02.01 - Conceptverslag cieSOB 21 juni 2021
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 21 juni 2021, in de raadzaal van het gemeentehuis van Capelle aan den IJssel, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter
:
mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;
volksvertegenwoordigers :
mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks
secretaris
:
de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;
portefeuillehouders
:
de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer N.C. van Veen, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;
tevens aanwezig
:
de heer dr. R. Willemse, plv. directeur Rekenkamer; de heer Philip, medewerker Rekenkamer;
notulist
:
de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 4 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet een ieder van harte welkom in een, voor het eerst sinds lange tijd weer fysieke, vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer. Het is weer even wennen, maar heerlijk, om elkaar weer in het echt te zien! De heer Tiesma heeft aangekondigd een ordevoorstel te willen doen ten aanzien van het vaststellen van de agenda, maar dat pas te willen doen nádat de insprekers onder agendapunt 3 het woord hebben gevoerd. Derhalve stelt zij voor op dit moment de agenda even voorlopig vast te stellen. Aldus wordt besloten. 2. Vaststellen verslagen - Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 17 mei 2021 - Gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en -Beheer en Samenleving en Economie van 17 mei 2021 - Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 1 juni 2021 - Voortgezette commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 1 juni 2021 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners De VOORZITTER deelt mede dat zich twee insprekers hebben gemeld: mevrouw Edith Stuivenberg namens de Bomenstichting en de heer Leo de Jong, voorzitter van de Stichting Sparta Schollebos. Als eerste geeft zij het woord aan mevrouw Stuivenberg. Mevrouw STUIVENBERG spreekt de commissie als volgt toe: “Geachte commissie.
In de IJssel en Lek van 9 juni lees ik dat de gemeente de Capellenaren op een toegankelijke manier informeert over de financiën en de prestaties van het jaar 2020. Dat kwam mij goed uit, want ik wil al jaren weten wat het openbaar groen in Capelle nou eigenlijk kost. Volgens de infographic in de IJssel en Lek is het openbaar groen ondergebracht bij de (openlucht)recreatie. Voor meer informatie werd verwezen naar de begrotingsapp. Nou, dan kom je uit bij deelprogramma 5b:
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
2
Openbaar groen en (openlucht)recreatie. Door integraal naar de buitenruimte te kijken, is groen bij andere onderwerpen ondergebracht. Ook niet onbekend, gebeurt al jaren: groen is een sluitpost waarop wordt bezuinigd. Maar wat wordt verstaan onder openluchtrecreatie? Daar kwam ik niet uit, ook niet waarom die twee aan elkaar gekoppeld zijn. Verder gelezen. Wat willen we bereiken? Zorg dragen voor natuurbescherming. Daar heb ik niks van gemerkt. Wat hebben we gedaan? Ook geen informatie over wat Capelle heeft gedaan om natuur te beschermen. Ik zie wel dat Capelle heel wat bomen heeft, maar ik weet niet wat het onderhoud aan die bomen gaat kosten. In 2020 werd de directe woonomgeving door de Capellenaren intensiever gebruikt. Dit resulteerde in meer meldingen dan gemiddeld. Nou, ik telde een verdubbeling! In 2019 waren er wel meldingen, maar die cijfers zijn onbekend en weggepoetst. In 2018 waren dat er bijna 6.000. De uitkomsten van de enquêtes openbaar groen worden doorgaans uitgedrukt in tevredenheidscijfers. Die tevredenheidscijfers geloof ik al jaren niet. Het is dus best interessant om deze meldingen te analyseren en die te vergelijken met de tevredenheidscijfers openbaar groen, vooral omdat deze cijfers al jaren dienen om op het openbaar groen te bezuinigen.
Want de burger is toch tevreden, en dan kan het best met wat minder! De natuurkansenkaart staat ook genoemd; die gaat uit van de huidige situatie van de natuur en werd gerealiseerd door een multifunctionele ambtenaar met als opleiding bouwkunde. Groenkennis ontbreekt hier, en dat is te merken. Er kunnen geen verzilverde natuurkansen worden gemeld, zelfs geen gevelgroen. Verderop kom ik het nog een keer tegen. Beter zou het zijn als er een natuurwaardekaart zou zijn die niet uitgaat van de huidige situatie, want dat is al een achteruitgang, maar van wat hier kan groeien en bloeien. Dan creëer je vooruitgang. En dan niet door iemand met een bouwkundeachtergrond, maar door een ecoloog. Ieder z’n vak. Anders is het weggegooid geld. Kijk maar naar Schollevaar-Zuid: tegels waren daar goedkoper dan een boom, nu is het een hittestressgebied. Het Bomenbeleidsplan is nog steeds niet goed geïntegreerd in de gemeentelijke organisatie. Dat was niet nodig, het moest tussen de oren gaan zitten, maar dat is nog steeds niet gelukt. Ook zijn er geen Boom Effect Analyse, geen werkplannen voor te behouden bomen bij werkzaamheden en rode en groene ambtenaren werken nog steeds niet in de planfase met elkaar samen. Overige ontwikkelingen in het groen, en dat is interessant: geen! Nou, dat verbaast mij.
We staan voor enorme uitdagingen als klimaatverandering, en, nog veel ernstiger, een biodiversiteitscrisis. Niet nodig om te streven naar een groen-blauwe structuur? De omgevingswet? Intussen breiden de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw zich uit in Capelle, en dat zijn zorgwekkende situaties. Maar volgens uw jaarverantwoording zijn er geen ontwikkelingen! Wat heeft het gekost? Ik ben benieuwd, maar we krijgen weer geen cijfers te zien, wel allerlei vreemde codes die ik niet snap: N61, V85 V276, NO. Een toelichting hierop ontbreekt en op deze vermoedelijke taakvelden doorklikken kan ook niet. In de Leeswijzer staat dat de programmabegroting ook Capellenaren inzicht moet geven in de beleidsvoornemens en de financiële cijfers over 2021. Nou, dat gaat mij zo niet lukken! Daarom wil ik u vragen om een toelichting op de infographic die ik in de IJssel en Lek van 9 juni 2021 zag, in normaal Nederlands, met cijfers. Misschien dat ik er dan achter kan komen wat het openbaar groen in deze gemeente kost. Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen veel sterkte en wijsheid. We hebben nog een lange weg te gaan, lijkt mij. Dank u.” De VOORZITTER biedt de heer De Jong de gelegenheid zijn bijdrage te leveren. De heer DE JONG stelt zich voor: Leo de Jong, voorzitter van de zo mooie club Sparta.
Vanavond mag hij vijf minuten inspreken om wat toelichting te geven op de ontstane situatie. In 2010/11 werd begonnen met het bestemmingsplan Schollebos. Sparta, toen spelend met cricket en rugby op de Couwenhoek, kreeg de fantastische mogelijkheid om naar het Schollebos te gaan. De club is de gemeente Capelle daarvoor uitermate dankbaar, nog steeds. In het bestemmingsplanproces werd destijds geopteerd voor openbaarheid van het terrein. In Engeland is dat usance. Een cricketveld, een rugbyveld en zelfs golfbanen liggen daar in toegankelijk openbaar gebied. Zelfs in Nederland liggen golfbanen waar gewoon wandelpaden doorheen lopen. Hitland is een iets andere situatie, maar ook daar zijn situaties waarbij een wandelpad parallel loopt aan de banen. Het begrip ‘toeganke-
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
3
lijkheid voor publiek’ rondom een golfbaan is niet onbekend. In het bestemmingsplanproces is Sparta voor cricket en rugby uiteraard akkoord gegaan met openbaarheid. Sinds 2014 is Sparta ook begonnen met lesgeven op golfgebied. Dat liep goed geïntegreerd in het proces binnen de club. Ook op het gebied van veiligheid was er de laatste jaren reden voor tevredenheid: men heeft veel vandalisme gekend op het terrein, maar hoe meer het wordt bezet, hoe kleiner de kans dat tegen dat soort probleem wordt opgelopen. Vanaf 2014 was dit een gedoogsituatie en twee jaar geleden werd met de betrokken mensen in dit huis besloten het te gaan legaliseren. Twee jaar lang is een bestemmingsplanproces gelopen, eerst langs een omgevingsvergunning voor een overdekt afslaggebouwtje, en een omgevingsvergunning om dat in te passen in het bestemmingsplan. Bij het indienen ervan kwam echter een kink in de kabel in de vorm van een overleg met de twee andere golfclubs in Capelle, Hitland en de Country Club. Op initiatief van ambtenaar Bram Holleman werd een bespreking met elkaar belegd en via Teams is toen een overleg gevoerd tussen Sparta, Hitland en de Country Club, om te kijken of een compromis te bereiken zou zijn, of een situatie waarin de gedachten bij de twee golfverenigingen, of op concurrentiegebied, of op andere zaken, weggenomen zou kunnen worden. Helaas is dat niet gelukt.
