CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.00 - conceptverslag commissie BVM 6 april 2021

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 17 mei 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslag commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 6 april 202111.587 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag van de digitale vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op dinsdag 6 april 2021, digitaal via het programma Pexip, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter

de heer mr. L.C.A. Anink;

volksvertegenwoordigers

de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle (vanaf agendapunt 8); de heer C.A.J. Schaatsbergen, raadslid Leefbaar Capelle (tot agendapunt 8); de heer J. Hooijkaas, burgerraadslid D66 (vanaf agendapunt 8); de heer Z. Schelkers, raadslid D66 (tot agendapunt 8); de heer M.N. Landzaad Msc LLM, raadslid VVD; de heer mr. P.M.D. Weijers, raadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA; de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries Med, raadslid ChristenUnie; de heer dr. V. Stevens, burgerraadslid CDA; de heer J.M. Snijders, raadslid GroenLinks;

secretaris

de heer S.G.V. Schouten

griffie

mevrouw drs. T.A. de Mik;

portefeuillehouders

de heer mr. P. Oskam, burgemeester; mevrouw A.J. Hartnagel, wethouder;

gast

mevrouw drs. M. Veerbeek, voorzitter Referendumcommissie

notulist

de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum);

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering geen personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de digitale vergadering en heet eenieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen: - commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 8 maart 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Mevrouw SPEE neemt aan dat het via de thema-avond van 8 juni 2020 de commissieleden bekend is hoe knudde de woonsituatie in de hele regio is. Zo is de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning ongeveer vier jaar. In heel Capelle komt er maar eens in de drie weken één sociale huurwoning onder de huursubsidiegrens vrij. Die is ook meteen alweer vergeven, gezien de zo'n tweeduizend gegadigden die zich onmiddellijk allemaal storten op die ene woning. Dit woningtekort is volgens haar een direct gevolg van gemeentelijk beleid. Het regioakkoord “Meer evenwicht” vergelijkt 2017 met de gewenste situatie in 2030 voor alle veertien deelnemende gemeenten. 408485/

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 2 van 17

Dat “meer evenwicht” blijkt voor sociale huurwoningen een afname met 5,96% voor Capelle te betekenen en een afname met 8,2% voor de regio. En dat terwijl minstens 50% van alle huishoudens gezien hun inkomen het moet doen met minder dan 30% van alle nieuwbouwwoningen. Al decennia is er hier amper nieuwbouw voor deze groep, laat staan vervangende bouw. Met alle gevolgen van dien, voor héél Capelle. Aan niet-Havensteder corporatiewoningen blijkt er bovenop de genoemde afname een tekort van 406 woningen in 2030, vooral wat de categorie onder de € 711,- huur per maand betreft. Havensteder komt in de prognose 2018 bovendien uit op 564 woningen te weinig. In 2030 resteert alleen al bij Havensteder nog steeds in Capelle een tekort van 256 woningen met een nettohuur tot € 735,15 per maand, bovenop de afname in het regioakkoord. De Hovensloop is oorzaak van deze tekorten bij Havensteder, aldus Havensteder-vertegenwoordiger, de heer Zwart. In de IJssel en Lekstreek van 21 december 2017 zei burgemeester Oskam: “We gaan ook de Hoven onderhanden nemen. Die woningen worden gerenoveerd. Er wordt echt aan de leefbaarheid gewerkt.” In september 2019 werden alle van Havensteder hurende Hovenbewoners dan ook straal overvallen met de aanzegging hun appartementen te moeten verlaten wegens sloop van de Hoven.

Vooral de huurders met een tijdelijk contract ondervonden hierdoor enorme stress, mede door de houding van Havensteder die zich het tegendeel van behulpzaam naar hen opstelde. Dat de meesten ondanks de bovenbeschreven schreeuwende tekorten toch slaagden in het vinden van ander onderdak mag een waar wonder heten. Van de oorspronkelijk 358 huishoudens resteren er nu nog maar elf die binnenkort daadwerkelijk dakloos dreigen te raken. Wethouder Struijvenberg weigert hen elke hulp en coulance. Zelfs een urgentieverklaring krijgen deze elf niet. Integendeel, de druk op hen wordt zo hoog mogelijk opgevoerd zonder wat dan ook te bieden, behalve een afstraffing door dakloosheid. En dat bij de Capelse 'vangnetten': een giga bureaucratie zo ontoegankelijk, dat zelfs beroeps de weg er niet meer in kunnen vinden. Deze mensen hebben geen enkele hulp gehad die écht zou kunnen helpen, integendeel. Het meest absurde hieraan echter is dat niet deze huurders, maar de wethouder zelf de verantwoordelijke is voor het door de Hovensloop drastisch toegenomen tekort aan woningen voor huishoudens met de laagste inkomens. Dus ook voor de wachttijden, die ruim dubbel zo lang zijn dan de tijd die verstreek sinds de eerste aanzegging tot woningontruiming in de Hoven.

Dit noemt zij handelwijze van het kaliber toeslagenaffaire, om Capelse medeburgers met ongekende hardheid en 'blame the victim', de dakloosheid in te schoppen. Dat is nogal wat! Geen woning, geen toekomst. Zij noemt dat een verbijsterend staaltje onbehoorlijk bestuur, waar elke fatsoenlijke Capellenaar zich diep voor moet schamen. Hiermee doet zij dan ook een dringend beroep op burgemeester Oskam. Wordt het onderhand niet eens tijd om te kijken niet naar de formele, maar naar de morele kant van dit verhaal? Of is een menswaardige behandeling van Capelse medeburgers, zelfs hem te veel gevraagd? Burgemeester OSKAM hoort een aantal feitelijke onjuistheden in het verhaal van mevrouw Spee en vindt dat de vergelijking met de toeslagenaffaire niet opgaat, welke affaire in Capelle is begonnen. Het gemeentebestuur van Capelle is heel erg meelevend met de slachtoffers van de toeslagenaffaire en het bestuur helpt hen daar waar kan. Voor de bewoners van de Hoven ligt het anders. Dat weet mevrouw Spee, omdat raadslid Vlot daarover bijna elke vergadering vragen heeft gesteld. De burgemeester is geen superbestuurder die met een toverstaf alles ongedaan kan maken. Het is sneu voor mensen als zij hun woning uit moeten. De renovatie van de woningen in de Hoven was in 2017 ook door het college besproken. Hiervoor was een goede reden.

Capelle is in de jaren zeventig met veel utiliteitsbouw in omvang verdubbeld, waardoor veel woningen gerenoveerd of nieuw gebouwd moesten worden, onder andere de Hoven. Mensen die naar de Hoven kwamen is ook eerlijk gezegd dat die woningen tijdelijk waren. Het moment van eindigen van huur zou al veel eerder zijn geweest, maar door omstandigheden, ook door de Vestia-affaire, kon Havensteder niet eerder tot renovatie overgaan. Tot nu toe is Havensteder daarmee coulant omgegaan. De woningcorporatie is wel streng en de voorwaarden waren duidelijk. Een aantal mensen dat voor een urgentieverklaring in aanmerking komt heeft die ook gekregen. Mensen die daar geen recht op hebben kunnen die echter niet krijgen, omdat je dan geen recht doet aan het systeem van urgentieverklaringen. Ook hijzelf kan geen hardheidsclausule toepassen, zodat mensen alsnog een urgentieverklaring krijgen. Het hele college denkt er zo over. Mevrouw SPEE repliceert dat de burgemeester onjuistheden te berde brengt. Mevrouw DE MIK leest de inspreektekst van de heer Van der Poel voor: “Sinds begin 2010 jaar voldeed de Referendumverordening uitstekend. Tot vorig jaar, toen voor de eerste keer de eerste stap in een lang proces werd gedaan om het referenduminstrument daadwerkelijk te gaan gebruiken. De Capelse raad ging, in meerderheid, energiek en vol op het orgel om voornamelijk illegale weigergronden te vinden.

