RV 1164727 bijlage Transitievisie Warmte Bunschoten
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Bunschoten
De eerste stappen richting duurzame warmte in de gebouwde omgeving van gemeente Bunschoten
Pagina 1 van 50
Colofon
Datum 26 oktober 2021 Projectnummer DWA 19165 Status Definitief Opdrachtgever Gemeente Bunschoten T.a.v. mevrouw R. Gerkema Postbus 200 3750 GE Bunschoten Spakenburg Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 2073 2800 BE Gouda E-mailadres michiel.berntsen@dwa.nl Telefoonnummer 06 – 271 957 90 Auteurs M. Berntsen, D. Heijligers, E. de Lorijn, Co-lezing: drs. H. van der Heide Foto voorkant Gemeente Bunschoten Medewerking Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de gemeente Bunschoten in de warmtetransitie. Wij danken netbeheerder Stedin, woningcorporaties Het Gooi en Omstreken, Eemland Wonen en Waterschap Vallei en Veluwe voor de inbreng en constructieve feedback tijdens de projectgroepbijeenkomsten. Wij danken ook inwoners en bedrijven van Bunschoten voor hun inbreng in dit proces.
Pagina 2 van 50
Inhoudsopgave Begrippenlijst
5
1
Op weg naar aardgasvrij in 2050
6
1.1
Positie van de Transitievisie Warmte
7
1.2
De warmtetransitie in Bunschoten
8
1.3
Rol van de gemeente in de warmtetransitie
9
1.4
Totstandkoming Transitievisie Warmte
9
1.5
Leeswijzer
9
2
Uitgangspunten
10
3
Alternatieven voor aardgas
11
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
11
3.2
Marktrijpheid en aannemelijkheid voor woningen
13
4
De opgave in Bunschoten
14
4.1
Warmteverbruik en het aardgasverbruik in gemeente Bunschoten
14
4.2
De gebouwde omgeving in Bunschoten
15
4.3
Warmtebronnen in Bunschoten
17
4.4
Kansrijke warmtebronnen en aandachtspunten
19
4.5
Voorkeurstechnieken gemeente Bunschoten na 2030
21
4.6
Conclusie warmtebronnen en voorkeurstechnieken
22
5
De strategie tot 2030
24
5.1
Spoor 1: gemeentebrede isolatieaanpak (vanaf 2022)
24
5.2
Spoor 2: verdieping kansrijke warmtebronnen (2022)
25
5.3
Spoor 3: een wijkuitvoeringsplan (vanaf 2023)
25
6
Financiering en betaalbaarheid
28
6.1
Betaalbaarheid van de warmtetransitie
28
6.2
Subsidie- en financieringsmogelijkheden
29
6.3
Kosten isolatie en voorkeurstechnieken
30
7
Doorkijk naar het vervolg
33
7.1
Spoor 1: gemeentebrede isolatieaanpak
33
7.2
Spoor 2: verdieping kansrijke warmtebronnen
34
7.3
Spoor 3: een wijkuitvoeringsplan
34
Bijlage 1 - Warmtebronnen toegelicht
37
Omgevingswarmte
37
Aquathermie
38
Pagina 3 van 50
Restwarmte
39
Bodem- en aardwarmte
39
Biomassa
41
Groengas
42
Waterstof
42
Bijlage 2 - Marktrijpheid technieken
44
Bijlage 3 - Bestaande bodemsystemen
45
Bijlage 4 - Kaarten gebouwde omgeving
46
Bijlage 5 - Startanalyse van het PBL
49
Bijlage 6 - Openingsbod van Stedin
50
Pagina 4 van 50
Begrippenlijst In dit document gebruiken we een aantal technische termen en begrippen. Hieronder leggen we een aantal termen en begrippen uit. Voor meer achtergrondinformatie over de energie- en warmtetransitie adviseren wij u om het Expertise Centrum Warmte (ECW), Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en Milieucentraal en de websites Verbeterjehuis.nl, Duurzaambouwloket.nl en Regionaalenergieloket.nl te raadplegen.
Begrip
Uitleg
Aardgasvrij
Woningen niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas.
Aardgasvrij-ready
Een gebouw door middel van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed maken voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatief.
Akkoord van Parijs
In 2015 in Parijs gepresenteerd verdrag dat van lidstaten eist dat zij nationale klimaatplannen gaan opstellen waarvan het ambitieniveau bij ieder nieuw plan stijgt. In 2018 hebben 195 landen het akkoord van Parijs ondertekend. Het doel is dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2°C en bij voorkeur beneden de 1,5°C.
All-electric
Als een huis volledig op elektriciteit draait, dan noem je dat een all-electric woning. Als je all-electric woont, gebruik je geen gas maar alleen elektriciteit voor het verwarmen van je huis en voor warm water en koken. In een all-electric woning wordt ook geen warmtenet of andere warmtebron gebruikt.
Aquathermie - TEA
Thermische energie (warmte) uit afvalwater dat gebruikt kan worden als warmtebron.
Aquathermie - TEO
Thermische energie (warmte) uit oppervlaktewater dat gebruikt kan worden als warmtebron.
Energietransitie
De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.
Gebouwde omgeving
In dit document hebben we het over alle bestaande woningen en panden (of utiliteitsgebouwen) in gemeente Bunschoten.
Hernieuwbaar gas
Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.
Hybride warmteoplossing
Warmtelevering bevat deels een elektrische oplossing. Dit is vaak een warmtepomp in combinatie met een HR-ketel op gas.
Klimaatakkoord
Landelijk akkoord waar aan vijf tafels het doel voor 49% CO2-besparing in 2030 wordt uitgewerkt.
Lage temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd. Lage temperatuur wordt in dit document aangeduid als LT.
Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien wordt van warm tapwater. Midden temperatuur wordt in dit document aangeduid als MT. Hoge temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 70 - 90°C wordt verwarmd en voorzien wordt van warm tapwater. Hoge temperatuur wordt in dit document aangeduid als HT.
Omgevingswet
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks makkelijker is om bouwprojecten te starten.
Warmtepomp
Een warmtepomp onttrekt warmte uit een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en geeft die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.
Warmtetransitie
De overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen, zoals elektriciteit opgewerkt door windmolens, gas uit groen afval of slibvergisting, warmte uit de aarde en dergelijke.
Pagina 5 van 50
1 Op weg naar aardgasvrij in 2050 In de gemeente Bunschoten wordt net als in alle andere gemeenten in Nederland op zoek gegaan naar alternatieve en duurzame warmtebronnen voor het aardgas in alle gebouwen. Dit is een uitwerking van het Nederlandse Klimaatakkoord. Hiermee verminderen we de uitstoot van broeikasgassen en beperken we onze afhankelijkheid van Gronings gas en aardgas uit het buitenland. In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en verbond zich daarmee aan de afspraak de broeikasgassen, waaronder CO₂, vergaand terug te dringen. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom in het Nederlandse Klimaatakkoord het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa. Energie wordt in Nederland gebruikt in de vorm van warmte en elektriciteit. In heel Nederland is er na de ontdekking van Groningsgas in 1959 een aardgasinfrastructuur voor de woningen en gebouwde omgeving aangelegd voor het onderdeel warmte.
De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van de aardgasinfrastructuur voor warmte naar circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen op alternatieve warmteopties. Deze warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. Dit document ‘Transitievisie Warmte’ (TVW) beschrijft de doelen en eerste stappen die gemeente Bunschoten samen met de partners neemt tot 2030, de voorzienbare toekomst, om de beweging richting aardgasvrij in 2050 op gang te brengen. In figuur 1.1 is op hoofdlijnen de tijdlijn tot 2050 te zien. Eind 2021 hebben de gemeenten in Nederland hun visie vastgesteld en voor 2030 worden de eerste wijken en/of dorpen in Nederland aardgasvrij gemaakt. 2030 en 2050 klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen aan de slag te gaan en onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Dit betekent dat er de komende tijd in fasen gebouwen van het aardgas af gaan. Uiteindelijk zijn alle gebouwen in Nederland in 2050 aardgasvrij, ook in gemeente Bunschoten.
