0.2 Collegebrief week 19 - 2025
Tekst van het document
De leden van de raad van de gemeente CAPELLE AAN DEN IJSSEL
datum
kenmerk
6 mei 2025
1711833/1867898
uw kenmerk/brief van
doorkiesnummer
(010) 284 8274
onderwerp
behandeld door/e-mail
Collegebrief
Bureau Gemeentesecretaris
Geachte dames en heren, Onderstaand informeren wij u inzake de volgende onderwerpen: 2025/ 032 2025/ 033 2025/ 034 2025/ 035 2025/ 036 2025/ 037 2025/ 038 2025/ 039 2025/ 040 2025/ 041 2025/ 042 2025/ 043
ondernemen in de bijstand aanwijzingsprocedure Lokale omroep kadernota Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2026 pilot Machtigingsbesluit i28 en overige zorgmeldingen Jeugd (Vroegsignalering) hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) korting parkeernorm Poortmolen Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid Jaarverslag 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsrecht discriminatiecijfers Monitor Discriminatie 2024 besluitvormingstraject notitie en actieplan vervolg lokale inkomensregelingen bestuursrapportages 4e kwartaal 2024 en 1e kwartaal 2025 Sociale Zaken GR IJsselgemeenten rapport Sporthal Schenkel stand van zaken opvang asielzoekers Barbizonlaan 2 rapportage burgerpanel bezuinigingen
Mocht u nog nadere vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de genoemde portefeuillehouder dan wel de behandelend ambtenaar. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, w.g.
w.g.
mr. A.H.P. van Gils
drs. J.J. Manusama Wilt u bij beantwoording het kenmerk vermelden. Rivierweg 111 Postbus 70 2900 AB Capelle aan den IJssel www.capelleaandenijssel.nl gemeente@capelleaandenijssel.nl
Telefoon: 14010 Telefax: 010 - 2848800 BTW nummer: 001877045B05 IBAN: NL41INGB0006691797 BIC nummer: INGBNL2A
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 2 van 14
Ondernemen vanuit de bijstand Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/032 actieve informatie René van Hemert Samenleving Maatschappelijke Zorg en Participatie Notitie ondernemen vanuit de bijstand
(06) 4699 1848
Ondernemen vanuit de bijstand kan op individuele wijze en in samenwerkingsverband. Fulltime ondernemen vanuit de bijstand op individuele wijze was al mogelijk onder het Besluit bijstand zelfstandigen (Bbz) en is uitgebreid met de mogelijkheid tot marginaal (parttime) ondernemerschap. Vooralsnog zijn er geen initiatieven van bewoners die in samenwerkingsverband (bewonersbedrijf) willen ondernemen vanuit de bijstand. Indien een initiatief ontstaat, zijn in de notitie diverse ondersteuningsmogelijkheden opgenomen. In Capelle maakten op 31 december 2024 drie Capellenaren gebruik van ondersteuning door het Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam. Zeven Capellenaren maken gebruik van de mogelijkheid om marginaal te ondernemen. Wij hebben op 6 mei 2025 kennis genomen van de notitie Ondernemen vanuit de bijstand en de volgende besluiten genomen: 1. Gezien de risico’s die verbonden zijn aan ondernemerschap zoals de wisselende en veelal beperkte inkomsten en de verplichtingen van ondernemerschap, ondernemen vanuit de bijstand als gemeente niet actief te stimuleren. Dit geldt zowel voor individueel ondernemen als voor ondernemen in een samenwerkingsverband. 2. Voor het opzetten van een sociale coöperatie ligt het initiatief bij bewoners.
Gezien er in Capelle geen initiatieven bekend zijn is besloten om vooralsnog geen activiteiten op te zetten om sociale coöperaties te kunnen ondersteunen. Mocht er een ondersteuningsvraag komen met een serieus plan, dan zal bekeken worden hoe deze groep potentiële ondernemers het best geholpen kan worden. Met dit besluit is invulling gegeven aan het voornemen uit het Meerjarenbeleidskader Werk en Inkomen om te onderzoeken hoe de mogelijkheden van ondernemen vanuit de bijstand verbreedt kunnen worden.
Aanwijzingsbesluit Lokale omroep Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/033 actieve informatie Rik van Woudenberg Samenleving Jeugd Educatie en Vrije Tijd
(06) 5019 4198
Aanwijzingsprocedure Het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) wijst per gemeente eens in de vijf jaar één lokale omroep aan. Deze omroep verzorgt het publieke media-aanbod binnen de gemeentegrenzen. In Capelle aan den IJssel wordt deze taak momenteel vervuld door Stichting Lokale Omroep Capelle aan den IJssel. Op 22 augustus 2024 is de inschrijving voor de aanwijzingsprocedure opengesteld. Geïnteresseerde partijen hadden tot 22 februari 2025 de gelegenheid om zich aan te melden.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 3 van 14
Inschrijving Op 3 maart 2025 heeft het Commissariaat bekendgemaakt dat er voor Capelle aan den IJssel slechts één inschrijving is ontvangen, namelijk van de Stichting Lokale Omroep Capelle aan den IJssel (hierna: LOC). Dit betekent dat een beoordeling op aanvullende toetsingscriteria niet nodig is. Relatie met gemeente Zuidplas Het Commissariaat heeft ons geïnformeerd dat de Stichting LOC zich tevens heeft ingeschreven voor de gemeente Zuidplas, waar momenteel nog geen lokale omroep actief is. Omdat het hier gaat om een aanvraag tot gebiedsuitbreiding, heeft het Commissariaat bepaald dat de aanwijzingsprocedures voor Capelle aan den IJssel en Zuidplas gelijktijdig moeten verlopen. Dit betekent concreet dat onze procedure pas kan worden voortgezet nadat de indieningstermijn voor de gemeente Zuidplas is verstreken. Pas dan zal het Commissariaat de ontvangen aanvragen, inclusief de aanvraag van de Stichting LOC, officieel aan de betrokken gemeenten toesturen voor advies. Beide gemeenten ontvangen dan gelijktijdig de aanvraag en alle bijbehorende documenten, met daarbij een begeleidende brief van het Commissariaat waarin wordt toegelicht waar het gemeentelijke advies aan moet voldoen. Deze vervolgstap wordt na 28 april 2025 verwacht. Gevolgen voor planning Als gevolg van deze noodzakelijke koppeling met de procedure in Zuidplas, wijzigt de oorspronkelijke planning.
De behandeling van het onderwerp in de collegevergadering is verplaatst naar dinsdag 3 juni 2025. De behandeling in de Commissie Samenleving en Economie zal plaatsvinden op maandag 23 juni 2025. Aansluitend wordt het voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd. Wettelijke kader Wij benadrukken dat deze wijziging voortkomt uit een procedurele vereiste vanuit het Commissariaat voor de Media, waar wij als gemeente aan gebonden zijn. Deze werkwijze waarborgt een uniforme en zorgvuldige behandeling van de aanvraag, in lijn met de wettelijke kaders.