Men heeft een zienswijze ingediend en tot zijn verrassing kreeg hij twee weken geleden een telefoontje van Bram Holleman, met de mededeling dat de stekker eruit werd getrokken. Uiteindelijk heeft hij besloten hierover een briefje te sturen, omdat hij de argumentatie die werd aangevoerd niet kon begrijpen. Het liep voornamelijk langs de weg van de veiligheid. Als daarover zorgen bestaan, loopt Sparta daar niet voor weg en is zij graag bereid in gezamenlijkheid te bezien hoe dat opgelost kan worden. Die kans krijgt Sparta echter niet. De stekker wordt eruit getrokken en golf moet per 1 november stoppen. Hem lijkt dat niet de gewenste procedure. Hij vindt dat Sparta de kans moet worden gegeven om het onderwerp veiligheid nader te beschouwen en een plan te maken om het wel zo veilig mogelijk te kunnen faciliteren. Als dat een paar centen kost, is Sparta graag bereid daarover na te denken. Het brengt hem overigens wel bij iets anders. In de stukken heeft hij gelezen dat een investering van Sparta niet mogelijk is, omdat met de Belastingdienst een btw-overeenkomst is gesloten die het Sparta verbiedt op haar complex te investeren. Bij de start van dit complex heeft Sparta echter ook geïnvesteerd in opstallen en als het voor het bevorderen van de veiligheid nodig is, moet het toch mogelijk zijn die stap te zetten. De VOORZITTER zegt beide insprekers dank.
Zij geeft hierna het woord aan de heer Tiesma, die een ordevoorstel wil doen ten aanzien van het agendapunt waarvoor de heer De Jong zojuist insprak. De heer TIESMA noemt het een vreemde situatie dat het na vele jaren gedogen van golfactiviteiten ineens niet meer mag, nu de vereniging het netjes wil gaan regelen. Gewoonterecht lijkt hem ook hier een rol te spelen. De bezwaren richten zich voornamelijk op veiligheidsaspecten. De vereniging heeft de gemeente verzocht haar meer tijd te gunnen om te onderzoeken hoe hier hieraan tegemoet kan worden gekomen. Daarom stelt hij voor het desbetreffende agendapunt na september te laten terugkomen, zodat Sparta de tijd krijgt om met een aanpak te komen. Gezien de lange tijd waarin de golfactiviteiten gedoogd zijn, lijkt het D66 gerechtvaardigd de vereniging deze kans te bieden. Bovendien kan nog worden aangevoerd dat die activiteiten ook inkomsten voor de vereniging betekenen, niet onbelangrijk als men wil dat clubs hun eigen broek ophouden. De heer EILANDER oppert dat wat D66 hier beoogt ook onderdeel van de bespreking zou kunnen zijn, waarbij de wethouder wellicht zou kunnen toezeggen hiermee iets te gaan doen. Het voorstel nu van de agenda halen vindt hij wel heel definitief; dat kan altijd nog in de raadsvergadering gebeuren als dat nodig wordt geoordeeld.
De heer TIESMA repliceert dat wordt voorgesteld de vergunning definitief niet te verlenen, vandaar zijn voorstel. Men is er al heel lang mee bezig en twee, drie maanden extra kunnen er ook nog wel bij. De heer VAN LOEF verzoekt de heer Tiesma dan eens duidelijk uit te leggen wat deze tijdwinst zou moeten opleveren. De heer TIESMA antwoordt dat hij Sparta de tijd wil gunnen om een plan van aanpak te maken voor het aanpakken van de veiligheidsaspecten.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
4
De heer VAN LOEF meent, afgaande op de inbreng van de inspreker, dat Sparta meer dan voldoende tijd heeft gehad om met een plan te komen, dat ook moet passen binnen het bestemmingsplan overigens. De VVD stelt prijs op een inhoudelijke bespreking van het voorstel in deze vergadering. De heer TIESMA werpt tegen dat Sparta, blijkens de woorden van de heer De Jong, pas twee weken geleden te horen heeft gekregen dat dit ter tafel ligt. De heer VLOT geeft de heer Tiesma in overweging niet alleen het belang van Sparta in het oog te houden, maar ook wat zijns inziens juist de kern van de zaak is, namelijk dat de situatie zes jaar lang is gedoogd zonder dat in die periode voldoende toezicht is uitgeoefend. De VOORZITTER merkt op dat nu alleen de vraag aan de orde is of het voorstel inhoudelijk behandeld moet worden of niet. Zij peilt de stemming onder de commissieleden en stelt vast dat het ordevoorstel van de heer Tiesma door een meerderheid wordt verworpen. 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen. 5. Corona Geen opmerkingen. 6. Rekenkamerrapport Rivium De VOORZITTER merkt vooraf op dat in deze openbare vergadering door het college geen informatie ter sprake kan worden gebracht waarop geheimhouding rust. Zij herinnert eraan dat de risicoanalyse inmiddels in een besloten vergadering met de commissie is besproken.
Zij verzoekt de heer Willemse het voorliggende voorstel kort toe te lichten. De heer WILLEMSE benadrukt dat het in dit geval een bijzonder onderzoek van de rekenkamer heeft betroffen. Rekenkamers kijken vaak terug, maar dit was een onderzoek naar een lopend dossier dat volop in beweging is, wat men in het onderzoek ook wel heeft gemerkt. Gaandeweg het onderzoek werden de tekortkomingen die men was tegengekomen opgelost. Zo is bijvoorbeeld de projectstructuur geleidelijk verbeterd, zijn in het kader van de risicoanalyse verbeteringen aangebracht en zijn op een gegeven moment goede projectopdrachten vastgesteld. Dat neemt niet weg dat de rekenkamer ook wat kritische kanttekeningen en conclusies heeft over een aantal zaken, waaronder op het punt van de projectgovernance. Daarvan is aangegeven dat een goed geïntegreerd overzicht van de doelstellingen, risico’s, planningen, kosten en dat soort zaken, zowel aan de voorkant als tussentijds in de monitor, nog wordt gemist. Het college heeft opgemerkt dat dat allemaal wel bestaat, en dat klopt, maar het is heel erg fragmentarisch, waardoor een centraal overzicht ontbreekt. Het belemmert op zich de ambtelijke en bestuurlijke sturing op het dossier, omdat niet alle informatie op hetzelfde moment voorhanden is als er besluitvorming moet plaatsvinden. Inmiddels zijn ook op dat vlak verbeteringen gaande.
