CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

VTH beleid gemeente Bunschoten - definitief - oktober 2022 2.0.pdf

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: 1173435 - Beleidsactualisatie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) fysieke domein21.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VTH – Beleid 2023-2027 Gemeente Bunschoten

projectnummer 0462159.100 oktober 2022

VTH-beleid gemeente Bunschoten projectnummer 0462159.100 definitief 24 oktober 2022

Auteurs R. Forkink L. Fiscalini N. Zijderveld J. van den Bosch

Opdrachtgever Gemeente Bunschoten Stadsspui 1 3752 CL Bunschoten-Spakenburg

datum 24 oktober 2022

beschrijving VTH-beleid gemeente Bunschoten 2023-2027

vrijgave R. Forkink

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

4

Hoe willen we onze doelen bereiken?

26

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Waarom nieuw VTH-beleid? Wettelijk verplicht Positionering en reikwijdte van het VTH-beleid Voor wie is dit beleid bedoeld? Verantwoording van dit beleid Leeswijzer

3 3 4 5 5 6

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Uitvoeringsstrategieën Preventieve strategie Strategie vergunningverlening Toezichtstrategie Handhavingsstrategie Gedoogstrategie Sturing en strategie per taakveld

26 27 28 30 32 35 36

2

Wat willen we bereiken?

8

2.1 2.2 2.1 2.2

Missie voor VTH Visie op VTH VTH doelen Uitgangspunten bij onze manier van werken

8 9 9 10

5

Monitoring, evaluatie en rapportage

48

5.1 5.2 5.3 5.4

Samenwerking en afstemming rondom VTH Monitoring Evaluatie en rapportage Uitvoeringsprogramma

48 48 50 50

3

Gebieds- en risicoanalyse

12

3.1 3.2 3.3

Gebiedsanalyse Trends en ontwikkelingen (probleemanalyse) Wat doen we met de aandachtspunten uit de gebieds- en probleemanalyse? Risicoanalyse VTH en risicosystematiek Risicoanalyse Openbare ruimte en veiligheid Risicoanalyse milieu Risicoanalyse brandveilig gebruik Duiding uitkomsten risicoanalyse Prioriteiten

13 16

3.4

3.5 3.6

19 19 22 23 23 24 24

Bijlagen: I – Wettelijk kader II - Risicomatrixen gemeente III - Risicomatrix Milieu (RUD) IV Risicomatrix Brandveiligheid (VRU) V Toetsings- en toezichtstrategieën VI Landelijke Handhaving Strategie VII – Samenwerkingspartners VTH VIII - Evaluatie Verbeterpunten IBT

i iii viii xvii xviii xxiii xxv xxvii

1. Inleiding

1 Inleiding 1.1 Waarom nieuw VTH-beleid?

1.2 Wettelijk verplicht Het is daarnaast wettelijk verplicht om VTH-beleid op te stellen. Met dit beleid willen we dus aansluiten bij het omgevingsrecht. We geven met dit beleid ook invulling aan bij de bovenste cyclus van de zogenoemde BIG 8 cyclus. Deze cyclus is landelijk de norm voor het borgen van de kwaliteit van de VTH-taken.

Om de inrichting van onze leefomgeving in goede banen te leiden, moet elke gemeente beleid hebben voor de uitvoering van taken vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Gemeente Bunschoten wil met dit beleid richting geven aan het professioneel, integraal en structureel werken aan de VTH taken. Het VTH-beleid is bedoeld om inzicht te geven in de keuzes die wij maken als het gaat om de VTH-taken. We kunnen namelijk niet alle VTH taken die op onze gemeente afkomen uitvoeren. Daarom werken we met op risico’s gebaseerde prioriteiten. Deze prioriteiten geven richting aan de taken die we uitvoeren.

De onderste cyclus van de BIG 8 komt terug in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen die wij maken. Hierin beschrijven we wat we precies gaan doen om de doelen te halen, en waar we nog moeten bijsturen. Meer over de BIG 8 en het wettelijk kader leggen we uit in bijlage I.

Het oude VTH beleid, uit 2017, was verouderd. Daarom geven we in dit beleid een nieuwe visie weer en stellen we in dit beleid nieuwe doelen, principes en strategieën vast. De gemeente sluit met dit nieuwe beleid direct ook aan bij het regionale VTH beleid voor het onderwerp Milieu, dat eerder in 2022 is vastgesteld. Een andere directe aanleiding voor de actualisatie van het beleid is ook de komst van de Omgevingswet, naar verwachting per 1 januari 2023. Het nieuwe beleid dient te voldoen aan de eisen van het nieuwe stelsel dat met de komst van de Omgevingswet wordt geïntroduceerd. Met dit beleid legt de gemeente de grondslag voor een goede uitvoeringskwaliteit van de taken op het gebied van VTH in de komende vier jaar.

3

1.3 Positionering en reikwijdte van het VTH-beleid

Risicoanalyse en prioritering VTH taken evaluatie

De grondslag voor het VTH-beleid bestaat niet alleen uit wet- en regelgeving, maar ook uit de bestaande beleidscontext. In de omgevingsvisie, waar op dit moment nog aan gewerkt wordt, worden de ambities, doelen en prioriteiten voor de fysieke leefomgeving vastgelegd. Dit beleid werkt door in verordeningen en het omgevingsplan (nu nog bestemmingsplannen). Al dit beleid en deze regels hebben een direct raakvlak met het VTH-beleid. In dit beleid zoeken we daarom op strategisch niveau aansluiting bij de andere beleidsstukken en regels die de gemeente heeft. De opbouw van dit VTH-beleid kent als gevolg een opzet waarin we werken van strategisch naar operationeel niveau. Zoals te zien is op de afbeelding hiernaast is die manier van werken vertaald naar de drie onderdelen waaruit het VTH-beleid bestaat: een bestuurlijk kader, een sturingsstijl en strategie van werken, en een uitwerking van de uitvoering. Dit VTH-beleid richt zich op de bovenste twee lagen van de driehoek. Uit dit VTH-beleid vloeit jaarlijks een jaarverslag en uitvoeringsprogramma voort, en die zijn dus onderdeel van de derde laag gericht op uitvoering. De hierboven beschreven opbouw past bij de beleidscyclus die met de komst van de Omgevingswet wordt geïntroduceerd.

Dit beleidsplan legt namelijk de grondslag onder een goede doorwerking van monitoring en evaluatie van de VTH-uitvoeringspraktijk naar de evaluatie en eventuele bijstelling van het instrumentarium van de Omgevingswet.

•

Bestuurlijk kader

Sturingsstijl en strategie

• • • •

Sturingsstijl Toetsingsstrategie Toezichtstrategie Handhavingsstrategie (LHS)

• • • Uitvoering

4

• • •

Maatschappelijk doel Omgevingswet Doelen VTH Visie VTH Leidende principes

Jaarverslag Uitvoeringsprogramma Monitoring en evaluatie

Dit beleid richt zich daarbij op de volgende taakvelden:

1.4 Voor wie is dit beleid bedoeld? Met dit beleid willen we aan inwoners en bedrijven duidelijkheid geven over welke keuzes we maken op het gebied van VTH. Zo geven wij met dit beleid aan op welke aspecten we letten als we een vergunning in behandeling nemen, en hoe we omgaan met overtredingen van de regels. Op die manier weten inwoners en bedrijven waar zij aan toe zijn als ze iets willen bouwen of ondernemen.

Bouwen Bij het (ver)bouwen en slopen van bouwwerken

Ruimtelijke Ordening Voor een goede toedeling van functies aan locaties en het tegengaan van illegale situaties

Daarnaast is dit VTH-beleid ook bedoeld voor onze eigen organisatie. De keuzes die we maken hebben impact op de manier waarop we onze taken uitvoeren, hoeveel mensen we nodig hebben en hoeveel geld het kost. Ook maakt dit beleid duidelijk aan welke onderwerpen we komende jaren nog extra aandacht moeten geven. Dit beleid helpt ons onze taken goed uit te voeren.

