CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Wegenbeheerplan 2026-2030.pdf

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1223355 Wegenbeheerplan 2026-203012.815 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

100

50

0 1995

2000

2005

2010

2015

2020

2025

2030

Jaar CPI Index (2000=100)

GWW Index (2000=100)

Figuur 9 Vergelijking CPI en GWW (bron voor kengetallen: CBS)

26

5.4 Kosten in beeld 5.4.1 Groot onderhoud De kosten voor groot onderhoud zijn gebaseerd op weginspecties, gebruikersintensiteit en afstemming met riolerings- en mobiliteitsplannen. Het huidige budget voor asfaltonderhoud wordt ook gecorrigeerd naar het kengetal voor 2026. Dit betekent dat er jaarlijks € 125.000, benodigd is voor het in stand houden van de asfaltverharding. Voor de periode 2026-2030 verwachten we een gemiddelde jaarlijkse kostenpost van € 1.100.000, - inclusief toeslagpercentages voor groot onderhoud. Om een duidelijk beeld te krijgen wat de stand van de voorziening is er een doorkijk gemaakt tot en met het jaar 2049, zie hiervoor bijlage 6 Stand van de voorziening Groot onderhoud Wegen. Uit de bijlage blijkt ook dat het budget voor groot onderhoud in de afgelopen jaren niet volledig is benut. Hierdoor blijft de (huidige) jaarlijkse storting aan de voorziening van € 765.000, - tot 2031 voldoende. Voor het jaar 2031 en verder dient hier een oplossing voor te komen.

Groot onderhoud per jaar €2.125.000

€1.225.000

€1.125.000 €725.000

€375.000

2026

2027

2028

2029

2030

Figuur 10 Groot onderhoud kosten per jaar (afgerond)

5.4.2 Klein onderhoud Klein onderhoud omvat dagelijkse reparaties en kleine ingrepen, zoals het vullen van scheuren of herstel van verzakkingen. Deze kosten zijn niet opgenomen in de meerjarenplanning, maar gebaseerd op CROW-richtlijnen, die 10% van het groot onderhoudsbudget aanbevelen. Voor 2026-2030 ramen we € 155.000, - per jaar, een bedrag dat rekening houdt met de gestegen kosten sinds het oude plan. Dit budget wordt gefinancierd uit reguliere middelen en gevoed door input uit weginspecties, meldingen van bewoners en constateringen van de buitendienst. Door klein onderhoud tijdig uit te voeren, voldoen we aan de zorgplicht, voorkomen we escalatie naar kostbaarder groot onderhoud, en houden we de wegen veilig en toegankelijk voor de bewoners. We zien dat dit budget de afgelopen jaren ook benodigd is geweest en ook als zodanig structureel in de begroting is opgenomen, dit wordt gecontinueerd.

27

5.4.3 Investeringen Rehabilitaties asfalt Wanneer groot onderhoud niet meer volstaat, is rehabilitatie van asfaltwegen noodzakelijk. Voor de periode van 2026-2030 hebben we het over de wegen: de Westsingel, de Zevenhuizerstraat, de Groeneweg en de Harsaterdrecht. Deze projecten zijn van grotere aard, en zullen als investeringen gezien worden. In totaal 43.342 m²aan asfaltverharding. Opwaarderen wegen Vanuit de weginspectie is gebleken dat er achterstallig onderhoud is op bepaald wegen. Om wegen van kwaliteitsniveau C en D naar B te brengen, is het streven om in de jaren 2026 en 2027 deze kwaliteitsslag te realiseren. Herinrichtingen Naast regulier onderhoud bevat dit wegenbeheerplan ook investeringen in herinrichtingen. Deze zijn nodig om ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren, verkeersveiligheid te verbeteren en verkeerskundige knelpunten op te lossen. Herinrichtingen gaan verder dan enkel het vervangen van verharding en omvatten vaak ook de riolering en de inrichting van de openbare ruimte. Enkele projecten zijn gericht op verkeersveiligheid, zoals de Beethovenlaan en de Sint Nicolaasweg. Voor de Beethovenlaan is € 400.000,- subsidie toegekend, omdat de weg wordt teruggebracht naar een 30 km-inrichting. Deze subsidie is echter maar geldig tot 2027.