Er zijn conceptstukken geformuleerd waarin die integratie plaatsvindt. Als dat verder wordt voortgezet, gaat het college sterk in de richting van de aanbevelingen, die trouwens op dit punt ook worden overgenomen. De rekenkamer is ook kritisch ten aanzien van het risicomanagement. Zonder op de finesses te kunnen ingaan, wat dat betreft moet hij een beetje met meel in de mond praten, kan hij wel zeggen dat op metaniveau wordt geconstateerd dat de risicoanalyses intern relatief weinig gebruikt worden om daadwerkelijk te sturen op de beheersing ervan. Vastgesteld is ook dat beheersmaatregelen voor bepaalde risico’s lang niet altijd even concreet zijn en, ook belangrijk, dat er geen eigenaar is van die beheersmaatregelen. Dus er is geen garantie in de organisatie dat de risico’s daadwerkelijk worden getackeld. Tevens is vastgesteld dat bij de beoordeling van de impactrisico’s, ook de financiële impact, de systematiek niet altijd even consequent wordt toegepast, waardoor uiteindelijk risico’s wat aan de lage kant worden ingeschat. Die conclusie wordt gedeeltelijk overgenomen door het college, op sommige onderdelen niet, maar de aanbevelingen beziende gaat het toch mee in verbetering van het risicomanagement zoals door de rekenkamer voorgesteld.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
5
Positief is ook dat het risicomanagement nu niet meer wordt gedaan door de ambtelijk opdrachtgever, maar dat daar een speciale projectcontroller voor komt die dat onder z’n hoede neemt, waardoor ook de onafhankelijkheid in de risicobeheersing beter is geborgd. Een derde punt waar de rekenkamer een kritische conclusie over had is de informatievoorziening aan de raad. Als het gaat om de voortgang, wordt de raad niet altijd tijdig geïnformeerd. Op dat punt heeft het college aangegeven dat er afspraken zijn gemaakt over een dashboard. Dat is er echter nog niet. De plannen zijn er, maar het moet nog wel gerealiseerd worden. Maar als dat dashboard er komt, met de inhoud die wordt voorgesteld in het rapport, kunnen grote verbeteringen op dat punt plaatsvinden. Bij het laatste punt scheiden de geesten van het college en de rekenkamer enigszins, en dat heeft betrekking op het ook door de raad vastgestelde principe dat de ontwikkeling op Nieuw Rivium volledig voor rekening en risico van de marktpartijen komt. Op zichzelf is dat een begrijpelijk standpunt, omdat de gebiedsontwikkeling op initiatief van marktpartijen tot stand komt, maar de rekenkamer vindt het, gelet op wat zij is tegengekomen, niet heel realistisch om daaraan vast te houden. Deels verklaart het ook waarom de samenwerkingsovereenkomst waarin al die risico’s moeten zijn afgedekt, nog steeds niet tot stand is gekomen.
Oorspronkelijk zou die in september 2020 komen, toen werd het december 2020, maar toen was ze er ook nog niet. De laatste informatie is dat de SOK ergens in het derde kwartaal zal worden vastgesteld. Kijkend hoe het proces het afgelopen jaar is gegaan, tamelijk stroperig, weet de rekenkamer nog niet zo zeker of dat ook gaat lukken. Uit alle stukken en uit gesprekken die zijn gevoerd, maar ook uit verslagen, blijkt vrij sterk dat het uitgangspunt dat alle kosten en risico’s voor rekening van marktpartijen komen voor de onderhandelaars tamelijk rigide is en de onderhandelingsruimte, of in ieder geval de bewegingsruimte, erg beperkt. Bovendien heeft de rekenkamer meegekregen, ook vanuit het ambtelijk apparaat zelf, dat er gelijksoortige gebiedsontwikkelingen zijn in Nederland waarbij het ook nooit gelukt is om al die kosten volledig bij de andere partijen te leggen. Tekenend in dit verband is overigens dat ook in de risicoanalyse wordt onderkend dat er risico’s zijn en dat daarom ook een weerstandsvermogen is ingesteld. Weliswaar gaat het niet alleen over risico’s van de SOK, maar toch wordt onderkend, en dat blijkt ook uit de reactie van het college op de brief van de rekenkamer, dat het risico dat de SOK nooit tot stand komt inderdaad aanwezig is. Als die er niet komt, kost het de gemeente inderdaad niks.
De huidige projectkosten die zijn gemaakt, de plankosten, zijn al betaald door de ontwikkelaars, dus in die zin schiet de gemeente er niet bij in, maar het zou wel in het kader van de woningbouwopgave, want daar gaat het uiteindelijk om, een gemiste kans zijn als de SOK niet komt, want dat zou ook betekenen dat er bijna geen gebiedsontwikkeling mogelijk is. Een van de belangrijkste boodschappen van de rekenkamer richting de raad is: ga toch nog eens nadenken over dat principe, want het is een belangrijke verklaring voor het feit dat de onderhandelingen stroef verlopen, en vasthouden aan het principe is geen garantie dat de SOK er bijtijds zal komen. De VOORZITTER verzoekt de leden van de commissie bij het stellen van vragen duidelijk aan te geven of ze aan de rekenkamer dan wel aan het college worden gesteld. De heer EILANDER stelt voor de inhoudelijke vragen aan de rekenkamer eerst te stellen en pas daarna die aan het college, omdat hij zich van de vorige keer herinnert dat het nogal verwarrend was om alles door elkaar te doen. De VOORZITTER stelt voor te beginnen met een eerste termijn voor de rekenkamer en daarna twee termijnen voor de wethouder. Zij geeft het startsein voor de vragen aan de rekenkamer. De heer EILANDER zegt de rekenkamer dank voor een helder en goed leesbaar rapport.
Hem rest nog één belangrijke vraag over de conclusies 3 en 5, die te maken hebben met de risicobereidheid van nul, die de raad aan het college heeft meegegeven, en het uitstellen van de SOK en dus, zeg maar, een bindende juridische afspraak. Heeft hij goed begrepen dat het waarschijnlijk niet zozeer financieel tot consequenties leidt als wel in de doelrealisatie van het programma tot een vertraging leidt, of zelfs een zodanige impact kan hebben dat dat niet zal worden gehaald? Zou het een aanbeveling van de rekenkamer zijn om daar echt van af te stappen, als de gemeente iets wil organiseren om het doel met het woningbouwprogramma op tijd te halen?
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
6
De heer OUDSHOORN kondigt twee vraagjes aan de rekenkamer aan. De eerste raakt aan de constatering van de rekenkamer dat de risicobereidheid niet nihil kan zijn. De reactie van het college daarop was dat die aanbeveling niet overgenomen wordt. Is de rekenkamer er echter mee bekend dat in het voorgenomen raadsbesluit deze aanbeveling wél wordt overgenomen? Ten tweede toont hij zich benieuwd naar de opvatting van de rekenkamer over het feit dat bij verschillende rekenkamerrapporten steeds conclusies niet worden overgenomen door het college, terwijl de aanbevelingen veelal wel worden overgenomen, of zelfs allemaal. De heer HARINCK complimenteert de rekenkamer met het zeer leesbare rapport. Net als de SGP zit het CDA een beetje met de vraag over de conclusies en de aanbevelingen en de discussie met het college daarover. Van de rekenkamer wil hij graag horen hoe het proces gegaan is van het afstemmen van de conceptversie. Ongetwijfeld is een conceptversie gedeeld met de ambtelijke afdeling, daarover zijn opmerkingen gekomen en zoals hij de brief las, maakte hij zich toch wel zorgen over de tegenstelling tussen de opvattingen van de rekenkamer en de manier waarop het college naar de conclusies keek.
In de inleiding is het zojuist wat genuanceerd, en dat zij zo, maar zoals hij het las was er toch wel een verschil in opvattingen over de conclusies en dat kan volgens hem alleen als men het niet eens is over de feiten. De heer VAN LOEF sluit zich aan bij de woorden van dank aan de rekenkamer. Het is een bijzonder onderzoek geweest, zoals de heer Willemse zojuist concludeerde, maar het is toch wel belangrijk dat dat vooraf wordt gedaan, en ook lopende het project, omdat het voor de gemeente Capelle natuurlijk een enorm project is. Wat als eerste opvalt, is dat heel veel aanbevelingen worden overgenomen, maar de conclusies niet. Die vraag houdt ook de VVD bezig. Wat betreft het leggen van risico’s bij de marktpartijen stelt hij de vraag of er voorbeelden bekend zijn uit den lande waar dat toch anders in z’n werk is gegaan. Wellicht kan ook Capelle daarmee haar voordeel doen. Mevrouw KING-DE HOOG meent te weten dat het feit dat het college wel de aanbevelingen overneemt, maar niet alle conclusies onderschrijft is toe te schrijven aan een interpretatie en vraagt of dat juist is. De heer TIESMA toont zich bijzonder ingenomen met het rekenkamerrapport, omdat het iedereen nog eens even met de neus op de feiten drukt.
