Toekomstvisie 2040.docx
Tekst van het document
Zorg en aandacht voor werving en ontwikkeling van medewerkers De gemeente wil als werkgever het werken voor de organisatie aantrekkelijker maken en versterken. Dat ziet op werving en selectie van nieuwe medewerkers, de introductie van nieuwe mensen; en de begeleiding en ontwikkeling van medewerkers. •
We willen voor onze organisatie werven op een manier die past bij de ontwikkelende arbeidsmarkt. Onze gemeentelijke organisatie benut haar competitieve kracht als werkgever. Bijvoorbeeld door de voordelen van het werken bij een relatief kleine gemeente te promoten, omdat we veel ontwikkelkansen kunnen bieden en medewerkers ruime taken en verantwoordelijkheden krijgen in verschillende domeinen en op overstijgende vraagstukken. Of dat onze gemeente korte lijnen heeft en medewerkers rechtstreeks met bestuurders schakelen en er veel ruimte is voor eigen initiatief.
•
We bieden nieuwe medewerkers een stevig inwerkprogramma, waarin we aandacht besteden aan de organisatiecultuur, de ‘standaard vaardigheden’ die passen bij onze sturingsfilosofie ‘sturen op maat’, de processen die we doorlopen van voorstel tot raadsbesluitvorming.
•
We zorgen voor een programma van begeleiding en ontwikkeling voor onze huidige medewerkers. Onze organisatie werkt met een strategische personeelsplanning, waarin duidelijk wordt welke krachten we meer of anders nodig hebben in de toekomst. Daarbij hoort een programma van begeleiding en ontwikkeling: hoe ziet je loopbaan er bij ons uit?
Gedegen voorbereiding voor raadsleden We constateren dat het in onze gemeente moeilijk is om – net als in veel andere
‘We willen graag een jongerenraad oprichten. Dan kunnen we beter meedenken over onderwerpen als natuurbehoud, bijvoorbeeld door lege terreinen en gebouwen om te vormen tot groene gebieden. Of over minder vapen en roken in onze gemeente!
gemeenten in Nederland – nieuw politiek talent aan te trekken en te behouden.
Scholier, HAVO4
Natuurlijk is dit primair aan onze politieke partijen. Na afloop van gemeenteraadsverkiezingen willen we als gemeente zorgen dat onze raadsleden goed ingewerkt worden en hun weg vinden. Onze griffie kan het voortouw nemen om met onze organisatie voor onze raadsleden een goed landingsprogramma te ontwikkelen.
Vaker in gesprek met partners en inwoners We willen als gemeente met ambitie aan de slag gaan met maatschappelijke ideeën. Daarbij realiseren we ons dat kosten voor de baten uit kunnen gaan; en dat maatschappelijke baten ook
24/32
Toekomstvisie 2040
baten zijn: niet alle opbrengsten hoeven gekwantificeerd te worden in geld. We gaan daarom meteen vaker in gesprek met onze partners en inwoners. Allereerst aan de hand van lessen en successen van participatietrajecten en de participatienota die we al hebben opgesteld - o.a. voor de Omgevingsvisie, het integraal beleidskader Sociaal Domein en deze Toekomstvisie. Zijn die voor hen óók herkenbaar? We gaan niet meer uit van hoe inwoners kunnen bijdragen aan ons beleid, maar hoe onze gemeente kan bijdragen aan de initiatieven van inwoners. We beschrijven daarom vooral hoe we ons als gemeente willen opstellen vis-a-vis initiatieven vanuit de samenleving. En welke vormen van betrokkenheid van inwoners we in welke situaties wel of juist niet wenselijk vinden. We gebruiken een participatieladder en maken die concreet. Per vraagstuk bepalen we wat de beste rolverhouding is tussen de gemeente en de maatschappij: is dat bijvoorbeeld volledig zelfbeheer, of juist coproductie? Willen we enkel informeren als gemeente, of ook inspraak door middel van raadpleging of advisering?14 Participatie beschouwen we vanaf nu als een leerproces dat we als gemeente samen met onze inwoners en partners doen. Dat betekent dat we ons vaker kwetsbaar opstellen naar onze partners en hen vragen wat de gemeente anders en beter kan doen.
14
Deze ‘sporten’ komen uit de participatieladder van Edelenbos en Monnikhof.