Op de Sint Nicolaasweg zorgen de wegbreedte en onoverzichtelijke kruispunten voor gevaarlijke situaties die herinrichting noodzakelijk maken. Daarnaast worden herinrichtingen gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het Visrokersplein (samenhangend met de herontwikkeling van Lidl/Rabobank) en mogelijke toekomstige plannen voor de Cornelis Houtmanstraat en de Jan van Riebeeckstraat. Hier is budget voor gereserveerd, ook als uitvoering pas na 2030 plaatsvindt. Tot slot zijn er projecten die voortkomen uit verkeerskundige problematiek, zoals in de Oranjebuurt en de Mozartstraat. Hier spelen structurele knelpunten zoals parkeerdruk en verkeersafwikkeling, die gecombineerd worden aangepakt met geplande rioolvervangingen. Door deze investeringen samen te brengen met onderhoud kan efficiënt gewerkt worden en worden beleidsmatige en ruimtelijke ambities tegelijk gerealiseerd. Voor de periode 2026–2030 is in totaal € 14,5 miljoen nodig voor herinrichtingen, opwaarderen van wegen en rehabilitaties. Tot en met 2029 stond er voor in totaal al € 8,3 miljoen in de planning om uit te voeren. Dit geeft een tekort van € 6,2 miljoen. De verwachting is dat voor de jaren 2026 en 2027 het beschikbare budget voldoende is volgens de huidige planning. In de kadernota 2028 zal de afweging voorgelegd worden van deze € 6,2 miljoen.

5.4.4 Vervanging betonstraatsteen door straatbaksteen In hoofdstuk 6.3 "Visie op Toekomstige Ontwikkelingen" wordt de overstap naar gebakken straatbakstenen voor rijwegen in woonwijken uitgebreid beschreven als een kernonderdeel van onze duurzaamheidsambitie. De gemeente Bunschoten heeft deze intentie al eerder vastgelegd, onder meer in het collegebesluit van 21 februari 2013, met als doel betonstraatstenen bij grootschalige herstratingswerkzaamheden te vervangen door duurzamere gebakken stenen (dikformaat). Deze keuze wordt gedreven door de langere levensduur (minimaal 125 jaar), verbeterde verkeersveiligheid door blijvende stroefheid, en esthetische meerwaarde van gebakken materialen ten opzichte van beton, dat na circa 60 jaar vaak aan vervanging toe is. 28

Voor de periode 2026-2030 zijn de kosten voor deze transitie opnieuw berekend, rekening houdend met de veroudering van het wegennet en de gestegen marktprijzen sinds het vorige plan komen we op een bedrag van € 1.600.000,-. Het bedrag wordt over de periode 2026-2030 verdeeld in een jaarlijks budget van € 300.000-,. Deze bedragen zijn gebaseerd op een oppervlakte van circa 50.000 m² en omvat puur de extra kosten voor de aanschaf van gebakken stenen ten opzichte van betonstraatstenen, aangepast aan de inflatiestijging in de GWW-sector. Hoewel deze investering de kapitaallasten op korte termijn verhoogt, biedt het significante voordelen op lange termijn. De duurzaamheid van gebakken stenen verlaagt de frequentie van onderhoud en vervanging, wat structurele besparingen oplevert ten opzichte van beton. Daarnaast sluit deze aanpak aan bij onze bredere visie op een hoogwaardige, toekomstbestendige infrastructuur die zowel functioneel als visueel aantrekkelijk is. In de onderstaande figuur is weergegeven hoe het verschil in kosten tussen gebakken straatbakstenen en betonstraatstenen zich verhoudt. In dit geval is uitgegaan van 10.000 m².

Straatbakstenen versus betonstraatstenen € 3.000.000 € 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 €0

20

40

Kosten straatbaksteen

60

80

100

120

Kosten betonstraatsteen

Figuur 11 Kostenvergelijking straatbakstenen/betonstraatstenen

29

5.5 Noodzakelijke budgetten Om het wegenbeheer in de komende jaren op peil te houden, is inzicht in de benodigde en beschikbare financiële middelen van groot belang. In dit hoofdstuk worden de verwachte kosten per categorie toegelicht, inclusief de bijbehorende conclusies en aandachtspunten voor de komende jaren. De algemene verwachting is dat een deel van de kosten voor groot onderhoud en investeringen mogelijk iets verder in de tijd liggen dan nu wordt voorzien. Dit biedt ruimte om de budgetbehoefte jaarlijks opnieuw te wegen op basis van actuele inzichten en ontwikkelingen. Tabel 3 Jaarlijkse budgetten