Bij de vraag die al door anderen is gesteld over het wel onderschrijven van de aanbevelingen, maar niet van alle conclusies door het college, sluit hij zich van harte aan. Bij de reactie van het college op pagina 10 op het vermijden van elk financieel risico past naar zijn mening ook een kritische opmerking jegens de raad zelf, omdat dat ook een besluit is van de raad. Mevrouw WEEMHOFF dankt de rekenkamer voor het rapport en sluit zich aan bij de vragen die eerder zijn gesteld over het wel overnemen van de aanbevelingen, maar niet van de conclusies door het college. Ten slotte is zij benieuwd of uit het rapport van de rekenkamer de conclusie moet worden getrokken dat, als Capelle Rivium wil omkatten naar een woonwijk, de gemeente bereid zal moeten zijn daar financieel in te investeren. De heer RAADSEN begrijpt dat de gemeente vrij goed de financiële risico’s heeft afgedekt, maar dat er vraagtekens worden geplaatst bij de risico’s wat betreft de doelbereiking.
Hij denkt dan aan een aspect dat wellicht pas na realisatie van hetgeen de initiatiefnemers willen realiseren boven tafel zal komen, namelijk: komen er inderdaad die bewoners in die men zich heeft voorgesteld in alle plannen, met name bewoners van wie verwacht wordt dat ze wat minder met de auto komen en wat meer met de fiets, waarop tenslotte alle berekeningen ten aanzien van parkeren et cetera zijn afgestemd? Voor een fietser is het namelijk niet voldoende dat er ook fietspaden in Rivium zelf worden aangelegd. Wil je met de fiets komen waar je wezen wil, dan is ook de verbinding naar de rest van Capelle en Rotterdam van belang, en daarbij heeft GroenLinks wat meer twijfels, want deze gemeente wil namelijk niet investeren in dat soort fietspaden.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
7
De heer VAN LOEF moet zeggen dat hem de relevantie hiervan voor het rekenkameronderzoek volledig ontgaat. De heer RAADSEN zal dat uitleggen. Zijn vraag luidt namelijk: hoe wordt aangekeken tegen risico’s van doelbereiking en eventuele gevolgen van niet-doelbereiking bij dit project? De heer VLOT constateert dat het hier gaat over iets waarover men na zeer uitgebreide beraadslagingen tot een raadsoordeel is gekomen. Veel facetten van het probleem zijn al behandeld, wat ook heeft geleid tot toezeggingen, onder meer wat betreft communicatie met de raad en met derde partijen. Bezorgdheid over een aantal risico’s heeft altijd bestaan. In het rekenkamerrapport komen al deze zaken nog eens terug. Uit de beantwoording vanuit de gemeente komt soms een mooi-weerplaatje naar voren en omdat deze onderneming uiteindelijk toch bij raadsbesluit is aangegaan, is hij benieuwd of de rekenkamer van mening is dat de raad hier te lichtzinnig is geweest en de zaken eerder had moeten regelen. In de voorjaarsnota worden bijvoorbeeld de bouwenveloppen al genoemd, terwijl de SOK er nog steeds niet is. De prangende vraag van de SP is of, gelet op de veiligheidsrisico’s, de grondposities die de gemeente niet heeft en de aanspraak die ontwikkelaars maken, hier alsnog een inhaalslag kan worden gemaakt, buiten de aanbevelingen om.
De VOORZITTER nodigt de heren van de rekenkamer uit de vragen te beantwoorden. De heer WILLEMSE gaat allereerst in op de vraag van de ChristenUnie naar aanleiding van de conclusies 3 en 5 of er een verband bestaat tussen de risicobereidheid van nul en de doelstelling om een gebiedsontwikkeling te realiseren. Het principe is door de raad vastgesteld en hij begrijpt dan ook heel goed dat de ambtelijke organisatie daaraan vasthoudt, maar naast allerlei andere oorzaken heeft ook dit zeker effect op de snelheid van onderhandelen en uiteindelijk kan het ook een gevolg hebben voor de doelbereiking ten aanzien van de bouw van ongeveer 5.000 woningen. In dit geval heeft de gemeente de koppeling gelegd met de totstandkoming van een SOK. Als die SOK er niet is, zal op een andere manier geprobeerd moeten worden de woningbouw te realiseren, bijvoorbeeld door zelf de grond aan te kopen en te ontwikkelen, maar dat is weer in tegenspraak met de gedachte om het door de markt te laten doen. Hij kan niet in een glazen bol kijken, maar het vasthouden aan de SOK kan een serieus risico betekenen voor het realiseren van de woningbouw in Nieuw Rivium. De SGP bevestigt hij dat de rekenkamer zich ervan bewust is dat de aanbeveling over de risicobereidheid door het college in het raadsvoorstel wel is overgenomen. Het is uiteindelijk echter aan de raad om daarmee al dan niet akkoord te gaan.
Als de raad die aanbeveling niet overneemt, vreest hij dat in de gebiedsontwikkeling in ieder geval vertraging zal optreden. Herhaaldelijk is de vraag gesteld hoe het nu komt dat het college de aanbevelingen wel overneemt, maar niet alle conclusies onderschrijft. Zelf loopt hij al zo lang mee in de rekenkamerwereld dat hij daar niet meer van opkijkt. Er zijn allerlei verklaringen voor te bedenken, maar overigens wijst hij erop dat in de reactie op sommige conclusies wel staat dat het college ze niet overneemt, maar dat uit de toelichting blijkt dat met veel elementen daarin wel akkoord wordt gegaan. In andere gevallen – en dat is uitgelegd in het nawoord – had de rekenkamer wel eens de indruk dat het verkeerd werd begrepen. Een wat intensere discussie is gevoerd over de vertrouwelijkheid van bepaalde zaken, wat tot enig heen en weer-geschuif van teksten heeft geleid en tot het inwinnen van juridische adviezen over wat wel en niet mogelijk zou zijn binnen de kaders van de Gemeentewet. Tot de PvdA-fractie merkt hij op dat, als het principe ten aanzien van de risicobereidheid door de gemeente niet wordt losgelaten en dat ertoe leidt dat marktpartijen niet aan boord willen komen en de gebiedsontwikkeling vastloopt, het aan de raad is om ervoor te kiezen geen ontwikkeling mogelijk te maken, of in beperkte zin, dan wel om geld bij te leggen.
Door GroenLinks is een vraag gesteld over het risico van de doelbereiking rondom de ontwikkeling van Rivium, waarbij mobiliteit en fietspaden werden aangestipt. De rekenkamer is niet zo ver gegaan om daar een uitspraak over te doen, ze heeft zich puur bepaald tot een onderzoek naar de financiële risico’s voor de gemeente en het risico om überhaupt te kunnen opstarten met de hele gebiedsontwikkeling. Dat de raad wat te lichtzinnig is geweest, zoals de heer SP opperde, zou hij niet willen zeggen. Laat hij het houden bij de formulering dat de raad bij het vaststellen van het principe misschien een beetje optimistisch is geweest. Vanzelfsprekend kan de raad daar altijd weer op terugkomen. In dat verband beantwoordt hij de vraag van de SP of er een inhaalslag te maken valt, bevestigend.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
8
De VOORZITTER zegt dank voor deze beantwoording en stelt de “tweede eerste termijn” aan de orde, ditmaal met vragen aan de wethouder. De eer EILANDER zegt de rekenkamer dank voor de bevestiging die hij heeft gekregen op zijn vraag of er mogelijk een verband bestaat tussen de conclusies 3 en 5. Het financiële risico zou nu wel ergens anders kunnen worden neergelegd – de rekenkamer noemde er zelf een voorbeeld van –, maar dat zou een open deur zijn voor de ontwikkelaars. Wel legt hij de wethouder de vraag voor of dit aspect onderdeel kan uitmaken van de bespreking in de vertrouwelijke commissievergadering op 3 juli a.s. De heer OUDSHOORN sluit zich aan bij dit verzoek van de heer Eilander. Dezelfde vraag die hij eerder aan de rekenkamer heeft voorgelegd stelt hij nu ook aan het college: wat is er toch eigenlijk aan de hand dat er iedere keer weer discussie ontstaat over de conclusies in een rekenkamerrapport, temeer daar in de tekst die rondom zo’n conclusie wordt geschreven zo’n conclusie toch weer vaak onderschreven wordt.
