CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1164402 bijlage Programmabegroting 2022 - 2025

Commissie Bestuur en Financiën 28 oktober 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1164402 Programmabegroting 2022-202528.143 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

De hoofdriolen worden volgens de methode van risico gestuurd beheer gereinigd en geïnspecteerd. Hierbij worden de relatief jonge minder belangrijke rioolstrengen minder vaak geïnspecteerd ten opzichte van de oudere rioolstrengen met een transportfunctie. In een aantal straten wordt de riolering vervangen. De rioolgemalen worden periodiek onderhouden. Dit vindt voor een klein deel in eigen beheer plaats en voor het overige deel worden onderhoudspartijen ingezet. In overleg met de bewoners en belanghebbenden van de schilderbuurt wordt invulling gegeven aan een klimaat adaptieve inrichting van de wijk. Regenwaterriool aanleggen in Eemdijk ten behoeve van de afvoer van regenwater van de openbare ruimte. In overleg met bewoners afkoppelen van de meeste panden de dakvlakken aan de straatzijde. Dat wil zeggen dat het regenwater van die dakoppervlakken op het regenwaterriool lozen. Met niveaumeters het vulgedrag in het rioolstelsel onderzoeken om nog meer inzicht te krijgen in het functioneren van het stelsel. Met dit inzicht sturen op afvalwaterstromen. Hierdoor wordt overstorten vanuit het riool op oppervlaktewater voorkomen.

69

▪ ▪

Met het waterschap Vallei en Veluwe en het Platform Water Vallei en Eem waterschap samenwerken om de waterketen zo optimaal mogelijk in te richten. Bewoners informeren over het juiste gebruik van de riolering en bewust maken van de verandering van het klimaat en de invloed daarvan op de leefomgeving.

Taakveld Afval Wat willen we bereiken? ▪ ▪

Een schone gemeente en een functionele grondstoffen- en restafvalinzameling. Het invoeren van een systeem van nascheiding per 1-1-2022.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪

Uitvoeringsplan uitwerken zodat de gemeente per 1-1-2022 op een systeem van nascheiding over kan gaan. Samen met de AVU en ROVA werken aan het terugdringen van afval en het bevorderen van het hergebruik van grondstoffen. Dit sluit aan bij de milieudoelstellingen van de gemeente. De uitkomsten van het raadsbesluit “aanbiedstation” worden uitgewerkt mede in relatie tot het project nascheiding en GHA. Er wordt onderzoek gedaan naar GHA met als doelstelling dit te reduceren.

Taakveld Milieubeheer Wat willen we bereiken? ▪

Het behouden en zo mogelijk verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit in Bunschoten, waarbij de milieutaken op adequaat niveau zijn. Om de milieudoelstellingen te bereiken kunnen onder andere juridische (regelgeving, convenanten) en economische (subsidie/belasting) middelen ingezet worden. De gemeente staat aan het begin van een energietransitie, daarbij is participatie van groot belang. De mogelijkheden voor het verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit worden gezocht aan de hand van twee centrale vragen: o Hoe moet de Bunschotense ruimte, bedrijvigheid, samenleving en overheidsorganisatie zich vanuit een ‘duurzaamheids- en leefbaarheidsbril’ ontwikkelen? o Welke bijdrage kunnen de Bunschotense gebieden, bedrijven, burgers en overheidsorganen leveren aan het realiseren van een duurzame leefomgevingskwaliteit?

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Met betrokken partijen invulling geven aan actuele onderwerpen op het gebied van leefbaarheid, zoals afvalinzameling en -scheiding, het besparen van energie in de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame energie. Integraliteit met betrekking tot het onderwerp klimaatadaptatie verder vormgeven. Voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Inpassing van de Wet bodembescherming in de toekomstige Omgevingswet volgen, waardoor taken van provincie naar gemeente schuiven. Voorbereiden van de implementatie van de Omgevingswet op het gebied van milieu en duurzaamheid. Outputfinanciering bij de RUD, op basis van daadwerkelijk afgenomen producten. Integraal samenwerken met handhavers in de gemeentelijke organisatie en daarbuiten (bijvoorbeeld het Waterschap in het discrepantieproject), vanuit het vastgestelde Actualisatie Integrale Handhavingsbeleid. De informatieplicht energiebesparing implementeren door voorlichting richting bedrijven en het overdragen van het toezicht aan de RUD. Vanuit de RES 1.0 werkt de gemeente onder andere aan het stimuleren van zon op bedrijfsdaken en participeert de gemeente in een regionaal onderzoek naar de potentie van zonnepanelen in de bermen langs de A1.

Aan de slag met de acties die volgen uit de Transitievisie Warmte en het lokale afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit, waaronder het vormgeven van een isolatiecampagne en het onderzoeken van de potentie van restwarmte en aquathermie. 70

▪

Woningeigenaren en huurders vanuit het project “verduurzamen woningen” aanzetten tot het treffen van energiebesparende maatregelen, bijvoorbeeld door de inzet van energiecoaches, de RREW-subsidie en het onder de aandacht brengen van het Duurzaam Bouwloket.

Taakveld Begraafplaatsen en crematoria Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪

Nette begraafplaatsen en begrafenissen, waarbij orde, respect, rust en netheid de belangrijkste uitgangspunten zijn. Vanuit de coalitie is de wens uitgesproken voor het creëren voor langere grafrust. Het herbegraaf- en ruimingsbeleid wordt niet uitgevoerd gedurende het onderzoek naar de wens voor het creëren van een langere grafrust.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪

Het beheren en onderhouden van de begraafplaatsen op een hoog onderhoudsniveau. Het uitvoeren geven aan het reguliere begraafbeleid. Afhankelijk van de besluitvorming van de vervolgonderzoeken voor langere grafrust, worden de uitkomsten uitgevoerd of verwerkt in het begraafbeleid.

Verbonden partijen Volksgezondheid en milieu Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht De GGDrU beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de gemeenten in het werkgebied. Zij doet dit door de risico’s voor gezondheid te signaleren, te voorkomen en de gezondheid van de inwoners te bevorderen. Ook als er incidenten uitbreken in de regio zorgt de GGDrU voor snelle hulpverlening, in samenwerking met de VRU. Afvalverwijdering Utrecht De AVU werkt samen met en in opdracht van de Utrechtse gemeenten in de afvalketen en draagt zorg voor de overslag, het transport en de verwerking van het huishoudelijk afval van de deelnemende gemeenten in de provincie Utrecht. Regionale uitvoeringsdienst Utrecht De RUD Utrecht voert vergunningverlenings-, handhavings- en adviestaken uit voor de provincie Utrecht en 11 andere gemeenten waaronder Bunschoten. De manier waarop de RUD en haar opdrachtgevers samenwerken en de verdeling van taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. De vergunningverleners en toezichthouders werken aan een schoon milieu, natuurbehoud en een veilige leefomgeving. Met de RUD wordt gewerkt aan de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. N.V. ROVA Holding De ROVA zamelt de huishoudelijke afvalstoffen in, in de gemeente Bunschoten. Vitens N.V.

Vitens NV heeft als missie een duurzame, efficiënte en effectieve watervoorziening binnen het voorzieningsgebied van de aangesloten bedrijven, voor de verschillende deelmarkten en doeleinden van waterverbruik, volgens de hoogste standaards op het gebied van kwaliteit, gezondheid en beschikbaarheid, gebaseerd op een integraal beheerde en duurzaam ingerichte waterketen.