Activiteit

Bedrag (2026)

Frequentie

Klein Onderhoud

€ 155.000

Jaarlijks

Groot Onderhoud

€ 765.000

Jaarlijks

Investeringen

€ 14.500.000

2026-2030

Gebakken Stenen

€ 300.000

Jaarlijks

Klein onderhoud Voor klein onderhoud is in 2026 een bedrag van € 155.000, - nodig. Het beschikbare budget komt uit op € 154.205, -. Dit sluit nagenoeg aan, waardoor geen aanvullende budgetverhoging nodig is. Groot onderhoud De jaarlijkse kosten voor groot onderhoud voor de periode 2026-2030 worden geraamd op gemiddeld € 1.100.000, -. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening van € 765.000, - is voldoende om tot 2030 de voorziening positief te houden, dit vanwege de huidige buffer die nog beschikbaar is. Tot en met 2031 is geen verhoging van het budget voorzien. Wel moet worden opgemerkt dat er op de middellange termijn, vanaf jaar 6 (2031) naar verwachting een tekort zal ontstaan. Dit wordt jaarlijks gemonitord, met een eerste toelichting in de jaarrekening van 2026, onder de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Indien nodig zal in de daaropvolgende kadernota voor de periode 2028–2031 een verzoek tot bijstelling worden gedaan. Investeringen Voor de periode 2026–2030 is voor investeringen een totaalbudget van € 14,5 miljoen nodig. In de huidige investeringsplanning zit nog € 8,3 miljoen. Deze evaluatie wordt jaarlijks meegenomen in de jaarrekening, voor het eerst in de jaarrekening 2026. De afweging over de extra investeringen vindt plaats bij de kadernota 2028-2031.

Gebakken straatmateriaal Voor het toepassen van gebakken straatmateriaal wordt jaarlijks een bedrag van € 300.000, - aangehouden. Hiermee wordt de beleidslijn, zoals die is ingezet in het vorige wegenbeheerplan voortgezet. De toenmalige structurele kosten bedroegen toen € 100.000,- per jaar. Mede door de stijgende gasprijs is dit benodigde bedrag verdrievoudigd. Dit verschil zal een apart beslispunt worden in het raadsvoorstel.

30

5.6 Middellange en lange termijn Het Wegenbeheerplan 2026–2030 biedt niet alleen een doorkijk voor de komende jaren, maar schetst ook een financieel kader na 2030. Uitgangspunt is een buurt-voor-buurt aanpak, waarbij werkzaamheden worden gebundeld. Dit levert voordelen op zoals efficiëntere uitvoering, minder overlast, betere afstemming met nutsbedrijven en een directe kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving. Op de middellange termijn (2031–2035) zijn hoge investeringen nodig in reconstructies van wegen uit de bouwperiode tot 1980, die hun levensduur naderen. Hierbij wordt gekozen voor gebakken klinkers, die duurzaam en klimaatbestendig zijn. Dit vraagt op korte termijn om hogere lasten, maar zorgt na 2045 voor lagere kosten, omdat groot onderhoud dan volstaat en nieuwe reconstructies nauwelijks meer nodig zijn. Zo blijft kwaliteitsniveau B (CROW) behouden, terwijl de structurele financiële druk afneemt. Een belangrijke maatregel binnen dit beleid is selectieve herstrating. In plaats van een volledige vervanging van de straat wordt gekeken naar de staat van afzonderlijke wegdelen. Vaak blijken niet alle delen van een straat tegelijk aan vervanging toe te zijn: sommige vakken zijn nog in goede conditie, terwijl andere al slijtage vertonen. Door alleen de slechte stukken aan te pakken, wordt materiaal bespaard en blijven goed functionerende delen langer in gebruik.

