CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1169190 bijlage Reactie Natuur en Recht zienswijzen omgevingsvergunning Sectoradvies houderijvoorschriften roofvogels en uilen

Commissie Ruimte 20 april 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1169190 Verzoek verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning roofvogels Groeneweg 2419.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Omdat vastgebonden vogels meer in contact komen met de grond in hun omgeving als de niet vastgebonden vogels, moet het substraat droog, zacht, gemakkelijk te reinigen en niet te stoffig te zijn. Het te gebruiken substraat moet minimaal 4 cm diep zijn, mag in warm weer niet teveel opwarmen en veren beschadigen. (Vastgebonden) vogels mogen geen andere vogels zien die te eten krijgen of die getraind worden omdat dan de kans groot is dat het dier steeds richting het eten wil gaan. Verder moet rekening gehouden worden dat (vastgebonden) vogels vanuit de lucht, gezien kunnen worden als prooidieren. Dit houdt dus in de praktijk in dat gehouden prooivogelsoorten gescheiden moeten worden gehouden van roofvogelsoorten waarbij moet worden voorkomen dat de roofvogel noch de prooivogel elkaars aanwezigheid op enigerlei wijze direct of indirect kan waarnemen. Uilen hebben zachte en zeer kwetsbare veren. Vastbinden veroorzaakt afbreken van de vleugel en staartpennen die van essentieel belang zijn om te vliegen. Het aanbinden van uilen is daarbij ook onnodig omdat deze soort prima aan te leren is om te vliegen naar de volière of transportbox. Doordat het niet noodzakelijk is, is het wel aanbinden van uilen een onnodige beperking van de bewegingsvrijheid van het dier dat op een zodanige wijze wordt beperkt dat het daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht.

53

Bijlage 5: artikelen uit de Wet dieren en het Besluit houders van dieren Wet dieren Artikel 2.1 Dierenmishandeling 1. Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Artikel 2.2 Houden van dieren 1. Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden. Besluit houders van dieren §2 Algemene huisvestings- en verzorgingsnomen Artikel 1.6 Houden van dieren 1. De bewegingsvrijheid van een dier wordt niet op zodanige wijze beperkt dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. 2. Een dier wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. 3. Een dier wordt, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. 4. De houder van een dier dat in een gebouw of kooi wordt gehouden, draagt er zorg voor dat het dier daaruit niet kan ontsnappen. Artikel 1.7 Verzorgen van dieren Degene die een dier houdt draagt er zorg voor dat een dier: a. wordt verzorgd door een persoon die beschikt over de voor die verzorging nodige kennis en vaardigheden. b. slechts onder de hoede wordt gesteld van een persoon die kennelijk tot de verzorging in staat is; c.

dat ziek of gewond lijkt onmiddellijk op passende wijze wordt verzorgd; d. een toereikende behuizing heeft onder voldoende hygiënische omstandigheden; e. een voor dat dier toereikende hoeveelheid gezond en voor de soort en de leeftijd geschikt voer krijgt toegediend op een wijze die past bij het ontwikkelstadium van het dier f. toegang heeft tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan zijn behoefte aan water kan voldoen; g. voldoende verse lucht of zuurstof krijgt. Artikel 1.8 Behuizing 1. Een ruimte waarin een dier wordt gehouden, wordt voldoende verlicht en verduisterd om aan de ethologische en fysiologische behoeften van het dier te voldoen. 2. Behuizingen, waaronder begrepen de vloer, waarin een dier verblijft en inrichtingen voor de beschutting voor een dier zijn op zodanige wijze ontworpen, gebouwd en onderhouden dat bij de dieren geen letsel of pijn wordt veroorzaakt en bevatten geen scherpe randen of uitsteeksels waaraan het dier zich kan verwonden. 3. In de ruimte waarin een dier wordt gehouden, worden geen materialen en, in voorkomend geval, bodemdekking gebruikt die ongeschikt of schadelijk zijn voor het dier. 4. De materialen, bedoeld in het derde lid, kunnen eenvoudig worden gereinigd en ontsmet.

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11378800/1