Figuur 1.1 Tijdlijn tot 2050 op hoofdlijnen Nederland
Pagina 6 van 50
1.1
Positie van de Transitievisie Warmte
Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. Hieronder lichten we de RES, TVW en WUP nader toe. Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een RES moeten opstellen. Bunschoten maakt onderdeel uit van de RES regio Amersfoort. De concept RES van regio Amersfoort is in het voorjaar van 2020 opgesteld. In de zomer van 2021 is de RES 1.0 vastgesteld. De RES geeft aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van grootschalige duurzame elektriciteit en de verdeling van grootschalige duurzame warmte. Het bevat inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren. Hierbij komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod. Dit onderdeel is van belang voor de TVW. Uit de inventarisatie van de aanwezige potentiële warmtebronnen in de RES 1.0 Amersfoort, blijkt thermische energie uit oppervlaktewater de een kansrijke bron. Dit moet verder onderzocht worden.
Lokale Transitievisie Warmte - TVW Aan de nationale Klimaattafel Gebouwde Omgeving is afgesproken dat elke gemeente een TVW opstelt, die uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. De TVW kijkt op welke alternatieve manier de gebouwde omgeving verwarmd kan worden zonder aardgas. Daarin moet het tijdspad staan waarop wijken van het aardgas gaan of aardgasvrijready zijn. Dit tijdspad noemen wij de routekaart. Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen in de gebouwde omgeving. In de TVW ligt de focus (scope) op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Andere onderdelen van de bredere energietransitie, te weten de Klimaattafels rond vervoer, landbouw, industrie en opwek van elektriciteit, vallen buiten de scope van de TVW. Het gaat om de warmtevraag van de woningen en utiliteitsgebouwen (gebouwde omgeving). De TVW is een visie en kijkt naar oplossingsrichtingen en legt niet de eindoplossing vast. Figuur 1.2 laat de samenhang zien van de verschillende beleidsstukken van de energie- en warmtetransitie. Deze TVW heeft een aantal generieke doelen. 1
Duidelijkheid scheppen richting belanghebbenden over het proces van de warmtetransitie en de keuzes die er gemaakt moeten worden op weg naar het einddoel: een aardgasvrije gebouwde omgeving.
2
De omvang van de opgave en de belangrijkste uitgangspunten en voorwaarden beter in beeld krijgen.
3
Draagvlak en de bewustwording bij inwoners en andere belanghebbenden initiëren door deze visie te presenteren en uit te dragen.
Wijkuitvoeringsplannen - WUP De wijken die voor 2030 aan de slag gaan met de transitie gaan samen met de gemeente concreet uitwerken welke stappen zij gaan zetten om aardgasvrij(ready) te worden. De afspraken met de wijk komen in een wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft niet per definitie betrekking te hebben op een wijk. Het kan ook een buurt of een gedeelte van een wijk zijn. In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere belanghebbende bij de keuze voor de warmtebron en -techniek en het tijdspad waarop deze verduurzaming plaatsvindt. Samen kijken we wat technisch en financieel haalbaar is.
Pagina 7 van 50
Figuur 1.2 Samenhang beleidsstukken energie- en warmtetransitie.
Samenhang RES en TVW In Regionale Structuur Warmte (RSW), die onderdeel is van de RES, zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen. De RSW en de TVW zijn daarmee input voor elkaar: enerzijds moet de RSW antwoord geven op de beschikbaarheid van bronnen, anderzijds laat de TVW zien aan welke bronnenbehoefte is in een gemeente.
1.2
De warmtetransitie in Bunschoten
In deze TVW voor Bunschoten geven we richting aan hoe woningen en gebouwen (utiliteit, bedrijven) in gemeente Bunschoten in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Gemeente Bunschoten wil in de periode vóór 2030 inzetten op het terugdringen van aardgasgebruik en nog niet op het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Wanneer er voorkeursoplossingen voor duurzame warmte genoemd worden, gaat dit om voorkeuren. Er zijn nog geen definitieve beslissingen genomen. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten die ons richting geven in deze transitie. De TVW wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze manier spelen we in op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën van inwoners, overheden en bedrijven scherpen de TVW de komende jaren verder aan. Waarom is een transitie zo moeilijk? Een transitie gaat om een verandering of verschuiving van een bestaand sociaal-technisch systeem (de ‘gevestigde orde’) naar een nieuw systeem. Transities beginnen vaak in de marge waar innovaties zich voordoen en verlopen in de regel stroef; ze vergen daarom tijd en geduld.
Bestaande systemen blijven stabiel doordat ze ingesloten zijn door bepaalde factoren (‘lock-in effect’), zoals bestaande infrastructuren (het elektra- en gasnet), vaste ketenpartners- en afspraken en schaal/productievoordelen door jarenlange optimalisatie in productieprocessen. Dit maakt de nieuwe techniek/innovatie altijd duurder en onzekerder dan de bestaande techniek en stuit daardoor op veel weerstand. Daarnaast is de innovatie nieuw voor de gebruiker (de bewoner) en kost het tijd voordat het breed wordt geaccepteerd en geadopteerd; denk aan zonnepanelen of de warmtepomp. Ontwikkelingen in de markt – zoals de stijgende of dalende gasprijs – kunnen innovaties ondersteunen of vertragen.
Pagina 8 van 50
1.3
Rol van de gemeente in de warmtetransitie
Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken, maar geen enkele stakeholder kan deze transitie zelf en onafhankelijk van de ander doorlopen. De gemeente neemt de regie in dit proces. Dit is een belangrijke rol die vanuit het Rijk is neergelegd bij gemeenten en waarvan de invulling door de gemeente wordt uitgewerkt. Onderdeel van deze rol is het verbinden van partijen. De gemeente speelt een centrale rol in het initiëren en ondersteunen van inwonersinitiatieven en initiatieven vanuit bedrijven. Deze koppelt de gemeente aan de plannen van de woningcorporatie en andere plannen in de openbare ruimte. Op dit moment zijn er geen concrete initiatieven. Een aantal bedrijven heeft laten weten restwarmte over te hebben. De gemeente gaat met hen in gesprek om de mogelijkheden te bespreken en verder te onderzoeken. Deze regierol van de gemeente vraagt ook flexibiliteit. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, maar de uitkomst is dat niet. Transities verlopen niet lineair en vragen om flexibiliteit en maatwerk, ook in de samenwerking met partijen. De kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. Deze uitdaging is ons werkveld.
1.4
Totstandkoming Transitievisie Warmte
De energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte Bunschoten werkt de gemeente samen met interne en externe belanghebbende waaronder: netbeheerder Stedin, woningcorporaties Het Gooi en Omstreken en Eemland Wonen en Waterschap Vallei en Veluwe. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit verschillende beleidsvelden meegewerkt. We bespraken techniek, communicatie en participatie, meekoppelkansen en strategie in meerdere bijeenkomsten met deelnemers van de bovengenoemde partijen. De bijeenkomsten gaven de input voor de TVW. Naast samenwerking met bovengenoemde partijen heeft de gemeente ook informatie opgehaald bij inwoners en bedrijven. Inwoners zijn via een enquête bevraagd en er zijn drie digitale avonden georganiseerd om ze mee te nemen en te bevragen. Voor bedrijven is er een aparte sessie georganiseerd waarin zij advies konden geven.