Kadernota Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2026 Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/034 actieve informatie Joost Manusama Bestuur- en Concernondersteuning Veiligheid (06) 5168 2198 Kadernota 2026 VRR
Tijdens de raadscommissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 20 januari 2025 is aankondiging gedaan van een verzoek van de colleges van burgemeester en wethouders aan het bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) om bezuinigingsscenario’s uit te werken. In een eerste behandeling in het Algemeen Bestuur (AB) bleek consensus om in ieder geval 3% te bezuinigen. Meerdere leden van het AB verzochten om een scenario van 5% bezuiniging verder uit te werken. In de vergadering van het AB van 19 februari 2025 is over de mogelijke bezuinigingsscenario’s besloten dat voor 2026 definitief 4% bezuinigd moet worden. In maart 2025 heeft de VRR ons haar vastgestelde Kadernota 2026 doen toekomen. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting 2026, en wordt u ter informatie aangeboden.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 4 van 14
De kaders voor de begroting VRR 2026 zijn de volgende: − In de begroting VRR 2026 wordt een taakstelling van 4% opgenomen, het gaat om een bedrag van ongeveer € 4,5 miljoen (Capels aandeel ongeveer € 200.000,--). Het Algemeen Bestuur van de VRR heeft hierbij besloten dat de bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de brandweerzorg, het gaat dus om een efficiencyslag (d.m.v. temporisering investeringen, vacatures structureel later invullen, inzetten exploitatieoverschot). − De indexatie voor 2026 bedraagt +5,2%. − Wijziging van de kostenverdeelsleutel. De uitkering in het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vanuit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geactualiseerd en daarmee ook de verdeelsleutel per gemeente (dit is onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling VRR). Het aandeel van Capelle aan den IJssel wijzigt in 2026 van 4,89% (cf. B25) naar 4,69%. − In 2026 wordt de laatste tranche van € 1.129.000,--. (is afgerond € 1,4 mln. incl. indexering) voor de Ontwikkelagenda toegevoegd. Totaal wijzigt de bijdrage voor Capelle aan den IJssel op basis van deze kaders van € 5.774.696,-- in 2025 naar € 5.936.463,-- in 2026. Dit bedrag is exclusief de huidige bijdrage voor de DVO wijkbrandweerfunctionaris ad € 85.087,--
Pilot Machtigingsbesluit i28 en overige zorgmeldingen Jeugd (Vroegsignalering) Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/035 actieve informatie Joost Manusama en Eric Faassen Bestuur en Concern ondersteuning Veiligheid (06) 1102 4320 Magazine evaluatie pilot en kwartaalcijfers pilot i28 Jeugd
Met deze collegebrief informeren wij u over de stand van zaken rond de Pilot Vroegsignalering. Context van de pilot Eind 2021 zijn de Politie Basisteam IJsselland en de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel de Pilot Machtigingsbesluit (Vroegsignalering) begonnen. Deze pilot liep vooruit op de wens van de minister van Justitie & Veiligheid om de niet-acute zorgmeldingen (kortweg i28) van de politie direct aan de betrokken gemeente te sturen. Met de pilot beoogden wij de kwaliteit van de aanpak op de meldingen en de terugkoppeling te bewaken en te beoordelen of de meldingen tot (veel) meer werk zouden leiden bij de politie of gemeente. In het begin van de pilot werden naast de meldingen voor volwassenen ook i28 meldingen over jeugd (18-) gedaan. In 2023 werd dit stopgezet omdat de landelijke afspraak was dat alle meldingen die de politie maakt over jeugd (18-) naar Veilig Thuis gaan. Echter, de i28 meldingen jeugd (18-) bleken zeer waardevol voor de gemeente. Ze boden een unieke mogelijkheid tot vroegsignalering. Vroegsignalering wordt door deskundigen genoemd als belangrijk instrument om jeugdcriminaliteit tegen te gaan. Veel jeugdcriminaliteit begint met kleine zorgen en vergrijpen. Vroeg ingrijpen, een integraal beeld met afgestemde interventies kan vaak erger voorkomen.
Niet alleen voor jongeren die zorgelijk gedrag vertonen, maar ook voor jongeren die al in zorgelijke situaties zijn beland. Voor de bij de pilot betrokken partijen was de waarde die vroegsignalering opleverde groot. En de reden om ook voor jeugdmeldingen (18-) een nieuwe route te bepalen. Zodat zorg- en veiligheidsprofessionals die een rol spelen in de lokale vroegsignalering en interventies, snel en effectief aan het werk kunnen. Waardoor partijen die hier niet direct een rol in spelen niet worden belast. Hierbij is een belangrijke overweging dat Veilig Thuis zich enkel richt op ‘onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties’ (zaken rondom kindermishandeling en huiselijk
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 5 van 14
geweld). Hiervan is lang niet altijd sprake bij overige zorgen over jeugdigen die door politie via i28 worden gemeld. De pilot is eind 2023 uitgebreid naar de “Pilot Machtingsbesluit i28. Overige zorgmeldingen jeugd (niet acuut)” en Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond, Enver (Pak je Kans) en het CJG Capelle aan den IJssel zijn aangesloten bij de projectgroep. De pilot is in januari 2025 geëvalueerd. Alle deelnemende partijen pleiten voor het continueren van deze aanpak en het uitbreiden ervan met nieuwe deelnemers zoals geïnteresseerde andere gemeenten en basisteams uit onze regio. Er zijn diverse gemeenten geïnteresseerd. De VAR (Veiligheidsalliantie Rotterdam) is gevraagd om een rol te spelen in het faciliteren van kennisdeling over deze pilot en het opzetten van een werkgroep in de regio. De resultaten van deze pilot worden door politie en Veilig Thuis in een landelijk overleg besproken, waar de afweging gemaakt zal worden om het werkproces landelijk door te voeren. Capelle en Krimpen blijven beschikbaar om daarin mee te denken. Vroegsignalering en bestuurlijke ambities Het proces vroegsignalering is een aanpak gericht op jeugd dat dreigt af te glijden richting jeugdcriminaliteit. Zowel vanuit daderschap als slachtofferschap.
Het proces draagt bij aan onze gestelde ambities: − Tegengaan van (nieuwe aanwas binnen) criminele structuren door het voorkomen en verlagen van ondermijnend en agressief (delict)gedrag en overlast door jongeren − Bevorderen van de fysieke en sociale veiligheid in de wijken en in en om het onderwijs − Sterke gemeentelijke positie te midden van nieuwe ontwikkelingen en trends Risicojeugd (18-) wordt via Vroegsignalering gesignaleerd en op casuïstiek danwel groepsvorming ingespeeld. Politie heeft in de pilotfase 182 meldingen bij Team Vroegsignalering gedaan over jongeren waar zorgen om bestaan. De leeftijd van de jongeren varieerde van 3 tot en met 18 jaar oud. Het waren 141 meldingen over jongens, 41 meldingen over meisjes. Het team Vroegsignalering (politie, handhaving (taakaccent Jeugd), jongerenwerk Stichting JOZ, CJG en de stadsmarinier Jeugd komen wekelijks bijeen om nieuwe meldingen en ontwikkelingen met elkaar te bespreken. Met deze aanpak wordt (potentieel) criminele jeugd uit de anonimiteit gehaald, door hotspotaanpak worden vroegtijdig jeugdgroepen gesignaleerd en omsloten door zorg- en veiligheidspartijen op school, straat, online en thuis zodat zij weerbaarder gemaakt worden en zich niet (gaan) bevinden in criminele structuren. Waar nodig wordt direct opgeschaald naar een Persoonsgerichte Aanpak.
Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) korting parkeernorm Poortmolen Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/036 actieve informatie Cor Schaatsbergen Stadsontwikkeling Projectontwikkeling Geen
(06) 1186 9943
Het Gebiedspaspoort Poortmolen is in de vergadering van de gemeenteraad op 14 april 2025 ongewijzigd vastgesteld. De behandeling gaf aanleiding tot nadere toelichting met betrekking tot de korting op de parkeernorm vanwege de nabijheid van een HOV-halte (Hoogwaardig Openbaar Vervoer). HOV-korting in het Gebiedspaspoort In het Gebiedspaspoort is beschreven dat door de aanleg van een langzaam verkeersbrug over de Nieuwerkerkse Tocht een deel van het plangebied binnen een loopafstand van 600 meter van metrostation Prinsenlaan valt. Voor de woningen in het westelijk deel van het plangebied geldt zodoende een korting op de parkeernorm van 10%. Het gebied, waar de korting geldt, is aangeduid met een cirkel in de randvoorwaardenkaart. Na de bespreking in de raad is de omtrek van de cirkel nogmaals gecontroleerd. De conclusie is dat het gebied op een juiste manier is bepaald en in het Gebiedspaspoort is opgenomen.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 6 van 14
HOV-korting in Nota Parkeernormen 2023 De korting op de parkeernorm is vastgelegd in de door u vastgestelde Nota Parkeernormen 2023. Daarin staat dat, indien een ruimtelijke ontwikkeling (in zone B) wordt gerealiseerd in de nabijheid (loopafstand) van een HOV-halte, de parkeernorm voor de auto wordt verlaagd. Binnen 300 meter geldt een korting van 20% en tussen 300 en 600 meter geldt een korting van 10%. Tevens staat er in de Nota Parkeernormen: ‘Tot de HOV-haltes behoren de metrostations, ParkShuttle-haltes en NS-station Schollevaar. Haltes en stations buiten zone B die wel van invloed zijn op ontwikkelingen in zone B tellen ook mee. Dit geldt voor metrohaltes Capelsebrug en Schenkel (in Rotterdam).’ Metrostation Prinsenlaan De wijze waarop dit is beschreven leidt tot onduidelijkheid. Enerzijds staat er dat tot de HOVhaltes de metrostations behoren. Anderzijds staat metrostation Prinsenlaan niet specifiek genoemd. Deze omissie is in de nota geslopen doordat in de conceptnota Parkeernormen, die in 2022 ter inzage lag, alleen een loopafstand van maximaal 300 meter was opgenomen (met 20% HOV-korting). Metrostation Prinsenlaan is toen niet opgenomen, omdat er geen deel van Capelle binnen 300 meter van Prinsenlaan ligt. In de aanpassing naar de definitieve nota is op basis van zienswijzen de HOV-korting aangepast en 10% korting opgenomen voor afstanden van 300 tot 600 meter.
