02.01 - conceptverslag cie BVM 19-01-2026
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 19 januari 2026 in de Van Polanenzaal van het gemeentehuis, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter:
de heer J.S. Kolster, MSc MA;
volksvertegenwoordigers:
de heer J.B.L. Kerver, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw W.J. Ravenna, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer J.T. Nanne MSc, burgerraadslid D66; de heer dr. ir. S.S. Safavi Nic, raadslid VVD; de heer G.M. Veenema, LLM MSc, burgerraadslid SGP; mevrouw M. Aktaş, raadslid GroenLinks; mevrouw A.V.A. Raaijen, raadslid PvdA; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries MED, raadslid ChristenUnie; de heer ing. J.F. Breepoel, burgerraadslid SP; mevrouw mr. D.E. Armfield, raadslid Fractie Van der Heide;
secretaris:
de heer S.G.V. Schouten;
griffier:
mevrouw drs. T.A. de Mik;
portefeuillehouders:
de heer D.B. van Woudenberg, wethouder; de heer drs. J.J. Manusama MA, burgemeester;
ambtelijke ondersteuning:
de heer K.H.J. van der Krieken MSc, voorzitter Referendumcommissie, mevrouw L. van Winden, projectleider online dienstverlening;
notulist:
de heer D. van Eck (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 9 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder welkom, De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2.
Vaststellen verslag van de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 1 december 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers. 4. Toezeggingen Geen opmerkingen. 5.
Gemeenschappelijke regelingen (MRDH algemeen, Veiligheidsregio RotterdamRijnmond, IJsselgemeenten financiën en ICT, Politie)
Politie Burgemeester MANUSAMA kijkt terug op de afgelopen jaarwisseling, die in vergelijking met voorgaand jaar voor de Capelse hulpverleningsdiensten relatief rustig is verlopen. Wel was er een aantal meldingen van tragische incidenten. Een melding betrof een meerderjarige vrouw bij wie een aan haar overhandigd stuk vuurwerk in haar hand is ontploft. Een ander incident betrof een
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
2
minderjarig meisje, dat als omstander na het gooien van vuurwerk licht letsel aan haar oor opliep. Uit privacyoverwegingen kan hij geen mededelingen doen over hoe het nu met hen gaat. Dergelijke incidenten zijn ondanks alle preventieve maatregelen moeilijk helemaal te voorkomen. Voor hem benadrukken ze wel weer dat het echt noodzakelijk is om tot een nationaal vuurwerkverbod te komen, waarvoor hij zich ook in de toekomst blijft inzetten. Vanuit de hulpverleningsdiensten is geen melding gedaan van agressie. De brandweer is 35 keer uitgerukt, wat anderhalf maal zoveel is dan verleden jaar. Er waren niet allemaal heel ernstige branden. Aan de Prado werd een brand tegen de gevel van de supermarkt snel geblust en kon erger worden voorkomen. Bij het Hollandsch Diep zijn drie voertuigen uitgebrand. De overlast rondom de jaarwisseling begon wederom vroeg. De eerste meldingen over vuurwerk waren er eind van de zomer al. Na de jaarwisseling zijn er nog steeds meldingen van vuurwerkoverlast. Over publieke eigendommen die schade hebben opgelopen zal hij de commissie en de raad later informeren. Het lijkt erop dat die schade meevalt, maar dat durft hij nog niet helemaal met zekerheid te zeggen. In elk geval spreekt hij al wel zijn waardering uit aan alle hulpverleners, die heel hard hebben gewerkt. Hij heeft ze op Oud en Nieuw ook bezocht. Ze hebben keihard moeten werken.
Dat het zo rustig is gebleven is volgens hem aan hen te danken. Hen heeft hij dan ook uitgenodigd voor een bedanklunch later deze maand. 6. Consultatie wijziging Referendumverordening De VOORZITTER deelt mee dat tijdens de behandeling van de wijziging van de Referendumverordening in december 2024 is besproken om de verordening volledig te updaten. De raadswerkgroep Referendum heeft het gesprek gevoerd over een achttal onderwerpen. Nu ligt de wijziging ter consultatie aan de commissie voor. De conclusies en aanbevelingen worden uitgewerkt in een voorstel tot wijziging van de Referendumverordening en aan de raad ter besluitvorming aangeboden. Mevrouw ARMFIELD dankt eenieder voor al het verrichte werk tot nu toe. De fractie Van der Heide is voor een duidelijke, transparante en betrouwbare referendumverordening. Er moeten op voorhand voor de Capellenaar duidelijke regels zijn. Het referendum is voor de Capellenaar één van de manieren van participatie, die men niet zou moeten uitsluiten. Vervolgens loopt zij de openstaande bespreekpunten langs. Wat betreft buurtpeilingen volstaat voor de fractie Van der Heide de bestaande mogelijkheid van artikel 7 lid 4. Dit wel met de kanttekening om artikel 7 te behouden. Mocht dat artikel ter discussie komen te staan, dan wil de fractie Van der Heide wel dat de buurtpeilingen op enigerlei wijze in de Referendumverordening worden opgenomen.
Haar fractie volgt het advies om geen geldigheidsdrempel te hanteren. Zij geeft bij ondersteuningsverklaringen de voorkeur aan het hanteren van absolute aantallen, zoals nu ook in de Referendumverordening staat. Dit is in haar opinie op voorhand duidelijker voor de Capellenaar. Voor inleidende verzoeken wil de fractie Van der Heide een lage grens hanteren. 70 ondersteuningsverklaringen voor een inleidend verzoek noemt zij prima. Op deze manier kan de Capellenaar laagdrempelig over een onderwerp een verzoek doen dat mogelijk heel Capelle kan aangaan. Voor een definitief verzoek zou zij hetzelfde aantal of hoger en maximaal de 5%-grens volgens het VNG-model willen hanteren. Dit gelet op de representatie van het verzoek onder de Capellenaren. Tegenover meerkeuzereferenda en -vraagstellingen staat haar fractie positief. Een ‘ja’ of ‘nee’ kan namelijk in sommige situaties te beperkend zijn. De modelreferendumverordening van de VNG kan handvatten geven om dit punt in de Capelse referendumverordening te regelen. Wat betreft uitzonderingsgronden wil zij graag weten hoe het college denkt over de twee eerder genoemde opties uit zijn brief van 31 maart 2021, waarna de Referendumcommissie in haar reactie verwijst. Tegen de mogelijkheid van een raadplegend referendum staat zij positief.
De heer NANNE laat weten dat D66 de lokale democratie bijzonder aan het hart gaat en zijn fractie dan ook met veel plezier heeft gekeken naar de voorliggende vragen. Hij dankt de Referendumcommissie voor haar voorwerk. Zijn antwoorden hebben gemeen dat het doel moet zijn dat de aanpassing van de verordening duidelijkheid zal bieden voor aanvragers, stemmers en de gemeenteraad. De raad kan af en toe ook wel een handvat gebruiken om de uitslag van het referendum te kunnen duiden. D66 is voor de buurtpeiling en in het coalitieakkoord is ook opgenomen zich hiervoor hard te maken. Hij begrijpt dat de buurtpeiling raakvlakken heeft met het raadplegend referendum in deelgebieden, maar hij ziet ook belangrijke verschillen. Een buurtpeiling is bij uitstek een heel informele en
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
3
laagdrempelige manier waarop buurtbewoners hun mening kunnen laten horen. Belangrijk is dat bij deze buurtpeiling de optie voor meerdere stemmingskeuzes wordt opgenomen, dus niet enkel ‘ja’ of ‘nee’. Door de buurtpeiling apart als zodanig in de verordening op te nemen wordt tevens beter duidelijk dat het hier gaat om een peiling die slechts in het deel van de gemeente wordt georganiseerd. Daarmee schept men duidelijke verwachtingen voor de mensen die daarbuiten, maar juist in een buurt wonen. D66 is ook voorstander van het afschaffen van de opkomstdrempel. Natuurlijk is het, net zoals bij elke stemming of verkiezing, de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen naar de stembus gaan. De gemeente mag zich daar best hard voor maken. Vanwege het raadgevende karakter van het referendum vindt D66 een opkomstdrempel niet gepast. Stemmers en aanvragers verdienen het ook dat de raad de uitslag serieus neemt en bespreekt. In het kader van duidelijke communicatie richting de burger pleit D66 ook voor het aanhouden van een absoluut aantal ondersteuningsverklaringen, zoals er dat nu ook is. Dat aantal kan periodiek worden bijgesteld als de bevolkingsaantallen toe- of afnemen. Hij ziet de praktische voordelen van het relatieve aantal aanvragen ook zeker voor de gemeente, maar vindt duidelijkheid voor de burger belangrijker.