1.5
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor Bunschoten, deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. In hoofdstuk 3 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 4 nemen we u mee in de opgave voor Bunschoten. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de gemeente. In hoofdstuk 5 bespreken we de strategie van de warmtetransitie richting 2030. De betaalbaarheid van de warmtetransitie en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, bespreken we in hoofdstuk 6. Het laatste hoofdstuk gaat over de wijkuitvoeringsplannen en de gemeentebrede aanpak. In de bijlagen gaan we dieper in op de warmtebronnen, kansrijke technieken, (GIS-)kaarten van de gebouwde omgeving in gemeente Bunschoten, het Openingsbod van Stedin en de Startanalyse van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Pagina 9 van 50
2 Uitgangspunten We vroegen onze partners en deskundigen op verschillende beleidsterreinen naar wat zij belangrijk vinden in de warmtetransitie in gemeente Bunschoten. De volgende uitgangpunten staan centraal in de warmtetransitie en bepalen de uitvoering voor de gemeente Bunschoten. 1) Een betaalbare warmtetransitie Gemeente Bunschoten wil de warmtetransitie betaalbaar houden. Betaalbaarheid gaat over de eindgebruiker (woningeigenaar) en de maatschappij als geheel. Het streven is dat de woonlasten in de warmtetransitie zoveel mogelijk gelijk blijven. Dat houdt in dat maatregelen zich op termijn terugverdienen via besparing op de energierekening. De gemeente zoekt uit met welke maatregelen voor woningeigenaren op termijn terug te verdienen zijn en op welke manier financiële steun geboden kan worden. 2) We werken stapsgewijs Om draagvlak onder inwoners te creëren en de kosten van de warmtetransitie voor hen te beperken, werken we stapsgewijs toe naar een aardgasvrije omgeving. Dit betekent dat we tot 2030 inzetten op het beperken van de energievraag en pas daarna de overstap maken naar aardgasvrij. In de uitvoeringsplannen leggen we samen met inwoners de stappen vast. 3) Een logische start We starten in de wijk waar de meeste kansen liggen. Op deze manier kunnen we werk met werk maken.
Dit houdt in dat we bijvoorbeeld kijken naar de renovatieplannen van de woningcorporaties Het Gooi en Omstreken en Eemland Wonen en de mogelijkheden daarop aansluiten. Draagvlak en enthousiasme vanuit inwoners zien wij ook als een kans en aanleiding om ergens te beginnen. 4) Transparante communicatie Bunschoten vertelt het eerlijke verhaal over de warmtetransitie. De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en -denken van bewoners en andere partijen. We zijn helder over de opgave en de keuzemogelijkheden die inwoners hebben. We vertellen een eerlijk verhaal waarbij we duidelijk zijn over de voor- en nadelen van deze transitie. Hiermee vergroten we het begrip van inwoners en daarmee het draagvlak. Wat kunnen inwoners van de gemeente verwachten en wat verwacht de gemeente van inwoners? Ook met de woningcorporaties maken we duidelijke afspraken over verwachtingen en rolverdeling.
Pagina 10 van 50
3 Alternatieven voor aardgas In Nederland worden veel verschillende warmtebronnen overwogen als alternatief voor aardgas, maar welke optie past het beste? Veel mogelijkheden zijn te groeperen op gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In dit hoofdstuk komen de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod. In hoofdstuk 4 en 5 spitsen we dit vervolgens toe op de gemeente Bunschoten.
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, daarbij gaat het om verschillende technieken en met verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde technologie. Vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. Naast dit algemene onderscheid maken we ook een onderscheid in drie hoofdcategorieën: duurzaam gas, elektrische oplossingen en warmtenetten. Deze zetten wij hieronder verder uiteen. In bijlage 1 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. Figuur 3.1 geeft een beknopt overzicht van de onderdelen van warmtebron tot aan de verschillende aansluitmogelijkheden. Duurzame gasnetten (Bestaande) gasnetten kunnen met geen tot beperkte aanpassingen duurzame, hoogenergetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren1. De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is voor de warmtevraag in Nederland nog deels onbekend. Er moet daarom spaarzaam met deze duurzame gassen worden omgegaan door de vraag naar duurzaam gas te verminderen.
Dit kan door isolatie en de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas. Duurzaam gas is over het algemeen een collectieve oplossing. Elektrische oplossingen Als woningen volledig elektrisch verwarmd worden, is dat meestal met een warmtepomp. Dit gebeurt nu al op grote schaal in nieuwbouw. Met volledig elektrisch (ook wel all-electric genoemd) bedoelt men in het algemeen verwarmen met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen met een lage temperatuur en gebruiken de warmte uit de lucht, bodem of grondwater als bron. Een wijk all-electric maken, vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Dit is over het algemeen een individuele oplossing, maar kan ook in klein collectief worden ingezet. Warmtenetten Netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie, zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie kan het gaan om een hoogtemperatuur- (HT), middentemperatuur- (MT) of laagtemperatuurwarmtenet (LT). Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren. Warmtenetten hebben veel impact op de omgeving en gebouweigenaren. Dit is een collectieve oplossing.
1
Voor meer informatie hierover: met duurzame gassen het gasnet verduurzamen, discussiepaper Stedin (2020).
Pagina 11 van 50
Schaalgrootte warmtenetten De omvang van een warmtenet kan variëren. In Nederland zijn er enkele grootschalige warmtenetten in stedelijke gebieden als Rotterdam, Utrecht en Ede. Maar er zijn ook voorbeelden van kleinschalige warmtenetten op blok- of straatniveau tot 500 aansluitingen. Warmtenetten op deze schaal zijn vaak decentraal en zeer lokaal, bijvoorbeeld coöperatieve warmtenetten en bewonersinitiatieven. Er is ook nog een onderscheid te maken tussen kleine en zeer kleinschalige collectieve concepten, waar bijvoorbeeld een woningcluster van 10 tot 50 woningen op een wko-systeem aangesloten is en met individuele warmtepompen de woningen voorzien worden van warmte. De nieuwste generatie warmtenetten (5e generatie) zijn koud-warmtenetten op zeer kleine schaal.
Figuur 3.1 Overzicht van warmtebron tot mogelijkheden voor aansluiting
Wat zijn de warmtebronnen van HT-, MT- en LT-warmtenetten? •
HT-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C.
•
MT-warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C.
•
LT-warmtebronnen: grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C.
We maken een onderscheid tussen hoog- en laagtemperatuurwarmtebronnen. De temperatuur van de warmtebron bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning moet hebben. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit is daarom met name geschikt voor oudere woningen. Bij LT-warmtebronnen moet de woning wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming et cetera) en moet de woning goed geïsoleerd zijn. LT-warmtebronnen zijn daarom met name voor nieuwere woningen geschikt. Figuur 3.2 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links = blauw) naar HT (rechts = rood). De grijze bollen zijn geen bron op zich, maar de verzamelnaam van de technieken die eronder staan. De verschillende groottes van de bollen hebben geen betekenis.
Pagina 12 van 50
Figuur 3.2 Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
3.2
Marktrijpheid en aannemelijkheid voor woningen
De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp of even aannemelijk om toe te passen op woningen. Zo is een individuele pelletkachel marktrijp, maar kleven hier nadelen, zoals luchtvervuiling, aan. Waterstof is nog niet marktrijp, omdat dit nog niet op grote schaal (duurzaam) geproduceerd wordt. Wanneer het beschikbaar komt, gaat het eerst naar de sectoren die zonder dit gas niet kunnen verduurzamen (zoals de proceswarmte op hoge temperatuur in de industrie of het zware vervoer). De meeste woningen in Nederland kunnen over op andere bronnen. Bij oudere, monumentale woningen zou waterstof op termijn een rol kunnen spelen. In bijlage 2 laten we de marktrijpheid en aannemelijkheid van de verschillende technieken voor woningen zien. In Nederland zijn op dit moment met name een warmtenet en een all-electric warmtevoorziening interessant om volledig van het (aard)gas af te gaan. Een hybride warmtepomp is ook een geschikte oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp wordt de vraag naar (duurzaam) gas verminderd, waardoor je meerdere huizen duurzaam zou kunnen verwarmen. Duurzaam gas is landelijk beperkt beschikbaar; afhankelijk van de productie wordt dit benut door woningen, industrie en mobiliteit.