Bestaand gebruik bouwwerken Voor bouwwerken die al bestaan

Brandveilig gebruik Voor bouwwerken die al bestaan

1.5 Verantwoording van dit beleid De nota is tot stand gekomen met inbreng van de bij vergunningverlening, toezicht en handhaving betrokken bestuurders en medewerkers (beleidsmedewerkers, toezichthouders, handhavers en management). Daarnaast is het beleid met betrekking tot de milieutaken gebaseerd op het beleid zoals regionaal is vastgesteld in samenwerking met de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD).

Milieu Over geluid, lucht, bodem en andere milieuzaken

Openbare ruimte en veiligheid Over evenementen en de APV

De twee voorheen gebruikte VTH-beleidskaders (Nota Integrale Handhaving Fysiek Domein 2017-2020 en VTH-beleidsplan milieu 2017-2020) hebben tevens als input gediend voor dit nieuwe VTHbeleid. Daarnaast zijn de diverse aanbevelingen van het Interbestuurlijk Provinciaal Toezicht (IBT) van de provincie geïntegreerd in voorliggend beleid. Zie hiervoor bijlage VIII.

Vanwege de Omgevingswet is het taakveld Openbare ruimte en veiligheid voor het eerst in het VTH-beleid opgenomen. We werken de komende jaren aan een integrale koppeling tussen dit taakveld en de andere taakvelden. Een aantal van deze taakvelden is belegd bij uitvoeringsorganisaties. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5. 5

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 vertalen we de vaststellingen van hoofdstuk 1 naar bestuurlijke keuzes. We bepalen onze visie en beschrijven onze doelen en uitgangspunten. De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat is: wat willen we aan het einde van de looptijd van dit beleid hebben bereikt? Hoofdstuk 3 bevat drie onderwerpen. Allereerst een beschrijving op hoofdlijnen van de gebiedskenmerken. Vervolgens wordt ingegaan op de voor het gebied belangrijkste trends en ontwikkelingen. Het derde onderwerp betreft de beschrijving van de risico’s en aandachtspunten voor de komende jaren. Daarmee scheppen we in dit hoofdstuk de basis voor de daaropvolgende hoofdstukken Aansluitend werken we de bestuurlijke keuzes in hoofdstuk 4 verder uit. We beschrijven de verschillende uitvoeringsstrategieën en geven een beschrijving van de prioriteiten en aandachtspunten per taakveld. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de uitvoering. Dit betreft de aanpak van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s, de invulling van de samenwerking met diverse ketenpartners, gaat in op organisatie en werkwijze en legt de grondslag voor monitoring en evaluatie.

6

2. Wat willen we bereiken? 7

2 Wat willen we bereiken? In dit hoofdstuk beschrijven we onze missie en visie voor de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze missie en visie zijn de basis voor alles wat we doen bij de uitvoering van VTH. We hebben de missie en visie daarom vertaald naar VTH doelen en uitgangspunten voor onze manier van werken.

2.1 Missie voor VTH Vergunningverlening, toezicht en handhaving is een middel om te werken aan de opgaven die spelen in onze gemeente. Maar het doelmatig inzetten van vergunningverlening, toezicht en handhaving dient ook nog een ander doel. De VTH-missie gaat over waar wij voor staan. Maatschappelijk doel Omgevingswet (artikel 1.6) Wij vinden het namelijk belangrijk dat we ons VTH-beleid inzetten met het oog op duurzame ontwikkeling en de bewoonbaarheid van de gemeente. We willen daarom het leefmilieu beschermen en verbeteren. Het bereiken van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is de opgave. We vinden het belangrijk om hier samen met inwoners en bedrijven aan te werken. De uitvoering van onze VTH-taken vinden plaats vanuit de overtuiging dat een goede naleving van wet- en regelgeving bijdraagt aan deze missie. Deze begrippen komen ook terug in het maatschappelijk doel van de Omgevingswet (zie hier rechts). Het maatschappelijk doel van de Omgevingswet is ook verweven in onze omgevingsvisie. Omdat de omgevingsvisie doorwerkt naar dit VTH-beleid hebben we het maatschappelijk doel daarom ook in onze missie geïntegreerd. Verder hebben we onze missie en visie aan laten sluiten op onze eerdere missie en visie in oud beleid.

8

2.2 Visie op VTH In hoofdstuk 4 gaan we in op de doelen die we stellen per taakveld. Deze doelen komen voort uit de gebieds- en risicoanalyse die we in hoofdstuk 3 beschrijven. Voor elk van de thematische doelen geven we aan hoe die bijdragen aan de strategische doelen zoals die hiernaast zijn beschreven.

In onze VTH-visie beschrijven we hoe we tegen onze VTH-taken en onze rol aankijken. ‘Iedereen is verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Bunschoten streeft er daarom naar samen te werken aan een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. We willen daarom een goed naleefgedrag en omgevingsbewustzijn bij inwoners en bedrijven stimuleren. Dit doen we door mee te denken en transparant en duidelijk te zijn in onze taakuitvoering rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. We sturen met de inzet van ons VTH-instrumentarium op voorkomen en beperken van omgevingsrisico’s.’

Veiligheid De inwoners van Bunschoten leven in een veilige woon- en/of werkomgeving. Gezondheid Gemeente Bunschoten heeft een gezonde leefomgeving.

Wat we verstaan onder een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame leefomgeving, komt te staan in onze omgevingsvisie. Deze is nagenoeg gereed en zal in het voorjaar van 2023 worden vastgesteld door de gemeenteraad.

2.1

Omgevingskwaliteit Wij willen een goede omgevingskwaliteit bereiken, met behoud en bevordering van natuur- en cultuurhistorische waarden.

VTH doelen De missie en visie hebben we vertaald in strategische doelen (zie hiernaast). De doelen gaan over onze dienstverlening en houding richting initiatiefnemers en over wat we graag willen bereiken in de leefomgeving, en sluiten aan bij onze visie.

Duurzaamheid Wij willen bijdragen aan een duurzame leefomgeving en kijken daarom door die bril naar onze VTH-activiteiten.

De doelen werken we nader uit in ons uitvoeringsprogramma’s. Daarin worden ook concrete acties benoemd om te werken aan de doelen, en waar mogelijk worden in de uitvoeringsprogramma’s de doelen gekoppeld aan prestatie-indicatoren, zodat we kunnen meten of we onze doelen halen.

Samen werken aan de fysieke leefomgeving Wij willen het bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven vergroten en zo ook de naleving van de regels bevorderen. Dienstverlening Wij willen een dienstbare en betrokken gemeente zijn, die meedenkt met haar inwoners en die duidelijkheid en handelingsperspectief kan bieden over wat wel of niet kan. 9

2.2 Uitgangspunten bij onze manier van werken Wij vinden het belangrijk om bij te dragen aan de doelen die we in de vorige paragraaf hebben gesteld. Dat heeft invloed op onze manier van werken. In deze paragraaf beschrijven we daarom hoe wij omgaan met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze uitgangspunten zijn leidend bij het behandelen van aanvragen en meldingen, bij het uitvoeren van inspecties en bij het handhavend optreden. De uitgangspunten zijn hieronder weergegeven. We maken deze uitgangspunten concreet in onze uitvoeringsstrategieën in hoofdstuk 4.

➢

VTH-taken geen zijn doelen op zich. De gemeente is er voor de samenleving. Vergunningen verlenen en handhaven zijn voor ons geen doelen op zich, maar leveren een bijdrage aan de met de wet- en regelgeving beoogde effecten.. Vergunningverlening en handhaving zijn daarmee instrumenten die bijdragen aan de visie en onderliggende doelen van de gemeente.

➢ Voorkomen is beter dan genezen. Preventie verdient de voorkeur boven repressie. Ons handelen is erop gericht repressieve handhaving te voorkomen en (spontane) naleving van de regels te bevorderen. Hierbij verliezen wij niet uit het oog dat repressief handhaven soms nodig is en dan zullen we niet aarzelen op te treden.

➢

Maatschappelijke opgaven staan voorop. Niet de bureaucratische werkelijkheid, maar de opgaven waar de samenleving mee te maken heeft staan centraal bij de uitvoering van onze toezicht- en handhavingstaken. De gemeente heeft een vangnetfunctie om excessen tegen te gaan en om op een doelmatige wijze toe te zien of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen.

