SM 1162278 bijlage P02403 BP Kronkels-Zuid
Tekst van het document
harten van scheidsmuren; oppervlakte van een bouwwerk: bovengrondse bouwwerken: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, exclusief in- en uitritten van gebouwde parkeervoorzieningen; ondergrondse bouwwerken: tussen de buitenzijde van de gevels (wanden) en/of het hart van de scheidingsmuren. ronde hoeken: de afgeronde gedeelten van de bouwvlakken, zoals aangegeven op de verbeelding, gemeten vanaf het punt waar de bouwgrens overgaat van een rechte lijn in een boog, tot het punt waar de boog weer overgaat in een rechte lijn.
10
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijf, met dien verstande dat daarvan zijn uitgezonderd kwekerijen van bomen, heesters en andere houtgewassen; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapsen natuurwaarden, zoals deze tot uitdrukking komen in: 1. de extreme visuele openheid van het landschap; 2. het karakteristieke verkavelingspatroon in de vorm van een slagenverkaveling; 3. de aanwezige weidevogelkerngebieden; c. behoud van de voor oxidatie gevoelige veenbodem; d. hobbymatig agrarisch gebruik; e. voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; met daarbij behorende: f. g. h. i.
natuurontwikkeling en - beheer; watergangen en -lopen, en oevers met natuurwaarden; tuinen, erven; voorzieningen, zoals dierweiden, ontsluitingswegen en -paden, mestplaten.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen het gebruiken van gronden voor: a. boogkassen; b. de opslag van hooirollen; c. bouwconstructies voor duurzame energie, waaronder begrepen velden met zonnepanelen.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
11
3.4
Wijzigingsbevoegdheid
3.4.1
Wijzigen naar 'Bedrijf', 'Groen' en/of 'Water'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein', al dan niet in combinatie met de bestemming 'Groen', onder de volgende voorwaarden: a. door middel van een onderbouwing van de Ladder van duurzame verstedelijking aangetoond is dat er sprake is van een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan het toe te voegen areaal met de bestemming 'Bedrijventerrein'; b. wijziging van de bestemming mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving; d. aangetoond is dat het gebied op adequate wijze wordt ontsloten voor gemotoriseerd en langzaam verkeer; e. voldaan wordt aan het bepaalde in lid 4.4.3; f. de regels van de bestemmingen 'Bedrijventerrein' en/of 'Groen' zijn na de wijziging van toepassing; g. het nieuwe bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast, met dien verstande dat aan de westelijke en zuidelijke randen van het gebied geen bomen, uitgezonderd knotbomen en struiken, toegestaan zijn.
12
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
Artikel 4 4.1
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
ambachtelijke, industriële, groothandels-, transport- en distributiebedrijven; detailhandel; onzelfstandige kantoorruimte; een horecavoorziening, uitsluitend voor zover deze onderdeel uitmaakt van een bedrijf (o.a. bedrijfskantine); e. verkeersdoeleinden (rijwegen, in- en uitritten, fiets- en voetpaden, voorzieningen voor openbaar vervoer), met dien verstande dat: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting - 1' een ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer is toegestaan, waarbij dient te worden voldaan aan het in Bijlage 4 opgenomen dwarsprofiel; 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting - 2' rijwegen, niet zijnde ontsluitingswegen als bedoeld onder 1., zijn toegestaan, waarbij dient te worden voldaan aan de in Bijlage 4 opgenomen dwarsprofielen; f. (gebouwde) bovengrondse parkeervoorzieningen, waaronder collectieve parkeervoorzieningen; g. voorzieningen, waaronder in ieder geval ondergrondse opslagtanks, technische ruimten en bergingen begrepen; h. opslag en stalling indien dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; i. duurzame energievoorzieningen; j. tuinen en erven; k. groen en water; l. vlonders; m. energielaadpunten; n. afvalcontainers; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2
Bouwregels
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 13, gelden de navolgende bouwregels: 4.2.1
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de minimum afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt 13 meter; b. de minimum afstand tot de onderlinge zijdelingse en/of achterste perceelgrens en/of waterloop bedraagt 2,5 meter; c. het bebouwingspercentage per bouwperceel bedraagt minimaal 60% en maximaal 90%; d. voor ondergronds bouwen geldt per bouwperceel een maximum bebouwingspercentage van 100%; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaats van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; f. de bouwhoogte van koeltorens en condensors en dergelijke mag maximaal 5 meter hoger zijn dan de bouwhoogte van het gebouw waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd dan wel verleend; g. de bedrijfsgebouwen moeten worden afgedekt met een plat dak, met uitzondering van gebouwdelen ter plaatse van onzelfstandige kantoren en/of horecavoorzieningen, welke onderdeel uitmaken van het betreffende bedrijf.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
