kan zich globaal vinden in het voorstel. Stedin heeft behoefte aan meer kapitaal, omdat zij grote investeringen moet doen door de energietransitie. In het kader van het publieke belang en de good governance is het zijns inziens goed als gemeente deze investering te doen. De investering is voor de korte termijn en hij is daarom benieuwd of de wethouder al inzicht kan geven in de investeringen die Stedin op lange termijn nodig heeft.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 11 van 19
Mevrouw DEN ENGELSMAN heeft ook het verhelderende webinar gevolgd. De noodzaak om ook als gemeente te investeren komt niet uit de lucht vallen. De gemeente gaat cumulatief preferente aandelen kopen. Het CDA is benieuwd of de wethouder een beeld kan schetsen van de andere oplossingsrichtingen die er waren en of hij denkt dat het voorstel de best mogelijke route is. Ook vraagt zij de wethouder of er voldoende aanpassingen in de governance, de informatievoorziening en de goedkeuringsrechten zijn gedaan om vanuit Capelle grip te houden op de organisatie. Voorlopig prevaleert voor het CDA het in één keer intekenen van het bedrag boven twee keer € 3,8 miljoen, zeker gezien de nog op de rol staande kerntakendiscussie en de nog te zoeken bezuinigingen die tot € 5 miljoen kunnen oplopen. Elke uitgave heeft ook een rente-effect en invloed op de verschillende ratio’s. Als elke gemeente de verantwoordelijkheid neemt voor de publieke taak, hoeft ook maar één keer ingetekend te worden. De mogelijkheid van twee keer intekenen is geboden om het risico te verkleinen dat het bedrag van € 180 miljoen niet wordt gehaald. Als er 44 gemeenten meedoen, zou het handig zijn dat ze ook voor dat bedrag intekenen en hun verantwoordelijkheid in de publieke taak nemen.
Zij zag dat er gemeenten intekenen onder het minimumbedrag, zodat Den Haag bij overtekening niet hoeft te investeren en geen geld hoeft in te zetten. Zij vraagt of dat dan de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in de regio is. Zij vindt het spijtig dat voor de korte termijn de andere veertig gemeenten die geen aandeelhouder zijn, maar wel gebruikmaken van het leidingnet, nog niet meedoen. In dat geval had er nog meer financiële spreiding kunnen plaatsvinden. Die veertig gemeenten zou men ook als aandeelhouder kunnen betrekken. Het college wil de dividendverwachtingen op de huidige aandelen vanaf 2023 gaan halveren. Voor de jaren 2022, 2025, 2026 en 2029 is de winstwaarschuwing afgegeven dat het gewone dividend op aandelen niet zal worden uitgekeerd. In die jaren wordt het dividend dan nul. Het is dus onzeker wat de gemeente nog aan dividend gaat krijgen op de huidige aandelen. Wellicht is het slim een soort afwegingskader te maken wanneer de gemeente al dan niet investeert en tot welk bedrag zij dat doet. Zij roept de wethouder op om in de aandeelhoudersvergadering te bezien of de andere gemeenten erbij te betrekken zijn. Tot slot vraagt zij of de governance voldoende houvast biedt bij de grotere onzekerheden die nu leven ten opzichte van de € 650 miljoen die straks nog geïnvesteerd gaan worden.
Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES vindt het goed om over het voorstel door te spreken en heeft het webinar ook gevolgd. Er is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en er is goed uit de doeken gedaan dat er geen andere mogelijkheden meer zijn om aan geld te komen. De termen duurzaamheid en betrouwbaarheid zijn veel gebruikt. De indruk was dat er eigenlijk geen alternatief is. Haar vraag aan de wethouder is dan ook of er een alternatief is en of het ook mogelijk is te besluiten het niet te doen. Zij vindt het lastig om als gemeente Capelle aan den IJssel keuzen te maken. De heer SNIJDERS denkt dat mevrouw Groenendijk een goede uiteenzetting heeft gegeven van het belang van de investering. Het gaat hier niet alleen om het dividend voor de gemeente, maar ook om de maatschappelijke investering die uiteindelijk nodig is om een duurzaamheidsslag te maken. GroenLinks is blij dat de gemeente de aandelen wil aankopen, maar de vraag is wel in hoeverre zij daarin daadwerkelijk een keuze heeft. Hij vertrouwt erop dat de wethouder dat kan uitleggen. Wethouder VAN VEEN laat weten dat de kapitaalbehoefte voortkomt uit de investering in duurzaamheid, wat hem als wethouder voor duurzaamheid goed doet. Kabels en leidingen zijn hard nodig om de doelstellingen in 2030 te bereiken om de CO2-uitstoot te beperken.