➢ We gaan uit van vertrouwen in inwoners en ondernemers. De primaire verantwoordelijkheid voor de naleving van regels en vergunningsvoorwaarden ligt bij burgers en bedrijven dan wel de partijen die namens hen optreden. We vertrouwen erop en verwachten van hen dat ze hierin nadrukkelijk hun eigen verantwoordelijkheid nemen. We wijzen hen hierop indien het niet (voldoende) gebeurt.

➢

We zijn een deskundige en dienstverlenende organisatie. Wij streven naar het zo snel mogelijk behandelen van vergunningen en meldingen, en beperken ons in ieder geval zo veel mogelijk in het overschrijden van de wettelijke afhandelingstermijnen. We werken zorgvuldig. We weten niet alleen de regels maar ook het doel achter de regels. We communiceren duidelijk over verwachtingen en we hebben gevoel voor de praktijk van de onder toezicht gestelde.

➢ Prioriteiten sturen inspanning. We willen en kunnen vanwege beperkte capaciteit niet overal en altijd op de naleving van alle regels toezien. We hanteren selectief toezicht en werken risicogestuurd. Dit uit zich in verschillende niveaus van toetsing bij vergunningverlening en een daarop afgestemd niveau van toezicht. Ook betekent dit dat wij geselecteerde prioriteiten met voorrang oppakken en sommige problemen niet of niet direct aanpakken.

➢

Gelijke monniken, gelijke kappen. We willen precedentwerking voorkomen. Iedereen kan op dezelfde behandeling rekenen. Hiermee bieden we rechtszekerheid. Keuzes worden inzichtelijk teruggekoppeld aan inwoners en bedrijven. We volgen hierbij onze beleidskaders en deze uitgangspunten.

➢ Één overheid. De gemeente wil als overheid met één gezicht optreden. Daarom is samenwerking tussen toezichthouders essentieel. Voor toezicht en handhaving werken we samen met andere bevoegd gezagen, zoals de provincie en het waterschap, en met ketenpartners zoals de RUD en de VRU. Hierover communiceren we duidelijk met initiatiefnemers.

10

3. Gebieds- en risicoanalyse 11

3 Gebieds- en risicoanalyse Om een goed beeld te krijgen van de opgaven op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten we eerst analyseren wat voor gebied onze gemeente is en wat er op ons af komt. Dit hoofdstuk geeft daarom eerst een overzicht van verschillende onderdelen van de leefomgeving. We kijken naar: • • • • • • • •

De algemene beschrijving van de gemeente Het type gebouwen in de gemeente Natuur en landschap Soorten bedrijven Erfgoed en archeologie Evenementen Kwaliteit van de leefomgeving Openbare ruimte

Op elk van deze thema’s bekijken we wat de algemene kenmerken zijn van onze gemeente, maar ook wat de bijzonderheden zijn in het gebied. Daarna kijken we naar de opgaven (trends en ontwikkelingen) die nog op ons af gaan komen in de toekomst. We maken ook een risicoanalyse voor bepaalde bouwwerken of activiteiten. De risico’s wegen we aan de hand van de formule risico = kans x effect, zodat we daarna de risico’s kunnen prioriteren. Al deze onderdelen zijn samen de aandachtspunten waar we met vergunningverlening, toezicht en handhaving rekening mee moeten houden.

12

3.1 Gebiedsanalyse Algemene gebiedsinformatie De gemeente Bunschoten is gelegen aan de oude Zuiderzee, wat tegenwoordig bekendstaat als het Eemmeer. De gemeente bestaat uit Bunschoten-Spakenburg, het dorp Eemdijk en het buurtschap Zevenhuizen. Bunschoten kenmerkt zich door zijn sportieve en dorpse karakter, met een vitale economie.

Type bebouwing De dorpen hebben een dorps karakter, kleinschalig, niet te dicht bebouwd. Het merendeel van de van de woningen (bijna 75%) zijn eengezinswoningen. Bijna 75% van de woningen zijn koopwoningen. Hoogbouw in de vorm van flats komt weinig voor. Wel worden er steeds meer appartementencomplexen gebouwd. De bebouwing kenmerkt zich in het oude dorp Spakenburg door de vissershuisjes. In Bunschoten wordt het beeld bepaald door monumentale boerderijen. Ook kennen de dorpen enkele modernere woonwijken, vooral gebouwd in de jaren 70 tot nu. De omgeving ziet er netjes en verzorgd uit. De tuinen in de gemeente zijn grotendeels verhard.

Natuur en landschap Het buitengebied is groen, en kenmerkt zich door het open landschap van de polder en agrarische activiteiten. We beschikken over een gezonde agrarische sector, met een groot aantal melkveehouderijen en een beperkt aantal varkensbedrijven (Zevenhuizen). De opstallen passen in het landschap. Op sommige locaties zijn nieuwe (neven) activiteiten ontstaan die in het landschap zijn ingepast. In het buitengebied zijn diverse weidevogel(kern)gebieden aangewezen. Hier werken diverse agrariërs aan weidevogelbeheer en zijn er afspraken over plas-draslocaties. Onze (sport)cultuur is zichtbaar aanwezig in het dorp in de vorm van sportparken en beweegplaatsen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld de drie aanwezige voetbalclubs: SV Spakenburg, IJsselmeervogels & VV Eemdijk. Spakenburg is herkenbaar als watersportdorp met een mooi en herkenbaar waterfront. Het Eemmeer is geschikt voor recreatievaart en het houden van zeilwedstrijden voor onder andere de Bruine Vloot. Het water is schoon en helder. Door de goede waterkwaliteit groeien er veel waterplanten, die een bedreiging vormen voor de watersport. 13

Soorten bedrijven Bunschoten staat bekend om koek en vis. Het inrichtingenbestand telt ruim 100 bedrijven uit de vissector. Het gaat hierbij voornamelijk om de visdetailhandel ten behoeve van de ambulante handel. Daarnaast bevinden zich op de Zuidwenk vier rokerijen. Op de Zuidwenk bevindt zich ook een aantal bedrijven uit de industriële bakkerijsector, de grootste hiervan is Het Stoepje. De bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie kunnen voor geuroverlast zorgen in de omgeving. Daarnaast hebben de bedrijven veelal een warmte- en koudevraag, die voor de energietransitie relevant is. De gemeente heeft ongeveer 635 bedrijven die onder de Wet milieubeheer vallen. Het gaat hier grotendeels om meldingsplichtige bedrijven. Slechts een klein aantal bedrijven is vergunningplichting. Dit geldt ook voor het enige bedrijf, dat onder provinciaal bevoegd gezag valt.

Erfgoed en archeologie Binnen de gemeente Bunschoten bestaan een aantal locaties die van grote archeologische waarde zijn, zoals de botterwerf en monumentale haven in Spakenburg. De stadsweiden tussen Stadsspui, Stadsgracht en Burgwal vormen een archeologisch rijksmonument. Ook de restanten van de stadspoorten, de dwarsverbindingen naar de Dorpsstraat, en die naar de stadsweiden ten zuiden van de Burgwal en de oostkant van de Dorpsstraat horen bij de oorspronkelijke stadsuitleg. In totaal kent de gemeente Bunschoten 14 monumenten die ingeschreven staan in het rijksregister en 62 gemeentelijke monumenten.

Evenementen Bunschoten-Spakenburg heeft een sterk lokaal cultureel karakter. Zowel inwoners als de lokale politiek hechten veel waarde aan deze gedeelde cultuur. Evenementen die bijdragen aan het behoud van deze lokale cultuur zijn: de Spakenburgse dagen, de Visserijdag, de Zuidwalwedstrijd of de Boeren- en Beestenboel. Verder zijn evenementen als de Solexrees, de kermis, het Rugbyfeest, Koningsdag en de intocht van Sinterklaas voornamelijk gericht op het vermaak van (lokale) bezoekers. Ook sportieve evenementen zoals de Eemmeerloop zetten de gemeente Bunschoten regionaal op de kaart.