Dit levert meerdere voordelen op: • Financieel: de totale onderhoudslast wordt aanzienlijk lager. Omdat herbruikbare gebakken klinkers worden toegepast, zijn er nauwelijks nieuwe materialen nodig en liggen de arbeidskosten lager. Uitgangspunt is dat gemiddeld slechts 50% van de verharding daadwerkelijk vervangen hoeft te worden. • Duurzaamheid: door hergebruik van klinkers wordt de CO₂-voetafdruk van projecten sterk beperkt en sluiten de werkzaamheden beter aan bij circulaire ambities. • Levensduur: het wegdek blijft op kwaliteitsniveau B, maar door gerichte ingrepen wordt de levensduur per buurt optimaal benut. • Efficiëntie: door de buurt-voor-buurt aanpak kan dit selectieve onderhoud goed worden ingepland, met minimale hinder voor bewoners en bedrijven. Selectieve herstrating werkt niet goed bij een weg met betonklinkers van bijna 60 jaar oud, omdat het materiaal zelf zijn technische levensduur heeft bereikt. Betonklinkers uit die tijd zijn vaak poreus, bros en vertonen slijtage zoals rafelige randen, scheuren en blijvende verkleuring. Hergebruik levert daardoor geen duurzaam resultaat op: de oude klinkers breken snel bij uithalen en opnieuw leggen, waardoor veel vervangend materiaal nodig is. Bovendien zijn de maatvoering en kwaliteit van betonklinkers uit de jaren ’60 vaak afwijkend van de huidige normen.

Dit maakt ze lastig te combineren met nieuwe klinkers en zorgt voor ongelijkmatige verharding. Het gevolg is dat de weg sneller opnieuw onderhoud vraagt, waardoor de beoogde kostenbesparing en levensduurverlenging van selectieve herstrating verloren gaan. Voor asfaltwegen liggen de kosten tot circa 2040 hoog, door grootschalige rehabilitaties van wegen uit de jaren ’70 en ’80. Na 2040 dalen de lasten, omdat volstaan kan worden met lichtere ingrepen zoals het vervangen van de deklaag. Rond 2050–2060 volgt opnieuw een piek wanneer deze wegen opnieuw grootschalig onderhoud vergen. Door preventief onderhoud en het tijdig reserveren van middelen kan de gemeente deze pieken beter opvangen en blijft het wegennet duurzaam en toekomstbestendig.

31

5.7 Buurt voor buurt financiële toelichting De buurt-voor-buurt aanpak vormt het fundament van de uitvoeringsstrategie van het wegenbeheerplan 2026-2030, waarmee de gemeente Bunschoten onderhoud en reconstructies in woon- en verblijfsgebieden doelgericht en met minimale overlast aanpakt. Deze aanpak bundelt werkzaamheden per buurt, wat leidt tot kostenbesparingen, efficiënte uitvoering en verbeterde afstemming met nutsbedrijven en inwoners. Alle werkzaamheden in een buurt worden niet gelijktijdig uitgevoerd, maar in een logische, gefaseerde volgorde gepland. Als voorbeeld: De Componistenbuurt staat op de planning om gerenoveerd te worden in dit beheerplan. Dit betekent dat er een logische volgorde van projecten gehanteerd wordt: 1. 2. 3. 4.

Herinrichting Beethovenlaan Herinrichting Mozartstraat, Schubertstraat en Haydnplantsoen Renovatie Verdistraat en Bizetstraat Renovatie Straussweg en Von Weberlaan

Deze planning vereist nauwe afstemming met nutsbedrijven voor werkzaamheden aan kabels en leidingen, waardoor definitieve datums of jaartallen nog niet kunnen worden vastgelegd. Ter verduidelijking zijn in de meerjarenplanning de desbetreffende straatnamen per buurt opgenomen. Dit betekent echter niet dat alle straten in een buurt worden gerenoveerd. Een interne analyse, gebaseerd op de conditie van verhardingen en de vervangingsbehoefte per wijk, bepaalt de specifieke opgave. Op basis hiervan is een financiële raming opgesteld, verdeeld over drie hoofdcategorieën: groot onderhoud, investeringen in gebakken straatbakstenen, en herinrichtingsprojecten. Groot onderhoud omvat reconstructies van verhardingen, met name uit de bouwperiode tot 1980, om CROW-kwaliteitsniveau B te waarborgen. Investeringen in gebakken straatbakstenen wat toekomstige onderhoudskosten aanzienlijk verlaagt en de buurt esthetisch aantrekkelijker maakt. Herinrichtingsprojecten richten zich op het verbeteren van de functionaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en klimaatbestendigheid van wijken, zoals het aanpassen van groenvoorzieningen of waterafvoer.

