SM 1162068 bijlage rapport Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
Tekst van het document
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
30
Regionale aanpak Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten een regionale opgave is die over gemeentegrenzen heen gaat. Idealiter wordt deze opgave dus regionaal opgepakt. Wij stellen voor om dat in de in dit rapport onderscheiden regio’s te doen. Veel migranten pendelen naar een werkplek binnen de regio waar zij wonen. Wij stellen dan ook voor om regionale samenwerkingstafels in te richten waarin gemeenten en eventueel de provincie, samen met huisvesters, werkgevers en uitzenders samenwerken aan de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten. In deze publiek-private samenwerking is het vooral van belang om uit te wisselen wat partijen van elkaar nodig hebben om de huisvestingsopgave in te vullen. Deze tafels kunnen aan de slag met: •
Afspraken over de richtinggevende huisvestingsopgave per regio: we hebben de regionale opgaven al cijfermatig in kaart gebracht, maar idealiter maken gemeenten binnen de regio’s nadere afspraken over een verdeling van die opgave binnen de regio.
•
Verkenning huisvestingsinitiatieven: welke initiatieven liggen er voor nieuwe huisvestingsplekken? En in hoeverre past dit in de huisvestingsopgave? Op basis van deze inventarisatie kunnen regio’s een inschatting maken van hun restopgave.
•
Uniforme aanpak bewoning reguliere woningvoorraad: gemeenten gaan vaak verschillend om met regels rond verkamering van woningen. Het risico hiervan is dat huisvesters de weg van de minste weerstand kiezen. Het gevolg hiervan is dat in gemeenten waar de regels relatief het meest soepel zijn, bovengemiddeld veel woningen worden ingezet voor huisvesting van arbeidsmigranten. Door per regio beleid op elkaar af te stemmen, wordt dit waterbedeffect voorkomen.
•
Uniforme normering vanuit SNF-norm: kwaliteitseisen aan huisvesting zijn belangrijk. Zowel vanuit een humaan oogpunt als vanuit concurrentiepositie van de provincie Utrecht. Door een minimale grens te stellen gemeenten een ondergrens aan de kwaliteit van huisvesting. De SNF-norm is een bruikbaar vertrekpunt.
•
Uniforme aanpak handhaving niet-gelegaliseerde huisvesting: veel gemeenten gaan nu nog verschillend om met handhaving van huisvesting zonder vergunning. Ook hier speelt dat er een waterbedeffect dreigt voor ‘soepele’ gemeenten. Anderzijds weten huisvesters daardoor niet goed waar ze aan toe zijn. Een regionale aanpak helpt bij beide problemen.
•
Gezamenlijk beheer en communicatie: afspraken maken rond beheer en communicatie rond huisvestingsplekken helpt om overlast aan de voorkant maximaal te beperken. Welke partij is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit van huisvesting? Wie kunnen omwonenden benaderen bij overlast?
•
Aanpak registratie arbeidsmigranten: de registraties zijn vaak gebrekkig. Hierdoor is het voor gemeenten lastig om onderbouwd een huisvestingsopgave te formuleren. Zeker de vervangingsopgave (kwalitatieve verbetering van huisvesting) komt hierdoor onder druk te staan. In de tweede plaats heeft dit als nadeel dat het kan leiden tot huisvesting in de (ongewenste) marges van de woningmarkt, en onveilige/ongezonde woonsituaties. “Verkeerde huisvesters” krijgen hiermee immers vrij spel. Wij adviseren een aanpak hiervoor uit te werken en daar interne processen strakker rondom te organiseren. In samenwerking kunnen gemeenten dit organiseren. In onderstaand kader staan twee mogelijke manieren om dit te bereiken.
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
31
Modellen voor betere registratie •
Westlandmodel: De gemeente Westland (Zuid-Holland) biedt de mogelijkheid om arbeidsmigranten groepsgewijs te laten inschrijven in de Basis Register Personen (BRP). Dit kan op twee manieren: tijdens een inschrijfavond op de woon- of werklocatie (georganiseerd door de huisvester of werkgever) of op het gemeentehuis. Daarbij wordt ook meteen machtiging tot uitschrijving gegeven, als de persoon niet meer woonachtig of werkzaam is op de betreffende locatie. Mensen die niet ingaan op de uitnodiging tot inschrijven worden gecontroleerd. Hierbij gaat de gemeente Westland wel voorbij aan het feit dat mensen die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven zich niet in hoéven te schrijven in de BRP. Deze vorm van registratie moet samen gaan met goede voorlichting over rechten en plichten rond inschrijving, zodat koudwatervrees bij migranten wordt overwonnen.