Indicatoren Volksgezondheid en milieu Indicator

Eenheid

Bron

Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit

KG per inwoner

CBS

%

Rijkswaterstaat Klimaatmonitor

Bunschoten 2019 38

Nederland 2019 161

5,5

20,1

71

Wat mag het kosten? Programma Volksgezondheid en milieu (bedragen x € 1.000,-) Rekening 2020

Raming 2021

Raming 2022

Meerjarenraming 2023 2024 2025

Lasten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

870 1.417 2.520 919 378

916 1.508 2.449 743 406

950 1.572 2.772 883 382

948 1.598 2.775 883 382

948 1.593 2.775 880 384

948 1.573 2.773 867 388

Totaal lasten

6.104

6.023

6.559

6.587

6.580

6.549

Baten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

4 1.531 2.154 19 499

0 1.501 2.480 25 382

0 1.544 2.626 25 387

0 1.544 2.705 25 387

0 1.544 2.745 25 387

0 1.544 2.785 25 387

Totaal baten

4.208

4.388

4.582

4.661

4.701

4.741

Saldo programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

866 -114 366 900 -121

916 7 -31 718 24

950 28 146 858 -5

948 54 70 858 -5

948 49 30 855 -3

948 29 -12 842 1

Totaal saldo

1.896

1.635

1.977

1.925

1.879

1.808

2022

2023

2024

2025

Drukunits

291.000

-

-

-

Aanpassing watergangen en aanleg duiker

250.000

-

-

-

Vervanging actualisering gemeentelijk Rioleringsplan

-

25.000

-

-

Vervanging actualisering basis Rioleringsplan

-

22.500

-

-

615.400

-

528.700

393.000

-

-

-

33.000

Calamiteitenplan, afkoppelplan en rioolbeheergeg.

5.000

-

-

-

Aanbiedstation investering

50.000

Vervanging nota milieubeleid

20.000

-

-

-

Investeren in duurzaamheid

21.000

-

-

-

Aanleg 4e grafheuvel begraafplaats De Akker

-

94.000

-

-

Vervangen gereedschappen voor begraafplaatsen

-

-

31.842

-

50.000

-

-

-

1.302.400

141.500

560.542

426.000

Investeringen (Bedragen x €1,-)

Vervanging/renovatie riolering 2020 ev Riolering verbeteringen

Ruimen en herbegraven MM 2017-2021 Totaal

72

Toelichting De meerjarenbegroting van de GGD is de basis voor de raming van het taakveld Volksgezondheid. De verschillen op taakveld Riolering hebben voornamelijk betrekking op de investeringen vanuit het gemeentelijk rioleringsplan. In de berekening van de tarieven rioolheffing is alleen gerekend met inflatie. De extra lasten op taakveld Afval worden zijn het effect van het overgaan op nascheiding van afval met ingang van 2022. De uitgangspunten zoals opgenomen in de kadernota begroting 2022 zijn hierin verwerkt. De lasten op taakveld Milieubeheer hebben voornamelijk betrekking op de meerjarenbegroting van de RUD. De baten en lasten op het taakveld Begraafplaatsen en crematoria blijven redelijk op niveau.

73

74

2.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (Commissie Ruimte, portefeuillehouder H. van Barneveld)

Omschrijving programma (missie) De gemeente Bunschoten kenmerkt zich als een ‘eiland in de groene zee’. Ingezet wordt op het behoud van het open landschap rondom Bunschoten. Bunschoten wil voldoende ruimte houden voor opvang van de eigen bevolking en de ontwikkeling van de plaatselijke werkgelegenheid. Gestreefd wordt naar handhaving en versterking van de bestaande kenmerken en kwaliteiten: kleinschaligheid, cultuurhistorie, rust en natuur en de ligging aan het water. Het beleid streeft naar een zodanige inrichting van de gemeente dat voldoende ruimte bestaat voor wonen, werken en voorzieningen. Samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt er gewerkt aan een vitale gemeente, waar het aantrekkelijk is om in te wonen, werken en recreëren. Bij deze inspanningen wordt nadrukkelijker samengewerkt op regionaal niveau, onder andere met regio Amersfoort, regio Foodvalley en de provincie Utrecht, voor de gemeente overschrijdende uitdagingen (strategische agenda regio Amersfoort, regionale energiestrategie, regio woondeal met het Rijk, regionale programmering wonen, POVI, Ontwikkelbeeld 2030-2040, meer verbinden woonen zorgthema’s etc). Het programma bestaat uit de volgende taakvelden: ▪ Ruimte en leefomgeving ▪ Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) ▪ Wonen en bouwen

Context en achtergrond Ruimte en leefomgeving De rijksoverheid werkt sinds een geruim aantal jaar aan een wetgevingstraject dat grote gevolgen heeft voor de wetgeving en werkwijze binnen het omgevingsrecht (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, erfgoed, natuur en infrastructuur). De nieuwe Omgevingswet, welke inmiddels door de Tweede en Eerste Kamer is vastgesteld, moet een groot aantal bestaande wetten en uitvoeringsregelingen (AMvB’s en ministeriële regelingen) gaan vervangen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de wet opnieuw later in werking zal treden, namelijk op 1 juli 2022. Het heeft organisatiebreed gevolgen voor de wijze van werken. In navolging op de afgelopen jaren wordt in 2022 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet in de organisatie. Activiteiten om voor te bereiden op de inwerkingtreding zijn onder meer het volgen van opleidingen, zodat gemeente Bunschoten volgens de vereisten van de nieuwe wet kan vergunnen, het oefenen met de nieuwe manier van werken en participatietrajecten, het werken aan de kerninstrumenten zoals de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan en de inzet op het automatiseringstraject (Digitale Stelsel Omgevingswet). De gemeenteraad wordt op een passende manier geïnformeerd en betrokken bij dit implementatietraject. Grondexploitatie Voor dit taakveld gelden enkele algemene beleidsuitgangspunten.

Ten behoeve van de uitgangspunten wordt aan diverse woningbouwprojecten (mee)gewerkt. Vanuit deze projecten worden woningen toegevoegd waarmee het inwoneraantal kan worden verhoogd. Door in de projecten te participeren en voorwaarden te stellen aan het woningbouwprogramma wordt voorzien in passende woonruimte voor de doelgroepen van het vastgestelde volkshuisvestingsbeleid. In regionaal verband wordt gewerkt vanuit de vastgestelde Regionale ruimtelijke visie Regio Amersfoort.

75

Wonen Nieuwe woonvisie 2020 – 2025 Bij de opzet van woonvisie 2020 – 2025 als uitgangspunt genomen de PRIMOS 2020 kengetallen over de verwachte bevolkingsgroei, welke een iets ander beeld geven dan de PRIMOS 2019 gegevens. Zo moeten er tot en met 2025 650 woningen, voor tien jaren 1.200 woningen en voor twintig jaren 1.900 woningen voor eigen behoefte worden gebouwd. Daarbij is een accentverlegging nodig qua nieuwbouw met meer nul-treden-woningen (appartementen en grondgebonden patiowoningen en bungalows) om de groeiende groep senioren beter te kunnen bedienen en de doorstroming van inwoners naar geschikte woningen te bevorderen. Ook dient dit type woningen naast de koopsector meer in de huursector gerealiseerd te worden. Verder vallen te veel mensen nu tussen wal en schip en moet de gemeente meer bouwen voor deze groep in de sociale huur, de middenhuur en de sociale koop. Voor senioren en specifieke doelgroepen Vanwege deze deels veranderde nieuwbouwopgave omarmt de gemeente naast de klassieke nieuwbouwmethoden ook de meer creatieve nieuwbouwconcepten, zoals Knarhofjes, gespikkeld wonen, Tiny houses en/of micro-wonen voor de verschillende doelgroepen. Voor starters en middeninkomens Voor starters worden meer kansen gecreëerd, waarbij de inzet is om voor 50% nieuwbouw te realiseren in het segment sociale huur, middenhuur en sociale koop tot aan de Nationale Hypotheekgarantie.