Daarmee viel een deel van het grondgebied van Capelle wel binnen de loopafstand. Dit is echter niet verwerkt door Prinsenlaan ook specifiek te benoemen. Voor ons college staat echter vast dat deze korting ook voor station Prinsenlaan geldt. Er staat immers in de nota dat tot de HOV-haltes de metrostations behoren. Er kan wat ons betreft geen enkele reden worden bedacht waarom deze korting niet voor station Prinsenlaan zou gelden, maar wel voor de andere metrostations. Technische aanpassing Nota Parkeernormen Op dit moment hebben wij een technische aanpassing van de Nota Parkeernormen in voorbereiding. Dit naar aanleiding van de publicatie van nieuwe landelijke parkeerkentallen door CROW. Net als andere gemeenten baseert Capelle haar parkeernormen op deze kentallen. De bijgestelde Nota Parkeernormen wordt naar verwachting medio dit jaar aangeboden aan uw raad. We zullen daarin ook de beschreven omissie met betrekking tot station Prinsenlaan herstellen. Definitieve beoordeling parkeerbalans Wij benadrukken dat de definitieve beoordeling van de parkeerbalans plaatsvindt op basis van het definitieve ontwerp dat door de initiatiefnemer wordt ingediend met de aanvraag omgevingsvergunning. Op basis van het daarin opgenomen definitieve programma en ontwerp, wordt op dat moment, op basis van de dan geldende parkeernormen, de aanvraag beoordeeld.
Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid Jaarverslag 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsrecht Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n):
2025/037 actieve informatie Eric Faassen Stadsbeheer Bijzondere wetten (06) 1091 6758 Jaarverslag 2024 VTH en Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsrecht
Informatie: Inleiding Gemeenten hebben wettelijk vastgelegde taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de fysieke leefomgeving. Jaarlijks stellen wij op basis van het VTH-beleid een uitvoeringsprogramma vast voor het komende jaar. In de jaarrapportage blikken wij terug op de uitvoering van de VTH-taken en leggen verantwoording af over de behaalde resultaten.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 7 van 14
Jaarverslag 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 In het VTH-Jaarverslag 2024 en Uitvoeringsprogramma 2025 inzake het omgevingsrecht wordt uiteengezet wat team Bouw- en Woningtoezicht (team BWT) van de unit VTH heeft gedaan en gaat doen. Dit betreft de taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten en de handhaving kinderopvang. Deze stukken dienen jaarlijks vastgesteld te worden. Het jaarverslag en uitvoeringsprogramma, maken naast het VTH-beleid, onderdeel uit van de BIG8-cyclus om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken steeds verder te ontwikkelen en te verbeteren. Interbestuurlijk Toezicht Omgevingsrecht In 2024 heeft een Verkenningssessie IBT Omgevingsrecht plaatsgevonden. Doel was het gezamenlijk evalueren van het bestaande IBT-omgevingsrecht en bespreken van (her)inrichting zodat deze meerwaarde hebben voor gemeenten omdat nu te veel de nadruk ligt op naleven van deadlines en de kwaliteit en impact op de fysieke leefomgeving daarin onvoldoende wordt meegewogen, de indicatoren leiden tot een papieren werkelijkheid, met maar een beperkte invloed op kwaliteit van uitvoering. Besluit Wij hebben het Jaarverslag 2024 en het Uitvoeringsprogramma 2025 vastgesteld en besloten deze ter kennisname aan de Provincie Zuid-Holland aan te bieden in het kader van Interbestuurlijk Toezicht Omgevingsrecht.
Discriminatiecijfers Monitor Discriminatie 2024 Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/038 actieve informatie Marc Wilson Samenleving Jeugd, Educatie, en Vrije Tijd Monitor Discriminatie
(06) 2138 9705
Discriminatie Cijfers 2024 De Monitor Discriminatie 2024 is op 24 april 2025 aangeboden aan minister Judith Uitermark van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister David van Weel van Justitie en Veiligheid. De Monitor is samengesteld door RADAR in samenwerking met de politie-eenheid Rotterdam. De Monitor bevat een overzicht van meldingen van discriminatie bij antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), registraties door de politie en verzoeken om een oordeel bij het College voor de Rechten van de Mens. Bij deze informeren wij U graag over de meldingen van onze gemeente. Categorie Meldingen door inwoners Meldingen over voorvallen in de gemeente Politie incidenten
2023 18
2024 52
Ontwikkeling +34
13
18
+5
51
44
-7
Samenvatting Discriminatiecijfers 2024 - Capelle aan den IJssel In 2024 zijn de discriminatiecijfers voor Capelle aan den IJssel veranderd ten opzichten van 2023.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 8 van 14
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste cijfers en ontwikkelingen. Toelichting op de meldingen Het is belangrijk om te beseffen dat meldingen door een inwoner niet automatisch betrekking hebben op een voorval dat plaatsvond in de gemeente Capelle aan den IJssel. Een inwoner kan namelijk ook discriminatie ervaren hebben buiten de gemeentegrenzen. Een inwoner kan ook een melding maken namens een ander. Omgekeerd kunnen meldingen over voorvallen in de gemeente gedaan zijn door zowel inwoners als niet-inwoners. Deze nuance betekent dat de cijfers niet een directe 1-op-1 relatie tonen tussen woonplaats en plaats van het discriminatievoorval. Bij de interpretatie van de cijfers is het daarom van belang om beide categorieën afzonderlijk en in samenhang te bekijken. Een stijging van meldingen door inwoners kan bijvoorbeeld duiden op meer bewustwording onder de bevolking, terwijl een stijging van voorvallen binnen de gemeente wijst op een lokale toename van discriminatie-incidenten. Ontwikkelingen 1. Toename in aantal meldingen − Het aantal meldingen door inwoners is bijna verdrievoudigd (+189%). − Het aantal meldingen over voorvallen in de gemeente is ook gestegen (+38%). − Daarentegen is het aantal geregistreerde politie-incidenten gedaald met 14%. 2. Aard van de meldingen − Herkomst / huidskleur blijft de meest voorkomende discriminatiegrond.
Deze heeft ook de grootste stijging met 27 meldingen door een inwoner en 13 meldingen over een voorval in de gemeente (beide 8 in 2023); − Godsdienst (met name gericht tegen moslims) ziet een stijging van 3 meldingen door een inwoner en 2 meldingen over een voorval (beide 0 in 2023); − Handicap of chronische ziekte komt net zo vaak naar voren als grond van discriminatie als in 2023. − Seksuele gerichtheid wordt iets vaker genoemd dan in 2023, de melding over een voorval in de gemeente is door onszelf gemaakt, toen de campagne borden van Oud Roze (circa april 2024) beklad waren in het Vuykpark. 3. Type voorval − Uitschelden en uitlatingen blijven de meest gemelde typen discriminatievoorvallen. − Omstreden behandeling en vijandige bejegening zijn toegenomen. − Bedreigingen blijven aanwezig, maar er is geen stijging te zien. − Geweldsincidenten zijn zeldzaam, maar aanwezig. Conclusie Hoewel de aantallen relatief beperkt blijven in absolute zin, laten de cijfers voor 2024 een duidelijke stijging zien in meldingen van discriminatie door inwoners en over voorvallen in Capelle aan den IJssel. Dit komt overeen met een stijging van meldingen in de regio Rotterdam (26% meer dan in 2023). De meeste meldingen zijn gemaakt ten doeleinde van registratie of advies en informatie. Er zijn geen meldingen die hebben geleid tot verdere onderzoek van de ADV.