•
Nachtregistratie: Sommige huisvesters houden een nachtregistratie bij. Deze organisaties houden zelf bij wie bij hen wonen. Deze huisvesters zijn bereid om hun nachtregistratie op verzoek – bijvoorbeeld bij overlast door bewoners – te delen met de gemeente en/of politie.
Uiteraard kunnen de prioriteiten verschillen per regio. In Food Valley is bijvoorbeeld een lage registratiegraad, waardoor het registreren wellicht een hogere prioriteit is. Rond Houten is veel seizoensgebonden werk (bijvoorbeeld in de fruitteelt), waardoor de prioriteit misschien meer ligt bij het realiseren van kleinschalige (tijdelijke) huisvesting voor piekmomenten. In bijvoorbeeld de gemeente Utrecht vragen bedrijven wellicht eerder om grootschalige, permanente huisvesting door bedrijven die het hele jaar door dezelfde aantallen arbeidsmigranten aan het werk hebben. Juist dit soort verschillen kunnen goed in samenwerking met de markt worden geduid en opgepakt.
Gemeentelijk beleid Het inspelen op de behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten (short-/mid- en long-stay) vraagt primair afstemming op regionaal niveau: om ervaringen te delen, te komen tot een uniforme benadering en aanpak, en te voorkomen dat de ‘hete aardappel’ bij de buren wordt neergelegd. Vervolgens moet het een plek krijgen in gemeentelijk beleid, en is het waardevol hiervoor een bestuurlijke trekker aan te wijzen (vanwege portefeuille-overstijgend belang: wonen, economie, openbare orde). De regionale afspraken die gemaakt worden, moeten uiteindelijk lokaal worden uitgewerkt: denk aan regels rond verkamering van woningen, eisen aan kwaliteit van huisvesting, en beheerafspraken rond huisvestingslocaties. Elementen in deze aanpak zijn inbedding in ruimtelijk beleid om invulling te geven aan de huisvestingsopgave. Dat kan door locaties te inventariseren, en vervolgens via (tijdelijke) bestemming de ontwikkeling hiervan mogelijk te maken. Op dit moment is er maar een deel van de gemeenten dat concreet beleid heeft op het gebied van (huisvesting van) arbeidsmigranten. Figuur 4.1: Is er op dit moment beleid in uw gemeente waarin het toegestaan is om tijdelijke woonvormen voor arbeidsmigranten te realiseren?
43% 57%
Nee Ja
Bron: Aanbodinventarisatie Utrechtse gemeenten binnen de provincie Utrecht (2021)
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
32
Daarnaast ligt er voor de gemeente (als bestuurslaag het dichtst bij de inwoners) een belangrijke verantwoordelijkheid om te bouwen aan draagvlak bij inwoners. Dit vraagt een duidelijke boodschap vanuit economische noodzaak, en het vraagt ook dat er aandacht is voor omwonenden bij huisvestingslocaties. Het delen van goede voorbeelden en beleid gericht op integratie in de samenleving (in plaats van groepen wegstoppen) zijn hier belangrijke onderdelen van. Draagvlak onder inwoners Een voorbeeld hiervan buiten is de gemeente Katwijk. Hier is met omwonenden vooraf uitgebreid gesproken over beheer, voorkomen van overlast en beheerafspraken. Door de zorgvuldigheid in het voortraject, maar ook na realisatie van het complex, bleek uiteindelijk het afgesproken intensieve beheer niet nodig en kon dit worden afgeschaald. De praktijkervaring bleek hier ook voor omwonenden reden om beelden in positieve zin bij te stellen.