5.8 Evaluatie Het Wegenbeheerplan 2026-2030 is een ambitieus plan dat streeft naar een duurzame en efficiënte uitvoering van onderhoud en reconstructies op een buurtgerichte wijze. Gezien de omvangrijke opgave, is het cruciaal om de voortgang en uitvoeringscapaciteit tijdig te toetsen. Daarom wordt eind 2026 een tussentijdse evaluatie uitgevoerd, gericht op twee kernaspecten: de voortgang van de projecten en de capaciteit van team Beheer en Realisatie Openbare Ruimte (BROR). De evaluatie beoordeelt of de onderhouds- en reconstructieprojecten volgens de geplande prioriteiten en tijdslijnen verlopen, rekening houdend met externe factoren. De bevindingen worden vastgelegd in een rapportage, die in het voorjaar 2027 gereed is. Een samenvatting hiervan krijgt in de jaarrekening 2026 in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen een plek. Deze transparante verantwoording biedt inzicht in de voortgang en eventuele knelpunten, zodat het plan op koers blijft en de gestelde doelen worden gerealiseerd.

5.9 Concluderend Dit wegenbeheerplan presenteert een financieel robuust kader voor 2026-2030 en een doorkijk naar de middellange en lange termijn. De geraamde kosten zijn cyclisch en worden tweejaarlijks geactualiseerd via inspecties en afstemming met andere disciplines. Dit plan biedt een evenwichtige aanpak, waarin korte-termijnkosten worden afgewogen tegen langetermijnvoordelen, en vormt een solide basis voor een toekomstbestendig wegennet. 32

Bijlage 1 Begrippenlijst Begrip

Omschrijving

Basisplanning

Planning en begroting waarbij onderhoudsmaatregelen op basis van een globale visuele weginspectie zijn gepland (overeenkomstig de technische noodzaak).

Beheer

Systematisch plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn een object blijvend zijn functie te laten vervullen.

Beheersysteem Beleidsthema Budget Budgetplanning en – begroting C.R.O.W.

Cyclische beheerkosten

Gemuteerde basisplanning Groot onderhoud Kapitaalvernietiging Klein onderhoud Korte termijnplanning

Het geheel van gegevensinwinning en bewerking om te komen tot een meerjarenplanning en begroting. Thema dat van belang is voor het beleid ten aanzien van de kwaliteit van de verharding. Thema hierbij zijn veiligheid, duurzaamheid, het comfort en het aanzien). De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het beheer en onderhoud van de wegen. Planning en begroting, waarbij onderhoudsmaatregelen zijn verschoven als gevolg van opgelegd budget of gestelde prioriteiten C.R.O.W. is de afkorting voor ‘stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de grond-, Water- en wegenbouw en verkeerstechniek’. In deze stichting hebben onder andere vertegenwoordigers van gemeente, Provincie en Rijk en onafhankelijke advies-bureaus zitting. De gemiddelde jaarlijkse kosten voor het beheer van weginfrastructuur op basis van zijn inrichting of functie. CROW heeft hiervoor een kostensystematiek ontwikkeld in publicatie 145. In deze cyclische beheerkosten worden ook de kosten voor vervanging bij een volledige reconstructie meegenomen. Onderhoudsplanning waarbij de basisplanning is afgestemd op de gemeentelijke situatie en vervolgens is gemuteerd. Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een groot gedeelte van het oppervlak van een wegvak planmatig worden uitgevoerd, met als doel de verharding weer aan de richtlijnen te laten voldoen.

Verschil tussen de kosten van uitgesteld onderhoud en kosten van tijdig onderhoud (bij asfaltverhardingen). Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een beperkt gedeelte van het wegvak worden uitgevoerd. De maatregelen zijn deels preventief en deels bedoeld om de verharding in goede staat te houden.

Middellange termijnplanning

Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 1-2 jaar. Mate waarin een verharding voldoet aan de gestelde (technische) richtlijnen of (functionele) doelstellingen. Aanduiding van de kwaliteit van de verharding, uitgedrukt in de termen Voldoende, Matig en Onvoldoende. Planning voor de periode van meer dan 5 jaar. Verwachte levensduur van een object, berekend tot het moment waarop een onderhoudsrichtlijn wordt overschreden. Groep van gelijksoortige onderhoudsmaatregelen. Beoordeling van de door het systeem gegenereerde maatregel en planjaar, daarbij vindt ook afstemming met andere plannen en beleidsambities. Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 3-5 jaar.

Planjaar

Jaar waarin een onderhoudsmaatregel wordt gepland.