Er zijn ook aanzienlijk minder doorverwijzingen dan in 2023. De daling in doorverwijzingen en politie-incidenten ten opzichten van 2023 kan wijzen op een aantal verklaringen: − Minder ernstige voorvallen; − Lagere meldingsbereidheid bij de politie; − Alternatieve meldpunt (RADAR) met voldoende ondersteuning/snellere afhandeling; − Veranderde registratiecriteria voor discriminatie incidenten; − Lagere complexiteit van meldingen. − De aard van de meldingen blijft vergelijkbaar met voorgaande jaren, met bijzondere aandacht voor discriminatie op basis van herkomst, huidskleur en Godsdienst. Dit komt ook overeen met ontwikkelingen in de regio Rotterdam waar meldingen over herkomst of huidskleur met een stijging van 29% ruim de helft van het totaal bedraagt.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 9 van 14
Vervolgstappen − Bewustwordingscampagnes: Start gerichte campagnes rondom inclusie en respect, bijvoorbeeld op scholen, sportverenigingen en in de openbare ruimte (Week van Respect 2025 & 2026); − Samenwerking met maatschappelijke organisaties: Werk samen met organisaties als RADAR, scholen en sportclubs om preventieve programma’s op te zetten; − Bewustwording meldpunten: Zorg voor betere zichtbaarheid en bereikbaarheid van meldpunten om inwoners te stimuleren om discriminatie te melden. Door actief in te zetten op preventie, educatie en samenwerking kunnen wij verdere toename van discriminatie voorkomen en bijdragen aan een veiligere en inclusievere samenleving.
Besluitvormingstraject notitie en actieplan vervolg lokale inkomensregelingen Nummer: 2025/039 Referentie: actieve informatie Portefeuillehouder: René van Hemert Afdeling: Samenleving Unit: Maatschappelijke zorg & participatie (06) 2188 7088 Bijlage(n): Geen Informatie: Toelichting Per collegebrief van 9 juli 2024 hebben wij u geïnformeerd over het Onderzoek heroverweging inkomensondersteunende regelingen. De besluitvorming over de notitie met de bevindingen van het onderzoek was gepland voor het tweede kwartaal 2025. In deze notitie zouden wij ook de aanbevelingen meenemen vanuit het onderzoek van de rekenkamer Capelle aan den IJssel naar de lokale inkomensregelingen, dat volgens de planning in december 2024 aan u zou worden aangeboden. De rekenkamer heeft haar rapport later uitgebracht dan gepland en is geagendeerd in de raadsvergadering van 14 april 2025. U besloot toen het rekenkamerrapport ‘Meer bereiken’ – onderzoek naar lokale inkomensregelingen voor kennisgeving aan te nemen en alle aanbevelingen aan ons college over te nemen. Hierbij informeren wij u over de vervolgplanning. Vervolg Volgens de Verordening rekenkamer Capelle aan den IJssel 2021 moet ons college binnen vier maanden na uw besluit (medio augustus 2025) een plan van aanpak gereed hebben over de implementatie van de aanbevelingen.
Zoals vermeld in het raadsvoorstel ‘Meer bereiken’ onderzoek naar lokale inkomensregelingen en conform de informatie in de collegebrief van 9 juli 2024, nemen wij de aanbevelingen mee in de Notitie en Actieplan vervolg lokale inkomensregelingen. Dit gebeurt binnen de context van de ombuigingen, waarbij uw besluit over de Kadernota 2026 (juli 2025) een belangrijk ijkmoment is. De planning voor de vaststelling van de notitie en actieplan is vooralsnog als volgt: − Dinsdag 23 september 2025: voorlopig collegebesluit Notitie en Actieplan vervolg lokale inkomensregelingen. − Dinsdag 30 september 2025: thema-avond gemeenteraad (o.a. schets landelijke ontwikkelingen, scenario’s vervolg lokale inkomensregelingen). − Maandag 13 oktober 2025: consultatie commissie Samenleving en Economie. − Dinsdag 28 oktober 2025: definitief collegebesluit.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 10 van 14
Bestuursrapportages 4e kwartaal 2024 en 1e kwartaal 2025 Sociale Zaken GR IJsselgemeenten Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n):
2025/040 actieve informatie René van Hemert Samenleving Maatschappelijke zorg & participatie (06) 4699 1848 - Bestuursrapportage 4e kwartaal 2024 - Bestuursrapportage 1e kwartaal 2025 - Divosa benchmark 2024 IJsselgemeenten - Divosa Jaarkaart 2024 Capelle
Informatie: Met deze collegebrief informeren wij u over de Bestuursrapportage 4e kwartaal 2024 en de Bestuursrapportage 1e kwartaal 2025 Sociale Zaken IJsselgemeenten met als bijlagen de Divosa benchmark 2024 IJsselgemeenten en de Divosa Jaarkaart 2024 voor Capelle. 1. Bestuursrapportage 4e kwartaal 2024 Sociale Zaken IJsselgemeenten Uitkeringen en loonkostensubsidie Het bijstandsbestand in Capelle aan den IJssel is in 2024 gedaald met 3,5%. Eind 2024 telde Capelle 1.620 bijstandsgerechtigden. Het totale bestand van IJsselgemeenten daalde -0,7%. Landelijk was er een stijging van 0,8%. De verwachting is dat de komende jaren de daling van het bijstandsbestand stagneert, of zelfs in omvang toeneemt als gevolg van een toenemend aantal WW-uitkeringen van 5% in de regio Rijnmond. De gemiddelde prijs per uitkering kwam uit op € 18.355,-- en dat is een stijging van 8,2% ten opzichte van de eerdere prognose. De stijging van het wettelijk minimum loon en een kleine bijstelling van de gemiddelde prijs per uitkering over 2024 is hiervan de reden. Ondanks de stijging, blijven de uitgaven binnen het toegekende rijksbudget. Er is een overschot van € 4.026.000,-. Er zijn in 2024 voor Capelle meer loonkostensubsidieplekken (3) én meer beschutte werkplekken (14) gerealiseerd dan initieel beoogd. Het budget voor loonkostensubsidie heeft een overschot van € 110.000,-- op het rijksbudget.
Dit komt doordat mensen niet fulltime, maar parttime kunnen werken, waardoor de kosten lager uitvallen. Hoewel de uitgaven binnen het rijksbudget blijven, is er op het gemeentelijk beschikbaar gestelde budget voor de uitkeringen en loonkostensubsidie een overschrijding van € 1.345.000,-Re-integratie en participatie In 2024 zijn er in Capelle 1.934 re-integratie-activiteiten ingezet. 195 mensen maakten een stap op de participatieladder. Dit is een daling ten opzichte van 2022 (278) en 2023 (224). Deze daling wordt verklaard door de toename van cliënten met multiproblematiek, waarvoor intensievere begeleiding nodig is. Niet iedereen kan in één keer een stap op de participatieladder maken: 163 mensen maakten een positieve tussenstap. 96 mensen deden een tussenstapje terug. Er is sprake van onderbesteding op de uitgaven voor re-integratie en participatie: € 3.802.300,-- op een beschikbaar budget van € 4.148.700,--. De onderbesteding wordt veroorzaakt door trajecten die in 2024 zijn ingezet, maar in 2025 worden afgerond, lagere vergoeding van reiskosten en lagere kosten voor opstapbanen en garantiebanen. Bijzondere bijstand De kosten voor bijzondere bijstand zijn in het vierde kwartaal gestegen, met een tekort van € 127.500,-- als gevolg. Met name de individuele inkomenstoeslag, studietoeslagen (n.a.v. landelijke campagne), en kosten voor uitvaarten zorgen voor hogere uitgaven.