Meerkeuzereferenda zijn voor D66 ook een belangrijke aanvulling op de huidige verordening. Niet alle beleidsvragen lenen zich immers voor een simpel ‘ja’ of ‘nee’. Juist het raadgevende karakter van het referendum maakt het van belang dat de Capellenaar meer opties heeft dan enkel ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Zijn fractie zou in de uiteindelijke conceptverordening ook ‘preferential voting’ terug willen zien. Hij noemt het ook van groot belang dat de bijgewerkte verordening duidelijkheid geeft over welke zaken niet in het referendum kunnen worden opgenomen. Spreker is er dan ook voorstander van dat de uitzonderingsgronden niet meer discretionair voor de gemeenteraad worden gemaakt. De Referendumcommissie benoemt terecht dat de keuze van het wel of niet doorgaan van het referendum niet een politieke keuze moet zijn. Spreker voegt daaraan toe dat ook de schijn daarvan voorkomen moet worden. En daarom is het acceptabel dat die uitzonderingsgronden niet meer aan de raad zijn. En tenslotte vindt D66 dat het referendum op initiatief van de raad moet blijven. Hiermee heeft de gemeenteraad nog een ultiem middel achter de hand om de bevolking te raadplegen als andere participatieprojecten geen uitkomst hebben geboden. Het zou het allermooiste zijn als de participatie aan de voorkant zo goed is dat er geen vraag meer naar een referendum is. Het middel moet volgens D66 wel worden behouden.
Mevrouw AKTAŞ ziet de buurtpeiling als een laagdrempelig participatie-instrument, dat structureel ingezet kan worden om bijvoorbeeld ontwikkelingen in wijken en buurten te volgen. Dit staat volgens GroenLinks los van het referendum, dat een zwaarder instrument is om eenmalig op een bepaald thema een meting te doen. Wat haar betreft blijven beide instrumenten naast elkaar bestaan. GroenLinks staat positief tegenover het hanteren van een opkomstdrempel. De uitkomst van een referendum moet voldoende representatief zijn om er inhoudelijke conclusies aan te verbinden, wat bij een lage opkomst lastig is. GroenLinks geeft betreffende ondersteuningsverklaringen de voorkeur aan relatieve aantallen, omdat deze meebewegen met het aantal kiesgerechtigden. Wel is het belangrijk dat initiatiefnemers altijd duidelijk weten welk concreet aantal handtekeningen daarbij hoort. Met betrekking tot meerkeuzereferenda zijn niet alle vraagstukken geschikt voor een ja/nee-vraag. GroenLinks is daarom voorstander van het mogelijk maken van meerdere antwoordopties in combinatie met een passende stemprocedure. Ten aanzien van uitzonderingsgronden is haar fractie voor zo min mogelijk beperkingen. De huidige uitzonderingsgronden kunnen wat GroenLinks betreft in stand blijven, mits ze terughoudend worden toegepast.
Spreekster is voor het behoud van het raadplegend referendum als instrument, maar heeft graag daarbij inzicht in hoe vaak hiervan in de praktijk gebruik is gemaakt. Met behoud van het stemgeheim pleit zij ervoor om net als bij de verkiezingen de uitslagen per stembureau openbaar te maken ten behoeve van meer inzicht in de spreiding over buurten. De VOORZITTER constateert dat mevrouw Raaijen zich bij mevrouw Aktaş aansluit. De heer VEENEMA dankt mede namens het CDA de werkgroep, de Referendumcommissie en de behandelend ambtenaren voor de voorliggende stukken. Hij vindt het goed dat het referendum weer ter sprake komt. De standpunten van de SGP en het CDA over het referendum komen overigens overeen. Hij leest allereerst de door het CDA aangeleverde bijdrage voor. “In principe is het CDA tegen referenda. Referenda reduceren ingewikkelde besluiten tot een ja of nee-keuze. Dat doet geen recht aan de complexiteit van veel voorstellen. We hebben voldoende instrumenten om een goede participatie mogelijk te maken, maar denken wel constructief mee over
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
4
wijzigingen in het bestaand beleid. Het CDA volgt dan ook zoveel als mogelijk de adviezen van de Referendumcommissie, want zij zijn de experts in dezen.” De SGP is iets minder volgzaam en is ook tegen referenda. Maar als het instrument er dan toch is, dan moet het wel goed geregeld zijn. En daarom gaat hij constructief en inhoudelijk op de vragen in. Op dit moment is de buurtpeiling één van de mogelijke participatie-instrumenten, die niet nader is omschreven. Dat vormvrije karakter geeft veel ruimte om het instrument op maat te maken en in te zetten. Het aanvullend regelen ervan betekent enerzijds dat het beschreven moet worden en daarmee wordt het noodzakelijkerwijs ook beperkt. De vraag is of dat wenselijk is. Aan de andere kant kan dat wel duidelijkheid creëren over wat er van een buurtpeiling kan worden verwacht. Dat kan het een effectief instrument maken. De SGP geeft daarom bij een keuze om de buurtpeiling nader te omschrijven in overweging het vormvrije karakter ervan zoveel mogelijk te waarborgen, zodat steeds kan worden afgestemd op de behoefte. Een geldigheidsdrempel kan het idee van legitimiteit aan het referendum geven. Als er geen drempel is, kunnen burgers zich ook niet beroepen op het behalen daarvan. En dan kan erover ook geen onduidelijkheid ontstaan. Dat is een argument om geen drempel te hanteren.
Het argument dat het behalen van de drempel een indicatie kan zijn van het belang dat de burger eraan hecht gaat wat SGP betreft niet op. Dat kan immers ook worden bezien aan de hand van de werkelijke opkomst. Daartegenover staat het aantal kiesgerechtigden, dat hij nog een betere indicatie vindt. Die indicatie is er altijd. Daarvoor is de geldigheidsdrempel niet nodig. Toch wil de SGP wel pleiten voor een geldigheidsdrempel. Het voorkomt dat een georganiseerde minderheid de uitslag van het referendum bepaalt. Daarnaast waarborgt een drempel voldoende maatschappelijke betrokkenheid bij een uitslag, vooral als het om complexe politieke besluitvorming gaat. Tevens fungeert een geldigheidsdrempel als een balans tussen de directe en de indirecte democratie, wat de SGP principieel van belang vindt. Een raadgevend referendum is een instrument van de burger. Het hanteren van absolute aantallen is dan helderder. Een logische systematiek lijkt die van absolute aantallen, die periodiek geïndexeerd worden om met de relatieve aantallen te matchen. De Referendumverordening wordt om de twee jaar geëvalueerd en het is dan een kleine moeite om direct die aantallen te indexeren. Op die manier kan altijd naar een absoluut getal in de verordening worden gewezen en kan op geen enkele wijze onduidelijkheid ontstaan.
De SGP kan zich goed vinden in het advies van de Referendumcommissie om meerdere antwoordopties mogelijk te maken. Volgens artikel 8 lid 6 besluit de raad of een definitief referendumverzoek mag worden ingediend. Dit klinkt alsof de raad nee kan zeggen. Dit volgt echter niet uit de systematiek van artikel 2. Hij is het daarom met de Referendumcommissie eens dat dit verwarring kan opleveren. Het is wellicht duidelijker om in artikel 8 lid 6 te bepalen dat de raad beoordeelt of er geen belemmering is voor het indienen van het definitief verzoek, dat voortvloeit uit één van de uitzonderingsgronden. De systematiek is dan een ja, tenzij-beoordeling door de raad. Het liefst laat hij de mogelijkheid van een raadplegend referendum vervallen. Andere participatieinstrumenten acht de SGP voldoende en zelfs beter. Daarnaast draagt de raad zijn eigen verantwoordelijkheid en moet men die niet afschuiven op de gemeenschap die zij vertegenwoordigt. Wat de SGP betreft laat de raad het instrument van het referendum überhaupt vallen. De heer KERVER denkt dat de gemiddelde Capellenaar die een referendumverzoek zou willen indienen snel afhaakt bij alle termen die zojuist voorbij zijn gekomen.