De toepassing van duurzaam gas is veelal op woningen die niet aangesloten kunnen worden op een warmtenet of naar een all-electric warmtevoorziening kunnen overstappen (Klimaatakkoord Nederland).
Pagina 13 van 50
4 De opgave in Bunschoten Gemeente Bunschoten moet net als de rest van Nederland toewerken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Dit willen we doen zonder nu stappen te zetten waar we straks spijt van krijgen. Het is daarom belangrijk om de opgave van Bunschoten in kaart te brengen zodat we een passende route kunnen uitstippelen. Wat is de warmtevraag van de gebouwde omgeving in Bunschoten? En welke duurzame bronnen hebben we om deze vraag mee in te vullen?
4.1
Warmteverbruik en het aardgasverbruik in gemeente Bunschoten
Het totale warmteverbruik van gemeente Bunschoten bedroeg in 2019 ruim 1 miljoen gigajoule (GJ)2. Een groot deel van dit verbruik is voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Ook het verbruik van aardgas dat gebruikt wordt voor de productie van lokale elektriciteit (warmtekrachtkoppeling – wkk) en het aardgas dat bedrijven gebruiken in hun industriële processen om producten te maken, de proceswarmtevraag, is hier onderdeel van. In de TVW wordt alleen gekeken naar aardgas dat wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving en het verhitten van tapwater. Het gaat daarbij om het verwarmen van alle woningen en utiliteitsgebouwen, maar exclusief de hierboven genoemde proceswarmte. Utiliteitsgebouwen hebben geen woonfunctie, maar zijn gebouwen als kantoren, scholen en ziekenhuizen. Voor het aardgas dat utiliteitgebouwen verbruiken voor verwarming moeten ook alternatieven worden gevonden voor 2050. In gemeente Bunschoten is de warmtevraag van de gebouwde omgeving 440.000 GJ, waarvan 85% naar woningen gaat (zie figuur 4.1). Energie en warmte, wat is dat? Warmtevraag gebouwde omgeving 440.000 GJ Utiliteit zonder koudevraag 6%
We hebben het doorgaans over een ‘warmtevraag’
Utiliteit met koudevraag 9%
in gigajoule (GJ). Wat is een GJ?
Hoogbouw 3%
1 GJ is ongeveer …
35 m3 aardgas
1 woning verbruikt …
30 - 40 GJ (1.000 - 1.500 m3 gas)
De standaardeenheid in de natuurkunde voor
Laagbouw 82%
energie is gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh). Deze eenheden zijn in elkaar om te rekenen
Figuur 4.1 Verdeling warmtevraag gebouwde omgeving Bunschoten
(1 GJ = 278 kWh).
De warmtevraag van woningen is per buurt bepaald aan de hand van gasverbruiken gepubliceerd door Stedin.3 Het totale aardgasgebruik van de woningen in gemeente Bunschoten bedraagt ongeveer 13 miljoen m3. Het gemiddelde gasgebruik per huishouden in Bunschoten is 1.530 m3. Het aardgasgebruik is afhankelijk van onder meer de samenstelling van het huishouden, het woningtype en de ouderdom van een woning. Naast het gasgebruik hebben de woningen in gemeente Bunschoten ook een elektriciteitsgebruik. De verwachting is dat deze toeneemt bij het overgaan op andere warmtebronnen dan aardgas, omdat elektriciteit vaak een rol speelt in duurzame warmte, zoals bij het gebruik van warmtepompen.
2 3
Meest recente gegevens van www.Klimaatmonitor.nl. Gasverbruiken uit 2019 van Stedin. De warmtevraag van de gebouwde omgeving is hierbij berekend door het gasverbruik te vermenigvuldigen met het ketelrendement.
Pagina 14 van 50
Waar gebruiken we aardgas precies voor in onze woningen? Ongeveer 75% gebruiken we voor het verwarmen van de ruimte, 20% voor warm water (voornamelijk douchen) en een heel klein deel voor het koken.
4.2
De gebouwde omgeving in Bunschoten
Gemeente Bunschoten is gelegen aan het Eemmeer en bestaat uit tien buurten. Deze buurten zijn hieronder op kaart te zien (zie figuur 4.2). Voor figuur 4.2 wordt de CBS-buurtindeling gebruikt, omdat er op dit niveau veel data beschikbaar is. De CBS-buurtindeling hoeft bij het opstellen van uitvoeringsplannen voor wijken niet te worden aangehouden. Figuur 4.2 geeft de buurten Bunschoten (1) en Spakenburg (2) weer, die de kernen van de gemeente vormen met relatief dichte bebouwing, veel oudere woningen en monumentale panden. Eromheen zijn een aantal buurten uit de jaren ’60, ’70 en ’80 en ook een deel nieuwbouw (gebouwd na 1992). Het dorp Eemdijk vormt een derde kern. Gemeente Bunschoten heeft drie bedrijventerreinen: aan de zuidkant van de woonkern liggen bedrijventerrein De Kronkels en Haarbrug Noord en Zuid (zie kader volgende pagina). Aan de noordoostelijke kant van de gemeente ligt bedrijventerrein Zuidwenk. Voor een kleine gemeente als Bunschoten heeft het relatief veel industrie; oftewel panden met een industriefunctie (zie figuur 4.4). Daarnaast heeft gemeente Bunschoten een buitengebied met verspreide woningen.
1.
Bunschoten
2.
Spakenburg
3.
Eemdijk
4.
Broerswetering
5.
Bikkersvaart
6.
Blokhuiswetering
7.
De Haar
8.
Verspreide huizen
9.