25/32
Toekomstvisie 2040
Welke opties liggen er nog meer op tafel om aan de slag te gaan? Een beschikbare organisatie Samenwerking vraagt dat we als gemeente beschikbaar zijn voor het leggen van verbinding. Zowel in onze eigen Bunschoter maatschappij, als in de regio waar we onderdeel van zijn. In onze gemeentelijke organisatie kunnen we nog meer en specifieker inzetten op accounthouderschap voor maatschappelijke verbinding. Welke medewerkers zijn aanspreekpunt voor welke ondernemers, verenigingen of stichtingen? En hoe vergelijken we het verloop van de samenwerking met verschillende ‘accounts’? Wanneer worden bestuurders onderdeel van het gesprek? Wat betreft de regio zullen we concreter moeten maken welke actieve rol we willen en op welke onderwerpen. •
Regio Foodvalley: we zien mogelijkheden om te komen tot meer innovatie voor onze ondernemers door de voedseltafel uit te breiden met een visserij-/visverwerkingstafel. Daarin kunnen wij onze kennis en expertise inbrengen en weer leren over hoe we de wetenschap inzetten voor vraagstukken van onze ondernemers, of hoe je sámen tot innovatie komt. En wellicht is er voor goede ideeën dan ook (Regio Deal-) subsidie beschikbaar.
•
BNLP: in de regio kunnen we nadenken over een nieuwe coalitie voor de bedrijfsvoeringstaken die door de ontvlechting van de BNLP nu weer bij ons terug komen. We kunnen ons afvragen of geografische nabijheid van onze samenwerkingspartners belangrijk is als we gemeentelijke taken op het gebied van ICT en informatieveiligheid, HRM, financiën en juridische zaken samen organiseren, of juist een groter aantal deelnemers die kun kennis en capaciteit inbrengen.
We kunnen ons in de regio presenteren en aanbieden met datgene waar we goed in zijn. Regiobestuurders kunnen we actiever uitnodigen voor Spakenburgse Dagen, de Visserijdag of mijlpalen van onze ondernemers en verenigingen. We laten zo actief zien wat we te bréngen hebben om regionale opgaven op te lossen – de kracht van onze gemeenschap!
Financiële slagkracht We hebben, meer dan in andere gemeenten, nog de mogelijkheid om extra inkomsten te verwerven door belastingheffing. We zouden in de periode tot 2040 extra belastingmaatregelen kunnen overwegen. Bijvoorbeeld omdat ze meer financiële ruimte geeft voor betere voorzieningen, investeringen in (samenspel met) de gemeenschap of zelfs om het salarishuis van de gemeentelijke organisatie competitiever te maken.
26/32
Toekomstvisie 2040
HOOFDSTUK 3
Dienstverlening Bunschoten dichtbij, maar niet op achterstand in de digitalisering
27/32
Toekomstvisie 2040
3.1
28/32
Uitdagingen
Fysiek en warm in het contact met onze inwoners. Dat is wat we als gemeente zijn en willen blijven. Als er nu iemand langskomt op het gemeentehuis wordt diegene geholpen: afspraak of geen afspraak. Die menselijke maat en lage drempel naar het gemeentehuis zitten in ons DNA. Het past goed bij onze saamhorige gemeenschap en de directheid van de Bunschoter. Inwoners weten onze gemeente goed te vinden. Die korte en persoonlijke lijnen zijn en blijven belangrijk.
Inzicht uit de Inwonersenquête: onze inwoners zijn tevreden over onze dienstverlening en vinden fysieke mogelijkheden belangrijker dan digitale opties Al in de Burgerpeiling van 2023 bleek dat inwoners de dienstverlening en communicatie van de gemeente Bunschoten beter beoordeelt dan elders in Nederland – met een 7,2, ten opzichte van een Nederlands gemiddelde van een 6,4. Ook in alle aspecten van dienstverlening met de menselijke maat (of medewerkers zich bijvoorbeeld verantwoordelijk toonden om tot een oplossing te komen bij een vraag, of zich goed konden inleven) scoort de gemeente Bunschoten 7 tot 10% boven het Nederlands gemiddelde. De waardering van de dienstverlening van de gemeente Bunschoten zien we ook terug in de Inwonersenquête voor deze Toekomstvisie – bijna de helft van de respondenten (47%) was het eens met de stelling dat de medewerkers van de gemeente deskundig zijn. Het contact verloopt volgens die Burgerpeiling in 61% van de gevallen via de balie. De Inwonersenquête voor de Toekomstvisie bevestigt de voorkeur voor fysieke dienstverlening ten opzichte van digitale: in het dilemma ‘een gemeentehuis met meer plek voor fysieke afspraken’ versus ‘meer digitale dienstverlening’ gaven inwoners aan dat ze het eerste (6,4 op een schaal van 10) belangrijker vonden dan het laatste (4,7).