Het is in Capelle gebruikelijk dat kosten noch moeite worden gespaard als burgers een contraire mening hebben ten opzichte van een, al dan niet direct gekozen bestuursorgaan.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 3 van 17

De afgelopen jaren is meerdere malen door een wethouder in commissievergaderingen uitgesproken dat er slechts tot 17 geteld hoefde te worden. De uitkomst van de commissievergadering stond bij voorbaat al vast. In deze bestuurs- en volksvertegenwoordigingscultuur past geen referendum. De reikwijdte van de in kiem gesmoorde referenda kon bijna niet verder uit elkaar liggen. Een complete nieuwe wijk van vijfduizend woningen tegenover een paar straten verdichten. De reikwijdte van de één referendum was te ruim en te moeilijk en de ander had juist een te kleine reikwijdte. Beide zijn geen legale weigergronden, maar dat ontging de raad in eerste instantie. Deze raad vertegenwoordigt een democratische minderheid. Minder dan 50% van de kiesgerechtigden in 2018 gunde u een rood rondje waardig. Een “demissionair” college van burgemeester en wethouders met bijbehorende bevoegdheden zou beter passen. Een 17-16 stemmingsuitslag betekent dat deze raad met maximaal 25% mandaat van de kiezers (en van nog veel minder burgers) iets besluit, of zoals u wilt, doordrukt. Dat hiervoor met uw instemming een wethouder uit een andere gemeente moet worden ingevlogen verdient ook niet een volksvertegenwoordigingsprijs. De Referendumverordening heeft de drempel hoog gelegd.

Burgers die het voor elkaar krijgen van minimaal 1.600, voornamelijk wildvreemde, Capellenaren een handtekening te krijgen om eenmalig een raadgevende vraag te stellen, dat zou een prestatie zijn geweest. Het zou de vijf politieke partijen die nu de Capelse raad bevolken en net boven of zelfs onder de 1.600 stemmen hebben gehaald bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen tot nadenken moeten zetten. Een referendum hoort te gaan over actuele zaken en niet over iets wat in de meest rudimentaire vorm ooit vijf jaar geleden op een agenda heeft gestaan. Ik daag deze raad uit om tien onderwerpen te noemen uit het verleden of de toekomst welke wel voor een referendum in aanmerking komen of kwamen en nog ergens over gaan. De gemeente Houten heeft zeer recent een project van 4.800 woningen geannuleerd na een referendum. Burgers hadden ook daar geconstateerd dat bestuurders in een bubbel zaten en geen idee hebben wat er in de haarvaten van de bevolking leeft, gelijk Capelle aan den IJssel.

De vraag is dan ook of er nog lastige raadsleden in de raad zitten die zich in willen zetten voor de Capellenaar of dat men het er wel over eens is dat het referendum uitsluitend door lastige burgers wordt gebruikt.” De VOORZITTER vervolgt dat de laatste insprekers de heren Bruinaars, Wolthuis en Bakker betreffen, indieners van het initiatiefverzoek tot het houden van een referendum over Gebiedspaspoort 2.0 Rivium. Hij leest in verband met hun afwezigheid hun bijdrage voor: “Geachte raadsleden. De Referendumcommissie heeft naar aanleiding van het referendumverzoek Gebiedspaspoort 2.0 Rivium in maart 2021 een evaluatie opgesteld. De evaluatie bevat tien constateringen en negen aanbevelingen. Het college van burgemeester en wethouders heeft hierover op 31 maart 2021 een brief naar de leden van de gemeenteraad gestuurd. Wij benadrukken vanavond graag dat volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) artikel 2j niet in een referendumverordening past (zie bijlage 1, die de commissieleden kunnen raadplegen). Kort gezegd bepaalt artikel 2j in het VNG-model 2019 dat de gemeenteraad kan afzien van het houden van een referendum als zij van mening is dat ‘dringende redenen daarvoor de aanleiding zijn’. In Capelle aan den IJssel staat een soortgelijk artikel wel in de Referendumverordening.

Bij het afwijzen van ons referendumverzoek over het Nieuwe Rivium heeft de meerderheid van de raad zich ook op dit artikel beroepen. Volgens de VNG is deze bepaling echter strijdig met twee belangrijke gedachten: 1. het voorkomen dat de Referendumverordening een leeg instrument is; 2. het belang van duidelijkheid voor de burger over niet referendabele onderwerpen. Voldoende reden om artikel 2j te verwijderen uit de Capelse Referendumverordening. Daarnaast zijn er meer afwijkingen van het VNG-model uit 2019. Wij bevelen een volledige harmonisatie aan. Daarnaast vraagt het college van burgemeester en wethouders u in overweging te nemen om na te denken over een inperking van referendabele onderwerpen, bijvoorbeeld voor ontwikkelingen op wijk- of buurtniveau. Ons inziens is dit zeer onverstandig. Ten eerste is het niet aan de raad om te bepalen wat 1.600 kiesgerechtigde Capellenaren belangrijk genoeg vinden voor het houden van een referendum. Dat bepalen Capellenaren zelf, net zoals de inwoners van Houten dit zelf mochten bepalen (zie bijlage 2 voor de commissieleden). Ten tweede is er met het vereiste van 1.600 handtekeningen van ondersteuners voldoende vangnet aanwezig om referenda over ‘kleinigheden’ te voorkomen. Een behoorlijke drempel voor eventuele initiatiefnemers.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 4 van 17

Ten derde leidt elke uitzondering op het VNG-model tot nieuwe onduidelijkheden voor de burger en wordt de kans op een ‘leeg instrument’ groter. Mede op basis van het bovenstaande geven wij u graag het volgende in overweging mee: 1. Harmoniseer de Capelse Referendumverordening met het VNG-model uit 2019. Noodzaak tot afwijkingen van het VNG-model in onze gemeente zien wij niet. Harmonisatie schept duidelijkheid. Verwijder als onderdeel van de harmonisatie bepaling 2j. 2. Neem alle aanbevelingen van de Referendumcommissie over, ook aanbeveling 3. Het college van burgemeester en wethouders dient zich in zijn advies uitsluitend te baseren op de inhoud van de Referendumverordening, niet op beleidsinhoudelijke invalshoeken. Politieke en andere motieven om een referendum af te wijzen liggen dan (te) snel op de loer. Dit moet voorkomen worden. 3. Neem geen verdere uitzonderingen op (onder andere voor ontwikkelingen op buurt- of wijkniveau). De te behalen drempels voor ondersteuningshandtekeningen bieden al voldoende garanties. Uitzonderingen en afwijkingen op het VNG-model moeten voorkomen worden. 4. Zet spoed achter de realisatie van de technische mogelijkheid voor digitale handtekeningen. Bij een definitief referendumverzoek zijn digitale handtekeningen vereist. Deze mogelijkheid dient zo spoedig mogelijk beschikbaar te komen. 5. Beroepsprocedure bij de rechtbank Rotterdam.

Overweeg bij aanpassingen, anders dan volledige harmonisatie met het VNG-model 2019, de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over het referendumverzoek Gebiedspaspoort 2.0 Rivium af te wachten. 4. Gemeenschappelijke regelingen (MRDH, Veiligheidsregio Rotterdam-Den Haag, IJSSELgemeenten, Politie) Geen opmerkingen. 5. Corona Geen opmerkingen. 6. Evaluatie verzoek raadgevend Gebiedspaspoort 2.0. Rivium De VOORZITTER deelt mee dat artikel 4, lid f van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel bepaalt dat de Referendumcommissie tot taak heeft een evaluatie te schrijven over de gehouden referenda, over initiatiefvoorstellen van raadsleden en verzoeken van kiesgerechtigden. Namens de Referendumcommissie zijn bij de commissiebehandeling voorzitter mevrouw Veerbeek en de leden, de heren Lagras, Steur, Carabain en Visser aanwezig. Omdat het een verordening is die vooral van de gemeenteraad is stelt hij de commissieleden voor de eerste termijn met mevrouw Veerbeek en de portefeuillehouder te gebruiken voor beeldvorming. De tweede termijn kan dan gebruikt worden voor het aangaan van debat. Mevrouw VEERBEEK stipt naast de evaluatie nog vier zaken kort aan.