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
33
Bijlage I: Cijfers Aantal arbeidsmigranten naar werkgemeente
Werkgemeente
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Amersfoort
1.640
1.690
1.715
1.480
1.910
1.795
1.990
2.085
2.515
2.695
Gem. jaarlijkse groei 6%
Baarn
130
260
140
175
250
215
245
270
325
345
11%
2,9%
Bunnik
85
90
90
90
80
80
120
135
200
220
11%
2,4%
Bunschoten
390
625
690
345
555
565
500
615
760
825
9%
6,7%
De Bilt
390
355
355
375
400
425
495
660
925
895
10%
5,1%
De Ronde Venen
310
605
370
435
840
540
585
705
790
770
11%
5,3%
Eemnes
50
45
50
40
40
50
55
70
75
75
5%
2,8%
Houten
355
785
630
545
1.035
1.220
1.435
1.800
3.100
3.325
28%
14,3%
IJsselstein
320
320
290
315
365
360
385
485
570
765
10%
7,3%
Leusden
165
250
175
175
160
150
155
170
235
310
7%
2,3%
Lopik
40
60
50
60
60
75
80
85
100
110
12%
2,6%
Montfoort
90
145
90
85
135
140
155
150
205
175
8%
3,4%
Nieuwegein
675
780
610
720
740
760
1.050
1.120
1.425
1.580
10%
3,6%
Oudewater
60
80
70
90
195
190
205
205
395
225
16%
7,0%
Renswoude
420
910
450
535
1.090
1.210
1.435
1.705
2.925
3.055
25%
95,5%
Rhenen
60
65
55
65
70
70
70
70
80
110
7%
1,9%
Soest
270
330
250
240
250
325
370
385
420
415
5%
2,5%
Stichtse Vecht
320
430
400
415
490
535
555
615
720
710
9%
3,6%
6.755
7.150
6.710
7.830
7.315
7.185
7.330
8.805
10.695
11.340
6%
3,8%
Utrechtse Heuvelrug
190
205
185
225
215
185
230
275
330
275
4%
1,4%
Veenendaal
420
900
445
500
1.410
470
340
520
695
845
8%
2,6%
Vijfheerenlanden
480
580
595
690
635
630
600
1.020
1.550
1.620
14%
6,5%
Utrecht
Aandeel werkzame arbeidsmigranten (t.o.v. totaal aantal banen) 3,0%
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Wijk bij Duurstede
95
125
110
115
180
220
220
190
330
310
Gem. jaarlijkse groei 14%
Woerden
315
370
330
375
395
480
470
755
825
830
11%
3,2%
Woudenberg
30
50
50
50
100
135
145
60
65
70
10%
1,6%
Zeist
490
585
490
450
430
425
510
530
710
615
3%
14.545
17.790
15.395
16.420
19.345
18.435
19.730
23.485
30.965
32.510
9%
1,8% 4,3%
Werkgemeente
Provincie Utrecht
Aandeel werkzame arbeidsmigranten (t.o.v. totaal aantal banen) 5,2%
Bron: Decisio (2021), op basis van CBS Microdata
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
35
Aantal arbeidsmigranten naar woongemeente
2010 1.505
2011 1.445
2012 1.430
2013 1.605
2014 1.600
2015 1.700
2016 1.770
2017 1.900
2018 2.105
2019 2.300
Gem. jaarlijkse groei 5%
Baarn
130
140
145
165
200
210
225
220
250
275
9%
Aandeel geregistreerde arbeidsmigranten (t.o.v. 1,5% bevolkingsomvang) 1,1%
Bunnik
65
75
80
75
75
80
90
110
125
140
9%
0,9%
Bunschoten
145
170
185
235
360
390
420
490
550
575
17%
2,7%
De Bilt
180
185
210
245
245
255
260
310
370
435
10%
1,0%
De Ronde Venen
315
350
345
390
375
395
410
505
580
600
7%
1,4%
Eemnes
50
40
40
35
40
35
40
50
65
75
5%
0,8%
Houten
170
165
190
220
225
220
250
290
360
395
10%
0,8%
IJsselstein
285
265
225
255
250
270
285
295
305
340
2%
1,0%
Leusden
110
110
100
120
130
130
145
165
195
220
8%
0,7%
Lopik
60
60
55
65
70
80
100
105
100
105
6%
0,7%
Montfoort
65
65
70
75
80
90
105
140
140
150
10%
1,1%
Nieuwegein
595
610
615
735
750
815
860
955
1.105
1.170
8%
1,9%
Oudewater
45
50
45
55
75
85
90
100
105
115
11%
1,1%
Renswoude
20
25
30
35
30
50
50
55
60
65
14%
1,2%
Rhenen
90
95
105
110
100
95
120
140
210
230
11%
1,1%
Soest
390
450
465
480
500
495
515
565
635
665
6%
1,4%
Stichtse Vecht
425
425
475
560
565
590
615
655
760
845
8%
1,3%
5.825
5.855
5.805
6.435
6.415
6.890
7.745
8.635
9.860
7%
3,1%
Woongemeente Amersfoort
Utrecht Utrechtse Heuvelrug
275
260
265
305
315
300
325
335
370
10.775 405
4%
0,8%
Veenendaal
470
495
445
485
485
520
540
635
735
815
6%
1,2%
Vijfheerenlanden
405
430
430
465
435
430
475
500
585
660
6%
1,2%
Wijk bij Duurstede
70
80
80
70
80
85
95
110
130
150
9%
0,6%
Woerden
360
355
345
360
370
395
430
480
520
600
6%
1,1%
Woudenberg
35
35
35
55
50
55
55
80
85
100
12%
0,8%
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
36
Woongemeente Zeist Provincie Utrecht
2010 675
2011 685
2012 685
2013 680
2014 645
2015 690
2016 760
2017 815
2018 900
2019 970
Gem. jaarlijkse groei 4%
12.760
12.920
12.900
14.315
14.465
15.350
16.775
18.640
21.205
23.175
7%
Aandeel geregistreerde arbeidsmigranten (t.o.v. 1,5% bevolkingsomvang) 1,7%
Bron: Decisio (2021), op basis van CBS Microdata
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
37
Bijlage II: Toelichting methodiek prognose In deze bijlage geven we een toelichting op de methode en uitgevoerde stappen in de prognose van het aantal werkzame arbeidsmigranten tot 2030.