Hij verwijst daarbij naar de gebruikte woorden als ‘representatie’, ‘VNG’, ‘absolute en relatieve aantallen’, ‘alternatieve stemprocedures’, ‘discretionaire beoordelingsruimte’, ‘preferential voting’, ‘effectieve instrumenten’ en ‘artikelen’. Die termen klinken heel ingewikkeld. Hij snapt dat de raad bepaalde juridische kaders goed moet vastleggen, waarvoor aan de Referendumcommissie een opdracht is meegegeven om een aanpassing te doen. Na het gehoorde vraagt hij zich echter af wat het allemaal te maken heeft met de oorspronkelijke gedachte van het referendum, zo laagdrempelig mogelijk Capellenaren betrekken en hun mening te laten uiten. De heer SAFAVI NIC informeert welke onderwerpen volgens Leefbaar Capelle überhaupt referendabel zijn. De heer KERVER zag in het verleden hoe een referendumverzoek eruit kan zien. Leefbaar Capelle is ook zeker voor het maken van goede spelregels. Een buurtpeiling is laagdrempelig en lokaal en kan ingezet worden bij een stedelijke ontwikkeling of een bepaalde locatie. Het laagdrempelig houden zorgt dat de representativiteit en de geldigheid omhoog gaan. Met een buurtpeiling haalt men zo kleinschalig mogelijk de mening van de Capellenaar op. Als Capellenaren hun mening daarbij willen geven kan hij dat alleen maar aanmoedigen. Belangrijk is dat het middel kleinschalig en snel inzetbaar
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
5
is. Daarbij hoeven er geen procedures of hobbels opgeworpen te worden. Een buurtpeiling is er dus echt voor kleinschalig gebruik. Wat Leefbaar Capelle betreft hoeft er geen geldigheidsdrempel te zijn. Bij een referendum is het ieders eigen verantwoordelijkheid om wel of niet op te komen dagen. Niet op komen dagen is ook een valide optie. Er is in Nederland ook geen stemplicht. De drempel voor een referendumaanvraag moet zijns inziens zo laag mogelijk zijn. De genoemde aantallen van 70 en 1.600 vindt hij vrij hoog. Bij indexering begrijpt niemand meer waaraan hij of zij toe is. Daarom raadt hij aan een vast en niet te hoog aantal af te spreken. Zowel ja/nee-vragen als meerkeuzevragen vindt hij prima. De indieners kunnen daarover meedenken, ook om een zo goed mogelijke uitslag te krijgen. Alle opties wil hij op dat punt vrij houden. Wat Leefbaar Capelle betreft moet alles referendabel zijn, met uitzondering van bepaalde gebiedsontwikkelingen of -projecten, die men via een buurtpeiling kan afhandelen. Leefbaar Capelle is dus voor zo min mogelijk hobbels en wil een referendum zo makkelijk mogelijk houden. De heer VEENEMA verneemt van de heer Kerver dat een referendum best wel complex en gejuridiseerd is, terwijl er andere laagdrempelige en meer effectieve instrumenten zijn.
Hij vraagt of Leefbaar Capelle een referendum wil dat noodzakelijke spelregels met zich meebrengt of dat juist wil afschaffen, omdat er voldoende andere participatie-instrumenten zijn. De heer KERVER bevestigt dat Capelle heel veel participatie-instrumenten kent, waarover men zich kan afvragen of die een handrem zijn, waarmee de Capellenaar kan zeggen tot hier en niet verder te gaan. Het referendum en de buurtpeiling zijn daarin uniek. Bij een buurtpeiling kan een buurt een mening over een stedelijke ontwikkeling of project geven. De heer VEENEMA hoorde de heer Kerver ook zeggen dat het referendum dermate complex is dat het uitgekleed mag worden, zodat het meer een buurtpeiling wordt. Hij informeert daarom naar het voordeel van een referendum ten opzichte van een buurtpeiling. De heer KERVER ziet een referendum als een grote buurtpeiling en wil daarvoor zo min mogelijk hobbels opwerpen, maar daaraan wel een zwaarte toekennen. Ook een buurtpeiling noemt hij een valide middel om meningen op te halen. De heer SAFAVI NIC herinnert zich het plan voor het invoeren van minicontainers in Capelle, waar vanuit de maatschappij veel tegengeluiden waren te horen. Leefbaar Capelle kwam op basis daarvan tot een andere mening en heeft het plan toen laten uitstellen. Daarvoor was dus geen referendum nodig, wat naar zijn oordeel aantoonde dat het instrument totaal overbodig is.
De heer KERVER vindt het referendum niet overbodig en een prima middel. Tegen de invoering van minicontainers zijn bijna vijfduizend handtekeningen opgehaald. Er zijn voor Capellenaren meerdere manieren om doelen te bereiken. . De heer SAFAVI NIC hoorde dat Leefbaar Capelle een geldigheidsdrempel overbodig vindt. Vijfhonderd ingediende handtekeningen bij Sporthal Schenkel vond Leefbaar Capelle echter een dusdanig laag aantal dat zij dat niet representatief achtte. Hij vraagt welk opkomstpercentage een referendum volgens Leefbaar Capelle goed genoeg is om echt serieus genomen te worden. De heer KERVER wilde destijds de financiering van Sporthal Schenkel niet direct in gang zetten. Bij een referendum daarover was voor Leefbaar Capelle elke stem geldig geweest. Als 250 stemmen hadden gezegd dat de sporthal er had moet komen zou dat moeten hebben gebeuren. De heer SAFAVI NIC vraagt of Leefbaar Capelle dan haar mening zou hebben veranderd, ook met inachtneming van alle toen aanwezig kennis, zoals op het gebied van financiën. De heer KERVER beantwoordt die vraag bevestigend. Mevrouw AKTAŞ vraagt wanneer volgens Leefbaar Capelle een buurtpeiling of een referendum ingezet moet worden. De heer KERVER gaat het bij een buurtpeiling over iets dat de buurt aangaat, zoals de bouw van een sporthal in Oostgaarde.
Voor bepaalde onderwerpen kan zowel een referendum als buurtpeiling ingezet worden en daarover wil hij de keuze laten aan de Capellenaar. Mevrouw RAAIJEN herinnert aan de rechtszaak over het afwijzen van een referendumverzoek voor het Rivium, met welke afwijzing Leefbaar Capelle instemde. Zij vraagt waarom Leefbaar Capelle nu een groot voorstander is van een referendum. De heer KERVER vond het inzetten van een referendum over het Rivium ongelukkig, omdat beter voor een buurtpeiling had kunnen worden gekozen.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
6
Mevrouw RAAIJEN constateert daarop dat de heer Kerver toch een voorstander is van uitzonderingsgronden. De heer KERVER is er voorstander van om voor dergelijke ontwikkelingen een buurtpeiling in te zetten. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES schaart zich inhoudelijk achter het gezegde door de SGP en de bijdrage van het CDA. De ChristenUnie heeft een afwijkend standpunt over het referendum ten opzichte van sommige andere partijen. Dat neemt niet weg dat de ChristenUnie als constructieve partij in haar persoon wel een lid heeft afgevaardigd in de Referendumcommissie. Zij gaat mee met de mening van de heer Kerver dat buurtpeilingen een mooi instrument zijn, die heel handig en goed in te zetten zijn. Capelle beschikt sowieso over een heel mooi participatieinstrumentarium, dat op alle mogelijke manieren in te zetten is, waar de ChristenUnie ook heel erg voorstander van is. Voor de ChristenUnie volstaan buurtpeilingen dus. Op grond van de genoemde argumenten denkt zij dat er beter helemaal geen geldigheidsdrempel kan worden gehanteerd. Ten aanzien van de ondersteuningsverklaringen vindt de ChristenUnie een percentage heel handig en overzichtelijk. Zij is verder voor meerkeuzereferenda vanwege vaak complexe situaties. Uitzonderingsgronden vindt zij ingewikkeld. Bepaalde processen zou men niet willen frustreren.