Koenraadswetering
10. Rengerswetering
Figuur 4.2 Kaart gemeente Bunschoten met buurtnummering
Gemeente Bunschoten heeft een kleine 22.000 inwoners (1 januari 2020) en ruim 8.500 woningen. Figuur 4.3 op de volgende pagina toont de bouwjaren van de gebouwde omgeving in gemeente Bunschoten. Het bouwjaar van een woning zegt iets over de mogelijkheden tot verduurzaming van die woningen. Figuur 4.3 laat zien dat het grootste deel van de woningvoorraad in gemeente Bunschoten gebouwd is na 1992 (36%). Deze woningen hebben op basis van het Bouwbesluit4 een betere isolatiewaarde ten opzichte van woningen gebouwd voor 1992. Latere Bouwbesluiten (2003 en 2012) die van kracht zijn gegaan, legden nog meer nadruk op een goede
4
Zie ook https://www.onlinebouwbesluit.nl/
Pagina 15 van 50
isolatiewaarde. Voor woningen gebouwd in de periode na 1992 geldt dat ze, afhankelijk van het specifieke bouwjaar en het aanwezige warmteafgiftesysteem (bijvoorbeeld vloerverwarming), relatief eenvoudig op lage temperatuur te verwarmen zijn. Bij deze woningen zijn extra isolatiemaatregelen niet perse noodzakelijk, maar verbeteren ze wel het wooncomfort en, indien de woning een warmtepomp heeft, verhogen ze het rendement van de warmtepomp. De woningen gebouwd in de periode 1975-1991, goed voor 21% van de totale woningvoorraad, kunnen het meest kostenefficient geïsoleerd worden naar een verwarming op midden tempertuur (MT). Het isoleren naar een LT-verwarming is technisch moeilijk en ook kostbaar, omdat de woningen een smalle spouw hebben. De ruimte om dit na te isoleren, is hierdoor beperkt en geeft weinig energiewinst. Het isoleren van deze woningen kan daardoor aan de buitenof binnenzijde. Dit is een ingrijpende en bovendien kostbare investering. Bedrijventerrein Haarbrug-Noord (foto: gemeente Bunschoten)
De woningen gebouwd voor 1975 zijn oudere woningen waarbij we goed moeten kijken tot welk niveau er geïsoleerd kan worden en welke warmtetechniek hiervoor geschikt is. Dit vraagt om maatwerk, omdat in die tijd nog niet met richtlijnen werd gewerkt. De bedrijventerreinen zijn een aparte categorie ‘wijken’, die op termijn vanzelfsprekend ook verduurzaamd gaan worden. Dat vraagt per terrein een individuele aanpak, die samenhangt met de energiebehoefte van de bedrijfsprocessen die er plaatsvinden. Dat maakt voor nu geen onderdeel uit van deze transitievisie. De gebouwde omgeving van de gemeente Bunschoten is niet alleen van particulieren. De gemeente heeft twee woningcorporaties: Eemland Wonen en Het Gooi en Omstreken. Het corporatiebezit van beide woningcorporaties bij elkaar is circa 14% van alle woningen, waarvan Het Gooi en Omstreken veruit het grootste aandeel heeft. Het aantal woningen in bezit van woningcorporatie Het Gooi en Omstreken is 1.142 woningen. Eemland Wonen bezit 46 woningen. Bijlage 4 toont kaarten van de gebouwde omgeving in Bunschoten, zoals de bouwjaren van de woningen, het corporatiebezit en de gebruiksfuncties van de panden. Gebruiksfuncties
Bouwjaar woningen (8.539) sport, 1% 1992-heden 36%
t/m 1945 8%
onderwijs, 1% gezondheidszorg, 1% bijeenkomst, 2%
1946-1964 10%
logies, 0,5%
overige, 1%
industrie, 25% woning, 58% winkel, 3%
1965-1974 25% 1975-1991 21% Figuur 4.3 Bouwperioden woningvoorraad Bunschoten
kantoor, 8% Figuur 4.4 Gebruiksfuncties gebouwde omgeving Bunschoten
Pagina 16 van 50
Veel bedrijvigheid in Bunschoten Figuur 4.4 op de vorige pagina laat zien dat Bunschoten als kleine gemeente relatief veel industrie heeft. Er zijn verdeeld over de gemeente meerdere industrieterreinen. Uiteraard is in Bunschoten de vishandel een belangrijk onderdeel van de bedrijvigheid. Wat kenmerkt deze bedrijventerreinen? De Kronkels is qua oppervlakte het grootste bedrijventerrein in de gemeente en ligt aan de zuidrand van Bunschoten. Op De Kronkels zitten veel verschillende bedrijven gevestigd, waaronder metaal-, voedingsmiddelen- en autobedrijven. Het merendeel van de panden op De Kronkels is gebouwd na 1975. Het huidige pand van Borgesius Bunschoten (groothandelbakkerij) is wat ouder (gebouwd tussen 19461964). Tegen De Kronkels aan zit bedrijventerrein Haarbrug Noord en Zuid; een stuk kleiner dan De Kronkels. Ook Haarbrug Noord en Zuid hebben variatie aan bedrijven, zo zijn er aantal meubelbedrijven, autobedrijven en schoonmaakbedrijven. Aan de andere kant van de gemeente, aan het Eemmeer, ligt bedrijventerrein Zuidwenk. Op de Zuidwenk zijn voornamelijk bedrijven uit de vishandel gevestigd en op het terrein zit ook de biogascentrale van A. van de Groep. De bouwperiode van de gebouwen in Zuidwenk variëren. Veel van de bedrijven in de vishandel maken gebruik van koelcellen. Hier liggen mogelijkheden voor het benutten van laagtemperatuur restwarmte uit de koelprocessen.
Oplossingen voor de industrieterreinen? De warmtetransitie op bedrijventerreinen vraagt om een aanpak op maat. Kantoorpanden, grote hallen en auto-showrooms verschillen logischerwijs in het type bebouwing en daarmee in de aanpak. Bedrijven kunnen er voor kiezen om individueel te verduurzamen of juist samen met andere bedrijven op te trekken en de mogelijkheden te verkennen naar een kleinschalig collectief (warmtenet), bijvoorbeeld met een wko-systeem of eventueel met beschikbare restwarmte van bedrijfsprocessen. Op de grens van De Kronkels en Haarbrug Noord zijn reeds twee wko-systeem gerealiseerd en actief. Een collectieve aanpak vergt dat bedrijven intensief de samenwerking met elkaar moeten zoeken. Gemeente Bunschoten kan hierin een faciliterende rol innemen, zo wordt de mogelijkheid voor een bedrijvenplatform gericht op duurzaamheid onderzocht. Bedrijven kunnen daarnaast breder kijken dan alleen de opgave van de warmtetransitie. De terreinen bestaan voornamelijk uit veel asfalt, beton en stoeptegels en er is relatief weinig groen te vinden. Het nemen van klimaatadaptieve maatregelen, zoals het vergroenen van gevels, aanleggen van groenstroken en sedumdaken, maakt dat andere opgaven (bijvoorbeeld hittestress) gerelateerd aan de energietransitie ook worden aangepakt.
4.3
Warmtebronnen in Bunschoten
Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor energie uit oppervlaktewater en een andere uit aardwarmte. Op de volgende pagina staat de theoretische warmtepotentie van de bronnen in Bunschoten beschreven op hoofdlijnen. Dit overzicht is een inschatting van verschillende studies, aangevuld met kennis, inzichten en data uit de uitgevoerde analyse. Een uitgebreide toelichting en overzicht van de potentie van de warmtebronnen vindt u in bijlage 1.
Pagina 17 van 50
Omgevingswarmte waar: overal
TEO waar: Koenraadswetering, Rengerswetering
TEA
TED
waar: Spakenburg
waar: niet van toepassing
Bodemlus waar: overal, behalve drinkwatergebied
Met omgevingswarmte
Bij thermische energie uit
Bij thermische energie uit
Thermische energie uit
Een bodemlus is een
bedoelen we de warmte in de
oppervlaktewater (TEO) wordt
afvalwater (TEA) wordt warmte
drinkwater (TED) is ook een
individuele techniek om warmte
buitenlucht. Dit is warmte uit de
warmte onttrokken uit een rivier,
onttrokken aan afvalwater. In
vorm van aquathermie. Dit is
met een warmtepomp te
buitenlucht en in principe
kanaal of meer. Uit het
Bunschoten zijn geen
een innovatieve techniek. Het
winnen uit de ondiepe bodem
ongelimiteerd. Deze warmte
oppervlaktewater van het
rioolwaterzuiveringsinstallaties
drinkwaterbedrijf (Vitens) is
1-100 meter diep; dit mag niet
kan gebruikt worden door
Eemmeer kan theoretisch veel
(RWZI) aanwezig. Wel zijn er
terughoudend wat betreft het
in drinkwater-
middel van een warmtepomp.
warmte worden onttrokken (3,4
twee rioolgemalen met
toepassen van deze nieuwe
beschermingsgebied. De
miljoen GJ). Een warmtenet op
warmtepotentie. Het gemaal in
techniek, in verband met
potentie voor warmte uit de
basis van aquathermie is op dit
Spakenburg heeft een
complexiteit en risico’s die erbij
bodem door middel van
moment echter een dure techniek
warmtepotentieel voor 350
komen voor onder andere
bodemlussen is meer dan de
om toe te passen, maar het is in
woningenequivalenten. Voor
drinkwater.
warmtevraag van de gebouwde
de toekomst wellicht goedkoper
toepassing is meer onderzoek
(na 2030).
nodig.
omgeving.