Ten eerste merkt zij op dat is gekeken naar drie referenduminitiatieven: een referenduminitiatief van een D66-raadslid, een referenduminitiatief van drie burgers over het gebiedspaspoort Rivium en ook heeft de Referendumcommissie het referenduminitiatief over het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg meegenomen in de evaluatie. De Capelse Referendumverordening is vrij strikt wat betreft mogelijkheden voor raadsleden om een referenduminitiatief te nemen: dat initiatief kan alleen gaan over een onderwerp dat op de agenda van de raad staat. In andere Nederlandse gemeenten hebben raadsleden vaak een grotere vrijheid om te bepalen wanneer zij een referenduminitiatief nemen en waarover dat gaat. Die gemeenteraden zijn vaak vrijer, ook in de antwoordcategorieën. Als een werkgroep nog eens naar de verordening kijkt adviseert zij dit aspect dan ook mee te nemen. Is dit echt wat de raad wil? Ten tweede kan de gemeente heel veel participatie-instrumenten inzetten. In de praktijk wordt het referendum wel eens gelijkgesteld met allerlei andere participatie-instrumenten, zoals inspraak en bewonersavonden. Dat maakt het gesprek wat lastig en de beoordeling van het referendumverzoek is dat dan ook. Schorsing van de vergadering in verband met een technische storing (20.32 – 20.37 uur).

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 5 van 17

Mevrouw VEERBEEK vervolgt dat in verband met veel gebruikte participatiemogelijkheden is gesteld geen referendum gehouden meer zou moeten worden. Als burger of als raad is het echter heel goed te beseffen van wie het initiatief uitgaat. Inspraak- of bewonersavonden zijn namelijk niet hetzelfde als een referendum en zijn altijd op initiatief van de gemeente. Het is aan de gemeente wat er met de opbrengst daarvan gebeurt. Een referenduminstrument is een recht dat raadsleden aan burgers hebben gegeven. Burgers kunnen zelf bepalen als zij dat recht toepassen en mogen het initiatief nemen. Burgers weten dan ook wat er gaat gebeuren. Als er een referendum komt zal de raad het advies ook mee moeten nemen en wegen bij de besluitvorming. Dat verschil zou men beter moeten beseffen. Ten derde benoemt zij het feit dat een referendumverordening een instrument is dat de raad aan zijn burgers geeft. De raad is dat niet verplicht. Het is een recht waarbij burgers kunnen meespreken als zij constateren dat er qua besluitvorming in de raad iets mis dreigt te gaan. Zij kunnen dan nog meespreken en adviseren. Het is dan goed dat een verordening heel duidelijk en helder is over wanneer ze van dat recht gebruik kunnen maken. De uitzonderingsgronden in artikel 2 van de verordening zijn nog niet duidelijk.

De raad worstelt met de vraag in hoeverre hij beleidsvrijheid heeft om los van de uitzonderingsgronden nogmaals te zeggen helemaal geen referendum te willen. Het college stipt dat ook aan in de aan de raad gestuurde brief en geeft aan dat de Referendumcommissie op dit punt geen voorstel heeft gedaan om de verordening aan te passen. De Referendumcommissie heeft daarover bewust geen voorstel gedaan, omdat het goed is dat de raad hierover met elkaar in gesprek gaat of als de in te stellen werkgroep daarnaar nog kijkt. Het is goed dat gesprek nu te voeren, zonder dat er een referenduminitiatief in de lucht hangt, waardoor het gesprek lastiger wordt. Het is goed als voor burgers en raadsleden volstrekt duidelijk is wanneer wel of niet een referendum kan worden gehouden. Ten vierde zijn de drie referenduminitiatieven in het beginstadium al stopgezet, zodat de evaluatie ook relatief beperkt is, omdat slechts over de eerste beginstapjes van het referendumproces opmerkingen waren te maken. Er heeft geen definitief verzoek plaatsgevonden, wat jammer is, omdat daardoor ervaring met een referendum wordt gemist, ook al heeft de gemeente al negen jaar een referendumverordening.

Het zou interessant zijn te weten hoe het na het inleidend verzoek verder was gegaan: zou er voldoende draagvlak zijn geweest voor het tweede referenduminitiatief over Capelseweg/Bermweg dan voor het eerste initiatief over het Rivium? De Referendumverordening bevat verschillende stappen en de tweede drempel van 1.600 handtekeningen is heel belangrijk, om te bepalen of Capellenaren echt een referendum willen. Er moet echt een breed draagvlak in de gemeente zijn om een referendum mogelijk te maken. Nu is daarmee geen enkele ervaring opgedaan. Het is volgens haar veel te vroeg om postzegelplannen van referenda uit te zonderen. Men weet namelijk niet of er een groot draagvlak is voor een klein plan in de gemeente. Zolang men dat niet weet zou men geen aanpassingen moeten doen of uitzonderingen moeten maken. Zij raadt aan burgers te vertrouwen, die zelf heel goed kunnen afwegen of zij al dan niet een referendum willen, een ingewikkeld, langdurig en kostbaar instrument. Burgemeester OSKAM verwijst naar de collegebrief van 31 maart jl. met een standpunt over het referendum over de kwestie van het Rivium. Capelle beschikt al veel langer over een referendumverordening. Er was twee keer een kwestie en de raad heeft besloten om die niet voor een referendum in aanmerking te laten komen.

Het college deelt met de Referendumcommissie dat er onduidelijkheid is, zodat de verordening aanpassing behoeft en meer van deze tijd zou moeten worden. Dat kan op twee manieren: inperken of de discretionaire bevoegdheid in stand laten en die beter opschrijven en beter toelichten wat wel en niet kan. Daarom is voorgesteld een werkgroep met een aantal deskundigen in te richten. Men kan ook naar andere gemeenten kijken om te bepalen wat een verstandig keuze is. Die gemeenten hebben wel ervaring. Een modelverordening hoeft men niet per se te kiezen en is geen doel op zich. De VNG heeft niet als doel om alle gemeenten op één lijn te krijgen, maar wel om gemeenten te faciliteren. Het gaat juist om lokaal maatwerk. Het voorstel is dus om een werkgroep in het leven te roepen om goed naar referendumverordeningen te kijken. De gemeente moet ook bestuurbaar blijven. Dat participatie niet deugt is geen argument om een referendum in het leven te roepen. Er is dus nog veel werk te verrichten. Het is een bevoegdheid van de raad en de raad gaat daarover zelf. Eerste termijn De heer SNIJDERS herkent zich heel erg in de evaluatie van de Referendumcommissie en neemt graag alle aanbevelingen daarvan over. Het bevreemdt hem dat het college vaak adviseert op beleidsinhoudelijke zaken in plaats van aan te geven of iets een grond is voor een referendum.

Elk referendumverzoek wordt eigenlijk in de kiem gesmoord en dat heeft GroenLinks liever niet.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 6 van 17

Vier jaar terug heeft hij zelf landelijk een referendum georganiseerd, waarbij 300.000 handtekeningen nodig waren, wat niet vanzelf gaat. Dat is op zich juist, want er moet ook een zekere moeilijkheidsgraad zijn om de handtekeningen binnen te halen, zodat er genoeg zekerheid is dat een onderwerp leeft. In het voorstel voor een werkgroep kan hij zich vinden en daarin neemt hij graag zitting. De heer STEVENS vindt het waardevol om alle aanbevelingen van de Referendumcommissie over te nemen. Op twee punten heeft hij nog graag een advies van de Referendumcommissie. Over kiesgerechtigheid leest hij verschillende definities in referendumverordeningen. Hij vraagt zich af of ook rekening wordt gehouden met kiesgerechtigheid van mensen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben of die minimaal vijf jaar in Nederland woonachtig zijn. In de Capelse verordening is er vanuit de raad een mogelijkheid om een deelgebied te bepalen (artikel 7, lid 4) voor het houdend van een raadgevend referendum. De VNG-modelverordening doet daarover geen uitspraak, maar bij andere gemeenten, zoals Wageningen, is een deelgebied wel mogelijk. Hij vraagt of er voor deelgebieden mogelijkheden of ervaringen zijn. Bij het aanwijzen van een deelgebied zou men de 1.600 benodigde handtekeningen wellicht kunnen reduceren. Daarop wil hij graag een terugkoppeling van de Referendumcommissie.