Op dit punt wil zij nog een toelichting hebben van de voorzitter van de Referendumcommissie. Een raadplegend referendum kan wat haar betreft achterwege blijven, gezien het al beschikbare prachtige participatie-instrumentarium. De heer BREEPOEL is wel voorstander van een referendum en wil dat het een duidelijk en actief instrument wordt voor de burgers en de raad. De SP denkt daarnaast dat een raadplegend referendum voor de deelgebieden een goed instrument is, omdat daarbij alle inwoners van dat gebied betrokken worden. Voor zeker kleinere onderwerpen kan ook een buurtpeiling nuttig zijn. De SP kan zich vervolgens erin vinden om geen geldigheidsdrempel te hanteren waarmee men ook strategische stemmers voorkomt, teneinde de opkomstdrempel al dan niet te halen. Zijn voorkeur gaat uit naar het hanteren van absolute aantallen, zodat duidelijk is hoeveel ondersteuningsverklaringen nodig zijn. Die aantallen kunnen bij elke actualisatie van de Referendumverordening wijzigen. Ook kan de SP zich vinden in meerkeuzereferenda. Een verdere inperking van referenda vindt hij zeker niet nodig en die mogen ook breder ingezet worden om een besluit niet politiek te maken. De SP is verder voorstander van het mogelijk laten blijven van raadplegende referenda.
De heer SAFAVI NIC laat weten dat de VVD geen voorstander van referenda is, met uitzondering van het referendum van de gemeenteraadsverkiezingen, waardoor Capellenaren de samenstelling van de raad kunnen beïnvloeden en de daarmee samenhangende besluitvorming over beleid. Buurtpeilingen vindt hij wel een goed instrument, omdat men daarmee heel lokaal kijkt. Buurtpeilingen zouden naar zijn mening echter niet in een referendumverordening moeten staan. De heer KERVER is blij dat de VVD wel voor buurtpeilingen is en vraagt of zij de uitslagen daarvan wel serieus neemt. De heer SAFAVI NIC neemt uitslagen altijd serieus en luistert altijd naar argumenten. Het kan echter zijn dat een uitslag niet strookt met hoe een partij naar een bepaald onderwerp kijkt. De heer KERVER zou in een uitslag meegaan en informeert naar de toegevoegde waarde van een buurtpeiling als er geen bereidheid is om zich aan de uitslag daarvan te committeren. De heer SAFAVI NIC verwijst daarop naar de buurtpeiling over de Centrumvisie, waarbij is gezegd geen hogere torens te willen, waarna Leefbaar Capelle een amendement indiende om nog hoger te bouwen. Politieke partijen kunnen dus een andere mening hebben dan een uitslag van een peiling, dit op basis van argumenten. Als geldigheidsdrempels worden weggenomen kan het zijn dat men op basis van de mening van 5% van Capellenaren het roer omgooit.
De raad heeft echter de verantwoordelijkheid breder te kijken dan een referendum, moet alle kennis tot zich nemen en kan op basis daarvan tot een ander besluit komen. De heer KERVER vraagt of de heer Safavi Nic het met hem eens is dat de bestaande participatieinstrumenten anders zijn dan een buurtpeiling. De heer SAFAVI NIC stelt dat men elke participatievorm, waaraan een bepaald percentage van Capelle deelneemt, serieus dient te nemen. De uitslag van een raadgevend referendum probeert hij
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
7
zo goed mogelijk te interpreteren en daarmee iets te doen dat recht doet aan de stem van de Capellenaar. Er kunnen zwaarwegende argumenten zijn om toch een andere keuze te maken. Blindelings de uitslag van een referendum overnemen doet ook geen recht aan de Capellenaar, omdat men dat niet altijd kan garanderen. De heer VEENEMA hoorde de heer Kerver zeggen de uitslag van een referendum zonder meer te volgen en vraagt hoe die dan de rol van de raad ziet. Is het de rol van de raad om te besluiten overeenkomstig de lijn van de meerderheid of om te besluiten in het algemeen belang? De heer KERVER erkent dat de raad het algemeen belang moet bewaken. Aan de afspraak om de Referendumverordening duidelijker te maken en een buurtpeiling vast te zetten moet men zich echter ook committeren. De heer SAFAVI NIC vervolgt dat de VVD een geldigheidsdrempel wil hanteren, wat ook onduidelijkheid weghaalt over representativiteit. Met de uitgebrachte stemmen moet men sowieso altijd iets doen en daaraan recht doen, ook omdat er oog gehouden moet worden voor minderheden. Burgemeester MANUSAMA herinnert eraan dat het referendum een raadsinstrument is, waarover de gemeenteraad gaat. Het college staat nog steeds achter de uitzonderingsgronden, genoemd in artikel 2.
Bij ruimtelijke besluiten gaat het om ingewikkelde en complexe zaken, waarbij balans gezocht moet worden tussen woningbouw, natuur en infrastructuur. Soms gaat het ook over minderheidsbelangen, die de raad moet verdedigen. De heer VAN DER KRIEKEN wijst op het verschillende karakter van de uitzonderingsgronden van artikel 2. Over de gemeentelijke begroting is geen referendum mogelijk, wat te maken heeft met na te komen termijnen en het zorgvuldige proces. Enkele leden van artikel 2 zijn voor meerderlei uitleg vatbaar, zoals onderwerpen waarover eerder een referendum gehouden had kunnen worden. Als een plan concreet wordt zijn mensen eerder geneigd naar het referenduminstrument te grijpen. De Referendumcommissie vindt het lastig daarover te oordelen, omdat die aspecten meer van politieke aard zijn. De raad wordt gevraagd om de discretionaire ruimte en onzekerheid voor de burger in de verordening te laten of voor meer duidelijkheid te kiezen. Dat speelt onder de leden j en l. De SGP suggereerde artikel 8 lid 6 anders te verwoorden en daarover heeft de Referendumcommissie in de Riviumdiscussie in 2021 gezegd dat dat artikel aan de VNGmodelverordening is ontleend en een andere bedoeling heeft dan destijds door de raad is ingezet. De VNG bedoelde niet nog eens een oordeel te geven als al in de definitieve fase handtekeningen zijn verzameld.
Het oordeelmoment over een referendum zit voor de raad in de systematiek bij het inleidend verzoek. Daarom pleit de Referendumcommissie ervoor om nog eens naar dat specifieke punt van artikel 8 lid 6 te kijken. Tweede termijn De heer NANNE roept op de buurtpeiling in een vroeg stadium in te zetten, maar dat instrument ook in de achterzak te houden. Wat betreft de geldigheidsdrempel is hij van mening dat een georganiseerde minderheid ertoe doet. Als die een referendum heeft aangevraagd en daaruit een signaal is gekomen is de raad volgens hem verplicht dat te bespreken. Mevrouw AKTAŞ constateerde verschillende inzichten naar aanleiding van alle gestelde vragen. Zij heeft daarvan geen totaaloverzicht en is benieuwd hoe daarmee verder wordt omgegaan. De heer KERVER is ook benieuwd naar de verdere stappen en de verwerking van de verschillende opvattingen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES krijgt bij uitsluitingsgronden het gevoel dat de raad de kans heeft om over een aantal onderwerpen geen referendum toe te staan, wat laat zien hoe ingewikkeld een referendum is. Burgemeester MANUSAMA zal het vergaderverslag van de bespreking voorleggen aan Juridische Zaken en bezien of van de verschillende meningen iets te maken is.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
8
De heer VAN DER KRIEKEN deelt mee dat de Referendumcommissie altijd adviseert over eventuele wijzigingen van de Referendumverordening. Het gehoorde in de discussie neemt hij mee in het advies dat de Referendumcommissie te zijner tijd zal uitbrengen. 7. Begrotingsbrief vanuit de provincie Zuid-Holland 2026 De VOORZITTER geeft aan dat de leden Safavi Nic en Kerver voorstellen om naar aanleiding van het aanbod van de provincie een gezamenlijke kerntakenanalyse uit te voeren, dit aanbod te accepteren en daar ambtelijke capaciteit voor vrij te maken. Ook vragen zij naar het standpunt van het college in dezen. In eerste instantie geeft hij het woord aan wethouder Woudenberg voor een introductie. Wethouder VAN WOUDENBERG laat weten dat de provincie in haar begrotingsbrief aanbiedt om een taakveldenanalyse te doen. De provincie maakt die opmerking in deze brief elk jaar. De VVD en Leefbaar Capelle vragen om een kerntakenanalyse, wat iets anders is. Een taakveldenanalyse is een vergelijking van de begrote of gerealiseerde financiële lasten en baten per taakveld, afgezet tegen de referentiegemeenten uit de provincie Zuid-Holland. Bij de verschillen hoort een analyse van hoe taken en tegen welke kosten ze worden uitgevoerd. De interpretatie van de verschillen leidt vrijwel altijd tot vragen over nut, noodzaak en intensiteit van de gemeentelijke inzet.