Restwarmte
WKO
waar: De Kronkels en Zuidwenk en Rengerswetering
waar: gebouwen met warmte- en koudevraag
Restwarmte is de warmte die
Wko staat voor warmte-
Geothermie of aardwarmte
Bij biomassa wordt warmte
Groengas is biogas dat is
‘overblijft’ na bijvoorbeeld een
koudeopslag en is toe te passen
ontstaat door de warmte-
opgewekt uit organische
opgewaardeerd tot aardgas-
productieproces. Er is in
daar waar zowel een warmte- als
uitstraling uit het binnenste van
materialen die in de natuur
kwaliteit en door het bestaande
gemeente Bunschoten een
koudevraag is. Het potentieel
de aarde. Zowel ondiepe
voorkomen. Het geschatte
gasnet vervoerd kan worden.
aantal laagtemperatuur
voor wko in Bunschoten is meer
(tussen de 500 en 1.500
potentieel aan warmte uit
Biogas komt vrij bij de vergisting
restwarmtebronnen. Op
dan de warmtevraag van de
meter) als (ultra)diepe
huishoudelijk snoeiafval in de
van natte biomassa (bijvoorbeeld
bedrijventerreinen De Kronkels,
gebouwde omgeving. Ten
geothermie (dieper dan 1.500
gemeente Bunschoten is
mest en gft-afval). Onzeker bij
Haarbrug (Noord en Zuid) en
noordwesten van Bunschoten
meter) zijn financieel niet
10.000 GJ. Met palletkachels
groengas is in hoeverre het in de
Zuidwenk zitten bedrijven met
bevindt zich een klein
haalbaar in de gemeente
kunnen hiermee rond de 260
toekomst voor de gebouwde
LT-restwarmte. Er moet
verbodsgebied
Bunschoten door de relatief
woningen worden verwarmd.
omgeving beschikbaar komt.
onderzoek plaatsvinden naar
drinkwaterbescherming waar wko
lage bebouwingsdichtheid in
De wenselijkheid van deze
Bunschoten heeft een
exacte hoeveelheid en
en bodemlussen niet toegepast
de gemeente en de beperkte
bron staat ter discussie.
biogascentrale, zie kader op de
bruikbaarheid van deze warmte.
kunnen worden.
potentie van deze bron.
Geothermie
Biomassa
waar: niet van toepassing
waar: buitengebied
Pagina 18 van 50
Groengas waar: daar waar geen goede alternatieven zijn
volgende pagina.
4.4
Kansrijke warmtebronnen en aandachtspunten
Uit het overzicht op de vorige pagina komen een aantal kansrijke warmtebronnen. We behandelen hieronder de warmtebronnen die we het meest marktrijp én aannemelijk achten voor het toepassen in de gebouwde omgeving van gemeente Bunschoten. Voor elk van de kansrijke warmtebronnen lichten we een aantal aandachtspunten toe. Omgevingswarmte De potentie van warmte uit de lucht (of omgevingswarmte) is in principe ongelimiteerd en zelfs als het heel koud is, kan er warmte uit de lucht worden gewonnen. Warmte uit de lucht verwarmd via een luchtwarmtepomp de woning. Aandachtspunten bij het gebruik van luchtwarmtepompen zijn doorgaans (beperkt) geluidsoverlast en voldoende ruimte om het systeem in de woning te plaatsen. Bodemwarmte (bodemlus en wko) Bodemenergie is een duurzame vorm van energie, waarbij het grondwater in de (ondiepe) ondergrond wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en te koelen. Het toepassen van bodemenergiesystemen kan niet zomaar op elke locatie in de gemeente Bunschoten. In gemeente Bunschoten zijn een aantal bodemsystemen in gebruik (zie bijlage 3). Wanneer er in de directe omgeving al bodemenergiesystemen aanwezig zijn, kunnen systemen elkaar negatief beïnvloeden, ook wel interferentie. Er wordt een interferentiekaart opgesteld, die in 2022 gereed is. Interferentie van bodemenergiesystemen is een aandachtpunt in het traject om te komen tot een wijkuitvoeringsplan.
Een deel van de woningen gebouwd vóór 1970 is gebouwd met een houten paalfundering. Deze funderingen kunnen kwetsbaar zijn voor paalrot. Dit hangt samen met een lage(re) grondwaterstand en staat los van de temperatuur van het grondwater. Op het moment dat drooggevallen houten funderingspalen in contact komen met zuurstof in de lucht, kunnen ze gaan schimmelen en rotten. Daardoor kunnen de funderingen van gebouwen beschadigen en verzakken. De grondwaterstand wordt in Bunschoten gereguleerd. De aanwezigheid van een bodemenergiesysteem is hier niet van invloed op. Houten funderingen en bodemenergiesystemen bevinden zich op verschillende diepten in de ondergrond. Verdere aandachtspunten bij het gebruik van bodemenergie zijn het hebben van voldoende ruimte bij de woning voor het aansluiten van het systeem en het behouden van balans in de bodem. Daarnaast zijn er verbodsgebieden voor het toepassen van bodemwarmte (zie ook toelichting van de warmtebronnen in bijlage 1), bijvoorbeeld bij waterwingebieden. Restwarmte (met warmtenet MT of HT) Er zijn een aantal bedrijven die kenbaar hebben gemaakt bij de gemeente Bunschoten restwarmte beschikbaar te hebben. Op De Kronkels en Zuidwenk is laagtemperatuur restwarmte beschikbaar, voornamelijk uit koelprocessen.
Het biedt gelegenheid om de kansen voor de realisatie van een kleinschalig warmtenet (op termijn) te verkennen en het is een mooie kans om samen met lokale ondernemers lokale duurzame warmte te gebruiken. Of de restwarmte daadwerkelijk benut kan worden (gerichte inschatting potentie, temperatuurniveau en leveringszekerheid van de warmte), moet echter nader onderzocht worden samen met de bedrijven. Dit is een vervolgstap die genomen wordt na vaststelling van de TVW. In hoofdstuk 7 geven we een doorkijk naar de vervolgstappen om dit nader te onderzoeken. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO met warmtenet) Het Eemmeer heeft grote potentie om warmte uit te onttrekken. Warmte uit het Eemmeer is een goede optie voor de toekomst, waar ook andere gemeenten uit de regio geïnteresseerd in zijn. Theoretisch beschouwd, zit er genoeg warmte in het Eemmeer om ongeveer acht keer de huidige warmtevraag van de gebouwde omgeving in gemeente Bunschoten te benutten. Aquathermie (TEO) is anno 2021 een dure techniek om toe te passen. Daarnaast geldt er ten oosten van de woonkern een restrictie vanuit provinciaal beleid en is het Eemmeer aangemerkt als natuurgebied door het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze potentiële belemmeringen moeten
Pagina 19 van 50
gedetailleerder in kaart gebracht worden, als gemeente Bunschoten in de toekomst warmte uit het Eemmeer wil gaan gebruiken. De enorme warmtepotentie van het Eemmeer en de ontwikkelingen in de regio Amersfoort op het gebied van TEO uit het Eemmeer, maken dat gemeente Bunschoten aankomende jaren verdiepend onderzoek gaat doen en regionale afstemming gaat zoeken op dit onderwerp. Op dit moment zijn er elders in Nederland een aantal aquathermie pilot-projecten in ontwikkeling (warmte uit de IJssel bij Zutphen); gemeente Bunschoten kan de lessen uit die projecten meenemen richting de toekomst. Biogas in gemeente Bunschoten In de gemeente Bunschoten staat een biogascentrale (A. van de Groep en Zonen B.V.), waar visafval en andere etensresten na vergisting worden verwerkt tot biogas. Het biogas wordt opgewaardeerd tot groengas, dat geschikt is voor invoeding in het gasnet van Stedin. Het betreft een gasnet dat gekoppeld is aan de omgeving, in dit geval Baarn (zie figuur 4.5). Bunschoten heeft circa 7.950 gasaansluitingen, met een gemiddeld gasverbruik van 12.250 m3 per uur. Stedin geeft aan dat op dit moment (oktober 2021) per uur circa 5.400 m3 groengas door de biogascentrale wordt ingevoed in het gasnet, waardoor een mengsel van aardgas en groengas bij de gebruikers terecht komt. Eerder ging het om circa 7.200 m3 groengas per uur.