Welk spel wordt hier eigenlijk gespeeld? Ten slotte verzoekt hij de wethouder toe te lichten – en als dat nu niet kan, dan wellicht in de vertrouwelijke commissievergadering – waarom in de eerste primaire reactie door het college wordt geantwoord dat een aanbeveling niét wordt overgenomen, terwijl diezelfde aanbeveling wel wordt overgenomen in het voorstel dat vervolgens aan de raad wordt voorgelegd. De heer HARINCK toont zich net als de vorige sprekers nieuwsgierig naar de reflectie van de wethouder op wat hij kort door de bocht maar even ‘armpje drukken’ noemt tussen rekenkamer en college. Als uiteindelijk toch zoveel wel onderschreven wordt, waarom moet dat dan in zulke bewoordingen worden gevat? Bij het verzoek van de heer Eilander ten aanzien van de vertrouwelijke vergadering op 3 juli twijfelt hij een beetje over de rol van zo’n overleg in toekomstige onderhandelingen. Naar mate de gemeente onduidelijker wordt over haar inzet, wordt volgens hem de inzet van de ontwikkelaars veel sterker. Mevrouw KING-DE HOOG spreekt haar blijdschap uit over het prima rapport dat de rekenkamer heeft opgeleverd. Voor Leefbaar Capelle woog het zwaarst dat de aanbevelingen opgepakt zouden worden, en dat is het geval. Ook Leefbaar Capelle vindt het bijzonder dat het college de aanbevelingen wel overneemt, maar niet alle conclusies onderschrijft.
Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? Is het inderdaad, zoals ze zojuist al aan de rekenkamer vroeg, een kwestie van interpretatie? De heer TIESMA sluit zich aan bij de vraag die door de SGP is gesteld over de discrepantie in de houding van het college ten aanzien van de aanbevelingen versus de conclusies. Wat hem is opgevallen, is dat er te weinig formeel is geregeld met betrekking tot het informeren en het betrokken houden van de omliggende gemeenten en omwonenden, terwijl dat wel cruciaal is voor de acceptatie door betrokkenen. Het college is daar niet echt op ingegaan, vandaar zijn vraag hoe de wethouder daartegen aankijkt. Mevrouw WEEMHOFF vindt het een beetje jammer dat op zaterdag 3 juli een extra vergadering is gepland voor een toch al zwaar belaste raad. De wethouder legt zij de vraag voor wat nu eigenlijk het verschil is tussen “wij beschouwen deze aanbeveling van de rekenkamer als een bevestiging van ons beleid” en “wij nemen deze aanbeveling niet over, want wij doen het al”. Door dat verschil bij sommige conclusies en aanbevelingen is zij wat in de war geraakt, vandaar. Door het college is het een beetje flauw genoemd dat de rekenkamer iets zegt over het dashboard. Dat dashboard is er echter nog niet, zoals de rekenkamer ook opmerkt.
Kan de wethouder aangeven wanneer de raad dat tegemoet kan zien? De heer RAADSEN stelt de wethouder de aanvullende vraag in hoeverre het uitgangspunt van geen risico willen nemen als gemeente echt een rol speelt in de onderhandelingen over de SOK. De heer VLOT merkt op dat de vragen die hij eerder heeft gesteld aan de rekenkamer evenzeer gelden voor de wethouder.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
9
Kort na de verkiezingen, ruim drie jaar geleden, was de toenmalige wethouder juichend over de goede verstandhouding met ontwikkelaars, was de kostenneutraliteit van dit project voor de gemeente geborgd en stonden alle seinen op groen. Een ruime meerderheid van de raad stemde toen in met deze zaken, maar toch ligt nu een rapport voor waaruit aanmerkelijke tekortkomingen blijken. Hij is benieuwd hoe de wethouder, met inachtneming van het overnemen van diverse aanbevelingen, de positie van de gemeente zou willen versterken om dit project van grond te krijgen, zonder zich afhankelijk te maken van al dan niet positieve rekenkamerrapporten. Hij mag toch hopen dat de gemeente in enige mate de regie in handen zal houden bij zo’n grootschalig project. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dank voor alle bijdragen vanuit de commissie en de rekenkamer voor het opleveren van de voorliggende onderzoeksbrief. Al met al meent hij dat men het niet op veel punten echt oneens is met de rekenkamer en de weergave van haar onderzoeksbrief in het rapport dat vandaag ter bespreking voorligt. Er zitten wel eens wat smaakverschillen in, zoals je ook ziet in de conclusies en aanbevelingen. Sommige conclusies zijn op zichzelf niet onlogisch, maar zijn wat operationeel van aard en de aanbevelingen weer van andere aard.
Andere conclusies zijn weer wat uitgebreider en ook dat is niet zo erg, maar dan kan het voorkomen dat je bij de ene zin denkt ‘ja’ en dat dat bij de andere zin wat minder geldt, waardoor je tot een genuanceerd antwoord komt. Als men het eens kan zijn over de verklarende tekst, lijkt hem dat veel belangrijker dan te gaan bakkeleien over een plusje of een minnetje meer of minder. At the end of the day zullen de verschillen tussen college en rekenkamer op dit onderwerp niet heel spannend groot blijken te zijn, is zijn overtuiging, met één uitzondering, en dat is de aanbeveling over de risicobereidheid. Hij vraagt zich eerlijk gezegd af of de bijeenkomst op 3 juli er zich goed voor leent om daarover verder te spreken. Het zou ook vanavond nog kunnen en voor zover dat van belang zou zijn, kan dat ook in beslotenheid. Laat hij er dit over zeggen: het uitgangspunt als zodanig wordt door de marktpartijen onderschreven. Hij gelooft ook niet dat het wezenlijk zou veranderen als bij wijze van spreken besloten zou worden 90% bij de marktpartijen te leggen en 10% door de gemeente te laten betalen. Het zou wél wezenlijk veranderen als de gemeente 80% voor haar rekening zou nemen. Hij zou echter niet willen aanbevelen om daarin te schuiven.
Het is wel een forse uitdaging, daar heeft de rekenkamer zeker gelijk in, maar hij houdt wel van een uitdaging en vooralsnog ziet hij geen reden om dit te wijzigen. Uiteindelijk gaat het om een hoop geld en als je je daarop juridisch-financieel wilt vastleggen, wil je natuurlijk precies weten wat waarvoor wordt betaald en wat je waarvoor terugkrijgt. Dat geldt voor de gemeente ook, want ook haar handtekening komt eronder. Het is een proces dat de nodige tijd kost, maar de vraag is of dat heel erg is. Als je lopende plankosten vergoed krijgt, kun je wel door met alle voorbereidingen om te komen tot realisatie. Het risico, ook in de risicoanalyse benoemd, is dat je, zolang er geen handtekening is, niet hebt wat je wel nodig hebt om tot die uiteindelijke realisatie te komen. Als de SOK er niet zou komen – een vraag die door de rekenkamer werd gesteld –, dient zich op dat moment de vraag aan of je iets van die risicobereidheid zou moeten gaan vinden. Daar kan hij zich wel iets bij voorstellen. Maar hij zou zeggen: pas als het niet zou lukken, en dat is vooralsnog niet zijn veronderstelling, zou een gesprek daarover nodig zijn tussen raad en college. Waarom het dan zo in het raadsvoorstel staat, weet hij niet, maar hij verneemt zojuist dat dat van de griffie afkomstig is. Hij neemt aan dat dat het standaardraadsvoorstel is dat je krijgt bij een rekenkamerrapport.