13
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen niet grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,5 m; b. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 10,0 m, met uitzondering van silo's, antennes e.d. waarvoor de maximum bouwhoogte 20,0 m bedraagt; d. per bouwperceel, met een oppervlakte van tenminste 1.000 m², is maximaal één vrijstaand reclameteken toegestaan, met dien verstande dat: 1. de maximum oppervlakte van de reclame-uiting 6,0 m² bedraagt, (langs het horizontaal en verticaal gemeten vlak); 2. de maximum breedte 1,0 m bedraagt; 3. de maximum bouwhoogte 10,0 m bedraagt. e. op een afstand van ten minste 13 m van de voorste perceelsgrens en ten minste 2,5 m van de overige perceelsgrenzen en/of ter plaatse van collectieve parkeervoorzieningen zijn, aanvullend op het bepaalde onder a. tot en met d., solar carports ten behoeve van duurzame energievoorzieningen toegestaan, met dien verstande dat: 1. de maximum bouwhoogte 5 m bedraagt; 2. een onderdoorgang met een hoogte van ten minste 2,5 m ten behoeve van het verkeer is gewaarborgd. 4.2.3
Voorwaardelijke verplichting realisatie groen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen van de in lid 4.2.1 en/of lid 4.2.2 bedoelde bouwwerken staat vast dat het bouwperceel wordt voorzien van beplanting met een omvang van minimaal 10% van de grootte van dat betreffende bouwperceel en dat deze groenvoorziening in stand wordt gehouden. Voor de berekening van deze maat van minimaal 10% mag al het buitenpandige groen op het perceel worden meegenomen, zoals beplanting op het dak en beplanting op de buitenwanden. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Verhogen maximum bouwhoogte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 sub d teneinde de op de verbeelding aangegeven maximum bouwhoogte te verhogen tot maximaal 20 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het terrein- en bebouwingsbeeld. c. het gedeelte van het gebouw waar een maximale bouwhoogte van 20 m is toegestaan zich op een minimum afstand van 10 m bevindt ten opzichte van de naar de openbare weg gekeerde (voor)gevel(s); d. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het terrein- en bebouwingsbeeld; e. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in lid 4.4.1 sub d en e, waarbij gestreefd wordt naar een intensieve parkeeroplossing, waarbij parkeerlagen gestapeld zijn of parkeren en bebouwing gestapeld zijn. 4.3.2
Verhogen bouwhoogte silo's, antennes e.d.
Burgemeester en wethouders zijn bij een omgevingsvergunning bevoegd af te wijken van het bepaalde in 4.2.2 sub c, teneinde de maximum bouwhoogte van silo's, antennes e.d. te verhogen tot 30 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden worden niet onevenredig aangetast;
14
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
b. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving; c. het bouwplan wordt op een aanvaardbare wijze in de landschappelijke omgeving ingepast. 4.3.3
Verkleinen afstand tot perceelsgrenzen
a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 sub b van de voorgeschreven minimum afstand tot de zijdelingse en/of achterste perceelsgrenzen, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de brandveiligheid ter plaatse. Hiertoe dient de brandweer te worden gehoord. a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 sub a van de voorgeschreven minimum afstand tot de voorste perceelsgrens, mits er geen onevenredige aantasting plaats vindt van het terrein- en bebouwingsbeeld. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Gebruiksregels
a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die behoren tot categorie 1, 2, 3.1 en 3.2, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. kantoorruimte is uitsluitend toegestaan voor zover deze onderdeel uitmaakt van een bedrijf, met dien verstande dat het kantooroppervlak niet meer dan 50 % van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen, met een maximum van 2.000 m²; c. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte activiteit in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten, waarvoor maximaal 40 m² bedrijfsvloeroppervlak mag worden aangewend; d. bedrijven dienen op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Hierbij dienen ten minste de volgende parkeernormen in acht te worden genomen: Gebruik (functie) min. aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo, incl. parkeren werknemer kantoorruimte 2,5 garage/servicestation 3,2 bedrijfsverzamelgebouw 1,7 groothandel, transport 1,6 industrie, ambacht, bouw 2,8 opslag 0,9 (diep)vrieshal 0,1 e. van het benodigd aantal parkeerplaatsen per bedrijf, volgens de parkeernormen onder sub d, mag per 600 m² bvo één parkeerplaats worden gerealiseerd op collectieve parkeervoorzieningen; f. internetverkoop in de vorm van een webwinkel is toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.