De heer WEIJERS vindt de evaluatie helder en goed leesbaar, maar is het lang niet met alle punten daarin eens. Hij maakt opmerkingen over de inleiding en het voorwoord, de evaluatie en de brief van het college. Ten aanzien van de inleiding van de Referendumcommissie snapt hij de opmerking dat de besluitvorming over Capelseweg/Bermweg botst met de Referendumverordening. De besluitvorming ging op en af de raads-/commissieagenda en uiteindelijk kwam er een aangepast raadsvoorstel op basis van een nog niet ingediend amendement. Hij weet niet of dat botst met de Referendumverordening, maar wel geeft dat wat verwarring. De raad zou zich dat ter harte moeten nemen. Bij volgende besluiten zou de raad de politiek juiste weg moeten volgen om pas bij raadsbehandeling met een amendement te werken en pas bij de besluitvorming een raadsvoorstel aan te passen. In het woord vooraf van de evaluatie noemde de Referendumcommissie een aantal zorgpunten. Hij vraagt zich af of het gebruik van het woord ‘zorgpunten’ een en ander niet te zwaar aanzet. De gemeente beschikt al langere tijd over een referendumverordening, die pas de afgelopen periode is gebruikt. Er was nog nooit een referendum, maar slechts twee aanvragen. Daarop is een evaluatie gekomen. Het zou misschien beter zijn om te spreken over aandachtspunten in plaats van zorgpunten.

De kern van de evaluatie betreft volgens hem beleidsvrijheid en de omgang daarmee. De gronden a tot en met j beperken volgens het voorwoord de beleidsvrijheid, maar hij vraagt zich af of dat zo is. Zeker als men kijkt naar de gronden i en j, die steeds onderwerp van bespreking waren bij de verzoeken. Daarin staat namelijk nadrukkelijk ‘naar het oordeel van de raad’. Die woorden openen precies alle beleidsvrijheid en geven geen beperking. Als een van de in artikel 2 genoemde gronden zich niet voordoet zou een referendum moeten worden toegestaan. Dat vindt hij niet, omdat er dan daarnaast in artikel 8 lid 6 nog een algemene beleidsvrijheid staat. Bovendien is er verschillende jurisprudentie. Elke uitspraak van een rechter begint met constatering dat de raad beleidsvrijheid heeft op dit punt en dat dus beperkt en terughoudend getoetst moet worden. Beleidsvrijheid is dus een gegeven, ongeacht de formulering van de Referendumverordening. Vervolgens constateert hij dat de Referendumcommissie zegt dat tijdens de verschillende hoorzittingen door de advocaten namens de raad is gesteld dat de beleidsvrijheid van de raad volgt uit genoemd artikel en uit jurisprudentie. De Referendumcommissie geeft dan aan: “Als dat zo zou zijn, wat is dan de functie van artikel 2?” Die zin is volgens hem niet terecht. Het is namelijk niet “als dat zo zou zijn”, maar “het is zo”.

Vaste jurisprudentie in alle zaken geeft namelijk nadrukkelijk aan dat die beleidsvrijheid er is, zowel ten aanzien van de verordening en de daarin genoemde weigeringsgronden, maar ook ten aanzien van die verordeningen in het land waar de of-bepaling staat, zoals die in Capelle in artikel 8, lid 6 van de verordening staat, die in andere gemeenten soms de kan-bepaling wordt genoemd. Het is dus gewoon een juridische werkelijkheid waarmee te leven is en waarmee iets moet gebeuren. Bovendien moet men niet vergeten dat in beide verzoeken de afwijzingsgrond primair in de j-grond zat. Daarnaast, met name bij het tweede referendumverzoek over gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg, is ook een beroep gedaan op de algemene beleidsvrijheid van artikel 8, lid 6. In beide referendumverzoeken is dus niet volstaan met te zeggen een algemene beleidsvrijheid te hebben en daarom een referendum al dan niet te willen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 7 van 17

Dat nuanceert dit deel van de evaluatie. De indruk is namelijk een beetje gewekt dat de raad in tegenstelling tot de inhoud van de verordening op zoek is geweest naar een escape en daarom maar een beroep doet op de algemene beleidsvrijheid van artikel 8, lid 6. Dat was volgens hem nadrukkelijk niet het geval. De artikelen 2 en 8 staan wat hem betreft naast elkaar en zijn ook naast elkaar toe te passen. Men kan als uitgangspunt eerst in artikel 2 naar een uitzonderingsgrond kijken. Als die er niet zijn heb je daarnaast, als dat nodig zou zijn en als daarvoor argumenten zijn, de algemene beleidvrijheid in artikel 8, lid 6. Als men alleen op dat laatste artikel een beroep doet moet je heel goed naar de motivering kijken, omdat een rechter dat ook zal doen. De SGP zit er dus iets anders in dan de evaluatie en de vraagstelling daarvan. Zijn betoog is niet in lijn met de toelichting op de modelverordening, maar wel met vaste rechtspraak. Vervolgens gaat hij in op de aanbevelingen in de evaluatie. Wat betreft aanbeveling 1 over een projectgroep heeft hij er geen moeite mee dat die direct bij elkaar komt om het draaiboek te bespreken nadat een initiatiefvoorstel of een inleidend verzoek is ingediend. Dat moet echter wel lukken in de gegeven korte tijd.

Aanbeveling 2 gaat over het beschikbaar zijn van een advies van het college voordat de Referendumcommissie een advies formuleert over het initiatiefvoorstel en dat lijkt hem terecht. Met aanbeveling 3, inhoudend dat het collegeadvies zich moet toespitsen op de inhoud en eisen omtrent het proces uit de Referendumverordening, is hij het eens, maar het college moet ook de vrijheid hebben om een breder advies te kunnen geven. Een hoorzitting om goed te kunnen adviseren over het inleidend verzoek, genoemd in aanbeveling 4, is inderdaad van belang. Raadsleden kunnen als toehoorder bij hoorzittingen aanwezig zijn, om te horen wat de achtergrond is van de verzoekers. Of een hoorzitting in de Referendumverordening of in het draaiboek opgenomen moet worden is praktische uitwerking. Aanbeveling 5 gaat over het delen van antwoorden op vragen over het referendumproces met alle raadsleden en dat lijkt hem prima. Aanbeveling 6 gaat over het overnemen van de definitie ‘kiesgerechtigheid’ uit de modelreferendumverordening en die aanbeveling schept duidelijkheid. Aanbeveling 7 zegt het advies van de Referendumcommissie met de raad te bespreken. Die aanbeveling vindt hij overbodig. Die Referendumcommissie geeft advies, fracties kunnen op voorhand vragen stellen en antwoorden worden gedeeld.

De Referendumcommissie is aanwezig bij de raadsvergadering en heeft de mogelijkheid daar op vragen te reageren. Nog een extra gesprek met de Referendumcommissie voeren heeft dan voor hem niet echt een toegevoegde waarde, wat anders zou zijn als onduidelijke adviezen van de Referendumcommissie worden verkregen, waarvan echter geen sprake is. Aanbeveling 8 gaat over het direct ontwikkelen van digitale handtekeningenlijsten als een referenduminitiatief wordt genomen. Dat sorteert voor op de uitkomst van het initiatief. Aanbeveling 9 gaat over de aanwezigheid van de Referendumcommissie bij de formulering van het raadsbesluit. Wat de SGP-fractie betreft is het beter dat bij het formuleren van het raadsbesluit de Referendumcommissie niet aanwezig is vanwege de zuiverheid in rollen. De zorg van de Referendumcommissie deelt de SGP-fractie niet op het punt van beleidsvrijheid. Wat hem betreft is er niets mis met de uitzonderingsgronden, die voldoende ruimte geven om besluiten te nemen in individuele gevallen en die goed te motiveren. De heer SCHELKERS reageert op de opvatting van de heer Weijers over aanbeveling 8, het direct ontwikkelen van digitale handtekeningenlijsten. Bij behandeling van het initiatiefvoorstel van D66 gaf de wethouder aan dat de techniek daarvoor niet klaar was. Als er een mogelijk voorstel komt zou de gemeente daarvoor echter klaar moeten zijn.