De eerder aangevraagde bijstelling bleek niet toereikend.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 11 van 14
Ten opzichte van 2023 is er, in lijn met het landelijke beeld, een stijging van het aantal mensen met problematische schulden. De stijging heeft gevolgen voor de financiële en maatschappelijke ondersteuning. Er ligt een verzoek van IJsselgemeenten voor extra inzet. Capelle aan den IJssel heeft hier extra geld voor vrijgemaakt. 2. Bestuursrapportage 1e kwartaal 2025 Sociale Zaken IJsselgemeenten De bestuursrapportage heeft een iets andere opzet gekregen. Wij gebruiken 2025 om de structuur en inhoud van de rapportage te verbeteren. Anders dan in voorgaande jaren zijn er in de eerste bestuursrapportage 2025 geen financiële cijfers opgenomen over de uitvoeringsbudgetten Buig, Participatiebudget en Bijzondere Bijstand, omdat er in het eerste kwartaal slechts beperkt zicht is op de realisatiecijfers van het lopende jaar. Het nader voorlopig budget Buig wordt in het tweede kwartaal van het lopend jaar bekend gemaakt en ook is in tweede kwartaal meer zicht op de bestedingen voor participatie en bijzondere bijstand. Ook is met IJsselgemeenten afgesproken dat in de tweede kwartaalrapportage de realisatiecijfers van de bedrijfskosten sociale zaken worden opgenomen. De eerste bestuursrapportage 2025 schetst qua aantallen en ontwikkelingen een overwegend stabiel beeld. De meest in het oog springende ontwikkelingen zijn: 1.
Het aantal uitkeringen stabiliseert; de verwachte groei van 0,6% voor Capelle blijft vooralsnog uit. 2. Er is een overrealisatie op de wettelijke taakstelling beschut werk van 8,2 fte (+15%). Dit is lager dan eind vorig jaar (14 fte) omdat elke jaar de taakstelling naar boven wordt bijgesteld. De hogere behoefte aan beschutwerkplekken is in lijn met de landelijke trend. 3. Het Werkcentrum in IJsselgemeenten voldoet met 40 bezoekers per maand aan een behoefte. De bezoekers zijn met name werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigden, bijstandsklanten en klanten van het Uwv. De dienstverlening varieert van oriëntatiegesprekken tot gerichte doorverwijzingen naar o.a gemeenten, werkgeversservicepunten (WSP) en scholings- en ontwikkelaanbieders. 4. Bij bijzondere bijstand zien wij een groei bij de individuele inkomenstoeslag en kosten van bewindvoering. Dit is een ontwikkeling die wij jaarlijks terugzien in het eerste kwartaal. 5. Ontwikkelingen die in 2025 invloed kunnen hebben op de uitgaven zijn: landelijk stijgende werkloosheid, wijziging van de Participatiewet, instroom huisvesting en inburgering statushouders en de Wet Van school naar duurzaam werk. 6. In de Divosa benchmark zien wij voor IJsselgemeenten afwijkingen t.o.v. het landelijk gemiddelde bij uitstroom naar werk (+10%), naar school (+4%) en ontheffingen arbeidsverplichting (+10%).
Het hoge aantal ontheffingen is overeenkomstig landelijke onderzoeken, waaruit blijkt dat 25-40% van de bijstandsklanten tijdelijk of permanent niet in staat is om te werken. In vergelijking hiermee is het percentage ontheffingen van IJsselgemeenten (20,6%) acceptabel.
Rapport Sporthal Schenkel Nummer: Referentie: Portefeuillehouder: Afdeling: Unit: Bijlage(n): Informatie:
2025/041 actieve informatie René van Hemert Samenleving Jeugd, Educatie en Vrijetijd
(06) 1496 3380
Aanleiding Op 11 november 2024 heeft u het raadsvoorstel voor de sloop/nieuwbouw van Sporthal Schenkel verworpen. Daarbij heeft u verzocht om het voorstel opnieuw in te brengen bij de behandeling van de Kadernota, zodat een integrale afweging kan worden gemaakt. Het eerdere voorstel was voorzien van een globaal meerjaren onderhoudsplan (MJOP) ten behoeve van de financiële onderbouwing van scenario 4 'Instandhouding'.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 12 van 14
Inmiddels is een gedetailleerd MJOP uitgewerkt, waarin de technische staat van het gebouw en de verwachte investeringsbehoefte in kaart is gebracht. Met deze brief informeren wij u over de belangrijkste bevindingen uit dit rapport. Bij instandhouding: forse investeringen nodig De sporthal verkeert in een matige staat van onderhoud. Vanwege een geplande sloop in 2026 is de sporthal de afgelopen tien jaar enkel in stand gehouden. Alleen het hoogstnoodzakelijke onderhoud en verplichte keuringen zijn uitgevoerd. Als gevolg daarvan zijn verschillende bouwkundige en installatietechnische onderdelen in matige staat. Op korte termijn zijn, bij een keuze van uw Raad voor het hierboven genoemde scenario, diverse maatregelen nodig om het gebouw veilig en functioneel te houden, waaronder: − Dakrenovatie: het dak verkeert in matige tot slechte staat. De dakbedekking is afgesleten en reparatieplekken zijn zichtbaar. Het aanbrengen van een nieuwe daklaag is noodzakelijk om lekkages te voorkomen. − Renovatie sanitair en douches: kleed-, douche- en toiletgroepen zijn verouderd en vertonen gebreken. Onderdelen van de douches zijn niet meer leverbaar, wat het spoelmechanisme onbruikbaar maakt. Hierdoor neemt het risico op legionella toe. Vervanging van de douches en het spoelsysteem is dringend geadviseerd.
− Beoordeling en versteviging van het plafond: het houten lattenplafond in de grote zaal is eerder deels losgekomen. Er is geen acuut risico, maar uit veiligheidsoverwegingen wordt het volledige plafond gecontroleerd en waar nodig verankerd. − Vervanging speeltoestellen: het ringenstel moet volledig worden vervangen, omdat onderdelen niet langer verkrijgbaar zijn. Een zaaldeel kan daardoor beperkt aan bewegingsonderwijs worden verhuurd. Kosten en vergelijking met eerdere inschatting De totale kosten voor instandhouding van de sporthal over de periode 2026–2035 bedragen € 2.280.990 (zie onderstaande tabel). In het eerste jaar (2026) is een initiële investering nodig van € 1.048.741. Deze bedragen liggen aanzienlijk hoger dan de eerdere raming van € 1.817.301, zoals opgenomen in het (globale MJOP), verworpen raadsvoorstel.
Planmatig Onderhoud Dagelijks Onderhoud Contract Onderhoud Totaal
2026
2027
2028
2029
2030
€ 1.008.302
€ 40.118
€ 7.698
€0
€ 10.099
€ 15.998
€ 15.894
€ 15.894
€ 18.412
€ 24.441
€ 17.094
€ 24.980
€ 1.048.741
€ 73.106
€ 48.572
2031
2032
2033
2034
2035
Totaal
€0
€ 603.045
€ 57.740
€ 9.343
€ 163.449
€ 1.899.794
€ 15.894
€ 15.894
€ 17.611
€ 15.682
€ 15.894
€ 18.412
€ 165.585
€ 17.094
€ 23.550
€ 24.980
€ 16.957
€ 17.094
€ 32.327
€ 17.094
€ 215.611
€ 35.506
€ 49.543
€ 40.874
€ 637.613
€ 90.516
€ 57.564
€ 198.955
€ 2.280.990
Het rapport kan desgewenst worden opgevraagd.