Achtergrond prognose: huidige ontwikkeling en gebruikte variabelen in regressie Op basis van CBS Microdata weten we dat het aantal werkzame arbeidsmigranten in de provincie Utrecht sterk is gegroeid tussen 2010 en 2018. Het aantal fluctueert door de jaren heen. Er is een duidelijk verband zichtbaar tussen de jaren waarin het economisch goed ging en het aantal arbeidsmigranten is toegenomen (vanaf 2014), of juist sprake was van een economische dip en een afname van het aantal arbeidsmigranten (2012 en 2013). Een conjunctuurgevoelige ontwikkeling van het aantal arbeidsmigranten is logisch: arbeidsmigranten komen immers hoofdzakelijk naar Nederland vanwege werk. Het ligt daarom voor de hand dat prognoses van de toekomstige aantal arbeidsmigranten daardoor altijd in sterke mate afhankelijk zijn van economische ontwikkelingen. Tegen deze achtergrond, is de voorliggende prognose gebaseerd op de economisch-demografische ontwikkeling in Nederland. En, gaan we ervan uit (aanname) dat het aantal arbeidsmigranten in de toekomst voorspeld kan worden aan de hand van twee indicatoren, namelijk het aantal banen en het aantal openstaande vacatures. Deze twee indicatoren als grondslag voor de prognose van het aantal arbeidsmigranten lichten we hierna nader toe.
Het aantal beschikbare banen als indicator Dat de hoeveelheid beschikbare banen een betrouwbare indicator is, blijkt als we de procentuele toename in het aantal banen tussen 2010 en 2018 afzetten tegen de procentuele toename in het aantal internationale werknemers in dezelfde periode. Figuur A: Procentuele toename in aantal banen (rechteras) en aantal internationale werknemers (linkeras), 2010-2018
60
4
40 2
20 0 -20
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-40
0 -2
Procentuele toename internationale werknemers
Procentuele toename banen
Bron: Decisio (2020), o.b.v. CBS Microdata; CBS (2020)
Het aantal openstaande vacatures als indicator Dat het aantal openstaande vacatures een betrouwbare indicator is, blijkt wanneer we de ontwikkeling van het aantal openstaande vacatures en de ontwikkeling van het aantal werklozen per vacature af te zetten tegen het aantal arbeidsmigranten in Nederland. Ten eerste, is er een duidelijke samenhang tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal arbeidsmigranten. En, het beeld van de ontwikkeling van het aantal werklozen per vacature ondersteunt dit: neemt het aantal werklozen per vacature toe (dus, er is sprake van economisch mindere jaren), dan neemt het aantal arbeidsmigranten af. Als het aantal werklozen per vacature afneemt, dan neemt het aantal arbeidsmigranten juist weer toe. Zie bijvoorbeeld de ontwikkeling van beide in de jaren vanaf 2014.