De heer WEIJERS is het ermee eens dat de techniek klaar moet staan bij een referendum. Die aanbeveling heeft hij zo begrepen dat er nog een stukje uitvoeringswerk nodig is om digitale handtekeningenlijsten voor de concrete aanvraag direct te kunnen maken. Daarmee aan de gang gaan voor het besluit te nemen om door te gaan met het referendum is voor hem net te vroeg. Wellicht kan de Referendumcommissie daarover duiding geven. De SGP-fractie is momenteel erg terughoudend over de vraag of de verordening op de punten genoemd in de collegebrief aanpassing of verduidelijking behoeft.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 8 van 17

De heer SCHELKERS haalt aan dat inspraak en rechten van bewoners een zorgvuldige omgang vragen. Daarom vindt hij het goed dat nu een evaluatie voorligt. De verschillende gang van zaken bij referendumverzoeken heeft bij hem een vervelende nasmaak nagelaten. In het algemeen kan hij zich vinden in de aanbevelingen van de Referendumcommissie. Een ervan onderschrijft hij expliciet, dat de Referendumcommissie eerder niet het woord kon voeren bij behandeling van het D66-initiatiefvoorstel, terwijl die het wel gewend was de wethouder te kunnen corrigeren op een feitelijke onjuistheid. Het is daarom goed om te constateren dat dat bij het laatste referendumverzoek wel mogelijk was. Men leert dus van behandeling. Een aantal pijnpunten zal bij overname van aanbevelingen opgelost worden, maar tegelijkertijd dient de raad ook zelf in de spiegel te kijken. De raad committeert zich aan de verordening en dient de daaruit voortvloeiende rechten en plichten te respecteren. Hij vraagt waarom de projectgroep bij het D66-initiatiefvoorstel en het inleidend verzoek over gebiedspaspoort Rivium niet bijeen is gekomen. Ook is hij benieuwd of de portefeuillehouder iets kan zeggen over de rol van de raad, voornamelijk over de behandeling van referendumverzoeken door de commissie en de raad. Ook hij wil zitting nemen in de werkgroep.

De heer LANDZAAD vraagt of de heer Schelkers van mening is dat de raad de rechten en plichten van inwoners die voortvloeien uit de Referendumverordening niet heeft gerespecteerd. De heer SCHELKERS bevestigt dat en veronderstelt dat de raad niet de Koninklijke weg heeft bewandeld met betrekking tot de wijze van omgaan met verzoeken van bewoners. De heer LANDZAAD verschilt daarover met D66 van mening en reageert op het vierde punt van mevrouw Veerbeek, inhoudende dat de evaluatie beperkt is vanwege geen definitieve referendumverzoeken, zodat ervaring is gemist. De VVD zat echter niet in de wedstrijd met het idee om te gaan experimenteren en ervaring op te doen. De VVD heeft elk referendumverzoek op zijn merites beoordeeld en heeft drie keer geconcludeerd dat uitzonderingsgronden van toepassing waren, waarop de gemeenteraad zich moest beroepen. Hij wil per verzoek beoordelen of de gemeenteraad een referendum wil toestaan. Verder benadrukt hij dat in de ogen van de VVD de gemeenteraad de juridisch juiste weg heeft bewandeld. De praktijk wijst wel uit dat er zeker knelpunten zitten in de verordening, zodat hij blij is daarover vanavond te spreken en dat een evaluatie heeft plaatsgevonden. De discretionaire bevoegdheid en beleidsvrijheid van de gemeenteraad wil hij handhaven. Op de vraag of de gronden onder i en j daarvoor de juiste zijn kan de raadswerkgroep dieper ingaan.

De VVD denkt graag mee over het verder verbeteren van het referenduminstrument. Hij sluit zich aan bij de kritische kanttekeningen van de SGP over artikel 8 lid 6 en de aanbevelingen 3 en 9. Voor het kritisch bespreken van de verordening door een raadswerkgroep is tijd nodig en de vraag is hoe snel eventuele aanpassingen haalbaar zijn. A[s dat niet snel genoeg kan is het de vraag in hoeverre de raad wil werken met een imperfecte verordening. Als de raadswerkgroep niet snel maar wel zorgvuldig tot aanpassingen kan komen is het de vraag of de huidige verordening beter tijdelijk in te trekken is, totdat er een goede en wenselijke verordening is. Het raadsbesluit vraagt expliciet de aanbevelingen over te nemen en te verwerken in de Referendumverordening. De VVD pleit er niet voor om nu als raad uit te spreken om alle aanbevelingen over te nemen en die in de Referendumverordening te verwerken. Daarover zou men nog wat dieper dan vanavond moeten nadenken. Aanbevelingen kunnen eerst besproken worden in de werkgroep, met stakeholders. Daarna kan worden besloten in hoeverre aanpassing van de Referendumverordening wenselijk, nodig en haalbaar is. De heer BREEPOEL kan zich vinden in de aanbevelingen van de Referendumcommissie en wil niet dat een referendum een leeg instrument is of dat vanwege politiek gedreven motieven geen referendum gehouden mag worden.

Voor Capellenaren is niet duidelijk welke referendabele onderwerpen zijn. De onduidelijkheden in de verordening behoeven aanpassing en daartoe vindt hij een werkgroep een goede manier. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES kan zich grotendeels aansluiten bij de vorige sprekers, met name de vertegenwoordiger van de SGP. Die heeft goed verwoord hoe ook de ChristenUnie aankijkt tegen de gang van zaken. Zij was ook niet op zoek naar uitzonderingsgronden. Zij is à priori ook geen voorstandster van het instrument van een referendum, maar als dat er is dient een verordening op de plank te liggen, zodat burgers daarvan eventueel gebruik kunnen maken.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 9 van 17

Dat de raad het recht van het referendum aan de burgers geeft, vindt zij een mooie uitspraak. Een referendum is een recht dat de burgers krijgen van de raad. Over dat geschenk wil zij in een werkgroep doorpraten en daarom meldt zij zich daarvoor aan. Het is mooi dat sprake is van een lerende situatie. Hetgeen er is kan men proberen in te vullen. Dat burgers daarvan proberen gebruik te maken is dan ook mooi. Als men een goed participatietraject in de gemeente heeft, waarbij burgers worden meegenomen in de besluitvorming, zou theoretisch gezien een referendum niet nodig hoeven zijn. Daarop vraagt zij een reactie van de voorzitter van de Referendumcommissie. Voor het overige sluit zij zich bij de SGP aan. De aanbeveling over het verfijnen van het proces vindt zij fijn, maar ook distantieert zij zich een beetje van de reactie van het college daarop in de brief. De heer SCHAATSBERGEN constateert dat er enige onduidelijkheid zit in de Referendumverordening voor de burger en de raad. De verordening is mede op initiatief van Leefbaar Capelle tot stand gekomen en wil hij behouden. Het instrument is bedoeld om in te zetten voor zaken die heel Capelle aangaan en niet voor de inwoner, het college en de raad om over onderwerpen het eigen gelijk te halen, wat overigens tot op heden nog niet is gebeurd en wat hij wil voorkomen.

De huidige referendumverordening maakt duidelijk dat elk raadsbesluit referendabel zou kunnen zijn en die onduidelijkheid wil hij wegnemen. Hij zegt daarom dank voor de gedane duidelijke aanbevelingen van de Referendumcommissie. Naar aanleiding van de collegereactie op aanbeveling 3 zegt hij dat het college zich niet moet beperken tot de inhoud en het proces rondom de Referendumverordening. De raad moet zich namelijk een oordeel vormen, wat moet gebeuren op basis van alle beschikbare gegevens. Daar kunnen college en ambtelijke organisatie ook een bijdrage aan leveren. In grote lijnen kan hij de aanbevelingen van de Referendumcommissie plaatsen. Gezien het besluitvormingsproces van het voorliggende voorstel ziet hij de lijn aangehouden van rekenkamerrapporten. De evaluatie neemt de raad voor kennisgeving aan. Het lijkt hem echter te prematuur om alle aanbevelingen in de Referendumverordening over te nemen. Onduidelijkheid wil hij zo veel mogelijk uit de verordening halen en daarover op korte termijn een discussie te voeren. Daarvoor is ook de input van de aanbevelingen en de insprekers nodig. Daarom pleit hij ervoor om het besluit in de volgende vergadering te beperken tot het kennis nemen van het evaluatierapport en de aanbevelingen mee te nemen in de discussie om de Referendumverordening aan te passen en die ter besluitvorming voor het zomerreces aan de raad voor te leggen.