Stand van zaken opvang asielzoekers Barbizonlaan 2 Nummer: Referentie: Portefeuillehouders: Afdeling: Taakgroep: Bijlage(n): Informatie:
2025/042 actieve informatie Joost Manusama en Sjoerd Geissler Bestuurs- en Concernondersteuning Strategisch Advies (010) 284 8426
Eind januari 2025 informeerden wij u over de voortgang van het vergunningstraject en de werkzaamheden van Barbizonlaan 2 voor de opvang van 295 asielzoekers, waaronder 35 alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers). Op 10 april 2025 is de tijdelijke omgevingsvergunning (voor de duur van 5 jaar) verleend aan het COA. Bekendmaking van deze verlening vond op 23 april 2025 plaats via de officiële bekendmakingen en publicatie in het Kontakt. Publicatie heeft tevens plaatsgevonden via het Rotterdamse huis-aan-huisblad ‘Havenloods’.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 13 van 14
De werkzaamheden zijn inmiddels gestart. Naast de reguliere verbouwingswerkzaamheden wordt de brandcompartimentering van het pand op sommige plekken aangepast. Op het buitenterrein wil het COA enkele units plaatsen (voor dienstverlening door ketenpartners), fietsenrekken, picknickbanken en twee voetbalvelden. Op het terrein wordt tevens een hekwerk geplaatst. De werkzaamheden lopen echter vertraging op. Dit betekent dat niet vanaf mei, maar vanaf augustus 2025 de asielzoekers in het pand zullen worden opgevangen. De huidige bewoners van de noodopvang Barbizonlaan 50 zullen dan als eerste naar de nieuwe locatie verhuizen. Bestuursovereenkomst Begin april 2025 is de bestuursovereenkomst ondertekend door het COA (bestuursvoorzitter) en de gemeente Capelle aan den IJssel (burgemeester). In de overeenkomst is definitief de duur van de opvang vastgelegd: 5 jaar vanaf het moment van opvang van asielzoekers. Verder zijn duidelijke en aanvullende afspraken gemaakt over veiligheid, begeleiding, communicatie en onderwijs. In mei 2025 starten de eerste overleggen ter voorbereiding: − veiligheidsoverleg over praktische zaken en uitvoering bestuursovereenkomst met COA, wijkagenten Schollevaar en Zevenkamp, Handhaving Capelle en Stadstoezicht Rotterdam; − overleg jeugdhulpverlening met COA, zorgpartners en Nidos; − overleggen met vrijwilligers en woonbegeleiders.
Onderwijs Eén van de belangrijkste aandachtspunten bij de uitbreiding van asielopvang van 100 naar 295 asielzoekers is de druk op het onderwijs. Om hierop goed voorbereid te zijn, is één en ander verkend en in gang gezet. Naast de groep van 35 AMV’ers zullen er onder de andere ongeveer 165 ‘nieuwe’ asielzoekers ongeveer 25 extra VO-leerplichtige jongeren van 12 tot en met 18 jaar bij komen (op de huidige noodopvang zijn 15 jongeren gehuisvest). Daarnaast verwachten wij dat er ongeveer 25 extra kinderen in de PO-leeftijd bij komen (op de huidige noodopvang zijn 15 kinderen gehuisvest). Deze jongeren en kinderen moeten na de zomervakantie een plek in het Capelse en/of regionale onderwijs krijgen. Dit is een wettelijke verplichting. Asielzoekerskinderen worden opgevangen in het zogenaamde nieuwkomersonderwijs. In Internationale SchakelKlassen (oftewel taalklassen) in het VO en in Nieuwkomersgroepen in het primair onderwijs. Iedere taalklas of nieuwkomersgroep biedt op basis van pedagogische randvoorwaarden en de normering van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) plaats aan 15 leerlingen. Dit onderwijs wordt georganiseerd door scholen/schoolbesturen en bekostigd door het ministerie van OCW. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er onderwijs beschikbaar is.
Om de nieuwe VO-leerlingen in de asielopvang passend onderwijs te bieden moeten er drie extra taalklassen worden gevormd. Het EYE College ziet kans dit te organiseren. Er wordt nog gezocht naar een geschikte ruimte. Leerlingen met een HAVO/VWO advies worden verwezen naar het Wolfert College. Capelle kent momenteel drie nieuwkomersgroepen voor PO-leerlingen. Deze groepen zitten op dit moment vol. Om de 25 nieuwe PO-leerlingen in de asielopvang een plek te bieden onderzoeken de schoolbesturen (met name PCOP, RVKO en Blick) de mogelijkheid om (een) nieuwe nieuwkomersgroep(en) te starten. Mocht dit niet voldoende plekken opleveren dan bieden twee Rotterdamse basisscholen, die nieuwkomersonderwijs aanbieden, een uitwijkmogelijkheid voor 15 tot 20 leerlingen.
Behorende bij brief nummer: 1711833/1867898
pagina: 14 van 14
Rapportage burgerpanel bezuinigingen Nummer: Referentie: Portefeuillehouders: Afdeling: Taakgroep: Bijlage(n): Informatie:
2025/043 actieve informatie Rik van Woudenberg Bestuurs- en Concernondersteuning Strategisch Advies (010) 284 8246 Rapportage burgerpanel bezuinigingen
In het kader van de ombuigingsopgave heeft de werkgroep van de gemeenteraad besloten om een burgerpanel uit te laten voeren om Capellenaren in de gelegenheid te stellen een mening te geven over de bezuinigingen en de hierin te maken keuzes. Onderzoek Voor het onderzoek is een peiling gehouden in ons burgerpanel, bestaande uit 1.900 panelleden. De vragenlijst kon worden ingevuld van 19 maart tot 4 april 2025. Voor dit onderzoek zijn alle 1.900 panelleden uitgenodigd, waarvan 659 leden de vragenlijst hebben ingevuld. Dit is een respons van 35 procent. Inwoners konden ook deelnemen aan het onderzoek door middel van een open link die de gemeente verspreidde via diverse kanalen. Hieraan hebben 481 inwoners deelgenomen. Van 26 deelnemers was de postcode onbekend. Deze respondenten zijn verwijderd uit de data. De resultaten vanuit de open link zijn in lijn met de resultaten vanuit het panel. De totale respons komt hiermee uit op 1.114 ingevulde vragenlijsten. Dit is voldoende om betrouwbare uitspraken te kunnen doen voor de gemeente. Analyse Op de data is een weging toegepast naar leeftijd en geslacht. Dit betekent dat de verhoudingen naar leeftijd en geslacht zijn teruggebracht naar de werkelijk bestaande verhoudingen in onze bevolking. Onder- en bovengemiddelde groepen worden dus opgehoogd en verlaagd. Op deze manier zijn de resultaten representatief voor de gehele gemeente.
Resultaten De resultaten van de peiling zijn te vinden in het bijgevoegde rapport. De voornaamste adviezen zijn: − De helft van de inwoners (50%) adviseert de gemeente om te focussen op het verminderen van uitgaven. Twee op de vijf inwoners (43%) is van mening dat de gemeente zowel moet bezuinigen als de inkomsten moet verhogen; − Er worden vooral bezuinigingsmogelijkheden gezien op evenementen in de stad. Twee derde van de inwoners vindt dat hier veel op bezuinigd kan worden. Ook worden bezuinigingen op de openingstijden van het gemeentehuis als meest kansrijk gezien door inwoners. Ruim de helft vindt dat de gemeente hier veel op kan bezuinigen; − Er is minder draagvlak is voor bezuinigingen op thema's die direct gerelateerd zijn aan welzijn en leefbaarheid. Het onderhoud van de openbare ruimte, het schoonhouden van de stad en het openbaar vervoer worden door inwoners gezien als thema’s waar het minst op bezuinigd moet worden; − Gemiddeld vinden inwoners dat de belastingen verhoogd mogen worden met € 72,--. Een vijfde van de inwoners (19%) vindt dat de belastingen helemaal niet omhoog mogen gaan. Ook een vijfde (21%) vindt een verhoging tot € 50,-- per jaar acceptabel. Een kwart van de inwoners (26%) vindt dat er een verhoging tussen de € 50,-- en € 99,-- mag plaatsvinden.
De gemiddelde bereidheid om de belasting te verhogen, neemt toe met de leeftijd; − De stelling "Iedereen moet iets bijdragen" krijgt meer steun dan "De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen".