1,91 is het percentage dat de gemeente Capelle aan den IJssel aan aandelen van Eneco in bezit had. De aangeschreven gemeenten waren ook Eneco-aandeelhouders. Zij hebben Eneco-gelden ontvangen en hun is gevraagd een investering te doen. Uit de stukken blijkt duidelijk waarvoor het geld nodig is. Stedin is afhankelijk van de tarieven die ze door landelijk netbeheerder TenneT doorberekend krijgt. ACM moet toestemming verlenen voor het door te berekenen percentage aan de consument. Doorberekeningsmogelijkheden en investeringen zijn van invloed op de mogelijkheden om dividend uit te keren. Op lange termijn is nog veel meer geld nodig en als de ACM toestaat een verhoging door te berekenen krijgt Stedin meer vlees op de botten, zodat zij zich gemakkelijker op de kapitaalmarkt kan bewegen. Als het benodigde geld bij een andere partij wordt geleend is dat ook niet gratis. Dat heeft Stedin ook geprobeerd, waarbij het probleem is dat zij de AA-status verliest, waardoor in plaats van 3% 5% rente moet worden betaald. Vandaar dat Stedin te biecht gaat bij de huidige aandeelhouders.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 12 van 19
De gemeente Capelle aan den IJssel is gevraagd in te schrijven voor 1,91% van het aandelenkapitaal, wat overeenkomt met € 3,81 miljoen. Gevraagd is daarop of de gemeente bankier wordt als zij inschrijft voor het dubbele bedrag. Daarin geeft hij de heer Veenema gelijk. De gemeente houdt het bij 1,91%, in de hoop dat alle andere gemeenten ook meedoen, zodat € 200 miljoen wordt opgehaald. De te ontvangen rente is echter 3%, terwijl de leenrente 0% is. Hij merkt op dat de gemeentelijke schuldquote door de opbrengst uit de verkoop van Eneco-aandelen lager is geworden. De heer VEENEMA merkt dat als een incident aan, waardoor de gemeente er weliswaar wat positiever voor is komen te staan, maar nog lang niet goed; zij bevindt zich nog steeds in de oranje zone. Wethouder VAN VEEN noemt de huidige schuldquote prima en denkt dat andere gemeenten wat dat betreft jaloers op Capelle zijn. De heer VEENEMA is het daarmee niet eens, vandaar zijn vraag of de dividendinkomsten uit cumulatief preferente aandelen niet kunnen worden gebruikt om de schuldquote nog verder te verlagen. Dat scheelt op de lange termijn ook weer rentelasten. Wethouder VAN VEEN wijst erop dat de gemeente voor het in te schrijven bedrag aan de activakant aandelen ontvangt. De heer VEENEMA attendeert op het te lenen bedrag, met rentelasten als gevolg.
Om de rentelasten te verlagen vraagt hij extra dividendinkomsten te gebruiken. Wethouder VAN VEEN reageert dat het budgetrecht bij de raad ligt en dat de raad ook over het aflossen van leningen gaat. De te ontvangen couponrente is echter 3%, terwijl de gemeente zelf geld aan de markt onttrekt tegen 0%. Hij ziet dus niet in dat de gemeentelijke rentelast zou toenemen. Mevrouw DEN ENGELSMAN ziet in de stukken staan dat door het te investeren bedrag een rentelast ontstaat, waarop de heer Veenema doelt. Dat bedrag wordt ook op de balans opgenomen. Wethouder VAN VEEN herhaalt dat de te ontvangen rente hoger is dan de te betalen rente. Als de raad vindt dat voor niet meer dan 1,91% van het aandelenkapitaal moet worden ingeschreven, hoort hij dat graag, omdat de raad in dezen bepaalt. De gemeente is namelijk absoluut geen bank. Met meer inschrijven helpt de gemeente Stedin als andere gemeenten niet zouden inschrijven. De heer HOLKAMP is er voorstander van voor het maximale bedrag in te schrijven en wil uitleg over de volmacht die wordt voorgesteld aan de burgemeester te geven om extra op cumulatief preferente aandelen te kunnen intekenen. Dat is volgens hem niet nodig als de gemeente inschrijft voor het maximale bedrag. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat het college had bedacht dat het een goede zaak zou zijn als de gemeente voor € 7,62 miljoen zou intekenen.