Ook mensen met een middeninkomen moeten hierdoor beter bediend worden. Naast de gemeente gaat ook de provincie hier nadrukkelijk op sturen op basis van regionale programmering voor Wonen als onderdeel van de POVI. Woondeal regio Amersfoort met het Rijk Met deze woondeal wordt een versnelling van de woningbouw nagestreefd in de regio met gemiddeld 40%. De woondeal betreft een meerjarig contract tot uiterlijk 2030. Daarnaast worden lokale knelpunten aangekaart c.q. aangepakt welke aansluiten op deze versnelling. Specifiek voor Bunschoten is afgesproken dat de gemeente een versnelling van de nieuwbouwopgave van 20% nastreeft (oplevering nieuwbouw en/of transformatie tussen 130 en 155 woningen per jaar). Ook wordt er aandacht gevraagd voor de vitaliteit van Eemdijk en voor mobiliteit specifiek de situatie van de provinciale weg N199 tussen de A1 en de gemeente Bunschoten. Regionaal programmeren wonen & werken Het regionaal programmeren doet zijn intrede in de regio Amersfoort voor zowel wonen als voor werken. Het betreft een adaptief programma, welke jaarlijks kan worden aangepast. Specifiek voor wonen, moet dit leiden tot een versnelling en meer flexibiliteit in het programmeren van nieuwbouw in de gemeenten. Omgekeerd is er ook meer regionale afstemming wat er precies wordt gebouwd.

Daarbij zal bijvoorbeeld ook worden bewaakt of de doelstelling voor meer starterswoningen (sociale huur, middenhuur, sociale koop) voor maximaal 50% ook regionaal wordt gerealiseerd. De planmonitor van de Provincie wordt hiertoe nog nader omgevormd om naast de kwantitatieve gegevens ook meer kwalitatieve gegevens te monitoren Huisvestingsverordening De Huisvestingsverordening 2018-2021 loopt af en eind 2021 wordt geëvalueerd of er een nieuwe Huisvestingsverordening 2022-2025 moet komen. De verwachting is dat die er zal komen, ook omdat de extra ambitie uit de Huisvestingsverordening 2018-2021 (om 120 extra sociale huurwoningen te bouwen) niet volledig is gerealiseerd. Daarnaast zorgt de oververhitte woningmarkt en schaarste op deze woningmarkt ervoor dat de doelgroep voor sociale huurwoningen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Tenslotte moeten de terugkerende jeugd en volwassenen uit woonzorginstanties beter bediend worden met sociale huurwoningen. Zij zijn voor terugkeer in de maatschappij qua huisvesting (met afbouw van zorg) aangewezen op de gemeente van herkomst. Voor de gemeente geldt naast deze maatschappelijke overweging om deze mensen snel te helpen aan een woning (housing first) ook een financiële overweging.

Deze inwoners kosten namelijk aanzienlijk meer als ze (noodgedwongen) langer gehuisvest blijven in woonzorginstanties in afwachting van zelfstandige woningen. In dat opzicht liggen de belangen van deze inwoners en die van de gemeente op één lijn om voor snelle herhuisvesting te zorgen na hun behandelperiode. 76

Prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties De gesprekken en afstemming over de prestatieafspraken met de twee corporaties (Het Gooi en Omstreken en Eemland wonen) en de organisaties voor huurdersbelangen (Het Gooi en Omstreken en huurdersraad Eemland wonen) zijn opgestart in 2021, welke naar verwachting zal leiden tot nieuwe prestatieafspraken 2022-2025. Ook hier betreft het een adaptieve set met prestatieafspraken, welke jaarlijks kunnen worden aangepast, aangevuld en/of bijgesteld. Bouwen In de Wabo, hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht en hoofdstuk 10 van de Ministeriele regeling omgevingsrecht zijn de kwaliteitseisen voor handhaving opgenomen. Hierin wordt voorgeschreven dat het handhavingsbeleid jaarlijks in een uitvoeringsprogramma moet worden uitgewerkt. Daarin staat waaraan de beschikbare capaciteit wordt besteed. Deze verdeling is gebaseerd op wettelijke vereisten, het lokale handhavingsbeleid en de risicoanalyse die jaarlijks wordt uitgevoerd. De verantwoording hiervan gebeurt door middel van een jaarlijkse evaluatie en bijstelling van de beleidsen uitvoeringscyclus (De big-8-cyclus). Het uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de leges is dat de leges kostendekkend moeten zijn. De leges van de omgevingsvergunning vormen de belangrijkste inkomstenpost voor wat betreft de opbrengst van leges.

Het promillage van de bouwleges wordt jaarlijks door de raad vastgesteld.

Kaderstellende beleidsnota’s ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Coalitieakkoord 2019 - 2022 ‘Nieuwe wegen, vaste waarden!’ Toekomstvisie 2025 ‘Gemeente Bunschoten zijn we samen!’ Structuurvisie Bunschoten 2009 Inteim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2021 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 2021 Regionale ruimtelijke visie Regio Amersfoort Masterplan Rengerswetering 2007 Stedenbouwkundig plan Rengerswetering eiland 4 2020 Ontwikkelingsvisie Kuststrook - Oost 2005 Woonvisie 2020 - 2025 Huisvestingsverordening 2018 – 2021 (en wellicht vervolgperiode 2022 – 2025) Prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporatie Het Gooi en Omstreken 2017 2021 en eerste wijziging 2019 Bouwbesluit Welstandsnota gemeente Bunschoten 2017 Bouwverordening Bestemmingsplannen

Taakveld Ruimte en leefomgeving Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Voorbereid zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Beschikken over een nieuwe omgevingsvisie, waarin de ambities van de gemeente Bunschoten voor de periode tot 2040 zijn opgenomen. De doelstellingen realiseren uit de Toekomstvisie 2025 wat betreft het werkveld ruimtelijke ordening en de Structuurvisie Bunschoten, met uitzondering die met betrekking tot het gebied Kortelanden. Alle bestemmingsplannen zijn actueel en digitaal beschikbaar. Regievoering op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Bunschoten. Uitbreiding van de kern Eemdijk. In het kader van het opstellen van een omgevingsvisie blijven streven naar het behoud van de kernkwaliteiten van het buitengebied, waarbij de agrariërs worden gestimuleerd mee te denken over de bijdrage die zij kunnen leveren aan het realiseren van maatschappelijke doelen.

77

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Verder werken aan de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet (omgevingsvisie en omgevingsplan). Het herinrichten van de werkprocessen met het oog op de komst van de Omgevingswet. Volgen van opleidingen en voorbereiden op het werken volgens de nieuwe Omgevingswet Voorbereiden op de invoering van het Digitale Stelsel Omgevingswet. Uitvoering geven aan het masterplan Rengerswetering, door het opstellen van verkavelingsplannen en uitwerkingsplannen. Uitvoering geven aan het diverse projecten, zoals Eemlandia, Tiny houses, Oostsingel/Garnalenweg, Zuyderzee aan de dijk en andere (kleinere) inbreidingslocaties. Waar nodig faciliterend optreden bij de overige in het uitvoeringsprogramma opgenomen (woningbouw)projecten. Toetsing en begeleiding en advisering over ruimtelijke plannen. Toepassen van het vastgestelde grondebeleid. Daar waar actief grondbeleid wordt gevoerd gebruik maken van de instrumenten uit de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet. De overige plannen procedureel en projectmatig begeleiden (onder meer vergunningverlening en contractvorming met betrekking tot kostenverhaal en dergelijke). De plannen met betrekking tot uitbreiding van Eemdijk zorgvuldig procedureel begeleiden en faciliteren.