Naar aanleiding van dit debat zouden daar wellicht zinnen in kunnen wijzigen. Mevrouw King, die vroeg of het al dan niet overnemen/onderschrijven van conclusies en aanbevelingen een kwestie van interpretatie zou kunnen zijn, bevestigt hij dat het woordgebruik een rol kan spelen. De onderliggende tekst is echter het belangrijkste, zowel van de rekenkamer als van het college. Informeren van de omwonenden is naar zijn mening wel degelijk vrij uitgebreid gedaan. Het is natuurlijk zaak dat op een goede manier te blijven doen, en dat geldt ook voor bedrijven op het Rivium en externe partners, zoals een waterschap, een provincie of de gemeente Rotterdam. Gevraagd is wanneer het dashboard er zou kunnen zijn. Hij gaat ervan uit dat er na de zomer een soort concept zal liggen, waarop dan misschien ook nog geschoten kan worden, want uiteindelijk wordt het sámen gemaakt. In een volgende fase kan het wellicht nog verder gefinetuned worden. Tweede termijn De Heer EILANDER bevestigt dat het raadsvoorstel bij een rekenkamerrapport door de griffie wordt geschreven. Interessant is het gestelde bij punt 9: “accepteren dat bij een omvangrijke, complexe herontwikkeling als het Nieuwe Rivium de risicobereidheid niet nihil kan zijn”. Dat is een vraag die de
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
10
raad moet beantwoorden en als dat antwoord bevestigend luidt, betekent dat volgens hem impliciet dat het college daar in het plan van aanpak iets van moet vinden om daarmee aan de slag te gaan. Althans, dat is een checkvraag die hij bij dezen stelt: ziet het college voor zichzelf een taak om met die aanbeveling iets te gaan doen? Wethouder STRUIJVENBERG repliceert dat hij na de stemming in de raad een plan van aanpak heeft te leveren aan de raad over hoe om te gaan met het raadsbesluit over dit rekenkamerrapport. Zijn toch wel enigszins stevige aanbeveling aan de raad is om op dit ene punt het standaardraadsvoorstel te wijzigen. De heer EILANDER oppert dat te doen na de vergadering van 3 juli, die in dat opzicht wellicht nog wat kan opleveren. Wethouder STRUIJVENBERG beveelt aan dat gesprek nú te voeren, als het in de openbaarheid kan, en anders in de besloten sessie die hierna nog volgt. Het construct van de vergadering op 3 juli leent zich daar namelijk minder voor. De heer EILANDER stemt ermee in om er in de straks te beleggen besloten vergadering op terug te komen.
De heer TIESMA geeft in overweging een omvangrijk project als het Rivium, waarin zoveel ontwikkelingen plaatsvinden, standaard als agendapunt op te voeren voor de commissie SOB, op dezelfde manier als met corona is gebeurd, zodat de commissie de vrijheid heeft om er al dan niet vragen over te stellen of om informatie te verzoeken. De heer OUDSHOORN attendeert erop dat om die reden voor het Rivium juist een klankbordgroep in het leven is geroepen. De heer VLOT werpt tegen dat deze klankbordgroep in eerste instantie niet geheel raadsbreed gedragen is en ook niet in het openbaar vergadert. De heer TIESMA voegt eraan toe dat een klankbordgroep een andere status heeft dan een commissievergadering. Het vaste agendapunt ‘corona’ kan er wat hem betreft nu wel af en daarvoor zou het Rivium in de plaats kunnen komen. Mevrouw KING-DE HOOG vindt dat niet zo’n goed idee, omdat zij vreest dat het Rivium dan in iedere vergadering zoveel aandacht zou opeisen, dat het ten koste gaat van andere agendapunten. Mevrouw WEEMHOFF oppert dat de vraag die zij had over het dashboard hiervoor wellicht een goede oplossing zou kunnen zijn. Overigens verbaast het haar dat het college eerder had aangegeven dat het dashboard al heel ver in ontwikkeling was en dat zij de wethouder nu hoort zeggen dat het pas na de zomer komt en dat de raad daarover kennelijk ook nog het nodige gaat zeggen.
Haar vraag blijft dan ook of er wat meer haast achter dit dashboard kan worden gezet. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt dat ook als er meer haast achter wordt gezet toch pas na de zomer zal worden uitgekomen. Hij kan nu eenmaal geen ijzer mee handen breken. De VOORZITTER sluit de beraadslagingen, met dank aan alle deelnemers, met name de heren van de rekenkamer. Omdat er straks ook nog in beslotenheid zal worden vergaderd, stelt zij voor later terug te komen op de vraag of het voorstel al dan niet als hamerstuk voor de raad moet worden geagendeerd. Aldus wordt besloten. Schorsing (21.28 – 21.39 uur). 7. Definitief besluit geen vergunning en verklaring van geen bedenkingen golfactiviteiten en incidentele voetbalwedstrijden op het terrein van Sparta 1888 aan de Bermweg 141 De heer TIESMA vat samen dat de golfactiviteiten vele jaren zijn gedoogd en dat het, nu de vereniging het netjes wil regelen, ineens niet meer mag. Dat spreekt D66 helemaal niet aan. Er zijn wel meer dingen die in Capelle worden gedoogd en dit zou er for the time being best aan toegevoegd kunnen worden. Hoewel hij geen jurist is, komt het hem voor dat ook het gewoonterecht hier een rol speelt.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
11
De heer VAN LOEF bestrijdt dat er nu helemaal niks meer zou mogen, zoals de heer Tiesma wat verongelijkt betoogt. Blijkens het Activiteitenbesluit mag er, zij het op kleinere schaal, nog wel degelijk aan golf en voetbal worden gedaan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vraagt hoe de heer Tiesma een en ander wil rijmen met de afspraak dat in verband met het Schollebos geen openbare paden afgesloten mogen worden. Sparta wil golfactiviteiten ontwikkelen met 70 meter voor beginners, wat overigens niet de garantie biedt dat niemand verder zal slaan dan 70 meter, en met een driving range van 230 meter, waardoor openbare paden sowieso afgesloten zouden moeten worden, tenzij er vangnetten worden gespannen. De heer TIESMA wil het aan Sparta overlaten om met een voorstel te komen voor het treffen van veiligheidsmaatregelen. Het afsluiten van openbare paden tijdens golfactiviteiten wordt overigens al vele jaren toegestaan. Met mevrouw Lauw is hij het wel eens dat een driving range van 230 niet kan worden toegestaan. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN brengt hiertegen in dat juist was afgesproken dat de openbare paden niét mogen worden afgesloten. Pas na navraag bij Sparta is gebleken dat dat in verband met de veiligheid tijdens golfactiviteiten wel gebeurt. De heer TIESMA herhaalt dat hij het treffen van veiligheidsmaatregelen graag aan de vereniging zelf overlaat.