De gemeente loopt volgens hem geen kredietrisico, omdat er op een gegeven moment toestemming zal worden gegeven om tarieven door te berekenen. De heer HOLKAMP verzoekt elke fractie aan te geven of en voor welk bedrag de gemeente zou moeten inschrijven. De VOORZITTER vindt dat een goed voorstel. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de wethouder vindt dat elke gemeente als aandeelhouder de verantwoordelijkheid zou moeten nemen om in te tekenen. Voorts is zij benieuwd of aandeelhouders er al met elkaar over hebben gesproken of zij gaan inschrijven, in de hoop dat het benodigde bedrag binnenkomt. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat aandeelhouders daarover hebben gesproken, maar wijst op het budgetrecht dat bij de gemeenteraden ligt. De gesprekken gaan onder leiding van de Rotterdamse wethouder, waarbij ook adviserende partijen aanwezig zijn. Alleen gemeenteraden kunnen echter zeggen of zij al dan niet op aandelen intekenen. Mevrouw DEN ENGELSMAN snapt dat de wethouder geen deelname van andere gemeenten kan afdwingen. Nogmaals wijst zij op de veertig andere gemeenten die van diensten van Stedin gebruik maken, maar geen aandeelhouder zijn. Aan hen zouden ook aandelen kunnen worden aangeboden. Ook zij begrijpt het belang van het behoud van de AA-rating van Stedin en dat ook andere gemeenten daarin hun verantwoordelijkheid nemen.
Wethouder VAN VEEN vervolgt dat de gemeentelijke schuldquote eind 2020 11,4% bedroeg, wat nooit oranje kan zijn, zoals de heer Veenema opmerkte. Andere financieringsmogelijkheden zijn er inderdaad, maar dan wordt geld lenen verschrikkelijk duur. Stedin moet de AA-rating zien vast te houden.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 13 van 19
Grip op de organisatie is geregeld en ook de governance is verbeterd. Het goedkeuringsrecht voor investeringen is bij Stedin beperkt en naar de aandeelhouders getrokken. Hij kan geen duiding geven van de termijn waarop Stedin om meer geld zal vragen en op welke periode dat betrekking heeft. Het ligt nu vast op 2026 en dat vindt hij ook korte termijn. Bij aanpassen van tarieven aan investeringen loopt Stedin geen risico meer; het bedrijf kan dan gewoon dividenden, rente en aflossing betalen. Het college vermeldt in begrotingen de jaren waarin dividend zou worden ontvangen van Stedin. Als in enig jaar weer geld uit de markt wordt genomen, is er geen dividend, dat dan op nul komt te staan. Dat bedrag zet hij echter niet op nul als bekend is dat de gemeente wel dividend krijgt. Stedin is namelijk geen tombola, maar een echt goed bedrijf dat geld uit de markt haalt voor de verduurzaming van Nederland. Dat geld is echter niet meteen door te rekenen. Stedin is een bedrijf dat investeert in de publieke sector en dat gezien de enorme investeringsvraag een beroep doet op haar aandeelhouders om geld bij te storten. Als zij dat niet doen zakt het bedrijf door de AA-rating heen en gaat het 4% of 5% op de IBOR-rente betalen. Uiteindelijk is de consument dan weer duurder uit. Koop van aandelen is dus niet vrijblijvend. Lasten zijn na toestemming van ACM door te berekenen aan de afnemers.