Kwaliteit Kwaliteitsniveau Lange termijnplanning Levensduur Maatregelgroep Maatregeltoets

33

Rehabilitatie van de weg Restlevensduur Richtlijn Verhardingstype Verhardingssoort

Visuele inspectie

Waarschuwingsgrens Wegtype Wegvak

Maatregelen om de kwaliteit van de verharding weer op het gewenste niveau te brengen zonder de inrichting van de weg aan te passen, en waarbij de levensduur wordt verlengd (begrippenlijst BBV). Verwachte levensduur van een verharding vanaf het moment van beoordeling tot het moment waarop de norm wordt overschreden. Waarde van een schade waarbij binnen 1 tot 2 jaar onderhoud noodzakelijk is. Groep van gelijksoortige wegverhardingen; er wordt onderscheid gemaakt in de verhardingstypen asfalt, elementen en cementbeton. Onderverdeling binnen een verhardingstype (asfalt, elementen of cementbeton). Bij een visuele weginspectie worden de zichtbare schades van een wegen beoordeeld en eenduidig vastgelegd. De weg wordt op technische gronden bekeken en de schades worden in kwalitatieve en kwantitatieve zin, dat wil zeggen naar ernst en omvang, beoordeeld. De resultaten van de objectieve beoordeling geven een beeld van de conditie van de weg. Waarde van een schade waarbij binnen 3 tot 5 jaar onderhoud noodzakelijk is. Benaming voor een weg met bepaalde kenmerken, die een aanduiding kunnen zijn voor de functie, het gebruik of het beheer van de weg. Gedeelte van een weg, fietspad of voetpad, dat in lengterichting wordt begrensd.

34

Bijlage 2 Beeldkwaliteit Inleiding De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018, CROW-publicatie 380, is de basis voor het opstellen van de onderhoudscontracten en -bestekken én voor het vergelijken van de kwaliteit van de openbare ruimte met de afgesproken kwaliteitsdoelen. In de gemeente Bunschoten is nog geen keuze gemaakt voor alle structuurelementen: in deze rapportage is uitgegaan van het basisniveau: kwaliteitsniveau B. Relatie kwaliteitsniveaus Kwaliteitsniveau

Omschrijving

Indicatie kwaliteit

Relatie met wegbeheer

A+

Zeer hoog

Nagenoeg ongeschonden

Er is geen schade

A

Hoog

Mooi en comfortabel

B

Basis

C

Laag

D

Zeer laag

Er is enige schade, maar de waarschuwingsgrens is niet overschreden Functioneel De waarschuwingsgrens is overschreden: er is klein onderhoud nodig of indien dit niet wordt uitgevoerd is binnen vijf jaar groot onderhoud nodig Onrustig beeld, discomfort ofDe richtlijn is overschreden: er is binnen enige vorm van hinder twee jaar groot onderhoud nodig Kapitaalvernietiging, De richtlijn is meer dan één klasse uitlokking van vernieling,overschreden: er is direct groot functieverlies, juridischeonderhoud nodig aansprakelijkheid of sociale onveiligheid

In onderstaande tabel is naast een omschrijving en relatie tot het kwaliteitsniveau uit de CROWpublicaties ook een indicatie gegeven ten aanzien van de consequenties voor de beleidsthema’s.

35

Relatie kwaliteitsniveau en consequenties Doelstelling Kwaliteitsniveau A+ A B C/D Veiligheid Kans op ongevallenKans op ongevallenKans op ongevallenKans op ongevallen geminimaliseerd klein klein neemt toe Bereikbaarheid Uitstekende Goede Bereikbaarheid nietBereikbaarheid bereikbaarheid bereikbaarheid in het geding beperkt Comfort Zeer comfortabel Comfortabel Redelijk Minder comfortabel comfortabel Aanzien Zeer verzorgdeVerzorgde Redelijk verzorgdeSlechte uitstraling uitstraling uitstraling uitstraling Leefbaarheid Leefbaarheid Leefbaarheid goed Leefbaarheid niet inLeefbaarheid uitstekend het geding beperkt Milieu Belasting op milieuBelasting op milieuBelasting op milieuBelasting op milieu zo beperkt mogelijklager dan wettelijkeconform wettelijke eisen eisen Kwaliteitsniveau B Vooralsnog is uitgegaan van kwaliteitsniveau B is, de beheerkosten in dit plan zijn op kwaliteitsniveau B doorgerekend. Bij kwaliteitsniveau B wordt onderhoud precies op het juiste moment uitgevoerd en vindt er geen In de catalogus van CROW-publicatie 380 worden schaalbalken benoemd. Iedere schaalbalk beschrijft in vijf verschillende kwaliteitsniveaus de voorkomende kwaliteit van een specifiek kwaliteitscriterium van een object. Een schaalbalk bestaat uit vijf foto’s, beschrijvingen van het criterium en meetbare normen.