De heer GEISSLER is tevreden over de aanbevelingen van de Referendumcommissie. De PvdA is niet per definitie voorstander van harmonisatie met de VNG-verordening. Zijn voorkeur is het om een uitvoerige beschrijving van uitzonderingsgronden op te nemen, bijvoorbeeld in een memorie van toelichting over hoe ver beleidsvrijheid strekt en wanneer de raad zich op een uitzonderingsgrond kan beroepen. De PvdA is niet direct voorstander van het uitsluiten van kleine plannen van een referendum, omdat een kleinschalig plan best verstrekkende impact kan hebben voor een gemeente, zoals een centrumplan, een monumentale status, een beschermd karakter, dorpsgezicht of speelpark. Een raadswerkgroep vindt hij prima, waarin overigens niet alle fracties vertegenwoordigd hoeven te zijn. Het kan ook een werkgroep met deskundigen zijn. Mevrouw VEERBEEK is niet teleurgesteld dat er in Capelle geen volledig referendum heeft plaatsgevonden. In andere gemeenten heeft zij die echter wel als lid van een referendumcommissie meegemaakt. Wel had zij de burgers en de raad van de gemeente Capelle aan den IJssel een volledig referendum gegund, omdat het een mooi en leerzaam proces is. Het proces kan echter bij elke stap stoppen, wat in Capelle is gebeurd. Het CDA informeerde naar de kiesgerechtigdheid en of mensen met een andere nationaliteit dat ook zijn.

Er is wat dat betreft aangesloten bij bepalingen in de Kieswet. Voor alle verkiezingen is er een verschillende kiesgerechtigheid. Voor referenda wordt aangesloten bij de kiesgerechtigheid voor gemeenteraadsverkiezingen. Daarvoor hoeft men geen Nederlander te zijn, maar wel moet men een leeftijd hebben van minimaal 18 jaar en minimaal vijf jaar in Nederland wonen. Dat is volgens haar de juiste keuze. De kiesgerechtigheid voor waterschappen is nog breder.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 10 van 17

Gevraagd is of de raad ook kan besluiten tot het houden van een referendum in een deel van de gemeente. Die bepaling vindt zij lastig en daarmee heeft de Referendumcommissie ook moeite. In sommige gemeenten heeft men de mogelijkheid een referendum te houden in een deel van de gemeente. Dat leidt in de praktijk tot heel veel gedoe en heel veel discussie. Men zou dan tevoren in de verordening de diverse gebieden moeten opnemen. Dat zou kunnen door met stadsdelen te werken, zoals dat jarenlang gebeurde in Amsterdam en Rotterdam. Zij weet niet of Capelle natuurlijke gebieden kent die heel vaak worden gebruikt. Men kan dan de grens bij elk onderwerp anders trekken, maar het is de vraag waarom men op een bepaalde manier doet. Als een onderwerp zo belangrijk is dat de raad erover gaat en een besluit moet nemen, dan is het eigenlijk een onderwerp dat de hele bevolking in de gemeente aangaat. Als de raad daarover een besluit neemt, betekent het dat er iets anders wellicht elders in de gemeente niet kan. Zo bezien heeft elk besluit indirect invloed op de eigen wijk. Een bepaling waarbij een referendum beperkt kan worden is dus heel ingewikkeld, met name omdat nu nog niet is bepaald wat de gebieden zijn. Over de vraag of de uitzonderingsgronden naast artikel 8 kunnen bestaan verschillen de Referendumcommissie en de SGP van mening.

Een aanbeveling is dat de Referendumcommissie bij vergaderingen aanwezig is en indien nodig het woord kan voeren. In het begin was de rol van de Referendumcommissie een beetje zoeken. Bij een commissievergadering mag de Referendumcommissie het woord voeren. Bij een raadsvergadering is het niet gebruikelijk dat anderen dan raadsleden aanschuiven en iets mogen zeggen. In andere gemeenten is dat anders, daar is de Referendumcommissie standaard uitgenodigd voor advies en vanuit de toezichthoudende rol op het referendumproces en een goede uitvoering van de referendumverordening. Uit ervaring weet zij dat een applicatie voor digitale handtekeningen in een paar dagen is gebouwd. Die applicatie moet men ook klaar hebben, omdat het in de verordening staat. Die applicatie is niet heel duur. ICT-mensen weten hoe dat werkt en ook is daarover informatie op te vragen bij gemeenten die daarmee ervaring hebben opgedaan. Aanbeveling 9 gaat over het meedenken van de Referendumcommissie over het formuleren van het raadsbesluit. Vanwege zuiverheid van verschillende posities is het misschien beter om dat in de toekomst niet te doen. De ChristenUnie vroeg of een referendum niet meer nodig is als een participatieproces goed is doorlopen. Dat kan men volgens haar niet zo zeggen, omdat participatietrajecten door de gemeente worden ingezet en worden aangeboden aan burgers.

Zij bepalen of zij daarvan al dan niet gebruik maken. Een referendum gaat uit van de burgers en het is afwachten wie daarmee komt. Het kan goed zijn dat er mensen een referenduminitiatief nemen die nog nooit hebben geparticipeerd. Zij kent geen gemeente die een bepaling heeft opgenomen dat geen referendum mogelijk is als een goed participatietraject is gevolgd. Beide instrumenten zijn ook wezenlijk anders. Burgemeester OSKAM gaat in op de vraag waarom de projectgroep niet bij elkaar is gekomen. Die is er momenteel niet, maar is indien nodig snel bijeen te roepen. Dat vergt wel een zekere voorbereiding als een inleidend verzoek ingewikkeld is, is zo’n projectgroep samen te stellen, ook met deskundigen uit de ambtelijke organisatie en raadsleden. Daarvan is nu nog geen sprake. Individuele raadsleden of de griffie kunnen vragen om het instellen van de projectgroep. Capelle heeft weinig ervaring met inleidende verzoeken en de interne afspraak is gemaakt die verzoeken binnen de gemeenteraad te bespreken. Inleidende verzoeken kunnen worden toegelicht door de indieners, daarna komt de Referendumcommissie aan het woord. Daarna kunnen alle partijen hun zegje doen en wordt erover gestemd. De heer SCHELKERS wil de burgemeester laten reflecteren op de behandeling van inleidende verzoeken door de raad zelf. Burgemeester OSKAM antwoordt dat dat aan de raad zelf is.