14

Kwaliteit en veiligheid in de leefomgeving Binnen de gemeente Bunschoten bestaat een aantal risicolocaties voor de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Zo wordt er aan de Haringweg met ammoniak gewerkt en is er op de Amersfoortseweg een opslag voor chemicaliën. Verder is er nog een aantal bedrijven met kans is op ongevallen met slachtoffers buiten de terreingrens. De bedrijven in deze categorie zijn gevestigd op bedrijventerreinen. De kwaliteit van de leefomgeving is verder een uitdaging door geur- en geluidsoverlast rondom de grootschalige voedingsmiddelenproducenten. In het buitengebied is verder asbest in de bodem een aandachtspunt.

Openbare ruimte en veiligheid op straat De openbare ruimte in Bunschoten is netjes en verzorgd. Perkjes zijn goed bijgehouden, en de bestrating is netjes. Soms ontstaat wel het risico op groenvernieling doordat inwoners het heft in eigen handen nemen bij het onderhouden van gemeentegroen. Daarnaast leveren verkeerd parkeren en het onjuist aanbieden van afval ongewenste situaties op in de openbare ruimte. Op het gebied van veiligheid op straat is met name drank- en drugsgebruik onder jongeren een blijvend aandachtspunt in de gemeente.

Aandachtspunten uit de gebiedsanalyse Als we naar de gemeente Bunschoten kijken in al deze aspecten zijn er een aantal algemene aandachtspunten te formuleren op basis van bovenstaande beschrijvingen: • Bij nieuw- en verbouw is het belangrijk dat het karakter van de omgeving in stand gehouden wordt. • Het open landschap wordt gezien als een kwaliteit van de gemeente, dit moet beschermd worden bij nieuwe ontwikkelingen. • De komende jaren blijft het zoeken naar de balans tussen een goede leefomgeving en bedrijvigheid in het transformatiegebied Zuidwenk. • Recreatie in de natuurgebieden kan tot overlast en verstoring van de natuur leiden, dit vraagt ook aandacht. • De gemeente kent diverse evenementen die veel publiek trekken. Veiligheid en overlast (geluid, afval, etc.) zijn belangrijke aandachtspunten.

15

3.2 Trends en ontwikkelingen (probleemanalyse) Kijkend naar de gemeente Bunschoten kunnen we de volgende trends en ontwikkelingen benoemen die relevant zijn voor ons VTH-beleid: Energietransitie De energietransitie betekent dat we onze energie steeds meer halen uit hernieuwbare bronnen in plaats van het gebruik van fossiele brandstoffen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Bunschoten moet daarom net als andere gemeentes in de regio invulling geven aan de Regionale Energiestrategie (RES). Dit vraagt om goede inpassing van energieplannen in ons landschap. Ook kunnen nieuwe technologieën in de buurt van woningen mogelijk risico’s opleveren. De VRU adviseert ons hierover. Beide punten vragen aandacht bij het vergunningenproces. Daarnaast moeten gebouwen aan steeds strengere energie- en isolatieeisen voldoen. Hier moeten we op letten bij de vergunningaanvragen en bij het toezichthouden.

Stikstof Met het wegvallen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) zijn er grote uitdagingen rondom de stikstofproblematiek in Nederland. Vooral rondom de opgaven met betrekking tot bouwen en agrarische bedrijfsactiviteiten. Nieuwe rekenmodellen, lopende juridische procedures en bestaande situaties zetten dit thema behoorlijk onder (politieke) druk. We moeten aandacht hebben voor de veranderende regelgeving bij het toetsen van vergunningen en hierover duidelijk communiceren met initiatiefnemers. Communicatie met de provincie blijft hierbij belangrijk. Ondermijning Ondermijnende criminaliteit komt op vele manieren voor en kan lokaal zeer ontwrichtend zijn. In de lokale samenleving zien gemeenten en hun andere bestuurlijke partners zich steeds meer geconfronteerd met allerlei vormen van ondermijning. We hebben aandacht voor het uitvoeren van de Bibob-toets (zie hiervoor ook ons Bibob-beleid) en zullen actief handhaven bij situaties waarbij ondermijning speelt. Daarnaast zetten we extra in op integraal signaaltoezicht (zie hoofdstuk 4).

Veenweide en bodemdaling Klimaatverandering zorgt voor steeds hetere en drogere zomers en steeds extremer weer, zoals veel regen en onweer. In stedelijk gebied kan dat leiden tot hittestress en wateroverlast. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. In de natuur en het agrarisch gebied kan het leiden tot verdroging van de bodem. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de constructies van gebouwen. Daarnaast heeft dit beperkende gevolgen voor activiteiten in het buitengebied. Dit thema vraagt daarom om extra aandacht binnen vergunningverlening en toezicht.

16

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Drugs- of afvaldumpingen Rondom de productie van drugs ontstaan gevaarlijke afvalstoffen met een zeer brandbaar, sterk bijtend of giftig karakter. Landelijk is er daarom aandacht voor het illegaal lozen van deze afvalstoffen in riolen, akkers en het buitengebied. Dit kan leiden tot veel schade. Hoewel deze problematiek niet direct lijkt te spelen in Bunschoten monitoren we de landelijke ontwikkelingen en zijn we alert op het illegaal gebruiken van schuren in het buitengebied. Integraal signaaltoezicht kan ook helpen dit beter in kaart te brengen.

Informatieplicht overheden Afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor een transparante overheid. Daarom is er een informatieplicht. Ook is in 2021 de Wet elektronische publicaties in werking getreden. Deze wet verplicht de gemeente ertoe alle officiële publicaties online te zetten. De wetswijziging heeft als doel om inwoners digitaal volledig te informeren over besluiten die impact hebben op hun leefomgeving. De komende jaren vraagt het onze aandacht om hier bij vergunningverlening en toezicht, samen met onze ketenpartners een goede invulling aan te geven.

Trends op het gebied van wonen Net als in de rest van Nederland heeft ook Bunschoten de komende jaren de uitdaging om te zorgen voor voldoende passend woningaanbod. Een extra aandachtspunt hierbij is dat in de Omgevingsvisie is aangegeven dat uitbreiding richting het buitengebied niet wenselijk is. De komende jaren wordt Rengerswetering verder uitgebreid en zijn er ontwikkellocaties in Eemdijk-Oost en diverse inbreidingslocaties. Bij het ontwikkelen van deze locaties moeten we bij de vergunningverlening voldoende aandacht houden voor de leefbaarheid en kwaliteit van de wijken. Daarnaast speelt ook in Bunschoten de trend dat ouderen steeds langer thuis wonen. Dat vraagt met oog op brandveiligheid en vergunningverlening voor toekomstbestendige woningen extra aandacht komende jaren.

Bodem De aanwezigheid van PFAS (Poly- en perFluorAlkylStoffen) in de grond is een nieuw probleem dat zorgt voor stagnatie in het grondverzet in het hele land. Op rijksniveau is gewerkt aan een tijdelijk handelingskader, een definitief handelingskader is nog niet bekend. In Bunschoten komt asbest in de bodem voor bij ophooglagen en gedempte sloten. Het aanpassen van gronden en het afvoeren van asbest is daarom een aandachtspunt bij vergunningverlening.

Huisvesting migranten en vluchtelingen Landelijk is er aandacht voor het huisvesten voor migranten en vluchtelingen. Illegale bewoning, bijvoorbeeld in schuren of bedrijfspanden is onwenselijk, het kan leiden tot overlast en onveilige situaties. Zo levert het onjuist huisvesten van migranten risico’s op het gebied van brandveiligheid op. Daarnaast is ook het opvangen van vluchtelingen een thema wat aandacht vraagt. Zo kan het voorkomen dat gebouwen anders gebruikt moeten worden dan hun functie eigenlijk toelaat. Dit thema vraagt komende jaren daarom om extra aandacht voor vergunningverlening en toezicht.