Duurzame gassen, zoals groengas, spelen een belangrijke rol in een toekomstig duurzaam energiesysteem. Aandachtspunt daarbij is de verdeling van het aanbod van groengas. Stedin geeft in een discussiepaper van december 2020 aan dat we onszelf (als samenleving) de vraag moeten stellen op welke wijze groengas wordt verdeeld over de verschillende sectoren en binnen deze sectoren. Gaan we groengas eerst gebruiken voor de vraag naar hogetemperatuurwarmte in de industrie? Of gaat groengas straks vooral naar de gebouwde omgeving? En als het groengas naar de gebouwde omgeving gaat, naar welke wijken? Op dit moment produceert de biogascentrale in Bunschoten onvoldoende groengas om te voorzien in de gehele aardgasvraag van de gemeente Bunschoten. Vanuit de biogascentrale is er de wens uit te breiden, maar of dit gebeurt is vooralsnog onzeker. De gemeente is daardoor, net als andere gemeenten, genoodzaakt ook andere warmtebronnen te onderzoeken voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. De rol van groengas in de warmtetransitie wordt in de uitvoeringsplannen op wijkniveau verder uitgewerkt, waarin nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Daarbij is leveringszekerheid een belangrijk aandachtspunt.
Figuur 4.5 Gasnet Bunschoten, met in paars het HD-net dat
Biogascentrale in Bunschoten (bron: website A. van de Groep)
gekoppeld is aan de omgeving (Bron: Stedin)
Pagina 20 van 50
Ontwikkeling op het gebied van geothermie in de regio De technische potentie van geothermie in en rondom Bunschoten is vooralsnog onbekend. In de RES wordt wel aandacht besteed aan de mogelijkheid. Voor de periode tot 2030 is de inzet van geothermie niet haalbaar. Ook na 2030 is de businesscase waarschijnlijk niet haalbaar, door de beperkte omvang van de gebouwde omgeving (voor diepe geothermie zijn circa 5.000 aansluitingen nodig voor een haalbare businesscase) en een relatief lage bebouwingsdichtheid van gemeente Bunschoten. Eerder is er echter een opsporingsvergunning verleend aan marktpartij Larderel Energy met een plan om geothermie in te zetten als alternatieve warmtebron in de regio Eemland. In de globale eerste versie van dit plan, genaamd ‘Energierotonde’, zijn ideeën geschetst over een aantal ultradiepe bronnen die een regionale warmtevoorziening kunnen invullen. Naast warmte voor de gebouwde omgeving, gaat het in dit plan ook over de productie van elektriciteit uit geothermie. Aankomende jaren gaan uitwijzen wat deze techniek kan betekenen voor Bunschoten.
4.5
Voorkeurstechnieken gemeente Bunschoten na 2030
Door te kijken naar onderstaande aspecten komen we op één of meerdere voorkeurstechniek(en) voor de gebouwde omgeving in gemeente Bunschoten. In figuur 4.6 geven we per buurt één of twee voorkeurstechnieken aan waarmee na 2030 de buurt aardgasvrij kan worden. We hanteren hier dus de CBS-buurtindeling. Deze zijn gebaseerd op: •
de lokale analyse van de gebouwde omgeving (woningeigenschappen en warmtevraag);
•
het aanbod en het potentieel van duurzame warmtebronnen in en rondom gemeente Bunschoten;
•
de uitkomsten uit de Startanalyse (te vinden in bijlage 5);
•
het Openingsbod van Stedin (te vinden in bijlage 6);
•
de gemeentelijke ambities om eerst de energievraag te reduceren door middel van isolatie en na 2030 in te zetten op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
Isoleren en nadruk op individuele oplossingen De basis is en blijft inzetten op energiebesparing door isolatiemaatregelen, nu en in de toekomst. We werken toe naar een aardgasvrije warmtevoorziening met de mogelijke warmteoplossingen van figuur 4.6. Vergaande isolatie is daarin onmisbaar. In hoofdstuk 6 geven we een raming van de kosten voor isolatiemaatregelen. Het is duidelijk dat de nadruk in gemeente Bunschoten komt te liggen op individuele oplossingen5. Met individuele oplossingen bedoelen we de volgende systemen: 1
Volledig elektrisch systeem (all-electric), dit zijn bodem- en luchtgekoppelde warmtepompen.
2
Hybride systeem, bestaande uit een cv-ketel op aardgas en een warmtepomp.
De voorkeurstechnieken in figuur 4.6 hangen sterk samen met de bouwperiode van de woning en de mate van isolatie. Zo heeft het centrum van Bunschoten veel oude woningen en zelfs monumentale panden waar isoleren een zeer lastige opgave is. Om die reden heeft de hybride warmtepomp in Bunschoten, maar ook in Spakenburg waar oude woningen staan, de voorkeur boven all-electric omdat daar een hoog isolatieniveau voor benodigd is. De hybride warmtepomp met gasgestookte ketel is een aantrekkelijke verwarmingstechniek voor matig tot goed geïsoleerde woningen, winkels en bedrijvenpanden. Daarbij geldt hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe beter de hybride warmtepomp werkt. De piekketel op aardgas springt enkel bij op koude dagen en zorgt voor warm tapwater. Daarmee is een hybride systeem een mooie tussenoplossing. Op natuurlijk momenten (renovatie of onderhoud) kunnen woningeigenaren hun woning verder isoleren en kan het hybride systeem worden vervangen door een volledig elektrische warmtepomp. Een tweede optie bij deze techniek is het behoud van een hybride
5
Een lijst van verschillende warmtepompen vindt u op https://res.urgenda.nl/gebouwde-omgeving/all-electric-oplossingen-voor-bestaande-bouw/
Pagina 21 van 50
systeem met piekketel op duurzaam gas (waterstof of groengas). Deze optie is echter onzeker aangezien onbekend is of en hoeveel duurzaam gas er in de toekomst beschikbaar komt. En collectief dan? In de toekomst, wanneer er meer duidelijkheid is over warmtebronnen die zich lenen voor een collectieve oplossing (zoals restwarmte uit de industrie en TEO uit het Eemmeer), behoren ook (kleinschalige) collectieve oplossingen tot de mogelijkheden. Een belangrijk aandachtspunt in de toekomst bij all-electric is de waarschijnlijke netverzwaring die nodig is. Bedrijventerreinen volgen een eigen ‘transitiepad’ en vragen om maatwerk. De warmtevraag van bedrijven verschilt, afhankelijk van de functie van het bedrijf. Bedrijven met enkel opslagloodsen hebben nauwelijks een warmtevraag, kantoorpanden hebben juist een warmte- enkoudevraag, en weer andere bedrijven hebben hoge temperatuur nodig voor bedrijfsprocessen. Veel bedrijven maken momenteel al werk van energiebesparing, omdat er voor bedrijven al strenge(re) energieregels zijn. Ook hier kan isolatie de energievraag verder beperken. Bovendien kunnen bedrijven de mogelijkheden verkennen voor een hybride systeem.