Onderstaande figuur geeft een voorbeeld van deze schaalbalken met een beschrijving van het criterium, zoals opgenomen in CROW-publicatie 380.

Voorbeeld schaalbalk CROW publicatie 380

36

Bijlage 3 Wetgeving en richtlijnen Inleiding Heel algemeen wordt wegbeheer als volgt gedefinieerd: Wegbeheer is het op systematische wijze plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn dat de weg zijn bestaande functie kan blijven vervullen. De bestaande functie van de weg kan worden gedefinieerd als het zo vlot, veilig en comfortabel (voor weggebruiker én wegomgeving) mogelijk verwerken van het verkeersaanbod. In de wet- en regelgeving en de richtlijnen betreffende beheer en onderhoud wegen is de afgelopen jaren feitelijk weinig gewijzigd. Dit heeft daarmee ook niet geleid tot wezenlijke wijzigingen in het beleid en beheer van de wegen binnen de gemeente. Wegenwet In de wegenwet staat dat de gemeente zorgplicht heeft om de openbare weg te beheren en te onderhouden. Dit betekent dat hij moet optreden als een goed rentmeester (het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd moet in stand blijven door het tijdig plegen van onderhoud). Wegenverkeerswet De wegenverkeerswet verwacht dat de wegbeheerder maatregelen treft die de veiligheid van de weggebruiker en het functionele gebruik van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hier dan vooral om functioneel beheer.

Nieuw burgerlijk wetboek In het nieuw burgerlijk wetboek staat dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade die weggebruikers oplopen als gevolg van onveilige situaties. De beheerder moet niet alleen kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de wegbeheerder te beperken, ook moet hij aantonen dat hij structureel aan monitoren en onderhoud doet. De beheerder kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties en een goed wegbeheerssysteem onmisbaar zijn. De wettelijke aansprakelijkheid kan worden onderverdeeld in twee hoofdvormen: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 BW regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen.

Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep te doen op de ‘tenzij clausule’. De tenzij clausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden

37

Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg) kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW, geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Zowel bij de risicoaansprakelijkheid als schuldaansprakelijkheid kan eigen schuld van de weggebruiker de schadevergoedingsplicht van de wegbeheerder verminderen. Geconcludeerd kan worden dat de bepalingen uit het nieuwe Burgerlijk Wetboek over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder niet zijn toegespitst op specifieke gevallen. In de rechtspraak wordt nader bepaald op welke wijze de wettelijke bepalingen worden toegepast.

De wegbeheerder kan de kans op claims verkleinen door een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces na te leven. De nadelige gevolgen van claims verminderen door een goed functionerend klachtenbehandelingsproces. De gemeente Bunschoten kan als wegbeheerder juridisch aansprakelijk worden gesteld als er schade is door onvolledig beheer. Wet milieubeheer (Besluit bodemkwaliteit) Deze wet heeft niet zozeer invloed op de wegen als functie voor de weggebruiker, maar op de toe te passen materialen bij uitvoering van onderhoud en bij vrijkomende materialen bij die uitvoering. In het verleden zijn in Nederland diverse materialen in de wegenbouw toegepast die tegenwoordig vanuit milieuperspectief zijn verboden, bijvoorbeeld teerhoudend asfalt. Richtlijnen Naast de wettelijk vastgelegde aspecten met betrekking tot beheer en onderhoud wegen zijn er diverse richtlijnen. De richtlijnen worden voornamelijk opgesteld door CROW; de kennisorganisatie op het gebied van wegen en verkeer. CROW doet diverse studies naar allerlei onderwerpen binnen het vakgebied. De resultaten van dergelijke onderzoeken worden beschreven in de door het CROW uitgegeven publicaties. Ook over beheer en onderhoud van wegen zijn veel onderzoeken uitgevoerd. De meest relevante voor beheer en onderhoud wegen is vastgelegd in de publicatie ‘Wegbeheer 2011’, uitgegeven 19 december 2011.