Taakveld Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) Binnen de gemeente is een aantal projecten in uitvoering die betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het gaat zowel om enkele grote ruimtelijke uitbreidingsplannen (woningbouw en bedrijfsterrein) als om enkele kleinere in ontwikkeling te nemen inbreidingslocaties. ▪ Rengerswetering In navolging op de eerste drie eilanden wordt in 2022 het vierde centrale eiland “Het Zuiderland” in ontwikkeling genomen. Daarnaast wordt gestart met de planvorming van de eilanden 5, 6 en 7 en de uitwerking van het vijfde wooneiland. Samengevat zien de belangrijkste activiteiten voor 2022 er als volgt uit: Zuiderland (eiland vier) o Op basis van het vastgestelde stedenbouwkundig plan en bijbehorend beeldkwaliteitsplan kan het woonrijp maken worden voorbereid en gefaseerd uitgevoerd. o Mede afhankelijk van de verkoopresultaten zal in 2022 worden gebouwd aan de woningen en de supermarkt. o Voorbereiding en waar mogelijk starten met de bouw van de nieuwe school. Eiland vijf, zes en zeven o In aansluiting op het vierde eiland wordt in 2022 een voorlopig stedenbouwkundig plan voor de eilanden 5, 6 en 7 vastgesteld. o Op basis daarvan wordt gestart met de planuitwerking en voorbereiding van het vijfde eiland. o Grondverwerving/contractvorming voor de plandelen van eiland 6 en verder.

▪ Plan Oostsingel In samenwerking met de initiatiefnemers zal worden gewerkt aan de voorbereiding en realisatie van het plan Oostsingel op en rondom het voormalige terrein van Van Amerongen Sierbestrating. Het plan bestaat uit ongeveer zes twee-onder-een-kapwoningen en ongeveer 49 appartementen. ▪ Zuyderzee aan de dijk Begin 2022 zullen de woningen (20 ‘vestingwoningen’ en 17 rijwoningen) in dit project worden opgeleverd en zal het woonrijpmaken van het gebied rondom de woningen zijn afgerond.

78

▪ Project Tiny Houses Samen met woningstichting Het Gooi en Omstreken wordt gewerkt aan de plannen voor de realisatie van 16 tiny houses binnen de gemeente. De beoogde locatie voor deze woningen is de groenstrook achter de woningen aan de Frits de Zwerver, waar ter financiering van dit project ook 15 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De planning is dat de tiny houses in 2022 worden geplaatst. ▪ Gebouw Eemlandia In aansluiting op de oplevering van de 15 grondgebonden woningen zal het gebouw zelf in 2022 worden opgeleverd. In het gebouw komen 25 sociale huurappartementen en kantoorruimtes. Aansluitend zal het gehele gebied woonrijp worden gemaakt. ▪ Kerkstraat Na de verkoop van de Ouwe Sjool gaat de gemeente in gesprek met het bedrijf over de restauratie van dit gemeentelijk monument. ▪ Uitbreiding Eemdijk-Oost In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 – 2028 (oud) is voor de kern Eemdijk een uitbreidingsmogelijkheid voor woningbouw ten oosten van het Kerkepad opgenomen. Hiertoe heeft de gemeenteraad bestemmingsplan Eemdijk-Oost vastgesteld, dat echter door de Raad van State is vernietigd. In overleg met de initiatiefnemer blijft worden gezocht naar mogelijkheden om te komen tot een juridisch houdbare onderbouwing voor de specifieke woningbouwbehoefte van Eemdijk-Oost.

Recente ontwikkelingen, zoals een Provinciale Omgevingsvisie (vastgesteld 2021), het regionaal programmeren wonen en werken en de woondeal regio Amersfoort met het Rijk, vormen aanleiding om wederom uit te laten zoeken of dit aanknopingspunten biedt om een nieuwe Ladderonderbouwing voor duurzame verstedelijking op te stellen voor Eemdijk-Oost.

Taakveld Wonen en bouwen Wat willen we bereiken? ▪ ▪

▪

▪

Voldoende woonmogelijkheden voor de eigen inwoners, zowel in de huur- als de koopsector (specifiek voor starters en ouderen, maar ook voor bijzondere doelgroepen als mensen met een zorgbehoefte en met beperkingen). Een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling, dat wil zeggen meer kansen voor groepen die aangewezen zijn op betaalbare huisvesting, zowel in de huursector (woningzoekenden die net niet kunnen kopen en senioren) als in de koopsector (starters en oudere doorstromers/senioren). Differentiatie in de bouw van woningen in Rengerswetering gezien de verscheidenheid in behoefte. Er moet evenwicht zijn tussen goedkope en duurdere woningen, ruime en minder ruime woningen. Wel wordt gekeken of er nog meer een accent gelegd kan worden op de realisatie van woningen voor starters, volgens de motie “bouwen, bouwen, bouwen”. Naast Rengerswetering op meer inbreidingslocaties bouwen, voor een betere spreiding. Dit geldt vooral voor de sociale woningbouw, waarbij kansen met eigen grondposities goed worden benut. Voor ouderen moeten vooral geschikte locaties gevonden worden nabij voorzieningen. Het vinden van voldoende geschikte locaties voor nieuwbouwwoningen voor de verschillende doelgroepen wordt nog een hele uitdaging voor de gemeente en initiatiefnemers.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Uitvoeren woonvisie 2020 – 2025. Oppakken van initiatieven van (lokale) inwoners, ontwikkelaars en beleggers om te komen tot nieuwbouw en transformatie van niet-woningen tot woningen. Nieuwe prestatieafspraken 2022-2025 met woningcorporaties en huurdersbelangenorganisaties. Evaluatie prestatieafspraken 2017-2021 met Gooi en Omstreken wordt daarin meegenomen. Een nieuwe Huisvestingsverordening 2022-2025 voorbereiden (als dat uit de evaluatie 2021 komt). Een verdiepingsslag maken met de provinciale Planmonitor woningen.

79

Verbonden partijen Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing MooiSticht programma MooiSticht heeft door de specifieke gemeentelijke taak als verlengd lokaal bestuur één herkenbaar programma Welstands- en monumentenadvisering. De doelstelling van de stichting is de zorg voor de instandhouding en bevordering van het bouwkundig schoon, de welstandszorg, het landschaps- en stedenschoon, waaronder de monumentenzorg en ook de zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in zijn algemeenheid in de deelnemende gemeenten. Uitgangspunt is steeds het optimaal bedienen van de besturen van de aangesloten gemeenten.