Toezicht op bestaande bouw Afgelopen jaren wordt er landelijk steeds meer aandacht gevraagd voor toezicht op bestaande bouwwerken. Onder meer door de problemen met breedplaatvloeren in garages en scholen, maar ook door afbrokkelende balkons en instortende daken van voetbalstadions. In Bunschoten volgen we de landelijke ontwikkelingen rondom de toezicht op bestaande bouw, en pakken indien dat nodig is extra toezichtstaken projectmatig op bij het aan het licht komen van nieuwe aandachtspunten in bestaande bouw.

17

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Veranderende regelgeving In Nederland veranderen er komende jaren ook een aantal wetten en regels die te maken hebben met vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Tegelijk met de inwerkingtreding van de Ow zal ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking treden. De Wkb regelt dat de gemeente niet meer toetst aan technische bouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 (woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen), maar dat een private kwaliteitsborger dit gaan doen. Een kwaliteitsborger houdt als private toetser toezicht op de bouw. De gemeente blijft als bevoegd gezag wel verantwoordelijk voor de handhaving.

De Omgevingswet is een wetswijziging die de wetten voor de fysieke leefomgeving bundelt en moderniseert. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het maatschappelijk doel van de Omgevingswet is om te streven naar een goed evenwicht tussen het benutten en het beschermen van de leefomgeving, met het oog op duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken, onder andere door meer nadruk te leggen op participatie. Daarnaast komt er met de Omgevingswet ook een digitaal systeem dat alles rondom VTH in één oogopslag duidelijk zou moeten maken.

Als gevolg van deze twee nieuwe wetten ontstaat een aantal aandachtspunten: • Als er nieuwe regels of vergunningplichten ontstaan, moeten we dit duidelijk communiceren naar initiatiefnemers. • We zullen meer toezicht moeten gaan houden op bestaand gebruik van bouwwerken, terwijl alle bouwwerken uit gevolgklasse 1 in principe niet meer tot onze vergunning- en toezichttaken behoren. We blijven wel bevoegd gezag voor het handhaven op overtredingen. • Regionaal kunnen de regels en vergunningplichten meer gaan verschillen. Om te voorkomen dat onuitlegbare situaties ontstaan, moeten we zorgen dat we deze regionaal afstemmen. • Er komen enkele taken naar gemeenten toe, bijvoorbeeld op het gebied van bodem. We moeten goed nadenken hoe we hier mee omgaan in de toekomst. • Veel van de veranderingen hebben impact op de VTH werkprocessen, denk bijvoorbeeld aan de introductie van een omgevingstafel. • De veranderende werkprocessen hebben ook een impact op de benodigde capaciteit vanuit de organisatie. De claim op capaciteit zal komende jaren terug moeten komen in de jaarprogramma’s.

De Omgevingswet zorgt ook voor een versteviging van de zorgplicht van de fysieke leefomgeving. De uitwerking van de zorgplicht zorgt ervoor dat overheid, bedrijven en burgers samen verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Zorgplichten hebben als gevolg van de introductie in de wetgeving een zachte landing nodig in de praktijk, niet alleen bij de uitvoerders van de wetgeving maar ook van de gebruikers (burgers en bedrijven). In beginsel zal deze zorgplicht geïntroduceerd worden bij de gebruikers en vertaald worden naar de lokale situatie. De komende jaren zal jurisprudentie uitwijzen op welke manier de zorgplichten juridisch geïnterpreteerd worden.

18

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

De risicoanalyse is uitgevoerd voor de taakvelden: • Bouw • Ruimtelijke Ordening • Bestaand gebruik bouwwerken • APV en bijzondere wetten (versimpelde versie) • Milieu (door de RUD) • Brandveilig gebruik bouwwerken (door de VRU)

3.3 Wat doen we met de aandachtspunten uit de gebieds- en probleemanalyse? •

• • • •

•

In voorgaande analyse zijn ook landelijke thema’s en aandachtspunten beschreven. Nieuwe ontwikkelingen volgen we op de voet, en verwerken we waar nodig in onze uitvoeringsprogramma’s. De aandachtspunten worden verwerkt in een toetsings- en toezichtstrategie. Dat betekent dat het aspecten zijn waar we bij vergunningverlening en toezicht extra op letten. De aandachtspunten en thema’s worden meegenomen in de risicoanalyse die we opstellen (zie paragraaf 2.4). Voor alle thema’s volgen we de landelijke ontwikkelingen, we zorgen dat onze VTH medewerkers op de hoogte blijven en eventueel opleidingen volgen waar dat nodig is. We houden nauw contact met onze ketenpartners over de verdere ontwikkeling van de aandachtspunten. Waar nodig zetten we de aandachtspunten om in projecten die we oppakken met de VRU, RUD en andere ketenpartners. We monitoren wat de aandachtspunten betekenen voor onze capaciteit.

Risicoanalyse bouwen, bestaande bouwwerken en RO Centraal in de systematiek van deze risicoanalyses staat de formule: RISICO = KANS x EFFECT. Deze formule is een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode om een adequate inschatting te kunnen maken van de toe te kennen prioriteit van (onder andere) handhavingstaken. De elementen [KANS] en [EFFECT] zijn ingevuld door middel van thema’s en variabelen. De thema’s onder [EFFECT] komen overeen met het maatschappelijk doel van de Omgevingswet en onze visie op VTH, en raken de onderwerpen veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. De thema’s onder [KANS] gaan veelal over houding en gedrag en ervaringscijfers. Per taakveld verschilt de uitwerking van de thema’s. Veiligheid voor het taakveld bouwen bestaat nu eenmaal uit andere onderwerpen dan bij het taakveld ruimtelijke ordening. Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object.

3.4 Risicoanalyse VTH en risicosystematiek Naast de gebiedsanalyse is de risicoanalyse de basis voor het stellen van doelen en prioriteiten, de uitvoeringsstrategieën en het uitvoeringsprogramma. Deze analyse is nodig om het toezicht en handhaving meer structuur te kunnen geven op basis van huidige kennis, ervaring en informatie. De risicoanalyse is uitgevoerd met behulp van risicomodules voor de diverse taakvelden. De risicomodules geven inhoud aan de cijfermatige (kwantitatief) kant van de probleemanalyse. De risicoanalyse is uitgevoerd door toezichthouders en vergunningverleners van de gemeente op basis van expert judgement. 19

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

In onderstaande tabel zijn de verschillende variabelen weergegeven van elk thema die gelden bij [EFFECT].

Bestaand gebruik bouwwerken

Bouw • • • •

Brandveiligheidseisen Aantal personen in gebouw Complexiteit van de constructie Illegale wijziging in gebruik en / of functie (op het moment van bouwen)

• •

• • •

Impact op de omgeving Sociale onveiligheid Verloedering

Fysieke veiligheid

Ruimtelijke ordening

• • • •

Complexiteit constructie Kwaliteit materiaal gebruik bouwproces i.r.t. bouwperiode Aantal personen in gebouw Gebruiksdoel (volgens BAG) Slaapfunctie Landelijk speerpunt

• • • •

Opslag gevaarlijke stoffen Constructie van het bouwwerk Brandveiligheid gebouw Beheersbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten

•

Bijdrage aan verloedering

• • • • • •

Aantasting kwaliteit woonomgeving (welstand) Verloedering Overlast illegale bewoners/gebruikers Aantasting woongenot Toename parkeerdruk/verkeer aantrekkende werking Invloed van ligging binnen milieucontour

Leefbaarheid

Duurzaamheid materiaalverbruik Geschat Energie & Watergebruik Levensduur gebouw

•

Energieverbeteringsmogelijkheden

Duurzaamheid

• • •

• • •

Toename verharding bouwwerken / buitenruimte Afname m2 oppervlakte water Schade waardevol gebied veroorzaken

Gevaarlijke stoffen bij sloop Toegankelijkheid/berekbaarheid Daglicht Ventilatie

• •

Kwaliteit Boiler/geiser

•

Ligging binnen contour / zonering

Gezondheid

• • • •

20

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

In onderstaande tabel zijn de verschillende variabelen weergegeven van elk thema die gelden bij [KANS].