De heer RAADSEN memoreert dat een paar maanden geleden nog door het college werd voorgesteld deze golfactiviteiten wel toe te staan. Pas na de terinzagelegging daarvan is kennelijk een motief gevonden om nu tegen te zijn. Dat Sparta dat niet had verwacht kan hij zich wel voorstellen en daarom voelt hij wel wat voor het idee van de heer Tiesma. Nu het toch al zoveel jaren gedoogd is, kunnen een paar maande er ook nog wel bij. Misschien is het goed om, alvorens het voorstel in de raad te bespreken, even af te wachten of Sparta met een voorstel kan komen waardoor het voor de gemeente wel acceptabel is om dit verder toe te staan. De heer HARINK betwijfelt of het veiligheidsprobleem wel de sleutel is voor deze discussie. Volgens hem is het voor andere golfclubs gewoon de beste route om dit voorstel af te schieten. Op 30 november vorig jaar is deze situatie ook besproken en door het CDA is de wethouder toen gevraagd of deze al met die clubs gesproken had; het lag volgens hem namelijk nogal voor de hand dat die dit niet leuk zouden vinden. De wethouder zegde daarop toe met de clubs in gesprek te zullen gaan. Het verbaast hem een beetje dat de raad daarover niets meer heeft gehoord en dat in dat gesprek niet duidelijk is geworden dat de problematiek veel groter is dan alleen het veiligheidsprobleem. Van de wethouder wil hij graag weten welke indruk deze heeft gekregen van dat gesprek.
De heer VLOT merkt op dat vooral het gedoogaspect dat een rol speelt hem nogal verbaast, uitgerekend hier en al zo lang. Bij eerste lezing lijkt het sympathiek om deze activiteiten mogelijk te blijven maken voor verenigingen en volgens hem is dat met wat hier voorligt ook nog altijd mogelijk. Bovendien rest nog enige tijd tot het volledig stilzetten en veranderen van de invulling van deze activiteit voor de vereniging Sparta. Nog niet eens zozeer uit overwegingen van concurrentie, als wel uit een gevoel van eerlijkheid ten opzichte van andere verenigingen die ook allerlei activiteiten zouden kunnen hebben die eventueel ook weer gedoogd gaan worden, acht hij het noodzakelijk nu eerst pas op de plaats te maken en dan te kijken of hieraan een andere invulling kan worden gegeven, met inachtneming van de zienswijzen die voorliggen. De heer VAN LOEF denkt niet dat de gemeente dit moet willen. Volgens hem heeft Sparta een hele mooie voetbalclub in Rotterdam, dus als men wil trainen en wat dies meer zij, kan dat heel mooi daar. Voetbal prima, maar dan binnen het Activiteitenbesluit, en hetzelfde geldt voor golf. Voor de rest kan Sparta wellicht binnen het bestaande bestemmingsplan wel tot een alternatief plan komen. Al met al stemt de VVD in met het voorliggende collegevoorstel.
De heer OUDSHOORN memoreert dat de SGP in november vorig jaar niet negatief stond tegenover het legitimeren van de bestaande praktijk, maar dat was wel gebaseerd op de toen beschikbare informatie. Met dank aan de indieners van een aantal zienswijzen blijkt nu dat destijds onvoldoende informatie beschikbaar was, of zelfs sprake was van onjuist informeren. Daarom is de SGP het er nu wel mee eens om geen verklaring van geen bedenkingen af te geven voor deze activiteiten. Op basis van
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
12
het Activiteitenbesluit kunnen daarnaast nog twaalf keer per jaar incidentele wedstrijden plaatsvinden en dat zou voor deze nevenactiviteit toch voldoende moeten zijn. In november vorig jaar heeft de SGP het belang benadrukt van veiligheid en openbare toegankelijkheid, juist twee punten die op dit moment ter discussie staan. De nieuwe inzichten lijken wel een gevolg te zijn van de toezegging die de wethouder in november deed om in gesprek te gaan met de andere clubs. Nu blijkt dat die veiligheid niet kan worden gegarandeerd, sprake is van afsluiting van openbare paden en in de omgeving professioneel aan golfsport kan worden gedaan, kan de fractie meegaan met het nieuwe voorstel van het college. Netjes is overigens wel dat vier maanden de tijd wordt gegeven om de gedoogconstructie af te bouwen. De heer EILANDER toont zich gevoelig voor de mogelijkheid van precedentwerking als aangegeven door de heer Vlot. Om uit de impasse te komen is het goed nu paal en perk te stellen en duidelijk te maken dat dit niet past bij de nieuwe informatie. De ChristenUnie stemt in met het collegevoorstel. Wethouder STRUIJVENBERG releveert dat destijds gekozen is voor een specifieke bestemming in plaats van een algehele sportbestemming en dat een gedoogsituatie was ontstaan waarvan besloten werd die te legaliseren en de zaak netjes en goed te regelen.
Gedurende de zienswijzeperiode is informatie bekend geworden die van dien aard was dat de raad nu wordt voorgesteld de verklaring van geen bedenkingen niet af te geven. Het is nu aan Sparta om óf richting 1 november een en ander af te bouwen, óf met een alternatief te komen waarin echt duidelijk wordt hoe het allemaal wel zou kunnen. Tweede termijn De heer HARINCK herhaalt zijn vraag hoe de wethouder het overleg met de clubs heeft ervaren. De heer RAADSEN attendeert erop dat nog niet is ingegaan op zijn vraag of het mogelijk is de raadsbehandeling een paar maanden uit te stellen, om Sparta de gelegenheid te geven een nader voorstel te doen. Wethouder STRUIJVENBERG zegt een dergelijk uitstel onwenselijk te vinden. De heer EILANDER werpt tegen dat die vraag aan de raad zou moeten worden gesteld en niet aan het college, omdat het de raad is die daarover gaat. Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt aan het adres van de heer Harinck dat zijnerzijds met de clubs is gesproken. Een weergave van dat gesprek kan hij zo niet geven. Hij herhaalt dat tijdens de zienswijzeperiode nieuwe informatie bekend is geworden die voor het college aanleiding is geweest het aanvankelijke voornemen te wijzigen. De heer VLOT concludeert daaruit dat het college gedurende de gedoogtijd van zes jaar geen zicht heeft gehad op de wijze waarop het gedoogde plaatsvond.
Wethouder STRUIJVENBERG repliceert dat hij geen forensisch rechercheur in de arm heeft genomen om te onderzoeken sinds wanneer een driving range van 230 meter is aangeboden, maar hij kan zich voorstellen dat dat lang geen zes jaar is geweest. De VOORZITTER stelt afsluitend vast dat het voorstel als bespreekstuk zal moeten worden geagendeerd voor de raadsvergadering. 8. Jaarstukken 2020 Programma 5B: onderdeel Openbaar groen De heer EILANDER constateert dat het aantal meldingen over de buitenruimte – grijs en groen samen – is verdubbeld. Wat nu precies grijs en groen is, wordt hem echter niet duidelijk. 98% van de meldingen wordt blijkbaar afgehandeld. Wat hem benieuwt, is hoe tevreden de melders zijn over die afhandeling. Zelf is hij niet zo tevreden over de groenkwaliteit, het zal wel met het groeizame weer te maken hebben; dat gelooft hij direct, maar hij is heel benieuwd tot welke score dat het volgend jaar zal leiden in het jaarverslag. Mevrouw WEEMHOFF herinnert aan de inbreng van de inspreekster over het openbaar groen, het kappen van bomen, de toenemende hittestress op diverse plekken, et cetera. Zij is benieuwd hoe de
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
13
wethouder daartegen aankijkt en of er gedachten zijn over de manier waarop dat aangepakt zou kunnen worden, ook bijvoorbeeld met het versterken van de groenstructuur. De heer HARINCK is het opgevallen dat er blijkens het gestelde op pagina 83 al vier jaar geen baggerwerkzaamheden zijn uitgevoerd, wat op verschillende plekken al leidt tot het afkalven van oevers. Als nog langer wordt gewacht, zijn de herstelkosten wellicht hoger dan de reguliere kosten. Hoe denkt wethouder Wilson daarover? Van wethouder Struijvenberg wil hij graag weten wanneer het resultaat van het onderzoek naar de verhuizing van de kinderboerderij, dat in het tweede kwartaal van dit jaar klaar zou zijn, tegemoet kan worden gezien. De heer RAADSEN ziet in dit programma erg veel stoplichten op oranje, en soms op rood staan. Hij is benieuwd of wethouder Wilson zelf tevreden is met hoe een en ander loopt en of deze verwacht dat het in de komende tijd beter zal gaan. De heer TIESMA betreurt het dat de kwaliteitsimpuls in het programma buitenruimte een flinke vertraging heeft opgelopen door corona. Zijn vraag is of dat ingehaald zal kunnen worden. Wethouder WILSON antwoordt dat het laatste niet zal lukken, omdat men nu eenmaal niet terug kan in de tijd.