4.6
Conclusie warmtebronnen en voorkeurstechnieken
Er zijn in en rondom gemeente Bunschoten verschillende warmtebronnen aanwezig. Omgevingswarmte (luchtwarmtepomp) kan in principe altijd worden toegepast. Ook bodemwarmte is een bron die op veel plekken mogelijk is, gezien de reeds aanwezige bodemsystemen in Bunschoten (bijlage 3). Voor een aantal potentiële warmtebronnen geldt dat er aanvullend (praktisch) onderzoek nodig is om de daadwerkelijke en inzetbare potentie vast te stellen. Daarnaast is het belangrijk regionale warmteontwikkelingen in de gaten te houden.6 In opvolging van deze TVW (periode tot 2030) kan de gemeente het volgende onderzoeken/doen: –
bedrijven met restwarmte benaderen en de gesprekken te starten over de mogelijkheden om deze restwarmte te gebruiken in de gebouwde omgeving. Tevens kan er worden geïnformeerd hoe en of bedrijven samen willen/kunnen optrekken in de verduurzaming van bedrijventerreinen in gemeente Bunschoten;
–
een onderzoek verrichten naar de potentie van TEO uit het Eemmeer specifiek voor gemeente Bunschoten en hierbij de koppeling te maken met kansrijke buurten. Op dit moment loopt er een verkennend onderzoek in samenwerking met de regio en provincie Utrecht. Mocht na afronding blijken dat aanvullend lokaal onderzoek nodig is, dan wordt daar een plan van aanpak voor gemaakt
–
het lopende onderzoek van ‘de energierotonde’ in de regio Eemland afwachten.
Dit betekent niet dat er de komende jaren niets staat te gebeuren. Gemeente Bunschoten kan de warmtevraag terugbrengen door inwoners te informeren over isolatiemaatregelen, bewoners faciliteren die willen overstappen naar een elektrische of hybride warmtepomp en stappen zetten om de gebouwde omgeving aardgasvrij-ready te maken voor een toekomst zonder aardgas. Hoe die route en aanpak eruit ziet, bespreken we in het volgende hoofdstuk.
6
Er zijn onder meer onderzoeken op het gebied van TEO en geothermie.
Pagina 22 van 50
Figuur 4.6 Mogelijke warmteoplossingen na 2030 in gemeente Bunschoten op basis van CBS-buurten.
Pagina 23 van 50
5 De strategie tot 2030 Over 30 jaar gebruikt gemeente Bunschoten geen aardgas meer. Gezamenlijk is besloten om tot 2030 de energievraag terug te brengen door in te zetten op isoleren en nog niet een wijk of buurt aan te wijzen en aardgasvrij te maken. Dat betekent dat er in de laatste twintig jaar veel moet gebeuren en we daarom tot 2030 genoeg stappen hebben te zetten. In dit hoofdstuk schetsen we de route van de warmtetransitie in gemeente Bunschoten tot 2030. We leggen in Bunschoten de nadruk op energiebesparing en volgen daarmee het uitgangspunt om stapsgewijs aan de slag te gaan. Het terugbrengen van de energievraag is de meest logische eerste stap richting CO 2reductie en op termijn een aardgasvrij Bunschoten. Zeker met de stijgende energieprijzen (anno 2021), loont het om een woning goed te isoleren en kunnen we hier direct mee beginnen. In samenspraak met de belanghebbenden uit de projectgroep en de gemeenteraad is besloten om in deze visie nog geen startwijk aan te wijzen om voor 2030 aardgasvrij te maken, maar te beginnen met een isolatieaanpak over de hele gemeente en een verdiepingsslag te maken op de kansrijke warmtebronnen. We volgen een route met drie sporen.
5.1
Spoor 1: gemeentebrede isolatieaanpak (vanaf 2022)
Tijdens de inwonersavond is naar voren gekomen dat inwoners behoefte hebben aan informatie over het belang van verduurzaming, wat de mogelijkheden hiervoor zijn en welke subsidie- of financieringsmogelijkheden er zijn. In de afgelopen jaren heeft de gemeente inwoners op verschillende manieren ondersteund bij het verduurzamen van de woning, bijvoorbeeld door communicatie en het aanbieden van een Duurzaamheidslening. Hiermee zijn de eerste stappen gezet in de richting van een duurzame gebouwde omgeving. De bedoeling is om dit vanaf 2022 te intensiveren en gemeentebreed aan te vliegen. We gaan in de komende jaren aan de slag met een plan van aanpak, voorlichting én het makkelijker maken van de aanschaf van isolatiemaatregelen. Het doel is om in de periode tot aan 2030 de gebouwde omgeving met deze aanpak transitiegereed te maken. •
Communicatie en voorlichting De communicatie en voorlichting rondom het verduurzamen van de woning richt zich onder meer op de noodzaak en voordelen ervan, zoals lagere energielasten, het leveren van een bijdrage aan het milieu en meer wooncomfort. Op dit moment vindt vanuit de gemeente communicatie en voorlichting plaats in de vorm van: −
Duurzaam Bouwloket adviseert inwoners bij vragen over onder andere subsidies en leningen, passende duurzaamheidsmaatregelen en materialen en benodigd budget.
−
Energiecoaches geven inwoners energieadvies om de woning te verduurzamen, onder andere wat betreft isolatie. In de komende jaren kan dit verder worden uitgebouwd, bijvoorbeeld door gerichter adviseren (op isolatie) en meer energiecoaches te werven.
−
Gemeentelijke communicatie over verduurzamen en isoleren, bijvoorbeeld via de gemeentewebsite, social media, flyers en op bijeenkomsten.
•
Financiering De mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen te financieren zijn nog onvoldoende om naar de toekomst toe grote stappen te zetten in de transitie naar aardgasvrij. Een financiële stimulans voor het isoleren van de woning vanuit de gemeente of andere overheden is gewenst. Op dit moment kunnen inwoners gebruik maken van de volgende financieringsinstrumenten: −
Met de Duurzaamheidslening kunnen woningeigenaren duurzaamheidsmaatregelen financieren. De lening wordt grotendeels gebruikt voor zonnepanelen, maar ook voor isolatiemaatregelen als vloer-, muur- en dakisolatie en een betere beglazing. Het budget voor de Duurzaamheidslening is op dit
Pagina 24 van 50
moment ontoereikend. Wanneer de voorlichting en communicatie rond isolatie wordt geïntensiveerd, is de verwachting dat de behoefte toe zal nemen. Energie-armoede is hierbij een aandachtspunt. −
Maatschappelijke organisaties en VvE’s kunnen met de Stimuleringslening duurzaamheidsmaatregelen financieren. Van de Stimuleringlening wordt beperkt gebruik gemaakt.
−
De subsidie Energiebesparing Bunschoten 2021-2022 biedt gratis kleine energiebesparende producten, zoals tochtstrips en radiatorfolie. Ook kunnen inwoners vanuit de regeling een energiebesparingsadvies aanvragen. De subsidie is beperkt beschikbaar (1.000 huishoudens) en loopt t/m 31 juli 2022.
5.2
Spoor 2: verdieping kansrijke warmtebronnen (2022)
In hoofdstuk 4 zijn een aantal kansrijke warmtebronnen aan bod gekomen. Tevens zagen we dat er nog onduidelijkheden zijn; zoals de leveringszekerheid en allocatie van de (toekomstige) biogasproductie in Bunschoten, de bruikbaarheid en werkelijke potentie van restwarmte op bedrijventerreinen. In dit spoor onderzoeken we welke warmtebronnen we daadwerkelijk kansrijk achten. We schatten de kansrijkheid in door middel van een praktische analyse en brengen technische, financiële, juridische en organisatorische risico’s in kaart. Gezien een aantal bedrijven aangegeven hebben restwarmte beschikbaar te hebben, is restwarmte een logische eerste warmtebron om nader te verkennen. Afhankelijk van de resultaten van dit spoor, dus indien restwarmte op bedrijventerreinen, biogas en op (lange) termijn warmte uit het Eemmeer kansrijk zijn, kunnen we de vervolgstappen verkennen richting een uitvoeringsplan om deze warmtebronnen te benutten. Welke wijk(en) lenen zich daar dan voor? Dit komt in het derde spoor aan bod.