De VOORZITTER vat samen dat de gemeente formeel de ruimte heeft om niet mee te doen, maar materieel gezien ook een eigen belang als aandeelhouder heeft, ook richting de toekomst. Tweede termijn De heer SCHAATSBERGEN stemt in met het intekenen op een aandelenkapitaal van maximaal € 7,62 miljoen. Met de aankoop van de preferente aandelen krijgt de gemeente twee dividendstromen in haar begroting, een voor de preferente aandelen van € 228.000,- en een vanaf 2023 voor de reguliere aandelen van € 445.000,-. De preferente aandelen krijgen voorrang wat betreft de dividenduitkering. Gelet op het risico van 67% voor het huidige dividend vraagt hij of het het overwegen waard is om een lager bedrag aan dividend op te nemen dan de € 445.000,-. Misschien zou de gemeente ook het nulbedrag voor de komende jaren moeten handhaven. Als de gemeente dan naast preferent dividend ook dividend krijgt op de reguliere aandelen, wat nog twijfelachtig is, is dat dan in elk geval een meevaller in de begroting. De heer LANDZAAD is er ook voorstander van om voor twee keer het percentage van het aandelenbelang in Stedin in te schrijven, namelijk € 7,62 miljoen. De heer HOLKAMP gaat voor het intekenen op de cumulatief preferente aandelen voor maximaal € 7,62 miljoen. In het webinar ging het er onder meer over dat de ACM in het najaar een nieuw besluit neemt over het doorberekenen van bepaalde kosten.
Afhankelijk van dat besluit zal Stedin opnieuw de behoefte aan investeringsgeld bekijken. Dan is namelijk te zien wat Stedin kan doorbelasten en wat de inkomsten zullen zijn. Dan wordt ook helder hoeveel geld er nog uit de kapitaalmarkt moet komen en waarvoor de aandeelhouders nog moeten bijspringen. De wethouder heeft hij duidelijk horen zeggen dat de gemeente één intekenbrief zal invullen en hij gaat ervan uit dat dan ook wordt ingeschreven voor het maximale bedrag. De huidige formulering in het raadsvoorstel vindt hij niet erg handig. Liever verwoordt hij in het raadsvoorstel dat de gemeente intekent voor € 7,62 miljoen, dan wel teruggerekend naar het aantal aandelen dat de gemeente dan zou verkrijgen. De heer VEENEMA begrijpt dat de gemeente hoopt meer inkomsten uit dividend te verkrijgen, waarmee de rentelasten van de lening te compenseren zijn. De dividendinkomsten van de cumulatief preferente aandelen kunnen echter ook anders worden besteed, waardoor de rentelasten blijven en de dividendinkomsten die lasten dus niet compenseren. De portefeuillehouder hoorde hij zeggen dat de dividendinkomsten worden gebruikt om rentelasten te compenseren en de normale aflossingen van de leningen te financieren. Of de SGP een motie zal indienen om extra af te lossen met de dividendinkomsten, wil hij eerst nog met zijn fractie bespreken.
De wethouder gaf aan dat de schuldquote op 25% staat, wat een positief beeld schetste. Daarnaast merkte de wethouder de periode tot 2026 aan als korte termijn. In vijf jaar tijd stijgt de netto schuldquote van 25% naar 93%, waardoor de schuldquote in het geel komt. Dat is een negatieve trend.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 14 van 19
De SGP staat op zich niet negatief tegenover het intekenen op het hogere bedrag. De vraag is wel of het nodig en wenselijk is, wat hem nog niet helemaal duidelijk is. De wethouder vraagt hij op die vraag een kort en concreet antwoord te geven. Daarnaast weet hij nog niet wat zijn partij vindt van het intekenen op een hoger bedrag, zodat hij dat liever ook eerst nog mee terugneemt naar zijn fractie. De heer GEISSLER gaat mee in het voorstel om in te tekenen op het maximale bedrag en ziet de aankoop van cumulatief preferente aandelen als een verstandige investering. Als daaruit baten voortvloeien die niet in de begroting zijn ingeboekt, kan te zijner tijd worden bezien waarin die het beste kunnen worden geïnvesteerd. De heer BREEPOEL stemt in met het voorstel om in te tekenen voor het maximale bedrag van € 7,62 miljoen. Mevrouw DEN ENGELSMAN prefereert het één keer intekenen op een bedrag van € 3,8 miljoen, maar moet dat nog terugkoppelen naar haar fractie. Vanavond kan zij daarom nog geen standpunt verwoorden. De huidige aandeelhouders kunnen hun verantwoordelijkheid nemen, zodat het voldoende zou moeten zijn als iedere gemeente één keer intekent. De aandeelhoudersbrief vermeldt duidelijk dat er voor de jaren 2022, 2025, 2026 en 2029 waarschijnlijk geen winst zal worden gemaakt, zodat er dan geen dividenduitkering volgt.