Bestaand gebruik bouwwerken

Bouw

Attitude

Naleving

Ervaringscjifers

Ruimtelijke ordening

• • • •

Politieke gevoeligheid Fraudegevoeligheid Klachten Interne organisatie

• • • •

Politieke gevoeligheid Wijzigingsgevoeligheid Klachten Houding en gedrag

• • • •

Politieke gevoeligheid Fraudegevoeligheid Klachten Interne organisatie

• • • • • • • • • •

Kennis van regels Kosten/ baten Mate van acceptatie Normgetrouwheid doelgroep Informele meldingskans Controlekans Detectiekans Selectiviteit Sanctiekans Sanctie-ernst

• • • • • • • • • •

Kennis van regels Kosten/ baten Mate van acceptatie Normgetrouwheid doelgroep Informele meldingskans Controlekans Detectiekans Selectiviteit Sanctiekans Sanctie-ernst

• • • • • • • • • •

Kennis van regels Kosten/ baten Mate van acceptatie Normgetrouwheid doelgroep Informele meldingskans Controlekans Detectiekans Selectiviteit Sanctiekans Sanctie-ernst

• • •

Nalevingspercentage Ernst van de overtreding Dwangsom

• • • •

Nalevingspercentage Ernst van de overtreding Snelheid herstelacties Dwangsom

• • • •

Nalevingspercentage Ernst van de overtreding Snelheid herstelacties Dwangsom

Voor elke activiteit is binnen de bovengenoemde thema’s een uitwerking gemaakt van variabelen die uiting geven aan het thema. Aan de variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde taak of object. De uitkomsten van de risicoanalyses voor bouwen, RO en bestaande bouw zijn opgenomen in bijlage II.

21

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Risicoanalyse Openbare ruimte en veiligheid Binnen het taakveld van openbare ruimte en veiligheid valt ook het thema ondermijning. Zoals in de analyse over de trends en ontwikkeling is beschreven is dit ook een thema voor Bunschoten. Ondermijning is het gebruiken van legale bedrijven en organisaties voor illegale activiteiten. Het leidt tot een vermenging van boven- en onderwereld. Ondermijning kenmerkt zich in de fysieke leefomgeving door fraude (witwassen) en criminaliteit in de openbare ruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld over het produceren van drugs of illegale prostitutie.

Voor het taakveld Openbare ruimte en veiligheid geldt dat er vraaggestuurd gewerkt wordt. Dat betekent dat we werken op basis van een ‘piepsysteem’ van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken van inwoners. Zodra er iets aan de hand is, gaat een BOA kijken op welke manier de situatie opgelost kan worden. Ook vindt er thematisch toezicht plaats: bijvoorbeeld met projecten in het kader van ondermijning of overmatig drank- en drugsgebruik onder jongeren. Om sturing te geven aan de capaciteit is er een risicoanalyse gemaakt die op hoofdlijnen aangeeft waar de prioriteiten liggen wanneer er keuzes gemaakt moeten worden welke klachten en meldingen er als eerst opgepakt moeten worden.

Ook voor de met ondermijning geassocieerde activiteiten in de fysieke leefomgeving is daarom een risicoanalyse gemaakt. Ondermijning is daarnaast een toetsingsaspect binnen dit taakveld, alsmede binnen de taakvelden RO en bestaande bouw. Zie hiervoor ook bijlage V.

Bij deze risicoanalyse wordt rekening gehouden met de effecten op het gebied van: veiligheid, gezondheid, de impact op de leefomgeving, duurzaamheid, financiële schade en bestuurlijke gevoeligheid. Bij kans wordt de score bepaald door het naleefgedrag. Deze thema’s worden op dit moment niet verder uitgewerkt in variabelen. Daarmee is deze risicoanalyse dus een versimpeling van de uitgebreide risicoanalyse bij de bouw-gerelateerde taakvelden. Hier is voor gekozen omdat het werken met een risicoanalyse voor de teams die werken aan dit taakveld nieuw is. Na afloop van de doorlooptijd van dit VTH-beleid wordt geëvalueerd of er behoefte is aan een gedetailleerdere risicoanalyse voor openbare ruimte en veiligheid. De belangrijkste uitkomsten van de risicoanalyse voor de taken rondom openbare ruimte en veiligheid zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk. De volledige risicoanalyse is opgenomen in bijlage II.

22

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Risicoanalyse milieu

Risicoanalyse brandveilig gebruik

Alle gemeenten in de provincie Utrecht, de RUD en de ODRU (Omgevingsdienst Regio Utrecht) hebben in 2019 in het kader van de regionale samenwerking op het gebied van VTH samengewerkt aan een risicoanalyse voor milieubelastende activiteiten. De risicoanalyse is gebaseerd op de Omgevingswet door de pijlers veiligheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid te integreren, en gaat uit van de milieubelastende activiteiten uit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Deze risicosystematiek is begin 2021 door de colleges van de gemeenten in de regio vastgesteld. Daarnaast is deze opgenomen in de ‘Uniforme uitvoering- en Handhavingsstrategie 2022-2023’.

De gemeente wordt op het gebied van brandveilig gebruik van bouwwerken ondersteund door de Veiligheidsregio Regio Utrecht (VRU). De VRU adviseert, toetst vergunningen en voert inspecties uit met betrekking tot brandveiligheid in bouwwerken. De risicoanalyse voor brandveiligheid wordt ook uitgevoerd door de VRU. De VRU kent drie risicoklasses voor brand: woningbrand, gebouwenbrand en buitenbrand. De risicosystematiek is gebaseerd op de formule risico = kans x effect. Hierbij wordt kans benoemd als ‘waarschijnlijkheid’ en effect als ‘gevolg’. Ten aanzien van de waarschijnlijkheid is dit geordend in vijf categorieën, van zeer onwaarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk. De gevolgen zijn geordend van beperkt tot catastrofaal. Alle drie de brandtypes kennen een waarschijnlijkheid van zeer waarschijnlijk, waarbij buitenbranden het meest waarschijnlijk zijn. Het gevolg is bij buitenbranden zeer beperkt, bij gebouwbranden beperkt, en bij woningbranden tussen beperkt en aanzienlijk. Een diagram en toelichting op deze risicoanalyse is opgenomen in bijlage IV. Enkele risico vergrotende aspecten die bij inspecties extra aandacht vragen zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk.

Naar verwachting wordt de risicoanalyse van de RUD de komende jaren verder uitgebreid, zo zal het thema ‘volksgezondheid’ mogelijk nog worden ingebouwd en moet ook het element [KANS] – bij wijze van een score van het naleefgedrag – nog worden toegevoegd. De belangrijkste uitkomsten van de risicoanalyse voor de milieubelastende activiteiten is opgenomen in het volgende hoofdstuk. De volledige risicoanalyse is opgenomen in bijlage III.

23

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

3.5 Duiding uitkomsten risicoanalyse

3.6 Prioriteiten

Het resultaat van de risicoanalyse (voor vergunningverlening en meldingen alsmede voor toezicht en handhaving) is een weergave van het risico per bouwwerk of activiteit. De risicoanalyses (met uitzondering van de risicoanalyse van de VRU) geven een rangschikking weer van zeer grote risico’s, naar zeer kleine. De risico’s kennen een ordinale rangorde. Een ordinale rangorde houdt in dat de verschillen niet te interpreteren zijn. Anders gezegd, een activiteit met een risico van 50 is niet twee keer zo risicovol als een activiteit met een risico van 25. De enige uitspraak die gedaan kan worden, is dat de ene activiteit een hoger risico bevat dan het ander. De uitkomsten van de risicoprioritering staan in het volgende hoofdstuk, waarin beleidsformats per taakveld worden beschreven.

We kunnen onze aandacht niet in dezelfde mate richten op al wat tot het taakveld VTH behoort. Dat zou onze capaciteit overvragen. Maar het is ook niet nodig. Onze prioriteiten liggen bij die activiteiten die het meeste risico met zich meebrengen. Daarnaast leidt de gebiedsanalyse tot enkele aanvullende prioriteiten. Dat zijn:

Mede op basis van de risicomodules wordt jaarlijks het uitvoeringsprogramma opgesteld. De monitoring en evaluatie van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving kan leiden tot het bijstellen van bijvoorbeeld de nalevingscores. De risicomodules kunnen hier op aangepast worden, zodat het uitvoeringsprogramma jaarlijks op basis van actuele gegevens wordt opgesteld.