In deze publicatie is beschreven hoe om te gaan met het beheer en onderhoud van wegen. De inspectiemethodiek is beschreven in de CROW-publicaties 146 a en b. In deze publicatie is de beoordeling van de mogelijke schades in hoge mate gestandaardiseerd met beschrijvingen, normstellingen (ernst en omvang) en waardering aan de hand van een beoordelingscijfer variërend van 1 (goed) tot 5 (zeer slecht). Hierdoor is het mogelijk een objectief beeld te vormen van de kwaliteit van de verhardingen. Een (jaarlijkse) globale inspectie heeft tot doel om de gemeente inzicht te verschaffen in de onderhoudstoestand van het te beheren areaal. Aan de hand van de onderhoudstoestand wordt de benodigde maatregelen en het benodigde onderhoudsbudget voor de eerstkomende 5 jaar bepaald. Deze beheersystematiek is beschreven in CROW-publicatie 147.

38

Bij de globale inspectie worden per wegvak en per inspectiestrook (rijbaan, fietspad, voetpad, etc.) de ernst en omvang bepaald voor de volgende schade-groepen: - Textuur - Vlakheid - Samenhang Bij het globaal inspecteren wordt klein onderhoud (gaten, dwarsscheuren, een enkele ernstige oneffenheid, etc.) apart genoteerd en niet betrokken bij het kwaliteitsoordeel van het wegvakonderdeel. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat dit klein onderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Is dit niet het geval, dan zal bij de volgende inspectie een toegenomen aantal kleine schades niet meer als klein onderhoud kunnen worden beschouwd en derhalve van invloed zijn op de kwaliteit van het wegvakonderdeel. Volgens de CROW-systematiek moet na een uitgevoerde inspectie een maatregeltoets uitgevoerd worden. De maatregeltoets is bedoeld om de planning van een maatregel voor de korte termijn te verbeteren. De maatregeltoets houdt in dat de beheerder in het veld controleert of de voorgestelde maatregelen adequaat zijn en of deze zo nodig gecorrigeerd dienen te worden. Hierbij is het denken aan het vaststellen van het planjaar, het soort maatregel en de omvang van deze maatregel. Belangrijk hierbij zijn ook de onderlinge afstemming met andere wegvakonderdelen en wegvakken en de afstemming met andere plannen / disciplines.

De planning en bijbehorende begroting die na de maatregeltoets ontstaat wordt de gemuteerde basisplanning genoemd. Deze planning is de basis van voorliggend beheerplan. De benodigde budgetten zijn hierop gebaseerd.

39

Bijlage 4 Wegtypen per gebruiksfunctie In onderstaande figuur zijn de verschillende wegtypen per gebruiksfunctie weergegeven.

40

Bijlage 5 Wijkoverzichtskaart Eemdijk is wijk N met een gemiddeld aanlegjaar van 2001.

41

Bijlage 6 Stand van de voorziening Groot onderhoud Wegen Jaar Stand van de voorziening 01-01 2025 € 1.813.500 2026 € 1.962.500 2027 € 2.555.500 2028 € 2.801.500 2029 € 541.500 2030 € 798.500 2031 € 465.500 2032 € -183.500 2033 € -242.500 2034 € -629.500 2035 € -1.715.500 2036 € -2.098.500 2037 € -2.829.500 2038 € -3.822.500 2039 € -3.888.500 2040 € -3.404.500 2041 € -4.239.500 2042 € -4.834.500 2043 € -5.106.500 2044 € -6.692.500 2045 € -6.825.500 2046 € -7.640.500 2047 € -8.173.500 2048 € -9.083.500 2049 € -10.562.500

Dotatie € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000 € 765.000

Onttrekking € 616.000 € 172.000 € 519.000 € 3.025.000 € 508.000 € 1.098.000 € 1.414.000 € 824.000 € 1.152.000 € 1.851.000 € 1.148.000 € 1.496.000 € 1.758.000 € 831.000 € 281.000 € 1.600.000 € 1.360.000 € 1.037.000 € 2.351.000 € 898.000 € 1.580.000 € 1.298.000 € 1.675.000 € 2.244.000 € 964.000

Stand van de voorziening 31-12 € 1.962.500 € 2.555.500 € 2.801.500 € 541.500 € 798.500 € 465.500 € -183.500 € -242.500 € -629.500 € -1.715.500 € -2.098.500 € -2.829.500 € -3.822.500 € -3.888.500 € -3.404.500 € -4.239.500 € -4.834.500 € -5.106.500 € -6.692.500 € -6.825.500 € -7.640.500 € -8.173.500 € -9.083.500 € -10.562.500 € -10.761.500

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16112897/1