reclame-uitingen ten behoeve van een webwinkel zijn niet toegestaan; 2. het bedrijfsgebouw van waaruit de internetverkoop plaatsvindt en waar opslag en/of distributie plaatsvindt, mag niet de uitstraling van een winkel hebben; 3. een bedrijfsruimte/showroom en/of (buiten)ruimte waar artikelen bekeken of getest kunnen worden, is niet toegestaan; 4. er mogen geen inloop- en/of kijkdagen plaatsvinden; 5. parkeren voor het bedrijf gebeurt op eigen terrein en/of op een collectieve parkeervoorziening, een en ander met inachtname van het bepaalde in sub d en e. 4.4.2
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van gronden voor opslag buiten bouwwerken, voor zover die gronden zijn gelegen binnen een afstand van 5,0 m uit de zijdelingse perceelsgrenzen;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
15
b. het gebruik van gronden voor opslag voor de voorgevellijn van bedrijfsgebouwen en/of op een afstand van minder dan 2,5 m uit de zijdelingse of achterste perceelsgrenzen; c. het gebruik van gronden voor opslag buiten bouwwerken, tot een hoogte van meer dan 5,0 m; d. het gebruik van gronden en bebouwing voor bewoning; e. het gebruik van gronden voor bedrijven en inrichtingen die een belangrijke mate van geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder juncto artikel 2.4 van het Inrichtingen en Vergunningenbesluit Milieubeheer; f. het gebruik van gronden voor risicovolle inrichtingen; g. het gebruik van gronden voor activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; h. het gebruik van gronden voor zelfstandige kantoren; i. de verkoop van lpg met een doorzet per jaar van 1.500 m³ of meer; j. het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van een afhaalpunt; k. het gebruik van gronden en bebouwing voor de in artikel 4.1 sub a t/m h genoemde doeleinden, voor zover de in lid 4.2.3 bedoelde groenvoorzieningen niet, dan wel niet-tijdig zijn gerealiseerd, alsmede voor zover de betreffende groenvoorzieningen nit duurzaam in stand worden gehouden. 4.4.3
Stikstofdepositie
De nieuwvestiging, wijziging, uitbreiding of intensivering van bedrijfsactiviteiten. zoals bedoeld in lid 4.1, kan uitsluitend worden toegestaan indien aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwvestiging, wijziging, uitbreiding of intensivering leidt aantoonbaar niet tot een uitstoot van meer dan 0,00 mol/ha/jr op een voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied, of; b. in samenhang met de wijziging, uitbreiding of intensivering worden maatregelen getroffen waardoor een uitstoot van meer dan 0,00 mol/ha/jr op een voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied aantoonbaar wordt voorkomen. c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing voor zover een bedrijf de aan het perceel, waarop het bedrijf gevestigd is, toegewezen stikstofruimte als bedoeld in Bijlage 3 bij deze regels niet overschrijdt. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Ondergrondse parkeervoorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 sub e. en gebouwde ondergrondse parkeervoorzieningen toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ondergrondse parkeervoorzieningen zijn, behoudens de toegang tot de betreffende voorzieningen, uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. er wordt geen onevenredige afbreuk aan de waterhuishoudkundige situatie gedaan; c. er ontstaan geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen; d. het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast. 4.5.2
Afwijken van Staat van Bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub a, teneinde bedrijven toe te staan die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (zie bijlagen bij de regels), dan wel die in een hogere milieucategorie zijn opgenomen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de bedrijven zijn qua aard en milieubelasting vergelijkbaar met de op de verbeelding aangegeven maximum milieucategorie voor bedrijven; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving.