Dit kan in het vervolg leiden tot een kerntakendiscussie. In het voorjaar van 2025 heeft het college met Deloitte een presentatie gegeven, waarin is uitgelegd hoe men gemeenten vergelijkt en dat men per taakveld verschillende referentiegemeenten zou moeten vergelijken. Een totaalbeeld van één gemeente op alle taakvelden zou kunnen leiden tot heel veel verschillende inzichten, omdat gemeenten nou eenmaal een andere structuur en een andere opzet hebben dan de gemeente Capelle. Eind 2025 is Capelle benaderd door de gemeente Vlaardingen, die Cebeon heeft gevraagd om voor haar een taakveldenanalyse te doen, wel iets breder opgezet met zes referentiegemeenten uit heel Nederland, met onder andere Schiedam. Vlaardingen heeft ook Capelle gevraagd om aan dat onderzoek mee te doen. Het college heeft de gemeente Vlaardingen aangegeven daartoe bereid te zijn, met wel het verzoek om een tegenrapport vanuit Capelle aan te leveren, zodat ook een beeld ontstaat van hoe de referentiegemeenten scoren op dezelfde problematiek. Als dat rapport in de loop van dit jaar verschijnt zegt hij toe de raad dat te zullen toesturen. Dan beschikt de raad over een zinvolle taakveldenanalyse met enigszins op de gemeente Capelle vergelijkbare gemeenten.
Bij een kerntakendiscussie staat de vraag centraal wat de gemeente al dan niet tot haar taken wil rekenen en of zij daarin een regisserende, uitvoerende of faciliterende rol vervult. Ook is het daarbij de vraag welke maatschappelijke ambities passend worden geacht. Dit zijn eigenlijk altijd politieke keuzes, die het college bij de ombuigingsdiscussie ook met raad heeft besproken. Daarbij is gezegd dat een kerntakendiscussie interessant kan zijn, maar die zal altijd door de te maken politieke keuzes leiden tot een vraag wie het voorstel maakt. Dat zal waarschijnlijk het college zijn, dat de raad dan een voorstel doet op basis van de kerntakendiscussie. De provincie biedt een taakveldenanalyse aan, terwijl de twee fracties om een kerntakenanalyse vragen, die al eerder is besproken. Een taakveldenanalyse is geen kant- en klaar product. De provincie vraagt de gemeente dan om gegevens aan te leveren, waarvoor veel onderzoek moet gebeuren. Veel zaken moeten met elkaar vergeleken worden, wat uiteindelijk leidt tot een best wel forse inzet vanuit de organisatie. Het college verwacht meer dan honderd uur aan inzet, welk aantal zelfs kan oplopen naar 200 tot 250 uur. Het college vindt het belangrijk dat de financiële functie van de gemeente Capelle verbetert.
Toegezegd is om voor de zomer van 2026 met een verbeterprogramma te komen voor de financiële functie, zodat die in de nieuwe college- en raadsperiode weer naar tevredenheid zal zijn. Daarnaast is het college ook nog bezig met de uitvoering en de monitoring van het ombuigingspakket, dat allebei een grote inzet van bijna dezelfde mensen vraagt. Dit betekent gezien de beschikbare capaciteit binnen de gemeentefinanciën en binnen het management een onrealistisch zware druk op de totale organisatie. Afgesproken is een sluitende begroting voor 2026 en 2027 aan te bieden. Naar aanleiding daarvan zou er voorlopig geen kerntakendiscussie starten. Het onderwerp zou opnieuw geagendeerd worden als het voorgestelde ombuigingspakket onvoldoende zou blijken om het begrotingstekort te dichten. Dit alles leidt tot zijn opvatting en die van het college dat op dit moment geen taakveldenanalyse nodig is. De provincie heeft aangegeven dat er in 2026 en 2027 begrotingsevenwicht is, evenals structurele dekking en financiële rechtmatigheid. Een kerntakendiscussie is een andere vraag. Daarover is afgesproken die niet te starten als die financieel gezien niet nodig is. De ombuigingen worden nu gerealiseerd en de financiële functie wordt momenteel uitgewerkt en beter ingeregeld.
Hij raadt aan een kerntakendiscussie pas daarna te starten en het college de ruimte te geven om op 23 februari verder het gesprek daarover te voeren om
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina:
9
te kijken op welke wijze die vorm zou moeten krijgen. Daarmee zou dan pas worden gestart nadat de gemeentesecretaris en de organisatie in staat zijn geweest om de financiële functie in de organisatie op orde te brengen. De heer SAFAVI NIC reageert dat het openingsbetoog van de wethouder bij de VVD heel veel duidelijk heeft gemaakt. Aanleiding voor het gedane verzoek was de op 16 december ontvangen brief van de provincie, waaruit bleek dat de gemeente het de komende twee jaar goed doet, maar daarna niet meer. In juni is afgesproken in de toekomst een kerntakendiscussie te voeren en dat er mogelijk nieuwe ombuigingen aan komen, ook afhankelijk van ontwikkelingen in Den Haag. De gemeente moet daarnaast voorbereid zijn om de begroting op orde te brengen. Gelet op de deadline van 1 februari vond hij het niet passend om artikel 44-vragen te stellen, die dan niet op tijd beantwoord zouden zijn. Vandaar dat hij het punt door de commissie wilde laten bespreken. De vraag of Capelle referentiegemeente zou willen zijn had hij graag in de eerste twee weken van 2026 in een collegebrief gesteld willen zien. Vanaf 2028 en 2029 gaat het financieel niet meer goed en hij wil niet meer wachten met eventuele nieuwe ombuigingskeuzes tot halverwege 2027. De heer KERVER heeft het discussieverzoek samen met de VVD ingediend, waarvan de aanleiding de brief van de provincie was.
Leefbaar Capelle heeft namelijk zorgen, gezien de duidelijke cijfers voor 2028 en 2029, welke jaren niet meer zo ver weg zijn, zodat een voorbereiding daarop zijns inziens nodig is. Over het verbeterprogramma van de organisatie en de monitoring van het ombuigingspakket spreekt hij zijn waardering uit, maar hij maakt zich dus ook zorgen. Hij begrijpt dat een taakveldenanalyse iets anders is dan een kerntakendiscussie, maar wil weten hoe de gemeente ervoor staat. De vraag is of de nieuwe raad bekend is met aan welke knoppen te draaien is. Spreker bevestigt dat de nieuwe raad zijn eigen besluit moet kunnen nemen. De kerntakendiscussie hangt al lang in de lucht en hij is benieuwd of de wethouder daarvoor een tijdpad kan aangeven, dat hem meer geruststelt. De heer VEENEMA dankt zijn collega-commissieleden van Leefbaar Capelle en de VVD voor het voorstel, maar werd daarvan tegelijkertijd ook een beetje zuur. Elk jaar bij de begrotingsbehandeling verzoekt hij namelijk in een BVM-commissievergadering namens de SGP om een kerntakendiscussie te voeren, het logische vervolg op een taakveldenanalyse. Dat verzoek doet hij al sinds hij burgerraadslid is. Eenmaal is een discussie gevoerd, waarbij vijf bezuinigingsstrandjes werden bedacht. De idee was dat de raad daarmee een vliegende start kon maken, maar die is uitgebleven.