Notitie Ondernemen vanuit de bijstand Samenvatting Ondernemen vanuit de bijstand betekent dat een bijstandsklant een onderneming start op individuele basis dan wel in een samenwerkingsverband en hiermee inkomsten probeert te genereren, terwijl er recht is op een aanvullende bijstandsuitkering. De werkzaamheden vallen over het algemeen onder de dienstverlenende sector. Deze notitie is het resultaat van het beleidsvoornemen om de mogelijkheden van ondernemen vanuit de bijstand te onderzoeken. In Capelle maakten op 31 december 2024 drie Capellenaren gebruik van ondersteuning door het Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam. Zeven Capellenaren maken gebruik van de mogelijkheid om marginaal te ondernemen. Er zijn geen initiatieven van bewoners die in samenwerkingsverband willen ondernemen vanuit de bijstand. Deze notitie sluit af met het advies om: - Ondernemen vanuit de bijstand niet actief te stimuleren vanwege de risico’s die verbonden zijn aan ondernemerschap zoals de wisselde en veelal beperkte inkomsten en de verplichtingen van ondernemerschap. - Nu geen activiteiten op te zetten om sociale coöperaties te kunnen ondersteunen gezien er in Capelle geen initiatieven van bewoners zijn. 1.
Aanleiding Ondernemen vanuit de bijstand betekent dat een bijstandsklant een onderneming start en hiermee inkomsten probeert te genereren, terwijl er recht is op een aanvullende bijstandsuitkering. Ondernemen vanuit de bijstand kan op individuele wijze en binnen een samenwerkingsverband van ondernemers. De ondernemers zijn meestal zelfstandigen zonder personeel (ZZP) die werkzaamheden verrichten in met name dienstverlenende sectoren zoals catering, onderhoudswerkzaamheden en cursussen, workshops en lesgeven. Deze notitie is de uitwerking van het beleidsvoornemen uit het Meerjarenbeleidskader Werk en Inkomen 2021 – 2024 “Zeker in Capelle! Dit beleidskader is verlengd tot en met 2025. In het meerjarenbeleidskader is opgenomen dat ‘we kijken naar de mogelijkheden van werken als zelfstandige op bescheiden schaal vanuit de bijstand en hoe dit bij kan dragen aan een nieuwe loopbaan en uiteindelijk financiële zelfstandigheid. En we verkennen welke mogelijkheden de opzet van een sociale coöperatie biedt’. De Adviesraad Sociaal Domein (ASD)heeft in 2023 en 2024 meerdere keren aandacht gevraagd voor het onderwerp ondernemen vanuit de bijstand en er zijn twee informele gesprekken geweest met de werkgroep Participatie van de ASD. Daarnaast is overleg geweest met de GR IJsselgemeenten Sociale Zaken, de gebiedsregisseurs en de afdeling Economische Zaken. 2.
Ondernemen vanuit de bijstand op individuele basis 2.1 Fulltime ondernemen vanuit de bijstand Een belangrijke regeling voor bijstandsgerechtigden die willen starten als ondernemer is het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Deze regeling helpt bijstandsgerechtigden met een tijdelijke lening of een aanvulling op het inkomen. De uitkering heeft een maximale looptijd van drie jaar. Startende ondernemers kunnen daarnaast onder bepaalde voorwaarden een lening krijgen voor investeringen in het bedrijf.
1
Om Bbz te ontvangen dient de startende ondernemer minimaal 18 jaar te zijn, minimaal 25 uur per week als ondernemer te werken en in de toekomst voldoende geld te kunnen verdienen om van te leven. Zolang er sprake is van bijstandsverlening, wordt onderzoek gedaan of het bedrijf of beroep levensvatbaar is. Dit gebeurt binnen zes maanden na de bijstandverlening en vervolgens na respectievelijk zes en twaalf maanden. In praktijk wordt er tussen de startende ondernemer en de gemeente een voorbereidingsperiode van maximaal een jaar afgesproken. De startende ondernemer krijgt gedurende deze periode begeleiding, behoudt de uitkering en hoeft niet te solliciteren. De doelgroep van het Bbz bestaat overwegend uit mensen met goede ondernemersvaardig-heden die een bedrijfsplan hebben voor een (in potentie) levensvatbare onderneming. Hier schrijven ze een uitgebreid businessplan voor dat wordt getoetst. Bbz'ers hebben de tijd en ruimte om zich fulltime op hun bedrijf te richten (minimaal 25 uur per werk / 1225 uur per jaar) en worden niet of in mindere mate beperkt door (zware) fysieke of mentale problemen qua functioneren. De begeleiding van Bbz'ers is met name inhoudelijk gericht op ondernemerschap en/of financiering van het bedrijf. 2.2 Marginaal ondernemen vanuit de bijstand Marginaal ondernemen vanuit de bijstand valt buiten het wettelijk kader van de Bbz.
Gemeenten die marginaal ondernemen mogelijk maken ontwikkelen hier zelf beleid voor. Marginaal ondernemen wordt ingezet als re-integratie instrument. Wat passend en haalbaar is als doelstelling bij marginaal ondernemen is altijd maatwerk per inwoner. Bij re-integratie gaat het vaak in eerste instantie om mensen die vanuit een eigen idee weer ‘in beweging komen’ en zo op een zinvolle manier meedoen in de samenleving. Van ondernemen als uitstroominstrument (ook richting Bbz) kan sprake zijn als inwoners goede ondernemersvaardigheden hebben (ontwikkeld) en een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Andere benamingen voor marginaal ondernemen met bijstand zijn parttime ondernemen, scharrelondernemen, deeltijd ondernemen en ondernemen op bescheiden schaal. Gemeenten geven meestal voor een jaar toestemming voor marginaal ondernemen. De toestemming kan jaarlijks worden verlengd als dat passend is bij de situatie van de inwoner. Het komt voor dat inwoners door hun ervaring gaan beseffen dat ondernemen niet bij hen past. Ze zijn dan echter vaak wel op positieve wijze weer in beweging gekomen en hebben allerlei contacten en werkervaringen opgedaan. Dan kunnen mensen doorstromen naar een betaalde (parttime)baan.
De doelgroep voor marginaal ondernemen bestaat uit een mix van mensen die zich oriënteren op ondernemerschap, waaronder inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Deze doelgroep komt -nog- niet in aanmerking voor betaald werk. Voor een groot deel van deze inwoners is het niet realistisch om volledige zelfredzaamheid te verwachten. Iemand die marginaal onderneemt besteedt over het algemeen maximaal 20 uur per week aan het bedrijf en blijft de overige uren beschikbaar voor een traject richting betaald werk. Mensen kunnen -tijdelijk- ontheffing van de sollicitatieplicht krijgen vanwege fysieke of mentale beperkingen. Ook bij marginaal ondernemen wordt er gekeken naar de haalbaarheid van de plannen, maar de verwachtingen en eisen hieromtrent zijn niet vergelijkbaar met die van de Bbz-doelgroep. Ook de mate van ondernemerschapskwaliteiten van de inwoners en de hoogte van de inkomsten die gegenereerd kunnen worden zijn niet vergelijkbaar qua niveau. Marginaal ondernemen gaat meestal om het weer op een zinvolle manier meedoen in de samenleving en om een mogelijke eerste stap te zetten qua reintegratie richting werk. De benodigde begeleiding van marginaal ondernemers is dan ook fundamenteel anders is dan bij het Bbz.
Omdat het vaak gaat om een kwetsbare groep zijn zaken als regelmatig persoonlijk contact, activering, duidelijke kaders, ondersteuning in het proces (onder andere bij de administratie) en hulp bij het leren ondernemen belangrijke voorwaarden om mensen te ondersteunen tijdens hun traject.
2
3. Ondernemen vanuit de bijstand in samenwerkingsverband Ondernemen vanuit de bijstand in samenwerkingsverband vindt plaats in een sociale coöperatie. Dit kan een stichting zijn, een vereniging, maar ook een BV. Onderstaand wordt ingegaan op de sociale coöperatie in algemene zin en op het bewonersbedrijf als specifieke vorm van een sociale coöperatie. 3.1 Sociale coöperatie Een sociale coöperatie is een samenwerkingsverband van mensen die vaak ver van de arbeidsmarkt staan, zoals langdurig werklozen, mensen met een arbeidsbeperking of andere kwetsbare groepen, maar ook mensen met een creatief beroep. Gezamenlijk richten zij een onderneming op en beheren deze. Het initiatief hiertoe ligt bij de potentiële deelnemers. Samen vormen ze de coöperatie. De coöperatie zorgt voor een aantal elementaire zaken zoals facturatie, boekhouding, administratie, inkoop, marketing, pr en onderzoek. Hierdoor kunnen de ondernemers zich volledig op hun bedrijf richten. Van het geld dat wordt verdiend worden onkosten, studie, afschrijvingen, en belastingen betaald.