Na een toelichting door de indieners, een reactie en advies van de Referendumcommissie en het idee van het college daarover mag elke partij voor zichzelf haar standpunt geven. Het inleidende verzoek over het gebiedspaspoort Rivium was het eerst en daarbij lagen nog niet alle scenario’s klaar. Bij Capelseweg/Bermweg is wel in scenario’s gedacht, die goed waren voorbereid. Het gaat dus ook om het lerend vermogen van de raad, dat volgens hem beter is geworden. De heer Harteveld heeft aangeboden om de werkgroep op heel korte termijn aan de slag te laten gaan. Gegadigden vanuit fracties daarvoor kunnen zich bij de heer Harteveld melden. De inschatting van de griffier is dat op zijn vroegst in juli 2021 of anders de eerste raadsvergadering na het zomerreces een raadsvoorstel zal voorliggen. Hij adviseert niet om de huidige Referendumverordening buiten werking te stellen, omdat daarvan een negatief signaal uitgaat en het daardoor lijkt of er andere argumenten daarvoor zijn.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 11 van 17

De SGP en ChristenUnie zijn van mening dat de beleidsvrijheid in de Referendumverordening zit. Omdat de Referendumcommissie een geheel ander standpunt inneemt is het goed dat de werkgroep voor duidelijkheid daarover gaat zorgen. Het gaat erom dan goed op te schrijven waarin de beleidsvrijheid dan zit. Wat betreft aanbeveling 3 vindt het college dat het mag vinden wat het wenst, zowel op proces als de inhoud, maar uiteindelijk is het aan de raad om daarmee iets te doen. Hij voelt voor de redenering van de heer Geissler. Ook een ontwikkeling in een kleine buurt kan zich lenen voor een referendum, maar het is ingewikkeld als het om één appartementgebouw gaat. Een referendum houden kost € 100.000,- en ook vindt hij dat de gemeente zorgvuldig moet omgaan met gemeenschapsgeld. De VOORZITTER constateert dat een raadsvoorstel met twee beslispunten voorligt, waarvan de commissie het eerste beslispunt omarmt: de evaluatie voor kennisgeving aannemen Over het tweede beslispunt, de aanbevelingen overnemen, is onder meer gezegd daarover geen besluit te nemen en dat over te hevelen naar de werkgroep. Anderen willen daarover wel besluiten. De heer WEIJERS neemt de evaluatie voor kennisgeving aan, maar wil de aanbevelingen nog geen onderdeel van het raadsbesluit laten zijn, maar voer voor discussie door de werkgroep laten zijn De VOORZITTER stelt vast dat het CDA ook die mening aanhangt.

De heer SCHELKERS kan zich ook daarin vinden, maar wil de besprekingen door de werkgroep niet in een achterkamer laten plaatsvinden, omdat het referendum een instrument van de Capellenaar is. De VOORZITTER wijst erop dat de uitkomst van de werkgroep te allen tijde naar de commissie wordt gebracht. De heer LANDZAAD vindt eveneens dat de uitkomsten van de werkgroepbesprekingen doorgeleid kunnen worden naar de commissie. De VOORZITTER constateert dat het voorstel om het raadsvoorstel op te knippen breed wordt gedragen. Er wordt dus een werkgroep opgestart om de aanbevelingen uit te werken om te komen tot een zeer breed gedragen nieuwe referendumverordening. Hij constateert verder dat er voor beslispunt 1 instemming is over het doorgeleiden van het voorstel naar de lijst van hamerstukken voor de volgende raadsvergadering. Schorsing (22.00 – 22.07 uur). 7. Wensen/bedenkingen deelname Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) aan stichting FERM De VOORZITTER deelt mee dat de wens is om het algemeen bestuur te verzoeken om met een voorstel de opbrengsten van de stichting ten gunste te brengen van de overige deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De heer LANDZAAD informeert wat met opbrengsten is bedoeld en hoe die ten gunste van deelnemende gemeenten komen. Hij vraagt of de Stichting FERM zich ook ontfermt over belangen van andere gemeenten.

De burgemeester heeft hij leren kennen als een portefeuillehouder die terughoudend is met het indienen van zienswijzen en hij wil weten waarom die daar nu bij de Stichting FERM van afwijkt. De heer SCHAATSBERGEN sluit zich aan bij de vraag van de heer Landzaad over zienswijzen en over welke revenuen het precies gaat. De stichting wil weerbaarheid tegen cybercriminaliteit verhogen. Hij is benieuwd welke opbrengsten er zullen zijn ten behoeve van deelnemende gemeenten. De vermelding dat er geen kosten zijn behoeft naar zijn mening nuancering. De VRR is namelijk sinds 2020 al financieel partner in de Stichting FERM en die stichting heeft de VRR in 2020 al € 25.000,- gekost. In het stuk van de Stichting Ferm staat ook dat voor 2021 een bijdrage gevraagd zal worden. Financiële consequenties zijn reeds in de meerjarenbegroting opgenomen. Eerlijker is het dus om te zeggen dat de kosten al verwerkt zijn in de meerjarenbegroting en er geen additionele kosten zijn.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 12 van 17

Het belang van de bestrijding van cybercriminaliteit is heel groot. De recente DDoS-aanval op het gemeentehuis heeft duidelijk gemaakt dat cybercriminaliteit grote gevolgen heeft. Het haventerrein is een belangrijke economische motor voor de rest van het gebied en in die zin kan hij zich die deelname voorstellen. De heer SCHELKERS sluit zich aan bij het belang van deelname aan de stichting en juicht die toe, maar pleit wel voor een evaluatie van de resultaten na drie jaar. Verder wil hij het belang van de gemeente Capelle weten en vraagt hij of de Rotterdamse haven een belangrijke partner is van Capelle. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich aan bij de vragen en opmerkingen van de vertegenwoordigers van de VVD en Leefbaar Capelle. Burgemeester OSKAM laat weten dat de opbrengst niet zozeer geld is, maar weerbaarheid op het gebied van cyberveiligheid, kennis delen en aanpak van zaken. Hij is inderdaad geen voorstander van zomaar zienswijzen indienen als dat de snelheid van dossiers vertraagt. De vraag over het voordeel van Capelle bij deelname aan de stichting begrijpt hij en dat daarover meer duiding gewenst is. De gemeente betaalt een vast bedrag aan de veiligheidsregio en zij krijgt daarvoor een totaalpakket. Daarin zit de Stichting FERM al verdisconteerd. Het gaat niet om heel hoge bedragen.

De bedoeling is om voor drie jaar partner te worden en dan is er een logisch punt om te evalueren. In de zienswijze de vraag mee te nemen hoe de VRR de evaluatie van die deelname ziet. De heer LANDZAAD stelt voor de zienswijze aan te passen, zodat die meer in lijn is met de bijdrage van de portefeuillehouder. Burgemeester OSKAM zegt die aanpassingen toe, welke voor de raadsvergadering naar de raad komen. De heer WEIJERS stelt voor in de zienswijze in de zinsnede ‘kosten voor deelname zijn reeds verwerkt in…’ het woord ‘additionele’ toe te voegen. De zin over opbrengsten van de stichting en het ten gunste brengen van de overige deelnemende gemeenten kan worden gewijzigd in die zin dat wordt gevraagd of de uitkomsten van de stichting kunnen worden gedeeld met de deelnemende gemeenten aan de VRR, Besloten wordt het aangepaste voorstel als hamerstuk door te geleiden naar de raadsvergadering van 19 april 2021. 8. Gemeentelijk cameratoezicht: voortgangsrapportage 2021 en quickscan live uitkijken De VOORZITTER merkt op dat het voorstel is om het stand alone cameratoezicht te continueren, maar de beelden vanwege de kosten en het niet hebben van een grote meeropbrengst ten opzichte van de doelstellingen van het cameratoezicht niet live uit te kijken.

De heer JANSON vindt de kosten voor acht uur per week live uitlezen van camerabeelden hoog, namelijk € 123.637,-, waarvan eenmalig € 63.000,-, maar vindt wel dat live uitlezen van beelden wat kan opleveren. Hij informeert naar de kwaliteit van de camera’s, gezien de beelden die soms heel goed en soms helemaal niet uit te lezen zijn. In de Revius- en Valeriusbuurt is het cameratoezicht beëindigd en hij vraagt waarom dat is besloten en of de overlast daardoor zal terugkomen. Verder las hij in het AD van 26 maart jl. dat de gemeente Rotterdam een andere werkwijze gaat hanteren en burgers aldaar camera’s kunnen aanvragen als die nodig zijn. Wellicht kan de gemeente Capelle aan den IJssel dat ook gaan doen, wat ambtelijke capaciteit kan schelen. Zijn bedoeling was destijds om camerabeelden te kunnen doorschakelen naar bijvoorbeeld de iPhones van de boa’s, die dan gelijk kunnen meekijken. Wellicht is er een simpele mogelijkheid aan te sluiten op camera’s. De heer SNIJDERS is geen voorstander van cameratoezicht en is blij met het besluit camerabeelden niet live uit te kijken, omdat dat een enorme kostenpost en zijns inziens niet nodig is. De effectiviteit van cameratoezicht is volgens hem namelijk moeilijk te bepalen. Camera’s zijn het laatste redmiddel en moeten bewezen effect hebben om het toezicht te kunnen continueren.