Dus bleef hij trouw zijn oproep doen, maar bleek hij een roepende in de woestijn. Bij de oproep bij de begrotingsbehandeling 2024 tot het voeren van een kerntakendiscussie werd aangegeven dat deze in 2025 zou plaatsvinden. De jaren daarvoor werd gesteld dat er daartoe geen noodzaak was. Dit ondanks dat hij erop wees dat je een lek dak moet repareren voordat het begint te regenen. De SGP kon zich er dan ook niet in vinden om de kerntakendiscussie pas te voeren als dat nodig is. In januari 2025 bleek dat het onderzoek naar de boeggolf bijna klaar was, maar dat er tevens te weinig personele capaciteit was voor een kerntakenanalyse. In juli 2025 was het argument de ombuigingsdiscussie te voeren, zodat een kerntakenanalyse ook niet nodig zou zijn. Die zou ook bij de ombuigingsdiscussie betrokken kunnen worden. Men zou daardoor kunnen denken dat in 2026 alles in kannen en kruiken zou zijn. De ombuigingsdiscussie leverde lang niet op wat er nodig was, mede omdat de coalitiepartijen op de rem trapten. Het is des te meer bijzonder dat er nu vanuit die hoek het initiatief komt om op het aanbod van de provincie in te gaan, omdat de meerjarenbegroting nog niet sluitend is en er mogelijk nieuwe ombuigingen nodig zijn. Dit had in 2024 al moeten gebeuren ter voorbereiding van de ombuigingsdiscussie.
Sterker nog, dit had volgens hem al acht jaar geleden moeten gebeuren, toen hij daartoe zijn eerste oproep deed. Hij begrijpt dat die discussie nu over de verkiezingen heen kan worden getild, want dan kan de volgende raad keuzes maken. De SGP is altijd constructief en staat daarom positief tegenover het voorstel, maar hij neemt dat wel mee terug naar zijn fractie. De gang van zaken op dit dossier vindt hij eigenlijk betreurenswaardig. Vanuit het CDA stelt hij de verduidelijkingsvraag of de taakveldenanalyse met de provincie tot nieuwe inzichten zal leiden, dus aanvullend op het onderzoek dat nu in opdracht van de gemeente Vlaardingen al plaatsvindt. Als een dergelijke taakveldenanalyse effectief en doelmatig is, dan is het CDA bereid daarvoor financiële middelen beschikbaar te stellen.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina: 10
Mevrouw RAAIJEN voert ook het woord namens GroenLinks en was verbaasd over het toegevoegde agendapunt. Nu constateert zij dat het meer gaat over een kerntakendiscussie dan over de door de provincie aangeboden taakveldenanalyse. Ook de PvdA vindt het belangrijk dat deze plaatsvindt, naast bezuinigen voor het bestendigen van belangrijke faciliteiten in de gemeente, zodat men die niet kapot bezuinigt. Zij is blij te horen dat er al een onderzoek plaatsvindt. Met betrekking tot gemeentelijke financiën zijn dashboarden nog sterk in ontwikkeling en zij wil de organisatie de ruimte geven om die goed neer te zetten. Spreekster wacht af hoe het onderzoek uitpakt en wil graag daarmee laten doorgaan. De heer HOOIJKAAS staat open voor een inhoudelijke kerntakendiscussie. Het is goed en gezond om als raad periodiek met elkaar te spreken over wat de gemeente wel en niet wil doen. Tegelijk kon hij niet direct de koppeling met de brief van de provincie volgen. De provincie doet daarin een aanbod voor een taakveldenanalyse, een technisch en vergelijkend instrument om inzicht te krijgen in financiële verschillen tussen gemeenten. Dat is iets anders dan een politieke kerntaakoverweging. D66 is voor een kerntakendiscussie, maar dan wel als een bewuste keuze voor de nieuwe raad.
Mevrouw ARMFIELD sluit zich aan bij de SGP, de PvdA en D66 en is wel voorstandster van het voeren van een kerntakendiscussie. Overhaaste beslissingen wil zij niet nemen. De cijfers lijken duidelijk en men kan altijd naar besparingen kijken en die alvast inventariseren. Verregaande zaken al op voorhand schrappen wil zij niet doen. De heer KERVER vindt de cijfers juist niet zo duidelijk en zou nu niet weten aan welke knoppen te draaien is. Als er haast is moet men zorgen dat de nieuwe raad een besluit kan nemen. Mevrouw ARMFIELD wil eerst de mogelijkheid bieden om alles op orde krijgen en dan de kerntakendiscussie laten aangaan. Dat mag op korte termijn, maar zij wil niet overhaast beslissingen laten nemen en besparingen vastleggen. De heer KERVER meent dat het overblijvende geld niet komt door overhaaste besluitvorming het afgelopen jaar. De besluitvorming is volgens hem ook niet overhaast geweest. Mevrouw ARMFIELD is het daarmee eens. Fractie Van der Heide is voorstander van een kerntakendiscussie, maar wil op voorhand geen overhaaste beslissingen nemen. Het rapport van de gemeente Vlaardingen over de referentiegemeenten wil zij eerst afwachten eer verder te kijken. De heer SAFAVI NIC vraagt wat de overhaaste beslissing is bij een aanbod, waarop de gemeente voor 1 februari moet ingaan.
Mevrouw ARMFIELD wijst erop dat het aanbod gaat over een taakveldenanalyse en niet over een kerntakendiscussie. Zij wil de kerntakendiscussie goed laten uitvoeren en geen overhaaste beslissingen nemen. Wat betreft de taakveldenanalyse volgt de fractie Van der Heide de reactie van de wethouder. Zij is voorstandster van een kerntakendiscussie. De heer BREEPOEL denkt dat een taakveldenanalyse niet nodig is, terwijl een kerntakendiscussie het beste door de nieuwe raad opgepakt kan worden. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES meent dat mevrouw Armfield ten aanzien van het in de vorige bezuinigingsronde schrappen van dingen waarvan men nu spijt heeft sprak over het verleden en niet over de toekomst. Zij is blij met de uitleg van de wethouder over het verschil tussen een taakvelden- en kerntakenanalyse. De reactie van de SGP vindt zij helder. Donkere wolken schuiven altijd maar weer door naar achteren. Afgelopen weekend woonde zij in Utrecht in het Spoorwegmuseum een congres van Notubiz bij, waarin er een workshop over het ravijnjaar 2028 werd gehouden, waarover de bespreking nu ook gaat. Zij vraagt de wethouder waarom de raad nu pas verneemt over het onderzoek van de gemeenten Vlaardingen en Schiedam. Daarover had zij eerder willen horen.