Gemiddelde prioriteit • Horecacontrole • Overlast zoals zwerfvuil/hondenpoep • Parkeeroverlast • Het opslaan en gebruiken van gevaarlijke stoffen

Hoge prioriteit • Vernieling openbare eigendommen en openbaar groen • Illegaal gebruik en aanpassen openbare grond • Afval onjuist aanbieden, afvalstort • Overtreding bouwvergunning constructie/brandveiligheid • Overlast van geur en geluid in vis- en voedingsindustrie

Hoe we invulling gaan geven aan onze prioriteiten beschrijven we hierna in de uitvoeringsstrategieën. Hierbij houden we ook rekening met onze in te zetten en beschikbare capaciteit. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werken we dat verder uit, en leggen we jaarlijks accenten. Het bovenstaande betekent niet dat we geen aandacht zullen geven aan risico’s en taken waar we geen prioriteit aan geven. Het spreekt vanzelf dat we ook daar onze wettelijke taken naar behoren zullen vervullen. Maar bij de activiteiten die geen betrekking hebben op onze prioriteiten zullen we meer reactief handelen dan proactief en zullen we meer globaal toetsen en toezicht houden.

24

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

4. Hoe willen we onze doelen bereiken? 25

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

4 Hoe willen we onze doelen bereiken? 4.1 Uitvoeringsstrategieën Om de juiste keuzes te maken en de gewenste effecten te bereiken moet we bepalen welke uitvoeringsstrategieën we willen hanteren. Deze strategieën gaan over hoe we er als gemeente voor willen zorgen dat het naleefgedrag onder inwoners en bedrijven verbetert, en dat we kunnen aansturen op het verbeteren van de leefomgeving. Dat kan met de volgende strategieën: Preventiestrategie De preventieve strategie beantwoord de vraag: ‘Hoe voorkomen we dat bedrijven en inwoners wet- en regelgeving niet naleven?’ Vergunningenstrategie De centrale vraag voor de strategie vergunningverlening is: ‘Waarop richten we vooral onze aandacht bij het toetsen van vergunningaanvragen?’ Toezichtstrategie De toezichtstrategie geeft antwoord op de vraag: ‘Waarop richten we vooral onze aandacht bij het uitoefenen van toezicht?’ Handhavingsstrategie Deze strategie gaat over op welke manier wij optreden tegen overtredingen. Gedoogstrategie Soms is het niet nodig of wenselijk dat alles op alles wordt gezet om op iedere overtreding te handhaven. We volgen voor het gedogen van bepaalde situaties de gedoogstrategie. Deze uitvoeringsstrategieën werken we op de volgende pagina’s uit. De uitvoering strategieën zijn van toepassing op de taakvelden die we zelf uitvoeren. De RUD en VRU werken met hun eigen strategieën, die we regionaal afstemmen.

26

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

4.2 Preventieve strategie De preventieve strategie beantwoord de vraag: ‘Hoe voorkomen we dat bedrijven wet- en regelgeving niet naleven?’ Door preventief op te treden kunnen overtredingen worden voorkomen. Het motto vanuit de preventie is: ‘handhaven is goed, maar preventie is beter’.

Met het oog op een effectieve communicatie, willen we deze vooral inzetten waar de risico het hoogst zijn en waar onze prioriteiten liggen. Daartoe hanteren we ook hier de risicoanalyse. De gehanteerde vormen kunnen uiteenlopen. Zo is tijdens concreet toezicht uitleg en onderbouwing van belang. Als nieuwe wetgeving aan de orde is kan het ook zijn dat we bijeenkomsten organiseren of dat we uitleg verzorgen in de lokale krant.

Communicatie Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen, maar ook overtredingen bij burgers en bedrijven, regelmatig voortkomen uit gebrek aan kennis over de geldende wetten en regels. Goede informatievoorziening kan resulteren in een betere bekendheid met geldende wet- en regelgeving. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot een betere naleving. Naast algemene informatievoorziening, richten we ons in het bijzonder op potentiële aanvragers en melders om hen aan te sporen zich actief te verdiepen in vereisten die gelden voor het doen van aanvragen en meldingen.

Mediation Regelmatig komen handhavingsdossiers voort uit intermenselijke problemen, waarbij de onderlinge verhoudingen zijn verstoord en ruzies worden uitgevochten via juridische procedures. In dergelijke gevallen kan mediation een optie zijn. Via bemiddeling door de gemeente zelf of met behulp van een externe mediator proberen wij dan het geschil tussen partijen bij te leggen. Inzet van mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bovendien is instemming van de betrokken partijen een vereiste.

Behalve communicatie is het vooroverleg voorafgaand aan het doen van aanvragen en meldingen een belangrijk instrument om te zorgen voor volledige aanvragen en meldingen en kortere doorlooptijden. Wij bieden potentiële aanvragers altijd de mogelijkheid om een initiatief te bespreken in het vooroverleg. Deze inzet moet voorkomen dat repressie minder vaak en minder snel noodzakelijk is.

Financieel Een financieel instrument kan ook effectief zijn in het kader van preventie. Te denken valt aan stimuleringsregelingen en subsidies. Door hier bewust mee om te gaan bij de uitvoering van beleid, kan worden bereikt dat de naleving verbeterd. Bijvoorbeeld kan hier worden gedacht aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen zodat wordt voldaan aan geldende wet- en regelgeving.

In Bunschoten weet men de gemeentebalie goed te vinden wanneer zij willen overleggen over een initiatief of een vraag hebben. Wij willen de mogelijkheid om de balie te bezoeken behouden. Communicatie hoeft dus niet altijd digitaal plaats te vinden.

Sancties Het in het vooruitzicht stellen van juridische sancties heeft ook een preventief karakter. Verwacht mag immers worden dat hier een afschrikwekkende werking van uitgaat, waardoor overtredingen worden voorkomen. Ook dit element heeft daarmee een preventief karakter hebben en is onderdeel van de preventieve strategie. 27

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

4.3 Strategie vergunningverlening Niveau 3 – Verdiepende toets Globale toetsing + een verdiepende toetsing op onderdelen en aspecten die door de toetser worden geclassificeerd. Deze onderdelen/aspecten worden inhoudelijk getoetst. Dit kan door een controleberekening uit te voeren.

De centrale vraag voor de strategie vergunningverlening is: ‘Waarop richten we vooral onze aandacht bij het toetsen van vergunningaanvragen?’ De risicoanalyse willen we daarbij leidend laten zijn. Met andere woorden, we werken risicogestuurd. Risicogestuurd werken betekent dat we de onze capaciteit daar inzetten waar de risico’s het hoogst zijn.

Niveau 4 – Volledige toets Alle onderdelen/aspecten worden compleet getoetst of opnieuw berekend.

We geven uitvoering aan risicogestuurd werken door te toetsen op verschillende diepgangsniveaus. Uiteraard wordt iedere ‘ontvankelijke’ aanvraag of melding in behandeling genomen. Elk diepgangsniveau is een aanvulling op het volgende diepgangsniveau: Niveau 0 1 2 3 4

Inzet vergunningenstrategie Als we kijken naar de risicoprioritering uit hoofdstuk 2 dan zetten we het hoogste diepgangsniveau in bij de hoogste risico’s. Concreet betekent dat dat we voor alle activiteiten met de risicoscore ‘zeer hoog’ en ‘hoog’ een volledige toets uitvoeren, in ieder geval op het aspect veiligheid.

Diepgangsniveau Geen toets Conceptuele toets Globale toets Verdiepende toets Volledige toets

Voor de activiteiten en bouwwerken waarvoor een ‘gemiddeld’ of ‘laag’ risico geldt zetten we in op deelaspecten. Zo kan het zijn dat we bij een aanvraag voor een vergunning voor een activiteit met laag risico op een aantal aspecten een conceptuele toets uitvoeren, en op een aantal andere aspecten een volledige toets. Een gedetailleerde tabel met de toetsingsaspecten per taakveld staan in bijlage V.