Indicatoren Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Indicator

Eenheid

Gemiddelde WOZ-waarde woningen

1.000 euro

Nieuwbouwwoningen

Aantal per 1.000 woningen

Demografische druk

%

Woonlasten éénpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden

Bron

Nederland 2021 270 (2020)

Euro

Bunschoten 2021 CBS - Statistiek 314 (2020) Waarde Onroerende Zaken ABF systeem 12,5 (2020) Woningvoorraad CBS - Statistiek 73,1 Bevolking COELO 694

Euro

COELO

810

705

8,9 (2020) 70,1 733

80

Wat mag het kosten? Programma Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (bedragen x € 1.000,-) Rekening Raming Raming 2020 2021 2022

Meerjarenraming 2023 2024 2025

Lasten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen

302

419

342

342

350

350

8.498 906

13.142 1.021

5.425 1.027

1.937 996

512 972

7.773 974

Totaal lasten

9.706

14.583

6.794

3.275

1.834

9.097

Baten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen

140

516

875

2.355

1.653

28

10.683 705

13.142 619

5.425 597

1.937 597

512 597

7.773 597

Totaal baten

11.528

14.278

6.897

4.890

2.762

8.398

Saldo programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen

162

-97

-533

-2.013

-1.303

322

-2.185 201

0 402

0 430

0 398

0 375

0 376

Totaal saldo

-1.823

306

-103

-1.615

-928

698

2022

2023

2024

2025

10.000

-

-

-

Software digitaal stelsel omgevingswet

-

-

58.000

-

Woonvisie 2025 - 2030

-

-

50.000

-

10.000

-

108.000

-

Investeringen (Bedragen x €1,-) Onderzoek funderingen woningen gebouwd voor 1950

Totaal

Toelichting De raming van het taakveld Grondexploitatie is gebaseerd op de meerjarenprognose grondexploitatie, zoals opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

81

82

3. PARAGRAFEN

83

84

3.1 Lokale heffingen (Commissie Bestuur en Middelen) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf lokale heffingen is opgenomen in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat tenminste de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Begroting versus jaarrekening De belastingparagraaf in deze begroting is zo vormgegeven dat de uitwerking van de belastingparagraaf in de jaarrekening straks zoveel mogelijk overeenkomt. Dit is bevorderlijk voor de controlerende taak van de raad en verschaft een zo goed mogelijk inzicht. De verplichte onderdelen in deze paragraaf zijn uitgebreid met een “kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten”. Dit verschaft extra inzicht aan de raad hoe op begrotingsbasis omgegaan wordt met het kostendekkingsuitgangspunt en hoe dit zich straks vertaald in de jaarrekening. Bij het overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen is slechts het algemene kader geschetst van de verschillende heffingen die geheven worden in deze gemeente.

In de belastingparagraaf voor de jaarrekening worden deze heffingen ook nader voorzien van kengetallen, resultaten en een nadere analyse van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote bedragen. Egalisatiereserves De egalisatiereserves vormen een essentieel onderdeel van de kostendekking van de verschillende rechten. Egalisatiereserves hebben als voornaamste doel om grote tariefschommelingen te voorkomen. Ook kan een reserve worden opgebouwd om toekomstige vervangingsinvesteringen uit te bekostigen. Over de gewenste bandbreedte van deze reserves zijn nadere uitgangspunten geformuleerd. Aan de hand van deze uitgangspunten kan aan de hand van de stand van de egalisatiereserves worden bepaald hoe omgegaan moet worden met eventuele (extra) tariefmaatregelen om in een bepaalde termijn weer binnen de afgesproken bandbreedte te opereren. Dit kan zowel een verlaging als een verhoging van tarieven betreffen. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus / Tricijn (GBLT) Het GBLT te Zwolle voert de verschillende heffingen, inningen en de Wet Waardering Onroerende Zaken voor de gemeente Bunschoten uit. Een gemeentelijke regiefunctionaris bewaakt de financiële afspraken en prestatieafspraken in overleg met de belastingsamenwerking en zorgt ook voor de relevante informatie-uitwisseling.

De gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen wordt bij deze samenwerking gebundeld met verschillende waterschapheffingen, waardoor er een optimaal heffings- en inningsproces ontstaat. Burgers en bedrijven worden door GBLT hierover geïnformeerd. Enige (veelal incidentele) heffingen voert de gemeente zelf nog uit. Het betreffen de roerende ruimtebelasting, leges, begrafenisrechten en incidentele marktgelden.

85

Belastingen en rechten

Primitieve begroting 2022

Belastingen: Onroerendezaakbelastingen (GBLT) Roerende-ruimtebelastingen (gemeente) Forensenbelasting (GBLT) Precariobelasting, algemeen (GBLT)

€ € € €

4.423.000,00 4.500,00 8.000,00 61.000,00

Bestemmingsheffingen: Rioolheffing (GBLT) Afvalstoffenheffing (GBLT) BIZ bijdrage Haarbrug Noord (GBLT) Afdracht BIZ bijdrage Haarburg Noord (gemeente)

€ € € €

1.544.000,00 2.266.000,00 19.000,00 -18.000,00

Rechten: Begrafenisrechten (gemeente) Marktgelden (GBLT heffingen jaarplaatsen, gemeente incidenteel) Overige Inkomsten markt - water/stroomverbruik (gemeente) Afdracht promotiegelden markt (gemeente) Havengelden (GBLT heffingen jaarligplaatsen) Leges algemene dienstverlening/burgerzaken (gemeente) Afdracht Rijksleges (gemeente) Leges omgevingsvergunning/bouwen (gemeente) Totaalopbrengst belastingen en rechten

€ € € € € € € € € €

387.000,00 63.000,00 8.000,00 -8.000,00 99.000,00 256.000,00 -85.000,00 571.000,00 9.598.500,00

Na afronding van het dienstjaar wordt, in de belastingparagraaf behorende bij de jaarrekening 2022, een nadere analyse gegeven van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote opbrengsten.

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De gemeentelijke inkomsten bestaan slechts voor een beperkt deel uit eigen belastinginkomsten (belastingen en rechten). Het overgrote deel van de gemeentelijke inkomsten wordt gevormd door de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en door specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid. De overige inkomsten van gemeenten zijn afkomstig uit onder andere bouwgrondexploitatie, beleggingen, huren, pacht, nutsbedrijven, handel en industrie. Waarom zijn de eigen belastinginkomsten dan toch zo belangrijk? ▪ Door op lokaal niveau (de gemeenteraad) de afweging te maken welke voorzieningen tot stand worden gebracht en welke belastingheffing daarvoor nodig is, wordt een optimale democratische afweging gemaakt; ▪ Daarnaast kunnen eigen (belasting)inkomsten noodzakelijk zijn om de onvolkomenheden in de verdeling van de gelden uit het Gemeentefonds te kunnen opvangen; ▪ In toenemende mate worden ook de taken van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten. Bij de overdracht van de bijbehorende financiële middelen gaat het Rijk er in veel gevallen vanuit dat gemeenten de overgedragen taken efficiënter uit kunnen voeren dan het Rijk, zodat men op voorhand een zogenaamde efficiencykorting toepast op de bij de taak behorende geldstroom.

Ook de kosten voor het opzetten van nieuwe taken wordt veelal niet, of slechts gedeeltelijk, door het Rijk gedragen. Een eigen lokaal belastinggebied is voor de lokale politiek dan een pré. In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen een gemeente mag heffen. Het is de Gemeenteraad die besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting door het vaststellen van een belastingverordening.

86

Bij de eigen belastinginkomsten van gemeenten kan onderscheid worden gemaakt tussen een tweetal vormen: ▪ belastingen die dienen om kosten te verhalen op diegenen die deze kosten veroorzaken (leges en rechten); ▪ belastingen die dienen om inkomsten te genereren die vrij besteedbaar zijn en waarbij geen relatie wordt gelegd met gemaakte of te maken kosten (verschillende belastingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen). Beleid en verordeningen De redactionele en technische wijzigingen van de belasting- en rechtenverordeningen 2022 worden in een afzonderlijk raadsvoorstel aangeboden. De relevante verordeningen zijn (voor zover relevant) vooraf tekstueel afgestemd met het GBLT. Hierin worden ook de in deze paragraaf vermelde tariefbepalingen verwerkt. In het kort worden nu al enige (toekomstige) beleidsmatige wijzigingen in deze paragraaf van de programmabegroting toegelicht. Tarievenbeleid Bij het opstellen van de ramingen van de inkomsten uit belastingen, bestemmingsheffingen en rechten voor de gemeentelijke begroting 2022 wordt uitgegaan van een vrij beperkte gemiddelde tariefswijziging. Daarbij is als algemeen uitgangspunt een verwacht inflatiepercentage voor 2022 gehanteerd van 1,40%.