De evaluatie geeft schoorvoetend toe dat dat nu niet het geval is, zodat hij niet instemt met het verlengen daarvan. Hij vraagt wat het college gaat doen om de effectiviteit van cameratoezicht echt aan te tonen. Als die niet aan te tonen is houdt het voor GroenLinks op.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 13 van 17

De heer LANDZAAD vraagt zich af of de heer Snijders de positieve bijdragen van cameratoezicht aan de stabiele veiligheidssituatie, de handhaving van de openbare orde, de veiligheidsbeleving en een effectief politieoptreden heeft gelezen. Cameratoezicht heeft dus volgens hem nut en noodzaak bewezen en hij vraagt of de heer Snijders het daarmee eens is. De heer SNIJDERS denkt dat er ongeacht camera’s sowieso incidenten zijn op het Maria Danneels erf. In de evaluatie ziet hij weinig concreet bewijs dat camera’s effectief zijn. Hij is vooral benieuwd hoe de effectiviteit van cameratoezicht kan verbeteren. De heer GEISSLER is tevreden over de voorliggende evaluatie. Daaruit blijkt niet dat in alle gevallen cameratoezicht op tijd is verlengd en dat er bijvoorbeeld negen maanden tussen zat. Hij vraagt of het cameratoezicht in die periode rechtmatig was. Lastig was te herleiden of de politie gegevens daadwerkelijk heeft opgevraagd en gebruikt in een rechtszaak. Die informatie zou hij graag vastgelegd hebben. Live uitkijken van camerabeelden zou men ook voor een specifiek gebied partieel kunnen inzetten, afhankelijk van wat er gebeurt. Wellicht heeft het college dat ook meegewogen en kost dat aanzienlijk minder dan voor heel Capelle camerabeelden live uitkijken. De heer HOOIJKAAS vindt het positief dat in de Revius- en Valeriusbuurt en de Uiverstraat camera’s zijn weggehaald.

Op andere plaatsen zijn camera’s helaas nog nodig, wat afhankelijk is van de ernst en hoeveelheid van incidenten in een specifiek gebied. In de huidige voortgangsrapportage zit geen cijfermatig overzicht van incidenten die in de verschillende cameratoezichtsgebieden hebben plaatsgevonden. Het is lastig om daarover dan ook een juiste afweging te maken van de noodzaak, omdat cijfers ontbreken. Wellicht kunnen die in een volgende rapportage wel worden meegenomen. Tevens ziet hij graag vermeld hoeveel keer per jaar gebruik wordt gemaakt van het uitlezen van beelden en hoe vaak er in het betreffende gebied sprake was van incidenten. D66 ziet geen noodzaak om live beelden uit te kijken en gaat wat dat betreft mee met het collegevoorstel. De heer WEIJERS vindt de voortgangsrapportage en quickscan helder. In de conclusies onder punt 1 kan hij zich vinden, temeer omdat terecht en eerlijk is aangegeven dat de effecten lang niet altijd echt te meten zijn. Cameratoezicht moet altijd een proportionele maatregel zijn en blijven. Wat betreft de quickscan voor het live uitkijken is het niet duidelijk dat die opbrengsten oplevert en die conclusie deelt hij. De heer STEVENS noemt de evaluatie duidelijk en de kosten-batenanalyse helder, waarin hij zich kan vinden. Op dit moment is de druk op het Stadsplein nog het grootst, waar 2 van de 38 camera’s hangen.

Die staan uit vanwege verbouwingen aldaar. Wellicht is de overweging dat aantal nog uit te breiden. De heer BREEPOEL wil voorzichtig met het instrument cameratoezicht omgaan gezien de inbreuk op de privacy en omdat de effecten daarvan op de veiligheid niet altijd duidelijk zijn. Hij vraagt hoe de burgemeester daartegenaan kijkt. De heer LANDZAAD informeert of op dit moment ook andere plekken voor cameratoezicht worden overwogen. Als dat niet het geval is wil hij weten of monitoring plaatsvindt of behoefte daaraan in bepaalde buurten of gebieden bestaat. Ook de VVD is het eens met het collegevoorstel om niet over te gaan tot het live uitkijken van camerabeelden, omdat de kosten daarvan misschien wat aan de hoge kant zijn ingeschat. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES heeft het rapport met interesse gelezen en ziet geen aanleiding om tot live uitkijken van camerabeelden over te gaan. Zij is blij met het aanwezig zijn van cameratoezicht. Het veiligheidsgevoel daarvan is belangrijk en zij ziet geen aanleiding om van het collegevoorstel af te wijken. Burgemeester OSKAM laat weten de kwaliteit van de camera’s steeds beter wordt en hij krijgt geen klachten van de politie dat uitgelezen beelden niet goed zijn. Een camera op aanvraag neerzetten is lastig, gezien de privésfeer.

In combinatie met wat uit de buurt wordt opgehaald en wat de gemeente van politie en handhaving hoort kan de inzet van camera’s wijzigen. In het verleden is besloten in het Van Maerlantpark camera’s weg te halen vanwege minder inbraken, waarna het aantal inbraken meteen weer toenam. Toen is de camera meteen weer teruggezet, wat meteen weer effect had.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/

pagina: 14 van 17

Handhaving heeft eerder aan een proef meegedaan, waaruit kwam dat het niet zo verstandig is om camerabeelden door handhaving te laten uitkijken. De politie heeft daartoe het mandaat/primaat. Hij sluit echter niet uit dat de komende jaren de werkwijze en de bevoegdheden van handhaving veranderen. Handhavers doen namelijk mee aan proeven in het land, onder andere over het gebruik van beelden. De effectiviteit van cameratoezicht is heel lastig aan te tonen en een onderbouwing daarvan met cijfers is ook niet te geven. Niet precies aan te geven is hoe vaak beelden worden uitgelezen. Beelden leveren echter wel wat op, zoals kunnen nagaan wie tegen een auto is aangereden. Het gaat vaak ook om emo-camera’s: mensen hebben er een goed gevoel bij. Als de vergunning voor een cameraperiode verloopt moet men ruim tevoren met de politie de noodzaak van verlenging bespreken. Of beelden bij niet tijdige verlenging uiteindelijk kunnen worden gebruikt als bewijs is aan de rechter. Live uitkijken van camerabeelden kan men als mogelijkheid altijd openhouden. Als criminaliteit wordt waargenomen met camera’s betekent het nog niet dat die op te lossen is. Camera’s op het Stadsplein zijn nog steeds in werking en de kans op uitbreiding is zeker aanwezig, afhankelijk van de inrichting van het plan en zeker als er meer horeca komt.

Als camera’s niet meer nodig zijn, worden ze weggehaald, zoals in de Uiverstraat. Als men niets verkeerd doet, heeft men ook geen last van camera’s. Als via cameratoezicht doorrijden na een aanrijding wordt opgelost is hij daarmee al heel blij. Overigens worden beelden na verloop van tijd gewist. Als er aanleiding toe is, overweegt hij cameratoezicht ook in andere gebieden toe te passen. Die aanleiding is er tot nu toe echter niet. 10. Rondvraag Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES las vorige week in de krant dat de brandweer Rotterdam-Rijnmond stelt dat de cijfers van het Instituut Fysieke Veiligheid geen volledig beeld geven van het aantal woningbranden in de regio. Een deel van de meldingen kwam niet direct in het landelijke systeem terecht, maar pas later. Wel kwamen de meldingen in de eigen gegevens terecht. De conclusie over 2020 met de volledige cijfers is dat er juist meer en niet minder woningbranden waren. Zij vraagt de burgemeester daarop een reactie. Burgemeester OSKAM komt daarop schriftelijk terug. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES las vorige week ook in de krant dat er een nieuwe verdeling in het gemeentefonds is gemaakt. Veel gemeenten krijgen daardoor een andere toebedeling en zij vraagt de burgemeester die vraag mee te nemen naar de wethouder Financiën. Burgemeester OSKAM zegt dat toe. 9.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10084746/1