Het onderwerp dienstverlening en dienstverleningsprocessen vinden onze inwoners duidelijk minder belangrijk voor de toekomst van de gemeente dan andere onderwerpen. Slechts 23% van de inwoners gaf aan het belangrijk te vinden dat het ‘aanbod van producten en diensten makkelijker digitaal toegankelijk wordt gemaakt’ in de toekomst.
Digitalisering Gemeenten zullen landelijke ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de informatiesamenleving het hoofd moeten blijven bieden. Er ontstaan steeds meer technologische mogelijkheden voor (betrouwbare) online dienstverlening en in steeds meer gemeenten is digitale dienstverlening de norm. Standaardproducten als rijbewijzen en paspoorten kunnen overal online worden aangevraagd. En in de toekomst ongetwijfeld ook verstrekt – er wordt al gewerkt aan ‘rijbewijsapps’. In de organisatie van Bunschoten is er belangstelling voor de kansen die digitalisering biedt in verbetering, versnelling of het efficiënter aanbieden van gemeentelijke dienstverlening.
Artificial Intelligence Bovendien kunnen door middel van
‘Besteed ons geld goed, aan dingen waar de inwoner en de Bunschoter maatschappij echt iets aan heeft’ - Inwoners en partners van de gemeente
artificial intelligence (AI)-tools gemeentelijke taken gemakkelijker worden uitgevoerd. Denk aan beleidsvorming – omdat taalmodellen steeds gemakkelijker voorstellen, strategieën of toespraken kunnen voorbereiden, of helpen om grote hoeveelheden data en informatie samen te vatten. We zien voorbeelden van procesverbeteringen door AI die tot efficiëntere taakuitvoering leiden - zoals het geautomatiseerd plannen van onderhoud van de openbare ruimte, vroegsignalering van schuldenproblematiek of het
Toekomstvisie 2040
sneller kunnen afhandelen van bezwaarschriften. Ook in taken die de gemeente als ‘bevoegd gezag’ uitvoert - vergunningverlening en toezichtactiviteiten – kan AI werkprocessen optimaliseren. Overal in Nederland wordt volop geëxperimenteerd met AI-toepassingen en is wetgeving in ontwikkeling.15 In onze gemeentelijke organisatie is er ook belangstelling voor het verbeteren, versnellen of efficiënter aanbieden van gemeentelijke dienstverlening. Maar we zien ook risico’s. Bijvoorbeeld het verlies van menselijke sturing of een gebrek aan duidelijke ethische en juridische grenzen, zodat algoritmes hun ‘eigen leven gaan leiden’. Bescherming van persoonsgegevens en transparantie verdienen voortdurende aandacht, zeker omdat AI-toepassingen vaak niet afkomstig zijn van de Europese markt waar strenge verordeningen gelden. In richtlijnen voor het gebruik van algoritmes in andere Nederlandse gemeenten zien we ook terug dat toegankelijkheid van dienstverlening voor mensen die niet digitaal vaardig zijn de boventoon voert.
3.2 Ontwikkelperspectief Dienstverlening Onze dienstverlening gaat mee in de digitale transitie, maar met behoud van een warme en gastvrije ontvangst op het gemeentehuis voor wie daar behoefte aan heeft.
Waarom deze ontwikkelrichting? •
We zien geen stevige noodzaak om richting 2040 extra te investeren in onze fysieke dienstverlening. Die is al van hoog niveau en wordt positief beoordeeld door onze inwoners. De ontwikkelingen van digitalisering scheppen die urgentie wel. Ontwikkelingen zijn moeilijk bij te benen en vragen veel van onze gemeentelijke organisatie.