Corona heeft inderdaad grote invloed gehad op de planning voor het programma buitenruimte en veel van wat door de inspreekster is gezegd en gevraagd komt in dat programma terug. Hij verzekert dat groen voor hem absoluut geen sluitpost is, maar juist prioriteit heeft. Wat dat betreft vind hij het jammer dat mevrouw Stuivenberg vanavond heeft ingesproken en niet eventjes van tevoren met hem heeft gespard, want het lijntje is heel kort en zij weet hem en de ambtenaren heel goed te vinden. In reactie op de vraag die de heer Raadsen hem heeft gesteld merkt hij op dat het hem frustreert dat het hem op een of andere manier maar niet lukt een simpel knopje ‘groen’ op de website van de gemeente Capelle aan den IJssel te krijgen, omdat hij daar dan eindelijk eens zou kunnen uitleggen wat het groenbeleid precies inhoudt, waarom er bomen zijn, waar die bomen goed voor zijn, hoe bomen worden geïnspecteerd, waarom dat een keer in de drie jaar wordt gedaan, hoeveel bomen er zijn, hoeveel er worden vervangen, wat biodiversiteit inhoudt, waarom biodiversiteit zo belangrijk is, wat het maaibeleid inhoudt, waarom het op deze manier gebeurt, enz., enz. Wat hij jammer vindt is dat zoiets twee weken prominent op de site staat en dan naar achteren verdwijnt, waarna weer dezelfde vragen worden gesteld die hij steeds moet beantwoorden.
Hij zou de raad bijna willen oproepen hem te helpen zo’n knop voor de website voor elkaar te krijgen door ter zake een motie in te dienen. De heer OUDSHOORN lijkt het een kleine moeite om zoiets te realiseren. Als er geld mee gemoeid is, kan de wethouder daarvoor zelf een voorstel voorleggen aan de raad. De heer RAADSEN vindt het antwoord van de wethouder eerlijk gezegd wat zorgwekkend, want dat zou de indruk kunnen wekken dat deze diens ambtelijk apparaat niet onder controle heeft. Hij wil eventueel wel behulpzaam zijn door een motie ter zake in te dienen, maar dat zou toch eigenlijk niet nodig hoeven te zijn in een democratisch functionerende gemeente. Wethouder WILSON is het ermee eens dat het niet zo moeilijk zou hoeven zijn, maar kennelijk is ooit eens de afspraak gemaakt dat de gemeentelijke website zo summier mogelijk moet worden gehouden. Aan de ambtenaren ligt het echt niet, die zijn zeer gemotiveerd, maar ook zij merken soms tot hun frustratie dat ze zich aan bepaalde regels hebben te houden als ze dingen willen melden of vertellen. De heer OUDSHOORN merkt op dat hij genoeg informatie heeft gekregen om een motie in te doen. Wat hem betreft kan de wethouder daarom door naar het volgende punt. Wethouder WILSON vervolgt dat over de buitenruimte heel veel dezelfde meldingen zijn binnengekomen.
Als gevolg van corona hebben veel mensen de hele dag thuis gezeten en als ze dan vanuit hun ‘thuiskantoor’ naar buiten kijken, zien ze van alles. Daarnaast heeft het ook gezorgd voor meer afval. Zo is de toename van het aantal meldingen te verklaren.
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021
Pagina:
14
Over de baggerwerkzaamheden was eerder al een technische vraag gesteld door het CDA en bij zijn weten is die ook beantwoord. De heer HARINCK bevestigt dat. Wat het CDA nu graag wil weten is hoe dit volgens de wethouder weer vlot getrokken zou kunnen worden. Wethouder WILSON repliceert dat hierover eerst in gesprek zal moeten worden gegaan met HSK. Wethouder STRUIJVENBERG deelt mede dat binnenkort een collegebrief zal verschijnen over de kinderboerderij. Het onderzoek is uitgevoerd en heeft een aantal mogelijke locaties opgeleverd, waaraan echter ook wat haken en ogen zijn verbonden die van dien aard zijn dat nu nog geen definitieve aanbeveling kan worden gedaan. Programma 2: Verkeer, Vervoer en Waterstaat De heer TIESMA doet het genoegen dat de wethouder zelf heeft meegeholpen bij het bespoedigen van het snel opleveren van de tweede rotonde aan de Burgemeester Van Beresteijnlaan in Schollevaar; het leek er althans op dat deze daarmee flink aan de slag was. Het heeft heel lang geduurd voordat dit soort projecten van de grond kwam en de vraag is nu: welke data kan de wethouder plakken op de vervolgrotondes? In verband met het verbeteren van de verkeersveiligheid in Schollevaar heeft hij eerder al geïnformeerd naar de kruisingen op de Kapellekensbaan, een fietspad dat dwars door Schollevaar loopt.
Die zijn nog steeds niet aangepakt, terwijl daarmee in Q4 van 2020 zou worden begonnen. Kan de wethouder daar nu concrete data op plakken? Met betrekking tot de VRI’s voor de ParkShuttle zijn er nog steeds geen specificaties wat betreft de cybersecurity. Het begint hem langzamerhand te irriteren en hopelijk de wethouder ook, want die shuttle rijdt nog steeds niet. Kan de wethouder op korte termijn met de desbetreffende instantie contact opnemen om te vertellen dat de gemeente het wachten zat is en dat er gewoon standaard voorschriften geleverd moeten worden? Voor zover hem bekend, is daar namelijk het wachten op. De shuttle zal straks gaan rijden over het gebied met de knip. Hoe is dat qua veiligheid geregeld met de voetgangers? Is er al overleg met Rotterdam over de waterbus en wanneer komen die afspraken rond? Veel signalen bij programma 2 staan op oranje of rood. Het lijkt erop dat de gemeente veel achterstand heeft opgelopen. Zijn dan de overgehevelde budgetten waar steeds sprake van is wel voldoende, of zal men later nog voor allerlei verrassingen komen te staan? Op pagina 55, bij de MRDH / impact corona, wordt gesteld dat de dienstverlening de komende jaren zal afnemen. Hij vindt dat echt een heel vreemde stelling, gegeven de wens om meer mensen gebruik te laten maken van het OV.
Corona zal bovendien niet altijd het levensritme blijven bepalen en de bevolking zal verder groeien. Verwacht de wethouder ook dat er minder passagiers komen voor het OV en waarom dan wel? Blijkens de pagina’s 57 en 58 zijn veel budgetten overgeheveld van 2020 naar 2021. Gaan die werkzaamheden dan wel echt gebeuren? Welke garanties kan de wethouder daarvoor geven? De heer RAADSEN deelt mede dat ook hem de zinsnede was opgevallen over het verminderen van de dienstverlening voor het OV. De MRDH verwacht in eerste instantie weliswaar een dip als gevolg van corona, maar daarna toch weer een duidelijke toename en vindt het juist belangrijk dat de fondsen voor langetermijninvesteringen voor uitbreidingen in het OV blijven bestaan. Een nadere reflectie van de wethouder op dit onderwerp zal hij op prijs stellen. De heer EILANDER vraagt of de achterstanden in dit programma nog zullen worden ingelopen, of dat hier dezelfde melding te verwachten is als voor Landelijk Capelle, namelijk dat alles wordt verschoven naar achteren. Wethouder STRUIJVENBERG concludeert dat een hele rits vragen is gesteld over datums, wanneer wat af zal zijn, et cetera, die hij nu niet allemaal zal kunnen beantwoorden, maar hij is graag bereid een keer een overzicht te verstrekken van alle planningen voor de verkeersingrepen in de stad. Wat
Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 21 juni 2021