Onroerendezaakbelastingen De gemiddelde waardestijging/-daling van woningen en van niet-woningen voortkomend uit de jaarlijkse herwaarderingen Wet WOZ worden gecompenseerd door bijstelling van de tarieven onroerendezaakbelastingen. Een herwaardering levert de gemeente in beginsel dan ook geen extra geld op. Naast dit herwaarderingseffect kan de gemeente overigens wel tariefmaatregelen nemen die daarvan los staan. Over het algemeen vindt inflatiecorrectie plaats over de tarieven. In het coalitieakkoord wordt nagestreefd om via de OZB geen lastenverzwaring door te voeren, tenzij de zorg voor Bunschotenaren in het geding is. Dit impliceert dat in beginsel slechts de inflatie doorgevoerd wordt. Belastingen ▪ Onroerendezaakbelastingen: o verhoging van het tarief eigenarenbelasting woningen met 1,40%; o verhoging van de tarieven eigenaren- en gebruikersbelasting niet-woningen met 1,40%; ▪ Roerende-ruimtebelastingen: verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Forensenbelasting: verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Precariobelasting: verhoging van de tarieven met 1,40%. De heffing van precariobelasting op kabels en leidingen is na een overgangsregeling t/m 2021 vanaf het jaar 2022 vervallen.

Bestemmingsheffing ▪ Brede rioolheffing: verhoging van de bestaande tarieven met 1,40%; ▪ Afvalstoffenheffing: Afstappen van diftar en overstappen op nascheiding met vaste (jaar)tarieven voor éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Verhoging van de tarieven tot € 259,- voor éénpersoonshuishoudens en € 285,- voor meerpersoonshuishoudens met vervolgens een verhoging met de inflatie van 1,40%; ▪ BIZ: de tarieven zijn vastgesteld voor een periode van vijf jaar (2022 - 2026) en kunnen tussentijds niet worden aangepast. In juli 2021 zijn de nieuwe verordeningen Haarbrug Noord 2022-2026 door de raad vastgesteld. Pas na een positieve draagvlakmeting (najaar 2021) treden deze in werking.

87

Overige rechten ▪ Begrafenisrechten: verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Marktgelden: verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Havengelden vaste ligplaatshouders: verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Veerpontgelden de Eem: in beginsel een verhoging van de tarieven met 1,40%; ▪ Leges, verdeeld over drie clusters van samenhangende dienstverlening: o Algemene dienstverlening: verhoging van de tarieven met 1,40%; o Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: 1,40%. o Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn: verhoging van de tarieven met 1,40%. WAARDERINGSKAMER Dit instituut controleert of gemeenten of belastingsamenwerkingsverbanden zoals de GBLT, de Wet waardering onroerende zaken goed uitvoeren. Verder houden zij toezicht op de uitvoering van de Basisregistratie waardering onroerende zaken. De Waarderingskamer heeft in 2018 geconstateerd dat de GBLT deze taken in voldoende mate uitvoert. In 2019 heeft GBLT de score ‘goed’ ontvangen van de Waarderingskamer. Meer informatie is beschikbaar op de site van de Waarderingskamer.

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Wet Waardering Onroerende Zaken De Wet WOZ verplicht gemeenten om jaarlijks een nieuwe taxatie vast te stellen voor alle panden. Met een jaarlijkse herwaardering (taxatie) zijn de waardesprongen minder groot en benaderen meer de actuele waarde, mede omdat de waardepeildatum dichter bij het belastingjaar ligt. In 2022 ontvangt iedere hoofdbewoner van een object een WOZ-waardering wanneer hij/zij op 1 januari 2022 eigenaar is van een woning (of woning in aanbouw of grondkavel) en/of eigenaar of gebruiker is van een niet-woning (bedrijf, ander soort object, in aanbouw of grondkavel). De WOZ-waarde wordt gebruikt om de hoogte van verschillende belastingen te berekenen, zoals de onroerendezaakbelastingen (gemeenten), het eigen-woningforfait inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de schenkbelasting en erfbelasting (Rijksbelastingdienst) en de waterschapsheffing ‘omslag gebouwd’ (waterschappen). De WOZ-waarde wordt ook gebruikt voor afschrijvingen van bedrijfsgebouwen en wordt ook gebruikt voor het vaststellen van de huurprijs van een huurwoning. Waardering met methodiek netto gebruiksoppervlakte De Waarderingskamer vereist dat gemeenten de komende jaren de overgang maken van het waarderen op basis van bruto inhoud naar het waarderen op basis van netto gebruiksoppervlakte.

De reden voor deze overstap is dat in de taxatie- en makelaarsbranche het begrip netto gebruiksoppervlakte veel wordt gebruikt. Daarnaast sluiten de basisregistratie WOZ en BAG (adressen en gebouwen) hierdoor beter op elkaar aan. Het gaat hierbij overigens om de waardering van woningen. De niet-woningen (verhuurbaar vloeroppervlakte en bruto oppervlakte) vallen buiten deze transitie. De Waarderingskamer heeft als doelstelling geformuleerd dat in 2022 alle woningen op basis van gebruiksoppervlakte worden gewaardeerd. GBLT heeft deze overstap voor de gemeente Bunschoten al in 2019 gerealiseerd. De overstap voor de andere opdrachtgevers/gemeenten is in 2022 ook een feit. Belastingen ▪ Onroerendezaakbelastingen: dit is veruit de belangrijkste belasting qua inkomsten voor de gemeente. De onroerendezaakbelastingen zijn objectieve en zakelijke belastingen, waarbij de vastgestelde WOZ-waardering van de onroerende zaak het uitgangspunt is. Er zijn drie onroerendezaakbelastingen: o een belasting geheven van eigenaren van woningen; o een belasting geheven van eigenaren van niet-woningen; o een belasting geheven van gebruikers van niet-woningen.

▪ Forensenbelasting: deze belasting kan worden geheven van natuurlijke personen die niet in de gemeente wonen, maar die wel meer dan 90 dagen per jaar verblijf houden of die daar meer dan 90 dagen per jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Vooral recreatiewoningen worden in deze heffing betrokken.

88

▪

Precariobelasting: deze belasting kan worden geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond wordt bedoeld grond in eigendom van de gemeente die strekt tot algemeen nut en waar een ieder belang bij kan hebben zoals parken, openbare wegen, pleinen etc. Bij de heffing van precariobelasting kan gedacht worden aan terrassen, standplaatsen, uitstallingen, circussen, reclameborden etc. Voor het hebben van kabels en leidingen onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond kon deze heffing geheven worden. Voor die categorie geldt wel een wettelijke einddatum 2021.

Bestemmingsheffingen ▪ Rioolheffing: middels deze heffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: □ de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; □ de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en van gebruikers van percelen waarvoor hemelwater en/of grondwater wordt afgevoerd. Gelden alleen die laatste twee rubrieken, dan is het belang hiervoor beperkter en geldt daarom een goedkoper tarief. ▪ Afvalstoffenheffing: Op basis van de Wet Milieubeheer hebben gemeenten de wettelijke taak om zorg te dragen voor de verwijdering van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. Hiervoor wordt afvalstoffenheffing in rekening gebracht als lokale belasting aan alle huisaansluitingen binnen de gemeente. De afgelopen 10 jaar hebben een groot aantal gemeenten er voor gekozen om volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ gedifferentieerde tarieven te heffen.