•
Er is geen overeenstemming over de vraag of we ons gemeentehuis moeten verbouwen, of juist moeten kiezen voor nieuwbouw. Er zijn ook veel verschillende beelden over wat een nieuw ‘Huis van Bunschoten’ zou moeten zijn: alleen een plek om in verbinding te komen met de gemeente en gebruik te maken van gemeentelijke dienstverlening, of toch ook een plek waarin dat wordt gecombineerd met andere functies – wonen, winkelen, leren, ontmoeten?
•
Onze inwoners hechten aan gemak, maar ook (aantoonbaar) aan de warme betrokkenheid en laagdrempelige inloop van ons gemeentehuis. Daarom zullen we altijd een fysieke basis naast onze digitale dienstverlening in stand moeten houden.
15
De Europese AI-Act zet nieuwe standaarden voor transparantie en betrouwbaarheid, met bijzondere aandacht voor toepassingen met hoge risico’s. Samen met de AI-richtlijnen van de VNG en adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens bieden zij richting voor het verantwoord gebruik van algoritmes door gemeenten. Deze regelgeving verplicht overheden tot meer transparantie over hun AI-toepassingen en datagebruik, maar biedt ruimte voor innovatie.
29/32
Toekomstvisie 2040
In 2040 hebben we de snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van digitalisering omarmd en ingebed in ons aanbod van dienstverlening aan inwoners. Dat betekent dat het ‘standaard-aanbod’ van diensten van onze gemeente, zoals het verstrekken van rijbewijzen, paspoorten en uittreksels uit het geboorteregister, volledig digitaal toegankelijk is. We zijn er geleidelijk aan gewend geraakt dat de gemeente al haar diensten digitaal aanbiedt. En maken er dus in toenemende mate gebruik van. Maar juist omdát we vol durven in te zetten op digitalisering, moeten we er ook voor kiezen om extra te investeren in de ‘menselijke maat’ van onze dienstverlening. Want inwoners die vastlopen in de systemen en moeite hebben om mee te komen hebben meer hulp nodig. Voor hen houden we daarom ook in 2040 ruimte voor ontvangst met een kop koffie aan de tafel of balie van ons gemeentehuis. Medewerkers maken extra tijd om samen de benodigde vergunningen bij een verbouwing door te nemen of extra uitleg te geven over Wmo-zaken. We geloven dat efficiëntere, digitale dienstverlening ook (financiële) ruimte schept om inwoners van dienst te zijn die extra aandacht van de gemeente nodig hebben. Globaal zien we voor ons dat onze gemeente in 2040 zo’n 80% van onze dienstverlening via digitale kanalen levert, en 20% met een gesprek aan een fysieke balie.
Als we meer inwoners sneller en efficiënter kunnen helpen met hun vragen en verzoeken, levert dat tijd- en kostenbesparing op die we graag inzetten voor de groep inwoners die liever aan het loket van de dienstverlening gebruik maken. Bovendien geeft onze gemeente, juist door de mogelijkheid te bieden om langs te kunnen komen en in gesprek te gaan over diensten, vertrouwen dat de ‘menselijke maat’ ook geldt in de digitale dienstverleningsprocessen die onze gemeente inricht. Volle inzet op digitalisering vraagt ook risicobereidheid en lef om met Artificial Intelligence (AI) aan de slag te gaan We experimenteren al volop met de kansen en mogelijkheden van AI. Bij het schrijven van beleidsvoorstellen, maar ook in ons Klantcontactcentrum (KCC) om met een chatbot de medewerker uit te zoeken die een inwonersvraag het beste kan beantwoorden. Onze gemeentelijke organisatie is goed in staat om aan te geven wat wel en niet kan en mag. Met de applicaties die we nu tot onze beschikking hebben. We geloven erin dat de kansen van AI voor dienstverlening richting 2040 alleen maar zullen toenemen. Als we de dienstverlening efficiënter willen inrichten – en tijd en geld over willen houden voor inwoners die graag gebruik maken van onze fysieke dienstverlening – hoort daarbij dat we de kansen van AI ten volle benutten. Natuurlijk zijn we ons bewust van de risico’s van deze ontwikkelrichting.