16
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
4.5.3
Toestaan risicovolle inrichtingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.4.2 f, teneinde risicovolle inrichtingen toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar dient binnen de eigen perceelgrens te liggen; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden plaats; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het bedrijfs- en leefmilieu in de omgeving; d. bij omgevingsvergunning dient de ontwikkeling te worden gemotiveerd ten aanzien van het aspect externe veiligheid en dient een toename van het groepsrisico te worden verantwoord. 4.5.4
Verhogen maximum kantooroppervlak onzelfstandige kantoorruimte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub b, teneinde het toegestane kantooroppervlak met maximaal 10 % te vergroten tot een maximum van 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de vergroting is met het oog op het bedrijfsbelang geboden; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in artikel 4.4.1. 4.5.5
Toestaan zelfstandig kantoor in bedrijfsgebouw
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 4.4.2 sub h, voor het gebruik van een bestaand bedrijfsgebouw ten behoeve van een zelfstandig kantoor, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. vestiging is alleen mogelijk binnen een bestaand bedrijfsgebouw waarbij maximaal 50 % van de bebouwing met een maximum van 1.000 m² brutovloeroppervlak voor deze gebruiksvorm mag worden benut; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte conform het bepaalde in artikel 4.4.1; c. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden aangetast. 4.5.6
Detailhandel in volumineuze goederen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.1 sub e, teneinde detailhandel in volumineuze goederen toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. vestiging op een locatie waar volumineuze detailhandel is toegestaan is redelijkerwijs niet mogelijk; b. de vestiging brengt geen structurele verstoring van het bestaande voorzieningenpatroon met zich mee; c. in het geval van bouwmarkten behoort de distributieve haalbaarheid door middel van onderzoek te zijn aangetoond. d. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte. 4.5.7
Toestaan maatschappelijke functies, sportvoorzieningen of zakelijke dienstverlening
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 4.1, voor het gebruik ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen of zakelijke dienstverlening, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. vestiging is alleen mogelijk binnen een bedrijfspand waarbij het hele gebouw inclusief het bijbehorende perceel voor deze gebruiksvorm mag worden benut; b. er wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein;
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
17
c. er wordt aangetoond dat er geen milieukundige beperkingen zijn, vooral op het gebied van externe veiligheid en geluid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden aangetast. 4.5.8
Toestaan afhaalpunt
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.2 sub j ten behoeve van het toestaan van een afhaalpunt, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. voor de vestiging van een afhaalpunt geldt dat deze geen zodanige verkeersaantrekkende werking mag hebben dat dit kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; b. er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden aangelegd op eigen terrein, waarbij voldaan dient te worden aan de parkeernormen, zoals opgenomen in artikel 4.4.1; c. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving.
18
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bermen, plantsoenen, afschermend groen, grondwallen, taluds en andere groenvoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - lage beplanting' geen bomen, met uitzondering van knotbomen en struiken, zijn toegestaan; b. voet- en fietspaden en uitritten; c. overige verhardingen; d. bruggen en duikers; e. dammen en sluizen; f. water; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2
Bouwregels
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 13, gelden de navolgende bouwregels: 5.2.1
Gebouwen
Er zijn geen gebouwen toegestaan. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleding, beveiliging en regeling van het verkeer, bruggen en speelplekken of erfafscheidingen, bedraagt 3,0 m. b. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen niet grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,5 m; c. de maximum bouwhoogte voor erfafscheidingen grenzend aan het openbare gebied bedraagt 2,0 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Steigers
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5.1, teneinde de bouw van steigers toe te staan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de waterhuishoudkundige belangen (kwantitatief en kwalitatief) niet onevenredig worden geschaad; b. de waterbeheerder(s) schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht betreffende de voorgenomen afwijking.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
19
Artikel 6 6.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen, inclusief voorzieningen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook. b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in lid 6.1 bedoelde gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; b. op of in de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3
Afwijken van de bouwregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) mits het geen kwetsbaar object betreft en de belangen van de leiding niet worden geschaad. b. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betrokken leidingbeheerder. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik; b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de gastransportleiding. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op en in de gronden, zoals bedoeld in 6.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
20
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
e. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; f. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 6.5.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 is vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. die het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen betreffen; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. die graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten betreffen. 6.5.3
Beoordelingscriteria
Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 alleen indien door de genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen in lid 6.1 onder a, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
6.5.4
Procedure
Alvorens burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 verlenen wordt advies ingewonnen bij de beheerder van de in lid 6.1 onder a bedoelde leiding.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
21
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De op de verbeelding voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de ter plaatse aanwezige en/of de te verwachten archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 7.2.2
Bouwregels vanwege samenvallende bestemmingen
a. bouwwerken ten behoeve van de samenvallende bestemmingen (basisbestemmingen), zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien en voor zover de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden aangetast; b. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, dient de aanvrager schriftelijk advies in te winnen bij een archeologische deskundige, omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteit de archeologische belangen niet onevenredig worden aangetast; c. bodemingrepen dieper dan 0,3 m onder maaiveld dienen vermeden te worden. Indien dit niet mogelijk is, is bij bodemingrepen groter dan 50 m² archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. d. het bepaalde onder a, b en c is niet van toepassing op het plaatsen van straatmeubilair, terreinafscheidingen e.d. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning ) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, het boren in gronden en het indrijven of inbrengen van voorwerpen in gronden dieper dan 0,3 m; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden dieper dan 0,3 m onder maaiveld; c. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; d. het ophogen en egaliseren van gronden; e. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van riolering, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen. 7.3.2