▪ BIZ bijdrage: de gemeenteraad kan onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instellen op binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage is een belasting die de kosten moet bestrijden, die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economisch belang in (relatie tot) de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ- bijdrage wordt geheven van een selectie van de gebruikers en/of eigenaren van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De selectie komt tot stand op grond van een in de heffingsverordening te bepalen objectieve definitie. Als peilmoment geldt de situatie bij het begin van het kalenderjaar. In de verordening kan worden bepaald dat bij onroerende zaken die niet in gebruik zijn, de BIZ-bijdrage voor de ontbrekende gebruiker wordt geheven van de eigenaar. Rechten: ▪ Begrafenisrechten: deze rechten worden geheven voor het begraven van een overledene op de gemeentelijke begraafplaatsen Memento Mori of De Akker. De aanvrager van deze dienst is belastingplichtig.

Overigens vervullen de begrafenisondernemers vaak een ondersteunende rol in zowel de begeleiding van de begrafenis als de financiële afwikkeling ervan; ▪ Marktgelden: deze rechten worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Het marktgeld wordt geheven van degene, die op de markt een standplaats inneemt. ▪ Havengelden: dit recht wordt geheven voor het met een vaartuig ligplaats nemen of het voor anker gaan in de gemeentelijke haven. Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. ▪ Leges: deze worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening in de vorm van met name administratieve diensten, zoals het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het geven van inlichtingen, het verstrekken van afschriften, het afgeven van verklaringen, paspoorten, rijbewijzen etc. Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend. 89

Aanduiding van de lokale lastendruk Met de hiervoor genoemde tariefmaatregelen 2022 voor de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt een toename van de gemiddelde lastendruk voorzien van 3,23% voor de gemiddelde burger van Bunschoten in een meerpersoonshuishouden. Dit geldt voor eigenaren van woningen. Voor huurders geldt een stijging van 4,47%, omdat zij alleen een aanslag over de afvalstoffenheffing en rioolheffing ontvangen. Dit verklaart ook het effect van het hogere percentage. Nadrukkelijk wordt gesproken over gemiddelde lastendruk, omdat de effecten in incidentele gevallen afhankelijk zijn van de woningwaarde, de gezinssituatie en of men beschikt over een eigen woning of niet. Aan het eind van deze paragraaf is een overzicht toegevoegd van de ontwikkeling van de lokale lastendruk vanaf 2018 tot en met 2022 (periode van vijf jaar). Hierin is de lokale lastendruk voor genoemde heffingen nader uitgewerkt.

Beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de ‘kwijtscheldingsregeling gemeente Bunschoten 2022’. Hierin is opgenomen dat kwijtschelding voor de volgende gemeentelijke belastingen en rechten mogelijk is: ▪ onroerendezaakbelastingen: eigenarenbelasting voor woningen; ▪ belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten: eigenarenbelasting voor woningen; ▪ afvalstoffenheffing: het vastrecht eenpersoons- of meerpersoonshuishouden; ▪ rioolheffing: gebruikersbelasting voor woningen. Algemeen Bij het verlenen van kwijtschelding wordt voor de kosten van bestaan uitgegaan van 100% van de genormeerde bijstandsuitkeringen. Alleen in geval van pensioengerechtigden wordt hiervan sinds het jaar 2013 vanaf geweken door als norm te nemen 100% AOW met een deel van de tegemoetkoming koopkracht oudere belastingplichtigen. Aanleiding voor deze afwijking is de Wet geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting, waardoor pensioengerechtigden in een nadeliger positie zouden komen te verkeren voor hun lokale kwijtscheldingsmogelijkheden. De raad heeft op deze tekortkoming in de wetgeving geanticipeerd door haar lokale kwijtscheldingsregeling hiervoor aan te passen. Verder heeft de Raad kwijtschelding van privé belastingschulden van ondernemers mogelijk gemaakt. Het betreft voornamelijk de categorie ZZP-ers.

GBLT De GBLT voert vanaf 2016 deze kwijtscheldingstaak voor de gemeente Bunschoten uit met de door de Raad van de gemeente Bunschoten geformuleerde beleidsuitgangspunten.

Kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten De raad heeft als algemeen uitgangspunt dat alle leges en rechten kostendekkend moeten zijn. Dit houdt in dat 100% kostendekking op begrotingsbasis wordt nagestreefd, waarbij dit niet geldt voor de individuele dienstverlening maar voor het totaalpakket van het in een verordening (en/of titel) opgenomen diensten. Totaaloverzicht kostendekking leges en rechten 2021 en 2022 Heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Begraafrechten Marktgelden Leges algemene dienstverlening (titel 1 Legesverordening) Leges omgevingsvergunning (titel 2 Legesverordening) Leges vallend onder Europese Dienstenrichtlijn (titel 3 Legesverordening)

Begroting 2021 100% 100% 100% 100% 78% 95% 100%

Begroting 2022 100% 100% 100% 100% 68% 89% 100%

90

Afvalstoffenheffing Voorgesteld wordt de tarieven voor 2022 te verhogen met 1,40% inflatie, naast de extra verhoging die samenhangt met de overstap van diftar naar nascheiding, waarbij een betere dienstverlening voorop staat. Bedragen in € x 1,Kosten afval Mutatie egalisatiereserve Aandeel straatvegen/papierbakken Afvalstoffenheffing ▪ vastrecht ▪ variabel recht/Diftar Btw component Opbrengst oud papier/ kunststof/glas/zwerfafval/oud ijzer Verrekening groen/veegafval Dividend ROVA Totaal

Begroting 2021 Lasten Baten 2.179.702 31.506 45.000

Begroting 2022 Lasten Baten 2.474.502 145.937 45.000

1.784.000 167.000

2.266.000

224.000

2.480.208

224.000 439.208 40.000 50.000 2.480.208

2.743.502

211.565 40.000 80.000 2.743.502

Toelichting: De raming van de baten en lasten van afval zijn gebaseerd op de kadernota en de besluitvorming om over te gaan tot nascheiding met ingang van 2022. Rioolheffing Voorgesteld wordt de tarieven voor 2022 met 1,40% te verhogen (inflatie). Bedragen in € x 1,Kosten riolering Aandeel baggeren grachten etc. Mutatie egalisatiereserve Btw-component Mutatie reserve riolering, afschrijving basisvoorziening Rioolheffing Totaal

Begroting 2021 Lasten Baten 1.082.744 80.000 123.736

Begroting 2022 Lasten Baten 1.370.699 80.000 121.653

147.500 1.501.000

1.501.000 1.501.000

1.572.352

28.352 1.544.000 1.572.352

Toelichting: In de berekening van de lasten riolering is rekening gehouden met het toerekenen van een bedrag van € 75.000,- perceptiekosten GBLT voor opleggen van de aanslagen. Begraafrechten Voorgesteld wordt de tarieven voor 2022 met 1,40% te verhogen. Bedragen in € x 1,Kosten begraven Mutatie egalisatiereserve Begraafrechten Totaal

Begroting 2021 Lasten Baten 383.601

383.601

1.601 382.000 383.601

Begroting 2022 Lasten Baten 381.919 5.081 387.000 387.000 387.000

Toelichting: Geen bijzonderheden te melden. Er loopt nog een onderzoek naar de kostendekkendheid van de begraafrechten.