Zij snapt de redenering van de wethouder dat de organisatie nu bezig is met financiële verbeteringen en ombuigingen en nog een klus erbij pakken het ambtelijke apparaat heel veel tijd kost. Tegelijkertijd hoorde zij op het genoemde congres van Notubiz dat de raad juist vanwege de verkiezingen op lokaal niveau aan de bak moet, omdat er in 2028 veel gelden zullen opdrogen. Gemeenten zullen nu daarom harde keuzes moeten maken, waarvoor de collegelijn nodig is. Spreekster is het met de heer Kerver eens dat het belangrijk is dat het college enigszins aangeeft hoe dan de plannen eruit zouden kunnen zien. Dit los van de uitgestoken hand van de provincie, die dat gebaar wel vaker maakt.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina: 11
De VOORZITTER vat samen dat de VVD, Leefbaar Capelle, de ChristenUnie, de SGP en D66 voor een kerntakendiscussie zijn en GroenLinks, de PvdA, de fractie Van der Heide en de SP daartegen. Wethouder VAN WOUDENBERG merkt op dat de door de provincie aangeboden taakveldenanalyse kan worden uitgevoerd, welke analyse Deloitte echter vorig jaar ook heeft gemaakt. Deloitte gaf toen aan dat de raad uiteindelijk de politieke keuzen moet maken, waartoe het college een voorstel heeft gedaan. De raad heeft daarop aan knoppen gedraaid en keuzes gemaakt. Er is nog ruimte om alsnog aanvullende politieke keuzen te maken en de organisatie heeft daartoe nog ombuigingen op de plank liggen. Bij een te maken vervolgstap in verband met het ravijnjaar 2028 kunnen die keuzen eveneens gemaakt worden. Met een nieuw kabinet kan er echter ook meer geld naar gemeenten toevloeien, maar dat is nu nog niet bekend. Voor de jeugdzorg zal er in 2028 zeker een discussie worden gehouden hoeveel geld de gemeente daaraan moet besteden. In overleg met de raad is de kerntakendiscussie nog niet uitgevoerd, omdat die volgens de begroting niet noodzakelijk was. Die discussie zal alsnog worden opgepakt als dat op enig moment wel financieel nodig is. Die zal dan voor 2028 moeten plaatsvinden. Bij de Kadernota 2027 zal helder moeten zijn hoe de kerntakendiscussie uitgevoerd is.
Hij zegt toe het onderwerp de komende weken binnen het college te bespreken en de raad een proces-/planningsbrief aan te reiken met een voorstel over het traject. De gemeentesecretaris heeft de wens om voor de zomer de financiële functie op orde te krijgen, zodat de organisatie die discussie op een goede manier kan starten. Op 23 februari is er een extra avond over de vraagstukken die de gemeentesecretaris heeft geconstateerd en de bestuurlijke opdracht ten aanzien van de financiële functie. Hij weet dat de heer Veenema al lang opteert voor een kerntakendiscussie. Elk jaar heeft de gemeenteraad echter besloten om die op voorstel van de Auditcommissie uit te stellen. Die besluitvorming is ook de reden van het nog steeds niet uitvoeren van een kerntakendiscussie. Het onderzoek van de gemeente Vlaardingen speelt sinds eind vorig jaar. Capelle heeft gezegd daaraan mee te willen doen als zij ook een tegenrapport krijgt vanuit Capelle geredeneerd. Die toezegging is gedaan, zodat deelname aan het onderzoek sinds afgelopen maand bekend is. Nu is daarom het eerste moment dat hij daarover een mededeling kon doen. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouder heeft toegezegd een planningsbrief op te stellen met de wijze waarop het college de financiële huishouding op orde brengt en de manier waarop een kerntakendiscussie in de tijd uitgezet kan worden.
Tweede termijn De heer SAFAVI NIC zegt dank voor de antwoorden die hem duidelijkheid hebben gegeven en moedigt de heer Veenema aan te volharden in diens oproep over het voeren van een kerntakendiscussie. Dankzij die volharding heeft hij zich afgevraagd of vooruit gekeken moet worden. De heer KERVER is blij met de toelichting van de wethouder op het onderscheid tussen de kerntakendiscussie en taakveldenanalyse en over de toezegging om met een planningsbrief te komen. Leefbaar Capelle is er geen voorstander van om een taakveldenanalyse met de provincie te doen. De heer VEENEMA is ook blij over de toezegging over het procesvoorstel voor het voeren van een kerntakendiscussie, maar vreest dat die toch weer zal worden uitgesteld. De heer HOOIJKAAS is blij met het eerst uitvoeren van een taakveldenanalyse middels de vergelijking tussen verschillende gemeenten. De nieuwe raad kan nog een afweging over een kerntakendiscussie maken. Mevrouw ARMFIELD sluit zich bij die woorden aan. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES kijkt uit naar de uitkomsten van het onderzoek met de gemeente Vlaardingen en dankt de wethouder voor zijn gedane toezegging. Uit het cadeautje van de gemeentesecretaris blijkt dat een goede overdracht naar een nieuwe gemeenteraad heel belangrijk is, waardoor het goed is die een planning mee te geven. 8.
Zienswijze concept Regionaal Risicoprofiel Rotterdam-Rijnmond 2026-2029
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina: 12
De VOORZITTER deelt mee dat het voorstel is om een zienswijze in te dienen ten aanzien van de gepresenteerde risicokaart en verder kenbaar te maken geen wensen te hebben ten aanzien van het nieuwe risicoprofiel. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES was een van de weinige aanwezige raadsleden uit de regio bij het vragenuurtje/overleg over het regionaal risicoprofiel. Zij heeft daar gevraagd naar het oorlogsrisico en de steunpunten in de wijk. Uitgelegd is dat men met die steunpunten al heel ver is. Bizar is echter dat water en het gevaar van overstromingen niet meer op nummer een staan.. De heren BREEPOEL, SAFAVI NIC en HOOIJKAAS en mevrouw ARMFIELD kunnen zich in het voorstel vinden. Mevrouw AKTAŞ kan zich ook vinden in de zienswijze. Het profiel geeft volgens GroenLinks een goed overzicht van de risico's voor de regio. Zij ondersteunt het verzoek om de regiokaart concreet te maken door aansluiting te zoeken met de nationale risicokaart. De heer VEENEMA vindt het van groot belang voorbereid te zijn op allerhande soorten crises. De SGP en het CDA zijn daarom ook blij met de nieuwe en vrijwel volledige inventarisatie. De nieuwe systematiek voor het waarderen van de risico's is ook helder en logischer dan de oude. Wat de SGP betreft is het een goede analyse en de tabellen met kleurschalen zijn zeer prettig om te lezen.
Er is een zienswijze voorgesteld met het verzoek om een geografische kaart toe te voegen aan de analyse. Hij heeft vernomen dat de VRR met een eigen interactieve kaart komt waarop de risico's inzichtelijk zijn. Hij vraagt of dat klopt en of de zienswijze in dat licht niet overbodig is. Als de zienswijze niet overbodig is kan de SGP zich daarin vinden, waarbij hij dan nog wel wil verzoeken om de brief taalkundig in orde te maken. Het CDA heeft twee inhoudelijke aandachtspunten. Het zou graag zien dat er bij twee punten een hoger risico wordt opgenomen vanwege kennisonzekerheid. Deze twee punten staan op pagina 32, brand en gebouw, waarbij wordt gevraagd of er voldoende kennis is bij brand in hoogbouw boven de 75 meter, omdat de regio zelf niet beschikt over speciale redvoertuigen. Op pagina 70 gaat het over vuurwerk, met name illegaal vuurwerk. Daarover is nog onvoldoende bekend met het oog op het komende vuurwerkverbod. Het CDA vraagt of dit punt ook kan worden meegenomen in de nog lopende capaciteitenanalyse en het te actualiseren concept-regionaal beleidsplan. Mevrouw RAVENNA kan zich vinden in de voorliggende zienswijze en sluit zich aan bij de woorden van de voorgaande sprekers. Zij stemt in met de voorgestelde zienswijze. Burgemeester MANUSAMA merkt op dat de vijftien grootste risico’s in alfabetische volgorde zijn genoemd, waarbij het risico de kans maal het effect is.
De infographic is niet echt duidelijk. Daarop worden wel risicovolle situaties ad hoc weergegeven. Mensen zouden daaruit kunnen concluderen dat er eigenlijk maar één gevaar is. Alle risico’s kunnen ook van toepassing zijn op de situaties in Capelle aan den IJssel. Of er een nieuwe kaart komt weet hij niet. Als dat zo is, is dat een goed alternatief voor wat het college voorstelt. Hij neemt aan dat dat in het antwoord van de VRR duidelijk wordt. Voor brand in hoogbouw is vanuit de VRR de nodige aandacht. Of het kennisniveau zo goed is als het zou moeten zijn weet hij niet en hij neemt de daarover gestelde vraag van het CDA mee naar de VRR. Daarop zal hij nog terugkomen. Hij weet dat de VRR heel veel aandacht besteedt aan capaciteitsanalyses, die ook een rol spelen bij bezuinigingen. Operationeel gezien wil men geen risico’s lopen. De VOORZITTER stelt vast dat een toezegging is gedaan om na te gaan of er bij de VRR voldoende expertise is over brandbestrijding bij hoge gebouwen, hoeveel tijd en energie daarin wordt gestoken en hoe hoog dat onderwerp op de prioriteitenlijst staat. Hij concludeert dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken voor de raadsvergadering. 11.
Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen gemeente Capelle aan den IJssel 2026 De VOORZITTER geeft te kennen dat per 1 januari de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) in werking is getreden, die de drie gemeentelijke bestuursorganen de bevoegdheid geeft, voor zover het een eigen bevoegdheid betreft, elektronische kanalen aan te wijzen die de
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina: 13
inwoners, bedrijven en overige organisaties kunnen gebruiken bij het digitaal verzenden van officiële berichten aan de gemeente, waarbij de nodige aandacht te behouden blijft voor niet digitaalvaardige inwoners. Mevrouw RAAIJEN geeft haar inbreng mede namens GroenLinks en vindt het stuk fijn leesbaar. Zij kan zich vinden in de uitgebreide aandacht voor mensen die het digitale verkeer van de gemeente lastiger vinden en vraagt of er inmiddels wordt gewerkt aan een volgsysteem voor het opvangen van telefoontjes binnen de gemeente. De heer VEENEMA vindt de aandacht voor het thema goed en stelt vast dat er goed werk op dit punt wordt geleverd. De SGP en het CDA benadrukken het belang van de toegankelijkheid van de elektronische kanalen van de gemeente. Daarbij wijzen zij met nadruk op de laagdrempeligheid van de taal, zodat Capellenaren met een beperking of met een lage beheersing van de Nederlandse taal toch goed gebruik kunnen maken van de website en de informatie kunnen vinden die zij nodig hebben. Het CDA verzoekt om meer in te zetten op een toegankelijkheidsverklaring A of B. Het wijst erop dat sommige websites, zoals die van Maak Capelle, nog niet voldoen en een D scoren, terwijl veel mensen er wel gebruik van maken. Mevrouw RAVENNA merkt op dat het voorstel rechtstreeks volgt vanuit de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Het zorgt voor een duidelijke en toegankelijke digitale communicatie. Leefbaar Capelle steunt dan ook het voorstel. Onder het kopje ‘wettelijke basis aanleiding raadsvoorstel’ is een woord vergeten of staat een typefout. Er staat: …betreft elektronische kanalen aan te wijzen die inwoners, bedrijven en andere…’. Zij denkt dat daarachter moet staan ‘organisaties kunnen gebruiken’. Anders moet dat woord veranderd worden in ‘anderen’. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich aan bij de lovende woorden en vindt het stuk helder. Het is goed dat wordt gekeken naar het digitaliseren, optimaliseren alsook het meenemen van de mensen die niet digitaalvaardig zijn. Zij weet toevallig dat er in de gemeente ook aandacht is geweest voor user experience. Een stagiair heeft in het voorjaar namelijk een onderzoek gedaan naar hoe mensen makkelijker kunnen begrijpen wat er bij de gemeente gebeurt. De ChristenUnie wil dat onderzoek graag een vervolg laten geven. Zij weet dat er veel stagiaires zijn op het gebied van user experience en dat het ook heel goed is om zo iemand te laten kijken of het voorgestelde werkt. De heer BREEPOEL is content met de aandacht voor niet zo digitaalvaardige mensen en kan zich vinden in het voorstel. De heer SAFAVI NIC en mevrouw ARMFIELD sluiten zich aan bij de voorgaande sprekers.
De heer HOOIJKAAS is positief over het raadsvoorstel, de bijbehorende stukken over het aanwijzingsbesluit elektronische kanalen en de zorg onder de Wet modernisering, elektronisch en bestuurlijk verkeer. De documenten zijn juridisch zorgvuldig opgesteld en geven concrete invulling aan de wettelijke verplichting per 1 januari 2026. Tegelijkertijd wil D66 twee aandachtspunten meegeven. Via delegatie en mandaat kan de kanaalaanwijzing met rechtsgevolg feitelijk ambtelijk worden aangepast. Dat is juridisch mogelijk, maar hij vindt het belangrijk dat de wijziging niet buiten de raad om plaatsvindt. Ten tweede vraagt hij aandacht voor de rechtszekerheid van bewoners. Het besluit werkt met een dynamische bijlage en hij hoort graag hoe men borgt dat inwoners altijd weten welke kanalen rechtsgeldig zijn, met name bij bezwaar en beroep. Burgemeester MANUSAMA noemt toegankelijkheid belangrijk. Digitale toegang kan helpen, maar ook laagdrempeligheid van de talen kan zorgen dat er een voldoende vangnet is voor mensen die digitaal niet vaardig zijn. Daarbij kan een user experience uitstekend helpen. Men kan bij anderstaligen en senioren langsgaan. Hij wil zeker kijken of die experience mogelijk is. Het CDA wil alle websites het liefst de A- en B-status laten krijgen. De websites met de status C gaan binnenkort naar de status A of B.
Eerst wil men zorgen dat de nieuwe websites op niveau A of B
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 19 januari 2026
Pagina: 14
binnenkomen. Dit om eisen te kunnen stellen en dingen contractueel te kunnen vastleggen. Het liefst heeft hij ook alle websites op de A- en B-status. Mevrouw VAN WINDEN voegt toe dat een onderzoek door een externe partij nodig is om een website in de A- of B-categorie te krijgen. Daarvoor is er een planning en budget aangevraagd. Elk jaar gebeurt een aantal onderzoeken. Een uitgevoerd onderzoek vervalt na drie jaar en niet actualiseren betekent dat een website weer naar een lagere status vervalt. Niet alle onderzoeken kunnen meteen gebeuren, omdat dat betekent dat men onderzoek moet uitvoeren naar meer dan dertig websites. Daaruit volgt ook nog uitzoekwerk met de betreffende leverancier en afdeling. De adviseur digitale toegankelijkheid heeft voor de uit te voeren onderzoeken een tender gemaakt. Burgemeester MANUSAMA erkent het belang van betrokkenheid van de raad bij belangrijke wijzigingen en zegt het betrekken daarvan daarom toe. De door mevrouw Ravenna geconstateerde fout zal hij laten herstellen. Mevrouw VAN WINDEN gaat in op de vraag van D66 of inwoners altijd kunnen weten welke kanalen rechtsgeldig zijn, met name bij bezwaar en beroep. In het aanwijzingsbesluit staat telkens de link bij de dienst zelf. Als men daarop klikt komt men op de website terecht, waarop is aangegeven hoe men bezwaar of beroep kan indienen.
Het klantcontactcentrum heeft behoefte aan een zaaksysteem voor terugbelverzoeken en onderzoekt welk systeem daarvoor te gebruiken is. Dat moet binnen de organisatie nog besproken worden. Er is nu wel een zaaksysteem, waarin klanten niet kunnen kijken. Er wordt wel gewerkt aan een klantsysteem, waarin klanten hun zaken kunnen zien. De VOORZITTER noteert de toezegging van de burgemeester om bij belangrijke wijzigingen van het aanwijzingsbesluit de raad te betrekken. Hij concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. Vervolgens schorst hij de vergadering. Schorsing (21.58 – 22.05 uur). De VOORZITTER heropent de vergadering. 9. Mandaatbesluit griffier gemeente Capelle aan den IJssel 2026 De VOORZITTER deelt mee dat de raad op 6 oktober 2025 de instructie voor de griffier van de gemeente Capelle aan den IJssel 2025 heeft vastgesteld. Hierin zijn de taken en verantwoordelijkheden van de griffier op hoofdlijnen beschreven. Om deze taken goed uit te kunnen voeren, heeft de griffier een aantal specifieke bevoegdheden nodig met betrekking tot de bevoegdheden van de raad, de Werkgeverscommissie, het college en de burgemeester. Met het voorliggende mandaatbesluit worden de mandaten van de griffier geactualiseerd en samengevoegd in één besluit.