Niveau 0 – Geen toets Ingediende bescheiden worden enkel gearchiveerd. In de praktijk komt dit niet voor. In de toetsingsstrategie worden toetsingsaspecten die niet relevant zijn daarom aangeduid met een 0.

We hebben een vergunningenstrategie opgesteld voor de taakvelden bouwen en openbare ruimte en veiligheid. Voor RO geldt dat aanvragen teveel afhankelijk zijn van de lokale context en vraag: het afwijken van een bouwvlak voor een schuurtje heeft veel minder impact dan het afwijken van het omgevingsplan/bestemmingsplan voor het bouwen van een stal. We hanteren hiervoor dus geen toetsingsstrategie. Voor milieu en brandveiligheid ligt de kwaliteit van toetsen bij de uitvoeringsorganisaties RUD en VRU.

Niveau 1 – Conceptuele toets De toetser scant de stukken diagonaal en bepaalt op basis van ervaring zijn oordeel over het betreffende toetsingsaspect. Niveau 2 – Globale toets Van het aspect worden de uitgangspunten gecontroleerd en wordt gecontroleerd of de uitkomsten realistisch zijn

28

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Dienstverlening in het vergunning- en meldingsproces Wij vinden het belangrijk dat inwoners en bedrijven verantwoordelijk zijn voor een goede naleving van de regels. Wij vertrouwen er ook op dat zij deze verantwoordelijkheid nemen. Om inwoners en bedrijven hierbij te helpen denken we mee over de te doorlopen vergunningsprocedure en de voorbereiding hiervan. Door aan de voorkant hierop te investeren wordt de aanvraag of melding beter en completer. Daarnaast tonen we dat we betrokken zijn en graag meedenken over wat mogelijk is.

Samenwerken ketenpartners De ketenpartners, zoals de RUD en de VRU zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van toetsen. Bij sommige aanvragen hebben we te maken met meerdere bevoegde gezagen. Zo voert de provincie de toets op de Wet Natuurbescherming uit, en verzorgt het waterschap de watertoets. Hoewel zij hun eigen toetsingsstrategieën hebben, werken we wel als één overheid. Dat betekent dat we helder zijn in onze communicatie rondom vergunningverlening en zoeken we integraal afstemming omtrent initiatieven. In lijn met de informatieplicht die wij hebben zorgen we er ook voor dat aanvragen die bij ons binnenkomen en raken aan de bevoegdheden van de provincie of het waterschap gemeld en doorgezet worden aan de betreffende overheid. Waar nodig betrekken we hen ook bij de integrale besluitvorming. In onze werkprocessen hebben we hiervoor ook een omgevingstafel ingericht.

Door vroegtijdig betrokken te zijn in de voorbereiding van een vergunning of melding krijgen we ook inzicht in de verschillende belangen die kunnen spelen. We kunnen de initiatiefnemer dan wijzen op de nodige afstemming met ketenpartners en stakeholders die nodig zal zijn. Zowel initiatiefnemer als overige betrokkenen weten dan beter wat ze kunnen verwachten. Uiteindelijk zal dit de procedure sneller en soepeler doen doorlopen.

Wet Bibob Bij de vergunningenstrategie moet in het bijzonder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) worden genoemd. Als er een risico is op ondermijning (het misbruiken van een vergunning voor criminele activiteiten) dan kan er een Bibob toets worden uitgevoerd. Met een Bibob toets krijgt de gemeente inzicht in de achtergrond van een bedrijf of een persoon. Ons Bibob-beleid is hier terug te vinden.

Intensieve communicatie in het voortraject leidt daarnaast tot meer begrip voor de regels en het uiteindelijk te nemen besluit en tot minder juridische procedures, minder overtredingen en minder omgevingsklachten.

29

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

4.4 Toezichtstrategie Niveau 3 – Verdiepend toezicht De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot alle voorschriften. De toezichthouder bepaalt op basis van kennis en ervaring wat het basisniveau is.

De toezichtstrategie geeft antwoord op de vraag: ‘Waarop richten we vooral onze aandacht bij het uitoefenen van toezicht?’ Ook hierin werken we risicogestuurd. We zetten onze capaciteit in daar waar de risico’s het hoogst zijn. Net als bij de vergunningenstrategie werken we voor de toezichtstrategie met een aantal diepgangsniveaus voor het toezicht houden: Niveau 0 1 2 3 4

Niveau 4 – Volledig toezicht De toezichthouder ziet volledig toe op de naleving van alle voorschriften en bekijkt dit vanuit de samenhang van de leefomgeving (integraal). De inspectie wordt grondig uitgevoerd.

Diepgangsniveau Geen toezicht Conceptueel toezicht Globaal toezicht Verdiepend toezicht Volledig toezicht

Inzet toezichtstrategie Ook hier geldt weer dat we risicogestuurd werken. Het hoogste diepgangsniveau zetten we in bij de hoogste risico’s. Concreet betekent dat dat we voor alle activiteiten met de risicoscore ‘zeer hoog’ en ‘hoog’ inzetten op volledig toezicht.

Niveau 0 – Geen toezicht Vergunningen, ontheffingen en meldingen worden slechts gearchiveerd. Er vindt geen toezicht plaats

Voor de activiteiten en bouwwerken waarvoor een ‘gemiddeld’ of ‘laag’ risico geldt zetten we in op deelaspecten van de controles. Op bepaalde onderdelen voeren we conceptueel toezicht uit, op andere onderdelen verdiepend. Een gedetailleerde tabel met de toezichtsaspecten per taakveld staan in bijlage V.

Niveau 1 – Conceptueel toezicht De toezichthouder houdt minimaal toezicht op slechts de meest relevante voorschriften.

Voor de taakvelden bestaande bouw en RO werken we vraag gestuurd. Dat betekent dat we geen reguliere inspecties plannen op illegale bebouwing, illegaal gebruik of gebreken bij bestaande bouw. De toezichtstrategie richt zich in deze gevallen meer op de deelaspecten waar op gelet wordt als we naar een melding gaan, in plaats van een aparte strategie per type bouwwerk, zoals we dat doen bij de taakvelden bouwen en openbare ruimte en veiligheid.

Niveau 2 – Globaal toezicht De toezichthouder kijkt nog steeds naar de meest relevante voorschriften en hanteert hierbij het basisniveau. Het basisniveau wordt bepaald door zijn kennis en ervaring.

30

VTH-omgevingsbeleid gemeente Bunschoten

Preventief en proactief Een van onze uitgangspunten is voorkomen is beter dan genezen. Daarom richten we ons toezicht vooral op de voorkant: we willen zoveel mogelijk voorkomen dat overtredingen plaatsvinden. We stimuleren dat bedrijven en inwoners hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Met de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt dit ook steeds belangrijker. Daarom is het nodig dat we de bekendheid met regels, risico’s en maatregelen vergroten voordat de activiteit wordt uitgevoerd. Hiervoor is nodig dat we zichtbaar zijn voor inwoners en bedrijven door veel in het gebied aanwezig te zijn en ons bereikbaar en benaderbaar op te stellen.

Klachten en handhavingsverzoeken Iedere klacht krijgt bij binnenkomst een prioritering toegewezen op basis van de omvang, impact en urgentie. Aan de hand daarvan bepalen we of, en zo ja, wanneer en hoe de klacht in behandeling wordt genomen. In geval van een klacht is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, doch streven wij ernaar om de klager zo spoedig mogelijkheid duidelijkheid te geven. Bij een schriftelijk verzoek om handhaving hebben we een beginselplicht tot handhaving, ook in een actieve gedoogsituatie, tenzij er concreet zicht is op legalisatie. We nemen zo snel mogelijk (mondeling of schriftelijk) contact op met de verzoeker om handhaving of diens gemachtigde. Als het kan zoeken wij in samenspraak met de verzoeker naar een snelle (informele) oplossing van het probleem. Wordt hiermee geen oplossing bereikt, dan zal bij een geconstateerde overtreding verder worden afgewogen hoe hiermee wordt omgegaan. Zie hiervoor de sanctie- en de gedoogstrategie. Anonieme verzoeken om handhaving worden in beginsel niet opgepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12049639/1