Toegestaan gebruik
Het in artikel 7.3.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond;
22
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; d. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 7.3.3
Verlenen omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.3.1, wordt verleend indien - mede gelet op een door de aanvrager op te stellen (inrichtingsplan) geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische en cultuurhistorische waarden van het gebied. 7.3.4
Rapportageplicht
In geval van een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.10 Wabo, en op de verbeelding aangegeven bestemming 'Waarde - Archeologie' aangegeven gronden: a. dient in het belang van de archeologische monumentenzorg vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport te worden overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, en b. kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 7.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning, de bestemming 'Waarde Archeologie' op de verbeelding en de regels van het plan te wijzigen: a. de bestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval van de verbeelding wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft; b. dit artikel wordt gewijzigd of vervalt, voor zover regelingen van een hogere orde dan een bestemmingsplan daartoe aanleiding geven.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
23
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Archeologisch onderzoeksrapport
Op en in de gronden als bedoeld in lid 8.1 mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) slechts worden gebouwd overeenkomstig de regels van die bestemming(en) en mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 8.2.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 8.2.1 met betrekking tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport is niet van toepassing indien: a. de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; b. de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm en de oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt; c. op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 8.2.3
Verlening omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders verleent de in lid 8.2.1 bedoelde vergunning indien naar zijn oordeel uit het daar genoemde rapport genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden kunnen worden geschaad of b. schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 8.2.4
Voorwaarden verlening vergunning
De volgende genoemde voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning verbonden worden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, b. de verplichting tot het doen van opgravingen en c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 8.2.5
Weigering
De in lid 8.2.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad.
24
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
8.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
25
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Archeologisch onderzoeksrapport
Op en in de gronden als bedoeld in lid 9.1 mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) slechts worden gebouwd overeenkomstig de regels van die bestemming(en) en mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 9.2.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 9.2.1 met betrekking tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport is niet van toepassing indien: a. de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; b. de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm en de oppervlakte niet meer dan 10.000 m² bedraagt; c. op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 9.2.3
Verlening omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders verlenen de in lid 9.2.1 bedoelde vergunning indien naar zijn oordeel uit het daar genoemde rapport genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden kunnen worden geschaad of; b. schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 9.2.4
Voorwaarden verlening vergunning
De volgende genoemde voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning verbonden worden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, b. de verplichting tot het doen van opgravingen en; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 9.2.5
Weigering
De in lid 9.2.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad.
26
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
9.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
27
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Archeologisch onderzoeksrapport Op en in de gronden als bedoeld in lid 10.1 mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) slechts worden gebouwd overeenkomstig de regels van die bestemming(en) en mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 10.2.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 10.2.1 met betrekking tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport is niet van toepassing indien: a. de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; b. de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm en de oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt; c. op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 10.2.3 Verlening omgevingsvergunning Het college van burgemeester en wethouders verleent de in lid 10.2.1 bedoelde vergunning indien naar zijn oordeel uit het daar genoemde rapport genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden kunnen worden geschaad of b.
schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 10.2.4 Voorwaarden verlening vergunning De volgende genoemde voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning verbonden worden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, b. de verplichting tot het doen van opgravingen en c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 10.2.5 Weigering De in lid 10.2.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad.
28
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
10.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
29
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Archeologisch onderzoeksrapport Op en in de gronden als bedoeld in lid 11.1 mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) slechts worden gebouwd overeenkomstig de regels van die bestemming(en) en mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 11.2.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 11.2.1 met betrekking tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport is niet van toepassing indien: a. de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering; b. de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm en de oppervlakte niet meer dan 10.000 m² bedraagt; c. op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 11.2.3 Verlening omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders verlenen de in lid 11.2.1 bedoelde vergunning indien naar zijn oordeel uit het daar genoemde rapport genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden kunnen worden geschaad of; b.
schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 11.2.4 Voorwaarden verlening vergunning De volgende genoemde voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning verbonden worden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, b. de verplichting tot het doen van opgravingen en; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 11.2.5 Weigering De in lid 11.2.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad.
30
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
11.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)
31
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
32
Bestemmingsplan "De Kronkels-Zuid" (voorontwerp)