Zeker ook van risico’s die betrekking hebben op (ongewenste) buitenlandse beïnvloeding. In onze gemeente heeft de nadruk al veel gelegen op risicoanalyses en risicomitigatie. Zo kennen we bijvoorbeeld al richtlijnen voor veilig gebruik van de beschikbare technologie. De komende vijftien jaar willen we durf ontwikkelen om met risicobereidheid aan de slag te gaan. En de kans op efficiencywinst in de digitale transformatie optimaal benutten. Zo werken we eraan om onze inwoners beter - en vooral sneller - van dienst te kunnen zijn.
30/32
Toekomstvisie 2040
3.3
Het pad aflopen: wat is er nodig in de praktijk?
Als gemeente willen we dienstverlening die meegaat in de digitale transitie maar met behoud van een warme en gastvrije ontvangst op het gemeentehuis voor hen die daar behoefte aan hebben. Dat vraagt om inzet op twee kanten: een stap extra op digitalisering en het beschermen van onze persoonlijke, fysieke dienstverlening.
De komende jaren investeren we in de (verdere) digitalisering van onze dienstverlening. De komende jaren investeren we in de (verdere) digitalisering van onze dienstverlening. Dat ziet met name op de producten, zoals rijbewijzen, paspoorten en uittreksels uit het geboorteregister. Dit ‘standaard-aanbod’ van de gemeente wordt waar dat nu nog niet het geval is, volledig en eenvoudig digitaal toegankelijk.
We ontwikkelen een visie op het gebruik van AI Ook willen we als gemeente richting 2040 een AI-visie ontwikkelen. Zo’n visie is belangrijk voor de organisatie, want het biedt duidelijkheid en geeft richting aan dat waarin we zouden willen investeren. De belangrijkste vraag die we daarin moeten beantwoorden is waarom we AI willen gebruiken in ons werk. Daarin kijken we zowel naar ons werk in de gemeentelijke organisatie als de dienstverlening naar onze inwoners toe. We houden daarbij uiteraard rekening met veiligheid: de gegevens van onze inwoners mogen niet op straat komen te liggen.
We willen dichtbij en benaderbaar blijven met een fysiek gemeentehuis Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat we het belangrijk vinden dat we als gemeente fysiek dichtbij en benaderbaar willen blijven. Ook in 2040 zal niet iedere inwoner even digitaal vaardig zijn. En dat hoeft ook niet. De inwoner die dat wil leren helpen we, net als mensen bij wie digitalisering wat moeilijker gaat. We richten de ontvangstruimte van ons gemeentehuis in om te voldoen aan verschillende behoeften: inwoners die zo snel en efficiënt mogelijk geholpen kunnen worden krijgen daarvoor gelegenheid, net als inwoners die graag rustig plaatsnemen en in gesprek gaan. Wellicht is het in de toekomst beter om te gaan werken met ‘langzame’ en ‘snelle’ balies.
De vernieuwing van ons gemeentehuis blijft op de agenda Tot slot zorgen we ervoor dat de vernieuwing van ons gemeentehuis niet van de agenda verdwijnt. De voors en tegens van nieuwbouw of verduurzaming van het huidige gebouw worden al enige jaren gemaakt in de hoofden van bestuurders, raadsleden, medewerkers en inwoners. Zo is het voor behoud en aantrekken van medewerkers belangrijk dat het gemeentehuis een fijne werkomgeving is met voldoende ruimte en faciliteiten die het mogelijk maken om hybride te kunnen werken. Inwoners geven aan dat ze waarde hechten aan een multifunctioneel gemeentehuis, dat niet alleen maar voor dienstverlening wordt ingezet. Tegelijkertijd is er ook een groep die stelt dat het huidige gemeentehuis goed is: de ligging is centraal. Het concentreren van voorzieningen in een gemeentehuis is volgens hen niet nodig, want iedereen in de gemeente weet alle voorzieningen te vinden: alles is in deze gemeente immers dichtbij. Kortom: iedereen lijkt eigen voorkeuren te hebben. We willen voorkomen dat we plotseling in een situatie komen waarin het huidige gebouw niet meer gebruikt kan worden, en we daardoor sneller moeten besluiten dan we eigenlijk willen. Daarom gaan we aan de slag om een volledige inventarisatie én doorrekening te maken van alle voorkeuren, voor- en nadelen. Zo werken we gestaag aan een bestendig huis van de gemeente!
31/32
Toekomstvisie 2040
32/32