Figuur B : Aantal openstaande vacatures en aantal arbeidsmigranten naar werklocatie in Nederland, jaren 2010 – 2018
800.000
300.000
600.000
200.000
400.000 100.000
200.000 0
0 2010
2011
2012
2013
2014
Aantal arbeidsmigranten
2015
2016
2017
2018
Openstaande vacatures
Bron: Decisio (2020), o.b.v. CBS Microdata; CBS (2020) Figuur C: Aantal werklozen per vacature en het aantal arbeidsmigranten in Nederland, jaren 2010 – 2018 (index 2010 = 100)
400
693 duizend arbeidsmigranten
300
6,8 werklozen per vacature
200
1,4 werklozen per vacature
100 255 duizend arbeidsmigranten
0 2010
2011
2012
2013
Aantal arbeidsmigranten
2014
2015
2016
2017
2018
Aantal werklozen per vacature
Bron: Decisio (2020), o.b.v. CBS Microdata; CBS (2020)
Controle indicatoren in meervoudige lineaire regressieanalyse De data over aantal banen en openstaande vacatures controleren we samen met verschillende andere indicatoren4 in een meervoudige lineaire regressieanalyse (zie onderstaand kader voor meer informatie). Daaruit komt een positief, statistisch significant verband tussen het aantal arbeidsmigranten en het aantal banen en openstaande vacatures. Als het aantal banen met 1 procent stijgt, neemt het aantal arbeidsmigranten toe met 1,5 procent. Stijgt het aantal openstaande vacatures met 1 procent, dan zorgt dit voor een toename in het aantal arbeidsmigranten van 0,8 procent. Deze groeicijfers vormen het uitgangspunt voor de verdere prognose.
4 Denk hierbij aan bevolkingssamenstelling (o.a. vergrijzingsgraad en potentiële beroepsbevolking) en de internationalisering van
de regionale en nationale economie.
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
39
Toelichting lineaire regressie Een (meervoudige) lineaire regressie is een statistische analysetechniek waarmee het mogelijk is om verbanden tussen variabelen in grote databestanden te ontdekken. Als er een significant verband bestaat, berust de correlatie niet op toeval en kunnen we dus aannemen dat het verband klopt. Daarnaast geeft een dergelijke regressieanalyse ook informatie over de sterkte van het verband.
Verwachte ontwikkeling aantal banen en openstaande vacatures Nu we de verhouding weten tussen het aantal banen, openstaande vacatures en arbeidsmigranten, kunnen we dit gebruiken als belangrijk uitgangspunt in prognoses, maar dan moeten we nog wel weten hoe het aantal banen en het aantal openstaande vacatures zich naar de toekomst toe gaat ontwikkelen. Verwachte ontwikkeling aantal banen Het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerden in 2016 de toekomstverkenningen voor het aantal banen tot 2030 op COROP-niveau (zie tabel A). Voor de provincie Utrecht gaan we uit van een gemiddelde jaarlijkse groei van -0,15 procent in WLO Laag en 0,39 procent in WLO Hoog. Tabel A: Verwachte jaarlijkse economische groei en aantal banen in WLO Laag en Hoog, tot 2030
COROP
Utrecht Totaal Nederland
WLO Laag Aantal banen Jaarlijkse groei 2030 (x 1.000) 641 0,03% 7.564 0,0%
WLO Hoog Aantal banen in Jaarlijkse groei 2030 (x 1.000) 728 0,48% 8.249 0,5%
Bron: CPB (2016), WLO20155
Verwachte ontwikkeling aantal openstaande vacatures Er zijn geen prognosecijfers opgesteld of bekend over de verwachte ontwikkeling van het aantal openstaande vacatures. Daarom spiegelen we de ontwikkeling in openstaande vacatures (2018) met de ontwikkeling in bruto regionaal product (brp) in hetzelfde jaar. We spiegelen de verwachte ontwikkeling in aantal openstaande vacatures met de macro-economische prognoses van het CPB (groei van binnenland bruto product tot 2030, bron: CBP, Macro-economische verkenningen). Deze groei trekken we door.
Prognoses op basis van drie verschillende groeiscenario’s De indicatoren (aantal banen en openstaande vacatures) uit de regressieanalyse en verwachte baanontwikkeling gebruiken we om de verwachte toekomstige groei van het aantal arbeidsmigranten tot 2030 door te rekenen. Daarbij hanteren we drie verschillende groeiscenario’s. In de provincie Utrecht doen we dit aan de hand van: •
Scenario WLO Laag: dit scenario is gebaseerd op de verwachte regionale baanontwikkeling zoals in WLO Laag.
•
Scenario WLO Hoog: dit scenario is gebaseerd op de verwachte regionale baanontwikkeling zoals in WLO Hoog.
•
Scenario Covid-19: dit scenario is gebaseerd op de verwachte regionale baanontwikkeling zoals in WLO geschetst in combinatie met de verwachte impact van de pandemie.
5 De studie ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s – Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’,
kortweg WLO, is de basis voor veel beleidsbeslissingen op het gebied van de fysieke leefomgeving in Nederland.
3400.112 | Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten
40