Wellicht is het slim om een afwegingskader te maken in hoeverre Capelle nog kan investeren, met het oog op de komende € 650 miljoen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES constateert dat het de wethouder aardig is gelukt om een toelichting te geven. Daardoor is zij ervan overtuigd geraakt dat de gemeente Capelle aan den IJssel hiervoor verantwoordelijkheid moet nemen. Je zou willen dat iedereen dat doet en zij waardeert het dat mevrouw Den Engelsman erop aandringt dat meer gemeenten dat zouden doen. De raad is echter alleen beslissingsbevoegd voor zijn eigen gemeente Capelle aan den IJssel. Gezien de uitleg over de AA-rating en de mogelijke doorrekening aan de consument wil zij gaan voor het voorstel voor het bedrag van € 7,62 miljoen. Dit zegt zij onder voorbehoud van bespreking met haar fractie. De heer SNIJDERS ziet met name vanwege het maatschappelijke belang graag dat de gemeente intekent voor het volle pond. Het zou inderdaad mooi zijn als alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen, zodat Capelle dat niet dubbel hoeft te doen. Maar als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat. Dan zal Capelle toch maar voor het volle pond moeten inschrijven. Wethouder VAN VEEN zegt toe navraag te zullen doen naar de dividenden. Mochten die afgeraamd moeten worden, dan zal het college dat voorstel doen. Wat de heer Holkamp zei is volgens hem helemaal juist.
De VOORZITTER vraagt of het eventuele voorstel over dividenden dan bij de voorjaarsnota te verwachten is en los staat van de komende raadsvergadering. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat en voegt eraan toe dat bij de voorjaarsnota dit jaar zal worden bekeken hoe het er precies voor staat. De VOORZITTER maakt melding van een mogelijk amendement over de formulering van het raadsbesluit. Hij constateert dat het voorstel als bespreekstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering van 31 mei 2021. 11. Kaders voor aanwending Eneco-gelden De VOORZITTER deelt mee dat het voorliggende stuk een gevolg is van het aangenomen amendement ‘Bestemmingsreserve Eneco: eerst de kaders.’ Hierover is ook gesproken door de raadswerkgroep SIR, wat heeft geleid tot het voorliggende voorstel met een aantal kaders. De heer JANSON complimenteert de raadswerkgroep SIR met het goed aan de slag gaan met het amendement. Hij kan zich vinden in hetgeen is voorgesteld.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/506652
pagina: 15 van 19
De heer LANDZAAD kan zich eveneens in het voorstel vinden. De VVD zal voorstellen voor bestedingen te dekken uit de Eneco-reserve goed toetsen. Met name vindt hij de permanente kaders van belang. De VVD ziet ook dat er met de facultatieve kaders meer dan voldoende speelruimte is om voorstellen te doen. Met name zal de VVD erop letten dat er geen grote (onverstaanbaar, 2.36.30) punten vanuit de reserve worden gedicht. Tegenover venture capital blijft de VVD kritisch staan en daarover wacht hij de presentatie af. De heer HOLKAMP deelt de zorg dat het ontzettend lastig is om het maatschappelijk belang dan wel een hoog maatschappelijk rendement vast te stellen. De wens is eigenlijk ook meerjarig rendement en hij is benieuwd hoe de portefeuillehouder daarnaar kijkt. Een onderzoek naar venture capital hoeft voor hem niet en als dat niet wordt georganiseerd vindt D66 dat ook goed. D66 twijfelt aan de noodzaak van een reserve van € 20 miljoen en mist daarvoor ook elke onderbouwing. Hij vraagt of het te investeren geld in Stedin binnen een eventueel te vormen reserve valt en of het bedrag van € 7,62 miljoen daar nog bovenop komt. De heer VEENEMA is tevreden over de opgestelde kaders voor het besteden van de Eneco-gelden. De kaders vormen een mooi, stevig en leidend principe. Er zijn goede permanente en facultatieve voorwaarden.