91

Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven voor 2022 met 1,40% te verhogen. Bedragen in € x 1,Kosten markt Mutatie egalisatiereserve Marktgelden Opbrengst water/stroomverbruik Totaal

Begroting 2021 Lasten Baten 70.766

70.766

766 62.000 8.000 70.766

Begroting 2022 Lasten Baten 70.131 869

71.000

63.000 8.000 71.000

Toelichting: Geen bijzonderheden te melden. Leges Voorgesteld wordt de tarieven voor 2022 met 1,40% te verhogen. Bedragen in € x 1,Algemene dienstverlening Omgevingsvergunningen Dienstverlening Europese richtlijn

Begroting 2021 Lasten Baten 378.000 293.000 627.000 593.000 5.000 5.000

Begroting 2022 Lasten Baten 372.000 252.000 641.000 571.000 5.000 5.000

Titel 1. Algemene dienstverlening (onder andere leges burgerzaken/afdracht Rijksleges/overige leges) Toelichting: de opbrengst van de leges is naar beneden bijgesteld op basis van de ontwikkelingen bij de jaarrekening en vooral het effect van het minder vaak hoeven vervangen van rijbewijs en paspoort. Een deel wordt gecompenseerd door lagere afdracht rijksleges Titel 2. Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (bundeling van maximaal 25 vergunningen) Toelichting: De raming van de opbrengst is gebaseerd op een gemiddelde van de afgelopen periode en afgestemd op de te verwachten bouwontwikkelingen. Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van invoering van de omgevingswet. Titel 3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (voornamelijk APV aangelegenheden) Toelichting: Titels 1 en 3 zijn nauw met elkaar verweven en niet zo eenvoudig uit elkaar te rafelen.

92

Overzicht lokale lastendruk (over de periode 2018 tot en met 2022) Tariefscenario 2022: ▪ Tariefstijging OZB eigenarenbelasting woningen = + 1,40% (inflatie) Het voorlopige tarief voor de OZB eigenarenbelasting woningen = 1,40% hoger dan het voorgaande jaar. ▪ Tariefstijging afvalstoffenheffing/ nascheiding = Kadernota 2022 + amendement: € 285,00 meerpersoonshuishouden en € 259,00 voor inflatie eenpersoonshuishoudens + 1,40% inflatie. Afvalstoffenheffing per huishouden = € 289,00 voor meerpersoonshuishoudens en € 262,00 voor eenpersoonshuishoudens. ▪ Tariefstijging rioolheffing = + 1,40% (inflatie) Rioolheffing – vastrecht voor woningen = € 158,50 Eigen woning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Onroerendezaakbelastingen, eigenarenbelasting Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentage

2018

2019

2020

2021

2022

271,00

277,00

282,00

288,00

292,00

160,25

164,50

207,00

272,00

289,00

146,84 578,09

150,50 592,00

153,00 642,00

156,36 720,36

158,50 739,50

100,00

102,41 2,41

111,06 8,45

123,92 11,58

127,92 3,23

13,91

50,00

74,36

23,14

2,50

1,70

2,20

1,40

1,40

Huurwoning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentages

2018

2019

2020

2021

2022

160,25

164,50

207,00

272,00

289,00

146,84 307,09

150,50 315,00

153,00 360,00

156,36 428,36

158,50 447,50

100

102,58 2,58

117,23 14,29

139,49 18,99

145,75 4,47

7,91

45,00

68,36

19,14

2,50

1,70

2,20

1,40

1,40

93

94

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing (Commissie Bestuur en Middelen) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen in artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: ▪ De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. ▪ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid daarover. Ook, sinds de begroting 2016, zijn enkele kengetallen verplicht in deze paragraaf, met een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Bunschoten in staat is middelen vrij te maken om financiële risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid van de gemeentelijke dienstverlening‘.

Deze formulering is zo gekozen, omdat het niet wenselijk is, vooral na de doorgevoerde bezuinigingen, dat er opnieuw moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachts substantiële tegenvallers voordoen.

Notitie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is een indicator voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Om te kunnen vaststellen of het weerstandsvermogen voldoende is, moeten de belangrijkste risico’s worden geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen. Ook voor de grondexploitaties is het van belang de risico’s te onderkennen. Een overzicht reserves staat aan het eind van deze paragraaf opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat de reserve algemene dienst ultimo 2022 € 16,3 miljoen bedraagt (inclusief precario).

Overzicht weerstandsvermogen Op de volgende pagina staat een overzicht van de weerstandscapaciteit. Een toelichting op deze tabel is hieronder te lezen. Het begrip onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid van de normen die worden gehanteerd voor een artikel 12 gemeente. De onbenutte belastingcapaciteit voor Bunschoten wordt berekend op € 2,6 miljoen per 1 januari 2022. Het artikel 12 beleid voor de onderdelen riolering en afval blijft onveranderd 100% kostendekkend. In de begroting is dat ook het uitganspunt, waarbij wordt opgemerkt dat hierbij ook de mutaties in de egalisatiereserves zijn meegenomen. Voor wat betreft de totale jaarlijkse exploitatie is er een weerstandscapaciteit van gemiddeld € 2,7 miljoen (afgerond). Het weerstandsvermogen van de algemene dienst is € 16.338.000,-. Dit is de reserve algemene dienst (inclusief precario). De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de reserve algemene dienst (inclusief precario) à € 16.338.000,- te delen door de geïnventariseerde financiële risico’s à € 5.200.000,-. Dit betekent een ratio van het weerstandsvermogen van 3,1. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de gemeente Bunschoten de mogelijke financiële risico’s goed kan dekken. De risico’s binnen de grondexploitatie zijn in 2020 geactualiseerd bij het MPG.

Uitgangspunt van de gewenste stand van de reserve is € 1 miljoen plus de geïnventariseerde risico’s (€ 2,5 miljoen). Hiermee is de gewenste stand € 3,5 miljoen. De stand van de reserve grondexploitatie bedraagt per 31 december 2022 € 3,5 miljoen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de risico’s binnen de grondexploitatie gedekt worden door de reserve. 95

Ontwikkeling weerstandsvermogen/capaciteit (Bedragen x € 1.000,-)

2022

2023

2024

2025

Onbenutte belastingcapaciteit

2.600

2.600

2.600

2.600

Stelpost onvoorziene uitgaven

100

100

100

100

Totaal jaarlijkse exploitatie

2.700

2.700

2.700

2.700

Reserve algemene dienst (excl. precario)

11.237

14.194

16.485

17.184

Reserve grondexploitatie

3.506

3.401

3.311

3.221

Totaal

14.743

17.595

19.796

20.405

Precario kabels en leidingen (cumulatief)

5.101

5.101

5.101

5.101

Totaal vermogenssfeer (incl. precario)

19.844

22.696

24.897

25.506

Totaal voor opvang risico's

22.544

25.396

27.597

28.206

Jaarlijkse exploitatie

Vermogenssfeer (31/12 van het jaar)

Risico’s Financiële risico’s Bij de financiële risico’s kan er onderscheid worden gemaakt met betrekking tot de risico’s die voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van andere overheden, samenwerking met andere gemeenten c.q. instanties, uit voor gemeenten autonome ontwikkelingen (bijvoorbeeld economische en maatschappelijke ontwikkelingen) en ten slotte nog uit het doen en/of nalaten van anderen. Wet afschaffing precario op kabels en leidingen De Tweede Kamer heeft besloten de heffing van precario op kabels en leidingen af te schaffen met ingang van 1 januari 2022. Dubieuze debiteuren Voor de dubieuze debiteuren wordt bij de jaarrekening een voorziening dubieuze debiteuren gevormd, die vervolgens wordt aangewend voor het verlagen van het debiteurensaldo. Van jaar tot jaar wordt deze ontwikkeling gevolgd bij de jaarrekening. In de jaarrekening 2020 is voor dit onderdeel een voorziening getroffen van € 585.000,-. Het grootste deel van deze post betreft debiteuren sociale zaken (€ 519.000,-). Voor de beoordeling van deze debiteuren wordt uitgegaan van percentages oninbaar per soort vordering. Verzekeringen Daar waar mogelijk voorzienbare risico’s ontstaan heeft de gemeente deze zoveel mogelijk afgedekt door het afsluiten van verzekeringen. Er is wel een toenemende claimbewustheid van de burger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10589924/1