Al naar gelang de gemaakte afspraken gaat een deel naar de coöperatie voor de bekostiging van de algemene taken, kan een deel in een persoonlijke spaarpot worden gestopt voor de opbouw van startkapitaal voor een eigen onderneming en worden inkomsten boven een bepaald bedrag en na verrekening van onkosten afgedragen aan de uitkeringsinstantie. De Vrije Uitloop in Breda een voorbeeld van een dergelijk sociale coöperatie. Door de Vrije Uitloop worden op het gebied van kunst, cultuur, nijverheid en lifestyle diverse evenementen, cursussen en workshops georganiseerd en worden diverse producten vervaardigd en verkocht. 3.2 Bewonersbedrijf Een bewonersbedrijf is een specifieke vorm van een sociale coöperatie. Het doel van een bewonersbedrijf is niet primair om winst te maken, maar vooral om sociaal-maatschappelijke doelen te bereiken, zoals het bevorderen van inclusie, het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van de leefomstandigheden van de leden en leefomgeving. Het bewonersbedrijf is er door en voor de deelnemers zelf, én door en voor de buurt. Het initiatief voor een bewonersbedrijf ligt bij de bewoners zelf; de leden van de coöperatie. Een voorbeeld is bewonersbedrijf Heechterp Schieringen. Het bewonersbedrijf neemt het initiatief om voor en met bewoners de leefbaarheid in de wijk permanent te verbeteren.
Het sociaal rendement van het bewonersbedrijf bestaat uit maatschappelijke deelname, contact met medebewoners bevorderen, opdoen van arbeidsvaardigheden, zelfstandig functioneren en ontwikkeling richting eigen inkomen. Hiertoe heeft het bewonersbedrijf verschillende projecten: catering, groenonderhoud, afvalpreventie en schoonmaak. 3.3 Kenmerken van een sociale coöperatie Uit bovenstaande omschrijvingen komen de volgende kenmerken van een sociale coöperatie naar voren. 1. Gemeenschappelijk eigendom: De leden zijn gezamenlijk eigenaar van de coöperatie, wat betekent dat ze samen beslissen over het beleid en de koers van de organisatie. 2. Gedeelde verantwoordelijkheid: Leden werken samen en dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het succes en de continuïteit van de onderneming. 3. Focus op sociale doelen: In plaats van winstmaximalisatie, richt de sociale coöperatie zich vooral op het verbeteren van de levenskwaliteit van haar leden en het creëren van maatschappelijke waarde. 4. Ondersteuning en begeleiding: Sociale coöperaties bieden vaak begeleiding en ondersteuning aan hun leden, zodat ze zichzelf verder kunnen ontwikkelen en hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten. 5. Zelforganisatie en democratie: Beslissingen worden op democratische wijze genomen, waarbij elk lid een stem heeft in de besluitvorming.
3.4 Voordelen en nadelen van een sociale coöperatie Coöperatief ondernemen heeft kansen en risico’s voor zowel de deelnemers als voor de gemeente. Voordelen 1. Inclusie en werkgelegenheid voor kwetsbare groepen: Sociale coöperaties creëren kansen voor mensen die anders moeilijk werk zouden vinden, zoals langdurig werklozen, mensen met een
3
2.
3.
4.
5.
6.
beperking of mensen in een uitkeringssituatie. Dit bevordert inclusie en participatie in de samenleving. Gemeenschappelijk eigendom en zeggenschap: De leden van de coöperatie zijn gezamenlijk eigenaar, wat betekent dat zij zelf invloed hebben op beslissingen en de koers van de onderneming. Dit bevordert betrokkenheid en eigenaarschap. Sociale impact: In plaats van enkel gericht te zijn op winst, is de focus van een sociale coöperatie gericht op het bereiken van maatschappelijke doelen. Dit kan bijdragen aan de leefbaarheid van wijken, duurzaamheid en sociale cohesie. Ondersteuning bij zelfstandigheid: Leden van een sociale coöperatie kunnen stapsgewijs ervaring opdoen met ondernemerschap zonder direct de volledige risico’s van zelfstandig ondernemen te dragen. Dit biedt een veilige omgeving om vaardigheden te ontwikkelen. Samenwerking en solidariteit Coöperaties bevorderen samenwerking tussen de leden, waardoor er een ondersteunende gemeenschap ontstaat. Leden helpen elkaar vaak, zowel op professioneel als persoonlijk vlak, wat kan leiden tot sterke sociale banden. Mogelijke gemeentelijke ondersteuning: Gemeenten kunnen steun bieden, zoals subsidies, begeleiding of ontheffing van verplichtingen, wat het aantrekkelijk maakt voor leden om deel te nemen zonder direct risico’s te lopen.
Nadelen 1. Complexe besluitvorming: Omdat beslissingen democratisch worden genomen, kan het proces langzamer en ingewikkelder zijn dan in reguliere bedrijven. Dit kan leiden tot conflicten of vertragingen bij het nemen van belangrijke beslissingen. 2. Financiële onzekerheid: Sociale coöperaties hebben vaak een lage focus op winstmaximalisatie, wat kan leiden tot beperkte financiële middelen. Zonder een stabiel inkomen kan de continuïteit van de coöperatie onzeker zijn, vooral als de coöperatie afhankelijk is van subsidies of externe financiering. 3. Afhankelijkheid van externe ondersteuning: Veel sociale coöperaties zijn afhankelijk van gemeentelijke steun of subsidies. Als deze financiering wegvalt, levert dat problemen op voor het voortbestaan van de coöperatie. 4. Verantwoordelijkheid van de leden: Het gemeenschappelijke eigenaarschap en de gedeelde verantwoordelijkheid kunnen een last vormen voor leden die niet gewend zijn aan ondernemerschap. Als sommige leden minder inzet tonen of niet goed functioneren, kan dit de coöperatie als geheel schaden. 5. Beperkte groeimogelijkheden: Omdat de focus ligt op sociale doelen en niet op winst, zijn sociale coöperaties beperkt in hun groeimogelijkheden. Dit kan problematisch zijn als de organisatie meer leden wil opnemen of grotere projecten wil uitvoeren. Ook is er kans op blijvende afhankelijkheid van gemeentelijke steun. 6.
Risico van misbruik (freeriders gedrag): Er is een risico dat sommige leden de structuur van de coöperatie (bijvoorbeeld door gemeentelijke steun en ontheffingen) kunnen misbruiken zonder zich echt te committeren aan de sociale doelstellingen of de ontwikkeling van de onderneming. 4. Ondersteuning aan sociale coöperaties Gemeenten, maar ook andere organisaties, kunnen sociale coöperaties ondersteunen. Deze ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, zoals het faciliteren van de oprichting, monitoren van de resultaten en maatschappelijke impact, financiële ondersteuning, coaching de benodigde infrastructuur beschikbaar stellen en samenwerking met andere lokale partijen bevorderen. Onderstaand volgt een overzicht. 4.1 Regionaal Bureau Zelfstandigen Rotterdam Het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ) in Rotterdam ondersteunt ondernemers en zzp'ers die financiële of bedrijfsmatige vragen hebben. Het RBZ Rotterdam werkt ook voor de gemeenten uit de regio Rijnmond en Drechtsteden. De belangrijkste taken van het RBZ zijn: • Financiële ondersteuning: Het RBZ verstrekt op grond van de Bbz tijdelijk een uitkering aan ondernemers die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Daarnaast kan er een startkapitaal verstrekt worden.
4
• • •
Advies en begeleiding: Het bureau adviseert startende en gevestigde ondernemers over bedrijfsvoering, financiering en het opstellen van ondernemingsplannen. Ondersteuning bij bedrijfsbeëindiging: Voor ondernemers die overwegen te stoppen, biedt het RBZ begeleiding en financiële hulp om deze overgang soepel te laten verlopen. Schuldhulpverlening: Het RBZ helpt ondernemers die schulden hebben opgebouwd en ondersteunt bij het realiseren van een doorstart of het afwikkelen van schulden.